CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS316357 bijlage 2 Bestuursplan

Commissie Samenleving 2 november 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Onderwijsdebat20.649 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

23

Hogeschool InHolland. Momenteel wordt daarmee het gesprek gevoerd over de toetredingsprocedure rondom samen opleiden vanaf 2025. Vanuit deze Pabo zijn 62 studenten binnen ons bestuur geplaatst. Ook met andere Pabo-opleidingen onderhouden we contact over Opleiden in de School. Een nieuwe gesprekspartner hierin is de Spring Pabo Leiden, een Pabo gericht op het opleiden voor vernieuwingsonderwijs. We onderzoeken of er een samenwerking met deze Pabo kan worden opgestart. Met Universiteit Leiden werken we samen aan het opzetten van verschillende routes om academisch geschoolde leerkrachten op te leiden. Inmiddels is de EMPO (Educatieve Master Primair Onderwijs van de VU, UvA en Universiteit Leiden gestart. De UGLO (Lerarenopleiding Grootstedelijk Onderwijs) is in ontwikkeling en start vanaf september 2023. Voor onderwijsondersteunende medewerkers wordt vanaf 2022 vanuit de gemeente Den Haag in samenwerking met andere partners het traject Ontwikkeldoor aangeboden, waarmee invulling wordt gegeven aan het modulair opleiden van onderwijsassistenten en leraarondersteuners om de eigen kennis en vaardigheden te versterken en de doorstroming naar de pabo te verbeteren. Daarnaast komen er cursussen/workshops en smeden we samenwerkingsverbanden waardoor ondersteunend personeel zo goed mogelijk hun ondersteunende taak kunnen uitvoeren.

De G5 subsidie voor het zij-instroomtraject (€ 739.000) wordt de komende jaren volledig ingezet voor het werven, het hebben van een dubbele bezetting in de eerste zes maanden voor de klas en alle coaching en begeleiding. Om meer zij-instromers te kunnen aantrekken wordt ook een deel van de subsidie Noodplan 2022 ingezet voor zij-instromers (€ 325.000) Behoud van personeel Deze programmalijn heeft als doel het behouden van personeel door o.a. coaching en begeleiding, goed aanbod van opleidingen en ontwikkelingsmogelijkheden, terugdringing ziekteverzuim en introductieprogramma’s. Hiervoor zijn in het Meerjarig HR Beleid 2022-2026 meerdere concrete interventies bepaald.

4.2.2 Financieel Het programma zij-instroom wordt financieel gedekt door Rijkssubsidies voor schoolbesturen in de G5 die gericht zijn op bestrijding van het lerarentekort. Het betreft meerjarige subsidies die aflopen na schooljaar 2023/2024. Het programma voorziet voor alle zij-instromers binnen De Haagse Scholen in de kosten voor opleiding en coaching en in zes maanden bovenformatieve plaatsing per zij-instromer. Voor groepen scholen met een complexere leerlingpopulatie is een maatwerkprogramma opgezet. Het bestuur zet in aanvulling hierop € 3 miljoen aan bovenmatige reserves in voor 1) extra zij-instromers in het programma, voor 2) werkervaringsplaatsen voor directeuren en 3) voor projecten van scholen voor anders organiseren van onderwijs. In 2023 zal besluitvorming plaatsvinden over uitbreiding/verlenging van dit collectieve programma. Naast deze middelen voor zij-instromers die op de scholen worden ingezet, geeft het bestuur prioriteit om in de bovenschoolse formatie ruimte te creëren voor de bestrijding van het lerarentekort.

24

Begroot

2022

2023

2024

2025

2026

Programma zij-instroom

1.064.000

1.064.000

620.000

-

-

0

3.000.000

PM

PM

formatie

300.000

459.399

469.779

470.44

474.547

Uitgaven professionalisering

2.058.000

3.421.204

2.521.458

1.609.690

pm

(als % van de bruto salariskosten)

(3,1%)

(2,2%)

(3,2%)

(2,0%)

(maatwerk en regulier) Collectief programma bestrijding lerarentekort DHS (inzet algemene reserves) Programma: inzet bovenschoolse

Voor de uitgaven aan professionalisering hanteert De Haagse Scholen een beleidsnorm (minimum) van 2% van de bruto salariskosten. De begrote percentages staan onder de bedragen opgenomen. Onder deze bedragen vallen bestuursbreed alle begrote materiële opleidingskosten. Opleidingstijd van medewerkers binnen de normjaartaak is hierin niet opgenomen. Door plannen in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs is het budget tijdelijk hoger. Op basis van artikel 9.3a van de cao PO 2022 wordt jaarlijks een budget per school beschikbaar gesteld voor extra tijd en geld voor professionalisering gericht op de basisvaardigheden van leerlingen. De bestuursnorm van 2% is meer dan toereikend om aan deze CAO verplichting te voldoen. De caoafspraak wordt in 2023 geëvalueerd.

4.3 Ontwikkeling Financiën De hoofddoelstelling van het financiële beleid van De Haagse Scholen is dat er enerzijds zoveel mogelijk middelen ingezet worden voor het bieden van goed onderwijs terwijl anderzijds de continuïteit van de bedrijfsvoering gewaarborgd blijft. Hieruit vloeien diverse beleidsuitgangspunten voort, zoals goede financiële kengetallen met genormeerde reserves die niet te hoog én niet te laag zijn en het streven naar een doelmatige inzet van middelen. Aangezien momenteel de reserves van De Haagse Scholen zich boven gestelde normen bevinden sturen we op tekorten in begroting en exploitatie. Hieronder wordt beknopt ingegaan op de financiële doelen en hoe de realisatie van deze doelen tot uiting komt in de voorliggende begroting.

4.3.1 Waarborging van de bedrijfscontinuïteit De Haagse Scholen bewaakt dat haar bedrijfshuishouding financieel robuust blijft. In de beoordeling daarvan sluit de organisatie aan op de kengetallen die de Inspectie voor het Onderwijs hanteert in haar continuïteitstoezicht. De drie indicatoren in onderstaande tabel hebben hierop betrekking. Hieruit valt op te maken dat de bedrijfscontinuïteit meerjarig geen risico vormt. Middels ondermeer toetsing van schoolbegrotingen, geïntensiveerd toezicht op scholen met financieel risico en centraal liquiditeitenbeheer in lijn met ons treasurystatuut zorgen we dat dit ook zo blijft.

25

Tabel: financiële kengetallen

Kengetallen Solvabiliteit: EV + voorzieningen / totaal passiva Liquiditeit: vlottende activa/kort vreemd vermogen Weerstandsvermogen: eigen vermogen/totale baten

Signalerings- Realisatie waarden 2022

2023

2024

2025

2026

< 30%

84%

82%

78%

76%

73%

< 75%

502%

427%

337%

296%

254%

< 5%

30%

31%

28%

24%

19%

Solvabiliteit betreft het vermogen om schulden af te lossen. De Haagse Scholen kent echter alleen kortlopende schulden, waardoor deze indicator hoog blijft. Het kengetal liquiditeit geeft aan in welke mate de organisatie aan haar korte termijn verplichtingen kan voldoen (bijvoorbeeld salarissen en facturen kan betalen). De waarde daalt door begroten negatieve resultaten maar blijft ruim boven de signaleringsgrens van de Inspectie. De hoge liquiditeit maakt het mogelijk om investeringen in duurzaamheid in eigen beheer te financieren. Het weerstandsvermogen wordt gebruikt om weer te geven in welke mate financiële tegenvallers (risico’s) opgevangen kunnen worden zonder dat de bedrijfscontinuïteit in gevaar komt. De Haagse Scholen bevindt zich ruim boven de generieke ondergrens van 5% die de Inspectie hanteert. De Haagse Scholen hanteert het beleid dat de omvang van de reserves een afspiegeling moet zijn van het actuele risicoprofiel van de organisatie. Middels periodieke risicoanalyse wordt de minimaal benodigde reserve-omvang bepaald. Het meest recente onderzoek, door AON Global Risk Consulting gerapporteerd in 2022, komt uit op een minimaal benodigd weerstandsvermogen van € 17,8 miljoen, wat neerkomt op afgerond 10% van de totale baten. Dit percentage ligt veel hoger dan de 5% van de inspectie.

