RIS315044 Bijlage 2 Rapport onderzoek gemeentelijke aanpak prioritaire gebieden en wijkagenda s
Tekst van het document
Gemeentelijke aanpak prioritaire gebieden en wijkagenda’s Lessen uit de praktijk en aanbevelingen voor kwalitatieve monitoring
Auteurs: Marianne van Bochove (Haagse Hogeschool) Ibtissam Abaaziz (Haagse Hogeschool) Jolinde Dermaux (Movisie) Radboud Engbersen (Movisie) Fons Lustenhouwer (Platform31) Katja Rusinovic (Haagse Hogeschool) Sanneke Verweij (Movisie) Mees Wassenaar (Haagse Hogeschool)
Inhoudsopgave
Colofon
Samenvatting3
© November 2022 De Haagse Hogeschool, Movisie en Platform31
Les 1: Heb oog voor verschillende perspectieven op ‘het probleem’
7
Les 2: Communiceer duidelijk over wat de gemeente doet
10
Les 3: Informeer bewoners via verschillende kanalen en personen
12
Les 4: Open de ‘black box’ van bewonersparticipatie
14
Les 5: Varieer in participatiemethoden om diverse groepen te bereiken en betrekken
16
Les 6: Zorg voor continuïteit en goede overdracht in de gemeentelijke organisatie19
Auteurs: Marianne van Bochove, Ibtissam Abaaziz, Jolinde Dermaux, Radboud Engbersen, Fons Lustenhouwer, Katja Rusinovic, Sanneke Verweij, Mees Wassenaar Opdrachtgever: Gemeente Den Haag, Dienst Publiekszaken Vormgeving: Brian Lammens Foto’s: Beeldbank HHS, Marianne van Bochove, Brian Lammens, Katja Rusinovic, Gemeente Den Haag. Sommige, maar niet alle, foto’s zijn genomen in de onderzochte wijken en gebieden.
Les 7: Combineer quick wins met langetermijnaanpak
22
Les 8: Kijk naar onbedoelde effecten, positief en negatief
25
Les 9: Koester wat goed gaat
27
Les 10: Ga voor kwaliteit boven kwantiteit
29
Uitgever: De Haagse Hogeschool
Les 11: Werk aan het verder stroomlijnen van wijkgericht werken
31
Contact: m.e.vanbochove@hhs.nl
Les 12: Experimenteer met streetwise monitoring34 Conclusie: ‘Doen we de goede dingen en doen we de dingen goed?’ 38 Bijlagen40 Bijlage 1: Over het onderzoek
41
Bijlage 2: Resultaten per wijk/gebied
43
Bijlage 3: Vijf profielen van wijkgericht werken
57
Bijlage 4: Contouren van een streetwise monitor60
Samenvatting Onderzoek in vijf wijken en vier prioritaire gebieden
Waarom dit onderzoek?
Voor dit onderzoek hebben we vijf wijken onderzocht. In vier van die wijken zijn ook prioritaire gebieden gelegen. Het gaat om:
In de gemeente Den Haag lopen verschillende programma’s die tot doel hebben de sociale en fysieke leefbaarheid en veiligheid van wijken en straten te verbeteren. De Wijkagenda’s en de Aanpak Prioritaire Gebieden zijn in dit kader twee belangrijke, elkaar deels overlappende, programma’s.
• • •
Beide gemeentelijke programma’s hebben samenwerking met bewoners, ondernemers en partnerorganisaties als uitgangspunt. Bewonersparticipatie speelt een belangrijke rol. De Wijkagenda’s worden in alle Haagse wijken ontwikkeld. Hierin staat wat voor een periode van vier jaar de belangrijkste verbeterpunten zijn. De Aanpak Prioritaire Gebieden richt zich op specifieke straten en pleinen waar ‘wicked problems’ spelen: ingewikkelde vraagstukken waarbij veel verschillende partijen betrokken zijn, er geen eenduidige probleemdefinitie bestaat, en er geen eenvoudige oplossingen voorhanden zijn. Dit is in eerste instantie een tweejarig programma.
• •
Het onderzoek heeft als doel de voortgang van deze programma’s te monitoren en evalueren, en aanbevelingen te doen voor structurele monitoring.
3
Moerwijk (wijkagenda opgesteld; prioritair gebied Jan Luykenlaan/Van Baerlestraat) Regentesse- en Valkenboskwartier (geen wijkagenda opgesteld; prioritair gebied Weimarstraat/Beeklaan) Transvaal (wijkagenda opgesteld; prioritair gebied Kaapseplein e.o.) Duindorp (wijkagenda opgesteld; als wijk prioritair gebied) Bomen- en Bloemenbuurt (wijkagenda opgesteld; geen prioritair gebied)
Vraagstelling en afbakening
We beantwoorden de vragen op basis van kwalitatieve methoden. In totaal hebben we 36 interviews afgenomen en 4 focusgroepen en 1 expertmeeting georganiseerd. Daarnaast hebben we de bevindingen vergeleken met wat we weten uit eerder onderzoek. Meer informatie over de onderzoeksopzet staat in Bijlage 1: Over het onderzoek.
We geven antwoord op de vraag hoe bewoners, professionals en andere betrokkenen de gemeentelijke aanpak ervaren en waarderen. Kennen ze de aanpak, merken ze er iets van, en zo ja, wat? En wat vinden zij ervan, wat gaat er goed en wat moet beter?
12 lessen
Naast de vragen over hoe het nu is, kijken we ook vooruit. We leggen de bevindingen naast wat we weten uit andere wijken en gemeenten: Wat kunnen we leren van voorbeelden elders? En hoe kun je de ervaringen in de toekomst blijven monitoren? We doen aanbevelingen voor een streetwise monitor, dat wil zeggen, monitoring dicht op de alledaagse praktijk van ‘de straat’.
1. Heb oog voor verschillende perspectieven op ‘het probleem’: Verschillende groepen bewoners hebben verschillende en soms conflicterende belangen. Wat voor de één een verbetering is in de wijk, kan voor de ander een achteruitgang betekenen. Het is belangrijk dat gemeenteambtenaren doorleefde kennis hebben van hoe een wijk, straat of plein gebruikt en ervaren wordt. En dat zij helder zijn richting bewoners over hoe afwegingen en keuzes tot stand komen.
