RIS316039 Bijlage 1 Ontwerpbestemmingsplan Willem Royaardsplein (1)
Tekst van het document
Door hitte lopen kwetsbare groepen zoals ouderen meer risico op uitdroging, en opwarmend oppervlaktewater is schadelijk voor flora en fauna. Als ambitie wordt ernaar gestreefd dat Den Haag in 2050 beter bestand is tegen hitte en dat: De gezondheidsimpact op kwetsbare groepen wordt verkleind via voorlichting en meer koele plekken; De openbare ruimte en gebouwen worden hittebestendiger, in samenhang, groener en met een mix van schaduw en zon ontworpen, zodat een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving ontstaat; Vitale infrastructuur en hulpvoorzieningen blijven functioneren.
afbeelding 27: Uitsnede klimaatatlas Den Haag Bij nieuwbouw tot 70 meter is de ambitie dat een nieuwe ontwikkeling niet leidt tot een toename van het hitte-eiland effect op de locatie en de directe omgeving. Daarnaast geldt dat er hitte-robuust gebouwd moet worden. Er wordt hier gewerkt met een gebouwomhullende maatregel in de vorm van groene daken. Het Puntensysteem NIB (RIS 301953) bevat een reeks tabellen met maatregelen. Aan elke maatregel is een puntenscore toebedeeld. De ligging in de stad (woonwijk, bedrijventerrein, historisch centrum, hoogstedelijk gebied) bepaalt de specifieke lijst met maatregelen. De omvang van het project bepaalt het te behalen aantal punten (=ambitieniveau). Voor deze ontwikkeling geldt 16 punten, dit gebeurt volgens de volgende maatregelen: 6 punten voor groene gevels en daken,
55
bestemmingsplan Willem Royaardsplein (ontwerp)
4 punten voor nestgelegenheden en 6 punten voor omgevingsmaatregelen. Stedelijk groen, zoals bomen, struiken en lage beplanting, dat goed voorzien is van water in de bodem, genereert koelte in de stad. Daarnaast wordt door het waarnemen zien van groen op ooghoogte hitte als minder belastend ervaren. Bij de ontwikkeling is weinig ruimte voor vergroening van de buitenruimte. In het plangebied zijn circa 37 bomen aanwezig. Op het plein staan nu 11 bomen en groenblijvende hagen. Er is ook een parkeerterrein met rondom een aantal hagen/ lage beplanting en kleinere bomen. Aan de straatzijde van het plein aan de Theo Man-Bouwmeesterlaan staan nog eens 7 bomen die invloed hebben op het groene karakter van het plein. Aan de Esther de Boer van Rijklaan staat een bomenrij kleinere bomen. De verharding bestaat nu uit overal open bestrating. De huidige inschatting is dat voor de nieuwe ontwikkeling 36 bomen verwijderd moeten worden en van 7 bomen bekeken moet worden of ze verwijderd moeten worden voor het bouwrijpmaken. Uitgangspunt is een neutrale bomenbalans en een nieuw plan met dezelfde groene sfeer. Onder het plein komt een parkeergarage, de hoogte tussen bovenkant dak en maaiveld is in het plan 0,50m. Voor de benodigde groenvoorziening op het plein worden in een bakvorm 3 grote plantenvakken aangebracht ten behoeve van tenminste 10 bomen (niet van 1ste orde).
Ook andere (groenblijvende) begroeiing en/beplanting is gewenst. Qua beplanting zou een referentie naar de duinachtige omgeving mogelijk zijn. Buiten het plein, langs de straten wordt waar mogelijk de oorspronkelijke groen en/of bomenstructuur gehandhaafd en aangevuld ter compensatie van gekapte bomen. De verharding zal open bestrating zijn, met weliswaar voor een deel waterdichte onderkeldering ten behoeve van de parkeergarage Keuze van materialen voorkomt warmteaccumulatie. Maak gebruik van materialen met een hoge albedofactor (reflectiefactor van een materiaal) en een lage absorptie-waarde (minder warmtevasthoudende materialen, zoals bijv. hout). De richtlijn is om 40% van alle oppervlakten in het stedelijk gebied warmtewerend of verkoelend inrichten. Voor het project geldt dat er sprake is van licht metselwerk, groene daken en op het plein komen grote plantenbakken. Zie onderstaande afbeelding voor een impressie
afbeelding 28: Impressie
56
bestemmingsplan Willem Royaardsplein (ontwerp)
Droogte Het klimaat verandert en de scenario's geven aan dat het in Nederland daardoor voor langere perioden mogelijk ook droger wordt Op basis van metingen en uitgebreide modellering is in beeld gebracht wat de effecten van droogte kunnen zijn. De klimaatscenario's geven aan dat droge jaren vaker voorkomen en als droge jaren na elkaar voorkomen, dan versterkt dit de ernst. Op onderstaande kaart staan de belangrijkste aandachtsgebieden voor droogte. Het geeft de locaties weer waar in zeer droge jaren lage grondwaterstanden en/of bodemdaling kunnen optreden met nadelige gevolgen voor de stad. De analysen zijn uitgevoerd op wijkniveau, hieruit kunnen geen conclusies worden getrokken voor individuele gebouwen.
afbeelding 29: overzicht belangrijkste aandachtsgebieden droogte De ambitie is in Den Haag dat droogte in 2050: Wordt beperkt door maximale sponswerking in de stad via oplossingen in groen en bodembuffers en door wateraanvoer via het (stedelijke/regionale) oppervlaktewatersysteem; Niet leidt tot onomkeerbare schade aan kwetsbare gebouwen, infrastructuur, groen en ecologische waarden. Bij nieuwbouw geldt de eis dat 50 % van de jaarneerslag (her) gebruikt wordt voor watervoorziening van groen of andere voorzieningen en dat droogteresistente soorten gekozen worden. Infiltratie in de bodem is de tweede optie als groene maatregelen niet mogelijk zijn, mits de lokale grondwatersituatie dit toelaat. In het plan worden groene daken en een waterbuffer onder de hellingbaan naar de parkeergarage voorzien. Deze garage wordt ondergronds. Er zal geen sprake zijn van permanente onttrekkingen, wel van een tijdelijke grondwateronttrekking met retourbemaling tijdens de aanleg van de ondergrondse parkeergarage. Hiervoor is vergunning nodig van het waterschap. 3.5.7
Vergunningverlening
Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de huidige vergunningstelsels uit de afzonderlijke waterbeheerwetten worden gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de Watervergunning. De watervergunning dekt alle activiteiten in het watersysteem. Een vergunning is nodig als activiteiten worden ondernemen in, op, boven, over of onder een oppervlaktewaterlichaam (watergang, vijver, rivier, kanaal, meer of zee) of waterkering, of als grondwater wordt onttrokken of water geïnfiltreerd wordt in de bodem.
57
bestemmingsplan Willem Royaardsplein (ontwerp)
De watertoets en de vergunningverlening blijven wel twee afzonderlijk procedures. Dit betekent dat het Hoogheemraadschap bij het verlenen van een vergunning altijd aanvullende voorwaarden kunnen stellen.
3.6
Verkeer en infrastructuur
3.6.1
Regionaal beleid
De gemeente Den Haag maakt onderdeel uit van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). De MRDH is sinds 2015 de samenwerking van 23 gemeenten die hun krachten hebben gebundeld om het gebied beter bereikbaar te maken en het economisch vestigingsklimaat te versterken. De MRDH bestaat uit twee pijlers, de Vervoersautoriteit (Va) en Economisch Vestigingsklimaat (EV). Ter voorbereiding op de Vervoersautoriteit is in 2013 de Strategische Bereikbaarheidsagenda (SBA) voor de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) opgesteld. De SBA is nader uitgewerkt in de Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid 2016-2025 die invulling geeft aan de gezamenlijke regionale mobiliteitsopgaven in de metropoolregio. In de Uitvoeringsagenda wordt een samenhangend pakket aan maatregelen voorgesteld voor de periode 2016-2025. De Uitvoeringsagenda is vastgesteld op 1 juli 2016. De Uitvoeringsagenda gaat er van uit dat het belang van het openbaar vervoer en de fiets toeneemt, mede vanwege leefbaarheid van de steden. Met het openbaar vervoer wordt voortgebouwd op het succes van RandstadRail en is de inzet om een schaalsprong te maken voor het openbaar vervoer naar de economische centra. Ook wordt ingezet op meer vraag gestuurd vervoer in combinatie met gemeentelijk vervoer voor doelgroepen op tijden en plaatsen waar het gewone openbaar vervoer geen oplossing is.
