RIS316315 Notulen van de raad van 5 juli 2023
Tekst van het document
Aangezien motie G.2 HvDH is aangehouden, maakt zij geen onderdeel van de beraadslaging meer uit. Wethouder Bruines (D66). Dan komen we daar op een later moment op terug. Dank u wel. Dan komen we bij de motie van mevrouw Faïd van de HSP over de Unesco Commissie. Dat is een interessante discussie; dat erkennen we zeker. De hedendaagse diasporische stadscultuur - ik begrijp dat ze naar een nieuwe term aan het zoeken zijn - staat inderdaad voor de cultuuruitingen die voortkomen uit de groepen met migratieachtergronden. Ik begrijp en deel de intenties van de motie. Ik zie ook wel een lijn met hoe we in de visie een aantal dingen verwoord hebben, in hoofdstuk 6, over de diversiteit van makers die de stad rijk is en die we meer aandacht en ondersteuning willen geven, enzovoort, enzovoort. Ik zie daar wel wat haakjes richting dit onderwerp. Ik worstel er wel mee hoe we dat nu op dit moment verwerken, omdat het advies van de Unesco Commissie nog niet uit is. Ik vind het wel lastig om iets op te nemen waarvan we nog niet weten wat het is. Ik denk dat we even moeten afwachten wat het advies inhoudt en dat we dan met elkaar moeten kijken hoe we dat het best een plek kunnen geven. De vraag is terecht, want iets wat vastgesteld is kan je niet zomaar … We moeten maar even kijken hoe we dat handen en voeten kunnen geven.
Als ik de motie op die manier mag invullen, dan laat ik 'm graag aan de raad. Dan vraagt de Partij van de Arbeid nog aandacht voor fair pay. Daar hebben we het net al even over gehad. Daar komen we ook nog op terug. De ChristenUnie zegt terecht dat er op dit moment geen financiële keuzes worden gemaakt. Dat klopt en dat zullen we wel moeten doen. We moeten financiële keuzes en daarom ook inhoudelijke keuzes maken. Dat is het beleidskader, waar we na de zomer verder over zullen spreken. Mevrouw Arp heeft het ook over het budget. De heer Kruis maakt nog een aantal opmerkingen en wil graag niets uitsluiten. Dat geldt ook voor het college. Dan motie G.3 HSP over de cultuurinstellingen en de verduurzaming. Het is een belangrijk onderwerp. In de motie zitten een aantal foute aannames. Er wordt inderdaad van de culturele instellingen verwacht dat hun bedrijfsvoering zo duurzaam mogelijk is, maar er wordt niet verwacht dat zij hun gehuurde huisvesting verduurzamen. Daar hebben we gemeentelijk beleid voor. Daar hebben we een routekaart voor verduurzaming voor, daar hebben we het IHP voor en daar hebben we budgetten voor: de Eneco-gelden, de IHP-middelen en de DUMAVA-subsidie. We hebben als gemeente ook een rol om dat te doen, zeker waar het gemeentelijk vastgoed betreft.
Instellingen hebben wel een rol in het onderhoud van hun panden in algemene zin, maar we hebben inderdaad middelen, ondersteuning en verantwoordelijkheid waar het om ons eigen vastgoed gaat voor de verduurzaming en de stappen die daarin gezet moeten worden. Daarmee zou uiteindelijk de huur lager kunnen worden waar het eigenlijk over ons eigen vastgoed gaat. In die zin is de motie ontraden, want ze klopt gewoon niet. Het onderwerp delen we zeer; we moeten daar stappen in zetten. Maar we 18
hebben daar als gemeente een grote verantwoordelijkheid in en ook mogelijkheden voor. Ik denk dat u 'm kunt intrekken met deze toezegging, maar dat moet u zelf weten. Voorzitter. Ik denk dat ik alles behandeld heb. Dank u wel. De voorzitter. Dank u wel voor uw bijdrage in eerste termijn. Dan kijk ik de kring rond … O, een interruptie nog? Fatima Faïd (HSP). Ik wil de motie inderdaad intrekken. De voorzitter. Aangezien motie G.3 HSP is ingetrokken, maakt zij geen onderdeel meer uit van de beraadslaging. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. Daarmee is dit agendapunt, de Cultuurvisie Den Haag 2033, afgerond. Aan het eind van de vergadering gaan we erover stemmen.
Aan de orde is: H. Voorstel van de Rekenkamer Den Haag inzake het Rekenkameronderzoek 'Meer doen met meedoen', onderzoek naar bewonersparticipatie in de energietransitie (RIS314990). De voorzitter. Meneer Twisk, ik nodig u graag uit om hier plaats te nemen en een korte toelichting … O, u doet het niet zelf, maar dat geeft niet. Het is hartstikke goed, als het maar een deskundige, korte toelichting is. Goed u te zien. De heer Voorn. Mijn naam is Robert-Jaap Voorn. Ik ben ook lid van de Rekenkamer. Wij zijn wat ons betreft kort van stof vandaag. Wij hebben in de commissievergadering van de commissie Leefomgeving al een uitgebreide toelichting gegeven op onze bevindingen in het rapport en ook de aanbevelingen die wij op basis daarvan doen. Dat zal ik, gezien de tijd, niet gaan herhalen. We hebben twee punten die we toch nog willen meegeven bij de start van deze beraadslaging. Het eerste punt gaat over de aanbeveling die wij doen in ons rapport om een gemeentebreed kader op te stellen voor participatie. Daar is ook in de commissie over gesproken en daar kwam het gesprek ook op het punt of dat iets is wat je zou moeten als college dan wel iets is wat ligt bij de werkgroep Participatie en Democratie. Onze aanbeveling is om dat bij het college te beleggen.
Mocht u als raad daar anders over beslissen, dan is ons voorstel om heel scherp met elkaar vast te stellen wat dan precies de opdracht en rol van de duale werkgroep hierin is, ook om te voorkomen dat zaken tussen wal en schip geraken. Dat is het eerste punt. Het tweede punt gaat over Haags Samenspel. Ook dat is aan bod geweest in de commissievergadering; daar is over gesproken. Wij willen nog een keer benadrukken dat wij de activiteiten en ook de documenten die door Haags Samenspel zijn opgesteld onverkort hebben meegenomen in onze analyse. Daarover zeggen we dat die nog onvoldoende tegemoetkomen aan de aanbevelingen die wij doen. We zien dat er documenten liggen. Die zijn wat ons betreft onvoldoende leidend en bieden onvoldoende leidraad om participatietrajecten op een goede manier uit te voeren. We constateren ook dat nog niet iedereen binnen het ambtelijk apparaat de weg naar Haags Samenspel makkelijk weet te vinden. We constateren ook dat dat wat Haags Samenspel opstelt een van de vele documenten of richtlijnen is die veel breder binnen de gemeente beschikbaar zijn. Zo zijn er voor gebieds- en planontwikkeling ook allerlei documenten opgesteld die gaan over participatie. Wij bevelen aan ook die documenten mee te nemen in het geheel. Dat zijn de punten die wij u nog willen meegeven.
Als laatste misschien nog de oproep om de voorstellen die wij doen in het raadsvoorstel onverkort over te nemen, maar dat is meer een advies over het totale rapport dat wij gemaakt hebben. Dank.
19
De voorzitter. Dank u wel, meneer Voorn, voor uw korte toelichting op het voorstel van de Rekenkamer en het Rekenkameronderzoek. De beraadslaging wordt geopend. Robin Smit (PvdD). Voorzitter. Participatie is een noodzakelijk onderdeel van een goede verhouding tussen de gemeente en haar inwoners. We hebben in het verleden gezien dat dat niet altijd goed gaat en het gewenste effect heeft. Daarom is de Partij voor de Dieren blij met het onderzoek van de Rekenkamer en hoopt ze dat het college voortvarend aan de slag gaat met de aanbevelingen. Het debat in de commissie heeft ons echter niet helemaal gerustgesteld dat dit ook echt gaat gebeuren. Er werd veel gesproken over de doorontwikkeling van beleid, maar concreet werd dat niet. De wethouder leek veel te willen doorschuiven tot na de zomer richting de duale werkgroep en de nieuwe participatieverordening. Maar in de maanden die dat gaat kosten, staat de participatie in onze stad niet stil, en dat terwijl een deel van de aanbevelingen op korte termijn doorgevoerd kunnen worden, namelijk het maken van duidelijke afspraken aan het begin van een participatietraject, bij alle lopende of startende participatietrajecten expliciet communiceren naar deelnemers wat er met hun input gebeurt en het toevoegen van een participatieparagraaf aan alle voorstellen waarbij een participatietraject loopt.