Bij het beantwoorden van de vragen letten we op de volgende aspecten van de gemeentelijke aanpak: • • •
2. Communiceer duidelijk over wat de gemeente doet: Het is voor bewoners vaak lastig om samenhang te zien tussen alles wat er in hun wijk of straat gebeurt. De gemeente doet veel, maar neemt bewoners daar niet altijd in mee. Belangrijk is om te zoeken naar een helder en herkenbaar verhaal, met taal die aansluit bij de belevingswereld van bewoners.
Focus: de afbakening van de thema’s waarop de aanpak zich richt, de activiteiten die het omvat, en het geografische gebied waarin het plaatsvindt. Zichtbaarheid: de bekendheid van de aanpak bij bewoners en andere betrokkenen en de informatievoorziening. Proces: welke partijen betrokken zijn, hoe de samenwerking tussen deze partijen verloopt, met in het bijzonder aandacht voor bewonersparticipatie.
3. Informeer bewoners via verschillende kanalen en personen: Veel bewoners lezen geen wijkkranten en kijken niet op een website. Zij horen van actieve buurtbewoners en andere ‘sleutelfiguren’ wat er in de wijk Bijdragen aan leren en verbeteren is het overkoepelende doel van het speelt. De kracht van persoonlijke communicatie kan nog meer benut onderzoek. De lessen die we formuleren gaan hier uiteindelijk allemaal worden. Het gaat niet alleen om informatie over bereikte mijlpalen. Ook over. We formuleren daarnaast ook enkele overstijgende lessen over kleinere opbrengsten en work in progress kunnen vaker gedeeld worden. leren en verbeteren. 4. Open de ‘black box’ van bewonersparticipatie: Bewoners en • Leren en verbeteren: wat volgens betrokkenen, maar ook vanuit professionals ervaren het participatieproces vaak als onvoldoende bevindingen van ander onderzoek, geleerd kan worden van de transparant. Maak duidelijk wat de verschillende stappen zijn, en wie aanpak met als doel deze (verder) te verbeteren. daarbij in welke fase betrokken zijn. Dus niet alleen communiceren over inhoud en resultaat, maar juist ook over het proces.
4
5. Varieer in participatiemethoden om diverse groepen te bereiken en betrekken: Bewoners en andere betrokkenen raden de gemeente aan: vraag bewoners om mee te doen, en vraag ze bijtijds. Wat voor de ene bewoner prettig is, verhoogt voor een ander juist de drempel tot participeren. Daarom zijn verschillende manieren nodig om bewoners te betrekken. Ook wederkerigheid is belangrijk. Maak het participeren zelf tot een leuke en waardevolle ervaring.
10. Ga voor kwaliteit boven kwantiteit: Er worden veel goede dingen gedaan, maar het is te veel tegelijk. Mede daardoor is het lastig om bewoners op de hoogte te houden van alles wat gebeurt. En om alles kwalitatief goed uit te voeren. Betrokkenen pleiten daarom voor een keuze voor kwaliteit boven kwantiteit. Minder projecten per wijk of gebied, en een lichter traject voor wijken met minder complexe problematiek.
6. Zorg voor continuïteit en goede overdracht in de gemeentelijke organisatie: Bewoners, professionals en gemeenteambtenaren ervaren spanning tussen hoe zaken op gemeentelijk niveau georganiseerd zijn, en wat er nodig is in de wijk. Verkokering en gebrek aan continuïteit worden vaak als obstakels genoemd. Er zijn bevlogen kartrekkers, maar het wordt vaak kwetsbaar als die vertrekken. Investeer in de lange relatie en zorg bij vertrek voor een goede overdracht.
11. Werk aan het verder stroomlijnen van wijkgericht werken: Door wijkgericht te werken komt de gemeente dichter bij de leefwereld van bewoners en kunnen problemen integraal worden aangepakt. Het Haagse wijkgericht werken vraagt om verdere stroomlijning. De ‘schuifoefening’ kan hierbij helpen. Het geeft inzicht in de huidige aanpak en in keuzes voor de toekomst. Ben je een ontwikkelde, participatieve, organisatiegerichte, toenaderingsgerichte of gekantelde gemeente?
7. Combineer quick wins met langetermijnaanpak: Diverse betrokkenen pleiten voor een langdurige aanpak, zeker voor gebieden waar sprake is van complexe problematiek. Het is belangrijk om daarnaast ook quick wins te realiseren. Sommige plannen zijn wél snel te realiseren. Dit draagt bij aan de zichtbaarheid van de aanpak, en aan het vertrouwen dat bewoners erin hebben.
12. Experimenteer met streetwise monitoring: Het belang van streetwise monitoring wordt breed gedeeld. Er is behoefte aan periodieke informatie dicht bij de straat. Bewoners en buurtwerkers verzamelen en delen informatie. Uitganspunten zijn: het onzichtbare zichtbaar maken, combineren van tellen en vertellen, en aandacht voor het positieve. Het is van belang hiermee te experimenteren en te kijken welke vorm werkt, omdat de registratielast al gauw te groot wordt.
8. Kijk naar onbedoelde effecten, positief en negatief: Door in de wijk aanwezig te zijn en met bewoners en professionals te praten, leer je ook over de onbedoelde gevolgen van de aanpak. Een positief neveneffect is dat ‘de wijk’ volgens sommigen meer is gaan leven op ‘het stadhuis’. Een negatief neveneffect is dat bewoners die participatie in de aanpak als negatief hebben ervaren, een volgende keer niet meer bereid zullen zijn om deel te nemen. 9. Koester wat goed gaat: Volgens bewoners en professionals is er vooral succes wanneer de aanpak aansluit bij dat wat er al is in de wijk, daar waar de energie al zit. Zoek hier actief en systematisch naar, om zo koppelkansen te kunnen benutten. Betrek lokale sleutelfiguren die zicht hebben op succesvolle plekken en initiatieven. 5
Op basis van citaten van bewoners, professionals en gemeenteambtenaren lichten we de lessen toe. Dan wordt duidelijk dat het in de praktijk brengen hiervan niet zo makkelijk is als het misschien lijkt. We bespreken de lessen als overkoepelende bevindingen. Achtergrondinformatie is te vinden in de bijlagen: Bijlage 2: Bevindingen per wijk/gebied Bijlage 3: Profielen van wijkgericht werken Bijlage 4: Contouren van een streetwise monitor
Conclusie: ‘Doen we de goede dingen en doen we de dingen goed?’ Kortweg wil de gemeente antwoord op bovenstaande vraag. Op basis van de 12 lessen concluderen we dat de gemeente veel doet in de wijken en gebieden, in samenwerking met bewoners en andere partners. De gemeente poogt met de aanpak nauwer aan te sluiten bij de alledaagse werkelijkheid van bewoners. Dat streven wordt gewaardeerd. Over de focus van de aanpak is afstemming geweest tussen de betrokken partijen en de keuze voor de focus wordt over het algemeen ondersteund. Tegelijkertijd hangt de vraag of de goede dingen gedaan worden deels af van aan wie je het vraagt. Zo vinden veel jongeren dat er te weinig aandacht is voor hun perspectief. Ook plaatsen professionals en gemeenteambtenaren kanttekeningen bij de wijk als focus: voor sommige problemen is dat een te grote schaal, voor andere problemen juist weer te klein. Over de vraag of de gemeente de dingen ook goed doet, zijn veel betrokken partijen kritischer. Enerzijds merken verschillende betrokkenen eerste concrete resultaten van de aanpak in de buurt, bijvoorbeeld dat de straat schoner of veiliger is, het winkelaanbod verbeterd of het verkeer rustiger. Anderzijds vinden velen dat de communicatie over de aanpak en de organisatie van het participatieproces beter kunnen – en moeten.