De verklaring hiervan wordt in de eerste plaats gevormd door de aanwezigheid van decentrale algemene reserves per school, waardoor risicospreiding over scholen niet vanzelf plaats vindt voor een deel van de risico’s en in totaal meer reserve nodig is. In de tweede plaats is het risicoprofiel van de organisatie in de afgelopen jaren toegenomen, bij een gelijkblijvende inspectienorm. Meerjarig komen de begrote percentages nog steeds ruim boven de norm van 10% uit.

4.3.2 Afbouw van bovenmatige reserves Sinds 2021 hanteert de Inspectie naast normen voor de bedrijfscontinuïteit ook een signaleringswaarde om aanwezigheid van bovenmatig eigen vermogen te kunnen bepalen. Hiermee toetst de Inspectie indirect of de verstrekte bekostiging door besturen wordt ingezet in het onderwijs. Eigen vermogen boven de signaleringswaarde moet door schoolbesturen verantwoord worden. Begin 2023 bedroeg het totale publieke eigen vermogen van De Haagse Scholen € 52,2 miljoen. Op grond van de rekenmethode van de Inspectie zou de bovengrens liggen bij € 22,5 miljoen. Dit overschot aan eigen vermogen is ontstaan door grote bedragen aan ‘last minute’ verstrekte incidentele bekostiging die maar beperkt was in te zetten als gevolg van het lerarentekort en door de coronacrisis. Een groot deel van het eigen vermogen bevindt zich echter in bestemmingsreserves. In de eerste plaats zijn de niet bestede middelen voor het Nationaal Programma Onderwijs geoormerkt in de administratie om tot en met 2025 alsnog uit te geven aan de doelstellingen van het programma (€ 10,2 miljoen ultimo 2022). Corrigeren we

26

het eigen vermogen voor deze bestemmingsreserve, dan resteert een algemene reserve van € 41,9 miljoen. Het bovenmatige deel van de algemene reserve begin 2023 bedraagt daarmee per saldo nog € 19,4 miljoen. De bovenmatige reserves bevinden zich grotendeels op onze scholen. 23 van onze scholen hebben een reserve die (soms veel) groter is dan de interne normen van het bestuur. Slechts 8 scholen hebben te weinig reserve. De Haagse Scholen wil de komende jaren deze bovenmatige reserves afbouwen. Daarvoor wordt afgerond € 3 miljoen uit de algemene reserves besteed aan een collectief programma waarin op bestuursniveau wordt ingezet op de werving en opleiding van extra zij-instromers, op werkervaringsplaatsen voor nieuwe schoolleiders en op projecten voor het anders organiseren van het onderwijs. Naast dit collectieve programma zijn de scholen van DHS met bovenmatige reserves gevraagd om bestedingsplannen op te stellen om daarmee hun bovenmatig af te bouwen. Dit heeft geleidt tot 18 plannen met een waarde in de begroting van € 7,9 miljoen. Deze plannen omvatten diverse projecten die zich vooral richten op het onderwijsaanbod, de bestrijding van gevolgen van het lerarentekort en verbetering van de huisvesting. Onderstaande tabel geeft weer aan welke doelen deze bovenmatige reserves ingezet zullen worden door de scholen tussen 2023 en 2026. Daarvan is afgerond 40% begroot in 2023.

De voortgang van deze afbouw zal worden gemonitord.

Bij elkaar zorgen de voortgezette uitvoering van het NPO komende jaren (na einde Rijksbekostiging), het collectieve bestedingsprogramma en de bestedingsplannen van de scholen bij elkaar voor ruim € 20 miljoen aan bestedingen die financieel uit de reserves worden gedekt en daarmee het vermogen doen dalen. Dat wordt in de begroting (zie hoofdstuk 6) zichtbaar in de negatieve begrote resultaten in de komende jaren. Er is daarbij een realistische inschatting gedaan op basis van de schoolbegrotingen en bestuurlijke beleidsinitiatieven (inzet zij-instroom, aanpak lerarentekort etc.) waarbij ook rekening is gehouden met het wegvallen van (incidentele) subsidiestromen. Niet uit te sluiten valt dat de ambities niet voor 100 % worden gerealiseerd, de middelen blijven dan wel behouden voor een volgende periode.

27

De begrote afbouw wordt zichtbaar in de onderstaande meerjarenraming van het kengetal voor bovenmatig vermogen:

Kengetallen

Signalerings- Realisatie waarden 2022

Signaleringswaarde bovengrens vermogen

> 100%

233%

begroot 2023 200%

begroot begroot begroot 2024 2025 2026 161%

136%

112%

Naar verwachting zal deze inzet nog niet genoeg zijn om de reserves voldoende te doen dalen (112% in 2026). Daarom werkt het bestuur in 2023 aan een verdere uitbreiding van het collectieve bestedingsprogramma. Daarin zal het accent komen te liggen op projecten waarin het onderwijs anders georganiseerd wordt, de versnellingsscholen. Tot slot heeft het CvB de problematiek van toenemende reserves geagendeerd op nationaal niveau, bij de PO raad. Veruit de meeste schoolbesturen in Nederland hebben te maken met een mate van reservevorming die bovenmatig kan worden genoemd. Het is verstandig hierover een nationale strategie af te spreken. De PO raad zal initiatief nemen voor een landelijke bespreking over dit onderwerp. Een majeur risico blijft dat onbedoelde financiële resultaten zich opnieuw voordoen als gevolg van het lerarentekort en onverwachte extra bekostigingen met een onvoorspelbaar karakter die het Rijk laat in het jaar toekent. Daardoor kan het financieel effect van de genoemde plannen alsnog teniet gedaan worden.

4.3.3 Een doelmatige bedrijfsvoering De inzet van publieke middelen stelt hoge eisen aan de doelmatigheid van bestedingen. De Haagse Scholen stuurt op een doelmatige bedrijfsvoering langs drie lijnen: het laag houden van de overhead, centraal inkopen en beleidsrijk begroten. Een lage overhead De Haagse Scholen streeft er naar dat zoveel mogelijk middelen uit de bekostiging (direct) worden besteed aan het onderwijs aan leerlingen op scholen. Indirecte lasten, die besteed worden aan ondersteunende activiteiten, faciliteiten, randvoorwaarden, etc., zijn onmisbaar voor het goed functioneren van de organisatie, maar dienen qua omvang in evenwicht te blijven met het primair proces. Het bestuur ziet derhalve scherp toe op de ontwikkeling van de bovenschoolse lasten. In onderstaande tabel worden de bovenschoolse lasten in euro’s gepresenteerd, met daaronder ook het aandeel van deze lasten in de totale lasten van De Haagse Scholen. Zo wordt zichtbaar dat de lasten van het bestuurskantoor onder de door het bestuur gestelde grens van 5% blijven. Naast de ondersteunende activiteiten van het bestuurskantoor zijn in de tabel ook begrote collectieve lasten opgenomen. Dit zijn voorzieningen waar scholen direct gebruik van maken, maar waarvan de lasten op het bovenschoolse budget drukken.

28

Activiteiten bestuurskantoor, incl projecten

€

Collectieve lasten Totaal

€ €

2023

2024

2025

8.189.646 € 4,7% 1.714.265 € 9.903.911 € 5,7%

7.772.271 € 4,7% 1.727.665 € 9.499.935 € 5,7%

7.580.590 € 4,6% 1.578.740 € 9.159.330 € 5,6%

2026 7.570.935 4,6% 1.578.740 9.149.675 5,6%

In 2023 vindt een herijking plaats van de centrale ondersteuning van scholen in het kader van de beleidsbrief ‘Versterking organisatie DHS’. Dit kan leiden tot een ander, ruimer aanbod aan centrale diensten om scholen in hun zware opgave te ontlasten. Dit kan een stijging betekenen van de centrale lasten. Uiteraard blijft bij de besluitvorming omtrent dergelijke uitbreidingen doelmatigheid een belangrijke toetssteen. Inkoop en aanbestedingen De Haagse Scholen verwacht komende jaren (2023-2026) voor meer dan € 130 miljoen aan inkopen te zullen doen. Hiermee vertegenwoordigen de inkopen een groot deel van de totale uitgaven van DHS. Naast het feit dat sprake is van strikte rechtmatigheidseisen zijn inkopen en aanbestedingen van groot belang voor een doelmatige bedrijfsvoering. De afgelopen jaren kon door middel van centraal, bestuursbreed inkopen een sterkere inkooppositie neergezet worden in de markt met een groter volume. Schaalvoordelen resulteren veelal in een scherper aanbod van leveranciers met een betere prijs/kwaliteit verhouding. Daarbij zorgen aanbestedingen voor concurrentiestelling tussen leveranciers. De komende jaren streeft De Haagse Scholen ernaar om het aandeel van de collectieve inkopen verder te verhogen. Op de inkoopkalender staan onder andere centraal inkopen van ICT beheerdiensten en leermiddelen.

