RIS316640 Notulen van de raad van 7 september 2023
Tekst van het document
We missen in het beleidskader ook de maatregelen op korte termijn om overlast tegen te gaan en te bestrijden. We menen dat dit juist een plaats verdient in de plannen, ook om gehoor te geven aan signalen van inwoners en ondernemers. Hiermee wordt het draagvlak voor opvang in de nabije toekomst vergroot. Vandaar ons voorstel voor een amendement op dit punt. Ons derde punt is het geld. Waar wordt het geld, waaronder incidenteel geld, de komende periode precies aan uitgegeven en hoe worden wij als raad daarover geïnformeerd? Tot slot zijn we kritisch op de pilot Tijdelijke opvang EU-migranten. We willen hier als VVD voorwaarden aan verbinden zoals een maximumverblijfsduur en een binding met de Haagse regio. We hebben dan ook een paar concrete voorstellen om het plan op punten aan te passen, ten eerste het genoemde amendement Maak preventie overlast onderdeel van aanpak dakloosheid. Daarnaast hebben we vier moties, ten eerste de motie Prioriteit voor kopers middenklasse- en starterswoningen, met als dictum: verzoekt het college prioriteit te geven aan het realiseren van goede betaalbare (koop)woningen voor Haagse middenklasse en Haagse starters; voorstellen voor de realisatie van opvangplekken en woningen voor daklozen vooraf aan de raad voor te leggen; de raad hierover in het najaar 2023 te informeren. Deze is medeondertekend door Rita Verdonk van Hart voor Den Haag.
Marije Mostert (D66). We hebben hier in de commissie uitvoerig over gesproken, en ik dacht dat we toen elkaar toch wat meer vonden. Ik heb nu even een vraag over de voorrang. De VVD zegt: iedereen heeft recht op een woning, een veilig dak boven zijn hoofd. Zijn de mensen die dakloos zijn en hun baan kwijt zijn minder waard voor de VVD dan mensen die al wel een dak boven hun hoofd hebben en aan het werk zijn?
55
Minke Hofstra (VVD). Zeker niet. Wij vinden dat iedereen recht heeft op een woning. Iedereen verdient een dak boven zijn hoofd. Alleen is de strekking van ons verhaal: dat kan niet allemaal in Den Haag. Marije Mostert (D66). Ik hoor u zeggen: iedereen heeft recht, maar niet allemaal in Den Haag. Hoort u dan ook dat de VVD eigenlijk zegt dat de mensen die werken, de groep werkenden die al een dak boven hun hoofd hebben, voorgetrokken moeten worden op de mensen die geen dank boven hun hoofd hebben en daar ook geen zicht op hebben? Minke Hofstra (VVD). Ik denk dat ik uw vraag niet goed begrijp. Kunt u 'm nogmaals stellen? De voorzitter. Mevrouw Mostert mag de vraag verduidelijken. Marije Mostert (D66). Ik hoor mevrouw Hofstra heel duidelijk zeggen: wij geven voorrang aan mensen die al een dak boven hun hoofd hebben en die aan het werk zijn. Deze groep krijgt prioriteit. Ik vraag haar: wat maakt dat ze deze groep expliciet voortrekt op mensen die geen dak boven hun hoofd hebben? Minke Hofstra (VVD). Dank u wel voor uw vraag. Nee, we doen een oproep aan het college om duidelijke keuzes te maken en prioriteiten te stellen. Daarbij zeggen we inderdaad: voorrang voor jongeren, mensen die al in Den Haag wonen en op zoek zijn naar een woning. Maar we zeggen niet dat mensen die dakloos zijn daar helemaal geen recht op zouden kunnen hebben.
Als u mij toestaat het betoog te vervolgen, dan kom ik daar bij mijn volgende moties op terug. De voorzitter. Mevrouw Mostert, voor de laatste maal. Marije Mostert (D66). Ik wil hier toch graag op doorvragen. Volgens mij hebben we met elkaar afgestemd dat er een percentage woningen beschikbaar komt voor zorgdoelgroepen, onder anderen mensen uit de maatschappelijke opvang of mensen die dak- en thuisloos zijn. De VVD was het daar ook mee eens. Deze motie klinkt toch een beetje als: onze eigen mensen eerst, eigen volk eerst. Ik vind het wel schokkend dat mensen die op een bepaald moment de wind tegen hebben gehad nu door de VVD opzij worden gezet om andere mensen, met wie het beter gaat en die een dak boven hun hoofd hebben, prioriteit te geven. Ik hoor toch heel graag een reflectie van mevrouw Hofstra hierop. Minke Hofstra (VVD). Nee, dat zijn inderdaad niet de woorden van de Haagse VVD. Wij vragen het college juist om de voorstellen voor realisatie van de opvangplekken en woningen voor daklozen vooraf aan de raad voor te leggen.
De volgende motie is de motie Stel voorwaarden aan tijdelijke opvang EU-migranten, met als dictum: verzoekt het college voorwaarden te stellen aan verblijf in de tijdelijke opvang voor dakloze EU-migranten, waaronder in ieder geval een aantoonbare binding met Den Haag als laatste woonplaats of werkplek, de actieve wil om weer te gaan werken en medewerking aan terugkeer naar het thuisland. Deze is medeondertekend door Rita Verdonk van Hart voor Den Haag en door Sebastian Kruis van de PVV. De volgende is de motie Tijdelijke opvang EU-migranten is tijdelijk, met als dictum: verzoekt het college de tijdelijke opvang te maximeren op vijf werkdagen. Deze wordt mede ingediend door Sebastian Kruis van de VVD. Hera Butt (GroenLinks). Ik heb een vraag over de motie Tijdelijke opvang EU-migranten. Ik hoorde de VVD het hebben over maximaal vijf werkdagen. Waarom maximaal vijf werkdagen? Wat wil de VVD hiermee bereiken? Minke Hofstra (VVD). De strekking van het verhaal is dat we graag voorwaarden stellen aan een tijdelijke opvangplek. Wij denken dat het binnen vijf dagen realiseerbaar is om duidelijkheid te krijgen over: wat voor persoon betreft het precies, heeft hij een binding met de regio, is er een wil om weer
56
aan de slag te gaan op de Haagse arbeidsmarkt? Wij denken dat dat in een kortstondig moment van vijf werkdagen beoordeeld kan worden. Hera Butt (GroenLinks). Hoe gaat dat gerealiseerd worden volgens de VVD? Stelt de VVD dan ook voor dat er een soort spoedteam samengesteld wordt door het college, waar we extra veel geld in gaan pompen om dan de EU-arbeidsmigranten heel snel in vijf dagen te helpen? Minke Hofstra (VVD). Ik denk dat het goed is om even te vermelden dat we als Den Haag natuurlijk geen plicht hebben om iedereen op te vangen. Daarbij vermeld ik ook even dat er een schaarste is aan plekken. Het lijkt mij en mijn fractie dan ook heel reëel om een korte periode in te lassen om te bekijken voor welke persoon we in Den Haag wel of geen woonplek hebben en daarna heel duidelijk te communiceren naar de mensen, zodat iedereen daarna gewoon verder kan. Hera Butt (GroenLinks). Ik hoor de VVD zeggen dat we in die vijf dagen gaan kijken of we een woonplek kunnen vinden voor deze EU-arbeidsmigranten. Nou, dat vind ik best positief. Mogen ze dan maar één keer komen? En als het in die vijf werkdagen niet is gelukt, mogen ze dan nooit meer terug? Minke Hofstra (VVD). Dat zijn niet de woorden van de Haagse VVD. Ik heb net al toegelicht wat wij daarmee bedoelen en ik vind het vervelend om in herhaling te vallen.
