RIS316023 Notulen van de raad van 11 mei 2023
Tekst van het document
Soms is dat als brug tussen de stad en het stadhuis omdat niet alle Hagenaars de weg naar het stadhuis en in het stadhuis goed weten te vinden. Maar soms is er ook echt politieke actie nodig omdat één specifieke zaak kan aantonen dat er ongewenste effecten zijn van ons beleid waar we op moeten bijsturen. En daarvoor zijn we er juist in deze raadzaal als raadsleden. Maar we moeten ook in die gevallen zorgen voor goede en navolgbare keuzes als we als stadsbestuur de schaarste verdelen. Of het nu gaat om vergunningen, subsidies of aan welk beleid we het Haagse belastinggeld uitgeven. Ik zou de burgemeester als voorzitter van de raad willen vragen: doen we dit nu goed genoeg? Maken we 31
deze belangenafweging scherp genoeg, zowel in de raad als in het college? Kan de burgemeester hier voor de zomer op reflecteren en op basis daarvan een discussiestuk inbrengen voor de raadsconferentie, zodat we dat daar kunnen omzetten naar concrete afspraken waar we samen met elkaar aan kunnen gaan werken? Ten tweede. Om elkaar scherp te houden over die belangen, is het van belang om zeer transparant te zijn in ons handelen. Dat gaat wat de VVD betreft niet alleen over partijfinanciering. Dat gaat ook over functies en over nevenfuncties. Het gaat ook over persoonlijke donaties voor de campagne, of het nu gaat om geld of donaties in natura. Maar het gaat bijvoorbeeld ook over de agenda's van collegeleden. Want welke belangen krijgen een plaats aan tafel en welke worden helemaal niet gehoord? We doen al veel in Den Haag maar het meeste is vrijblijvend. Er is geen stok achter de deur. Waar het gaat om partijfinanciering moet uiteraard de wetgever actie ondernemen en is die aan zet. De VVD vindt dat de wetgever daar haast bij moet maken. Ik hoorde de heer De Mos en mevrouw Van Doorn al zeggen dat ze hopen dat er haast betracht wordt door de wetgever. Het lijkt mij een goed idee dat het presidium namens de raad de wetgever oproept om haast te maken. En in de tussentijd kunnen we zelf stappen zetten.
Daarom gaat ook onze partijvoorzitter heel graag met de voorzitter van Hart voor Den Haag in gesprek over de transparantie van financiën van de partijen. Ik vind dat een mooi idee dat we meteen kunnen oppakken. We stellen ook voor om goed te kijken naar de afspraken die we nu al hebben en naar wat er nog beter kan. Dit zou misschien ook onderdeel kunnen zijn van het eerdergenoemde discussiestuk. Maar de rechter heeft deze bal bij de raad gelegd. Ik hoop dat we door eensgezindheid over deze onderwerpen vanavond kunnen laten zien dat we die bal oppakken en dat we er wat goeds mee doen. Wellicht helpt dat het OM ook om de keuze te maken om een hoger beroep definitief achterwege te laten, zodat we als stadsbestuur uit de greep van deze rechtszaak kunnen komen en weer vooruit kunnen kijken. Ten derde. We kunnen niet overgaan tot de orde van de dag en verwachten dat onze relaties hier in de raadzaal vanzelf gaan verbeteren. Er is veel kapotgegaan door deze rechtszaak. Levens zijn onherstelbaar beschadigd en dat vind ik verschrikkelijk, dat vindt de VVD verschrikkelijk. En ook relaties in de Haagse gemeenteraad zijn er flink door beschadigd. De slepende zaak bepaalde de sfeer in onze raad, beheerste de verkiezingscampagne en … De voorzitter. Meneer Icar heeft een interruptie. Nur Icar (DENK). Ik wil even aanhaken op de sfeer in de raad.
Ik sluit mij allereerst aan bij uw woorden, deze voice of reason, wat me sowieso wel bevalt. Wel heb ik de vraag hoe de Haagse VVD zich voelt binnen dit college, waarvan we inmiddels serieus kunnen afvragen of het wel een college is dat een goede afspiegeling is van de stad omdat Hart voor Den Haag er niet bij mocht zijn. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Dank voor de, ik zou bijna zeggen, lieve vraag van de heer Icar over hoe wij ons voelen in het college. Zelf kan ik daar lastig op antwoorden omdat ik natuurlijk niet in dat college zit. In de coalitie vind ik de samenwerking heel goed, in de zin dat we er erg hard aan werken om goed met elkaar samen te werken. Daar hebben we ook heel bewust voor gekozen omdat er in de vorige periode misschien ook wat mindere ervaringen zijn geweest. Bij de onderhandelingen afgelopen jaar hebben we daar ook erg veel kopjes kruidenthee over moeten drinken. Uiteindelijk heeft dat na heel veel gesprekken wel geleid tot een heel goede samenwerking, waarbij partijen, waarvan ik van tevoren had gezegd dat ze niet tot elkaar hadden kunnen komen, dat wel is gelukt. Voorzitter. De slepende zaak bepaalde niet alleen de sfeer in de raad maar beheerste ook de verkiezingscampagne en verstarde de formatie. De verstoorde verhoudingen worden niet beter, tenzij we er zelf werk van maken. Daarvoor moeten we met elkaar om tafel.
Dat vraagt iets van ons allemaal want het betekent dat we open moeten staan voor een andere samenwerking. Met de verpletterende vrijspraak kunnen gesprekken met Hart voor Den Haag plaatsvinden die vorig jaar niet konden plaatsvinden, onder andere over dat herstel van relaties waar mevrouw Van Doorn zojuist ook al iets over zei. Daarom willen wij net als mevrouw Van Doorn de handreiking die de heer De Mos al kort na de vrijspraak deed, aannemen door als coalitie met hem in gesprek te gaan. Wij hopen dat al onze partners daar ook zo naar kijken. We hopen ook dat er snel duidelijkheid komt over het hoger beroep dat hier mogelijk ook nog invloed op zou kunnen hebben. Daarom dien ik graag een motie in met als dictum: verzoekt de voorzitter van de Haagse gemeenteraad om het OM op te roepen om vanaf 4 mei 32
jongstleden, de dag van het voorlopig hoger beroep, een termijn van maximaal een maand te nemen, waarbinnen het OM duidelijkheid geeft of het hoger beroep wordt doorgezet of ingetrokken. Deze motie wordt ingediend samen met mevrouw Verdonk van Hart voor Den Haag. Voorzitter. Ik kwam in datzelfde verslag van de tweede verkenning van vorig jaar nog een andere zin tegen. 'De grote verschillen in Den Haag, de lage opkomst en de grote opgaven waar de stad voor staat, het vraagt om bruggen slaan en over partijpolitieke schaduwen heen stappen'. Vorig jaar in de verkenningen lukte dit niet, maar ik hoop dat we met de kraakheldere conclusie van deze rechtszaak in de achterzak hier nu tempo mee kunnen gaan maken. Sebastian Kruis (PVV). Ik hoorde net het dictum van de motie van mevrouw Van Basten Batenburg. Is zij dan ook van zins om de motie die ik samen met mevrouw Verdonk indien, te steunen, waarin we als raad het OM vragen af te zien van verder hoger beroep? Lotte van Basten Batenburg (VVD). Die oproep aan het OM vanuit de raad zou ik zowel rechtsstatelijk als staatsrechtelijk niet helemaal correct vinden. Mijn voornemen is om er met mijn fractie straks uiteraard van gedachten over te wisselen, maar mijn advies aan mijn fractie zal zijn om die motie niet te steunen.
Daarbij wil ik wel aangetekend hebben dat ik hoop voor de stad en het stadsbestuur dat het OM ervan afziet, maar uiteraard zijn zij helemaal onafhankelijk in die afweging. Sebastian Kruis (PVV). Dan hoop ik ten eerste dat uw fractie uw advies ziet als een contra-indicatie. Mijn vraag blijft of de motie die u zelf indient niet eigenlijk van eenzelfde aard is. Want u vraagt de burgemeester met het OM in gesprek te gaan. Dat is bijna hetzelfde als dat wij als raad uitspreken dat we hopen dat het OM het hogere beroep niet doorzet. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Dat zou ik de heer Kruis kunnen toegeven, ware het niet dat ik oproep tot spoed. Ik roep op tot een termijn en dat vind ik echt iets heel anders dan oproepen tot een afweging. Daar is het OM echt volkomen onafhankelijk in, en ik denk dat we ook blij moeten zijn dát ze dat zijn in dit land. De voorzitter. Meneer Kruis, laatste keer. Sebastian Kruis (PVV). Als u wat aanpassingen zou kunnen suggereren aan de motie die ik met mevrouw Verdonk indien, ziet u dan wellicht wel aanknopingspunten om die motie te steunen? Ik denk namelijk dat het echt belangrijk is dat we vanavond als gemeenteraad die uitspraak doen. En ik zoek ook naar steun daarvoor, in het belang van de stad. Lotte van Basten Batenburg (VVD).