Deze producten/diensten werden voorheen decentraal gecontracteerd. Om de (potentiële) doelmatigheid van inkopen uit centraal aanbestede contracten in de uitvoering beter te waarborgen zal De Haagse Scholen vanaf 2023 tevens het centrale contractmanagement intensiveren en verdere standaardisering en automatisering onderzoeken. Beleidsrijk begroten Doelmatigheid houdt tot slot ook in dat middelen worden ingezet in lijn met de doelen van de organisatie. Van schooldirecteuren verwachten we dat ze beleidsrijk keuzes maken over de inzet van hun middelen, in lijn met school- en jaarplan en daarover het gesprek voeren in dialoog met team, MR en bovenschools directeur. Het begrotingsproces moet dit (beleids-)keuzeproces zoveel mogelijk faciliteren. Naast eerdere stappen op dit vlak, verkennen we welke stappen verder te zetten zijn naar beleidsrijk begroten. Vele vormen zijn mogelijk, maar hebben al snel een grote impact op het werk van schoolleiders. Een richting die verder uitgewerkt zal worden in samenspraak met schoolleiders is de integratie van de kwaliteitscyclus (schooljaarplannen) met de begrotingscyclus.

4.4 Ontwikkeling huisvesting We willen dat openbaar onderwijs voor alle kinderen in de stad bereikbaar, toegankelijk en in voldoende mate aanwezig is. Vandaar dat we een goede spreiding van onze scholen (met voldoende capaciteit) over de stad belangrijk vinden. Het gebouw en het plein zijn vaak de eerste kennismaking van nieuwe ouders en leerlingen met de school; een belangrijk visitekaartje en essentieel binnen de pijler ‘profilering’ van ons ambitiestatement.

29

We vinden het belangrijk dat het schoolgebouw uitstraalt wat de school wil zijn en dat het bijdraagt aan trots van het team, leerlingen en ouders. De Haagse Scholen wil prettige gebouwen voor kinderen om te leren en te spelen en voor medewerkers om te werken. Waar het schoon, heel, veilig, fris, gezond en werkbaar (geluid, licht) is, met ruimten, inrichting en faciliteiten die ondersteunend zijn aan het onderwijs dat we willen geven waarbij de totale vastgoedportefeuille duurzaam betaalbaar is. Hierbij hebben we aandacht voor: o

De gewenste onderwijsvernieuwing (ambitiestatement);

o

Duurzaamheid/verduurzaming;

o

Passend onderwijs en kinderopvang;

o

Uitstraling (profilering, eigen identiteit, trots, buurt);

o

Bewegen en gezondheid (o.a. buitenruimte/schoolplein, gymfaciliteiten);

o

Goede spreiding over de stad/ openbaar onderwijs in de buurt voor alle kinderen.

Idealiter zijn (nieuwe) gebouwen dus zo flexibel/aanpasbaar mogelijk, bijvoorbeeld qua indeling en ruimtegebruik, zodat ingespeeld kan worden op nieuwe onderwijsconcepten, inhouden en werkvormen. Het huidige onderwijs vraagt verder om een goede ICT-infrastructuur en -faciliteiten en om extra en/of multifunctioneel te gebruiken ruimtes, o.a. voor kinderopvang en passend onderwijs. Ook het schoolplein en de schoolomgeving kan vaker ingericht én/of benut worden als een speel-, ontwikkel- en leeromgeving. We hebben specifieke aandacht voor gymfaciliteiten en het schoolplein, omdat we kinderen op school zoveel mogelijk willen uitdagen tot sport en bewegen. Dit staat in deze tijd en in een grote stad als Den Haag onder druk: we zien toenemende inactiviteit en overgewicht, ook onder kinderen. Wanneer kinderen meer bewegen zorgt dit voor een betere motorische én cognitieve ontwikkeling en een betere gezondheid (ook op langere termijn). Gezien onze missie “We bereiden onze leerlingen voor op de wereld van morgen” kunnen en willen we niet om het verduurzamen van onze schoolgebouwen heen. Met het verduurzamen van gebouwen tonen we als organisatie eigenaarschap. Zichtbare projecten/ingrepen op school kunnen verbonden worden aan de lessen en op die manier hand in hand gaan met het vergroten van bewustwording, kennis en eigenaarschap bij kinderen, medewerkers en ouders/buurt.

Daarnaast kan verduurzaming onnodige (exploitatie)kosten besparen en zijn de maatregelen ook nodig om te voldoen aan landelijke en lokale klimaatdoelstellingen, die steeds meer een vertaling zullen krijgen in wetten en normen. Door middel van duurzame kostenbeheersing willen we onnodige kosten in de exploitatie (bijvoorbeeld schoonmaak, reparatie en onderhoud) zoveel mogelijk voorkomen, door meer te letten op onder andere leegstand, verspilling of energielekken. Stap voor stap gaan we verbeteringen aanbrengen in de gewenste richting, waarbij bovenstaande een kader biedt voor prioritering. De snelheid waarmee we dat kunnen doen zal afhangen van beschikbare tijd/capaciteit, deskundigheid en financiën. Ook zullen we soms afhankelijk zijn van andere partijen, zoals gemeente en andere besturen. Voor het planbare onderhoud aan onze scholen hebben we een duurzaam Meerjaren Onderhouds Plan (DMOP).

30

Voor nieuwbouw en renovatie van onze scholen zijn we aangewezen op het Integraal HuisvestingsPlan (IHP) van Den Haag (en Westland en Delft, voor twee nevenvestingen van De Strandwacht). Op dit moment zijn de A.M.G. Schmidtschool, Galvanischool, Inspecteur W.P. Blokpoelschool, Strandwacht en De La Reyschool.

4.5 Ontwikkelingen ICT In 2022 is nieuw, meerjarig ICT beleid ontwikkeld. Het nieuwe ICT beleid dient meerdere doelen. Het gaat enerzijds over het gebruik van ICT als ondersteunend middel om het onderwijs te moderniseren en de maatregelen die een oplossing moeten bieden aan het lerarentekort te ondersteunen onder gelijktijdige ontwikkeling van onderwijskwaliteit. Anderzijds gaat het beleid om het aanscherpen van de beveiliging van gegevens, apparatuur, de toegang tot systemen en de bewustwording van medewerkers t.a.v. cyber security en privacy volgens de norm ISO27002. De Haagse Scholen volgt hier de landelijke ontwikkelingen t.a.v. cybersecurity voor het primair onderwijs. Ook worden scholen verder ontzorgd in het beheer van de ICT-infrastructuur, beheer en aanschaf van apparatuur en beveiliging. Door gebruik te maken van beschikbare technologie kan de bedrijfsvoering efficiënter en voordeliger worden gemaakt. Door verschuiving van taken en werkzaamheden ontstaat op de scholen ruimte die kan worden benut voor de meer onderwijskundige kant van het gebruik van ICT-middelen binnen het primaire proces. In paragraaf 3.5 is al ingegaan op een grotere inzet van ICT middelen in het onderwijsproces, onder meer ook om afstandsonderwijs te versterken.

4.6 Ontwikkelingen Communicatie De afgelopen twee jaar is de focus geweest om de communicatiebasis op orde te brengen. Met een vernieuwde huisstijl, een nieuwe website, nieuwe werken-bij website en goed ingerichte social media kanalen staat er inmiddels een stevige basis. Voor de komende jaren ligt de focus op arbeidsmarktcommunicatie en interne communicatie. Arbeidsmarktcommunicatie Voor De Haagse Scholen is het belangrijk om zich (online) goed te profileren als werkgever, want met het lerarentekort en de krapte op de arbeidsmarkt hebben wij het hele jaar door vacatures. Wij werven tegenwoordig voornamelijk online. We investeren daarom met aansprekende content op zowel onze websites als onze social media kanalen om onze online aanwezigheid en zichtbaarheid te vergroten. Interne communicatie Interne communicatie levert een bijdrage aan behoud van personeel. Vandaar dat wij ook daar de komende jaren extra aandacht aan besteden om zo te zorgen voor meer alignement en verbinding met de organisatie. Dit doen wij allereerst door kritisch te kijken naar de kanalen die wij inzetten bij interne communicatie en deze te verbeteren. Daarnaast willen we meer ontmoeting organiseren tussen de collega's, zodat we de beweging maken van hoofdzakelijk zenden naar meer dialoog creëren voor een betere samenwerking en kennisdeling.

