CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS315975 Rapport 'Werk aan welzijn' rekenkameronderzoek welzijnssubsidies

Gemeenteraad 5 oktober 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van de Rekenkamer Den Haag inzake het rekenkameronderzoek ‘Werk aan welzijn’ (RIS315975)29.834 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

tek zou namelijk een deel van het ‘professioneel welzijnswerk’ kunnen uitvoeren, maar maakt nu geen kans op de subsidie die daarvoor beschikbaar is. 3. Daarnaast behandelt het college de organisaties die de subsidie voor ‘professioneel welzijnswerk’ ontvangen niet op gelijke wijze. r is een organisatie die al subsidie ontvangt voor een deel van het ‘professioneel welzijnswerk’ en belangstelling heeft om dit uit te breiden. Dit is echter nu met het gebrek aan een transparante verdeling van de subsidie voor ‘professioneel welzijnswerk’ niet mogelijk. Deze organisatie zou binnen het ‘professioneel welzijnswerk’ ook subsidie voor een Servicepunten XL willen aanvragen. Maar dit behoort voor zover hen bekend is, niet tot de mogelijkheden.78 Deze organisatie stelt dat zij mensen beter zouden kunnen

74

In het feitelijk wederhoor is de volgende toelichting gegeven: MEION werkt volledig outreachend en richt zich op een andere doelgroep en problematiek dan waar het reguliere professionele jongerenwerk zich op richt. Daarmee werkt Stichting MEION aanvullend op het reguliere professionele jongerenwerk. 75

Intern registratiesysteem ABBA Beschikking ABBA/VL/38973.

76

Jongerenwerk is onderdeel van gebiedsgericht welzijnswerk zoals beschreven in het beleidsplan Professioneel Welzijnswerk (RIS310647). 77

Stek - voor stad en kerk, website Stek, (datum onbekend), https://www.stekdenhaag.nl/node/20, geraadpleegd op: 29 september 2022. 78

Interview externe organisatie.

28

begeleiden als zij zelf ook een servicepunt zouden hebben, naast het ‘professioneel welzijnswerk’ dat zij nu wel al uitvoeren.79 4. Ook nodigt het college per stadsdeel dan wel wijk in Den Haag gericht één organisatie uit om subsidie voor ‘professioneel welzijnswerk’ aan te vragen.80 Aanbieders die het college heeft uitgenodigd voor een wijk, kunnen voor een andere wijk geen subsidie aanvragen als ze daar niet ook een richtlijnenbrief voor hebben ontvangen. Terwijl het college deze aanbieders dus inhoudelijk wel geschikt acht om ‘professioneel welzijnswerk’ uit te voeren. mmers, in de wijk waar zij wel subsidie voor kunnen aanvragen voeren zij het ‘professioneel welzijnswerk’ uit.

Bevinding 5. Het college gedraagt zich bij de verlening van subsidies voor ‘professioneel welzijnswerk’ meer als opdrachtgever dan als subsidiënt Op basis van onze analyse constateren we dat er door de manier van subsidieverlening voor ‘professioneel welzijnswerk’ verwarring ontstaat over de aard van de relatie tussen de gemeente en subsidieaanvragers. De vraag hierbij is of de gemeente opdrachtgever of subsidiënt is. Het college neemt het initiatief door één partij per wijk te benaderen en stuurt op de inhoud van de subsidieaanvragen. De verwarring zien we terug in documenten en in interviews met welzijnswerkorganisaties.81

Het college neemt het initiatief door één partij per stadsdeel of wijk te benaderen Voor het vaststellen of er sprake is van een subsidie of een opdracht is relevant wie het initiatief voor de subsidieaanvraag neemt.82 De gemeente heeft in een afwegingskader voor subsidie of inkoop opgenomen dat bij subsidie degene die de activiteit verricht het initiatief

79

Interview externe organisatie.

80

Zie richtlijnenbrieven aan de ‘professionele welzijnsorganisaties’: Interne documenten: Subsidieverzoek 2023 Professioneel welzijnswerk stadsdeel Scheveningen, 21 april, DPZ/10300403; Subsidieverzoek 2023 Professioneel welzijnswerk stadsdeel Centrum, 3 mei 2022, DPZ/10310588; Subsidieverzoek 2023 Professioneel welzijnswerk stadsdeel Centrum, 3 mei 2022, DPZ/10310612; Subsidieverzoek 2023 Professioneel welzijnswerk stadsdeel Centrum, 3 mei 2022, DPZ/10310606; Subsidieverzoek 2023 Professioneel welzijnswerk stadsdeel Centrum, 3 mei 2022, DPZ/10310682; Subsidieverzoek 2023 Professioneel welzijnswerk stadsdeel Segbroek, 21 april 2022, DPZ/10300451; Subsidieverzoek 2023 Professioneel welzijnswerk stadsdeel Escamp, 21 april 2022, DPZ/10300393; Subsidieverzoek 2023 Professioneel welzijnswerk stadsdeel Haagse Hout, 21 april 2022, DPZ/10300457; Subsidieverzoek 2023 Professioneel welzijnswerk stadsdeel Loosduinen, 21 april 2022, DPZ/10300431; Subsidieverzoek 2023 Professioneel welzijnswerk stadsdeel Laak, 21 april 2022, DPZ/10300411; Subsidieverzoek 2023 Professioneel welzijnswerk stadsdeel Leidscheveen-Ypenburg, 21 april 2022, DPZ/10300413; Subsidieverzoek 2023 Professioneel welzijnswerk (Herzien) stadsdeel Scheveningen, 25 april 2022, DPZ/10300405.

We hebben subsidieverleningen geanalyseerd over de periode 2019 tot en met 2021, maar voor het welzijnswerkbeleid hebben we ook naar de meest recente ontwikkelingen gekeken. 81

Zie Bijlage 2 paragraaf Interviews voor een nadere toelichting.

82

Vijf vragen bij het achterhalen van verschillen, website PIANOo, (datum onbekend), https://www.pianoo.nl/nl/overpianoo/vakgroepen/vakgroep-aanbestedingsrecht/visie-subsidie-of-overheidsopdracht/vijf-vragen-bij-achterhalen-van, geraadpleegd op: 15 november 2022.

29

voor de subsidieaanvraag neemt.83 Dit is een principe dat breder door experts op het gebied van aanbesteden binnen de overheid wordt gehanteerd. 84 Bij een opdracht neemt doorgaans het bestuursorgaan (de gemeente) het initiatief.85 In ons onderzoek constateren we echter dat bij de subsidie voor ‘professioneel welzijnswerk’ het college het initiatief neemt, omdat het college per wijk specifieke organisaties met een richtlijnenbrief uitnodigt om subsidie aan te vragen. De subsidieprocedure gaat feitelijk al lopen bij het versturen van de richtlijnenbrief. Er is in deze gevallen geen subsidieregeling op basis waarvan meerdere belangstellenden het initiatief kunnen nemen om subsidie aan te vragen.

Het college stuurt op de inhoud van de subsidieaanvragen Er is eerder sprake van een opdracht dan van een subsidie naarmate de subsidieverlener meer zeggenschap over de invulling van de prestatie heeft.86 De gemeente heeft dit breder gedragen principe opgenomen in een eigen afwegingskader voor subsidie of inkoop.87 Het college stuurt echter op de inhoud van de subsidieaanvragen voor het ‘professioneel welzijnswerk’, zodat deze aansluiten op de beleidsdoelen en het de subsidieaanvragen kan goedkeuren. De gemeente doet dit door in een gesprek met de subsidieaanvrager eventuele suggesties te doen om ingediende plannen inhoudelijk te wijzigen. Na eventuele wijzigingen toetst de gemeente het plan nogmaals op inhoud en financiën, en stelt een subsidiebeschikking op.88 Bij deze werkwijze is deze zeggenschap van de gemeente als subsidieverlener groter dan dat voor subsidie passend is. Het college wil ervan verzekerd zijn dat in iedere wijk ‘professioneel welzijnswerk’ beschikbaar is voor de burgers. In de Verordening maatschappelijke ondersteuning staat dat het college zorgdraagt voor algemene voorzieningen op wijkniveau, waaronder informatie en advies, vrijwilligerswerk, participatie en algemeen maatschappelijk werk.89

83

RIS305416 Raadsvoorstel Bijlage, Kadernota subsidiebeleid Den Haag 2020-2023, Gemeenteraad, 14 juli 2020, p. 25.

