RIS315044 Bijlage 2 Rapport onderzoek gemeentelijke aanpak prioritaire gebieden en wijkagenda s
Tekst van het document
60
•
Beschrijvende functie, vaak getypeerd met de metaforen van scan of thermometer: door meerdere indicatoren te bundelen ontstaat een momentopname waarmee in één blik duidelijk wordt hoe de buurt ervoor staat op belangrijke aspecten.
•
Signalerende functie: door herhaaldelijk hetzelfde gebied in kaart te brengen, krijgt deze een signalerende functie. Een verschijnsel komt op, eerst nog maar heel beperkt, maar gaandeweg tekent zich een trend af. Het is voor lokaal beleid belangrijk om trends zo vroeg mogelijk op het spoor te komen, zodat er op kan worden geanticipeerd. Voor deze functie zijn de seismograaf of barometer leidende metaforen.
•
Agenderende functie: op basis van de beschreven stand van zaken en gesignaleerde ontwikkelingen kan een prioritering aangebracht worden in de thema’s die bewoners of andere partijen in hun buurt belangrijk vinden. Met de agenderende functie wordt de vertaalslag gemaakt van registratie (wat speelt er?) naar ambitie (welk doel wil je bereiken?). In het verlengde hiervan kan worden nagedacht over de gewenste maatregelen.
•
Evaluatieve functie: bij maatregelen in buurten is het niet altijd gemakkelijk om geconstateerde verbeteringen of verslechteringen aan ingezet beleid toe te schrijven. Met intelligente buurtscaninstrumenten kan vaak wel plausibel gemaakt worden of beleidsmaatregelen/aanpakken verschil hebben gemaakt.
Voor prioritaire gebieden schieten bestaande monitoren tekort
Het resultaat is direct afleesbaar aan de leefbaarheids- en veiligheidsgevoelens van de bewoners die er wonen en de ondernemers die er werken. Dat betekent dat niet alleen de beschrijvende functie tekortschiet, maar ook de signaleringsfunctie met bestaande monitoren. Trends komen te laat in beeld, waardoor ook de agenderende functie in gebreke blijft omdat iets pas geagendeerd wordt op het moment dat zaken al te veel uit de hand zijn gelopen of mogelijk alweer omgebogen zijn. Met de bestaande monitoren kom je te vaak te vroeg of te laat bij het verzamelen van beleidsrelevante informatie op de laagste schaalniveaus.
Deze vier functies van monitoring komen op lagere schaalniveaus gebrekkig van de grond. Dit is precies ook het schaalniveau van prioritaire gebieden die in de meeste gevallen uit stukjes buurt en (delen van) straten bestaan. Ze functioneren om twee redenen gebrekkig. Ten eerste zijn er geen statistieken beschikbaar over deze lagere schaalniveaus. Er zijn wél cijfers over de buurt of over een postcodegebied beschikbaar, maar niet over een deel van een buurt, een (stukje) straat of portiek. Dit betekent niet dat alle beschikbare statistiek onbruikbaar is, maar dat ze voor sommige situaties te weinig precies is. Zo kan het zijn dat er sprake is van geruststellende statistieken over de leefbaarheid op het niveau van de buurt, terwijl er op specifieke plekken sprake is van allerlei ongerief. Of dat de statistieken over cohesie op het niveau van de buurt zeer negatief zijn, terwijl op tal van plaatsen sprake is van grote onderlinge solidariteit.
Beleid voor prioritaire gebieden is gebaat bij straatwijze informatie Het monitoren van de leefbaarheid en veiligheid in prioritaire gebieden vraagt een vorm van streetwise monitoring dicht op de actualiteit van het alledaags leven, mogelijk met een dagelijkse/ wekelijkse/maandelijkse frequentie. Streetwise is wellicht niet het eerste woord dat bij je opkomt in het geval van monitoren. Immers, monitorsystemen bestaan uit registraties en enquêtes die op afstand verwerkt worden, ver weg van de straat. Meestal vindt er pas in tweede instantie een confrontatie plaats met de realiteit van de straat – vanuit de opvatting dat ‘cijfers niet het hele verhaal vertellen’. Cijfers worden dan genuanceerd en verrijkt met kwalitatieve informatie, om te nuanceren, te verdiepen, te duiden,
Ten tweede worden bestaande monitorsystemen als CBS in uw Buurt, De Leefbaarometer en Den Haag in Cijfers jaarlijks of tweejaarlijks geactualiseerd. Dat hoeft geen probleem te zijn. Op hogere schaalniveaus behouden statistieken voor een jaar of twee jaar hun actualiteit. Maar op lagere schaalniveaus kunnen ze snel verouderen, omdat zich op buurt- of straatniveau in korte tijd belangrijke veranderingen kunnen voltrekken. Statistieken, trends en public moods kunnen grote schommelingen vertonen op de laagste schaalniveaus. Er is ineens een hangplek voor jongeren, er is een schietincident, er is sprake van overbewoning in wéér een paar huizen extra in de straat, foute horeca drukt een stempel op een stukje straat op warme zomeravonden, nieuwe of gerenoveerde huizen worden opgeleverd, eindelijk is het pleintje mooi opgeknapt.
