CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS315975 Rapport 'Werk aan welzijn' rekenkameronderzoek welzijnssubsidies

Gemeenteraad 5 oktober 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van de Rekenkamer Den Haag inzake het rekenkameronderzoek ‘Werk aan welzijn’ (RIS315975)29.834 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Werk aan welzijn Onderzoek naar het sturen op doelbereik bij welzijnssubsidies RIS315975

Voorwoord In Den Haag zijn veel mensen en organisaties actief om het welzijn van medebewoners te verbeteren. Ze ondersteunen inwoners van Den Haag op tal van manieren, zoals bij het aanpakken van leefbaarheidsproblemen in de wijk, eenzaamheid van ouderen of hulpvragen van bewoners. De gemeente geeft subsidie aan organisaties om dit werk mogelijk te maken. De gemeente heeft ook beleid voor welzijnswerk opgesteld en hiermee aangegeven wat zij op dit terrein wil bereiken. De Rekenkamer Den Haag heeft onderzocht hoe de gemeente bij het verlenen van subsidies voor welzijnswerk stuurt om de beoogde doelen te bereiken. In het onderzoek hebben we ook in beeld gebracht welke activiteiten de welzijnsinstellingen uitvoeren. Een overzicht daarvan hebben we opgenomen in een bijlage bij dit rapport. Het geeft op basis van de kennis van welzijnswerkers een goed zicht op de veelzijdigheid van het welzijnswerk in Den Haag. Goed zicht op welzijnswerk is voor de gemeenteraad van belang om zijn controlerende rol te kunnen vervullen. In dit onderzoek geven we aan op welke manier het college de informatievoorziening aan de raad kan verbeteren. Daarbij is het goed om te benadrukken dat het niet eenvoudig is om vast te stellen of het welzijn van inwoners daadwerkelijk toeneemt door het welzijnswerk dat wordt verzet.

Heeft welzijnswerk problemen voor bewoners voor nu of in de toekomst weten te voorkomen? En als het effectief is, worden dan wel de mensen bereikt die de hulp het hardste nodig hebben? Dergelijke vragen zijn lastig te beantwoorden, omdat het welzijn van bewoners door veel meer wordt beïnvloed dan alleen het werk van welzijnsinstellingen. Wat de toegevoegde waarde van welzijnswerk is, kan voor de gemeenteraad wel beter inzichtelijk worden gemaakt. Door middel van cijfers, maar ook met inhoudelijke verslagen, verhalen van welzijnswerkers en ervaringen van bewoners. Nu is de verantwoording over welzijnswerk nog te vaak eenzijdig gericht op aantallen en te weinig op de inhoud. Het college heeft in het bestuurlijk wederhoor al aangegeven dat zij de aanbevelingen van de Rekenkamer omarmt. Daarmee is voor de gemeenteraad een eerste stap gezet naar meer zicht en grip op de uitvoering van het welzijnswerk in Den Haag. Zowel de betrokken onderdelen van de gemeentelijke organisatie als verschillende instellingen voor welzijnswerk hebben meegewerkt aan dit onderzoek. Ik wil alle mensen die hieraan hebben bijgedragen bedanken voor hun medewerking. Zonder hun inzet was het niet mogelijk geweest helder zicht te krijgen op welzijnswerk in Den Haag en de sturing van de gemeente daarop.

Pauline Reeuwijk Lid van de Rekenkamer Den Haag 1

Inhoudsopgave 1. Inleiding

4

Waarom hebben wij dit onderzoek gedaan?

4

Wat is onze onderzoeksvraag?

5

Wat is de afbakening van het onderzoek?

6

Leeswijzer

9

2. Hoofdconclusie: De gemeenteraad heeft onvoldoende grip op welzijnswerk, terwijl het college meer stuurt dan passend is

10

3. Deelconclusie 1: De gemeentelijke kaderstelling voor welzijnswerk is ontoereikend 11 Bevinding 1. Het gemeentebestuur heeft welzijnswerk en daarvoor beschikbare subsidiebudgetten niet duidelijk gedefinieerd en afgebakend

12

Bevinding 2. In de praktijk verleent het college buiten het budget voor professioneel welzijnswerk om subsidies voor activiteiten die hier identiek aan zijn

18

4. Deelconclusie 2. Het gemeentebestuur geeft onvoldoende ruimte aan aanbieders van welzijnswerk om de doelen voor welzijnswerk te bereiken

23

Bevinding 3. Het merendeel van de subsidies voor welzijnswerk verleent het college niet in overeenstemming met wet- en regelgeving dan wel het eigen subsidiebeleid 24 Bevinding 4. Het grootste deel van de subsidies voor welzijnswerk verleent het college niet transparant, waardoor een gelijke kans voor mogelijke aanbieders ontbreekt

27

Bevinding 5. Het college gedraagt zich bij de verlening van subsidies voor ‘professioneel welzijnswerk’ meer als opdrachtgever dan als subsidiënt

29

5. Deelconclusie 3. Het college stuurt bij de subsidieverlening voor welzijnswerk op de beleidsdoelen, maar laat de resultaten hiervan onvoldoende aan de gemeenteraad zien

33

Bevinding 6. Voor het merendeel van de subsidies die het college verleent voor welzijnswerk, is aannemelijk gemaakt dat deze bijdragen aan de beleidsdoelen van de subsidie

34

Bevinding 7. De verantwoording van het college aan de raad over welzijnswerk laat onvoldoende zien… 6. Aanbevelingen

38 45

Aanbeveling 1. Draag het college op te zorgen voor een door de raad vastgesteld integraal beleidskader voor welzijnswerk dat zich richt op al het welzijnswerk dat welzijnsorganisaties uitvoeren.

45 2

Aanbeveling 2. Draag het college op met een voorstel te komen waarin is uitgewerkt hoe welzijnssubsidies in overeenstemming met wet- en regelgeving transparant en objectief worden verleend.

46

Aanbeveling 3. Draag het college op een voorstel uit te werken waarmee het de raad inzicht biedt in het doelbereik, de behaalde prestaties en de lasten van het welzijnswerk.

46

Aanbeveling 4. Draag het college op in subsidieregelingen duidelijk te maken wat de doelen zijn van de informatie die subsidieaanvragers aan het college moeten aanleveren en alleen die informatie op te vragen die aansluit op deze doelen.

47

Aanbeveling 5. Draag het college op ervoor te zorgen dat de inhoud van het subsidieregister overeenkomt met de gegevens uit het interne subsidiesysteem.

48

Aanbeveling 6. Draag het college op binnen twee maanden nadat de raad een besluit heeft genomen over deze aanbevelingen een planning naar de raad te sturen voor de opvolging van de voorgaande aanbevelingen.

48

7. Reactie college van burgmeester en wethouders

49

8. Nawoord rekenkamer

56

Bijlage 1. Welzijnswerk volgens de ‘professionele welzijnsorganisaties’

59

Bijlage 2. Onderzoeksverantwoording

67

Bijlage 3. Begrippenlijst

82

Bijlage 4. Bronvermeldingen

86

Colofon

92

3

1. Inleiding Dit onderzoek gaat over de subsidieverlening door de gemeente Den Haag voor welzijnswerk. Welzijnswerk betreft verschillende activiteiten die welzijnsorganisaties uitvoeren om het welzijn van bewoners te bevorderen. Het gaat hier bijvoorbeeld om het organiseren van activiteiten voor jongeren in de buurt, het stimuleren van bewonersparticipatie om de leefbaarheid in een wijk te vergroten, het ondersteunen van ouderen om langer thuis te kunnen blijven wonen en het bieden van informatie en advies aan bewoners met hulpvragen (zie Figuur 2 en Bijlage 1 voor een nadere toelichting). Om dergelijke activiteiten uit te voeren ontvangen verschillende welzijnsorganisaties in Den Haag subsidie van de gemeente. Wij hebben onderzocht in hoeverre de gemeente daarbij stuurt op het bereiken van haar doelen voor welzijnswerk.

