CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS315261 Bijlage 2 - Nota van Beantwoording Structuurvisie en MER Den Haag Zuidwest

Gemeenteraad 14 december 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Gewijzigd voorstel van het college inzake Ontwerp Structuurvisie Den Haag Zuidwest 2040; Groen, stedelijk en vitaal Zuidwest (RIS315261)57.330 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 7

Staedion is van mening dat horeca, cultuur, sport en welzijn in de wijk behouden en uitgebreid moet worden gewenst om zo de leefbaarheid te verbeteren en dus niet op een bedrijventerrein zoals ZKD wat niet bestemd is voor wonen. Dit vraagt om heldere keuzes en duidelijke sturing van de gemeente. Staedion ondersteunt de zienswijze van Maarten Bakker van Dakota in de vraag naar een grootschalig Cultureel Centrum voor Den Haag Zuidwest. Ook Staedion gelooft “in kleinschalige kunst en cultuur in de wijken voor verbinding en sociale cohesie, maar een gebied zo groot als Zuidwest kan niet om een groot cultureel centrum heen in het hart van Zuidwest voor het eigen bestaansrecht van kunst en cultuur. Een plek die zorgt voor de aanzuigende werking naar het stadsdeel, werkgelegenheid, trots en een economisch voordeel voor de ondernemers van Zuidwest!” Dit vraagt om een sturing en keuze van de gemeente. De ontwerp structuurvisie is volgens Staedion niet ambitieus, uitgesproken en concreet genoeg ten aanzien van de voorzieningen. Er is meer duidelijkheid en keuze gewenst ten aanzien van de prioritering van

Beantwoording gemeente

Gevolgen voor de structuurvisie/ bijlagen

Gevolgen voor de M.E.R.

In de verdere uitwerking van de structuurvisie in deelgebieden zullen voorzieningen aan de verschillende deelgebieden worden toegewezen, waarna deze voorzieningen in de projecten kunnen worden opgenomen. Hierbij zal rekening worden gehouden met de identiteit en de behoeften van de wijken en buurten. Wat betreft de voorzieningen en de opmerkingen van de indiener: de gemeente gaat hier graag verder over in gesprek.

Geen aanpassing

Geen aanpassing

De structuurvisie gaat niet over het bedrijventerrein ZKD. Voor het ZKD wordt een ruimtelijk kader opgesteld (Kavelpaspoort).

Wel aanpassing (Tekst Structuurvisie hoofdstuk 4.2)

Geen aanpassing

De gemeente neemt het aanbod van de indiener graag aan om vernieuwende concepten die kunnen bijdragen aan een betere voorzieningenstructuur samen met overige betrokkenen te verkennen.

Geen aanpassing

Geen aanpassing

In de ontwikkelstrategie die gelijktijdig met de structuurvisie wordt vastgesteld wordt toegelicht welke stappen gezet moeten worden en welke instrumenten ingezet kunnen worden om de ambities op het terrein van economie te realiseren.

Geen aanpassing

Geen aanpassing

In de structuurvisie in hoofdstuk 4.2 wordt toevoegen van bedrijvigheid langs de randen en in ZKD genoemd. Daarna wordt toevoegen van horeca, cultuur, sport of welzijn in wijken genoemd. Om duidelijk te maken dat het hier om wat anders gaat zal er een nieuwe alinea toegevoegd worden. Alinea toevoegen in de tekst op pagina na bedrijventerrein ZKD (halverwege vierde alinea)

51

Nota van beantwoording zienswijzen Structuurvisie en Milieueffectrapportage Den Haag Zuidwest Datum zienswijze

Indiener

Nr.

Paragraaf zienswijze

Zienswijze

Beantwoording gemeente

Gevolgen voor de structuurvisie/ bijlagen

Gevolgen voor de M.E.R.

gemeentelijke investeringen: op welke strategische stedelijke ontwikkelingen zet de gemeente zelf in? In de ontwerp structuurvisie wordt ons punt van zorg ten aanzien van voorzieningen en economische activiteiten ook benoemd als resultaat van de Plan-M.E.R.: “De overige risico’s vragen meer sturing vanuit de gemeente. Dit betreft de nadere uitwerking van het economisch programma, om ervoor te zorgen dat Zuidwest een minder monofunctionele woonwijk wordt” (pag. 121). In de Plan-M.E.R. zelf wordt het benoemd als risico van het nog verder verschuiven naar een monofunctionele wijk (pag. 265). 28.7

Staedion realiseert momenteel een ontmoetingsplek aan ’t Zicht en aan De Dreef. Deze zouden we ook graag terugzien op de kaart “prettig samenleven” en de visiekaarten. Dit geldt ook voor de plinten aan de Dreef en Hart van Moerwijk met o.a. de Participatiekeuken. De ontmoetingsplek aan ‘t Zicht is onderdeel van het project Ruimzicht. Hier faciliteert Staedion binnen het thema “maken, ontmoeten en bewegen” ook initiatieven die bijdragen aan werk- en leerplekken als goede start (pag. 65).

De gemeente is het eens met indiener dat genoemde ontmoetingsplekken waardevol zijn en opgenomen kunnen worden in de kaarten. Dit wordt aanpast in de structuurvisie.

Wel aanpassing (Structuurvisie hoofdstuk 5 kaart Prettig Samenleven)

Geen aanpassing

28.8

Binnentuinen De binnentuinen geven meerdere mogelijkheden voor ontmoeten. De inrichting van deze binnentuinen is mede daarom erg belangrijk voor de leefbaarheid. De inrichting van binnentuinen dient te passen bij het leefmilieu. Staedion wil graag in nauw overleg met de gemeente en samen met haar bewoners kijken waar er inderdaad ruimte is voor spelende kinderen en beweegnetwerken. We kunnen ons voorstellen dat er plekken zijn waar dat niet een goede oplossing is, bijvoorbeeld vanuit het oogpunt van rust en veiligheid. Wanneer een binnentuin openbaar toegankelijk is, kunnen de kosten voor onderhoud niet in rekening worden gebracht bij bewoners van de omliggende woningen. Staedion wil benadrukken dat een zorgvuldige afweging ten aanzien van de inrichting en de daarmee gepaard gaande kosten voor onderhoud daarom extra belangrijk is.

De gemeente onderschrijft de constatering dat de binnentuinen tot de kernkwaliteiten van Zuidwest behoren. De binnentuinen zijn bij voorkeur openbaar toegankelijke ontmoetingsplekken, en bieden vooral de jongste kinderen een veilige speelomgeving. Ze spelen daarom een belangrijke rol in het aanbod van de gewenste speelvoorzieningen in de wijk. Tegelijkertijd kan in sommige situaties openbare toegankelijkheid en een bepaald aanbod van speelvoorzieningen bij onvoldoende ‘eigenaarschap’ van de omwonenden inderdaad ook overlast genereren. In sommige gevallen kan afsluiting of beperking van voorzieningen wenselijk zijn. Daarbij zijn er verschillende typen binnentuinen (wel of niet onderdeel van een belangrijke looproute, wel of niet op het dak van een parkeergarage). We stellen daarom voor in een nadere uitwerking samen met de corporaties gedetailleerder te benoemen welke binnentuinen altijd openbaar toegankelijk zouden moeten zijn (en onder welke voorwaarden), welke voorzieningen daarbij gewenst zijn, en welke binnentuinen (in ieder geval in de avond/nacht) afgesloten kunnen worden.

Wel aanpassing (Pagina 106 Structuurvisie en paragraaf 5.4 en hoofdstuk 6 Ruimtelijk Raamwerk)

Geen aanpassing

28.9

Parkeervraagstuk en mobiliteit Ten aanzien van parkeren en mobiliteit kunnen we ons vinden in de ambitie van de gemeente. We gaan ervan uit dat de parkeernorm ook onderdeel is van de oplossing (denk aan innovatieve en collectieve parkeervoorzieningen). Een generieke parkeeraanpak heeft wat ons betreft de voorkeur boven parkeren per project oplossen. Welke oplossingsrichting Staedion, Haag Wonen en Vestia hiervoor voor ogen hebben, wordt toegelicht in de bijlage met paper van Goudappel en begeleidende brief, zie bijlage. Deze stukken zijn behandeld in de Haagse Tafel Wonen (29-06-2022). De Tafel onderschrijft het initiatief, mede in het kader van de versnellingsaanpak. De gemeente (mobiliteit), marktpartijen en corporaties gaan aan de hand van de berekeningen van Goudappel in gesprek over de voorgestelde oplossingen. Blad 4 Bij de ontwikkeling DGZ is het van belang dat de gemeente inzet op mobiliteits-transitiemaatregelen om de geschetste verslechtering die geschetst in de Plan-M.E.R. (o.a. pag. 248-254) te beperken. Dit in verband om een goede bereikbaarheid en reistijd te garanderen en om vervoersarmoede tegen te gaan. Staedion is mede daarom van mening dat de ontwerp structuurvisie concreter zou kunnen t.a.v. ambities voor: - het bevorderen duurzame mobiliteit: fietsverbindingen (ook dwarsverbindingen), OV, Maas, last mile-oplossingen, etc.