Wij stellen voorwaarden aan mensen die tijdelijk worden opgevangen op zo'n plek. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Ik heb een vraag in aanvulling hierop. Ik was ook verbaasd over die vijf werkdagen. Het is een wens vanuit het werkveld, vanuit Barka om een opvang te hebben, zodat je mensen beter naar werk kunt begeleiden. Je kan nu eenmaal makkelijker aan werk komen als je wel een woonplek hebt en andersom. Vertrouwt mevrouw Hofstra dan onvoldoende op de kennis en kunde van de professionals die deze mensen moeten helpen om te kijken hoelang het nodig is dat deze mensen in een opvang zitten en dat het misschien wel tien dagen kan duren? Minke Hofstra (VVD). Ik heb alle vertrouwen in de kennis en expertise van de mensen uit het werkveld, en eigenlijk wel zoveel vertrouwen dat ik ervan uitga dat de beoordeling of iemand voldoet aan de criteria waarvan wij zeggen dat die belangrijk zijn - heb je een binding met de regio, heb je wel of niet hier gewerkt en heb je de wil om er wat van te maken in de Haagse samenleving? - heel snel gemaakt kan worden. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Dan begrijpen we elkaar misschien verkeerd. De tijdelijke opvang zoals mevrouw Hofstra die beschrijft, is voor de indicatiestelling; laten we een zorgterm gebruiken.
En daarna zou iemand in de reguliere maatschappelijke opvang mogen verblijven zolang hij of zij nog geen dak boven het hoofd heeft. Minke Hofstra (VVD). De oproep van de Haagse VVD aan het college is juist om wat specifieker te zijn waar het geld precies aan besteed wordt, hoe die opvangplekken er uit gaan zien. Dat zien we graag in een vervolgrapportage terug of straks in de beantwoording van de wethouder. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Dat is niet helemaal een antwoord op mijn vraag. Ik denk dat het heel goed is als we financieel de vinger aan de pols houden. Maar mevrouw Hofstra wil de tijdelijke opvang voor EU-arbeidsmigranten die gerealiseerd zou kunnen worden zoals verwoord in het beleidskader, om te kijken of mensen terug kunnen naar werk, naar hun land of wat dan ook, alleen inzetten voor de tijd die nodig is om te kijken of iemand recht heeft op opvang om vervolgens die persoon door te sturen naar opvang of naar een andere route. Minke Hofstra (VVD). Wij roepen het college op om prioriteiten te stellen en keuzes te maken. Daar hoort ook bij dat iedereen die een beroep doet op onze collectieve voorzieningen heel snel duidelijkheid krijgt of die hier wel of geen plek kan krijgen.
57
Robin Smit (PvdD). In de commissie hadden we dit debat ook al. Daarin had ik ook een interruptie geplaatst bij mevrouw Hofstra: wat is dan kort en op basis waarvan maak je dan die keuzes? Toen gaf mevrouw Hofstra als antwoord: die afweging kan ik nu niet maken; dat hoort bij een individuele afweging, dus ik kan niet zeggen welke termijn we daarop plakken. Ik ben benieuwd welke overwegingen u in de afgelopen week heeft gemaakt om daar wel een termijn op te plakken. Minke Hofstra (VVD). Ik denk dat het goed is dat we nu in ieder geval duidelijkheid geven over wat we als VVD heel graag zouden willen, en dat is een maximale termijn van vijf werkdagen. Robin Smit (PvdD). Maar waar baseert u dan die vijf dagen op, als u eerst niet die afweging kon maken? Minke Hofstra (VVD). Ik heb net al uitgelegd dat we voldoende vertrouwen hebben in de expertise van de mensen in het werkveld om die inschatting te kunnen maken. Robin Smit (PvdD). De professionals geven mij ook aan dat ze dat binnen vijf dagen niet voor elkaar krijgen, dus hoe gaat de VVD dat dan voor elkaar boksen? Minke Hofstra (VVD). We hebben het over de inschatting of iemand wel of niet in staat is om in korte tijd het leven weer zodanig op te pakken dat hij weer kan deelnemen aan de Haagse samenleving, dus meedoen aan de arbeidsmarkt. Lesley Arp (SP).
Ik heb nog een verhelderende vraag, omdat ik het antwoord op de vraag van mevrouw Klokkenburg heel onduidelijk vond. Belanden mensen na die vijf dagen op straat of kunnen ze aanspraak maken op een vervangende opvangvoorziening wat de VVD betreft? Minke Hofstra (VVD). Zoals ik in mijn betoog al heb aangegeven, verdient iedereen uiteindelijk een dak boven zijn hoofd. Alleen is er in Den Haag niet plek voor iedereen. We hebben een groot woningtekort. De eindconclusie kan zijn dat iemand een dak in Den Haag krijgt en de eindconclusie kan ook zijn dat een andere regio in Nederland of misschien een regio buiten Nederland een betere plek is. Lesley Arp (SP). Het blijft voor mij nog een beetje vaag, maar ik heb nog wel een vervolgvraag. Stel je voor: je concludeert binnen vijf dagen dat iemand de wil heeft om te werken. Daar heb je toch niks aan als je na een paar dagen weer op straat belandt? Je hebt dan toch een zekere termijn nodig om je leven weer op de rails te krijgen, om te kunnen solliciteren? Wat heb je eraan om te constateren dat iemand de wil heeft om te werken, als die vervolgens buiten staat? Minke Hofstra (VVD). Volgens mij hebben we het hier over een hele specifieke opvang. Het college zegt: we gaan een tijdelijke opvang inrichten voor tijdelijke EU-migranten. Ik heb het erover dat je binnen die opvang die keuze snel kan maken. Fatima Faïd (HSP).
Even voor mijn helderheid. U zegt dat een van de criteria is dat je binding moet hebben met de regio Den Haag. Je zit vijf dagen in die tijdelijke opvang en je hebt die binding. Je voldoet namelijk aan alle criteria die u net heeft opgenoemd. Wat gebeurt er dan met zo iemand? U zegt de hele tijd dat we niet iedereen kunnen opvangen. Maar wat gebeurt er dan met iemand die dan toch voldoet aan alle VVD-criteria? Minke Hofstra (VVD). Het zijn geen VVD-criteria. Het zijn criteria die afstammen uit de landelijke aanpak dakloosheid, waarin wordt gezegd: binding met de regio, werken tot vijf jaar geleden in de regio. Daar hebben wij onze criteria uit afgeleid. Fatima Faïd (HSP). Dat begrijp ik, maar dat was natuurlijk niet de vraag. Ik begrijp dat de criteria er zijn, maar u komt met een termijn van vijf dagen. Dat staat er dus niet in. Wat gebeurt er? Je voldoet aan alle criteria en je komt in de opvang; je hebt nog steeds geen huis. Ik sluit even aan bij mevrouw 58
Klokkenburg: dat zou dan automatisch betekenen dat je doorstroomt naar de reguliere opvang. Dat lijkt me dan logisch voort te vloeien uit uw motie of amendement; ik ben het even vergeten. Minke Hofstra (VVD). Het ging hier om een motie. Dat kan inderdaad een conclusie zijn. Dat klopt. Ten slotte de motie Respecteer informatiepositie en budgetrecht raad, met als dictum: verzoekt het college de raad te voorzien van voldoende informatie om haar budgetrecht goed in te kunnen vullen; hiertoe een nader uitgewerkte begroting aan te bieden ter vaststelling door de raad; daarbij ook inzichtelijk te maken welke voorstellen zullen worden bekostigd uit de incidentele middelen. De motie wordt mede ingediend door Rita Verdonk van Hart voor Den Haag. De voorzitter. Door mevrouw Hofstra, daartoe gesteund door mevrouw Verdonk, wordt het volgende amendement (I.D VVD) voorgesteld:
Amendement I.D VVD Maak preventie overlast onderdeel van aanpak dakloosheid De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 7 september 2023, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Vaststelling Beleidskader aanpak Dakloosheid “Den Haag geeft thuis” (RIS316085) Besluit om: • de in het raadsvoorstel op pagina 4 onder ‘Besluit’ genoemde tekst en opsomming als hieronder opgenomen aan te vullen; en • voor deze toevoeging de benodigde financiële middelen binnen het beleidskader vrij te maken. In dit Beleidskader aanpak dakloosheid 2023-2030 wordt expliciet richting gegeven aan de manier waarop we in Den Haag de komende jaren aan de slag gaan om dakloosheid te bestrijden. We sluiten daarbij aan bij de Europese en landelijke ambitie: geen dakloosheid meer in 2030. Een stevige ambitie die vraagt om een verschuiving van opvang, naar preventie en zelfstandig wonen. Met de genoemde acties zetten we extra in op preventie, om te zorgen dat mensen niet dakloos raken. Daarnaast zorgen we ervoor dat er passende opvangplekken beschikbaar zijn voor wanneer dit in de tussenliggende periode (kortdurend) nodig is. Tot slot nemen we extra actie om overlast te voorkomen en te bestrijden. Als kompas bij alle activiteiten, worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Huisvesting is een mensenrecht. • Eigen regie. • Prioriteit bij jongeren. • Sociale inclusie.