Waarom hebben wij dit onderzoek gedaan? De aanleiding voor dit rekenkameronderzoek is drieledig:1 a. De gemeente Den Haag geeft jaarlijks minimaal € 35,5 mln. uit aan subsidie voor welzijnswerk, € 33 mln. ten behoeve van ‘professioneel welzijnswerk’ en € 2,5 mln. ten behoeve van de subsidieregeling Welzijn voor innovatieve, (kleinschalige) en wijkgerichte initiatieven (hierna: Innovatieregeling).2 Dit is een substantieel bedrag. De gemeenteraad stelt regelmatig vragen over het doelbereik van subsidies voor welzijnswerk, bijvoorbeeld over wat er concreet met subsidies voor welzijnswerk gebeurt. 3 b. De gemeente is al langere tijd op zoek naar een passende wijze van monitoren en verantwoorden voor professionele welzijnsorganisaties. 4 Een rekenkameronderzoek naar de sturing door de gemeente op het bereiken van de doelen voor welzijnswerk, kan hiervoor lessen opleveren. c. De gemeente wilde in 2019 het welzijnslandschap vernieuwen, onder andere door het inzetten van de subsidieregeling Welzijn voor innovatieve, (kleinschalige) en wijkgerichte initiatieven (hierna: Innovatieregeling). De gemeente beoogde hiermee welzijn effectiever en kleinschaliger te organiseren. “De subsidiesystematiek wordt

1

Zie voor meer informatie het hoofdstuk ‘Hierom doen wij dit onderzoek’ in de opzet van dit onderzoek. RIS311981 Brief Bijlage, Onderzoeksopzet: Subsidies voor welzijnswerk, Rekenkamer Den Haag, 5 april 2022. 2

Interview ambtelijke organisatie: ca. € 22,8 mln. uit programma 14 Stadsdelen, integratie en dienstverlening en ca. € 12,8 mln. uit programma 8 Zorg, welzijn, jeugd en volksgezondheid; RIS310647 Raadsvoorstel Bijlage 1, Versterken & Verbinden: Beleidsplan Professioneel Welzijnswerk 2021-2024, Gemeenteraad, 16 december 2021, p. 17. 3

RIS308099 Motie 'Onderzoek regionaal aanbesteden Haags Welzijnswerk', Gemeenteraad, 4 maart 2021, p. 1; RIS307940 Raadsvragen 'Zorgen van bewoners Schilderswijk en Transvaal over Next Projecten', Gemeenteraad, 22 februari 2021, p. 1; RIS307780 Raadsvragen 'Opheldering subsidie Laakse Lente', Gemeenteraad, 2 februari 2021, p. 1. 4

RIS310647 Raadsvoorstel 'Versterken & Verbinden: Beleidsplan Professioneel Welzijnswerk 2021-2024', College van Burgmeester en Wethouders, 30 november 2021, p. 48.

4

eenvoudiger, flexibeler en meer gericht op resultaat. Naar subsidies voor stadsbrede welzijnstaken die we centraal willen organiseren, kunnen alle huidige welzijnsorganisaties en andere maatschappelijke organisaties meedingen.” 5 De Innovatieregeling heeft het college in 2022 ingetrokken. In hoeverre het welzijnslandschap is vernieuwd met de regeling, is door de gemeente niet geëvalueerd.

Wat is onze onderzoeksvraag? De centrale onderzoeksvraag van dit rekenkameronderzoek luidt: In hoeverre stuurt de gemeente op het bereiken van haar doelen voor welzijnswerk? Voor het realiseren van de gemeentelijke doelen voor welzijnswerk, subsidieert de gemeente organisaties die welzijnswerk uitvoeren. Daarnaast verhuurt de gemeente accommodaties aan welzijnsorganisaties6 en communiceert ze over het welzijnsaanbod via haar website.7 Binnen het geheel aan activiteiten gaan de meeste financiële middelen op aan subsidies. Het gemeentebestuur wil deze subsidies zo efficiënt en effectief mogelijk inzetten.8 Om onze onderzoeksvraag te beantwoorden hebben we de stappen in onderstaande beleidscyclus gevolgd (zie Figuur 1). We hebben eerst de kaderstelling voor welzijnswerk geanalyseerd. Vervolgens hebben we het subsidieverleningsproces in de uitvoering onderzocht. Tot slot hebben we de verantwoording over het doelbereik van welzijnswerk geanalyseerd.

5

RIS300472 Raadsvoorstel Bijlage 2, Programmabegroting 2019-2022, Gemeenteraad, 8 november 2018, p. 163; RIS302816 Commissiebrief Bijlage, Contourennota ‘Herstructurering Welzijn’ 2019-2022, College van Burgemeester en Wethouders, 17 juni 2019; RIS299794 Overig Den Haag, Stad van Kansen en Ambities: Coalitieakkoord 2018-2022, Gemeenteraad, 6 juni 2018, p. 63. 6

RIS306159 Raadsvoorstel Bijlage 2, Programmabegroting 2021-2024, Gemeenteraad, 5 november 2020, p. 172.

7

Sociale Kaart Den Haag, website Gemeente Den Haag, (datum onbekend), https://socialekaartdenhaag.nl, geraadpleegd op: 31 maart 2022. De Sociale Kaart betreft het brede aanbod van welzijnswerk. De gemeente geeft op haar website ook informatie over waar de Servicepunten XL zich bevinden. Zie Servicepunt XL: voor informatie, advies en hulp, website Gemeente Den Haag, 2 december 2022, https://www.denhaag.nl/nl/zorg-en-ondersteuning/servicepunt-xl-voor-informatie-advies-en-hulp.htm, geraadpleegd op: 3 april 2023. De ‘professionele welzijnsorganisaties’ communiceren via hun eigen websites over hun eigen aanbod. 8

RIS305416 Raadsvoorstel Bijlage, Kadernota subsidiebeleid Den Haag 2020-2023, Gemeenteraad, 14 juli 2020, p. 5.

5

Kaderstelling welzijnswerk

Verantwoording doelbereik welzijnswerk

Subsidieverlening welzijnswerk

Figuur 1 Beleidscyclus van kaderstelling tot verantwoording.

Wat is de afbakening van het onderzoek? Focus op het instrument subsidies Wij richten ons onderzoek op het instrument subsidies, omdat dit het belangrijkste instrument is dat het gemeentebestuur hanteert om zijn doelen voor welzijnswerk te bereiken. Subsidies zijn gedefinieerd als de financiële middelen die een bestuursorgaan verstrekt aan een aanvrager voor de uitvoering van bepaalde activiteiten. Betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten valt daar niet onder.9

Een breder perspectief op welzijnswerk dan het gemeentebestuur Het gemeentebestuur heeft sinds 2019 inhoudelijk ambities en doelstellingen geformuleerd voor professioneel welzijnswerk en koppelde deze aan specifieke welzijnsorganisaties die subsidie ontvangen voor de uitvoering van ‘professioneel welzijnswerk’.10 Daarnaast heeft het gemeentebestuur eind 2019 een Innovatieregeling opgesteld waarmee het tevens subsidie voor welzijnswerk verleende. 11 Eind 2021 heeft de gemeenteraad een beleidsplan

9

Algemene wet bestuursrecht, artikel 4:21, lid 1. Geraadpleegd op https://wetten.overheid.nl/BWBR0005537/2022-03-02.

10

RIS302816 Commissiebrief Aanbieding Contourennota Herstructurering Welzijn, College van Burgemeester en Wethouders, 17 juni 2019, p. 2; RIS300472 Raadsvoorstel Bijlage 2, Programmabegroting 2019-2022, Gemeenteraad, 8 november 2018, p. 83 en p. 163; RIS305699, Commissiebrief Visievorming Haags Welzijnswerk, 29 juli 2020, p. 5: ‘Met dit beleidsplan geven we het professionele welzijnswerk positie, richting en duidelijkheid.’; RIS310647 Raadsvoorstel Bijlage 1, Versterken & Verbinden: Beleidsplan Professioneel Welzijnswerk 2021-2024, Gemeenteraad, 16 december 2021. 11

Subsidieregeling innovatieve (kleinschalige) wijkgerichte initiatieven 2019/2020.

6

voor het welzijnswerk van acht (sinds 2022 zes) professionele welzijnsorganisaties12 vastgesteld. Dit betreft welzijnswerk dat deze organisaties verrichten met de subsidie die zij jaarlijks vanuit het budget ‘professioneel welzijnswerk’ ontvangen.13 Wij hanteren in dit onderzoek een breder perspectief op welzijnswerk dan het ‘professioneel welzijnswerk’ en de Innovatieregeling.14 Dit doen we omdat er ook activiteiten plaatsvinden die worden uitgevoerd door andere organisaties met andere subsidiebudgetten en die inhoudelijk overeenkomen met het ‘professioneel welzijnswerk’.15 We hebben welzijnswerk vanuit deze brede optiek gedefinieerd als alle activiteiten die inhoudelijk overeenkomen met het welzijnswerk die de ‘professionele welzijnsorganisaties’ jaarlijks uitvoeren met de subsidies voor ‘professioneel welzijnswerk’. Figuur 2 laat zien om welke activiteiten het hier gaat. Zie ook Bijlage 1 voor een nadere toelichting.

12

In het beleidsplan Professioneel Welzijnswerk noemt het gemeentebestuur acht welzijnsorganisaties. Deze acht welzijnsorganisaties zijn: Stichting Mooi, Stichting Voor Welzijn, Stichting Zebra, Stichting Welzijn Scheveningen, Stichting Buurtcentrum Kommunika, Stichting Clubhuis de Mussen, Stichting Jeugdwerk en Stichting Mandelaplein. In 2022 zijn drie welzijnsorganisaties samengegaan in een nieuwe organisaties (Wijkz). Daarmee zijn er nog zes ‘professionele welzijnsorganisaties’. 13

Beantwoording informatie-uitvraag rekenkamer, 9 februari 2022; RIS310647 Raadsvoorstel Bijlage 1, Versterken & Verbinden: Beleidsplan Professioneel Welzijnswerk 2021-2024, Gemeenteraad, 16 december 2021. 14

RIS302816 Commissiebrief Bijlage, Contourennota ‘Herstructurering Welzijn’ 2019-2022, College van Burgemeester en Wethouders, 17 juni 2019. 15

Zie deelconclusie 1 voor een nadere toelichting.

