CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS315753 Discriminatie en veilige werkomgevingen in de WMO bijlage 1

Commissie Samenleving 12 oktober 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken46.563 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

Van Straaten B, Schrijvers CTM, Van der Laan J, Boersma SN, Rodenburg G, Wolf JRLM, et al. (2014) Intellectual Disability among Dutch Homeless People: Prevalence and Related Psychosocial Problems. PLoS ONE 9(1): Vassallo, A., Shajahan, S., Harris, K., Hallam, L., Hockham, C., Womersley, K., ... & Sheel, M. (2021). Sex and gender in COVID-19 vaccine research: substantial evidence gaps remain. Frontiers in Global Women's Health, 83. Veenema, B. (2021) Praktijkmodel MEE-consulenten en integrale cliëntondersteuning. Arnhem: MEE Gelderse poort. Verhoeven, J. (2015) Football-related anti-Semitism compared Report on the international conference on anti-Semitism in professional football. Amsterdam: Anne Frank Stichting. Verloove, J., Kros, K., & Broekroelofs, R. (2022). Online discriminatie in het voetbal: omvang, aard en aanpak van online discriminatie tegen contractspelers in het Nederlandse betaald voetbal. Utrecht: Movisie. Vuletich, H. A., & Payne, B. K. (2019). Stability and change in implicit bias. Psychological science, 30(6), 854-862.

Movisie • Discriminatie in de zorg en de sport: wat weten we (niet)?

76

Waller, B. Y., Harris, J., & Quinn, C. R. (2022). Caught in the crossroad: An intersectional examination of African American women intimate partner violence survivors’ help seeking. Trauma, Violence, & Abuse, 23(4), 1235-1248. Waltz, G & Fiere, B. (2022) Discriminatiecijfers in 2021. Een rapport over registraties van discriminatieincidenten door de politie, en meldingen bij antidiscriminatievoorzieningen en andere organisaties Westwood, S. (2022). Religious‐based negative attitudes towards LGBTQ people among healthcare, social care and social work students and professionals: A review of the international literature. Health & Social Care in the Community. Wijk, A. van, Esseveld, J. van, Hardeman, M., & Olfers, M. (2018). Opschakelen: onderzoek naar ongewenste gedragingen in de wielersport. Arnhem: Bureau Beke. Winden, P. van. (2022, May 28). Tentoonstelling toont belang van gezondheidszorg op maat. Geraadpleegd op 30-1-2023 van https://www.coc.nl/gezondheid/tentoonstelling-toont-belang-van-gezondheidszorg-op-maat Zemouri, C. Z. (2022, October 25). Discriminatie in de zorg. Wetenschappelijk Instituut STATERA. Geraadpleegd op 30-1-2023 van https://instituutstatera.nl/discriminatie-maakt-ziek/ ZonMw (z.d). Aanpak van discriminatie en belediging bij Feyenoord Rotterdam.

Geraadpleegd op 30-1-2023 van https://www.zonmw.nl/nl/onderzoek-resultaten/sport-en-bewegen/programmas/projectdetail/sportinnovator/aanpak-van-discriminatie-en-belediging-bij-feyenoord-rotterdam/verslagen/ Zorg & Sociaal web (2015) Sociaal wijkteam, wat is dat? Hoe leg ik uit wat een sociaal wijkteam doet? Op Sociaalweb vindt u het antwoord op deze en andere vragen. Geraadpleegd op 19-12-2022 van https://sociaalweb.nl/nieuws/sociaal-wijkteam-wat-is-dat/ Zou, J., & Schiebinger, L. (2021). Ensuring that biomedical AI benefits diverse populations. EBioMedicine, 67, 103358.

Movisie • Discriminatie in de zorg en de sport: wat weten we (niet)?

77

BIJLAGEN: CASUSSEN Casus 1 Langdurige zorg Parnassia Groep B.V. discrimineerde een man met astma door hem herhaaldelijk te melden dat hem de toegang zou worden geweigerd indien hij geen mondkapje zou dragen. https://oordelen.mensenrechten.nl/oordeel/2022-32 Oordeelnummer 2022-32 Datum: 07-04-2022 Trefwoord: Aanbieden goederen en diensten Handicap Ontvankelijkheid Zorgsector Chronische ziekte Handicap of chronische ziekte Gezondheidszorg Doeltreffende aanpassing Aanbieden van of verlenen van toegang tot goederen en diensten Discriminatiegrond: Handicap of chronische ziekte Terrein: Goederen en diensten – Overige Situatie Een man was in behandeling bij Parnassia Groep B.V. Op 6 januari 2021 was het beleid dat cliënten en medewerkers een mondkapje droegen in het kader van de coronamaatregelen. De mondkapjesplicht hield bij de dagbesteding in dat het verplicht was om een mondkapje te dragen tijdens beweging. De man stuurt een week voor zijn bezoek aan de locatie een e-mail naar de direct leidinggevende van de locatie Rietdijk en de klachtenfunctionaris om aan te geven dat hij astma heeft en zijn klachten de afgelopen periode zijn verergerd. Hij vraagt daarbij om een uitzondering op de mondkapjesplicht en geeft aan zijn medische klachten indien nodig nader te kunnen onderbouwen.

De leidinggevende laat de man tweemaal schriftelijk weten dat er geen uitzonderingen mogelijk zijn op de mondkapjesplicht en dat de man enkel welkom is zolang hij het mondkapje op heeft tijdens zijn verplaatsing door het pand. Hierop reageert de man met de opmerking: “ALS U DENKT DAT IK MIJN LEVEN OP HET SPEL GAAT ZETTEN DAN KAN U VANAF NU BETER HEEL VER UIT MIJN BUURT BLIJVEN !!!”. Deze laatste e-mail is voor Parnassia Groep B.V. reden om de man een schorsing van 4 weken op te leggen. De man wordt hierover geïnformeerd per email. De man is het niet eens met de schorsing en verschijnt op 6 januari 2021 alsnog op de locatie Rietdijk. Beoordeling Een aanbieder van gezondheidszorg mag geen onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte maken bij het aanbieden van of verlenen van toegang tot goederen of diensten. Dit houdt ook in dat de aanbieder indien nodig een doeltreffende aanpassing moet verrichten, tenzij dit voor haar een onevenredige belasting vormt. De man heeft tijdig contact gezocht met Parnassia Groep B.V. om aan te geven dat hij vanwege medische redenen geen mondkapje kan dragen. Van Parnassia Groep B.V. had in deze situatie mogen worden verwacht het gesprek aan te gaan met de man om te onderzoeken of er alternatieve oplossingen mogelijk waren die geen onevenredige belasting vormen. Het College voor de Rechten van de Mens concludeert dat Parnassia Groep B.V.

niet aan deze onderzoeksverplichting heeft voldaan en daarmee in strijd met artikel 2 WGBH/CZ heeft gehandeld.

Movisie • Discriminatie in de zorg en de sport: wat weten we (niet)?

78

Oordeel Parnassia Groep B.V. heeft jegens de man verboden onderscheid gemaakt op grond van handicap of chronische ziekte.

Casus 2 Langdurige Zorg Stichting GGZ Momentum discrimineerde een man met psychosegevoeligheid niet door hem niet in behandeling te nemen voor verslavingszorg. https://oordelen.mensenrechten.nl/oordeel/2022-13 Oordeelnummer 2022-13 Datum: 24-02-2022 Trefwoord: Zorgsector Handicap of chronische ziekte Dienstverlening Toegankelijkheid Aanbieden van of verlenen van toegang tot goederen en diensten Discriminatiegrond: Handicap of chronische ziekte Terrein: Goederen en diensten – Overige Situatie Stichting GGZ Momentum biedt alleen verslavingszorg in groepen. Een man met een psychosegevoeligheid meldt zich bij Momentum aan voor behandeling van zijn verslavingsproblematiek. Naar aanleiding van de aanmelding neemt Momentum contact op met de man. In dit gesprek komt de psychosegevoeligheid voor het eerst ter sprake. Momentum geeft aan dat intern moet worden overlegd of zij de man kan toelaten tot het behandelprogramma. Na intern overleg besluit Momentum om hem niet toe te laten. Na mededeling van de afwijzing volgt een herbespreking van de casus. De herbespreking leidt tot dezelfde uitkomst. Momentum neemt de man niet in behandeling. De man meent dat hij wordt gediscrimineerd op grond van handicap of chronische ziekte.