Daarom de volgende motie, met als dictum: verzoekt het college samen met de duale werkgroep Participatie en Democratisering te komen tot de gemeentebrede handleiding zoals aanbevolen door de Rekenkamer en deze uiterlijk in het vierde kwartaal van 2023 met de raad te delen, en in de tussentijd ook al bij de nu lopende en startende trajecten de bovengenoemde verbeteringen te implementeren. Ik dien deze motie mede in namens de heer Martinez van Andel van Hart voor Den Haag. De voorzitter. Door de heer Smit, daartoe gesteund door de heer Martinez van Andel, wordt de volgende motie (H.1 PvdD) ingediend:
Motie H.1 PvdD Zet bewonersparticipatie niet in de wacht De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 5 juli 2023, ter bespreking van Raadsvoorstel Rekenkamer “Meer doen met meedoen”, rekenkameronderzoek naar bewonersparticipatie in de energietransitie. Constaterende, dat: • het college in het coalitieakkoord schrijft: ‘Herstel van vertrouwen en vergroten van betrokkenheid zijn belangrijke doelen’; • het college schrijft ook: ‘We [...] zijn glashelder over de kaders waarbinnen participatie plaatsvindt’; • een deel van de aanbevelingen van de Rekenkamer op korte termijn door te voeren zijn, namelijk: o bij elk participatietraject een plan van aanpak te hanteren met duidelijke afspraken over onder andere het participatieniveau, verantwoordelijkheden en het doel van het traject; o na elk participatiemoment helder terug te koppelen aan de deelnemers op welke manier de input is verwerkt en waarom het wel of niet is meegenomen in de uiteindelijke plannen; o bij elk raadsvoorstel waar in de voorbereiding bij is geparticipeerd, een tussenkopje ‘participatie’ toe te voegen, met als bijlage relevante verslagen van bijeenkomsten en/of de opgehaalde input, en hoe deze is verwerkt in het uiteindelijke voorstel; • er een werkgroep van raadsleden is geweest die in 2021 een inspiratienota met meer dan 30 aandachtspunten voor de verbetering van bewonersparticipatie heeft
opgeleverd.
20
Overwegende, dat: • het college van plan is om de aanbevelingen van de Rekenkamer in september in de nieuwe duale werkgroep te agenderen; • uit het debat in de commissie is gebleken dat de meerderheid van de raad de voorgestelde verbeteringen zo snel mogelijk doorgevoerd zien, ter bevordering van bewonersparticipatie binnen de gemeente en daarmee het vertrouwen in de gemeentelijke organisatie; • er in de komende maanden participatietrajecten doorlopen of gaan starten in de gemeente. Verzoekt het college: • samen met de duale werkgroep Participatie en Democratisering te komen tot de gemeentebrede handleiding zoals aanbevolen door de Rekenkamer en deze uiterlijk in het vierde kwartaal van 2023 met de gemeenteraad te delen; • in de tussentijd ook al bij nu lopende en startende trajecten de bovengenoemde verbeteringen te implementeren. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Vincent Thepass (GroenLinks). Voorzitter. Participatie in energietransitie is meer dan een bijzaak. Het is een onmisbare formule, een onmisbaar ingrediënt om van deze energietransitie een succes en ook een eerlijke transitie te maken.
Wat GroenLinks betreft gaat het alleen lukken als iedereen kan meekomen, ook mensen die simpelweg minder vaak met dit thema bezig zijn, bewoners die een laag vertrouwen hebben in de overheid en ook de mensen die het minder breed hebben en die juist het meeste van de transitie zouden moeten profiteren. We hebben het ook in de commissie erover gehad dat er al veel op wordt ingezet vanuit de gemeente. Dat moeten we ook erkennen. Ik vond een heel mooi voorbeeld bij de werkbespreking over de burgerberaden dat er is gekeken of er ook kinderopvang aangeboden kan worden om het zo toegankelijker te maken om aan een intensief participatietraject mee te doen, maar het kan ook beter en het moet ook beter. Daarom wil ik de Rekenkamer heel erg bedanken voor het onderzoek en het rapport. Volgens mij zijn we het er allemaal mee eens dat die aanbevelingen heel erg bruikbaar zijn voor in het vervolg. Ik houd het kort. Ik wil twee vragen stellen aan het college. Allereerst, ook in lijn met de motie van de Partij voor de Dieren, waar ik sympathie voor heb, lijkt het mij goed als we niet alleen maar gaan wachten op de participatieverordening. Gaan we inderdaad snel aan de slag met deze aanbevelingen? Ten tweede. Er is een brief toegezegd vanuit het college over wat we met de aanbevelingen gaan doen.
Kan de wethouder daarin echt concreet maken hoe we die bredere groep mensen ook echt mee gaan krijgen, dus ook juist de mensen die niet uit zichzelf de brief van de gemeente openen? Fatima Faïd (HSP). Voorzitter. Ik houd het heel erg kort. Ik wil de Rekenkamer hartelijk danken voor het rapport. Ik vond het rapport en de aanbevelingen heel inspirerend om te lezen. Ik hoop ook echt dat alle aanbevelingen worden opgevolgd en natuurlijk met name de aanbeveling hoe je de onbereikbare groepen bereikt. Dat is natuurlijk heel belangrijk als je iedereen in de stad mee wil krijgen. Dat was het. Ik wil jullie hartelijk bedanken. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. Vanaf deze plek nogmaals dank aan de Rekenkamer voor dit onderzoek. Zoals mijn fractie al heeft aangegeven in het commissiedebat, zien we dat participatie regelmatig nog fout gaat in de stad, niet alleen in de energietransitie. Bewoners worden soms uitgenodigd voor een participatiebijeenkomst in hun wijk, maar vervolgens worden ze daar alleen geïnformeerd over de plannen zonder dat er ruimte is voor de input van bewoners. De Rekenkamer concludeert dit ook in het rapport. Informeren wordt nog regelmatig gezien als een vorm van participatie en leidt tot verkeerde verwachtingen en frustratie bij bewoners. Het verschil tussen informeren en participeren moet duidelijker worden.
Daarom dien ik een motie in met de collega's Smit en Martinez van Andel, met als dictum: verzoekt het college informeren niet langer als vorm van 21
participatie te zien en een duidelijk onderscheid te maken tussen informatiebijeenkomsten en participatiebijeenkomsten. De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg, daartoe gesteund door de heer Smit en de heer Martinez van Andel, wordt de volgende motie (H.2 CU/SGP) ingediend:
Motie H.2 CU/SGP informeren is niet participeren De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 5 juli 2023, ter bespreking van het Raadsvoorstel Rekenkamer ‘Meer doen met meedoen’, rekenkameronderzoek naar bewonersparticipatie in de energietransitie (RIS314990), constaterende, dat: • de Rekenkamer constateert dat verschillende gemeentelijke documenten elkaar tegenspreken als het gaat om ‘informeren’ als onderdeel van de participatie; • de Rekenkamer in het onderzoek concludeert dat de gemeente het informeren van bewoners als ‘participatie’ ziet; overwegende, dat: • bewoners verwachten dat ze mogen meepraten wanneer ze worden uitgenodigd voor een participatiebijeenkomst; • het in de praktijk regelmatig voorkomt dat een participatiebijeenkomst van de gemeente een informatiebijeenkomst blijkt te zijn waar de focus ligt op het zenden van informatie vanuit de gemeente; • informatie verkapt als participatie leidt tot verkeerde verwachtingen en frustratie bij inwoners; verzoekt het college: • informeren niet langer als vorm van participatie te zien en een duidelijk onderscheid te maken tussen informatiebijeenkomsten en participatiebijeenkomsten, en gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Sebastian Kruis (PVV). Voorzitter. Ik wil graag de Rekenkamer hartelijk bedanken voor het onderzoek.
