RIS315975 Rapport 'Werk aan welzijn' rekenkameronderzoek welzijnssubsidies
Tekst van het document
Hoofdconclusie: De gemeenteraad heeft onvoldoende grip op welzijnswerk, terwijl het college meer stuurt dan passend is. Deelconclusie 1: De gemeentelijke kaderstelling voor welzijnswerk is ontoereikend. Bevindingen Rekenkamer: Het gemeentebestuur heeft welzijnswerk en daarvoor beschikbare subsidiebudgetten niet duidelijk gedefinieerd en afgebakend. In de praktijk verleent het college buiten het budget voor professioneel welzijnswerk om subsidies voor activiteiten die hier identiek aan zijn: o De acht 'professionele welzijnsorganisaties' die de voor professioneel welzijnswerk bestemde subsidies ontvangen, krijgen aanvullend vanuit andere budgetten ook subsidies voor activiteiten die identiek zijn aan professioneel welzijnswerk. o Andere organisaties dan de acht 'professionele welzijnsorganisaties', ontvangen buiten het voor professioneel welzijnswerk bestemde subsidiebudget ook subsidies voor activiteiten die identiek zijn aan professioneel welzijnswerk. Aanbeveling Rekenkamer: -
1.
Draag het college op te zorgen voor een door de raad vastgesteld integraal beleidskader voor welzijnswerk dat zich richt op al het welzijnswerk dat welzijnsorganisaties uitvoeren. Draag het college op te zorgen voor een door de raad vastgesteld integraal beleidskader voor welzijnswerk dat zich richt op al het welzijnswerk dat welzijnsorganisaties uitvoeren In het coalitieakkoord 2022-2026 is opgenomen dat het college voortbouwt op het beleidsplan professioneel welzijnswerk 2021-2024 en de sociale basis in de stad wil versterken. Vanuit een sterke sociale basis en een integrale preventieaanpak zet het college de komende jaren in op het vergroten van bestaanszekerheid en kansengelijkheid voor de inwoners van Den Haag. Het onderzoek van uw Rekenkamer laat zien dat er in de huidige situatie sprake is van versnippering in het beleid gericht op de sociale basis. We werken op dit moment op basis van
52
verschillende beleidsstukken en actieprogramma's die onderling sterk met elkaar verweven zijn. Dit maakt dat de gemeente in beperkte mate in samenhang stuurt op de inzet van middelen en de maatschappelijke effecten die ze daarmee beoogt. Het college is daarom voornemens om te komen tot overkoepelend beleid voor de sociale basis. De conclusies en bevindingen uit het onderzoek van uw Rekenkamer tonen het belang hiervan overtuigend aan. Het professionele welzijnswerk heeft een belangrijke rol in het versterken van de sociale basis. De sociale basis is echter vooral van de samenleving zelf, als gemeente hebben we hier slechts een faciliterende rol. Het professionele welzijnswerk en de maatschappelijke initiatieven die in de sociale basis ontstaan, zouden elkaar moeten versterken. Door samen aan dezelfde ambities en doelen te werken, vergroten we de impact in de stad, zowel stadsbreed als op wijkniveau. Overkoepelend beleid voor de sociale basis vormt een belangrijke randvoorwaarde om samenhang en integraliteit in handelen te realiseren. Deelconclusie 2: Het gemeentebestuur geeft onvoldoende ruimte aan aanbieders van welzijnswerk om de doelen voor welzijnswerk te bereiken. Bevindingen Rekenkamer: Het merendeel van de subsidies voor welzijnswerk verleent het college niet in overeenstemming met wet- en regelgeving dan wel het eigen subsidiebeleid.
Het grootste deel van de subsidies voor welzijnswerk verleent het college niet transparant, waardoor een gelijke kans voor mogelijke aanbieders ontbreekt. Het college gedraagt zich bij de verlening van subsidies voor 'professioneel welzijnswerk' meer als opdrachtgever dan als subsidiënt. Aanbeveling Rekenkamer: -
2.
Draag het college op met een voorstel te komen waarin is uitgewerkt hoe welzijnssubsidies in overeenstemming met wet- en regelgeving transparant en objectief worden verleend. Draag het college op met een voorstel te komen waarin is uitgewerkt hoe welzijnssubsidies in overeenstemming met wet- en regelgeving transparant en objectief worden verleend Bij de huidige financieringssystematiek van de professionele welzijnsorganisaties ontbreekt een subsidieregeling, maar wordt subsidie verleend op grond van de Algemene Subsidie Verordening. Dit gaan wij anders doen. De bevindingen van deelconclusie 3 sluiten aan op de uitwerking van een nieuwe passende financieringssystematiek per 2025 die onderdeel is van het beleidsplan Professioneel Welzijnswerk: Versterken en Verbinden 2021-2024. Het college werkt aan een meerjarige subsidiëring, met oog voor de noodzakelijke integraliteit van activiteiten gericht op versterking van de sociale basis. Het college wil daarbij professionele organisaties meerjarig financieren alsmede ruimte geven aan maatschappelijke en innovatieve initiatieven die in de sociale basis ontstaan en wil daarbij ook stimuleren dat de organisaties in de stad nog meer met elkaar gaan samenwerken. Het college heeft meerjarige subsidiëring voor ogen, zodat er in partnerschap kan worden geïnvesteerd.
Partnerschap en de borging van rust en continuïteit in de uitvoering van het welzijnswerk vormen voor het college belangrijke uitgangspunten. Ook is het belangrijk om met organisaties te werken die geworteld zijn in de verschillende wijken van de stad. Deze uitgangspunten zijn voor het college belangrijk omdat de doelgroep van het welzijnswerk hiermee gediend is. Het gaat om het bieden van continuïteit in dienstverlening aan een kwetsbare doelgroep. Uiteraard zal het college daarbij ook rekening houden met gelijke kansen, alsmede een stevige sturing op lokale worteling, kennis van de stad, samenwerking en continuïteit.
53
Deelconclusie 3: Het college stuurt bij de subsidieverlening voor welzijnswerk op de beleidsdoelen, maar laat de resultaten hiervan onvoldoende aan de gemeenteraad zien. Bevindingen Rekenkamer: Voor het merendeel van de subsidies die het college verleent voor welzijnswerk, is aannemelijk gemaakt dat deze bijdragen aan de beleidsdoelen van de subsidie. De verantwoording van het college aan de raad over welzijnswerk laat onvoldoende zien: o In welke mate beleidsdoelen voor welzijnswerk zijn bereikt. o Wat de 'professionele welzijnsorganisaties' in de praktijk hebben gedaan en bereikt. o Hoeveel subsidie aan welzijnswerk is besteed. Aanbevelingen Rekenkamer: -
3.
Draag het college op een voorstel uit te werken waarmee het de raad inzicht biedt in het doelbereik, de behaalde prestaties en de lasten van het welzijnswerk. 4. Draag het college op in subsidieregelingen duidelijk te maken wat de doelen zijn van de informatie die subsidieaanvragers aan het college moeten aanleveren en alleen die informatie op te vragen die aansluit op deze doelen. 5. Draag het college op ervoor te zorgen dat de inhoud van het subsidieregister overeenkomt met de gegevens uit het interne subsidiesysteem. 6. Draag het college op binnen twee maanden nadat de raad een besluit heeft genomen over deze aanbevelingen een planning naar de raad te sturen voor de opvolging van de voorgaande aanbevelingen. Draag het college op een voorstel uit te werken waarmee het de raad inzicht biedt in het doelbereik, de behaalde prestaties en de lasten van het welzijnswerk De uitwerking van een nieuwe wijze van betekenisvol monitoren is reeds onderdeel van het beleidsplan Professioneel Welzijnswerk 2021-2024. Het college is in dat kader op dit moment met de professionele welzijnsorganisaties in gesprek om te kijken hoe het bereik van doelen het beste inzichtelijk kan worden gemaakt op een manier die niet te belastend is voor de organisaties.
Daarbij gaat het om een combinatie van kwantitatieve en kwalitatieve monitoring, maar ook om het faciliteren van leren, waarbij sprake is van voortdurende en vanzelfsprekende uitwisseling met professionals en inwoners. De verantwoording aan de raad gebeurt op hoofdlijnen in de programmabegroting en de programmarekening. Het college zal in de reguliere planning & control cyclus rapporteren over de mate waarin de geformuleerde doelen in het beleidsplan Professioneel Welzijnswerk 2021-2024 en het nog op te stellen overkoepelende beleid voor de sociale basis zijn bereikt. Daarbij zal de focus vooral liggen op het inzichtelijk maken van de impact en het effect van het professionele welzijnswerk. Daar waar de gemeente een meer faciliterende rol heeft, bijvoorbeeld bij de subsidieverlening aan kleinschalige bewonersinitiatieven, acht het college het niet passend om hoge eisen aan verantwoording te stellen. Dit is uiteraard ook afhankelijk van de hoogte van het subsidiebedrag. Het college zal met het overkoepelende beleid voor de sociale basis borgen dat de budgetten voor de verschillende onderdelen van het professionele welzijnswerk en de aanpalende beleidsterreinen duidelijk herleidbaar zijn in de programmabegroting en de programmarekening.