Beoordeling Het College voor de Rechten van de Mens stelt in de eerste plaats vast dat de psychosegevoeligheid van de man een handicap of chronische ziekte is in de zin van de gelijkebehandelingswetgeving. De man kan daarom bescherming ontlenen aan deze wetgeving. Er is sprake van onderscheid wanneer iemand vanwege een handicap of chronische ziekte anders wordt behandeld dan anderen in een vergelijkbare situatie. De psychosegevoeligheid is door Momentum aangemerkt als contra-indicatie. Ook is de periode waarin de man medicatievrij is kort. Er kan ook sprake zijn van een contra-indicatie om andere redenen, zoals een (veel) te laag lichaamsgewicht of ernstig ontregelde suikerziekte. Het College kan in het kader van het gelijkebehandelingsrecht in beginsel niet beoordelen of het terecht is dat Momentum de situatie van de man als contra-indicatie heeft aangemerkt. Die beslissing is namelijk zodanig verweven met de expertise en ervaring van de behandelaars dat dit buiten het bereik van het gelijkebehandelingsrecht valt. Uit de WGBH/CZ volgt ook geen verplichting om een bepaalde behandeling aan te bieden of expertise te ontwikkelen. Het College kan wel beoordelen of de man op grond van een handicap of chronische ziekte anders is behandeld dan mensen met een andere (mogelijke) contra-indicatie bij de wijze waarop Momentum tot haar beslissing is gekomen.

Daarvoor is bepalend of verweerster de aanvraag op dezelfde manier heeft behandeld en daarbij dezelfde stappen heeft doorlopen. Dit is het geval. Momentum vermeldt op haar

Movisie • Discriminatie in de zorg en de sport: wat weten we (niet)?

79

website dat zij mensen met een psychotische stoornis niet in behandeling neemt. Het College stelt vast dat Momentum, ondanks die vermelding, heeft gekeken naar de specifieke, individuele omstandigheden van de man, zoals zij dat ook doet bij andere (mogelijke) contra-indicaties. Naar aanleiding van de aanmelding, de medische informatie uit de verwijsbrief en twee interne overleggen is Momentum tot de conclusie gekomen dat zij, gegeven haar aanbod, niet de hulp kan bieden die passend is voor de man. De uitsluiting is niet categorisch geweest en evenmin is de man anders behandeld dan anderen met een andere (mogelijke) contra-indicatie. Daarom heeft Momentum de man niet gediscrimineerd. Oordeel Stichting GGZ Momentum heeft jegens de man geen verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte gemaakt.

Casus 1 Curatieve zorg Stichting Sanquin Bloedvoorziening discrimineerde een man door hem permanent uit te sluiten van het plasmadonorschap omdat hij seksueel contact heeft gehad met een man. https://oordelen.mensenrechten.nl/oordeel/2021-64 Oordeelnummer 2021-64 Datum: 27-05-2021 Trefwoord: Wettelijke uitzondering Dienstverlening Aanbieden van of verlenen van toegang tot goederen en diensten Aanbieden goederen en diensten Homoseksuele gerichtheid Bevoegdheid EG-recht Vereenvoudigde procedure Discriminatiegrond: Seksuele gerichtheid Terrein: Goederen en diensten – Overige Situatie Een man, die homoseksueel is, is sinds enkele jaren volbloeddonor bij Stichting Sanquin Bloedvoorziening (hierna: Sanquin). Hij heeft bij zijn aanmelding als volbloeddonor verteld dat hij seksueel contact heeft gehad met een man (MSM-contact). De man heeft zich in de zomer van 2020 bij Sanquin aangemeld als plasmadonor. Sanquin heeft de man laten weten dat hij geen plasma mag doneren omdat hij MSM-contact heeft gehad. De Ethische Adviesraad van Sanquin heeft in het voorjaar van 2020 een advies uitgebracht over de inzameling van plasma met antistoffen tegen Covid-19, bedoeld voor de transfusie aan patiënten met Covid19. De Ethische Adviesraad heeft Sanquin geadviseerd om MSM niet geheel uit te sluiten van plasmadonatie bij transfusie aan patiënten met Covid-19.

Sanquin heeft vanaf 4 januari 2021 haar donorselectiebeleid voor MSM voor plasma gewijzigd. Vanaf die datum mogen MSM plasma doneren als er een wachttijd van vier maanden wordt aangehouden na het laatste MSM-contact. De man vindt dat Sanquin hem heeft gediscrimineerd door hem in de zomer van 2020 niet toe te staan plasma te doneren omdat hij in het verleden MSM-contact heeft gehad. Sanquin heeft het College gevraagd om het verzoek van de man zonder zitting af te doen. Dat kan het College doen als op grond van het verzoekschrift of het vooronderzoek het vermoeden bestaat dat er kennelijk onderscheid is gemaakt. Sanquin onderbouwt dit verzoek door aan te geven dat zij de man wel als plasmadonor zou hebben geaccepteerd, als zij het advies van haar Ethische Adviesraad sneller had

Movisie • Discriminatie in de zorg en de sport: wat weten we (niet)?

80

ingevoerd. Dit heeft langer geduurd omdat zij het druk had met het inzamelen van plasma in verband met Covid-19. Beoordeling Het College voor de Rechten van de Mens is tegemoetgekomen aan het verzoek van Sanquin om de zaak zonder zitting af te doen, omdat er sprake is van kennelijk onderscheid. Sanquin mag als instelling die werkzaam is op het gebied van de gezondheidszorg geen onderscheid maken op grond van homoseksuele gerichtheid bij het aanbieden van of het verlenen van toegang tot goederen of diensten. Sanquin maakte onderscheid op grond van homoseksuele gerichtheid door de man permanent uit te sluiten als plasmadonor omdat hij MSM-contact heeft gehad. Dit is direct onderscheid en dat is verboden, tenzij een wettelijke uitzondering van toepassing is (gesloten systeem van uitzonderingen). Daarvan is in deze zaak geen sprake. Daarnaast heeft Sanquin het College ook niet gevraagd om het gesloten systeem bij direct onderscheid opzij te zetten vanwege dringende redenen van volksgezondheid. Daarom oordeelt het College dat Sanquin de man discrimineerde op grond van zijn homoseksuele gerichtheid door hem tot 4 januari 2021 uit te sluiten als plasmadonor. Oordeel Stichting Sanquin Bloedvoorziening heeft jegens de man verboden onderscheid op grond van homoseksuele gerichtheid gemaakt.

Casus 3 Curatieve zorg Stichting VU-VUmc discrimineerde een homostel niet door hun aanvraag voor een behandeling met IVF in combinatie met draagmoederschap af te wijzen. https://oordelen.mensenrechten.nl/oordeel/2015-7 Oordeelnummer 2015-7 Datum: 28-01-2015 Trefwoord: Gezondheidszorg Zorgsector Aanbieden van of verlenen van toegang tot goederen en diensten Heteroseksuele gerichtheid Hetero- of homoseksuele gerichtheid Discriminatiegrond: Seksuele gerichtheid Terrein: Goederen en diensten – Overige Situatie Een homostel heeft een kinderwens. Zij hebben twee vriendinnen die hen daarbij willen helpen. De eicel van de ene vriendin zou dan worden bevrucht met het zaad van één van de mannen. Het embryo dat daaruit ontstaat, zou dan worden ingeplant in de baarmoeder van de andere vriendin. De mannen vragen het VU medisch centrum om mee te werken aan deze behandeling. Het medisch centrum wijst het verzoek af. De mannen zeggen dat het medisch centrum daarmee onderscheid maakt op grond van homoseksuele gerichtheid. Voorwaarde voor behandeling door middel van hoogtechnologisch draagmoederschap is namelijk dat de eicel en de zaadcel afkomstig zijn van de wensouders. Homoseksuele paren zijn door deze eis per definitie uitgesloten van de gevraagde behandeling. Het medisch centrum zegt dat er geen medische indicatie is voor de behandeling die de mannen willen.

Alleen al daarom is het verzoek afgewezen.

Movisie • Discriminatie in de zorg en de sport: wat weten we (niet)?