Ze pleiten voor meer transparantie ten aanzien van de keuzes die de gemeente maakt en meer durf in het betrekken van bewoners. Afstemming en continuïteit binnen de gemeentelijke organisatie zijn hiervoor cruciaal. En de verbinding leggen tussen de beleidswereld en de belevingswereld van bewoners en professionals. Niet af en toe, maar structureel. Een vorm van streetwise monitoring kan hieraan bijdragen. Bij de invulling hiervan moet wel rekening gehouden worden met registratie- en overlegvermoeidheid die bij veel professionals aanwezig is.
6
Les 1: Heb oog voor verschillende perspectieven op ‘het probleem’
Focus van de aanpak
Wat voor de één een probleem is, ziet de ander niet
Jongeren voelen zich ten onrechte geproblematiseerd
De prioritaire gebieden en sommige wijken in bredere zin hebben te maken met ‘wicked problems’. Er is niet één overheersend probleem, het gaat om allerlei op elkaar inwerkende problematiek. Bewoners verschillen ook in hun opvattingen over hoe het met de wijk gaat en in wat hen wel of niet bezighoudt.
Opvallend in de focusgroepen met jongeren, maar ook in overige interviews, is dat veel jongeren het gevoel hebben dat er geen plek voor hen is in hun wijk. Hun gedrag wordt volgens hen te snel als overlastgevend bestempeld. Jongere: ‘Er zijn voor ons meer nadelen, als je met een groepje loopt.’ Professional: ‘Er zijn jongens die oversteken – de andere wijk in – om te voorkomen dat ze aangesproken worden als ze hangen in de Regenvalk [wijkcentrum]. Ze vallen hier meer op [in een overwegend witte wijk].’ (notities focusgroep jongeren)
‘Dat die mannen bijvoorbeeld met z’n allen gaan staan op het Kaapseplein… Maar dat is toch waar ze wonen? Dus logisch dat ze daar staan. Maar als je daar woont en je denkt “ik wil dat mijn kind hier gaat spelen”, dan snap ik dat het niet leuk is als daar ook nog eens honderd mannen bij staan. (…) Ik heb geen kinderen dus ik heb ook niet het idee “hé, ik mis een speeltuin in de buurt”. En dat stuk over vuilnis: ikzelf produceer niet heel veel vuilnis waardoor ik daar veel last van ga hebben. Daarom verschilt het per individu.’ (bewoner)
‘Ze hebben het gevoel vast te zitten tussen een wijk waar niks voor hen is, boze en klagende buurtbewoners, en de politie die ze eigenlijk meteen bekeurt als ze te laat buiten staan. Ook worden zij aangesproken op dingen die zij (volgens henzelf) niet gedaan hebben. Zo worden er bijvoorbeeld ruiten kapot gemaakt door een groep jongere jongens die daar eerder hangen, als de politie daar dan komt, krijgen zij gedonder daarover terwijl ze het niet hebben gedaan. Als de politie komt, hebben ze ook het gevoel dat dat met veel te veel tegelijk gebeurt. Er komen verschillende wagens aan om te zorgen dat ze niet weg kunnen rennen, en dan worden ze meteen bekeurd. Een jongere vertelde dat op een avond toen hij pas aankwam toen de politie er al was, een agent meteen een wapenstok trok toen hij op de agent afliep. Dat terwijl hij alleen wilde vragen wat er was.’ (notities focusgroep jongeren)
‘Een grote ergernis van mij is de hondenpoep op straat en het afval: het wordt gewoon uit de auto’s gegooid. Terwijl mensen wel elke keer hun ramen staan te zemen. Op de eigen ruimte zijn ze schoon, op de publieke ruimte niet.’ (bewoner) Er zijn botsende belangen omdat de perspectieven en wensen van inwoners kunnen verschillen. Belangenafweging is daarom belangrijk. Maak helder waarom keuzes worden gemaakt. Waarom wordt het ene wel aangepakt en het andere niet? En hoe bepalen we of iets een verbetering is en voor wie?
Veel jongeren hebben het gevoel dat hun perspectief minder telt en minder serieus wordt genomen, vooral door andere wijkbewoners en door de politie.
8
‘Vaak is onduidelijk: bij wie ligt het? Nu bijvoorbeeld rond drugs: er is geen portefeuille drugs, niet in de uitvoerende projecten. Het is een thema dat op stedelijk niveau belegd is, maar wie gaat het lokaal uitvoeren? Kleine leuke projectjes opzetten lukt wel, maar hoe het op langere termijn wordt aangepakt is niet duidelijk. Iedereen kijkt naar elkaar: bij wie hoort het? Bestuursdienst, stadsdeel, OCW? Als iemand stoned is, gaat het dan om veiligheid? Of gaat het om preventie? Het gaat nu bijvoorbeeld veel om snus-gebruik, dat zou een landelijke campagne kunnen zijn zoals van de ‘Rookvrije Generatie’. (gemeenteambtenaar)
De wijk als focusgebied is voor sommige problemen te groot, voor andere te klein Het hangt dus af van wie je spreekt, wat het grootste probleem is. Daarnaast verschillen de opvattingen over wat de oplossingen zouden moeten zijn, in het bijzonder op welk schaalniveau die gezocht moeten worden. Voor sommige problematiek, bijvoorbeeld rond overbewoning en arbeidsmigranten, is een straat (en eigenlijk ook een wijk) een te laag schaalniveau, vinden verschillende betrokkenen. Voor andere vraagstukken, bijvoorbeeld overlast in een bepaald woningenblok, is een instrument als een wijkagenda weer te groot.
