CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS316440 Amare Bijzonder Complex 8 september 2023

Gemeenteraad 21 december 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van de Enquêtecommissie inzake Eindrapport Enquêtecommissie Amare (RIS316440)37.242 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

62 Openbaar verhoor Paul Broekhoff. 23 februari 2023, p. 9. Te raadplegen: RIS314763. 63Adviesaanvraag Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2009-2012. Gemeente Den Haag, 3 april 2007. Te raadplegen: RIS145039.

46

Advies Meerjarenbeleidsplan 2009 – 2012 Nadat het beleidskader cultuur is vastgesteld, schrijven de cultuurinstellingen hun beleidsplan. Dit plan functioneert als de subsidieaanvraag bij de gemeente. De beleidsplannen van de instellingen worden ingeleverd bij de adviescommissie kunst en cultuur. In 2008 brengt de adviescommissie haar advies uit ten behoeve van het meerjarenbeleidsplan 2009 – 2012.64 Dit advies komt op dezelfde dag waarop het college bij de raad een voorbereidingskrediet indient om de bouw van het dans- en muziekcentrum te onderzoeken. De adviescommissie levert zowel een algemeen oordeel over het gemeentelijke cultuurbeleid alsook een oordeel over de beleidsplannen van iedere instelling afzonderlijk.

Over het gemeentelijk cultuurbeleid trekt de adviescommissie een aantal algemene conclusies. In de eerste plaats is het financiële kader van €53,3 mln. onvoldoende om alle aanvragen te honoreren die voldoen aan de criteria die de gemeente in haar adviesaanvraag heeft gesteld. Hier zou €5 mln. extra voor nodig zijn.

In de tweede plaats levert de commissie kritiek op de wijze waarop de Gemeente Den Haag investeert in cultuuraccommodaties. Omdat deze kritiek niet de exploitatiesubsidie betreft, behoort dit niet tot de primaire opdracht van de commissie. Desondanks besteedt zij hier aandacht aan. Hoewel de commissie het op zichzelf positief vindt dat de gemeente gewoon is om investeringen te plegen in accommodaties, wijst zij erop dat de exploitatie hierbij onvoldoende aandacht krijgt. Volgens de adviescommissie vergeet de gemeente soms dat verbeteringen in de culturele infrastructuur vrijwel altijd meer financiële middelen vergen voor de exploitatie van een cultuuraccommodatie. Enkele instellingen zijn volgens de adviescommissie in de knel gekomen omdat de subsidies voor exploitatie geen gelijke tred houden met de faciliteiten en de accommodatie. Hierdoor kunnen deze instellingen hun ambities maar zeer ten dele waarmaken.65 Deze mismatch tussen investering en exploitatie komt ook terug in de startnotitie uit 2008, waarin vooral wordt gedacht vanuit de ontoereikendheid van de bestaande huisvesting. De impliciete gedachte van de gemeente is dat een verbeterde huisvesting de problemen vanzelf oplost. Hier zijn echter extra exploitatiemiddelen voor nodig.

Een derde kritische conclusie is dat in de gemeentelijke subsidiëring ‘het incidentele en kortstondige de overhand hebben gekregen’, terwijl voor een bruisend kunstklimaat juist stabiliteit in de financiering van belang is. Wanneer de nieuwe beleidscyclus aanbreekt, menen instellingen vaak onterecht dat de incidentele financiering door de gemeente automatisch zal worden omgezet in een vaste subsidie. De adviescommissie waarschuwt dat door deze gang van zaken het integrale

64 Verscholen Goed: Advies meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2009-2012. Adviescommissie Kunst en Cultuur, 14 mei 2008.

Te raadplegen: RIS155082. 65 Verscholen Goed: Advies meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2009-2012. Adviescommissie Kunst en Cultuur, 14 mei 2008.

Te raadplegen: RIS155082.

47

karakter van de subsidieverstrekking van het meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur wordt ondermijnd. Eén keer in de vier jaar wordt een integrale afweging gemaakt om de subsidies op een bepaalde manier te verdelen. Bij incidentele subsidies waar de adviescommissie geen oordeel over kan vellen, ontbreekt het aan een dergelijke integrale afweging.

Een voorbeeld hiervan is het RO, dat in 2006 en 2007 €50.000 jaarlijks ontving voor educatieve programma’s en in 2008 €500.000 voor het aantrekken van dirigenten en solisten en een inhaalslag op het gebied van de marketing en het educatiebeleid. Voor 2009 – 2012 vraagt het RO een subsidieverhoging van €840.000 aan die gerelateerd is aan personeel voor marketing en educatie en het aantrekken van dirigenten en solisten. Ondanks het advies van de commissie zal de gemeente ook in de periode 2009 – 2012 nog via andere manieren financieel bijdragen aan het RO. De adviescommissie adviseert om een extra bedrag van €840.000 per jaar te reserveren voor de jaren van 2011 en 2012 en dit bedrag toe te kennen bij een positief oordeel over het nieuw op te leveren strategisch plan van het RO.

De adviescommissie is bezorgd over het RO dat in de periode voor 2009 kampt met sterk teruglopende bezoekersaantallen en personele wisselingen. Volgens de commissie slaagt het RO er niet in “een betekenisvolle relatie met de stad op te bouwen”.66 Ondanks haar problemen weet het RO zich volgens de adviescommissie in de voorhoede van het Nederlandse orkestenbestel te handhaven. Als het RO deze plek wil behouden, dan moeten er volgens de adviescommissie veranderingen plaatsvinden. Hiervoor moet een goede artistieke en maatschappelijke visie worden uitgewerkt. In het vorige beleidsplan gaf het RO reeds aan een duidelijker aanwezigheid te willen opbouwen in de stad en in te zetten op een bredere publieksbenadering. De adviescommissie constateert dat de hieraan gekoppelde doelstellingen niet zijn gehaald. De adviescommissie adviseert daarom de subsidieverhoging enkel toe te kennen onder de voorwaarde dat het RO een verbeterd beleidsplan schrijft, iets wat getoetst wordt door een apart in te stellen monitorcommissie.

De commissie merkt verder op dat de Dr. Anton Philipszaal geen goede en aantrekkelijke grote concertzaal is. De akoestiek is niet adequaat, de sfeer in en rond het gebouw draagt niet bij aan een prettig uitgaansklimaat en de programmering is te beperkt. Dit belemmert de activiteiten van het RO. De ambitie om een dans en muziekcentrum te bouwen wordt door de commissie kort genoemd. Zij merkt wel op dat de instellingen met het oog op deze ambitie gezamenlijk een programmering moeten opstellen die bij het gebouw past. Dit benoemt de adviescommissie ook in haar advies over de Stichting Gastprogrammering, de stichting die aanvullende programmering verzorgt in de Dr. Anton Philipszaal en het Lucent Danstheater. De adviescommissie vindt de ontwikkelingen in de programmering positief, maar ziet weinig visie op het artistieke beleid. Dit is intussen wel nodig als

66 Verscholen Goed: Advies meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2009-2012. Adviescommissie Kunst en Cultuur, 14 mei 2008.

Te raadplegen: RIS155082.

48

het nieuw te bouwen zalencomplex een aanjagende functie moet vervullen voor het culturele leven in de regio. Om dit in te kunnen vullen wordt het budget vanaf 2009 verhoogd, waarbij specifiek bedragen

worden

ingezet

voor

klassieke

muziekprogrammering

en

internationale

dansprogrammering.

Een vierde kritische conclusie van de adviescommissie is dat de relaties tussen bestaande instellingen en de gemeentelijke afdeling cultuur hecht zijn te noemen. De instellingen hebben veel contact met de gemeente en krijgen soms buiten de kunstenplancyclus om tussentijds extra geld om aan noodsituaties het hoofd te bieden. Dit zorgt ervoor dat bestaande en nieuwe instellingen soms geen gelijke kans krijgen. Hierdoor wordt de integraliteit van het kunstenplan ondermijnd. Volgens de adviescommissie kan dit worden opgelost wanneer de gemeente zich niet ten doel stelt de instellingen op zich te behouden, maar vooral om te kijken naar de functies die zij uitoefenen. Hiertoe moet de gemeente meer distantie ten opzichte van de instellingen bewaren.67

Het NDT is volgens de adviescommissie één van de pijlers van het kwalitatieve dansklimaat in Den Haag. Het is nationaal en internationaal van grote betekenis en zijn dansers behoren tot de internationale top. De commissie prijst de inzet om een nieuw, jonger publiek te bereiken alsook het feit dat het NDT samenwerkingsverbanden in de stad aangaat, hoewel het initiatief hiervoor vaker vanuit de andere partijen lijkt te komen dan vanuit het NDT zelf. Wel merkt de commissie op dat ze weinig verband ziet tussen de eigen activiteiten van het NDT en de overige activiteiten in het Lucent Danstheater, zoals deze worden georganiseerd door de stichting Gastprogrammering.