84

Vijf vragen bij het achterhalen van verschillen, website PIANOo, (datum onbekend), https://www.pianoo.nl/nl/overpianoo/vakgroepen/vakgroep-aanbestedingsrecht/visie-subsidie-of-overheidsopdracht/vijf-vragen-bij-achterhalen-van, geraadpleegd op: 15 november 2022. 85

Vijf vragen bij het achterhalen van verschillen, website PIANOo, (datum onbekend), https://www.pianoo.nl/nl/overpianoo/vakgroepen/vakgroep-aanbestedingsrecht/visie-subsidie-of-overheidsopdracht/vijf-vragen-bij-achterhalen-van, geraadpleegd op: 15 november 2022. 86

Vijf vragen bij het achterhalen van verschillen, website PIANOo, (datum onbekend), https://www.pianoo.nl/nl/overpianoo/vakgroepen/vakgroep-aanbestedingsrecht/visie-subsidie-of-overheidsopdracht/vijf-vragen-bij-achterhalen-van, geraadpleegd op: 15 november 2022. 87

RIS312063 Collegebesluit Bijlage 1, Werkinstructie afweging overheidsopdracht of subsidie Den Haag 2022, College van Burgemeester en Wethouders, 24 mei 2022, p. 3. 88

Interview ambtelijke organisatie.

89

RIS298440 Raadsvoorstel Voorstel van het college inzake de vaststelling van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Den Haag 2018, Gemeenteraad, 14 december 2017, p. 5.

30

n een interview geeft de ambtelijke organisatie aan dat die ‘sociale basis’ op orde moet zijn en dat de gemeente daarom moet kunnen sturen en bijsturen.90

Welzijnswerkorganisaties omschrijven de gemeente vaak als opdrachtgever In verschillende documenten die wij in het dit onderzoek hebben geanalyseerd, staan woorden die passen bij een opdracht en niet bij een subsidie. Het gaat om woorden zoals ‘opdracht’, ‘offerte’, ‘opdrachtgever’ en ‘opdrachtnemer’. Hier volgen enkele voorbeelden uit documenten uit de periode 2019 tot en met 2021: Voorbeelden van zinnen die passen bij een opdracht “Hiermee formuleren wij de opdracht aan uw organisatie.”91 “Hierbij bieden wij u met genoegen onze offerte aan voor het subsidieverzoek 2021.”92 “We zien uw reactie tegemoet, zodat wij deze kunnen verwerken en de definitieve offerte op 14 augustus kunnen indienen.”93 “U als opdrachtgever bepalend in de vraagstelling, wij als opdrachtnemer en experts van ons vak bepalend in de aanpak.”94 “Een offerte, ieder kwartaal en ook jaarlijks verantwoording, één tot twee keer per week rapporteren ten tijde van corona, vele verantwoordingen op individuele/aanvullende activiteiten etc.”95 “We willen dan ook voorstellen om het onderwerp opdrachtgeverschap en opdrachtnemerschap in combinatie met de administratieve last uit te werken en te vereenvoudigen voor het nieuwe subsidiejaar 2021.”96 Bovenstaande voorbeelden gaan over de periode 2019 tot en met 2021.

We hebben de richtlijnenbrieven en concept subsidieaanvragen voor 2023 getoetst op eventuele woorden die meer passen bij een opdracht dan bij een subsidie. Daarin zijn we deze woorden niet meer tegengekomen. Dit betekent echter niet dat betrokkenen de relatie in de praktijk

90

Interview ambtelijke organisatie.

91

Intern document Subsidieverzoek 2020 Welzijn stadsdeel Centrum, DPZ/2019.894, 4 april 2019.

92

Intern document Offerte Zebra Welzijn, stadsdeel Centrum Subsidieverzoek 2021, DPZ/2020.480, 1 juli 2020.

93

Intern document Offerte Zebra Welzijn, stadsdeel Centrum Subsidieverzoek 2021, DPZ/2020.480, 1 juli 2020.

94

Intern document Subsidieverzoek 2021 Zebra Welzijn stadsdeel Centrum, DPZ/2020.480, 30 september 2020.

95

Intern document Subsidieverzoek 2021 welzijn stadsdeel Escamp, DPZ/2020.483, 30 juni 2020.

96

Intern document Subsidieverzoek 2021 Zebra Welzijn stadsdeel Centrum, DPZ/2020.480, 30 september 2020.

31

automatisch anders zijn gaan zien. In interviews met welzijnsorganisaties gebruikten respondenten ten tijde van ons onderzoek (augustus/september 2022) nog steeds woorden als ‘opdrachtgever’, ‘offerte’ en ‘opdracht’.97 Respondenten gebruikten deze woorden in relatie tot het opstellen van de subsidieaanvraag, tijdens de uitvoering en bij de verantwoording van de subsidie.

97

Interviews externe organisaties.

32

5. Deelconclusie 3. Het college stuurt bij de subsidieverlening voor welzijnswerk op de beleidsdoelen, maar laat de resultaten hiervan onvoldoende aan de gemeenteraad zien Het college stuurt bij het verlenen van welzijnssubsidies op het behalen van de doelen voor welzijnswerk. ‘Professionele welzijnsorganisaties’ rapporteren aan het college ook uitgebreid over de welzijnsactiviteiten die met de subsidies worden verricht. De verantwoording van het college aan de gemeenteraad biedt echter nauwelijks zicht op wat welzijnsorganisaties in de praktijk hebben gedaan. De gemeenteraad heeft mede hierdoor onvoldoende informatie om zijn controlerende taak over de uitvoering van de vastgestelde doelen en prestaties en de hiermee gemoeide kosten te kunnen uitvoeren. De derde deelconclusie baseren we op de volgende bevindingen: Bevinding 6

Voor het merendeel van de subsidies die het college verleent voor

welzijnswerk, is aannemelijk gemaakt dat deze bijdragen aan de beleidsdoelen van de subsidie. Bevinding 7

De verantwoording van het college aan de raad over welzijnswerk

laat onvoldoende zien in hoeverre beleidsdoelen zijn bereikt, wat de welzijnsorganisaties in de praktijk hebben gedaan en hoeveel subsidie aan welzijnswerk is besteed.

33

Figuur 9 Infographic deelconclusie 3 met bevindingen.

Bevinding 6. Voor het merendeel van de subsidies die het college verleent voor welzijnswerk, is aannemelijk gemaakt dat deze bijdragen aan de beleidsdoelen van de subsidie De subsidieregelingen en beleidsstukken op basis waarvan het college in de periode 2019 tot en met 2021 subsidies voor welzijnswerk heeft verleend, bevatten vrijwel allemaal duidelijk omschreven beleidsdoelen. Ook maakten de subsidieaanvragers in het merendeel van de gevallen in de subsidieaanvraag aannemelijk dat te subsidiëren activiteiten bijdragen aan deze beleidsdoelen.

De meeste subsidieregelingen, beleidsstukken of richtlijnenbrieven voor subsidies voor welzijnswerk bevatten een beleidsdoel Uit onze analyse van het subsidieregister98 blijkt dat het college in de meeste gevallen het beoogde maatschappelijke effect van de subsidie beschrijft.

98

Zie voor nadere toelichting Bijlage 2 paragraaf Aanpak analyse subsidieregister en Aanpak analyse subsidieverleningen.

34

Volgens de Kadernota subsidiebeleid Den Haag 2020-2023 moet het beleidsdoel waar de subsidie aan bijdraagt, opgenomen zijn in de betreffende subsidieregeling.99 De gemeenteraad wil subsidies daarmee “zo efficiënt en effectief mogelijk inzetten zodat subsidies optimaal bijdragen aan het realiseren van de beoogde maatschappelijke en gemeentelijke doelen”.100 n het rapport ‘ erlijk delen’ uit

wees de rekenkamer er

ook al op dat het voor partijen die overwegen om een subsidieaanvraag in te dienen helder moet zijn wat de maatschappelijke doelen zijn.101 Waar het college gebruik maakt van een subsidieregeling voor het verlenen van welzijnssubsidie, is er nagenoeg altijd sprake van een beleidsdoel in de subsidieregeling. Het gaat hierbij om te bereiken maatschappelijke effecten, zoals het stimuleren van sociale verantwoordelijkheid in de wijken.102 Zoals bij bevinding 3 toegelicht, verleent het college echter ook subsidies voor welzijnswerk waar geen subsidieregeling voor is gemaakt. We constateren dat het college in die gevallen de subsidie wel verleent met een verwijzing naar beleidsstukken of richtlijnenbrieven die maatschappelijke beleidsdoelen bevatten. We lichten hieronder nader toe dat zowel de subsidieregelingen, beleidsstukken als richtlijnenbrieven op één uitzondering na alle een maatschappelijk beleidsdoel bevatten. Op basis van

Op basis van de ASV

Op basis van de ASV

subsidieregelingen

via beleidsstukken

via richtlijnenbrieven

(onder de ASV) Bevatten wel

7 (vanaf 2020)

6

12 (jaarlijks)

1

-

-

beleidsdoel Bevatten geen beleidsdoel Tabel 1

Aantallen bronnen voor welzijnssubsidie die wel of geen beleidsdoel bevatten.