- het OV: verkorten reistijd, afstand OVhalte, belangrijke bestemmingen etc. - de 10/15 minuten stad: nabijheid van

Er wordt verwezen naar het antwoord op zienswijze 24.2.

Geen aanpassing

Geen aanpassing

52

Nota van beantwoording zienswijzen Structuurvisie en Milieueffectrapportage Den Haag Zuidwest Datum zienswijze

Indiener

Nr.

Paragraaf zienswijze

28.10

28.11

28.12

8-7-2022

Indiener 29: Hooghe emraads chap Delfland

29

29.1

29.2

Zienswijze voorzieningen en OV Het overkluizen van de Lozerlaan is een goed voorbeeld van een concrete ambitie die ook voor de ontwikkelingen van Staedion erg belangrijk is. Staedion wil benadrukken dat het van wezenlijk belang is de bereikbaarheid van het knooppunt Moerwijk (onderdeel van de investeringen in de “Oude Lijn”) te verbeteren, ook dit t.b.v. de leefbaarheid van heel Den Haag Zuidwest Duurzaamheid en energietransitie Staedion vraagt zich of de gemeente haar eigen ambitie, dat Zuidwest in 2040 voor een groot deel in haar eigen energiebehoefte voorziet (pag. 74), kan waarmaken. Naast warmte-infrastructuur is hiervoor ook de benodigde aanpassing van het gas en elektranetwerk belangrijk. Hiervoor is een verzwaring van het elektranet, inclusief aanpassingen naar smart grid nodig. In de Plan-M.E.R. wordt geconstateerd dat ondanks de renovatie en isolatie van bestaande woningen in DGZ, waarmee energieverbruik bespaard kan worden, het energiegebruik toeneemt (pag. 267). En vervolgens dat in het gebied niet voldoende elektriciteit kan worden geproduceerd om volledig te voldoen aan de vraag voor woningen, bedrijven en voorzieningen. Planning en communicatie over de wijkaanpak van de energietransitie en de duurzaamheidsopgave is van belang voor draagvlak bij bewoners.

Staedion wil samen met haar bewoners betrokken worden bij benodigde verduurzaming zoals energiebesparing, gasloos, afval, groen, etc. Zuidwestcollege Stichting Lucas onderwijs heeft aangegeven een zienswijze op de ontwerp structuurvisie in te dienen ten aanzien van hun visie op het onderwijs in Zuidwest. De Zuid-West campus die Stichting Lucas voor ogen heeft, kan volgens Staedion niet alleen een maatschappelijke aanjager zijn, maar ook huisvesting bieden aan de ruggengraat van deze gemeenschap: de hulpverleners en de leraren. Op deze manier kunnen nieuwe mensen naar de wijk getrokken worden en wordt er gebouwd aan een wijk waar bewoners uit de wijk zelf kunnen doorstromen en ook willen blijven wonen

Ook Staedion is een voorstander van deze integrale aanpak en ontwikkeling. Het is daarom gewenst om de onderwijslocatie van het Zuidwest college aan de Beresteinlaan 627 te markeren als kans voor verdichting op de betreffende kaarten. Waardeert de nadruk op groen en leefbaarheid en de inzet om het groene karakter te versterken. Die kwaliteiten worden door de klimaatverandering mogelijk onder druk gezet. De zienswijze betreft de waterhuishouding en de effecten van klimaatverandering op het plangebied vanwege de nauwe relatie met het watersysteem. In visie, M.E.R. en Ruimtelijk Raamwerk ontbreekt een toelichting op het functioneren van het watersysteem. De relatie tussen de ruimtelijke inrichting en het water wordt versnipperd en incidenteel beschreven. Terecht wordt gesteld dat het water- en klimaatbelang in volgende planfases uitgewerkt moet worden. Vindt dat de uitgangspunten daarvoor niet in de structuurvisie mogen ontbreken.

Beantwoording gemeente

Gevolgen voor de structuurvisie/ bijlagen

Gevolgen voor de M.E.R.

De ambities in de energietransitie vragen aanpassingen aan de energie-infrastructuur. Voor de energietransitie worden wijk-energieplannen opgesteld. Bij het opstellen van deze plannen werkt de gemeente samen met inwoners, ondernemers, woningbouwcorporaties en andere betrokkenen.

Geen aanpassing

Geen aanpassing

Op de kansenkaart in het Voorzieningenprogramma zijn cirkels rond openbaar vervoerhaltes aangeduid als kansrijke locaties voor bovenwijkse voorzieningen. Het Zuidwestcollege valt binnen een dergelijke cirkel. Het Zuidwestcollege vormt een belangrijke locatie voor ontwikkeling en ontmoeting en ziet de kans deze rol te vergroten in de vorm van een ‘Kansencampus’: een plek voor kinderen van 0-18 jaar voor alle niveaus, voor hun ouders en buurtbewoners. Deze programmatische invulling juicht de gemeente toe. Een eventuele ruimtelijke vertaling zal moeten worden bezien in het kader van het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs en de ligging in het groene assenkruis, een zone waarvan het groene karakter behouden moet blijven.

Wel aanpassing. (zie kaarten Prettig Sameleven en Groei en Ontwikkeling)

Geen aanpassing

Geen aanpassing

Geen aanpassing

Het hoogheemraadschap geeft concrete adviezen die grotendeels overgenomen zijn in het M.E.R. en ook in het Ruimtelijk Raamwerk. De suggesties voor spelregels zijn overgenomen. Daarnaast zijn ook een deel van de suggesties ten aanzien van de beoordelingen overgenomen en/of beter onderbouwd.

Geen aanpassing

Wel aanpassing, in spelregelkader (H11)

In het Ruimtelijk Raamwerk wordt de wateropgave wel genoemd, inclusief de mogelijke verbeterkansen voor het watersysteem, maar deze worden nog niet gekwantificeerd. Dit is namelijk sterk afhankelijk van de uitwerkingen op projectniveau. Het voorstel om de uitgangspunten voor de uitwerking, zoals de Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig, nadrukkelijker in de tekst te benoemen is een goed voorstel.

Wel aanpassing (teksten Structuurvisie hoofdstuk 5.7 en Ruimtelijk Raamwerk 2.3 en 3.5)

Geen aanpassing

De kansencampus wordt in de kaart ‘Prettig Samenleven’ opgenomen als ontmoetingsplek voor de wijk en in de kaart ‘Groei en Ontwikkeling’ als plek voor leren. De genoemde locatie wordt niet aangeduid als kansrijk voor verdichting, maar kansrijk als ontmoetingsplek voor de wijk en plek voor onderwijs en leren. Zie ook het antwoord bij 28.11.

53

Nota van beantwoording zienswijzen Structuurvisie en Milieueffectrapportage Den Haag Zuidwest Datum zienswijze

Indiener

Nr.

Paragraaf zienswijze

Zienswijze

Beantwoording gemeente

29.3

Onduidelijk is nog hoe groot de totale wateropgave ongeveer zal worden en of die qua ruimtebeslag inpasbaar is. Ervan uitgaande dat extra water niet binnen alle ontwikkelingen inpasbaar is, geeft een totaalbeeld de mogelijkheid uit te wisselen tussen verschillende ontwikkelingen. Dit is daarmee een aandachtspunt en een kans voor de verdere uitwerking.

Het voorstel om een Waterhuishoudingsplan voor geheel Zuidwest te maken is overgenomen.

29.4

In de Structuurvisie is klimaatadaptatie geen op zichzelf staand thema. De effecten van klimaatverandering op de ruimtelijke inrichting en, daarmee samenhangend, op de waterhuishouding en ook de benodigde sturing om negatieve effecten te voorkomen of beperken worden in de stukken versnipperd en incompleet besproken. Dat klimaatverandering leidt tot de noodzaak voor meer waterberging wordt niet duidelijk benoemd. In de visie paragraaf 5.7 wordt gesteld dat klimaatadaptatie in de uitwerking dient te worden opgenomen. Het ligt dan voor de hand om de uitgangspunten en kaders daarvoor in deze visie op te nemen. In de M.E.R. wordt het thema klimaatadaptatie wel behandeld, echter de beschrijving van de verschillende effecten van klimaatveranderingen en de onderlinge samenhang zijn veel minder goed verwoord dan in de vastgestelde Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig. Zo wordt bij de beoordeling van binnentuinen geen rekening gehouden met het effect van waarschijnlijke- onderliggende parkeergarages waardoor de beoordeling erg optimistisch is. Ook enkele andere beoordelingen zijn discutabel.

