RIS316553 Verbeter bereik energiecoaches bijlage 1
Tekst van het document
TNO Publiek
22/57
TNO Publiek TNO 2023 P11628
“Sowieso zijn al mijn kozijnen aan de binnenkant beschimmeld. Dan maak ik het schoon en na twee, drie weken is het weer terug.” “Ze heeft geen last van schimmel in huis. De badkamer schimmelt af en toe wel, maar dat komt omdat deze inpandig is en er geen raampje is.” Wel gaf één respondent aan dat de schimmel in de badkamer is afgenomen nadat er betere ventilatie is gekomen. Schimmel en vocht speelt een minder prominente rol bij de interviews uit 2022 Het schimmel- en vochtprobleem lijkt in de interviews van vorig jaar een minder prominente rol te spelen. Bij een enkele inwoner is er sprake van schimmel- en vochtvorming. Dit heeft wel meteen een sterk effect op de astmatische klachten van de bewoner. Een andere bewoner geeft aan dat het buiten zijn macht valt aangezien het betonrot al beneden in de hal van zijn appartementencomplex begint.
De bewoner geeft aan dat er grote schimmelplekken zijn in de douche. De schimmelwerende verf heeft even geholpen. (Omschrijving gespreksverslag) In de interviews van 2023 zijn meer schimmel- en vochtproblemen vastgesteld bij bewoners. Dit zou kunnen komen door de hogere energiekosten waardoor mensen minder zijn gaan stoken waardoor de problematiek rondom schimmel en vocht is toegenomen.
3.3
Betaalbaarheid energierekening Veel bewoners geven aan dat hun energierekening hoog is, of hoger is geworden Het merendeel van de bewoners geeft aan dat de kosten in de afgelopen maanden sterk gestegen zijn door de energiecrisis. Hoewel de prijsstijgingen effect hadden op zowel de rekeningen voor warmte als elektriciteitsgebruik zien bewoners dat vooral de rekening voor warmte, veelal d.m.v. aardgas, sterk is gestegen. Voor sommige bewoners was deze prijsstijging zo aanzienlijk dat zij in de winter van 2022/2023 honderden euro's (soms meer dan 1000 euro) per maand moesten betalen.
“En ik heb heel weinig gebruikt. Echt. Ik heb 1000 euro betaald. Ik word gek. Ik ben echt arm geworden hoor. Echt. Tien keer meer betalen. Tien keer. Dus ik ben alleen maar aan het werken, en deze kosten betalen.” “Ik woonde daar sinds 2009. Ik heb het idee dat het ook steeds erger wordt, kan dat? Kan je huis steeds slechter worden? Ik merkte er in het begin namelijk niet heel veel van. Op gegeven moment was mijn energierekening 530 euro per maand.” Enkele bewoners geven aan dat zij ook vóór de energiecrisis problemen hadden met het betalen van de energierekening. Het merendeel van de bewoners geeft overigens aan dat het betalen van de rekening vooral lastig is geworden sinds de energiecrisis. Voor sommigen zijn de rekeningen op dit moment nog te overzien. Wel geven zij aan dat de verhouding energiekosten t.o.v. hun inkomen toeneemt. Deze bewoners doen uit voorzorg voorzichtig met hun energieverbruik en met andere uitgaven. Ook geven sommigen aan dat zij bang zijn voor naheffingen aan het eind van het jaar. Dit speelt vooral bij bewoners die onvoldoende zicht hebben op hun verbruik in de tussentijd. Andere bewoners komen nu al in de problemen met het betalen van de rekening en hebben soms een betalingsachterstand of een betalingsregeling getroffen met de energieleverancier.
TNO Publiek
23/57
TNO Publiek TNO 2023 P11628
“Maar dat heeft ook voor een heel groot deel te maken met het feit dat ik niet kan stoken. [ze kan dit niet betalen] En dat heeft dus ook weer niet te maken met de energiestijgingen, want dat was al jaren zo, lang voordat daar ook maar iets in veranderde. Vóór de inflatie.” “Ik heb nu ook nog steeds meer dan 4.500 euro open staan bij Vattenfall? Die heb ik gewoon in termijnen gedaan, maar dan... Ik moest meer betalen dan dat ik verdiende die maanden, dus dat was een beetje vervelend.” Bij navraag blijkt dat een deel van de bewoners de energietoeslag van 1300 euro hebben ontvangen. De mate waarin dit toereikend was verschilt sterk omdat de energierekening bij sommige bewoners vele male hoger was dan deze toeslag. Toch geven een aantal bewoners aan dat deze toeslag hen heeft geholpen om rond te kunnen komen. Een deel van de bewoners kwam niet in aanmerking voor de energietoeslag. Zij vermoeden zelf dat hun inkomen vanuit werk net te hoog is om in aanmerking te komen voor een dergelijke toeslag. Toch zou deze toeslag voor een aantal van hen een grote impact kunnen hebben omdat het aandeel energiekosten t.o.v. hun inkomen sterk is gestegen. Situatie was een jaar geleden dragelijker, maar bewoners maakten zich wel zorgen De situatie rond de betaalbaarheid van de energierekening was een jaar geleden minder zorgelijk.
Meerdere bewoners gaven aan dat ze op dat moment nog geen verschil ervaren in hun uitgavepatroon door een hogere energierekening. Er bleek bij de doelgroep wel al een groeiend besef dat de kosten zouden kunnen stijgen het komende jaar. Ze kregen dit mee via het nieuws, het was een onderwerp in hun eigen netwerk of ze werden door hun energieleverancier ingelicht. Het merendeel van de bewoners gaf aan dat ze zich angstig voelden over een onzekere financiële situatie met stijgende energieprijzen in de toekomst. Daarover werd wél stress ervaren. De meeste bewoners speelden hierop in door hun maandbedrag bij de energieleverancier alvast wat hoger te zetten om de extra kosten aan het einde van het jaar wat te drukken. De energierekening was ook vorig jaar al wel een grotere prioriteit in het leven van bewoners geworden.
De bewoner ervaart geen problemen met het betalen van de rekening. Ze ziet wel dat het meer van zijn inkomen beslaat dan eerder maar past energieverbruik daar niet op aan. (Omschrijving gespreksverslag) De gestegen energierekening heeft soms vergaande gevolgen voor de financiële situatie van bewoners De gestegen energiekosten hebben op veel verschillende manieren invloed op de financiële situatie van bewoners. Een groot deel van de bewoners geeft aan dat zij meer op hun uitgaven letten om te voorkomen dat zij niet rond kunnen komen. In sommige gevallen heeft de energierekening direct effect op de mogelijkheden van bewoners om hun situatie te verbeteren. Zo geeft één respondent aan dat hij graag zijn koopwoning zou isoleren maar dat de grote stijging in energiekosten het op dit moment onmogelijk maakt om in maatregelen te investeren. Deze maatregelen zouden echter veel kunnen bijdragen aan het verlichten van zijn lasten. Bewoners komen op die manier dus in een vicieuze cirkel terecht waar zij door de slechte staat van de woning de middelen niet hebben om te verduurzamen en hun situatie uiteindelijk in stand houdt of verergert (zie Figuur 3.1).
TNO Publiek
24/57
TNO Publiek TNO 2023 P11628
Figuur 3.1: Vicieuze cirkel die de financiële problemen bij huishoudens in slechte woningen in stand houdt en/of verergert.
Ook kunnen de gestegen energiekosten soms een grote impact hebben op de basisbehoeften van bewoners. Zo vertelde één bewoner dat zij door een naheffing en sterk gestegen termijnbedrag van haar energieleverancier uiteindelijk bij de voedselbank is terechtgekomen.