Ik constateer dat we vanavond heel veel spreken over moties die nog niet zijn ingediend, maar ik ben graag bereid om er samen met de heer Kruis naar te kijken. Wellicht kan zelfs al een aanpassing volgen voordat de motie wordt ingediend. Als Haagse VVD staan we graag open voor samenwerking. Kavish Partiman (CDA). Mijn fractie overweegt de motie van de VVD wel te steunen, maar ik hoorde net iets interessants van mevrouw Van Basten Batenburg. Ze zei namelijk dat het verschil is dat haar motie maant tot spoed en dat de motie van de heer Kruis die wellicht wordt ingediend, daar anders in staat. Dat manen tot spoed, is dat ook manen tot spoed om ervan af te zien? Of is dat enkel manen tot spoed, waarbij dan wel de overweging wordt gelaten bij het Openbaar Ministerie in het kader van de vrijheid die ze daartoe hebben in onze rechtsstaat? Lotte van Basten Batenburg (VVD). Dat laatste is de juiste duiding. Er staat niet voor niets in de motie: waarbinnen het OM duidelijkheid geeft of het hoger beroep wordt doorgezet of ingetrokken. Robert Barker (PvdD). Ik hoorde de VVD zeggen dat ze graag koffie zou willen drinken met Hart voor Den Haag over die aanschuifvariant. Vindt de VVD het wenselijk om alleen naar die variant te kijken? Als dat al zo zou zijn, is het dan niet logisch dat daar een gespreksleider bij is, gegeven de verziekte verhoudingen? 33
Lotte van Basten Batenburg (VVD). U heeft mij noch iets horen zeggen over dat ik koffie ga drinken, noch iets horen zeggen over een aanschuifvariant. Ik heb gezegd dat ik als coalitie heel graag in gesprek zou willen met de heer De Mos en wellicht nog een partner uit zijn fractie daarbij om daarmee een open gesprek te voeren. Daar kan koffie bij zijn maar het mag wat mij betreft ook altijd met een biertje. Richard de Mos (Hart voor Den Haag). Wel interessant, maar waar zou dat gesprek dan toe moeten leiden volgens u? Lotte van Basten Batenburg (VVD). Net als u ben ik een goed onderhandelaar en dat betekent dat ik nu niet vooruit ga lopen op conclusies die mogelijk uit onderhandelingen zouden komen, laat staan op uitkomsten van gesprekken. Volgens mij moet je open aan tafel gaan. We moeten in gesprek gaan over heel veel dingen die zijn gebeurd en over hoe we met elkaar moeten samenwerken in de toekomst. Wat de VVD betreft is dat een open gesprek waarbij alles op tafel kan komen. Richard de Mos (Hart voor Den Haag). Het de kaarten tegen de borst houden heeft mevrouw Van Basten Batenburg goed afgekeken van mij, maar wij hebben wel gezegd dat we de onderhandelingen willen openen. Ik vraag aan u: wilt u dat ook, ja of nee? En wat zegt u tegen de 68% van de VVDkiezers die heel graag wil dat u dat doet, volgens een peiling van De Hond? Lotte van Basten Batenburg (VVD).
Ik heb zo-even aangegeven dat we een open gesprek willen aangaan. Ik heb daarvoor al iets gezegd over hoe de vorige verkenningen of onderhandelingen zijn begonnen. Dat begon met gesprekken over samenwerking. Ik denk dat dat hierbij ook aan de orde moet zijn. Voordat de inhoud op tafel komt, begint ieder gesprek over de vraag: weten we überhaupt wie we aan tafel hebben, hoe we hier aan tafel zitten en wat onze intenties zijn? Ik vermoed dat die laatste nog wel eens uit elkaar zouden kunnen lopen en ik kan mij voorstellen dat de heer De Mos haast heeft maar ik zou ertoe willen oproepen om maar eens te beginnen om een goed gesprek te voeren over hoe we er allemaal bij zitten en wat er misschien uitgesproken moet worden over de afgelopen tijd. Want dat kan over het algemeen poortjes openen voor de toekomst. De voorzitter. Meneer De Mos, laatste keer. Richard de Mos (Hart voor Den Haag). Maar dan hoor ik toch een verschil met wat mevrouw Van Basten Batenburg in de media heeft laten optekenen. Daarin heeft u gezegd de aanschuifvariant interessant te vinden. Ik hoor u niet zeggen: we gaan erover onderhandelen. Dus hoe zit het nu? Hom of kuit. Lotte van Basten Batenburg (VVD). De heer De Mos heeft mij nooit iets horen zeggen over een aanschuifvariant. Ik heb gezegd dat ik met de coalitie in gesprek wil over samenwerking met de heer De Mos.
Dat is een breed gesprek en ik kan niet vooruitlopen op waar dat toe gaat leiden, want dat hangt af van hoe iedereen aan tafel zit. Als de heer De Mos daar aan tafel gaat, zoals ik hem vanavond in een deel van zijn inbreng heb horen zeggen, dan lijkt het mij dat dit heel vruchtbare gesprekken kunnen zijn en dat de relaties er flink op vooruit moeten kunnen gaan. Als de heer De Mos anders aan tafel komt of als andere partijen daar niet voor openstaan, dan heb je natuurlijk een andere situatie. Het is niet aan de VVD om daarop vooruit te lopen. Wij zouden in ieder geval open aan tafel gaan. Robert Barker (PvdD). Ik zit nog wat met dat gesprek tussen de coalitie en de heer De Mos en dat dat dus zonder begeleiding gebeurt, terwijl de sfeer best wel verziekt is. Is dat niet heel onrealistisch? De vorige coalitieonderhandelingen met de vijf gingen met de hulp van heel veel verkenners, Oplaat, Sneller en Donner, in ieder geval niet snel. Ik meen dat het zes maanden heeft geduurd. Is het dan niet heel onrealistisch om te verwachten dat dit tot een resultaat leidt, zonder begeleiding? Lotte van Basten Batenburg (VVD). Ik merk dat de heer Barker heel veel haast heeft. Dat begrijp ik ook wel, want in heel veel opzichten heb ik die ook. Ik wil ook heel graag verder met de stad maar ik 34
denk wel dat we dat stap voor stap moeten doen. Er is namelijk best wel veel kapotgegaan de afgelopen tijd. Dat betekent dat je dat niet in een dag kunt herstellen. Ik heb net de heer De Mos horen zeggen dat hij tijd wil nemen om gesprekken aan te gaan en om meerdere acties te ondernemen, zowel als gehele raad en individueel als in dat gesprek met de coalitie waartoe hij net de coalitie uitnodigde. Het lijkt mij goed om dan te beginnen met dat eerste gesprek en om niet vooruit te lopen op wat er daarna volgt. Robert Barker (PvdD). Ik zei dat dit traag ging, maar dat was om aan te geven dat de verhoudingen tussen de vijf al vrij verziekt waren en dat het zes maanden heeft gekost, bovendien met heel veel externe begeleiding. Mevrouw Van Basten Batenburg zegt nu eigenlijk: laat die De Mos gewoon aanschuiven, dan gaan we even praten en dan kan er zomaar iets uitkomen. Is dat niet heel onrealistisch, gegeven dat de sfeer heel slecht is? Heb je dan niet iemand erbij nodig om een beetje een fatsoenlijk gesprek te kunnen aangaan? Lotte van Basten Batenburg (VVD). Ik heb er heel veel vertrouwen in dat wij een heel goed gesprek aan kunnen gaan als we daar allemaal met een open blik naartoe gaan. Ik weet vrij zeker dat ik namens mijn hele fractie kan zeggen dat wij dat zullen doen en ik hoop dat andere partijen dat ook zullen doen.