Zie antwoord 29.2.

29.5

29.6

In het Ruimtelijk Raamwerk wordt het watersysteem kort benoemd en wordt geanticipeerd op klimaatverandering. Een totaalbeeld en toetsbare kwantitatieve kaders voor sturing ontbreken nog, maar zijn beleidsmatig wel vastgelegd in de Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig. Ook noodzaak en maatregelen voor verbetering van de waterkwaliteit, in boezem en polderwater, ontbreken.

29.7

Adviseert om samenhangende en duidelijk verwoorde kaders zoals opgenomen in de Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig in de stukken zoals die ter inzage liggen te verwerken en als toetsingskader voor verdere uitwerking te stellen. Verzoekt de gemeente om de ‘spelregels’ in de M.E.R. als kader voor de verdere Uitwerking van de structuurvisie naar concrete plannen als volgt aan te vullen:

29.8

De suggesties van het hoogheemraadschap ten aanzien van spelregels worden overgenomen, zodat geborgd wordt dat concrete ontwikkelingen getoetst worden aan de Wegwijzer Den Haag Klimaatadaptief, het Convenant Klimaatadaptief Bouwen en de Watersleutel van het hoogheemraadschap. Daarnaast wordt een spelregel overgenomen t.b.v. een klimaatadaptieve inrichting van de binnentuinen. Het Hoogheemraadschap adviseert om ook ruimte te reserveren voor klimaatadaptatie na 2050. Mede op basis van het advies van de commissie m.e.r. wordt een gevoeligheidsheidsanalyse toegevoegd aan de M.E.R. om dit te agenderen. Monitoring is hierbij van essentieel belang, om te controleren of de maatregelen die getroffen worden doelmatig zijn en aansluiten op de meeste actuele klimaatvoorspellingen.

Gevolgen voor de structuurvisie/ bijlagen Wel aanpassing (teksten hoofdstuk 5.7 Structuurvisie en hoofdstuk 3.5 Ruimtelijk Raamwerk) Wel aanpassing (zie antwoord 29.2)

Gevolgen voor de M.E.R. Geen aanpassing

Geen aanpassing

Geen aanpassing

Wel aanpassing; toevoeging gevoeligheidsanalyse (H12)

Wel aanpassing (zie antwoord 29.2)

Geen aanpassing

Zie antwoord 29.5.

Geen aanpassing

Geen aanpassing

Zie antwoord 29.5.

Geen aanpassing

Geen aanpassing

Dit leidt tot aanpassing van de M.E.R. Zie antwoord 29.2

- De ontwikkelingen worden zodanig ingepast dat er geen verdere verslechtering van de waterhuishouding optreedt en dat kansen voor verbetering worden benut. Dit geld voor alle aspecten van het watersysteem. - De ruimtelijke plannen houden rekening met de effecten van klimaatverandering, de Wegwijzer Den Haag klimaatbestendig dient als kader.

54

Nota van beantwoording zienswijzen Structuurvisie en Milieueffectrapportage Den Haag Zuidwest Datum zienswijze

Indiener

Nr.

Paragraaf zienswijze

29.9

29.10

Zienswijze - Na 2050 zal de klimaatverandering versnellen en de beschikbare ruimte voor adaptatie verder zijn afgenomen. Adviseert om in de plannen ruimte te reserveren waardoor het gebied ook in de verdere toekomst aan het klimaat kan worden aangepast. Denk daarbij aan ruimte om extremere buien op te vangen (dan die in de Wegwijzer worden benoemd, buien van 130 mm per uur komen al voor), koelte te bieden en om bestand te zijn tegen langdurige droogte. Adviseert om de totale opgave in beeld te brengen zodat voor de verschillende deelontwikkelingen flexibiliteit geboden kan worden binnen de opgave voor het totaal. Bijvoorbeeld in de vorm van een waterhuishoudingsplan voor Zuidwest, waarin uiteraard ook de klimaatverandering wordt meegenomen. Voor ruimtelijke plannen is recent in de provinciale verordening opgenomen dat onderbouwd moet worden dat rekening gehouden wordt met de effecten van klimaatverandering en daarbij wordt verwezen naar de afspraken van het Convenant Klimaatadaptief Bouwen (www.bouwadaptief.nl). Dit geldt dus ook voor de uitwerkingen. Zet de samenwerking met gemeente graag voort bij de verdere uitwerking van de ontwikkelingen en voor het genoemde totaalbeeld voor de waterhuishouding Heeft de volgende specifieke opmerkingen m.b.t. de M.E.R.

(versie 3-5-2022): H 4 in Tabel 4.1 worden de indicatoren benoemd die gekozen zijn voor de meting en monitoring van de ambities voor Zuid-West. Voor het sociaal fundament valt het waterbelang onder Veiligheid/ waterveiligheid en deels onder Klimaatbestendigheid/ Droogte en Klimaatbestendigheid/ rainproof. Voor het ecologisch plafond (impliceert opvulling) zijn dat Natuur/ biodiversiteit Water/ waterverontreinigende stoffen Circulariteit/ afval- en grondstoffenstromen. Daarmee wordt het waterbelang in principe gedekt. Hieronder wordt samengevat hoe dit wordt verwerkt in de verschillende varianten en worden aanbevelingen gedaan voor tekstuele wijzigingen en aanvullingen. Hoofdstuk 5 referentiesituatie, In paragraaf 5.10 wordt de autonome situatie beschreven en de Haagse Wegwijzer als beleidskader benoemd. Oordeel: afname klimaatbestendigheid In paragraaf 5.16 blz. 167 waterkwaliteit. Oordeel range van gelijke kwaliteit tot verbetering.

Hoofdstuk 6 ontwikkeling variant met 10.000 – 15.000 woningen extra In paragraaf 6.10, blz. 214, het effect is een verslechtering. Spelregel Werk de klimaatopgave uit in het Stedenbouwkundig ontwerp per deelplan en in samenhang met de groenblauwe structuren. De spelregels zijn minder scherp dan de aanbevelingen uit de wegwijzer of de eisen vanuit het convenant Klimaatadaptief bouwen. Klimaatadaptief bouwen wordt aanbevolen zonder nadere beschrijving. De voorbeelden die erbij genoemd worden hebben een summier en eenzijdig effect. In paragraaf 6.16 wordt het effect van de variant op waterkwaliteit beschreven. De veronderstelling dat extra bouwen ten koste gaat van bestaand water klopt niet. De beleidsregel dempen is graven voorkomt dat. Bovendien wordt voor een toename aan verharding compensatie in de vorm van open water gevraagd door het waterschap. De spelregels: De waterkwaliteit wordt door vele factoren bepaald en het is niet zondermeer te stellen dat de waterkwaliteit verbetert als er meer water

Beantwoording gemeente

Gevolgen voor de structuurvisie/ bijlagen

Gevolgen voor de M.E.R.

Terechte opmerking. Dit advies wordt overgenomen, zie 29.3.

Wel aanpassing (zie antwoord 29.3)

Geen aanpassing

De gemeente zet ook graag de fijne samenwerking voort voor de verdere uitwerkingsplannen voor de komende ontwikkelingen binnen Zuidwest.

Geen aanpassing

Geen aanpassing

Ter kennisname.

Geen aanpassing

Geen aanpassing

H5, par. 5.10 Hoewel de wegwijzer als beleidskader was genoemd in paragraaf 5.10.1, was deze niet in de beoordeling van de referentiesituatie meegenomen. De trendgrafiek is hierop aangepast. Dit heeft echter niet geleid tot de neutrale of positieve beoordeling die gesuggereerd is, maar tot een neutrale tot negatieve beoordeling. De referentiesituatie schetst namelijk de situatie in 2040 waarin geen grootschalige ontwikkeling van Zuidwest plaatsvindt. De wegwijzer is gericht op nieuwe ontwikkelingen en herinrichtingen, waardoor het positieve effect van de Wegwijzer richting de referentiesituatie beperkt is. H6, par. 6.10 Het doel van de spelregel is om het behoud van groen en waterstructuren te behouden. Dit is vervolgens in de structuurvisie (en de bijlage Ruimtelijk Raamwerk) uitgewerkt. De Wegwijzer Den Haag Klimaatadaptief en het Convenant Klimaatadaptief Bouwen noemen inderdaad concrete maatregelen om klimaatadaptatie binnen nieuwe ontwikkelingen en herinrichtingen te borgen. Daarom wordt de volgende spelregel toegevoegd: “Werk voor elke ontwikkeling binnen Zuidwest een klimaatadaptieve inrichting uit, aan de hand van het stappenplan Klimaatbestendig inrichten, de Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig, de watersleutel van het Hoogheemraadschap Delfland en het Convenant Klimaatadaptief Bouwen.” H6, par.