TNO Publiek
25/57
TNO Publiek TNO 2023 P11628
Casus bewoner: Shannon (fictieve naam) kan door haar gezondheidsbeperkingen niet meer werken. Haar fysieke beperkingen hebben een domino-effect veroorzaakt; Zij heeft een aandoening die o.a. zorgt voor stijfheid en pijn in haar spieren. Hierdoor is zij minder mobiel en alledaagse activiteiten kosten haar meer energie, waardoor ze een aantal jaar geleden in de bijstand terechtgekomen is. De geringe financiële middelen zorgen voor een minder comfortabel leven. Ze is altijd al bezig geweest met energie besparen door bijv. de thermostaat niet te hoog te zetten en lager te draaien als ze weggaat. Door de verandering in haar financiële situatie een paar jaar geleden is dit een nog grotere prioriteit geworden. Zo heeft ze o.a. geïnvesteerd in een slimme thermostaat die ze tijdens de energiecrisis nog lager heeft ingesteld. Ook heeft zij de keuze gemaakt om bepaalde apparaten niet meer te gebruiken of zelfs weg te doen om energie te besparen, zoals een oven en een TV. In online groepen op sociale media en fora wisselt ze bespaartips uit met lotgenoten. Ondanks haar financiële situatie wist ze goed rond te komen en zelfs wat geld te sparen. Dit veranderde met de stijgende energieprijzen toen haar energieleverancier haar termijnbedrag meer dan verdubbelde. Ze had hier geen controle over, aangezien ze haar rekening slechts 20% naar beneden bij kon stellen.
Ze gaf aan dat dit haar net het zetje over de rand gaf waardoor ze bij de voedselbank terecht kwam voor extra steun. Ze schaamt zich hiervoor. Ook moest ze elke dag keuzes maken over welke levensbehoeften prioriteit hadden.
“Maar ik moest... vorig jaar moest ik extra betalen. Ja, het was denk ik dubbel, of ruim dubbel waardoor ik naar de voedselbank moest en gewoon in de problemen kwam.” De stress van haar financiële situatie zorgde ervoor dat de pijnklachten van haar aandoening toenamen en haar mobiliteit en energie verder werd beperkt. Dit betekent ook dat sommige manieren om geld te besparen, zoals het reizen naar een goedkopere supermarkt, soms te zwaar werden. Deze neerwaartse spiraal bleek achteraf niet nodig te zijn geweest: het termijnbedrag was door de energieleverancier te hoog ingeschat. Shannon kreeg dan ook een groot bedrag terug bij de eindafrekening. Een buffer die haar in de loop van het jaar een hoop spanning en problemen had kunnen besparen.
Meerdere bewoners gaan in discussie over energierekeningen met aanbieders In de gesprekken met bewoners over de energierekening kwamen meerdere verhalen naar voren van bewoners die ontevreden waren over hun energierekening of bijkomende kosten. Zo benoemde meerdere bewoners dat zij contact hebben gehad met hun energieleverancier of woningcorporatie nadat hun energieverbruik sterk was gestegen zonder dat zij dit zelf konden verklaren met veranderingen in het gedrag. In sommige gevallen leidt dit tot het opvragen van missende specificaties of zelfs het indienen van een bezwaarschrift, met wisselend succes. Eén bewoner gaf daarnaast aan dat het gestegen verbruik een direct gevolg was van technische aanpassingen die de woningcorporatie had getroffen om vorst in leidingen te voorkomen.
TNO Publiek
26/57
TNO Publiek TNO 2023 P11628
Ook het verkeerd inschatten van termijnbedragen wordt door bewoners genoemd als frustratiepunt. Zo hebben sommige bewoners moeite met het betalen van een te hoog ingeschat maandelijkse termijnbedrag terwijl andere bewoners aan het eind van het jaar worden opgeschrikt door een hoge naheffing. Bewoners die aangeven inzicht te hebben in hun verbruik met apps of online software ervaren vaak minder stress over de eindafrekening omdat zij beter zicht hebben op hoe zij ervoor staan. Toch kan dit niet altijd financiële problemen voorkomen omdat bijvoorbeeld termijnbedragen niet bijgesteld kunnen worden door bewoners. Daarnaast werden ook situaties benoemd waarin woningen geen individuele meters bevatten en bewoners dus ook voor buren betalen of waarin bewoners betalen voor een gasmeter die zij niet gebruiken. In al deze casussen komt naar voren dat het contact met een energieleverancier of verhuurder vaak moeizaam verloopt en dat bewoners maar beperkt inzicht krijgen in hun eigen verbruik en de bijbehorende energiekosten.
“Ik betaal wel voor de gasmeter, 216 of 260 euro per jaar. Nou, daar ben ik ook helemaal boos over. Ik betaal iets waar ik geen gebruik van maak.” “Je hebt totaal, eigenlijk, geen inzicht in wat je verbruikt hebt. Ja, wat je verbruikt hebt dan via de metertjes. We betalen de verwarming zelf en het warm water. […] Het zijn 100 woningen en ze doen dan collectief, wat de hele flat verbruikt, en dat delen ze door 100. Maar dat doen ze dus met het gas in de keuken, maar ook het water, waardoor ik dus voor anderen betaal. Ik ben alleenstaand, maar ja, je hebt ook gezinnen met vier man of zoiets, hè. Daar heb ik mij heel hard voor gemaakt, dat ik eigen meters wil hebben.” Enkele bewoners hebben weinig zicht op hun energierekening Enkele bewoners gaven aan weinig inzicht te hebben op hun energierekening. Het gaat hier hoofdzakelijk om personen die zelf niet verantwoordelijk zijn voor het afhandelen van de energierekening. Dit kunnen bijvoorbeeld ouderen zijn waarvan familieleden de administratie doen of personen die een bewindvoerder of dienstverlener hebben die dergelijke zaken regelen. Wanneer bewoners geen inzicht hebben in de energierekening lijkt dit er ook voor te zorgen dat zij weinig tot geen stress ervaren over het betalen van deze rekeningen.
“Zoals ik je verteld heb, mijn dienstverlening, die betalen alles voor me. Dus daar ben ik heel blij mee. Ook die hoge energierekeningen van een aantal jaar geleden hebben ze... Ja, ze zullen er wel niet blij mee geweest zijn, maar ze hebben dat toch betaald en daar ben ik ontzettend blij mee.”
3.4
Strategieën om energie en kosten te besparen Door de gestegen energieprijzen zijn bewoners in toenemende mate bezig met (energie)besparing Bewoners zijn bewust bezig met het besparen van energie. Het verschilt per bewoner hoe lang zij hier al mee bezig zijn. Bewoners die aangeven dat zij al langere tijd bezig zijn met het besparen van energie doen dit vaak omdat zij ook al langer te maken hebben met beperkte financiële middelen.
TNO Publiek
27/57
TNO Publiek TNO 2023 P11628
Uit de interviews van vorig jaar komt naar voren dat bewoners zich destijds al zorgen maakten over de energieprijzen in de toekomst en daarom bewust op zoek gingen naar informatie over prijsontwikkelingen en verduurzamingsmogelijkheden. Het bewust bezig zijn met de energiekosten en besparen is alleen maar versterkt, blijkt uit de interviews van dit jaar waarin het merendeel van de bewoners aangeeft hiermee aan de slag te zijn. Een groot deel van hen geeft aan dat zij dit vooral zijn gaan doen door de sterk gestegen energieprijzen in het afgelopen jaar. De verschillende verhalen van bewoners geven aan dat vooral tips van familie, vrienden, buren en een energiecoach ervoor zorgen dat mensen informatie krijgen over hoe ze kunnen besparen. Verschillende bewoners geven ook aan dat zij hun eigen kennis over energie besparen weer delen met anderen. Door de energiecrisis zijn mensen bewuster aan de gang gegaan met het meten van de temperatuur in huis maar het inzicht hierin verschilt nog veel tussen bewoners. Opvallend is dat een aantal bewoners geen inzicht heeft in de exacte temperatuur in huis. Zij hebben geen thermometer of thermostaat die dit aangeeft maar zijn in plaats daarvan afhankelijk van de standen op een radiator om een beeld te hebben van hoeveel zij stoken.
Vooral het gebruik van slimme meters en online dashboards van de energieleverancier geven bewoners meer inzicht in hun verbruik en daarmee ook meer inzicht in hoe zij kunnen besparen. Een bijkomend voordeel is dat mensen minder verrast zijn over hun energierekening aan het einde van het jaar.
