RIS316357 bijlage 2 Bestuursplan
Tekst van het document
Bestuursplan 2023-2027 mei 2023
Bestuursplan 2023-2027 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. De Haagse Scholen 3. Ontwikkeling onderwijs 4. Ontwikkeling organisatie 5. Meerjarige ontwikkeling leerlingen & formatie 6. Meerjarenbegroting 7. Risicomanagement
Bijlagen I Bestuursformatieplan II Meerjarig kasstroomoverzicht
1
1 Inleiding Onze scholen staan voor grote uitdagingen Meer dan 15.000 leerlingen ontvangen we ieder jaar op onze scholen. Samen met 2000 collega’s werken we er hard aan om hen een goede start te geven en ze voor te bereiden op de dag van morgen. Dat is niet eenvoudig. De omstandigheden voor het geven van goed onderwijs zijn, ten opzichte van 5 jaar geleden, fundamenteel veranderd. Dat wordt onder meer veroorzaakt door grote personeelstekorten, een sterk verminderde dienstverlening vanuit welzijn en jeugdzorg voor kinderen die die jeugdhulp zeer nodig hebben, financiële zorgen van ouders en een onrustig wereldbeeld in algemene zin. Te midden van dit alles staan de ambities van De Haagse Scholen, het geven van goed onderwijs, vertaald in onze collectieve beloften en aangevuld met de specifieke ambities van iedere school, nog overeind. En werken we iedere dag om daar gestalte aan te geven. Bestuursplan geeft richting In een veranderende wereld is veel onzeker. In dit document geven we zo goed mogelijk aan wat de verwachtingen zijn voor de komende jaren, zowel inhoudelijk voor het onderwijs als ook bedrijfsmatig en financieel. Dit bestuursplan geeft richting aan het werk binnen De Haagse Scholen én tegelijk houden we oog voor de veranderingen die er op ons pad komen. We gaan aan de slag, samen met onze scholen en samenwerkingspartners: voor de leerling.
Hierbij zetten we sterk in op de basisvaardigheden én nadrukkelijk ook de brede ontwikkeling van kinderen en steunen we scholen in hun transitie. Nieuwe accenten voor de komende jaren De afgelopen jaren kenmerkten zich door een geconcentreerde aanpak van grootschalige problemen. Corona, lerarentekort en een verhoogde instroom van nieuwkomers leerlingen. Daarnaast is er hard gewerkt aan het versterken van onze kwaliteitszorg. Over onze resultaten op deze domeinen kunnen we tevreden zijn. Het lerarentekort en het verzorgen van voldoende aanbod voor nieuwkomers leerlingen zal naar verwachting in de komende jaren nog veel aandacht vragen. Daar kunnen we onze wens om te komen tot inclusiever onderwijs aan toevoegen. De afgelopen jaren is het aantal verwijzingen naar het speciaal en speciaal basisonderwijs in de Haagse regio toegenomen. Dat leidt onder meer tot wachtlijsten in dit specifieke aanbod en ook tot een ongewenste verhoging van deelname. We zullen in de komende jaren werken aan het creëren van voorwaarden voor inclusiever onderwijs, een groter aanbod voor nieuwkomers leerlingen en we zullen op een aantal scholen andere vormen van het organiseren van het onderwijs tot uitvoering brengen. Daarbij is het doel de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen in een tijd van grote personeelstekorten. Hiervoor zijn de afgelopen twee jaar de voorbereidingen getroffen.
We zullen onze organisatie versterken door te werken aan onze samenwerking, de ondersteuningscapaciteit op een aantal collectieve bewegingen (verbetering van de voorwaarden voor inclusiever onderwijs, de toepassing van technologie in onze scholen en een ondersteunend HRM beleid) te vergroten en te onderzoeken hoe wij onze scholen beter kunnen ondersteunen. Formele inspraak en vaststelling Dit document doorloopt één procedure van vaststelling. Wel gelden er verschillende formele rechten bij de goedkeuring op de verschillende onderdelen van het document. Op het meerjarenformatiebeleid en het Bestuursformatieplan heeft de personeelsgeleding van de GMR-instemmingsrecht, op de Meerjarenbegroting
2
heeft de GMR-adviesrecht. De Meerjarenbegroting dient voor vaststelling door het CvB statutair door de Raad van Toezicht te worden goedgekeurd. Tot slot wordt ze aangeboden aan de Gemeenteraad ter overleg. Leeswijzer Het volgende hoofdstuk geeft onze missie, beloftes en ambities weer en de manier waarop we daaraan willen werken. Hoofstuk 3 beschrijft de ontwikkeling die we nastreven voor ons onderwijs, hoofdstuk 4 richt zich op ontwikkeling van onze organisatie. Na een prognose van de leerlingontwikkeling en het meerjarenformatiebeleid, worden de onderdelen van de begroting gepresenteerd (staat van baten en lasten en balans). Het document eindigt met een risico-overzicht. In de bijlage bevindt zich het Bestuursformatieplan, met inzicht in de formatie per school.
3
2
De Haagse Scholen
2.1 Onze missie en beloftes De Haagse Scholen biedt openbaar onderwijs op 44 basisscholen, 5 scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs en 3 scholen voor speciaal basisonderwijs, verspreid door heel Den Haag. Onze scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs vervullen een regionale functie en de Strandwacht heeft vestigingen buiten Den Haag. Ook verzorgen we onderwijs voor veel nieuwkomers. Dit doen we vanuit onze missie: ‘We bereiden onze leerlingen voor op de wereld van morgen’. Wij werken voor een grote diversiteit aan leerlingen, met verschillende onderwijsbehoeften Onze 52 scholen weerspiegelen deze diversiteit; ze hebben allemaal een eigen profiel en een eigen (stedelijke) context. Deze pluriformiteit is onze kracht en uitgangspunt voor ons bestuurlijk handelen. Onze identiteit ligt besloten in het aanbieden van openbaar onderwijs. Vanzelfsprekend betekent dit toegankelijkheid voor ieder kind. Ook wordt onze identiteit bepaald door een sterk gedifferentieerde vraag en onze opdracht om deze diversiteit niet te laten leiden tot ongelijkheid in kansen.
Wij werken aan het waarmaken van onze missie en doen daarbij de volgende zes beloftes aan leerlingen en ouders: • Wij kennen ieder kind • Wij stimuleren verwondering en nieuwsgierigheid • Wij leren onze leerlingen samen te werken en samen te leven • Wij leren leerlingen verantwoordelijkheid te nemen voor hun leerproces • Wij verbeteren de dialoog met ouders over de ontwikkeling van hun kinderen • Wij onderzoeken en ontwikkelen onze kennis, houding en vaardigheden Iedere school geeft op eigen wijze invulling aan de gezamenlijke missie en beloftes, passend binnen het eigen profiel en specifieke context van de school. We hebben een breed scala van onderwijsconcepten in huis die zoveel mogelijk aansluiten bij de individuele leerbehoefte van de leerlingen.
2.2 Onze ambities De urgentie om te veranderen voelen we meer dan ooit. Niet alleen vanwege onze missie, gericht op een toekomst die we nog niet kennen, maar ook vanwege de grote uitdagingen waar we nu mee te maken hebben. We kunnen niet doorgaan met dat wat we altijd deden, we zitten in een periode van blijvende verandering. We verbeteren voor de leerlingen, hun ouders en voor onszelf. We werken bovenschools aan de beloftes door in te zetten op drie ambities (zie ook Ambitiestatement 2017-2023):
4
1. Pedagogisch-didactische onderwijsvernieuwing Gezamenlijk werken we aan onderwijsvernieuwing om ons onderwijs eigentijdser en toekomstgerichter te maken. Qua inhoud, organisatie en manier van werken. We willen de leermotivatie vergroten en bij de kinderen bredere competenties ontwikkelen om ze beter toe te rusten voor de snel veranderende samenleving. Er zijn geen blauwdrukken, er is maatwerk nodig per leerling en per school. Alleen dan bereiden we ieder kind voor op de wereld van morgen. 2. Professionaliteit in mensen en cultuur Onderwijsvernieuwing is alleen mogelijk als de professionaliteit voortdurend wordt gevoed. Daarbij is het van en met elkaar leren, samen ontwikkelen en evidence informed werken essentieel. Professionalisering is daarmee onderdeel van onze cultuur. Het is belangrijk dat we ons individueel en gezamenlijk ontwikkelen en duurzaam inzetbaar blijven. Juist in een veranderende context en de grote druk van personeelstekorten is het van belang om continu en op verschillende terreinen aan onze lerende cultuur te werken. 3. Verstevigen van de in- en externe profilering We weten wat we in huis hebben en wat we willen is dat dit zichtbaar is; binnen en buiten De Haagse Scholen. Dat vinden we belangrijk om van elkaar te leren en elkaar te inspireren.