Tevens werken Communicatie en HR samen aan een compleet nieuw bestuursbreed onboarding programma voor alle nieuwe medewerkers, zodat zij zich vanaf de eerste dag welkom voelen bij De Haagse Scholen.

31

Hoofdstuk 5. Meerjarige ontwikkeling leerlingen & formatie 5.1

Leerlingenraming

De ontwikkeling van de leerlingenaantallen is afhankelijk van een groot aantal lokale factoren per school (demografische ontwikkeling in de wijk, aanwezigheid van nieuwbouwprojecten in de omgeving, aantrekkelijkheid van de school voor ouders, andere scholen in de omgeving) en daarmee ook zeer divers van aard. De Haagse Scholen kende in 2021 een daling van het leerlingenaantal na eerdere jaren van groei. De verklaring hiervoor lag in de coronacrisis, waardoor het aantal expats en (tijdelijke) arbeidsmigranten in de stad daalde. In 2022 kromp het leerlingaantal per saldo opnieuw. Dit is echter het gevolg van de schoolsluiting van OBS Ypenburg. De komende jaren verwachten we dat de door corona veroorzaakte teruggang zich weer herstelt. Die trend was al zichtbaar in 2022, met name door een relatief grote toestroom van vluchtelingen. De Haagse Scholen heeft zich met de andere schoolbesturen en de gemeente ingespannen om deze kinderen een plek te kunnen bieden in het Haagse onderwijs, ondanks een groot tekort aan leerkrachten. Dit heeft geresulteerd in zogenaamde landingsplaatsen waar eerste opvang kan worden geboden aan nieuwkomers voor wie nog niet direct plaats is in een volwaardige nieuwkomersgroep. In de eerste maanden van 2023 heeft overleg met het ministerie plaatsgevonden over de vorm en inhoud van de landingsplaatsen.

Dat overleg heeft tot de conclusie geleid dat dit aanbod kan worden gekwalificeerd als regulier onderwijs en voor reguliere bekostiging in aanmerking komt. Tabel: ontwikkeling leerlingaantal (per 1 februari) Aantal lln per 1 februari 2021 2022

2023

2024

2025

Basisonderwijs

13.792

13.630

13.518

13.636

13.734

Speciaal basisonderwijs

561

555

557

565

565

(Voortgezet) speciaal onderwijs

991

1003

1008

1034

1034

15.344

15.188

15.083

15.235

15.333

Totaal

In de raming loopt het aantal leerlingen licht op naar ruim 15,3 duizend leerlingen in 2026. Als we kijken naar de gemiddelde omvang van onze basisscholen, dan bedraagt deze meerjarig ruim boven het verplichte minimale gemiddelde van 290 (2023: 314). Uiteraard blijft het een raming die met onzekerheid gepaard gaat. Derhalve wordt de leerlingengroei goed gemonitord en indien nodig wordt bijgestuurd in de formatieomvang en bestedingen. De leerlingenaantallen in het SO en SBO bewegen zich ongeveer tegen de capaciteitsplafonds op deze scholen. Het aantal leerlingen op het SBO bevindt zich ruim boven de 2% norm van de Rijksoverheid. Doorverwijzingen naar zowel SBO als SO (met name cluster 4, gedrag) zijn hoger dan financieel op te brengen voor het samenwerkingsverband, wat ten koste gaat van beschikbare middelen voor basisondersteuning en arrangementen. Bovenal betekent dit dat de beleidsmatige wens en politieke opdracht van thuisnabij, inclusief onderwijs in het gedrang is. Samen met SPPOH wordt de komende jaren ingezet op verlaging van de

32

doorverwijzingen. Daarmee is het streven naar krimp van SBO en SO. In afwachting op concrete, vastgestelde plannen, is dit voornemen nog niet in de meerjarige raming en begroting verwerkt. Ondanks dat er op bestuursniveau geen noodzaak is om op basis van de wettelijke normen het scholenbestand te herstructureren, ondervindt De Haagse Scholen wel een effect van kleine scholen op de exploitatie. Dergelijke kleine scholen zijn financieel moeilijk rendabel te krijgen, vergen bestuurlijke financiële bijdragen. Zij beschikken bovendien vaak niet over de omvang om goed in te kunnen zetten op onderwijskundige vernieuwing of leerlingbegeleiding en ook is het voor hen lastiger om risico’s op te vangen (bijvoorbeeld bij uitval van leraren). Schaalvergroting en nauwere samenwerking tussen scholen zijn daarom doelen in het kleine scholenbeleid van De Haagse Scholen. Op 1/2/2023 waren er (incl OBS Ypenburg) nog zeven scholen kleiner dan 200 leerlingen. Een jaar eerder waren dat er nog negen. In 2025 verwachten we dat er nog maar 5 kleine scholen zijn als gevolg van leerlingengroei. In hoofdstuk 6 wordt het effect van de leerlingaantallen zichtbaar op de baten. De ontwikkeling van de leerlingen in het basisonderwijs zorgt ervoor dat ‘overall’ de lumpsum Rijksinkomsten van De Haagse Scholen, naast jaarlijkse loon- en prijscompensatie voor gestegen kosten, redelijk stabiel blijven in totaal.

Tussen scholen zijn er echter verschillen. Bij krimpende scholen dalen de inkomsten, terwijl bij groeischolen de leerlingengroei het soms mogelijk maakt om extra bekostigde groepen te starten. Uiteraard is er ook een verband tussen het aantal leerlingen en de benodigde formatie. In het volgende hoofdstuk wordt de meerjarige formatieve ontwikkeling zichtbaar gemaakt.

5.2

Meerjarige formatieontwikkeling

In deze paragraaf wordt invulling gegeven aan de voorgeschreven informatie-elementen uit de CAO Primair Onderwijs met betrekking tot het “meerjaren formatiebeleid” van De Haagse Scholen. In onderstaande tabel staat de meerjarig begrote formatie-omvang van de organisatie, onderverdeeld naar de personeelscategorieën. De jaren 2021 en 2022 zijn gerealiseerde data, de jaren vanaf 2023 zijn verwachte waarden gebaseerd op de schoolbegrotingen. Vanaf medio 2021 vond een stijging van de formatie plaats. Dit is het gevolg van de inzet van de NPO-middelen. Na medio 2023 lopen deze activiteiten en daarmee de ingezette formatie geleidelijk weer af. NPO bekostiging stopt op dat moment, maar middelen die niet zijn besteed in 2021 en 2022 zetten we in om NPO formatie langer aan te houden in de volgende jaren. In 2026 is de formatie qua omvang weer vergelijkbaar met het niveau voor het NPO programma in 2021, ook het leerlingaantal tussen deze jaren vergelijkbaar. Wel wordt een verdere verschuiving in de samenstelling van de formatie verwacht tussen onderwijzend personeel (minder) en onderwijsondersteunend personeel (meer). Deze verschuiving is het gevolg van het tekort aan leerkrachten op de arbeidsmarkt. Door het anders organiseren van het onderwijs proberen we deze ontwikkeling gepaard te laten gaan met behoud van de onderwijskwaliteit.

Gelijkertijd zetten we in op zoveel mogelijk aantrekken en opleiden van zij-instromers. Zie hoofdstuk xxx voor de beleidslijnen in het kader van het meerjaren personeelsbeleid.