Uit de adviezen van de adviescommissie zijn twee lijnen op te maken. In de eerste plaats erkent de commissie de toonaangevende positie van zowel het NDT als het RO, waarbij met name de internationale kwaliteit van het NDT als hoog wordt gezien. De adviescommissie is echter kritisch op de manier waarop de twee instellingen de overige gemeentelijke beleidspunten inzake cultuur adresseren. Uit het gemeentelijk beleid valt de wens op te maken dat instellingen de verbinding met de stad opzoeken. Ook moeten zij zorgen dat er nieuwe doelgroepen worden bereikt. Op dit vlak zetten de instellingen nog niet voldoende stappen.

Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2009 – 2012 In het meerjarenbeleidsplan 2009 – 201268 wordt aangegeven dat de beleidsperiode 2009 – 2012 een opmaat zal vormen voor de ambitie van culturele hoofdstad, iets dat in de adviesaanvraag en het advies nog niet naar voren is gekomen. De eerste stap om culturele hoofdstad te worden is de uitwerking van de plannen voor het te bouwen Dans- en Muziekcentrum.

67

Adviesaanvraag Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2009-2012. Gemeente Den Haag, 3 april 2007. Te raadplegen: RIS145039. 68 Wonderlijke noodzaak: meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2009-2012. Gemeente Den Haag, 16 september 2008. Te raadplegen: RIS157606.

49

De gemeente gaat in haar beleidsplan in op het punt van de adviescommissie dat verbeteringen in infrastructuur ook extra financiële middelen voor de exploitatie vergen. De gemeente kiest er om deze reden voor instellingen niet te belasten met het eigenarenbeheer van accommodaties en investeert daarom vooral in de cultuuraccommodaties die zij in bezit heeft. Volgens de gemeente ontvangt zij voor deze panden een huurprijs die voldoende is om goed onderhoud te plegen. Verder oordeelt de gemeente dat zij de instellingen die in gemeentelijke cultuuraccommodaties huizen, voldoende exploitatiemiddelen geeft om het onderhoud aan de binnenzijde uit te voeren.69 De repliek die de gemeente hier geeft, betreft alleen het onderhoud, en niet de programmering die extra subsidie behoeft wanneer zij wordt uitgevoerd in een accommodatie van hoger niveau.

Wat betreft de subsidie voor het RO wijkt het college af van het advies van de adviescommissie. De adviescommissie had geadviseerd om de subsidieverhoging te koppelen aan verbetering onder strenge voorwaarden. De gemeente kent het bedrag echter zonder voorwaarden toe. De reden die het college daarvoor geeft is dat het RO ook al in 2008 eenmalig €500.000 heeft ontvangen. Een teruggang in subsidie zal volgens het college de omslag die de organisatie moet maken niet helpen. Hier wordt zichtbaar dat de Gemeente Den Haag in deze subsidieperiode de neiging heeft om incidentele subsidies geleidelijk over te laten gaan in vaste subsidies. Dit is iets waarvoor de adviescommissie waarschuwt omdat hiermee de integraliteit van het kunstenplan wordt ondermijnd. Het college verleent in oktober 2009 nog een aanvullende extra subsidie van €420.000 aan het RO nadat dit een nieuw strategisch plan heeft ingediend.70

Het valt op dat in het meerjarenbeleidsplan de gemeente het investeren in de accommodatie ziet als de oplossing voor problemen bij het RO. Het college deelt de mening van de adviescommissie dat het RO extra aandacht behoeft. Zij reageert hierop door te melden dat zij plannen laat uitwerken voor een nieuw zalencomplex aan het Spuiplein. De adviescommissie is echter van mening dat de problemen bij het RO een bredere aanpak vergen dan alleen het realiseren van een nieuw gebouw. Om de voortgang van de verbeteringen bij het RO te monitoren adviseerde de commissie om een monitoringcommissie in te stellen die een oordeel moet vellen over de nieuw te schrijven inhoudelijke koers. Het college neemt dit oordeel over. In november 2009 wordt de monitoringcommissie ingesteld. Zij heeft als opdracht het college halfjaarlijks te informeren over het ingezette beleid van het RO gedurende een periode van twee jaar.71

In de tussentijdse rapportage van de monitoringcommissie72 wordt geschetst welke factoren ervoor zorgen dat het RO het moeilijk heeft. Een daarvan is het feit dat de Dr. Anton Philipszaal

69

Wonderlijke noodzaak: meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2009-2012: Gemeente Den Haag, 16 september 2008. Te raadplegen: RIS157606. 70 Collegebesluit beschikbaar stellen aanvullende subsidie aan het Residentie Orkest. Gemeente Den Haag, 27 oktober 2009. Te raadplegen: RIS167620. 71 Collegebesluit Monitorcommissie Residentie Orkest. Gemeente Den Haag, 17 november 2009. Te raadplegen: RIS168335. 72 Eerste rapportage monitorcommissie Residentie Orkest. Monitorcommissie Residentie Orkest, 14 september 2010.

50

tekortkomingen kent die de reputatie van het RO geen goed doen. Daarbij ontbreekt het aan een aantrekkelijke aanvullende muziekprogrammering. Bij de Rotterdamse Doelen en het Amsterdams Concertgebouw brengt de aanvullende muziekprogrammering een stroom van bezoekers op gang waar de vaste bespelers van profiteren. Iets dergelijks is bij het RO in veel mindere mate het geval. De monitoringcommissie constateert dat het RO, ondanks deze belemmerende factoren, reeds verbeteringen in gang heeft gezet in haar programmering, in de marketingaanpak en in de bedrijfsvoering. Een definitief oordeel kan volgens de monitoringcommissie pas geveld worden in het seizoen 2011/2012. Bij navraag door de Enquêtecommissie meldt het college dat het de definitieve rapportage niet (meer) beschikbaar heeft en dus niet kan overhandigen.

De gemeenteraad wijzigt het meerjarenbeleidsplan via een amendement. Vier instellingen krijgen een extra subsidieverhoging. De totale waarde van deze subsidieverhogingen bedraagt €470.000.73

Beleidskader 2013 – 2016 De economische crisis laat haar sporen achter in het culturele landschap van Den Haag. Al in de periode 2009 – 2012 heeft het college bezuinigd op cultuur. In 2011 is een generieke korting van 7,69% op alle cultuursubsidies doorgevoerd. In de periode 2013 – 2016 wordt er verder bezuinigd.

In het beleidskader 2013 – 2016 komt naar voren dat de culturele sector minder overheidsmiddelen tot haar beschikking zal krijgen en dat zij dus minder afhankelijk moet worden van subsidie.74 Dit laat onverlet dat volgens het beleidskader cultuur nooit geheel aan het spel van de vrije markt moet worden overgelaten en altijd subsidie nodig zal hebben. Wel betekent dit dat er een sterk beroep op instellingen zelf gedaan wordt om in hun inkomsten te voorzien, het zogenaamde cultureel ondernemerschap. Dit kan volgens de gemeente door nieuw publiek aan te trekken, zalen vaker te verhuren, kaartjes meer kostendekkend te maken en sponsors aan te trekken. Deze manier van denken is in lijn met de ontwikkeling van het rijksbeleid in deze periode waarin wordt bezuinigd op cultuursubsidies. Van cultuurinstellingen verwachtte het Rijk dat zij in toenemende mate in hun eigen inkomsten zouden gaan voorzien (zie 2.3.5).