81

Beoordeling Het College voor de Rechten van de Mens stelt vast dat het medisch centrum IVF in combinatie met draagmoederschap alleen aanbiedt als daarvoor een medische noodzaak is. In het geval van de mannen is die noodzaak er niet. De mannen vragen van het medisch centrum dus een dienst die het niet aanbiedt. De gelijkebehandelingswetgeving brengt niet mee dat het medisch centrum zijn dienstverlening uitbreidt of inricht in de door de mannen gewenste vorm. Daarom is geen sprake van onderscheid op grond van de homoseksuele gerichtheid van de mannen. Oordeel Stichting VU-VUmc heeft jegens de mannen geen onderscheid gemaakt op grond van homoseksuele gerichtheid door hun aanvraag voor een IVF-behandeling in combinatie met draagmoederschap af te wijzen.

Casus 4 Curatieve zorg Onze Lieve Vrouwe Gasthuis discrimineerde een transgender man bij het verlenen van gynaecologische zorg. De discriminatieklacht van de transgender man is zorgvuldig behandeld. https://oordelen.mensenrechten.nl/oordeel/2022-48#kop1 Oordeelnummer 2022-48 Datum: 10-05-2022 Trefwoord: Gezondheidszorg Klachtbehandeling Aanbieden goederen en diensten Aanbieden van of verlenen van toegang tot goederen en diensten Zorgsector Geslacht Discriminatiegrond: Geslacht Terrein: Goederen en diensten – Overige Situatie Een transgender man – die geen traject van medische transitie is gestart – heeft klachten die verband houden met zijn baarmoeder en eierstokken. Hij wendt zich hiermee tot Onze Lieve Vrouwe Gasthuis (OLVG). Een gynaecoloog van OLVG gaat de transgender man behandelen met medicatie. Enige tijd later vraagt de transgender man aan de gynaecoloog naar de mogelijkheid om zijn baarmoeder en/of eierstokken te verwijderen. De transgender man stelt deze vraag daarna nog een paar keer. De gynaecoloog antwoordt de transgender man dan, dat hij in het kader van transgenderzorg, eerst een gesprek moet voeren met een psycholoog. De transgender man vindt dat hiermee sprake is van discriminatie. OLVG betwist dit. De transgender man dient een discriminatieklacht in bij OLVG. De transgender man vindt dat OLVG zijn klacht niet zorgvuldig heeft behandeld.

Het ziekenhuis ziet dit anders. Beoordeling Onderscheid bij het verlenen van medische zorg? Een ziekenhuis mag bij het aanbieden en verlenen van medische zorg geen onderscheid maken op grond van geslacht. Hieronder valt ook onderscheid op grond van geslachtskenmerken, genderidentiteit en genderexpressie. Het ziekenhuis voert aan dat het de transgender man transgenderzorg is gaan bieden – en moest gaan bieden – omdat het er alle schijn van had dat hij de operatie wilde in het kader van zijn lichamelijke transitie. De transgender man drong aan op de operatie terwijl deze medisch niet geïndiceerd was, aldus OLVG. Het

Movisie • Discriminatie in de zorg en de sport: wat weten we (niet)?

82

College volgt dit niet. De zorgvraag van de transgender man is niet veranderd en hij heeft door de tijd heen de klachten gehouden. Zijn vraag om geopereerd te worden, heeft hij gesteld in het kader van een mogelijke oplossing voor deze klachten. Doorslaggevend is dat OLVG de transgender man niet heeft onderzocht om de medische noodzaak tot een operatie te kunnen vaststellen of uitsluiten. OLVG heeft de transgender man alleen, zonder verder lichamelijk onderzoek te doen, doorverwezen naar een psycholoog in het kader van transgenderzorg. Het College is van oordeel dat OLVG hierdoor jegens de transgender man direct onderscheid heeft gemaakt op grond van zijn genderidentiteit bij het verlenen van medische zorg. Omdat geen wettelijke uitzondering van toepassing is, komt het College tot het oordeel dat OLVG de transgender man heeft gediscrimineerd op grond van geslacht. Zorgvuldige klachtbehandeling? Onder het verbod van onderscheid valt ook de zorgplicht om een klacht over discriminatie zorgvuldig te behandelen. OLVG heeft aan deze zorgplicht voldaan doordat twee unitleiders van de afdeling gynaecologie met de transgender man over zijn klacht hebben gesproken. Dat het lang duurde voordat dit gesprek plaatsvond maakt dit niet anders.

De klacht kwam bij OLVG binnen precies in de periode dat het COVID-19 virus uitbrak, wat zorgde voor een ongekend hoge werkbelasting voor zorgverleners. De transgender man kan zich niet vinden in de uitkomst van het gesprek. Maar dat maakt niet dat de klachtprocedure onzorgvuldig is geweest. Oordeel Onze Lieve Vrouwe Gasthuis heeft jegens een transgender man verboden onderscheid gemaakt op grond van geslacht bij het verlenen van medische zorg en geen verboden onderscheid gemaakt bij de behandeling van een discriminatieklacht

Casus 1 Thuiszorg Zorg voor Mensen Huishoudelijke Hulp B.V. discrimineert door een zwangere vrouw te ontslaan. Van https://oordelen.mensenrechten.nl/oordeel/2014-139 Oordeelnummer 2014-139 Datum: 14-11-2014 Trefwoord: Beëindiging van arbeidsverhouding Bevoegdheid Zwangerschap Bewijslast Geslacht Zorgsector Ontvankelijkheid Discriminatiegrond: Geslacht Terrein: Arbeid – Aangaan en beëindiging arbeidsrelatie Situatie Een vrouw met een jaarcontract als thuiszorgmedewerker meldt tijdens de proeftijd aan haar werkgever dat zij zwanger is. De dag erop wordt zij door de directeur teruggebeld om een afspraak te maken voor een gesprek. Tijdens dit gesprek krijgt zij ontslag. De vrouw zegt dat de zwangerschap als ontslagreden is genoemd. De directeur ontkent dit. Zij noemt gewijzigde bedrijfseconomische omstandigheden door bezuinigingen op de Wet maatschappelijke ondersteuning als de ontslagreden. Enkele dagen na het ontslag van de vrouw laat de werkgever een nieuwe vacature voor thuiszorgmedewerkers uitzetten.

Movisie • Discriminatie in de zorg en de sport: wat weten we (niet)?

83

Oordeel Het College voor de Rechten van de Mens spreekt als zijn oordeel uit dat Zorg voor Mensen Huishoudelijke Hulp B.V. verboden onderscheid heeft gemaakt op grond van geslacht bij de opzegging van de arbeidsovereenkomst van verzoekster. Toelichting Onderscheid op grond van zwangerschap geldt volgens de wet als direct onderscheid op grond van geslacht. Ook tijdens de proeftijd is ontslag wegens zwangerschap verboden. Het College voor de Rechten van de Mens oordeelt dat het snelle ontslag na de melding van de zwangerschap, en het feit dat kort daarop weer nieuw personeel is geworven doet vermoeden dat de zwangerschap de reden voor het ontslag was. Zorg voor Mensen heeft het tegendeel niet kunnen aantonen. De aangevoerde bedrijfseconomische redenen acht het College niet geloofwaardig.

Casus 2 Thuiszorg Stichting Vérian discrimineert een vrouwelijke werknemer door haar voor dezelfde functie lager te belonen dan haar mannelijke collega. Geen sprake van leeftijdsdiscriminatie. https://oordelen.mensenrechten.nl/oordeel/2021-111 Oordeelnummer 2021-111 Datum: 17-08-2021 Trefwoord: Gedetacheerde werknemers Leeftijd Beloning Bewijslast Geslacht Arbeidsvoorwaarden Discriminatiegrond: Leeftijd Geslacht Terrein: Arbeid – Arbeidsvoorwaarden Situatie Een vrouw treed op 10 oktober 2005 in dienst bij Stichting Vérian, een organisatie die thuiszorg en thuisbegeleiding in verschillende vormen biedt. De vrouw vervult gedurende haar dienstverband verschillende functies. Haar laatste functie is die van gezinscoach. Vanaf 2015 detacheert Vérian de vrouw bij de gemeente Heerde. Eind 2020 moet de gemeente Heerde de detachering opnieuw vormgeven. De functie van gezinscoach wordt opnieuw beschreven en geherwaardeerd. Medewerkers moeten op hun eigen functie solliciteren. Zo komt de vrouw erachter dat zij minder verdient dan haar mannelijke, tien jaar jongere collega. De vrouw is per 1 juni 2021 uit dienst bij Vérian. Zij klaagt bij het College over ongelijke beloning vanwege haar geslacht en leeftijd. Beoordeling Het College voor de Rechten van de Mens beoordeelt eerst of sprake is van ongelijke beloning op grond van geslacht.