6.16 Deze factoren zijn toegevoegd aan de onderbouwing van de beoordeling. De beoordeling blijft hetzelfde, namelijk negatief voor het aspect waterkwaliteit.

Geen aanpassing

Wel aanpassing (H5.10)

Geen aanpassing

Wel aanpassing In spelregelkader (H11)

55

Nota van beantwoording zienswijzen Structuurvisie en Milieueffectrapportage Den Haag Zuidwest Datum zienswijze

Indiener

Nr.

Paragraaf zienswijze

Zienswijze wordt gegraven. Verbetering van de waterkwaliteit vraagt vermindering van de nutrientenbelasting (zoals overmatige bladval in het water, uitwerpselen van watervogels en honden), tijdig baggeren en zorgen voor doorstroming. De genoemde aanleg van natuurvriendelijke oevers, en ook drijvend groen en vispaaiplaatsen, helpt ook. Voor de diepere boezemwateren ook vissebossen en een goede ecologische structuur met kernzones, stapstenen en verbindingsroutes. Tenslotte kan een combinatie met WKO in de zomer de watertemperatuur verkoelen wat een gunstig effect heeft op de waterkwaliteit. Paragraaf 6.17 Hier past het gebruik van hemelwater om de vraag naar zoetwater te beperken, zeker in tijden van droogte is dat welkom. Ook omdat met de verdichting de vraag naar zoetwater sterk toeneemt en de bestaande systemen onder druk komen te staan. Hoofstuk 7 beschrijft de effecten van de ontwikkeling van Dreven Gaarden Zichten als uitwerking waarvoor al concrete kaders zijn gemaakt die als referentie kunnen dienen voor de rest van Zuidwest. In paragraaf 7.10 wordt de waterveiligheid beschouwt als neutraal effect. In paragraaf 7.11 wordt klimaatbestendigheid beschreven. Hierbij worden collectieve binnentuinen als onverhard en groen beschouwd. Deze aanname is optimistisch omdat dit ook een dek boven een parkeergarage kan zijn.

En zo’n oplossing heeft niet dezelfde eigenschappen qua waterberging, beplantingsmogelijkheden en verdamping als volle grond. De bijdrage aan verkoeling en waterberging kan daarmee veel beperkter zijn dan hier impliciet wordt aangenomen. De indicator licht positief is daarmee te optimistisch en dient licht negatief te zijn. Dit kan in de spelregels vertaald worden als aanbeveling voor een groenblauwe verkoelende inrichting voor binnenterreinen, ook als daar bebouwing onder wordt aangelegd. Bovenstaande niet onderbouwde aanname leidt ook tot een vertekend beeld voor het thema Droogte. Een sedumlaag boven een parkeergarage kan niet veel water vasthouden, leidt niet tot infiltratie in de bodem en draagt daarmee niet bij aan het tegengaan van droogte. Ook hier dient de beoordeling te worden aangepast naar licht negatief. Bovenstaande niet onderbouwde aanname leidt ook tot een vertekend beeld voor het thema Rainproof en daarmee een te positieve beoordeling. Hoofdstuk 8 De Venen. In paragraaf 8.11 wordt gesteld dat er geen ruimte is gereserveerd voor extra water en het aandeel gebouwde massa neemt toe. Gezien het grotere aantal woningen ligt gebouwd parkeren op het binnenterrein voor de hand, daarmee neemt de hoeveelheid volle bodem af en dus de infiltratiecapaciteit.

Dit alles kan - zonder maatregelen- niet anders dan leiden tot een negatief effect op het UHIeffect/ hitte, op droogte en op de kans op wateroverlast. Daarmee is de score dus negatief (waar er nu licht positief is opgenomen). In paragraaf 8.14 gaat het met name over energie. De titel klimaatneutraal past niet goed, energieneutraal lijkt mij een betere term. In paragraaf 8.17 onder water is het oordeel neutraal terwijl de kans op extreme neerslag stijgt en er geen oppervlaktewater is in het gebied om de extra neerslag op te vangen, ook wordt de riolering niet aangepast. De score zou daarom licht negatief moeten zijn (en niet neutraal). Paragraaf 8.18 Circulariteit. Dit thema nodigt uit om gebruik van regenwater te stimuleren en zo de consumptie van schaarser wordend drinkwater te beperken. De score zoals opgenomen in paragraaf 8.19 is daarmee te positief weergegeven. In paragraaf 8.20 Toets aan ambities. Hier mist onder het

Beantwoording gemeente

H6, par. 6.17 Er wordt een algemene spelregel opgenomen dat elke ontwikkeling binnen Zuidwest getoetst moet worden aan het stappenplan Klimaatbestendig inrichten, de Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig, de watersleutel van het Hoogheemraadschap Delfland en het Convenant Klimaatadaptief Bouwen. H7, par. 7.10 De binnentuinen zijn inderdaad meegenomen als onverhard oppervlak. De aandachtspunten die het Hoogheemraadschap noemt ten aanzien van een klimaatadaptieve inrichting van de binnentuinen zijn terecht. In de Nota’s van Uitgangspunten voor Dreven, Gaarden en Zichten is echter het volgende uitgangspunt opgenomen over de binnentuinen: “Uitgangspunt is dat er voldoende gronddekking op de constructie komt voor volwaardig groen, voldoende waterberging en de mogelijkheid gras, of moestuinen aan te leggen. Ter plaatse van bomen en heesters heeft het pakket een dikte van circa 1 meter of zijn er openingen in het dek.” Hiermee dragen de binnentuinen positief bij aan klimaatadaptatie.

H8, par. 8.11 De verdichting in De Venen brengt inderdaad het risico met zich mee dat het aandeel verharding toeneemt. Aangezien dit nog niet duidelijk is, was een neutrale beoordeling gegeven (en geen licht positieve). De opmerking van het hoogheemraadschap wordt overgenomen en het risico wordt aangestipt door een licht negatieve beoordeling te geven. Daarbij wordt aangegeven dat de ontwikkeling nog getoetst moet worden aan de Wegwijzer Klimaatbestendig en het Convenant Klimaatadaptief bouwen. H8, par. 8.14 De suggestie om het thema klimaatneutraal te vervangen voor energieneutraal, wordt niet overgenomen. Ten eerste is het belangrijk om dezelfde termen/benamingen in het hele M.E.R. te gebruiken. Daarnaast dekt energieneutraal de lading van het thema niet, omdat het ook over CO2-uitstoot en de creëren/opwekken van energie gaat. Dit leidt niet tot een wijziging van het M.E.R. H8, par. 8.17 De verdichting in De Venen brengt inderdaad het risico met zich mee dat het aandeel verharding toeneemt. Aangezien dit nog niet duidelijk is, was een neutrale beoordeling

56

Gevolgen voor de structuurvisie/ bijlagen

Gevolgen voor de M.E.R.

Geen aanpassing

Wel aanpassing in spelregelkader (H11)

Geen aanpassing

Geen aanpassing

Geen aanpassing

Wel aanpassing (in hoofdstuk 8 wordt v.w.b. verharding en de ambitie gezond, groen en duurzaam een licht negatieve beoordeling opgenomen)

Nota van beantwoording zienswijzen Structuurvisie en Milieueffectrapportage Den Haag Zuidwest Datum zienswijze

Indiener

Nr.

Paragraaf zienswijze

Zienswijze kopje gezonde groene duurzame leefomgeving de notie dat zonder maatregelen het effect op klimaatadaptatie negatief is. Spelregels op blz. 311: zie de reactie op de spelregels in eerdere hoofdstukken.

Beantwoording gemeente

Gevolgen voor de structuurvisie/ bijlagen

Gevolgen voor de M.E.R.

gegeven. De opmerking van het hoogheemraadschap wordt overgenomen en het risico wordt aangestipt door een licht negatieve beoordeling te geven. Daarbij wordt aangegeven dat de ontwikkeling nog getoetst moet worden aan de Wegwijzer Klimaatbestendig en de watersleutel van het Hoogheemraadschap. H8, par. 8.18 Onduidelijk wat hiermee bedoeld wordt. In paragraaf 8.18 wordt niet ingegaan op gebruik regenwater.