7

Openstellen en coördineren wijkcentra

Informatie en advies bij praktische hulpvragen

Ondersteunen en doorverwijzen bij complexe problematiek

Ondersteunen van ouderen die thuis wonen

Werven en coördineren vrijwilligers

Welzijnswerk Activiteiten voor jongeren en kinderen in de wijk

Stimuleren van bewonersparticipatie in de wijk

Signaleren veiligheidsrisico’s in de wijk

Jongeren stimuleren om bij te dragen aan de leefbaarheid in de wijk

Activiteiten voor ouders over opvoeding

Figuur 2 Activiteiten die de ‘professionele welzijnsorganisaties’ uitvoeren met de subsidies voor ‘professioneel welzijnswerk’. Deze figuur is gemaakt door de Rekenkamer Den Haag.16

We onderzoeken de periode 2019 tot en met medio april 2023 We hebben verleende subsidies voor welzijnswerk in de periode tussen 2019 en 2021 in ons onderzoek meegenomen. We hebben 2019 als beginjaar genomen, omdat het gemeentebestuur vanaf dat jaar welzijnswerk effectiever en kleinschaliger wilde organiseren.17 We hebben 2021 als eindjaar genomen, omdat we ook de verantwoording over welzijnswerk in ons onderzoek wilden meenemen. De verantwoordingen over beleidsstukken en programmarekeningen over 2022 waren ten tijde van ons onderzoek

16

Gebaseerd op documentenanalyse en interviews met externe organisaties.

17

RIS300472 Raadsvoorstel Bijlage 2, Programmabegroting 2019-2022, Gemeenteraad, 8 november 2018, p. 163; RIS302816 Commissiebrief Bijlage, Contourennota ‘Herstructurering Welzijn’ 2019-2022, College van Burgemeester en Wethouders, 17 juni 2019.

8

(2022-2023) nog niet beschikbaar. Voor het welzijnswerkbeleid hebben we de meest recente ontwikkelingen tot en met medio april 2023 in ons onderzoek meegenomen.

We richten ons op de rol van het gemeentebestuur In dit onderzoek spelen naast de gemeente ook uitvoerders van welzijnswerk een rol. Zij voeren immers de welzijnswerkactiviteiten met de subsidie van de gemeente uit. De bevindingen, conclusies en aanbevelingen van dit onderzoek richten zich echter alleen op de rol van het gemeentebestuur. Wij onderzochten níet het functioneren van welzijnswerkorganisaties.

We geven een oordeel aan de hand van normen In het onderzoek hebben we gebruik gemaakt van een normenkader. De normen zijn gebaseerd op wet- en regelgeving. We hebben het gevoerde beleid getoetst aan de hand van de gestelde normen. Bij de beoordeling hebben we verschillende onderzoeksmethoden gebruikt en hebben we diverse soorten data geanalyseerd. Zie Bijlage 2 voor het normenkader, wet- en regelgeving en de onderzoeksmethoden.

Leeswijzer In het volgende hoofdstuk lichten we onze hoofdconclusie toe. In hoofdstuk 3 tot en met 5 zetten we uiteen op welke bevindingen iedere deelconclusie is gebaseerd. De eerste deelconclusie en twee bevindingen gaan over de inhoudelijke en financiële kaderstelling voor welzijnswerk door de gemeenteraad. De tweede deelconclusie en drie bevindingen gaan over het voldoen aan wet- en regelgeving in het huidige subsidieverleningsproces. De derde deelconclusie en twee bevindingen gaan over het sturen op doelen bij de subsidieverlening voor welzijnswerk en de verantwoording van het college over het doelbereik richting de gemeenteraad. In hoofdstuk 6 lichten we onze aanbevelingen toe. In hoofdstuk 7 laten we de reactie van het college op ons onderzoek zien. Tot slot reflecteren we in hoofdstuk 8 op de reactie van het college. Er zijn vier bijlagen waarin overige inhoudelijke relevante informatie te vinden is. •

Bijlage 1 bevat een toelichting op wat welzijnswerk volgens de ‘professionele welzijnsorganisaties’ is.

•

Bijlage 2 bevat het normenkader, wet- en regelgeving en de onderzoeksmethoden die we voor ons onderzoek hebben gehanteerd.

•

Bijlage 3 en Bijlage 4 bevatten een lijst van de begrippen en een overzicht van bronnen die we in ons onderzoek hebben gebruikt.

9

2. Hoofdconclusie. De gemeenteraad heeft onvoldoende grip op welzijnswerk, terwijl het college meer stuurt dan passend is De gemeenteraad heeft onvoldoende grip op welzijnswerk doordat de raad niet voor al het welzijnswerk heeft vastgesteld wat hier onder valt en wat het mag kosten. Het ontbreekt met andere woorden aan een overzichtelijk en volledig kader voor welzijnswerk. Daarnaast kan de raad door een gebrekkige verantwoording van het college over welzijnswerk niet goed controleren welke resultaten worden bereikt en wat het heeft gekost. Dit komt onder andere doordat het college voor de verantwoording aan de raad te weinig gebruik maakt van de uitgebreide informatie die welzijnsorganisaties aan het college verstrekken. Het college stuurt juist meer op de uitvoering van het welzijnswerk dan passend is. Het geeft onvoldoende ruimte aan alle potentiële welzijnsorganisaties om subsidie aan te vragen. Dit is niet in overeenstemming met de wet en de gedachte achter de wet over het transparant en objectief verdelen van subsidies. Hoewel het college bij het verlenen van welzijnssubsidies stuurt op de welzijnsdoelen, is die sturing te veel op details. Het college gedraagt zich richting welzijnsorganisaties daardoor te veel als opdrachtgever en te weinig als subsidieverlener die meer op afstand staat en met subsidies welzijnsactiviteiten stimuleert.

De hoofdconclusie is gebaseerd op de volgende deelconclusies: 1. De gemeentelijke kaderstelling voor welzijnswerk is ontoereikend. 2. Het gemeentebestuur geeft onvoldoende ruimte aan aanbieders van welzijnswerk om de doelen voor welzijnswerk te bereiken. 3. Het college stuurt bij de subsidieverlening voor welzijnswerk op de beleidsdoelen, maar laat de resultaten hiervan onvoldoende aan de gemeenteraad zien. De deelconclusies worden in de hiernavolgende hoofdstukken toegelicht.

10

3. Deelconclusie 1. De gemeentelijke kaderstelling voor welzijnswerk is ontoereikend Het beleid voor welzijnswerk dat in 2021 door de gemeenteraad is vastgesteld en dat gekoppeld is aan het budget voor ‘professioneel welzijnswerk’, is ontoereikend omdat het uitsluitend gaat over het welzijnswerk van enkele grote ‘professionele welzijnsorganisaties’ in Den Haag. Vanuit andere beleidsplannen worden aanvullend identieke welzijnsactiviteiten aan deze en aan andere welzijnsorganisaties gesubsidieerd. Dit gebeurt buiten het budget voor professioneel welzijnswerk om, waardoor de raad het geheel aan subsidies niet in beeld heeft. Hierdoor is de raad onvoldoende in staat om voor het gehele welzijnswerk zijn kaderstellende rol te vervullen. Het ontbreekt voor de raad aan een compleet overzicht over het welzijnswerk dat verricht wordt en het totale subsidiebudget dat hiermee gemoeid is. Ook heeft de raad onvoldoende zicht op wat met de subsidies bereikt zou moeten worden. Uit onze analyse van het subsidieregister18 over de periode 2019 tot en met 2021, komt naar voren dat het college tussen de € 6,4 mln. en € 9,6 mln. subsidie per jaar aan welzijnswerkactiviteiten verleende op basis van andere beleidsplannen en regelingen dan het budget voor professioneel welzijnswerk, waarvan de kosten in 2020 € 33 mln. bedroegen. De eerste deelconclusie baseren we op de volgende bevindingen: Bevinding 1

Het gemeentebestuur heeft welzijnswerk en daarvoor beschikbare

subsidiebudgetten niet duidelijk gedefinieerd en afgebakend. Bevinding 2

In de praktijk verleent het college buiten het budget voor

professioneel welzijnswerk om subsidies voor activiteiten die hier identiek aan zijn.

18

Het subsidieregister is een overzicht van alle subsidies die de gemeente Den Haag in afgelopen jaren heeft verstrekt. Zie voor nadere toelichting Bijlage 2 paragraaf Aanpak analyse subsidieregister en Aanpak analyse subsidieverleningen.