Ook kunnen we beter samenwerken (ook met externe partners) wanneer we weten waar elkaars expertises liggen (ook in relatie tot passend onderwijs) 'Storytelling’ helpt bij het zichtbaar maken waar je voor staat en waar je voor gaat. We willen dat alle leerlingen, medewerkers en ouders het verhaal van De Haagse Scholen en de eigen school kennen, daar trots op zijn en dit uitdragen. Trotse leerlingen, medewerkers en ouders zijn immers de beste ambassadeurs, ook in werving van nieuwe leerlingen en nieuw personeel. Ieder kind is bij ons welkom, ons onderwijs is openbaar. Het is onze kracht en daar zijn we trots op.
5
2.3 Versterking DHS De eerder genoemde ontwikkelingen in onze stad en in het land roepen de vraag op of we als De Haagse Scholen in staat zijn in deze moeilijke omstandigheden onze missie en beloften waar te maken. De wijze waarop de organisatie bestuurd wordt en verantwoordelijkheden in de organisatie zijn toegedeeld, speelt een rol in de beantwoording van die vraag. In december 2022 is een aantal thema’s benoemd om onze manier van werken te veranderen en De Haagse Scholen verder te versterken. Deze onderdelen hebben hun weerslag op verschillende onderdelen van Bestuursplan. Deze zijn:
Ons sturingsprincipe is gebaseerd op het creëren van voorwaarden waaronder scholen hun aanbod zoveel mogelijk af te stemmen op de schoolpopulatie. Tegelijkertijd willen we de samenwerking in alle lagen van de organisatie stimuleren en versterken. Het bestuur neemt centrale regie waar dit de
6
effectiviteit en doelmatigheid van onze organisatie versterkt. Wij werken vanuit eenheid in verscheidenheid.
We willen onze processen voor beleidsvorming aanpassen zodat de positie van directeuren en onderwijspersoneel in deze processen wordt versterkt.
De vorming van een organisatiebrede, meerjarige agenda die een plaats kan krijgen in zowel de schoolplannen als de bestuurlijke meerjarenbegroting om betere focus en onderlinge afstemming te bereiken.
Versterking de ondersteuning op collectieve bewegingen, op de thema’s strategisch HRM beleid, toepassing van moderne technologie in het onderwijs, passend en inclusiever onderwijs en het begeleiden van de transities in onze scholen.
Versterking van de ondersteuning van scholen, met speciale aandacht voor gespecialiseerd onderwijs.
2.4 Sturingsvisie Schoolpopulaties en context van scholen verschillen van elkaar. Wij willen in de besturing de voorwaarden creëren voor scholen om het aanbod van hun school zo goed mogelijk af te stemmen op de schoolpopulatie. De school is immers de plek waar onze missie, beloftes en ambities vertaald worden naar goed onderwijs. Iedere school stelt daartoe doelen die passen bij de specifieke behoeften van de leerlingen en hun ouders en die aansluiten bij de omgeving van de school. Het CvB spreekt de scholen aan op het nemen van verantwoordelijkheid voor hun eigen ontwikkeling en bevraagt de scholen of zij de juiste doelen stellen, of deze ambities passend zijn, wat gedaan wordt om de doelen te bereiken en stuurt bij waar dit nodig is. Even belangrijk vinden wij de autonomie van onze medewerkers bij de uitvoering van hun werk. Verantwoordelijkheid kunnen nemen biedt de beste kansen voor duurzame ontwikkeling. Bij die verantwoordelijkheid en ruimte hoort het nemen van eigenaarschap nemen voor de eigen ontwikkeling, die voor de school en die voor de stichting als geheel. In samenwerking met elkaar bereiken wij de beste resultaten. Het bestuur zal deze samenwerking stimuleren en juiste voorwaarden daarvoor creëren. Bovengenoemde principes van onze besturing worden erg gewaardeerd door onze scholen en zijn wezenlijk voor onze veerkracht en levendigheid.
Centrale regie door het bestuur en een collectieve aanpak zijn nodig als dit de effectiviteit en doelmatigheid van onze organisatie vergroot. De omstandigheden van dit moment vragen (grote personeelstekorten, grote risico’s voor de noodzakelijke ontwikkelingskracht van scholen) om meer centrale regie en ondersteuning dan wij tot nu toe gewend zijn. Naast bovenstaande inhoudelijke sturingsprincipes is de governance code ‘goed bestuur in het primair onderwijs’ leidend voor het bestuurlijk handelen van De Haagse Scholen. Speciale aandacht voor beleidsvormingproces In de komende periode willen we de positie van directeuren én onderwijspersoneel versterken in de ontwikkeling van beleid. Wij verwachten dat wij hiermee het eigenaarschap van scholen vergroten voor de uitvoering van collectief beleid en dat dit beleid (nog) beter dan nu aansluit op de schoolpraktijk.
7
3 Ontwikkeling onderwijs 3.1 Inleiding Onderwijskwaliteit (3.2) en Passend Onderwijs (3.3) hebben altijd grote prioriteit van onze stichting. Daarnaast wordt ook ingezet op het tegengaan van onderwijsachterstanden (3.4). Om ook op de langere termijn goed onderwijs te kunnen geven en onze missie, beloftes en ambities waar te kunnen maken is een vierde prioriteit toegevoegd: de transitie van ons onderwijs. Deze wordt behandeld in de laatste paragraaf van dit hoofdstuk (3.5).
3.2 Onderwijskwaliteit 3.2.1 Bedoeling Om onze leerlingen voor te bereiden op de wereld van morgen, willen we de leermotivatie van leerlingen vergroten, besteden we veel aandacht aan een onderzoekende houding en vaardigheden en aan een brede ontwikkeling van leerlingen. Dat zijn in onze ogen kenmerken van goed onderwijs en daarmee reiken onze missie, beloften en ambities reiken verder dan de deugdelijkheidseisen van de inspectie. Dit betekent dat we inzetten op de basisvaardigheden en dit ondersteunen middels een cyclus van kwaliteitszorg. In aanvulling hierop werken we ook aan de brede ontwikkeling van leerlingen door ons onderwijs breder en rijker te maken (zie paragraaf 3.5). Omdat we een professionele cultuur als belangrijke voorwaarde zien voor de ontwikkeling van ons onderwijs, blijft dit via het DHS-lab nadrukkelijk de aandacht houden in de komende jaren. Ook zoeken we actief de samenwerking met onderzoek om ons onderwijs te blijven verbeteren. We streven zo aan te sluiten op wetenschappelijke inzichten over wat effectief onderwijs is.
3.2.2. Bestuurlijke doelen en resultaten Basisvaardigheden Om de resultaten van leerlingen op lezen, rekenen en taalverzorging te beoordelen gebruikt de inspectie het onderwijsresultatenmodel als wegingskader. Dat model gaat uit van de zogenaamde referentieniveaus op deze vakgebieden en laat zien wat leerlingen op verschillende momenten in hun schoolloopbaan zouden moeten beheersen. Binnen De Haagse Scholen is een aantal richtlijnen afgesproken voor het werken aan de referentieniveaus op de scholen: •
1F: We streven ernaar dat ieder kind het fundamentele niveau voor lezen, taalverzorging en rekenen (1F-niveau) haalt aan het einde van de basisschool. Eenvoudige teksten begrijpen en eenvoudige berekeningen kunnen maken, is immers essentieel om goed mee te kunnen doen in de samenleving. Leerlingen voor wie dit echt niet haalbaar is, gelet op hun beperkte mogelijkheden om te groeien op cognitief gebied, volgen een aangepaste leerlijn.