• Inzet ervaringskennis. • Samenwerking. • Oog voor de omgeving. Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Door mevrouw Hofstra, daartoe gesteund door mevrouw Verdonk, worden de volgende moties (I.7 VVD en I.8 VVD) ingediend:
Motie I.7 VVD Prioriteit voor kopers middenklasse- en starterswoningen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 7 september 2023, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Vaststelling Beleidskader aanpak Dakloosheid “Den Haag geeft thuis” (RIS316085)
59
Constaterende, dat: • het college voornemens is om iedereen die dakloos is een dak boven het hoofd te bieden in Den Haag. Overwegende, dat: • dit gelet op het grote woningtekort in Den Haag niet realistisch lijkt; • het college niet duidelijk maakt hoe ze dit willen gaan doen en wat dit betekent voor andere woningzoekenden. Van mening dat: • het realiseren van woningen voor dakloze mensen niet ten koste mag gaan van de kansen van betaalbare woningen voor Haagse jongeren die op zoek zijn naar zelfstandige woonruimte en voor de Haagse middenklasse; • het daarvoor noodzakelijk is duidelijke keuzes te maken en prioriteiten te stellen voor wie wel en niet woonruimte in Den Haag kan worden gerealiseerd. Verzoekt het college: • prioriteit te geven aan het realiseren van goede betaalbare (koop)woningen voor Haagse middenklasse en Haagse starters; • voorstellen voor de realisatie van opvangplekken en woningen voor daklozen vooraf aan de raad voor te leggen; • de raad hierover in het najaar 2023 te informeren. En gaat over tot de orde van de dag.
Motie I.8 VVD Respecteer informatiepositie en budgetrecht raad De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 7 september 2023, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Vaststelling Beleidskader aanpak Dakloosheid “Den Haag geeft thuis” (RIS316085); Constaterende dat: • het college ter financiering van het beleidskader Aanpak Dakloosheid voorstelt om naast structurele middelen ook incidentele middelen in te zetten; • de aanwending van de financiële middelen zeer grofmazig en met veel slagen om de arm wordt beschreven. Overwegende dat: • het incidenteel financieren van activiteiten die feitelijk een structureel karakter hebben de gemeentebegroting kwetsbaar maakt. Van mening dat • de informatiepositie van de raad nu ontoereikend is en dit een goede afweging over de aanwending van de voorgestelde middelen in de weg staat; • inzichtelijk moet zijn waar de incidentele middelen voor ingezet gaan worden, opdat duidelijk is welk deel van het beleid een tijdelijk karakter heeft. Verzoekt het college: • de raad te voorzien van voldoende informatie om haar budgetrecht goed in te kunnen vullen; • hiertoe een nader uitgewerkte begroting aan te bieden ter vaststelling door de raad; • daarbij ook inzichtelijk te maken welke voorstellen zullen worden bekostigd uit de incidentele middelen. En gaat over tot de orde van de dag. 60
De voorzitter. Door mevrouw Hofstra, daartoe gesteund door de heer Kruis, wordt de volgende motie (I.9 VVD) ingediend:
Motie I.9 VVD Tijdelijke opvang EU migranten is tijdelijk. De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 7 september 2023, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Vaststelling Beleidskader aanpak Dakloosheid “Den Haag geeft thuis” (RIS316085); Constaterende, dat: • het college voornemens is om een pilot met tijdelijke opvangplekken te realiseren voor kwetsbare dakloze EU migranten; • de pilot tijdelijke opvang bedoeld is ter overbrugging naar -ander- werk of terugkeer naar land van herkomst; • er in het beleidsplan nog geen voorwaarden zijn geformuleerd voor de dakloze EU migrant om in aanmerking te komen voor de tijdelijke opvang. Overwegende, dat: • de pilot tijdelijke opvang potentie heeft om overlast op straat te helpen voorkomen. Van mening, dat: • tijdelijke opvang bedoeld is voor noodgevallen en ter kortstondige overbrugging. Verzoekt het college: • de tijdelijke opvang te maximeren op vijf werkdagen. En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door mevrouw Hofstra, daartoe gesteund door mevrouw Verdonk en de heer Kruis, wordt de volgende motie (I.10 VVD) ingediend:
Motie I.10 VVD Stel voorwaarden aan tijdelijke opvang EU Migranten De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 7 september 2023, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Vaststelling Beleidskader aanpak Dakloosheid “Den Haag geeft thuis” (RIS316085) Constaterende, dat: • het college voornemens is om een pilot met tijdelijke opvangplekken te realiseren voor kwetsbare dakloze EU migranten; • de pilot tijdelijke opvang bedoeld is ter overbrugging naar -ander- werk of terugkeer naar land van herkomst; • er in het beleidsplan nog geen voorwaarden zijn geformuleerd voor de dakloze EU migrant om in aanmerking te komen voor de tijdelijke opvang. Overwegende dat: • de pilot tijdelijke opvang potentie heeft om overlast op straat te helpen voorkomen; • een aanzuigende werking kan ontstaan als Den Haag opvang biedt die andere steden niet bieden.
61
Verzoekt het college • voorwaarden te stellen aan verblijf in de tijdelijke opvang voor dakloze EU-migranten, waaronder in ieder geval aantoonbare binding met Den Haag als laatste woonplaats of werkplek, de actieve wil om weer te gaan werken en medewerking aan terugkeer naar het thuisland. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Hera Butt (GroenLinks). Voorzitter. Veel dank aan de wethouder en aan alle betrokken partijen voor dit voorstel. Er staan een heleboel mooie dingen in wat GroenLinks betreft, zoals de ETHOSlightdefinitie en Housing First. Hier zet mijn fractie zich al langer voor in. Verder onderstreept mijn fractie de oproep van het Straat Consulaat van zojuist om de aanpak van dakloosheid ook te verankeren in het woonbeleid van het college. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Is mevrouw Butt niet ook een klein beetje teleurgesteld dat we alleen zouden gaan werken met een ETHOS-lightdefinitie en niet een daadwerkelijke telling gaan doen? Hera Butt (GroenLinks). Ik ben vooral benieuwd naar het onderzoek dat de staatssecretaris uitvoert en waar in het beleidskader naar wordt verwezen. Aan de hand daarvan heeft in het beleidskader gestaan dat we gaan kijken hoe we dit in Den Haag concreet toepassen. Ik wacht daarop en ben benieuwd wat het college daarmee doet.
Wat GroenLinks betreft gaat het wel degelijk om het beter in beeld brengen van dakloze mensen in Den Haag. Mijn fractie juicht het toe dat betrokken partijen zoals ervaringsdeskundigen hebben meegewerkt aan het beleidskader. Dat is hoe GroenLinks beleid überhaupt het liefst ziet: gemaakt met en door mensen over wie het gaat en met de mensen die het uiteindelijk gaan uitvoeren. Maar ik ben ook nog steeds bezorgd. Ik zie steeds meer mensen op straat slapen of in trappenhuizen van een flat, waaronder steeds vaker extra kwetsbare doelgroepen op straat zoals vrouwen en jongeren, waaronder ook queer jongeren. Ik vraag het college om hier extra veel aandacht aan te besteden en zo snel mogelijk met langetermijnoplossingen te komen, maar ook echt te denken aan de kortetermijnoplossingen. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Voorzitter. Wij hebben met Hart voor Den Haag een amendement voorbereid op het beleidskader. Wat is namelijk het geval? Het blijkt in de praktijk dat minderjarige of volwassen inwonende kinderen die jarenlang mantelzorg verlenen aan hun ouders op straat komen te staan op het moment dat de ouder of de ouders overlijden.