Uit onze analyse van het subsidieregister in de periode 2019 tot en met 2021 komen acht subsidieregelingen naar voren op basis waarvan het college subsidie voor welzijnswerk verleende.103 Slechts één regeling die in de onderzoeksperiode van kracht was, bevat geen

99

RIS305416 Raadsvoorstel Bijlage, Kadernota subsidiebeleid Den Haag 2020-2023, Gemeenteraad, 14 juli 2020, p. 8.

100

RIS305416 Raadsvoorstel Bijlage, Kadernota subsidiebeleid Den Haag 2020-2023, Gemeenteraad, 14 juli 2020, p. 5.

101

RIS297663 Raadsvoorstel Bijlage, Rekenkameronderzoek Eerlijk Delen: Opvolgingsonderzoek naar de verstrekking van subsidies door de gemeente Den Haag, Rekenkamer Den Haag, 24 augustus 2017, p. 19. 102

Zie bijvoorbeeld de Subsidieregeling Leefbaarheid en Bewonersparticipatie Den Haag 2020.

103

Voor een overzicht van de subsidieregelingen, zie Bijlage 2 paragraaf Resultaten.

35

beleidsdoel.104 Drie regelingen bevatten eerst geen beleidsdoel, maar zijn in 2020 vernieuwd en bevatten sindsdien wel een beleidsdoel. Wanneer er geen sprake is van een subsidieregeling, verleende het college de subsidie doorgaans met een verwijzing naar een beleidsstuk. Voor dit onderzoek zijn we daarom nagegaan of er in die gevallen in de achterliggende beleidsstukken doelen zijn vastgelegd. Over de periode 2019 tot en met 2021 gaat het om zes beleidsstukken die uit onze analyse van het subsidieregister naar voren komen.105 Alle zes bevatten een beoogd maatschappelijk effect (zie Bijlage 2 paragraaf Aanpak analyse subsidieregister). Uit onze analyse van het subsidieregister komt tot slot naar voren dat het college subsidies voor welzijnswerk ook verleende op basis van de ASV. Het gaat hier om de subsidie die het college verleent voor de uitvoering van het ‘professionele welzijnswerk’ door de acht organisaties zoals beschreven in het beleidsplan Professioneel Welzijnswerk. In de ASV staan geen beleidsdoelen. Het college verwijst in de beschikkingen voor deze subsidieverleningen naar richtlijnenbrieven. Deze richtlijnenbrieven bevatten wel beoogde maatschappelijke effecten.

De richtlijnenbrieven verstuurde het college in de periode 2019 tot en met 2021 ieder jaar naar de acht organisaties om hen een kader mee te geven voor de subsidieaanvraag.106 In de richtlijnenbrieven staan ambities en gebiedsgerichte doelstellingen waar de subsidieaanvragers aan moeten bijdragen met de subsidie. Het gaat ieder jaar om 12 brieven (sommige organisaties ontvangen meerdere brieven voor verschillende stadsdelen).107

In het merendeel van de subsidieverleningen sluiten gesubsidieerde activiteiten aan op het doel van de subsidie We hebben 60 subsidieverleningen voor welzijnswerkactiviteiten108 geselecteerd in de periode 2019 tot en met 2021.109 We hebben beoordeeld110 of de doelen in de

104

Dit betreft de Subsidieregeling Basissubsidie bewonersorganisaties Den Haag 2020.

105

De zes beleidsstukken kwamen naar voren uit het subsidieregister. In ons vervolgonderzoek is gebleken dat meerdere van deze beleidsstukken verouderd waren en dat de gemeente deze beleidsstukken had geactualiseerd. Die actualisatie was niet doorgevoerd in het subsidieregister en de gemeente heeft in de periode 2019 tot en met 2021 geen subsidies verleend op basis van deze geactualiseerde beleidsstukken. In de vervolganalyses (bevinding 4) hebben we de actuelere beleidsstukken wel meegenomen. 106

Interview ambtelijke organisatie.

107

In de richtlijnenbrieven heeft het college ambities opgenomen en gebiedsgerichte doelstellingen waar de subsidieaanvragers aan moeten bijdragen met de subsidie. Het college geeft daarbij aan zich te baseren op wijkprogramma’s, sociale wijkanalyses en de Wet maatschappelijke ondersteuning. Zie bijvoorbeeld: Intern document Subsidieverzoek 2020 Welzijn stadsdeel Centrum, DPZ/2019.894, 4 april 2019. 108

Activiteiten die organisaties uitvoeren die gericht zijn op het bevorderen van het welzijn van mensen.

109

Zie Bijlage 2 paragraaf Aanpak analyse subsidieverleningen voor de methode die we hebben gehanteerd en een overzicht van de selectie. 110

Zie Bijlage 2 paragraaf Aanpak analyse subsidieverleningen voor onze methode bij het beoordelen van de subsidieverleningen.

36

subsidieaanvragen aansluiten op de doelen in de subsidieregeling of beleidsdocumenten.111 Vervolgens hebben we beoordeeld of de beoogde activiteiten in de subsidieaanvragen bijdragen aan de doelen die in de aanvragen zelf zijn opgenomen.112 In de meeste gevallen wordt aan beide uitgangspunten voldaan. Onderstaande tabel geeft de aansluiting van de doelen in de aanvraag op doelen van de subsidie aan en de aansluiting van beoogde activiteiten op doelen in de aanvraag. We lichten dat hieronder nader toe. Aansluiting doelen in

Aansluiting beoogde

de aanvraag op doelen van

activiteiten op doelen in

de subsidie

de aanvraag

Wel

47

49

Deels

8

9

Niet

5

2

Totaal

60

60

Tabel 2 Aansluiting doelen in de aanvraag op doelen van de subsidie en aansluiting beoogde activiteiten op doelen in de aanvraag.

Aansluiting doelen in de aanvraag op doelen van de subsidie Bij de meeste subsidieverleningen die wij hebben onderzocht, constateren wij dat het doel in de aanvraag wel inhoudelijk aansluit op het doel dat geldt voor de subsidie. In sommige gevallen sluit het doel in de aanvraag deels aan op het doel van de subsidieregeling of het beleidsstuk. Er zijn dan bijvoorbeeld geen duidelijke doelen in de aanvraag opgenomen, maar wel een doelgroep die aansluit op het doel van de subsidieregeling of het beleidsstuk. Bij sommige subsidieverleningen constateren we dat de doelen niet op elkaar aansluiten. Dit geldt bijvoorbeeld wanneer er geen doel in de aanvraag is opgenomen of wanneer het doel in de aanvraag inhoudelijk niet aansluit op de doelen in de subsidieregeling of het beleidsstuk.

Aansluiting beoogde activiteiten op doelen in de aanvraag Voor de meeste door ons beoordeelde subsidieverleningen, constateren wij dat de beoogde activiteiten in de aanvraag wel aannemelijk bijdragen aan het doel van de aanvraag. Om een voorbeeld te geven: het doel in de subsidieaanvraag is het bestrijden van eenzaamheid. En de beoogde activiteit is het oprichten van een community van en voor mensen met gevoelens van eenzaamheid. In sommige gevallen constateren we dat de beoogde activiteiten deels aansluiten op de doelen. We zien dan bijvoorbeeld dat activiteiten wel direct aansluiten op het doel in de subsidieregeling of het beleidsstuk, ondanks een minder

111

Gebaseerd op: Algemene subsidieverordening Den Haag 2014, artikel 8, lid 2b. Geraadpleegd op https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR323035/4. 112

Gebaseerd op: Algemene subsidieverordening Den Haag 2014, artikel 8, lid 2b. Geraadpleegd op https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR323035/4.

37

duidelijke doelomschrijving in de subsidieaanvraag. In enkele gevallen sluiten de beoogde activiteiten in de aanvraag niet aan op de doelen in de aanvraag. In één geval omdat de aanvrager helemaal geen activiteiten én geen doelen benoemt. Het gaat hier om een laag subsidiebedrag (€ 250).