•
2F/1S: De schoolambitie voor 2F/1S sluit aan bij de ontwikkeling van de leerlingen en de school én is tegelijkertijd ambitieus. Het streven zou dus altijd moeten zijn dat deze boven de signaleringswaarde 2F/1S ligt, zodat zoveel mogelijk leerlingen de streefniveaus 1S/2F halen. Hoewel bij het schooladvies
8
natuurlijk altijd naar meer aspecten wordt gekeken, zouden leerlingen die uitstromen naar vmbo g/t, havo en vwo de streefniveaus moeten kunnen halen.
Indicatoren basiskwaliteit
2021
2022
2023-2026 Streefwaarde (3-jaarsgemiddelde)
1F: aantal scholen op of boven de
37
41
44
signaleringswaarde 1F
84%
93%
100%
2F/1S: aantal scholen op of boven de
34
35
44
signaleringswaarde (afhankelijk van
77%
80%
100%
90%
90%
100%
-
Nog niet
95%
schoolweging en s(b)o niet meegerekend) Alle (52) scholen hebben een schoolambitie passend bij hun populatie en visie Scholen behalen hun eigen schoolambitie
beschikbaar
Extra aandacht aan burgerschap Sinds 1 augustus 2021 zijn er nieuwe wettelijke eisen voor bevordering van burgerschap in het (speciaal) basisonderwijs, voortgezet onderwijs en speciaal onderwijs. De nieuwe wet onderstreept dat bevordering van burgerschap en sociale cohesie een taak is die om gerichte aandacht van scholen vraagt, burgerschap is nu net zo belangrijk als rekenen en taal, ook een basisvaardigheid. De Haagse Scholen zet de komende jaren in op een versterking van het burgerschapsonderwijs. Ook omdat het goed aansluit bij onze ambitie om ons te richten op brede onderwijskwaliteit. Doorontwikkeling Kwaliteitszorg Het onderwijs op onze scholen moet allereerst voldoen aan de deugdelijkheidseisen die de inspectie stelt, maar ook vorm geven aan de brede ontwikkeling van leerlingen. Als bestuur hebben we doelen gesteld voor de ontwikkeling van onze leerlingen, onze scholen en onze organisatie als geheel. Deze doelen vormen in alle onderdelen van de bovenschoolse kwaliteitscyclus een leidraad om te beoordelen of we de juiste stappen zetten en voldoende voortgang maken in onze ontwikkeling. Scholen zijn zelf verantwoordelijk voor de kwaliteitszorg van hun onderwijs en de wijze waarop ze dit organiseren. Iedere school stelt doelen die passen bij de specifieke behoeften van leerlingen en hun ouders en die aansluiten bij de unieke omgeving van de school.
Het bestuur bevraagt de scholen of zij de juiste doelen stellen, of deze doelen ambitieus genoeg zijn en of het goede wordt gedaan om deze doelen te bereiken en stuurt waar nodig bij. In de bovenschoolse kwaliteitszorg ligt de nadruk nu vooral op de basisvaardigheden, onder andere met een maatwerkaanpak voor risicoscholen. In de komende periode willen we ook de brede ontwikkeling van leerlingen beter verankeren in de bovenschoolse kwaliteitszorg. Onze kwaliteitszorg gaat niet alleen over monitoring, verdere verbetering en verantwoording afleggen over onderwijskwaliteit: het gaat ook om ontwikkeling en samen leren.
9
Maatregelen naar aanleiding van bestuurlijk vierjaarlijks inspectie-onderzoek In 2022 heeft een bestuurlijke inspectie plaatsgevonden van De Haagse Scholen. Op alle drie bestuursstandaarden (BK1: visie, ambities en doelen, BK2: uitvoering Kwaliteitscultuur, BK3: Evaluatie, verantwoording, dialoog) is een voldoende beoordeling gegeven. De inspectie heeft waardering voor consistentie in ambities en werkwijze bestuur, steeds meer samenhang en verbinding tussen scholen en maatschappelijke verantwoordelijkheid van bestuur en scholen. Alle scholen voldoen aan de gestelde normen voor basiskwaliteit en twee scholen kregen waardering Goed, Startpunt International en VSO Inspecteur de Vries. De Inspectie signaleerde echter ook verbeterpunten en gaf een herstelopdracht. Deze zijn vertaald in een plan van aanpak dat o.a. bestaat uit de actualisering van het kwaliteitskader. Daarin geven we meer aandacht voor de vertaling van bestuurlijke ambities naar concrete doelen op schoolniveau, interne communicatie en de aansturing van de leernetwerken. Samen met de directeuren van het S(B)O en onder begeleiding van een externe expert ontwikkelen we een bestuurskader voor sturing op resultaten van het SO. Ook onderzoeken we of kwaliteitseisen voor het nieuwkomersonderwijs mogelijk zijn.
De Inspectie gaat ter verificatie één à twee gezamenlijke schoolbezoeken uitvoeren in het (voortgezet) speciaal onderwijs in het derde of vierde kwartaal van 2023. Samenwerking onderzoek en praktijk (Kennisagenda) Kennis uit onderzoek willen we benutten voor het verbeteren van onderwijs. Zowel op school- als bestuursniveau werken we mee aan diverse grote en kleine onderzoeken van hogescholen, universiteiten en onderzoeksbureaus. Inhoudelijk sluit De Haagse Scholen aan bij thema’s van de landelijke kennisagenda ‘Kennis voor onderwijs van de toekomst’ en heeft ook meegewerkt aan de totstandkoming hiervan. De Kennisagenda voor het onderwijs is gericht op de toekomst. De agenda focust op de zes thema’s waarvan verwacht wordt dat ze de grootste impact hebben op de onderwijskwaliteit. Wij werken aan diverse onderzoeken en onderzoeksvoorstellen mee én delen we de uitkomsten van onderzoek en maken we ze toegankelijk middels het DHS-lab.
3.2.3. Financieel We hebben onze administratie zo ingericht dat er op het niveau van de scholen zicht is op de middelen die worden besteed aan projecten gericht op onderwijskwaliteit. Daarom wordt in onderstaande tabel ingezoomd op (alleen) de kosten van bestuurlijke interventies, centraal. Dit is een selectie van onze inzet op onderwijsontwikkeling. In de komende jaren werken we verder aan een verbeterde, meer beleidsrijke opzet van onze begroting die tegemoet komt aan de focus van de bestuurlijke agenda. Begroot
2023
2024
2025
2026
Innovatievonken
200.000
200.000
200.000
200.000
Inzet bovenschoolse
687.248
743.681
723.412
728.572
562.000
2.000.000
2.000.000
2.000.000
167.595
121.072
121.072
121.072
396.392
264.499
83.005
0
formatie Herverdeling basiskwaliteit (knelpuntenpot) Bovenschoolse kwaliteitszorg Bovenschools NPO budget
10
•
Door middel van een innovatiebudget (innovatievonken) stimuleren we onderwijskundige vernieuwing binnen de scholen. Zie hierboven. Dit budget is bedoeld als bestuurlijke stimulans, de scholen beschikken ook over eigen middelen om in te zetten in onderwijsvernieuwing. De opbrengst van de innovatievonk-projecten worden gedeeld via het DHS-Lab.
•
Vanwege het belang van een goede basiskwaliteit en onderwijskundige vernieuwing op de scholen ondersteunt het bestuur de scholen door bovenschools capaciteit vrij te maken. De beleidsmedewerkers waarvan de salarislasten in de tabel staan opgenomen worden ook ingezet op de andere onderwijsgerelateerde beleidsthema’s in dit hoofdstuk van het bestuursplan.
•
De zogenaamde ‘knelpuntenpot’ heeft als doel om bij alle scholen een minimale basiskwaliteit te garanderen, ongeacht de financiële situatie waarin de school zich bevindt. Als deze basiskwaliteit in het geding is door een gebrek aan middelen ontvangt de school financiële ondersteuning om bijvoorbeeld het benodigde personeel te kunnen behouden of aannemen. Als gevolg van de extra NPO middelen is in 2023 een minder groot beroep gedaan op deze middelen door de scholen.
•
Onder ‘bovenschoolse kwaliteitszorg’ staan de begrote lasten opgenomen voor interne audits gericht op onderwijskwaliteit, externe begeleiding en scholing/training op dit vlak.