33

Tabel: ontwikkeling formatie (gemiddeld per jaar in fte)

(in fte) Basisonderwijs Directie Onderwijs ondersteunend personeel Onderwijzend personeel speciaal basisonderwijs Directie Onderwijs ondersteunend personeel Onderwijzend personeel (voortgezet) speciaal onderwijs Directie Onderwijs ondersteunend personeel Onderwijzend personeel

2021 1086 61 255 770 90 3 27 60 266 9 129 128

2022 1124 60 314 750 88 4 29 55 269 11 132 126

2023 1138 59 323 757 89 4 31 54 266 12 127 128

2024 1112 57 312 743 88 4 30 54 264 11 126 127

2025 1098 56 305 737 88 4 30 54 263 11 126 126

2026 1091 56 302 733 87 4 30 53 262 11 126 125

Bestuurskantoor

50

53

60

60

60

60

Invalpoule TOP

13

7

7

7

7

7

1505

1540

1560

1531

1516

1508

Totaal

De omvang van het bestuurskantoor neemt toe. Het bestuur zet de komende in op een betere ondersteuning van scholen volgend op de visie in de beleidsbrief ‘Versterking organisatie DHS’. Dit is nodig om het hoofd te kunnen bieden aan de majeure actuele uitdagingen in het onderwijs. Ondermeer betekent dit uitbreiding van formatie op prioritaire beleidsdossiers als lerarentekort/anders organiseren en passend onderwijs. Ook de bovenschoolse directie wordt uitgebreid. De ondersteuningstructuur ten aanzien van de bedrijfsvoering zal ook herijkt worden op de behoeftes van scholen. Ten aanzien van de TOP De Haagse Scholen (interne invalpool) is de verwachting dat de interesse om te werken vanuit een invalpoule de komende jaren niet zal toenemen. Nog niet verwerkt in de meerjarenformatie zijn de effecten van het verwachte nieuwe Rijksprogramma ter versterking van basisvaardigheden. De Rijksoverheid heeft nog niet over de omvang en inrichting van deze aanvullende bekostiging gecommuniceerd richting het onderwijsveld, maar op grond van het regeerakkoord en de Rijksbegroting is een structureel extra budget van meer dan € 10 miljoen voor DHS te verwachten.

Ondanks dat deze bekostiging onzeker is en op dit moment onmogelijk is de formatieve gevolgen in de begroting te verwerken, biedt het bestuur goed functionerende NPO medewerkers met taken die bijdragen aan basisvaardigheden een vaste aanstelling aan, anticiperend op dit nieuwe programma. De reserves van de stichting zijn voldoende groot om eventuele risico’s van een uitblijvende bekostiging te kunnen dekken. In bijlage 1 is het bestuursformatieplan opgenomen. Dit vormt een uitwerking van de vastgestelde formatieomvang in schooljaar 2023/2024 per school, afgezet tegen het aantal leerlingen.

34

Hoofdstuk 6. Meerjarenbegroting In de vorige hoofdstukken ligt de inhoudelijke basis voor de meerjarenbegroting van De Haagse Scholen. Het strategische beleid geeft de richting aan waarlangs plannen worden gemaakt, kosten worden gemaakt en investeringen plaatsvinden. Het aantal geprognosticeerde leerlingen is bepalend voor de bekostiging, maar ook voor de benodigde personeelsformatie en daarmee het grootste deel van de kosten. In dit hoofdstuk wordt dit alles bij elkaar gebracht in een meerjarenbegroting, samen met de andere (kleinere) financiële stromen, inkomsten en kosten. De presentatie van de meerjarenbegroting is op hoofdlijnen. In het financieel management van De Haagse Scholen wordt niet gestuurd en verantwoord op afzonderlijk begrote (kosten-)posten, maar op het totaal van (financiële) resultaten en vermogensontwikkeling (op bestuursniveau en per school), risico’s en bedrijfscontinuïteit. Deze elementen worden in de komende hoofdstukken zichtbaar gemaakt.

6.1

Staat van baten en lasten

Onderstaande tabel maakt zichtbaar hoe de totale baten en lasten van De Haagse Scholen zich de komende jaren naar verwachting ontwikkelen. Deze meerjarenbegroting is de optelsom van de geconsolideerde schoolbegrotingen die met een hoge mate van detail per school worden opgesteld. Het onvoorspelbare deel van de Rijksinkomsten is door geoormerkte, incidentele subsidies aanzienlijk toegenomen, en het lerarentekort maakt het vaak niet mogelijk om deze extra middelen hetzelfde jaar nog in te zetten. Afgelopen jaren leidde dit tot forse niet begrote positieve resultaten. Niet alleen bij DHS, maar breed in de onderwijssector heeft dit geleid tot groei van reserves. Onderstaande begroting gaat in de realisatie opnieuw met onzekerheid gepaard, maar bij afwijkingen reageert het bestuur door middel van financiële sturing in de planning & control cyclus. Het bestuur biedt scholen begeleiding in hun financieel management. Middels financiële prognoses ontstaat een tijdig beeld van begrotingsafwijkingen, zowel op schoolniveau als op bestuurlijk niveau. Niet bestede geoormerkte middelen, zoals de NPO bekostiging, blijven bij vertraagde uitvoering (via aparte bestemmingsreserves) voor de scholen beschikbaar om alsnog te besteden in latere jaren. Het bestuur heeft het overig deel van de schoolreserves genormeerd en monitort de omvang.

Als de reserves bovenmatig zijn wordt de scholen gevraagd de reserves in te zetten in bestedingsplannen. Indien nodig zet het bestuur bovenmatige reserves van scholen in voor strategische projecten. In onderstaande tabel is naast de vorig jaar opgestelde begroting 2023, ook een bijstelling van deze begroting gevoegd op basis van geactualiseerde gegevens (“Bijstelling 2023”).

35

Tabel: staat van baten en lasten

(* €1.000,-) BATEN 3.1

Rijksbijdrage OCW Doelsubsidies Rijk Samenwerkingsverband Gemeentelijke subs.

Realisatie 2022

Begroot 2023

Bijstelling 2023

Begroot 2024

Begroot 2025

Begroot 2026

146.179 7.167 6.411 10.115

134.111 7.456 4.831 8.920

145.080 9.430 4.436 9.955

133.852 5.819 4.162 8.428

135.142 5.809 4.122 7.616

135.833 5.794 4.047 7.179

3.5 Overige baten TOTAAL BATEN

7.907 177.779

3.557 158.875

4.779 173.679

3.808 156.069

3.807 156.496

3.817 156.670

LASTEN 4.1 Personeelslasten 4.2 Afschrijvingen 4.3 Huisvestingslasten 4.4 Overige lasten TOTAAL LASTEN

132.771 2.801 11.687 12.840 160.099

135.930 3.009 10.954 9.815 159.708

141.610 2.953 14.850 14.128 173.540

136.674 3.180 14.856 11.064 165.774

136.006 3.143 13.788 10.639 163.575

136.123 3.164 13.991 10.344 163.622

17.679

-833

139

-9.705

-7.079

-6.952

-119

-5

345

195

-5

-5

17.560

-838

484

-9.510

-7.084

-6.957

3.2

SALDO Saldo baten en lasten Saldo financ. baten en lasten TOTAAL RESULTAAT

6.1.1

Toelichting baten

Rijksbijdrage Onder deze post bevindt zich de lumpsum bekostiging van de Rijksoverheid. Naast de eerder geschetste ontwikkeling van de leerlingenaantallen zijn ook andere (onzekere) factoren van invloed op de omvang en samenstelling: -

Vanaf 1 januari 2023 voert het Rijk de vereenvoudiging van de Rijksbekostiging in, voorzien van een overgangsregeling. In de begroting zijn de gevolgen van de nieuwe bekostiging verwerkt. De financiële impact is gering voor De Haagse Scholen in totaal op bestuursniveau.

-

De bekostiging is meerjarig begroot op loon- en prijspeil 2022. Toekomstige indexaties door het Rijk die nog niet bekend waren ten tijde van het begrotingsproces, zijn dus niet meegenomen.

-

Het CBS berekent jaarlijks opnieuw de onderwijsachterstandsscores per school. De Haagse Scholen heeft niet de gegevens om deze meerjarig te kunnen ramen. Derhalve is meerjarig begroot op de laatst bekende stand van deze scores op het moment van begroten.

-

Het Nationaal Programma Onderwijs zorgt tot en met medio 2023 voor incidentele middelen, waarna deze weer wegvallen. In 2023 worden aanzienlijke extra Rijksmiddelen (> € 10M) verwacht voor de versterking van basisvaardigheden. Deze zijn als gevolg van de grote onzekerheid rondom deze bekostiging echter nog niet

36

opgenomen in de begroting, met uitzondering van de toekenning voor een eerste, kleine groep pilot scholen in schooljaar 22/23 (onder “doelsubsidies Rijk”). Doelsubsidies Rijk De doelsubsidies omvatten rijksbijdragen met een bijzondere doelstelling of doelgroep en derhalve een separate verantwoording. Het betreft bijvoorbeeld bijdragen voor de Bijzondere bekostiging asielzoekers en andere vreemdelingen en de Lerarenbeurs (voor vervanging van leerkrachten bij een (gesubsidieerde) studie, eenmalig in hun carrière). Deze subsidies kennen een relatief korte looptijd en de verwerving van toekomstige, nieuwe subsidies is onzeker. In de meerjarenbegroting zijn deze derhalve behoedzaam begroot, zowel in de betreffende baten als bijbehorende lasten. De bijzondere bekostiging voor opvang vreemdelingen/asielzoekers stijgt aanzienlijk. Sinds 2020 zijn er significante doelsubsidies voor de bestrijding van het lerarentekort (afgerond € 2 miljoen per jaar, vier jaar lang): voor het werven, begeleiden en opleiden van zij-instromers en om uitvoering te geven aan de maatregelen in het Noodplan lerarentekort. Vanaf 2024 vallen deze middelen weer weg in de begroting. Doorgaans staan er extra activiteiten/lasten tegenover de subsidie.