Een andere vorm van cultureel ondernemerschap is volgens de gemeente een efficiënte bedrijfsvoering.75 Instellingen kunnen beter samenwerken en hierdoor snijden in kosten voor marketing en huisvesting. Volgens de gemeente geldt dit met name voor instellingen binnen dezelfde discipline, in hetzelfde gebouw of in elkaars onmiddellijke nabijheid.

73 Voorstel van het college inzake meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2009-2012 'Wonderlijke noodzaak'. Gemeente Den

Haag, goedgekeurd in de raadsvergadering op 11 december 2008. Te raadplegen: RIS157606. 74 Cultuur van iedereen: Beleidskader Kunst en Cultuur 2013 – 2016. Gemeente Den Haag, 6 oktober 2011. Te raadplegen:

RIS181128. 75 Cultuur van iedereen: Beleidskader Kunst en Cultuur 2013 – 2016. Gemeente Den Haag, 6 oktober 2011. Te raadplegen:

RIS181128.

51

Het college wil dat Den Haag een hoogwaardig en dynamisch cultureel aanbod heeft en kiest voor ondersteuning van zo volwaardig mogelijke culturele ketens. Dat betekent dat de gemeente de instellingen die internationaal aan de top staan, ziet als een schakel in een keten van onderwijsinstellingen en kleinere (amateur)instellingen. Op deze manier kunnen talenten van jongs af aan begeleid worden en is er in iedere stap van hun carrière een passende plek waar zij hun kwaliteit kunnen tonen. Deze visie past volgens het college bij de ambitie om een Dans- en Muziekcentrum te realiseren waarin een conservatorium kan samenwerken met een orkest en een danstheater.

Het RO moet zich onder druk van het Rijk duidelijk onderscheiden van het andere grote orkest in de regio, het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Samenwerking tussen RO en KC kan er volgens het college voor zorgen dat het RO zich kan transformeren tot een flexibel en professioneel orkest dat zich kan onderscheiden door een nadruk op talentontwikkeling. Hiervoor wordt de instellingen gevraagd in hun beleidsplannen een visie op samenwerking naar voren te brengen.

In het beleidsplan dat het RO indient, wordt deze samenwerking toegelicht. In 2010 zijn het RO en het KC gestart met een gezamenlijke masteropleiding orkestmusicus.76 Musici uit het RO begeleiden studenten van het KC en geven hun de kans om ervaring op te doen in de beroepspraktijk. In de periode 2013 – 2016 is het RO van plan deze samenwerking uit te breiden. Er zullen meer studenten in de master kunnen instromen. Ook wordt het voor studenten orkestdirectie mogelijk om het RO als dirigent te begeleiden. Het werk dat studenten schrijven zal verder met grote regelmaat door het RO worden uitgevoerd.77 Uit het jaarverslag van het KC blijkt dat het KC in 2013 vier masteropleidingen aanbiedt in samenwerking met andere instellingen. Een hiervan, de master orkest, wordt uitsluitend in samenwerking met het RO aangeboden. De master orkestdirectie wordt samen met het RO, acht andere beroepsorkesten en het conservatorium van Amsterdam aangeboden.

Voor de masters opera en muziektheater wordt niet samengewerkt met instellingen die in OCC/Amare zullen gaan huizen.78 Uit het meest recente jaarverslag over 2021 blijkt dat het RO en het KC nog altijd samenwerken in het aanbieden van de masters Orkest en Orkestdirectie.79 Volgens het beleidskader zijn investeringen in de huisvesting van het KC noodzakelijk om te komen tot een succesvolle profilering van het RO die zij nodig heeft om zich duidelijk te onderscheiden van het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Dit is opmerkelijk om twee redenen. Samenwerking tussen twee instellingen kan goed van de grond komen via exploitatiesubsidies. Er wordt echter stevig gekort op de subsidie van het RO in de nieuwe beleidsperiode. Daarnaast werkt het KC in haar

76 Jaarverslag 2010. Hogeschool der Kunsten Den Haag, 2011. Te raadplegen: https://docplayer.nl/10176573-Jaarverslag-2010-

hogeschool-der-kunsten-den-haag.html. 77 Beleidsplan 2013 – 2016 Stichting het Residentie Orkest. Residentie Orkest, 24 augustus 2012. 78 Jaarverslag 2013. Hogeschool der Kunsten Den Haag, 2014. Te raadplegen: https://adoc.pub/jaarverslag-2013-hogeschool-der-

kunsten-den-haag.html 79 Jaarverslag 2021. Hogeschool der Kunsten Den Haag, 2022. Te raadplegen:

https://www.hogeschoolderkunsten.nl/storage/documents/JAARVERSLAG-HdK-2021.pdf.

52

masters samen met allerlei instellingen zonder dat gezamenlijke huisvesting hiervoor een voorwaarde is. Het college licht in haar beleidskader niet toe waarom de behuizing in één gebouw een voorwaarde is voor verbeterde samenwerking. De artistiek directeur van het RO sinds 2016 (Tepl), zegt in zijn openbaar verhoor het volgende over de samenwerking tussen RO en KC:

“(…) daarvan mag ik wel, zelfbewust, zeggen dat het orkest en de onderwijsinstelling een van de meeste intensieve samenwerkingen hebben in Europa, wat nu geaccelereerd wordt door het feit dat we twee verdiepingen omhooggaan en in elkaars lesruimte of repetitieruimte zijn.”80

Uit dit citaat blijkt dat de gezamenlijke huisvesting weliswaar de samenwerking verbetert, maar dat gezamenlijke huisvesting niet de belangrijkste randvoorwaarde is voor samenwerking tussen het RO en het KC. Wel wordt in het beleidskader gesteld dat samenwerking op het gebied van programmering, talentontwikkeling, educatie, marketing en publieksopbouw tussen het RO, het NDT en de stichting GP kan leiden tot een efficiëntere bedrijfsvoering.81

Onder het kopje Dans wordt benoemd dat het college de dansinfrastructuur wil behouden. Deze moet ruimte geven aan (internationale) excellentie, een goede dansprogrammering, experiment- en talentontwikkeling, educatie en een actieve cultuurparticipatie. Om al deze functies met beperkter budget te kunnen behouden is meer samenwerking met kunstvakopleidingen vereist. Om deze reden heeft het NDT al met enkele instellingen op het gebied van dans een gezamenlijke opzet voor ‘het Huis voor de Dans’ ontwikkeld, waarbinnen programmering, talentontwikkeling, research en development, educatie participatie, amateurkunst en marketing als speerpunten worden benoemd. Het NDT zal tevens meer moeten samenwerken met opleidingen in Rotterdam. Het college geeft niet aan hoe deze samenwerkingsinitiatieven zich verhouden tot de impuls om samen te werken met andere instellingen binnen het nieuw te bouwen dans- en muziekcentrum.

Het college geeft aan de adviescommissie een aantal criteria mee om de subsidieaanvragen van de instellingen te kunnen beoordelen: -

Culturele kwaliteit.

-

Positionering binnen de stad en in samenwerking met andere instellingen.

-

Cultureel ondernemerschap: de mogelijkheden om de bedrijfsvoering efficiënt te organiseren en eigen inkomsten te genereren.

-

Draagvlak: het zoeken naar betrokkenheid van verschillende typen burgers.

-

Cultuureducatie: het bijdragen aan educatie van nieuw talent.

80 Openbaar verhoor Sven Arne Tepl. 23 februari 2023, p. 4. Te raadplegen: RIS314769. 81 Cultuur van iedereen: Beleidskader Kunst en Cultuur 2013 – 2016. Gemeente Den Haag, 6 oktober 2011. Te raadplegen:

RIS181128.

53

Het financieel kader dat de adviescommissie meekrijgt, bedraagt €49,1 mln. op jaarbasis, een vermindering van €6,1 mln. in vergelijking met de vorige aanvraag. Dit komt voort uit de afspraak in het coalitieakkoord 2010 – 2014 dat wordt bezuinigd op de cultuurbegroting (zie 2.1).