Voor de fiets gaat de Uitvoeringsagenda uit van de realisatie van meer snelle routes en een uitbreiding van de fietsparkeerplaatsen. Voor het wegverkeer ligt de nadruk op een betere betrouwbaarheid door gecoördineerd verkeersmanagement en door het stimuleren van alternatieven voor spitsverkeer en het afbouwen van de noodzakelijke weginfrastructuur voor een goede bereikbaarheid van de economische centra. De Uitvoeringsagenda zet voor wat betreft de verbetering van de verkeersveiligheid in op o.a. gedragsbeïnvloeding en doelgroepenbenadering. Op het punt van de innovatie biedt de Uitvoeringsagenda ruimte voor de toepassing van nieuwe technieken en mobiliteitsdiensten samen met het bedrijfsleven en kennisinstellingen. In de Uitvoeringsagenda staan diverse projecten en maatregelen genoemd voor de periode 2016-2025. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een project van de Uitvoeringsagenda. 3.6.2
Gemeentelijk beleid
Verkeer algemeen Den Haag groeit, er komen meer inwoners, meer banen en ook meer bezoekers. Dit zorgt voor een toename van het verkeer van, naar en in de stad. Bovendien reizen mensen steeds meer en over langere afstanden. Het verkeers- en vervoersbeleid van de gemeente Den Haag voor de periode 2010 tot 2020 met een doorkijk tot 2030, is vervat in de “Haagse Nota Mobiliteit” (Rv 115 - 2011; RIS 180762). De visie in de nota is er op gericht van Den Haag een duurzaam bereikbare en een leefbare stad te maken door ervoor te zorgen dat reizigers een bewuste keuze kunnen maken voor de vervoerswijze en de route die het beste bij hen past. Gerichte investeringen in het openbaar vervoer en de fiets, goede voorzieningen voor voetgangers, en bundeling en ordening van het autoverkeer moeten ervoor zorgen dat reizigers de juiste keuzes kunnen maken. In 2019 is door het college van burgemeester en wethouders de Mobiliteitstransitiebrief gepresenteerd als een vervolg op de Haagse Nota Mobiliteit. Den Haag groeit sneller dan ten tijde van de HNM werd verwacht. Het verkeer wordt drukker en er is steeds minder ruimte in de stad. Om Den Haag ook in de toekomst leefbaar, verkeersveilig en bereikbaar te houden moet er anders worden gekeken naar en omgegaan met mobiliteit.
De mobiliteitstransitie is de noodzakelijke doorontwikkeling van het mobiliteitssysteem zodat de stad de komende decennia bereikbaar, leefbaar en verkeersveilig blijft. Bovendien moet het mobiliteitssysteem duurzaam zijn en een natuurlijk onderdeel vormen van een aantrekkelijke stad waar het fijn wonen, werken, winkelen, leren en recreëren is. In de Mobiliteitstransitiebrief heeft het college zes uitgangspunten geformuleerd waaraan de mobiliteit in 2040 moet voldoen, te weten:
58
bestemmingsplan Willem Royaardsplein (ontwerp)
1.
Veilig: met de ambitie van nul verkeersslachtoffers per jaar
2.
Efficiënt: in gebruik van ruimte en infrastructuur
3.
Schoon: zodat het voldoet aan milieu- en klimaatambities
4.
Op maat: waardoor iedereen zijn of haar bestemming kan bereiken
5.
Betaalbaar: betaalbare mobiliteitsoplossingen voor zowel reiziger als overheid
6.
Verbonden: met de regio en andere metropoolregio's in binnen- en buitenland
De mobiliteitstransitie gaat inzetten op een systeemverschuiving op drie niveaus: De ruimte voor infrastructuur in de stad wordt beter benut door voorrang te geven aan ruimte-efficiënte, schone, slimme en veilige mobiliteit; De verschillende mobiliteitsoplossingen worden meer integraal en van deur-tot-deur georganiseerd zodat, ondersteund door digitale technologie, reisgemak en –comfort worden verhoogd; Een verandering in reisgedrag wordt gestimuleerd, door de mobiliteitsbehoefte van reizigers centraal te stellen en hen vervolgens te verleiden tot veilige, efficiënte en schone keuzes. Openbaar vervoer Het openbaar vervoer speelt een belangrijke rol als drager van ruimtelijke ontwikkelingen. Het dient te zorgen voor aantrekkelijke en snelle vervoerstromen tussen woon- en werklocaties, naar het centrum en andere belangrijke attractiepunten. De komende jaren staan binnen de gemeente Den Haag ingrijpende verbeteringen van het openbaar vervoer op stapel. Dat gebeurt aan de hand van de toekomstplannen van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) voor het openbaar vervoer. Deze ambitieuze plannen onder de naam 'Netwerk RandstadRail' gaan onder meer over het geschikt maken van bestaande tramlijnen voor breder trammaterieel en de aanleg van Parkeer+Reis-terreinen bij diverse stations.
In de paragraaf Verkeer en infrastructuur (2.4.2 Verkeer en infrastructuur) zijn de tram-en busroutes voor het openbaar vervoer binnen het plangebied aangegeven. Dienstregeling en lijnvoering van tram en bus worden jaarlijks vastgesteld door de Vervoersautoriteit van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Onderstaande kaart over het openbaar vervoer laat het streefbeeld zien van het openbaarvervoer netwerk volgens de Haagse Nota Mobiliteit.
59
bestemmingsplan Willem Royaardsplein (ontwerp)
afbeelding 30: streefbeeld openbaar vervoer netwerk Haagse Nota Mobiliteit Autoverkeer Het gemotoriseerde verkeer wil de gemeente zoveel mogelijk ordenen en concentreren op een stelsel van goed ingepaste stedelijke en regionale hoofdwegen (zie kaart “Hoofdstructuur wegverkeer” uit de Haagse Nota Mobiliteit) met voldoende capaciteit om een optimale doorstroming te waarborgen. Een vlotte doorstroming op de hoofdwegen zorgt ervoor dat het verkeer als vanzelf deze hoofdwegen kiest, waardoor de verkeersdruk op de woonwijken minder kan zijn. De hoofdwegen zorgen voor een goede bereikbaarheid van de grote concentraties van werkgelegenheid en voorzieningen in de stad vanuit de regio en verder. Tevens verbinden de hoofdwegen de stadsdelen en wijken onderling met elkaar. De hoofdwegen hebben een zodanige vormgeving en inpassing dat voldaan wordt aan de leefbaarheidseisen en milieunormen. In de woonwijken is doorgaand autoverkeer niet welkom. De wijkontsluitingswegen krijgen daarom op den duur een inrichting als “stadslaan”: wegen met een minder dominante positie voor autoverkeer en prioriteit voor langzaam verkeer en openbaar vervoer. De erftoegangswegen krijgen een inrichting als 30 km/u zone, voor zover dat nog niet gebeurd is.
De “Nota Straten, Wegen en Lanen” (rv 10-2017, RIS 280303_150224) bevat een uitwerking van het beleid uit de Haagse Nota Mobiliteit voor de wegen in de gemeente. De Nota SWL bevat de functionele eisen die gesteld worden aan de wegenstructuur, zoals een duidelijke hiërarchie in het wegennet en een voldoende afwikkeling van de verschillende verkeerssoorten. De Nota SWL beschrijft ook de wegbeelden voor de inrichting van de verschillende wegcategorieën. Die wegbeelden betreffen niet alleen het verkeer, maar hebben ook te maken met de ruimtelijke inpassing van wegen. Daarbij gaat het ook om groen, water, openbare ruimte en stedenbouwkundige structuur van de stad.