Draag het college op in subsidieregelingen duidelijk te maken wat de doelen zijn van de informatie die subsidieaanvragers aan het college moeten aanleveren en alleen die informatie op te vragen die aansluit op deze doelen Het college neemt deze aanbeveling mee in de uitwerking van de meerjarige subsidiesystematiek. Om meetbare doelen vast te stellen, wordt onderzocht hoe het mogelijk
54
is om betekenisvol te verantwoorden op vooropgestelde doelen. Niet alles is meetbaar in de sociale basis/het welzijnswerk. Een te grote focus op resultaten en evidence-based handelen gaat ten koste van het intuïtieve en experience-based handelen van sociaal werkers. Bovendien zorgt het inderdaad vaak voor onevenredig hoge administratieve lasten voor de uitvoerende welzijnsorganisaties. Het college heeft hier uiteraard aandacht voor in de uitwerking van een nieuwe wijze van betekenisvol monitoren. Draag het college op ervoor te zorgen dat de inhoud van het subsidieregister overeenkomt met de gegevens uit het interne subsidiesysteem Deze aanbeveling neemt het college uiteraard over. Het college zal daartoe het werkproces rondom het subsidieregister nader bekijken en daar waar nodig aanscherpen. Draag het college op binnen twee maanden nadat de raad een besluit heeft genomen over deze aanbevelingen een planning naar de raad te sturen voor de opvolging van de voorgaande aanbevelingen Het college zal binnen twee maanden nadat de raad een besluit heeft genomen een planning naar de raad sturen voor de opvolging van de aanbevelingen van uw Rekenkamer. Het college vertrouwt erop uw Rekenkamer hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester,
Ilma Merx
Jan van Zanen
55
8. Nawoord rekenkamer Het college onderschrijft alle aanbevelingen van de rekenkamer en geeft aan dat het rekenkamerrapport welkome handvatten biedt voor de reeds ingezette beleidslijn. Het college ziet in het rapport de bevestiging dat het met de reeds gezette stappen en nog te zetten stappen op de goede weg is. In de reactie gaat het college in op de aanbevelingen van de rekenkamer. De reactie op aanbevelingen 1, 2 en 3 is voor de rekenkamer aanleiding daar nog een nawoord bij te geven. Hierna geven wij voor deze aanbevelingen een korte samenvatting van deze reactie van het college en vervolgens een nawoord van de rekenkamer. Alle aanbevelingen zijn met een toelichting opgenomen in hoofdstuk 6 van dit rapport. De volledige reactie van het college is opgenomen in hoofdstuk 7.
Bij aanbeveling 1. Draag het college op te zorgen voor een door de raad vastgesteld integraal beleidskader voor welzijnswerk dat zich richt op al het welzijnswerk dat welzijnsorganisaties uitvoeren. Reactie college Het college erkent dat er vanwege teruglopende budgetten voor professioneel welzijnswerk en op basis van behoeften in verschillende stadsdelen additioneel aanbod tot stand is gekomen. Dit heeft volgens het college hier en daar tot versnippering geleid, dan wel tot een diffuus aanbod in sommige delen van de stad. Om hier orde in aan te brengen, wil het college een overkoepelend beleid voor de sociale basis opstellen.
Nawoord rekenkamer Het opstellen van overkoepelend beleid is mogelijk een uitkomst voor de raad om beter overzicht te hebben over alle welzijnsactiviteiten. Dit kan de raad helpen om beter kaders te stellen en te controleren. Het college geeft niet aan of het beleidsplan Professioneel welzijnswerk 2021-2024 vanaf 2025 al dan niet in gewijzigde vorm onder het overkoepelende beleid wordt voortgezet. De rekenkamer benadrukt dat wanneer dit wel het geval is, welzijnsorganisaties hierin niet meer met naam genoemd zouden moeten worden. De gemeenteraad en het college zouden in het beleid namelijk uitsluitend uit moeten gaan van een inhoudelijke afbakening en net als in de meerjarige subsidieregelingen voor professioneel welzijnswerk (zie hierna bij aanbeveling 2) ook in het beleid uit moeten gaan van gelijke kansen voor alle welzijnsorganisaties.
Bij aanbeveling 2. Draag het college op met een voorstel te komen waarin is uitgewerkt hoe welzijnssubsidies in overeenstemming met wet- en regelgeving transparant en objectief worden verleend. Reactie college Het college geeft aan dat in het beleidsplan Professioneel welzijnswerk reeds is vastgesteld dat de juridische verankering van de financiële arrangementen steviger moet. Concreet geeft 56
het college aan te werken aan een nieuwe systematiek voor meerjarige subsidiëring, die vanaf 2025 voor het welzijnswerk ingevoerd moet worden. In het onlangs door de raad vastgestelde ‘Kader meerjarige subsidies Den Haag
3’
3 5 94 is hierover
opgenomen dat de uitwerking van meerjarige subsidies plaatsvindt in subsidieregelingen.142
Nawoord rekenkamer Hiermee wordt volgens de rekenkamer een belangrijke stap gezet om aan wet- en regelgeving te voldoen, om welzijnsorganisaties gelijke kansen te bieden en om op gepaste afstand te sturen op het welzijnswerk in de stad. Wel merken wij op dat de rekenkamer al in 2017 constateerde dat veelal door het ontbreken van subsidieregelingen, de verdeling van subsidies onvoldoende objectief en transparant gebeurde, waardoor niet alle belanghebbenden gelijke mogelijkheden kregen om subsidies aan te vragen. Naar aanleiding van dit onderzoek besloot de raad daarom in december 2017 al om voor alle subsidies subsidieregelingen of specifieke subsidieverordeningen op te stellen en hier alleen van af te wijken indien sprake is van een uitzonderingsgrond uit de Algemene wet bestuursrecht. De raad zou bij het college voor alle subsidieverleningen kunnen navragen hoe het inmiddels staat met de opvolging van dit besluit.
Bij aanbeveling 3. Draag het college op een voorstel uit te werken waarmee het de raad inzicht biedt in het doelbereik, de behaalde prestaties en de lasten van het welzijnswerk. Reactie college Via werkbesprekingen, werkbezoeken, het periodiek rapporteren en het bespreken van de voortgang van de uitvoering van het welzijnsbeleid wil het college ervoor zorgen dat de gemeenteraad meer grip krijgt op welzijnswerk. Over het bieden van inzicht in het doelbereik geeft het college aan dat zij voornemens is, hierover via de planning & control cyclus over te rapporteren.
Nawoord rekenkamer Het college heeft op 24 mei en 7 juni jongstleden met het organiseren van respectievelijk een werkbespreking van de commissie Samenleving over de meerwaarde van professioneel welzijnswerk en een werkbezoek aan Servicepunt XL, Wijkz (Loosduinen) voortvarend een start gemaakt met het inzichtelijk maken van de uitvoering van welzijnswerk. Het college geeft niet aan of het de raad ook via aparte voortgangsrapportages over het welzijnswerk wil informeren. Omdat de verantwoording in de planning & control cyclus van beperkte omvang en diepgang is, kan het namelijk raadzaam zijn om periodiek uitgebreider te rapporteren
142
RIS315194 Kader meerjarige subsidies Den Haag 2023, vastgesteld door de gemeenteraad op 8 juni 2023
57
over het welzijnswerk. Zeker omdat, zoals het college zelf ook aangeeft, niet alles in meetbare doelen te vatten is.
58
Bijlage 1. Welzijnswerk volgens de ‘ ’ In deze bijlage lichten we toe wat een aantal welzijnsorganisaties die subsidie ontvangen voor ‘professioneel welzijnswerk’ aangeven met die subsidie te doen. Dit baseren we op onze analyse van subsidieaanvragen en kwartaalrapportages, en interviews die wij met deze welzijnsorganisaties hebben gevoerd.143 We maken hier een indeling in verschillende typen welzijnswerkactiviteiten die de welzijnsorganisaties in de praktijk uitvoeren: servicepunten, ouderenwerk, jongerenwerk, kinderwerk, opbouwwerk, coördinatie buurt- en wijkcentra en coördinatie vrijwilligerswerk.