Advies Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2013 - 2016 De commissie beoordeelt in haar advies de plannen voor het nieuw te bouwen Dans- en Muziekcentrum.82 Dit is volgens de adviescommissie geen prestigeproject maar een manier om de positie van de instellingen te versterken. De levenscyclus van het Lucent Danstheater en de Dr. Anton Philipszaal loopt volgens de adviescommissie overduidelijk op het einde. Volgens de adviescommissie zouden de instellingen ook zonder nieuw gebouw de samenwerking kunnen intensiveren, maar vormt het nieuwe gebouw een randvoorwaarde om de grote en unieke kracht van deze samenwerking optimaal te benutten. Dit moet naar voren komen in een programmering die meer rekening houdt met de pluriformiteit van de inwoners van Den Haag. De adviescommissie benadrukt dat het nieuwe gebouw alleen een succes kan worden als bredere groepen in de stad zich mede-eigenaar voelen van de Spuizalen. Volgens de commissie wordt de legitimatie van het nieuwe dans- en muziekcentrum dan ook mede bepaald door wat de instellingen Stichting Gastprogrammering, RO, NDT en KC in de jaren vanaf 2013 zullen laten zien op het gebied van programmatische samenwerking.

Net als in de vorige periode is de adviescommissie kritisch op de subsidieaanvraag van het RO. In het advies meldt de commissie onvoldoende vertrouwen te hebben in de grote omslag die het RO moet maken om een cultureel boegbeeld van de stad Den Haag te zijn. Deze uitspraak wordt gedaan in het licht van teruglopende bezoekersaantallen. De adviescommissie heeft verder stevige kritiek op de exploitatieplannen van het RO. De begrote sponsorbedragen in de exploitatiebegroting acht de commissie ‘zo goed als illusoir’ en het exploitatiemodel getuigt volgens de commissie van onvoldoende realiteitszin omdat het staat of valt met een verwachte kwaliteitsimpuls van €2 mln. van de Gemeente Den Haag, iets dat onrealistisch is in een tijd van bezuinigingen. De adviescommissie doet voorstellen waar in het cultuurbudget gesneden kan worden. Bij het RO stelt de commissie voor om het aantal fte’s van 73,5 terug te brengen naar 60. Dit is gebaseerd op de bezetting van vergelijkbare orkesten. De commissie geeft specifiek aan wat dit betekent. De commissie waarschuwt ervoor dat het RO kan afglijden naar een lager niveau als zij zich richt op muziek die het Rotterdams Philharmonisch Orkest en het Concertgebouworkest beter kunnen uitvoeren. Het eigen beleidsplan van het RO getuigde nog van de opvatting dat het zich met de andere orkesten wilde meten.

Volgens de adviescommissie moet het RO zich daarentegen juist onderscheiden met andersoortige muziek. Op het gebied van bedrijfsvoering oordeelt de commissie dat de bestaande samenwerking met het Rotterdams Philharmonisch Orkest moet worden

82 Het cultureel kapitaal van Den Haag: advies Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2013 – 2016. Adviescommissie Kunst en

Cultuur, 25 april 2012. Te raadplegen: RIS248720.

54

geïntensiveerd. De adviescommissie is verder kritisch over de werving van middelen bij particulieren door het RO, iets dat eerder opgepakt had kunnen worden.

Ondanks deze kritiek is het RO volgens de adviescommissie een belangrijke spin in het web van het Haagse muziekleven. De adviescommissie is er daarom van overtuigd dat met een onderscheidend profiel het RO weer de beste kansen heeft om een belangrijke plaats te verwerven in het nationale en internationale muziekleven hetgeen haar status als boegbeeld van Den Haag kan bevorderen.

Met betrekking tot het NDT roemt de adviescommissie de vooraanstaande internationale positie van het gezelschap. Uit de aanvraag blijkt tevens dat het NDT wil inzetten op artistieke vernieuwing, maatschappelijke verbindingen, cultuureducatie en talentontwikkeling. Deze ambities moeten echter nog wel geconcretiseerd worden. Met betrekking tot marketing en communicatiebeleid vindt de adviescommissie dat het NDT achterblijft. Met de andere partijen betrokken bij de bouw van het Dans- en Muziekcentrum zou efficiënter en slagvaardiger samengewerkt kunnen worden.

Over de stichtingen SEM en Gastprogrammering, die per 1 januari 2013 fuseren tot DMC, meldt de adviescommissie dat elan en ambitie ontbreken om een centrale rol te spelen in het te realiseren gebouw. In aanloop naar een succesvolle exploitatie van een gezamenlijk gebouw moet de samenwerking tussen RO en NDT in de voorafgaande jaren nu al geïntensiveerd worden. De plannen hiervoor zijn volgens de commissie te summier en gaan meer over afstemming van de activiteiten dan over samenwerking. Samenwerking op het gebied van programmering en bedrijfsvoering kan ervoor zorgen dat het nieuwe cultuurcentrum een sterk merk wordt en een efficiënte exploitatie kan vormgeven. De directeur van de twee stichtingen Gastprogrammering en SEM, die 1 januari 2013 fuseren tot DMC (Scholten), deelt deze constatering in zijn openbaar verhoor:

“Tegelijkertijd - ik wil dat toch op dit moment zeggen - heeft het mij vanaf het begin verbaasd dat de gemeente zelf vanaf het allereerste begin heel weinig de nadruk heeft gelegd op de inhoudelijke ambitie die er met dat gebouw was. Dat raakt toch aan wat ik in het begin zei. Een nieuw huis voor drie instellingen klinkt toch als: we hebben wat achterstallig onderhoud en dat moeten we nu verbeteren. (…) een visie op het gebouw die vertrok bij de vraag 'wat willen we nou eigenlijk met het gebouw?' die verder ging dan een nieuw onderkomen voor KC, RO en NDT is er naar mijn gevoel veel te weinig geweest. Iemand van u stelde aan een van de wethouders de vraag: als je ambitie hebt, dan moet er toch ook geld zijn voor de programmering? Dat is vanaf het begin niet meegenomen.”83

83 Openbaar verhoor Henk Scholten. 22 februari 2023, pp. 13 – 14. Te raadplegen: RIS314766.

55

Uit dit citaat blijkt dat de gemeente in deze periode het nieuwe gebouw vooral zag als een onderkomen van de instellingen. De ideeën over samenwerking stonden in 2008 in de startnotitie weliswaar op papier, maar vormden geen centraal punt in de planvorming rond het gebouw. Hiermee is de planvorming een symptoom van een fenomeen dat ook de adviescommissie kunst en cultuur 2009 – 2012 in het Haagse cultuurbeleid terugziet, namelijk een grote aandacht voor accommodaties en weinig aandacht voor de bijbehorende exploitatie.

Meerjarenbeleidsplan 2013 – 2016 In het meerjarenbeleidsplan 2013 – 2016 wordt het belang van het nieuwe dans- en muziekcentrum uitgebreid benadrukt.84 Opvallend is dat het college hierin opnieuw vooral ingaat op het belang van kwalitatief goede culturele accommodaties, zonder de programmering hierin te benoemen. Wat betreft de inhoud van cultuur stelt het wel dat de instellingen in de komende jaren meer zullen moeten samenwerken op het vlak van programmering, talentontwikkeling, educatie, marketing en publieksopbouw. Het college deelt de mening van de adviescommissie dat het nieuwe dans- en muziekcentrum alleen een succes kan worden als bredere groepen zich van dit gebouw eigenaar gaan voelen. Het geeft echter geen strategie aan hoe dit moet worden gerealiseerd. Dit sluit aan bij wat de directeur van DMC (Scholten) in zijn openbaar verhoor zegt:

“Ik las (…) een [informeel] verslag van het gesprek van gisteren met burgemeester Van Aartsen. Daar staat nog steeds 'het ging om een nieuw onderkomen voor het Residentie Orkest, het Nederlands Dans Theater en het Koninklijk Conservatorium', terwijl mijn insteek vanaf het allereerste begin geweest is: nee, het gaat om een nieuw cultureel gebouw voor de inwoners van Den Haag. Dat is echt een wezenlijk andere insteek.”85

Uit het citaat blijkt dat bij de planvorming vanaf 2008 vooral is gekeken naar de programmering van het RO en het NDT en de hieraan verbonden eisen voor de nieuwe accommodatie. De gedachte dat het een gebouw zou worden met een diverse programmering van allerlei instellingen speelde in de planvorming een kleine rol. Hieruit blijkt dat het advies van de adviescommissie, namelijk om bredere groepen uit Den Haag bij het gebouw te betrekken, weinig weerklank vindt bij de gemeente.