En ik ben het ook wel in zeer grote lijnen eens met hun bevindingen. Janneke Holman (PvdA). Voorzitter. Ook heel veel dank aan de Rekenkamer voor het onderzoek naar bewonersparticipatie in de energietransitie en de aanbevelingen hoe we een betekenisvolle participatie beter kunnen borgen binnen de gemeentelijke organisatie, zodat we juist de mensen die verder van de gemeente afstaan en minder snel meedoen ook bereiken. Wij zullen natuurlijk voor het voorstel stemmen. Carlos Martinez van Andel (Hart voor Den Haag). Voorzitter. Met het risico van enige mate van sleetsheid spreek ik wederom toch weer graag dank en waardering uit aan de Rekenkamer voor het onderzoek en het uitgebrachte rapport. Zoals bekend waren wij al fan van de Rekenkamer en dat is na dit rapport alleen nog maar meer. Het neemt inmiddels dusdanige proporties aan dat wij zelfs overwegen een Rekenkamerfanclub op te zetten, compleet met merchandise enzovoort. Voorzitter. Als onderdeel van de zogenaamde koplopersgroepen in mijn eigen wijk Mariahoeve, waarin zo'n beetje iedereen tegen de aanleg van een warmtenet was, was de verbazing ook groot toen de gemeente tijdens haar presentatie als voorkeursscenario voor Mariahoeve alsnog met een warmtenet op de proppen kwam. De terechte vraag bij de bewoners was: wat hebben wij hier al die jaren zitten doen? Om die reden omarmen wij dan ook de aanbevelingen van de Rekenkamer.
22
Om de bewonersparticipatie nog wat verder uit het slop te trekken, hebben wij een aanvullend voorstel. Stel, ik woon in een willekeurige wijk, een wijk met een M van Maria bijvoorbeeld, Morgenstond. Ik ga naar de website van de gemeente, klik mijn wijk aan en ik zie in één oogopslag in welke projecten in mijn wijk ik kan participeren. Daarmee zouden we participatiehoofdstad van Nederland kunnen worden. Om die reden dien ik de volgende motie in, medeondertekend door de heer Smit, met als dictum: verzoekt het college op de gemeentelijk website een overzicht op te nemen van lopende participatieprojecten per wijk en hier duidelijk bij aan te geven: a. waar de participatie betrekking op heeft, b. van wanneer tot wanneer het participatieproject loopt, c. welke mate van inspraak van toepassing is, d. na afronding van het participatieproject de uitkomst van de participatie te vermelden. De voorzitter. Door de heer Martinez van Andel wordt de volgende motie (H.3 HvDH) ingediend:
Motie H.3 HvDH Overzicht participatieprojecten per wijk op de website De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op woensdag 5 juli 2023, ter bespreking van agendapunt K. Voorstel van de Rekenkamer Den Haag inzake het rekenkameronderzoek “Meer doen met meedoen”, onderzoek naar bewonersparticipatie in de energietransitie (RIS314990) Constaterende dat: • de rekenkamer in haar onderzoek ondermeer aangeeft dat het van belang is meer openheid en transparantie te geven over de wijze waarop bewoners kunnen participeren; • in diverse participatieprojecten het voor bewoners niet duidelijk is geweest welke mate van inspraak zij hadden; Overwegende dat: • duidelijkheid en openheid over de wijze waarop bewoners kunnen en mogen participeren van groot belang is voor het vertrouwen in de gemeente; • bewoners een betere afweging kunnen maken wel of niet deel te nemen aan participatieprojecten indien vooraf duidelijkheid en openheid wordt gegeven in de mate van inspraak; • er momenteel geen makkelijk vindbaar overzicht is van lopende participatieprojecten per wijk; Verzoekt het college: • op de gemeentelijk website een overzicht op te nemen van lopende participatieprojecten per wijk en hier duidelijk bij aan te geven: a) waar de participatie betrekking op heeft b) van wanneer tot wanneer het participatieproject loopt c) welke mate van inspraak van toepassing is d) na afronding van
het participatieproject de uitkomst van de participatie te vermelden. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Mevrouw De Groot van het CDA ziet af van het woord. Lesley Arp (SP). Voorzitter. Voor ons ligt een helder rapport van de Rekenkamer. Dank daarvoor. Het college moet meer doen met meedoen. Er wordt door het college aangegeven dat zij veel hebben kunnen leren van bewonersparticipatie, maar de Rekenkamer concludeert dat zij niet hebben kunnen constateren hoe de geleerde lessen worden geborgd in de organisatie. Nog één procedureel punt hierover. Er zijn trouwens veel goede moties die mijn fractie ook zal steunen. De Rekenkamer steekt veel tijd in deze rapporten en geeft altijd als laatste aanbeveling aan dat zij graag willen dat er binnen twee maanden een planning naar de raad wordt gestuurd over de opvolging en aanbevelingen. Wij zouden graag zien dat het college dit ook doet en, als dat niet lukt, 23
een uitstelbericht stuurt. Dit vinden wij getuigen van goed fatsoen richting de Rekenkamer en het werk dat zij doen ter versterking van onze lokale democratie. Gideon van Meijeren (FVD). Meneer de voorzitter. Ook namens Forum voor Democratie dank aan de Rekenkamer voor het onderzoek naar de wijze waarop de gemeente invulling geeft aan bewonersparticipatie omtrent de energietransitie, een onderwerp dat Forum voor Democratie aan het hart gaat. Forum voor Democratie is namelijk opgericht om de democratie te herstellen, en bewonersparticipatie is daarvoor van enorm belang. Ik denk dat als je hier in Den Haag op straat aan een aantal willekeurige voorbijgangers vraagt 'wat is eigenlijk democratie?', dan een veelgehoord antwoord zal zijn: een stelsel waarin de macht bij het volk ligt. Als je vervolgens de vraag stelt 'heeft u zelf het gevoel dat u ook daadwerkelijk iets te zeggen heeft hier in Den Haag over het beleid dat gevoerd wordt?', dan zal het antwoord helaas nog veel te vaak 'nee' zijn. Daar hebben wij als politiek een enorme verantwoordelijkheid in. Vorig jaar bleek uit een onderzoek van Ipsos dat het vertrouwen in de politiek op dit moment historisch laag is, lager dan sinds het begin van de metingen ooit is gemeten. Maar liefst zeven op de tien inwoners zijn hun vertrouwen in de politiek verloren.
De belangrijkste oorzaak daarvan - 65% van de respondenten was de wijze waarop het klimaatbeleid wordt vormgegeven. Dat brengt me bij het onderwerp van vandaag. Ik denk dat dat klimaatbeleid en die energietransitie bij uitstek onderwerpen zijn waarbij burgers zich totaal niet gehoord voelen en het idee hebben dat ze alles maar te slikken hebben en de rekening moeten betalen, maar totaal geen invloed hebben. Dat is denk ik een terechte zorg, want juist dat klimaatbeleid is helemaal niet iets wat vanuit de inwoners van Nederland of van Den Haag zelf wordt vormgegeven, maar wat vanuit grote internationale ondemocratische organisaties over ons wordt uitgestort. Eerst wordt er in een pseudowetenschappelijk gremium van de Verenigde Naties verzonnen dat de mens een noemenswaardige invloed heeft op het klimaat en dat wij een soort thermostaatknop in handen hebben waarmee we de temperatuur op aarde wel even kunnen reguleren. Vervolgens wordt er in een verdrag in Parijs bepaald dat alle lidstaten die daarbij aangesloten zijn zogenaamde doelstellingen moeten halen.