Servicepunten Praktische hulpvragen Het werk van servicepuntmedewerkers bestaat onder andere uit het beantwoorden van en helpen bij praktische vragen van bewoners (alle doelgroepen) die de balie van het Servicepunt XL bezoeken. De gemeente noemt dit ‘informatie- en advies’.144 Dat is met open inloop. Ook beantwoorden de medewerkers vragen die telefonisch of per e-mail binnenkomen. Voorbeelden zijn hulpvragen over het aanvragen en activeren van een DigiDaccount, het aanvragen van een Ooievaarspas, het aanvragen van de energietoeslag of een inschrijving bij Woonnet-Haaglanden.145
Complexe problematiek Daarnaast kunnen bewoners langskomen met complexere meervoudige vragen op verschillende leefgebieden. De gemeente noemt dit onafhankelijke cliëntondersteuning, die de gemeente in het kader van de Wmo moet aanbieden.146 Bewoners hebben dan bijvoorbeeld financiële problemen, taalproblemen, psychische problemen, hebben te maken met een echtscheiding, kunnen geen woning vinden of hebben opvoedproblemen, aldus geïnterviewde medewerkers. Het maatschappelijk/sociaal werk helpt deze bewoners dan met het vinden van de juiste voorzieningen in de buurt en/of instanties voor hun verschillende vraagstukken. Ze wijzen bewoners daarbij ook op de activiteiten in de
143
We hebben in de periode augustus-september 2022 in totaal 8 semigestructureerde interviews gehouden met 19 personen die werkzaam zijn bij de ‘professioneel welzijnswerk’ organisaties: 2 jongerenwerkers, 1 kinderwerker, 2 opbouwwerkers, 4 maatschappelijk werkers, 2 sociaal werkers, 2 ouderenconsulenten, 4 coördinatoren, 1 manager en 1 directeur. Zie voor een nadere toelichting Bijlage 2 paragraaf Interviews. 144
RIS310647 Raadsvoorstel Bijlage 1, Versterken & Verbinden: Beleidsplan Professioneel Welzijnswerk 2021-2024, Gemeenteraad, 16 december 2021. 145
Interview externe organisatie.
146
RIS310647 Raadsvoorstel Bijlage 1, Versterken & Verbinden: Beleidsplan Professioneel Welzijnswerk 2021-2024, Gemeenteraad, 16 december 2021. Bij het feitelijk wederhoor vulde de ambtelijke organisatie hierop aan dat cliëntondersteuning naast complexe meervoudige vragen ook bedoeld is voor bewoners met enkelvoudige vragen.
59
wijkcentra en koppelen bewoners daarbij ook vaak aan vrijwilligers die hulp kunnen bieden, aldus geïnterviewde medewerkers.147 Hier gaan we in de paragrafen ‘Coördineren wijkcentra’ en ‘Coördinatie vrijwilligerswerk’ nader op in.
Overbruggen wachtlijsten instanties Geïnterviewde medewerkers geven aan dat het per bewoner verschilt hoeveel gesprekken er nodig zijn voordat het maatschappelijk werk de cliëntondersteuning afsluit. Er is regelmatig sprake van wachtlijsten voordat de cliënt terecht kan bij de juiste instanties. Of de cliënt moet bijvoorbeeld wachten op een Wmo-aanvraag. Het maatschappelijk werk overbrugt dan met de cliëntondersteuning de wachttijd, zodat de cliënt in de tussentijd wel hulp krijgt.148
Instanties die doorverwijzen naar de servicepunten Bewoners kunnen op eigen initiatief met een vraag aankloppen bij de servicepunten, maar instanties zoals huisartsen, vluchtelingenwerk, de gemeente, scholen, woningbouwverenigingen en ggz-instellingen verwijzen bewoners ook vaak naar de servicepunten of melden bewoners aan, blijkt uit kwartaalrapportages van de welzijnswerkorganisaties.149 Daarnaast werken maatschappelijk werkers ‘outreachend’ door bijvoorbeeld op straat, in wijkcentra, bij voedselbanken, scholen en bij het CJG een spreekuur te houden, flyers uit te delen en informele gesprekken met bewoners te voeren.150
Ouderenwerk Praktische hulpvragen en cliëntondersteuning Het ouderenwerk wordt uitgevoerd door sociaal werkers of ouderenconsulenten. Afhankelijk van de organisatie. We gebruiken hierna de term ouderenconsulenten. Het ouderenwerk is inhoudelijk gelijk aan het werk van de servicepunten, maar specifiek gericht op ouderen: hulp bij praktische vragen en cliëntondersteuning. Huisartsen, wijkagenten of bijvoorbeeld de kinderen melden ouderen aan bij de welzijnsorganisatie voor ondersteuning. Ouderen melden zichzelf ook aan. Ouderenconsulenten werken ook ‘outreachend’ door folders uit te delen op straat en bij huisartsen.151
147
Interviews externe organisaties.
148
Interview externe organisatie.
149
Intern document 4de kwartaalrapportage 2021 Stadsdeel Escamp, Bouwlust, ABBA/VL/31442, (datum onbekend), p. 3; Interview externe organisatie. 150
Interviews externe organisaties.
151
Interview externe organisatie. Bij het feitelijk wederhoor vulde de ambtelijke organisatie hierop aan dat outreachend werk van ouderenconsulenten ook het afleggen van huisbezoeken bevat.
60
Huisbezoeken Daarnaast gaan ouderenconsulenten op huisbezoek. Bijvoorbeeld bij ouderen die moeilijk naar het servicepunt kunnen komen. Het begint dan vaak met een informatie- en adviesvraag, maar vaak blijkt er sprake te zijn van eenzaamheid of bijvoorbeeld armoede, aldus geïnterviewde medewerkers.152 Ook nemen vrijwilligers tijdens informele vrijwillige huisbezoeken vragenlijsten af bij ouderen vanaf 75 jaar. Als daar een kwetsbaarheidsscore uit komt, geeft de vrijwilliger dat door aan de ouderenconsulenten. Die gaan dan langs.153
Langer thuis wonen en bestrijden eenzaamheid De ouderenconsulenten organiseren vaak vrijwilligersondersteuning en wijzen de ouderen naar de juiste instanties, aldus geïnterviewde medewerkers. Ook regelen ze bijvoorbeeld thuiszorg en Wmo-faciliteiten voor ouderen, zoals een traplift. Dat is allemaal gericht op het langer thuis kunnen blijven wonen van ouderen. Het tegengaan van eenzaamheid is een doel van de activiteiten voor ouderen.154 Vrijwilligersondersteuning bestaat bijvoorbeeld uit hulp bij de administratie, vervoer en begeleiding, boodschappenhulp, vriendschappelijk bezoek, digitale hulp.155 Hier gaan we bij de paragraaf over coördinatie van vrijwilligerswerk nader op in.
Haags Ontmoeten, activiteiten en voorlichting Ook verwijzen ouderenconsulenten ouderen met beginnende dementie en hun mantelzorger naar Haags Ontmoeten. Dat zijn ontmoetingsplekken in de stad waar ouderen en mantelzorgers terecht kunnen om anderen te ontmoeten en ervaringen te delen.156 Ouderenconsulenten coördineren een aantal Haags Ontmoeten groepen in de stad. Ouderenconsulenten organiseren zelf geen activiteiten, maar ondersteunen wel buurtbewoners die activiteiten voor ouderen willen organiseren. Ouderenconsulenten organiseren wel zelf voorlichtingen om mensen te informeren over het algemene voorzieningenaanbod in de wijk.157
Overleg met huisartsen Ouderenconsulenten van een van de organisaties die we hebben gesproken, nemen ook deel aan gestructureerd patiënt overleg bij huisartsen. In dat overleg zit de huisarts, een
152
Interview externe organisatie.
153
Intern document 4de kwartaalrapportage 2021 Stadsdeel Escamp, Bouwlust, ABBA/VL/31442, (datum onbekend), p. 4; Interview externe organisatie. 154
Intern document Subsidieverzoek 2021 Welzijn Scheveningen, ABBA/VL/31037, september 2020, p. 20.
155
Interview externe organisatie.
156
Haags Ontmoeten, voor ouderen én hun mantelzorgers, website Haags Ontmoeten, (datum onbekend), https://haagsontmoeten.nl, geraadpleegd op: 27 oktober 2022. 157
Intern document 4de kwartaalrapportage 2021 Stadsdeel Escamp, Bouwlust, ABBA/VL/31442 (datum onbekend), p. 6; Interview externe organisatie.