60
bestemmingsplan Willem Royaardsplein (ontwerp)
afbeelding 31: Hoofdstructuur wegverkeer Fietsverkeer Het fietsverkeer krijgt vanwege het milieuvriendelijke karakter en de fysiek zwakkere positie ten opzichte van het gemotoriseerde verkeer, bijzondere aandacht. Door het aanbieden van een aantrekkelijk hoogwaardig netwerk van veilige fietsroutes wordt het gebruik van deze vervoerswijze gestimuleerd. In 2019 is de Fietsstrategie 2040 - Ruime baan voor de fiets is vastgesteld (RIS 302960). Ambitie van de strategie is dat Den Haag een echte fietsstad wordt, voor álle Hagenaars. In 2040 is de fiets het belangrijkste vervoermiddel voor verplaatsingen in de stad. Dat betekent wel dat de infrastructuur moet meegroeien met het fietsgebruik. Dat betekent letterlijk meer ruimte maken voor de groei van het fietsgebruik. Met investeringen in voldoende capaciteit voor de rijdende en de parkerende fiets die ook bijdragen aan een aantrekkelijke inrichting van de openbare ruimte. Mede dankzij nieuwe typen fietsen, zoals de E-fiets, de bakfiets en deelfietsen is de fiets voor meer mensen en voor meer verplaatsingen een aantrekkelijke keuze. In 2040 is de (elektrische) fiets het dominante vervoermiddel voor verplaatsingen in de stad. De afgelopen jaren is fors geïnvesteerd in het stedelijke fietsroutenetwerk. Zowel in de realisatie van sterfietsroutes als in het opheffen van ontbrekende schakels op het hoofdroutenet.
Het fietsgebruik op de Haagse en regionale routes groeit stevig en moet in goede banen worden geleid; door de conflicten met andere verkeersdeelnemers te verminderen en door in de ruimtelijke inrichting meer prioriteit aan de fiets te geven. Binnen het stelsel van hoofdfietsroutes is een net van 'sterroutes' aangegeven. De sterroutes vormen de belangrijkste doorgaande routes die de woongebieden met het stadscentrum, de knooppunten van openbaar vervoer en het buitengebied verbinden. Onderstaande kaart toont het fietsroutenetwerk uit de Fietsstrategie Ruim Baan voor de Fiets. Daarnaast is er de nodige aandacht voor het stallen van fietsen, zowel bij woningen als bij werklocaties, maar ook bij de grotere attractiepunten zoals scholen, winkelgebieden, stations en recreatiebestemmingen. De publieke voorzieningen voor de fiets maken integraal onderdeel uit van de inrichting van de openbare ruimte.
61
bestemmingsplan Willem Royaardsplein (ontwerp)
afbeelding 32: Fietsroute netwerk (Bron: Ruime baan voor de fiets) Parkeren Het parkeren en stallen van auto's neemt een belangrijke plaats in binnen het verkeer- en vervoerbeleid van de gemeente Den Haag. Het algemene parkeerbeleid is vastgelegd in de nota Parkeerkader Den Haag 2010-2020 (RIS168473). Dit beleid gaat vooral over het faciliteren van de parkeerbehoefte en het benutten van schaarse ruimte maar moet ook automobilisten prikkelen om meer met het openbaar vervoer te reizen of de fiets te pakken. Hoge stedelijke bebouwingsdichtheden zonder adequate parkeervoorzieningen leiden vaak tot een te zware belasting van de openbare ruimte. Dat geldt zowel voor woon- als werkfuncties maar ook voor locaties die veel bezoekers trekken. Behalve de noodzaak tot de verdeling van schaarse (openbare) parkeergelegenheid in een aantal gebieden in de stad, zijn mobiliteitsoverwegingen gericht op het streven naar een bereikbare en leefbare (woon)omgeving voor de gemeente aanleiding tot het stellen van parkeereisen bij nieuwe ontwikkelingen. Parkeernormen De parkeernormen en het toepassingskader ervan zijn uitgewerkt in de “Nota Parkeernormen Den Haag”, vastgesteld op 11 november 2011 (Rv 139 - 2011; RIS 181571) en is op 3 maart 2016 op een beperkt aantal onderdelen gewijzigd en aangevuld (Rv21: RIS 291425_160223).
Op 20 juli 2021 heeft de gemeente de Parkeerstrategie Den Haag 2021-2030 vastgesteld (RIS 308711). Nieuwbouw- en verbouwplannen worden aan dit beleid getoetst. Aan de hand van de parkeernormen wordt de parkeerbehoefte berekend en vergeleken met de voorzieningen die in het plan zijn opgenomen. Het kan zijn dat in de visie van de initiatiefnemer de genormeerde parkeerbehoefte van de in het plan opgenomen functies afwijkt van de werkelijke parkeerbehoefte. Het is dan aan de initiatiefnemer om dit aan te tonen en goed te onderbouwen. Uitgangspunt is dat de parkeerbehoefte van een bouwontwikkeling op het eigen terrein wordt opgelost. Soms is dat niet mogelijk en het is ook niet altijd strikt noodzakelijk. De gemeente kan onder andere de parkeerdruk en eventuele beschikbare parkeerruimte binnen loopafstand in de omgeving, meewegen.
62
bestemmingsplan Willem Royaardsplein (ontwerp)
Dat geldt ook voor functies waarvan de parkeerplaatsen onderling uitwisselbaar zijn. Daarnaast kan de gemeente in afwijkende situaties maatwerk toepassen. Aan de hand van de informatie wordt vastgesteld hoeveel parkeerplekken de initiatiefnemer op eigen terrein moet realiseren. Bij woningbouw is het gemiddelde autobezit uitgangspunt voor de hoogte van de parkeernorm. Het gemiddelde autobezit hangt af van de oppervlakte van de woning, de plek in de stad en het type woning. Voor werken, winkels en andere voorzieningen is de functie van het gebouw en de mate van bereikbaarheid met het openbaar vervoer, bepalend voor de parkeernorm. Bij knooppunten van het openbaar vervoer geldt een lagere norm dan op plekken die minder goed bereikbaar zijn met het openbaar vervoer. De parkeernormen worden uitgedrukt in het aantal parkeerplaatsen per woning, en bij de -meeste- overige de functies in het aantal parkeerplaatsen per 100 m2 bruto vloeroppervlak. De stedenbouwkundige regels uit de gemeentelijke bouwverordening zijn in verband met het bepaalde in de Reparatiewet B2K2014 (Stb. 2014, 458) op dit plan niet meer van toepassing. De parkeernormregeling zit volledig in dit bestemmingsplan. Fietsparkeren De aantrekkelijkheid van een reis per fiets wordt mede bepaald door de beschikbaarheid en kwaliteit van de fietsparkeervoorziening bij herkomst en bestemming.
Daarnaast wil de gemeente voorkomen dat de kwaliteit van de buitenruimte onder druk komt te staan doordat fietsen teveel geparkeerd worden op plaatsen met een intensief gebruik van de openbare ruimte. Om die reden gaat de gemeente uit van het faciliteren en sturen op het stallen van fietsen bij belangrijke bestemmingen of bestemmingsgebieden, zoals NS-stations en de binnenstad. Daarnaast hanteert de gemeente fietsparkeernormen bij nieuwbouw en verbouw van kantoren, bedrijven en voorzieningen. Het gemeentelijke beleid ten aanzien van het stallen van fietsen is vastgelegd in de “Beleidsregels Fietsparkeernormen Den Haag 2016” (RIS294386). Fietsparkeernormen De gemeente Den Haag heeft in de “Beleidsregels Fietsparkeernormen Den Haag 2016” normen vastgesteld voor de aanwezigheid van fietsparkeerplaatsen bij kantoren, bedrijven en voorzieningen. Deze fietsparkeernormen worden toegepast bij nieuwbouw en verbouw waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is. Het hanteren van fietsparkeernormen is nodig om het fietsen in Den Haag te stimuleren en het beslag van het fietsparkeren op de schaarse openbare ruimte te kunnen reguleren. Bij de bepaling van de fietsparkeernormen is het faciliteren van het groeiende fietsgebruik het uitgangspunt geweest.
Voor het fietsparkeren bij woningen is de eis uit het bouwbesluit van toepassing, waarin is aangegeven dat bij woningen een berging aanwezig is. De aanvrager van een omgevingsvergunning voor een woongebouw kan in de aanvraag verzoeken om afwijking van de prestatie-eisen die het Bouwbesluit stelt aan buitenbergingen, anders genoemd verzoeken om toepassing van gelijkwaardigheid. In de “Beleidsregels Bergingen nieuwe woongebouwen Den Haag 2017” (RIS297288) staat aangegeven onder welke voorwaarden collectieve fietsstallingen kunnen worden gebouwd in plaats van afzonderlijke fietsbergingen per woning. De fietsparkeerbehoefte van een ontwikkeling met een niet-woonfunctie wordt berekend aan de hand van het bouwplan en de daarbij behorende parkeernorm. Voor het vaststellen van de fietsparkeereis wordt vervolgens de berekende parkeerbehoefte afgezet tegen de specifieke kenmerken en grootte van het bouwplan en tegen de omgeving van het bouwplan. Indien er concrete aanleiding bestaat om de berekende fietsparkeerbehoefte bij te stellen, is het aan de ontwikkelaar om aan te tonen op grond waarvan dat nodig is. Dubbelgebruik kan daar bijvoorbeeld een aanleiding voor zijn. Aan de parkeereis kan op eigen terrein worden voldaan of door middel van een storting in het fietsparkeerfonds (of een combinatie).
