RIS316357 bijlage 2 Bestuursplan
Tekst van het document
Privacy / gegevensbescherming
In onze scholen en op het bestuurskantoor gaat een grote hoeveelheid informatie om, zo ook veel persoonsgegevens van leerlingen, ouders, medewerkers en andere betrokkenen. Naast de eigen plicht/wens om hier uiterst zorgvuldig mee om te gaan, is ook sprake van een streng handhavingsregime bij overtredingen van de AVG regelgeving, leidend tot hoge boetes. Naast de zorg voor persoonsgegevens vraagt de opslag, het beheer en de verstrekking van gegevens binnen de organisatie in algemene zin om aandacht. Een logische, voor iedereen herkenbare vindplaats van informatie bevordert interne processen, het formuleren van beleid en een tijdige en correcte afhandeling van verzoeken in het kader van de Wet open overheid. Om de informatie te beschermen (en aan de regelgeving te voldoen) wordt er risicogericht gewerkt. De stroomversnelling waarmee we zijn gaan digitaliseren sinds de coronacrisis heeft geleid tot meer digitale applicaties. Deze ontwikkeling vergroot ook het risico op schendingen van de privacy en datalekken. Om dit risico te beheersen scherpt De Haagse Scholen haar ICT (beveiligings-)beleid aan middels diverse maatregelen, en worden onderdelen van het ICT beheer gecentraliseerd in de komende periode. De technische aspecten van de informatiebeveiliging raken daarmee in hogere mate ‘in control’. Gedragsaspecten vormen het belangrijkste restrisico.
Er wordt extra en blijvend ingezet op bewustwording van medewerkers op de scholen van de risico’s. -
Cyberhack/ ransomware
Het aantal incidenten waarbij hackers onbevoegd toegang krijgen tot (een deel van) het netwerk van organisaties stijgt. Netwerken, applicaties of websites worden steeds vaker stilgelegd door ransomware. Ook in het onderwijs zijn de eerste gevallen bekend. Als dit plaatsvindt bij De Haagse Scholen kan dit leiden tot mogelijke stilstand van processen (tot systemen veilig zijn verklaard), de reputatie van De Haagse Scholen leidt schade en er kan noodzaak zijn tot het betalen van losgeld. Deze trend maakt het noodzakelijk om de beveiliging van het ICT landschap te intensiveren, zie ook het voorgaande risico. -
Nieuwbouw en renovatie
Bouwprojecten zijn een van de grootste financiële risico’s voor De Haagse Scholen vanwege hun omvang en complexe, slecht beheersbare omgeving met diverse actoren die vaak tegenstrijdige belangen nastreven. Bij veel projecten zijn (langdurige) juridische procedures het geval, die een vertragend en kostprijsverhogend effect hebben. Daarbij zijn de vergoedingen die de gemeente biedt voor nieuwbouw- en renovatieprojecten vaak niet dekkend voor de prijzen die op de bouwmarkt gebruikelijk zijn.
45
De Wet Primair Onderwijs verbiedt het schoolbesturen om Rijksmiddelen te investeren in nieuwbouw. Als openbaar onderwijsinstelling, in tegenstelling tot veel katholieke en christelijke schoolbesturen, beschikt de stichting ook niet over een privaat eigen vermogen ter dekking van risico’s. Wel is toegestaan om met Rijksmiddelen te investeren in verduurzaming van de huisvesting. Het Rijk werkt aan versoepeling van het juridische kader, waardoor bijdragen met Rijksmiddelen verruimd kunnen worden. Projecten waarin De Haagse Scholen optreedt als bouwheer gaan daarmee gepaard met aanzienlijk financieel risico. Dit risico wordt nog vergroot doordat mogelijke constructiefouten in het ontwerp voor rekening en risico van de bouwheer zijn. In paragraaf xxxx staan de projecten opgenomen die in de komende jaren op de agenda van het gemeentelijke Integraal Huisvestings Plan (IHP) staan. Gekoppeld aan het projectmanagement worden de afzonderlijke projecten gemonitord middels projectrapportages.