Bij de bespreking van het meerjarenbeleidsplan in de gemeente in 2012 wordt een amendement aangenomen waarin €200.000 beschikbaar wordt gesteld om instellingen te faciliteren die sterk zijn op het vlak van cultureel ondernemerschap.86 In 2015 wordt een aparte subsidieregeling cultureel ondernemerschap gecreëerd.87 Tevens wordt bij de behandeling in 2012 een amendement

84 Haagse Nieuwe: meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2013 – 2016. Gemeente Den Haag, 2012. Te raadplegen: RIS251940. 85 Openbaar verhoor Henk Scholten. 22 februari 2023, p. 4. Te raadplegen: RIS314766. 86 Brief aan de commissie samenleving: fonds Stimulering Cultureel Ondernemerschap. Wethouder Cultuur, Binnenstad en

Internationaal, 14 maart 2013. Te raadplegen: RIS257342. 87 Collegebesluit Subsidieregeling stimulering cultureel ondernemerschap 2015 – 2016. Gemeente Den Haag, 17 maart 2015. Te

raadplegen: RIS281405.

56

aangenomen waarin een aantal van de instellingen, waarbij op de structurele subsidie is bezuinigd, een andere subsidie krijgt. De bedoeling hiervan is dat zij een doorstart kunnen maken en door cultureel ondernemerschap op eigen kracht verder gaan.88 Het totaal van deze subsidies bedraagt €150.000. Uit de raadsbehandeling blijkt dat de gemeenteraad cultureel ondernemerschap belangrijk vindt. Ook blijkt dat hij ervan overtuigd is dat cultureel ondernemerschap succesvoller is wanneer de instelling naast de zelf verzamelde inkomsten ook financieel wordt bijgestaan door de gemeente.

Bid van Culturele Hoofdstad Na het uitkomen van het meerjarenbeleidsplan 2013 – 2016 wordt eind 2012 bekend dat Den Haag is afgevallen in de race om Culturele Hoofdstad van Europa in 2018 te worden.89 Uit het rapport van de selectiecommissie blijkt dat het te realiseren Dans- en Muziekcentrum een kardinaal onderdeel van het Haagse bid was. Het panel dat de bids beoordeelde was er niet van overtuigd dat het voorgestelde programma paste bij een Culturele Hoofdstad.90 De benoemde visies en projecten waren te vaag en onvoldoende uitgewerkt om de commissie te overtuigen.

Een ander kritiekpunt is de funding van de Haagse bid. De gemeente stelt een budget voor van €50 mln. Zelf zal zij voorzien in €12 mln. De gemeente veronderstelt verder €10 mln. subsidie van het rijk te krijgen, maar dit bedrag is nog niet zeker. Voor de resterende €28 mln. wil de gemeente private fondsen zoeken, maar de beoordelingscommissie constateert dat de gemeente geen strategie heeft gepresenteerd hoe zij dit wil doen.

In de beoordeling van het Haagse bid zijn overeenkomsten waar te nemen met de beoordelingen van de adviescommissies kunst en cultuur, waarin ook wordt aangegeven dat de gemeente in sommige gevallen niet voldoende middelen ter beschikking stelt voor de programmering in de accommodaties waarin zij investeert en tevens dat de ideeën over samenwerking van culturele instellingen weinig concreet zijn geformuleerd.

Tussentijdse subsidie Residentie Orkest In het jaar 2013 moet het RO met een verminderd aantal FTE’s haar activiteiten doorzetten. Dit gebeurt door het programma aan te passen aan de nieuwe omvang van het orkest en meer samen te werken met het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Concreet betekent dit dat het RO in sommige gevallen concerten van het Rotterdams Philharmonisch Orkest herhaalt en coproducties met dit

88 Amendement Belonen cultureel ondernemerschap/doorstartplannen. Gemeente Den Haag, aangenomen in de raadsvergadering

op 8 november 2012. Te raadplegen: https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/3330247/1/rv88_2012_e. 89 Brief aan de Commissie Samenleving: kandidatuur Culturele Hoofdstad van Europa in 2018. 5 december 2012. Wethouder

Cultuur, Binnenstad en Internationaal. Te raadplegen: RIS254903. 90 Pre-Selection Report: Nomination of the European Capital of Culture 2018 in the Netherlands. ECoC 2018 Selection Panel, 30

november 2012. Te raadplegen: RIS256123.

57

orkest uitvoert. Ondanks deze aanpassingen kan niet worden voorkomen dat een negatief eigen vermogen ontstaat.91

In 2015 krijgt het RO daarom extra incidentele balanssteun van de Gemeente Den Haag ter hoogte van €338.000 vanwege de verwachting dat de instelling aan het einde van de beleidsperiode een negatief eigen vermogen zal hebben.92 Het college geeft deze subsidie omdat zij het RO van groot belang vindt voor de stad. Tevens heeft het qua bedrijfsvoering vertrouwen in een gezonde toekomst van het RO. In de brief wordt niet toegelicht hoe de gemeente tot deze opvatting komt. Uit deze subsidie blijkt dat de gemeente tegen het advies van de adviescommissie 2009 – 2012 ingaat en buiten haar eigen beleidscyclus om subsidies verleent.

Beleidskader 2017 – 2020 De hoofdlijnen voor het cultuurbeleid in de periode 2017 – 2020 worden vastgelegd in een nieuw beleidskader dat in 2015 verschijnt.93 De beleidsdoelen voor 2017 – 2020 zijn: -

Een hoogwaardig en dynamisch cultureel aanbod: De gemeente ziet graag een gevarieerd programma waarmee verschillende bevolkingsgroepen kunnen worden bereikt.

-

Makersklimaat: de gemeente wil kunstenaars faciliteren.

-

Cultuuronderwijs voor Haagse jongeren:

-

Cultuur met een breed bereik: alle verschillende groepen in de stad moeten participeren in cultuur.

-

Cultuur met maatschappelijke relevantie.

-

Economisch profijt en het culturele gezicht van de stad.

Onder het kopje beleidsdoelen wordt Amare eenmalig aan een specifieke doelstelling gekoppeld. Dit is bij de doelstelling van hoogwaardig en dynamisch en cultureel aanbod: In het nieuw te bouwen Amare kunnen studenten, dansers, klassiek geschoolde musici, amateurgezelschappen en populaire cultuurvormen naast elkaar én met elkaar hun creatieve proces ontwikkelen en presenteren. De interdisciplinaire innovatie moet leiden tot een verbreding van het publiek.

Verder wordt in het document vier keer benadrukt dat de gemeente verwacht dat DMC in zijn beleidsplan een gedeelde visie met de instellingen RO, NDT en KC opneemt.

Om uitvoering te geven aan het coalitieakkoord vraagt de gemeente van cultuurinstellingen dat zij de Code Culturele Diversiteit toepassen (zie 2.1). De code vraagt van organisaties om acties uit te voeren om diversiteit te bereiken in hun programmering, publiek, personeelsbestand en de groep

91 Residentie Orkest 2013 Jaarrekening en Jaarverslag. Residentie Orkest, 2014. 92 Brief aan de Commissie samenleving: balanssteun Residentie Orkest en Paard van Troje. Wethouder van Stadsontwikkeling,

Wonen, Duurzaamheid en Cultuur, 10 december 2015. Te raadplegen: RIS289820. 93 Beleidskader Kunst en Cultuur 2017 – 2020. Gemeente Den Haag, 1 mei 2015. Te raadplegen: RIS282223.

58

organisaties waarmee zij samenwerken.94 Het andere beleidsdoel in het coalitieakkoord, namelijk het verlagen van de drempel voor nieuwe instellingen, wordt in het beleidskader niet uitgewerkt. In 2021 blijkt uit een evaluatie van het cultuurbeleid dat culturele instellingen van mening zijn dat de beleidscyclus kunst en cultuur vooral ingericht is op aanvragers die al meerdere jaren structurele subsidie ontvangen.95 Hieruit blijkt dat het doel van het coalitieakkoord niet is gehaald.

Over Amare wordt in het beleidskader gezegd dat de participerende instellingen hun gezamenlijke visie concreter zullen moeten maken. Amare maakt nauwe samenwerking volgens de gemeente mogelijk en tijdens de seizoenen 2016 – 2017 tot en met 2018 – 2019 moeten de instellingen in hun tijdelijke onderkomen, het Zuiderstrandtheater, al vormgeven aan deze intensieve samenwerking.