Fietsparkeerplaatsen die op eigen terrein worden gerealiseerd dienen goed bereikbaar en comfortabel te zijn. Bij afkoop van de fietsparkeereis door middel van een storting in het parkeerfonds, dient de gemeente te voorzien in de behoefte van fietsparkeerplaatsen door realisatie en exploitatie van (openbaar toegankelijke) fietsparkeervoorzieningen. Tenslotte worden de afspraken tussen ontwikkelaar
63
bestemmingsplan Willem Royaardsplein (ontwerp)
en gemeente vastgelegd voor de nieuw- en verbouwplannen waarmee het beoogde gebruik van de fietsparkeeroplossingen kan worden bewaakt. Parapluherziening (fiets)parkeren Op 20 september 2018 heeft de raad de parapluherziening (fiets)parkeren vastgesteld, onherroepelijk vanaf 16 november 2018 en vervangt daarmee de oude regeling die was opgenomen in de voorgaande beheersverordening Benoordenhout Noord-Oost. Door het dynamisch maken van de parkeernormen worden de (fiets) parkeernormen niet langer als bijlage van de regels gevoegd maar wordt gedurende de planperiode getoetst aan de op dat moment actuele (fiets)parkeernormen. De technische aanpassing om dit mogelijk te maken is overgenomen uit het paraplu bestemmingsplan en opgenomen in de regels voor het (fiets) parkeren in dit bestemmingsplan. Nadere toelichting op de dynamische verwijzing naar het geldend parkeerbeleid, paraplu regeling (fiets) parkeren en voor specifiek voor deze ontwikkeling te hanteren parkeernormen. De parkeernormen en het toepassingskader ervan zijn (ten tijde van de vaststelling van onderhavig bestemmingsplan) uitgewerkt in de "Nota Parkeernormen Den Haag" (Rv 139 - 2011; RIS 181571) en is in 2016 op een beperkt aantal onderdelen gewijzigd en aangevuld (Rv21: RIS 291425_160223). Nieuwbouw- en verbouwplannen worden aan dit beleid getoetst.
Aan de hand van de parkeernormen wordt de parkeerbehoefte berekend en vergeleken met de voorzieningen die in het plan zijn opgenomen. Het kan zijn dat in de visie van de initiatiefnemer de genormeerde parkeerbehoefte van de in het plan opgenomen functies afwijkt van de werkelijke parkeerbehoefte. Het is dan aan de initiatiefnemer om dit aan te tonen en goed te onderbouwen. Uitgangspunt is dat de parkeerbehoefte van een bouwontwikkeling op het eigen terrein wordt opgelost. Op 20 juli 2021 heeft de gemeente de Parkeerstrategie Den Haag 2021-2030 vastgesteld (RIS 308711). Nieuwbouw- en verbouwplannen worden aan dit beleid getoetst. Aan de hand van de parkeernormen wordt de parkeerbehoefte berekend en vergeleken met de voorzieningen die in het plan zijn opgenomen. In Den Haag geldt de paraplu regeling (fiets) parkeren waarin dynamische links zijn opgenomen waardoor er altijd getoetst kan worden aan actueel beleid. (ex-nunc). Op het moment dat een nieuw bestemmingsplan wordt opgesteld worden deze paraplu regelingen (ongewijzigd) overgenomen in de bouw en gebruiksregels. Hierdoor blijft een bestemmingsplan op dit onderdeel en waar het gaat om parkeernormen en beleid naar de toekomst toe actueel. Voor het indienen aanvraag omgevingsvergunning is het peilmoment datum indienen aanvraag omgevingsvergunning leidend.
Is deze eerder ingediend dan het van kracht worden van de nieuwste parkeernormen en beleid dan dient getoetst te worden aan dat peilmoment en ligt daarmee in het verleden. (ex-tunc). Nadat de aanvraag omgevingsvergunning is ingediend mag een eventuele beleidswijziging geen nadelige consequenties hebben voor een eerder ingediende maar nog niet verleende vergunning aanvraag (rechtszekerheid). Dit betekent dat het voorgaande parkeerbeleid daarin moet worden gehanteerd aangezien de aanvraag omgevingsvergunning is ingediend vóór 20 juli 2021. Laden en lossen Naast de behoefte aan parkeerplaatsen voor auto's en fietsen, kan het bij de bestemming van een gebouw noodzakelijk zijn dat bij/in het gebouw wordt voorzien in een ruimte voor het laden of lossen van goederen. Het gebruik van de gronden en/of opstallen ten behoeve van laden en lossen is een van de gebruiksdoeleinden waarvoor in verband met een goede ordening van functies regels worden opgenomen in een bestemmingsplan. In de regels is opgenomen op grond dat het laden of lossen bij een gebouw op eigen terrein moet gebeuren. Via een nadere eisen-regeling in het bestemmingsplan kan de gemeente nadere eisen stellen ten aanzien van de situering van laad- en losmogelijkheden in verband met de verkeersveiligheid en/of vanwege van belang zijnde verkeerskundige maatregelen met het oog op de verkeersafwikkeling en doorstroming.
64
bestemmingsplan Willem Royaardsplein (ontwerp)
De laad- en losplek t.b.v. aanwezige horeca en detailhandel is vastgelegd op de digitale verbeelding in de bestemming Verkeer-Verblijfsgebied.
3.7
Wonen
3.7.1
Regionale woonvisie
De negen gemeenten in de regio Haaglanden vormen al jaren een gezamenlijke woningmarktregio. Na het opheffen van het Stadsgewest Haaglanden in 2014 is de samenwerking voortgezet middels een bestuurlijke tafel Wonen. Om de woningmarktregio verder te versterken is in 2017 een nieuwe een regionale woonvisie opgesteld voor de periode 2017 – 2021 (Ris-nummer 296460). De regionale woonvisie kiest ervoor om te streven naar een ongedeelde regionale woningmarkt. Dit wil zeggen een woningmarkt waar er voor alle inwoners voldoende betaalbare en gewenste woningen verspreid over de gemeenten in de regio beschikbaar zijn. De regionale woonvisie benoemt daarnaast meerdere gezamenlijke opgaven op het gebied van sociale woningbouw, woningbouwprogrammering, duurzaamheid, wonen en zorg en verbetering van het bestaande vastgoed. Dit is vertaald naar de volgende doelstellingen: Een regionaal afgestemd woningbouwprogramma, waarmee tot 2020 jaarlijks 5.000 woningen worden toegevoegd aan de woningmarktregio. Hierbij aandacht te hebben voor de opgave om meer stedelijke woonmilieus toe te voegen. Gezamenlijk de opgave voor nieuwe sociale woningen in de regio (circa 12.000 tot 2025) op te pakken, en gelijk ook oog te hebben voor de kwaliteit en betaalbaarheid van de huidige voorraad. Het aandeel middeldure huurwoningen verhogen binnen het totale nieuwbouwprogramma.
Om in 2050 tot een CO2- neutrale of energie-neutrale regio te kunnen zetten de gemeenten in op een volledige energietransitie van de gebouwde omgeving. Regionaal de intentie om vanaf 2018 geen woningen meer te bouwen met een aardgasaansluiting. Intensievere samenwerking op het gebied van wonen en zorg. Dit middels een uniform registratiesysteem voor aangepaste woningen, en het gezamenlijk afspreken van het uitgangspunt dat wanneer een bewoner uit de regio wil verhuizen naar een andere gemeente in de regio, hun zorg- en/of begeleidingstoekenning moet kunnen meeverhuizen.