11

Figuur 3 Infographic deelconclusie 1 met bevindingen.

Bevinding 1. Het gemeentebestuur heeft welzijnswerk en daarvoor beschikbare subsidiebudgetten niet duidelijk gedefinieerd en afgebakend Het college heeft sinds 2019 inhoudelijk ambities geformuleerd voor ‘professioneel welzijnswerk’ en koppelde deze aan specifieke welzijnsorganisaties die hiervoor vanuit de budgetten voor professioneel welzijnswerk subsidie ontvingen.19 Eind 2021 heeft de gemeenteraad het beleidsplan ‘Professioneel Welzijnswerk’ vastgesteld. Dit richt zich op het welzijnswerk van acht (sinds 2022 zes) professionele welzijnsorganisaties. Professioneel welzijnswerk betreft het welzijnswerk dat deze organisaties vanuit het budget ‘professioneel welzijnswerk’ verrichten.20 In de praktijk heeft het gemeentebestuur echter ook in andere beleidsstukken doelen en ambities opgenomen die overeenkomen met de doelen voor

19

RIS302816 Commissiebrief Aanbieding Contourennota Herstructurering Welzijn, College van Burgemeester en Wethouders, 17 juni 2019, p. 2; RIS300472 Raadsvoorstel Bijlage 2, Programmabegroting 2019-2022, Gemeenteraad, 8 november 2018, p. 83 en p. 163. RIS305699, Commissiebrief Visievorming Haags Welzijnswerk, 29 juli 2020, p. 5: ‘Met dit beleidsplan geven we het professionele welzijnswerk positie, richting en duidelijkheid.’; RIS310647 Raadsvoorstel Bijlage 1, Versterken & Verbinden: Beleidsplan Professioneel Welzijnswerk 2021-2024, Gemeenteraad, 16 december 2021. 20

Beantwoording informatie-uitvraag rekenkamer, 9 februari 2022; RIS310647 Raadsvoorstel Bijlage 1, Versterken & Verbinden: Beleidsplan Professioneel Welzijnswerk 2021-2024, Gemeenteraad, 16 december 2021.

12

‘professioneel welzijnswerk’.21 In aanvulling hierop maakt het gemeentebestuur in de programmabegroting niet duidelijk welke taken voor (professioneel) welzijnswerk onder welk programma vallen en welk budget de raad voor welzijnswerk beschikbaar stelt.22 In 2019 was er een taakstelling om € 1 mln. te bezuinigen op het budget voor welzijnswerk.23 Deze taakstelling zou vervolgens ook gerealiseerd zijn.24 Dit kan de gemeenteraad op basis van de programmarekeningen echter niet controleren, omdat er aan de voorkant geen duidelijk budget voor welzijnswerk was bepaald.

Beleidsstukken25 overlappen inhoudelijk Er bestaat inhoudelijke overlap tussen dat wat de gemeenteraad heeft vastgesteld als welzijnswerk in het beleidsplan Professioneel Welzijnswerk en wat in andere beleidsstukken is vastgesteld door het college en de gemeenteraad.26 Figuur 4 toont deze verschillende beleidsstukken in samenhang. Het beleidsplan Professioneel Welzijnswerk (gele kader in de figuur) valt onder zowel programma 8 als programma 14 van de begroting. De andere beleidsstukken en actieprogramma’s onder programma 8 en 14 die zijn opgenomen in Figuur 4, hebben doelen die overeenkomen met doelen van het beleidsplan Professioneel Welzijnswerk. De beleidsstukken onder programma 8 en het beleidsplan Professioneel Welzijnswerk geven invulling aan de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Onder programma 14 vallen ook andere beleidsstukken die op onderdelen overeenkomen met welzijnswerk en die uitvoering geven aan lokale doelen.

21

We baseren dit op een analyse van actuele en recente beleidsdocumenten binnen die vallen binnen de begrotingsprogramma’s 8 Zorg, welzijn, jeugd en volksgezondheid en Programma 14 Stadsdelen, integratie en dienstverlening van de programmabegrotingen 2019 t/m 2021. Zie paragraaf Aanpak analyse doelen beleidstukken welzijnswerk in Bijlage 2 voor een nadere toelichting. 22

Op basis van een analyse van de programmabegrotingen van 2019 t/m 2022. RIS300472 Raadsvoorstel Bijlage 2, RIS300472 Raadsvoorstel Bijlage 2, Programmabegroting 2019-2022, Gemeenteraad, 8 november 2018; RIS304372 Raadsvoorstel Bijlage 1A, Programmabegroting 2020-2023, Gemeenteraad, 20 februari 2020; RIS306159 Raadsvoorstel Bijlage 2, Programmabegroting 2021-2024, Gemeenteraad, 5 november 2020; RIS309850 Bijlage 2, Programmabegroting 2022-2025, Gemeenteraad, 4 november 2021. 23

RIS300472 Raadsvoorstel Bijlage 2, Programmabegroting 2019-2022, Gemeenteraad, 8 november 2018, p. 83.

24

RIS305159 Raadsvoorstel Bijlage 1, Programmarekening 2019, Gemeenteraad, 30 juni 2020, p. 216.

25

Voor de leesbaarheid gebruiken we de term beleidsstukken voor zowel kaderstellende documenten als documenten waarin de richting en de middelen worden aangegeven waarmee men gestelde doelen wil gaan realiseren binnen een gestelde periode. Hieronder vallen ook de wijkprogramma’s, - scans/agenda’s. 26

We baseren dit op een analyse van actuele en recente beleidsdocumenten binnen die vallen binnen de begrotingsprogramma’s 8 Zorg, welzijn, jeugd en volksgezondheid en Programma 14 Stadsdelen, integratie en dienstverlening van de programmabegrotingen 2019 t/m 2021. Zie paragraaf Aanpak analyse doelen beleidstukken welzijnswerk in Bijlage 2 voor een nadere toelichting.

13

Programma 4. tadsdelen, integra e en dienstverlening

Programma . org, welzijn, jeugd en volksgezondheid Wet maatschappelijke ondersteuning

Beleidsplan org, eugd en olksgezondheid 93 3

5

Beleidsplan aatschappelijke ndersteuning 5- 6

genda voor een oeganke lijk Den Haag 3 663

c eprogramma informele zorg 53 4

eniorvriende lijk Den Haag c eprogram ma 3

Beleidsnota 6amen en met eigen kracht 93 4

-

Herijking Wijkprogramma s - 9 9 3

Wijkagenda s en 3 -scans

Beleid Bewonersorganisa es Den Haag 3 9456

c eplan en campagne eenzaamheid 3 65 Het beleidsplan Professioneel Welzijnswerk

Haags vrijwilligersbeleid - 3 3 95

Beleidsstukken onder Programma die overlappen met het beleidsplan Professioneel Welzijnswerk Beleidsstukken onder Programma 4 die overlappen met het beleidsplan Professioneel Welzijnswerk Beleidsstukken die zijn vastgesteld door de gemeenteraad

Figuur 4 Beleidsstukken die inhoudelijk overlappen met het beleidsplan Professioneel Welzijnswerk.27 In het beleidsplan Professioneel Welzijnswerk staat dat het ‘professioneel welzijnswerk’, door het voorkomen van (zwaardere) zorg, raakvlakken heeft met veel verschillende beleidsplannen, actieprogramma’s en andere beleidsstukken voor het sociaal domeinen en dat deze daarmee aanvullend op elkaar zijn.28 Wij zien echter dat de andere beleidsplannen zich soms op dezelfde doelen richten als het beleidsplan Professioneel Welzijnswerk. Daardoor is er niet zozeer sprake van aanvulling van andere beleidsstukken op het beleidsplan Professioneel Welzijnswerk, maar van overlap. Hieronder geven we twee voorbeelden van deze overlap.

27

De beleidsstukken die we in dit onderzoek hebben vergeleken met het ‘Beleidsplan professioneel welzijnswerk’ uit 2021 (RIS310647) hebben we in eerste instantie geselecteerd op basis van de analyse van het subsidieregister over de periode 20192021 en vervolgens aangevuld met actuelere beleidsdocumenten. Zie voor een nadere toelichting bijlage 2, paragrafen ‘aanpak analyse subsidieregister’, ‘aanpak analyse subsidieverleningen’ en ‘aanpak analyse doelen beleidsstukken welzijnswerk en verantwoording in voortgangsrapportages’. Omdat er in de periode 2019-2021 nog subsidies werden verstrekt op basis van oudere beleidsdocumenten, hebben we in dit overzicht ook deze (niet meer actuele) documenten opgenomen. 28

RIS310647 Raadsvoorstel Bijlage 1, Versterken & Verbinden: Beleidsplan Professioneel Welzijnswerk 2021-2024, Gemeenteraad, 16 december 2021, p. 16.