Advies Meerjarenbeleidplan Kunst en Cultuur 2017 – 2020 Wat betreft de gezamenlijke visie van de instellingen uit 2017 is de adviescommissie kunst en cultuur bezorgd. Zij benoemt deze zorg bij de beoordeling van elk van de subsidieaanvragen van de drie cultuurinstellingen afzonderlijk. Volgens haar is de visie algemeen geformuleerd en biedt deze geen zicht op de door de gemeente noodzakelijk geachte verdergaande afstemming en samenwerking op de gebieden van programmering, talentontwikkeling, educatie, marketing en publieksopbouw. Volgens de commissie moet er een meer uitgewerkte visie komen waarin ook aandacht is voor de rol van het KC in het gebouw.

De adviescommissie oordeelt dat binnen het cultuurbudget dat de gemeente heeft, geen ruimte is om de ambitie van DMC als organisatie binnen OCC waar te maken. Het is de ambitie van DMC om zowel zelfstandig programmerend theater te zijn alsook een goede huisbaas voor het RO, het NDT en het KC. De gemeente vraagt om een kwaliteitsslag ten aanzien van opera en muziektheater. Volgens de adviescommissie is het niet mogelijk om op deze gebieden met de bestaande budgetten te concurreren met andere podia in de regio. De doelstelling van internationale excellentie is volgens de commissie alleen mogelijk voor wat betreft dans. DMC vraagt €310.000 aan voor extra culturele programmering. De commissie adviseert hierover negatief. Zij ziet het belang hiervan voor de uitvoering van de visie van de instellingen wel in, maar betoogt dat dit niet ten koste mag gaan van de andere culturele instellingen in Den Haag.

De commissie beveelt aan dat de gemeente met DMC regelmatig overleg voert over de intensivering van de samenwerking tussen de instellingen en adviseert een aparte procesafspraak te maken met

94

Cultural Diversity Code. Stuurgroep Code Culturele Diversiteit, 2014. Te raadplegen: https://codeculturelediversiteit.com/wpcontent/uploads/2016/06/Code-Culturele-Diversiteit-Engels.pdf. 95 Evaluatie Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 – 2024 Eindrapportage. DSP Groep BV, 2 november 2021. Te raadplegen: RIS310440.

59

betrekking tot het begrotingsjaar waarin DMC naar Amare verhuist zodat overgangskosten niet ten laste komen van de cultuurprogrammering.96

De adviescommissie wijst erop dat het RO veerkracht heeft getoond in de manier waarop het ondanks een krimp met 25,5% van zijn fte’s in de periode 2013 – 2016 toch zijn activiteiten heeft kunnen doorzetten. De commissie beveelt aan dat de gemeente tussentijds de activiteiten van het RO monitort om te bezien of de samenwerking met de andere instellingen van de grond komt.

In haar beoordeling van de subsidieaanvraag van het NDT acht de adviescommissie het hoogst opmerkelijk dat het NDT voor de periode 2017 – 2020 elk jaar dezelfde publieksinkomsten begroot. Deze worden klaarblijkelijk niet beïnvloed door de verhuizing naar Amare. Dit doet af aan de geloofwaardigheid van de begroting, maar leidt niet tot een verlaging van het subsidieadvies.

Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2017 - 2020 Het college deelt het advies van de adviescommissie. Het oordeel van de adviescommissie dat er binnen DMC geen ruimte is om de omvangrijke ambitie waar te maken wordt zo geïnterpreteerd dat de gemeente de exploitatie later opnieuw door een extern bureau zal laten toetsen. Met betrekking tot het gebrek aan een concrete gezamenlijke visie van de instellingen zegt het college dat het in gesprek zal blijven met de instellingen en het overleg met hen zal intensiveren.

DMC

heeft

voor

€310.000

subsidie

aangevraagd

voor

culturele

programmering.

De

adviescommissie heeft hierover negatief geadviseerd omdat zij dit bedrag niet wil weghalen bij andere culturele instellingen.97 De gemeenteraad besluit daarop het financieel kader van het meerjarenbeleidsplan te verruimen via een amendement dat hij aanneemt bij de bespreking van het meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur.98 Zo krijgt DMC over een periode van twee jaar €150.000 ter beschikking gesteld voor extra culturele en pluriforme programmering bovenop de bestaande budgetten.99 Uiteindelijk wordt deze subsidie ook in de jaren 2019 en 2020 doorgezet.

Opvallend is dat elk van de instellingen in het meerjarenbeleidsplan minder subsidie krijgt dan aangevraagd. De gemeente is het inhoudelijk niet oneens met extra programmering, maar wil hier de benodigde bedragen niet voor verstrekken.100

96 Bouwen aan Kunst en Cultuur Advies Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2017-2020 Den Haag. Gemeente Den Haag, 29 april

2016. Te raadplegen: RIS294107. 97 Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2017 – 2020: Subsidieaanvraag Stichting Dansen Muziekcentrum Den Haag. DMC, 27

november 2015. Raadsbesluit Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2017-2020 ‘Ruimte voor de spelende mens. Gemeente Den Haag, 4 november 2016. Te raadplegen: RIS295007. 99 Raadsbesluit Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2017-2020 ‘Ruimte voor de spelende mens. Gemeente Den Haag, 4 november 2016. Te raadplegen: RIS295007. 100 Voorstel Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2017-2020 ‘Ruimte voor de spelende mens. Gemeente Den Haag, goedgekeurd in de raadsvergadering van 4 november 2016. Te raadplegen: RIS295007. 98

60

De directeur van het RO (Tepl) zegt hierover het volgende in zijn openbaar verhoor:

“In twee subsidieperioden zijn er vanuit alle drie de instellingen - het KC is natuurlijk een onderwijsinstelling - in het kader van het meerjarencultuurplan ten behoeve van de front-ofhouse101 bedragen aangevraagd die vervolgens iedere keer voor alle drie de instellingen zijn afgewezen, wat natuurlijk weer te maken heeft met het plafond van het cultuurbudget.”102

Het financiële kader van de gemeente wordt enigszins verruimd doordat de gemeenteraad een amendement aanneemt waarmee DMC extra subsidie ter hoogte van €150.000 ontvangt.103

Gezamenlijke visie Instellingen 2017 Als uitvloeisel van het beleidskader kunst en cultuur en het meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur komen de instellingen in 2017 met een gezamenlijke visie met de titel ‘Een huis voor heel Den Haag’.104 De visie bevat zeven punten:

-

Amare is van de stad: het gebouw is gericht op iedereen.

-

Amare is voor de stad: activiteiten zijn voor alle inwoners in Den Haag.

-

Amare is door de stad: naast de vaste bespelers kunnen ook andere culturele groepen en instellingen het gebouw gebruiken.

-

Amare is uit de stad: het is een podium voor wat er in Den Haag leeft.

-

Amare is in de stad: het werkt samen met partners in Den Haag.

-

Amare is met de stad: de samenwerking met het bedrijfsleven geeft een belangrijke impuls aan het Haagse vestigingsklimaat.

-

Amare is vanuit de stad: het heeft een internationale aantrekkingskracht op basis waarvan het NDT en het KC zich wereldwijd op de kaart kunnen zetten.

Amare moet een plek worden waar studenten, professionals, amateurs en bezoekers met elkaar worden verbonden. De vestiging van het KC in het gebouw en de activiteiten die DMC organiseert, dragen hieraan bij.

Uit de uitgangspunten in het document ‘Een huis voor heel Den Haag’ blijkt duidelijk de gedachte dat Amare een afspiegeling moet zijn van allerlei soorten cultuuraanbod die in Den Haag aanwezig zijn. Volgens de instellingen ligt het nieuwe in het visiedocument uit 2017 in de sociale en culturele

101 Front-of-house activiteiten zijn alle activiteiten in het gebouw die voor het publiek zichtbaar zijn. Front-of-house bedragen zijn

subsidies die direct bedoeld zijn om extra programmering mogelijk te maken. 102 Openbaar verhoor Sven Arne Tepl. 23 februari 2023, p. 5. Te raadplegen: RIS314769. 103 Voorstel Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2017-2020 ‘Ruimte voor de spelende mens. Gemeente Den Haag, goedgekeurd

ind de raadsvergadering van 4 november 2016. Te raadplegen: RIS295007. 104 Een huis voor heel Den Haag: een visie op het OCC Gemeenschappelijke visie op het OCC van het Dans en Muziek Centrum,

het Koninklijk Conservatorium, Nederlands Dans Theater en het Residentie Orkest. DMC, november 2017, Te raadplegen: RIS298459.