3.7.2
Woonvisie Den Haag 2017-2030
Het woonbeleid is vastgelegd in de Woonvisie Den Haag 2017-2030 (RIS296833, 29 juni 2017). Den Haag is een groeiende stad in een tijd waarin veranderingen steeds sneller gaan en die de maatschappelijke en economische verhoudingen blijvend veranderen. Het is een uitdaging om mensen, bedrijven en banen aan de stad te blijven binden. Om een fijne, leefbare en groene woonstad te blijven moeten we zorgen dat de sociaaleconomische verschillen niet te groot worden en moeten we overstappen op een nieuwe vorm van energievoorziening. Den Haag heeft een gunstige uitgangspositie als aantrekkelijke woonstad. De unieke ligging aan zee, het levendige centrumgebied, prettige woonwijken en een sterk internationaal profiel. Om deze positie nog verder te versterken zet de woonvisie in op een 'stedelijke, attractieve en inclusieve stad in 2030'. Dit betekent dat Den Haag meer onderscheidende en aantrekkelijke stedelijke woonmilieus biedt, dat wonen in de stad betaalbaar is voor iedereen én wijken op de toekomst zijn voorbereid en meer gemengd zijn. Het (sloop-)nieuwbouw, transformatie- en verbeterprogramma geeft ruim baan aan deze ambitie en volgt de groei van de stad. De gemeente Den Haag gaat voor de langere termijn uit van een jaarlijks netto bouwprogramma van 2000-2500 woningen. De ruimte om te groeien is beperkt.
Den Haag zal zich voor groei moeten richten op binnenstedelijke locaties (de zogenaamde inbreidingslocaties), transformatie van bestaande gebouwen en gemengde woon-werkgebieden. Daarbij wordt ingezet op differentiatie in architectuur en woningtypen. Het is van belang om hierbij zorgvuldig om te gaan met bestaand groen en bestaande wijken. Een andere uitdaging is het verkleinen van de sociaaleconomische verschillen tussen wijken. De woonvisie zet in op:
65
bestemmingsplan Willem Royaardsplein (ontwerp)
Een meer sociaal-inclusieve stad. Het verder uitbouwen van Den Haag als aantrekkelijke en gastvrije woonstad. Een meer toekomstbestendige woningvoorraad. Dit heeft zowel betrekking op de duurzaamheid van woningen als op de levensloopbestendigheid van woningen. Ad 1) Een meer sociaal-inclusieve stad. Een aantrekkelijke en gastvrije stad is sociaal inclusief: een stad zonder te grote sociaaleconomische verschillen. De aanwezigheid en spreiding van voldoende betaalbare woningen in de stad voor minder financieel draagkrachtige huishoudens is hierin een belangrijke opgave. Voor de woningbouwproductie is dit vertaald in een gemiddelde woningbouwproductie van: 30% sociale huurwoningen voor de hele stad 20% middeldure huurwoningen (€ 710-900 euro, prijspeil 2017) En een streven naar 25% middeldure koopwoningen. Daarbij sturen we op een meer evenwichtige spreiding van de sociale woningbouw over de stad. Ook wordt ingezet op het borgen van voldoende betaalbare woningen voor kwetsbare groepen en wordt gestuurd op de verbetering en vernieuwing van kwetsbare wijken, o.a. via de aanpak 'Nieuwe Generatie Stadswijken'. Streven is meer differentiatie in de woningvoorraad aan te brengen. Eventuele afname van de sociale voorraad in deze wijken dient elders in de stad, maar ook in de regio te worden gecompenseerd. Ad 2) Het verder uitbouwen van Den Haag als aantrekkelijke en gastvrije woonstad.
Dit is een voorwaarde voor het vasthouden en aantrekken van stedelijk talent. Doel is om voor deze groepen die bijdragen aan het internationale, gastvrije, levendige en economische profiel van Den Haag nog meer onderscheidende stedelijke woon(werk)milieus te ontwikkelen. In het bouwprogramma wordt daarom nadrukkelijk rekening gehouden met de woonvoorkeuren van stedelijke doelgroepen young urban professionals, stedelijke gezinnen, studenten, empty-nesters en expats. Ad 3) Een meer toekomstbestendige woningvoorraad. Het streven is dat in 2030 de woningvoorraad voldoet aan de duurzame en woontechnische eisen. Dit betekent dat het onderhoud van woningen op orde is en dat in 2030 tenminste 50% van de woningen wordt verwarmd met een niet-fossiele warmtebron. Voor nieuwbouw betekent dit dat woningen niet langer zijn aangesloten op het gasnet. Verder wordt ingezet op een groter en gevarieerder aanbod aan geschikte woningen en woonzorgvormen voor (langer) zelfstandig thuis wonen. Betekenis voor het plangebied De wijk Duinzigt is in de Woonvisie Den Haag 2017 – 2020 getypeerd als een Stedelijk exclusief Woonmilieu: wonen in een buurt die zijn karakter ontleent aan de vooroorlogse stijlvolle architectuur en klassieke vormentaal. De woonfunctie is dominant.
Het plangebied ligt omringd door zowel wijken met hogere dichtheden en meer voorzieningen als wijken met lagere dichtheden en veel groen. Naast economische functies, wordt er een woonprogramma toegevoegd op de ontwikkelingslocatie. Er is hierbij sprake van een gemengd woon-werkgebied. 3.7.3
Woonagenda 2019 - 2023
Op 7 oktober 2020 heeft de raad de Woonagenda 2020-2023 vastgesteld (RIS305711) ter vervanging van de Woonagenda 2019-2030. Belangrijke elementen van de woonagenda zijn: 1. maatregelen om de realisatie en het behoud van sociale en middeldure woningen te borgen; 2. maatregelen om de leefbaarheid in wijken te beschermen door een rem op de bouw van kleine woningen (kleiner dan 40/50 m2); 3. maatregelen voor specifieke doelgroepen waaronder onmisbare beroepsgroepen, woonwagenbewoners en studenten.
66
bestemmingsplan Willem Royaardsplein (ontwerp)
De voorziene ontwikkeling in het plangebied dient aan de uitgangspunten uit de Woonagenda 2020-2023 te voldoen. Het beoogde woningbouwprogramma bestaat uit 39 drie- en vierkamerappartementen (koop) met een bruto vloeroppervlak tussen de 100-160 vierkante meter. Hiermee voldoet het woningbouwprogramma aan de eisen van de Woonagenda. Omdat het om minder dan 80 woningen gaat, zijn de eisen ten aanzien van 30% sociale en 20% middeldure huur niet van toepassing. Het plangebied ligt in een gebied waar het uitgangspunt is om maximaal 20% van de nieuwe woningvoorraad kleiner dan 50m2 te laten zijn. De nieuwe ontwikkelingen in het plangebied voldoen hieraan. Conclusie De coördinatieregeling uit de Wro voor deze (her)ontwikkeling is van toepasssing verklaard. Hierin wordt geborgd dat voldoende grote woningen (appartementen boven de 50 vierkante meter worden opgenomen). Het woningbouwprogramma is in overeenstemming met het gemeentelijk woonbeleid.
3.7.4
Bouwkundig splitsen
Op 1 juli 2019 is de nieuwe Huisvestingsverordening Den Haag 2019 (RIS 301932) in werking getreden. Die stelt dat het bouwkundig splitsen van woningen negatieve gevolgen kan hebben voor het karakter van en de leefbaarheid in een buurt. Denk aan een hogere parkeerdruk van auto's en fietsen, de druk op voorzieningen en de openbare ruimte. Ook moet Den Haag zuinig zijn op woningen voor grotere huishoudens, anders verdwijnen die sneller dan dat we ze kunnen bijbouwen. De regels voor bouwkundig splitsen worden met deze verordening strenger. We sluiten een groot aantal gebieden van splitsing uit om deze te ontlasten. Het toetsen aan diverse criteria leidt ertoe dat er nog in een beperkt aantal gebieden onder voorwaarden bouwkundig gesplitst mag worden. In een beperkt aantal gebieden blijft splitsen nog mogelijk. Het plangebied maakt hiervan geen deel uit. Voor bouwkundige splitsing is ook een omgevingsvergunning nodig. Dat is een bouwtechnische toets. Ook wordt daarbij getoetst aan het bestemmingsplan en dus aan ruimtelijke aspecten, waaronder parkeren. Parkeernormen bij wonen zijn vastgelegd in de Nota parkeernormen Den Haag. Betekenis voor het plangebied Het plangebied ligt in een gebied waar woningen niet meer gesplitst mogen worden. Ook niet onder bepaalde voorwaarden. In de algemene bouwregels is vastgelegd dat bouwkundig splitsen niet is toegestaan.