Wij vinden dat niet te tolereren en hebben een amendement gemaakt om te zorgen dat in ieder geval met de woningbouwcorporaties de ETHOS-richtlijnen worden gevolgd en dat met particuliere verhuurders dit punt hoog op de agenda komt en zo veel als mogelijk wordt afgedwongen. De voorzitter. Door mevrouw Verdonk, daartoe gesteund door mevrouw Klokkenburg, wordt het volgende amendement (I.C HvDH) voorgesteld:
Amendement I.C HvDH Voorkom uithuiszettingen bij (minderjarige) inwonende kinderen, die mantelzorg verlenen aan hun ouder(s) De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 7 september 2023, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Vaststelling Beleidskader aanpak Dakloosheid ‘Den Haag geeft thuis' (RIS316085). Besluit het Beleidskader aanpak Dakloosheid 2023-2030 ‘Den Haag geeft thuis’ vast te stellen met dien verstande dat pagina 21 als volgt is gewijzigd. 62
4. Uitbreiden aanpak voorkomen huisuitzettingen. Met corporaties is afgesproken dat alle dagvaardingen tot ontruiming bij de gemeente moeten worden aangemeld. Hierdoor kan de gemeente bemiddelen tussen huurder en verhuurder door het gesprek met de huurder aan te gaan op kantoor bij de corporatie. In 2022 is circa 98% van de meldingen een uithuiszetting voorkomen. Deze aanpak is effectief gebleken en willen we daarom ook verder uitrollen om naast de corporaties, ook meer uithuiszettingen binnen de particuliere verhuur te voorkomen. Dit betreft echter een moeilijker te bereiken groep verhuurders waarbij meldingen pas laat (meestal door de burger zelf) binnenkomen en de particuliere verhuurder weinig speelruimte toelaat. Wij vinden het van belang om ook de particuliere groep beter in beeld te krijgen. Mede daarom willen wij in gesprek met de koepelorganisaties van particuliere verhuurders om te bekijken hoe we het tijdig melden beter onder de aandacht kunnen brengen. Ook gaan we onderzoeken of er andere manieren zijn om ervoor te zorgen dat we huisuitzettingen bij particuliere verhuurders kunnen voorkomen.
Met woningcorporaties die actief zijn in de gemeenten waarvoor Den Haag centrumgemeente maatschappelijke opvang is, wordt afgesproken de Aedes- richtlijn te volgen, zodat inwonende kinderen (van welke leeftijd dan ook) bij overlijden van de ouder in het huis kunnen blijven wonen. Bij gesprekken met particuliere verhuurders is het prioriteit te zorgen dat inwonende kinderen niet uit huis moeten bij overlijden van de ouder.” Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Janneke Holman (PvdA). Voorzitter. Je krijgt eerst een woning als start. Dat werkt. Een huis heb je toch het meeste van alles nodig. Was getekend, de 31-jarige Tuomas uit Helsinki. Voorheen dakloos, maar hij heeft nu zijn eigen kamer. Geïnterviewd door de Volkskrant in januari voor een reportage over de Finse dakloosheidsaanpak. Ik kan iedereen aanraden om het te lezen, want het is precies de beweging die we in Den Haag en in heel Nederland de komende jaren moeten maken: naar Housing First of Wonen Eerst. Want rust vinden, hulp accepteren en werken aan je toekomst lukt pas als je een eigen dak boven je hoofd hebt. De roep om meer betaalbare woningen van de inspreker de heer Bos onderstreep ik natuurlijk van harte bij dezen. Daarom is het goed dat dit ook het uitgangspunt is van de nieuwe aanpak dakloosheid, net als het doel om dakloosheid in 2030 uit te bannen.
Maar dat betekent niet dat we investeren in de opvang nu op een tweede plan moeten zetten. De beweging naar Wonen Eerst is niet morgen gemaakt, maar morgen zijn er wel nog steeds mensen die op straat slapen en voor wie een bed in de opvang een wereld van verschil maakt. Daarom ben ik blij dat in dit beleidskader de plannen voor de opvang van dakloze arbeidsmigranten staan, een plek voor dakloze mensen met zware problematiek voor wie nu geen passende plek is en natuurlijk de vaste locatie voor de permanente winteropvang. Ook de aandacht voor het voorkomen van huisuitzettingen, zeker door te kijken naar wat mogelijk is in de particuliere sector, is goed. De ambities zijn groot, maar dit plan valt of staat met de uitvoering. Ik ben blij met het antwoord van het college in de commissie dat er niet alleen jaarlijks een voortgangsrapportage komt waarin we terugkijken, maar ook een uitvoeringsagenda waarin we vooruitkijken en dat het daar onderdeel van wordt. Want alleen dan kunnen we als raad erop sturen dat we dakloosheid de komende jaren daadwerkelijk uitbannen. Sebastian Kruis (PVV). Voorzitter. Ik dank ook vanaf deze plek graag de inspreker voor zijn verhaal en zijn niet aflatende inzet voor dak- en thuislozen. Dat doet hij echt met heel veel verve en energie. Dat is goed om te zien, want dat is ook wel nodig.
Het probleem is enorm groot in Den Haag en het wordt ook alleen maar groter, lijkt het wel. Als je tegenwoordig 's avonds bijvoorbeeld door het Centrum loopt of 's ochtends door het Haagse Bos, dan ligt het gewoon letterlijk en figuurlijk bezaaid met dak- en thuislozen. Dat is echt schokkend, want dat was vijf jaar geleden niet zo op deze manier. Ook elders in de stad hoor ik al die klachten van mensen die zeggen dat het steeds erger wordt en het er alleen maar meer worden. Er zijn heel veel partijen die daar altijd een heel grote mond over hebben dat we dat allemaal moeten gaan aanpakken en dit en dat en zus en zo, maar het gebeurt uiteindelijk niet in de praktijk. Ik had eigenlijk ook gedacht dat niet mevrouw Mostert de inbreng zou doen, maar de selfiestickfilantroop. Die is zelfs naar Polen afgereisd om te praten over het daklozenprobleem. 63
De voorzitter. Meneer Kruis, nogmaals, zullen we het gewoon niet persoonlijk maken? Sebastian Kruis (PVV). Dat is niet persoonlijk. De voorzitter. Het is wel persoonlijk. We zijn hier allemaal als woordvoerder van een partij. Wie dan de woordvoerder is, doet er niet toe. Het gaat om het standpunt van de partij. Gaat u maar verder met úw betoog, meneer Kruis. Sebastian Kruis (PVV). Het punt is dat iemand van een partij uitdraagt dat ze alle oplossingen hebben, maar het wordt niet beter. Ik zei het ook in de Stadskrant. Hoe meer D66 roept dat ze er wat aan willen doen, hoe meer erbij komen. Het punt is namelijk dat de instroom onbeperkt is. Dat zien we. Het zijn ook vaak arbeidsmigranten die hun baan kwijtraken. Wij hebben natuurlijk al vaker betoogd dat we ook iets moeten doen aan de arbeidsmigratie, en dan ook daadwerkelijk er iets aan doen, door bijvoorbeeld de bedrijven aan te pakken die tientallen van die mensen in dienst hebben en daarvan profiteren, terwijl wij met de ellende zitten. Dat is dus een belangrijk punt. Ik vind het ook wel schrijnend dat iedereen hier praat over de woningbouw en voldoende woningen, maar als je deze aantallen per jaar binnen laat komen, dan is het niet vreemd dat je op een gegeven moment door je woningvoorraad heen bent. Iedereen heeft weer allerlei voorkeuren voor allerhande doelgroepen.