61

component. De directeur van het KC op dat moment (Van der Meulen) verwoordt dit in zijn openbaar verhoor als volgt:

“Op gezette tijden hebben we heel veel communicatie richting bevolking gepleegd, ook omdat we merkten dat er links en rechts allemaal vooroordelen bestonden tegen dit gebouw en dat de nadruk er alleen op werd gelegd dat het zo duur was en dat het een paleis zou worden, terwijl het wat mij betreft een werkplaats is en niet alleen een gebouw dat aan zichzelf denkt, maar een gebouw dat tot in alle uithoeken van de stad, ook in Escamp, de Schilderswijk en het Laakkwartier gewoon een actieve partner is voor wat daar gebeurt. (…) Er was al een ander visiedocument. Dat heeft ook al dingen zoals deze benadrukt, maar ik denk dat met name de sociale functie en de educatieve functie in Een huis voor heel Den Haag veel helderder naar voren zijn gekomen dan in het visiedocument aan het begin [de startnotitie uit 2008]. Ik denk dat de nadruk toen nog meer lag op samen programmeren en mooie dingen doen. Kortom, dat was een meer kunstcentrale benadering, terwijl die sociale en culturele component gaandeweg veel sterker is geworden.”105

Uit dit citaat blijkt dat voorafgaand aan het verschijnen van ‘Een huis voor heel Den Haag’ vooral werd benadrukt dat de programmering een samenwerking tussen het RO, DMC, het NDT en het KC moest zijn. Dit noemt Van der Meulen de kunstcentrale benadering. Vanaf het verschijnen van dit document werd er meer de nadruk opgelegd dat de verbinding moest worden gezocht met allerlei cultuurinstellingen en initiatieven in de stad zodat deze ook van de nieuwe accommodatie gebruik zouden kunnen maken. Dit noemt Van der Meulen de sociale en culturele component.

Het visiedocument bevat ook drie organisatorische uitgangspunten:

“1. Het OCC wordt gevormd door vier autonome instellingen. De instellingen voeren hun eigen artistiek en zakelijk beleid, ontvangen ieder hun eigen subsidie en worden daar ieder individueel op afgerekend. De voorliggende visie is een aanvulling op de eigen visies.

2. DMC is exploitant van het gebouw, programmeur van alle voorstellingen door anderen dan de vaste bewoners en aanjager van community projecten. Als exploitant en programmeur is DMC de eerst aangewezene om als trekker en uitvoerder op te treden van de samenwerking. Het draagt zorg voor de marketing van het OCC en voor de juiste randvoorwaarden van de samenwerking waaronder de werving van aanvullende financiering voor de gezamenlijke programmering.

3. NDT neemt een bijzondere positie in op het landelijke en internationale danstoneel; NDT is van onschatbare waarde als Haags cultureel ambassadeur op alle belangrijke wereldpodia. Het

105 Openbaar verhoor Henk van der Meulen. 28 februari 2023, p. 40. Te raadplegen: RIS314774.

62

visiedocument vermeldt dat dit begrenzingen oplevert in de energie die NDT in de samenwerking kan investeren.”106

Om de samenwerking te kunnen realiseren wordt een directieoverleg geïnstalleerd alsmede een platform publiek en programmering. In deze gremia vindt de samenwerking tussen de instellingen en de samenwerking met andere partners in de stad plaats.

Hoewel het document het belang van samenwerking noemt, wordt de samenwerking in de praktijk begrensd. In de organisatorische uitgangspunten wordt de zelfstandige positie van elk van de instellingen benadrukt. De verantwoordelijkheid voor samenwerking wordt specifiek bij DMC gelegd. Ook wordt ervan uitgegaan dat DMC hier eigenstandig aanvullende financiering voor zal kunnen ophalen. De andere instellingen worden niet op de samenwerking afgerekend. Hiermee komt een groot deel van de punten van de visie op het bordje van DMC. Het DMC moet als aanjager van community projecten de verbinding met de stad leggen.

Uit het openbaar verhoor van de zakelijk directeur van het RO sinds 2016 (Tepl) blijkt dat het NDT niet op grote schaal met het RO kan samenwerken.107 De muziekdiensten die het NDT nodig heeft voor zijn uitvoeringen, moeten vanwege landelijke subsidievoorwaarden namelijk worden afgenomen bij een orkest in Amsterdam:

“Met 'beperkte mate' bedoel ik dat het NDT een subsidierelatie heeft met het balletorkest in Amsterdam. Dus we mogen niet eens op grotere schaal met het NDT werken.”108

Even later legt Tepl verder uit waarom er weinig met het NDT wordt samengewerkt:

“De vraag over wanneer we substantieel samenwerken met het NDT ligt voor de hand maar dan moet ik erop wijzen dat er een heel orkest in Amsterdam is dat die subsidie-taak heeft [om de muzikale begeleiding van het NDT te verzorgen]. (…) We proberen wel op bescheiden wijze, met name op het gebied van educatie, kleinschalig samen te werken omdat dit allemaal in een stroom van derden gelden van particulieren en fondsen zit en het zich in maatschappelijke en educatieve activiteiten uit. Maar kleinschalig, zodanig dat er daardoor eigenlijk niet een grote samenwerking tot stand kan komen in een tijd waarin de middelen schaars zijn.”109

106 Een huis voor heel Den Haag: een visie op het OCC Gemeenschappelijke visie op het OCC van het Dans en Muziek Centrum,

het Koninklijk Conservatorium, Nederlands Dans Theater en het Residentie Orkest. DMC, november 2017, p. 12. Te raadplegen: RIS298459. 107 Openbaar verhoor Sven Arne Tepl. 23 februari 2023, p. 4. Te raadplegen: RIS314769. 108 Openbaar verhoor Sven Arne Tepl. 23 februari 2023, p. 4. Te raadplegen: RIS314769. 109 Openbaar verhoor Sven Arne Tepl. 23 februari 2023, p. 5. Te raadplegen: RIS314769.

63

Uit de begeleidende brief bij de visie blijkt dat het college geen initiatief neemt om de instellingen te controleren op het gestalte geven van de visie en de daarin geformuleerde samenwerkingsambities. De gemeente gaat ervan uit dat de adviescommissie kunst en cultuur het beleid van de instellingen wederom zal toetsen en ziet dit als een afdoende controle op de instellingen.110 De wethouder stuurt dit document naar de raad, die er geen vragen over stelt.111

Beleidskader 2021 – 2024 In het meest recente beleidskader uit 2019 worden de beleidslijnen van het beleidskader 2017 2020 voortgezet:112

-

Inclusie en het brede bereik van cultuur: gesubsidieerde instellingen nemen concrete maatregelen om alle inwoners van Den Haag te bereiken en hun vorderingen op het gebied van diversiteit van bezoekers, personeel, programma en partners te monitoren.

-

Bedrijfsvoering: instellingen moeten realistisch begroten, eerlijk belonen en zorgen voor een gezond weerstandsvermogen. Het college ziet dat geldstromen vanuit sponsoren en donateurs belangrijker worden en wil regels opstellen om belangenverstrengeling te voorkomen.

-

Cultuureducatie: Culturele instellingen moeten hun aanbod afstemmen op de vraag van scholen.

-

Samenwerking: Culturele instellingen moeten zoeken naar brede samenwerking. Hun visie op samenwerking moeten zij concreet maken in hun beleidsplan.

-

Makersklimaat en talentontwikkeling: culturele instellingen moeten in hun beleidsplannen duidelijk maken hoe zij talentontwikkeling stimuleren en aandacht houden voor makers die op een andere manier tot kennis zijn gekomen dan via de traditionele vakopleidingen.