3.8
Economie
Algemeen: beleidsvisie Kracht van Kwaliteit De economische visie van Den Haag is vastgelegd in de nota "Kracht van kwaliteit” (Rv 126 - 2011; RIS 181227). De toekomst voor de Nederlandse economie in de mondiale concurrentiestrijd ligt bij kennis, creativiteit en stedelijke kwaliteit. De uitdaging voor de stad Den Haag is om de omstandigheden te creëren waaronder de economie van de stad ook op de langere termijn kansen biedt voor werk, inkomen en ontplooiing van alle Haagse burgers. De strategie voor de Haagse economie kan worden samengevat in de volgende speerpunten: Internationale stad van Vrede en Recht – de unieke branding van Den Haag; Den Haag heeft een uniek profiel als internationale stad van Vrede en Recht. Daarmee heeft de stad internationale bekendheid verworven. Dit profiel spreekt ook bedrijven en instellingen buiten die sector nadrukkelijk aan en heeft daarom ook in het economische domein een wervend karakter – een “sterk
67
bestemmingsplan Willem Royaardsplein (ontwerp)
merk”. In de internationale zone zijn veel van deze organisaties geconcentreerd. Kracht van de stad: quality of life – aantrekkelijke stad voor werkers, bewoners en bezoekers; Den Haag bezit een breed palet aan winkels, horeca, cultuur en historie. Samen met strand en duinen ontstaat hierdoor een uniek woon- en leefklimaat. Den Haag versterkt zijn positie als tweede toeristische stad van Nederland. Het centrum (Binnenstad, stationsgebieden, Beatrixkwartier), Scheveningen en Internationale Zone zijn gebieden met veel werkgelegenheid en bezoekers en vormen daarmee de economische kerngebieden van de stad. Hier wordt gewerkt aan versterking van het aanbod aan kwaliteitswinkels, horeca en recreatieve functies. Economische structuur – sterke clusters, vitaal mkb; Den Haag zet actief in op de ontwikkeling van kennis en bedrijvigheid binnen het cluster Veiligheid onder de noemer The Hague Security Delta. Den Haag combineert zijn inzet op internationale instellingen en zakelijke dienstverleners (met name in de clusters energie, it en telecom en financiële dienstverlening). Daarnaast is ook veel aandacht nodig voor kleine en middelgrote bedrijven, zowel in de economische kerngebieden als in de wijken. Voor deze bedrijvigheid is ook meer kleinschalige bedrijfsruimte hard nodig.
Den Haag is een stad met een sterke, kennisintensieve zakelijke dienstensector, die bijna een kwart van de werkgelegenheid omvat. Den Haag is daarom aantrekkelijk voor (hoofd)kantoren, internationale bedrijven en instellingen. De spin-off hiervan is van groot belang voor de lokale economie en banen voor alle niveaus in het mkb. Den Haag zet daarom vol in op de (ruimtelijke) kwaliteit en de bereikbaarheid van toplocaties voor kantoren en instellingen. Arbeidsmarkt – talent en vakmanschap De kwaliteit van het arbeidsaanbod zal - door vergrijzing, schaarste aan vakmensen en tekort aan kenniswerkers - in de nabije toekomst een doorslaggevende vestigingsfactor worden. We zetten daarom actief in op de komst van academische instellingen en versterking en verbreding van het hoger onderwijs met onder meer topopleidingen. 3.8.1
Bedrijven
3.8.1.1 Functiemengingstrategie De gemeente Den Haag heeft een verdichtingsopgave. Om deze verdichtingsopgave te realiseren en het grondgebruik te optimaliseren is functiemenging een goed instrument. In de notitie 'Functiemengingstrategie (Rv 88 - 2005; RIS127027): Mengen van bedrijven en wonen' komt de functiemenging van praktijk- kantoor- en bedrijfsruimte met wonen aan de orde. In paragraaf wordt nader ingegaan op de milieuaspecten rondom het mengen van bedrijvigheid met gevoelige functies, zoals wonen. 3.8.1.2 Actieprogramma Kleinschalige Bedrijfsruimte In aanvulling op het eerder genoemde beleid is het beleid van de gemeente Den Haag gericht op het realiseren en instandhouden van kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid verspreid over de stad. Dit beleid is neergelegd in het Actieprogramma Kleinschalige Bedrijfsruimte uit 2011 en in 2017 geactualiseerd. Het ondersteunen en faciliteren van beginnende en kleinschalige bedrijvigheid vormt de kern van het economische beleid in de wijken. Er worden geen delen van de stad uitgesloten. Als begrip wordt onder kleinschalige bedrijfsruimte verstaan: werkruimte tot 500 m2 bedoeld voor ambachtelijke bedrijfsactiviteiten.
68
bestemmingsplan Willem Royaardsplein (ontwerp)
3.8.1.3 Bedrijfshuisvestingsstrategie Den Haag groeit hard. Met een leegstandspercentage van rond de 1% is het bijna onmogelijk voor de grote groep kleine ondernemers in de stad om geschikte bedrijfshuisvesting te vinden. Binnen de bredere ontwikkeling van de stad is het van belang om voldoende ruimte te creëren en te behouden voor bedrijven, zodat Den Haag een diverse economie houdt met een inclusieve arbeidsmarkt en duurzaam aantrekkelijk is voor ondernemers. Ook voor de zogenaamde stadsverzorgende bedrijvigheid als het midden- en kleinbedrijf, groothandel, automotive, print, media, kleinschalige productie, verhuur, autobedrijven en opslag. Die ambitie is duidelijk in de Bedrijfshuisvestingstrategie verwoord. Het tekort aan bedrijfsruimte vraagt om een overkoepelende strategie voor bedrijfshuisvesting. Er zijn hierbij drie doelstellingen: 1. a. b. c. d.
Economische groei stimuleren door het toevoegen van geschikte bedrijfshuisvesting; Tot 175.000 m² op bestaande terreinen; 50.000 m² in de wijken; Onderzoek naar mogelijkheden op de Vlietzone; Regionale samenwerking op het gebied van gezamenlijke marketing, promotie, schuifruimte en programmering. 2. Bijdragen aan de verstedelijkingsopgave door functiemenging, in de stad; 3. Bijdragen aan de duurzaamheidsopgave van de stad door het verduurzamen van bedrijfshuisvesting te stimuleren. Op basis van deze ambitie zien we het liefst dat de functie 'bedrijf' daar waar mogelijk gehandhaafd blijft en/of wordt toegevoegd. Conclusie In het plangebied worden geen bedrijven toegestaan. Binnen het plangebied wordt wel een menging van functies (met de daarin voorkomende activiteiten) mogelijk gemaakt. Dit betreffen echter met name activiteiten die betrekking hebben op functies zoals detailhandel, dienstverlening, sport en maatschappelijke voorzieningen en die een effect kunnen hebben op het milieu en woon- en leefklimaat aspecten voor (aanwezige of toegestane) gevoelige functies in de nabije omgeving, zoals de functie wonen. Het plangebied wordt gezien de ligging en de aard van de omgeving niet geschikt geacht voor de vestiging van (zwaardere) bedrijven. In hoofdstuk 5.3 Ontwikkelingen wordt het gehele programma van de ontwikkeling beschreven en toegelicht.
In hoofdstuk 4.9 Bedrijven en milieuzonering wordt ingegaan op aanwezige en toegestane functies en het gevolg voor milieu en woon- en leefklimaat aspecten rondom het mengen met gevoelige functies zoals wonen. Daarbij wordt de functiemenging categorieën uit de VNG brochure Bedrijven- en Milieuzonering aangehouden, Bijlage 2 Staat van bedrijfsactiviteiten bij functiemenging Den Haag hanteert hiervoor als basis de VNG uitgave uit 2009. In Den Haag is vanaf 11 maart 2014 daarvoor een specifieke lijst opgesteld. Deze lijst wordt vanaf die datum toegepast in bestemmingsplannen en kent een categorie indeling A, B en C zoals die wordt gehanteerd volgens het Activiteitenbesluit. De juridische doorvertaling In Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels heeft de juridisch planologische doorvertaling van het programma plaatsgevonden vertaald naar bestemmingen en opgenomen toegestane functies. Vervolgens opgenomen in de bestemmingen Gemengd - 1, Gemengd - 2 en Gemengd - 3 met bijbehorende regels.