Bevinding 7. De verantwoording van het college aan de raad over welzijnswerk laat onvoldoende zien: a) In welke mate beleidsdoelen voor welzijnswerk zijn bereikt b) Wat de ‘professionele welzijnsorganisaties’ in de praktijk hebben gedaan en bereikt c) Hoeveel subsidie aan welzijnswerk is besteed Zoals bij bevinding 6 is beschreven, verleent het college subsidies voor welzijnswerkactiviteiten die aansluiten op de beleidsdoelen. Het Besluit Begroting en Verantwoording schrijft voor dat verantwoording aan de gemeenteraad in ieder geval via de programmarekening inzicht biedt in de mate waarin de doelstellingen zijn gerealiseerd en wat dat heeft gekost.113 We zien echter dat de verantwoording aan de gemeenteraad geen duidelijk beeld geeft van de mate waarin beleidsdoelen voor welzijnswerk zijn bereikt. Daarnaast constateren we dat de verantwoording aan de raad geen recht doet aan wat de ‘professionele welzijnswerkorganisaties’ in de praktijk doen en bereiken. Dit terwijl het college wel uitgebreide informatie ontvangt over de uitgevoerde activiteiten. Verder heeft de gemeenteraad geen zicht op hoeveel subsidie het college voor welzijnswerk verleent.

De verantwoording aan de raad laat onvoldoende zien in hoeverre beleidsdoelen zijn bereikt We hebben voor de analyse van de verantwoording aan de raad over welzijnswerk gekeken naar de periode 2019 tot en met 2021. Het college legde in deze periode verantwoording af aan de raad in de vorm van programmarekeningen en (voortgangs)rapportages over beleidsstukken. Uit onze analyse van de verantwoordingsstukken blijkt dat gerapporteerde resultaten in de meerderheid van de gevallen niet duidelijk maken in hoeverre de gestelde doelen zijn bereikt:114

113

Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, 2019, artikel 25. Geraadpleegd op https://wetten.overheid.nl/BWBR0014606/2019-07-01. 114

Voor een nadere toelichting op onze analyse, zie Bijlage 2 paragaaf Aanpak analyse doelen programmabegrotingen en verantwoording programmarekeningen en Aanpak analyse doelen beleidstukken welzijnswerk en verantwoording in (voortgangs)rapportages.

38

•

In een aantal gevallen ontbreekt de verantwoording over de gestelde doelen volledig.

•

In een aantal gevallen is de verantwoording over de gestelde doelen onvolledig.

•

In een aantal gevallen is de verantwoording kwantitatief, terwijl de doelen niet zijn gekwantificeerd.

Hieronder lichten we de bovenstaande drie punten verder toe.

Ontbrekende verantwoording over de gestelde doelen Van het totale aantal gestelde doelen in de programmabegrotingen die wij hebben onderzocht, ontbreekt bij meer dan een derde daarvan de verantwoording in de programmarekening over het behaalde resultaat volledig. Dit betekent dat de programmarekening in het geheel niet ingaat op het in de programmabegroting gestelde doel. Daarnaast ontbreken voor een derde van de beleidsstukken die we hebben meegenomen in onze analyse voortgangs- en/of eindrapportages voor de gemeenteraad.115

Onvolledige verantwoording over de gestelde doelen Bij een vijfde van het totale aantal gestelde doelen in de programmabegrotingen die wij hebben onderzocht, is de verantwoording in de programmarekening over het behaalde resultaat onvolledig. Dit betekent dat in de programmarekening wel een tekst staat, die een relatie heeft met het doel, maar dat de tekst niet duidelijk aangeeft in hoeverre het doel is behaald. Hieronder volgt een voorbeeld. Voorbeeld onvolledige verantwoording programmarekening 2019 In de Programmabegroting 2019-2022 staat bij Welzijnswerk bijvoorbeeld als doel dat welzijn effectiever en kleinschaliger wordt georganiseerd en dat de subsidiesystematiek eenvoudiger, flexibeler en meer gericht wordt op resultaat.116 In de Programmarekening 2019 staat ter verantwoording wel iets over de subsidieregeling die is gericht op nieuwe en kleinschalige initiatieven in het welzijnswerk.117 Maar er staat niets over in hoeverre welzijn hiermee effectiever is

115

Van de volgende beleidsstukken ontbreekt verantwoording: RIS293024 Raadsvoorstel Bijlage, Beleidsnota 2016-2018 Samen en met eigen kracht: Ondersteuning aan kwetsbare personen met Geestelijke Gezondheids- en/of Verslavingsproblemen, Gemeenteraad, 8 september 2016; RIS303812 Raadsvoorstel Bijlage 1, Gezond en Veerkrachtig: Beleidsplan Zorg, Jeugd en Volksgezondheid Den Haag 2019-2022, Gemeenteraad, 19 december 2019; RIS302816 Commissiebrief Bijlage, Contourennota ‘Herstructurering Welzijn’ 2019-2022, College van Burgemeester en Wethouders, 17 juni 2019; RIS309456 Collegebesluit Bijlage, Beleid Bewonersorganisaties Den Haag 2021, College van Burgemeester en Wethouders, 15 september 2021. 116

RIS300472 Raadsvoorstel Bijlage 2, Programmabegroting 2019-2022, Gemeenteraad, 8 november 2018, p. 83.

117

RIS305159 Raadsvoorstel Bijlage 1, Programmarekening 2019, Gemeenteraad, 30 juni 2020, p. 106.

39

georganiseerd. Ook staat er niets over in hoeverre de subsidiesystematiek eenvoudiger, flexibeler en meer gericht op resultaat is geworden. De verantwoording over beleidsstukken beoordelen wij als ‘volledig’ wanneer deze één op één ingaat op de gestelde doelen in het beleidsstuk.118 Bij de helft van de beleidsstukken die we hebben geanalyseerd gaat de verantwoording echter niet één op één in op de gestelde doelen in het beleidsstuk. Om die reden geven we het oordeel ‘onvolledig’. 119 De verantwoording over het behalen van de doelen uit deze beleidsstukken is opgenomen in de bijlagen van de halfjaar- en jaarrapportages Jeugd en Wmo of in zelfstandige tussentijdse rapportages. Deze rapportages beschrijven bijvoorbeeld initiatieven die hebben plaatsgevonden of gaan in op de voortgang van beoogde activiteiten en niet op het bereiken van de doelen. Voor één beleidsstuk geldt dat de beleidsperiode nog niet is afgelopen.120 Voor dit beleidsstuk kan dus nog een rapportage komen over het doelbereik. Hieronder volgen twee voorbeelden uit de rapportages Jeugd en Wmo 2019-2021 en de zelfstandige tussentijdse rapportage.

Voorbeeld onvolledige verantwoording uit rapportages Jeugd en Wmo 2019-2021 Het actieplan Met z’n allen niet alleen bevat drie expliciete doelen: 1) Beter herkennen van eenzaamheid in de Haagse wijken, 2) Versterken van de aandacht van Hagenaars voor elkaar, 3) Effectief en integraal ondersteunen van eenzame Hagenaars. Het college verantwoordt zijn aanpak van eenzaamheid in bijlagen van de jaarrapportages Jeugd en Wmo.121 De bijlagen verwijzen niet naar de drie doelen die in het actieplan zijn gesteld. Het college benoemt in de bijlagen wel verschillende initiatieven die in relatie tot de

118

Voor een nadere toelichting op onze analyse, zie Bijlage 2 paragaaf Aanpak analyse doelen programmabegrotingen en verantwoording programmarekeningen en Aanpak analyse doelen beleidstukken welzijnswerk en verantwoording in (voortgangs)rapportages. 119

Het gaat om de volgende beleidsstukken: 1) RIS307178 Commissiebrief Bijlage, Seniorvriendelijk Den Haag: Actieprogramma 2020-2022, College van Burgemeester en Wethouders, 14 december 2020; 2) RIS301657 Commissiebrief Bijlage, Met z’n allen niet alleen: Den Haag pakt eenzaamheid aan, College van Burgemeester en Wethouders, 12 december 2019; 3) RIS307795 Collegebesluit Bijlage, Goed voor elkaar!: Haags vrijwilligersbeleid 2020-2023, College van Burgemeester en Wethouders, 16 februari 2021; 4) RIS283141 Commissiebrief Bijlage, Haagse kracht van zorgvrijwilligers en mantelzorgers: Actieprogramma informele zorg 2015-2018, College van Burgemeester en Wethouders, 26 mei 2015; 5) RIS293265 Raadsvoorstel Bijlage, Sterk zijn Hagenaars met een beperking 2016-2019: Nota voor mensen met een beperking, Gemeenteraad, 8 september 2016; 6) RIS306630 Commissiebrief Bijlage 1, Vanzelfsprekend toegankelijk: Agenda voor een Toegankelijk Den Haag 2020-2022, College van Burgemeester en Wethouders, 13 november 2020. 120

RIS306630 Commissiebrief Bijlage 1, Vanzelfsprekend toegankelijk: Agenda voor een Toegankelijk Den Haag 2020-2022, College van Burgemeester en Wethouders, 13 november 2020. 121

RIS305544 Commissiebrief Bijlage, Jaarrapportage 2019: Jeugd en Wmo. College van Burgemeester en Wethouders, 17 juni 2020, p. 34; RIS309077 Commissiebrief Bijlage 3, Jaarrapportage 2020: Jeugd en Wmo, College van Burgemeester en Wethouders, 24 juni 2021, p. 42; RIS312733 Commissiebrief Bijlage 1, Jaarrapportage 2021: Jeugd en Wmo, College van Burgemeester en Wethouders, 5 juli 2022, p. 38.