46
Bijlage I
Bestuursformatieplan 2023/2024
In dit Bestuursformatieplan is cijfermatige informatie weergegeven over de samenstelling van het personeelsbestand van De Haagse Scholen conform de eisen in de CAO Primair Onderwijs. Conform deze CAO PO vormt het bestuursformatieplan het kader waarbinnen de werkverdelingsplannen van de scholen worden opgesteld. De cijfers in dit plan zijn samengesteld op basis van de meest actuele inzichten en verwachtingen eind 2022. De trends en ontwikkelingen in de maatschappij hebben hun weerslag op de formatie binnen het bestuur. Deze cijfers zijn dan ook in samenhang te lezen met hoofdstuk 4, het meerjarenformatiebeleid. Veranderende omstandigheden kunnen echter vragen om andere keuzes. Daarmee is dit Bestuursformatieplan indicatief van aard. Afwijkingen door de schoolleiding zijn toegestaan, mits ze niet nadelig zijn voor het financieel resultaat zoals vastgesteld in de schoolbegroting dat mede op deze cijfers is gebaseerd. In de tabel wordt in de laatste kolom de verhouding tussen het onderwijzend personeel (OP) en het aantal leerlingen (LLN) verantwoord. Het OP bevat meer medewerkers dan alleen groepsleerkrachten. Deel van de OP formatie wordt specialistisch ingezet, bijvoorbeeld als vakleerkracht of intern begeleider. Ook deze krachten verzorgen in het primaire proces onderwijs aan leerlingen en worden dan ook meegenomen in de verhouding.
Verschillen in de verhouding zijn verklaarbaar door: -
SBO en (V)SO scholen hebben meer begeleiding (kleinere groepen, meer ondersteuning) dan reguliere basisscholen.
-
Scholen met een hoog schoolgewicht (onderwijsachterstandsscore) beschikken over meer formatie (ontvangen ook de bekostiging daarvoor). Dit geldt voor onderwijsachterstandsbekostiging, maar ook voor NPO bekostiging en gemeentelijke subsidies.
-
Een deel van de scholen dat participeert in het (aflopende) gemeentelijke ‘leerkansenprofiel’ programma gericht op verkleining van kansenongelijkheid (met behulp van extra lestijd), heeft extra, gesubsidieerd personeel in dienst.
-
In grotere scholen kunnen groepen efficiënter ingedeeld worden en is naar verhouding minder overhead nodig. Kleine scholen beschikken doorgaans over een minder gunstige verhouding, evenals scholen met een nevenvestiging of dislocatie.
Om enigszins recht te doen aan de verschillen tussen de scholen wordt hieronder het bestuursformatieplan weergegeven per schooltype. In de kolom LLN/OP staat de verhouding weergegeven van het gemiddeld aantal leerlingen per fte Onderwijzend personeel. Op het totaal van De Haagse Scholen is deze ratio begroot op 16,4 leerlingen per fte OP voor schooljaar 2023/2024 (februari 2024). In februari 2023 bedroeg deze ratio 16,8 (excl obs Ypenburg). De afname hangt samen met een beoogde stijging van het aantal leerkrachten. Of deze gewenste formatiegroei ook gerealiseerd kan worden hangt af van het succes van wervingsinspanningen, mede gericht op zij-instromers.
47
Tabel: Formatieplan en geraamde leerlingen (februari 2024) Scholen met schoolweging tm 28 Brin
Naam
17PY
Galvanischool
LLN 470
27,7
23,0
20,4
21,6
17JE
Valkenbos
320
20,9
16,7
19,2
18,4
17EU
Archipel
220
15,1
7,6
29,1
31,1
19NN
Houtrust
255
15,5
11,6
22,0
20,0
19LY
Annie M.G. Schmidtschool
625
35,8
27,7
22,6
23,4
19LI
De Zonnebloem
455
30,0
21,9
20,8
20,2
17MR
OBS Benoordenhout
220
14,2
10,9
20,1
19,8
19TO
Het Volle Leven
619
38,8
26,6
23,3
23,2
17MC
Bohemen Kijkduin
449
27,9
23,5
19,1
18,2
18AR
Maria Montessorischool
570
36,2
26,1
21,8
21,1
19SI
De La reyschool
440
31,4
22,1
19,9
16,8
26PJ
Waterland
240
18,2
10,4
23,0
24,7
4883
311,5
228,0
21,4
20,5
Totaal
FTE
FTE OP
LLN/OP
LLN/OP 2023
Scholen met schoolweging 29 tm 35 Brin 27VA
Naam PCA
26AX 19YS
LLN
FTE
FTE OP LLN/OP 17,3 21,4