69
bestemmingsplan Willem Royaardsplein (ontwerp)
3.8.2
Detailhandel
3.8.2.1 Provinciaal beleid Het provinciale detailhandelsbeleid is er enerzijds op gericht om de ruimtelijke detailhandelsstructuur zoveel als mogelijk te versterken en de beschikbaarheid en bereikbaarheid van detailhandelsvoorzieningen te garanderen. Anderzijds wordt de dynamiek in de detailhandel bevorderd vanwege het grote economische belang van deze sector. Er zijn in Zuid-Holland grofweg drie type winkelcentra te onderscheiden: de grote centra, de middelgrote centra en de overige centra. De grote centra hebben over het algemeen voldoende massa en bieden naast detailhandel een breder aanbod aan publieksvoorzieningen die er samen voor zorgen dat deze centra ook voor de aankoop van niet-dagelijkse artikelen veelal worden bezocht. Dit geldt in mindere mate voor de middelgrote centra die over het algemeen een minder grote regionale rol (zijn gaan) vervullen. De overige centra hebben vooral op lokaal niveau een verzorgende functie waarin het dagelijks aanbod een belangrijke positie inneemt. Te ontwikkelen centra Voor deze categorie centra wordt gestreefd naar een opwaardering van de detailhandelsfunctie in termen van kwaliteit (winkelbestand en openbare ruimte), parkeren en bereikbaarheid en imago/beleving. Onder voorwaarde van het toepassen van de Ladder voor duurzame verstedelijking, kan voor deze categorie sprake zijn van uitbreiding van het winkelareaal.
Het gaat om de volgende locaties: Internationale centra: Den Haag centrum en Rotterdam centrum; Nieuwe centra: Zoetermeer Stadshart, Rijswijk in de Bogaard, Rotterdam Alexandrium I, Rotterdam Zuidplein en Leidschendam Leidsenhage; Historische binnensteden: Leiden centrum, Delft binnenstad, Dordrecht binnenstad en Gouda binnenstad. Te optimaliseren centra De 'te optimaliseren centra' nemen een prominente positie binnen de structuur in en zijn van groot belang voor de leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit. De omvang van het winkelareaal in deze centra is de afgelopen jaren over het algemeen te veel in omvang toegenomen in relatie tot hun verzorgingsfunctie maar missen een kritische massa die juist de grotere steden aantrekkelijk maken voor aankoop van niet-dagelijkse artikelen. Internet is een belangrijk aankoopkanaal voor vooral niet-dagelijkse goederen. Branches die veelal op internet worden gekocht, zijn juist aanwezig in dit type centra. Andere publieksfuncties zoals horeca en leisure zijn over het algemeen wat minder sterk vertegenwoordigd. Het gevolg is dat deze centra een minder grote koopkrachttoevloeiing realiseren en dat de bestedingen per m2 op een lager niveau liggen. De betreffende gemeenten hebben ook nagenoeg geen ontwikkelingsruimte voor nieuwe detailhandelsontwikkelingen.
De combinatie van deze factoren zorgt ervoor dat het (toekomstig) functioneren van deze groep centra onder druk staat. Detailhandel is een belangrijke drager voor de aantrekkelijkheid en levendigheid van deze centra. Doordat de functie van detailhandel in deze centra terugloopt, dreigt ook de sociaal-maatschappelijke functie van deze centra terug te lopen. De belangrijkste (ruimtelijke) opgaven liggen voor alle betrokken partijen (overheden en markt) dan ook bij deze categorie centra. Het winkelbestand in deze centra zou bij voorkeur niet moeten uitbreiden en zich primair moeten richten op de eigen bewoners en geen of heel beperkte regionale ambities moeten nastreven. Mocht het eigen inwonertal in aanzienlijke mate toenemen, dan kan het winkelaanbod hierop afgestemd worden. Soms kan intensivering op een plek aan de orde zijn, gevolgd door sanering of transformatie elders. Een belangrijke opgave ligt in het terugdringen van winkelleegstand, o.a. door transformatie naar andere functies. Toevoeging van andere publieksfuncties, zowel maatschappelijk als commercieel van aard, kan de aantrekkelijkheid van deze centra verhogen. Het gaat hierbij om een maatwerkopgave per centrum, waarbij de provincie via het Actieplan detailhandel Zuid-Holland en het Actieprogramma Slim Ruimtegebruik ondersteuning kan bieden. Overige aankoopplaatsen
70
bestemmingsplan Willem Royaardsplein (ontwerp)
De overige centra vervullen een lokale functie, zijn belangrijk voor de bereikbaarheid van het dagelijks aanbod en hebben een meerwaarde voor de leefbaarheid van de kleine kernen, wijken en buurten. Het toekomstperspectief is divers: sommige centra functioneren goed, andere centra komen in aanmerking voor een facelift, herprofilering, (gedeeltelijke) transformatie of samenvoeging. Voor deze categorie centra kan eventuele beperkte groei van het winkeloppervlak aan de orde zijn om de dynamiek in de dagelijkse sector te faciliteren. Beperkte groei van het aanbod in de overige centra is ook mogelijk indien dit aanbod geen gelijke tred houdt met een sterke bevolkingsgroei die recent heeft plaatsgevonden, of aanstaande is, bij achterstand in het voorzieningenniveau of bij feitelijke en planologische saldering van aanwezige detailhandel uit hetzelfde verzorgingsgebied. Toelaatbaarheid nieuwe ontwikkelingen Ruimtelijke ontwikkelingen die met nieuwe detailhandel gepaard gaan, worden in de toelichting op het bestemmingsplan onderbouwd via de ladder voor duurzame verstedelijking. Daarnaast moet inzicht gegeven worden in de eventuele toename van de leegstand en de gevolgen voor de ruimtelijke kwaliteit in het verzorgingsgebied, alsmede eventuele mogelijkheden voor saldering.
In de Verordening ruimte is aangegeven dat nieuwe detailhandel primair binnen of aansluitend aan een bestaande winkelconcentratie moet worden gerealiseerd. Voor (ontwerp)bestemmingsplannen die nieuwe detailhandel groter dan 2000 m² bruto vloeroppervlak binnen de centra mogelijk maken, moet worden aangetoond dat het woon- en leefklimaat en de ruimtelijke kwaliteit niet onevenredig worden aangetast. Het gaat daarbij onder meer om het voorkomen van onaanvaardbare leegstand. Met het oog hierop is advies nodig van de Adviescommissie Detailhandel Zuid-Holland en wordt zo nodig een distributieplanologisch onderzoek (DPO) uitgevoerd. Voor de binnensteden van Rotterdam en Den Haag ligt de grens voor het aanvragen van advies bij de Adviescommissie Detailhandel Zuid-Holland vanwege eerdergenoemde redenen op 4000 m2 bvo. Betekenis voor het plangebied Het winkelcentrum in het plangebied valt onder de categorie "Overige Aankoopplaatsen" en heeft geen bovenlokale functie. Voor deze categorie centra kan eventuele beperkte groei van het winkeloppervlak aan de orde zijn om de dynamiek in de dagelijkse sector te faciliteren. Beperkte groei van het aanbod in de overige centra is ook mogelijk indien dit aanbod geen gelijke tred houdt met een sterke bevolkingsgroei die recent heeft plaatsgevonden. Daar is hier sprake van.
Er is hier sprake van een toename van het winkeloppervlak van circa 1.200 m2 detailhandel. Het plangebied maakt onderdeel uit van de hoofdwinkelstructuur en voldoet daarmee aan de regel dat dit alleen kan binnen of aansluitend aan een bestaande winkelconcentratie in de centra van steden, dorpen en wijken. Omdat de ontwikkeling niet een omvang van meer dan 2.000 m2 bruto vloeroppervlak betreft, is er geen advies nodig van de adviescommissie detailhandel Zuid-Holland. Er is een distributieplanologisch onderzoek (DPO) uitgevoerd. Dit DPO staat in bijlage 13 (Brancheringonderzoek (DPO) ) en toont aan dat er met deze uitbreiding geen onaanvaardbare leegstand optreedt en dat de behoefte aangetoond is. Daarnaast moet aangetoond zijn dat de extra toegestane detailhandel, het woon- en leefklimaat niet onevenredig aantast. In hoofdstuk Bedrijven en milieuzonering wordt hier nader op ingegaan. Conclusie Het uitbreiden van het bestaande winkelareaal is in overeenstemming met provinciale beleid. 3.8.2.2 Regionaal beleid De metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) neemt taken over van het in 2015 opgeheven Stadsgewest Haaglanden De MRDH is een samenwerkingsverband van 23 gemeenten die hun krachten bundelen om het gebied beter bereikbaar te maken en het economisch vestigingsklimaat te versterken. Het door het Stadsgewest Haaglanden in november 2013 vastgestelde Regionale structuurvisie
71
bestemmingsplan Willem Royaardsplein (ontwerp)
detailhandel 2013-2020 blijft uitgangspunt voor het beleid in de regio. Het Stadsgewest Haaglanden streeft naar kwalitatieve versterking van het winkelaanbod in de regio, om ruimte te bieden aan (de groei van) de consumentenvraag vanuit Haaglanden en omgeving en het bieden van een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bewoners en bedrijven. Vanuit deze visie op detailhandel adviseert het Stadsgewest de provincie Zuid-Holland over detailhandelsontwikkelingen en –initiatieven in de regio. Plannen van meer dan 2.000 m² bvo in bestaande en nieuwe winkelconcentraties en ontwikkelingen op perifere locaties groter dan 1.000 m² bvo worden getoetst door het Stadsgewest Haaglanden. Hiervan is geen sprake, de toename betreft circa 1.200 m2. Nieuwe initiatieven dienen te passen binnen de volgende doelstellingen: 1. Samenhang en complementariteit in de voorgestelde detailhandelsstructuur. 2. Optimalisering/uitbreiding van een winkelgebied mag niet leiden tot een andere verzorgingsfunctie binnen de structuur (lokaal, regionaal, bovenregionaal). 3. Ruimtelijke concentratie van winkelvoorzieningen. 4. Behoud en versterking van de bestaande winkelstructuur. Primaire locaties zijn de bestaande winkelconcentratiegebieden. 5. Bewaken evenwicht detailhandel tussen centrumgebieden en grootschalige concentraties. 6.