"Ja, ik ben er ook al twee jaar mee bezig, hoor. Maar uiteindelijk, ja, ik vond het wel interessant. Ja, en het scheelt je gewoon enorm veel geld. En ik vind het ook wel leuk om een uitdaging te hebben." Veel bewoners stoken minder of verwarmen minder ruimtes Bewoners geven aan dat vooral de energierekening voor warmte sterk is gestegen. Het is dan ook voor veel bewoners vanzelfsprekend om de thermostaat een paar graden lager te zetten. Ook zetten zij 's nachts en op dagen dat zij niet of beperkt thuis zijn de thermostaat laag of uit. Naast het verlagen van de thermostaat is ook het beperken van verwarmde ruimtes in huis een tactiek om energie te besparen. In ruimtes die niet of beperkt gebruikt worden zullen bewoners zelden de radiator aanzetten. Daarnaast maken meerdere bewoners de keuze om slaapkamers en badkamers niet meer te verwarmen. Hiermee is de huiskamer soms de enige verwarmde ruimte in huis. Enkele bewoners geven aan dat zij de woning helemaal niet meer verwarmen, ongeacht of zij thuis zijn of niet. Verder benoemen bewoners nog het korter of minder vaak douchen en het draaien van de wasmachine op een lage temperatuur. Ook zijn sommige bewoners creatief in het voorkomen van kou in de woning door meubels te verplaatsen, tapijten op koude vloeren te leggen en dekens te gebruiken tegen tocht.
"Ik stookte altijd 20. Toen ben ik naar 18 gegaan. Ik denk: zal ik nog verder zakken naar 17,5, want het is voor mij persoonlijk dan het punt van: ja, dat is gewoon niet, dat is gewoon niet leuk meer. Dus heb ik het weer op 18 gezet." "De verwarming in de badkamer heb ik uitgezet, want die stond gewoon de hele dag aan, terwijl je er eigenlijk bijna nooit bent." Voor de bewoners is warm aankleden een gewoonte Om toch warm te blijven geven vrijwel alle bewoners aan dat zij zich warmer aankleden en aanvullend dekens of kruiken gebruiken om in huis warm te blijven. Ook gebruiken sommige bewoners elektrische straalkachels om lokaal in huis voor meer warmte te zorgen. Eén
TNO Publiek
28/57
TNO Publiek TNO 2023 P11628
bewoner geeft zelfs aan dat zij op de koudste dagen van het jaar wel eens in de huiskamer slaapt omdat haar slaapkamer te koud is.
“Ik ben hier echt de winter doorgekomen met thermo-ondergoed, weet je wel? Ja, je probeert natuurlijk zo min mogelijk te stoken.” Op de warme zomerdagen proberen de meeste bewoners koel te blijven door ramen en deuren tegen elkaar open te zetten en gordijnen of zonwering te gebruiken om warmte buiten te houden. Ook gebruiken bewoners (plafond)ventilatoren en luchtbevochtigers om het iets aangenamer te maken in huis. Een enkele bewoner beschikt ook over een mobiele airco. Bewoners beperken het verbruik van energie slurpende apparatuur De meeste bewoners geven aan dat ze beschikken over de benodigde huishoudelijke apparatuur. Daarbij benadrukken bewoners dat wat nodig is, subjectief is. Wanneer bewoners minder te besteden hebben zullen zij wellicht selectiever zijn in wat zij écht nodig hebben. Meerdere bewoners geven aan dat (sommige van) hun apparaten oud en/of energie slurpend zijn. Voor enkele bewoners brengt dit extra zorgen met zich mee over de kosten van het energieverbruik of de aanschaf van een nieuw apparaat wanneer deze kapot gaat.
“Ze doen het, maar niet dat ik een nieuwe kan gaan halen of zo, of dat ze kapotgaan of de wasmachine gaat kapot. […] Dat gaat gewoon niet. Dus als die kapotgaat, mijn wasmachine gaat kapot, dan heb ik een probleem.” Om te besparen op de elektriciteitsrekening geven bewoners aan dat zij vooral bewuster bezig zijn met wanneer zij lampen en huishoudelijke apparaten aan- of uitzetten. Sommige apparaten zoals een wasmachine of vaatwasser worden door bewoners bewust alleen gebruikt op momenten dat het laagtarief van toepassing is en wanneer de apparaten een volle lading hebben. Ook geven enkele bewoners aan dat zij stekkers van huishoudelijke apparaten uit het stopcontact trekken i.p.v. gebruik te maken van een stand-by stand. Een aantal bewoners met kinderen geven aan dat zij ook hun kinderen aanspreken op het gebruik van elektriciteit.
“De binnendeuren dicht houden, omdat het in de keuken en de slaapkamer zo koud is, tochtrollen voor de binnendeuren nog, zodat die kou van de keuken en de slaapkamer niet komt. Ik heb altijd het licht uit. Ik ben opgevoed met de woorden 'deur dicht, licht uit’.” Meerdere bewoners geven aan dat zij bij het aanschaffen van nieuwe apparaten goed letten op het energielabel. In de interviews kwam overigens niet naar voren dat mensen apparaten hebben vervangen omdat deze een slecht label hadden. Apparaten worden in plaats daarvan voornamelijk aangeschaft wanneer iets kapotgaat of bij een verhuizing. Eén bewoner geeft daarnaast aan dat zij bewust een airfryer heeft gekocht omdat deze minder energie verbruikt dan haar oven en gasfornuis. Op deze manier kan zij het verbruik van energie slurpende apparaten beperken.
“Nou ja, mijn oven gebruik ik niet meer. Die verbruikt zo ontzettend veel stroom...”.
TNO Publiek
29/57
TNO Publiek TNO 2023 P11628
Er is een groot verschil tussen het toepassen van strategieën om het energieverbruik te verminderen in vergelijking met 2022 In het stookseizoen 2022 gaven de meeste bewoners aan geen of slechts een enkele strategie toe te passen. Het is mogelijk dat het eerder besproken gebrek aan gevoel van regie hier invloed op heeft. Ze hebben het idee dat het energieverbruik in verhouding al laag is. Een aantal bewoners geeft aan dat dit komt omdat ze gewend zijn om zuinig te leven, maar associëren dit niet direct met een strategie om energieverbruik te verminderen. Zo noemen bewoners een aantal maatregelen die ze al gewend waren om toe te passen voor de energiecrisis, zoals het nog lager zetten van de kachel en minder licht gebruiken. De bewoners die wel de link met energieverbruik strategieën zagen, waren creatief en pasten er meerdere toe. Eén bewoner gebruikte een bloempot met waxinelichtjes als verwarming, draagt meerdere lagen kleding in huis en gebruikt een elektrische deken. Andere gebruikte strategieën waren: kookmethoden aanpassen, eten niet verwarmen, korter douchen, verwarming lager zetten en de afwas doen om op te warmen. Deze strategieën werden vooral door de bewoners toegepast wanneer ze op zichzelf waren. Wanneer de kinderen of ander bezoek langskwam, werd er meer comfort gecreëerd.
Ook gaven een aantal bewoners aan dat ze deze strategieën niet alleen voor het klimaat of de portemonnee toepaste, maar ook bijvoorbeeld vanwege de gevolgen van de oorlog in Oekraïne.
Mevrouw heeft geen strategieën om energieverbruik te verminderen. Wel heeft ze bubbeltjesplastic geplakt en een mat neergelegd tegen de tocht, maar dit is vooral voor comfort. (Omschrijving gespreksverslag) Bewoners besparen vooral op boodschappen, kleding en uitstapjes om rond te komen Met de stijgende energieprijzen zijn bewoners steeds bewuster bezig met het besparen van kosten, zowel op de energierekening als op andere uitgaven. Zoals besproken zijn bewoners bewust bezig met het besparen van energie om de kosten te drukken. Het overstappen van energieleverancier wordt hierin niet specifiek benoemd door bewoners als strategie om te besparen op kosten. Het merendeel van de bewoners is niet recent gewisseld van energieleverancier en enkele bewoners geven aan dat overstappen geen zin heeft omdat de kosten bij andere leveranciers net zo hoog zijn. Op het moment dat bewoners minder financiële ruimte hebben besparen zij, naast energie, het meest op boodschappen, kleding en uitstapjes. Dit doen zij in eerste instantie door goedkopere opties te zoeken zoals huismerk boodschappen, tweedehands kleding en afspreken met vrienden bij iemand thuis. Wanneer bewoners verder beperkt worden in hun financiële middelen zullen zij steeds meer dingen moeten laten.
