CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS315044 Bijlage 2 Rapport onderzoek gemeentelijke aanpak prioritaire gebieden en wijkagenda s

Commissie Samenleving 11 mei 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken21.579 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

In dit onderzoek zijn we vanaf het begin kwalitatief te werk gegaan; we zijn de straat opgegaan om verhalen op te halen op pleinen, in buurthuizen en winkelstraten. We hebben via informele gesprekken, diepte-interviews en focusgroepen informatie verzameld over hoe mensen het leven in de wijk of straat ervaren, wat er goed gaat en wat niet, en wat zij merken van de wijk- of gebiedsgerichte beleidsaanpak. Ons onderzoek is een momentopname, maar biedt ook aanknopingspunten voor periodieke streetwise monitoring. Bij een streetwise monitor is er sprake van een frequente directe confrontatie met de straat. De vraag is welke vorm deze permanente monitoring kan aannemen.

De expertmeeting maakte duidelijk dat wijkprofessionals kampen met administratie- en overlegvermoeidheid. Ze zien het belang van het uitwisselen van kennis en ervaring, maar dan op een zo laagdrempelig mogelijke manier. Dit komt overeen met de ervaringen tijdens het veldwerk in de wijken en gebieden. De onderzoekers kregen soms de vraag ‘waarom weer een onderzoek?’ (ook enige onderzoeksvermoeidheid treedt op), en bij het organiseren van focusgroepen werd aangeraden vooral aan te sluiten bij bestaande bijeenkomsten, in plaats van extra tijd van bewoners en professionals te vragen.

We delen hier de belangrijkste inzichten en aanbevelingen gebaseerd op het veldwerk en op een expertmeeting met monitoringsdeskundigen, onderzoekers, professionals en gemeenteambtenaren. Een uitgebreidere toelichting is te vinden in Bijlage 4: Contouren van een streetwise monitor.

Uitkijken voor administratieve lasten Het belang van een streetwise monitor wordt breed gedeeld. Op lagere schaalniveaus zoals een buurt of straat zijn statistieken snel verouderd, omdat zich in korte tijd belangrijke veranderingen kunnen voordoen.

35

Het is de kunst om een balans te vinden tussen enerzijds de behoefte aan periodieke informatie dicht bij de straat, en anderzijds de behoefte om ‘gewoon’ te werken en te leven in de wijk zonder onnodige registraties en overleggen.

Periodieke stadsgesprekken Tijdens de expertmeeting bedachten deelnemers een alternatieve vorm: periodieke stadsgesprekken op het stadhuis (‘de straat komt naar het stadhuis’) dan wel in de wijken (‘het stadshuis komt naar de straat’), waar gestructureerd gesproken wordt over een vast aantal beleidsthema’s.

Experimenteer met andere vormen Naast periodieke stadsgesprekken is het de moeite waard om te experimenteren met andere vormen, ook als deze iets van administratieve vastlegging met zich meebrengen, zoals observatiesheets. Streetwise monitoring betekent niet dat je moet stoppen met kwantitatieve monitoring. Kwantitatieve en kwalitatieve gegevens kunnen gecombineerd worden. ‘Bij de wijkagenda zou je informatie kunnen verzamelen over het fysieke en het sociale. Fysiek gaat dan bijvoorbeeld om zwerfafval, dat kun je objectief meten. Sociaal is vaak lastiger: sociale samenhang kun je moeilijker meten. Daar zou je de ervaringen en het gevoel van bewoners op straat in beeld moeten brengen.’ (deelnemer expertmeeting)

Bij deze gesprekken zijn zowel professionals als gemeenteambtenaren aanwezig. Het gaat om wijkwerkers als jongerenwerkers, opbouwwerkers, wijkteamleden, wijkagenten en medewerkers van woningcorporaties. Deze stadsgesprekken worden strak geleid, Tellen en vertellen zijn beide belangrijk en moeten meer met elkaar beknopt genotuleerd (wat is er aan de hand?) en monden uit in verweven worden. actiepunten (wat doen we al en wat kunnen/moeten we nog meer doen?). De gesprekken zouden eens per kwartaal kunnen plaatsvinden, Vragen bij het experimenteren met dergelijke vormen van monitoring een hogere frequentie is niet realistisch. zijn: wie gaat het doen, lukt het om het vol te houden, kan het in actiepunten omgezet worden? Om mensen het te laten doen en Zij spreken dan met elkaar over de belangrijke thema’s rond volhouden, is het belangrijk dat zij de meerwaarde ervan inzien. Dat sociale en fysieke leefbaarheid en veiligheid, zoals in het Haagse zij merken dat het verzamelen, bespreken, bekijken en duiden van wijk- en gebiedsgerichte beleid omschreven: sociale cohesie versus informatie hen helpt bij het verbeteren van hun werk. polarisatie, een schone woonomgeving, criminaliteit en ondermijning, multiproblematiek achter de voordeur, en toekomstperspectief voor jeugd.

Als je deze periodieke gesprekken structureel volhoudt, is dat een realistische invulling van streetwise monitoring. Terugkoppeling is hierbij cruciaal: vanuit verschillende perspectieven laten zien wat je met informatie doet.

36

Kijk ook naar het positieve Tijdens de expertmeeting hielden meerdere deelnemers een pleidooi voor het monitoren van wat wél goed gaat. De aandacht gaat snel uit naar problemen, maar het positieve is ook belangrijk om te signaleren en om van te leren.

Een monitor met een lange levensduur voldoet aan de volgende voorwaarden:

‘Als er rellen zijn komt men kijken, maar er gebeuren ook veel positieve dingen. Die moet je ook in beeld brengen.’ (deelnemer expertmeeting)

• De monitor is na instructie praktisch en eenvoudig toe te passen én te herhalen door bewoners en wijkwerkers. • Bewoners en wijkwerkers moeten het nut ervan inzien. • Het instrument biedt aanknopingspunten voor verbeteracties en nieuw beleid. • Het instrument stimuleert de deelname van bewoners en wijkwerkers aan het maken van diagnoses, opstellen van actiepunten en buurtagenda’s. • Het instrument brengt niet alleen problemen en zaken die slecht gaan in beeld, maar juist ook positieve zaken.

Vaak staan het negatieve en het positieve los van elkaar in de berichtgeving. De ene keer is het strategisch om de dramatische cijfers te laten zien, de andere keer juist om goede sier te maken met een succesverhaal. Maar hoe het met elkaar verbonden is, blijft onduidelijk. Streetwise monitoring zou die verwevenheid moeten laten zien. Het betrekken van verschillende perspectieven is ook hierbij cruciaal.

‘Wat negatief lijkt, kan ook positieve effecten hebben. En wat negatief of positief is, hangt ook af van het perspectief van de betreffende persoon.’ (deelnemer expertmeeting)

37

Conclusie: ‘Doen we de goede dingen en doen we de dingen goed?’ In het onderzoek naar de vijf wijken en de vier prioritaire gebieden hebben we de vraag beantwoord wat bewoners en andere betrokkenen merken en vinden van de gemeentelijke aanpak in hun wijk of straat. Dat hebben we gedaan door naar verschillende aspecten van de aanpak te kijken: de focus, de zichtbaarheid, het proces en het resultaat. De lessen die we daarover hebben geformuleerd (les 1 t/m 9), hebben allemaal tot doel te leren van wat er goed en minder goed gaat, en dat te benutten om de aanpak verder te verbeteren. Daarnaast hebben we drie meer overkoepelende lessen geformuleerd (les 10 t/m 12) over leren en verbeteren, gericht op de aanpak als geheel (kwaliteit boven kwantiteit en het stroomlijnen van wijkgericht werken) en op verdere streetwise monitoring van wijken en gebieden. Na het delen van de 12 lessen maken we hier de balans op. Kort samengevat wil de gemeente Den Haag weten: Doen we de goede dingen, en doen we de dingen goed? De vraag doen we de goede dingen? gaat vooral over de uitgangspunten en de focus van de aanpak. Op basis van het onderzoek concluderen we dat de gemeente veel doet in de wijken en gebieden, in samenwerking met bewoners en andere partners, zoals professionals en ondernemers. De gemeente poogt met de aanpak nauwer aan te sluiten bij de alledaagse werkelijkheid van bewoners.

Dat streven wordt door deelnemers gewaardeerd. Over de focus van de aanpak is afstemming geweest tussen de betrokken partijen en de keuze voor de focus wordt over het algemeen ondersteund.