Het zijn vaak ook Nederlandse daklozen die daar de dupe van zijn. Uiteindelijk moet je natuurlijk altijd kunnen zorgen voor je eigen inwoners en dat gebeurt nu absoluut niet. De opvangcentra zitten overvol. We kunnen wel elke keer opvangcentra blijven openen, maar het onderliggende probleem wordt niet aangepakt. Marije Mostert (D66). Ik hap toch even toe. Heeft de heer Kruis enig idee hoeveel mensen dak- en thuisloos zijn die vanuit een ander land naar Nederland zijn gekomen? Sebastian Kruis (PVV). Het totale aantal? Nee, daar heb ik geen specifiek idee van. Ik zie alleen wel dat het er veel te veel zijn. Daarom liggen ze ook overal in de stad. De opvangcentra liggen vol. Het punt is, en dat is ook waarom ik daar zo meteen een motie over zal indienen, dat we iets moeten doen aan de instroom, zowel van arbeidsmigranten als van de overige migratie. Marije Mostert (D66). Als ik in debat ga, vind ik het zelf altijd heel waardevol dat ik weet over wat voor cijfers we het hebben. Ik wil de heer Kruis wel een stukje op weg helpen. Als het gaat om de instroom, zoals hij die noemt, van asielzoekers, dan hebben we het over ongeveer twintig procent van alle instroom. Maar de grootste instroom betreft de kennismigranten. Dat zijn mensen die in ons land komen werken. Dat is het eerste wat ik kwijt wilde. Voorts hoor ik de heer Kruis zeggen: laten we goed zorgen voor onze mensen.
Ik ben heel erg benieuwd wie hij bedoelt met deze mensen en wat we moeten doen met de mensen die in zijn ogen niet onze mensen zijn. De voorzitter. Ik wil u wel verzoeken, mevrouw Mostert, voortaan iets korter met uw interrupties te zijn. Sebastian Kruis (PVV). Ik dacht dat mevrouw Mostert bedoelde of ik wist hoeveel mensen er precies op straat leefden. Nee, ik heb geen idee. Maar als het gaat om de instroomcijfers van Den Haag: de jaarlijkse netto instroom van 6.000 mensen als gevolg van buitenlandse migratie is natuurlijk een cijfer dat algemeen bekend zou moeten zijn. Ik dacht dat ze informeerde naar het aantal mensen dat nu op straat leeft. Dat is iets wezenlijks anders. Natuurlijk weet ik dan precies waar het over gaat. Dat zijn namelijk die aantallen waardoor onze stad compleet wordt ontwricht. Dus nee, dan vind ik het ook een beetje naar dat mevrouw Mostert net doet alsof ik niet weet waar het over gaat, want dit is ongeveer waar mijn partij op gebaseerd is, deze aantallen en de aanpak daarvan. Dan was het een beetje vragen naar de bekende weg, maar een beetje onduidelijk geformuleerd. Wat we moeten gaan doen in Den Haag, is zorgen voor de mensen die er nu al zijn. Je kunt alleen goed zorgen voor mensen die er nu al zijn, als je niet dweilt met de kraan open. Je kunt niet zeggen 'we hebben een woningtekort' en vervolgens per jaar nog 6.000 van die mensen binnen laten 64
komen. Dat kan niet. Dat is niet houdbaar. De wachtlijsten voor sociale huurwoningen lopen op. Daar zouden we bijvoorbeeld mensen die dakloos zijn geweest, met urgentie kunnen huisvesten. Maar dat kan bijna niet, omdat iedereen met allerlei urgentieverklaringen aanklopt; al die mensen, al die gezinnen uit Syrië, Irak, noem het allemaal maar op. Het is een keertje vol, mevrouw Mostert. Daar lijden onder anderen Nederlandse daklozen onder. De voorzitter. Mevrouw Mostert, voor de laatste maal. Marije Mostert (D66). Ik heb geen antwoord gekregen op de vraag die ik stelde: wat moet er gebeuren met de mensen die volgens de heer Kruis niet onze mensen zijn? En ik hoor hem nu toch een beetje goochelen met cijfers, want hij begint nu weer over Syrische gezinnen die allemaal op straat terechtkomen. Ik stel toch voor dat hij zich goed inleest over welke feitelijke cijfers het gaat en ook met die informatie hier in de raad zijn verhaal doet. Want het verhaal kennen we, maar het zou wel mooi zijn als hij dat kan onderbouwen met cijfers die echt kloppen. Ik hoor dus graag een antwoord op mijn vraag. Sebastian Kruis (PVV). Ik vind het een beetje een hooghartige interruptie van mevrouw Mostert. Ik heb het al jarenlang over dezelfde problemen, met dezelfde cijfers, die ook elke keer worden geactualiseerd in de Haagse bevolkingsprognose.
Dus kom bij mij niet aan dat ik niet weet over welke cijfers ik het heb. Ik heb het over ónze mensen. Dat gaat over ónze mensen met een Nederlands paspoort. Het klinkt misschien voor mevrouw Mostert niet fijn in de oren, een Nederlands paspoort, maar dat zijn wel de mensen waar wij het voor doen. Daarom heb ik ook een concrete motie, waar ik nu aan toekom. Die motie heet Duidelijke doelstellingen: verzoekt het college in het beleidskader duidelijke doelstellingen te formuleren om het aantal daklozen voor 2030 te verminderen. Het nieuwe beleidskader is uitgewerkt aan de hand van de vier thema's die mevrouw de wethouder zo mooi heeft neergezet, namelijk 1. Voor iedereen een passende plek; 2. Voor iedereen financiële bestaanszekerheid; 3. Voor iedereen passende ondersteuning; 4. Iedereen weet de weg. Maar in een stad kan je niet voor iedereen alles regelen, en dat is nu wel de basis van het beleid. Dat kan niet. Je moet dat afbakenen. Je moet zeggen: zoveel mensen kunnen we op een goede manier helpen en dan stopt het daarna. Dan kan je daadwerkelijk aan de slag met alle mensen die we willen helpen. We zijn het er, denk ik, allemaal over eens dat dakloosheid een groot probleem is in Den Haag. Ik bedoel, ik ben zelf een kind van daklozen, mevrouw Mostert. Dus kom bij mij niet aan dat ik niet weet waar ik het over heb of dat het een groot probleem is. Maar we moeten het afbakenen.
Dat is heel belangrijk. Ik hoop dat dat ook wordt ingezien door de partijen die het volgens mij allemaal met mij eens zijn dat we er wat aan moeten doen. De voorzitter. Er is nog een vraag van mevrouw Mostert. Marije Mostert (D66). Ik constateer dat ik geen antwoord heb gekregen op mijn vraag. De voorzitter. Dat is een constatering en geen interruptie, en over het onderwerp waarop u al drie pogingen heeft gehad. De voorzitter. Door de heer Kruis wordt de volgende motie (I.5 PVV) ingediend:
Motie I.5 PVV Duidelijke doelstellingen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 7 september 2023, ter bespreking van I Voorstel van het college inzake Vaststelling Beleidskader aanpak Dakloosheid ‘Den Haag geeft thuis'. Constaterende, dat: • in het beleidskader geen duidelijke doelstellingen staan om het aantal daklozen te verminderen. 65
Verzoekt het college: • in het beleidskader duidelijke doelstellingen te formuleren om het aantal daklozen voor 2030 te verminderen. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Fatima Faïd (HSP). Voorzitter. Voor ons ligt vandaag het Beleidskader aanpak Dakloosheid. Een goede stap in de richting naar 2030, het jaar waarin dakloosheid uitgebannen zou moeten zijn. We zijn er natuurlijk nog lang niet, maar met alle moties en amendementen erbij komen we al een heel eind en dat geeft ook de munitie voor een klinkklaar startschot. We missen echter nog iets belangrijks in het beleidskader: de vormgeving van de inzet van ervaringskennis. Ervaringskennis is een essentieel onderdeel van de strijd om dakloosheid uit te bannen. Goed beleid kun je alleen maken als je luistert naar de mensen die het meemaken; niet over ons, niet zonder ons. Daarom dienen wij de motie Altijd ervaringskennis bij uitvoeringspraktijk in, die mede is ondertekend door de heer Smit van de Partij voor de Dieren: verzoekt het college om bij beleidskeuzes en de uitvoeringspraktijk altijd eerst een plek te vinden voor de inzet van ervaringskennis alvorens men overgaat tot besluiten en uitvoeren; hierbij samen te werken met belangenorganisaties en (maatschappelijke) partners om de inzet van ervaringskennis vorm te geven. Marije Mostert (D66).