Dat leidt vervolgens tot keiharde wetgeving in de Europese Unie en ook hier in Nederland in het nationaal parlement, waar we de minister voor Klimaat doodleuk horen zeggen dat hij tientallen miljarden wil uitgeven aan beleid dat in het meest gunstige geval, zelfs als al die modellen zouden kloppen, zal leiden tot een vermindering van de temperatuur van 0,000036 graden. Regionale energiestrategieën waar totaal geen democratische controle op is, gaan vervolgens bepalen in welke regio's hoeveel windturbines en hoeveel zonnepaneelvelden mogen worden neergelegd. De gemeente is constant aan het jaknikken en tekent bij het kruisje. En in het laatste stadium, in het slotstuk wordt nog eens gedacht: o ja, we moeten eigenlijk ook nog even die checkbox 'draagvlak' kunnen afvinken, dus laten we nog maar iets aan bewonersparticipatie gaan doen. Op het moment dat alle besluiten al genomen zijn, dat de bevolking niks meer te zeggen heeft, wordt er hier en daar nog een informatieavond georganiseerd of een discussieavond. Ik denk dat de Rekenkamer heel terecht de gemeente hiervoor een dikke onvoldoende geeft. De woorden die worden gebruikt in het rapport zijn … De voorzitter. Een interruptie van de heer Assad. Yousef Assad (D66). Kan de heer Van Meijeren een reflectie geven op het raadsvoorstel dat de Rekenkamer heeft gedaan? Wat vindt Forum voor Democratie daarvan? Gideon van Meijeren (FVD).
Dank voor deze vraag. Ik kom daar zo nog uitvoerig over te spreken. Ik denk dat de aanbevelingen van de Rekenkamer een stap voorwaarts zijn om in ieder geval te zorgen dat bewoners ook te horen krijgen wat er nou gebeurt met hun input. Daarnaast heb ik nog een concreet voorstel waar, denk ik, de democratie veel meer bij gebaat is. Dat zal ik zo aan het slot nog nader toelichten. Maar de aanbevelingen van de Rekenkamer en de moties die zijn ingediend om deze te bewerkstelligen, kunnen in ieder geval op onze instemming rekenen. De voorzitter. U zet uw betoog voort.
24
Gideon van Meijeren (FVD). Ik lees in het rapport van de Rekenkamer - ik denk dat dat een hele terechte zorg is - dat als bewoners gevraagd wordt om hun mening en worden uitgenodigd om deel te nemen aan discussieavonden, zij dan ook de verwachting krijgen dat zij enige invloed hebben op het beleid. Maar daar is nu juist totaal geen sprake van. Het is schijnparticipatie. Er gaat helemaal niet de indruk van uit dat de gemeente daadwerkelijk geïnteresseerd is in de mening van de inwoners, laat staan dat ze mogen meebeslissen; ze wil puur en alleen even een paragraafje kunnen opnemen dat er zoiets als bewonersparticipatie heeft plaatsgevonden. Dat werkt natuurlijk niet op die manier. Dat is geen participatie; dat is schoffering. Forum voor Democratie wil de inwoners van Den Haag niet alleen mee laten praten, maar ook mee laten beslissen. Het instrument bij uitstek daarvoor is natuurlijk het referendum. Zelfs al is heel veel van het klimaatbeleid al dwingend opgelegd en heeft de gemeente daar zelf niet eens meer iets over te zeggen, ik denk dat het toch heel nuttig zal zijn om aan de bevolking in Den Haag in een referendum de eenvoudige vraag voor te leggen of zij wel of niet € 4.000 per huishouden willen betalen voor een verlaging van de temperatuur van 0,000036 graden of dat zij dat geld misschien op een betere manier zouden willen besteden.
Als het antwoord is dat zij deze energietransitie en die bizar hoge kosten daarvan niet steunen, dan zou de gemeente ook een vuist moeten maken en moeten aangeven aan minister Jetten: 'We hebben met heel veel belangstelling kennisgenomen van uw voorstel, maar de inwoners van Den Haag willen dit niet. Wij zitten hier voor de belangen van de inwoners van Den Haag, dus wij werken hier niet meer aan mee.' Nu heb ik gezien dat de gemeente Den Haag weliswaar een referendumverordening heeft, maar in de praktijk lijkt dit een dode letter te zijn. Daarom vroeg ik me af of het college een overzicht zou kunnen verstrekken van het aantal inleidende verzoeken en definitieve verzoeken die sinds de invoering van de referendumverordening hebben plaatsgevonden, hoe vaak dit daadwerkelijk tot een referendum heeft geleid en hoe daar vervolgens op is gereageerd. Als blijkt dat die referendumverordening in de praktijk niet functioneert, dan zou ik willen voorstellen om dat instrument te evalueren en te herzien, bewoners beter te informeren over deze mogelijkheid, te zorgen dat het voldoende toegankelijk is en dat de drempels niet onhaalbaar zijn, zodat de inwoners van Den Haag daadwerkelijk het gevoel krijgen dat ze ertoe doen, dat ze invloed hebben en dat ze niet langer alleen maar mee mogen praten, maar ook daadwerkelijk mee mogen beslissen.
Want dat zal leiden tot een goede, belangrijke stap tot het herstel van onze democratie. Dank u wel. Robin Smit (PvdD). Ik heb naar het betoog geluisterd. Op de klimaatontkenning ga ik maar niet in. Maar ik ben eigenlijk wel heel erg benieuwd wat voor voorstellen Forum voor Democratie het afgelopen jaar in deze raad heeft gedaan om de bewonersparticipatie te verbeteren. Gideon van Meijeren (FVD). Hartelijk dank voor deze vraag. Om misverstanden te voorkomen: ik ontken niet het klimaat. Ik ontken ook niet dat het klimaat verandert. Ik ben alleen van oordeel dat de invloed van de mens daarop verwaarloosbaar is. Verder heb ik altijd alle voorstellen gesteund die de democratie zouden kunnen herstellen, ook op het gebied van bewonersparticipatie. Zoals de heer Smit aangeeft, heeft hij net naar mijn inbreng geluisterd en dus al een heel concreet voorstel gehoord, namelijk om de werking van het Haags referendum te evalueren en waar nodig te verbeteren. Robin Smit (PvdD). Ik hoor een hoop en sla aan op het laatste. U heeft een voorstel gedaan, een vraag gesteld richting het college. U heeft geen motie of zoiets rondgestuurd of ik heb het niet gezien. Daaruit kan ik dus eigenlijk opmaken dat u vertrouwen heeft in de democratie? Gideon van Meijeren (FVD). Volgens mij is het heel gebruikelijk om eerst het college te vragen naar een reactie op een idee en een suggestie.
Als het college dadelijk aangeeft hier niets in te zien, dan zal ik inderdaad overwegen om dat in een motie te gieten. Maar ik hoop natuurlijk dat het college zelf geïnteresseerd is in zo'n prachtig instrument als het referendum, dat wil laten functioneren, mij bedankt voor deze suggestie en het idee van harte overneemt. Robin Smit (PvdD). Dan kan ik toch ook wel een beetje concluderen dat deze vraag, een informerende vraag, eigenlijk gewoon thuis had gehoord in de commissie. Daar wil ik het bij laten. Gideon van Meijeren (FVD). Waarvan akte. 25
Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Voorzitter. Ook namens het college veel dank aan de Rekenkamer voor dit heel bruikbare rapport. Het is misschien goed om te beginnen met ook namens het college te benadrukken dat participatie cruciaal is om de grote uitdagingen waar we als stad voor staan tot een goed einde te brengen. Daar is de energietransitie natuurlijk een hele belangrijke in. We hebben een goed debat gehad in de commissie. Ik stel voor dat we dat niet helemaal overdoen, maar dat ik me beperk tot de gestelde vragen, natuurlijk met de belangrijke opmerking dat wat het college betreft de raad de aanbevelingen die de Rekenkamer doet, kan overnemen. Daarbij maak ik de aantekening dat een aantal van die aanbevelingen in samenwerking met de duale werkgroep Participatie en Democratie zal moeten worden opgesteld, omdat dat ook het kader en de bevoegdheden van de raad raakt. Daar zullen we als college het voortouw in nemen. Dat hebben we in de commissie ook gewisseld. Ik kan dan meteen de vraag beantwoorden die de SP stelde. We komen met een beleidskader. Dat zal ook een soort plan van aanpak bevatten met een planning waarmee we wat het college betreft in de duale werkgroep het gesprek kunnen voortzetten. Of dat helemaal binnen twee maanden lukt, kan ik niet helemaal beloven, gezien de zomervakantie en alle perikelen, maar we zijn daarmee bezig.