38

Tegelijkertijd hangt de vraag of de goede dingen gedaan worden deels af van aan wie je het vraagt. Zo vinden veel jongeren dat er te weinig aandacht is voor hun perspectief. Zij voelen zich in veel wijken onterecht geproblematiseerd. Ook plaatsen professionals en gemeenteambtenaren kanttekeningen bij de wijk als focus: voor sommige problemen is dat een te grote schaal (bijvoorbeeld als er overlast is in een bepaald woningenblok), voor andere problemen juist weer te klein (bijvoorbeeld bij problematiek rond huisvesting van arbeidsmigranten). Daarnaast zijn er bewoners die nauwelijks zicht hebben op wat de gemeente doet; als je niet weet wat de gemeentelijke aanpak inhoudt, is het ook moeilijk om te beoordelen of het goede gedaan wordt.

Een vorm van streetwise monitoring kan hieraan bijdragen. Bij de invulling hiervan moet wel rekening gehouden worden met registratieen overlegvermoeidheid die bij veel professionals aanwezig is. Aansluiten bij wat er al is en waar de energie zit, zoals in les 9 omschreven, is ook hierbij cruciaal.

Over de vraag doen we de dingen goed? zijn veel betrokken partijen kritischer. Enerzijds merken verschillende betrokkenen eerste concrete resultaten van de aanpak in de buurt, bijvoorbeeld dat de straat schoner of veiliger is, het winkelaanbod verbeterd of het verkeer rustiger. Anderzijds vinden velen dat de uitvoering beter kan en moet; vooral de communicatie over de aanpak en de organisatie van het participatieproces worden vaak genoemd. De metafoor van het participatieproces als ‘black box’ – waarvan je niet weet wat daarbinnen allemaal gebeurt – vat de ervaring van diverse betrokkenen goed samen. Als je heel veel dingen tegelijk doet, is het ook moeilijk alles goed te doen. Een keuze voor kwaliteit boven kwantiteit is nodig, vinden meerdere gemeenteambtenaren en professionals. Betrokkenen pleiten voor meer transparantie ten aanzien van het beleidsproces en meer durf in het betrekken van bewoners. Afstemming en continuïteit binnen de gemeentelijke organisatie zijn hiervoor cruciaal. Gemeenteambtenaren in de wijk ervaren regelmatig spanning tussen hoe zaken op gemeentelijk niveau georganiseerd zijn, en wat er nodig is in de wijk. Verder stroomlijnen van de wijkgerichte aanpak is nodig om de verbinding tussen de beleidswereld en de belevingswereld van bewoners en professionals te versterken. Niet af en toe, maar structureel.

39

Bijlagen

Bijlage 1: Over het onderzoek Vraagstelling De overkoepelende vraagstelling van het onderzoek luidt: Wat is vanuit het perspectief van bewoners en andere betrokkenen de betekenis en waarde van de gemeentelijke aanpak voor de sociale en fysieke leefbaarheid en veiligheid in de betreffende wijken/gebieden, en welke lessen kunnen daaruit getrokken worden? Bij het beantwoorden van deze vraag hebben we gelet op de volgende aspecten van de gemeentelijke aanpak: (1) focus, (2) zichtbaarheid, (3) proces, (4) resultaat, (5) leren en verbeteren. Bij het leren en verbeteren besteden we in het bijzonder aandacht aan ervaringen uit andere wijken en buurten, en aan het kwalitatief blijven monitoren van wat er gaande is (‘streetwise monitoring’). Kwalitatief onderzoek We hebben gekozen voor kwalitatief onderzoek, omdat we ervaringen en opvattingen van bewoners en andere betrokkenen centraal wilden stellen en ruimte wilden bieden voor hun eigen verhaal.

We hebben in het onderzoek gebruik gemaakt van verschillende methoden van dataverzameling: •

Gegeven de beperkte looptijd en omvang van het onderzoek, hebben we een selectie gemaakt van wijken. In drie van de geselecteerde wijken is een wijkagenda opgesteld, en is ook een prioritair gebied gelegen (Moerwijk, Transvaal, Duindorp). Zo konden we de aanpak van de Wijkagenda en de Prioritaire Gebieden ook in onderlinge samenhang onderzoeken. In één wijk (ReVa) is wel een prioritair gebied, maar geen wijkagenda. In een andere wijk (Bomen- en Bloemenbuurt) is wel een wijkagenda, maar geen prioritair gebied.

41

•

Document- en literatuurstudie: Om voorafgaand aan het veldwerk een goed beeld te krijgen van de gemeentelijke aanpak, hebben we diverse beleidsstukken over de Wijkagenda’s en de Aanpak Prioritaire Gebieden bestudeerd en geanalyseerd. Na afloop van het veldwerk hebben we de bevindingen vergeleken met de resultaten van eerder onderzoek naar een beleidsaanpak gericht op wijken/gebieden. Interviews: We hebben diepte-interviews afgenomen met bewoners, professionals (jongerenwerkers, sociaal werkers, medewerkers woningcorporaties), gemeenteambtenaren (wijkmanagers, community builders, participatiemedewerkers) en enkele ondernemers.

•

•

Analyse bevindingen Het veldwerk is voornamelijk verricht door vijf onderzoekers; elk van hen was primair verantwoordelijk voor de dataverzameling in één wijk/ gebied. Van de gevoerde gesprekken en georganiseerde focusgroepen hebben we gedetailleerde verslagen gemaakt. Die verslagen zijn eerst op wijk-/gebiedsniveau door de betreffende onderzoeker geanalyseerd op de eerdergenoemde aandachtspunten (focus, zichtbaarheid, proces, resultaat, leren en verbeteren). Bij de analyse lieten we ook ruimte voor andere opvallende bevindingen. Daarna hebben we de bevindingen onderling uitgewisseld en de basis gelegd voor de eerste 10 lessen.

Naast formele (ingeplande) gesprekken hebben we ook informele gesprekken gevoerd in en om buurthuizen en andere ontmoetingsplekken. In de Bomen- en Bloemenbuurt zijn daarnaast korte straatgesprekken gevoerd met bewoners, aan de hand van een vragenlijst. De deelnemers aan de geplande gesprekken hebben we geworven via ons eigen netwerk, via contactpersonen van de gemeente, via deelname aan activiteiten in de wijk, en via de sneeuwbalmethode (waarbij we aan deelnemers vroegen of zij nog andere mogelijke deelnemers kenden). Focusgroepen: In drie van de vier wijken met een prioritair gebied hebben we een focusgroep georganiseerd, gericht op jongeren. We kozen deze doelgroep omdat jongeren ondervertegenwoordigd waren in de interviews. We sloten aan bij bestaande bijeenkomsten, zodat er voor jongeren een lagere drempel was om deel te nemen. In een vierde wijk met een prioritair gebied was er op korte termijn geen bijeenkomst waar we bij aan konden sluiten; daar heeft geen focusgroep plaatsgevonden. In de vijfde wijk (zonder prioritair gebied) vond de focusgroep plaats met gemeenteambtenaren, om de bevindingen van het onderzoek voor te leggen en de lessen hieruit met hen te bespreken. Het onderzoek in deze wijk was onderdeel van een onderzoeksstage, met ruimte voor een eigen focus en onderzoeksopzet.

Expertmeeting streetwise monitoring: Voor het beantwoorden van de vraag over ‘streetwise monitoring’ hebben we een expertmeeting georganiseerd met 11 deelnemers. Nadere toelichting hiervan is te vinden in Bijlage 4: Contouren van een streetwise monitor.

Les 11 is gebaseerd op de vergelijking van de resultaten uit ons eigen veldwerk en de resultaten van eerder onderzoek naar een wijk-/ gebiedsgerichte aanpak, voornamelijk in andere gemeenten. Les 12 is gebaseerd op bevindingen van de expertmeeting over streetwise monitoring, gecombineerd met de ervaringen tijdens het veldwerk in de verschillende wijken/gebieden. Gebruik citaten Om de anonimiteit van de deelnemers te waarborgen, duiden we de deelnemers achteraan de citaten aan met de termen ‘bewoner’ (of, waar relevant: ‘jongere’), ‘professional’ (jongerenwerkers, sociaal werkers, medewerkers woningcorporaties) en ‘gemeenteambtenaar’ (community builders, wijkmanagers, participatiemedewerkers), of ‘ondernemer’. We verwijzen bij de overkoepelende lessen niet naar de specifieke wijk of het gebied waar het citaat betrekking op heeft. Waar een deelnemer verwijst naar een specifieke wijk of straat, hebben we de naam voor de leesbaarheid wel laten staan. Bij de selectie van citaten hebben we gestreefd naar een ongeveer gelijke verdeling over de wijken/gebieden.