We kregen net best wel goede berichten dat men goed was betrokken. Wat maakt dan uw motie aanvullend? Ik ben benieuwd waar dat 'm in zit. Fatima Faïd (HSP). Dank u wel voor de vraag. Ervaringskennis wordt best wel genoemd, ook in het stuk. Het is alleen niet heel erg concreet gemaakt. Wij vinden echt belangrijk dat concreet is op welke manier je dit gaat inzetten. We horen inderdaad van organisaties dat ze betrokken zijn, maar voor ons als Stadspartij gaat het niet altijd alleen maar om organisaties, maar juist om mensen die daarmee te maken hebben. Het is dus een soort aanscherping van iets wat er al in staat. Het is niet per se kritiek, maar meer een aanscherping en hulp erbij. De voorzitter. Door mevrouw Faïd wordt de volgende motie (I.6 HSP) ingediend:
Motie I.6 HSP Altijd ervaringskennis bij uitvoeringspraktijk De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 7 september 2023, ter bespreking van I Voorstel van het college inzake Vaststelling Beleidskader aanpak Dakloosheid ‘Den Haag geeft thuis' (RIS316085). Overwegende, dat: • ervaringskennis draagvlak kan creëren voor beleidskeuzes en benodigde stappen in de uitvoeringspraktijk; • ervaringskennis een essentieel onderdeel is in de aanpak tegen dakloosheid. Constaterende, dat: • in het beleidskader niet is vastgelegd welke plek ervaringskennis krijgt bij beleidskeuzes en in de uitvoeringspraktijk; • het college het belang van ervaringskennis onderstreept en dit in de toekomst meer wil inzetten. Verzoekt het college: • om bij beleidskeuzes en de uitvoeringspraktijk altijd eerst een plek te vinden voor de inzet van ervaringskennis alvorens men overgaat tot besluiten en uitvoeren; 66
•
hierbij samen te werken met belangenorganisaties en (maatschappelijke) partners om de inzet van ervaringskennis vorm te geven.
En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Lesley Arp (SP). Voorzitter. Ik zal het relatief kort houden. Met een nieuw beleidskader tegen dakloosheid, wat we als SP als een grote stap vooruit zien ten opzichte van het Tien Punten Plan, wordt geprobeerd om een grote sprong te maken richting 2030. Maar wat de SP betreft, is het nu vooral de tijd om goede uitvoeringsplannen te maken. We zijn dan ook bijvoorbeeld zeer benieuwd naar de aankomende voortgangsrapportage over het doorbraakplan. Om terug te komen op de commissie, waar de ETHOS-Light telling is besproken: mijn fractie vindt dat we niet pilots van andere gemeenten moeten afwachten. Hier kan ik mij volledig aansluiten bij het betoog van de ChristenUnie/SGP. Ook staan we onder een aantal andere goede moties van de ChristenUnie/SGP en de Partij voor de Dieren. De vergadering wordt van 16.31 uur tot 16.34 uur geschorst. Wethouder Vavier (GroenLinks). Voorzitter. Dank aan de leden van de raad voor de mooie complimenten, ook in de commissie van vorige week, voor dit beleidskader Den Haag geeft thuis, voor een einde aan dakloosheid in 2030. Heel veel dank ook, zeg ik graag hier nogmaals, aan alle instellingen die hebben meegedaan aan het participatietraject begin dit jaar, dat vrij uitgebreid was, en die hun input hebben geleverd.
Zonder al die input van ervaringsdeskundigen, professionals en instellingen hadden we niet zo'n kader gehad als we nu hebben liggen. Dat wilde ik graag even markeren hier. Dank ook aan de leden van de commissie voor de ingediende amendementen en moties. Ik ga ze een voor een langs. Ik begin natuurlijk bij het amendement over het meest spannende onderwerp waar we het de afgelopen debatten over hebben gehad als het gaat om de aanpak van dak- en thuisloosheid. Dat is amendement I.A van de ChristenUnie/SGP over de ETHOS-telling. In de inbreng van mevrouw Klokkenburg is toch wel ten onrechte de suggestie gewekt dat we geen telling zouden gaan doen. In het beleidskader staat wel degelijk dat we die gaan doen. De vraag is dus niet of we het gaan doen, maar hoe. De ETHOS-telling wordt nu in pilots uitgevoerd in Den Bosch en Oss. We hebben contact gehad met onze vrienden in Den Bosch. Het is toch wel echt heel verstandig om de resultaten even af te wachten. In het commissiedebat is ook door de PvdA gezegd dat we ook vooral even moeten kijken naar het capaciteitsbeslag van de telling. We krijgen nu al signalen dat de capaciteit die gevraagd wordt om zo'n telling te coördineren, echt wel aanzienlijk zwaarder is dan wordt gesuggereerd. We willen dus ook wel heel graag de ervaringen even afwachten.
Daarnaast willen we kijken of zo'n telling de informatie geeft die we nodig hebben om het beleidskader verder te verfijnen, of dat we zelf eigenlijk dieper willen. Want dat is het geval. We willen zelf eigenlijk meer weten. Dus niet alleen maar bankslapers en jongeren uit de jeugdzorg, we willen juist ook kijken wat voor problemen deze mensen hebben en wat hun behoeften zijn. Dat is de reden dat we in het beleidskader hebben gezegd dat we zeker willen gaan tellen en de groep breed in beeld willen brengen. Maar we wachten even tot de pilots zijn afgerond en het ministerie daar een advies over heeft gegeven. Dan kunnen we ook beter inschatten wat het capaciteitsbeslag voor de gemeente, maar zeker ook voor de instellingen is. Dit amendement probeert de tekst wat aan te scherpen. Het zegt niet 'ga dit nu doen', vraag ik ook even via de voorzitter, want als dat het geval is, ontraadt het college het amendement. Als dat niet het geval is en de ChristenUnie vooral de tekst in het beleidskader wil aanscherpen en duidelijk wil maken dat de raad het heel erg belangrijk vindt dat we de groep breed in beeld brengen, dan kunnen we hiermee uit de voeten. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Er is inderdaad heel veel verwarring over ontstaan, omdat het volgens meerdere mensen niet helder in het beleidskader staat.
Daar staat dat we de data op een bepaalde manier gaan bewerken, niet dat we gaan tellen. Dus daarom dit amendement, zoals in de 67
toelichting ook staat. We willen de groep goed in beeld brengen. Dat is de reden voor dit amendement. Dus ook die telling, en natuurlijk op de meest nette manier die we kunnen doen. Wethouder Vavier (GroenLinks). Dank voor de toelichting van de ChristenUnie/SGP. Ik zie dat als een bevestiging dat het niet de bedoeling is dat we nu meteen aan de pilots mee moeten doen. Die zijn echt nog heel erg onhandig. Alles gaat op papiertjes. Dat is ook een van de redenen waarom het zo veel capaciteit vraagt. We willen dus echt even kijken op welke manier dit verder kan worden ontwikkeld en hoe wij het kunnen gebruiken om breed in beeld te brengen hoe de doelgroep in elkaar zit. In dat geval kan het college verder met dit amendement. Het tweede amendement is I.B, Monitor doelstellingen. Dit amendement moet het college helaas ontraden. We herkennen wel de brede behoefte aan een monitor. Je ziet ook wel dat er allerlei verschillende rapportages naar de raad toe komen. Die komen ook op verschillende momenten in het jaar. In de commissie heb ik daarover gezegd dat we graag willen kijken hoe we dat beter bij elkaar kunnen brengen. Het is ook door de inspreker gezegd: betrek de commissie Ruimte daar nou bij. De commissie Ruimte krijgt vanuit Ruimte en Wonen heel veel rapportages.