•
Het bovenschools NPO programma stimuleert professionalisering, verbetercultuur en evidence informed werken gerelateerd aan het landelijke keuzemenu van het Nationaal programma onderwijs. Vanaf 2022 wordt een impuls gegeven aan bestaande en nieuwe leernetwerken, broedplaatsen, STEAM-onderwijs (Science, Technology, Engineering, Arts and Mathematics), kennisdeling over Innovatievonken, evidenceinformed werken en worden scholen ondersteund bij uitvoering van Schoolprogramma’s. De looptijd van het NPO is verlengd van twee naar vier schooljaren, waardoor het mogelijk is de realisatie en het budget van het programma te spreiden over deze schooljaren.
11
3.3 Passend onderwijs 3.3.1 Bedoeling Na de evaluatie van Wet Passend onderwijs in 2020 kreeg het onderwijs de opdracht in de komende 15 jaar stap voor stap toe te werken naar ‘inclusief onderwijs’: leerlingen met en zonder ondersteuningsbehoeften kunnen zoveel mogelijk samen en dicht bij huis naar dezelfde school. Voor die leerlingen voor wie dit nodig is, moet er (tijdelijk) plek blijven in een specialistische setting. Het speciaal onderwijs moet hiernaast een specialistisch netwerk worden, dat zijn expertise binnen inclusievere scholen inzet. In Den Haag zijn de besturen gezamenlijk verantwoordelijk voor het vertalen van deze landelijke opdracht naar de Haagse praktijk binnen het samenwerkingsverband voor passend onderwijs (SPPOH). Eind 2022 is in SPPOH verband gekozen voor een toekomstscenario. Er is geconcludeerd dat is dat de voortdurende groei van het s(b)o in Den Haag op de lange termijn niet houdbaar en niet wenselijk is (zie ook paragraaf 3.3.3). Speciaal onderwijs blijft altijd nodig voor specifieke doelgroepen. Maar in de komende jaren zullen het Haagse onderwijs en haar partners moeten werken aan een breder aanbod van ondersteuning in reguliere scholen, waardoor de groei van s(b)o afneemt en meer leerlingen thuisnabij onderwijs krijgen.
Binnen het samenwerkingsverband SPPOH is afgesproken om in de komende jaren te sturen op een afname van het aandeel leerlingen in het sbo tot onder de norm van 2% van de leerlingen in de regio. Dit is een norm die het Rijk ook hanteert voor de bekostiging van de samenwerkingsverbanden. Dit impliceert de komende jaren een verlaging van het aantal doorverwijzingen (afgegeven toelaatbaarheidsverklaringen). De Haagse Scholen onderschrijft deze doelstelling en zal actief bijdragen aan de verwezenlijking.
3.3.2 Bestuurlijke doelen en resultaten Als bestuur zijn we verantwoordelijk voor de kwaliteit van de ondersteuning op onze reguliere scholen en scholen voor s(b)o. Daarbij hebben we de andere besturen binnen SPPOH nodig, om gezamenlijk de kaders voor de ontwikkeling van passend onderwijs te bepalen. Om vanuit De Haagse Scholen een bijdrage te leveren aan het vergroten van de draagkracht van reguliere basisscholen zetten we (in aanvulling op de activiteiten van SPPOH en met oog voor de personele tekorten in het hele domein van onderwijs en zorg) in op onderstaande prioriteiten: •
Passend onderwijs nog beter verankeren in bovenschoolse kwaliteitszorg en de onderzoeksagenda van DHS, met als doel beter zicht krijgen op de ondersteuningsstructuur van onze scholen en weten waar ondersteuning nodig is. Dit betekent ook dat we zicht hebben op de inzet van (intern en extern) personeel voor extra ondersteuning op onze scholen en op welke wijze dit wordt gefinancierd.
•
Basisondersteuning verdiepen en verbreden en preventiever te werken, o.a. door de positie van Intern Begeleiders, gedragsspecialisten en andere specialisten in de school te verstevigen
•
Samenwerking tussen regulier en ambulante diensten versterken en bestaande initiatieven op snijvlak bao-s(b)o beter aan elkaar verbinden en uitbouwen.
•
Samenwerking met de kinderopvangpartner(s) versterken (met name t.a.v. het jonge kind in de voorschoolse periode) zodat in een vroeger stadium passende opvang en ondersteuning kan worden geboden en de overgang naar een passende plek in het onderwijs soepeler kan verlopen.
•
Jeugdhulp in de school: de school als vindplaats én werkplaats voor organisaties die jeugdhulp bieden.
12
Ter ondersteuning van deze prioriteiten is het van belang om preciezer in kaart te brengen hoe de ondersteuningsstructuur van onze scholen functioneert aan de hand van data en de duiding van scholen zelf. Het uitbreiden van onze sturingsinformatie over passend onderwijs, krijgt in de komende jaren nadrukkelijk de aandacht binnen het kwaliteitszorgsysteem. Onderstaande indicatoren zijn momenteel al onderdeel van het kwaliteitsbeeld van scholen. Deze monitorinformatie gebruiken de bovenschools directeuren tijdens het uitgebreide schoolbezoek om samen met de school de onderwijskwaliteit te duiden. Voor het aantal arrangementen is geen streefwaarde geformuleerd, meer arrangementen is niet perse beter. Duiding vindt op schoolniveau plaats. De indicatoren zijn niet normstellend omdat deze nauw verbonden zijn met de ontwikkelingen in het samenwerkingsverband SPPOH. De informatie is opgenomen per schooljaar. Wanneer zijn we tevreden? •
Als geen sprake is van leerlingen op wachtlijsten/thuiszitters met een afgegeven toelaatbaarheidsverklaring.
•
Als we in de komende jaren een goed beeld hebben van de ondersteuningsstructuur van onze scholen en de hiaten daarin, zodat we gericht scholen kunnen ondersteunen in het versterken van hun ondersteuning aan leerlingen.
•
Als we de basisondersteuning op onze scholen verder kunnen verstevigen en het aantal verwijzingen naar het s(b)o kunnen verminderen, o.a. door de preventieve aanpak binnen het regulier onderwijs te versterken in nauwe samenwerking met ambulante diensten en andere relevante partners
•
Als we binnen SPPOH en in samenwerking met de andere betrokken domeinen kunnen komen tot een gezamenlijke aanpak richting inclusiever onderwijs.
•
Als we de komende jaren de positie/taken van de IB’ers binnen de scholen kunnen verstevigen en het IBnetwerk verder kunnen professionaliseren.
•
Als we met de gemeente en de andere HEA-partners afspraken hebben kunnen maken over implementatie en financiering van passende kinderopvang en dit ook met onze kinderopvangpartners tot uitvoering kunnen brengen.
3.3.3 Financieel Ons beleid is gericht op zoveel mogelijk inclusief thuisnabij onderwijs op reguliere basisscholen. Om dit te kunnen realiseren zijn deze scholen afhankelijk van middelen van het samenwerkingsverband voor basisondersteuning en arrangementen. Begroot
2022
2023
2024
2025
2026
Arrangementen
2.314.639
2.068.928
2.058.010
2.073.910
2.084.298
Basisondersteuning
955.640
849.750
813.550
787.550
802.550
Door de toename van SO leerlingen in combinatie met (verwachte) daling van het totaal aantal leerlingen in Den Haag, waar de bekostiging van het samenwerkingsverband op is gebaseerd, komt de komende jaren de financiële ruimte van het samenwerkingsverband SPPOH in gevaar. Omdat de doorbetalingen aan (V)SO en
13
SBO wettelijk vastliggen is het zeer goed mogelijk dat op de basisondersteuning en arrangementen bezuinigd gaat worden. Op basis van de huidige inzichten is in bovenstaande reeks vanaf 2023 een indicatieve afname van de basisondersteuning opgenomen. Besluitvorming van het samenwerkingsverband hierover moet nog volgen, evenals de bestuurlijke reactie van De Haagse Scholen, mocht een dergelijke korting in de baten volgen.