Het veldwerk voor het onderzoek vond plaats in de periode februarijuli 2022. De expertmeeting over streetwise monitoring vond plaats in oktober 2022.

42

Bijlage 2: Resultaten per wijk/gebied

Samenwerking De wijkmanager heeft een focus op samenwerking in de wijk. In plaats van concurrentie, gaan ze steeds weer met alle partijen samen om de tafel.

Moerwijk: Jan Luykenlaan/Van Baerlestraat Wat speelt er?

‘Wij zijn er hier voor elkaar in Moerwijk. Op Bezuidenhout leeft iedereen op zijn eigen houtje. Hier moeten we het met elkaar doen.’ (bewoner)

Bewoners benoemen verschillende problemen die spelen in de wijk: armoede, criminaliteit, eenzaamheid en ggz-gerelateerde problematiek. De woningbouwcorporatie vult aan dat er ondermijning speelt, in combinatie met slecht onderhouden woningen en een onaantrekkelijke winkelplint. Een aantal onderwerpen springt eruit.

Wat zijn de ervaringen met de aanpak?

De oude fietsenwinkel Er wordt overlast van jongeren in het prioritair gebied ervaren. Jongeren geven aan last te hebben van dit stigma. De gemeente heeft een oude fietsenwinkel gehuurd voor vijf jaar, met als bestemming een multifunctioneel jongerencentrum. Jongeren zijn mede verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het centrum aan de Van Baerlestraat. Hun behoeften en dromen staan hier centraal. Zij regelen alles daaromheen, met hulp van een paar jongerenwerkers. Bekende gezichten en continuïteit Een woningbouwcorporatie benoemt dat er te veel personele wisselingen zijn bij het wijkmanagement, de wijkagenten, woningbouw en het stadhuis. Op dit moment zijn er een actieve wijkmanager en community builder.

De oude fietsenwinkel Verschillende bewoners en de jongeren zelf waarderen de ruimte. Bekende gezichten en continuïteit De wijkmanager is veel te vinden in de wijk. Zij zit in de buurtkamer en maakt een praatje met mensen. Een bewoner ziet over de afgelopen twaalf jaar verschillende projecten van de gemeente voorbij komen, maar zegt: ‘De grote problemen blijven er nog steeds.’ Jongeren in Moerwijk hebben geen idee wat de gemeente in de wijk doet. Zij geven aan dat dat komt door het gebrek aan zichtbare verandering in de wijk. Buurtkamer De Luyk In de buurtkamer komen veel mensen samen. Woningbouw, de wijkregisseur, bewoners en vrijwilligers zijn hier regelmatig te vinden. Het contact onderling is goed. Vanuit de buurtkamer wordt veel informatie met bewoners gedeeld. De trekker van de buurtkamer is lid van verschillende appgroepen, waarin behulpzame informatie voor bewoners wordt gedeeld. Een voorbeeld hiervan: waar kun je geld terugkrijgen voor je gestegen energiekosten? Er worden veel activiteiten georganiseerd, waar diverse bewoners op afkomen. Zoals een wijkfeest, Bollywood-karaoke, een debat op Keti Koti, en een vragenmoment van de woningbouwcorporatie. Een medewerker van de gemeente legt uit: ‘Dit is de plek van de bewoners. Zij bepalen’.

Buurtkamer De Luyk De buurtkamer is sinds 2021 weer open en in nieuw beheer. Er zijn een aantal buurtbewoners die de buurtkamer runnen.

43

Samenwerking Er is een mooie samenwerking tussen de woningbouwcorporatie die gaat renoveren en het welzijnswerk. Samen voeren zij gesprekken achter de voordeur, om te bekijken of iemand begrijpt wat er met de renovatie precies gaat gebeuren. Voor het welzijnswerk biedt dit een mogelijkheid om te horen wat er speelt achter de voordeur en om daarin te ondersteunen waar nodig.

Vruchtbare samenwerking tussen de woningbouwvereniging en het welzijnswerk, om problemen achter de voordeur aan te pakken. Wat kan beter? Meer langetermijninvestering in de buurt. Dit wordt gekoppeld aan financiën en aan de gezichten die in de wijk werken. Geïnterviewde bewoners ervaren een komen en gaan van gemeenteprojecten, terwijl onderliggende problemen als armoede en veiligheid blijven bestaan.

Communicatie De gemeente werkt mee aan een buurtkrant. Bewoners krijgen hun informatie via de buurtkamer of hun eigen netwerk. Een gemeenteambtenaar geeft aan:

Een heel aantal bewoners weet niet precies wat de gemeente in dit gebied doet. Initiatieven die tot stand komen met budget vanuit de gemeente worden niet zo herkend. Daarnaast heeft niet iedere bewoner behoefte aan contact met de gemeente. Sommige bewoners zijn bezig in hun eigen netwerk en hebben geen behoefte aan formeel meedenken.

‘Ik zou open staan voor een gesprek op initiatief van inwoners. Dat gebeurt minder. Het is altijd participatie op initiatief van de gemeente.’ Jongeren geven aan dat zij meer gebruik maken van Instagram, Facebook of TikTok om hun informatie te halen. Best practices: wat gaat er goed? Betrokkenheid van jongeren vanaf het begin bij het jongerencentrum. Jongeren waarderen dat zij hier zelf aan het roer kunnen staan, verantwoordelijkheid kunnen nemen en zichzelf daarmee ontwikkelen. Ook vermindert het hangen op straat van jongeren. Er is een goedbezochte, levendige buurtkamer. Rondom de buurtkamer is een netwerk van bewoners die zich inzetten als vrijwilliger, maar ook van bezoekers die informatie komen halen. Communicatie tussen de wijkregisseur, buurtbewoners en andere partijen is goed. Het wordt gewaardeerd dat de wijkregisseur voornamelijk in de wijk te vinden is.

44

Regentesse- en Valkenboskwartier: Weimarstraat/Beeklaan

Concrete verbeteringen gemerkt in openbare ruimte De meerderheid van de geïnterviewden merken concrete verbeteringen in de straat. Deze worden al dan niet in verband gebracht met de Aanpak Prioritaire Gebieden. Er worden zowel veranderingen in de Weimarstraat als in de Beeklaan genoemd. En vaak noemen bewoners ook geen specifieke straat of locatie.

Wat speelt er? Verschillende ervaringen: ook conflicterende perspectieven We zien diversiteit in wat bewoners als problematiek in de buurt van de Weimarstaat/Beeklaan ervaren. Een greep hieruit: veel fietsen op straat, afval, coffeeshops, te weinig parkeerplekken, achterstallig onderhoud aan huizen, hard rijdende auto’s, auto’s die dubbel parkeren, wegwerkzaamheden die de straat blokkeren, leegstand. We zien dat de perspectieven van bewoners soms botsen: waar de een meer parkeerplekken wenst, wil de ander juist meer groen.

Uit de gesprekken komen de volgende genoemde verbeteringen naar voren: er is minder afval, er zijn drempels op straat gekomen, verbeterde uitstraling van panden, minder dubbel parkeren, een toegankelijke en actieve transformatiemanager, meer inzet pandenbrigade, meer politiecontrole, een drank- en blowverbod en minder dronken of hangende mensen op straat. Ook wordt benoemd dat er louche winkelpanden gesloten zijn en dat daar nieuwe, leuke winkels voor terug komen. Dat verbetert de sfeer op straat.

Concrete verbeterpunten in de directe leefomgeving Inwoners noemen vaak concrete, zichtbare punten in hun directe leefomgeving die belangrijk voor hen zijn. Het gaat dan vaak om zaken in en rond de straat wat zij zelf wonen of vaak komen. Zoals een schone straat met zo min mogelijk afval. Ook een veilige buurt is belangrijk: waar mensen elkaar groeten, waar het rustig is en een goede sfeer heerst en er geen criminaliteit of overlast is.