Hoofdstuk 9 Voorkeursalternatief. Paragraaf 9.11 Klimaatbestendigheid Waarom wordt hierbij niet uitgegaan van de aanpak volgens de wegwijzer? Dat is toch vastgesteld beleid? Hier mis ik het effect van de Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig: Klimaatadaptief bouwen wordt de norm. Dit ondersteunt de score van een positief (+) effect voor Hitte, Droogte en Rainproof. In paragraaf 9.17 Water staat weer de onjuiste redenering dat de waterkwaliteit gerelateerd is aan de hoeveelheid oppervlaktewater. Zie een eerdere opmerking. Graag de tekst aanpassen. Tabel 9.4, blz. 332 e.v., de scores voor waterveiligheid, klimaatbestendigheid en Water(-kwaliteit) herken ik. Deze komen echter niet overeen met de scores in de hoofdstukken 5 t/m 8. Hoofstuk 10 - Het spelregelkader in Hoofdstuk 10 is een mooie verrijking van de M.E.R. en biedt een goed overzicht voor de uitwerking in de volgende fases. Het is daarom van belang dat het kader duidelijk en juist is. Wij verzoeken u daarom onze opmerkingen die in bijgevoegd pdf zijn opgenomen, te verwerken. - De Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig wordt nu niet genoemd in de spelregels, waarbij wel in diezelfde lijn spelregels zijn geformuleerd. De opgenomen spelregels zijn minder compleet en onderbouwd als de Wegwijzer zelf. We stellen voor om de Wegwijzer in de spelregels op te nemen.

Een verwijzing naar de Wegwijzer heeft bovendien als voordeel dat dit beleidsdocument tussentijds aangepast kan worden waardoor de aanpassingen ook voor Zuid West gaan gelden zonder dat er een aanpassing nodig is van de structuurvisie of de spelregels. - Voor de ontwikkeling van De Venen raden we aan om met het waterschap af te stemmen over de inpassing van het waterbelang en de effecten van klimaatverandering daarop. H11 Monitoring en leemten in kennis. - Wateropgave: Delfland hanteert als uitgangspunt dat toename van verharding in open water wordt aangelegd (tenzij dat aantoonbaar niet mogelijk is). Ontwikkelingen als De Venen hebben geen eigen oppervlaktewater. Daarom is het nodig om de verschillende deelopgaven voor Zuid-West als geheel in beeld te brengen om te beoordelen hoeveel open water nodig. Nu is niet bekend of voor heel Zuid-West voldoende open water kan worden aangelegd. - Klimaatadaptatie: Het water- en het klimaatbelang worden niet benoemd als aspecten voor monitoring, noch als leemten in kennis. Negatieve effecten van klimaatverandering kunnen sociale ongelijkheid versterken en zijn daarmee relevant voor het thema Sociale inclusiviteit en leefbaarheid. Via de periodieke stresstesten worden de effecten van klimaatverandering gemonitord.

Kennisontwikkeling over monitoring en sturing op het voorkomen van negatieve effecten van klimaatverandering is nog nodig en zal de komende jaren verder gaan. Met de verwijzing naar de Haagse

H8, par. 8.20 In lijn met de opmerkingen over paragraaf 8.11 en 8.17 is ook de beoordeling van de ambitie gezond, groen en duurzaam aangepast naar licht negatief, om zo het risico aan te stippen. H9, par. 9.11 Bij de onderbouwing van de positieve beoordeling is de Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig betrokken. De beoordeling zelf is niet aangepast.

Geen aanpassing

Wel aanpassing in H9

H10 Zoals eerder in deze beantwoording is aangegeven, zijn de suggesties voor spelregels overgenomen. Het spelregelkader is aangepast.

Geen aanpassing

Wel aanpassing in spelregelkader H11

H11 Mede op basis van het advies van de commissie m.e.r. wordt een gevoeligheidsanalyse toegevoegd. Hiermee worden onzekerheden aangestipt. Daarnaast is het thema klimaatbestendig benoemd als thema om te monitoren.

Geen aanpassing

Wel aanpassing (in hoofdstuk 12 is een gevoeligheidsanalyse toegevoegd en is het thema klimaatbestendig benoemd als thema om te monitoren)

H9, par. 9.17 De onderbouwing van de neutrale beoordeling is genuanceerd, door aan te geven dat de waterstructuren weliswaar behouden blijven, maar dat er nog geen concrete maatregelen zijn uitgewerkt om de waterkwaliteit te verbeteren.

57

Nota van beantwoording zienswijzen Structuurvisie en Milieueffectrapportage Den Haag Zuidwest Datum zienswijze

8-7-2022

Indiener

Indiener 30: Bomenst ichting Den Haag

Nr.

30

Paragraaf zienswijze

30.1

30.2

30.3

30.4

Zienswijze Wegwijzer kan actualisatie van kennis via de Wegwijzer plaatsvinden en hoeft dat niet voor Zuid-West geregeld te worden. Mist in de stukken de noodzaak en urgentie om maatregelen te nemen in verband met de klimaatcrisis, biodiversiteitscrisis en stikstofcrisis. Bestrijdt niet dat er woningen nodig zijn, maar vindt dat genoemde crises een groter algemeen maatschappelijk belang zouden moeten krijgen. Heeft bij het lezen van de ontwerp-structuurvisie speciaal gekeken naar de ruimte voor het aanplanten van nieuwe bomen, en behoud en bescherming van de huidige bomen.

Vindt de kaarten soms heel moeilijk te lezen, wat het meedenken over de stukken bemoeilijkt. Er zijn alleen kaarten van de nieuwe situatie, wat een vergelijking met de huidige situatie lastig maakt. De legenda’s zijn vaak niet goed leesbaar, als je inzoomt wordt het beeld onscherp. Bovendien zijn de beschrijvingen bij de legenda’s onnavolgbaar. De kaart met legenda op p 71 hanteert diverse beschrijvingen voor ecologische zones, verbindingen, dragers, singels, linten enz.; soms met en soms zonder behoud en versterkingsdoelstellingen. Dit werkt verwarrend en biedt geen zekerheid voor de toekomst. Verzoekt om zowel de huidige als de toekomstige situaties in kaarten te verbeelden met heldere, onderscheidende kleuren, en de legenda’s te verduidelijken. Verzoekt de gemeente om het woordje ‘minimaal evenveel’ in de passage: “Er komen minimaal evenveel nieuwe bomen voor in de plaats als dat bestaande bomen gekapt worden.” (p72) te vervangen door ‘meer’. Als het ook lukt om méér woningen terug te plaatsen dan er worden gesloopt, dan moet het toch ook wel lukken om meer bomen aan te planten dan er worden gekapt. Verwijst in dit verband naar de doelstelling van de Nota Stadsbomen om 5% meer blad voor de stad te realiseren. Verzoekt gemeente deze doelstelling ook op te nemen in de structuurvisie en dit te verrekenen met de kap van oude bomen.

In de ontwerpstructuurvisie staat her en der de visie om ‘meer groen aanbrengen’ of woorden van gelijke strekking. Maar nadere uitwerking ontbreekt. “[Er worden] nieuwe groene verbindingen gemaakt. […] Door een route van hoge bomen te maken kunnen vleermuizen zich makkelijker verplaatsen”. (p 73) Ook over deze groene verbindingen is verder niets terug te vinden. Niet duidelijk is om welke vliegroutes het gaat: ze zijn niet in kaart gebracht. Verzoekt de gemeente duidelijk te maken over welke routes het gaat. Zijn het bestaande of nieuwe routes en bestaande of nieuwe bomenrijen? Het aanplanten van bomen komt alleen terug bij de ‘optimaliserende spelregels’ in het spelregelkader bij luchtkwaliteit (p 124) en bij klimaatbestendigheid (p 125). Adviseert om - gezien de positieve rol van bomen bij klimaat, (wateroverlast, hittestress), luchtkwaliteit (fijnstof incl. NOx) en biodiversiteit (hun rol voor andere soorten) - het aanplanten van bomen op te nemen in de ‘randvoorwaarden’ of de ‘milieuspelregels’. De natuurvriendelijke oevers alleen bij de optimaliserende spelregels voor. T.b.v. de verbetering van de waterkwaliteit en de biodiversiteit zouden natuurvriendelijke oevers randvoorwaardelijk moeten zijn. Adviseert de hoofdboomstructuur en het Groen Assenkruis op te nemen in doelstellingen en kaarten. Mist in de kaarten (kaart op p 71 Ontwerp-

Beantwoording gemeente

Gevolgen voor de structuurvisie/ bijlagen

Gevolgen voor de M.E.R.

Wel aanpassing (hoofdstuk 5.7 Structuurvisie)

Geen aanpassing

Geen aanpassing

Geen aanpassing

De manier waarop omgegaan wordt met de bomen in Zuidwest is geheel in lijn met het stedelijk beleid met betrekking tot bomen zoals beschreven in de Nota Stadsbomen en de bijbehorende bijlage, het Routeboek Stadsbomen in Projecten (2021, RIS307827). Dit stedelijk beleid met betrekking tot bomen is ook voor Zuidwest leidend, en hoeft dus niet apart in de structuurvisie te worden vastgelegd. In dit beleid is inderdaad een doelstelling van 5% meer blad opgenomen, maar dit is niet als harde eis per project te formuleren. In de teksten van de structuurvisie en het ruimtelijk raamwerk zal nadrukkelijker naar het stedelijk beleid worden verwezen.

