RIS315753 Discriminatie en veilige werkomgevingen in de WMO bijlage 1
Tekst van het document
Het College beveelt de stichting aan om deze individuele toetsingsruimte te verhelderen in haar beleid, zodat het bestaan van de mogelijkheid van een individueel dispensatie verzoek goed kenbaar is voor deelnemers. Tot slot beoordeelt het College of de door de stichting aangeboden aanpassingen doeltreffend zijn voor deelnemers met een visuele beperking om op gelijke wijze als deelnemers zonder een beperking te kunnen deelnemen aan de Vierdaagse. Het College stelt vast dat een begeleidende buddy of een taststok in ieder geval geschikt en noodzakelijk kunnen zijn voor deelnemers met een visuele beperking. Een geleidehond is
Movisie • Discriminatie in de zorg en de sport: wat weten we (niet)?
96
een aangedragen oplossing waarbij twijfels over het welzijn van de hond bestaan bij deelname aan dit specifieke evenement. Gelet hierop beveelt het College aan om nader te onderzoeken of bij dit specifieke evenement sprake is van een realistische doeltreffende aanpassing voor een deelnemer met een visuele beperking. Oordeel Geen verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte.
Casus 5 Sport Schietsportvereniging Gradatim discrimineerde op grond van afkomst bij de toelating van leden. https://oordelen.mensenrechten.nl/oordeel/2019-12 Oordeelnummer 2019-12 Datum: 25-02-2019 Trefwoord: Ras Dienstverlening Aanbieden van of verlenen van toegang tot goederen en diensten Aanbieden goederen en diensten Belang Sport Ontvankelijkheid Vereniging Bewijslast Bevoegdheid Discriminatiegrond: Ras Terrein: Goederen en diensten – Overige Situatie Stichting Versa Welzijn, een antidiscriminatievoorziening, heeft het College verzocht om te oordelen of Schietsportvereniging Gradatim (hierna: de vereniging) discrimineert bij de toelating van haar leden. Zij verwijst naar de notulen van een algemene ledenvergadering (ALV), een e-mail van de secretaris van het bestuur en een krantenbericht. Hierin wordt bevestigd dat de vereniging een maximumpercentage hanteert van leden van niet-westerse afkomst. De vereniging stelt dat afkomst geen rol speelt bij het toelaten van leden. Volgens haar heeft de secretaris in de notulen en de e-mail zijn eigen mening weergegeven. Het krantenbericht zou inhoudelijk onjuist zijn. Beoordeling Het staat vast dat volgens de notulen een maximum wordt gehanteerd van 10-15% leden van niet-westerse afkomst. Ook staat vast dat het bestuur van de vereniging op de hoogte was van de inhoud van de notulen en dat deze onder de leden waren verspreid.
Het College constateert dat de notulen een jaar later, ten tijde van de zitting, niet zijn gecorrigeerd. Bovendien staat vast dat de secretaris op een discriminatieklacht over het maximum per e-mail heeft geantwoord dat er een balans moet zijn in de ‘mix’ tussen ‘Nederlandse’ leden en leden met een niet-westerse afkomst. Ten slotte stelt het College vast dat de voorzitter van het bestuur het toelatingsbeleid heeft bevestigd in een krantenartikel. Het College acht het onaannemelijk dat de notulen, de e-mail en het krantenbericht onjuist zijn, zoals de vereniging stelt. Het College is daarom van oordeel dat er een vermoeden is van onderscheid op grond van afkomst. De vereniging is er niet in geslaagd om tegenbewijs aan te dragen. Haar verklaringen dat zij geen toelatingsbeleid hanteert en dat zij een hoog aantal leden van niet-westerse afkomst heeft, zijn niet onderbouwd. Daarom oordeelt het College dat de vereniging discrimineerde op grond van afkomst bij de toelating van leden. Oordeel Schietsportvereniging Gradatim heeft gediscrimineerd op grond van afkomst bij de toelating van leden.
Movisie • Discriminatie in de zorg en de sport: wat weten we (niet)?
97
Casus 6 Sport Korfbalvereniging Exakwa discrimineerde een jeugdlid op grond van handicap of chronische ziekte, door hem vanwege zijn beperkingen geen toestemming te geven om mee te gaan met een jeugdkamp. https://oordelen.mensenrechten.nl/oordeel/2017-130 Oordeelnummer 2017-130 Datum: 09-11-2017 Trefwoord: Handicap of chronische ziekte Aanbieden goederen en diensten Doeltreffende aanpassing Veiligheidsverweer Handicap Discriminatiegrond: Handicap of chronische ziekte Terrein: Goederen en diensten – Overige Situatie Een jeugdlid van korfbalvereniging Exakwa mocht vanwege zijn beperkingen niet mee met het jaarlijkse jeugdkamp van vier dagen en drie nachten, omdat hij een-op-een-begeleiding nodig heeft. De vader van het jeugdlid heeft aangeboden om mee te gaan om de begeleiding te verzorgen. Ook hebben de ouders aangegeven dat een professionele begeleider mee zou kunnen gaan. De vereniging wilde echter geen extra begeleiders meenemen op het kamp, waardoor het jeugdlid niet mee kon gaan. Beoordeling De korfbalvereniging had als aanbieder van diensten moeten onderzoeken of deelname van het jeugdlid aan het jeugdkamp mogelijk zou zijn als er aanpassingen voor hem zouden worden verricht, tenzij de benodigde aanpassingen teveel gevraagd (onevenredig belastend) zouden zijn.