Daarmee wil ik de uitgestoken hand van de heer De Mos heel graag aannemen om als coalitie dat gesprek te gaan voeren. Of er daarna een begeleider nodig is, in welke vorm dan ook, daarvan zeg ik dat het mij wat vreemd lijkt om daar nu al op vooruit te lopen voordat je überhaupt met elkaar om de tafel bent gaan zitten om met elkaar te bespreken wát je dan vervolgens wil gaan bespreken. De voorzitter. Dan mevrouw Arp met een nieuw punt. Lesley Arp (SP). Zeker een nieuw punt maar ook wel voortbordurend hierop. Enerzijds snap ik heel goed dat mevrouw Van Basten Batenburg zegt dat we gesprekken zorgvuldig moeten voeren. Tegelijkertijd maak ik mij zorgen dat als je daar niet een vorm over afspreekt, bijvoorbeeld een verkenner, een adviseur of hoe je het wilt noemen, je eigenlijk met deze geste van 'alles ligt op tafel' een soort worst boven iemands hoofd hangt, in de zin dat alles mogelijk is, zonder er echter een einddatum aan te verbinden en het verder te formaliseren. Mogelijk leidt dat tot nog meer frustratie binnen de coalitie, tot nog meer frustratie over en weer. Hoe ziet zij dat risico? Lotte van Basten Batenburg (VVD). Ik ben dankbaar voor de zorgen en de goede intenties die mevrouw Arp uit.
Ik zie dat risico misschien wat anders, omdat de heer De Mos op de dag van de uitspraak zijn hand heeft uitgestoken en heeft gezegd: zullen we eens aan tafel gaan? Dat was niet: laten we er eens iemand bijhalen, laten we een hersteltraject ingaan of psychologische sessies op de hei met elkaar gaan doen met kruidenthee. Nee, dat was: ik wil gewoon om tafel met de coalitie om te praten over hoe we nu verder moeten gaan. Het is duidelijk dat de heer De Mos zegt: ik wil dan in het college komen. Het lijkt mij ook zijn volledige recht om dat te willen na de afgelopen drieënhalf jaar. Hoe we daarmee dan omgaan en hoe dat gesprek dan gaat, zal wel afhangen van hoe we daar aan tafel zitten. Volgens mij moet je dan altijd beginnen met dat eerste gesprek en pas daarna kijken hoe je verder moet. Ik kan mij wel heel goed voorstellen dat we afspreken om daar in de raad op terug te komen in een of andere vorm. Of dat nou is in de vorm van een fractievoorzittersoverleg of hier plenair in de zaal. Lesley Arp (SP). Dus als ik het goed begrijp, vindt de VVD het nu te voorbarig om formele afspraken te maken over de verkennersoptie, maar zouden we eventueel in de raad of in een fractievoorzittersoverleg wel op enig moment tot die afspraak kunnen komen om een verkenner aan te stellen. Is dat een goede duiding van het verhaal? Lotte van Basten Batenburg (VVD).
Dat is niet helemaal een goede duiding van mijn verhaal, omdat dat eerste gesprek wat mij betreft een startpunt is. Daarna moeten we kijken waar dat toe leidt. Dat kan heel veel kanten opgaan. Dus je kan niets uitsluiten. Het hangt ervan af hoe partijen aan tafel zitten. Of er daarna in de toekomst nog van alles zou kunnen gebeuren, of er een verkenner komt in 2026 of eerder, daar kunnen we vanavond echt niet op vooruitlopen. Dit is een belangrijk eerste debat om de 35
uitkomst van deze rechtszaak met elkaar te duiden en daarover van gedachten te wisselen, waarbij we hopelijk een paar eerste afspraken kunnen maken over hoe we de verhoudingen hier willen verbeteren. Ik denk dat dat eerste gesprek met de heer De Mos daar een heel goede eerste stap voor is. En wie weet waar dat toe leidt. Daar moeten we vanavond maar over dromen als we eenmaal thuis zijn. De voorzitter. Dat laatste duurt nog wel even. Mevrouw Klokkenburg. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Dank aan de VVD voor een heel helder standpunt. Verfrissend om vanavond van een coalitiefractie een helder standpunt te horen. Nou blijft natuurlijk nog wel boven de markt hangen of de rest van de coalitie ook die uitgestoken hand van de heer De Mos gaat aannemen. Van de D66-fractie heb ik daar nog niet een heel duidelijk antwoord op gehoord. De andere coalitiefracties komen nog. Maar wat doet de VVD als de overige coalitiefracties niet aan tafel willen komen? Lotte van Basten Batenburg (VVD). Wellicht zullen we dat in tweede termijn ontdekken. De voorzitter. Dat is bemoedigend bedoeld, mevrouw Klokkenburg. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Dat is heel bemoedigend bedoeld. Ik hoop dat er dan een helder antwoord gaat komen van zowel de VVD-fractie als de andere coalitiefracties. Lotte van Basten Batenburg (VVD).
Ik hoop natuurlijk eigenlijk niet dat we dat in tweede termijn te weten gaan komen, want ik hoop dat deze uitgestoken hand door alle coalitiefracties wordt aangenomen. Nur Icar (DENK). Allereerst wil ik mij aansluiten bij de woorden van mevrouw Klokkenburg. Het is fijn om een helder antwoord te hebben. Daarnaast vraag ik me toch wel af hoe de VVD in dit proces transparantie wil borgen, omdat het gebrek aan transparantie juist een onderdeel is van het ontbreken van vertrouwen. Wat zijn uw inzichten daarover? Lotte van Basten Batenburg (VVD). Ik begrijp die zorg van de heer Icar heel goed. Die zorg raakt volgens mij ook de door mevrouw Arp geuite zorg. Op dit moment heb ik nog geen antwoord op die zorg. Ik zou het heel belangrijk vinden om dat eerste gesprek met elkaar laagdrempelig te doen. Dan hoef je er ook niet maanden over te doen voordat je dat plant. Ik denk dat een onderwerp van dat gesprek misschien ook zou moeten zijn hoe we daar dan over communiceren naar de buitenwereld. Sebastian Kruis (PVV). Mijn vraag is of de VVD eventueel bereid zou zijn om deze coalitie op te blazen om de grootste partij van de stad haar rentree te laten maken in het stadsbestuur. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Ik denk dat dat weer een voorbarige vraag is, omdat ik een uitgestoken hand heb gehoord. Die wil ik zelf aanpakken en ik hoop dat de andere coalitiefracties dat ook doen.
Verder zou ik willen constateren dat wij nu, zoals ik ook aan het begin van mijn betoog heb gezegd, in een goede samenwerking zitten. We werken er ook hard aan om die beter te maken of goed te houden, hoe je het ook wilt zeggen. Mijn enthousiasme om iets op te blazen, is dus vrij klein. Ik heb juist betoogd dat ik wil werken aan herstel van verhoudingen. Dingen opblazen werkt dan in het algemeen niet zo heel goed. Sebastian Kruis (PVV). We hebben natuurlijk ook uw coalitiegenoten gehoord, onder andere in de media. Ik denk dat we net van mevrouw Van Doorn hebben begrepen dat zij toch iets minder haar hand in de richting van meneer De Mos uitsteekt. Mijn punt is dus of die gesprekken niet wat kansrijker zouden kunnen zijn op het moment dat uw coalitiepartners ook weten dat het niet meegaan in die open gesprekken consequenties heeft. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Hoezeer ik de media ook waardeer, ik ga uit van wat de collega-raadsleden hier in de raad zeggen, van het stemgedrag en uiteraard ook van de gesprekken die 36
ikzelf met hen voer. Daar baseer ik me op. Ik hoop hier vanavond in dit openbare debat heel transparant te kunnen vaststellen of wij samen dat kopje koffie of dat biertje gaan drinken en vooral een heel goed gesprek gaan voeren met de heer De Mos of dat we dat niet doen. Ik denk dat we dat verder in de tweede termijn zien. De voorzitter. Meneer Kruis, voor de laatste keer. Sebastian Kruis (PVV). Dan tot slot mijn vraag of mevrouw Van Basten Batenburg van mening is dat de woorden van zojuist van mevrouw Van Doorn heel veel aanleiding geven tot veel optimisme. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Zeker. Vooral de manier waarop mevrouw Van Doorn dat bracht, geeft mij veel hoop, want ik zie dat mevrouw Van Doorn wil bouwen aan relaties en aan herstel van verhoudingen. Die intentie deel ik zeer met haar. Ik zie dat zij dat ook probeert te doen richting Hart voor Den Haag. Ik hoop dat we dat ook samen met de rest van de coalitie kunnen doen. De voorzitter. Meneer Barker, een nieuw punt, hè? Robert Barker (PvdD). Ja, voorzitter. Ik hoor mevrouw Van Basten Batenburg heel erg praten over transparantie. Elke keer hoor ik: transparantie, transparantie, transparantie. Vervolgens komt mevrouw Van Basten Batenburg eigenlijk met het voorstel dat de coalitie en de heer De Mos in achterkamertjes koffie gaan drinken.