14

Twee voorbeelden van overlap tussen beleidsstukken 1. In het beleidsplan Professioneel Welzijnswerk is opgenomen dat het welzijnswerk ernaar streeft zelfredzaamheid te vergroten en daar onder andere eenzaamheid mee te verkleinen.29 Dit doel komt ook terug in het Actieplan en campagne eenzaamheid30 en Seniorvriendelijk Den Haag31 die onder het Beleidsplan Zorg, Jeugd en Volksgezondheid vallen. Deze beleidsstukken benoemen de Servicepunten XL van het ‘professioneel welzijnswerk’ en de welzijnswerkers expliciet als spelers die bijdragen aan het bestrijden van eenzaamheid.32 2. In het beleidsplan Professioneel Welzijnswerk staat dat het welzijnswerk zich onder andere bezighoudt met informatievoorziening en huisbezoeken aan ouderen met als doel ouderen zelfredzamer te maken en langer thuis te laten blijven wonen.33 Ook het actieprogramma Seniorvriendelijk Den Haag heeft dit (onder andere) als doel.34 Het actieprogramma benoemt vervolgens ook de Servicepunten XL en ouderenconsulenten (welzijnswerk) expliciet als spelers die bijdragen aan dit doel.35

In de begroting maakt de gemeenteraad niet duidelijk welke activiteiten in het kader van welzijnswerk onder welk programma vallen Welzijnswerk richt zich volgens het beleidsplan Professioneel Welzijnswerk op drie thema’s: 1) actief samenleven, 2) opgroeien en ontwikkelen en 3) ondersteunen kwetsbare inwoners (zie gele kader in Figuur 5).36 Deze thema’s vinden hun basis in twee programma’s in de begroting: Programma 8 Zorg, welzijn, jeugd en volksgezondheid en Programma 14

29

RIS310647 Raadsvoorstel Bijlage 1, Versterken & Verbinden: Beleidsplan Professioneel Welzijnswerk 2021-2024, Gemeenteraad, 16 december 2021, p. 16. 30

RIS301657 Commissiebrief Bijlage, Met z’n allen niet alleen: Den Haag pakt eenzaamheid aan, College van Burgemeester en Wethouders, 12 december 2019, p. 4. 31

RIS307178 Commissiebrief Bijlage, Seniorvriendelijk Den Haag: Actieprogramma 2020-2022, College van Burgemeester en Wethouders, 14 december 2020, p. 15. 32

RIS301657 Commissiebrief Bijlage, Met z’n allen niet alleen: Den Haag pakt eenzaamheid aan, College van Burgemeester en Wethouders, 12 december 2019, p. 13. 33

RIS310647 Raadsvoorstel Bijlage 1, Versterken & Verbinden: Beleidsplan Professioneel Welzijnswerk 2021-2024, Gemeenteraad, 16 december 2021, p. 37-38. 34

RIS307178 Commissiebrief Bijlage, Seniorvriendelijk Den Haag: Actieprogramma 2020-2022, College van Burgemeester en Wethouders, 14 december 2020, p. 8. 35

RIS307178 Commissiebrief Bijlage, Seniorvriendelijk Den Haag: Actieprogramma 2020-2022, College van Burgemeester en Wethouders, 14 december 2020, p. 7. 36

RIS310647 Raadsvoorstel Bijlage 1, Versterken & Verbinden: Beleidsplan Professioneel Welzijnswerk 2021-2024, Gemeenteraad, 16 december 2021, p. 25.

15

Stadsdelen, integratie en dienstverlening (zie blauwe kaders in Figuur 5). De begroting en het beleidsplan Professioneel Welzijnswerk maken echter niet duidelijk hoe de genoemde thema’s zich verhouden tot de betreffende programma’s. ok een nadere analyse van programmabegrotingen en diverse beleidsdocumenten over welzijnswerk biedt geen duidelijke afbakening. Programma 8 en 14 lijken bijvoorbeeld beide een basis te zijn voor jongerenwerk. 37 In het beleidsplan Professioneel Welzijnswerk plaatst de gemeenteraad het jongerenwerk onder het thema ‘opgroeien en ontwikkelen’.38 Het ‘jeugdwerk’ valt onder Programma 14, onderdeel Stadsdeelbudget Buurthuizen en ondersteuning vrijwilligers.39 In het beleidsplan Professioneel Welzijnswerk is opgenomen dat de basis voor jongerenwerk te vinden is in het gemeentelijk jeugdbeleid op grond van de Jeugdwet. 40 Dat valt onder Programma 8 van de begroting.41

Het budget voor (professioneel) welzijnswerk is voor de gemeenteraad niet duidelijk Zoals aangegeven valt welzijnswerk onder Programma 8 en 14 van de begroting. De gemeenteraad maakt in de programmabegrotingen niet duidelijk wat het budget voor welzijnswerk is, omdat de gemeenteraad in beide programma’s geen afgebakend budget voor ‘welzijnswerk’ heeft opgenomen en omdat de verdeling van welzijnswerk over beide programma’s niet duidelijk is (zie Figuur 5). In de Programmabegroting 2021-2024 heeft de gemeenteraad in Programma 8 voor Participatie, zorg en welzijn bijvoorbeeld een budget van ongeveer € 44 mln. opgenomen.42 Vrijwilligers en mantelzorgers, Seniorvriendelijke stad, Toegankelijkheid, Eenzaamheid, Welzijn en Servicepunten XL en Sociaal herstel maken hier onderdeel van uit, maar zijn financieel niet nader gespecificeerd.43 Onder Programma 14 is in diezelfde begroting voor Stadsdeelbudget Buurthuizen en ondersteuning vrijwilligers ongeveer €

,5 mln. opgenomen. oor dit geld subsidieert het college volgens de

37

De eerste ambitie die onder Programma 14 in de begroting van 2021 wordt aangehaald is ‘De Haagse jeugd groeit veilig, gezond en met plezier op en ontwikkelt haar talenten’ (RIS306159, p. 172). Tegelijk wordt bij Programma 8 aangegeven ‘in de directe leefomgeving van jongeren […] hebben welzijnswerkers een onmisbare rol’ (RIS306159, p. 88). 38

RIS310647 Raadsvoorstel Bijlage 1, Versterken & Verbinden: Beleidsplan Professioneel Welzijnswerk 2021-2024, Gemeenteraad, 16 december 2021, p. 30-32. 39

RIS306159 Raadsvoorstel Bijlage 2, Programmabegroting 2021-2024, Gemeenteraad, 5 november 2020, p. 172

40

RIS310647 Raadsvoorstel Bijlage 1, Versterken & Verbinden: Beleidsplan Professioneel Welzijnswerk 2021-2024, Gemeenteraad, 16 december 2021, p. 31. 41

RIS306159 Raadsvoorstel Bijlage 2, Programmabegroting 2021-2024, Gemeenteraad, 5 november 2020, p. 84.

42

RIS306159 Raadsvoorstel Bijlage 2, Programmabegroting 2021-2024, Gemeenteraad, 5 november 2020, p. 87; In de begroting 2022-2025 gaat het om een bedrag van € 42 mln. Zie: RIS309850 Raadsvoorstel Bijlage 2, Programmabegroting 2022-2025, Gemeenteraad, 4 november 2021, p. 89. 43

In het beleidsplan Professioneel Welzijnswerk (RIS30647) wordt op pagina 17 aangegeven dat voor Servicepunten XL in 2020 een budget van € 11,75 mln. beschikbaar zou zijn. Dit is in de Programmabegroting 2020-2023 (RIS304372) echter niet terug te vinden.

16

toelichting het ‘professionele welzijnswerk’ en ‘jeugdwerk’ van de Haagse Welzijnsorganisaties en zelfstandige buurthuizen .44 Daarnaast is onder Programma 14 voor Leefbaarheid en bewonersparticipatie €

mln. opgenomen voor het oplossen van kleine

leefbaarheidsproblemen in de wijken en het subsidiëren van wijkactiviteiten.45 Het is niet duidelijk welk deel van deze bovengenoemde budgetten precies bestemd is voor welzijnswerk. -

•

rijwilligers en mantelzorgers

•

eniorvriendelijke stad

•

Professioneel welzijnswerk

•

oegankelijkheid

•

eugdwerk

•

enzaamheid

•

plossingen voor lee aarheidsproblemen in wijken

• •

Welzijn en ervicepunten

ociaal herstel

ubsidiëren wijkac viteiten

•

nhoudelijke samenhang en budget onduidelijk

nhoudelijke samenhang en budget onduidelijk

-

Figuur 5 De figuur laat zien dat de samenhang van de thema’s onder het beleidsplan Professioneel Welzijnswerk met thema’s in de programmabegroting en het budget voor ‘professioneel welzijnswerk’ onduidelijk zijn.46

44

RIS306159 Raadsvoorstel Bijlage 2, Programmabegroting 2021-2024, Gemeenteraad, 5 november 2020, p. 172.