Lessen uit andere wijken en buurten: een meerschalig perspectief
‘Dat Transvaal een prioritair gebied is, beaam ik. Wat wel opvalt, is dat het prioritair gebied zich beperkt tot Transvaal Zuid. Maar als ik kijk naar Paul Krugerlaan [die buiten het gebied valt], dan is daar de problematiek – verkeer, afval en overbewoning – niet minder erg dan het Kaapseplein. Dus ik snap heel goed dat er gezegd wordt: “Waarom is Kaapseplein en omgeving prioritair gebied en wij niet?” Ik zou er zeker voorstander van zijn dat de financiële impuls omhoog gaat, maar ook dat de rest van Transvaal ook als prioritair gebied gezien wordt.’ (gemeenteambtenaar)
Benader wijken en buurten vanuit meerschalig perspectief. De patronen van buurtverval die Platform31 in recent onderzochte wijken waarneemt, zijn voor een belangrijk deel terug te voeren op beleidskeuzes op Rijksniveau – minder dan vroeger zijn ze het gevolg van een wisselwerking van factoren en processen binnen de wijk. Stelselwijzigingen in de volkshuisvesting (herziening van de Woningwet, passend toewijzen) en het sociaal domein (extramuralisering en transformaties) versterken processen van sociale uitsortering binnen steden en regio’s, doordat vrijkomende woningen in toenemende mate worden bewoond door kwetsbare huurders met een lage sociaaleconomische status.
9
Toch zijn geïnterviewden vaak geneigd patronen van bloei en verval voornamelijk te duiden en te verklaren op wijkniveau. Processen die zich afspelen op stedelijk of regionaal niveau vallen immers buiten hun invloedssfeer. Om patronen van buurtverval tegen te gaan, moet gebiedsgericht lokaal beleid een meerschalig perspectief hanteren. Wat is de rol van een wijk of buurt in het bredere stedelijk weefsel? En wat is nodig om die positie binnen de gemeente en de regio te behouden of te versterken? Welke maatregelen en programma’s op buurt-, straat- en complexniveau horen daarbij?
Les 2: Communiceer duidelijk over wat de gemeente doet
Zichtbaarheid
Er gebeurt veel, maar voor bewoners is onvoldoende zichtbaar wie wat doet
Zoek naar taal die aansluit De gekozen terminologie sluit ook niet aan bij het perspectief bewoners. Termen als ‘prioritair gebied’ of ‘wenkend perspectief’ zijn abstract en beleidstaal.
De gemeente is voor veel bewoners overal én nergens. Enerzijds heeft iedereen wel een mening over de gemeente en wat die in hun ogen goed of verkeerd doet. Anderzijds is het op wijk- of straatniveau voor veel bewoners onduidelijk wat vanuit de gemeente wordt gedaan en met wie. Medewerkers van de gemeente in verschillende wijken pleiten voor duidelijkere communicatie van de aanpak.
‘Wenkend perspectief? Wat wordt daarmee bedoeld? [Maakt een wenkend gebaar met haar hand] Het betekent “hier komen” toch?’ (bewoner) Tijdens de gesprekken met bewoners werd duidelijk dat taal die wel aansluit bijvoorbeeld een vraag is als: ‘Wat vind je belangrijk in jouw straat of buurt?’ Ook bewoners die weinig hebben met ‘beleid’, zoals groepen jongeren in verschillende wijken, reageren enthousiast op deze vraag en willen hier graag meer over vertellen.
‘In Duindorp zeggen ze: “Escamp krijgt alle aandacht.” Je moet daarom de aanpak in Duindorp wel communiceren. Maar niet schrijven “het gaat om het herstel van vertrouwen”, daar haken mensen niet op aan. En het niet een probleemwijk noemen. Maak de projecten duidelijk.’ (gemeenteambtenaar) Uit de interviews blijkt dat bewoners de term ‘wijkagenda’ soms wel kennen, maar vaak niet weten wat het inhoudt. De term ‘prioritair gebied’ is helemaal niet bekend.
Lessen uit andere wijken en buurten: een helder en herkenbaar verhaal
‘Ik heb nog steeds geen idee wat de wijkagenda inhoudt.’ (bewoner)
Uit praktijkonderzoek blijkt hoe belangrijk het is om vanuit de gemeente met een helder en herkenbaar verhaal de wijk in te gaan. Een verhaal dat mede gebaseerd is op de ideeën, wensen en plannen van bewoners voor hun buurt. Geen lijst met beleidstaal, technische opgaven en maatregelen, maar een holistisch verhaal over de toekomst van de wijk en de bewoners.
‘Jongeren kennen de term prioritair gebied zeer zeker niet. Ondanks dat er activiteiten uit dit budget specifiek gericht zijn op jongeren in de buurt’. (professional) Dat de term ‘prioritair gebied’ niet bekend is bij bewoners, is geen verrassing, want die term wordt richting bewoners ook niet gebruikt. Maar framing is wel belangrijk; voor bewoners is het lastig om samenhang te zien in wat er in hun straat of wijk gebeurt. ‘Hoe kunnen ze iets merken van de aanpak prioritaire gebieden als ze het zelf niet weten?’ (gemeenteambtenaar)
11
In Dordrecht hielp de social design-aanpak om de Eigenwijkse identiteit van Crabbehof bloot te leggen. In de Abdij- en Torenbuurt in Tilburg is gebruikgemaakt van verbeeldingskracht: dankzij een Legosessie ontstond een gedeelde visie op de toekomst van de buurt. En in Groningen weerspiegelt ‘Sunny Selwerd’ het gezamenlijk door gemeente, maatschappelijke partners en bewoners geformuleerde toekomstbeeld voor de gelijknamige wijk. Een gezamenlijk verhaal vereist toewijding en denkkracht van beleidsmakers, professionals én bewoners, maar het zorgt ook voor focus en vertrouwen in de wijkaanpak bij bewoners.