Ik vraag me dus af of het niet wenselijk is om wat meer transparantie in het proces te brengen, bijvoorbeeld met zo'n verkenner, met een duidelijk verslag en met duidelijke transparantie. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Ik begrijp de wens van de heer Barker om deze coalitie open te breken, want die wens hoor ik toch een beetje in zijn wens om een verkenner aan te stellen. Dat zou impliceren dat we op nul beginnen. Dat doen we natuurlijk niet, want wij hebben vorig jaar eerst lang verkend, in een aantal rondes. Daarna hebben we best een hele tijd onderhandeld met partijen. Wij zijn tot afspraken gekomen die je ook niet zomaar overboord gooit. Het zou ook niet goed zijn voor de stad als we dat zouden doen. Ik sta dus voor die afspraken en ik zit met mijn fractie in deze coalitie. Dat doen we ook heel graag. Zoals ik net al zei, betekent dit dat ik in zo'n eerste gesprek, als we dat met de coalitie voeren, best ook wil spreken over hoe we transparant kunnen maken wat het vervolgproces zou zijn, hoe we daar allemaal naar kijken en wat er gewisseld is. Maar ik denk niet dat we moeten doen alsof al die gesprekken die hierover gevoerd moeten worden, in deze zaal kunnen worden gevoerd. Robert Barker (PvdD).
Mevrouw Van Basten Batenburg heeft het over een verkenner die dan eigenlijk een soort coalitie zou moeten opblazen, maar dat is natuurlijk geheel aan haar en haar coalitiegenoten, want ze kan toch gewoon tegen de verkenner zeggen dat zij niet met Hart voor Den Haag wil? Dat kan toch ook een uitkomst zijn? Dan kijkt de verkenner naar de andere opties, want een verkenning heeft ook andere opties. Waarom zou mevrouw Van Basten Batenburg dus tegen die transparantie zijn waarbij alle partijen kleur bekennen en transparant zijn over de opties waar ze voor gaan? Die optie kan ook over samenwerking binnen de raad gaan; die optie heeft helemaal niks te maken met een nieuwe coalitie. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Wederom speelt Barker op zijn kenmerkende wijze met mijn woorden. Hij zegt dat uit een verkenning ook kan komen dat de huidige coalitie blijft zitten. Ik heb ook niet gezegd dat dat niet zo is. Ik heb gezegd dat het impliceert dat we op nul beginnen. Dat is niet zo. Ik denk dat de heer De Mos dat onderkend heeft met zijn eerste reactie op de vrijspraak, direct op 21 april. Ik vond dat hij daarmee een hele mooie handreiking deed, want hij zei dat er niets kapot hoeft en dat hij juist het gesprek wil voeren om daar samen verder aan te bouwen. Ik vind die handreiking heel erg mooi.
Ook de gedachte om te kijken hoe we de oppositie daar breder bij zouden kunnen betrekken, vind ik interessant, maar daarvoor moet je wel een eerste gesprek hebben gevoerd. Ik kan me voorstellen dat dat een zinvoller gesprek zal zijn als daarbij niet de hele raad meekijkt.
37
De voorzitter. Meneer Barker, de laatste keer. Robert Barker (PvdD). De VVD speelt met twee gedachtes en gebruikt heel veel woorden, maar eigenlijk zegt de VVD: we vinden transparantie superbelangrijk en laten we gesprekken doen waarbij niemand meekijkt. Dat is toch niet te rijmen? Het punt is juist: laten we in elk geval transparant zijn over waar we voor gaan, over het traject en over wanneer dit traject eindigt, want anders hou je de stad de komende maanden nog meer gevangen. Lotte van Basten Batenburg (VVD). De Partij voor de Dieren schetst hier een illusie, namelijk dat je van tevoren kan zeggen wanneer een traject eindigt, hoe dat precies gaat verlopen en dat je dit soort gesprekken over herstel van vertrouwen transparant zou kunnen doen of in deze raadzaal zou kunnen doen. Dat ben ik totaal niet met hem eens. De voorzitter. Mevrouw Van Basten Batenburg, ik hoop dat u nog weet waar u was. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Ik wilde eigenlijk zeggen dat ik ging afsluiten. De uitspraak van de rechter is bevrijdend voor Richard, Rachid en alle andere betrokkenen. De Haagse VVD is daar blij mee. Ik hoop dat de uitspraak ook bevrijdend werkt voor ons als raad en dat we daardoor wat minder op elkaar gaan letten en ons wat meer met de stad kunnen gaan bezighouden.
Aangezien we het vanavond in ieder geval hebben over Rome en niet over Napels, zou ik willen toevoegen: voor de stad en voor de wereld. De voorzitter. Dit is een doordenker. Ik hoor de echte intellectuelen erom lachen. Door mevrouw Van Basten Batenburg, daartoe gesteund door mevrouw Verdonk, wordt de volgende motie (F.8 VVD) ingediend:
Motie F.8 VVD Binnen een maand duidelijkheid De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 11 mei 2023, ter bespreking van de uitspraak (21 april jl.) in de zaak De Mos - Guernaoui, Constaterende, dat: • de Rotterdamse Rechtbank op 21 april jongstleden is gekomen met een klip en klare uitspraak in de zaak De Mos cs. Overwegende, dat: • het voorlopige Hoger Beroep van het OM de stad en het stadsbestuur nog langer in onzekerheid houdt. Verzoekt de voorzitter van de Haagse gemeenteraad om: • het OM op te roepen om vanaf 4 mei jongstleden (de dag van het voorlopig Hoger Beroep) een termijn van maximaal een maand te nemen, waarbinnen het OM duidelijkheid geeft of het Hoger Beroep wordt doorgezet of ingetrokken. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Voorzitter. Allereerst richt ik mij tot de collega's Richard en Rachid en oud-collega Nino. Ik heb hen op de dag van de vrijspraak gefeliciteerd namens mijn fractie. Mijn fractie wenst jullie ook sterkte met de onzekere periode die nu is aangebroken, nu het OM heeft besloten voorlopig in hoger beroep te gaan. Voor GroenLinks is de kern van het debat vanavond de vraag hoe wij met z'n allen het belang van de hele stad het best kunnen dienen. De rechter gaf ons hiervoor een advies mee, want de 38
uitspraak bevatte naast een uitspraak ook een opdracht aan de gemeenteraad om zijn eigen transparantie te bewaken, zodat politieke controle kan plaatsvinden. Dat brengt ons bij de achterliggende vraag hoe we als raad zorgen voor een integere gemeentepolitiek waarin iedereen wordt gehoord en waarin het belang van elke bewoner evenveel waard is. Ons ideaal is een gemeentepolitiek die niet draait om de grootste monden, de diepste zakken en de mensen met de juiste vrienden, maar om een zo gelijk mogelijke vertegenwoordiging voor iedereen. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt niet bij een paar partijen maar bij iedereen: alle 13 partijen en alle 45 zetels. Als één van die dertien partijen hoeven we hier als GroenLinks verder niet omheen te draaien. Onze inhoudelijke verschillen met Hart voor Den Haag zijn groot. Voor GroenLinks zijn een warm welkom voor vluchtelingen en een stad met schone lucht waarin we de klimaatcrisis aanpakken, de zaken waar wij het voor doen. Dat kunnen wij niet negeren; dat is het mandaat dat wij hebben als raadsleden van GroenLinks. Met dat mandaat hebben we in 2022 het coalitieakkoord onderschreven. Andere partijen hebben andere idealen. We hebben hier met elkaar vurige inhoudelijke debatten; tenminste, het zijn meestal inhoudelijke debatten. Dat is ook goed: zonder wrijving geen glans.