Daarbij wordt een vergelijking gemaakt tussen de vrouw en haar mannelijke collega. Het College stelt vast dat de man meer verdient dan de vrouw en dat zij arbeid van (nagenoeg) gelijke waarde verrichten. Het College is van oordeel dat daarmee een vermoeden van discriminatie op grond van geslacht bestaat. Het is aan de werkgever om te bewijzen dat het beloningsverschil kan worden gerechtvaardigd door objectieve factoren die niets te maken hebben met discriminatie. Het College oordeelt dat de werkgever dit niet bewijst. Vérian wijst op de arbeidsmarktkrapte, haar leveringsverplichting richting de gemeente Heerde, verschillende specialisaties in de functies van de betrokken werknemers, het feit dat ook een vrouwelijke

Movisie • Discriminatie in de zorg en de sport: wat weten we (niet)?

84

collega meer verdient dan de vrouw die bij het College klaagt en de salarisonderhandelingen van de mannelijke collega. Het College beoordeelt deze argumenten achtereenvolgens en oordeelt dat deze niet bewijzen dat Vérian de vrouw niet discrimineerde bij de beloning. Het College beoordeelt daarnaast of sprake is van ongelijke beloning op grond van leeftijd. Oordeel Het College oordeelt dat het enkele feit dat de man tien jaar jonger is dan de vrouw onvoldoende is om te vermoeden dat er een verband bestaat tussen de leeftijd en de beloning.

Casus 3 Thuiszorg Stichting Aafje Thuiszorg Huizen Zorghotels discrimineert een vrouw op grond van ras door onvoldoende zorg te dragen voor een discriminatievrije werkomgeving. Er is geen sprake van victimisatie. Van https://oordelen.mensenrechten.nl/oordeel/2022-12 Oordeelnummer 2022-12 Datum: 22-02-2022 Trefwoord: Gezondheidszorg Vaste dienst Arbeidsomstandigheden Beëindiging van arbeidsverhouding Discriminatie op de werkvloer Ras Zorgsector Bewijslast Victimisatie Discriminatiegrond: Ras Terrein: Arbeid – Arbeidsomstandigheden Arbeid – Aangaan en beëindiging arbeidsrelatie Situatie Een vrouw werkt vanaf 2010 bij Stichting Aafje Thuiszorg Huizen Zorghotels (hierna: Stichting Aafje) als helpende in de nachtzorg. In januari 2021 kon de vrouw haar werk niet doen, omdat zij haar cliënt van diens dochter niet mocht aanraken. Ook mocht zij na de eerste nacht niet meer terugkomen, en wilde de familie een klacht indienen tegen de vrouw. De vrouw heeft over dit voorval gepraat met collega’s en het bij haar leidinggevende gemeld. Twee weken later vond er een gesprek plaats waarbij bleek dat Stichting Aafje de arbeidsrelatie met de vrouw wilde beëindigen middels een vaststellingsovereenkomst. De vrouw paste namelijk niet meer in het profiel. De vrouw stelt al langere tijd last te hebben van discriminatie in de werkomgeving op grond van haar huidskleur.

Stichting Aafje zou hier niets aan doen, ondanks dat zij dit gemeld heeft. Zo is er geen actie ondernomen naar aanleiding van het voorval in januari 2021. Bovendien heeft een medewerker van Stichting Aafje in het gesprek over de vaststellingsovereenkomst tegen haar gezegd dat zij maar ergens anders moest gaan werken, bijvoorbeeld bij Laurens of Humanitas, omdat daar meer mensen werken die eruit zien zoals de vrouw. Bij die zorgaanbieders zou de vrouw geen last meer hebben van discriminatie, volgens de medewerker. Beoordeling Een werkgever mag geen onderscheid op grond van ras maken bij de arbeidsomstandigheden. Daar hoort onder andere bij dat de werkgever zorg moet dragen voor een discriminatievrije werkomgeving, ook als het om cliënten gaat. Het is aan de vrouw om feiten aan te voeren die discriminatie kunnen doen vermoeden. Daarin slaagt zij.

Movisie • Discriminatie in de zorg en de sport: wat weten we (niet)?

85

Stichting Aafje heeft gesteld dat zij discriminatie in de werkomgeving niet toestaat. De meldingen van de vrouw zijn niet geregistreerd in het systeem, waardoor niet kan worden nagegaan wat er gemeld is en of hier opvolging aan gegeven is. De gebeurtenissen tijdens het gesprek over de vaststellingsovereenkomst ontkent Stichting Aafje niet. Stichting Aafje heeft desgevraagd haar algemene beleid uiteengezet ten aanzien van discriminatie. Zij heeft daarbij niet kunnen toelichten wat zij concreet onderneemt om discriminatie in de werkomgeving te voorkomen. Het College heeft dan ook geoordeeld dat Stichting Aafje niet aan haar zorgplicht voldaan heeft. Stichting Aafje heeft onvoldoende zichtbaar maatregelen getroffen om discriminatie binnen de werkomgeving te voorkomen, terwijl binnen de organisatie bekend was dat de vrouw te maken had met discriminatie tijdens haar werkzaamheden. De vrouw denkt dat sprake is van victimisatie. Zij vermoedt dat Stichting Aafje heeft voorgesteld de arbeidsrelatie te beëindigen omdat zij melding gemaakt heeft van discriminatie. Stichting Aafje betwist dat een en ander met elkaar te maken heeft. Het College voor de Rechten van de Mens oordeelt dat niet vast is komen te staan dat er een duidelijk verband is tussen het indienen van de klacht en het aanbieden van de vaststellingsovereenkomst.

Dat komt omdat er andere redenen zijn waarom Stichting Aafje de arbeidsrelatie wilde beëindigen. De vrouw heeft dat deels erkend. Er is dan ook geen sprake van victimisatie. Oordeel Stichting Aafje heeft verboden onderscheid gemaakt jegens de vrouw op grond van ras. Stichting Aafje heeft niet in strijd gehandeld met het verbod van victimisatie.

Casus 4 Thuiszorg PrivaZorg Den Bosch-Oss B.V. heeft jegens een zelfstandig werkend verpleegkundige verboden onderscheid op grond van ras en geslacht gemaakt door met hem geen zorginzetovereenkomst aan te gaan. Van https://oordelen.mensenrechten.nl/oordeel/2012-122 Oordeelnummer 2012-122 Datum: 17-07-2012 Trefwoord: Ras Bewijslast Vrij beroep Zorgsector Geslacht Discriminatiegrond: Geslacht Ras Terrein: Arbeid – Overige Arbeid – Vrije beroep Situatie Een zelfstandig werkend verpleegkundige wilde zich inschrijven bij PrivaZorg Den Bosch-Oss B.V. zodat zij hem kon inzetten als verpleegkundige in de thuiszorg. Tijdens het kennismakingsgesprek heeft PrivaZorg Den Bosch-Oss hem verteld dat het zinloos was om een man met donkere huidskleur in te schrijven. Dat heeft PrivaZorg Den Bosch-Oss na het kennismakingsgesprek ook bevestigd in haar e-mail aan de verpleegkundige. PrivaZorg Den Bosch-Oss heeft ontkend dat zij tegen de verpleegkundige heeft gezegd dat zij geen zorginzetovereenkomst met hem wilde aangaan. Zij heeft slechts besproken of het, gelet op zijn reistijd en reiskosten, wel economisch verantwoord was om een overeenkomst aan te gaan en meende dat het niet rendabel voor de verpleegkundige was. De verpleegkundige heeft zelf de conclusie getrokken dat het geen zin had om zich in te schrijven.

Movisie • Discriminatie in de zorg en de sport: wat weten we (niet)?