61
praktijkondersteuner en de sociaal werkers om kwetsbare ouderen in beeld te krijgen en ondersteuning aan te bieden.158
Jongerenwerk Vertrouwensband opbouwen De activiteiten van het jongerenwerk zijn gericht op het bouwen van een vertrouwensband zodat de jongeren hun hulpvragen (op termijn) durven te stellen als dat nodig is. Ook wil het jongerenwerk jongeren die op het verkeerde pad dreigen te raken met de activiteiten zinvolle vrijetijdsbesteding bieden en het goede voorbeeld geven.159 De activiteiten zijn ook bedoeld om een sociaal netwerk rondom jongeren te bewerkstelligen.160
Activiteiten na school en voor jongeren zonder school of werk Jongerenwerkers organiseren onder andere activiteiten voor jongeren na schooltijd.161 De activiteiten zijn bijvoorbeeld huiswerkbegeleiding, voorlichting, taal, knutselen, koken, gamen, meidenclubs en sportactiviteiten. 162 De activiteiten zijn gericht op verschillende leeftijdsgroepen. Daarnaast organiseert het jongerenwerk inloopmiddagen waarbij jongeren informeel bij het buurthuis/wijkcentrum binnen kunnen lopen om de jongerenwerkers en elkaar te ontmoeten.163 Ook richt het jongerenwerk zich op jongeren zonder werk, stage of school om hun talenten te ontwikkelen en zo de kans op scholing, een startkwalificatie of werk te verbeteren.164
Jongeren stimuleren zich in te zetten voor de wijk Het jongerenwerk stimuleert jongeren ook om zich in te zetten voor hun directe woon- en leefomgeving door het ontplooien van eigen initiatieven en de ontwikkeling van vaardigheden gericht op veerkracht en eigenaarschap met de methode Vreedzame Wijk.165
158
Interview externe organisatie.
159
Interview externe organisatie.
160
Interview externe organisatie.
161
Intern document 4de kwartaalrapportage 2021 Stadsdeel Escamp, Wateringse Veld, ABBA/VL/31442, (datum onbekend), p.2
162
Intern document Subsidieverzoek 2021 Voor Welzijn, Stadsdeel Segbroek, Regentessekwartier, ABBA/VL/30392, (datum onbekend) p.23-28; Interview externe organisatie. 163
Interview externe organisatie.
164
Intern document 4de kwartaalrapportage 2021 Stadsdeel Centrum, Stationsbuurt, ABBA/VL/30608, (datum onbekend), p.1.
165
Interne documenten: 4de kwartaalrapportage 2021 Stadsdeel Escamp, Wateringse Veld, ABBA/VL/31442, (datum onbekend), p.2; Subsidieverzoek 2021 Stadsdeel Escamp, Vrederust, ABBA/VL/31442, (datum onbekend), p.7.
62
Rondes lopen Ook werken de jongerenwerkers ‘outreachend’ door rondes te lopen in de wijk gericht op hotspots) en contact te leggen met jongeren op straat.166 Dit doen de jongerenwerkers ook in de avond tot ongeveer 22:00. Ze wijzen jongeren dan op activiteiten waar ze aan deel kunnen nemen of maken alleen een praatje.167 Ook staan sommige jongerenwerkers als aanspreekpunt op pleinen met sportspullen. Met sport en spel leggen ze contact met jongeren in de wijk.168
Risico’s signaleren in de wijk en aanpakken overlast Jongerenwerkers hebben contact met wijkagenten om risicosignalen over veiligheid in de wijk en jongeren die het verkeerde pad op dreigen te gaan met elkaar te delen. Ook nemen jongerenwerkers deel aan overleggen met de gemeente waarin signalen over dingen die in de wijk spelen met elkaar worden gedeeld.169 Jongerenwerkers richten zich ook op het verminderen van overlast door hinderlijke jeugdgroepen in de wijken door een aanpak op groepsniveau.170
Kinderwerk Kwetsbare kinderen in beeld krijgen en houden Het kinderwerk beoogt met haar activiteiten kinderen die kwetsbaar zijn in beeld te krijgen en te houden. En dat kinderen huiselijkheid en een veilige omgeving ervaren, waarbij ze samen leuke dingen kunnen doen, in plaats van op straat te hangen. Het kinderwerk richt haar activiteiten ook op opvoeding, gezond eten en taalgebruik.171
Activiteiten gericht op ontwikkeling Het kinderwerk richt zich op kinderen in de basisschoolleeftijd. Na schooltijd organiseert het kinderwerk activiteiten zoals sport en spel, koken, schilderen, knutselen, muziek en theater. Die dienen ervoor dat kinderen – die om uiteenlopende redenen niet naar huis gaan of kunnen – niet op straat blijven hangen, maar iets om handen hebben.172 De activiteiten zijn gericht op sociaalemotionele ontwikkeling, zelfredzaamheid en de motorische en cognitieve
166
Intern document 4de kwartaalrapportage 2021 Stadsdeel Centrum, Stationsbuurt, ABBA/VL/30608, (datum onbekend), p.1.
167
Interview externe organisatie.
168
Interview externe organisatie.
169
Intern document 4de kwartaalrapportage 2021 Stadsdeel Escamp, Wateringse Veld, ABBA/VL/31442, (datum onbekend), p.5; Interview externe organisatie. 170
Intern document 4de kwartaalrapportage 2021 Stadsdeel Escamp, Wateringse Veld, ABBA/VL/31442, (datum onbekend), p.5
171
Interview externe organisatie.
172
Interview externe organisatie.
63
ontwikkeling.173 Ook zijn er in de avondactiviteiten en tussen de middag in samenwerking met basisscholen. Op woensdagen kunnen kinderen ook komen lunchen. In de vakanties is er een vakantieprogramma.
Activiteiten gericht op ouders Het kinderwerk organiseert opvoedactiviteiten en biedt laagdrempelige ontmoetingsactiviteiten en themabijeenkomsten voor ouders gericht op opvoeding, gezondheid, bewegen of bijvoorbeeld sociale media.174 Ook organiseert kinderwerk in de zomer ouder-kindkampen ter bevordering van ouder-kind-participatie en het signaleren van hulpvragen m.b.t. opvoedingsondersteuning.175
Opbouwwerk Verhogen van de sociale cohesie in wijken De activiteiten van het opbouwwerk zijn gericht op het verlagen van drempels tussen en bij bewoners om contact te zoeken bij problemen, zoals armoede en schulden.176 Dat gaat om het verhogen van de sociale cohesie. Opbouwwerk richt zich ook op het verhogen van het contact met statushouders en arbeidsmigranten die nieuw in de wijk zijn komen wonen.177 Opbouwwerkers lopen rond op straat om in contact te komen met bewoners. Vanuit gemeentelijk beleid weten de opbouwwerkers welke straten en wijken aandacht vereisen. Volgens geïnterviewde medewerkers, bellen opbouwwerkers aan bij bewoners om een praatje te maken en een keer koffie te drinken om ideeën uit te wisselen. Op die manier onderzoeken de opbouwwerkers wat er speelt in een wijk en waar behoefte aan is.178
Bewonersparticipatie stimuleren en helpen bij subsidieaanvragen Het opbouwwerk houdt zich bezig met het stimuleren van bewonersparticipatie. Opbouwwerkers stimuleren bewoners in een wijk om activiteiten te organiseren voor elkaar en zich te ontfermen over het verbeteren van de leefbaarheid en veiligheid in een wijk.179 Voorbeelden zijn het opzetten van een buurtinterventieteam dat rondes loopt om de
173
Interview externe organisatie.
174
Intern documenten: 4de kwartaalrapportage 2021 Stadsdeel Escamp, Wateringse Veld, ABBA/VL/31442, (datum onbekend), p.1; 3de kwartaalrapportage 2021 Stadsdeel Centrum, Schilderwijk, ABBA/VL/30881, (datum onbekend), p.1. 175
Intern document Subsidieaanvraag 2021 Stichting Jeugdwerk, Bijlage 1: Stadsdeel Centrum DPZ/2020.491, ABBA/VL/30881, (datum onbekend), p. 22. 176
Intern document 4de kwartaalrapportage 2021 Stadsdeel Escamp, Bouwlust, ABBA/VL/31442, (datum onbekend), p.8.
177
Intern document 4de kwartaalrapportage 2021 Stadsdeel Escamp, Bouwlust, ABBA/VL/31442, (datum onbekend), p. 12.
178
Interview externe organisatie.
179
Intern document 4de kwartaalrapportage 2021 Stadsdeel Escamp, Wateringse Veld, ABBA/VL/31442, (datum onbekend), p.7; Interview externe organisatie.