3.4 Onderwijsachterstanden Een van de grote maatschappelijke opgaven binnen onze samenleving is dat elke kind eerlijke kansen krijgt. Werken aan gelijke kansen start in onze visie bij het geven van goed onderwijs voor ieder kind, vanuit onze brede definitie van kwaliteit, waarbij gewerkt wordt om onderwijsachterstanden tegen te gaan. Dit doen we niet alleen, maar met diverse partners op het terrein van overheid, jeugd, kinderopvang etc, bijvoorbeeld in het verlengde van de Haagse Educatieve Agenda (HEA). Vanuit de HEA stelt de gemeente Den Haag voor activiteiten in het kader van kansengelijkheid jaarlijks afgerond € 7 miljoen subsidie beschikbaar aan De Haagse Scholen. Hiermee voeren scholen activiteiten uit gericht op extra en intensieve leertijd, een goede doorgaande lijn tussen VVE en primair onderwijs en onderwijs aan nieuwkomers. We hebben specifiek aandacht voor: •
overgangsmomenten door het werken aan soepele overgang van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs (o.m. kansrijk adviseren en kansrijk plaatsen), versterking samenwerking VO Haaglanden en het investeren in het jonge kind door voor- en vroegschoolse educatie.
•
het hebben van hoge verwachtingen van zowel leerlingen als hun ouders / verzorgers en het optimaal betrekken van ouders / verzorgers vanaf de start van de educatieve leerlijn van het kind (educatief partnerschap).
•
het beleid met betrekking tot ouderbijdragen in relatie tot kansengelijkheid voor activiteiten buiten het reguliere onderwijsprogramma.
•
delen van kansrijke initiatieven en het verbreden daarvan naar andere scholen en organisaties.
Samenwerking VO Haaglanden De Haagse Scholen en VO Haaglanden verkennen in gezamenlijkheid hoe zij samen voor alle kinderen in Den Haag optimale ontwikkelkansen kunnen realiseren, gedurende hun gehele schoolloopbaan. Dit vanuit de gedeelde overtuiging dat er winst te behalen is in het beter op elkaar laten aansluiten van de overgang van PO naar VO door naast een warme overdracht een doorgaande leer- en ondersteuningslijn te realiseren tussen De Haagse Scholen en VO Haaglanden. Een gezamenlijke werkgroep van De Haagse Scholen en VO Haaglanden heeft een advies opgesteld voor verbeteringen in de aansluiting tussen PO en VO op de korte en lange termijn. Deze richten zich o.a. op samenwerking verkennen op het gebied van taalbeleid en executieve functies. Nieuwkomersonderwijs Door de grote instroom van nieuwkomers en vluchtelingen uit Oekraïne lukt het in Den Haag niet om ieder kind onderwijs te bieden en kwamen honderden kinderen op wachtlijsten te staan. Veel van onze scholen hebben vanuit de gedeelde verantwoordelijkheid hiervoor de handschoen opgepakt. Dit heeft geresulteerd in een indrukwekkende groei van ons nieuwkomersonderwijs in de periode 2021-2023, waardoor we veel kinderen een
14
plaats hebben kunnen geven. Simultaan loopt via de Gemeente Den Haag ook een herijkingstraject voor het nieuwkomersonderwijs, dat zich richt op de langere termijn. In dit traject wordt samen met de Haagse schoolbesturen en schooldirecteuren gezocht naar de contouren van een ademend systeem dat in tijden van personeelstekorten kwaliteit biedt én flexibel genoeg is voor onverwachte schokken. Inzet Nationaal Programma Onderwijs middels schoolplannen en bovenschools programma Met de middelen van het Nationaal Programma Onderwijs werken we aan het inhalen van leer- en ontwikkelvertraging bij leerlingen én aan ontwikkeling van onderwijs. We richten ons op: brede ontwikkeling (cognitief, sociaal-emotioneel, welbevinden) voor leerlingen op alle vaardigheidsniveaus. De middelen zijn beschikbaar van schooljaar 21/22 tot en met 24/25 (daarna mogen ze ook worden ingezet voor reguliere onderwijsactiviteiten). In het voorjaar van 2021 hebben alle scholen de leer- en ontwikkelvertraging van hun leerlingen in beeld gebracht met een schoolscan. Op basis daarvan heeft iedere school een schoolprogramma opgesteld, gebruikmakend van het landelijke keuzemenu van interventies én in samenhang met het Schoolplan en Jaarplan. Het opstellen van het Schoolprogramma is in overleg met team en ouders gedaan en er is instemming gevraagd van de MR.
Het NPO budget is in totaal € 16,8 miljoen, waarvan € 518.000 ingezet wordt voor het bovenschools NPO-programma. Op bestuursniveau worden scholen ondersteund bij inhoudelijke, personele en financiële vraagstukken en verantwoording van de NPO-middelen. Bovenschools werken we aan een gezamenlijke verbetercultuur, professionalisering en evidence informed werken (inzet van bovenschools NPO-budget, zie paragraaf 3.2.3).
3.5 Strategische prioriteiten: Onderwijs in transitie We werken hard om onze ambities en beloftes iedere dag vorm te geven. Daarbij zien we binnen onze stichting en in het land dat steeds meer scholen ervoor kiezen hun onderwijs fundamenteel anders in te richten. Dat gebeurt vanuit een visie op goed onderwijs in deze tijd, maar wordt ook ingegeven door de huidige context waar het onderwijs meer te maken heeft. Hieronder benoemen we een aantal landelijke en Haagse ontwikkelingen die van grote invloed (zullen) zijn op het onderwijs en de schoolorganisaties. •
De wachtlijsten in Haaglanden voor kinderen die wachten op een plek in het s(b)o onderwijs zijn lang. En dat terwijl het aantal onderwijsplekken in het s(b)o al is gestegen. Het leidt tot een beweging vanuit het SPPOH om te sturen op verlaging van het deelnamepercentage in het sbo. Terwijl we tegelijkertijd ook te maken hebben met kinderen die thuis zitten.
•
De thuissituatie is in Den Haag voor steeds meer kinderen moeilijker geworden (o.a. armoede en kansenongelijkheid). Tegelijkertijd staat de ondersteuning vanuit jeugdhulp onder druk. De nieuwe regionale aanbesteding van jeugd- en gezinshulp die in 2024 geïmplementeerd wordt, is van wezenlijk belang of deze kinderen en gezinnen beter geholpen kunnen worden.
•
Het tekort aan leraren en schooldirecteuren houdt ons iedere dag bezig. Waar we nog keken naar aanpalende sectoren voor instroom, zien we dat ook daar (kinderopvang, jeugdzorg etc.) men te kampen heeft met tekorten.
•
De klimaat- en energiecrisis noodzaken ons tot verduurzaming binnen onze huisvesting om te voldoen aan klimaatafspraken en de kosten beheersbaar te houden.
15
•
Er is een aantal politieke keuzes gemaakt die een grote impact op ons onderwijs hebben. Denk aan de toenemende aandacht voor het versterken van basisvaardigheden, wijzigende plannen op het gebied van het toezicht, o.a. de vergrote inzet van de onderwijsinspectie op het toezicht hierin, de Regionale Aanpak Toekomst Onderwijsarbeidsmarkt (RATO), de beweging van passend naar inclusiever onderwijs en (bijna) gratis kinderopvang vanaf 2025 voor de werkenden (2028 voor alle ouders) in combinatie met de (al bestaande) verplichting voor onderwijs om buitenschoolse opvang te regelen voor ouders die dat wensen.
Om binnen deze toenemende complexiteit goed onderwijs te kunnen bieden gaan steeds meer scholen in transitie. Dit zijn uitdagende, complexe en lange trajecten. We zien dat in de transities momenteel in vier richtingen bewegingen worden gemaakt, richting: Inclusiever, Integraler, Breder & Rijker en Slimmer & Slanker. Vrijwel altijd combineert een school in transitie meerdere richtingen tegelijk. Idealiter worden deze richtingen in samenhang bekeken. Hieronder staan de richtingen apart beschreven met het besef dat in de praktijk de grenzen niet scherp te trekken zijn en juist zeer sterk met elkaar verbonden zijn. Het werken aan deze transities doet een beroep op het continu bevragen, doorontwikkelen en onderzoeken van onze manier van samenwerken, organiseren, en opleiden en professionaliseren. Niet alleen binnen De Haagse Scholen (zie 2.4), maar ook over de grenzen van scholen, organisaties, sectoren en professies heen.