86

Oordeel De Commissie oordeelt dat PrivaZorg Den Bosch-Oss B.V. jegens de verpleegkundige verboden onderscheid op grond van ras en geslacht heeft gemaakt bij de mogelijkheden tot uitoefening van het vrije beroep. Toelichting De Commissie oordeelt dat het niet aangaan van een zorginzetovereenkomst onder de reikwijdte van artikel 6 van de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB) valt, omdat de verpleegkundige hierdoor beperkt kan worden in de mogelijkheden tot uitoefening van het vrije beroep. De Commissie kan PrivaZorg Den BoschOss niet volgen in haar stelling dat zij een zorginzetovereenkomst met de verpleegkundige wilde aangaan en dat de verpleegkundige zelf de conclusie heeft getrokken dat het geen zin had om zich in te schrijven. In zijn e-mail na het kennismakingsgesprek vraagt de verpleegkundige of er geen mogelijkheden zijn om voor PrivaZorg Den Bosch-Oss te werken. Daarop heeft PrivaZorg Den Bosch-Oss per e-mail geantwoord dat een samenwerking voor alle betrokken partijen tot een onbevredigende situatie zou leiden en heeft zij de verpleegkundige succes gewenst in het vinden van passend werk. Uit deze woorden van PrivaZorg Den Bosch-Oss ziet de Commissie geen ruimte om te kunnen concluderen dat PrivaZorg Den Bosch-Oss bereid was om een zorginzetovereenkomst met de verpleegkundige te willen aangaan.

Naar het oordeel van de Commissie duiden de gebezigde bewoordingen juist op een afwijzing. Door op voorhand in te gaan op mogelijk discriminatoire wensen van haar cliënten en om die reden geen zorginzetovereenkomst met de verpleegkundige te willen aangaan, heeft PrivaZorg Den Bosch-Oss direct onderscheid op grond van ras en geslacht gemaakt. Direct onderscheid op grond van ras en geslacht is verboden, tenzij er een wettelijke uitzondering op het verbod van toepassing is. Gesteld noch gebleken is dat een dergelijke uitzondering van toepassing is.

Casus 1 Sociaal werk Een welzijnsorganisatie maakt onderscheid op grond van chronische ziekte door met een man bij wie kanker is geconstateerd geen nieuwe arbeidsovereenkomst aan te gaan. Van https://oordelen.mensenrechten.nl/oordeel/2011-34 Oordeelnummer 2011-34 Datum: 18-03-2011 Trefwoord: Aangaan arbeidsverhouding Bewijslast Handicap of chronische ziekte Discriminatiegrond: Handicap of chronische ziekte Terrein: Arbeid – Aangaan en beëindiging arbeidsrelatie Arbeid – Overige Situatie Een man treedt als projectmedewerker in dienst bij een welzijnsorganisatie. Hij heeft een arbeidsovereenkomst voor een jaar gekregen. Daarin is opgenomen dat als hij goed functioneert zijn arbeidsovereenkomst na dat jaar verlengd wordt. Na ongeveer negen maanden meldt de man zich ziek en wordt hij kort daarna geopereerd. Daarna volgt hij een re-integratietraject. Vervolgens laat de organisatie hem weten dat zijn arbeidsovereenkomst niet wordt verlengd. De man vraagt zijn direct leidinggevende naar de reden van de niet verlenging. In de reactie hierop verwijst de leidinggevende naar het re-intergratietraject van de man. De man vermoedt daarom dat de arbeidsovereenkomst niet wordt verlengd vanwege zijn chronische ziekte. De organisatie ontkent dit en wijst er op dat ze niet op de hoogte was van het feit dat de

Movisie • Discriminatie in de zorg en de sport: wat weten we (niet)?

87

man aan een chronische ziekte lijdt. Daarnaast betwist de organisatie dat de ziekte van de man een rol heeft gespeeld. Er waren twee andere redenen om de overeenkomst niet te verlengen. In de eerste plaats is de arbeidsovereenkomst van de man niet verlengd omdat hij niet goed functioneerde. Als tweede heeft de organisatie aangegeven dat zij twijfelde of de man in de toekomst wel voldoende inzetbaar zou zijn. Oordeel De Commissie oordeelt dat de organisatie verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte heeft gemaakt door met de man geen nieuwe arbeidsovereenkomst aan te gaan. Toelichting De Commissie stelt vast dat de man een chronische ziekte heeft. Zijn ziekte heeft een langdurig karakter. De man is weliswaar herstellende maar niet genezen verklaard. Ook zal hij vanwege het risico van terugkeer van de kanker langdurig onder controle van een arts moeten blijven. De Commissie stelt vast dat hoewel de organisatie heeft gesteld dat de man niet goed functioneert, zij hierover niets heeft vastgelegd. De organisatie heeft de stelling dat de man niet goed functioneert dan ook niet met bewijs onderbouwd. Tevens heeft de organisatie de mate waarin de man in de toekomst inzetbaar zal zijn niet voldoende onderzocht.

De Commissie oordeelt daarom dat de organisatie er niet in is geslaagd om te bewijzen dat de chronische ziekte niet (mede) een rol heeft gespeeld bij de beslissing om geen nieuwe arbeidsovereenkomst met de man aan te gaan.

Casus 2 Sociaal werk Een welzijnsorganisatie maakt verboden onderscheid op grond van geslacht omdat bij de verlenging van het contract van een vrouw haar zwangerschap een rol heeft gespeeld. Van https://oordelen.mensenrechten.nl/oordeel/2010-173 Oordeelnummer 2010-173 Datum: 25-11-2010 Trefwoord: Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd Geslacht Zwangerschapsverlof Bewijslast Aangaan arbeidsverhouding Zwangerschap Discriminatiegrond: Geslacht Terrein: Arbeid – Overige Arbeid – Aangaan en beëindiging arbeidsrelatie Situatie Een vrouw werkt als administratief medewerker bij een welzijnsorganisatie. Zij heeft een contract voor een jaar. Gedurende dit jaar vertelt de vrouw aan haar leidinggevende dat ze zwanger is. Ongeveer een maand later meldt de vrouw haar leidinggevende dat ze minder uren per week wil gaan werken, omdat ze door haar zwangerschap last heeft van haar onderrug en bekken. De leidinggevende vertelt haar op diezelfde dag nog dat haar contract niet zal worden verlengd met een jaar maar slechts met twee maanden. Deze verlenging valt precies samen met het begin van haar zwangerschapsverlof. De werkgever geeft aan dat het niet verlengen van het contract van de vrouw met een jaar niets te maken heeft met haar zwangerschap of de zwangerschapsklachten. Haar contract is niet met een jaar verlengd, omdat er nog maar voor twee maanden administratief werk beschikbaar was.

Movisie • Discriminatie in de zorg en de sport: wat weten we (niet)?

88

Beoordeling De Commissie stelt vast dat de zwangerschap van de vrouw (mede) een rol heeft gespeeld bij het besluit van haar werkgever om het contract niet met een jaar te verlengen maar slechts met twee maanden. De werkgever heeft aannemelijk kunnen maken dat er steeds minder administratief werk was. Uit de stukken blijkt echter dat de leidinggevende van de vrouw de intentie had om het contract op zondag te laten verlopen in plaats van op een maandag, de dag dat de verlenging met twee maanden daadwerkelijk zou verlopen. De Commissie oordeelt dat dit moet zijn ingegeven door de zwangerschap van de vrouw. Die maandag zou namelijk de eerste dag van het zwangerschapsverlof zijn. Omdat zwangerschap geen rol mag spelen bij de duur van de verlenging maakt de werkgever onderscheid op grond van geslacht.

Casus 3 Sociaal werk Stichting De Overburen discrimineerde een vrouw niet op basis van haar geloofsovertuiging wegens discriminatoire bejegening op de werkvloer. De discriminatieklacht van de vrouw is zorgvuldig behandeld. Van https://oordelen.mensenrechten.nl/oordeel/2022-125 Oordeelnummer 2022-125 Datum: 09-11-2022 Trefwoord: Bejegening Discriminatiegrond: Godsdienst Terrein: Arbeid – Klachtbehandeling Arbeid – Arbeidsomstandigheden Situatie Een vrouw met een hoofddoek heeft als buurtvrouw bij zorgaanbieder Stichting De Overburen gewerkt. Voor haar werk bezocht zij cliënten aan huis die haar soms kritische vragen stelden over de wijze waarop zij de islamitische godsdienst praktiseert. De vrouw vindt dat zij tijdens haar werkzaamheden discriminatoir is bejegend en dat Stichting De Overburen onvoldoende heeft gezorgd voor een discriminatievrije werkvloer. De vrouw stelt verder dat haar discriminatieklacht onzorgvuldig is behandeld. Stichting De Overburen is het daar niet mee eens. Beoordeling Het College stelt vast dat de vrouw bij één cliënt herhaaldelijk is geconfronteerd met uitlatingen die bij elkaar genomen als discriminatoire bejegening aangemerkt dienen te worden. De vrouw heeft zich tijdens wekelijkse werkoverleggen met het team uitgesproken over de gebeurtenissen. Daarnaast heeft zij zich ook gewend tot haar leidinggevenden.