Het college wil zeker samen kijken op welke manier we de monitoring goed kunnen organiseren, zodat die voldoet aan uw informatiebehoefte, maar zeker ook aan die van ons, om te kunnen bijsturen gedurende de periode. Maar dit amendement is te verstrekkend. Daarom ontraadt het college het. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Dan ben ik toch benieuwd waar het licht zit tussen wat de wethouder zegt en wat er in dit amendement staat. Natuurlijk wordt er op verschillende manieren gerapporteerd en gaat het naar verschillende commissies. Maar juist als je zo'n integrale aanpak wil, is het ook handig om er integraal over te rapporteren en dat we niet als raad overal onze cijfertjes vandaan moeten plukken om te kijken hoe het gaat met dit kader. Vandaar dat we in de commissie hadden gevraagd om indicatoren toe te voegen. Ik had het idee dat de wethouder daar toen welwillend tegenover stond. Dus ik heb er wat op papier gezet. Ik ben dus wel verbaasd over deze reactie. Met welke indicatoren kan de wethouder dan niet uit de voeten? Waar zou ze wel mee uit de voeten kunnen? Wethouder Vavier (GroenLinks). Dank voor deze vraag van de ChristenUnie/SGP.
Ik heb in de commissie toegezegd dat we samen met de commissie Ruimte, of met de portefeuillehouders op Wonen en Ruimte, gaan kijken op welke manier we de verschillende monitoren bij elkaar kunnen voegen of in ieder geval gelijktijdig naar de raad toe kunnen sturen en dan die verbanden kunnen aanbrengen. Met dit amendement, als het wordt aangenomen, legt de raad het college echt vast op een aantal dingen die we nu nog niet kunnen meten. Dan bedoel ik bijvoorbeeld de wachttijd maatschappelijke opvang. Die is nu nog niet uit het systeem te halen. De wachtlijst is echt een momentopname. Daarvan is de vraag of het zin heeft om die een keer per jaar te krijgen. Het aantal gerealiseerde plekken beschermd wonen in Den Haag valt ook buiten dit beleidskader. Als dit een motie was geweest, dan hadden we bij de afdoening daarvan met u kunnen bespreken op welke manier we die monitor gaan invullen. Maar dit is een amendement. Dat maakt dat we alles letterlijk moeten overnemen en we kunnen er niet mee uit de voeten. Marije Mostert (D66). Ik heb nog een vraag over het vorige amendement over het in beeld brengen van dak- en thuisloosheid. Kan de wethouder nog een termijn verbinden aan de evaluatie en hoe we het gaan doen in Den Haag? Wethouder Vavier (GroenLinks). Mevrouw Mostert noemt het een evaluatie, maar volgens mij hebben we het over een telling en het in beeld brengen van de groep.
We willen echt wel even wachten tot de resultaten van de pilots bekend zijn. Dus na de pilots kunnen we een voorstel uitwerken voor op welke manier we dat gaan doen. Ik kan op dit moment echt geen inschatting maken. De pilots zijn nu al bezig in Oss en in Den Bosch. Er moet ook even tijd besteed worden aan een goed advies. De staatssecretaris moet er nog iets mee doen. We hebben ook nog iets met verkiezingen en een nieuw kabinet. Het zal dus wel even duren. De voorzitter. Gaat u verder, wethouder. 68
Wethouder Vavier (GroenLinks). Dank. Ik was gebleven bij het standpunt van het college dat we die monitor ontraden zolang het in een amendement staat. Zou het een motie zijn, dan zouden we daar een voorstel voor kunnen doen. Dan ga ik door naar de moties. In motie I.1 van de ChristenUnie/SGP, Vang mensen op bij extreem weer, worden in het dictum verschillende elementen bij elkaar geveegd. De winterkouderegeling openstellen met kerst en oud en nieuw gaan we heel graag doen. Daar hoeft de raad dan niet meer om te vragen, zoals vorig jaar is gedaan. Opvang bij extreme hitte in de WKR is echt wel ingewikkeld, want de winterkouderegeling is een nachtopvang. 's Nachts opvang is ook wel altijd fijn, maar bij extreme hitte heb je overdag koelteplekken nodig. Er zijn meerdere kwetsbare doelgroepen in de stad die overdag koelteplekken nodig hebben. Ik wil dit onderdeel van het dictum om het hier te doen en het te koppelen aan de winterkouderegeling ontraden en kijken hoe we dit met elkaar kunnen organiseren in het hitteplan. Dan komt absoluut aan de orde op welke manier we fysieke koelteplekken kunnen realiseren. En die voorspelde code geel, rood of oranje is heel breed. We hebben het hier ook over gehad in de commissie. Dat doen we al in de periode dat de WKR geldt. Daarbuiten is dat echt te breed. Dus ook dit onderdeel van het dictum ontraadt het college.
We kunnen dus alleen meegaan met de wens van de raad om de WKR open te stellen tijdens kerst en oud en nieuw. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Wat is volgens de wethouder te breed aan code geel, rood of oranje als je daarin ook zou lezen stormen en noem maar op, echt weer dat gevaar kan opleveren? Daar gaat het natuurlijk om. Kan de wethouder er op die manier mee uit de voeten? Wethouder Vavier (GroenLinks). Dan zou je dus ook een fysieke locatie beschikbaar moeten hebben in die maanden. Dus dan zou de WKR jaarrond moeten. Dat is echt op dit moment nog niet mogelijk. En code geel kan ook dichte mist zijn bijvoorbeeld. Dat is dan niet extreem genoeg. In ieder geval ontraadt het college deze motie, maar we zullen wel de WKR openstellen met kerst en oud en nieuw. Marije Mostert (D66). Ik probeer nog even mee te denken over hoe dat bij hitte zou kunnen. Zou bijvoorbeeld de plek van de permanente winteropvang daar dan niet geschikt voor gemaakt kunnen worden, omdat die wel overdag open is? Wethouder Vavier (GroenLinks). Heel fijn dat mevrouw Mostert constructief meedenkt. Dat moeten we echt even bekijken. Misschien zijn er wel meer koelteplekken nodig in de stad, omdat we ook weten dat meerdere kwetsbare doelgroepen in de stad hier behoefte aan hebben. We willen dit dus breder bekijken dan alleen de permanente winteropvang.
Motie I.3 van de Partij voor de Dieren, Duidelijkheid openstelling jaarrond permanente winteropvang, verzoekt om in overleg met ervaringsdeskundigen, het werkveld en de maatschappelijke organisaties onderzoek uit te voeren naar jaarrond 24 uursopvang. Dat is absoluut ook wat we gaan doen. Maar deze motie vraagt om begin 2024 daar al met een rapportage over te komen en dat is echt te vroeg. Het college wil er echt even goed de tijd voor nemen, met name ook omdat we nog bezig zijn met een vaste locatie. Daarnaast, als uw raad het echt serieus meent met participatie en de inzet van ervaringsdeskundigheid, dan kunnen we niet in september met een motie regelen dat we in januari een uitgewerkt plan hebben. Daarom ontraadt het college deze motie. De volgende motie is I.4, Meer plek voor dakloze mensen met gezondheidsproblemen. Het is absoluut een grote wens van het college om daar meer voor te organiseren en daar ook een breder beeld van te hebben. We zien bijvoorbeeld ook dat de groep dakloze mensen aan het vergrijzen is. Het is dus echt heel erg belangrijk dat voor mensen met somatische problematiek goede zorg en goede opvang zijn geregeld. Wat betreft medische zorg zijn we al in gesprek met partijen over het versterken van de medische opvang. Maar als het gaat om somatische zorg en dan met name somatische verblijfszorg, dan zoeken we dat echt ook in de zorgketen.
Dan is misschien een hospice of een plek in een verpleeghuis veel beter. We gaan dus niet aparte opvangplekken regelen, maar we gaan wel ervoor zorgen dat mensen met somatische problematiek beter worden geholpen. Het college gaat dus wel aan de slag met deze groep, maar deze motie ontraden we. De laatste motie van de Partij voor de Dieren is I.2, Daadwerkelijk meer cliëntenondersteuners maatschappelijke opvang. Het spijt me heel erg voor de Partij voor de Dieren, maar ook deze motie 69
ontraadt het college, omdat die overbodig is. De ondersteuning van cliënten en het benutten van ervaringsdeskundigheid zijn heel erg belangrijk voor het college. Die zijn ook heel erg belangrijk voor de uitvoering van het plan. Dat doen we via de belangenbehartiging en ook via de cliëntenondersteuning. Uit gesprekken met de instellingen is op dit moment niet gebleken dat er behoefte is aan meer. Er zijn geen signalen bekend over een tekort. Robin Smit (PvdD). Bij de laatste motie zit, denk ik, wat ruis op de radar tussen de signalen die wij als raad horen en de signalen in het ambtelijk apparaat. Is het misschien een idee dat de wethouder die signalen toch nog onderzoekt middels een gesprek en daarop terugkomt bij bijvoorbeeld de arbeidsmigrantenaanpak? Wethouder Vavier (GroenLinks). Dat is dan een focus met name op de cliëntenondersteuning van arbeidsmigranten. Zo heb ik het dictum niet gelezen. Het is ook een toezegging die ik graag zou willen doen, maar waar ik ook collega Balster even voor nodig heb, omdat collega Balster aan de slag is met de arbeidsmigrantenaanpak. Maar we weten ook dat we vorig jaar Barka extra hebben ondersteund om de cliëntenondersteuning uit te breiden.