40

aanpak van eenzaamheid hebben plaatsgevonden. Maar hieruit wordt niet duidelijk in hoeverre het college de beoogde doelen uit het actieplan bereikt. Voorbeeld onvolledige verantwoording uit zelfstandige tussentijdse rapportage In het actieprogramma Informele Zorg 2015-2018 staan vijf doelstellingen.122 Per doelstelling heeft het college verschillende beoogde activiteiten geformuleerd. In 2017 heeft het college een voortgangsrapportage over dit actieprogramma naar de gemeenteraad gestuurd. In die voortgangsrapportage beschrijft het college per activiteit wat de stand van zaken is in de uitvoering van de activiteit. Een eindrapportage over het actieprogramma ontbreekt echter. Daarmee is niet duidelijk in hoeverre de gestelde doelen aan het einde van de beleidsperiode zijn bereikt.

Kwantitatieve resultaten zonder kwantitatieve doelen In sommige gevallen heeft het college in de verantwoordingsrapportages cijfers opgenomen over onderdelen waarvoor geen kwantitatieve doelen waren gesteld. Bij een vijfde van de doelen in de programmabegrotingen die wij hebben onderzocht, rapporteert het college in de programmarekening kwantitatieve resultaten, terwijl de gemeenteraad een kwalitatief doel heeft vastgesteld. In twee derde van de beleidsstukken die we hebben meegenomen in onze analyse, zien we ook dat het college in de verantwoording kwantitatieve resultaten heeft opgenomen, zonder dat er sprake is van een kwantitatief doel.123 Hieronder volgt een voorbeeld voor de programmarekening en voor een verantwoording over een beleidsstuk. Voorbeeld Programmarekening 2021 In de Programmarekening 2021 staan kwantitatieve resultaten over de Servicepunten XL. Er staat een aantal gerealiseerde informatie- en adviesaanvragen en een aantal cliënten

122

RIS283141 Commissiebrief Bijlage, Haagse kracht van zorgvrijwilligers en mantelzorgers: Actieprogramma informele zorg 2015-2018, College van Burgemeester en Wethouders, 26 mei 2015. 123

Het gaat om de volgende beleidsstukken: 1) RIS285266 Commissiebrief Bijlage, Den Haag, seniorvriendelijke stad 2015-2018: Actieprogramma Haags ouderenbeleid, College van Burgemeester en Wethouders, 8 september 2015; 2) RIS307178 Commissiebrief Bijlage, Seniorvriendelijk Den Haag: Actieprogramma 2020-2022, College van Burgemeester en Wethouders, 14 december 2020; 3) RIS301657 Commissiebrief Bijlage, Met z’n allen niet alleen: Den Haag pakt eenzaamheid aan, College van Burgemeester en Wethouders, 12 december 2019; 4) RIS307795 Collegebesluit Bijlage, Goed voor elkaar!: Haags vrijwilligersbeleid 2020-2023, College van Burgemeester en Wethouders, 16 februari 2021; 5) RIS283141 Commissiebrief Bijlage, Haagse kracht van zorgvrijwilligers en mantelzorgers: Actieprogramma informele zorg 2015-2018, College van Burgemeester en Wethouders, 26 mei 2015; 6) RIS276361 Raadsmededeling Bijlage 4, Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning 2015-2016, College van Burgemeester en Wethouders, 26 september 2014; 7) RIS293265 Raadsvoorstel Bijlage, Sterk zijn Hagenaars met een beperking 2016-2019: Nota voor mensen met een beperking, Gemeenteraad, 8 september 2016; 8) RIS306630 Commissiebrief Bijlage 1, Vanzelfsprekend toegankelijk: Agenda voor een Toegankelijk Den Haag 2020-2022, College van Burgemeester en Wethouders, 13 november 2020.

41

die individuele cliëntondersteuning hebben gekregen.124 Echter, in de Programmabegroting 2021-2024 is hier geen kwantitatief doel bij te vinden. Er staan wel kwalitatieve doelen bij de Servicepunten XL die bijvoorbeeld gaan over het begeleiden van mensen naar verschillende hulpbronnen.125 In de Programmarekening 2021 staat echter geen informatie over in hoeverre dat is gebeurd. Voorbeeld Actieprogramma Seniorvriendelijke stad In het actieprogramma Seniorvriendelijke stad 2015-2018 stelt het college onder meer als doel dat ouderen die kwetsbaar zijn om slachtoffer te worden van diefstal, voorlichting krijgen over wat te doen in onveilige situaties.126 Het college gaf daarbij niet aan welk aantal ouderen het wilde bereiken. In de verantwoording over het actieprogramma staat dat het college 1.000 ouderen heeft bereikt met themadiners en dat 750 ouderen zijn getraind om hun weerbaarheid te vergroten.127 Het is niet duidelijk in hoeverre daarmee het gestelde doel is behaald.

De verantwoording aan de raad laat onvoldoende zien wat de ‘professionele welzijnswerkorganisaties’ in de praktijk doen en bereiken De acht organisaties voor ‘professioneel welzijnswerk’128 voeren met de ontvangen subsidies verschillende activiteiten uit (zie Bijlage 1 voor een uitgebreide toelichting). Deze welzijnsorganisaties sturen ieder kwartaal uitgebreide kwartaalrapportages per wijk naar de ambtelijke organisatie.129 Zij besteden veel tijd aan het opstellen van deze rapportages.130 De informatie uit de rapportages komt echter niet of nauwelijks terug in de verantwoording van het college aan de gemeenteraad. De kwartaalrapportages, die per wijk worden opgesteld, bevatten informatie over de bijdragen van de welzijnsorganisatie aan verschillende ambities van de gemeente. De

124

RIS312006 Raadsvoorstel Bijlage 1, Programmarekening 2021, Gemeenteraad, 7 juli 2022, p. 136.

125

RIS306159 Raadsvoorstel Bijlage 2, Programmabegroting 2021-2024, Gemeenteraad, 5 november 2020, p. 88.

126

RIS285266 Commissiebrief Bijlage, Den Haag, seniorvriendelijke stad 2015-2018: Actieprogramma Haags ouderenbeleid, College van Burgemeester en Wethouders, 8 september 2015, p. 24. 127

RIS305159 Raadsvoorstel Bijlage 1, Programmarekening 2019, Gemeenteraad, 30 juni 2020, p. 105.

128

RIS310647 Raadsvoorstel Bijlage 1, Versterken & Verbinden: Beleidsplan Professioneel Welzijnswerk 2021-2024, Gemeenteraad, 16 december 2021, p. 17 129

Zie bijvoorbeeld Intern document 4de kwartaalrapportage 2021 Stadsdeel Escamp, Bouwlust, ABBA/VL/31442, (datum onbekend). 130

Interviews externe organisaties.