61
te verklaren, te evalueren. Bij een streetwise monitor is er sprake van een frequente directe confrontatie met de straat. De vraag is welke vorm deze permanente monitoring kan aannemen. In het verleden heeft Movisie verschillende monitorsystemen ontwikkeld die raken aan het stempel streetwise. We lopen ze hier kort langs omdat ze mogelijk aanknopingspunten bieden voor een streetwise monitor voor de prioritaire gebieden in Den Haag.
Indicatoren sociale wanorde • Gebrekkig onderhoud van collectieve ruimte (zoals het trappenhuis, de gemeenschappelijk tuin, het portiek) • Naambordjes ontbreken aan de deuren • Afgeschermde ramen (afgeplakt, planken, lappen stof) • Asociaal rijgedrag: hard rijden, verkeerd parkeren en tegen de rijrichting in rijden • Illegale onderhuur • Hoog verloop huurwoningen • Geluidsoverlast • Geweld of ruzie op straat • Structurele overlast van horeca (geluidsoverlast, openbaar dronkenschap of ruzies op straat) Bron: Zicht op sociale veiligheid | Movisie.
Een vroegsignaleringssysteem voor bewoners met behulp van een indicatorenset Ten eerste zou een dergelijke monitor de vorm kunnen aannemen van een vroegsignaleringssysteem voor bewoners. Een dergelijk systeem is door Movisie in het verleden ontwikkeld voor het beleidsveld sociale veiligheid: Zicht op sociale veiligheid | Movisie (Van Arum en Lub 2007). Kern van dit signaleringssysteem zijn indicatorensets voor het alert registeren van verschijnselen ‘sociale wanorde’ en ‘fysieke wanorde’. In dit vroegsignaleringssysteem krijgen gebruikers ook een motivatie van de gekozen indicatorensets, én geeft het systeem aan wat je als bewoners kunt doen en wie je moet aanspreken. Het gaat o.a. om de indicatoren in de kaders aan de rechterkant van deze pagina.
Indicatoren fysieke wanorde • Gebrekkig onderhoud van woningen • Kapotte speeltoestellen • Graffiti • Slechte verlichting (bijvoorbeeld op straat of in portieken) • Doorgeroeste/kapotte lantaarnpalen • Niet onderhouden groen (loshangende takken, zieke bomen) • Overwoekerde geveltuinen • Open straten en stoepen • Onnodig lang durende bouwwerkzaamheden in openbare ruimten • Verzakkingen • Losse tegels • Belemmering doorgang en bereikbaar Bron: Zicht op sociale veiligheid | Movisie.
62
Als een gemeente of wijkorganisatie een x-aantal bewoners weet te motiveren om dit vroegsignaleringssysteem te gebruiken over een langere periode, dan is er sprake van een vorm van monitoring op een laag schaalniveau. Het stelt wel eisen aan de wijze waarop de registraties worden vastgelegd. Dat is niet eenvoudig. In de tijd van de sociale vernieuwing (1990-1998) kende Rotterdam het eye eye-project. In dit project had een beperkt aantal bewoners van spanningsvolle straten een rol bij het signaleren van allerlei gebreken in de eigen woonomgeving. In aanzet was dat een vroegsignaleringssysteem van bewoners, maar dit project heeft nooit een systematisch vervolg gekregen. Het is niet eenvoudig om registraties/ observaties systematisch door bewoners vast te laten leggen: het is vrijwilligerswerk, bewoners kunnen wegvallen of ermee stoppen, et cetera.