Door de grote omvang van de extra baten, een afgebakende doelstelling van deze subsidies, en beperkingen in de mogelijke inzet als gevolg van personeelstekorten, is de tijdige besteding van de middelen een risico. Dit kan de komende jaren leiden tot financiële fluctuaties in de resultaten. In 2021 en 2022 heeft dit risico zich gemanifesteerd in de vorm van grote financiële overschotten. Rijksbijdragen samenwerkingsverband (Passend Onderwijs) Onze basis- en SBO-scholen hebben met het Haagse Samenwerkingsverband SPPOH te maken, onze (V)SOscholen hebben met meerdere SWV Passend Onderwijs te maken die ieder hun eigen wijze en tempo van bekostigen hebben. Het toegenomen aantal leerlingen legt hoge druk op het (V)SO en het SBO. De gestegen bekostiging van het SBO en (V)SO zorgt voor een grote druk op de budgetten van SPPOH, waardoor het samenwerkingsverband bedragen voor basisondersteuning (voor basisscholen) niet zal indexeren in de komende jaren en vermoedelijk zal moeten bezuinigen vanaf 2023. Ook is een daling te zien in de begroting door afbouw van de groeibekostiging in het SO en SBO, samenhangend met de vereenvoudiging van de Rijksbekostiging. Gemeentelijke subsidies De Haagse Educatieve Agenda vormt het beleidskader voor de gemeentelijke onderwijssubsidies. Scholen kunnen middels een ‘Integraal Plan’ jaarlijks subsidie aanvragen via het Onderwijsloket.

De gemeente heeft besloten om de subsidie voor het programma Leer Kansen Profiel (LKP) te stoppen. Hierdoor dalen meerjarig de gemeentelijke subsidie-inkomsten. Er is sprake van een overgangsregeling. De gemeentelijke subsidie daalt in 2024 verder met € 600.000 door de afloop van de gemeentelijke subsidie ter bestrijding van het lerarentekort (cofinanciering G5 subsidieprogramma’s van het Rijk). Overige baten De huuropbrengsten van (gym)lokalen en de klokurenvergoeding voor gymnastiekonderwijs van de gemeente Den Haag zijn stabiel begroot. Dit geldt ook voor de begrote ouderbijdragen (voor schoolreisjes, schoolzwemmen, TSO, enz.) en subsidies van derden zoals Fonds 1818. Tot slot bieden (V)SO scholen ambulante dienstverlening

37

in opdracht van andere samenwerkingsverbanden en scholen. Indien deze scholen onder andere besturen vallen vindt externe facturatie plaats aan de hand van tarieven die het samenwerkingsverband vaststelt.

6.1.2

Toelichting lasten

Ontwikkeling personele lasten Met een aandeel van 82% (bijgestelde begroting 2023) zijn de personeelslasten veruit de omvangrijkste kostenpost van De Haagse Scholen. Een groot deel van deze personele kosten liggen, zeker op de korte termijn, vast doordat het grootste deel van het personeel in vaste dienst is. De loonkosten zijn begroot op basis van de bestaande formatie met de daarin verwachte toekomstige mutaties (waaronder vacatures en uitstroom), zie de geraamde omvang daarvan in paragraaf 5.2. In de begrotingsrealisatie van de afgelopen jaren behaalde DHS grote positieve financiële resultaten ontstaan als gevolg van het lerarentekort in combinatie met extra inkomsten (waarvoor onvoldoende formatie kon worden gevonden). De begrote formatie bevat extra personeelslasten (€ 10,3 miljoen in 2023) voor het Nationaal Programma Onderwijs, die na medio 2023 weer wegvallen. Vanaf medio 2021 kent het Rijk uit NPO middelen bovendien bekostiging toe voor een arbeidsmarktoelage voor personeel uit scholen met een hogere onderwijsachterstandsscore. Binnen DHS is deze toelage vastgesteld op 7,5%. Op grond van afspraken in de CAO 2022 is deze arbeidsmarkttoelage structureel in de begroting opgenomen. De arbeidsvoorwaarden per medewerker/functie zijn begroot op het niveau van de actuele CAO PO 2022.

Ontwikkelingen in de werkgeverslasten zijn meerjarig opgenomen op het actuele niveau bij aanvang 2023. Schommelingen in werkgeverslasten en stijgingen in de CAO worden gecompenseerd in de loon- en prijsbijstelling van de Rijksbekostiging (eveneens niet mee begroot, en daarmee resultaatneutraal in de begroting). De gemiddelde personeelslast per fte stijgt van € 71.200 in 2022 (realisatie), meerjarig naar € 84.500 in de begroting van 2026, exclusief het effect van toekomstige CAO stijgingen. Dit is hoofdzakelijk het gevolg van het nieuwe loongebouw voor leerkrachten dat is ingevoerd bij het dichten van de loonkloof met het voortgezet onderwijs. Hierdoor groeien medewerkers verder door in hun salarisschalen. De kosten van uitzendbureaus en externe inhuur zijn fors gedaald door het lerarentekort, maar nemen toe door inhuur in het kader van het NPO. In 2023 zijn deze kosten begroot voor € 11,8 miljoen. Na de afbouw van het NPO en het gemeentelijke LKP programma waarin veel externe inzet plaatsvindt, dalen deze begrote kosten naar € 6,5 miljoen per jaar. Ook de opleidingskosten zijn als gevolg van het NPO hoger begroot in 2023 op circa € 2,5 miljoen (2,2% van de bruto salarislasten, bestuursnorm is minimaal 2%). Afschrijvingen Dit betreft de afschrijvingskosten op de materiële vaste activa. Daaronder vallen meubilair, ICT hardware en Onderwijsleerpakketten.

De ontwikkeling van de afschrijvingen is gebaseerd op meerjarige investeringsplannen

38

zoals die jaarlijks door de scholen en bestuurskantoor worden opgesteld als onderdeel van hun begroting. Het NPO en de toegenomen schoolreserves maken het voor de scholen mogelijk om extra investeringen te verrichten. Ook de ambities op verduurzaming van schoolgebouwen (onder andere in zonnepanelen, WTW units en led verlichting) maken dat in 2023 veel geïnvesteerd wordt waardoor de jaarlijkse afschrijvingslasten naar verwachting zullen stijgen. De investeringen in verduurzaming verdienen zichzelf meerjarig terug als gevolg van een lager energieverbruik. Lagere energiekosten vormen de financiële dekking voor de extra afschrijvingslasten. Huisvestingslasten De grootste post in het kader van de huisvesting wordt gevormd door het planmatig onderhoud van schoolgebouwen. De verantwoordelijkheid voor het planmatig onderhoud van schoolgebouwen is bovenschools belegd. De lasten die samenhangen met het planmatig onderhoud worden gedekt uit een voorziening die is gebaseerd op een meerjarig onderhoudsplan voor 20 jaar (MOP). In 2022 is deze geactualiseerd. Door met name forse prijsstijgingen in de markt is de jaarlijkse dotatie opnieuw vastgesteld in de meerjarenbegroting op € 3,5 miljoen (was: € 2,7 miljoen). De werkelijke jaarlijkse uitgaven aan onderhoud ten laste van deze voorziening fluctueren. De jaarlijkse dotatie aan de voorziening is berekend op grond van uitgavenegalisatie.