Zo gaven meerdere bewoners aan dat zij lange tijd geen kleding hebben aangeschaft omdat hier geen geld voor is en zijn er bewoners die warme maaltijden met regelmaat vervangen voor een boterham. Bewoners worden steeds meer geconfronteerd met keuzes die zij moeten maken over waar zij hun geld aan uitgeven. Eén respondent gaf aan dat dit voor lastige situaties kan zorgen met haar voedselintoleranties, waarbij goedkopere producten vaker een negatief effect hebben op haar gezondheid.
"Met die €530 [voorschot energierekening] hield ik niks over, ben wel bewuster boodschappen gaan doen. Stond wel te kijken, boodschappen werden ook duurder. Dus ik koop alleen dingen die ik nodig heb, minder lekkere dingen. [...] Boodschappen werden duurder. Kleding, schoenen je gaat anders uitgeven, kijken wat voorrang heeft." Bewoners maken uitzonderingen voor hun gezondheid, kinderen en huisdieren Enkele bewoners zijn nog weinig bezig met het besparen van energie maar veel bewoners maken bewust keuzes over welke concessies zij wel of niet willen doen om energie en kosten
TNO Publiek
30/57
TNO Publiek TNO 2023 P11628
te besparen. De eigen gezondheid of de aanwezigheid van kinderen of huisdieren zijn de voornaamste redenen voor bewoners om toch hun woning te verwarmen of bepaalde aankopen te doen ondanks de hoge kosten. Bewoners vinden het vaak niet erg om in te leveren op luxe voor zichzelf maar willen hun geliefden hier niet toe dwingen. Ook wanneer deze keuzes een negatief effect hebben op de gezondheid zullen bewoners er eerder voor kiezen om extra kosten te maken. Het kunnen maken van deze keuzes spreekt van een zekere financiële bewegingsruimte die bewoners in meerdere of mindere mate hebben.
“Nee, ik laat op dit moment niks. Nee, ik sta voorop, misschien als ik niet in die situatie had gezeten waar ik nu zit, dat ik het wel misschien wat minder had gedaan, de verwarming aanzetten, of zo. Maar nu, nee, mijn gezondheid gaat me voor, sorry.” “Ik moest wel stoken, als ik in mijn eentje woonde zou ik het niet doen, dan had ik wel 4 lagen kleding aangedaan. Maar voor de kinderen stookte ik wel. Ik zette de verwarming voluit aan, want je voelde anders niks”.
3.5
Uitdagingen en bredere effecten De meest genoemde gezondheidsklachten zijn problemen met de luchtwegen en longen, ontstoken ogen en neuzen en gewrichts- en spierpijn Een groot aantal bewoners geeft aan dat zij te maken hebben met (chronische) gezondheidsproblemen. Hierbij zijn problemen met de luchtwegen en longen, ontstoken ogen en neus en gewrichts- en spierpijn de meest voorkomende klachten. De oorzaak van deze klachten varieert sterk en is in veel gevallen niet te wijten aan de woning. Toch geeft het merendeel van de bewoners met gezondheidsklachten aan dat de klachten verergerd, en in sommige gevallen ook veroorzaakt, worden door de staat van de woning. Zo geven meerdere huishoudens aan dat warmte, goede ventilatie en/of een constante temperatuur gewenst is, maar dat dit niet mogelijk is in de huidige woning.
“Mijn spieren die hebben warmte nodig. [..] Ik heb chronische ontstekingen. […] Mijn lichaam heeft gewoon warmte nodig. Dus in die zin is het gewoon superslecht voor mijn gezondheid. Mijn longen, dat is ook bekend, kou is superslecht [...] En mijn verwarming slaat nog weleens aan beneden de 15 graden. Maar 15 graden, 16 graden voor mij is gewoon echt heel erg koud.” Er is een kleinere groep bewoners die aangeeft dat zij geen fysieke klachten hebben en dat ook de kou in de woning vooralsnog niet heeft geleid tot fysieke klachten. Bewoners geven aan dat er een relatie is tussen gezondheidsklachten en kou, vocht en/of schimmel in de woning Wanneer bewoners klachten hebben aan de longen of luchtwegen wordt deze klachten vaak in verband gebracht met de woonsituatie. Enerzijds benoemen bewoners de gebrekkige aspecten van de woning, zoals slechte ventilatie, te weinig zuurstof en wisselende temperaturen als oorzaak van klachten. Een enkeling noemt juist dat het verwarmen van de woning zorgt voor een toename aan luchtwegenklachten waardoor zij er vaak voor kiezen de woning niet te verwarmen. Ook de omgeving rond de woning wordt als oorzaak aangedragen voor klachten aan de luchtwegen, zoals het wonen aan een drukke weg of sloopwerkzaamheden in de wijk die zorgen voor fijnstof. Bewoners vermoeden dat deze fijnstof een oorzaak is voor de ontstekingen aan oog en neus die ze ervaren.
TNO Publiek
31/57
TNO Publiek TNO 2023 P11628
"Mijn kinderen hoesten minder nu we hier wonen. Vooral mijn dochter die hoestte eerst veel als ze in bed lag. Hier is er schonere lucht met ventilatiesysteem, ik merk zelf ook minder geïrriteerde luchtwegen. “ “Door de kou heb ik last van m’n slokdarm en van de luchtwegen.” Wanneer bewoners te maken hebben met spier- en gewrichtspijn spreken zij vaak over de invloed van de temperatuur in huis op hun klachten. De kou in de woning, en specifiek de koude vloeren, zorgen voor extra pijn in de ledematen.
“Ja het is koud, ik voel het aan mijn spieren. [...] En de handen, de vingers beginnen pijn te doen.” Bij enkele bewoners is door instanties bewezen dat hun gezondheidsklachten specifiek veroorzaakt worden door de staat van de woning. Ook zijn er enkele bewoners die aangeven dat klachten minder zijn geworden, of zelfs verdwenen zijn, nadat zij verhuisd zijn. Hier was het effect van een betere woning op de gezondheid direct waar te nemen.
TNO Publiek
32/57
TNO Publiek TNO 2023 P11628
Casus bewoner: Sophie (fictieve naam) woont samen met haar twee jonge kinderen in een appartement in de stad. Wonen in een klein appartement met twee kinderen is een uitdaging. De kinderen hebben meer bewegingsruimte nodig dan er nu is. Naast dat het appartement klein is, verkeert deze ook in een slechte energetische staat. Sophie geeft aan dat het in de winter erg koud en in de zomer juist warm is. Daarnaast heeft ze ook last van vocht en schimmelproblemen, o.a. bij de ramen, en is er veel overlast van duivenpoep op het balkon. De wijk is volgens Sophie niet geschikt en onveilig voor kinderen. Deze combinatie zorgt ervoor dat ze weinig waarde hecht aan haar woning. Het liefste zou ze dan ook verhuizen naar een grotere woning met tuin elders in de stad. Dat is op dit moment echter niet mogelijk. Met de beperkte financiële middelen die Sophie heeft moet ze dagelijks keuzes maken waar ze haar geld aan uitgeeft. Haar kinderen zijn voor haar het belangrijkst en ze wil hen een goede jeugd geven. Op vakantie met de kinderen is geen optie, maar ze probeert met haar beperkte mogelijkheden te zorgen voor een goede en fijne basis. Ook wil ze haar normen en waarden meegeven aan haar kinderen. Zo vond ze het erg leuk om met haar zoontje samen geld in te zamelen voor mensen in Oekraïne die, zoals ze zelf zegt, het nog meer nodig hebben dan zij.
Eén van Sophies kinderen heeft astma wat betekent dat hij extra gebaat is bij een goed binnenklimaat. In huis merken ze alle drie dat de luchtkwaliteit slecht is en afneemt wanneer het warmer wordt in de woning. De kinderen gaan dan meer hoesten en krijgen last van hun longen. Dit is, naast de energierekening, voor Sophie nog een reden om de verwarming maar beperkt aan te zetten en om in de zomer vooral veel naar buiten te gaan met de kinderen.