Waar een pittig inhoudelijk debat goed kan zijn, zijn negativiteit en ruzie funest voor de onderlinge verhoudingen. Wij zien dat die onderlinge verhoudingen de afgelopen jaren verzuurd zijn, hier in de raadzaal - dat werd al genoemd door mevrouw Van Basten Batenburg - maar ook op de sociale media. Sebastian Kruis (PVV). Ik kan me vergissen, maar volgens mij heeft GroenLinks samen met Groep de Mos in 2018 een draak van een klimaatakkoord gesloten waar GroenLinks destijds heel erg blij mee was. Ik denk echt oprecht dat er met De Mos ook valt te praten over het huisvesten van vluchtelingen op een warme manier in wijken waar GroenLinks het beste scoort in plaats van altijd in wijken waar niemand erop zit te wachten. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Dat is een interessante observatie. Dank u wel, meneer Kruis. Sebastian Kruis (PVV). Het punt is dus dat meneer De Vuyst nu doet alsof er met De Mos zulke grote verschillen zijn dat die bijna niet te overbruggen zijn, maar dat de geschiedenis juist leert dat die verschillen wel te overbruggen waren voor GroenLinks en meneer De Mos. Ik snap dus niet waarom meneer De Vuyst begint met een verhaal over wat de verschillen allemaal zijn, want juist jullie hebben laten zien dat jullie er samen uit kunnen komen, ook al is dat niet altijd goed geweest voor de stad. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Dank u wel, meneer Kruis, voor de vraag.
Verschillen zijn te overbruggen, maar de verschillen zijn groot. Ik geloof dat ik dat heb aangegeven. Ik dacht daar een eerlijk verhaal over te houden, meneer Kruis. Sebastian Kruis (PVV). Dit is natuurlijk mijn laatste punt, maar anders zou ik zeggen: ja, dus? De voorzitter. Meneer De Vuyst, wilt u reageren? Maarten De Vuyst (GroenLinks). Ja, volgens mij heeft hij 'ja, dus?' gezegd. 'Dus' zijn er grote inhoudelijke verschillen. Lesley Arp (SP). In essentie maakt de heer Kruis eigenlijk wel een interessant punt. Ik vind dat dit debat eigenlijk bedoeld is om duidelijkheid te geven aan de kiezers. Wat is de reden waarom men in 2018 bij GroenLinks wél vond dat de politieke verschillen overbrugbaar waren en dat men daar nu blijkbaar een stuk negatiever over is? Komt dat door ervaringen in dat college? Ik ben benieuwd hoe dat precies zit. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Door een aantal dingen: ervaring maar ook een andere uitslag in 2018 dan in 2022. Mevrouw Van Doorn refereerde daar ook aan: twee zetels erbij voor de coalitie die er op dat moment zat. Geeft dat antwoord?
39
Nur Icar (DENK). Ik ken u als een eerlijke man. Hoe reflecteert u erop dat een partij werd uitgesloten voordat we naar de stembus mochten? Heeft u daar misschien ook een beetje spijt van? Was dat fair? Maarten De Vuyst (GroenLinks). Dank aan de heer Icar voor het compliment. Mijn partij meende oprecht dat het eerlijk was om de kiezer die duidelijkheid te geven vóór de verkiezingen en vóór de onderhandelingen. Wij hadden niet de indruk dat dat per se in ons voordeel hoefde te werken bij die verkiezingen of bij die onderhandelingen, want dat was koffiedik kijken. Wij hebben toen een eerlijk antwoord willen geven aan de kiezer. Nur Icar (DENK). Als u nu terugkijkt op die situatie, had u het dan anders gedaan? Maarten De Vuyst (GroenLinks). In de situatie waarin wij toen zaten, hebben wij de beslissingen genomen die wij toen hebben genomen. Als ik terug zit in de situatie van toen, zou ik die beslissing hebben genomen. Er bestaat niet zoiets als een DeLorean waarmee ik terugga naar 1985. De voorzitter. U weet wat hij bedoelt, hè? Het is lang geleden. Nur Icar (DENK). Ik ben even terug in de tijd gegaan met die DeLorean; heerlijk! Kan ik er dan van uitgaan dat u met de huidige realiteit die uitgestoken hand accepteert en de houding van de VVD eigenlijk ondersteunt? Maarten De Vuyst (GroenLinks).
Nu ga ikzelf over kruidenthee beginnen en ik krijg al de hele avond jeuk van die kruidenthee. Laten we dat alsjeblieft niet doen, kruidenthee, maar ik hoorde: een paar kopjes kruidenthee en hop, gaan onderhandelen. Dat hoorde ik vanavond als uitgestoken hand. Wij waren niet van plan om zo te beginnen. Ik kom zo op hoe we volgens mij wel zouden moeten beginnen. De voorzitter. U mag door. Het is overtuigend, of niet. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Er is me al opgevallen dat er vanavond veel wordt gerecenseerd. We hopen dat de situatie nu het begin kan zijn van verbeterde omgangsvormen. De burgemeester heeft ons in de raad en in andere overleggen al gewezen op het belang van goede omgangsvormen. Dat is ook opgenomen in de aangescherpte gedragscode raadsleden. Volgens ons is dit wezenlijk. Die verharde toon is een van de belemmeringen voor een intensievere samenwerking tussen partijen. De banden aanhalen in het belang van de stad is een taak voor alle partijen. Wij staan open voor gesprekken daarover met iedereen. We zijn benieuwd of de voorzitter van de raad, de burgemeester, hierin ook een taak voor zichzelf ziet. Een van de voorgangers van deze burgemeester, interim-burgemeester Johan Remkes, heeft een start gemaakt met wat naar zijn denken een beter functionerende raad zou kunnen worden. Hij riep ons toen op om integriteit de aandacht te geven die zij verdient.
Dat is een non-stop aandacht. We hebben sindsdien weer raadsconferenties ingevoerd, een gedragscode integriteit en een adviescommissie over de verenigbaarheid van nevenfuncties. De heer Remkes wees er in zijn woorden bij de enquêtecommissie laatst op dat in die brief nog best wat aanbevelingen staan die nog niet uitgevoerd zijn. Richard de Mos (Hart voor Den Haag). Ik sla een beetje aan op de verharde toon, want ik ben ook benieuwd hoe GroenLinks naar zichzelf reflecteert. Als je de grootste partij hebt uitgesloten tijdens de campagne en na de verkiezingswinst, hoe reflecteer je dan op die harde toon? Wat zegt u dan naar de kiezer van Hart voor Den Haag, die uiteindelijk met de volledige uitspraak ziet dat die uitsluiting op oneigenlijke gronden is gebeurd? Maarten De Vuyst (GroenLinks). Ik denk dat er een paar aspecten in de vraag van de heer De Mos zitten. Hoe kijk ikzelf terug op onze toon? Ik meen dat wij als fractie de heer De Mos hebben gefeliciteerd met zijn verkiezingswinst en met de vrijspraak. Dat heb ik gezien. Ik meen dat ik daar verder van GroenLinks niet zoveel over heb gezien. Waar zit wat dat betreft die verharde toon dan in? 40
Richard de Mos (Hart voor Den Haag). Als je een partij uitsluit, is dat een nogal harde toon, denk ik. Uitsluiten van coalitiedeelname en uitsluiten om mee samen te werken; dat is een nogal harde toon. Ik kan daar goed tegen, maar mijn achterban begrijpt daar helemaal niks van, helemaal niks. Wat gaat u nu dus zeggen tegen al die mensen die op Hart voor Den Haag hebben gestemd? Maarten De Vuyst (GroenLinks). Ik ga zeggen dat wij als gemeentebestuur voor alle mensen werken, of ze gestemd hebben of niet en of ze op Hart voor Den Haag hebben gestemd of niet. Maar ik zeg ook dat ik hier zit namens GroenLinks. Ik zit hier namens de kiezers van GroenLinks en ik heb die belangen te vertegenwoordigen. Richard de Mos (Hart voor Den Haag). Het spijt me dat ik het moet zeggen, maar u spreekt zichzelf tegen in één zin. U zegt 'we zijn hier voor de belangen van alle Hagenezen' en uiteindelijk eindigt u met 'we zijn hier alleen voor de belangen van de GroenLinksstemmers'. Dus wat zegt u nu als collegapartij tegen al die Hagenezen die op een andere partij stemmen dan GroenLinks? Kunnen die de rambam krijgen of horen die er ook bij, zeker nu blijkt dat er een volledige vrijspraak ligt? Maarten De Vuyst (GroenLinks). Niemand in Den Haag hoeft van ons de rambam te krijgen. Ik weet overigens niet zeker of dat een echte ziekte is; dat zal ik nog eens aan de heer De Mos vragen.