Deze methode wordt in de onderwijssector veel toegepast, maar is vanaf 2024 niet meer toegestaan. Nadat lang onduidelijk was welke methodiek in de onderwijssector toegepast moest worden is inmiddels duidelijkheid en kan DHS in 2023 overgaan op een nieuwe methode. Waarschijnlijk zal meer onderhoud geactiveerd en afgeschreven gaan worden, in plaats van uit de voorziening gefinancierd. Andere relatief grote kosten binnen de huisvesting zijn schoonmaak (2023: € 3,4 miljoen) en energie/water (2022: € 2,0 miljoen). Schoonmaak is relatief stabiel begroot, maar bij de energiekosten verwachten we flinke prijsstijgingen. Door vaste contracten stonden tarieven in 2022 nog grotendeels vast, maar een steeds groter gecontracteerd volume aan energie komt vrij tegen de actuele marktprijzen. In 2023 verwachten we € 2,8 miljoen energiekosten en in 2024 en verder € 3,6 miljoen per jaar. Tot slot is er een relatief groot bedrag van € 2,3 miljoen (2023) begroot door scholen voor (kleinere, niet planmatige) onderhoudslasten. Overige lasten Uit het ambitiestatement vloeit onder meer digitalisering van lesmethoden voort. Bij elkaar is circa € 3,6 miljoen aan ICT kosten opgenomen in de begroting in 2023 als onderdeel van de overige kosten (€ 3,3 miljoen structureel). Vooral de kosten van beheer en onderhoud van soft- en hardware stijgen, evenals de licenties voor digitale onderwijslespakketten.

Deze twee posten zijn meerjarig begroot voor € 2,6 miljoen per jaar. In de overige lasten zijn ook de kosten opgenomen van leermiddelen (€ 1,9 miljoen structureel) en kosten van voor de externe begeleiding van leerlingen (2023: € 1,1 miljoen). Dit betreft extra zorg/onderwijsaanbod wat voor een groot deel bekostigd wordt uit arrangementen van het samenwerkingsverband passend onderwijs. Een ander deel van deze lasten wordt bekostigd uit het Nationaal Programma Onderwijs, en valt vanaf 2024 dan ook weer weg. Een andere grotere post onder de overige lasten betreft de organisatie van schoolreizen, excursies, culturele vorming en festiviteiten voor leerlingen. Tot slot zijn onder de overige lasten diverse kantoorkosten (papier,

39

telefonie, koffie/thee, etc) en externe zakelijke dienstverlening (o.a. accountant, bedrijfsarts, verzekeringen, communicatie, drukwerk) begroot. Financiële baten en lasten De rente is dusdanig ver gedaald dat De Haagse Scholen over haar banktegoeden boven drempelwaarden forse negatieve rente moest afdragen bij haar huisbank. In 2021 is overgestapt naar schatkistbankieren (rekening courant aanhouden bij de Nederlandse staat). Vanaf 2022 ontvangt De Haagse Scholen rente-inkomsten over haar liquide middelen. Deels zijn deze tijdelijk belegd in spaardeposito’s met een vaste looptijd bij het schatkistbankieren. In 2022 is de marktrente fors gestegen, maar voorzichtigheidshalve is in de begroting uitgegaan van een daling van de rente(inkomsten).

6.2

Balans meerjarig

De (meerjarige) balans is van belang om te kunnen beoordelen hoe de financiële positie van De Haagse Scholen zich in de komende jaren ontwikkelt. Zo kan worden vastgesteld dat de stichting bedrijfsecomisch gezond blijft, met voldoende waarborgen voor de bedrijfscontinuïteit in de vorm van liquiditeit en weerstandsvermogen. De begrotingscijfers uit het vorige hoofdstuk zijn in de onderstaande meerjarige balans verwerkt. Tabel: balans

(* € 1.000,-) ACTIVA 1.2 Materiële vaste activa 1.5 Vorderingen 1.7 Liquide middelen Totaal activa PASSIVA 2.1 Eigen Vermogen 2.2 Voorzieningen 2.4 Kortlopende schulden Totaal passiva 6.3.1

Realisatie 2022

2023 bijgesteld

Begroot 2024

Begroot 2025

Begroot 2026

13.562 10.660 53.903 78.125

17.600 4.660 58.221 80.481

18.978 4.660 48.352 71.991

18.591 4.660 41.533 64.784

18.090 4.660 35.078 57.828

53.156 12.109 12.861 78.125

53.640 12.109 14.733 80.481

44.129 12.109 15.752 71.991

37.045 12.109 15.630 64.784

30.088 12.109 15.631 57.828

Toelichting activa

Materiële vaste activa Onder materiële activa staan de materiële ‘bezittingen’ van de Haagse Scholen opgenomen. De grootste onderdelen zijn onderwijslespakketten, ICT hardware en meubilair. Deze balanspost betreft het saldo van nieuwe investeringen en afschrijvingen van oude activa. De ontwikkeling is gebaseerd op het Meerjaren-investeringsplan (MIP) van scholen en afdelingen. In 2023 en 2024 is sprake van extra investeringen in met name

40

onderwijslespakketten en ICT. De ruime reserves van de scholen maken dit mogelijk. Daarnaast nemen de activa toe door investeringen in verduurzaming. Meerjarig is daarvoor € 3 miljoen aan nieuwe activa begroot. Vorderingen De vorderingen op Rijksoverheid, samenwerkingsverband en de gemeente vormen veruit het grootste aandeel. Het betreft over het algemeen achterlopende betalingen naar aanleiding van toegekende middelen die in de baten worden verantwoord. De stand van de vorderingen is altijd een momentopname per 31 december van enig jaar en daardoor niet goed te begroten. In de meerjarenbegroting is grotendeels uitgegaan van een stabiel beeld. De vorderingen op de gemeente zijn eind 2022 hoog opgelopen door vertraagde (nog af te rekenen) nieuwbouwprojecten bij de Galvani en Annie MG Schmidt scholen. We verwachten deze vorderingen in 2023 grotendeels te innen. Liquide middelen De ontwikkeling van de liquide middelen is gebaseerd op het kasstroomoverzicht zoals in de bijlage is opgenomen. De liquide middelen zijn door de resultaten in de laatste jaren fors toegenomen, evenals door vooruitbetaalde subsidies die nog niet tot besteding zijn gekomen. Ondanks extra investeringen en begrote verliezen in de komende jaren, zal naar verwachting de liquiditeit hoog blijven.

De Haagse Scholen houdt een minimaal rekening-courantsaldo op haar lopende rekening aan van ten alle tijden € 150.000. Boven die grens kan De Haagse Scholen, binnen de kaders van het vastgestelde Treasurybeleid, slechts gebruik maken van: -

Spaarrekeningen

-

Deposito’s met een maximale looptijd van 3 jaar

-

Obligaties bij uitgifte en een maximale looptijd van 3 jaar (na toestemming raad van toezicht)

Op dit moment wordt gebruik gemaakt van betaalrekeningen (rekening courant) en spaardeposito’s bij het zogenaamde schatkistbankieren van de Nederlandse staat (ultimo 2022: € 31 miljoen aan deposito’s).

6.3.1

Toelichting passiva

Eigen vermogen Het vermogen bestaat uit een centrale algemene reserve van de stichting en daarnaast een algemene reserve per school. Het eigen vermogen is grotendeels samengesteld uit publieke middelen, en bevat daarnaast een beperkt bedrag aan private middelen die hoofdzakelijk zijn opgebouwd uit resultaten op de niet publiek bekostigde tussenschoolse opvang. Het publiek deel van het eigen vermogen bestaat naast de algemene reserve uit een bestemmingsreserve voor het Nationaal programma onderwijs. De middelen in deze bestemmingsreserve (€ 10,2 miljoen) worden naar verwachting tot in 2025 ingezet. De Haagse Scholen beschikt over een eigen vermogen dat in totaal groter is dan nodig om risico’s op te vangen. Door begrote negatieve resultaten daalt het eigen vermogen de komende jaren. Zie ook paragraaf 6.1.1. met financiële kengetallen.

41

Voorzieningen De voorzieningen bestaan uit o.a. voorzieningen voor onderhoud, spaarverlof, jubilea-uitkeringen, personele risico’s (uitkeringen participatiefonds voor eigen risico) en voorziening verlof duurzame inzetbaarheid. In de meerjarenbegroting is uitgegaan van een stabiel niveau van de voorzieningen. Kortlopende schulden De Haagse Scholen heeft geen leningen of andere langlopende schulden. Binnen de stand van de kortlopende schulden per 31 december vormen de nog af te dragen premies sociale lasten, pensioenen en loonbelasting over het salaris van december een belangrijk onderdeel. Daarnaast is er standaard sprake van openstaande facturen in de onderhanden werkstroom. Deze stand van de kortlopende schulden is altijd een momentopname, en in die zin weinig zeggend en lastig te begroten. In de meerjarenbegroting wordt deze regel als sluitpost gehanteerd.