Les 3: Informeer bewoners via verschillende kanalen en personen
Zichtnaarheid
Laat het door mensen verspreiden Het is voor de gemeente nog een zoektocht hoe bewoners te betrekken bij en te informeren over de gemeentelijke aanpak. Volgens diverse betrokkenen moet niet gezocht worden naar dé juiste manier, maar juist ingezet worden op diverse kanalen en personen. ‘Laatst was RTV Discus hier. Zij laten op tv zien wat we hier in de buurtkamer doen. Zo kun je mensen bereiken.’ (bewoner) De kracht van persoonlijke communicatie kan nog meer benut worden. Veel bewoners lezen geen wijkkranten en kijken niet op een website. Zij horen van actieve buurtbewoners en andere ‘sleutelfiguren’ wat er in de wijk speelt. ‘Ik ben niet zo betrokken bij wat de gemeente doet, ik lees de krantjes niet. Ik hoor het wel via andere bewoners, die dichter bij de gemeente zitten en we hebben hier een “burgemeester van het hof”, dat is mijn bron van informatie. De buren houden ook de gemeentelijke besluiten bij. Ik hou me vooral bezig met ontwikkelingen rondom mijn blok, wat mij direct raakt.’ (bewoner) ‘Het is de kunst om op creatieve manieren te communiceren wat hier in de wijk gebeurt. Er zijn in de buurtkamer altijd mensen aanwezig aan wie je je vraag kunt stellen of die een boodschap kunnen vertalen.’ (bewoner) Gemeenteambtenaren die deelnamen aan een focusgroep beamen de kracht van persoonlijke communicatie. ‘Als iemand laaggeletterd is, dan is dat in alle talen.
Je moet het door mensen laten verspreiden.’ (gemeenteambtenaar)
13
Als je informatie nodig hebt, moet je weten waar je het kunt vinden Niet iedereen heeft behoefte aan continue updates, maar als je het nodig hebt, moet het gemakkelijk beschikbaar zijn. Het krantje met verhalen uit de prioritaire gebieden is gemengd ontvangen. Sommige bewoners die eraan meewerkten zijn enthousiast over het resultaat, maar zeggen dat het in sommige delen van de wijk niet verspreid is. Een gemeenteambtenaar denkt dat een eenmalige krant zijn doel mist: ‘Als je het één keer uitbrengt, gaat het niet leven.’ Het gaat niet alleen om informatie over bereikte mijlpalen. Ook kleinere opbrengsten en work in progress kunnen vaker gedeeld worden.
Les 4: Open de ‘black box’ van bewonersparticipatie
Proces
Verwachtingsmanagement belangrijk Maak duidelijk wat de verschillende stappen in het participatieproces zijn, en wie daarbij in welke fase betrokken zijn. Voor veel bewoners en professionals is de participatie een ‘black box’: ze stoppen er aan de voorkant iets in, dan horen ze vaak een hele tijd niets, en dan gebeurt er iets, of niets. De koppeling met hun inbreng is niet duidelijk. En als er niets mee is gedaan, is het voor deelnemers niet duidelijk waarom niet. Zo vertelt een actieve bewoner dat het perspectief van bewoners bij het opstellen van het ‘wenkend perspectief’, een visie op de toekomst van de wijk, pas op het allerlaatst betrokken is. Hij werd uitgenodigd voor een online bijeenkomst, maar is toen alleen bij het introductierondje geweest om het punt te maken: ‘hier gaat het continu fout’. ‘Communicatie is key. Er is veel, er zijn trajecten waar mensen gebruik van kunnen maken. Maar mensen zien het niet. We hebben daar een hoop in te winnen. Bewoners krijgen vaak te horen: “het past niet in het systeem”. Maar het systeem maken we ook zelf. Je kunt niet zomaar vasthouden aan wat ooit overeengekomen is, een bewoner slikt dat niet. Je moet je inleven in de bewoner. Soms kan het echt niet, dan kun je het goed motiveren. Soms zijn er dingen waarover je met collega’s in gesprek gaat.
(…) Een negatief antwoord dat eerlijk is wordt veel eerder geaccepteerd.’ (gemeenteambtenaar)
Neem bewoners en professionals mee in het proces Bewoners en professionals die deelnemen aan een participatieproces willen graag van tevoren weten wat er met hun inbreng gedaan wordt, en welke rol zij zelf kunnen spelen in de uitvoering. ‘Ik had eigenlijk verwacht dat er nog zo’n sessie zou komen voor de professionals. Net zoals wat je had met de krachtwijkaanpak. Dat thema’s gekoppeld worden aan bepaalde professionals en dat het dan verder uitgewerkt wordt. We hebben het niet over inzet en middelen gehad.’ (professional)
15
Bij gemeenteambtenaren is er soms aarzeling over wat wel en wat niet met bewoners te delen. Ze willen bewoners niet lastigvallen met losse eindjes en al helemaal geen informatie geven die achteraf onjuist blijkt te zijn. Er zijn ook ambtenaren die daar transparant over zijn en bewoners proberen mee te nemen in de complexiteit van het participatie- en beleidsproces. ‘Sommige collega’s zeggen: “Ik communiceer liever niet dan maar half.” Maar daar ben ik het niet mee eens, ik kies voor transparantie. Je moet niet alleen terugkoppelen wat goed is gegaan. Niets is zo demotiverend als dat je na je werk moe bent, en je gaat toch meedoen, en je hoort niets meer terug, of je hoort wel iets terug, maar het is totaal niet herkenbaar met wat er gezegd is. Mensen worden niet meegenomen in de “black box” van de gemeente.’ (gemeenteambtenaar) Kortom, niet alleen communiceren over inhoud en resultaat, maar juist ook over het proces. ‘We zijn erg gefocust op de inhoud, maar het proces is ook belangrijk.’ (gemeenteambtenaar)
Lessen uit andere wijken en buurten: in gesprek en op de hoogte houden Wacht niet tot plannen tot in detail zijn uitgewerkt, maar ga vroegtijdig in gesprek met bewoners, en houd ze op de hoogte van de voortgang, ook als er niet veel te melden is. Dat blijkt een sleutel tot succes. In Zoetermeer bijvoorbeeld legde de gemeente via storytelling haar oor te luisteren bij bewoners in Meerzicht. Ook Den Haag heeft hier ervaring mee opgebouwd. Onder het motto ‘benutten van de denkkracht van de wijk’ waren bewoners van Laak en lokale ondernemers van ontwerp tot oplevering betrokken bij de vernieuwing van het Cromvlietpark. Dat het niet altijd eenvoudig is om de inbreng van bewoners gedurende het gehele traject vast te houden, is een les uit het Groningse Paddepoel. De herinrichting van de Plutolaan bewijst bovendien hoeveel voldoening en trots het oplevert wanneer dit uiteindelijk toch lukt.
Les 5: Varieer in participatiemethoden om diverse groepen te bereiken en betrekken
Proces
Laat bewoners zelf beslissen of ze mee willen doen
Online participatie biedt veel mogelijkheden: je kunt vrij eenvoudig veel bewoners betrekken en kunt ook een jongere doelgroep aanspreken.