Nee, wij willen voor iedereen in de stad werken, maar wij doen dat vanuit onze idealen. We zijn daar helder over als we de verkiezingen ingaan. Dat zijn de ideologie of de principes waar wij voor staan. Op basis daarvan besluiten kiezers dan op ons te stemmen. Dat geeft ons als GroenLinksfractie het mandaat om te gaan voor een zo links en zo progressief mogelijk Den Haag. Ik had het over de aanbevelingen van de heer Remkes. Mijn fractie voegt aan deze aanbevelingen graag de opdracht van de rechtbank toe. Zoals ik net al zei, verwees de rechtbank naar het belang van transparantie, juist om politieke controle mogelijk te maken. Die opdracht neemt GroenLinks uiterst serieus. Dat begint ook bij transparantie over wie ons financiert. Eerder steunden we de eerder genoemde motie van de HSP, de motie Transparante politieke partijen. Daar heeft onze vereniging GroenLinks de afgelopen twee jaar gehoor aan gegeven. Wij zullen dat ook dit jaar doen. We doen een stevige oproep aan alle partijen om hetzelfde te doen. Ik hoop dat we hier als raad breed gedragen vervolgstappen in kunnen zetten. Laten we niet wachten op de nieuwe Wet politieke partijen, hoewel ik het eens ben met iedereen die zegt dat die er zo snel mogelijk moet komen. Deze onderwerpen vormen wat GroenLinks betreft samen de eerste stappen om de samenwerking in deze raad te verbeteren.
Oké, dat lossen we vanavond niet allemaal in één keer op en oké, dat lossen we ook niet met de volgende raadsconferentie. Dat is een gesprek dat we doorlopend dienen te voeren. Om dat goed te doen, hebben we duidelijke afspraken nodig en een helder proces dat ons op die plek kan brengen. Dat proces zou wat mijn fractie betreft begeleid kunnen worden door de burgemeester. Het mag ook een andere begeleider zijn, ook al staat het woord 'verkenner' bij mij ongeveer op dezelfde hoogte als kruidenthee. Graag een reactie van de burgemeester, niet over de kruidenthee en de verkenner, maar over zijn rol in het proces. Robert Barker (PvdD). Begrijp ik het goed dat na de praatgroep van D66 en het aanschuifgesprek van de VVD GroenLinks nu voorstelt om de burgemeester in stelling te brengen? Maarten De Vuyst (GroenLinks). Het mooie is dat we hem niet eens naar voren hoeven te schuiven en niet in stelling hoeven te brengen. Hij zit al in die stelling. Robert Barker (PvdD). Oké, dus de burgemeester zit al in die stelling. Hoe vindt GroenLinks het dan tot nu toe gaan? Maarten De Vuyst (GroenLinks). Ik zei al dat het de avond van de recensies is. De heer Barker toont zich, in ieder geval in kwantitatief opzicht, een groot recensent. Ik heb aangegeven wat we al gedaan hebben sinds Remkes begon met de gesprekken over integriteit.
Ik heb aangegeven wat we vanuit de raad hebben gedaan en ik heb de oproep gedaan om dat voort te zetten. Ik vind dat we op dat vlak stappen zetten. Ik vind ook dat we er nog niet zijn. Ik heb de heer Barker in de media horen aangeven 41
dat hijzelf nog niet vindt dat het goed gaat. Ik heb mevrouw Van Basten Batenburg - misschien was het mevrouw Van Doorn - duidelijk horen zeggen dat wij de ambitie hebben om dat dualisme en ook dat samenwerken met de raad te verbeteren. Ik meen alleen al aan het gezicht van de heer Barker te zien dat hij dat zelf nog niet genoeg vindt. Dan reik ik opnieuw mijn hand uit om dat verder te verbeteren. Was dat genoeg recensie of had u via de voorzitter graag nog iets meer gewild? Robert Barker (PvdD). De reden waarom we als Partij voor de Dieren samen met een aantal partijen pleiten voor zo'n verkenner, adviseur of hoe je die ook noemt, is natuurlijk dat de conclusie is dat het de afgelopen tijd niet heel erg goed is gelukt om binnen de raad de sfeer te verbeteren en de door de heer De Vuyst genoemde stappen vooruit te zetten. Waarom denkt de heer De Vuyst dat het nu opeens supersoepel zou gaan? Maarten De Vuyst (GroenLinks). Ik ga een geheimpje vertellen. Het beste stuk van de onderhandelingen vond ik eigenlijk toen we even geen adviseur en verkenners hadden en de heer Van Asten de rol van voorzitter op zich moest nemen. Ik heb daar dus eigenlijk wel vertrouwen in. Hoe wij als coalitie en als fractievoorzitters onderling met elkaar omgaan - laat ik dat ook recenseren - vind ik ook beter gaan dan in de vorige periode. Dus ja.
U vraagt mij om een recensie en u geeft zelf ook een recensie, namelijk dat het volgens u nog beter kan. Ik vind dat we vooruitgaan. Ik merk ook aan u dat we daar nog niet zijn. Daar wil ik samen met u aan werken, wellicht met de burgemeester, die al in stelling zit. De voorzitter. Gaat u vooral door. Maarten De Vuyst (GroenLinks). U hangt aan mijn lippen, voorzitter. Ik kan het horen. En dat terwijl u een mandarijn eet; u kunt veel dingen tegelijk. Laten we integriteit, omgangsvormen en transparantie niet als randzaak zien, maar echt als basisvoorwaarde voor het functioneren van deze raad en daarmee als voorwaarde om te zorgen dat de stad een goed stadsbestuur heeft dat voor alle Hagenezen en alle Hagenaren werkt. Wij zijn erg benieuwd wat voor motie D66 in de tweede termijn zal indienen over een hersteltraject. We zullen daar niet op vooruitlopen; we zullen de motie dan beoordelen. Dit wordt vast vervolgd. Robert Barker (PvdD). Voorzitter. Allereerst is het natuurlijk fijn dat er een rechterlijke uitspraak is en dat er dus meer duidelijkheid is. Dat is natuurlijk allereerst fijn voor de heren De Mos en Guernaoui, maar ook gewoon voor de stad. De rechtszaak heeft voor veel onrust gezorgd en dat is de Haagse politiek niet in de koude kleren gaan zitten. Ik zal in mijn bijdrage ingaan op de schuldvraag, de consequenties van de zaak en tot slot hoe het nu verder moet.
Allereerst de schuldvraag. De rechter is duidelijk: er is geen strafbaar feit gepleegd. De rechter geeft echter ook mee dat de politiek uiteindelijk verantwoordelijk is voor integriteit. De feiten die we in rechterlijke stukken lezen, zijn weliswaar niet strafbaar, maar zijn daarmee ook niet normaal. Hier zijn een burgemeester, een college en een raad overduidelijk tekortgeschoten. Dat mogen we onszelf ook aanrekenen. Er zou sprake moeten zijn van collegiaal bestuur en er dient controle te zijn vanuit de raad. Dat ging fout en blijft nog altijd fout gaan. Hoewel er nu wat licht schijnt door de donderwolk, is er nog steeds sprake van een slechte raadscultuur. Ik hoop dat deze uitspraak eraan bijdraagt dat er een goed functionerend college en een goed functionerende raad komen. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Ik hoor dat de heer Barker het heeft over 'een slechte raadscultuur'. Ik ben benieuwd wat hij vindt van een raadswerkgroep Herstel om die cultuur te verbeteren. Robert Barker (PvdD). Ik denk niet dat je dit soort dingen oplost met nog een praatclubje. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Dan ben ik benieuwd wat de heer Barker wél als oplossingen ziet. Robert Barker (PvdD). Dat heb ik natuurlijk al in het debat gezegd: een verkenner. Maar daar kom ik straks op, want ik begin met de analyse van het probleem. Dan kom ik bij ons voorstel. Daar komen we zo op. 42
Maarten De Vuyst (GroenLinks). Ik zal goed luisteren naar het voorstel voor de verkenner - dat is een belofte - maar ik ben wel benieuwd of dat het enige is en of we dus een externe nodig hebben. U zegt immers specifiek dat u vindt dat er in de raad slechte verhoudingen zijn. Wat wilt u daaraan doen? Robert Barker (PvdD). Mijn punt is dus dat ik niet geloof in zo'n praatgroepje, omdat we tot nu toe zien dat het alleen maar slechter gaat, dat we het als raad niet zelf kunnen oplossen en dat we daar externen bij nodig hebben, lijkt mij. Ik noemde al een aantal dingen die fout gaan, maar ik bedoel bijvoorbeeld ook dat er geen dualisme is, dat de sfeer niet goed is en dat er altijd sprake is van hele persoonlijke aanvallen. Dat soort dingen hoort eigenlijk niet bij een goed functionerende raad. Ik heb het dus bijvoorbeeld over de controlerende taak. Ik heb er ook al vaak op gewezen dat de raad die taak wat serieuzer zou moeten nemen. Kavish Partiman (CDA). Ik heb een verduidelijkende vraag naar aanleiding van het eerste antwoord van de heer Barker aan de heer De Vuyst. De heer De Vuyst vroeg wat de oplossing zou zijn. Ik hoor de heer Barker zeggen: een verkenner.