Positief voor de een, nadelig voor de ander Hoewel er dus positieve veranderingen worden opgemerkt, is het belangrijk om rekening te houden met eerder genoemde conflicterende perspectieven. We zien dat wat voor de ene groep bewoners een positieve maatregel is, voor andere bewoners soms negatieve gevolgen kan hebben. Drie voorbeelden: • Er zijn bewoners die aangeven dat meer politiecontrole zorgt voor meer ervaren veiligheid. Tegelijkertijd spreken we jongeren die eerder door de politie worden aangesproken als zij op straat zijn. Dat maakt het voor hen lastig om een plek te hebben en samen te zijn in de wijk. • Er zijn bewoners die de winkelstraat willen vergroenen. Tegelijkertijd wordt door anderen een gebrek aan parkeerplaatsen ervaren. • De gemeente plaatst een perkje met bloemen op een plein. Een groep bewoners die voorheen op deze plek met elkaar samenkwamen, is hier niet mee blij mee. Zij kunnen elkaar hier niet meer ontmoeten.

‘De grote hoeveelheid fietsen op straat. Het maakt het zelfs moeilijk je huis binnen te komen.’ (bewoner) ‘Er zijn bijna nooit problemen, er is geen ruzie, er is een goede sfeer, mensen groeten je.’ (bewoner) Wat zijn de ervaringen met de aanpak? Onbekendheid aanpak bij bewoners Alleen professionals en actieve bewoners kennen de Aanpak Prioritaire Gebieden van naam. Geïnterviewde bewoners die niet zelf betrokken zijn bij de aanpak, kennen deze veelal niet. De wijk had ten tijde van het onderzoek nog geen wijkagenda, dus daar is het in de gesprekken niet over gegaan.

45

Best practices: wat gaat er goed?

Wat kan beter?

Ook resultaat: samenwerking met bewoners Het is ook een resultaat van de aanpak dat de gemeente meer in gesprek gaat en samenwerkt met bewoners. Verschillende geïnterviewden noemen dat de samenwerking verbeterd is. Er is een wijkoverleg ingesteld waaraan verschillende bewoners en ondernemers deelnemen en waarin men in werkgroepen aan de slag gaat met concrete onderwerpen. Er is een wijkmanager die sterk inzet op de samenwerking met bewoners.

Participatie en communicatie: bereiken van diverse bewonersgroepen Hoewel er dus stappen zijn gezet in de samenwerking, is een verbeterpunt voor zowel de participatie als de communicatie het bereiken van diverse bewonersgroepen. Zoals mensen met verschillende culturele achtergronden, mensen die laaggeletterd zijn, die in armoede leven, die de weg naar instanties niet kunnen vinden, en die in een kwetsbare positie verkeren. Uit de gesprekken komt naar voren dat hun stem onvoldoende gehoord wordt in de gemeentelijke aanpak.

Bestaande initiatieven in de wijk In de wijk zijn er veel inwoners die een bijdrage leveren aan het verbeteren van de wijk. Sommige doen dat in individueel verband: bijvoorbeeld door afval op te rapen of andere inwoners te helpen in de buurt. Er zijn ook veel verschillende bewonersinitiatieven en zelforganisaties actief. Uit de gesprekken komt naar voren dat het belangrijk is dat de gemeente aansluit bij deze initiatieven, bij dat wat er al is in de buurt, en dit ook waardeert.

De aanname die we soms hoorden is dat deze mensen niet mee willen denken. Uit o.a. een focusgroep met 10 jongeren komt een ander beeld naar voren. Zij gaven aan dat de gemeente nu niet weet wat zij belangrijk vinden in hun buurt en vinden het belangrijk dat de gemeente dit wél weet. Allemaal geven ze aan graag meer met de gemeente hierover in gesprek te gaan. Ze hebben ook allerlei ideeën hoe dat zou kunnen: in gesprek gaan in het buurthuis, jongeren op straat aanspreken, via sociale media, via scholen door daar bijvoorbeeld een workshop te geven, interviews te doen en deze opnemen op video, vragenlijsten uitdelen.

Cruciale rol van personen Uit de gesprekken komt de belangrijke rol van specifieke professionals en hun kwaliteiten naar voren. Zoals de wijkmanager die de Aanpak Prioritaire Gebieden samen met bewoners vormgeeft in de wijk. Verschillende geïnterviewden ervaren de wijkmanager als toegankelijk, open, echt luisterend en kijkend naar mogelijkheden vanuit de wens om samen op te trekken. Of de groep jongeren die als het ware ‘meeverhuist’ met de jongerenwerker als die verplaatst naar een andere wijk.

‘Wij zijn het vaakst in de buurt, wij weten wat er speelt.’ (jongere bewoner) Het bereiken van meer diverse groepen bewoners vraagt tijd en inzet. Belangrijk zijn bijvoorbeeld: het opbouwen van vertrouwen, op open wijze contact maken, aanwezig zijn in de wijk, laagdrempeligheid en wederkerigheid. Ook sleutelfiguren kunnen een belangrijke rol spelen.

46

Heldere lijn in participatie De gemeente voert verschillende projecten uit in de wijk. Van Wijkagenda’s en Prioritaire Gebieden tot Resilience Den Haag. Bewoners snappen deze verschillende aanpakken geregeld niet. Het is belangrijk dit richting bewoners toe zo simpel en duidelijk mogelijk te maken. ‘Het is ingewikkeld voor inwoners om deze verschillende trajecten te begrijpen, wat er allemaal speelt in de wijk. En voor de gemeente is het lastig om verschillende projecten te stroomlijnen.’ (bewoner) Ook als het gaat om het wijkoverleg – een specifieke vorm van participatie – noemt een aantal geïnterviewden dat de inrichting hiervan nog verder ontwikkeld kan worden. Bijvoorbeeld door meer continuïteit in de deelnemers aan het overleg te realiseren. Langdurige aanpak onderliggende problematiek Eerder noemden we verschillende concrete verbeteringen die zichtbaar zijn op straat. Het aanpakken van de onderliggende problematiek in de wijk – zoals criminaliteit en ondermijning – is lastiger op te lossen en vragen om een langdurige aanpak. ‘Ik denk dat men met de aanpak op de goede weg is, maar dat het een kwestie is van een lange adem. Je moet realistische verwachtingen hebben.’ (professional) Plek voor jongeren in de wijk Uit de gesprekken komt naar voren dat er nu onvoldoende toegankelijke plekken voor jongeren zijn in de buurt.

Bijvoorbeeld een voetbalveldje of een plein waar jongeren welkom zijn. Ook is belangrijk dat er voldoende passende activiteiten zijn voor jongeren. En dat buurthuizen voldoende open zijn op de momenten dat jongeren kunnen komen; ze zijn volgens jongeren ’s avonds te beperkt open.

47

Transvaal: Kaapseplein e.o.

geldt ook voor de ‘nieuwe’ arbeidsmigranten die in de praktijk geen homogene groep vormen. Een bewoner (die ook professional is) vertelt dat de ‘nieuwe’ arbeidsmigranten uit verschillende Midden- en Oost-Europese landen komen en dat zij onderling ook zelf onderscheid maken tussen degenen die hier langer zijn en degenen die recentelijk gearriveerd zijn.

Wat speelt er? In Transvaal wordt een scala aan problemen opgesomd die geschaard worden onder drie pijlers: • • •

Arbeidsmigranten Vuilnis/zwerfvuil Overbewoning ‘De wijk is gewoon zo smerig en dat merk je. Dat doet wel iets met het aanzien van de wijk. Als je over straat loopt en je ziet overal plastic en vuil om je heen. Dat is gewoon smerig, overal glas op de grond. Maar goed, afgezien daarvan denk ik dat ik hier best wel lang zal blijven.’ (bewoner)

De gesprekspartners maken in de interviews ook duidelijk dat al deze problemen niet los van elkaar staan en elkaar juist versterken. De mate waarin bewoners de problemen al dan niet ervaren, hangt af van waar ze in Transvaal wonen, hun levensfase en hun worteling in de wijk. Sommige bewoners die in gebieden wonen met uitsluitend sociale huurwoningen, bijvoorbeeld, geven aan minder last te hebben van overbewoning in de straat. Het vuilnis- en zwerfafvalprobleem wordt daarentegen wel breed gedragen; ook in Transvaal Noord en Midden wordt dit probleem aangekaart tijdens de gesprekken. De geïnterviewden zijn het wel met elkaar eens dat de problemen in Transvaal hardnekkig zijn en groter worden. Bewoners en bezoekers Transvaal De bevolking van Transvaal is divers op verschillende vlakken, bijvoorbeeld afkomst, etniciteit en vestigingsduur in de wijk. Dit