LLN/OP 2023 21,0
370
25,2
De Vijver De Vlierboom
390 220
28,5 14,8
23,0 11,3
17,0 19,5
19,4 18,1
26PP 17FE
De Notenkraker Helen Parkhurst
205 355
15,9 25,8
9,4 16,4
21,8 21,7
20,8 22,1
19NT 17EK
De Drentse Hoek De Kleine Keizer
223 300
19,0 27,5
10,5 14,8
21,2 20,3
19,0 24,1
17FV 19YX
Dr. Willem Drees De Leeuwerikhoeve
310 235
25,6 18,5
11,9 13,3
26,1 17,7
27,5 17,6
17NQ 17FN
P.C. Hooftschool De Spoorzoeker
256 190
24,0 13,6
15,0 8,8
17,1 21,6
17,0 21,0
3054
238,4
151,5
20,2
20,9
Totaal
48
Tabel: Formatieplan en geraamde leerlingen (februari 2024) Scholen met schoolweging 35 tm 37 Brin
Naam
LLN
19NQ
De Gelderlandschool
265
26,4
15,0
17,7
21,0
19MU
OBS Max Velthuijs
158
12,3
8,2
19,3
19,6
19MP
De Kameleon
191
16,0
8,8
21,7
26,2
19MH
De Klimop
210
23,1
13,5
15,6
17,9
19OQ
De Springbok
420
52,0
32,5
12,9
12,7
19XU
De Tweemaster
99
11,7
5,6
17,7
19,8
19VB
De Wissel
398
34,7
25,8
15,4
15,5
19UK
Jan Ligthartschool
270
25,7
21,7
12,5
13,5
19QD
OBS De Kleine Wereld
340
36,2
19,2
17,8
20,2
18PQ
Anne Frank
559
52,5
31,7
17,6
18,0
19NW
Van Ostadeschool
410
37,0
22,4
18,3
18,3
3320
327,6
204,3
16,2
17,1
Totaal
FTE
FTE OP
LLN/OP
LLN/OP 2023
Scholen met schoolweging > 38 Brin
Naam
19OC
Prins Willem Alexander
350
34,2
24,4
14,3
15,8
19MZ
Houtwijk
265
23,8
17,3
15,3
17,1
19NZ
Erasmus
360
29,9
19,0
18,9
29,0
19ZJ
Zuidwal
260
24,2
19,2
13,5
16,4
19ZF
Prinses Marijke
315
34,3
23,3
13,5
13,1
17PJ
Startpunt International
200
21,2
17,7
11,3
10,7
19WO
Het Galjoen
208
19,3
11,9
17,6
20,3
17NF
De Baanbreker
141
16,0
10,1
14,0
13,6
19YL
OBS De Voorsprong
280
37,7
19,1
14,7
14,8
2379
240,4
161,8
14,7
16,1
Totaal
LLN
FTE
FTE OP
LLN/OP
LLN/OP 2023
Scholen voor speciaal (basis) onderwijs (SBO, SO, VSO) Brin
Naam
LLN
20IX
Insp. W.P. Blokpoelschool
138
35,0
11,6
11,9
10,9
20JE
Eerste Nederlandse Buitenschool
120
26,7
13,6
8,9
8,3
20JG
Insp. S. de Vriesschool
227
57,0
27,5
8,3
8,5
20JM
De Piramide
179
61,5
34,0
5,3
5,0
20KP
De Strandwacht
370
84,1
39,5
9,4
9,3
20JC
De Bonte Vlinder
268
42,7
24,8
10,8
10,5
20JF
De Haagse Beek
133
18,7
13,8
9,6
9,9
20JJ
P.H. Schreuderschool
164
26,1
14,9
11,0
10,6
1599
351,9
179,7 8,9
Totaal
FTE
FTE OP
LLN/OP
LLN/OP 2023
8,7
49
Toedeling middelen De Haagse Scholen bedeelt de ontvangen middelen aan de scholen conform de (Rijks-) bekostiging van het onderwijs. De Haagse Scholen voert het beleid om zoveel mogelijk van haar middelen in te zetten voor het primaire onderwijsproces, onder verantwoordelijkheid van de schoolleiding. Dit betekent dat slechts een beperkt gedeelte van de middelen wordt herverdeeld voor andere doelen. Jaarlijks wordt een percentage van de niet geoormerkte Rijksmiddelen van de lumpsum afgedragen en voor verschillende doelen (her)verdeeld over scholen en bovenschoolse activiteiten. Het herverdelingspercentage wordt ieder jaar opnieuw vastgesteld in de Uitgangspuntennota Planning & Control. Hierover wordt overleg gevoerd met het veld, in stemming gebracht bij schooldirecteuren en uiteindelijk bestuurlijk vastgesteld. De volgende bestemmingen van de herverdeling worden onderscheiden: -
Bovenschoolse kosten: kosten van de centrale dienstverlening aan de scholen door het bestuurskantoor en de kosten van het bestuur (CvB, RvT en GMR)
-
Personele risico’s: compensatie van scholen voor de kosten als gevolg van met name bapo (aflopend), ziektevervanging bij hoog verzuim, betaald ouderschapsverlof, risico werkeloosheidskosten (deels).
-
Knelpunten basiskwaliteit: voor financiële knelpunten van scholen, zodat ten alle tijden basiskwaliteit onderwijs gegarandeerd blijft (bijvoorbeeld voor kleine, financieel niet rendabele scholen en scholen met een dislocatie)
-
en tot slot exploitatie schoolgebouwen (kosten schoonmaak, energie, onderhoud, huur, schades etc.).