42

welzijnsorganisaties rapporteren per doel kwantitatieve gegevens over beoogde resultaten en geven daarop een kwalitatieve toelichting.131 De rapportages bevatten bijvoorbeeld informatie over de leefgebieden waar cliëntvragen betrekking op hadden en naar welke voorziening cliënten zijn doorverwezen. Deze informatie komt dus niet terug in de verantwoording van het college aan de gemeenteraad. Een geïnterviewde vertegenwoordiger van één van de welzijnswerkorganisaties vraagt zich af wat er gebeurt met de informatie die de organisatie ieder kwartaal aanlevert aan de gemeente: “Soms moeten we op zo’n detailniveau rapporteren. Is dat echt nodig? Ik heb geen zicht op welk niveau al die rapportages behandeld worden.”132 Volgens de ambtelijke organisatie worden de rapportages niet met de raad gedeeld, omdat ze te omvangrijk zijn. Informatie uit de rapportages komt in beknopte vorm terug in de programmarekening. De ambtelijke organisatie geeft aan de kwartaalrapportages (en kwartaalgesprekken) te gebruiken voor tussentijdse bijsturing.133

De verantwoording aan de raad laat onvoldoende zien hoeveel subsidie aan welzijnswerk is besteed We constateren dat de verantwoordingen van het college aan de raad geen overzichten bevatten over hoeveel subsidie het college heeft verleend voor welzijnswerkactiviteiten in de stad. Sinds 2013 geeft de gemeenteraad aan dat deze zicht wil hebben op de doeltreffendheid en doelmatigheid van de besteding van subsidies.134 Informatie over hoeveel subsidies aan welzijnswerk is besteed, ontbreekt tot op heden. De gemeenteraad heeft het college in 2022 gevraagd om te rapporteren over de uitputting van subsidies verdeeld over de subsidieregelingen. De raad wil namelijk inzicht hebben in de afzonderlijke ruimtes binnen subsidiebudgetten.135 Het college liet eind 2022 in reactie op het informatieverzoek van de raad weten, te verkennen of er mogelijkheden zijn om de uitputting van subsidieregelingen inzichtelijk te maken.136

131

Zie bijvoorbeeld Intern document 4de kwartaalrapportage 2021 Stadsdeel Centrum, Schilderswijk Gebied 1, ABBA/VL/30608, (datum onbekend). 132

Interview externe organisatie.

133

Interview ambtelijke organisatie.

134

RIS282089 Raadsmededeling Subsidieregister en afdoening motie 79 Subsidieregister, College van Burgmeester en Wethouders, 21 april 2015, p. 1; RIS271587 Commissiebrief Subsidieregister 2013, College van Burgemeester en Wethouders, 15 april 2014, p. 2. 135

RIS314045 Commissiebrief Toelichting op vragen commissie Bestuur Kadernota subsidiebeleid, College van Burgemeester en Wethouders, 20 december 2022, p. 2. 136

RIS314045 Commissiebrief Toelichting op vragen commissie Bestuur Kadernota subsidiebeleid, College van Burgemeester en Wethouders, 20 december 2022, p. 2.

43

We hebben in onze analyse de verantwoording over beleidsstukken,137 en de programmarekeningen 2019 tot en met 2021 bekeken. Deze stukken bevatten geen financiële informatie over subsidieverlening per subsidieregeling, beleidsstuk of op basis van de ASV (de groene en de grijze pijlen in Figuur 6).

Registratie in het openbaar subsidieregister niet accuraat Het openbare subsidieregister biedt wel een overzicht van verleende subsidies. We constateren echter dat de registratie in het subsidieregister niet accuraat is. Het gemeentebestuur wil met het register openheid geven over de besteding van het publieke geld dat het als subsidie in de stad investeert.138 Het register bevat onder andere informatie over het subsidiebedrag en de basis voor de subsidieverlening (een subsidieregeling, een beleidsstuk of de ASV). Potentieel zou daarmee een overzicht verkregen kunnen worden van subsidieverlening per subsidieregeling, beleidsstuk of op basis van de ASV. De basis waarop een subsidie is verleend (subsidieregeling, beleidsstuk of ASV) is in het register echter niet accuraat ingevuld. We hebben voor 60 subsidieverleningen bekeken welke basis in het subsidieregister is opgenomen. Deze basis hebben we vergeleken met de basis die in het interne registratiesysteem ABBA (Aanvragen Beoordelen Beschikken Archiveren)139 en in de subsidiebeschikking van de gemeente is opgenomen. Uit die analyse komt naar voren dat de basis voor subsidieverleningen in het subsidieregister in 25 van de 60 geanalyseerde verleningen afwijkt van de basis die is opgenomen in ABBA en/of de subsidiebeschikking.

137

Zie paragraaf Aanpak analyse doelen beleidstukken welzijnswerk in Bijlage 2 voor een overzicht van welke verantwoording over beleidsstukken we hebben bekeken. 138

RIS271587 Commissiebrief Subsidieregister 2013, College van Burgemeester en Wethouders, 15 april 2014, p. 2.

139

ABBA is het administratiesysteem dat de gemeente in de periode 2019 tot en met 2021 gebruikte voor het verlenen van subsidies.

44

6. Aanbevelingen We hebben naar aanleiding van de conclusies uit dit onderzoek vijf inhoudelijke aanbevelingen geformuleerd. De aanbevelingen hebben tot doel de grip van de raad op de uitvoering van welzijnswerk te versterken en de transparantie, objectiviteit en continuïteit bij het verstrekken van welzijnssubsidies beter te waarborgen. Figuur 10 geeft weer op welke onderdelen van de beleidscyclus onze aanbevelingen betrekking hebben. De eerste aanbeveling gaat over de inhoudelijke en financiële kaderstelling voor welzijnswerk. De tweede aanbeveling betreft het proces van subsidieverlening. De derde aanbeveling heeft betrekking op de verantwoording aan de gemeenteraad via de jaarrekening en (voortgangs-)rapportages. De vierde aanbeveling richt zich op de monitoring bij verleende subsidies voor welzijnswerk. De vijfde aanbeveling gaat over het subsidieregister.

Aanbeveling 1

Aanbeveling 3 en 5

Aanbeveling 2

Aanbeveling 4 Figuur 10 De vijf inhoudelijke aanbeveling geordend volgens de beleidscyclus.

Aanbeveling 1. Draag het college op te zorgen voor een door de raad vastgesteld integraal beleidskader voor welzijnswerk dat zich richt op al het welzijnswerk dat welzijnsorganisaties uitvoeren. Toelichting

45

Het doel van deze aanbeveling is het voor de gemeenteraad bieden van een overzichtelijk en samenhangend kader voor welzijnswerk, zodat de raad zijn kaderstellende en controlerende taak voor welzijnswerk beter kan uitvoeren. Het huidige kader voor welzijnswerk is ontoereikend omdat het zich uitsluitend richt op het welzijnswerk van enkele grote ‘professionele welzijnsorganisaties’ en niet op identiek welzijnswerk dat door deze en andere welzijnsorganisaties wordt gedaan. Hierdoor kan de raad voor welzijnswerk ook onvoldoende kaders stellen aan de kosten en heeft de raad onvoldoende zicht op wat welzijnswerk heeft gekost.

Aanbeveling 2. Draag het college op met een voorstel te komen waarin is uitgewerkt hoe welzijnssubsidies in overeenstemming met wet- en regelgeving transparant en objectief worden verleend. Toelichting Het doel van deze aanbeveling is dat voor de uitvoering van de verschillende welzijnsactiviteiten een passende en wettelijke toegestane vorm van subsidieverlening wordt gevonden. De wijze van subsidiering moet hierbij gericht zijn op een transparante en objectieve verdeling van de subsidies over welzijnsorganisaties en voldoen aan het gelijkheidsbeginsel. Ook moet het college de subsidieverlening richten op het stimuleren van welzijnswerk bij welzijnsorganisaties en minder op de concrete uitvoering van activiteiten. Het college kan daarnaast voorstellen doen voor het jaarlijks of meerjarig subsidiëren van welzijnsorganisaties, het opstellen van specifieke of integrale subsidieregelingen of het voor de beoordeling van de subsidieaanvragen al dan niet inschakelen van een adviescommissie.

Aanbeveling 3. Draag het college op een voorstel uit te werken waarmee het de raad inzicht biedt in het doelbereik, de behaalde prestaties en de lasten van het welzijnswerk. Toelichting Het doel van deze aanbeveling is dat de raad via voortgangsrapportages en de programmarekeningen beter zicht krijgt op de mate waarin het college de door de raad gestelde doelen realiseert en of het college zich hierbij houdt aan de inhoudelijke en financiële kaders. In ons onderzoek constateren we dat de verantwoording richting de gemeenteraad over de beleidsstukken tekortschiet, terwijl welzijnsorganisaties wel veel informatie over welzijnswerk aanleveren bij de gemeente. Voor de verantwoording in de programmarekening is het van belang om voor elk gesteld doel voor welzijnswerk in de programmabegroting één op één verantwoording af te leggen in de programmarekening. Daarbij is het aan te raden om in de programmabegrotingen alleen doelen op te nemen waarover het college verantwoording kán afleggen. Bij de verdeling van welzijnswerk over meerdere programma’s, is het tevens van belang dat het 46

college ook helder maakt hoe welzijnswerk inhoudelijk en financieel verdeeld is over de beleidsprogramma’s. In het voorstel van het college kan het volgende worden uitgewerkt: •

Welke kwantitatieve en kwalitatieve informatie in voortgangsrapportages en in programmarekeningen is opgenomen;