Soms wordt verondersteld dat bewoners niet willen participeren, of waarschijnlijk ‘participatiemoe’ zullen zijn. Maar tegelijkertijd voelen (actieve) bewoners zich gepasseerd als ze niet, of pas laat, betrokken worden. Bewoners en andere betrokkenen raden de gemeente aan: vraag bewoners, en vraag ze bijtijds.
‘Online maakte het mogelijk voor meer mensen om mee te doen. Mensen konden op een laagdrempelige manier bereikt worden.’ (bewoner)
‘Mensen zijn mondig, mensen zijn digitaal vaardig. Het is naïef om te denken dat alle expertise bij de gemeente ligt.’ (gemeenteambtenaar)
Veel bewoners en professionals zijn van mening dat online niet gezien moet worden als vervanging van fysieke participatie: het moet in combinatie gebruikt worden.
‘Het “wenkend perspectief” [visie op de toekomst van de wijk] is gemaakt door 25 mensen achter hun bureau, zonder bewoners. Ja joh, ga dat vooral met elkaar zitten verzinnen. Als je zoiets maakt, me dunkt dat je dan ook bewoners erbij betrekt.’ (bewoner)
‘Er is wel input opgehaald voor de wijkagenda, maar dat ging digitaal. Nou, ik denk dat je in een wijk als Transvaal de input niet alleen digitaal moet ophalen, maar ook echt fysiek op straat.’ (professional)
Er zijn in de onderzochte wijken diverse voorbeelden van participatietrajecten waar veel bewoners aan meegedaan hebben. Bijvoorbeeld bij de totstandkoming van de Wijkagenda in de Bomenen Bloemenbuurt, toen 2500 bewoners van 12 jaar en ouder gestemd hebben op wat zij de belangrijkste verbeterpunten vinden. Maar wat in de ene wijk of voor de ene doelgroep werkt, lukt in een andere wijk of bij een andere doelgroep niet altijd. Het is daarom ook belangrijk om te variëren in de manieren van participatie.
Vraag bewoners ook hóe ze mee willen doen Wat voor de ene bewoner prettig is, verhoogt voor een ander juist de drempel tot participeren. Daarom zijn verschillende manieren nodig om bewoners te betrekken. ‘Er worden bewonersavonden georganiseerd. Veel mensen vinden dat spannend, bijvoorbeeld omdat ze de taal niet machtig zijn, of omdat het gaat om discussiëren met andere bewoners. Er zijn mensen die wel willen, maar waarbij deze vorm niet past.’ (professional)
17
‘Ik heb niet eens een smartphone, laat staan dat ik een computer kan gebruiken.’ (bewoner) Kortom, laat deelnemers niet alleen meebeslissen over de inhoud, maar ook over de manier waarop ze willen participeren.
Wederkerigheid: maak participatie aantrekkelijk
Zowel Zoetermeer (Meerzicht) als Dordrecht (Crabbehof) laten zien hoe je het gesprek met bewoners op laagdrempelige, speelse en inspirerende wijze kunt organiseren. Utrecht (Overvecht; sociaal renoveren) en Tilburg (‘Dubbel Duurzaam’-huisbezoeken) grijpen het momentum van de renovatie aan om met bewoners in gesprek te gaan over hun leefsituatie. In het ‘San Romanoway Revival’-project van SNAP zijn bewoners opgeleid tot wijkambassadeurs en in quickstartprojecten gingen bewoners zelf aan de slag. Iets soortgelijks zien we in Groningen, waar het Wijkbedrijf Selwerd fungeert als spil in de wijkaanpak: dit is de plek waar bewonersinitiatieven worden geboren én waar ze tot wasdom kunnen worden gebracht. In Rotterdam (Pendrecht) is een huiskamer ingericht om zorgen en knelpunten via informele gesprekken boven tafel te krijgen. Vergelijkbare initiatieven zien we ook in andere steden zoals Nijmegen (waar een winkelpand is ingericht als informatiepunt) en Utrecht (met een aardgasvrije modelwoning).
Om bewoners te bereiken die normaal gesproken niet zo snel mee zouden doen aan een participatietraject, is het belangrijk het voor hen aantrekkelijk te maken. Wie hen uitnodigt, maakt hierbij een verschil. Het helpt als er al een vertrouwensband is. ‘Als je jongeren wilt bereiken, vraag dan een jongerenwerker om mee te denken over het plan. Als wij hen benaderen doen ze geheid mee.’ (professional) Ook wederkerigheid is belangrijk. Wat deelname aan een participatieproces je als deelnemer oplevert, is vaak abstract: er gaat iets mee gebeuren, maar je weet vaak niet precies wat en wanneer. Tegelijkertijd kan het participeren zelf een leuke en waardevolle ervaring zijn. Als voorbeeld noemen bewoners een ‘pizza-avond’ georganiseerd door een wijkberaad, waarbij deelnemers konden aanschuiven in het wijkgebouw en onder het genot van pizza konden meedenken over wat er nodig was in de wijk. Dit leverde niet alleen ‘oude bekenden’ op, maar ook ‘jongere gezinnen’. Een jongere bewoner beaamt dit:
Daal af naar het juiste schaalniveau: straat of buurt. De trots die bewoners voelen voor hun wijk is een van de succesfactoren van de Canadese SNAP-aanpak. Om te kunnen werken vanuit de trots van bewoners, is het kiezen van de juiste schaal van een project van groot belang. Zodra gekozen wordt voor een te groot project, wordt de anonimiteit leidend. In de woorden van oud-VROM-minister Pieter Winsemius: ‘Overheden wonen in wijken, mensen in buurten.’ Hij pleit ervoor dat gemeenten hun beleid zo dicht mogelijk bij de leefwereld van bewoners organiseren; bewoners van kwetsbare wijken voelen zich zelden betrokken bij de abstracte eenheid van een wijk met duizenden inwoners.
‘Maak participatie aantrekkelijker. Vaak is participatie wat stoffig, maar als je mensen wat koffie aanbiedt of muziek, kan er echt iets leuks van gemaakt worden.’ (bewoner)
Lessen uit andere wijken en buurten: laagdrempelig, speels en innoverend Benut en versterk de kracht van de buurt. Wacht niet tot de inkt is opgedroogd, maar ga open en vroegtijdig in gesprek met bewoners en betrek ze bij idee- en planvorming. Het is hun buurt, dus hoe kunnen we zorgen dat bewoners ook echt profiteren van alle investeringen in hun wijk?