Dat antwoord vind ik interessant, want voor zover mij bekend is een verkenner nodig op een moment dat er bijvoorbeeld verkiezingen zijn geweest, dat de collegeperiode is afgelopen of dat het college is gevallen, zodat er geen coalitie is. Wat zou een verkenner nou eigenlijk moeten gaan doen in de onderlinge verhoudingen in de raad? Ik vind dat toch een beetje een rare figuur. Robert Barker (PvdD). Zoals ik al vaker heb gezegd, heb je iemand nodig - je kan dat 'een verkenner', 'een adviseur' of 'een gespreksleider' noemen; het maakt niet uit hoe je het beestje noemt die objectief en onafhankelijk kan spreken met verschillende partijen en die dan een conclusie kan trekken over hoe het verder moet. Uiteindelijk is het natuurlijk meer een processtap en is het belangrijk dat we echt stappen gaan zetten om te zorgen dat er een goede cultuur komt en dat het stadsbestuur gaat functioneren. Kavish Partiman (CDA). Die onafhankelijke figuur die binnen dit stadsbestuur met partijen moet gaan praten en moet gaan kijken hoe de onderlinge samenwerking verbeterd kan worden, hebben we toch al? Die zit daar. Waar hebben we nou een verkenner voor nodig? Robert Barker (PvdD). Ik zou zeggen dat dat niet het geval is. Ik denk niet dat je dit oplost door de burgemeester, die gewoon een huidige rol heeft, in stelling te brengen. Ik verwijs naar het feit dat we nu hier zijn.
Ik zou dus vooruit willen kijken, stappen vooruit willen zetten en niet in de modder blijven waar we al in zitten. Kavish Partiman (CDA). Dan verwart de heer Barker toch meerdere processen met elkaar? Een verkenner is er op het moment dat er geen coalitie meer is om te gaan verkennen waar de mogelijkheden liggen tussen verschillende partijen in de gemeenteraad om tot een meerderheid te komen, zodat er bestuurd kan gaan worden. Die rondes hebben we gehad na de verkiezingen van 2022. Dat waren zelfs meerdere rondes, waarin uitentreuren is verkend. We zitten nu in een situatie waarin vijf partijen een coalitieakkoord met elkaar hebben gesloten en met elkaar samenwerken, waarin er een college zit, waarin er een goedgekeurde begroting is en waarin de coalitie niet gevallen is. Ik snap het dus nog steeds niet. Het gaat om die onderlinge samenwerking en een onafhankelijke figuur, maar een verkenner is toch volstrekt niet nodig om dat voor elkaar te krijgen? Daar hebben we een burgemeester en een raadsconferentie voor. Robert Barker (PvdD). Allereerst heb ik al aangegeven dat het door u gebruikte en heel erg vernauwde woord 'verkenner' te nauw is. Het is dus breder dan wat u framet; dat ten eerste. Ten tweede: wat u zegt, is juist precies het probleem waardoor we vastzitten.
Als we blijven doorgaan alsof er niks is gebeurd, blijven we doorzakken in de modder en wordt het probleem alleen maar erger. Fatima Faïd (HSP). Vindt de Partij voor de Dieren het huidige college te links?
43
Robert Barker (PvdD). Nee, dat vind ik niet. Ik vind niet dat het huidige college te links is. Ik zou eerder zeggen dat het huidige college niet progressief en niet groen genoeg is. Fatima Faïd (HSP). Waarom stel je dan een verkenner voor als je het risico loopt dat de uitkomst zal zijn dat het nog rechtser wordt? Ik wil graag dat u daarop reflecteert. Robert Barker (PvdD). Ik sta hier voor de stad en ik sta hier omdat we een groot probleem hebben. De cultuur is verziekt. De situatie is ontstaan door een rechtszaak die heel lang boven de markt heeft gehangen en door het feit dat partijen een andere partij, die de grootste is geworden, uit hebben gesloten. Ik denk dat we moeten werken aan vertrouwen. De Partij voor de Dieren is inderdaad geen voorstander van een nog rechtser college. De Partij voor de Dieren heeft altijd gezegd: we willen een groen, progressief college. Dat is het huidige college niet. De voorzitter. Mevrouw Faïd, de laatste keer. Fatima Faïd (HSP). Ik ben het in principe gewoon eens met meneer Partiman, die zegt dat we een raadsconferentie hebben. Als de verhoudingen in de raad verziekt zijn, moeten we het daar dus vooral over hebben. Maar ik snap nog steeds niet zo goed wat de bedoeling van de Partij voor de Dieren is met die verkenning als het resultaat zou kunnen zijn dat er een nog rechtser college komt.
Of wil de Partij voor de Dieren gewoon ook aansluiten bij een nieuw college en zijn we dit met z'n allen aan het doen omdat u eigenlijk ook opnieuw wil onderhandelen met alle partijen in de huidige coalitie? Want u was ook een van de winnaars. Robert Barker (PvdD). Wat mevrouw Faïd nu doet, is een beetje lachwekkend. Allereerst zegt mevrouw Faïd dat we eens in de paar jaar een raadsconferentie hebben en dat we daar alles mee oplossen. De afgelopen jaren hebben aangetoond dat dat niet het geval is; dat allereerst. Ten tweede zitten de coalitiepartijen er zelf bij als ze met een verkenner spreken. Als zij gewoon duidelijk zeggen dat zij niet met Hart voor Den Haag willen en dat ze dat blijvend niet willen, ga je sowieso door naar andere opties. Er zijn naast een aanschuifvariant of andere varianten genoeg andere opties waar een verkenner over kan adviseren. De voorzitter. Een nieuw punt, hè? Want dit is de vierde keer. Dan moet je dus eigenlijk een nieuw punt verzinnen, een welgemeend nieuw punt. Nee, doe het dan straks maar. Verstop het straks in een volgende ronde. Robert Barker (PvdD). Ik was nog niet eens met dat punt begonnen. Ik was eigenlijk pas net begonnen. Ik begon met het uitspreken van de hoop dat de uitspraak eraan bijdraagt dat we een beter functionerend college en een beter functionerende raad krijgen.
Dat is eigenlijk een bruggetje naar het tweede punt dat ik wil belichten, namelijk de consequenties die de zaak voor Den Haag heeft gehad. Door deze zaak kwam het betonrot dat al lang in het systeem zat naar boven, maar dat is daarmee niet opgelost. De zaak heeft juist gezorgd dat de cultuur verder is verziekt, waarbij inhoudelijke debatten niet meer relevant lijken, maar ego's en persoonlijke aanvallen de boventoon voeren. Dit bleek overduidelijk in de verkiezingscampagne, waarin zowel Hart voor Den Haag als D66 haat en nijd de vrije loop lieten. Wat de Partij voor de Dieren betreft is nu het moment om iets aan deze cultuur te doen. Wat ons betreft ligt de bal daarvoor vooral bij die grootste twee partijen. Een belangrijke consequentie van de inval was dat de toenmalige wethouders zich moesten terugtrekken en het college viel. Dit was toen ook te begrijpen, met zo'n zware verdenking, maar vervolgens was de consequentie ook dat Hart voor Den Haag geen serieuze kans kreeg bij het vormen van een college, terwijl het de grootste partij was. Tegelijkertijd geeft het zijn van de grootste partij je niet het recht om in het college te zitten. Wat de Partij voor de Dieren betreft is dit dus geen automatisch vervolg. Kavish Partiman (CDA). Ik vind dat een interessante zin van de heer Barker: Hart voor Den Haag kreeg geen serieuze kansen om een college te vormen.