Ik ben het met de SP eens dat we op die manier recht doen aan het belangrijke werk van de Rekenkamer. Er zijn een aantal vragen gesteld. GroenLinks vroeg of we niet willen wachten met het oppakken van deze aanbevelingen, als ik het even in mijn eigen woorden zeg. Dat zit ook een heel klein beetje in de motie Zet bewoners niet in de wacht van de Partij voor de Dieren. Misschien kan ik meteen die motie preadviseren. Op zich is dat niet de intentie van dit college. Participatie is iets waar we continu mee bezig zijn. Met het programmateam Haags Samenspel zijn door middel van de participatiewerkwijze en het participatiekompas producten ontwikkeld. In de commissie gaf ik ook aan dat het vooral een heel belangrijk cultuuraspect in zich heeft. De constatering van de Rekenkamer dat het nog niet over de hele breedte van de gemeentelijke organisatie lukt om participatie in alle projecten op het goede moment te borgen, is een feitelijke constatering. Daar zijn we naar op weg, maar daar zijn we nog niet. Het is wel iets wat continu heel veel aandacht heeft en waar we ook mee bezig blijven. Dat is eigenlijk het tweede dictum van de motie van de Partij voor de Dieren. Over het eerste dictum heb ik ook wat gezegd. De Partij voor de Dieren heeft het over een gemeentebrede handleiding.
Volgens mij hebben we het eerder een beleidskader genoemd, maar ik denk dat de elementen die daarin zitten hetzelfde zijn. De motie vraagt om uiterlijk in het vierde kwartaal met een beleidskader te komen waar we dan samen met de duale werkgroep mee aan de slag kunnen. Het college kan dat eerste dictumpunt en daarmee de hele motie aan de raad laten. GroenLinks vroeg nog om extra aandacht te hebben voor groepen die op een nog wat grotere afstand van de overheid staan dan andere groepen. Dat is natuurlijk de crux, de grote uitdaging: hoe gaan we de groep mensen die misschien de taal wat minder machtig zijn, wat minder digitaal vaardig zijn of anderszins een grotere afstand ervaren tot de overheid op een goede manier laten participeren in onder andere de energietransitieprojecten? Dat is een van de grote uitdagingen. We gaan proberen dat zo concreet mogelijk te maken in dat beleidskader, wat vervolgens moet leiden tot een nieuwe inspraak- en participatieverordening. Daar werken we dan met de duale werkgroep naartoe. Chris van der Helm (VVD). In de commissie hebben we ook stilgestaan bij moeilijk te bereiken groepen.
Ik heb daarbij toen de opmerking gemaakt dat het niet altijd alleen gaat over mensen met een afstand tot de overheid of bijvoorbeeld mensen die de Nederlandse taal niet altijd machtig zijn, maar dat er ook een grote groep mensen in Den Haag is, bijvoorbeeld gezinnen, mensen die in het spitsuur van hun leven zitten en aan alle kanten proberen met zo weinig mogelijk zo veel mogelijk te doen en om die reden vaak helemaal geen tijd hebben om goed te kunnen participeren of voor wie het een soort sluitstuk is als er misschien een keertje nog ergens een uurtje in de avond over is. Dat hoor ik de wethouder nu helemaal niet zeggen. Is de wethouder het met de Haagse VVD eens dat juist die grote groep mensen die in het spitsuur van hun leven zitten, vaak gezinnen, ook in die rij genoemd zouden moeten worden en dus ook aandacht zouden moeten krijgen in dat beleidskader? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Jazeker is het college dat met de Haagse VVD eens. Als je gaat nadenken over zo veel mogelijk participatie in het beginstadium van projecten, moet er een strategie
26
bedacht worden: hoe gaan we alle groepen in de stad bereiken? Daar horen vanzelfsprekend ook de groepen bij die de VVD noemde. Dan ben ik bij de motie Informeren is niet participeren van de ChristenUnie/SGP. In feite is deze motie overbodig, want dit is echt staand beleid. Dat heb ik ook in de commissie al aangegeven. Informeren is geen trede op de participatieladder, dus informeren is niet participeren. Informatiebijeenkomsten worden ook georganiseerd; die kunnen ook zinvol zijn. Maar dat zijn echt informatiebijeenkomsten en dat is iets anders dan waar we het hier over hebben, namelijk participeren. Wat we steeds beter doen en wat nog veel beter moet, is dat we van tevoren ook aangeven wat de mate van participatie is voor de verschillende onderdelen van een project. Dat moet onderdeel worden van de werkwijze die we volgen in Den Haag. Maar de motie zoals die hier voorligt, is staand beleid. Het is dus niet nodig om die aan te nemen. Dat zou het advies van het college zijn. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Er is natuurlijk wel een verschil tussen of iets staand beleid is en of het ook uitgevoerd wordt. De Rekenkamer concludeert iets anders in het rapport en wij zien en horen anders in de stad. Misschien is het beleid op papier, maar blijkbaar wordt het nog niet uitgevoerd. Kan de wethouder daar eens kort op ingaan? Wethouder Kapteijns (GroenLinks).
In zijn algemeenheid is het zo dat we in een cultuurverandering zitten, in een cultuurtraject waar alle diensten van de gemeentelijke organisatie in mee moeten en dat we nog niet op het niveau zijn waar we zouden moeten zijn. Maar de motie vraagt om informeren niet langer als vorm van participatie te zien, en dat doen we echt. Als er informatie wordt verstrekt, dan is het informatie. Dat is een ander traject dan participatie. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Ik heb het nog even opgezocht in het rapport. Daar staat letterlijk in dat in de trap van eigenaarschap, opgesteld door Haags Samenspel, informeren onderdeel is van de participatieladder. Blijkbaar is het toch nog steeds niet staand beleid, zo concludeert de Rekenkamer. Er zit een groot verschil tussen wat de wethouder hier zegt en wat het Rekenkamerrapport concludeert. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Ik betreur het dat hier dan toch onduidelijkheid over bestaat, in ieder geval bij de Rekenkamer. Wat het college betreft is het klip-en-klaar: informeren is geen vorm van participeren. Ik heb dat in de commissie benadrukt en ik heb dat hier nogmaals gezegd. Nogmaals, wat het college betreft is het niet echt nodig om dat in een motie op te schrijven. Carlos Martinez van Andel (Hart voor Den Haag). Ik heb een interruptie in aanvulling op mevrouw Klokkenburg. Bij participatie denk ik aan tweerichtingverkeer.