Ons onderwijs inclusiever Onder inclusiever onderwijs verstaan wij een onderwijssysteem waarbij leerlingen zoveel mogelijk samen naar school gaan met onderwijs dat zoveel mogelijk tegemoetkomt aan ieders behoefte, wetende dat een deel van de leerlingen zulke specifieke onderwijs- en/of ondersteuningsbehoeften heeft waarbij gespecialiseerd onderwijs noodzakelijk is. In veel gevallen lukt dit, ook binnen De Haagse Scholen, maar de praktijk is in een grote stad als Den Haag weerbarstig. We zien de instroom van kinderen met complexere thuissituatie, de ontoereikende of niet voldoende beschikbare zorg en jeugdhulp, resulterend in groter beroep op onderwijsteams met maatwerkondersteuning. Dit alles in een setting waarin veel onderwijsteams te maken hebben met veel startende collega’s, structurele vacatures en meer druk op de basiskwaliteit. Om in zo’n context de stap te maken naar inclusiever onderwijs vraagt veel van een school. Toch is het noodzaak om aan onze wettelijke taak van passend onderwijs te kunnen voldoen. Maar ook omdat veel van onze onderwijsteams vanuit hun eigen onderwijsvisie de kinderen in de wijk (op hun school) willen houden, passend bij onze derde belofte Wij leren onze leerlingen om samen te leven en samen te werken.
Groot voordeel binnen De Haagse Scholen is dat we een sterk s(b)o hebben waar goed onderwijs wordt gegeven, maar waar ook veel expertise zit die we ten behoeve van regulier onderwijs kunnen inzetten.
Ons onderwijs breder en rijker Belangrijk onderdeel van onze beloftes is het werken aan basisvaardigheden in combinatie met brede ontwikkeling. We zien een brede maatschappelijke opdracht als openbaar onderwijs om een motor te zijn in gelijke onderwijskansen. Hiertoe werken wij op de scholen samen met een groot aantal partners om het onderwijs breder en rijker te maken. Breder en rijker in de zin dat veel scholen met hun partners extra leertijd of activiteiten aanbieden na schooltijd, om kinderen meer ontwikkelingsmogelijkheden te bieden en hun talenten te laten ontdekken. Daarvoor liggen ook kansen in de combinatie met
16
buitenschoolse opvang, waardoor brede en rijke dagarrangementen ontstaan. Rijker betreft ook meer diverse en specifieke expertises (bijvoorbeeld kunst, sport, techniek) die door samenwerkingen met andere partners aan teams kunnen worden toegevoegd. Breder kan ook slaan op de doelgroep: denken in doorgaande ontwikkeling van 0 tot 13 jaar. Door met name de (peuter)opvang voor 2-4 jarigen in goede verbinding met het onderwijs te realiseren, kan preventiever gewerkt worden.
Ons onderwijs integraler Veel van onze scholen werken met steeds meer partners samen én ook steeds nauwer samen. Bekende partners zijn de kinderopvang, het schoolmaatschappelijk werk, jeugdgezondheidszorg (consultatiebureaus, jeugdartsen jeugdverpleegkundige), jeugdzorg in bredere zin, opvoedingsondersteuning, sport en cultuur. Deze samenwerking gaat verder dan ad hoc contacten of incidentele samenwerking. Er is sprake van scholen die de stap maken naar meerjarige structurele samenwerking die ook verankerd ligt in het schoolbeleid. En ook scholen die als eind perspectief is om een integraal arrangement van onderwijs en andere diensten aan te bieden, waarbij gezamenlijke doelen worden gesteld en het team als één organisatie opereert. De huidige verkokerde wet- en regelgeving en geldstromen werpen drempels op voor integrale samenwerking, maar daar worden in de praktijk vaak oplossingen voor gezocht en gevonden. Als organisatie is het streven om hier scholen en hun partners zo goed mogelijk bij te ondersteunen,
Ons onderwijs slimmer en slanker De grote personeelstekorten in Den Haag en de verwachting dat deze aanhouden nopen ons om ook hierin te kijken hoe ons onderwijs slimmer en slanker georganiseerd kan worden. Het is een grote uitdaging om ondanks de tekorten de kwaliteit van ons onderwijs overeind te houden. We hebben nu al te maken met scholen die vanuit noodzaak al dan niet tijdelijk of deels de keuze moeten maken om de vijfde schooldag van kinderen anders in te vullen. We vinden het belangrijk om niet alleen te reageren, maar ook proactief te kijken hoe wij het onderwijs anders kunnen organiseren. Een aantal scholen zijn hiervoor bezig om te kijken hoe zij versneld zich anders kunnen organiseren (o.a. hieronder in de Versnellingsscholen). Daarnaast zetten we bovenschools ook sterk in op de toepassing van ICT. Dit speelt een belangrijke rol binnen het programma Afstandsonderwijs en onze inspanningen om vernieuwende toepassing van ICT nadrukkelijk in de schoolplannen te verbinden aan de ambities van de school.
17
Versnellingsscholen In 2022 zijn zes scholen gestart als Versnellingsscholen. Dit zijn scholen die extra (financiële) ondersteuning krijgen om het transitieproces van anders organiseren te versnellen, omwille van de urgentie van de tekorten en het toekomstbeeld hierin. De opgedane ervaringen kunnen procesinformatie en inhoudelijke inspiratie bieden voor andere scholen die een vergelijkbare ontwikkeling willen doormaken. Voorop staat dat het doel is dat deze scholen erin slagen het werk anders te organiseren, zodat zij met minder bevoegde docenten en behoud van kwaliteit onderwijs kunnen geven. De huidige Versnellingsscholen zijn: De Tweemaster, De Kleine keizer, Maria Montessori, Dr. Willem Drees, PC Hooftschool, PH Schreuderschool. In 2023 werken zij hun plannen verder uit, inclusief een begroting met daarin implementatiekosten (mede ten behoeve van bestuurlijke bijdrage), en starten zij de uitvoering.
Internationaal Baccalaureate (IB-PYP) De Haagse Scholen heeft als enige stichting in Nederland twee geautoriseerde International Baccalaureate Primary Years Programme (IB-PYP) scholen: Startpunt International en Springbok International. Het Internationaal Baccalaureate staat voor internationaliseren, wereldburgerschap, inclusie, kansengelijkheid, meertaligheid, innovatie en duurzame onderwijsontwikkeling. Maar eigenlijk staat het IB voor Kansen. Kansen voor alle (inter)nationale leerlingen, leerkrachten, scholen en ouders. De missie van het IB is het bijdragen aan de vorming van onderzoekende, goed geïnformeerde en zorgzame mensen die helpen een betere en vreedzamere wereld te creëren door middel van intercultureel begrip en respect. Hiertoe werkt de IB-organisatie samen met scholen, overheden en internationale organisaties, en betrekt met name leerkrachten actief om uitdagende programma's voor internationaal onderwijs te ontwikkelen. Binnen het IB, waar een zorgende samenleving centraal staat, is inclusief onderwijs een belangrijk en onbetwistbaar streven. Het IB-PYP ziet inclusief onderwijs als fundament voor een inclusieve samenleving.
Ze doen dit door te kijken naar wat kinderen kunnen als uitgangspunt voor verder leren, het onderwijs af te stemmen op mogelijkheden van kinderen, hun expliciet 21eeuwse vaardigheden te leren, de diversiteit in de klas te waarderen en verschillen te benutten. Er zijn inmiddels meer DHS-scholen en directeuren geïnteresseerd in deze ontwikkeling naar internationale school en deze scholen trekken intensief op als collectief. In het meerjarenplan dat onze IB-PYP scholen ontwikkelen krijgt ook het lerarentekort een plaats. Het actief aantrekken van personeel, zowel binnen als buíten Nederland, en het zelf opleiden van leerkrachten en zij-instromers wordt een belangrijk speerpunt. In dit licht krijgt een DHS-school of excellence; een DHS IB-PYP-opleidingsschool een centrale plaats. Samenwerking Kinderopvang Samenwerking tussen scholen en kinderopvang is van belang om jonge kinderen van 0 t/m 12 jaar optimaal te begeleiden bij het opgroeien, ontwikkelen en leren én ouders te ondersteunen en te ontzorgen. We vinden dit extra van belang voor kinderen die opgroeien in minder stimulerende thuissituaties: zij zijn vooral gebaat bij "eerder beginnen" (de leercurve is tot 4 jaar het steilst), een rijk buitenschools aanbod, extra ondersteuning en zorg waar nodig, een goed contact met ouders en een vast team van professionals met verschillende expertises
18
die hier invulling aan geven. De samenwerking met onze kinderopvangpartners op de scholen richt zich met name op: •
het bieden van een kwaliteitsrijke voor- en vroegschoolse educatie, met een goede doorgaande lijn van de peuteropvang naar de school,
•
het streven naar meer samenhang in visie, programma en organisatie, waar mogelijk onder één dak binnen een kindcentrum,
•
anders organiseren, waarbij meer als één team wordt gewerkt vanuit eenzelfde visie en personeel zowel binnen de kinderopvang als in het onderwijs wordt ingezet (combinatiefuncties, interessantere contracten/ loopbaanmogelijkheden, meer inzet op talenten, meer flexibiliteit van medewerkers).