We zijn dus zeker bereid om in gesprek te gaan - altijd zijn we bereid om in gesprek te gaan - maar als het gaat om dit specifieke punt, zullen we dat even moeten in het kader van de aanpak Arbeidsmigratie in goede banen. Ik wilde ook nog onderstrepen de opmerking van de heer Smit van de Partij voor de Dieren over het tegengaan van stigma van dak- en thuisloze mensen. Dat is ook iets waar het college zich heel hard voor wil maken, samen met de ervaringsdeskundigen en de instellingen. Ik kom bij de amendementen en moties van de VVD. Ik begin met amendement I.D. Dat vraagt om 'oog voor de omgeving' toe te voegen. Dit amendement acht het college overbodig. De acties in het beleidskader zijn erop gericht om dakloosheid te voorkomen. Een eigen plek draagt juist bij aan het voorkomen van overlast in de omgeving. De samenwerking met de omgeving is een heel nadrukkelijk element, ook bij het organiseren bijvoorbeeld van nieuwe opvang. Het college kan zich ook niet herkennen in de stelling van de VVD dat we geen oog hebben voor de omgeving en dat we geen lessen leren. De permanente winteropvang is juist een heel goed voorbeeld geweest van hoeveel contact er is geweest met de omgeving, met de politie, met de winkeliers, met de bewoners, en hoe snel we hebben gehandeld bij klachten en bij zorgen. De APV is bijvoorbeeld aangepast op basis daarvan.
Het college herkent zich dus niet in de opmerking van de VVD dat we geen oog zouden hebben voor de omgeving. Minke Hofstra (VVD). Hoor ik de wethouder nu zeggen dat er op dit moment geen problemen worden ervaren? Wethouder Vavier (GroenLinks). Nee, dat hoort de VVD de wethouder niet zeggen. Minke Hofstra (VVD). Wat zegt de wethouder tegen alle Hagenaars die nu overlast ervaren? Wethouder Vavier (GroenLinks). De ervaren overlast is op heel veel verschillende plekken echt ook wel heel erg verschillend. Op al die verschillende plekken wordt er ook in overleg gegaan met de winkeliers, met de ondernemers en met de bewoners. Natuurlijk willen we absoluut niet dat er überhaupt overlast is of dat die wordt ervaren. Dat is precies de reden waarom we met oog voor de omgeving ook elke keer inzetten op overleg met maatschappelijke organisaties en kijken met de boa's, met de politie en met de boswachters hoe we de overlast zo veel mogelijk beperken. Minke Hofstra (VVD). Dan concludeer ik toch dat deze wethouder geen gehoor geeft aan de signalen van overlast en dat die ook geen plek krijgen in de plannen die nu voorliggen. Wethouder Vavier (GroenLinks). Die conclusie laat ik aan de VVD. Het college herkent zich daar niet in. Motie I.10 roept op om voorwaarden te stellen aan tijdelijke opvang van EU-migranten. Deze motie is overbodig. We hanteren voorwaarden.
Die voorwaarden komen voort uit de hoofdlijnen van de landelijke aanpak die gezamenlijk door de betrokken ministeries, de G4 en andere stakeholders zijn 70
opgesteld. Die zijn opgesteld op basis van onderzoek naar de doelgroep. Die voorwaarden zullen we hanteren. Daarom is deze motie niet nodig. Minke Hofstra (VVD). Gaat het om de voorwaarden die door de VVD beschreven zijn in de motie, zoals binding met de regio, terug willen naar werk en daar ook echt aan meewerken? Wethouder Vavier (GroenLinks). Ja, de genoemde voorwaarden zitten ook in de landelijke aanpak. Daarom is deze motie dus overbodig. Motie I.9 verzoekt het college om de tijdelijke opvang van EU-migranten te maximeren op vijf werkdagen. Het college onderschrijft echt volledig de wens van de VVD dat deze tijdelijke opvang echt bedoeld is om even rust en overzicht te creëren en arbeidsmigranten verder te helpen naar eventueel een andere baan of opvang of wat dan ook. Maar om het te maximeren op vijf werkdagen, werkdagen nog wel, is niet doelmatig. Uit onderzoek is gebleken dat meer tijd nodig is om die rust te creëren. Om ook echt succes te hebben, is gebleken uit onderzoek dat we ongeveer een paar weken nodig hebben. Het is niet zo dat dit een eindeloos, uitzichtloos openeindeverblijf is. Het is echt tijdelijk. Maar vijf dagen is te kort om ook echt resultaat te kunnen boeken. Daarom ontraadt het college deze motie. Motie I.8 gaat over de informatiepositie en het budgetrecht.
Ik heb hierover advies gevraagd aan collega Bruines van Financiën, want dit zijn echt begrotingsregels die de VVD graag wil aanpassen. Het budgetrecht van de raad betreft de totale begroting. Als de VVD het op een andere manier gerapporteerd wil zien, dan moeten de begrotingsregels worden aangepast. De beste plek daarvoor is tijdens de begrotingsbehandeling in overleg met de wethouder Financiën. Als het gaat om structurele versus incidentele middelen: de suggestie klopt niet. We financieren structurele activiteiten met structurele middelen. De incidentele middelen worden ingezet voor incidentele activiteiten en incidentele projecten. Je zou dan kunnen denken aan de Woonwaaier of projectkosten voor de realisatie van de EU-arbeidsmigrantenlocatie. Dat soort activiteiten worden gefinancierd met de incidentele middelen. Het college ontraadt dan ook deze motie. Ik heb nog twee moties en nog wat vragen van de D66-fractie. De handreiking queersensitief handelen ligt bij de vormgever. Platter dan dat kan je het niet bedenken. Maar die komt hopelijk volgende week naar de raad. We hebben het in de commissie gehad over de term 'paradijsvogels'. Dat is in de werkgroepen zo benoemd. Dus vanuit de maatschappelijke instellingen is dit zo gekomen. Maar als de raad zich stoort aan de term 'paradijsvogels', bedenken we met alle liefde iets anders.
Het allerbelangrijkste is dat we iets organiseren voor deze mensen. Marije Mostert (D66). Fijn om te horen. Dank voor dat antwoord aan de wethouder. Even een formele vraag: moet dit dan nog in een amendement of kan het gewoon zo aangepast worden? Wethouder Vavier (GroenLinks). Nee, dat hoeft niet in een amendement. We willen natuurlijk nog wel even met de instellingen zelf bespreken wat een passende term is en ook welke term de lading dekt. Sebastian Kruis (PVV). Dit is dus precies waarom de gemeente totaal geen grip krijgt op dit probleem. Gaan we lekker met die instellingen in gesprek over welke term ze gaan gebruiken. Dat is toch precies waar het nu niet over zou moeten gaan? Het moet gaan over de aanpak van de overlast, over het terug helpen van mensen naar hun land van herkomst. Daar moet het toch over gaan, toch niet over dit soort gezever? Wethouder Vavier (GroenLinks). Het college kan het eens zijn met de heer Kruis dat dit inderdaad extra tijd gaat kosten, maar dat is het verzoek van de raad. Sebastian Kruis (PVV). Dan ben ik toch wel via de wethouder benieuwd hoe D66 reageert op deze oproep van het college, dat met mij het vizier wil houden op een oplossing in plaats van gezeur over een term.