48

Transvaal kent verschillende plekken die veel bezoekers aantrekken zoals De Haagse Markt en de Paul Krugerlaan (en het plein). Een aantal gesprekspartners wijst erop dat niet alleen bewoners debet zijn aan het zwerfafvalprobleem, maar dat bezoekers daar ook een bijdrage aan leveren. Hetzelfde geldt voor de problematiek rondom het Kaapseplein. Uit de gesprekken komt naar voren dat niet alle arbeidsmigranten die rondom het Kaapseplein rondhangen ook in Transvaal wonen. In de weekenden komen ook arbeidsmigranten uit andere wijken zoals Rustenburg en Oostenbroek naar het plein. Een bewoner (die ook professional is) zegt: ‘Het Kaapseplein is voor deze mensen hun Scheveningen waar ze in de weekenden naartoe komen om te ontspannen met hun landgenoten.’ Wat zijn de ervaringen met de aanpak? Transvaal heeft een wijkagenda en daarnaast is het Kaapseplein aangemerkt als prioritair gebied. Gemeenteambtenaren wijzen echter op de overlap: ‘Problemen die uit de wijkagenda komen, komen ook terug in het prioritair gebied.’ Als we bewoners vertellen dat het Kaapseplein aangemerkt is als prioritair gebied en wat dit inhoudt, wordt er over het algemeen positief gereageerd. Dat betekent immers erkenning van de

problematiek en dat er stappen gezet worden om de problematiek aan te pakken, aldus bewoners. In het prioritair gebied zijn meerdere dingen in gang gezet (bijvoorbeeld de oprichting van een Huis van de Wijk, de herinrichting van het Kaapseplein, projecten gericht op jonge arbeidsmigranten), maar die zijn niet altijd zichtbaar voor bewoners. Als bewoners het over zichtbare veranderingen hebben, dan noemen ze vooral herinrichting/herstructurering van straten. Een van die zichtbare veranderingen is het groen dat op de tussenstrook in de Kaapstraat is aangelegd.

•

Er zijn middelen en menskracht ingezet voor het prioritair gebied, maar dat is volgens gemeenteambtenaren onvoldoende voor de problemen.

Over de wijkagenda: • De input voor de wijkagenda is vooral digitaal opgehaald. Daardoor heeft de wijkagenda niet iedereen bereikt. • Het ophaalproces ging te snel. Het opstellen van de wijkagenda en het ophalen van de input had meer tijd en (media)aandacht nodig om een breder publiek te bereiken. De vorm had ook anders gemoeten volgens de gesprekspartners. • Geïnterviewden die aanwezig waren bij de twee wijkagendasessies vertellen dat de inhoud niet echt ter sprake kwam, omdat bewoners vooral hun onvrede uitten over de gemeente. • De wijkagenda is uiteindelijk wel gepresenteerd, maar ten tijde van het veldwerk was niet duidelijk hoe deze verder vorm zou krijgen en hoe de uitvoering plaats zou vinden. • Er worden zorgen geuit over de haalbaarheid van de wijkagenda. Het zou te veel punten omvatten en professionals maken zich zorgen over de capaciteit: is er wel genoeg menskracht om de wijkagenda uit te voeren?

Verder werden de volgende punten genoemd: Over het prioritair gebied: • Het arbeidsmigrantenvraagstuk is te groot en overstijgt het lokale niveau. Professionals en ambtenaren geven aan dat landelijk beleid nodig is, maar dat zelfs dan resultaten pas op langere termijn zichtbaar zullen zijn. • Sommige bewoners vinden dat de politieke wil ontbreekt om de problemen in Transvaal daadwerkelijk aan te pakken en geven aan dat er niet naar hen wordt geluisterd. • Ook geven bewoners aan dat hun participatie beperkingen kent. Een bewoner zegt bijvoorbeeld:

Best practices: wat gaat er goed?

‘Je kan wel heel hard roepen: geen arbeidsmigranten! Maar dan moet je wel ervoor zorgen dat die mensen ergens terecht kunnen. Punt! En dat is niet iets wat wij, de bewoners, kunnen oplossen. Alleen de overheid kan dat oplossen.’

Informeel actief In de wijk Transvaal zijn er bewoners die weliswaar niet aangesloten zijn bij een organisatie, maar die wel op hun eigen manier actief zijn in hun straat of buurt. Een van de bewoners maakt bijvoorbeeld dagelijks een rondje in zijn buurt met een afvalgrijper. Een ander traint regelmatig op het Wijkpark en gaat zo in gesprek met jongeren om hen te inspireren om ook te trainen. Kortom: er zijn veel informele kleine initiatieven op microniveau.

49

Veldwerker Het Kaapseplein (en omgeving) kent een veldwerker die een schakel vormt tussen arbeidsmigranten en de gemeente. Bijzonder aan zijn aanpak is dat hij bottom-up te werk gaat. Via persoonlijk intensief contact met ‘nieuwe’ arbeidsmigranten signaleert hij problemen en koppelt dit terug naar Team Transvaal. Zo ontstaat beter zicht op de problematiek en de leefwereld van ‘nieuwe’ arbeidsmigranten en kunnen er oplossingsgerichte initiatieven ontwikkeld worden.

Samenhang en continuïteit Onder professionals en bewoners is behoefte aan continuïteit.

Wat kan beter?

Onderling vertrouwen Geïnterviewden geven aan dat conflicten, spanningen, onvrede onder bewoners beter (h)erkend moet worden in aanloop naar een project zoals de wijkagenda. Daar zou een aparte sessie voor kunnen worden georganiseerd met een bijpassende vorm.

‘Ik denk dat we nu allemaal hapsnap dingen los van elkaar doen. We proberen wel eens samen dingen te doen en dan bereikt het ook de media, maar dan stopt het. Dan denk ik: “Ja, we hebben zoveel inzet gepleegd en dan?” Maar ik ben niet de regisseur.’ (professional)

Tijdens de gesprekken met bewoners en professionals werden verschillende verbeterpunten genoemd. Behapbaar maken Een professional stelt voor om de uitvoer van de wijkagenda behapbaar te maken en de haalbaarheid te vergroten. De focus zou dan moeten liggen op slechts een aantal punten die verder uitgewerkt en uitgevoerd worden door professionals, ondernemers, de gemeente en bewoners samen.

Het bereiken van bewoners Bewoners geven aan dat de gemeente meer maatwerk moet leveren om verschillende soorten bewoners te bereiken door verschillende communicatiemiddelen in te zetten. De gemeente zou niet-actieve en niet-betrokken bewoners kunnen bereiken door langs de deuren te gaan met korte vragenlijsten. Professionals zouden eventueel jongeren uit de wijk hiervoor kunnen inzetten.

Samenwerking De samenwerking tussen professional kan beter. Een professional geeft aan dat een goede samenwerking niet alleen draait om contact en korte lijnen, maar dat professionals ook elkaars agenda’s en prioriteiten kennen: waar is de ander mee bezig?

Meer bekendheid prioritair gebied Geïnterviewde bewoners kennen het pand van Team Transvaal aan het Kaapseplein niet zo goed. Ze weten niet waarvoor dat pand dient. Er zou meer bekendheid gegeven moeten worden aan wie en wat Team Transvaal is.

50

Duindorp

ervoor open staan, is het contact volgens hem snel gelegd. Een ‘nieuwe’ Duindorper geeft aan dat ze aan de ene kant goed contact heeft met de ‘oude’ bewoners, ze past er wel bij, maar dat ze aan de andere kant terughoudend is om medebewoners ergens op te wijzen. Bijvoorbeeld op afval dat uit auto’s wordt gegooid, of hondenpoep bij haar voor de stoep die niet wordt opgeruimd.

Wat speelt er? In de gesprekken met bewoners, professionals en gemeenteambtenaren komen vooral de volgende vraagstukken regelmatig terug:

‘Ik heb er een keer voorzichtig wat van gezegd, zo van “o, zal ik je een zakje geven”, maar daar was het meisje niet op voorbereid, dus begon ze te schelden.’ (bewoner)

Fysieke ruimte: wie is waarvoor verantwoordelijk? Betrokkenen noemen verschillende voorbeelden van afval rondom het wijkcentrum, waarbij onduidelijk is wie het veroorzaakt heeft, en wie het zou moeten opruimen. In de speeltuin liggen allemaal kleine zakjes waar ‘snus’ in heeft gezeten. Dat is nicotine met een smaakje, je doet het zakje onder je tong en krijgt dan nicotine binnen. De beheerders van de kinderboerderij bij de speeltuin ruimen de grote dingen wel op, maar al die zakjes verwijderen is voor hen geen doen. Tegelijkertijd is het niet prettig om jonge kinderen te laten spelen tussen afval en al helemaal niet dit type afval.