18
Het is dan ook niet voor niets dat juist bij de twee praktijkvoorbeelden die zich richten op een straat (Plutolaan, Groningen) of Cromvlietplein (Den Haag) de bewonersbetrokkenheid groot is, en waarschijnlijk zijn de bewoners trots op het uiteindelijke resultaat. Kortom, wie een wijk wil afkoppelen van het aardgasnet, doet er goed aan om op buurt- of zelfs straatniveau met bewoners in gesprek te gaan.
Les 6: Zorg voor continuïteit en goede overdracht in de gemeentelijke organisatie
Proces
Verkokering en gelaagdheid van de gemeentelijke organisatie bemoeilijken wijkgericht werken
‘De gemeente profileert zich sterk in deze wijk. Hou nou je medewerkers die actief zijn wat langer vast. Er zijn te veel personele wisselingen. De samenwerking zelf is prima. Ik ben erg blij met de community builder van deze buurt. Zo iemand moet je echt voor langere tijd in de wijk zien te houden.’ (professional)
In diverse gesprekken komt terug dat de gemeente voor het verbeteren van wijken niet alleen moet kijken naar wat er in die wijken gebeurt, maar ook naar de eigen organisatie. Die wordt door veel professionals en bewoners ervaren als log en stroperig. Ook wijkmedewerkers vanuit de gemeente ervaren spanning tussen hoe zaken op gemeentelijk niveau georganiseerd zijn, en wat er nodig is in de wijk.
‘Eerst hadden we een goede boa, die kon met de jongeren praten, beetje dollen. Nu is er een die dat niet kan, die laat zich bijna niet zien. De huidige boa’s zeggen dat de eerdere het “verpest” heeft. Dat is absoluut niet zo. Ik heb dat de gemeente laten weten, maar die kiest de kant van de huidige boa’s. Het is geen opzet, maar het is niet handig. Het verloop van mensen helpt niet mee.’ (professional)
‘Stedelijke diensten zijn niet ingericht op kleine postzegels in wijken.’ (gemeenteambtenaar) ‘De gemeente is een lerende organisatie, of wil dat zijn. Maar het is een mammoettanker, tussentijds bijsturen duurt kilometers. Het gaat om trage, formele, logge mechanismen.’ (gemeenteambtenaar)
‘Op het vlak van wijkmanagement, wijkagent, woningbouw en op het stadhuis zijn te veel personele wisselingen. Continuïteit is een groot probleem op dit moment. Er is op dit moment een heel fijne wijkmanager. De uitdaging is om deze persoon langere tijd te behouden.’ (professional)
Succes zit vaak in personen
‘Als ik hier niet meer ben, komen zij [jongeren] hier niet meer.’ (professional)
In alle wijken zijn sleutelfiguren aanwezig die het vertrouwen genieten van bewoners. Deze sleutelfiguren zijn oprecht geïnteresseerd in bewoners en krijgen dingen voor elkaar. Het verschilt per wijk wie dit zijn: het kunnen gemeenteambtenaren zijn (zoals wijkmanagers en community builders), jongerenwerkers, wijkagenten en actieve bewoners. Het is opvallend dat in de gesprekken het goede werk van deze personen vaak in één adem genoemd wordt met kwetsbaarheid: wat gebeurt er als ze vertrekken? Een greep uit de vele citaten hierover:
Het gaat hier om het ‘geheim van de lange relatie’ tussen inwoners en sociaal professionals, waarover eerder dit essay verscheen.
‘Het zou fijn zijn als de gezichten ook duurzaam zijn. Niet als er een nieuwe gemeenteraad is dat de gezichten ook weer meteen veranderen.’ (bewoner)
20
Lessen uit andere wijken en buurten: vertrouwen en bevlogen kartrekkers Investeer in vertrouwen en sluit aan bij de leefwereld van bewoners. Uit onderzoek van Platform31 blijkt dat het vertrouwen waarmee zowel bewoners als wijkprofessionals hun wijk ervaren een saillant verschil maakt tussen opklimmende wijken en stagnerende wijken. In de Afrikaanderwijk (Rotterdam), de Oosterparkwijk (Groningen), Palenstein (Zoetermeer), Willemskwartier (Nijmegen) en de Zuiderzeewijk (Lelystad) werd onder andere hierdoor meer betrokkenheid tussen bewoners en meer verantwoordelijkheid voor de woonomgeving gesignaleerd. Waar beleidsmakers een toenemend beroep doen op de eigen kracht van bewoners en initiatieven ‘van onderop’, is het investeren in betrokkenheid en vertrouwen cruciaal. Dat betekent: met een consistent verhaal werken aan de toekomst van een wijk of buurt, kleinschalige maar betekenisvolle projecten en interventies (‘small wins’) realiseren, successen vieren en met positieve frames communiceren. Het juiste schaalniveau hiervoor is meestal de buurt, zoals deze beleefd wordt door bewoners, en niet de administratief afgebakende wijk. Bovendien blijkt uit de praktijk dat het leggen van verbindingen tussen beleidsdomeinen en opgaven echt mensenwerk is.
Zelfs wanneer in beleidsnota’s, gebiedsvisies en projectplannen is opgeschreven dat verbinden nodig is, lukt dat alleen met bevlogen kartrekkers. Het is essentieel dat initiatiefrijke professionals de ruimte krijgen, want zonder hun creativiteit en inzet is het vrijwel onmogelijk om schotten tussen opgaven en sectoren te doorbreken.
21
Les 7: Combineer quick wins met langetermijnaanpak
Resultaat
Veel problemen vragen om langdurige investering van tijd en middelen
Bewoners willen ook tastbaar resultaat op korte termijn
Diverse betrokkenen pleiten voor een langdurige aanpak, zeker voor gebieden waar verschillende problematiek speelt, zoals in de prioritaire gebieden. Het resultaat van de aanpak is niet van de ene op de andere dag zichtbaar.
Het is belangrijk om naast die langetermijnaanpak, waarvan niet direct resultaat kan worden verwacht, ook quick wins te realiseren. Sommige plannen zijn wél snel te realiseren. Dit draagt bij aan de zichtbaarheid van de aanpak, en aan het vertrouwen dat bewoners erin hebben. Zo noemt een bewoner een project waarbij kinderen leerden fotograferen en foto’s maakten van wijkbewoners, die nu groot afgebeeld zijn op verschillende gevels.