45

RIS306159 Raadsvoorstel Bijlage 2, Programmabegroting 2021-2024, Gemeenteraad, 5 november 2020, p. 171; In 2022 ging het om een bedrag van € 16,5 mln. (RIS309850 Raadsvoorstel Bijlage 2, Programmabegroting 2022-2025, Gemeenteraad, 4 november 2021, p. 174.). 46

Als voorbeeld is voor deze figuur de begroting 2021-2024 genomen: RIS306159 Raadsvoorstel Bijlage 2, Programmabegroting 2021-2024, Gemeenteraad, 5 november 2020.

17

Bevinding 2. In de praktijk verleent het college buiten het budget voor professioneel welzijnswerk om subsidies voor activiteiten die hier identiek aan zijn: a) De acht ‘professionele welzijnsorganisaties’ die de voor professioneel welzijnswerk bestemde subsidies ontvangen, krijgen aanvullend vanuit andere budgetten ook subsidies voor activiteiten die identiek aan zijn aan professioneel welzijnswerk b) Andere organisaties dan de acht ‘professionele welzijnsorganisaties’, ontvangen buiten het voor professioneel welzijnswerk bestemde subsidiebudget ook subsidies voor activiteiten die identiek zijn aan professioneel welzijnswerk. De inhoudelijke overlap tussen verschillende beleidsplannen en de onduidelijke afbakening van de inhoud en het budget voor welzijnswerk maken het mogelijk om activiteiten in het kader van welzijnswerk op basis van verschillende kaders en budgetten te subsidiëren. In de praktijk blijkt dit ook te gebeuren. De gemeente subsidieert, op basis van verschillende beleidsplannen en subsidieregelingen en buiten het budget voor professioneel welzijnswerk om, activiteiten die inhoudelijk met professioneel welzijnswerk overeenkomen.

De organisaties die in de periode 2019-2021 subsidie ontvingen voor ‘professioneel welzijnswerk’, ontvingen ook vanuit andere beleidsplannen en subsidieregelingen subsidie voor activiteiten die inhoudelijk overeenkomen met wat zij doen in het kader van ‘professioneel welzijnswerk’. Andere organisaties ontvingen op basis van andere beleidsplannen en subsidieregelingen eveneens subsidies voor vergelijkbare activiteiten als die de organisaties voor ‘professioneel welzijnswerk’ uitvoeren. owel de instellingen voor ‘professioneel welzijnswerk’ als de andere organisaties ontvingen daarnaast subsidies op basis van de Innovatieregeling. Figuur 6 toont alle subsidies die betrekking hebben op welzijnswerk. Hierna lichten we de afzonderlijke subsidies uit de figuur toe. Eerst lichten we de subsidies toe op basis van de budgetten van de gemeente voor professioneel welzijnswerk (2020: € 33 mln.47) en de innovatieregeling € ,5 mln.48) (de groene pijlen in Figuur 6). Daarna lichten we de subsidies voor welzijnswerk toe die

47

RIS310647 Raadsvoorstel Bijlage 1, Versterken & Verbinden: Beleidsplan Professioneel Welzijnswerk 2021-2024, Gemeenteraad, 16 december 2021, p. 17. 48

RIS310647 Raadsvoorstel Bijlage 1, Versterken & Verbinden: Beleidsplan Professioneel Welzijnswerk 2021-2024, Gemeenteraad, 16 december 2021, p. 17.

18

inhoudelijk overeenkomen met ‘professioneel welzijnswerk’, maar die vanuit andere subsidiebudgetten worden verleend (de gele pijlen in Figuur 6). Deze omvatten op basis van onze analyse van het subsidieregister49 een bedrag van tussen € 6,4 mln. en € 9,6 mln. per jaar.

Figuur 6 Subsidies voor welzijnswerk en ontvangende organisaties. De groene pijlen betreffen subsidies die het college vanuit de budgetten voor professioneel welzijnswerk en de innovatieregeling verleende. De gele pijlen betreffen subsidies voor activiteiten die inhoudelijk hetzelfde zijn als ‘professioneel welzijnswerk’, maar die het college vanuit andere subsidiebudgetten verleende. De dikte van de pijlen is een indicatie van de omvang van de subsidiebedragen.

Subsidies die het college verleent voor ‘professioneel welzijnswerk’ en op basis van de innovatieregeling verleende Pijl 1: Acht organisaties ontvingen subsidies vanuit het budget voor professioneel welzijnswerk Het college verleent de subsidies voor professioneel welzijnswerk aan vooraf geselecteerde aanbieders. In 2019 ging het om vier welzijnsorganisaties en vijf buurthuizen.50 Vanaf 2021 gaat het om acht (en vanaf 2022 om zes) welzijnsorganisatie die in het beleidsplan

49

Zie Bijlage 2 paragraaf Aanpak analyse subsidieregister voor de analysemethode die we hebben gehanteerd.

50

RIS308216 Aanbieding Contourennota Herstructurering Welzijn, 17 juni 2019, p.2. De vier grote Haagse Welzijnsorganisaties zijn Xtra met de drie werkmaatschappijen Voor, Zebra en Mooi en Welzijn Scheveningen. De vijf zelfstandige buurthuizen zijn de Mussen, Jeugdwerk, Kommunika, Mandelaplein, Haagse Hopjes Transvaal.

19

Professioneel Welzijnswerk worden genoemd.51 Het budget voor het ‘professioneel welzijnswerk’ bestaat uit twee delen: 1) budget gebiedsgericht welzijnswerk en 2) budget Servicepunten XL. In totaal bedroeg het budget voor ‘professioneel welzijnswerk’ in 2020 volgens het beleidsplan Professioneel welzijnswerk ruim € 33 mln. 52 Uit de begrotingen over de jaren 2019 tot en met 2022 en het beleidsplan Professioneel Welzijnswerk wordt niet duidelijk wat het budget voor de andere jaren was.53

Pijl 2: Dezelfde acht organisaties ontvingen ook subsidie voor welzijnswerk op basis van een Innovatieregeling Ten tweede zijn volgens de gemeente de activiteiten die dezelfde acht organisaties als bij pijl 1 verrichtten met de Innovatieregeling ook welzijnswerk.54 In 2019 en 2020 was het beschikbare budget voor de Innovatieregeling € ,5 mln.55 De middelen voor deze regeling zijn inmiddels in

omgezet in een “flexibel budget voor gebiedsgericht welzijnswerk” en

een budget voor “uitbreiding algemene en/of collectieve voorzieningen in het voorliggend veld”.56 Voor de gemeenteraad is niet duidelijk gemaakt of de “uitbreiding van voorzieningen in het voorliggend veld” alleen welzijnswerk betreft of dat het college het budget ook voor andere doeleinden kan benutten.

Pijl 3: Andere organisaties ontvingen ook subsidie voor welzijnswerk op basis van de Innovatieregeling Ten derde zijn de activiteiten die andere organisaties verrichtten op basis van de Innovatieregeling volgens de gemeente, ook welzijnswerk.57 Deze activiteiten werden eveneens bekostigd vanuit het budget van € ,5 mln. voor de Innovatieregeling.

51

RIS302816 Beleidsplan Professioneel Welzijnswerk 2021-2024, p.17. De acht welzijnsorganisaties zijn: Stichting Mooi, Stichting Voor Welzijn, Stichting Zebra, Stichting Welzijn Scheveningen, Stichting Buurtcentrum Kommunika, Stichting Clubhuis de Mussen, Stichting Jeugdwerk, Stichting Mandelaplein. 52

RIS310647 Raadsvoorstel Bijlage 1, Versterken & Verbinden: Beleidsplan Professioneel Welzijnswerk 2021-2024, Gemeenteraad, 16 december 2021, p. 17. 53

Zie ook onder bevinding 1 bij ‘Het budget voor welzijnswerk is niet duidelijk’

54

Beantwoording informatie-uitvraag rekenkamer, 9 februari 2022.

55

RIS300862 Commissiebrief Intensiveringsbudget welzijn 2019: Uitgangspunten, College van Burgemeester en Wethouders, 30 oktober 2018, p.4; RIS310647 Raadsvoorstel Bijlage 1, Versterken & Verbinden: Beleidsplan Professioneel Welzijnswerk 20212024, Gemeenteraad, 16 december 2021, p. 17. 56

RIS313619 Commissiebrief Toelichting op intrekken subsidieregeling welzijn voor innovatieve wijkgerichte initiatieven Den Haag 2020, College van Burgemeester en Wethouders, 11 november 2022. 57

Beantwoording informatie-uitvraag rekenkamer, 9 februari 2022.