Voetbalkooi In elk gesprek kwam de voetbalkooi voorbij, daar is veel om te doen. Vanwege nieuwbouw net buiten de wijk (in het Havenkwartier) moest de bestaande voetbalkooi verplaatst worden. Maar omdat hij op een andere plek kwam, konden de bewoners van de nieuwbouw er bezwaar tegen indienen. En dat deden ze, ze vreesden overlast. Dit zorgde voor spanning, niet alleen tussen de bewoners van Duindorp en de bewoners van de nieuwbouw, maar ook tussen Duindorpers en de gemeente. De gemeente heeft het volgens de bewoners niet goed aangepakt en niet duidelijk gecommuniceerd. Verschillende gemeenteambtenaren zijn het hiermee eens. Een gemeenteambtenaar zegt: ‘Soms vergeten we te praten met de bewoners zelf.’ Er is soms ook sprake van miscommunicatie, informatie die achteraf niet blijkt te kloppen. Ook de informatie die individuele ambtenaren zelf hebben is niet volledig. Maar als je met elkaar in gesprek gaat, en echt naar het verhaal van de bewoners luistert, dan is er wel onderling begrip, aldus de ambtenaar.

Na festiviteiten ligt er regelmatig troep rondom het wijkcentrum. Bijvoorbeeld rond Pasen, toen er allemaal taartdozen lagen en er drugs gebruikt was. Er ontstaat dan heisa, maar het is onduidelijk wie verantwoordelijk is om het op te ruimen, en bovendien wordt de rommel niet door iedereen als een probleem gezien. Sociaal: spanningen tussen ‘oude’ en ‘nieuwe’ bewoners Het onderscheid tussen ‘oude’ en ‘nieuwe’ Duindorpers wordt door veel bewoners gemaakt. De oude Duindorpers worden door een professional omschreven als ‘over het algemeen gezellige mensen die houden van een praatje’. Er wordt veel gescholden, maar verder zijn het normale mensen, benadrukt hij. Als nieuwe Duindorpers

Een plek in de wijk Een ander punt dat regelmatig terugkomt, is het gevoel dat er in de wijk geen plaats is voor bepaalde groepen. Het gaat dan vooral om jongeren en jongvolwassenen.

51

Verschillende bewoners zeggen dat er voorzieningen in de wijk verdwijnen en dat ze het gevoel hebben dat de wijk ‘wordt leeggehaald’. De voetbalkooi wordt ook hier weer genoemd. Verder zien zij wel dingen gebeuren, zoals het aanstellen van een nieuwe jongerenwerker. Dat is belangrijk, ‘maar bewoners willen praktische zaken zien, zoals de voetbalkooi, of een geldautomaat’, aldus een bewoner.

Sommige jongeren wijzen erop dat er voor jonge kinderen wel veel is in de wijk (zoals de speeltuin), maar voor oudere kinderen niet. Jongeren die ‘hangen’ voelen zich ook regelmatig opgejaagd door de politie, ook als er niets aan de hand is. Ze voelen zich ongewenst in hun eigen wijk. Verschillende bewoners noemen het probleem van huisvesting. Er is een braakliggend terrein naast de kinderboerderij, er staan hekken omheen, dat is al twee jaar zo. Er komen volgens bewoners duurdere woningen te staan, geen woningen voor de mensen in Duindorp die een grotere woning zoeken of jongeren die uit huis willen. Een bewoner noemt het voorbeeld van een gezin met drie kinderen, de oudste jongen heeft een vriendin, maar ze kunnen geen huis vinden, dus wonen ze allemaal bij elkaar.

Bewoners die ervaring hebben met een specifiek project – zoals kinderboerderij Beestenboel Tesselweide – zijn positief over hun betrokkenheid bij de aanpak en over wat zij daarmee bereiken (zie best practices). Een bewoner die wel actief is in haar eigen blok, maar zich minder bezighoudt met ontwikkelingen in de wijk als geheel, merkt weinig van de aanpak. Ze vindt Duindorp over het algemeen een fijne wijk om te wonen en krijgt alleen iets mee van gebeurtenissen die veel aandacht krijgen: ‘Ik weet alleen over vuurwerk en vuur [de vreugdevuren] en de voetbalkooi.’

Wat zijn de ervaringen met de aanpak? Bewoners die actief zijn in de wijk kennen meestal wel ‘het plan van aanpak’ voor Duindorp. De termen Wijkagenda en Prioritaire Gebieden zijn minder of niet bekend. Volgens een actieve bewoner zijn er voor de totstandkoming van het plan van aanpak publieke dialogen gevoerd in de wijk. Maar daarna is het lang stil gebleven.

Een jongerenwerker ervaart dat vertrouwen cruciaal is; zonder het vertrouwen van de jongeren bereik je niets. Door ‘outreachend’ te werken en vaak een rondje door de wijk te lopen, zijn de jongerenwerkers bekend gezichten voor de jongeren. Ook bij boa’s is dit belangrijk gebleken; als er nieuwe komen moet je weer van vooraf aan beginnen. Het grote verloop binnen de gemeente helpt niet mee, zegt de jongerenwerker. Dingen die misgaan in de communicatie zijn geen opzet, maar het gaat volgens hem vaak ‘niet handig’.

‘In het plan van aanpak staat: “Er is veel geprobeerd, het heeft veel tijd gekost, het is nu tijd om het anders te doen”, maar als je dan vraagt “hoe dan?”, dan komt er geen duidelijk antwoord op.’ (bewoner)

52

Best practices: wat gaat er goed?

fijn dat Duindorp hiermee op een positieve manier aandacht krijgt; meestal wordt de wijk door lokale en landelijke media – en ook door onderzoekers – opgezocht om problemen te belichten, merken ze op.

Samenvallen verschillende beleidstrajecten Verschillende betrokkenen geven aan het positief te vinden dat de aanpak in Duindorp samenhangend is: de eerdere aanpak Duidelijk Duindorp heeft geleid tot de wijkagenda en ‘het actieplan’ en in Duindorp vallen de Wijkagenda en de Aanpak Prioritaire Gebieden samen. ‘Het loopt in elkaar over, dat is mooi’, zegt een gemeenteambtenaar.

Wat kan beter? Betrekken van bewoners ‘Ik ben niet negatief, maar wel kritisch’, zegt een bewoner. Hij vindt dat bewoners wel goed betrokken zijn bij het voortraject van het plan van aanpak, maar niet bij het vaststellen van het plan en de verdere stappen. Een gemeenteambtenaar vindt dat er veel meer informatie gegeven moet worden aan bewoners: ‘Als je mondjesmaat informatie geeft, worden mensen kwaad op “die rotgemeente”.’ Zij vindt dat er vanuit de gemeente ook eerder gezegd moet worden dat ze iets fout hebben gedaan, zoals rond de voetbalkooi: ‘Wees dan dapper.’

Verbinding leggen tussen ‘oude’ en ‘nieuwe’ bewoners De beheerders van de kinderboerderij, die ook in de wijk wonen, zetten zich in voor de verbinding tussen verschillende groepen kinderen in de wijk; vooral tussen de kinderen van de ‘oude’ en de ‘nieuwe’ Duindorpers. Die kinderen zitten vaak op andere scholen; nieuwkomers kiezen vaak voor scholen buiten de wijk. De kleuters vanuit de ‘duurdere huizen’ komen nu ook spelen in de speeltuin, dat hebben de beheerders met een ‘juf’ van de school georganiseerd. Ze hopen dat er ook oudere kinderen zullen komen.

Meer speel-/hangruimte voor jongeren van verschillende leeftijden Het aanbod in de wijk is beperkt, vinden jongeren zelf. Een jongerenwerker zegt dat er wel voorzieningen zijn, maar dat het versnipperd is. Een sportveld wordt beheerd door een andere organisatie, de jongerenwerker geeft aan dat jongeren er vaak niet in kunnen en hij daar geen sleutel van heeft.

PBS-benadering De ‘Positive Behaviour Support’-benadering is een proces van de lange adem. Het gaat over positief gedrag stimuleren en is gericht op kinderen van verschillende leeftijden. Scholen, jongerenwerk, sportorganisaties en de kinderboerderij trekken hier samen in op; het is een voorbeeld van een integrale aanpak. ‘Langzaamaan zie je resultaten komen’, zegt een gemeenteambtenaar. Tegelijkertijd vindt deze ambtenaar dat je moet waken voor paternalisme: kinderen weten wel hoe ze ‘netjes’ moeten praten, maar hoe erg is het als ze dat niet altijd doen?