64
leefbaarheid en veiligheid in een wijk in de gaten te houden,180 het organiseren van een straatfeest, het bemensen en onderhouden van een wijkcentrum of het opzetten van een bewonersorganisatie. Opbouwwerkers helpen bewoners(organisaties) daarbij ook om subsidie aan te vragen en te verantwoorden.181
Coördinatie buurt- en wijkcentra In het verlengde van het opbouwwerk coördineren de organisaties voor het ‘professioneel welzijnswerk’ ook buurt- en wijkcentra. Het doel is bewoners in de wijk een plek te bieden waar ze terecht kunnen voor laagdrempelige vrijetijdsbesteding en het opbouwen van een sociaal netwerk, onder andere om eenzaamheid tegen te gaan.182 De buurt- en wijkcentra bieden gratis ruimte aan vrijwilligers en bewonersorganisaties om diverse activiteiten te organiseren voor verschillende doelgroepen, zoals muziekles, taalles, computervaardigheden, yoga en schilderen.183 Ook zijn er bijvoorbeeld maaltijdprojecten waarbij door vrijwilligers wordt gekookt voor eenzame ouderen in de wijk. Daarnaast kunnen vakkrachten (hbo-geschoolden) ruimtes gebruiken voor activiteiten, zoals bewegen voor ouderen. Zij kunnen hun uren declareren bij de welzijnsorganisatie.184
Coördinatie vrijwilligerswerk De organisaties voor ‘professioneel welzijnswerk’ coördineren ook diverse vrijwilligersdiensten, zoals telefooncirkels, boodschappendienst, vervoersdiensten, signalerende huisbezoeken, hulp bij thuisadministratie, praatgroepen en klussendienst.185 Opbouwwerkers, sociaal werkers en ouderenconsulenten werven en coördineren de vrijwilligers die deze diensten uitvoeren.186 Ze koppelen mensen die hulp en ondersteuning nodig hebben aan de vrijwilligers. De vrijwilligers nemen veel werk van de professioneel welzijnswerkers uit handen, maar het werven en coördineren van vrijwilligers kost, volgens de welzijnsorganisaties, ook tijd en aandacht. De vrijwilligers zijn geen professionals en
180
Intern document 4de kwartaalrapportage 2021 Stadsdeel centrum, Schilderswijk Gebied 1, ABBA/VL/30608, (datum onbekend), p.10. 181
Interviews externe organisaties.
182
Intern document 4de kwartaalrapportage 2021 Stadsdeel Escamp, Bouwlust, ABBA/VL/31442, (datum onbekend), p.11.
183
Zie ook het aanbod van activiteiten op de websites van de Servicepunten XL, Welzijn Scheveningen en WijkZ. Servicepunt XL, website Servicepunt XL, (datum onbekend), https://servicepuntxl.nl, geraadpleegd op: 2 november 2022; Welkom bij Welzijn Scheveningen, website Welzijn Scheveningen, (datum onbekend), https://www.welzijnscheveningen.nl, geraadpleegd op: 2 november 2022; WijkZ, website WijkZ, (datum onbekend), https://www.wijkz.nl, geraadpleegd op: 2 november 2022. Bij het feitelijk wederhoor vulde de ambtelijke organisatie hierop aan dat een deel de ruimten ‘om niet’ kan gebruiken en dat een deel de ruimten kan gebruiken tegen betaling van een ‘sociaal tarief’. 184
Interview externe organisatie.
185
Intern document Subsidieverzoek 2021 Welzijn Scheveningen, ABBA/VL/31037, september 2020, p. 23; Interviews externe organisaties. 186
Intern document Subsidieverzoek 2021 Welzijn Scheveningen, ABBA/VL/31037, september 2020, p. 10.
65
hebben regelmatig zelf ook een bepaalde mate van kwetsbaarheid. Als de vrijwilligers ziek zijn of met vakantie, springen de medewerkers van het ‘professioneel welzijnswerk’ in.187
187
Interview externe organisatie.
66
Bijlage 2. Onderzoeksverantwoording In deze bijlage beschrijven we het normenkader en de onderzoeksmethoden die wij hebben gebruikt om de onderzoeksvragen te beantwoorden.
Normenkader In ons onderzoek maakten we gebruik van een normenkader. De normen baseren we op wet- en regelgeving. We toetsten het gevoerde beleid aan de hand van de gestelde normen. Onderstaande tabel toont de normen en de bijbehorende bevindingen van ons onderzoek. Norm
Bevindingen
Norm 1: Voor alle taken en activiteiten
Bevinding 1. Het gemeentebestuur heeft
brengt de raad jaarlijks op de
welzijnswerk en daarvoor beschikbare
begroting de bedragen die hij
subsidiebudgetten niet duidelijk
188
daarvoor beschikbaar stelt.
gedefinieerd en afgebakend. Bevinding 2. In de praktijk verleent het college buiten het budget voor professioneel welzijnswerk om subsidies voor activiteiten die hier identiek aan zijn.
Norm 2: Het is in beginsel alleen maar mogelijk om via een subsidieregeling of specifieke subsidieverordening nadere regels te stellen voor subsidieverlening. Voor welke
Bevinding 3. Het merendeel van de
activiteiten en onder welke
subsidies voor welzijnswerk verleent het
voorwaarden.189
college niet in overeenstemming met
Norm 3: Voor het verstrekken van
wet- en regelgeving dan wel het eigen
subsidie moet de ASV altijd verder
subsidiebeleid.
worden uitgewerkt in een subsidieregeling.190 Norm 4: De gemeente biedt bij het
Bevinding 4. Het grootste deel van de
verdelen van schaarse subsidies
subsidies voor welzijnswerk verleent het
mogelijke gegadigden de kans om
college niet transparant waardoor een
188
Gemeentewet, artikel 189, lid 1. Geraadpleegd op https://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/2023-0101/#TiteldeelIV_HoofdstukXII. 189
RIS297663 Raadsvoorstel Bijlage, Rekenkameronderzoek Eerlijk Delen: Opvolgingsonderzoek naar de verstrekking van subsidies door de gemeente Den Haag, Rekenkamer Den Haag, 24 augustus 2017, p. 21. 190
RIS305416 Raadsvoorstel Bijlage, Kadernota subsidiebeleid Den Haag 2020-2023, Gemeenteraad, 14 juli 2020, p. 7.
67
naar de beschikbare subsidie mee te
gelijke kans voor mogelijke aanbieders
dingen. Om dit mogelijk te maken,
ontbreekt.
geeft de gemeente aan (mogelijke) gegadigden een passende mate van openbaarheid.191 Norm 5: Bij subsidie neemt de subsidieaanvrager het initiatief om subsidie aan te vragen.192
Bevinding 5. Het college gedraagt zich bij
Norm 6: Er zal eerder sprake zijn van
de verlening van subsidies voor
een opdracht dan van een subsidie
‘professioneel welzijnswerk’ meer als
naarmate de subsidieverlener meer
opdrachtgever dan als subsidiënt.
zeggenschap over de invulling van de prestatie heeft.193 Norm 7: Bij het beschikbaar stellen van subsidies maakt het college duidelijk welk beleidsdoel er met de subsidie wordt beoogd.194 Norm 8: De doelen die zijn
Bevinding 6. Voor het merendeel van de
opgenomen in een subsidieaanvraag
subsidies die het college verleent voor
waarvoor subsidie is verleend, sluiten
welzijnswerk, is aannemelijk gemaakt dat
aan op de doelen van de
deze bijdragen aan de beleidsdoelen van
subsidieregeling dan wel de
de subsidie.
beleidsdoelen die gelden voor deze subsidie.195 Norm 9: Een subsidie wordt altijd verstrekt voor bepaalde activiteiten
191
Uitspraak 201406676/2/A3, website Raad van State, 25 mei 2016, https://www.raadvanstate.nl/@104042/201406676-2a3/, geraadpleegd op: 23 januari 2023. 192
RIS305416 Raadsvoorstel Bijlage, Kadernota subsidiebeleid Den Haag 2020-2023, Gemeenteraad, 14 juli 2020, p. 25; Vijf vragen bij het achterhalen van verschillen, website PIANOo Expertisecentrum Aanbesteden van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, (datum onbekend), https://www.pianoo.nl/nl/over-pianoo/vakgroepen/vakgroep-aanbestedingsrecht/visiesubsidie-of-overheidsopdracht/vijf-vragen-bij-achterhalen-van, geraadpleegd op: 15 november 2022. Het expertisecentrum Aanbesteden heeft als taak het inkopen en aanbesteden bij overheden te professionaliseren. Met oog voor rechtmatigheid én doelmatigheid. 193
RIS312063 Collegebesluit Bijlage 1, Werkinstructie afweging overheidsopdracht of subsidie Den Haag 2022, College van Burgemeester en Wethouders, 24 mei 2022, p. 3; Vijf vragen bij het achterhalen van verschillen, website PIANOo Expertisecentrum Aanbesteden van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (datum onbekend), https://www.pianoo.nl/nl/over-pianoo/vakgroepen/vakgroep-aanbestedingsrecht/visie-subsidie-of-overheidsopdracht/vijfvragen-bij-achterhalen-van, geraadpleegd op: 15 november 2022. 194
RIS305416 Raadsvoorstel Bijlage, Kadernota subsidiebeleid Den Haag 2020-2023, Gemeenteraad, 14 juli 2020.