Hieronder staan de herverdelingspercentages voor 2023 weergegeven per bestemmingsdoel. Deze percentages worden berekend over het totaal aan lumpsum Rijksbekostiging (personeel en materieel), met uitzondering van de werkdrukmiddelen. Direct of indirect komen de middelen uit de herverdeling weer ten gunste van het scholenveld. Van de totale 15,3% stroomt 8,4% direct weer terug naar scholen, en 6,9% (bestuurskantoor) komt indirect via bovenschoolse dienstverlening en collectieve kosten ten gunste van de scholen. Als gevolg van toenemende bekostiging dalen de percentages. In 2022 was het totale herverdeelpercentage nog 17,8%. Tabel: Herverdeelpercentages De Haagse Scholen (2023) Bovenschoolse kosten / bestuurskantoor
6,9 %
Fonds voor personele risico’s
1,8 %
Financiële knelpunten basiskwaliteit
1,0 %
Exploitatie schoolgebouwen
6,6 %
Totale herverdeling
15,3%
50
Bijlage II Meerjarig kasstroomoverzicht Om de fluctuaties in de liquiditeit te bewaken maakt De Haagse Scholen liquiditeitsprognoses op hoofdlijnen. Op basis van deze prognose kan worden vastgesteld of De Haagse Scholen voldoende liquide middelen beschikbaar heeft om aan haar korte termijn verplichtingen te voldoen en geplande investeringen te kunnen bekostigen. Dat is met de huidige liquiditeit nooit een probleem. De omvang van de liquiditeiten van De Haagse Scholen is ruim voldoende.
Meerjarig Kasstroomoverzicht
Realisatie Begroot 2022
Kasstroom uit operationele activiteiten Saldo Baten en Lasten
2023
2024
2025
2026
17.679
484
-9.510
-7.084
-6.957
2.667 117 -771 2.013
2.953 2.953
3.180 3.180
3.143 3.143
3.164 3.164
2.148 -48 2.100
6.000 -1.872 4.128
-1.020 -1.020
123 123
-2 -2
131 -1 131
350 -5 345
200 -5 195
-5 -5
-5 -5
Kasstroom uit investeringsactiviteiten: Investeringen in materiële vaste activa
-3.313
-3.591
-2.714
-2.996
-2.655
Totaal Kasstroom
33.436
4.318
-9.869
-6.819
-6.454
Stand liquide middelen eind voorgaand boekjaar
20.468
53.903
58.221
48.352
41.533
Stand liquide middelen eind boekjaar
53.903
58.221
48.352
41.533
35.078
Aanpassing voor: Afschrijvingen desinvesteringen mat. activa Mutaties voorzieningen Veranderingen in werkkapitaal: Vorderingen Schulden Kasstroom uit financieringsactiviteiten: Ontvangen interest Betaalde interest
51
Toelichting op de tabel a)
Saldo baten en lasten; dit betreft het resultaat conform de Staat van baten en lasten excl. het resultaat financiële baten en lasten.
b)
De afschrijvingen zijn conform de staat van baten en lasten en de MIP; dit zijn wel lasten maar geen uitgaven en worden daarom in het kasstroomoverzicht positief verwerkt.
c)
De post mutaties voorzieningen betreft het verschil van de stand per 31/12 jaar T minus de stand per 31/12 T-1. De Haagse Scholen verwacht in de komende jaren een afname van de omvang van de voorzieningen.
d)
De post vorderingen betreft het verschil van de stand per 31/12 jaar T minus de stand per 31/12 T-1 een vermindering van de vorderingen betekent een toename van de liquide middelen en omgekeerd. Het streven van corona is en blijft erop gericht om de vorderingen z.s.m. te innen.
e)
De schulden betreffen het verschil van de stand per 31/12 jaar T minus de stand per 31/12 T-1. De omvang van de schulden per 31/12 wordt vooral bepaald door de nog af te dragen belasting en premies van de salarisbetaling december en in mindere mate door de nog te betalen facturen van leveranciers. De beïnvloedbaarheid van deze post is gering.
f)
Ontvangen en betaalde interest, dit betreft de rente baten en lasten conform de Staat van baten en lasten
g)
Kasstroom uit operationele activiteiten dit is het saldo van de voorgaande posten
h)
Investeringen Materiele vaste activa, dit betreft de jaarlijkse investeringen in de materiële vaste activa ten behoeve van o.a. meubilair, computers, onderwijsleerpakketten e.d. de bedragen zijn gebaseerd op de MIP
i)
Totaal kasstroom, dit betreft het saldo van de kasstroom uit operationele activiteiten en de kasstroom investeringsactiviteiten
52
53