“Dat slaat op hun longen, ja. Dan zeggen ze: ‘Mama, uitdoen, uitdoen’. Want het is een heel andere lucht, heel raar is het. Maar met de verwarming aan is het heel andere lucht.” Door verschillende traumatische ervaringen in haar verleden heeft Sophie te maken gekregen met angstaanvallen. Dit heeft geleid tot wantrouwen in zowel instanties als mensen in haar omgeving. Op dit moment ontvangt ze een Wajong uitkering en heeft ze financieel weinig bewegingsruimte. In de toekomst zou ze graag weer gaan werken of naar school gaan. De verantwoordelijkheid voor haar kinderen en het huishouden maken dit op het moment onmogelijk. Dit doet ze grotendeels zonder hulp omdat ze het lastig vindt om andere personen te vertrouwen. Wel krijgt ze ondersteuning van een begeleider bij het regelen van haar administratie. Sophie is het meeste geld kwijt aan de gasrekening. Ze heeft een energiecoach op bezoek gehad die heeft geholpen met het plaatsen van radiatorfolie, ledverlichting en een nieuwe douchekop. Daarnaast heeft ze een app waarop ze haar verbruik kan inzien en ze probeert zoveel mogelijk te besparen. Dit doet ze door de thermostaat te verlagen en de wasmachine aan te zetten wanneer er een laag tarief geldt. Ze geeft aan weinig verstand te hebben van energiebesparing en geen mensen in haar omgeving te hebben die haar hierbij kunnen helpen.
Uiteindelijk zal ze vooral geholpen zijn met grote, meer ingrijpende maatregelen om het binnenklimaat van de woning te verbeteren. Of haar eigen voorkeur: alternatieve woonruimte die beter aansluit bij de behoefte van het gezin. Met de gestegen kosten voor huur, energie, boodschappen en andere uitgaven als de zorgverzekering blijft Sophie zoeken hoe ze rond kan komen. Hierbij is voor haar het allerbelangrijkste dat haar kinderen goed en gezond kunnen opgroeien. Op de vraag of ze ergens hulp bij zou kunnen gebruiken:
“Alles. Alle hulp is welkom, ja. Alle hulp wat ik kan gebruiken.”
TNO Publiek
33/57
TNO Publiek TNO 2023 P11628
Meerdere bewoners geven aan dat zij stress ervaren over het betalen van de energierekening en de slechte staat van hun woning, maar er is ook berusting Er zijn verschillende aspecten genoemd door bewoners waardoor zij stress ervaren over het betalen van de energierekening: de hoogte van de rekening (termijnbedrag), het gebrek aan inzicht in het eigen verbruik en de bijbehorende kosten en de onzekerheid over de hoogte van de (collectieve) jaarafrekening.
“Ik ben stressvol. Ik kan het niet betalen als ze komen met €1500. Ik kan het niet betalen, sorry zeg … Ja, ik moet straks beginnen met betalen. Hoeveel moet ik extra betalen aan verwarmingskosten? Nu begint de stress van mij.” In sommige gevallen verergert deze stress omdat zij zelf graag de woning zouden willen verbeteren, maar hier geen ondersteuning in krijgen.
“Ik maak me eigen druk en gespannen en zij denken zoek ‘t maar uit” Deze stress komt vaak bovenop stress die door andere zaken wordt veroorzaakt, zoals problemen met de mentale en fysieke gezondheid en andere financiële problemen. Ondanks de vele factoren die stress veroorzaken zien wij dat een groot aantal bewoners een zekere berusting weten te vinden in hun situatie. Zij kijken naar hun problemen met een houding van ‘ik kan niet al mijn problemen zelf oplossen dus ik maak maar het beste van de situatie waarin ik zit’. Zij leggen zich neer bij de situaties waar zij zelf geen invloed op kunnen uitoefenen en focussen zich in plaats daarvan op het handelingsperspectief dat ze wel hebben. Hiermee lijkt de stress tot op zekere hoogte af te nemen en zijn zij weerbaarder.
"Als je je kont tegen de krib gooit en zegt van: ‘ja, Poetin is een klootzak en dit en dat en dit klopt niet en Rutte is niet goed’, en ja, je blijft maar zitten, ja, dan schiet het ook niet op, hè. De rest kan ik toch niets aan doen." Tegelijkertijd zien we ook dat een aantal bewoners het lastig vinden om deze berusting te vinden in hun situatie. De opstapeling van moeilijkheden in hun leven zorgen voor een soms zware mentale last die het moeilijk maakt om handelingsperspectief te vinden en weerbaar te blijven. Dit zorgt ervoor dat zij vast blijven zitten in de slechte situatie (zie Figuur 3.2). Bewoners die meer moeite hebben om weerbaar te blijven lijken vaker te maken te hebben met (ernstige) fysieke of mentale gezondheidsklachten of met een beperkt sociaal netwerk dat ondersteuning kan bieden in hun situatie.
“Ja hoe zeg je dat? Ik ben alleen, dus het is niet echt dat je hier, dat ik zelf hier in dit huis alles ga opknappen. Ja. Ik heb er gewoon geen zin meer in.”
TNO Publiek
34/57
TNO Publiek TNO 2023 P11628
Figuur 3.2: Vicieuze cirkel die de slechte situatie van huishoudens met stress over de (energie)rekeningen en/of de staat van de woning in stand houdt en/of verergert
Sommige huishoudens richten hun sociale leven anders in wegens het gebrek aan comfort in hun woning Enkele huishoudens deelden dat zij weinig mensen thuis uitnodigen. Vanwege de hoge energiekosten wordt de woning beperkt verwarmd. Het zitten in een relatief koude woning of dragen van een jas wordt als minder prettig ervaren en zorgt ervoor dat familie en vrienden in sommige gevallen niet langs willen komen. Enkele bewoners onderhouden desondanks actief het contact met vrienden en familie door bij anderen thuis langs te gaan. Voor andere bewoners neemt het sociaal contact echter zichtbaar af wanneer het wooncomfort verslechterd. Negatieve opmerkingen over de kou in huis zorgt voor schaamte bij de bewoners, met als gevolg dat ze deze opmerkingen proberen te voorkomen door geen bezoek meer uit te nodigen.
“We nodigden alleen onze eigen ouders uit en met vrienden enzovoort had ik het... Ik wil ze liever, natuurlijk, wel uitnodigen, maar omdat het hier niet zo fijn was om te zitten, gingen we meestal toen naar mijn vrienden toe, in plaats van bij mij. “ “En doordat ik het niet warm krijg, komt mijn zus komt ook weinig op bezoek. Want ze zegt, jij hebt gewoon een koude barak. Dus ik vind dat toch wel eens jammer. En heb ik zoiets van, shit ik had nou ook graag wel eens bezoek gehad. En ze zegt, ik kom bij jou gewoon met de jas binnen zitten. Dat vind ik toch wel heel erg jammer.” De bewoners van 2022 lijken minder klachten te ervaren, maar de relatie tussen wooncomfort, gezondheidsproblemen en sociaal contact is wel aanwezig Op een uitzondering na, lijken de geïnterviewde bewoners van 2022 minder last te hebben van een verminderde fysieke en mentale gezondheid als gevolg van energiearmoede. Hetzelfde geldt voor het ontvangen van bezoek. Bij de bewoners waar dit wel een rol speelde, zie je een vergelijkbaar effect met de interviews van dit jaar: minder comfort in huis versterkt de mentale en fysieke klachten. Dit zorgt in deze gevallen voor sociale isolatie waarbij minder contact met de omgeving wordt gezocht. Bij een aantal bewoners is de
TNO Publiek
35/57
TNO Publiek TNO 2023 P11628
slechte staat van de vorige woning de directe aanleiding. Na het verhuizen gaven ze aan dat de klachten verminderden en er ook meer contact met de omgeving werd gezocht. Wel geeft één bewoner aan dat ze nog nawee-effecten ervaart van het wonen in het vorige huis, voornamelijk in de vorm van mentale klachten als gevolg van de langdurige stress over de staat van haar woning. Bij een andere bewoners die ook verhuisd is zijn de fysieke klachten niet ontstaan door de slechte staat van de woning, maar is het wel nodig om de woning op tempartuur te houden tegen de zenuwpijn. Dit heeft een effect op de betaalbaarheid van de energierekening.