195
Algemene subsidieverordening Den Haag 2014, artikel 8, lid 2b. Geraadpleegd op https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR323035/4.
68
van de aanvrager. In de aanvraag wordt aannemelijk gemaakt dat de activiteiten bijdragen aan de in de aanvraag opgenomen doelstellingen.196 Norm 10: De verantwoording aan de
Bevinding 7. De verantwoording van het
gemeenteraad biedt inzicht in de mate college aan de raad over welzijnswerk waarin de doelstellingen zijn gerealiseerd en wat dat heeft gekost.197
laat onvoldoende zien: a. In welke mate beleidsdoelen voor welzijnswerk zijn bereikt; b. wat de ‘professionele welzijnsorganisaties’ in de praktijk hebben gedaan en bereikt; c. hoeveel subsidie aan welzijnswerk is besteed.
Wet- en regelgeving en het gemeentelijk subsidiebeleid We lichten hieronder toe wat de wet- en regelgeving en het eigen subsidiebeleid van de gemeente is. Volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het in beginsel alleen mogelijk om via een subsidieregeling of specifieke subsidieverordening nadere regels te stellen voor subsidieverlening, een zogenaamd ‘algemeen verbindend voorschrift’.198 Het gaat dan om nadere regels voor welke activiteiten en onder welke voorwaarden subsidie kan worden verstrekt.199 Dit kan niet met een ASV. Met een ASV alleen voldoet een gemeentebestuur niet aan het vereiste van een wettelijk voorschrift als bedoeld in de Awb.200 Ook geldt bij subsidies met een subsidieplafond201 het ‘gelijkheidsbeginsel’ zie kader . Deze term houdt in
196
Algemene subsidieverordening Den Haag 2014, artikel 8, lid 2b. Geraadpleegd op https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR323035/4. 197
Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, 2019, artikel 25. Geraadpleegd op https://wetten.overheid.nl/BWBR0014606/2019-07-01. 198
Een algemene regel die is vastgesteld bij wet of op basis van een zelfstandige algemene maatregel van bestuur. Zie Bijlage 3. Begrippenlijst voor een nadere toelichting. 199
Algemene wet bestuursrecht, artikel 4:23, lid 1. Geraadpleegd op https://wetten.overheid.nl/BWBR0005537/2022-03-02.
200
Handreiking basisbeginselen subsidierecht, E. van Lottum, VNG Team Recht , augustus 2019, https://vng.nl/publicaties/handreiking-basisbeginselen-subsidierecht, geraadpleegd op: 7 april 2023. 201
Een subsidieplafond is het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak maximaal beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies (Algemene wet bestuursrecht, artikel 4:22).
69
dat alle belangstellenden die subsidie zouden willen aanvragen, daar de kans voor moeten krijgen. Daarbij is het nodig dat deze belangstellenden kennis kunnen nemen van de beschikbaarheid van de subsidie en de aanvraagprocedure. Het gelijkheidsbeginsel bij schaarse subsidies Volgens de Raad van State gaat het bij het gelijkheidsbeginsel om het volgende: 202 Schaarse subsidies zijn subsidies met een subsidieplafond. Bestuursorganen, zoals gemeenten, moeten bij het verdelen van schaarse subsidies mogelijke gegadigden de kans bieden om naar de beschikbare subsidie mee te dingen. Deze verplichting vloeit voort uit het formele gelijkheidsbeginsel: het beginsel van gelijke kansen. Om de mededinging mogelijk te maken, moet het bestuur aan (mogelijke) gegadigden een passende mate van openbaarheid geven met vier criteria: 1. de beschikbaarheid van de subsidie; 2. de verdeelprocedure; 3. het aanvraagtijdvak en 4. de toe te passen criteria. ok moet de informatie op zo’n manier worden bekendgemaakt dat potentiële gegadigden daarvan kennis kunnen nemen. De gemeente stelt in de Kadernota subsidiebeleid Den Haag 2020-20 3 dat “voor het verstrekken van subsidie de ASV altijd verder moet worden uitgewerkt in een subsidieregeling.
Alleen op die manier kan een subsidie gedetailleerd worden vormgegeven en worden bereikt dat voor alle belanghebbenden dezelfde regels gelden.”203 Vanaf juli 2014 is ook in het beleid van de gemeente opgenomen dat beleidsinhoudelijke elementen van subsidieverstrekkingen onder de ASV vastgelegd moeten worden in subsidieregelingen.204 Volgens de Awb kan een bestuursorgaan ook aan specifieke organisaties subsidie verstrekken door de subsidieontvanger en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan
202
Uitspraak 201406676/2/A3, website Raad van State, 25 mei 2016, https://www.raadvanstate.nl/@104042/201406676-2a3/, geraadpleegd op: 23 januari 2023; Advocaat Generaal Widdershoven: gelijke kansen bij de verdeling van schaarse vergunningen, website Stibbe, 27 mei 2016, https://www.stibbeblog.nl/all-blog-posts/environment-and-planning/agwiddershoven-gelijke-kansen-bij-de-verdeling-van-schaarse-vergunningen, geraadpleegd op: 17 oktober 2022. 203
RIS305416 Raadsvoorstel Bijlage, Kadernota subsidiebeleid Den Haag 2020-2023, Gemeenteraad, 14 juli 2020, p. 7.
204
RIS297663 Raadsvoorstel Bijlage, Rekenkameronderzoek Eerlijk Delen: Opvolgingsonderzoek naar de verstrekking van subsidies door de gemeente Den Haag, Rekenkamer Den Haag, 24 augustus 2017, p. 21.
70
worden vastgesteld, in de begroting te vermelden.205 In de Programmabegroting 2023-2026 staat dat de gemeente Den Haag deze subsidievorm (begrotingssubsidie) toepast, wanneer uit marktanalyse blijkt dat er maar één of een zeer beperkt aantal organisaties in staat zijn die specifieke activiteit uit te voeren.206 Er bestaan nog drie uitzonderingsgronden in de Awb voor het verlenen van subsidie zonder wettelijk voorschrift: 1) In afwachting van een wettelijk voorschrift gedurende maximaal een jaar, 2) op grond van een EU-programma of 3) in incidentele gevallen voor maximaal vier jaar.207
Aanpak analyse subsidieregister Voor de toetsing van norm 7, was het noodzakelijk te bepalen welke subsidieregelingen betrekking hebben op welzijnswerk. De gemeente gaf, naar aanleiding van onze vraag, aan dat dit de Innovatieregeling betreft.208 Onze analyse van alle verleningen in het subsidieregister laat echter zien dat het college over de periode 2019 tot en met 2021 op basis van meer dan bovengenoemde subsidieregelingen subsidie verleent aan welzijnswerkactiviteiten. Daarbij moeten we opmerken dat deze analyse niet uitputtend is, omdat de doelstelling van de verlening niet altijd (uitgebreid) door de ambtelijke organisatie is ingevuld. We hebben aan de hand van trefwoorden een analyse verricht met het statistische programma R op de doelstellingen die de ambtelijke organisatie bij iedere subsidieverlening in het subsidieregister heeft opgenomen. De trefwoorden hebben we bepaald aan de hand van de beschrijving van welzijnswerk in het beleidsplan Professioneel Welzijnswerk.209 De periode die we hebben geanalyseerd betreft de jaren 2019, 2020 en 2021. We hebben 2019 als beginjaar genomen, omdat het gemeentebestuur vanaf dat jaar welzijn kleinschalig, wijkgericht en innovatief wilde organiseren.210 We hebben 2021 als eindjaar genomen omdat we ook subsidieverantwoordingen wilden meenemen.
De 3.361 subsidieverleningen die uit onze analyse naar voren kwamen, hebben we vervolgens gecategoriseerd in drie categorieën subsidieverleningen:
205
Algemene wet bestuursrecht, artikel 4:23, lid 3c. Geraadpleegd op https://wetten.overheid.nl/BWBR0005537/2022-03-02.