Wel aanpassing. (zie paragraaf 5.7 van de Structuurvisie en hoofdstuk 3 van het Ruimtelijk Raamwerk)

Geen aanpassing

De kaart op pagina 20 is onderdeel van een reeks analysekaarten, op pagina 23 is een aparte kaart aan de boomstructuur gewijd. De titel van de kaart op pagina 20 is wel verwarrend, omdat

Wel aanpassing (titel kaart pag. 20

Geen aanpassing

In de structuurvisie wordt aandacht geschonken aan de milieutechnische zaken, maar de M.E.R. is het document waarin uitgebreid wordt ingegaan op hoe de plannen van de structuurvisie een uitwerking heeft op de verschillende milieutechnische aspecten (waaronder stikstof, klimaatadaptatie). In de M.E.R. wordt ook aangegeven welk effect de planuitwerking heeft op het milieu en de leefomgeving. Ook in de bijlage van de structuurvisie, het Ruimtelijk Raamwerk, wordt ingegaan op klimaatopgaven en welke opgaven er liggen voor Zuidwest. De wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig geldt daarbij als leidraad. De gemeente is het eens met de indiener dat de klimaatopgaven in de structuurvisie nog iets aangescherpt kunnen worden, hier zal de structuurvisie op worden aangepast. Daarbij zal nadrukkelijker naar de bovengenoemde wegwijzer en de daarin genoemde uitgangspunten worden verwezen. De afbeeldingen en kaarten in de structuurvisie en het Ruimtelijk raamwerk zijn in het originele bestand van goede kwaliteit. Bij de kansenkaart zijn de kaarten soms wat klein, maar er is in het digitale document de mogelijkheid om door te klikken naar een groter formaat achter in het boekje. T.a.v.

het verzoek om de huidige situatie ernaast te leggen, verwijst de gemeente de indiener op de bijlagen ‘Ruimtelijk Raamwerk’ en ‘Kansenkaart’ waar vanuit verschillende thema’s de bestaande situatie en de visie op kaart zijn gezet. We hebben ervoor gekozen om in de structuurvisie alleen het toekomstbeeld te tonen.

58

Nota van beantwoording zienswijzen Structuurvisie en Milieueffectrapportage Den Haag Zuidwest Datum zienswijze

Indiener

Nr.

Paragraaf zienswijze

30.5

30.56

30.7

Zienswijze

Beantwoording gemeente

structuurvisie) en in de teksten belangrijke onderdelen uit de Stedelijke Groene Hoofdstructuur (SGH). Het college heeft zich verplicht deze duurzaam in stand te houden en te versterken, maar deze verplichting wordt niet genoemd in de doelstellingen van de ontwerpstructuurvisie (in de tekst en in de kaarten met legenda’s). De hoofdboomstructuur ontbreekt op de Analysekaart Stedelijke Groene Hoofdstructuur op pagina 20 in de bijlage 13: Ruimtelijk Raamwerk. Hoopt van harte dat de potentiële Hoofdboomstructuur in kaart p 33 (Raamwerk) gerealiseerd wordt, evenals de grote groengebieden (Zuiderpark, Uithof) en Ecologische Verbindingszones (het Groene Assenkruis). Ook deze behoren tot de SGH, met dezelfde verplichting als hierboven beschreven. De kaart met legenda op p 71 hanteert diverse beschrijvingen voor ecologische zones, verbindingen, dragers, singels, linten enz.; soms met en soms zonder behoud en versterkingsdoelstellingen. Dit werkt verwarrend en biedt geen zekerheid voor de toekomst. In de Analysekaart Stedelijke Groene Hoofdstructuur op pagina 20 in de bijlage 1-3: Ruimtelijk Raamwerk, is de structuur van het Groene Assenkruis niet doorgetekend tot aan de Meppelweg. Verzoekt de gemeente om alle kaarten en de doelstellingen aan te passen c.q. aan te vullen. Adviseert de gemeente op tijd een Bomen Effect Analyse (BEA) op te stellen. Pag.

72 visie: “Bij renovatie worden waardevolle bomen beschermd. Alleen als het echt niet anders kan, bijvoorbeeld door een noodzakelijke herindeling, worden ze verplaatst of gekapt. Er komen minimaal evenveel nieuwe bomen voor in de plaats als dat bestaande bomen gekapt worden. Bij kap worden stevige en weerbare bomen teruggeplaatst.” Vindt dit een te vrijblijvende visie. In de door de gemeenteraad vastgestelde Nota Stadsbomen – Routeboek Stadsbomen in Projecten is het beleid uitgestippeld. De Nota Stadsbomen heeft zich hierbij gebaseerd op de Richtlijn Bomen Effect Analyse (BEA, opgesteld door de landelijke Bomenstichting en de CROW). Doelstelling is om bomen een evenwichtige plek te geven in de planvoorbereiding en besluitvorming. Bij het opstellen van de BEA dienen alle alternatieve mogelijkheden de revue te passeren: dus niet alleen beschermen, verplaatsen of kappen. Het aanpassen van het plan/project behoort ook tot de alternatieve mogelijkheden. Daarom is het van groot belang de BEA in een zo’n vroeg mogelijk stadium te laten opstellen. Verzoekt de gemeente een BEA op te (laten) stellen waarin alle alternatieven een volwaardige afweging krijgen: behouden, planaanpassingen, verplanten en als het echt niet anders kan kappen met een herplantplicht.

de kaart slechts een deel van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur weergeeft. Dit zullen we aanpassen. Een uitsnede van de kaart van de Stedelijke Groene hoofdstructuur is verderop in het Ruimtelijk Raamwerk (3.4 Groen en ecologie, pagina 30) wel opgenomen. De Hoofdboomstructuur is ook opgenomen in de Visie kaart Groen en ecologie (pagina 33).

Verzoekt de gemeente om fietspaden alleen te asfalteren als het asfalt niet op/over de boomwortels komt te liggen. Als dat wel het geval is dan geen asfalt maar wel klinkers. Het nadeel van asfalt is dat het geen water en zuurstof doorlaat. Bomen langs lange lijnen en dwarsverbindingen: Kan zich vinden in inboeten c.q. opvullen van incomplete bomenrijen. Ondersteunt ook verbetering van groeiplaatsen. Is het eens met de keuze meer verhard oppervlak te vergroenen bijvoorbeeld door de maximale snelheid voor auto’s te verlagen van 50 naar 30 kilometer per uur. Vraagt zich af wat de gemeente precies bedoelt met bijvoorbeeld

Zie het antwoord bij 30.3.

Gevolgen voor de structuurvisie/ bijlagen structuurvisie wordt aangepast)

Gevolgen voor de M.E.R.

Geen aanpassing

Geen aanpassing

Het beleid van Ruim Baan voor de fiets is leidend (zie ook RIS 302960). Er wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met bomen.

Geen aanpassing

Geen aanpassing

Het omvormen van 50 naar 30 km kan per lange lijn of dwarsverbinding verschillend uitgewerkt worden. Zo maakt het groen langs de Melis Stokelaan onderdeel uit van de ecologische verbindingszones in Zuidwest, en ligt het voor de hand dat de invulling van vrijkomende ruimte onder meer die functie ondersteunt. Voor de Beresteinlaan geldt dit niet. Het groen langs deze dwarsverbinding maakt geen deel uit van een ecologische verbindingszone, het ligt hier meer voor de hand om de vrijkomende ruimte in te zetten voor een veilige, prettige ontsluiting van de aan deze laan gelegen voorzieningen, waaronder veel scholen. De Loevesteinlaan houdt in

Geen aanpassing

Geen aanpassing

Zoals in de Nota Stadsbomen is vastgelegd moet er inderdaad voor elk project een Boom Effect Analyse (BEA) worden opgesteld. Voor Dreven, Gaarden en Zichten is er al een specifiekere bomenscan gedaan (ook beschreven in paragraaf 7.15 van het M.E.R.). Na de inventarisatie wordt per straat of deelproject een BEA uitgevoerd, waarmee in een vroeg stadium inzichtelijk wordt gemaakt of en hoe de bomen kunnen worden ingepast in de nieuwe situatie en waar eventuele knelpunten liggen met ondergrondse infrastructuur.

59

Nota van beantwoording zienswijzen Structuurvisie en Milieueffectrapportage Den Haag Zuidwest Datum zienswijze

Indiener

Nr.