Als ik nou even aan informeren denk, dan zie ik vooral eenrichtingverkeer. Kan de wethouder nog eens uitleggen waarin het participatiegehalte zit bij het informeren? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Dat is precies het punt waarop het college het met de inbreng van Hart voor Den Haag eens is. Inderdaad, informeren is niet participeren. Informeren kan heel zinvol zijn en kan een enorme meerwaarde hebben. Bijvoorbeeld als er werkzaamheden in uw buurt zijn, kan het ontzettend waardevol zijn dat er een informatiebijeenkomst wordt georganiseerd. Dat doen we ook in grote mate. Maar dat is wat anders dan burgers betrekken bij beleidsvoorbereiding. Dat doen we bijvoorbeeld met de wijkuitvoeringsplannen rondom de energietransitie. Dat zijn echt participatiebijeenkomsten, waarin we heel actief de dialoog zoeken met de mensen die daaraan meedoen. Ik ben het dus helemaal met u eens. De voorzitter. De wethouder zet zijn betoog voort. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Dat brengt mij bij de vraag die Forum stelde: hoe zit het met de Haagse referendumverordening? Die hebben we, die bestaat en die staat gewoon op de website. Iedereen die daar gebruik van wil maken, kan de stappen die daarvoor nodig zijn bewandelen. Voor zover ik weet, zolang ik in Den Haag woon, hebben we inderdaad nog nooit een Haags referendum gehad. 27
Gideon van Meijeren (FVD). De wethouder bevestigt dat er nog nooit, in ieder geval sinds hij in Den Haag actief is, met succes een referendum is georganiseerd. Wat zegt dat naar het oordeel van de wethouder over de doeltreffendheid en de effecten van de referendumverordening in de praktijk? Functioneert dat instrument naar zijn oordeel voldoende? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Het is iets te makkelijk om dat te constateren op basis van het feit dat er nog geen referendum georganiseerd is. Ik zou niet durven zeggen of de referendumverordening voldoende functioneert. Gideon van Meijeren (FVD). Is de wethouder dan op zijn minst benieuwd naar de vraag of de referendumverordening in de praktijk functioneert? En als blijkt dat die niet functioneert - hij is daar wel benieuwd naar, maar hij weet het niet - is hij dan bereid om dit instrument te evalueren? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Het college is niet voornemens om dit instrument te gaan evalueren, want het is andersom ook niet waar dat het niet functioneert omdat er geen referenda geweest zijn. Het college kan uw doelredenering dan ook niet volgen. De voorzitter. U zet uw betoog voort. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Dan ben ik bij de laatste motie. De motie van Hart voor Den Haag verzoekt om op de website een overzicht van participatieprojecten per wijk op te nemen.
Voor een deel doen we dat al, dus we zijn zeker in de race om participatiehoofdstad van Nederland te worden. We hebben een website die heet projecten.denhaag.nl. Daar staan op wijkniveau de projecten die op dat moment plaatsvinden in uw eigen omgeving. Het gaat voor een groot deel over gebiedsontwikkelingen, bouwprojecten. Daar kan iedereen heel veel informatie vinden over wat de ontwikkelingen zijn en ook over op welke manieren mensen geïnformeerd worden dan wel kunnen participeren. In dat opzicht is de motie al in uitvoering. Het is een aangroeimodel. Ik zie zeker nog wel ruimte, afhankelijk van het succes en de werking daarvan, om dat verder te kunnen uitbouwen. In dat opzicht is het wel iets om ook mee te nemen in het beleidskader en richting de duale werkgroep of het aansluit bij de behoefte in de stad om zo'n website verder te verbreden. Als ik de motie zo kan uitleggen, kunnen we 'm aan de raad laten en gaan we samen kijken, op basis van de ervaringen met de bestaande website, of die verdere uitbouw verdient. Dan zetten we de uitdaging om participatiehoofdstad van Nederland verder kracht bij. Tot zover, voorzitter. De voorzitter. Dank u wel, wethouder Kapteijns. Dan geef ik graag de heer Voorn de gelegenheid om nog een bijdrage te geven, te reageren of te reflecteren. Gaat uw gang, meneer Voorn. De heer Voorn. Van mijn kant nog twee opmerkingen.
In de analyse die wij hebben gedaan van de verschillende documenten over participatie die er binnen de gemeente zijn, hebben wij geconstateerd dat daarin verschillende participatieladders worden gebruikt. In de ene participatieladder is informeren geen onderdeel van de stappen die daarin staan en in andere documenten is dat wel het geval. Dat hebben wij feitelijk geconstateerd. Het is goed om daar eenduidig in te zijn, denken wij. Het tweede punt wat we zien, is dat er moties zijn ingediend die in het verlengde liggen van de aanbevelingen die wij doen en die aanbevelingen ook verder versterken. Dank u wel. De voorzitter. Dank u wel, meneer Voorn, ook voor uw werk. Ik kijk de kring rond of er behoefte is aan een tweede termijn. Gideon van Meijeren (FVD). Voorzitter. Ik ben heel erg teleurgesteld in de reactie van de wethouder op mijn vragen omtrent de referendumverordening. Hij bevestigde dat er bij zijn weten nog nooit een referendum is georganiseerd. Dat roept toch de vraag op hoe dat komt. Zijn de drempels misschien te hoog? Weten de burgers, de inwoners van Den Haag wel van het bestaan van dit instrument? De wethouder zegt dat het gewoon op de website staat. Ik ken Hagenaren die niet iedere dag op de website van de gemeente kijken. Ik denk dat niemand gebaat is bij een dode letter, bij een papieren 28
instrument waar in de praktijk geen gebruik van wordt gemaakt. Ik ben heel benieuwd hoe het komt dat dit instrument niet functioneert en dien daarom de volgende motie in, met als dictum: verzoekt het college de doeltreffendheid en de effecten van de referendumverordening in de praktijk te evalueren, en de raad voor het einde van het kalenderjaar over de uitkomsten daarvan te informeren. De voorzitter. Door de heer Van Meijeren wordt de volgende motie (H.4 FVD) ingediend:
Motie H.4 FVD een evaluatie van de Haagse referendumverordening De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op woensdag 5 juli 2023, verzoekt het college de doeltreffendheid en de effecten van de referendumverordening in de praktijk te evalueren, en de raad voor het einde van het kalenderjaar over de uitkomsten daarvan te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Voorzitter. Dank voor de bijdrage van Forum voor Democratie. Het college kent ook Hagenaars die niet iedere dag op de website kijken, dus wat dat betreft kunnen we elkaar de hand schudden. Maar ik ga ervan uit dat Hagenaars die zo betrokken zijn rondom een bepaald onderwerp dat men overweegt om te kijken welke mogelijkheden er zijn om dit gemeentebreed aan de bevolking voor te leggen wél op de gemeentelijke website kijken. Dan de preadvisering over de motie. Wat het college betreft is hier geen noodzaak toe, dus ik zou 'm willen ontraden. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. Hiermee zijn we aan het eind gekomen van de bespreking van dit agendapunt. Aan het eind van de vergadering gaan we daarover stemmen. Meneer Twisk en meneer Voorn, hartelijk dank en de mensen achter de schermen van de Rekenkamer veel dank. Tot snel, tot ziens en een goede weg terug.
Doe de groeten aan dat mooie kantoor, maar dat zei ik u net ook al. Het is handig om overal kennissen te hebben, hè.
Aan de orde is: I. Gewijzigd initiatiefvoorstel (ChristenUnie/SGP en SP) Bouwen aan je eigen wijk (RIS311875). De beraadslaging wordt geopend. De voorzitter. De initiatiefnemer, mevrouw Klokkenburg, kan een korte toelichting geven. Ik hoop dat u naast me wilt komen zitten, of althans in de buurt. U mag nu het woord voeren, zowel namens ChristenUnie/SGP als namens de Socialistische Partij. Gaat uw gang. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. Huizen bouwen is gemeenschappen bouwen, en waar gemeenschappen ontstaan willen mensen blijven wonen. We zien en horen dit vanuit alle hoeken van de stad. Of het nou de Schilderswijk, Moerwijk, Duindorp of Leidschenveen is, als mensen zich er thuis voelen, willen ze er blijven wonen. Voor veel mensen is de plek waar ze zich thuis voelen de plek waar ze zijn opgegroeid, waar ze hun vrienden hebben ontmoet en waar ze tot hun laatste snik willen blijven wonen. Het is daarom een begrijpelijke wens dat mensen graag in hun eigen wijk of stadsdeel willen blijven, maar soms veranderen wel de wensen voor een woning. En dan start de zoektocht in je woonomgeving. 29
In het voorstel waarover we vandaag gaan stemmen, doen we een voorstel voor een pilot waarbij 25% van de middeldure huurwoningen in een nieuwbouwproject wordt gereserveerd voor inwoners van het eigen stadsdeel. Naar aanleiding van het preadvies van het college en het commissiedebat hebben we het voorstel iets aangepast, en stellen we voor om in de pilot allereerst te focussen op het met voorrang toewijzen van middeldure huurwoningen aan mensen uit het eigen stadsdeel. Afhankelijk van de gevolgen van de Wet regie op de volkshuisvesting kan dan opnieuw worden gewogen of we een dergelijke pilot ook met de sociale huurwoningen kunnen gaan doen. Daarnaast hebben we bij het laatste dictumpunt iets verder gespecificeerd wat er moet worden meegenomen in de evaluatie. Ten slotte. Ik hoop van harte dat de raad vandaag gehoor kan geven aan de wens van veel mensen in de stad om in hun eigen omgeving te kunnen blijven wonen, en dat er ingestemd kan worden met dit voorstel. Zo bouwen we namelijk verder aan gemeenschappen waarin mensen omzien naar elkaar. De voorzitter. Dank u wel, mevrouw Klokkenburg. Dan geef ik gelegenheid aan de leden van de raad om te reageren. Ik kijk op de sprekerslijst en zie dat Hart voor Den Haag, meneer Dubbelaar, als eerste het woord heeft gevraagd. Stilte graag in de zaal. Aandacht voor de heer Dubbelaar. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Voorzitter.