Het behouden van een gezond perspectief voor de kernverzorgende centra en de stadsdeel-, wijken buurtwinkelcentra. 7. Streven naar multifunctionaliteit en de integratie van detailhandel met andere functies. 8. Structuurverstorende effecten op bestaande winkelconcentratiegebieden zijn niet toelaatbaar. 9. Initiatieven dienen de bestaande identiteit, positionering en profilering van winkelgebieden te versterken en de aantrekkelijkheid te vergroten. De 'Ladder voor duurzame verstedelijking' (SER-ladder) is als inspiratiekader gebruikt om detailhandelsinitiatieven in de regio Haaglanden te kunnen beoordelen. De ladder is door het Rijk in het leven geroepen om een goed functioneren van het ruimtelijke ordeningssysteem te bevorderen. Om de regio te kunnen laten instemmen met een initiatief, dient een initiatief aan een aantal criteria te voldoen. Deze zijn opgenomen in 'de detailhandelsladder'. Zie tevens hoofdstuk 5.4.1 Ladder voor duurzame verstedelijking. 3.8.2.3 Gemeentelijk beleid Den Haag zet in op de versterking van de Haagse winkelgebieden. Het beleid is opgebouwd uit drie onderdelen (de beleidscyclus) met de Kadernota Detailhandel (RIS 300626), de Retailmonitor (RIS 301527) en het Actieprogramma Den Haag Winkelstad 2020-2023. De Kadernota Detailhandel geeft de gewenste ontwikkelingsrichting aan voor de detailhandel.
De concentratie op bestaande locaties in de hoofdwinkelstructuur is uitgangspunt van deze nota. Er worden geen nieuwe stadsdeelcentra en nieuwe concentraties van grootschalige solitaire detailhandel toegevoegd. De gemeente streeft ernaar dat iedere Hagenaar binnen een straal van 1.000 meter zijn dagelijkse boodschappen kan doen. Hoofdwinkelstructuur Den Haag zet in op een versterking van de hoofdwinkelstructuur. In de hoofdwinkelstructuur bevinden zich de belangrijkste winkelconcentraties van Den Haag. De hoofdwinkelstructuur wordt bepaald op basis van de detailhandelsmonitor. Volgens de Retailmonitor maken 68 winkelgebieden deel uit van deze structuur. Winkelgebieden worden tot de hoofdwinkelstructuur gerekend als zij duidelijk als concentratie herkenbaar zijn, waarbij het winkelgebied of minimaal een buurtverzorgende functie heeft of een herkenbaar thema; 'een winkelgebied is een kerngebied met minimaal 5 winkels geclusterd of 3 winkels geclusterd waarvan minimaal een trekker van 200 m2. Zes winkelgebieden zijn opgedeeld in een kerngebied en een rek- en krimpflank (niet behorende tot de Hoofdwinkelstructuur), met als doel het winkelaanbod verder te concentreren in een krachtig kerngebied.
72
bestemmingsplan Willem Royaardsplein (ontwerp)
De ambitie van het Actieprogramma Den Haag Winkelstad is om de economisch meest vitale winkelstad te zijn. Dit kreeg al continu aandacht, maar dit vergt blijvende aandacht en creativiteit om nieuwe ontwikkelingen het hoofd te bieden. Er wordt gewerkt met drie kernthema's; • Basis op orde; • Attractieve Winkelstad; • Sterk ondernemerschap. Onder deze 3 kernthema’s zijn 6 programma’s ondergebracht. Vernieuwing is een belangrijke voorwaarde en loopt als een rode draad door de kernthema’s en programma’s. Omdat stilstand in een veranderende tijd vaak achteruitgang betekent, stimuleren we vernieuwing zo veel mogelijk binnen de winkelgebieden en bij het ondernemerschap, waarbij het Haags Retailpunt een belangrijke rol vervult.
afbeelding 33: Het winkelcentrum maakt onderdeel uit van de hoofdwinkelstructuur. Het winkelcentrum in het plangebied ligt in de hoofdwinkelstructuur. Er wordt gewerkt met twee categorieën bij de inzet in de winkelgebieden in de hoofdwinkelstructuur: prioritaire winkelgebieden en extra aandacht winkelgebieden. Het winkelcentrum valt onder deze laatste categorie. In het programma is aangegeven voor het winkelcentrum: versterken van de ondernemersvereniging en behouden aantrekkingskracht winkelcentrum gedurende de herontwikkeling. Flitsbezorgdiensten Flitsbezorging is een nieuw bedrijfsconcept dat zich voornamelijk richt op de levering van door hun digitaal verkochte producten, en is vanwege de innovatieve en uiteenlopende bedrijfsmodellen mogelijk onder meerdere bestemmingen van Haagse plannen inpasbaar. Dit kan tot verwarring en rechtsonzekerheid leiden, vooral als het gaat om de vestiging van nieuwe flitsbezorgdiensten op ongewenste locaties in Den Haag. Om deze reden wordt flitsbezorging met deze Parapluherziening van een definitie voorzien en wordt getracht duidelijkheid te verschaffen op welke plekken flitsbezorging wel of niet is toegestaan. Hierbij staat met name centraal dat flitsbezorging als een specifieke vorm van detailhandel dient te worden aangemerkt, die vanwege ruimtelijke redenen niet wenselijk is binnen de Haagse Hoofdwinkelstructuur.
De vestiging van nieuwe 'flitsbezorgingondernemingen' – zoals vastgelegd in het toepasselijke beleid - wordt derhalve middels dit plan uitgesloten. Tevens scherpt het bestemmingsplan mede het ruimtelijk -planologisch beleid ten aanzien hiervan aan. 73
bestemmingsplan Willem Royaardsplein (ontwerp)
Flitsbezorgdiensten in relatie tot de kadernota Detailhandel De Kadernota Detailhandel (RIS300626) is in 2018 vastgesteld door de Haagse gemeenteraad. Deze nota vormt het juridisch-planologisch kader voor het detailhandelsbeleid in Den Haag. Hierin worden op stadsniveau de ambities en de ruimtelijk beleidsprincipes en –keuzes vastgelegd, voor een gezonde Haagse winkelstructuur en de mogelijkheden voor vernieuwing. Alle inspanningen zijn erop gericht om de winkelstraten in de hoofdwinkelstructuur te versterken en vestiging zoveel mogelijk te concentreren in de hoofdwinkelstructuur. De hoofdwinkelstructuur is het netwerk van winkelconcentraties met voldoende toekomstperspectief dat voor de consument (bewoners, werknemers en bezoekers/toeristen) zo fijnmazig mogelijk is, maar voor ondernemingen grofmazig genoeg is om rendabel te kunnen functioneren. De hoofdwinkelstructuur bestaat op dit moment uit 68 winkelgebieden die zijn vastgelegd in de Retailmonitor (RIS301527). Het detailhandelsbeleid is gericht op het behouden en versterken van deze hoofdwinkelstructuur: vitale en levendige winkelgebieden die een buurtverzorgende functie hebben, winkelgebieden in de binnenstad en van winkelgebieden die een bepaald thema hebben. De achterliggende gedachte hierbij is dat van detailhandel wordt gesproken als de consument ter plekke fysiek producten aankoopt, danwel afhaalt.