Dagarrangementen/rijke schooldag Het met kinderopvang en andere partners werken aan rijke schooldagen/dagarrangementen wordt ook landelijk en lokaal gestimuleerd en momenteel extra ondersteund met tijdelijke subsidies. Vijf scholen binnen DHS doen mee aan de regeling ‘rijke schooldag’ van het Rijk. En drie andere scholen doen mee aan een stedelijke pilot waarbij ook kinderen van niet werkende ouders deel kunnen nemen aan 6 uur BSO per week. In deze pilot gaat o.a. gevolgd worden wat de meerwaarde voor kinderen is, maar ook hoe scholen en kinderopvang ondanks de systeembarrières tot een goede samenwerking en inhoudelijk rijke arrangementen kunnen komen. We hopen de lessen uit de pilot te kunnen gebruiken wanneer de komende jaren de toegankelijkheid van bso in stappen uitgebreid wordt door de veranderende financiering. Beide subsidieregelingen hebben als doel om kansen te vergroten voor kinderen die in kwetsbare situaties opgroeien. Programma Afstandsonderwijs/Toekomstgericht onderwijs Steeds meer groepen leerlingen verblijven met enige regelmaat thuis en nemen deel aan afstandsonderwijs omdat er geen leraar voor de groep beschikbaar is (lerarentekort). Het blijkt best ingewikkeld om in dergelijke gevallen afstandsonderwijs succesvol te combineren met fysiek onderwijs. Rond dit thema van afstandsonderwijs is in 2022 een programma geïnitieerd.
Daarbij gaat het om een online onderwijsaanbod, waarvoor de leerlingen niet in het schoolgebouw aanwezig hoeven te zijn en vanuit huis onderwijs volgen. Ook gaat het om vormen van hybride onderwijs op school waarbij er een bevoegd leraar op afstand beschikbaar is voor meerdere groepen leerlingen en er een onderwijsassistent fysiek aanwezig is die de leerlingen in pedagogische zin begeleidt. In het programma wordt gewerkt aan een voorziening van een digitale back-up voor groepen leerlingen die thuis aan het werk zijn, maar waarvoor de individuele school even geen leraar (fysiek of digitaal) beschikbaar heeft. Het dempen, verzachten en mede helpen opvangen van het steeds groter wordende lerarentekort is hierbinnen nadrukkelijk een doel. Ook omvat het programma de opzet van een DHS leernetwerk afstandsonderwijs/ toekomstgericht onderwijs, dat expertise inzake afstandsonderwijs heeft opgebouwd, hierover actief kennis opdoet, leernetwerkvragen beantwoordt en volop die kennis deelt binnen de stichting en mogelijk ook daarbuiten. Met elkaar de ontwikkeltaak vormgeven en een kwaliteitsstandaard DHS afstandsonderwijs formuleren en vastleggen (handboek) is ook een doel. Er wordt veel samengewerkt met externen (Kennisnet, Universiteit van Utrecht) mede om deze relatief nieuwe hybride onderwijsvormen evidenced based in te passen in onze bestaande manier van onderwijs verzorgen.
19
Toepassing van moderne technologie in het onderwijs In 2023 is het meerjarig ICT beleid vastgesteld. Een van de pijlers daarbinnen is om ICT in te zetten als ondersteunend middel om het onderwijs te moderniseren, en bij de maatregelen die een oplossing moeten bieden aan het lerarentekort te ondersteunen onder gelijktijdige ontwikkeling van onderwijskwaliteit. Hierbij wordt enerzijds ingezet op een visietraject op schoolniveau zodat in lijn met het schoolplan de school een visie ontwikkelt hoe zij moderne technologie wil toepassen, anderzijds wordt ook aandacht besteed aan het inzichtelijk maken van de benodigde digitale vaardigheden hiervoor binnen onderwijsteams en de professionalisering daarop. Iedere school zal in 2023 een specifieke visie op de inzet van ICT-middelen in het onderwijsproces formuleren. Deze visie krijgt een plek in het nieuwe schoolplan. Drie scholen (Prinses Christina Amalia, De Notenkraker, De Inspecteur de Vriesschool, SO en VSO) gingen al voor door deelname aan het programma om Microsoft Showcase school. Randvoorwaardelijk voor een goede inzet van moderne ICT middelen in het onderwijsproces is de aanwezigheid van voldoende kennis en vaardigheden onder medewerkers.
Een organisatie brede (digitale) scan van de ICTvaardigheden zal worden afgenomen om daarmee te bepalen welke vervolgstappen in de professionele ontwikkeling van personeel op dit vlak wenselijk is. Een expertgroep afstandsonderwijs gaat komende periode vormen van afstandsonderwijs verder uitwerken om het lerarentekort op te vangen. De expertgroep wordt geadviseerd door externe partners zoals Kennisnet en Microsoft partners. Samen10 Onze scholen in de Schilderswijk en Transvaal werken al langere tijd samen. In 2022 zijn eerste stappen gezet om te komen tot te verkennen hoe zij vanuit hun hechte samenwerking (Schilderswijk+) een volgende stap kunnen maken richting samenwerking op directie en teamniveau. Een oplossing voor het lerarentekort en het reduceren van de overcapaciteit in de gebouwen (verzoek van de gemeente) worden hier nadrukkelijk in meegenomen. Vanuit het bestuur ondersteunen we de verkenning van deze groep scholen en willen we bezien of dit voor meer onderdelen van De Haagse Scholen interessant perspectief kan bieden.
20
4 Ontwikkeling organisatiebeleid 4.1 Inleiding De onderwerpen in dit hoofdstuk hebben de interne organisatie, ondersteunende processen en bedrijfsvoering tot onderwerp. Op deze onderwerpen is de inzet van de organisatie veel groter dan hieronder ter sprake komt. We kiezen ervoor om de basisprocessen en ondersteuning, met andere woorden de “going concern”, hier niet uit te werken, maar ons te beperken tot de belangrijkste ontwikkelingen. Daarin gaat -gezien de urgentie- veruit de meeste aandacht naar ons meerjarig HR beleid (en de aanpak van het lerarentekort daarbinnen) (4.2). Voor de overige ondersteunende processen en bedrijfsvoering wordt kort stil gestaan bij het meerjarig beleid op de terreinen van financiën (4.3), huisvesting en facilitair (4.4), ict (4.5) en communicatie (4.6). Meerjarig bedrijfsvoeringbeleid We zien dat het werk van directeuren complexer is geworden. Dat op sommige (vooral kleinere) scholen met weinig ondersteuning dit alleen te doen is door heel veel uren te maken en dat werkplezier onder druk staat. Ook de kwaliteit van beleids- en bedrijfsvoering op scholen komt hierdoor in de knel. En dat terwijl het belang van een goed georganiseerde bedrijfsvoering die voldoet aan de externe eisen is toegenomen.