•

Hoe het college informatie wil vergaren en aan de raad wil verstrekken over de realisatie van de maatschappelijk doelen, bijvoorbeeld door eens in de paar jaar cliënteffectonderzoek of -tevredenheidsonderzoek te doen en door kwantitatieve en kwalitatieve informatie te combineren.140

•

Hoe het college de raad inzicht wil bieden over de uitvoering van welzijnswerk in de praktijk, bijvoorbeeld door werkbezoeken te organiseren of door uitvoerende organisaties uit te nodigen voor een werkbespreking met de raadscommissie.141

Aanbeveling 4. Draag het college op in subsidieregelingen duidelijk te maken wat de doelen zijn van de informatie die subsidieaanvragers aan het college moeten aanleveren en alleen die informatie op te vragen die aansluit op deze doelen. Toelichting Het doel van deze aanbeveling is de doelmatigheid van de monitoring van en voor welzijnsorganisaties te vergroten. Het opstellen van kwartaalrapportages kost de professionele welzijnsorganisaties namelijk veel tijd en het is voor deze organisaties niet duidelijk wat er met de aangeleverde informatie gebeurt. Monitoren kan als doel hebben: •

te controleren of de activiteiten zijn uitgevoerd waarvoor subsidie is ontvangen;

•

informatie op te halen voor de verantwoording aan de gemeenteraad;

•

informatie op te halen om beleid te evalueren en verder te ontwikkelen;

•

ontwikkelingen en aandachtspunten in de stad op het terrein van welzijn te signaleren.

140

Over subsidieregelingen dient ten minste eenmaal in de vijf jaren een verslag gepubliceerd te worden over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald. Algemene wet bestuursrecht, artikel 4:24 141

In Bijlage 1. Welzijnswerk volgens de ‘professionele welzijnsorganisaties’ hebben we een overzicht opgenomen van welzijnswerk in de praktijk dat is gebaseerd op interviews met medewerkers van welzijnsorganisaties en kwartaalrapportages.

47

Ten aanzien van deze doelen geldt daarbij dat mogelijk niet alle informatie van welzijnsorganisaties ieder kwartaal beschikbaar moet zijn. Het college kan bij het nagaan welke kwantitatieve en kwalitatieve informatie nodig is ook welzijnsorganisaties laten meedenken.

Aanbeveling 5. Draag het college op ervoor te zorgen dat de inhoud van het subsidieregister overeenkomt met de gegevens uit het interne subsidiesysteem. Toelichting Het doel van deze aanbeveling is dat het college de gemeenteraad (en andere geïnteresseerden) accuraat zicht biedt in de besteding van subsidies. Het openbare subsidieregister biedt een overzicht van verleende subsidies. Uit ons onderzoek blijkt dat de registratie in het subsidieregister nu niet accuraat is (zie bevinding 7c). We bevelen aan ervoor te zorgen dat de registratie van verleende subsidiebedragen en de basis voor de subsidie (kopje ‘subsidieregeling/beleidsnota’) in het subsidieregister overeenkomen met de registratie in het interne subsidiesysteem (momenteel het ‘Cliënt Volg Systeem’).

Aanbeveling 6. Draag het college op binnen twee maanden nadat de raad een besluit heeft genomen over deze aanbevelingen een planning naar de raad te sturen voor de opvolging van de voorgaande aanbevelingen. Toelichting De rekenkamer doet in aansluiting op de centrale onderzoeksvraag aanbevelingen om de sturing door de gemeente op het bereiken van haar doelen voor welzijnswerk te verbeteren. In de aanbeveling geeft de rekenkamer vooral aan wat en niet hoe dit verbeterd kan worden. Desgewenst kan het gemeentebestuur er bijvoorbeeld voor kiezen om verschillende aanbevelingen te combineren in één voorstel. De rekenkamer beveelt daarom aan dat het college over de planning en hoe zij van plan is opvolging te geven aan de aanbevelingen binnen twee maanden na de behandeling van het onderzoeksrapport en bijbehorende raadsvoorstel in de raad een voorstel doet.

48

7. Reactie college van burgmeester en wethouders Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

brief van Uw kenmerk Ons kenmerk

OCW/10537008 Rekenkamer Den Haag Spui 70 2511 BT Den Haag

Contactpersoon Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn Afdeling Stad en Bestuur OCW Telefoonnummer Faxnummer E-mailadres Aantal bijlagen

Datum

2 juni 2023 Onderwerp Bestuurlijke reactie rekenkameronderzoek naar subsidies voor welzijnswerk

Geachte heer Wiggers, Hartelijk dank voor uw brief van 11 mei 2023 met het bestuurlijk rapport 'Rekenkameronderzoek naar subsidies voor welzijnswerk'. Uw Rekenkamer heeft onderzoek gedaan naar de mate waarin de gemeente stuurt op het bereiken van haar doelen voor welzijnswerk. Graag spreekt het college als eerste haar waardering uit over de grondige analyse die u heeft gemaakt van de sturing op het bereiken van de doelen voor welzijnswerk in de periode 20192021. Hoewel met het beleidsplan Professioneel Welzijnswerk 2021-2024: Versterken en Verbinden (RIS310647) reeds verschillende verbetersporen lopen en het Rekenkameronderzoek zich ook met name richtte op de periode voor implementatie van het beleidsplan, biedt het Rekenkamerrapport welkome handvatten voor de reeds ingezette beleidslijn. Deze moet deels ook nog vorm krijgen. We zien in de aanbevelingen een bevestiging dat we met de gezette stappen en nog te realiseren stappen op de goede weg zijn. Het onderzoeksrapport bevat 3 deelconclusies met bevindingen en aanbevelingen. In het kader van bestuurlijk wederhoor nodigt u het college uit om hierop te reageren. Met deze brief reageert het college op de aanbevelingen van uw Rekenkamer. Deelconclusie 1 gaat in op de bevindingen rond de kaderstelling en de afbakening van het welzijnswerk.

De gemeente verleent subsidies voor professioneel welzijnswerk en verleent daarnaast subsidies voor soortgelijke welzijnsactiviteiten. De bevindingen van deelconclusie 2 gaan over het voldoen aan wet- en regelgeving en eigen subsidiebeleid in het subsidieverleningsproces. Ten slotte gaan de bevindingen bij deelconclusie 3 over verantwoording en doelbereik. Dit heeft geleid tot de volgende aanbevelingen: 1.

2.

3. 4.

Draag het college op te zorgen voor een door de raad vastgesteld integraal beleidskader voor welzijnswerk dat zich richt op al het welzijnswerk dat welzijnsorganisaties uitvoeren. Draag het college op met een voorstel te komen waarin is uitgewerkt hoe welzijnssubsidies in overeenstemming met wet- en regelgeving transparant en objectief worden verleend. Draag het college op een voorstel uit te werken waarmee het de raad inzicht biedt in het doelbereik, de behaalde prestaties en de lasten van het welzijnswerk. Draag het college op in subsidieregelingen duidelijk te maken wat de doelen zijn van de informatie die subsidieaanvragers aan het college moeten aanleveren en alleen die informatie op te vragen die aansluit op deze doelen.

49

5. 6.

Draag het college op ervoor te zorgen dat de inhoud van het subsidieregister overeenkomt met de gegevens uit het interne subsidiesysteem. Draag het college op binnen twee maanden nadat de raad een besluit heeft genomen over deze aanbevelingen een planning naar de raad te sturen voor de opvolging van de voorgaande aanbevelingen.

Het college herkent zich grotendeels in de bevindingen en onderschrijft alle aanbevelingen van uw Rekenkamer. Er wordt geconstateerd dat het aannemelijk is dat het merendeel van de subsidies die worden verleend voor welzijnswerk bijdragen aan de beleidsdoelen van de subsidie. Het college hecht waarde aan deze bevinding. Het professioneel welzijnswerk verbindt bewoners met elkaar, draagt bij aan de ontwikkeling van jongeren en biedt een helpende hand, zodat mensen de draad weer op kunnen pakken. De professionals doen wat zo hard nodig is. Het is wenselijk – zo constateert de Rekenkamer - dat de gemeenteraad meer grip krijgt op welzijnswerk. Het college onderschrijft dat en werkt hier stevig aan. Om de raad de controlerende rol goed te kunnen laten vervullen wordt - met de totstandkoming van de beleidsvisie - gewerkt aan het frequent betrekken van de gemeenteraad bij het welzijnswerk via werkbesprekingen, werkbezoeken, het periodiek rapporteren en bespreken van de voortgang van de uitvoering van het welzijnsbeleid. Ook wordt inmiddels gewerkt aan een betekenisvolle vorm van verantwoorden van de prestaties van het welzijnswerk, aan de raad en de stad. Bij het opzetten van deze nieuwe manier van verantwoorden wordt de raad de komende tijd intensief betrokken.