Mevrouw geeft aan alleen last te hebben van zenuwpijn. De pijn wordt wel erger, vooral met de kou. Maar de pijn is er niet door ontstaan. Wanneer het zo warm is in de zomer heeft ze soms minder energie. (Omschrijving gespreksverslag)
3.6
Hulp en steun Meerdere huishoudens hebben financiële steun ontvangen via formele wegen van het Rijk en de gemeente: de complexiteit en toegankelijkheid van deze regelingen wordt door sommigen betwist De energietoeslag wordt regelmatig genoemd, alhoewel de bedragen die zijn ontvangen variëren (van ongeveer €1300, en de 2x losse uitkeringen van €190) 7. De uiteenlopende getallen zijn te verklaren doordat de energietoeslag bij sommige huishoudens in meerdere fases is binnengekomen. In eerste instantie is voor 2022 namelijk een energietoeslag van €800 per huishouden toegezegd (en gedeeltelijk uitgekeerd), welke later verhoogd is naar €1300. En hoewel het wetsvoorstel voor de energietoeslag van 2023 nog niet is goedgekeurd, hebben sommige gemeenten in december 2022 ook al €500 euro uitgekeerd om de eerste periode van 2023 te overbruggen. Het kan daarmee dus zijn dat niet alle geïnterviewden het (volledige) toeslagbedrag hebben ontvangen, of dat huishoudens niet alle toeslagen zich meer kunnen herinneren. In sommige gemeentes dienen huishoudens die geen uitkering krijgen, maar wel recht hebben op de energietoeslag wegens een laag inkomen, de energietoeslag zelf aan te vragen. Het is mogelijk dat sommige huishoudens zich niet bewust zijn dat ze recht hebben op toeslag en deze hadden kunnen aanvragen, en deze dus mis zijn gelopen.
Regelmatig noemen geïnterviewden de ontvangen bedragen als iets wat ze op de spaarrekening zetten en wachten tot de eindafrekening komt. De energietoeslag lijkt dus voor een deel van de geïnterviewden te werken. Er is echter ook een groep die aangeeft dat de toeslagen niet voldoende waren voor de stijgende maandelijkse kosten.
"Ja [heb daar wel iets aan gehad], maar ik stond toen al zo ver rood. Het was nog steeds… Ik had het op zoveel fronten, op andere dingen. De kosten waren zo erg gestegen" Naast de energietoeslag komen huishoudens soms ook in aanmerking voor (regionale) subsidies als tegemoetkoming van de energierekening of de kosten van verduurzamingsmaatregelen. Eén respondent benoemt dat hij in aanmerking kon komen voor een dergelijke subsidie vanuit de gemeente om de hoge energiekosten te drukken. Het aanvraagproces voor deze subsidie werd overigens als erg ingewikkeld en invasief ervaren en heeft uiteindelijk niet geresulteerd in een aanvraag. _______ 7
TNO Publiek
De losse uitkeringen van €190 per maand in de maanden november en december 2022 hebben alle Nederlandse huishoudens automatisch ontvangen via hun energieleverancier. Voor deze uitkering werd geen onderscheid gemaakt tussen huishoudens bijv. op basis van inkomen of woonsituatie.
36/57
TNO Publiek TNO 2023 P11628
“Die [gemeente] heeft nu uit eigen initiatief een tijdelijke tegemoetkoming voor de energiekosten, maar dat is een formulier en dan moet je op gesprek en... Ik weet niet wat het allemaal is, maar daar word je zo het hemd van het lijf gevraagd. Ja, dat weet ik ook met de individuele toeslag, maar dan moet ik bijvoorbeeld mijn inboedel gaan schatten en dan hebben ze het over Nibud-gegevens. […] Dan heb ik zoiets van: [..] voor al dat wat je allemaal moet invullen, heeft het überhaupt zin om dat in te vullen, als je alles wat je hebt moet gaan schatten, ook nog, en of je sieraden hebt? Ik heb dan meteen zoiets van: dadelijk krijg je ook nog een gesprek. Is dat bij de gemeente of is dat thuis? Dadelijk gaan ze hier ook nog de waarde schatten, weet je wel? Van je meubeltjes of weet ik wat. Dan zeggen ze: 'Je kan dat verkopen,' bij wijze van spreken. Zo voelt het voor mij. Dan denk ik: laat dan maar.” Een andere bewoner met een koopwoning gaf aan dat hij onderzoek heeft gedaan naar subsidiemogelijkheden voor het verduurzamen van zijn woning maar dat hij door zijn financiële situatie geen maatregelen kan nemen, ongeacht of hij hier subsidie voor krijgt. Het is opvallend dat subsidies verder nauwelijks terugkwamen in de interviews.
Dit duidt erop dat subsidies voor energiearme huishoudens maar beperkt toegankelijk zijn of dat bewoners zich niet bewust zijn van regelingen waar zij gebruik van kunnen maken. Een beperkt aantal huishoudens heeft materiele steun ontvangen (van een energiecoach of woningcorporatie) Onder materiele steun vallen kleine en grotere aanpassingen aan de woning die voor energiebesparing zorgen, zoals tochtstrips, radiatorfolie en het isoleren van de gebouwschil. Op dit gebied geeft het merendeel van de bewoners aan nog maar beperkt maatregelen te hebben getroffen. Wanneer er maatregelen getroffen zijn gaat dit meestal om kleinschalige maatregelen zoals het plaatsen van tochtstrips, radiatorfolie en ledverlichting of het aanpassen van de instellingen van de cv-ketel. Deze maatregelen zijn veelal uitgevoerd door bewoners zelf, een energiecoach of fixteam uit de buurt. Bewoners die materialen hebben ontvangen, bijv. via een energiebespaarbox, geven aan dat ze nog niet altijd alles hebben gebruikt of aangebracht. In die gevallen zorgen de materialen vanzelfsprekend niet voor energiebesparing.
“Mevrouw heeft ook een pakketje aan energie besparingsmaatregelen gekregen van een energiecoach. Zo liggen er ledlampen op tafel en is er bij de voordeur een isolatiestrip geplaatst” Huishoudens geven over het algemeen aan dat ze geholpen zijn met renovaties, maar hebben een laag vertrouwen in de uitvoering door de woningcorporaties (en instanties) Een groot aantal bewoners benoemt dat zij geholpen zijn met materiele steun, ze zitten er echt op te wachten. Bewoners geven aan dat dit een grote invloed zal hebben op het wooncomfort, de beleving van kou en voor sommigen ook op de gezondheid. De maatregelen die zij graag uitgevoerd zien worden zijn voornamelijk grootschalige ingrepen zoals isolatie van de gevelschil en de installatie van een beter verwarmingssysteem.
“Als de tocht weg is en het vochtprobleem is opgelost, dan zit ik hier geweldig. Dan hoef ik in principe niet weg te gaan. Maar is het vochtprobleem niet opgelost door aan beide kanten daar een huppeldepup te doen, weet ik wat, te isoleren en dat het met het tochtprobleem niet is opgelost en ik zit dan toch alsnog met hoge energiekosten, ja." Veel huishoudens maken zich zorgen over deze benodigde renovatie, het bijkomende ‘gedoe’, en ook op de kwaliteit van de renovatie. Deze zorgen komen veelal voort uit eerdere
TNO Publiek
37/57
TNO Publiek TNO 2023 P11628
negatieve ervaringen van bewoners wanneer de verhuurder voor kleinere problemen langskwam; Veel bewoners geven aan dat de communicatie of de aanpassingen aan de woning ondermaats waren.
“Het eerste of tweede jaar dat ik hier woonde was er best wel veel sneeuw gevallen, niet alleen buiten, maar ook in mijn keuken. Dat was helemaal naar binnen gewaaid […]. Dus die deur is zo krom als het maar kan. Maar ja, daar werd constant gezegd: ‘Ja, nee, maar we gaan renoveren en dan komt het allemaal goed.’ Maar ja, je bent nu al twee en een half jaar verder, en nu zijn ze begonnen met renoveren.” Veel (financiële) steun komt van familie, daarnaast wordt ook de energiecoach vaker genoemd als ontvangen sociale steun Bij sommige bewoners is de afhankelijkheid van steun van familieleden erg groot; dan zorgt familie voor financiële, materiële en sociale steun. Regelmatig noemen ouderen dat hun volwassen kinderen af en toe boodschappen betalen. Hiermee lijkt dus in de informele relationele netwerken minimale vormen van inkomenssteun te zijn, die huishoudens helpen. Daarnaast helpen familieleden, vrienden en buurtbewoners ook met klusjes in huis of het ondernemen van sociale activiteiten; dergelijke steun is belangrijk voor sommige huishoudens.