Sinds 2014 heeft Hart voor Den Haag voorstellen ingediend om Scheveningers en Duindorpers voorrang te geven bij het toekennen van huurhuizen, om te zorgen voor het behoud van de eigen identiteit. Wat goed dat onze voorstellen uiteindelijk altijd weer omarmd worden. Wij hebben nog meer goede ideeën. Dit initiatiefvoorstel deed me ook denken aan mevrouw Verwaal, bijgenaamd 'de moeder van de Rivierenbuurt'. 'Wil je onze wijk naar de testikels helpen?', vroeg ze het stadsbestuur in deze raadzaal. U zult het zich allemaal nog herinneren. Op 1 maart 2019 is door mevrouw Verwaal een burgerinitiatief aan de gemeenteraad aangeboden met betrekking tot een voorrangsregeling voor huisvesting in de Rivierenbuurt. Mevrouw Verwaal was echt bloedserieus. Ze vroeg zich af of ze wel aanwezig was bij de Haagse gemeenteraad. Het voorstel behaalde op 16 januari 2020 helaas geen meerderheid. In de commissie heb ik mevrouw Arp hier nog naar gevraagd, en een beetje mee geplaagd misschien. Dat ga ik vandaag niet doen, mevrouw Arp. Hart voor Den Haag vindt het fijn dat er een meerderheid lijkt te zijn voor deze pilot. Ik bedank de indieners dan ook hartelijk voor het ingediende voorstel. Hart voor Den Haag heeft nog wel een amendement, om het voorstel nóg iets beter te maken. Dat is het amendement '50% toewijzen'. Dit amendement zorgt ervoor dat we geen 25% maar 50% gebruiken bij een nieuwbouwproject.
Tevens hebben wij besloten om het sociale deel weer terug in het initiatiefvoorstel te brengen, want dat stond in het originele voorstel, dat goede voorstel. Maar ik begrijp dat de indieners besloten hebben om dat eruit te halen, te wijzigen. Mijn fractie ziet dat toch anders. Dat is dus de ene wijziging. De andere wijziging is die 50%. Het amendement wordt mede ingediend door mevrouw De Groot van het CDA, de heer De Ridder van de VVD, en de heer Kruis namens de PVV. De voorzitter. Door de heer Dubbelaar wordt het volgende amendement (I.A HvDH) voorgesteld:
Amendement I.A HvDH Vijftig procent toewijzen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 5 juli 2023, ter bespreking van het gewijzigd initiatiefvoorstel (CU-SGP en SP) Bouwen aan je eigen wijk (RIS311875), Besluit om: • In het initiatiefvoorstel het eerste dictum van het raadsbesluit te wijzigen in; o In gesprek te treden met woningbouwcorporaties en projectontwikkelaars en, als pilot, een overeenkomst te tekenen voor ten minste één nieuwbouwproject waarbij gestreefd wordt naar het toewijzen van 50% van de sociale en middeldure huurwoningen aan mensen uit het betreffende stadsdeel, mits zij in de afgelopen 10 jaar minstens 6 jaar onafgebroken in het stadsdeel hebben gewoond. 30
•
In het initiatiefvoorstel het derde dictum van het raadsbesluit te wijzigen in; o Een jaar na de invoering van de Wet regie op de volkshuisvesting te onderzoeken wat de effecten daarvan zijn op de toewijzingen in het sociale en middeldure segment.
Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Waar is het amendement? De wethouder fluistert mij dat nu in. Ik hoor dat spontaan. Dat scheelt misschien een schorsing. Dank u wel, wethouder Balster. Hinke de Groot (CDA). Voorzitter. Allereerst dank aan ChristenUnie/SGP en SP voor het mooie initiatiefvoorstel. Dit is een belangrijk onderwerp, omdat we helaas zien dat veel mensen in onze stad, van jong tot oud, op lange wachtlijsten staan voor een woning. Dit zijn stuk voor stuk mensen die zich verbonden voelen met Den Haag. Of het nu Loosduinen, Scheveningen of de Schilderswijk is, we moeten voorkomen dat zij noodgedwongen de stad moeten verlaten. Dat is belangrijk voor het bouwen van wijkgemeenschappen. Daarom is nieuwbouw bijvoorbeeld ook belangrijk. We spreken daarover zo meteen bij het agendapunt over Bellevue. Maar we moeten ook alle kansen grijpen die er zijn om ervoor te zorgen dat mensen die zich verbonden voelen met Den Haag hun thuis hier kunnen behouden, bijvoorbeeld door middel van voorrang. Het oorspronkelijke voorstel vond mijn fractie nóg sympathieker. Het CDA vindt het een gemiste kans dat sociale huur nu niet mee wordt genomen in de pilot over het toewijzen met voorrang. Ook bij veel inwoners van sociale huurwoningen leeft de behoefte om in hun eigen wijkgemeenschap te kunnen blijven wonen.
Daarom dien ik het amendement Voorrang bij sociale en middeldure huurwoningen in. Daarin wordt geregeld dat ook sociaal mee wordt genomen, en wordt in dictumpunt 3 verduidelijkt dat we zowel kijken naar het sociale als het middeldure segment. We vinden dit amendement belangrijk om ook voor deze doelgroep, waarin ook veel behoefte is aan een thuis, vooruitlopend op de Wet versterking regie volkshuisvesting ervaring te kunnen opdoen in de voorgestelde pilot. Daarnaast biedt de Wet versterking regie volkshuisvesting ook hele mooie mogelijkheden voor ons als gemeente om breder dan het stadsdeel te kijken naar voorrang binnen de eigen gemeente. Ook die wil het CDA graag benutten. Daarom dien ik de volgende motie in, getiteld 'Behoud een thuis in Den Haag', waarvan het dictum luidt: roept het college op te verkennen welke mogelijkheden er zijn om bij nieuwbouwhuurwoningen met voorrang toe te wijzen aan bewoners die in de afgelopen tien jaar minstens zes jaar onafgebroken in Den Haag hebben gewoond, de uitkomsten te betrekken bij het voorstel voor de nieuwe Huisvestingsverordening en implementatie van de Wet regie op de volkshuisvesting. Tot zover. Lesley Arp (SP). Ik heb een feitelijke vraag over deze motie, mede namens de andere initiatiefnemer. We kunnen natuurlijk maar één persoon voor het debat inzetten; dat heb je met eenpitters.