traditionele scheepslogboeken meer beschrijvingen van de belevenissen tijdens de reis terecht. Van een Thuis Op Straatmedewerker werd gevraagd om elke dag het logboek in te vullen. De focus lag op de verrichte activiteiten. Aan de hand van vragen werd de medewerker langs de belangrijkste aspecten van de activiteit geleid: hoeveel kinderen deden mee, was er contact met volwassenen? Wekelijks kon een TOS-medewerker uitdraaien maken van de koers die zijn locatie had gevaren en kon hij zich ook vergelijken met andere TOS-locaties. Hoe was de meidenparticipatie in de afgelopen week/ weken? Omdat hij de beschikking had over actuele gegevens kon hij zijn koers verleggen en maatregelen nemen om bepaalde targets te halen. Een en ander vroeg veel van de discipline en digitale vaardigheden van Thuis Op Straat-medewerkers. De gegevens werden ook digitaal naar de Erasmus Universiteit (EUR) gezonden. Medewerkers van de EUR waren als begeleider betrokken. Achilleshiel bleef niettemin het goed bijhouden van het logboek door de TOS-medewerkers. Het gebruik van de logboeken is dan ook op een gegeven moment beëindigd.
Een digitaal logboek voor frontliniewerkers In sommige Haagse prioritaire gebieden is de facto al sprake van een vorm van permanente monitoring. Niet door bewoners, maar door eerstelijnsprofessionals. Denk aan wijkagenten die vaste surveillanceroutes lopen versterkt met buitengewone opsporingsambtenaren (boa’s). Deze surveillance-observaties zouden mogelijk gesystematiseerd en aangevuld kunnen worden met observaties van andere relevante eerstelijnsprofessionals, zoals huismeesters/ sociaal beheerders van woningcorporaties, opbouwwerkers en wijkteammedewerkers. In Rotterdam is binnen het project Thuis Op Straat (TOS) in het verleden ook een permanente vorm van monitoring geïntroduceerd door medewerkers van TOS digitale logboeken te laten invullen op spanningsvolle pleinen. Het logboek is een instrument uit de scheepvaart. In het logboek werden oorspronkelijk vooral feitelijke gegevens opgeschreven, zoals de plaats- en tijdsbepaling van het schip, de koers en de afgelegde afstand. Later kwamen er in
Een checklist voor sociale ‘Rayonhoofden’ en ‘IJsmeesters’ Movisie heeft in het verleden voor de gemeente Zuidwest Friesland een checklist sociale verbondenheid gemaakt. Deze Checklist Sociale Steun Zuidwest Friesland was opgesteld samen met bewoners en professionals uit Zuidwest Friesland. De checklist ging over het thema Leefbaarheid en sociale samenhang. Meer specifiek werd gekeken hoe een effectieve onderlinge steunstructuur in wijken en dorpen kan worden onderhouden en versterkt. Deze checklist bood daarvoor een handreiking. De checklist werkte naar analogie met de Elfstedentocht met ‘Rayonhoofden’ en ‘IJsmeesters’. Toen de checklist ontwikkeld werd leek deze tocht er weer aan te komen.
63
Friese rayonhoofden en ijsmeesters bleken elk windwak in de route te kennen en met gerichte ijstransplantaties gaten te kunnen dichten. In het project stonden sociale rayonhoofden en sociale ijsmeesters centraal – personen die exact de sociale windwakken in de gemeenschappen wisten aan te wijzen en voorstellen konden doen voor verbetering.
Met de ingevulde checklist kregen de betrokkenen zelf een beeld van hun dorp of buurt op sociaal gebied, maar diende het ook als input voor het beleid van de gemeente en het beleid en het aanbod aan diensten van maatschappelijke organisaties en vrijwilligerswerk. Door het periodiek bijhouden van de checklist en door de resultaten te bespreken met het ‘rayonhoofd’ en de lokale organisaties en verbanden ontstond een proces waarin de sociale dimensie (sterke en zwakke kanten) in dorp en buurt goed in de gaten kan worden gehouden.