42

Hoofdstuk 7. Risicomanagement Risicomanagement is een structureel onderdeel van de Planning en Control cyclus van De Haagse Scholen. Een risicoanalyse iedere twee jaar voedt het inzicht in de risico’s. Om en om voeren we de risicoanalyse zelf uit, of besteden we de uitvoering uit. Na weging van kans en impact en beoordeling van de mate van beheersing, worden in de risicoanalyses de grootste risico’s vastgesteld als basis voor eventuele beleidsaanpassing en voor de berekening van het benodigde weerstandsvermogen. De laatste risicoanalyse, door AON global risk consulting dateert van begin 2022. De grootste (bestuurlijke) risico’s worden in de onderstaande paragraaf behandeld. -

Lerarentekort

Dit risico behoeft weinig uitleg meer en vormt de komende jaren het grootste risico van De Haagse Scholen. Uitval van medewerkers als gevolg van de coronacrisis maakte soms forse personele knelpunten op scholen zichtbaar. Dit zorgt niet alleen voor een verhoogde werkdruk, maar raakt ook de basiskwaliteit van het onderwijsaanbod, beperkt mogelijkheden om passend onderwijs te bieden en staat onderwijsvernieuwing in de weg. Het beleid en de belangrijkste maatregelen in het kader van het lerarentekort staan omschreven in paragraaf 4.2.1. -

Invulling passend onderwijs, groei SO/SBO

De Haagse Scholen streeft naar thuisnabij, inclusief onderwijs waar zoveel mogelijk leerlingen thuis zijn op reguliere basisscholen. In de praktijk zien we een toenemende stroom doorverwijzingen naar het SO en SBO. De doorverwijzingsgraad vanuit het reguliere basisonderwijs naar SO en SBO is hoger dan de Rijksnormen waarop de bekostiging van de samenwerkingsverbanden is gebaseerd. Deze problematiek hangt mede samen met de groei van het lerarentekort. Groei van het aantal doorverwijzingen leidt tot steeds meer uitgaven van het samenwerkingsverband aan (duurdere) SO en SBO scholen, wat ten koste gaat van beschikbare middelen voor basisondersteuning en arrangementen in het reguliere onderwijs. In combinatie met een verwachte daling van de totale leerlingaantallen in Den Haag in de komende jaren neemt de financiële druk op het samenwerkingsverband verder toe, wat kan leiden tot bezuinigingen op de basisondersteuning. Indien financiële tekorten ontstaan bij de samenwerkingsverbanden, dragen de deelnemende besturen daarvoor het financieel risico. In paragraaf 3.3 staan het beleid en de maatregelen in het kader van passend en inclusief onderwijs die tot doel hebben om het aantal doorverwijzingen te reduceren. -

Leeropbrengsten

Ondanks corona zijn de eindopbrengsten van de DHS scholen tot op heden goed op niveau gebleven. Er doen zich echter meerdere ontwikkelingen die kunnen zorgen dat we dit niveau niet volhouden. In de eerste plaats zorgt het lerarentekort er voor dat klassen groter worden, vaker anders bevoegde medewerkers voor de klas staan en in enkele gevallen een vierdaagse schoolweek van toepassing is. Door de instabiliteit in de wereld en de toestroom van vluchtelingen zijn de verschillen tussen leerlingen en scholen groter geworden. Een goed leerstof aanbod op maat is hierdoor complex voor de leerkracht en geeft extra druk op de onderwijssector. De samenwerking met zorg en VVE is van essentieel belang bij o.a. de

43

instroom van het jonge kind. Helaas kampen deze sectoren ook met arbeidsmarktkrapte. Ook zullen er de komende jaren minder leerlingen worden doorverwezen naar het speciaal onderwijs en zal de focus op inclusiever onderwijs komen te liggen. Door deze trends is het mogelijk dat de opbrengsten (van de basisvakken) de komende jaren negatief beïnvloed zullen worden. De bekostiging van NPO en Basisvaardigheden maakt bovendien mogelijk om extra in te zetten op leerachterstanden. Scholen werken planmatig en evidence informed in het kader van deze programma’s. In de interne kwaliteitszorg leggen we aandacht op tussentijdse leeropbrengsten, zeker ook op scholen met een groot lerarentekort. Waar het nodig is, wordt de bovenschoolse ondersteuning geïntensiveerd. -

Financiële onzekerheid en instabiliteit

Sinds 2020 neemt de omvang van tijdelijke Rijkssubsidies enorm toe. Enerzijds zijn er nieuwe subsidies ter bestrijding van het lerarentekort, anderzijds om de gevolgen van de coronacrisis tegen te gaan, waaronder ook het Nationaal programma onderwijs. Komende periode verwachten we opnieuw extra bekostiging als gevolg van het Rijksprogramma voor versterking van basisvaardigheden. Deze stromen zorgen voor veel extra tijdelijke baten, en leiden tegelijkertijd tot extra bestedingen. Door tekorten op de arbeidsmarkt is het problematisch om de extra gelden goed in te zetten. De Rijksoverheid communiceert doorgaans erg laat over de inhoud, voorwaarden en omvang van de extra bekostiging. Op de huidige krappe arbeidsmarkt is niet mogelijk om snel te kunnen opschalen in het onderwijsaanbod. Hierdoor ontstaan stelselmatig financiële overschotten. Tegelijkertijd is een risico dat beoogde doelstellingen bij de subsidies niet tijdig worden gerealiseerd. Ook de administratieve complexiteit neemt enorm toe, met risico’s voor betrouwbare (tussentijdse) financiële verslaglegging. De administratieve belasting van scholen en het bestuurskantoor stijgt fors door de uiteenlopende verantwoordingsregimes van alle verschillende regelingen. Deze risico’s vragen om een goede monitoring en zorgvuldige begeleiding van scholen vanuit het bestuurskantoor.

Desalniettemin maakt het de daadwerkelijke begrotingsrealisatie zeer onzeker. -

Juridisering

Het juridiseren van de samenleving laat een doorwerking in het onderwijsveld zien en daarmee vormt dit een risico voor De Haagse Scholen. Het voeren van juridische procedures is voor een organisatie als De Haagse Scholen onvermijdbaar. Enerzijds omdat De Haagse Scholen jaarlijks honderden besluiten neemt als bestuursorgaan (denk aan toelatings-, schorsings- en verwijderingsbesluiten), anderzijds omdat De Haagse Scholen een grote organisatie is met veel betrokken partijen waarbij geschillen eerder een juridische lading krijgen. Daarnaast is een trend te zien dat controlerende instanties meer bevoegdheden krijgen om te controleren en te handhaven. Ook dient rekening te worden gehouden met verplichtingen uit de Wet open overheid om informatie (actief) openbaar te maken en de mogelijkheid van burgers om specifieke informatie op te vragen. De consequenties van de Wet open overheid voor de organisatie worden in kaart gebracht, incl. aandacht voor beheersmaatregelen waar nodig. Het gevolg is dat De Haagse Scholen financiële middelen in moet zetten, het risico op beboeting door controlerende instanties toeneemt en een hogere werkdruk kan worden ervaren bij de betrokken medewerkers. Door stroomlijning van procedures en gespecialiseerde juridische capaciteit op het bestuurskantoor wordt beoogd het risico te verkleinen.

44

-

Naleving aanbestedingsregelgeving

Doordat De Haagse Scholen tot de grotere onderwijsbesturen in het PO hoort, hebben ook veel uitgaven een relatief hoog volume, waardoor drempelbedragen voor aanbestedingen op grond van de Aanbestedingswet 2012 vaak behaald worden. Het risico dat hiermee samenhangt is enerzijds dat van onrechtmatige bestedingen in de jaarcijfers (accountantsbevindingen) en anderzijds dat van civiele claims/ juridische procedures van bedrijven die zich door onrechtmatige inkoop benadeeld voelen. Door krapte op de arbeidsmarkt was lange tijd sprake van onderbezetting van de inkoopformatie. Hierdoor zijn achterstanden opgelopen in de inkoopplanning die tijd kosten om weer in te lopen. Het bestuur heeft hiervoor de inkoopcapaciteit (tijdelijk) vergroot. Op basis van periodieke spend analyse wordt een (geprioriteerde) inkoopkalender opgesteld en uitgevoerd. In de praktijk blijft het lastig om voldoende inkoopformatie op peil te brengen en houden en blijven onrechtmatige bestedingen een realistisch verschijnsel de komende jaren. -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13076435/1