Wij vroegen ons af of we deze motie zo moeten lezen dat eerst het onderzoek er komt en we daar dan als raad naar gaan kijken, en dat dan gekeken wordt naar de implementatie in de Huisvestingsverordening. Of wil het CDA de resultaten meteen gaan implementeren? Hinke de Groot (CDA). Nee, het is precies het eerste wat mevrouw Arp zegt. We willen eerst gewoon goed onderzoeken wat dit aan mogelijkheden biedt. We willen namelijk voorkomen dat we zo meteen, over een paar jaar, met een voorstel komen en er dan wordt zegt: dat moeten we nog even gaan bekijken. Laten we dus vooruitlopend daarop kijken wat de mogelijkheden zijn. Dan kunnen we ook het goede politieke debat voeren. Mijn fractie neigt ernaar om ook hiernaar te kijken, maar laten we dat wel op basis van de feiten doen. De voorzitter. Door mevrouw De Groot, daartoe gesteund door de heer De Ridder en de heer Dubbelaar, wordt het volgende amendement (I.B CDA) voorgesteld:
31
Amendement I.B CDA voorrang bij sociale en middeldure huurwoningen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 5 juli 2023, ter bespreking van het Initiatiefvoorstel (CU-SGP en SP) Bouwen aan je eigen wijk (RIS311875) Besluit om: • Dictum punt 1 te vervangen door: In gesprek te treden met woningbouwcorporaties en projectontwikkelaars en, als pilot, een overeenkomst te tekenen voor ten minste één nieuwbouwproject waarbij gestreefd wordt naar het toewijzen van 25% van de sociale en middeldure huurwoningen aan mensen uit het betreffende stadsdeel, mits zij in de afgelopen 10 jaar minstens 6 jaar onafgebroken in het stadsdeel hebben gewoond. • Dictumpunt 3 te vervangen door: Een jaar na de invoering van de Wet regie op de volkshuisvesting te onderzoeken wat de effecten daarvan zijn op de toewijzingen in het sociale en middeldure segment. Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Door mevrouw De Groot wordt de volgende motie (I.1 CDA) ingediend:
Motie I.1 CDA behoud een thuis in Den Haag De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 5 juli 2023, ter bespreking van het Initiatiefvoorstel (CU-SGP en SP) Bouwen aan je eigen wijk (RIS311875) Constaterende dat: • we te maken hebben met een woningcrisis waarin veel bewoners geen woning kunnen vinden; • Haagse inwoners die zich verbonden voelen met hun wijk en Den Haag, noodgedwongen daarom de stad moeten verlaten; • de Wet regie op de volkshuisvesting gemeenten mogelijkheden biedt waarbij bewoners uit een stadsdeel voorrang kunnen krijgen bij toewijzing voor nieuwbouw. Overwegende dat: • het belangrijk is dat mensen die zich verbonden voelen met Den Haag, in Den Haag kunnen blijven wonen; • het initiatiefvoorstel Bouwen aan je eigen wijk, voorstelt om te kijken naar voorrang bij toewijzing van huurwoningen binnen het betreffende stadsdeel. Roept het college op: • te verkennen welke mogelijkheden er zijn om bij nieuwbouw huurwoningen met voorrang toe te wijzen aan bewoners die in de afgelopen 10 jaar minstens 6 jaar onafgebroken in Den Haag hebben gewoond; • de uitkomsten te betrekken bij het voorstel voor de nieuwe Huisvestingsverordening en implementatie van de Wet regie op de volkshuisvesting. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Vincent Thepass (GroenLinks). Voorzitter.
Ook namens GroenLinks dank aan de indieners, ook voor het aanpassen van het voorstel. Toch is mijn fractie helaas niet voornemens om voor dit voorstel te 32
stemmen. We snappen de behoefte die wordt genoemd, en die ook beschreven is door de indiener, maar wat ons betreft is het algemene principe duidelijk. De wooncrisis is een crisis voor iedereen. In welk stadsdeel je woont, mag daarbij niet het verschil maken, juist ook als je bedenkt dat de woonproductie sterk verschilt per stadsdeel. Bovendien, en daarmee sluit ik af, verwachten wij dat dit voorstel er als je het breder zou toepassen, echt toe gaat leiden dat iedereen het bij het eigen stadsdeel gaat proberen, ongeacht of diegene daadwerkelijk de wens heeft om in de eigen buurt te gaan wonen. Tot zover. Lesley Arp (SP). Allereerst is dit natuurlijk nog geen aanpassing van de Huisvestingsverordening. Dit is geïnspireerd op een Amsterdams principe. Is de heer Thepass zich ervan bewust dat het Amsterdamse principe eigenlijk zo werkt dat het college concrete gebouwen moet aandragen om in aanmerking te komen voor deze regeling, dus dat er ook heel veel regie vanuit het college is, bijvoorbeeld op waar die gebouwen zich bevinden, zodat bijvoorbeeld niet alle nieuwbouw in een stadsdeel daaronder valt? Er is dus best veel sturing vanuit het college. Vincent Thepass (GroenLinks). Dank aan de SP voor die vraag. Ik snap wat er wordt uitgelegd, maar ik denk nog steeds dat het algemene principe blijft staan. Wij zien een wooncrisis.
Wij zien een grote schaarste aan woningen en we denken gewoon dat dat voorop moet staan. Of je in Leidschenveen, in Ypenburg of op Scheveningen woont, mag geen verschil maken bij hoe lang jouw wachtrij voor de woning is en of je toegang tot die woning hebt. Dat staat bij ons echt voorop, ook al snappen wij, nogmaals, wel het principe en de behoefte die worden genoemd. Ik zegt dit als iemand die in Mariahoeve is opgegroeid en het heel fijn vindt om daar in de buurt te wonen, hoewel nu helaas niet meer in hetzelfde stadsdeel. Ik snap het heel erg, maar in de afweging tussen de wooncrisis en dit plan maken wij een andere keuze. Lesley Arp (SP). Dank voor de reactie. Ik snap inderdaad het verschil in standpunt. Het was ook echt een heel levendig debat in de commissie. Alle respect daarvoor. Tegelijkertijd denk ik wel dat het scenario dat zonet werd geschetst waarin in een bepaalde wijk alleen mensen met voorrang zouden reageren, eigenlijk niet reëel is op basis van het voorstel. We werken namelijk met die 25%, en daarnaast heeft het college best veel regie, zoals ik al zei. Hoe kijkt de heer Thepass dus naar de vraag die hij zonet stelde, of naar dat schrikbeeld? Vincent Thepass (GroenLinks). Ik snap het punt wel dat de SP maakt. Wij kijken ernaar vanuit het bredere principe, want wij zien een pilot als iets wat je niet alleen maar leuk op zichzelf uitprobeert.
Je wil uiteindelijk kijken of je op breder, structureel beleid kan uitkomen. Wij zien gewoon niet dat dat een goede richting is voor onze stad. Rutger de Ridder (VVD). Ik zie de tegenstelling die de heer Thepass neerzet niet zo. Ik vroeg me dus af of de heer Thepass die kan uitleggen, dus de tegenstelling tussen de wooncrisis, zoals hij het noemt, en dit voorstel. Vincent Thepass (GroenLinks). Dan had ik dat niet duidelijk gemaakt in mijn inbreng. Kijk, vanuit de hele stad zijn bewoners op zoek naar een woning. De schaarste aan woningen is groot. Het is ook ongelijk per stadsdeel waar nieuwe woningen toegevoegd gaan worden. Wij vinden dat het niet moet uitmaken in welk stadsdeel je woont of jij langer of minder lang op die woning moet wachten. Als je dit principe gaat uitproberen, waarbij je voorrang geeft aan mensen die lang in een stadsdeel hebben gewoond, kies je er in de kern voor dat je bepaalde groepen voorrang geeft ten opzichte van andere. Wij willen juist stadsbreed kijken hoe we zo veel mogelijk woningen kunnen toevoegen en daardoor de toegang voor iedereen goed kunnen maken. Wij denken echt dat het onderscheid in stadsdelen de ongelijkheid tussen groepen vergroot. Rutger de Ridder (VVD). Ik heb het idee dat meneer Thepass een heel ander voorstel heeft gelezen dan ik.
Volgens mij zijn het namelijk woningzoekenden die een woning zoeken in Den Haag en het liefst in hun wijk willen blijven wonen. Met dit voorstel, een pilot weliswaar, krijgen ze de kans om daar te blijven wonen. De heer Thepass zegt ook dat je in sommige stadsdelen meer woningen gaat 33