De rayonhoofden waren de ambtelijk coördinatoren van de gemeente Zuidwest Friesland. Zij verzamelden de informatie uit de checklists, bewaakten het proces en zorgden dat de informatie bij het juiste loket terecht kwam én dat er wat mee werd gedaan. De ‘ijsmeesters’ of sociale scouts vormden de spil. Zij waren de lokale oren en ogen van hun wijk of dorp. Zij hielden de lokale samenleving in de gaten en signaleerden met behulp van de checklist of er veranderingen optraden in de kwaliteit van de lokale netwerken. Zij waren geselecteerd op hun kennis van de kracht en de problemen van de lokale samenleving. De scouts uit de verschillende dorpen en wijken en de coördinator kwamen periodiek bij elkaar op gemeentelijk niveau. Tijdens deze bijeenkomsten werd de stand van het dorp of de wijk doorgesproken. Daarbij werd gekeken naar risicofactoren en kansen en werden oplossingen geformuleerd. Het ging bij dit instrument dus niet louter om het in kaart brengen van de mate van onderlinge steun, maar ook om het formeren van een netwerk dat een actieve en activerende rol speelt, zowel naar burgers, als naar de gemeente en maatschappelijke organisaties.
Een onderdeel van de checklist was de rol die allerlei voorzieningen speelden bij die sociale verbondenheid, een ander onderdeel waren de ervaren knelpunten bij het inhoud geven aan sociale verbondenheid. Werken met observatiesheets, mini-interviews en buurtwandelingen, uitgevoerd door professionals en buurtbewoners Systematisch en frequent informatie ophalen op lagere schaalniveaus kan ook via observatiesheets, mini-interviews en buurtwandelingen door wijkprofessionals. De Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting (SEV) heeft hiervan gebruik gemaakt in een onderzoek naar het gebruik van publieke ruimten in de Poptahof, een Delftse vroegnaoorlogse wijk die veel gelijkenissen heeft met de wijken van Den Haag Zuidwest. Professionals die werkzaam waren bij o.a. corporaties en welzijnsorganisaties hebben gedurende vier seizoenen verschillende publieke ruimten in de Poptahof geobserveerd. Elk seizoen zijn zij gedurende vier weken een half uur per week de buurt ingegaan. Meestal observeerden zij alleen. Aan de hand van een vooraf opgestelde matrix noteerden de observanten nauwkeurig wie zich in de betreffende ruimte begaven. Voor elke persoon of groep personen die de observant zag, werden enkele kenmerken genoteerd, namelijk: groepsgrootte,
Telkens één maand voor de bijeenkomst op gemeentelijk niveau werden de coördinatoren gevraagd om de checklist in te vullen en aan te leveren. De checklist werd door de deelnemers in de verschillende buurten en dorpen tijdens een bijeenkomst gezamenlijk ingevuld.
64
samenstelling groep (gezin, stel, vrienden), leeftijd, etnische achtergrond en activiteit. Het noteren van de kenmerken gebeurde aan de hand van de beste inschatting die observanten op dat moment konden maken. Deze inschatting klopte niet altijd met de werkelijkheid. De verzamelde gegevens waren dan ook niet zozeer een poging om de werkelijke sociale samenstelling op bepaalde locaties te vatten, maar bedoeld om de ervaring van diversiteit naar groepen, leeftijd en etniciteit op een gestructureerde manier in beeld te brengen. Wat zien we wanneer we zelf als verblijvers tijd doorbrengen op een bepaalde plek? Wat doen mensen, is het druk of rustig, wat voor soort mensen zijn er? Daarbij hielp de observatiematrix om wat ze zagen op papier te krijgen en om deze ervaringen op een gestructureerde manier te analyseren. Het onderzoek heeft gedurende vier seizoenen plaatsgevonden. Als dit onderzoek gedurende enkele jaren herhaald was, dan was er sprake geweest van een monitor publieke ruimten.
•
Op een expertmeeting in oktober 2022 is stilgestaan bij de verschillende hier gepresenteerde voorbeelden en is er nagedacht over het nut en de noodzaak, de randvoorwaarden en kwaliteiten van een mogelijke straatwijze monitor voor Haagse wijken met sociale en fysieke problematiek, in het bijzonder de prioritaire gebieden. Het gezelschap bestond uit landelijke monitorexperts, onderzoekers van Movisie en De Haagse Hogeschool, Haagse wijkwerkers (o.a. jongerenwerkers, opbouwwerker, medewerker woningcorporatie) en ambtenaren van de gemeente Den Haag. In de discussie werden o.a. de volgende punten ingebracht. •
De focus in de huidige monitoren ligt op wat er fout gaat. Dit verdient correctie. In een straatwijze monitor is het belangrijk om ook zaken te belichten die goed gaan of positief zijn. Dat zou een unique selling point zijn van een dergelijke monitor.