20

Subsidies voor activiteiten die inhoudelijk met 'professioneel welzijnswerk’ overeenkomen, maar die vanuit andere subsidiebudgetten worden verleend We lichten hieronder de gele pijlen uit Figuur 6 toe. Daarmee laten we zien dat welzijnswerk in de praktijk breder is dan de drie groene pijlen in Figuur 6. In de praktijk verleende het college ook op basis van andere subsidieregelingen en beleidsstukken subsidies voor welzijnswerk zowel aan de ‘professionele welzijnsorganisaties’ pijl 4 als aan andere organisaties (pijl 5 en 6) voor activiteiten die overeenkomen met professioneel welzijnswerk.

Pijl 4: De acht ‘professionele welzijnsorganisaties’ ontvingen ook subsidies voor welzijnswerk op basis van andere subsidieregelingen en beleidsstukken. Zij verrichtten daarmee vergelijkbare activiteiten als met de subsidie die zij voor ‘professioneel welzijnswerk’ ontvingen. Subsidies op basis van andere beleidsplannen en subsidieregelingen vormden een uitbreiding van de beschikbare middelen voor het reguliere professionele welzijnswerk van de acht welzijnsorganisaties. De gesubsidieerde activiteiten die de acht organisaties aanvullend op de subsidie voor ‘professioneel welzijnswerk’ en de Innovatieregeling uitvoerden, vielen buiten het kader dat het gemeentebestuur hiervoor had vastgesteld.58 Uit onze analyse van het subsidieregister59 over de periode 2019 tot en met 2021 blijkt dat de acht organisaties tussen de € , mln. en € 3, mln. aan subsidies voor welzijnsactiviteiten ontvingen die vergelijkbaar zijn met ‘professioneel welzijnswerk’. Onze analyse is niet uitputtend, omdat de doelstelling van subsidieverleningen in het subsidieregister niet altijd (volledig) is ingevuld. In Bijlage 2 hebben we drie voorbeelden van dit soort subsidieverleningen opgenomen.

Pijl 5: Andere organisaties ontvingen op basis van andere subsidieregelingen en beleidsstukken ook subsidies voor welzijnswerk Het welzijnswerk dat andere organisaties uitvoerden, verschilt inhoudelijk niet van het welzijnswerk dat de acht organisaties op basis van de subsidie voor ‘professioneel welzijnswerk’ uitvoerden (pijl 1). Voor een toelichting op de activiteiten die de acht organisaties in de praktijk uitvoerden, verwijzen we naar Bijlage 1. Uit een analyse van het subsidieregister over de periode 2019 tot en met 2021, blijkt dat het college op basis van andere subsidieregelingen en beleidsstukken aan andere organisaties jaarlijks tussen de € 5,1 mln. en € 5,9 mln. subsidie voor met ‘professioneel welzijnswerk’ vergelijkbare activiteiten heeft verleend (zie Bijlage 2 paragraaf Aanpak analyse subsidieregister). In Bijlage 2 hebben we drie voorbeelden van dit soort subsidieverleningen opgenomen.

58

RIS300472 Raadsvoorstel Bijlage 2, Programmabegroting 2019-2022, Gemeenteraad, 8 november 2018, p. 83 en p. 163; Beantwoording informatie-uitvraag rekenkamer, 9 maart 2022. 59

Zie voor een nadere toelichting Bijlage 2 paragraaf Aanpak analyse subsidieregister.

21

Pijl 6: Andere organisaties ontvingen op basis van uitsluitend de ASV ook subsidies voor welzijnswerk We zagen daarnaast in het subsidieregister dat het college een klein bedrag aan subsidies uitsluitend op basis van de Algemene Subsidieverordening (hierna: ASV) heeft verleend, waarmee andere organisaties ook welzijnswerk uitvoerden dat inhoudelijk overeenkwam met professioneel welzijnswerk. Het gaat hier om een jaarlijks bedrag van tussen de € 10.000 en € 205.000 in de periode 2019 tot en met 2021.

22

4. Deelconclusie 2. Het gemeentebestuur geeft onvoldoende ruimte aan aanbieders van welzijnswerk om de doelen voor welzijnswerk te bereiken Het beleid voor welzijnswerk sluit bij voorbaat mogelijke aanbieders van welzijnswerk uit die bij kunnen dragen aan het bereiken van de beleidsdoelen. Op basis van het beleid van het college en de gemeenteraad verleent het college het merendeel van de subsidies aan vooraf geselecteerde aanbieders. Omdat het college deze subsidies niet op basis van een (openbaar gepubliceerde) subsidieregeling verleent, ontbreekt de mogelijkheid voor andere partijen om ook aanspraak te maken op de beschikbare subsidies. Dit is niet in overeenstemming met een uitspraak van de Raad van State dat alle belangstellenden die subsidie zouden willen aanvragen daar de kans voor moeten krijgen (het gelijkheidsbeginsel). Ook is de huidige wijze van subsidieverlening waarbij geen subsidieregeling is opgesteld, strijdig met de Algemene wet bestuursrecht.60 In de uitvoering van het beleid stuurt het college daarnaast te veel op de uitvoering van het welzijnswerk. Het college verleent de subsidies aan de vooraf geselecteerde aanbieders namelijk met op de betreffende aanbieder toegespitste ‘richtlijnenbrieven’ waarin het college stuurt op de inhoud van de subsidieaanvraag.

Daarmee geeft het college de aanbieders van welzijnswerk onvoldoende de ruimte om met hun expertise en ervaring zelfstandig invulling te geven aan de beoogde doelen en laat het kansen onbenut om de doelgroepen van welzijnswerk zo goed mogelijk te bedienen. De tweede deelconclusie baseren we op de volgende bevindingen: Bevinding 3

Het merendeel van de subsidies voor welzijnswerk verleent het

college niet in overeenstemming met wet- en regelgeving dan wel het eigen subsidiebeleid. Bevinding 4

Het merendeel van de subsidies voor welzijnswerk verleent het

college niet transparant, waardoor een gelijke kans voor alle mogelijke aanbieders ontbreekt.

60

Het uitgangspunt bij subsidieverlening is dat dit moet gebeuren op basis van een wettelijk voorschrift (bij gemeenten een verordening of een nadere uitwerking daarvan in de vorm van een subsidieregeling). De wet geeft wel een aantal uitzonderingen waarbij op andere gronden ook subsidie verleend kan worden. De gemeente maakt van geen van deze uitzonderingsmogelijkheden gebruik (zie ook bevinding 1). Bron: Algemene wet bestuursrecht, artikel 4:23, lid 1. Geraadpleegd op https://wetten.overheid.nl/BWBR0005537/2022-03-02.

23

Bevinding 5

Het college gedraagt zich bij de verlening van subsidies voor

‘professioneel welzijnswerk’ meer als opdrachtgever dan als subsidiënt.

Figuur 7 Infographic deelconclusie 2 met bevindingen.

Bevinding 3. Het merendeel van de subsidies voor welzijnswerk verleent het college niet in overeenstemming met wet- en regelgeving dan wel het eigen subsidiebeleid Het college verleende 87%61 van het aantal verleende subsidies voor welzijnswerk in onze selectie niet via een subsidieregeling of een begrotingssubsidie (of op basis van de andere uitzonderingsgronden in de Awb). Dit is niet in overeenstemming met wet- en regelgeving. Zie Bijlage 2 paragraaf Wet- en regelgeving en het gemeentelijk subsidiebeleid waarin is toegelicht wat de wet- en regelgeving en het eigen subsidiebeleid van de gemeente is.

61

87% is een optelling van 83% op basis van de ASV via richtlijnenbrieven en 4% op basis van de ASV via beleidsstukken.

24

We zien in onze analyse van het subsidieregister in de periode 2019 tot en met 2021 dat het college op drie verschillende manieren subsidies verleende voor welzijnswerk:62 1. Op basis van subsidieregelingen (onder de ASV). 2. Op basis van de ASV via richtlijnenbrieven. 3. Op basis van de ASV via beleidsstukken. Figuur 8 geeft het subsidieverleningsproces dat wel voldoet aan wet- en regelgeving (links) en de subsidieverleningsprocessen die hier niet aan voldoen (rechts) schematisch weer.

Figuur 8 Schematische weergave van subsidieverleningsprocessen die wel en niet voldoen aan wet- en regelgeving.

Subsidieverlening op basis van subsidieregelingen voldoet wel aan wet- en regelgeving Het college verleende in de periode 2019-2021 een deel van de subsidies voor welzijnswerkactiviteiten op basis van subsidieregelingen. Dit voldoet aan de wet- en regelgeving en het eigen subsidiebeleid. We zien in het geval van deze subsidieregelingen ook een passende mate van openbaarheid. De beschikbaarheid en de aanvraagprocedure voor subsidie zijn openbaar, omdat de gemeente de subsidieregelingen publiceert op haar website.63 Het gaat hier om acht subsidieregelingen (zie Bijlage 2 paragraaf Resultaten). Op basis van onze analyse van het subsidieregister betrof dit € 5,2 mln. in 2021. Dat is 13% van

62

Eigen analyse van het subsidieregister. Zie Bijlage 2 paragraaf Aanpak analyse subsidieregister voor een nadere toelichting.