“Mijn ouders... kijk, ze zitten goed in de was en ze kunnen het zich veroorloven en die hadden in het begin ook wel zoiets van joh, hier heb je een tas boodschappen.” "Ja. Ze lopen hier de deur niet plat, maar als er wat is, dan word je hier geholpen en dat zou ik bij een ander ook doen, dus het is ook een soort van verzekering. Ik ga ook ouder worden, dus dan is het handig als je ook iemand in de buurt hebt die je kent, hè." Naast sociale steun vanuit familie en vrienden wordt vooral ook de energiecoach vaak benoemd door bewoners als steunpunt. Deze coach ondersteunt bewoners bij het zoeken naar bespaarmogelijkheden, kan fungeren als tussenpersoon in de communicatie richting verhuurder of energiemaatschappij en kan ondersteunen bij het aanbrengen van kleinschalige maatregelen. Daarnaast benoemen sommige bewoners ook dat de energiecoach hun zelfvertrouwen heeft vergroot door te laten zien welk handelingsperspectief zij zelf hebben in het verlagen van hun energieverbruik. Regelmatig geven huishoudens ook aan dat de verkregen kennis van een energiecoach wordt gedeeld met familie, vrienden of buren.
"Kennis die ik nu heb [geleerd van de energiecoach], had ik toen niet. Die kennis deel ik ook met mensen om heen. Mn oudste broer woont in […], we bellen veel en dan wisselen we tips uit." “Ik zou niet weten hoe mensen me moeten helpen. Daarom ga ik vaak naar [de energiecoach], daar frustratie uiten, kan er zelf niet mee omgaan. Heb daar [aan energiecoaching] wel wat aan gehad. Ik ben niet iemand die snel om hulp vraagt. Via coffee corner daar heb ik hem leren kennen. Dacht eerst ‘ja daag ga niet vreemde in huis nemen’ maar paar keer praatje en toen vroeg die om naar m’n huis te kijken. Toen heb ik het daarna ook doorgegeven aan andere bewoners hier.” Voor wat betreft benodigde sociale steun worden vaak diezelfde aspecten benoemd. Huishoudens met beperkte steun vanuit de buurt of familie geven aan dit graag te willen. En de behoefte aan ondersteuning door een energiecoach wordt vaker genoemd; Een groot deel van de geïnterviewden heeft nog geen energiecoach over de vloer gehad, maar wel
TNO Publiek
38/57
TNO Publiek TNO 2023 P11628
aangevraagd. Budgetbeheerders en wijkinitiatieven worden wel sporadisch genoemd, maar dan met name in de vorm van kennisondersteuning op het gebied van subsidiemogelijkheden of beschikbare energiebesparingsprojecten. De bewoners die in 2022 zijn geïnterviewd spraken minder over het ontvangen van steun door familie, vrienden of de overheid Vorig jaar gaf geen van de bewoners aan dat hij of zij acuut behoefte had aan financiële of materiële steun. Sommige bewoners noemden als reden dat ze geen extra financiële steun kunnen ontvangen, aangezien ze in de schuldsanering zitten. Andere geïnterviewden gaven aan dat ze het zelf kunnen regelen. Een aantal bewoners stelde dat zij wel baat hebben gehad bij de financiële steun vanuit de overheid in de vorm van de isolatiegift. Verder benoemden zij dat ze tot nu toe geen steun hebben ontvangen van een energiecoach, maar dat ze daar wel voor open zouden staan. Het feit dat deze groep geïnterviewden heeft aangegeven weinig tot geen moeite te hebben met het betalen van de rekening zou een verklaring kunnen zijn voor de minimale behoefte aan steun van derden. Als er hulp komt, zijn bewoners het meest gebaat bij renovatie. Zij noemden daarbij dat hulp, zowel fysiek als financieel, vooral zoden aan de dijk moet zetten en redelijk snel resultaat moet opleveren.
Betere informatievoorziening kan leiden tot een efficiëntere besparingsstrategie volgens de interviews van 2022 Volgens de geïnterviewden van afgelopen jaar zou een beter overzicht van informatie over het besparen van energie helpen. Deze informatie wordt bij voorkeur ergens aangeboden waar de bewoner al komt, bijvoorbeeld bij de plek waar ook andere hulp wordt geboden zoals het bijstandsloket. Ondanks de berichtgeving in de media hadden bewoners het idee dat ze niet goed op de hoogte waren van de ontwikkelingen in de energietransitie. Ze gaven aan dat de informatievoorziening tekortschoot, vooral vanuit instanties als de gemeente en de woningcorporatie. Ze hadden het gevoel dat ze bij een betere informatievoorziening een efficiëntere strategie van besparen zouden kunnen ontwikkelen. Ze zagen namelijk wel de urgentie van het besparen van energie, alle bewoners leken hier in meer of mindere mate mee bezig. Dit lijkt een voorbode te zijn geweest voor hoe bewoners dit jaar nog bewuster aan de slag zijn gegaan met besparen en het in de gaten houden van de ontwikkelingen op de energiemarkt. In 2023 is de behoefte aan betere informatievoorziening weinig genoemd.
Duidelijke communicatie en het serieus nemen van bewoners zijn belangrijke factoren om het vertrouwen van bewoners in instanties te vergroten In de gesprekken met bewoners is het vertrouwen of wantrouwen in instanties veel besproken. De mate waarin bewoners vertrouwen hebben in instanties varieert sterk. Bewoners deelden vooral ervaringen over het contact met de gemeente en de woningcorporatie. In deze verhalen komt naar voren dat vooral de communicatie van een instantie richting bewoners, en de manier waarop zij vragen of meldingen afhandelen, cruciaal zijn voor het vertrouwen. Bewoners die wantrouwend waren richting instanties gaven aan dat zij zich niet serieus genomen voelden.
“Er is in de straat zo'n heel sterke stank. Ik heb het vermoeden dat de riolering hier niet goed is. Hierover heb ik ook een melding gemaakt bij de gemeente, maar daar is niks mee gedaan.” Als het gaat om de overheid geven een aantal bewoners aan tevreden te zijn met de rol van de overheid, en in het bijzonder de gemeente. Dit wordt vaak gekoppeld aan steun die zij hebben ontvangen vanuit de overheid om hun (financiële) situatie te verbeteren. Er lijkt over het algemeen geen of weinig wantrouwen te zijn richting het energiebeleid van de nationale overheid. Ook wantrouwen over de energietransitie wordt niet door bewoners genoemd.
TNO Publiek
39/57
TNO Publiek TNO 2023 P11628
Wanneer bewoners aangeven wantrouwend te zijn tegenover overheidsinstanties benoemen zij vooral thema’s als het mislopen van ondersteuningsregelingen en het inadequaat afhandelen van meldingen over bijvoorbeeld overlast in de wijk. Ook geven meerdere bewoners aan dat de overheid een meer actieve rol zou kunnen nemen in het aanspreken van verhuurders wanneer zij slechte woningen onvoldoende aanpakken.
“De overheid moet wat strenger optreden tegen verhuurders in de maatschappij. Ze moeten niet alleen maar praatjes maken, maar het moet ook gedaan worden. En dat wordt maar iedere keer op de lange baan geschoven. En wie is daar de dupe van? Wijzelf. […] En die mensen die dat beslissen die zitten niet in de kou, die zitten niet in het vocht, die zitten niet in de tocht. Gegarandeerd, dat clubje van Den Haag hè, die zitten niet in de kou." Alhoewel een enkele bewoner aangeeft tevreden te zijn met de woningcorporatie, geeft een groot aantal bewoners aan dat zij ontevreden zijn over de werkwijze van de corporatie en dat eerdere ervaringen zorgen voor frustratie en wantrouwen. Dit wantrouwen wordt vooral veroorzaakt door slechte communicatie. Zo worden bewoners onvoldoende gehoord als zij contact opnemen met een vraag of klacht en is ook de informatievoorziening bij aanstaande werkzaamheden vaak onvoldoende. Daarnaast geven meerdere bewoners aan dat klachten over problemen in en rond het huis zoals schimmel, ongedierte of kapotte verwarmingsinstallaties niet (goed) worden opgepakt.