Ik kan me herinneren dat er een eerste 44
verkenningsronde is geweest in 2022, waarin verschillende gesprekken zijn gevoerd met verschillende partijen. Een aantal partijen hebben van tevoren gezegd dat zij niet zouden gaan samenwerken. Dat wisten we al. Op een gegeven moment hebben die verkenners meerdere opties op tafel gelegd. Een van die opties was een variant die een meerderheid kon krijgen. Een van de partijen in die variant heeft toen gezegd: daar doen wij niet aan mee. Kan de heer Barker zich die variant herinneren? Robert Barker (PvdD). Nee, eigenlijk niet, want wij hebben niet met de eerste verkenners gesproken. We hebben daarom in de eerste verkenningsronde ook nooit over enige variant gesproken. Om op het eerste punt in te gaan: de kern is natuurlijk dat heel veel partijen Hart voor Den Haag als grootste partij hebben uitgesloten bij de onderhandelingen en dat daardoor een wat gekke situatie is ontstaan, omdat die uitsluiting volledig was gebaseerd op een zaak van het Openbaar Ministerie. Als het over inhoudelijke punten zou gaan, zou het anders liggen. Kavish Partiman (CDA). Daar heeft de heer Barker gelijk in: hij heeft niet gesproken met die verkenners, maar hij heeft in die periode een brief gestuurd. Daarin gaf hij aan dat hij daar niet aan mee zou werken.
Nam meneer Barker dan niet deel aan die uitsluiting, die ervoor heeft gezorgd dat Hart voor Den Haag geen eerlijke, serieuze kans heeft gehad om tot een meerderheidscollege te komen? Want dat voorstel lag er. Robert Barker (PvdD). Dat stond sowieso niet in de brief. De heer Partiman grijpt dus in de lucht. Wij hebben de verkenners heel duidelijk gezegd dat wij niet met een verkenner zouden gaan praten die de Partij voor de Dieren vergeleek met terroristen. Dat is waarom we niet in gesprek zijn gegaan met de verkenner. De voorzitter. Meneer Partiman, de laatste keer. Kavish Partiman (CDA). Dat is een leuke poging om te proberen eronderuit te komen, maar dat houdt nog steeds in dat u die verkenningspoging die door Hart voor Den Haag in gang is gezet, nooit een serieuze kans hebt gegund. U bent hier dus debet aan en dan komt u daarna de rest van de raad hier de maat nemen omdat die dat niet serieus zou hebben genomen. Het is uw partij die daar in die eerste verkenningsronde mee is begonnen. Robert Barker (PvdD). Dat is echt onzin; wat de heer Partiman zegt, is echt onzin. Wij hebben gekozen om inderdaad schriftelijk te reageren omdat er een verkenner aan tafel zat die de Partij voor de Dieren 'terroristen' had genoemd en die allerlei andere hele verkeerde vergelijkingen maakte. Toen hebben we ervoor gekozen om zo'n gesprek niet aan te gaan. Dat staat niet gelijk aan uitsluiting.
Ik heb ook aangegeven dat een variant zoals de variant waar het CDA in zat, op basis van inhoud geen logische variant was. Dat is iets heel anders dan een partij uitsluiten op basis van het feit dat binnen die partij twee mensen verdacht zijn, waar uiteindelijk een vrijspraak uit is gerold. Sebastian Kruis (PVV). Een beetje in het verlengde van de heer Partiman herinner ik me dat inderdaad ook nog. In mijn optiek acteerde de heer Barker toen als een soort pasgeboren giraffe die probeerde op te staan, maar voor het oog van het publiek zijn nek brak. U weet dat een giraffe met een gebroken nek nooit zo handig is. U had toen een unieke kans om in te stappen bij een rechtse coalitie. Dan had u heel veel voor de dieren kunnen betekenen, maar u haakte toen om onduidelijke redenen af. Ik wil dus toch dat de heer Barker daaraan nog wat herinneringen lijkt te tonen, want nu doet de heer Barker net alsof het allemaal niet is gebeurd. Als ik het niet ben vergeten, is de stad het ook niet vergeten. Robert Barker (PvdD). Ik waardeer de dierenvergelijking. Waarschijnlijk kent de heer Kruis ook het gezegde 'oude koeien uit de sloot halen'. Daar is de heer Kruis ook heel goed in. Wij zijn voor de verkiezingen heel transparant geweest: wij wilden het liefst een groen, progressief college. De opties die op tafel lagen, leken daar niet op.
De huidige coalitie is dat niet, maar ook de varianten die op tafel lagen, leken daar niet naartoe te gaan.
45
De voorzitter. Meneer Barker, zet u vooral uw betoog voort, want het is tien voor elf. Robert Barker (PvdD). Ik gaf aan dat het onrecht er meer in zit dat Hart voor Den Haag geen kans kreeg. De vraag is dan: hoe nu dan verder? Volgens mij kunnen we deze vraag niet tijdens een raadsdebat beantwoorden. Dit is niet iets voor een debat, maar eerder voor een dialoog. In mijn bijdrage na de inval gaf ik aan dat het wat de Partij voor de Dieren betreft toen handig zou zijn om een verkenner, adviseur of gespreksleider of hoe je zo iemand ook wilt noemen aan te stellen. Dat lijkt me nu weer de geëigende weg. Wat ons betreft rechtvaardigt de zwaarte van de situatie dit. Als we dat niet doen en door blijven modderen, zal het verrottingsproces doorgaan. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Ik kondig even aan dat dit positief is bedoeld. Ik hoor de heer Barker, los van de verkenner, het woord 'dialoog' gebruiken. Weet u wat nou het fijne is van een dialoog? Die doe je face à face; daar heb je geen gespreksleider bij nodig. Als we dat instrument nou eens wat verder zouden uitdiepen? Robert Barker (PvdD). Volgens mij zegt de heer De Vuyst eigenlijk precies hetzelfde als wat hij in een eerdere interruptie heeft gezegd en waar ik ook al op heb geantwoord. We hebben de afgelopen tijd geprobeerd met elkaar te praten en we hebben raadsconferenties georganiseerd.
Tot nu toe was dat niet heel erg succesvol. Wij zeggen dat het goed is om een externe begeleider te hebben. Volgens mij rechtvaardigt de situatie waar we in Den Haag voor staan en waar we de afgelopen tijd voor hebben gestaan dit in voldoende mate. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Het ironische is dat de door u genoemde raadsconferentie, de sessie in de Rode Olifant - er zijn vandaag veel dieren - met een externe begeleider was en dat ook de volgende, in de Binckhorst, met een externe begeleider was. Ik vraag me dus toch af of we het niet zelf moeten doen. Dat bedoel ik nog steeds positief. Robert Barker (PvdD). Alle positieve gedachten ten spijt: in die situatie was er natuurlijk niet een transparant proces, zoals ik al heb aangegeven. Het was geen onafhankelijk proces. 'Rode Olifant' is inderdaad een mooie dierenterm, maar het was volledig achter gesloten deuren. Eens in de paar jaar gebeurt het inderdaad. Dat is wenselijk, maar gegeven het verrottingsproces niet de oplossing, zou mijn fractie zeggen. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Sorry, dat had ik nog nooit eerder gehoord. Maar goed, ik vind het fijn dat er redelijk wat recensies worden gegeven. Een verkenner zit toch ook achter gesloten deuren? Wilt u eigenlijk een raadsconferentie die open is en waar een verslag van wordt gemaakt? Ik ben toch nog even zoekende.
Of bent u nu ook tegen de raadsconferentie als instrument? Want dan ga ik hier met meer verwarring weg. Robert Barker (PvdD). Ik heb de indruk dat de heer De Vuyst de afgelopen uren misschien niet helemaal heeft opgelet, want de heer De Vuyst geeft aan dat hij niet eerder heeft gehoord dat de Partij voor de Dieren voor transparantie is. Ik heb bijvoorbeeld mevrouw Van Basten Batenburg aangegeven dat we het echt transparanter moeten doen, dat zo'n raadsconferentie niet transparant is en dat we echt naar een transparant proces moeten gaan. Ik zie de heer De Vuyst de hele tijd gebaren maken, maar het punt dat wij maken, is juist dat een transparant proces wenselijk is. Bij een verkenner heb je verslagen, een transparante conclusie en een onafhankelijk oordeel. Dat is waarom wij daarvoor zijn. Ik heb mijn motie nog niet eens ingediend. Misschien kan ik die dus indienen voordat de heer De Vuyst voor de vierde keer interrumpeert. Is dat oké? De voorzitter. Meneer De Vuyst mag reageren als hij een aantijging voelt; dat doe ik dan heel consequent. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Ik zou niet geluisterd hebben? Ik hoorde het woord 'dialoog', ik heb het over de raadsconferentie en dan gaat het daarna over de transparantie van de verkenner. Vindt de heer Barker … 46