Meer zicht op opbrengst van aanpak Diverse betrokkenen zien dat er successen behaald worden. Maar echt zicht op de impact is er volgens een gemeenteambtenaar nog niet: ‘We proberen veel, maar wat is de impact? Als je het vergelijkt met de moeite, wat is dan het rendement?’ Zij pleit ervoor meer onderzoek te doen, om zo bij te dragen aan de lerende organisatie die de gemeente wil zijn. Hiervoor is het ook van belang dat de aanpak niet bestaat uit kortlopende projecten. Continuïteit is belangrijk om resultaten te kunnen behalen en om van fouten te kunnen leren.

Foto’s aan de gevels Direct zichtbare resultaten, zoals de portretfoto’s aan de gevels, door kinderen uit de wijk gemaakt van andere bewoners, worden positief beoordeeld door verschillende bewoners. Ze vinden het ook

53

Bomen- en Bloemenbuurt

Ervaringen met gemeente kleuren mening over wijkaanpak Bewoners zien de gemeente vaak als één geheel. Wanneer bewoners op een negatieve manier met de gemeente in aanraking zijn gekomen, zijn zij minder geneigd om aan een volgend traject mee te doen. Dit komt doordat de eerdere ervaringen hun visie op de gemeente zo hebben getekend dat zij vaak achter zijn gelaten met ideeën als ‘de gemeente doet toch niets voor mij’, ‘de gemeente luistert toch niet’, of ‘participatie wordt alleen gebruikt om al besloten plannen door te drukken’ (citaten uit straatgesprekken).

Wat speelt er? Verkeersveiligheid staat op nummer 1 geagendeerd op de wijkagenda en komt ook vaak terug als thema in de straatgesprekken met bewoners. Bijeenkomsten over dit thema worden volgens de voorzitter van een wijkberaad altijd druk bezocht. Ook groen in de wijk en verduurzaming staan op de wijkagenda en zijn thema’s die leven onder de bewoners. Een gemeenteambtenaar zegt enigszins gechargeerd: ‘Wanneer het ergste probleem parkeren is, dan gaat het best goed in de wijk.’ De Bomen- en Bloemenbuurt kent – anders dan de andere wijken die we hebben onderzocht – geen als prioritair gebied bestempelde straten of pleinen. Bewoners trekken volgens de gemeenteambtenaar snel aan de bel, zijn over het algemeen mondig, en weten hun weg te vinden naar gemeentelijke instanties. Wat zijn de ervaringen met de aanpak? Veranderingen gezien, wijkagenda minder Bewoners zien wel veranderingen in de wijk, maar koppelen dit vaak niet aan de wijkagenda. Dit wordt meerdere malen aangegeven in de straatinterviews en in het diepte-interview met bewoners. Vaak zien zij de wijkagenda alleen in de wijkkranten langskomen en zijn zij hier verder niet echt mee bezig. Wel zien zij veranderingen in de wijk, maar zij zien dit vaak meer als iets dat buiten bewoners om gebeurt door de gemeente.

Proces vaak belangrijker dan uitkomst Een bewoner vertelt dat haar man heeft meegedaan aan het proces rondom het Haags cultuurcentrum: ‘Hij vond het ontzettend leuk om mee te praten.’ Zij werden op alle manieren op de hoogte gehouden: via brieven, Hoplr [een buurtapp] en email. Deelnemers mochten ideeën inbrengen, ‘maar het resultaat was niet naar wens wegens meningsverschillen’. Zij geeft wel aan nog behoefte te hebben om aan participatietrajecten mee te doen, bijvoorbeeld bij trajecten over armoedebestrijding. Dat de eerdere uitkomst niet naar wens was, betekent dus niet dat zij ‘afhaken’. Wanneer het proces als prettig of eerlijk is ervaren, is het oordeel vaak positief, ongeacht het resultaat, blijkt ook uit andere gesprekken (en zie ook Bleijenberg, 2022). Communicatie over de aanpak Gemeenteambtenaren geven aan dat er problemen zijn met hoe wordt gecommuniceerd met bewoners. Verschillende ambtenaren vinden het lastig te bepalen wanneer iets gecommuniceerd moet worden. Zo zegt een gemeenteambtenaar: ‘Je wilt pas wat communiceren als er een resultaat is.’ Hierbij is het risico groot dat het heel lang duurt voordat bewoners iets te horen krijgen over de voortgang van een project.

54

Best practices: wat gaat er goed?

Combinatie online en fysieke bijeenkomsten Veel respondenten geven in de straatinterviews aan dat online participatie – die ingezet is bij het opstellen van de wijkagenda – voordelen heeft. Het is voor veel bewoners laagdrempelig en het kost minder tijd. Voor ouders van jonge kinderen betekent dit dat zij sneller mee kunnen doen. Een respondent geeft aan dat online participatie zo simpel mogelijk gemaakt moet worden.

Relatief veel bewoners participeren De gemeenteambtenaren geven aan dat de Bomen- en Bloemenbuurt een wijk is waar het in vergelijking met andere wijken in Den Haag relatief makkelijk is om participatietrajecten op te starten. Het is makkelijker om in deze wijk mensen te vinden die de tijd hebben en bereid zijn om mee te denken over onderwerpen. Ook zijn de wijkberaden in de Bomen- en Bloemenbuurt heel actief en is het contact met hen laagdrempelig, zodat ze eenvoudig betrokken kunnen worden bij de trajecten. De deelname aan participatietrajecten komt overeen met het beeld uit de straatinterviews. Van de 32 willekeurige voorbijgangers met wie we een gesprek hadden, hebben er 15 meegedaan aan een participatietraject. Daarnaast waren er respondenten die nog niet hebben geparticipeerd, maar wel de behoefte zouden hebben om te participeren. Dat participatie goed gaat in deze buurt, is echter niet eenvoudig te vertalen naar wijken met een andere samenstelling en met andere problematiek, geven gemeenteambtenaren aan.

‘Online is wel makkelijker want het kost minder tijd, maar er moeten geen extra stappen aan zitten, zoals aanmelden of wachtwoorden. Dan haak ik af.’ (bewoner) Fysieke bijeenkomsten blijven ook belangrijk. De wijkberaden geven aan dat fysieke bijeenkomsten vooral meerwaarde hebben wanneer het over complexere onderwerpen gaat waar veel mensen in de wijk iets over te zeggen hebben, zoals verkeersveiligheid. Ook meerdere wijkbewoners zeggen dat het bij fysieke bijeenkomsten sneller mogelijk is om dieper op de inhoud in te gaan. Wat kan beter?

Concrete resultaten verkeersveiligheid Een concreet positief voorbeeld voor veel bewoners zijn de extra voetgangersoversteekplaatsen (VOP’s) aan de Thomsonlaan. De oude situatie zorgde voor onveiligheid met oversteken voor omwonenden. Deze VOP’s maken het oversteken volgens bewoners een stuk veiliger.

Bewoners en gemeenteambtenaren geven verschillende tips voor het vervolg van de wijkagenda: Communicatie: frequenter en meer over proces Verhoog de frequentie van communicatie en wacht niet met communiceren tot er een resultaat is behaald. De kanalen die gebruikt worden voor communicatie zijn goed, maar er zou meer informatie gedeeld kunnen worden. Hierbij moet niet gewacht worden op resultaat; bewoners waarderen het als zij in het proces worden meegenomen.

Naast de VOP’s zijn er verderop in de straat ook verkeerswijzigingen geweest, bij het kruispunt Thomsonlaan-Goudenregenstraat. Hier zijn aanpassingen gedaan aan de parkeervakken en VOP’s. Ook zijn er Hagenaartjes geplaatst die de verkeerssituatie veiliger moeten maken. Voor velen zijn deze aanpassingen positief.

55

Binnen de Bomen- en Bloemenbuurt lopen verschillende trajecten met vergelijkbare namen. Voor bewoners is het lastig te zien wat vanuit welk traject gebeurt. Enerzijds hoeven bewoners die trajecten niet bij naam te kennen en is het positief dat zij wel de resultaten zien. Anderzijds zou het mooi zijn als bewoners worden meegenomen in de onderlinge samenhang van het beleid en als de informatie hierover niet versnipperd is.