206
RIS313463 Raadsvoorstel Bijlage 1, Programmabegroting 2023-2026, College van Burgemeester en Wethouders, 1 december 2022, p. 288. 207
Algemene wet bestuursrecht, artikel 4:23, lid 3a, b en d. Geraadpleegd op https://wetten.overheid.nl/BWBR0005537/202203-02. 208
Beantwoording informatie-uitvraag rekenkamer, 9 februari 2022.
209
RIS310647 Raadsvoorstel Bijlage 1, Versterken & Verbinden: Beleidsplan Professioneel Welzijnswerk 2021-2024, Gemeenteraad, 16 december 2021. 210
RIS304121 Overig Bijlage, Samen voor de stad: Coalitieakkoord 2019-2022, Gemeenteraad, 19 december 2019, p. 21.
71
1. verleningen die zeker betrekking hebben op welzijnswerk (1.931), 2. verleningen waar twijfel over bestaat (801) en 3. verleningen die zeker geen betrekking hebben op welzijnswerk (629).
Resultaten De subsidieregelingen uit de eerste categorie (verleningen die zeker betrekking hebben op welzijnswerk) hebben we getoetst op norm 7. Het gaat hier om 8 subsidieregelingen (inclusief eerdergenoemde regelingen die de gemeente zelf beschouwt als regelingen voor welzijnswerk). 211 Subsidieregeling welzijn voor innovatieve (kleinschalige) wijkgerichte initiatieven Den Haag 2019 en 2020. Subsidieregeling jongerenwerk plus Den Haag 2021. Subsidieregeling Ouderensociëteiten Den Haag 2015 en 2020. Subsidieregeling Basissubsidie bewonersorganisaties Den Haag 2020. Subsidieregeling Leefbaarheid en Bewonersparticipatie Den Haag 2016 en 2020. Subsidieregeling Stimulering Bewoners-initiatieven Veiligheid Den Haag 2015, 2019 en 2020. Subsidieregeling Jeugd Den Haag 2018. Subsidieregeling Jongeren actief in coronatijd Den Haag 2021. Uit het subsidieregister blijkt dat het college ook subsidies heeft verleend op basis van een beleidsstuk. In totaal zijn er zes beleidsstukken die naar voren komen uit onze analyse met betrekking tot welzijnswerkactiviteiten. We hebben daarbij alleen de beleidsstukken meegenomen op basis waarvan het college meerdere subsidies heeft verleend voor welzijnswerkactiviteiten. Actieplan en campagne eenzaamheid Met z’n allen niet alleen. Den Haag, seniorvriendelijke stad 2015-2018: Actieprogramma Haags ouderenbeleid. Actieprogramma Informele Zorg 2015-2018.
Beleidsnota 2016-2018 Samen en met eigen kracht.
211
We zijn uitgegaan van de subsidieregeling die de ambtelijke organisatie bij de informatie-uitvraag van 9 februari 2022 opgegeven en de zeven regelingen die daarnaast uit onze analyse van het subsidieregister naar voren kwamen. In het feitelijk wederhoor heeft de ambtelijke organisatie nog een extra regeling genoemd: ‘Subsidieregeling impuls vrijwilligersinitiatieven coronacrisis Den Haag 2021’ (RIS309350). Die hebben wij echter niet meer in onze analyse mee kunnen nemen. In het subsidieregister zien we dat op basis van deze regeling in 2021 69 subsidies zijn verleend voor een totaalbedrag van € 99.085. De doelstelling van deze subsidieverleningen is echter vaak niet ingevuld in het register.
72
Beleidsplan Wmo 2015-2016. Sterk zijn Hagenaars met een beperking 2016-2019. Onderstaande tabel geeft totaalbedragen weer per jaar van de subsidies die we bij onze analyse van het subsidieregister hebben ingedeeld onder ‘zeker welzijnswerk’, bij bevinding 2 onder de pijlen 4 en 5a en 5b in Figuur 6. ‘p
’ ‘professioneel
’ Jaar
2019
Bedrag
€ 3. 39.396
2020 € .
.
9
2021 € . 44.6 6
Subsidie waarmee andere organisaties welzijnswerk uitvoeren: / Jaar Bedrag
’
5
2019
2020
2021
€ 5.868.372
€ 5.466. 4
€ 5.096.706
Op basis van de Algemene subsidieverordening (pijl 5b) Jaar Bedrag Totaal
2019 €
.
€ 9.617.768
2020 € 4.5 € 6.671570
2021 €
5. 6
€ 6.446.579
Voorbeelden pijl 4 Hieronder geven we drie voorbeelden van subsidieverleningen waarmee de acht organisaties voor ‘professioneel welzijnswerk’ vergelijkbare activiteiten uitvoeren als met de subsidie voor ‘professioneel welzijnswerk’ pijl 4 . 1. Een subsidieverlening in 2019 aan Stichting VOOR Welzijn (één van de acht in het beleidsplan Professioneel Welzijnswerk opgenomen instellingen voor welzijnswerk) op basis van Den Haag, seniorvriendelijke stad 2015-2018: Actieprogramma Haags ouderenbeleid.212 Deze subsidie heeft het college aan Stichting VOOR Welzijn verleend voor het project ‘Ouderenconsulenten niet westerse doelgroepen’ voor het jaar 2019. De subsidie is bedoeld voor de inzet van ouderenconsulenten die zich richten op ouderen met een migrantenachtergrond. Het doel is de aansluiting te bevorderen voor ouderen met een migrantenachtergrond naar het zorg- en dienstverleningsaanbod en concreet hulp te bieden. Deze activiteit komt overeen met het reguliere ouderenwerk
212
Intern registratiesysteem ABBA Beschikking ABBA/VL/18370.
73
dat de welzijnsorganisaties uitvoeren met de subsidie voor het ‘professioneel welzijnswerk’.213 2. Een subsidieverlening aan Stichting voor de Haagse Jeugd Clubhuis de Mussen in 2020 op basis van de subsidieregeling Stimulering Bewonersinitiatieven Veiligheid Den Haag 020.214 Deze subsidie heeft het college aan Clubhuis de Mussen verleend voor het project ‘Jongerenbuurtpreventieteam (JBPT) De Mussen 2020’. Deze activiteit komt overeen met het opbouwwerk dat de welzijnsorganisaties uitvoeren met de subsidie voor het ‘professioneel welzijnswerk’. 215 Uit interviews met de praktijk en verantwoordingsrapportages van ‘professionele welzijnswerkorganisaties’ komt naar voren dat opbouwwerk onder andere gaat om het opzetten van buurtinterventieteams die rondes lopen in de wijk om de leefbaarheid en veiligheid te vergroten.216 Het JBPT loopt minimaal eenmaal per week rond in de Schilderswijk en let daarbij op onveilige situaties en de kwaliteit van de leefbaarheid.217 Signalen van knelpunten geeft het JBPT door aan de gemeente, politie, woningbouwcorporaties en een bewonersorganisatie. Clubhuis de Mussen biedt ondersteuning en begeleiding aan het JBPT.218 3.
Een subsidieverlening aan Stichting Jeugdwerk in 2021 op basis van de subsidieregeling Leefbaarheid en Bewonersparticipatie Den Haag 2020.219 Deze subsidie heeft het college aan Stichting Jeugdwerk verleend voor het project ‘Vreedzame Wijk Oude Centrum’. Deze activiteit komt overeen met het opbouwwerk dat de welzijnsorganisaties uitvoeren met de subsidie voor het ‘professioneel welzijnswerk’.220 In dit project begeleidt en traint Stichting Jeugdwerk kinderen, ouders en andere bewoners en leidt ze op tot mediators die helpen bij het oplossen van (onderlinge) conflicten. Door deze methodiek toe te passen en vaardigheden aan te leren, beoogt Stichting Jeugdwerk de cohesie en het intercultureel contact in de wijk te vergroten.221
213
Zie voor een nadere toelichting Ouderenwerk in Bijlage 1.
214
Intern registratiesysteem ABBA Beschikking ABBA/VL/31019.
215
Zie voor een nadere toelichting Opbouwwerk in Bijlage 1.
216
Zie bijlage 1 paragraaf Opbouwwerk en de 4de kwartaalrapportage 2021 Stadsdeel centrum, Schilderswijk Gebied 1, ABBA/VL/30608, p. 10. 217
Subsidieregister, website Gemeente Den Haag, (datum onbekend), https://subsidieregister.denhaag.nl, geraadpleegd op: 23 september 2022. 218
Intern registratiesysteem ABBA Beschikking ABBA/VL/31019.
219
Intern registratiesysteem ABBA Beschikking ABBA/VL/34766.
220
Zie voor een nadere toelichting Opbouwwerk in Bijlage 1.