Bovendien is in plaats van generalistisch en breed, steeds meer gespecialiseerde kennis nodig op specifieke onderdelen om alleen maar de basis op orde te hebben. Dit stelt ons voor een enorme uitdaging. We geloven immers in decentrale beslisruimte van scholen om het onderwijsaanbod zoveel mogelijk op maat voor de eigen populatie aan leerlingen/ouders in te kunnen richten naar behoefte. Daarvoor is ook nodig om besluiten te kunnen nemen over onder meer de inzet van eigen financiën, het aannemen van personeel, het gebruik van ICT, etc. Tegelijkertijd hebben scholen niet de ruimte in formatie en begroting om de toenemende specialistische kennis die dit vergt in huis te hebben. Deze overwegingen hebben geleid tot een Meerjarig Bedrijfsvoeringsbeleid vastgesteld dat ten doel heeft scholen te ontzorgen en de doelmatigheid te verhogen. Hiertoe zetten we in op eigenaarschap op basis van de eigen rol/positie (met name voor schooldirecties), standaardisatie en digitalisering van processen, betere ondersteuningsstructuur op school en centralisatie en uitbesteding van hoog specialistische taken/expertise. Dit zie je terug in de diverse uitwerkingen van het bedrijfsvoeringsbeleid, bijv. in de centralisering van ICT-beheer en automatisering en standaardisering binnen HR met de implementatie van AFAS.
4.2 Ontwikkeling HR beleid Goed onderwijs valt of staat met voldoende en bekwame collega’s. We willen niet alleen meer goede collega’s naar binnen halen, maar dat ook de ‘’zittende’’ collega’s goed werkgeverschap ervaren en zich ten volle kunnen ontwikkelen. Ons meerjarig HR-beleid, dat in 2022 is vastgesteld, heeft de focus op de lange termijn en sluit aan op de missie, beloften en koers van De Haagse Scholen. Hierbinnen neemt het lerarentekort (en schoolleiderstekort) een belangrijke rol in. Beschikbaarheid van voldoende leraren is een eerste belangrijke randvoorwaarde voor het onderwijsproces, waar helaas niet meer van uit kan worden gegaan. Hiertoe is eerder een programma lerarentekort opgezet met als doel: Het bewerkstelligen van een kwantitatief en kwalitatief zo optimaal mogelijk personeelsbestand zodat de negatieve effecten van het lerarentekort op de kwaliteit van het onderwijs worden beheerst. Kwaliteit van onderwijs is hier bedoeld als basiskwaliteit én vernieuwing van het onderwijs conform de ambities van De Haagse Scholen. Gezien de structurele aard van de personeelstekorten
21
worden stappen gezet om het programma lerarentekort in te bedden in het reguliere HR-beleid van De Haagse scholen en zodoende integraal en duurzaam beleid te voeren. In ons meerjarig HR Beleid 2022-2025 is een overzicht gegeven van thema’s en activiteiten die we de komende jaren oppakken. Deze zijn gevat onder de noemers: •
Beheersen lerarentekort (gericht op werven & opleiden, behoud van collega’s)
•
Anders organiseren (in relatie tot de transities in ons onderwijs),
•
Opleiden en ontwikkeling professionele cultuur
•
Verzuim (met aandacht voor duurzame inzetbaarheid en behoud).
Uitgelicht: opleiden en professionele cultuur We streven naar de optimale randvoorwaarden voor scholen om te werken aan hun eigen onderwijsdoelen. Het stimuleren van een professionele cultuur waarbinnen onze medewerkers zich continu blijven ontwikkelen is daarbij essentieel. We zien dat onze 52 scholen veel kennis en expertise in huis hebben, maar er is nog meer kennisdeling en professionalisering tussen scholen nodig om samen werk te maken van onze beloften. Want wat op de ene school goed werkt, kan door een andere school worden opgepakt en doorontwikkeld. We willen dat scholen elkaar ontmoeten, van elkaar weten waar zij zich in ontwikkelen en samen ontwikkelen en leren. Daarnaast verwachten we van onze medewerkers dat zij bij onderwijsontwikkeling gebruik maken van beschikbare data, informatie en onderzoek en kennis van buiten halen waar dit nodig is (evidence informed en evidence based). Het DHS-Lab krijgt een belangrijke rol om deze lerende cultuur binnen onze organisatie verder op gang te brengen. Het DHS-Lab is de plaats binnen De Haagse Scholen waar alles wat te maken heeft met onderwijsvernieuwing, inspiratie, verbinding en professionalisering samen komt. De rol van het DHS-Lab is de 'spin in het web', een broedplaats, die vragen uit het veld verbindt aan mogelijkheden, scholen aan scholen of juist externe organisaties kan koppelen.
Met het DHS-Lab willen we de wijze waarop scholen invulling geven aan de zes beloften zichtbaar maken, zodat scholen elkaar kunnen inspireren en van elkaar leren. Naast DHS-Lab geven we aan deze doelen ook invulling middels professionalisering op scholen en diverse leernetwerken die we centraal faciliteren.
Daarnaast vinden ook de reguliere activiteiten gericht op ondersteuning en advisering van scholen op HR-gebied plaats. De doelen en activiteiten uit het meerjarig HR beleid vragen om een andere rol en invulling van de HRfunctie. De komende jaren ontwikkelt de HR-ondersteuning en advisering zich verder van een veelal operationele rol naar een tactisch/strategische adviesrol en beleidsontwikkeling. Daarnaast zal het anders organiseren van het onderwijs leiden tot de vraag om een flexibeler HR-beleid en meer maatwerk in de ondersteuning van scholen. Om recht te kunnen doen aan de ontwikkelingen binnen De Haagse Scholen wordt de komende periode invulling gegeven aan de positionering en versterking van de HR-keten. Daarnaast zetten we ook in op het ontsluiten van sturingsinformatie voor schooldirecties. Zo ontsluit de HRmonitor concrete informatie/ data waarbij verbinding is gelegd met data die binnen het programma Lerarentekort is verzameld en de kwaliteitszorgmonitor.
22
Gezien de bijzondere positie van het programma Lerarentekort lichten we deze specifiek inhoudelijk (4.3.1) en financieel (4.3.2) uit.
4.2.1 Beheersen van het lerarentekort Goed en voldoende personeel voor onze scholen is vanzelfsprekend onze topprioriteit. Door zoveel mogelijk kwalitatief hoogwaardig personeel te werven en te behouden willen we de negatieve effecten van het lerarentekort op de kwaliteit van het onderwijs zoveel mogelijk beheersen. Naast de maatregelen in het Haagse Noodplan Lerarentekort “Actie in perspectief”, landelijke subsidies (o.a. voor zij-instroom en het Nationaal Programma Onderwijs), zetten we sinds 2021 alles op alles met ons eigen Programma lerarentekort. Dit programma wordt deels gefinancierd uit subsidies en dankzij een collectief bestedingsprogramma waarmee het bestuur uit eigen middelen heeft vrijgemaakt om in te zetten. Dit programma wordt met extra capaciteit uitgevoerd. Het programma lerarentekort bestaat uit drie programmalijnen: werven en opleiden, behoud van personeel en anders organiseren. Werven en opleiden Deze programmalijn richt zich o.a. op het verbeteren van het wervingsproces, toeleiding van stagiaires en stagebegeleiding, het aantrekken van zij-instromers en ander talent van buiten (bijv. statushouders), het opleiden van onderwijsondersteuners, werktijduitbreiding en de inzet van gepensioneerden. Indicator
2021
2022
2023 – 2026
Aantal FTE zij-instromers in
71
75
78
27
29
30
11
21
30
Streefwaarde dienst (per jaar) Aantal FTE zij-instromers gestart (per jaar) Aantal zij instromers afgestudeerd (per jaar) Binnen de Haagse Scholen is een apart programma ingericht ten behoeve van de werving, coaching en begeleiding van zij-instromers. We merken dat het specifiek werven van mensen voor het zij-instroomtraject steeds meer inspanning vraagt. Onze (realistische) ambitie is daarmee dat het aantal startende zij-instromers ongeveer gelijk blijft, maar de doorstroom van zij-instromers in het beroep van leraar toeneemt in de komende jaren door middel van succesvol en tijdig doorlopen opleidingstrajecten. Met verschillende Pabo-opleidingen werken we samen in het opleiden van studenten. Binnen de Opleidingsschool Zuid-West Holland werkt De Haagse Scholen met vier andere besturen nauw samen met de Pabo van de Haagse Hogeschool om basisschoolleerkrachten op te leiden voor de regio. Gezamenlijk zijn wij verantwoordelijk voor het opleiden, begeleiden en beoordelen van studenten en startende leraren volgens het in 2022 geactualiseerde inductietraject Nooit Uitgeleerd. Vanuit Opleidingsschool Zuid-West Holland hebben er dit jaar 140 studenten (1e t/m 4e jaars) stage gelopen bij De Haagse Scholen. Ook werken we samen met