Versoepeling interne processen De wijkagenda loopt van 2020 tot 2024 en was ten tijde van het onderzoek ongeveer op de helft van de looptijd. Een betrokken gemeenteambtenaar geeft echter aan dat deze nog niet op de helft van voltooiing is. Deze achterstand komt volgens de ambtenaar vooral door de moeilijke en langdurige processen binnen de gemeente Den Haag. Hierbij wordt ook aangekaart dat het stadsdeel niet altijd beschikt over de op het betreffende thema relevante ambtenaren, waardoor een project naar een afdeling op het stadhuis moet. Dit maakt een aanvraag of initiatief nog lastiger uit te voeren.

Wederkerigheid in participatie Maak gebruik van creatieve vormen van participatie en geef iets terug aan de wijk tijdens het proces. Participatie is vaak wat ‘stoffig’, vinden vooral jongere bewoners. Door gebruik te maken van creatieve sessies zoals workshops, webinars en pizzasessies kunnen andere doelgroepen worden bereikt en betrokken.

Wijkagenda-light Verschillende gemeenteambtenaren adviseren om bij het aflopen van de huidige wijkagenda geen compleet nieuwe wijkagenda op te stellen. Een van hen opperde een ‘Wijkagenda-light’. De wijkagenda behoudt dan de functie van het agenderen van problemen in de wijk voor en door bewoners, maar in een lichtere vorm. Bullet points in plaats van uitgewerkte ideeën en prioriteiten in plaats van het opstellen van thema’s en actiepunten hierin. Zo’n Wijkagenda-light zou een passend instrument kunnen zijn om wijken met relatief minder complexe problematiek toch mee te nemen in het programma van de Wijkagenda’s.

Samenwerking gemeente en wijkberaden Maak duidelijk welke rol de wijkberaden hebben binnen de wijk en hoe deze door de gemeente worden ingezet. De wijkberaden nemen een kritische houding in ten aanzien van het handelen van de gemeente. Hier brengen gemeenteambtenaren tegenin dat de wijkberaden ook niet altijd even transparant zijn over de positie die zij innemen. In gesprek met elkaar moet duidelijk worden welke rol de wijkberaden moeten innemen en hoe deze ingevuld moet worden. Waar vanuit de gemeente wordt aangegeven dat er over het algemeen goed zicht is op waar de wijkberaden mee bezig zijn, is dat andersom een stuk minder het geval. Volgens beide wijkberaden zijn er voldoende mensen in de wijk die mee willen en kunnen doen in de uitvoering van de wijkagenda en zou de gemeente dit potentieel nog meer kunnen benutten.

56

Bijlage 3: Vijf profielen van wijkgericht werken

• •

Platform31 heeft in de publicatie Organisatievormen in het wijkgericht werken verschillende organisatievormen van wijkgericht werken uitgelicht. In les 11 hebben we deze al kort geïntroduceerd.

•

Proces met bewoners: vangt bewonersgeluiden op. Indien dit een doel is: sluit aan bij bestaande structuren en initiatieven in de wijk en bepaal de participatiestrategie. Bestuur en politiek: realiseert nabijheid van bestuur en borgt het wijkgericht binnen de gemeentelijke organisatie. Communicatie: is afhankelijk van aanleiding en ontwikkelrichting wijkgericht werken.

Profiel 2: de participatieve gemeente

Hieronder staan de schuiven van de vijf profielen onder elkaar afgebeeld. Door de profielen met elkaar te vergelijken wordt in één oogopslag duidelijk op welke aspecten de profielen overeenkomen en verschillen van elkaar. De vraag aan gemeenten luidt: waarin herkent u uw gemeente en waar ziet u verschillen? Profiel 1: de ontwikkelende gemeente

• • • • • •

Positionering intern: maakt domeinoverstijgend werken mogelijk en koppelt projecten aan elkaar. Proces binnen gemeente: maakt differentiatie van beleid naar wijken mogelijk.

•

57

Positionering intern: is afhankelijk van aanwezigheid wijkbudget en budgetverantwoordelijkheid wijkprofessionals. Proces binnen gemeente: heeft geen prioriteit, responsiviteit richting bewoners en participatie staan voorop. Proces met bewoners: is het belangrijkst. De nadruk ligt op initiatieven uit de wijk (samenwerken en stimuleren), eventueel aan de hand van buurtbudgetten. Bestuur en politiek: krijgt weinig bestuurlijke aandacht, grote afstand wijkprofessional en bestuur, ceremoniële rol (wijk) wethouders. Communicatie: er is structurele gebiedsgerichte communicatie richting de wijk, interne communicatie op orde.

Profiel 3: de organisatiegerichte gemeente

Profiel 4: de toenaderingsgerichte gemeente

•

•

• • •

•

Positionering intern: staat in de schijnwerpers: (vaak) aparte afdeling wijkgericht werken, structureel budget én mandaat wijkambtenaar. Proces binnen gemeente: heeft hoogste prioriteit en komt tot uiting in duidelijke interne (wijkgerichte) werkprocessen, integrale wijkteams, en structurele gebiedscycli. Proces met bewoners: gemeente voelt zich verantwoordelijk voor wijkopgaven, weinig ruimte voor burgerinitiatieven en zeggenschap van bewoners. Bestuur en politiek: wijkprofessional dichtbij bestuur: wijkwethouders als aanvoerder van wijkteams en ambassadeur voor de wijk binnen het college. Aandacht voor wijkgericht werken in coalitieakkoorden helpt hierbij. Communicatie: externe gebiedsgerichte communicatie is geen prioriteit, focus op interne organisatie en communicatie daarbinnen.

• • • •

58

Positionering intern: is afhankelijk van aparte afdeling gebiedsgericht werken, of onder sociaal dan wel fysiek domein. Proces binnen gemeente: intern domeinen verbinden is van ondergeschikt belang. Proces met bewoners: er is veel aandacht voor opvangen geluid uit de wijk. Bestuur en politiek: bestuur dichter bij bewoners brengen heeft prioriteit, bijvoorbeeld door wijkwethouders aan te stellen. Communicatie: is geen vereiste, nadruk op toegankelijkheid en gespreksmethodieken met bewoners.

Profiel 5: de gekantelde gemeente

• • • • •

Positionering intern: heeft een beleidsoverstijgende afdeling naar de logica van de burger, platte organisatie met korte lijnen. Geen indeling naar beleidsterreinen binnen gemeente. Proces binnen gemeente: er is continue afstemming met vakcollega’s en breed opgezette wijkteams. Proces met bewoners: staat centraal. Wijkbewoners worden actief bij beslissingen betrokken en denken mee over gebiedsgericht beleid. Bestuur en politiek: bestuurders en directeuren zijn ‘in dienst’ van de wijk, volgen logica van wijkbewoners. Communicatie: er is intensieve interne en externe gebiedsgerichte communicatie, ook om moeilijk te bereiken inwoner te betrekken.

59

Bijlage 4: Contouren van een streetwise monitor

Functies van monitoren Monitoren die relevant zijn voor het systematisch en periodiek volgen van maatschappelijke ontwikkelingen in wijken en buurten vervullen een aantal functies:

Over monitoren Monitoren is te definiëren als het periodiek en systematisch volgen van maatschappelijke ontwikkelingen ten behoeve van beleid. De meeste monitorsystemen worden jaarlijks of tweejaarlijks geactualiseerd. Denk aan landelijke monitoren als CBS in uw Buurt en De Leefbaarometer, maar ook aan gemeentelijke monitoren als Den Haag in Cijfers, De Leefbaarheidcirkel en het Wijkprofiel, het monitoringsinstrument van de gemeente Rotterdam om in kaart te brengen hoe de stad en de wijken ervoor staan op het sociale, fysieke en veiligheidsdomein. Zowel genoemde landelijke als gemeentelijke monitoren reiken een schat aan informatie aan over de leefbaarheid van wijken en buurten in de meest brede zin van het woord. Deze landelijke en gemeentelijke monitoren laten zich aan de hand van onderstaande vijf kenmerken definiëren. Hun betekenis ontlenen ze aan hun levensduur, omdat pas na verloop van de tijd ontwikkelingen zichtbaar worden. Dat stelt ook eisen aan gebruiksvriendelijkheid: monitoren die niet gebruiksvriendelijk zijn, zijn geen lang leven beschoren. Vijf kenmerken van monitoren • Informatie wordt periodiek verzameld • Verzamelde informatie is zo actueel mogelijk • Gebruikte indicatoren/meetmethode zijn/is steeds hetzelfde • Verzamelde informatie biedt aanknopingspunten voor actie • Monitor kent een ijkpunt – een startpunt, soms ook een streefcijfer

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12621276/1