Stichting De Overburen was daardoor op de hoogte van wat er speelde en diende zij maatregelen te treffen om de vrouw te beschermen tegen discriminatie op de werkvloer. Het College is van oordeel dat Stichting De Overburen adequaat heeft gehandeld. De melding van de vrouw is serieus genomen, er zijn gesprekken geïnitieerd en de vrouw is geplaatst bij andere cliënten. Dat de cliënt zelf niet is aangesproken op haar gedrag kan volgens het College niet aan Stichting De Overburen worden tegengeworpen. Hierbij is van belang dat de cliënten beperkt ontwikkeld zijn en er bemoeizorg wordt verleend. Met betrekking tot de behandeling van de discriminatieklacht stelt het College vast dat Stichting De Overburen effectieve maatregelen heeft getroffen om de klacht van de vrouw zorgvuldig te behandelen. Oordeel Stichting de Overburen heeft jegens de vrouw geen verboden onderscheid gemaakt op grond van godsdienst.

Movisie • Discriminatie in de zorg en de sport: wat weten we (niet)?

89

Casus 1 Maatschappelijke opvang Stichting Moveoo discrimineert een vrouw niet door haar af te raden op een vacature te solliciteren vanwege haar handicap. Van https://oordelen.mensenrechten.nl/oordeel/2011-204 Oordeelnummer 2011-204 Datum: 20-12-2011 Trefwoord: Sollicitatie Handicap of chronische ziekte Werving & selectie Discriminatiegrond: Handicap of chronische ziekte Terrein: Arbeid – Overige Arbeid – Werving en Selectie De situatie Een vrouw heeft een chronische ziekte waardoor zij in een rolstoel zit en beperkt mobiel is. Zij loopt ruim een half jaar stage bij een daklozenopvang van Stichting Moveoo als groepswerker. Zij functioneert goed. Vlak voor het einde van haar stage, komt er een vacature voor groepswerker als flexpooler vrij. De vrouw vraagt aan haar stagebegeleidster of het zin heeft om daarop te solliciteren. De stagebegeleider overlegt dit met de directeur van de stichting en na een paar dagen krijgt de vrouw te horen dat vanwege de veiligheidsrisico’s die haar handicap met zich mee brengen, zij het de vrouw afraden te solliciteren. Oordeel Stichting Moveoo discrimineert de vrouw niet op grond van handicap of chronische ziekte door haar af te raden te solliciteren voor de functie groepswerker.

Toelichting Op grond van de wet hoeft een werkgever een persoon die een handicap of chronische ziekte heeft niet in dienst te nemen wanneer er vanwege de beperkingen die voortvloeien uit zijn of haar handicap of chronische ziekte veiligheidsrisico’s spelen voor de persoon zelf of voor diens directe omgeving. In dit geval heeft de directeur naar voren gebracht dat de verminderde mobiliteit van de vrouw in combinatie met het feit dat de kans groot is dat de vrouw alleen voor een groep komt te staan en de bouwkundige ongemakken van het gebouw voor iemand in een rolstoel, zodanige risico’s met zich meebrengt dat het niet verantwoord zou zijn haar in dienst te nemen. De vrouw zou bijvoorbeeld in geval van brand de cliënten niet snel genoeg kunnen waarschuwen en in veiligheid kunnen brengen. Daarnaast kan zij zichzelf niet snel genoeg in veiligheid brengen wanneer cliënten agressief worden, hetgeen een reëel risico is omdat de cliënten veelal een psychiatrische achtergrond hebben. Stichting Moveoo heeft aangevoerd dat zij het geld niet heeft en het technisch onmogelijk is het gebouw rolstoel vriendelijk aan te passen. Ook kan zij niet garanderen dat de vrouw nooit alleen op een groep komt te staan. Als flexpooler zal ze namelijk regelmatig alleen in het gebouw aanwezig zijn.

Om deze redenen acht de Commissie het aannemelijk dat het risico voor Stichting Moveoo te groot is om de vrouw in dienst te nemen en maakt zij geen onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte.

Movisie • Discriminatie in de zorg en de sport: wat weten we (niet)?

90

Casus 2 Maatschappelijke opvang Stichting Perspectief discrimineerde niet bij de zorg voor een discriminatievrije werkomgeving ten aanzien van een man die atheïstisch is. Wel is er sprake van verboden onderscheid op grond van godsdienst bij de klachtbehandeling. https://oordelen.mensenrechten.nl/oordeel/2022-154 Oordeelnummer 2022-154 Datum: 19-12-2022 Trefwoord: Direct onderscheid Bejegening Bewijsvermoeden weerlegd Bewijsvermoeden toegepast Aanbeveling gedaan Discriminatiegrond: Godsdienst Terrein: Arbeid – Klachtbehandeling Arbeid – Arbeidsomstandigheden Situatie Een man, die afkomstig is uit het Turkse gedeelte van Koerdistan en atheïstisch is, is op basis van een oproepovereenkomst in dienst getreden bij Stichting Perspectief in de functie van woonbegeleider. Stichting Perspectief is een organisatie die zich bezighoudt met maatschappelijke opvang en geestelijke gezondheidsen verslavingszorg. Stichting Perspectief heeft de man laten inwerken op verschillende locaties, waaronder de afdeling Jonge Moederopvang. Twee medewerkers van die afdeling hebben de man gedurende een dag ingewerkt. Na enkele maanden is de man ziek geworden. De man heeft in zijn digitale personeelsdossier een formulier ingevuld waarin hij heeft vermeld dat hij ontslag wil nemen omdat hij op de afdeling Jonge Moederopvang is gediscrimineerd.

Stichting Perspectief heeft niet op deze discriminatieklacht gereageerd. De man heeft een half jaar na de opzegging van zijn dienstverband een e-mail naar het algemene e-mailadres van Stichting Perspectief gestuurd. Hierin heeft hij geschreven dat hij tijdens zijn dienstverband is gediscrimineerd door een collega omdat hij geen moslim is. Ook heeft hij gevraagd waarom Stichting Perspectief niet heeft gereageerd op zijn eerdere discriminatieklacht. Stichting Perspectief heeft niet op deze e-mail gereageerd. De man vindt dat Stichting Perspectief hem heeft gediscrimineerd door onvoldoende te zorgen voor een discriminatievrije werkomgeving. Hiertoe voert hij aan dat de collega die hem moest inwerken op de afdeling Jonge Moederopvang, hem discriminatoir heeft bejegend omdat hij geen moslim is. Ook vindt de man dat Stichting Perspectief hem heeft gediscrimineerd door niet te reageren op zijn twee discriminatieklachten. Stichting Perspectief is het niet de met man eens. Hiertoe voert zij aan dat de man op geen enkel moment melding heeft gemaakt van ongewenst gedrag of discriminatie door een collega. Ook voert zij aan dat een discriminatieklacht in het digitale personeelsdossier niet wordt waargenomen in haar organisatie. Dit geldt ook voor een discriminatieklacht die wordt ingediend via haar algemene e-mailadres.

Een discriminatieklacht die via de e-mail wordt ingediend, moet worden gestuurd naar het e-mailadres dat is vermeld in het Protocol Vertrouwenspersoon, waarin een klachtenregeling is opgenomen voor medewerkers. Dit Protocol wordt aan iedere medewerker verstrekt bij indiensttreding. Beoordeling Zorg voor een discriminatievrije werkomgeving? Een werkgever mag geen onderscheid op grond van godsdienst maken bij de arbeidsomstandigheden. Deze verplichting brengt ook mee dat een werkgever erop moet toezien dat werknemers zich onthouden van

Movisie • Discriminatie in de zorg en de sport: wat weten we (niet)?