Amare wordt in het kopje beleidsthema’s niet genoemd. Verderop in het beleidskader staat dat Den Haag met Amare weer beschikt over een toereikend aantal podia, iets dat nodig is om makers en publiek te verbinden en de diversiteit in het cultuuraanbod te vergoten. Het specifiek hieraan gekoppelde beleidsdoel luidt als volgt: “Het OCC moet een ‘Huis voor heel Den Haag’ worden. De instellingen die in het OCC worden gehuisvest dragen hieraan bij. Net als andere culturele instellingen en verenigingen in de stad.”113

Specifiek van het NDT verwacht het college een beleidsplan waarin wordt toegelicht hoe de dans van het NDT in relatie staat tot de andere activiteiten voor het gebouw. In een nieuw beleidsplan moet verdergaande afstemming en concrete samenwerking met de danssector voor de

110

Brief aan de gemeenteraad: visie instellingen Onderwijs en Cultuurcentrum. Gemeente Den Haag, 24 november 2017. Te raadplegen: RIS298459. 111 Notulen Commissie Samenleving 20 december 2017. Gemeenteraad Den Haag, 20 december 2017. Te raadplegen: RIS299369. 112 Zee aan mogelijkheden! Beleidskader Kunst en Cultuur 2021-2024. Gemeente Den Haag, 27 juni 2019. Te raadplegen: RIS302961. 113 Zee aan mogelijkheden!: beleidskader Kunst en Cultuur 2021-2024. College van B&W, 27 juni 2019, p. 31. Te raadplegen: RIS302961.

64

programmering, talentontwikkeling en publieksopbouw voor de zichtbaarheid van het Haagse dansklimaat, beter worden toegelicht.114

Advies meerjarenbeleidsplan 2021 – 2024 DMC vraagt een subsidieverhoging aan voor internationale programmering, diversiteit en inclusie en de doorwerking van extra programmering in marketing en overheadkosten. De adviescommissie vindt dit een legitieme aanvraag, maar honoreert deze niet omdat zij vindt dat hiervoor geen ruimte is binnen het door de gemeente gestelde financiële kader.

Hiernaast vindt de commissie dat de aanvragen van de instellingen in Amare van weinig onderlinge afstemming en samenwerking getuigen. Ook is het voor de adviescommissie onduidelijk of DMC een leidende rol krijgt op het gebied van programmering of een rol van primus inter pares. Volgens de adviescommissie lijkt er in de aanvraag meer sprake te zijn van een hiërarchische verhouding dan een fundamenteel geborgde samenwerking. Dit kan volgens de adviescommissie de samenwerking juist belemmeren. De adviescommissie is dan ook zeer kritisch op de keuze om de gezamenlijke visie uit 2017 nogmaals als bijlage toe te voegen bij de aanvraag. Hieruit blijkt dat de algemeen geformuleerde visie van destijds nog niet concreet is uitgewerkt.

Over het RO is de adviescommissie, in tegenstelling tot eerdere adviescommissies, zeer positief. De instelling is inmiddels financieel gezond, werkt veel samen met het KC en werkt op allerlei manieren samen in de stad. Op deze manier functioneert het RO daadwerkelijk als een orkest van de hele stad.

Ook over het NDT is de adviescommissie positief, zij het dat de adviescommissie nog weinig terugziet van de dialoog met de buitenwereld die het NDT zegt te willen voeren.

Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021 - 2024 Het college meldt in het meerjarenbeleidsplan dat het ten dele instemt met de punten die de adviescommissie aandraagt ten aanzien van de samenwerking tussen de partners.115 Het college meldt hierbij niet met welke punten het niet instemt. Wel vraagt het van de instellingen om voor 1 oktober 2020 de begrotingen onderling af te stemmen.

Het meerjarenbeleidsplan verwijst naar een besluit van de gemeente om een deel van de exploitatiekosten van DMC, vanaf 2021 Stichting Amare geheten, buiten het meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur om te bekostigen. Het gevolg hiervan is dat Stichting Amare minder ruimte in het

114 Zee aan mogelijkheden!: beleidskader Kunst en Cultuur 2021-2024. College van B&W, 27 juni 2019, p. 40. Te raadplegen:

RIS302961. 115 Zee aan mogelijkheden!: Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021-2024. Gemeente Den Haag, goedgekeurd in de

raadsvergadering van 5 november 2020. Te raadplegen: RIS306137.

65

budget van het meerjarenbeleidsplan inneemt. Desondanks geldt nog steeds dat samenwerking van de instellingen en programmering worden beperkt als gevolg van de hoogte van subsidie voor Stichting Amare. De directeur van Stichting Amare (Zoet) zegt hier in zijn openbaar verhoor het volgende over:

“Behalve het bedrijfsplan lag er ook nog - die was in die tijd ook ter behandeling - een aanvraag in het kader van de cultuurnota door DMC. Daarin werd een aanvullend bedrag gevraagd van €513.000 (…). Zoals we weten, is in de beoordeling van de cultuurnotaplannen positief geoordeeld over Amare en ook over deze ambitie. Die hoort ook bij het Huis voor heel Den Haag. Want het ging zowel over internationale, vooraanstaande programmering als over communityprojecten, over samenwerking met cultuurankers en over Open Amare. Dat advies was positief, maar het bedrag hebben wij niet gekregen (…). De motivatie is op zich heel begrijpelijk vanuit het perspectief van de commissie die de gemeente adviseert, namelijk: als wij deze vijf ton aan Amare geven, waar moeten we die dan vandaan halen? Dan moet het ten koste gaan van een andere culturele instelling. Wij zijn natuurlijk niet de enige. Amare wil ook niet ten koste van de cultuur van deze stad bestaan. Dat is het motief geweest van de commissie om te zeggen: wij adviseren er geen geld voor uit te trekken. Maar het confronteerde ons wel met echt een probleem. Dat bleek ook later.”116

Zoet legt in zijn openbaar verhoor verder uit dat Amare een tekort heeft:

Want het is een feit - dat heeft u ook kunnen zien in de begroting die door Amare is ingediend bij de gemeente - dat we een tekort van acht ton hebben. Dan doen we al heel veel aan reductie. We doen niet het volle programma.”117

Ook licht hij toe welke gevolgen ontstaan voor Amare wanneer er financiële tegenvallers zijn:

“Dan zullen we moeten overgaan tot structurele bezuinigingen. Dat zou bijvoorbeeld kunnen zijn dat we ons beperken tot de beheertaak, het faciliteren van het orkest, het conservatorium en het Nederlands Dans Theater, en zakelijke verhuringen.”118

In 2021 wordt bij de behandeling van het meerjarenbeleidsplan een motie aangenomen waarin de raad constateert dat de grote instellingen steeds meer subsidie krijgen toegekend uit het meerjarenbeleidsplan. Tegelijkertijd constateert de raad dat Den Haag in vergelijking met Amsterdam en Rotterdam absoluut en relatief minder geld voor het meerjarenbeleidsplan kunst en

116 Openbaar verhoor Jan Zoet. 3 maart 2023, p. 14. Te raadplegen: RIS314899. 117 Openbaar verhoor Jan Zoet. 3 maart 2023, p. 19. Te raadplegen: RIS314899. 118 Openbaar verhoor Jan Zoet. 3 maart 2023, p. 20. Te raadplegen: RIS314899.

66

cultuur in zijn geheel ter beschikking stelt.119 De gemeenteraad vraagt daarom om een uitgebreide evaluatie van de manier van toekennen van cultuursubsidies. Uit de evaluatie komen aanbevelingen over het proces van toekenning van subsidies. In de aanbevelingen staat dat het raadzaam is dat alle instellingen door eenzelfde aanvraagprocedure moeten. Hierbij moet wel aandacht zijn voor kleinere instellingen voor wie het lastiger is om aan de eisen te voldoen.120 Over de hoogte van het financiële kader staan in het rapport geen aanbevelingen.

In een ander amendement besluit de gemeenteraad de subsidies van acht grote instellingen, waaronder Stichting Amare, het NDT en het RO met 1,5% te verminderen. Dit bedrag komt ten goede aan achttien kleinere culturele instellingen. Volgens de gemeenteraad zijn de kleinere instellingen van groot belang voor de stad en kunnen de grotere instellingen vanwege hun omvang wel een bijdrage leveren via deze subsidieverlaging.121

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13117185/1