De vereniging heeft onvoldoende gemotiveerd waarom het meenemen van een ouder of professioneel begeleider teveel gevraagd zou zijn voor de vereniging of de kampcommissie. Aangezien ook andere ouders deel uitmaken van de kampcommissie, valt niet in te zien waarom het onrust zou veroorzaken voor de andere kinderen als ook de vader van het jeugdlid mee zou gaan. Bovendien kan aan de andere kinderen worden uitgelegd waarom de vader meegaat. Dat het vanwege de verantwoordelijkheid van de kampcommissie voor een grote groep kinderen niet wenselijk is als daar zomaar iemand aan toegevoegd wordt, is ook geen geslaagd verweer. Het is namelijk niet nodig dat de begeleider ook deel gaat uitmaken van de (organisatie van de) kampcommissie, hij kan enkel meegaan als begeleider van het jeugdlid. Voor zover de vereniging meent dat de veiligheid en gezondheid van het jeugdlid en/of andere kinderen in gevaar zou kunnen komen als de zoon meegaat, geldt dat dit juist opgelost kan worden door voor hem een begeleider mee te nemen. Oordeel Algemene Korfbalvereniging Exakwa heeft jegens het jeugdlid verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte gemaakt.
Casus 7 Sport Feyenoord Rotterdam N.V. discrimineerde een vrouw door de stage te beëindigen nadat zij op haar eerste werkdag vertelde dat zij aan epilepsie lijdt. https://oordelen.mensenrechten.nl/oordeel/2020-77
Movisie • Discriminatie in de zorg en de sport: wat weten we (niet)?
98
Oordeelnummer 2020-77 Datum: 01-09-2020 Trefwoord: Epilepsie Bewijslast Doeltreffende aanpassing Handicap Chronische ziekte Stage Handicap of chronische ziekte Beëindiging van arbeidsverhouding Veiligheidsverweer Discriminatiegrond: Handicap of chronische ziekte Terrein: Arbeid - Aangaan en beëindiging arbeidsrelatie Situatie Een vrouw lijdt aan epilepsie. Zij solliciteert bij Feyenoord Rotterdam N.V. naar een stageplaats voor naschoolse sport- en onderwijsprojecten voor kinderen met een leerachterstand. Partijen voeren een sollicitatiegesprek. Feyenoord neemt de vrouw aan als stagiaire. Op haar eerste werkdag vertelt de vrouw de stagebegeleider dat zij epilepsie heeft. De stagebegeleider informeert hierover de stagecoördinator die daarop de stage met de vrouw beëindigt. Volgens de vrouw is sprake van discriminatie op grond van handicap of chronische ziekte. Feyenoord betwist dit. Beoordeling Een werkgever mag bij het beëindigen van een stage geen onderscheid maken op grond van handicap of chronische ziekte. Omdat Feyenoord de stage beëindigt nadat de vrouw heeft verteld dat zij aan epilepsie lijdt, bestaat het vermoeden van discriminatie op grond van handicap of chronische ziekte. Het is aan de club om aan te tonen dat dit niet het geval is.
Feyenoord stelt ten eerste dat zij niet heeft gediscrimineerd omdat het niet om de ziekte van de vrouw ging maar om een vertrouwensbreuk. De club verwijt het de vrouw dat zij haar ziekte niet tijdens de sollicitatie heeft verteld. Daardoor heeft zij de kinderen op haar eerste stagedag in gevaar gebracht, aldus Feyenoord. Maar hierover heeft de stagecoördinator van de club niet met de vrouw gesproken. Hij heeft alleen het verhaal van de stagebegeleider gehoord. Daarmee heeft de club zich geen volledig beeld gevormd van de ziekte van de vrouw. En evenmin of zij de kinderen in gevaar zou hebben gebracht. De vrouw betwist dit ook. Ook stelt de voetbalclub dat de epilepsie van de vrouw een veiligheidsrisico oplevert. Door niet met de vrouw te hebben gesproken berust deze conclusie niet op objectieve en volledige informatie. Ook lijkt niet te zijn meegewogen dat een stagiaire nooit alleen voor een groep kinderen staat omdat er altijd een verantwoordelijke van de voetbalclub bij is. Bovendien is het aan de voetbalclub om te onderzoeken of een eventueel gevaar kan worden weggenomen door het verrichten van een doeltreffende aanpassing. Dat onderzoek heeft niet plaatsgevonden. Het College oordeelt daarom dat Feyenoord de vrouw heeft gediscrimineerd door de stage te beëindigen. Oordeel Feyenoord Rotterdam N.V.
heeft verboden onderscheid gemaakt jegens een vrouw op grond van handicap of chronische ziekte.
Movisie • Discriminatie in de zorg en de sport: wat weten we (niet)?
99