91

discriminatie. Een werkgever die weet of had moeten weten dat sprake is van discriminatoire bejegening tussen collega’s onderling, heeft de verplichting zijn werknemers daartegen te beschermen. Het College stelt vast dat de man niet aan zijn leidinggevende heeft verteld dat de collega die hem heeft ingewerkt, hem heeft gediscrimineerd omdat hij geen moslim is. De man heeft hierover wel met enkele collega’s gesproken, maar hij heeft niet duidelijk gemaakt wie deze collega’s waren en of zij een leidinggevende functie hebben. Het College is daarom van oordeel dat van Stichting Perspectief niet kon worden verwacht dat zij wist of had moeten weten dat de man zich gediscrimineerd voelde door een collega. Van Stichting Perspectief kon daarom ook niet worden verwacht dat zij de man daartegen beschermde. Het College concludeert daarom dat Stichting Perspectief de man niet heeft gediscrimineerd op grond van (het niet hebben van een) godsdienst bij de zorg voor een discriminatievrije werkomgeving. Zorgvuldige klachtbehandeling? Het verbod op onderscheid bij de arbeidsomstandigheden houdt ook in dat een werkgever discriminatieklachten zorgvuldig moet behandelen. Van een zorgvuldige klachtbehandeling is sprake als een deugdelijk onderzoek worden uitgevoerd, waarbij ten minste hoor en wederhoor wordt toegepast.

Het College stelt vast dat Stichting Perspectief een Protocol Vertrouwenspersoon heeft, waarin een klachtenregeling is opgenomen voor medewerkers. Een medewerker kan een discriminatieklacht indienen bij de afdeling P&O, de direct leidinggevende, een vertrouwenspersoon of via e-mail. Als een medewerker de discriminatieklacht via e-mail indient, moet hij gebruikmaken van het e-mailadres dat is vermeld in het Protocol. Ook stelt het College vast dat de man zijn digitale discriminatieklachten niet naar het bedoelde emailadres heeft gestuurd, zodat Stichting Perspectief hier niet op heeft gereageerd. Het College is van oordeel dat Stichting Perspectief door de mogelijkheid van het indienen van een discriminatieklacht per e-mail te beperken tot één e-mailadres, in dit geval niet heeft voldaan aan het vereiste van een zorgvuldige klachtbehandeling. Hierbij is van belang dat de man nog maar twee maanden bij Stichting Perspectief in dienst was, toen hij besloot om zijn baan op te zeggen. Het College acht het aannemelijk dat de man toen nog onvoldoende op de hoogte was en kon zijn van de klachtenregeling, van de hierin vermelde procedure en van het e-mailadres waar hij zijn discriminatieklacht naar toe had moeten sturen. De man heeft zijn tweede discriminatieklacht ruim een half jaar na uitdiensttreding ingediend.

Op dat moment kon niet meer van hem worden verwacht dat hij nog de beschikking had over de klachtenregeling en het betreffende e-mailadres. Daarom concludeert het College dat Stichting Perspectief jegens de man verboden onderscheid op grond van (het niet hebben van een) godsdienst heeft gemaakt door zijn discriminatieklachten niet te behandelen. Oordeel Stichting Perspectief heeft jegens de man: - verboden onderscheid op grond van godsdienst gemaakt bij de klachtbehandeling; - geen verboden onderscheid op grond van godsdienst gemaakt bij de overige aspecten van de arbeidsomstandigheden waarover hij heeft geklaagd.

Casus 1 Sport InTension Health Club Scheveningen B.V. discrimineerde een vrouw vanwege haar geloofsovertuiging door haar niet toe te staan met hoofddoek te trainen. https://oordelen.mensenrechten.nl/oordeel/2022-113 Oordeelnummer 2022-113

Movisie • Discriminatie in de zorg en de sport: wat weten we (niet)?

92

Datum: 29-09-2022 Trefwoord: Indirect onderscheid Vereenvoudigde procedure Discriminatiegrond: Godsdienst Terrein: Goederen en diensten – Uitoefening beroep of bedrijf Situatie De vrouw bezoekt in oktober 2021 de sportschool om een proefles te volgen. Zij is moslima en draagt vanwege haar geloofsovertuiging een hoofddoek. De medewerker van de sportschool geeft aan dat het niet toegestaan is om met hoofddoek te sporten, waarna de vrouw de sportschool verlaat. De vrouw zegt dat de sportschool haar discrimineerde op grond van haar godsdienst. De sportschool betwist dat en stelt dat het hoofddekselverbod niets te maken heeft met godsdienst, maar met de veiligheid van haar cliënten. Beoordeling In de huisregels van de sportschool staat dat hoofddeksels niet zijn toegestaan tijdens het sporten. Daarmee wordt niet direct verwezen naar godsdienst. Wel treft de weigering, die gebaseerd is op een neutrale formulering in de kledingregels, de vrouw in bijzonder omdat zij hoofdbedekking draagt vanwege haar godsdienstige overtuiging. De sportschool maakt daarom indirect onderscheid op grond van godsdienst door de vrouw niet toe te staan om met haar hoofddoek te sporten. Het is verboden om indirect onderscheid op grond van godsdienst te maken. De sportschool zegt dat het hoofddekselverbod wordt gehanteerd in het kader van de veiligheid van cliënten.

Tijdens het sporten wordt gebruik gemaakt van bewegende apparaten waarin hoofdbedekking vast kan komen te zitten. Het vergroot daarom de kans op blessures. Daarnaast bestaat er een risico van oververhitting omdat hoofdbedekking warmteafgifte via het hoofd bemoeilijkt. Volgens de sportschool hebben zich in het verleden twee incidenten voorgedaan met cliënten die hoofddeksels droegen. Het College is van oordeel dat het verbod niet noodzakelijk is aangezien er alternatieven denkbaar zijn. Zo kunnen cliënten een sporthoofddoek dragen. Sporthoofddoeken zitten nauwsluitend om het hoofd en zijn voorzien van klittenband, waardoor ze losschieten als ze ergens aan vast blijven haken. De sportschool heeft dan ook niet aannemelijk gemaakt dat een algeheel verbod op hoofddeksels noodzakelijk is om de veiligheid tijdens het trainen van waarborgen. Daarom heeft de sportschool de vrouw vanwege haar godsdienst gediscrimineerd. Oordeel InTension Health Club Scheveningen B.V. heeft verboden onderscheid gemaakt jegens een vrouw vanwege haar godsdienst.

Casus 2 Sport Basic Fit Nederland B.V. discrimineert een vrouw in een rolstoel door te weigeren een doeltreffende aanpassing voor haar te treffen en op die manier de sportschool voor haar weer toegankelijk te maken. https://oordelen.mensenrechten.nl/oordeel/2022-26 Oordeelnummer 2022-26 Datum: 18-03-2022 Trefwoord: Toegankelijkheid Handicap Sportschool Aanbieden van of verlenen van toegang tot goederen en diensten Doeltreffende aanpassing Vereenvoudigde procedure Handicap of chronische ziekte

Movisie • Discriminatie in de zorg en de sport: wat weten we (niet)?

93

Discriminatiegrond: Handicap of chronische ziekte Terrein: Goederen en diensten – Overige Situatie Een vrouw is rolstoelgebruiker en was lid bij één van de sportscholen van Basic Fit Nederland B.V. Tijdens haar lidmaatschap verplaatste Basic Fit de apparaten waar de vrouw haar oefeningen op deed van de benedenverdieping naar de eerste verdieping. De vrouw kon vanwege haar rolstoel niet met de trap naar boven en de sportschool had geen lift. Op verzoek van de vrouw verplaatste het personeel het rek en de lichtere gewichten één keer naar beneden. De volgende keer werd dit geweigerd. Het personeel van Basic Fit raadde de vrouw aan om bij andere locaties te gaan kijken of die wel toegankelijk voor haar waren. De vrouw diende vervolgens een klacht in bij Basic Fit en vroeg of het rek en de lichtere gewichten weer beneden konden worden neergezet. Basic Fit weigerde dit. Hierdoor kan de vrouw niet meer zelfstandig sporten bij Basic Fit. Zij beëindigde daarom haar lidmaatschap. Volgens de vrouw discrimineert Basic Fit Nederland B.V. haar op grond van handicap of chronische ziekte door geen doeltreffende aanpassingen voor haar te verrichten. Basic Fit heeft geen verweer gevoerd. Beoordeling Een sportschool is verplicht om doeltreffende aanpassingen te verrichten voor sporters met een handicap of chronische ziekte, tenzij deze onevenredig belastend zijn.