63

We hebben de subsidieregelingen die ten tijde van dit onderzoek geldig waren opgezocht op https://www.denhaag.nl/nl/subsidies.htm (geraadpleegd op 11 nov 2022). Het gaat om de Subsidieregeling stimulering bewonersinitiatieven veiligheid Den Haag 2020, de Subsidieregeling Leefbaarheid & bewonersparticipatie Den Haag 2020, de Subsidieregeling basissubsidie bewonersorganisatie Den Haag 2020 en de Subsidieregeling Ouderensociëteiten Den Haag 2020.

25

het totaal aan subsidies voor welzijnswerk dat uit onze analyse van het subsidieregister naar voren kwam.

Subsidieverlening op basis van de ASV via richtlijnenbrieven voldoet niet aan de weten regelgeving en het eigen subsidiebeleid Het college verleende in de periode 2019-2021 het grootste deel van de subsidies voor welzijnswerk op basis van de ASV via richtlijnbrieven en niet op basis van een subsidieregeling (onder de ASV).64 n

betrof dit minstens € 33 mln.65 Dit is 83% van het

bedrag van ongeveer € 40 mln. dat in totaal uit ons onderzoek naar voren komt als subsidie voor welzijnswerk. Het college stuurt jaarlijks aan de organisaties voor ‘professioneel welzijnswerk’ een op de betreffende organisatie toegespitste ‘richtlijnenbrief’.66 De richtlijnenbrief bevat voor de betreffende organisatie gedetailleerde informatie over gebiedsgerichte doelstellingen, te besteden uren en een subsidieplafond per stadsdeel.67 Deze bevat ook de voorwaarden waarbinnen alleen die desbetreffende organisatie subsidie kan aanvragen. Het is dus geen ‘algemeen verbindend voorschrift’, waarmee ook andere organisaties subsidies kunnen aanvragen. De richtlijnbrieven zijn ook niet openbaar.

Subsidieverlening op basis van beleidsstukken voldoet ook niet aan de wet- en regelgeving en het eigen subsidiebeleid Het college verleende in de periode 2019-2021 ook subsidie voor welzijnswerk op basis van diverse beleidsstukken. Een beleidsstuk is echter ook geen ‘algemeen verbindend voorschrift’. Dat betekent dat het college met een beleidsstuk geen nadere regels kan stellen over voor welke activiteiten en onder welke voorwaarden subsidie kan worden verleend.68 Ook is in de beleidsstukken geen informatie over beschikbaarheid van subsidies en aanvraagprocedures opgenomen. In totaal komen op basis van onze analyse van het subsidieregister zes beleidsstukken naar voren op basis waarvan het college subsidies voor welzijnswerk heeft verleend.69 Uitgaande van onze analyse van het subsidieregister was hier

64

Voor het jaar 2021 verwijst het college in beschikkingen voor deze subsidies naar een richtlijnenbrief (intern document), Wijkprogramma’s 2016-2019 (RIS288908) en het beleidsplan WMO (RIS276361). 65

In het subsidieregister heeft de gemeente niet altijd de doelstelling van de subsidieverlening ingevuld. Daarmee is voor 2021 van ruim 1 mln. niet duidelijk waarvoor het college de subsidie aan de betreffende welzijnswerkorganisatie heeft verleend. Dit betreft acht subsidieverleningen uitsluitend op basis van de ASV. 66

In 2019 ging het om vier welzijnsorganisaties en vijf buurthuizen die in de Contourennota Herstructurering Welzijn (RIS302816) worden genoemd. Vanaf 2021 gaat het om acht welzijnsorganisatie die in het beleidsplan Professioneel Welzijnswerk (RIS310647) worden genoemd. 67

Interview ambtelijke organisatie; Intern document Subsidieverzoek 2023 Professioneel welzijnswerk (Herzien) stadsdeel Scheveningen, DPZ/10300405, p.2, 3 en 8-17. 68

RIS297663 Raadsvoorstel Bijlage, Rekenkameronderzoek Eerlijk Delen: Opvolgingsonderzoek naar de verstrekking van subsidies door de gemeente Den Haag, Rekenkamer Den Haag, 24 augustus 2017, p. 21. 69

Zie voor nadere toelichting Bijlage 2 paragraaf Aanpak analyse subsidieregister.

26

in 2021 een bedrag mee gemoeid van € , mln. Dat is ruim 4% van het totaal aan subsidies voor welzijnswerk dat uit onze analyse van het subsidieregister naar voren komt.

Bevinding 4. Het grootste deel van de subsidies voor welzijnswerk verleent het college niet transparant, waardoor een gelijke kans voor mogelijke aanbieders ontbreekt Doordat het college bij de verlening van subsidies voor welzijnswerk niet aan het gelijkheidsbeginsel voldoet, benut het niet alle potentie om de doelen voor welzijnswerk te bereiken. Het college verleent de subsidies voor ‘professioneel welzijnswerk’ gericht aan een beperkt aantal vooraf geselecteerde welzijnsorganisaties.70 Andere organisaties komen in de praktijk niet in aanmerking voor subsidie voor het ‘professioneel welzijnswerk’, omdat in het beleid specifiek is opgenomen welke welzijnsorganisaties professioneel welzijnswerk uitvoeren en alleen deze organisaties worden uitgenodigd om deze subsidie aan te vragen. Uit ons onderzoek blijkt dat er in de praktijk andere aanbieders bestaan waaraan het college nu geen kans biedt op de subsidie voor ‘professioneel welzijnswerk’. Bij deze bevinding baseren we ons op documentanalyse en interviews met medewerkers uit de praktijk.71 Rekenkameronderzoek Eerlijk Delen 2017 De rekenkamer constateerde in eerder onderzoek ook dat de verdeling van subsidies in Den Haag niet eerlijk verliep.

Dit was één van de conclusies uit het rekenkameronderzoek Eerlijk Delen uit 2017.72 De Rekenkamer Den Haag constateerde dat subsidies die de gemeente zonder subsidieregeling of verordening verstrekt, niet altijd openstaan voor alle potentiële subsidieontvangers.73 Voor de Wmo werden bijvoorbeeld specifieke aanbieders aangewezen die een aanvraag voor subsidie konden indienen. De Rekenkamer Den Haag constateerde dat andere aanbieders hierdoor niet de ruimte kregen om in enige mate mee te dingen in het aanbod. Bij bevinding 3 hebben we toegelicht dat het college in het geval van subsidieverlening zonder subsidieregeling niet voldoet aan wet- en regelgeving dan wel het eigen

70

In 2019 ging het om vier welzijnsorganisaties en vijf buurthuizen die in de Contourennota Herstructurering Welzijn (RIS302816) worden genoemd. Vanaf 2021 gaat het om acht welzijnsorganisatie die in het beleidsplan Professioneel Welzijnswerk (RIS310647) worden genoemd. 71

Zie Bijlage 2 paragraaf Interviews voor een nadere toelichting.

72

RIS297663 Raadsvoorstel Bijlage, Rekenkameronderzoek Eerlijk Delen: Opvolgingsonderzoek naar de verstrekking van subsidies door de gemeente Den Haag, Rekenkamer Den Haag, 24 augustus 2017, p. 21. 73

RIS297663 Raadsvoorstel Bijlage, Rekenkameronderzoek Eerlijk Delen: Opvolgingsonderzoek naar de verstrekking van subsidies door de gemeente Den Haag, Rekenkamer Den Haag, 24 augustus 2017, p. 111.

27

subsidiebeleid. We zien in ons onderzoek dat het college aanbieders in de praktijk hierdoor ook daadwerkelijk ongelijk behandelt. We beschrijven hieronder vier voorbeelden. Voorbeelden van ongelijke behandeling 1. Er is een aanbieder (Stichting MEION) die jongerenwerk74 uitvoert in Den Haag op basis van de Subsidieregeling jongerenwerk plus.75 Het college behandelt deze organisatie niet gelijk met de organisaties die subsidie ontvangen voor ‘professioneel welzijnswerk’. De organisaties die subsidie ontvangen voor het ‘professioneel welzijnswerk’ voeren ook jongerenwerk uit.76 Zij ontvangen hun subsidie echter niet op basis van een subsidieregeling, maar via een niet-openbare richtlijnenbrief. Zij hebben daarbij niet hoeven concurreren met andere mogelijke aanbieders. Stichting MEION wel. 2. Stichting voor Stad en Kerk (Stek) voert (met professionals en vrijwilligers) diverse activiteiten uit in Den Haag die overeenkomen met welzijnswerk. Zoals activiteiten voor jongeren en voor ouderen. Stek heeft een aantal buurthuizen. Mensen kunnen daar terecht voor bijvoorbeeld een inloopspreekuur of een buurtmaaltijd.77 Het college behandelt deze organisatie niet gelijk met de organisaties die subsidie voor ‘professioneel welzijnswerk’ verleend krijgen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12936005/1