221
Intern registratiesysteem ABBA Plan van Aanpak ABBA/VL/34766.
74
Voorbeelden pijl 5a Hieronder geven we drie voorbeelden van subsidieverleningen waarmee andere organisaties welzijnswerk uitvoeren op basis van andere subsidieregelingen/ beleidsnota’s pijl 5a . 1. Vraagelkaar B.V. organiseert activiteiten waarmee inwoners van Den Haag hun sociale netwerk kunnen uitbreiden en sociale en praktische ondersteuning bieden aan elkaar. Deze activiteit komt overeen met de coördinatie van vrijwilligerswerk die de welzijnsorganisaties uitvoeren met de subsidie voor het ‘professioneel welzijnswerk’.222 Vraagelkaar B.V. wil daarmee eenzaamheid voorkomen en zelfredzaamheid van inwoners vergroten.223 In de periode 2019 tot en met 2021 verleende het college hiervoor jaarlijks tussen de €
.
en € 3
.
aan raagelkaar B. . op basis van het
actieplan Met z’n allen niet alleen.224 2. Stichting het Klokhuis beheert een wijkcentrum in de Archipelbuurt en Willemspark. Deze activiteit komt overeen met de coördinatie van wijk- en buurtcentra die de welzijnsorganisaties uitvoeren met de subsidie voor het ‘professioneel welzijnswerk’.225 Stichting het Klokhuis is, volgens de vermeldde doelstelling in het subsidieregister, een “Wijk- en Dienstencentrum dat een belangrijke functie heeft in de buurt als ontmoetingsplek. Er worden verschillende activiteiten georganiseerd voor bewoners uit Archipel & Willemspark om de bewoners van de wijk te bereiken en nieuwe verbindingen tussen bewoners tot stand te brengen”.226 In de periode 2019 tot en met verleende het college hiervoor jaarlijks tussen de € 9 .
en € 95.
op basis van
227
de subsidieregeling Leefbaarheid en bewonersparticipatie Den Haag.
3. Stek, stichting voor stad en kerk, is een organisatie die activiteiten voor jongeren, ouderen en kwetsbare inwoners van Den Haag organiseert. Deze activiteiten komen overeen met het jongerenwerk en ouderenwerk die de welzijnsorganisaties uitvoeren met de subsidie voor het ‘professioneel welzijnswerk’.228 Stek wil mensen stimuleren om zich met elkaar te verbinden. Stek heeft een aantal buurt-en-kerkhuizen. Mensen kunnen daar terecht voor bijvoorbeeld een inloopspreekuur, een buurtmaaltijd of een
222
Zie voor een nadere toelichting Coördinatie vrijwilligerswerk in Bijlage 1.
223
Subsidieregister, website Gemeente Den Haag, (datum onbekend), https://subsidieregister.denhaag.nl, geraadpleegd op: 29 september 2022. 224
Intern registratiesysteem ABBA Beschikking ABBA/VL/21189, 26934, 33991.
225
Zie voor een nadere toelichting Coördinatie buurt- en wijkcentra in Bijlage 1.
226
Subsidieregister, website Gemeente Den Haag, (datum onbekend), https://subsidieregister.denhaag.nl, geraadpleegd op: 19 september 2022. 227
Intern registratiesysteem ABBA Beschikking ABBA/VL/18732, 27068, 33487.
228
Zie voor een nadere toelichting Jongerenwerk en Ouderenwerk in Bijlage 1.
75
gespreksgroep.229 Het college subsidieert Stek onder andere op basis van de subsidieregeling Leefbaarheid en bewonersparticipatie Den Haag, het actieprogramma Seniorvriendelijke stad 2015-2018, het actieprogramma Informele zorg 2015-2018 en de beleidsnota Samen en met eigen kracht. In de periode 2019 tot en met 2021 verleende het college jaarlijks tussen de € 545.
en € 5 .
euro op basis van verschillende
230
subsidieregelingen en beleidsstukken.
Aanpak analyse subsidieverleningen Selectie subsidieverleningen We hebben in totaal 60 subsidieverleningen uit het subsidieregister geselecteerd voor een analyse op de vragen: In hoeverre sluiten de doelen in de subsidieaanvraag aan op de doelen van de subsidieregeling/beleidsstuk? In hoeverre sluiten de geplande activiteiten in de aanvraag aannemelijk aan op het doel in de aanvraag? Voor de selectie hanteerden we de volgende criteria: 1. Organisaties die volgens onze analyse van het subsidieregister welzijnswerk verrichten in Den Haag. 2. Organisaties die de gemeente zelf niet aanmerkt als aanbieder van welzijnswerk in het beleidsplan. 3. Organisaties voor ‘professioneel welzijnswerk’, zoals die onder andere het beleidsplan ‘Professioneel welzijnswerk’ en de commissiebrief over de herstructurering van welzijn231 worden genoemd en die minimaal 1 mln. subsidie ontvangen voor welzijnswerk.. 4. Regelingen die gemeente zelf benoemt als regelingen voor welzijnswerk. 5. Regelingen/beleidsnota's waarvan uit onze analyse naar voren kwam dat er ook een aanzienlijk deel naar welzijnswerkactiviteiten gaat. 6. Verspreiding over de verschillende typen welzijnswerk.
229
Stek - voor stad en kerk, website Stek, (datum onbekend), https://www.stekdenhaag.nl/node/20, geraadpleegd op: 29 september 2022. 230
Subsidieregister, website Gemeente Den Haag, (datum onbekend), https://subsidieregister.denhaag.nl, geraadpleegd op: 29 september 2022. 231
RIS310647 Raadsvoorstel Bijlage 1, Versterken & Verbinden: Beleidsplan Professioneel Welzijnswerk 2021-2024, Gemeenteraad, 16 december 2021, p. 17; RIS302816 Commissiebrief Aanbieding Contourennota Herstructurering Welzijn, College van Burgemeester en Wethouders, 17 juni 2019, p. 2.
76
7. Subsidie moet zijn verleend sinds dat de gemeente het welzijnslandschap wilde vernieuwen (vanaf 2019). 8. Er moet al een verantwoording van beschikbaar zijn (t/m 2021). 9. Mogelijk om verleningen 2019-2020-2021 voor zelfde organisatie te vergelijken. Deze criteria leidden tot een selectie van 60 subsidieverleningen waarvan we de subsidieaanvragen en bijbehorende subsidieregelingen/beleidsstukken hebben geanalyseerd.
Analyse subsidieverleningen De 60 geselecteerde subsidieverleningen hebben we als volgt geanalyseerd. We hebben de bijbehorende subsidieaanvragen opgezocht in het registratiesysteem voor subsidieverleningen ABBA. Om tot een beoordeling te komen, hebben we de tekst van de subsidieaanvragen geanalyseerd op formuleringen die duiden op een doel. Die formuleringen hebben we vergeleken met de doelen die voor de subsidiegelden (vanuit de bijbehorende subsidieregeling, beleidsstuk of richtlijnenbrief). Hiervoor hebben we ook de doelen in de verschillende subsidieregelingen, beleidsstukken en richtlijnenbrieven in kaart gebracht. De subsidieverleningen hebben we na onze inhoudelijke beoordeling onderverdeeld in vier categorieën: De doelen in de subsidieaanvraag sluiten naar ons oordeel aan op de subsidieregeling of het beleidsstuk (30x); Er is geen sprake van een subsidieregeling of een beleidsstuk, maar de doelen in de subsidieaanvraag sluiten naar ons oordeel wel aan op een ander inhoudelijk kader (17x); De doelen in de subsidieaanvraag sluiten niet helemaal aan op de doelen in de subsidieregeling of het beleidsstuk, maar het raakt er naar ons oordeel wel aan (8x); De doelen in de subsidieaanvraag sluiten naar ons oordeel helemaal niet aan op de doelen van de subsidieregeling of het beleidsstuk (5x).
Vervolgens hebben we de tekst van de subsidieaanvragen geanalyseerd op formuleringen die duiden op beoogde activiteiten. De gebruikte woorden in die formuleringen hebben we vergeleken met de gebruikte woorden in de doelen die al dan niet in de subsidieaanvraag zijn opgenomen door de subsidieaanvrager. Als de woorden met elkaar overeenkwamen, hebben we beoordeeld dat de beoogde activiteiten aannemelijk bijdragen aan het doel in de subsidieaanvraag. Bijvoorbeeld: het doel in de subsidieaanvraag is het bestrijden van eenzaamheid. En de beoogde activiteit is het oprichten van een community van en voor mensen met gevoelens van eenzaamheid. De subsidieverleningen hebben we na onze inhoudelijke beoordeling onderverdeeld in drie categorieën: 77