Paragraaf zienswijze

Zienswijze -

30.8

30.9

de toelichting bij de Hengelolaan en Melis Stokelaan: “bomen [langs de Hengelolaan] krijgen meer ruimte, zodat ze sterker en groter kunnen worden” (p. 98) de toelichting bij de Melis Stokelaan: “Langs de Melis Stokelaan […] worden de natuurwaarden verbeterd. Dat doen we door meer struiken, bomen en riet toe te voegen, en het gras minder vaak te maaien. […] Bomen krijgen meer ruimte om te groeien” (p. 99) Voormelde tekst doet vermoeden dat de situatie aan de Hengelolaan en de Melis Stokelaan uitzonderlijk is. Bij de Beresteinlaan en de Loevesteinlaan bijvoorbeeld, blijft het bij “het groen wordt zo veel mogelijk versterkt” en “het groene karakter wordt versterkt” (p 101). In het Raamwerk ontbreken helaas de dwarsprofielen voor de toekomst van o.a. de Beresteinlaan en Loevesteinlaan. Is het op zich eens met het onderscheid dat de visie maakt tussen gebruiksgroen en ecologisch groen omdat gebruiksgroen andere eisen stelt dan ecologisch groen. Gebruiksgroen is vanuit ecologisch oogpunt minder waardevol. Ecologisch groen vereist vooral rust, ruimte en ‘s nachts duisternis. Het gebruiksgroen krijgt in de Ontwerp-Structuurvisie ruime aandacht en beslaat een groot areaal (binnentuinen, sportvelden, recreatieve linten e.d.). Maar juist die toegankelijkheid voor grote groepen (sport, school, recreatie e.d.) zorgt voor onrust, waardoor ecologisch groen niet tot ontwikkeling komt.

Vindt het daarom teleurstellend dat niet nader wordt uitgewerkt hoe met name ecologisch groen wordt uitgebreid en versterkt. In de huidige situatie zijn bijvoorbeeld de randen rond het Groene Assenkruis ecologisch ingericht (m.n. rondom de sportvelden). Maar onduidelijk is of deze randen blijven bestaan, worden uitgebreid en versterkt of niet. Verzoekt de gemeente om een nadere uitwerking van de doelstellingen (uitbreiding en versterking) van het ecologisch groen. Verzoekt tevens om het areaal van ecologisch groen fors uit te breiden, en de arealen inzichtelijk te maken. Dat is van groot belang gelet op de biodiversiteitscrisis. Vindt dat de visie de grootst mogelijke kansen moeten bieden om de biodiversiteit een ‘boost’ te geven. Liever wat minder gebruiksgroen en veel meer ecologisch groen. Zuiderpark: Vindt de kaart inclusief legenda in het Ruimtelijk Raamwerk niet goed leesbaar (Ruimtelijk Raamwerk, p 9). Verzoekt de gemeente een leesbare kaart te maken van de huidige situatie en de nieuwe situatie op transparante ondergrond. Op de plek van de hertenkamp komt ruimte voor skate- en pumptrackactiviteiten, de Hertenkamp komt elders. Niet vermeld wordt waar. Is geen voorstander van nóg een skatepark omdat er al een is. Hertenkampen zijn er juist niet zo veel en met zoveel nieuwe bewoners en kinderen is een hertenkamp heel attractief. Bovendien staan er waardevolle oude bomen.

Over de Doorenbosheuvel wordt vermeld: “vernieuwen uitkijkpunt, straatmeubilair, sport- en spelaanleiding en paden.” Vindt dat de Doorenbosheuvel waardevol is qua bomen en groen en cultuurhistorie; vindt het ongepast om hier sportplekken aan te leggen.

Beantwoording gemeente

Gevolgen voor de structuurvisie/ bijlagen

Gevolgen voor de M.E.R.

de structuurvisie een 50 km/uur-regiem, wat de herinrichtingsmogelijkheden aanzienlijk beperkt.

In het Ruimtelijk Raamwerk (hoofdstuk 3.4) wordt nadrukkelijk ingegaan op de ecologische betekenis van het groen, en in de ambities en opgaven komen gevraagde verbeteringen en uitbreidingen zeker aan bod. De structuurvisie is echter geen concreet uitwerkingsplan met concrete maatregelen. Dat zal in een volgende fase moeten worden opgesteld, conform de uitgangspunten van de Nota stadsnatuur (RIS 305824).

Geen aanpassing

Geen aanpassing

Het Ruimtelijk Raamwerk Zuidwest en daarmee ook de kaart refereert naar het document van het participatietraject voor de Nota Zuiderpark. Hierin staan wensen, ideeën en uitdagingen voor een toekomstbestending Zuiderpark. De nota zelf zit in zijn afrondingsfase en is daarmee nog niet bestuurlijk vastgesteld. In dit document zal dan ook worden ingezoomd op de definitieve visiekaart voor dit groengebied.

Geen aanpassing

Geen aanpassing

Hierbij was de wens om het Hertenkamp op het ANME-terrein te verplaatsen. Dit is de locatie waar onder andere de boerderij, de schooltuinen en heemtuin liggen. Dit wordt gezien als de plek waar rust en ruimte in een groene setting aan dier en mens geboden kan worden. Op de plek van het Hertenkamp, waar de geluiden van de stad meer aanwezig zijn, zou dan ruimte kunnen komen voor skate- en pumptrackactiviteiten met groene uitstraling. Als aanvulling op het speel- en bewegingsaanbod van het park waarbij meer uitdaging voor jongeren wordt gecreëerd. De Doorenheuvels zijn versleten en toe aan een kwaliteitsimpuls. Door de beplanting op te waarderen, zichtassen te herstellen, passende verharding toe te passen en het terreinmeubilair te vernieuwen wordt deze bijzonder plek weer aantrekkelijk. Door het hoogteverschil zijn de heuvels ook aantrekkelijk voor sport en beweging; door de trappen en het terreinmeubilair op deze behoeftes aan te passen kan er meerwaarde voor de bezoekers worden gecreëerd.

60

Nota van beantwoording zienswijzen Structuurvisie en Milieueffectrapportage Den Haag Zuidwest Datum zienswijze

Indiener

Nr.

Paragraaf zienswijze 30.10

Zienswijze

Beantwoording gemeente

De ontwerp-structuurvisie en de M.E.R. gaan uit van het gebruik van restwarmte uit Rotterdam via de WarmtelinQ door Zuidwest. Is geschokt dat de gemeente deze restwarmte wil gebruiken in Zuid-West. De restwarmte is niet duurzaam, want afkomstig uit fossiele industrie. Het gebruik is strijdig met het Haagse Klimaatpact. De gemeenteraad is fel gekant tegen gebruik van fossiele industrie. Dit gebruik is om die reden geschrapt uit de RES. De WarmtelinQ vervoert heet water van 1200CC. Dit is veel hoger dan de beoogde maximale 700C voor Zuid-West. Verzoekt de gemeente om het gebruik van restwarmte uit de fossiele industrie en aangevoerd via de WarmtelinQ te schrappen.

De gemeente Den Haag beschouwt restwarmte als schone energie conform Europese wetgeving. Den Haag stelt als aanvullende eis dat er ook uitzicht moet zijn op verdere verduurzaming van de industrie die deze restwarmte levert. Dat uitzicht is er voor wat betreft restwarmte uit de Rotterdamse haven gezien de inhoud van het Klimaatakkoord (sectortafel Industrie) en van de CES Rotterdam - Moerwijk. Voor WarmtelinQ is deze eis expliciet opgenomen in het Coalitieakkoord 2019 - 2022, naast andere eisen over onder andere de relatie met lokale duurzame warmtebronnen, en over onafhankelijk netbeheer.

Gevolgen voor de structuurvisie/ bijlagen Geen aanpassing

Gevolgen voor de M.E.R. Geen aanpassing

De gemeenteraad en het college van B&W kijken inderdaad kritisch naar de WarmtelinQ. Dit heeft geleid tot het instellen van beroep tegen delen van het provinciaal inpassingsplan en tot intensieve gesprekken vanuit de gemeente met de initiatiefnemers over de aanleg- en de gebruiksfase, om zo op te komen voor de belangen van de bewoners, bedrijven en natuurlijke omgeving in Den Haag. Het heeft niet geleid tot het afblazen van WarmtelinQ. Het Stedelijk Energieplan Den Haag en de concept- Transitievisie Warmte betogen dat Den Haag alle bronnen nodig heeft. Daarom zet het college ook in op het stimuleren van de lokale bronnen geothermie, warmte-koude opslag, zonne-energie, aquathermie, bodemenergie en energie uit de buitenlucht (warmtepompen). De gemeenteraad beslist binnenkort over de Transitievisie Warmte en daarmee over de rol van restwarmte. De WarmtelinQ transporteert warmte inderdaad op temperaturen boven 100°C. Het is niet de bedoeling om op diezelfde temperaturen warmte aan woningen in Den Haag Zuidwest te leveren. Nieuw aan te leggen warmtenetten moeten geschikt zijn om rond de 70°C te leveren. Dat vraagt ook verdere isolatie van woningen en mogelijk een aanpassing aan radiatoren.