Een korte terugblik: waar komt het welzijnswerk vandaan Het Haagse welzijnswerk heeft de afgelopen decennia grote veranderingen ondergaan. Met twee grote decentralisatierondes door het Rijk, de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) in 2007 en in 2015 met de invoering van de Participatiewet, WMO 2015 en de Jeugdwet, werden gemeenten in het sociaal domein verantwoordelijk voor nieuwe taken en doelgroepen. Deze decentralisaties gingen gepaard met overheveling van stevig gekorte budgetten. De druk op de reguliere basisvoorzieningen, in het bijzonder op het welzijnswerk, nam toe, mede omdat de maatschappelijke vraagstukken in het sociaal domein divers en complex zijn en voorlopig ook nog zullen blijven. Tegelijkertijd hebben meerdere gemeentelijke bezuinigingstaakstellingen het budget voor het professioneel welzijnswerk de afgelopen 15 jaar structureel onder druk gezet. Op dit moment wordt met een beperkt budget het maximaal haalbare gedaan door het professioneel welzijnswerk, maar zijn - om de broodnodige inzet in wijken en buurten te kunnen leveren en kwetsbare mensen te kunnen bedienen - ook verschillende andere financieringsstromen ontstaan (bijvoorbeeld vanuit de stadsdelen) om de grote sociale uitdagingen (nog eens versterkt door corona, energie en inflatiecrisis) het hoofd te bieden.

Met het beleidsplan Professioneel Welzijnswerk willen we nu, na jaren van financiële onzekerheid en verandering, rust en continuïteit bieden en ruimte en flexibiliteit creëren om het welzijnswerk optimaal te ondersteunen en aan te laten sluiten op wat nodig is in Den Haag. Dit heeft tijd nodig. Er zijn echter inmiddels al vele maatregelen in gang gezet, dan wel in de steigers gezet; inclusief het congruent organiseren van de verschillende activiteiten en financieringsstromen: meerjarig en met oog voor de professionaliteit van onze mensen en organisaties in de stad. De gemeenteraad wordt hier intensief bij betrokken. Scope onderzoek Het onderzoek van de Rekenkamer heeft zich gericht op zowel het professioneel welzijnswerk zoals de gemeente dit definieert, uitgevoerd door de professionele welzijnsorganisaties, als op aanpalende beleidsterreinen. Denk hierbij aan bijvoorbeeld de subsidies die worden verstrekt in het kader van leefbaarheid en bewonersparticipatie, jeugdpreventie en integratie. Hoewel

50

deze middelen bijdragen aan de brede welvaart en leefbaarheid (en daarmee het welzijn van mensen), maken ze op dit moment strikt genomen geen deel uit van het gemeentelijk welzijnsbeleid. Dat neemt echter niet weg dat er noodzaak is integraler te kijken naar de voorliggende voorzieningen in het sociale domein. In het beleidsplan Professioneel Welzijnswerk is dit tot uitdrukking gekomen in de geformuleerde ambitie de samenwerking met informele netwerken in de stad te verbeteren alsmede met aanpalende beleidsterreinen zoals het onderwijs, het veiligheidsdomein, de wijkagenda's, etc. In het recent gesloten coalitieakkoord is aangegeven dat we de sociale basis in de breedte willen versterken. Deze bredere blik gold nog niet als referentiekader van het college in de periode waarop het onderzoek van de Rekenkamer betrekking heeft. In het onderzoek wordt nu met deze verruimde scope (die we in de toekomst gaan toepassen) gekeken naar het beleid in het verleden. Hier ligt dan ook een opgave voor het synchroniseren van beleidsdoelen en financiële stromen. Geen overlap, wel een opgave om integraliteit van beleid te verbeteren Uit de bevindingen komt naar voren dat het college buiten het budget voor professioneel welzijnswerk om, ook subsidies voor activiteiten verleent die doelstellingen dienen, vergelijkbaar met die van het professioneel welzijnswerk.

Wij erkennen deze bevinding en constateren daarmee dat er duidelijker naar voren dient te komen waar de verschillende financiële stromen complementair aan elkaar zijn. Het past in de ambitie te komen tot integraler beleid in het kader van het versterken van de sociale basis. Onbedoeld (wellicht) zou op basis van het Rekenkamerrapport de indruk kunnen ontstaan dat sommige activiteiten twee keer financiering krijgen, voor dezelfde activiteiten. In een dergelijk beeld herkent het college zich echter niet, in tegendeel. De afgelopen jaren is sprake van een groeiende behoefte aan een verstevigde sociale basis, gezien alle sociale opgaven (denk bijvoorbeeld aan de effecten van corona, inflatie en energiecrisis)Tegelijkertijd liepen structurele budgetten voor professioneel welzijnswerk lange tijd terug en is, bijvoorbeeld op basis van behoeften in verschillende stadsdelen, langs de lijn van vernieuwend innovatief aanbod en additioneel welzijnsaanbod van in de wijken gewortelde organisaties in aanvulling op het reguliere aanbod, het nodige tot stand gekomen. Dit heeft evenwel hier en daar tot versnippering geleid, dan wel een wat diffuus aanbod in sommige delen van de stad tot gevolg gehad.

Met het nieuwe beleidskader en nieuwe coalitieakkoord – en de financiële rust die er is de komende jaren - heeft het college deze opgave erkend en de ambitie geformuleerd hier ‘orde' in aan te willen brengen. Eerste stappen zijn hiertoe reeds gezet (met onder meer herschikking van het welzijnsaanbod in het centrum), maar er is meer nodig. Daarbij zal er altijd een goede wisselwerking moeten zijn tussen professioneel aanbod en informeel aanbod in wijken en buurten, aansluitend op precieze behoeften aldaar. Een goede aansluiting tussen professioneel welzijnsaanbod (de basisinfrastructuur) en het aanvullend en vrijwillig aanbod is cruciaal. Om de kwaliteit van het aanbod te waarborgen wordt gewerkt met professionele welzijnsorganisaties. Deze organisaties moeten voldoen aan kwaliteitseisen, zoals geschoolde professionals die met passende agogische methodieken werken. Dit geldt niet voor de vele kleine organisaties die zich ook bewegen op het gebied van welzijn. Het samenspel en aanvullende karakter van de activiteiten vormt een essentieel onderdeel van de sociale basis in de stad. We gaan hier nader op in bij de reactie op aanbeveling 1. Financiële arrangementen De Rekenkamer geeft een aantal adviezen mee voor wat betreft de juridische verankering van de financiële arrangementen.

In het beleidsplan Professioneel Welzijnswerk is reeds vastgesteld dat de onderbouwing voor deze arrangementen steviger moet, alsmede een combinatie van meerjarige subsidies, een verzakelijkte manier van verantwoorden, passend bij de rol van subsidiënt en het vertrouwen dat we welzijnsorganisaties willen geven in de

51

uitvoering. Dat betekent ook dat er een goede verankering moet zijn in de subsidiekaders van de gemeente. Dat dit nog niet het geval is - in tegenstelling tot veel andere beleidsdomeinen - hield verband met de vorming van een nieuw beleidskader en het verzoek van de raad om bij de verankering gelijk ook meerjarigheid mee te nemen. Nu dit mogelijk is, werkt het college aan spoedige verankering van de meerjarige subsidies. Daarmee zal e.e.a. spoedig in overeenstemming zijn met het eigen subsidiebeleid (en dus geldende wet- en regelgeving). Rekenkameronderzoek ondersteunt ingezette lijn beleidsplan Professioneel Welzijn en versterking sociale basis Hoewel het onderzoek van de Rekenkamer veelal de periode beslaat van vóór inwerkingtreding van het nieuwe beleidsplan, realiseert het college zich dat er ook na vaststelling en eerste gezette stappen in het kader van dit beleidsplan nog verschillende opgaven liggen. Het college ziet aanknopingspunten om de aanbevelingen van uw Rekenkamer mee te nemen in de reeds lopende ontwikkelingen in het kader van de uitvoering van het beleidsplan Professioneel Welzijnswerk 2021-2024; Versterken en Verbinden (RIS310647) en het Coalitieakkoord 2022-2026 (RIS313189) waarin is opgenomen dat het college de sociale basis in de stad wil versterken. Hieronder gaat het college per deelconclusie in op de aanbevelingen van uw Rekenkamer.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12936005/1