•
Het is cruciaal om ook positieve zaken en ontwikkelingen te belichten, maar wel op een realistische manier. Nu wordt er gedramatiseerd aan de hand van cijfers, want hoog scoren op slechte lijstjes levert rijkssubsidies op. Daarnaast worden kleine succesvolle projecten overdreven in (lokale) media belicht. Bij beide vormen van overdrijving is geen enkele wijk/buurt/prioritair gebied of doelgroep gebaat.
•
Het realistisch belichten van positieve zaken/ontwikkelingen kan ook het vak van sociaal werkers versterken, bijvoorbeeld van jongerenwerkers, en daarmee ook de positie van jongeren zelf.
•
Het is de kunst om moeilijk bereikbare groepen te bereiken, en hun stem op te tekenen, maar begrijp dat een deel van de bewoners geen tijd heeft voor meewerken aan de publieke zaak, omdat ze hun handen vol hebben aan de eigen problematiek.
Naar een straatwijze monitor De vier voorbeelden uit de vorige paragraaf maken duidelijk dat het niet eenvoudig is om een straatwijze monitor in te richten als je afhankelijk bent van de vrijwillige inzet van bewoners of van de inbreng van wijkprofessionals. De vier voorbeelden hebben niet voor niets maar kort gefunctioneerd. Wil een monitor levensduur hebben, dan moet deze de volgende kenmerken bezitten: • • • •
De monitor is na instructie praktisch en eenvoudig toe te passen én te herhalen door bewoners en wijkwerkers. Bewoners en wijkwerkers moeten het nut ervan inzien. Het instrument biedt aanknopingspunten voor verbeteracties en nieuw beleid. Het instrument stimuleert de deelname van bewoners en wijkwerkers aan het maken van diagnoses, opstellen van actiepunten en buurtagenda’s.
65
Het instrument brengt niet alleen problemen en zaken die slecht gaan in beeld, maar juist ook positieve zaken.
•
In een dergelijke monitor is het belangrijk dat verschillende perspectieven een plek krijgen, dus dat verschillende wijkwerkers/ groepen bewoners een inbreng hebben. Zie ook les 1 .
•
Aandacht voor privacy is belangrijk. Informatie mag niet herleid kunnen worden tot concrete personen.
•
Welke concrete informatie leg je vast en hoe leg je het vast? Het is niet verantwoord om zomaar elk verhaal te delen in de vorm van storytelling. Het is belangrijk om een balans te vinden tussen zaken optekenen en dingen in de luwte houden of doen. Zie ook les 8.
•
Wat doe je met de opgetekende informatie? Je kweekt wantrouwen als je er niks mee doet. Zorg voor terugkoppeling. Bewoners/ wijkwerkers zijn moe van het aanleveren van informatie zonder terugkoppeling. Zie ook les 4.
•
Er zit een spanning tussen aan de ene kant een opdrachtgever die snel wil, zoals een nieuw college dat snel informatie wil hebben: dan kom je vaak bij getallen uit. En aan de andere kant impact meten: dat duurt langer, dat kost tijd. Dit pleit ervoor een instrument structureel in te zetten.
•
Iedereen moet de relevantie voelen: professionals, stadhuis, bewoners. Van hen allemaal informatie verzamelen. Gebruik verschillende vormen van monitoring. Stem de vorm van data verzamelen af op de partij. Welke vorm past binnen hun werk? Mensen haken af als het te veel werk is.
Op basis van de eerdere ervaringen met streetwise monitoren en de bevindingen van de expertmeeting, hebben we les 12 opgesteld. Een opmerking tot slot. De expertmeeting maakte duidelijk dat ambtenaren en eerstelijnsprofessionals het interessant vinden om met monitorexperts na te denken over vormen van streetwise monitoring. De eerste expertmeeting leverde niet een kant en klare monitor op, maar wel eerste ideeën én een gesprek over het belang van goede beleidsgerichte informatie. Het verdient aanbeveling – zo gaven de deelnemers aan – deze expertmeeting in 2023 een vervolg te geven.
66