30.11

De M.E.R. geeft prognoses tot 2040. Gezien de crises (klimaat, biodiversiteit, stikstof, energie) is het van groot belang om verder vooruit te kijken, zeker tot 2100. Het voorkeursalternatief (VKA) is uitgewerkt is in de structuurvisie: verdichting met 10.000 extra woningen, sturing op mobiliteitstransitie (variant B, aangevuld met enkele maatregelen uit variant C), inzet op een warmtenet op middentemperatuur en verduurzaming van de huidige woningvoorraad om stikstofdepositie tegen te gaan (salderen). Wijst erop dat de tabel Afweging alternatieven en varianten (p. 9 M.E.R.) niet aantoont dat A en C bijdragen aan beter ‘gezond, groen, duurzaam’. Sterker nog deze factoren scoren negatief of zeer negatief. Vindt het overigens niet transparant om gezond, groen, duurzaam op één hoop te gooien. Vraagt om een nadere toelichting hierop en uitsplitsing per begrip. De M.E.R. geeft ‘natuur en biodiversiteit’ geen intrinsieke waarde, alleen maar mensgerichte waarde (p 145). Deze opstelling beïnvloedt de uitkomsten van de M.E.R. Figuur 5.85 illustreert volgens de M.E.R. dat de geschatte biodiversiteit binnen Zuidwest in Bouwlust en de Uithof hoog is. Daarentegen is de biodiversiteit in grote delen van Zuidwest - Moerwijk, Morgenstond en het Zuiderpark - laag.

Vraagt uit welke onderzoeken dat blijkt, en hoe het mogelijk is dat de resultaten uit onderzoeken en bijbehorende kaarten op de daaropvolgende pagina’s iets anders uitwijzen. In paragrafen 8.15 en 9.15 – Natuur wordt alleen ingegaan op de (oppervlakte) beschermde natuur. Paragrafen 8.19 (tabel 8.7) en 9.19 (tabel 9.4 met effecten voor de Venen resp. VKA) lijken te suggereren dat er geen effecten zijn voor het groen. Verzoekt de gemeente expliciet duidelijk te maken dat het alleen gaat om beschermde natuur (Natura2000 en NNN).

Het schrappen van het gebruik van restwarmte betekent dat in Den Haag minder woningen op een middentemperatuurnet kunnen worden aangesloten. Dat geldt ook voor woningen waarvoor dit de meest kostenefficiënte oplossing is. Restwarmte wordt daarom niet geschrapt als bron van warmte. Het voorspellen van de referentiesituatie tot aan 2100 is lastig omdat er grote onzekerheden zijn en er weinig objectieve informatie beschikbaar is. De klimaatscenario’s van het KNMI voorspellen bijvoorbeeld tot het jaar 2050. Mede op basis van het advies van de commissie m.e.r. wordt er echter wel een gevoeligheidsanalyse toegevoegd aan het M.E.R. Hierin wordt ingegaan op de onzekerheden die bepalen of de verdichting van Zuidwest een succes wordt. Het betreft o.a. het gebruik van warmtebronnen buiten Zuidwest en het effect van klimaatverandering. Op pagina 9 zijn de alternatieven getoetst aan de ambities uit de structuurvisie. In de structuurvisie is ‘gezonde, groene, duurzame leefomgeving’ als één ambitie benoemd. Daar sluit de M.E.R. op aan. Bij de bepaling van de effecten is echter wel een uitsplitsing gemaakt op thema’s en zelfs op aspecten. Daaruit blijkt bijvoorbeeld dat de negatieve score op de ambitie ‘gezonde, groene, duurzame leefomgeving’ voortkomt uit de negatieve effecten op o.a. hittestress, droogteproblemen, rainproof, stikstof en biodiversiteit.

Geen aanpassing

Wel aanpassing Gevoeligeheidsanalyse (H12) is toegevoegd

Geen aanpassing

Geen aanpassing

Geen aanpassing

Wel aangepast, naam indicator (8.19 en 9.19)

Er is niet alleen naar de mensgerichte waarde van natuur is gekeken, maar dit komt in de tekst niet goed naar voren. De tekst wordt aangevuld met de intrinsieke waarde van natuur en biodiversiteit. De kaarten op de volgende pagina’s wijzen inderdaad iets anders uit. Op figuur 5.85 is gekeken naar alle soorten, terwijl op de figuren op de volgende pagina’s alleen naar de beschermde soorten is gekeken. In paragraaf 8.15 en 9.15 wordt inderdaad alleen ingegaan op het (oppervlakte) beschermde natuur. Onder het thema leefbaarheid is ook gekeken naar de nabijheid van openbaar groen. De

61

Nota van beantwoording zienswijzen Structuurvisie en Milieueffectrapportage Den Haag Zuidwest Datum zienswijze

8-7-2022

10-72022

Indiener

Indiener 31: Heijman s

Indiener 32: ProRail

Nr.

Paragraaf zienswijze

31

32

32.1

Zienswijze

Beantwoording gemeente

Vindt de QuickScan tamelijk summier: er is alleen gekeken naar beschermde soorten. In de QuickScan worden een reeks van aanbevelingen gedaan. De QuickScan waarschuwt voor de grotere recreatiedruk. Vraagt of alle aanbevelingen door gemeente worden overgenomen, en hoe de gemeente omgaat met grotere recreatiedruk. Vindt dat de QuickScan aanleiding geeft tot nader onderzoek, en concludeert dat dit niet heeft plaatsgevonden. Vindt de beoordeling van de effecten op de biodiversiteit in het VKA boterzacht (paragraaf 9.19), want niet onderbouwd. Betwijfelt of de positief geachte maatregelen opwegen tegen de negatieve effecten van ruimtebeslag van 10.000 extra woningen en grote recreatiedruk over het gehele gebied. Vindt het ongeloofwaardig dat in tabel 9.4 het VKA bij de biodiversiteit toch een 0/+ krijgt.

opmerking wordt overgenomen. De indicator krijgt de naam ‘oppervlak beschermde natuur’ in plaats van ‘oppervlak natuur’.

Wijst op het uitgebreide betoog in de structuurvisie over het belang van cultuurhistorische waarden en het inzetten daarvan in de aanpak van Zuidwest. Dit komt tot uiting in het formuleren, op meerdere plekken in de tekst, van belangrijke uitgangspunten voor die aanpak van Zuidwest, bijvoorbeeld op blz. 11: ‘Cultuurhistorie…. Rekening mee houden in het opstellen …’ en op blz. 48: ‘waardevolle bebouwing … is behouden en hersteld’. Ondersteunt het pleidooi om cultuurhistorische waarden in te zetten bij de aanpak van Den Haag Zuidwest, maar constateert dat in de tekst niet gesproken wordt over het reeds genomen raadsbesluit over het opheffen van de status beschermd stadsgezicht voor de Dreven. Vindt het onvolledig en daarom onjuist als dit niet in de structuurvisie wordt vermeld. Mede omdat in de bijlage bij de structuurvisie die ingaat op de cultuurhistorische waarden juist expliciet aandacht vraagt voor de beschermd stadsgezicht status van de Dreven, lijkt de structuurvisie met het niet vermelden van voormeld relevant raadsbesluit ten onrechte de suggestie te wekken dat deze status gehandhaafd zal blijven of kan blijven.

Dat is strijdig met de vastgestelde Nota van Uitgangpunten voor de Dreven, het vastgestelde projectdocument Dreven-Gaarden-Zichten, de vastgestelde grondexploitatie Dreven-Gaarden-Zichten en is tot slot in tegenspraak met het genomen raadsbesluit om deze status juist op te heffen. Verzoekt de gemeente daarom om in de tekst van de structuurvisie expliciet op te nemen dat er ten aanzien van de beschermd stadsgezicht status van de Dreven al een besluit is genomen om deze status op te heffen. Stelt voor om daarvoor te putten uit de door de gemeente opgestelde en vastgestelde tekst uit het Projectdocument Dreven-Gaarden- Zichten, en daarbij vooral te vermelden dat de raad het in deze tekst benoemde voorstel tot opheffing van de status beschermd stadsgezicht voor de Dreven heeft geaccordeerd (RIS310286). Ziet bereikbaarheid per spoor als belangrijke voorwaarde voor ruimtelijke ontwikkelingen i.v.m. de mobiliteitsbehoefte. Ondersteunt nieuwbouw van woningen langs het spoor in de nabijheid van stations en de verdichting rond

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12654933/1