“Je belde naar zo’n woningcorporatie, nou ik vond dat een hele onvriendelijke gang van zaken. Het is ook wel afhankelijk van een corporatie. Hoe gaan zij met de klanten om? Hoe gaan zij met de huurders om? Die eerste kennismaking vond ik echt niet klantvriendelijk.” Tot slot benoemen meerdere bewoners dat hun woning bij de corporatie op de lijst staat voor een grootschalige renovatie maar dat de planning hiervoor al vele malen is uitgesteld. Dit zorgt bij bewoners voor veel frustratie omdat zij aan de ene kant met veel hoop uitkijken naar een renovatie die hun woonsituatie kan verbeteren en omdat dit anderzijds voor veel onzekerheid zorgt bij de bewoners wanneer zij werkzaamheden kunnen verwachten.
“Geld zegt bij mij niet zo heel veel. Dat heb ik altijd al gehad. Ik heb liever dat je met mij communiceert om te kijken wat er mogelijk is.” Omdat de meeste bewoners in dit onderzoek huren van een corporatie is het niet bekend of ervaringen met particuliere verhuurders vergelijkbaar zijn. Wel gaf één respondent met een koopwoning aan dat hij zeer ontevreden is over de werkwijze van de makelaar die destijds het huis aan hem heeft verkocht: na intrek in de woning kwamen er allerlei gebreken naar boven. Wanneer bewoners het gevoel hebben niet altijd serieus genomen te worden, en dat hun dagelijkse problemen niet erkend worden door de instanties, zou dit vergaande gevolgen kunnen hebben. We merkten dat bewoners terughoudender zijn over hun samenwerkingsbereidheid bij eventuele verduurzamingsplannen. Een gemeente of corporatie zal naar verwachting meer tijd kwijt zijn aan de communicatie en informatievoorziening richting bewoners die weinig vertrouwen hebben in deze renovatiewerkzaamheden. Eén bewoner geeft daarnaast aan dat het wantrouwen in instanties ook direct voor gevaarlijke situaties kan zorgen omdat bewoners bij problemen geen contact meer zoeken met bijvoorbeeld een verhuurder.
TNO Publiek
40/57
TNO Publiek TNO 2023 P11628
“De moeheid in de mensen zag ik, ervaar ik. De moeheid van de mensen, dat ze al sowieso niet bellen. Maar daardoor gaan mensen zelf dingen oplossen, en daar kunnen gevaarlijke situaties van ontstaan. Mensen die iets van een barbecue aan staken, niet in deze flat, maar in een andere. Voor hetzelfde geld kan zo’n huis ontploffen. Of petroleum dingetjes. Nou ja, ik hoor allerlei rare verhalen. Dan denk ik: ja, het heeft ook, het brengt ook gevaar voor de overige bewoners.” De geïnterviewden van vorig jaar staan overwegend positief tegenover instanties en de overheid De bewoners vorig jaar geven bijna allemaal aan dat zij vertrouwen hebben in de overheid met betrekking tot het energiebeleid. Wel geeft een bewoner aan dat de stap naar de gemeente verder weg voelt dan die naar een wijkteam, waardoor diegene liever in de wijk hulp zoekt. Een andere bewoner geeft aan helemaal geen vertrouwen te hebben in de overheid. Dit komt niet door een ervaring met het energiebeleid, maar door opvoeding en slechte ervaringen in het verleden.
De bewoner heeft het idee dat de overheid steeds meer bezig is met de stijgende energieprijzen. Het krijgen van een isolatiegift is goed voor het vertrouwen. (Omschrijving gespreksverslag) De bewoner geeft aan dat op energie de overheid niet per se iets verkeerd doet, op andere terreinen doen ze dat weer wel. (Omschrijving gespreksverslag)
TNO Publiek
41/57
TNO Publiek TNO 2023 P11628
4
Conclusie Dit hoofdstuk geeft allereerst een korte samenvatting van de belangrijkste resultaten door de onderzoeksvragen te beantwoorden (sectie 4.1). Daarna bespreken we de belangrijkste conclusies die we kunnen trekken op basis van die resultaten en bespreken we toekomstig onderzoek (sectie 4.2).
4.1
Beknopte bespreking resultaten In het voorgaande hoofdstuk hebben we per deelonderwerp de resultaten van de analyse van de interviews uitgebreid uiteengezet. Hieronder bespreken we die resultaten nog een keer kort waarbij we, wanneer relevant, vergelijkingen maken met de wetenschappelijke literatuur op het betreffende onderwerp. We formuleren in deze paragraaf een antwoord op de overkoepelende vraag: Hoe zien de levens van energiearme huishoudens in Nederland eruit? Om deze overkoepelende vraag te beantwoorden, bakenen we deze vraag af en beantwoorden we de volgende subvragen: 1. Wat is de leefsituatie van energiearme huishoudens? 2. Hoe is het wooncomfort van energiearme huishoudens? 3. Hoe gaan energiearme huishoudens met hun energieverbruik om? 4. Welke uitdagingen komen energiearme huishoudens tegen in hun dagelijks leven? 5. Aan welke hulp en steunmaatregelen hebben energiearme huishoudens behoefte? 1. De bewoners gebruiken hun huis intensief en zijn in wisselende mate tevreden over hun leefsituatie. Over het algemeen gebruiken de bewoners hun huis intensief. Dit komt omdat veel bewoners geen werk hebben en dus veel thuis zijn.
Dit komt overeen met ander onderzoek dat laat zien dat een grote meerderheid van de energiearme huishoudens in Nederland geen werk hebben, omdat ze gepensioneerd zijn, arbeidsongeschikt zijn of van de bijstand leven (73%; Mulder, Dalla Longa, & Straver, 2021). De tevredenheid met de leefsituatie verschilt sterk en is afhankelijk van verschillende factoren: wijk, woning, sociale contacten en eerdere woonervaringen. De bewoners die vorig jaar (2022) zijn geïnterviewd, zijn tevredener over hun leefsituatie dan bewoners die dit jaar zijn geïnterviewd. Mogelijk komt dit door de opgelopen gasprijzen, waardoor wooncomfort onder spanning komt te staan: het is (te) duur om de woning aangenaam te verwarmen met het gevolg dat men minder tevreden is over de woning. Wanneer bewoners aangeven wel tevreden te zijn met hun woning lijkt dit in sommige gevallen te komen doordat ze zich neer hebben gelegd bij de leefsituatie zoals die is. Wanneer er geen uitzicht is op verbetering is de houding “dit is wat het is, dan kan ik me er maar beter niet druk om maken”. Berusting lijkt hierbij de overhand te hebben. 2. Het ervaren wooncomfort is laag: bewoners hebben vooral last van kou en tocht, en in verschillende gevallen ook van vocht en schimmel.
In lijn met andere onderzoeken (Balfour & Allen, 2014; Jessel et al., 2019; Middlemiss, 2022) laten de resultaten van dit onderzoek zien dat vrijwel alle bewoners te maken hebben met (een slecht geïsoleerd huis wat zorgt voor) kou en tocht, en dus een laag wooncomfort.
TNO Publiek
42/57
TNO Publiek TNO 2023 P11628
Wanneer ook het verwarmingssysteem niet goed functioneert zorgt dit voor een woning die niet warm te krijgen is in de winter. Daarnaast is het afhankelijk van de financiële ruimte van bewoners in hoeverre zij een huis warm kunnen stoken met de bijbehorende kosten. De bewoners van vorig jaar leken hier minder moeite mee te hebben dan de bewoners van dit jaar. Dit kan komen door de opgelopen gasprijzen, veel bewoners geven aan dat hun energie duurder is geworden (zie ook het antwoord op subvraag 3 hieronder). Ook in de zomer zijn sommige woningen lastig te koelen, maar de meeste bewoners lijken hier minder last van te hebben dan van kou in de winter. Verder valt het op dat wooncomfort, net als tevredenheid over de leefsituatie, (deels) bepaald wordt door eerdere ervaringen. Sommige bewoners hadden in een vorige woning een nog lager wooncomfort waardoor ze hun huidige woning als comfortabeler ervaren. Bewoners zijn bewust bezig met het ventileren van de woning en doen dit voornamelijk met natuurlijke ventilatiemogelijkheden. Ondanks het ventileren van de woning kunnen niet alle bewoners voorkomen dat zij te maken krijgen met schimmel. De problemen met vocht en schimmel waren minder prominent in de interviews vorig jaar, wat mogelijk komt doordat deze bewoners meer (financiële) ruimte hadden om de woning te verwarmen en daarmee vochtproblemen te bestrijden.