Deze verplichting betekent ook dat een sportschool verplicht is om te onderzoeken of er een oplossing mogelijk is om personen met een beperking in staat te stellen mee te doen dan wel van haar diensten gebruik te maken. Sportscholen, zoals Basic Fit, moeten zorgdragen om te komen tot een inclusieve samenleving, zodat mensen met een beperking zo volwaardig mogelijk kunnen deelnemen aan het maatschappelijk verkeer. Voor de vrouw houdt dat in dat zij net als andere leden van de sportschool, gebruik kan maken van de aanwezige apparaten. Haar verzoek om een doeltreffende aanpassing sluit daarbij aan. Hoewel daartoe uitdrukkelijk uitgenodigd heeft Basic Fit Nederland B.V. niet gereageerd op het verzoekschrift. Als de verwerende partij niet reageert op het verzoekschrift, wordt hetgeen de verzoekende partij inbrengt door het College aangemerkt als vaststaande feiten. Zonder verweer komt dus vast te staan dat de sportschool na verplaatsing van de apparaten, niet meer toegankelijk was voor de vrouw. Verder staat vast dat de vrouw heeft verzocht om een doeltreffende aanpassing en dat Basic Fit zonder nader onderzoek of overleg heeft geweigerd deze of een andere doeltreffende aanpassing te verrichten. Niet is gebleken dat het verrichten van deze aanpassing voor Basic Fit onevenredig belastend is.

Basic Fit heeft de vrouw verwezen naar andere locaties die eventueel wel toegankelijk voor haar zouden zijn. Nu zij niet heeft onderzocht of dit daadwerkelijk het geval was en de vrouw gemotiveerd heeft gesteld dat deze sportscholen niet toegankelijk zijn, oordeelt het College dat dit geen alternatieve doeltreffende aanpassing is. Het College oordeelt dat Basic Fit verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte heeft gemaakt door de weigeren een doeltreffende aanpassing te verrichten en op die manier de sportschool voor haar weer toegankelijk te maken. Oordeel Basic Fit Nederland B.V. heeft jegens de vrouw verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte gemaakt.

Movisie • Discriminatie in de zorg en de sport: wat weten we (niet)?

94

Casus 3 Sport ARV Achilles heeft geen onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte gemaakt door een man met autisme en PTSS geen aangepast lidmaatschap te bieden waarbij hij individueel op de atletiekbaan kan trainen. https://oordelen.mensenrechten.nl/oordeel/2022-20 Oordeelnummer 2022-20 Datum: 10-03-2022 Trefwoord: Sport Vereniging Handicap Doeltreffende aanpassing Aanbieden van of verlenen van toegang tot goederen en diensten Aanbieden goederen en diensten Discriminatiegrond: Handicap of chronische ziekte Terrein: Goederen en diensten – Overige Situatie Een man is eerder lid geweest van ARV Achilles, een Atletiek- en recreatiesportvereniging. De vereniging heeft destijds besloten het lidmaatschap van de man niet te verlengen, nadat tussen hem en personen binnen zijn loopgroep onenigheid was ontstaan. De man heeft autisme en PTSS en stelt dat zijn gedrag destijds hiermee te maken had. Sinds augustus 2019 heeft hij een hulphond gekregen die hem op alle momenten van de dag begeleidt en ondersteunt. Het gaat nu veel beter met hem en daarom heeft hij aangegeven weer lid te willen worden van de vereniging. Vanwege zijn hond kan hij niet in een loopgroep trainen en daarom wil hij zelfstandig en individueel met zijn hond op de baan van de vereniging trainen.

De vereniging heeft aangegeven dat hij geen lid mag worden en dat het niet mogelijk is om individueel op de baan te trainen. Beoordeling Als iemand met een beperking de vereniging vraagt om een doeltreffende aanpassing, dan moet de vereniging de aanpassing verrichten, tenzij het onevenredig belastend is. De man geeft aan dat hij als doeltreffende aanpassing een lidmaatschap wil waarbij hij individueel mag trainen op de atletiekbaan van verweerster. Een aanpassing is doeltreffend als deze geschikt en noodzakelijk is om iemand in staat te stellen om gebruik te maken van het goed of de dienst die de betreffende aanbieder van goederen en diensten aanbiedt. Het College stelt vast dat de enige dienst die de vereniging aanbiedt bestaat uit het sporten en verzorgen van trainingen in groepsverband. Het College concludeert dat het verzoek om een aangepast lidmaatschap, waarbij verzoeker individueel mag trainen op het complex van verweerster, niet kan worden gezien als een doeltreffende aanpassing. De man zou daarmee geen toegang krijgen tot de dienst die verweerster aanbiedt, te weten het trainen in groepsverband. Het verzoek om een aangepast lidmaatschap komt neer op een verzoek aan verweerster om een nieuwe dienst aan te bieden. Het is niet aan het College om te bepalen welke dienst de vereniging wel en niet moet aanbieden.

Er is daarom geen sprake van onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte, door verzoeker geen aangepast lidmaatschap te bieden waarbij hij individueel op de atletiekbaan kan trainen. Oordeel ARV Achilles heeft jegens de man geen verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte gemaakt.

Movisie • Discriminatie in de zorg en de sport: wat weten we (niet)?

95

Casus 4 Sport Stichting Internationale Vierdaagse Afstandsmarsen Nijmegen maakt geen verboden onderscheid ten aanzien van deelnemers met een visuele beperking door geen algemene vrijstelling te geven voor de af te leggen wandelafstand tijdens de Vierdaagse. https://oordelen.mensenrechten.nl/oordeel/2020-46 Oordeelnummer 2020-46 Datum: 28-05-2020 Trefwoord: Oordeel eigen handelen Doeltreffende aanpassing Aanbieden van of verlenen van toegang tot goederen en diensten Handicap of chronische ziekte Discriminatiegrond: Handicap of chronische ziekte Terrein: Goederen en diensten – Overige Situatie De stichting organiseert een wandelevenement, de Vierdaagse, in en rondom Nijmegen. Ieder jaar doen hieraan ca 45.000 deelnemers mee. Het is een wandelprestatietocht zonder wedstrijdelement. De te lopen dagelijkse afstanden zijn 30, 40 of 50 kilometer. Het is niet mogelijk om minder dan de voorgeschreven afstanden te lopen. Als een fysieke of verstandelijke beperking ertoe leidt dat een deelnemer de afstand niet kan volbrengen, dan kan gevraagd worden om dispensatie van de voorgeschreven deelnameregels, zoals bijvoorbeeld het afleggen van een kortere wandelafstand. Vanaf 2019 geldt een aangescherpt dispensatiebeleid dat is neergelegd in de Beleidsregels Dispensatie Vierdaagse.

Op grond van dit beleid krijgen deelnemers met een visuele beperking in principe geen vrijstelling meer van de te lopen afstand van de Nijmeegse Vierdaagse. Deze deelnemers mogen wel een begeleidend buddy meenemen of gebruik maken van een taststok. Ook mag een deelnemer – indien gewenst – een geleidehond meenemen. De stichting vraagt het College om een oordeel eigen handelen om te toetsen of haar beleid voor deelnemers met een visuele beperking in overeenstemming is met de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekste (WGBH/CZ). Beoordeling Het College stelt ten eerste vast dat de Vierdaagse toegankelijk is voor iedereen, zowel deelnemers zonder beperking als deelnemers met een beperking. Daarnaast stelt het College vast dat een visuele beperking het afleggen van de voorgeschreven wandelafstanden niet in de weg staat. Het College oordeelt daarom dat het uitgangspunt in het beleid om bij voorbaat geen dispensatie op de voorgeschreven afstand te verlenen niet in strijd is met de gelijke behandelingswetgeving. De stichting heeft aangegeven dat een deelnemer met een visuele beperking, die dispensatie van de voorgeschreven afstand zou wensen, nog steeds een individueel verzoek kan indienen ondanks de aanpassing van de beleidsregels.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12836238/1