‘Mijn zorg is: houden we het lang genoeg vol? Wat er opgezet wordt vanuit de gemeente verdwijnt vaak weer na een aantal jaar. Bewoners zien dat. Zij hebben samen een soort collectief geheugen. Wij binnen de gemeente kunnen niet makkelijk terughalen wat collega’s voor ons gedaan hebben in projecten. Dit is een spanningsveld.’ (gemeenteambtenaar) ‘Financiering in de buurt is vaak voor korte termijn. Hebben we een sportinitiatief opgestart waarmee werkelijk jongeren van de straat zijn, stopt het na een jaar.’ (professional) Veel bewoners vinden dat het te lang duurt voordat plannen gerealiseerd worden, of het nu gaat om een jeugdhonk of een extra bank in een buurthuis. Maar sommigen zeggen dat ze snappen dat het een proces van de lange adem is. ‘Je moet ook niet naïef zijn: je hebt niet zomaar een straat verbeterd. Dat kost tijd.’ (bewoner) Zeker in het geval van sociale (tegenover fysieke) veranderingen, is geduld nodig. Zoals bij ‘Positive Behaviour Support’ (PBS), wat gaat over het geven van positieve in plaats van negatieve correcties op gedrag. ‘Twee jaar is te kort om een significant verschil te zien, daar heb je vier tot zes jaar voor nodig. Het moet werken als een olievlek. Het zit nu al op scholen, in het jongerenwerk, bij sport, bij de kinderboerderij. Langzaamaan zie je het komen. Het gaat om de verandering van 23 mindset. Geef dat de tijd.’ (gemeenteambtenaar)
‘Die foto’s op de muur, dat zijn direct zichtbare resultaten. Een extra jongerenwerker is dat niet. Je zal het wel merken, maar het heeft pas later effect.’ (bewoner)
Concrete verbeteringen al deels merkbaar
Lessen uit andere wijken en buurten: langjarig bestuurlijk steuntje in de rug
In alle wijken noemen bewoners concrete voorbeelden van vooruitgang, zowel op het gebied van fysieke als sociale leefbaarheid, die natuurlijk ook met elkaar verweven zijn. Enkele het oog springende voorbeelden op verschillende terreinen:
Zorg voor flexibiliteit en wendbaarheid, maar houd ook oog voor de lange termijn. De Canadese SNAP-aanpak kenmerkt zich door een langetermijnvisie. Daarmee ontstaat een doel, waar vervolgens met heel concrete, kleine stappen naartoe wordt gewerkt. In Groningen vormt Sunny Selwerd de stip op de horizon. In Kerkrade, het Rolduckerveld, anticipeerden partijen op een ingrijpende verandering: vanwege de voortschrijdende bevolkingsdaling koos men voor minder woningen, maar wel van hogere kwaliteit. Zo’n bewustzijn van komende veranderingen of de impact van een ingrijpende gebeurtenis (bijv. de recente watersnood in Limburg) kan ook aanleiding zijn om krachten te bundelen om gezamenlijk naar een (verander)doel toe te werken.
Afval/handhaving: ‘De bewoners – arbeidsmigranten – bellen me vaker op voor belangrijke dingen: “Grofvuil: wat kan ik ermee doen? Ik heb dit buiten gezet, mag dit? Dit mocht vroeger wel, maar nu heb ik een boete gekregen, waarom eigenlijk?” Waarom nu wel? Omdat we nu gelukkig meer handhaving hebben en meer politie die langsrijdt.’ (professional/bewoner) Onderling contact: ‘Twee jaar geleden was er wel een kinderboerderij, er werd goed voor de dieren gezorgd, maar dat werd door iemand gedaan die niets met kinderen had. Wij zoeken ook verbinding met de school. We hebben met de kinderen insectenhotels gemaakt en zitjes. En we zetten ons in voor verbinding met de school buiten de wijk, waar de nieuwkomers [nieuwe Duindorpers] hun kinderen vaak naar school laten gaan. De kleuters van daar komen nu ook spelen in de speeltuin.’ (bewoner) Verandering straatbeeld: ‘Het is mooi wat er gebeurt: de verandering die ik langzaam maar zeker zie. Ik zie meer leuke ondernemers erbij in de straat, zoals een ijssalon.’ (ondernemer) Verkeersveiligheid: ‘Het is rustiger geworden, er zijn minder auto’s, de Beeklaan is hier eenrichtingsstraat geworden.’ (bewoner)
Aandacht voor het langetermijnperspectief mag echter niet ten koste gaan van flexibiliteit; wendbaarheid blijft nodig om te kunnen anticiperen op onverwachte ontwikkelingen. In de afgelopen jaren ervoer Nederland – net als de rest van de wereld – hoe groot de impact is van een plotselinge pandemie. Duidelijk is dat juist bewoners van kwetsbare wijken extra hard getroffen worden door de gevolgen van COVID-19. Juist in wijken waar al een aanpak loopt voor verduurzaming en het verbeteren van de leefbaarheid en veiligheid, staan partijen voor de opgave om te anticiperen op deze nieuwe realiteit. Hoe mooi zou het zijn als maatregelen voor het voorkomen van de impact van een (toekomstige) pandemie op korte termijn groenere, gezondere en veiligere wijken opleveren? En minstens zo belangrijk: zorg voor een meerjarige bestuurlijke borging van een integrale aanpak. De uitwerking van plannen voor de ambitieuze gebiedstransformatie van Rolduckerveld in Kerkrade is te danken aan langdurig bestuurlijk commitment en aan het lef van bestuurders om hun gedeelde belangen centraal te stellen. Ook de metamorfose van het Haagse Cromvlietpark was niet mogelijk geweest zonder de bestuurlijke urgentie die de toenmalige wethouder aan dit project meegaf. Zonder bestuurlijk draagvlak dreigen veelbelovende initiatieven en creatieve ideeën stilletjes uit te doven.
Om sector-overstijgend te kunnen samenwerken, hebben beleidsmakers en uitvoerende professionals een langjarig bestuurlijk steuntje in de rug vaak hard nodig.
24
Les 8: Kijk naar onbedoelde effecten, positief en negatief
Resultaat
Positief bijeffect: ‘wijken leven meer binnen stadhuis’
Soms werkt het in de luwte het best: laat eerst maar iets ontstaan, voordat je er beelden bij gaat maken. De aandacht en beeldvorming gaan namelijk toch vaak uit naar problemen.
Naast bedoelde verbeteringen op het gebied van fysieke en sociale leefbaarheid en veiligheid, heeft de wijk- en gebiedsgerichte aanpak ook enkele onbedoelde gevolgen. Een positief neveneffect dat door enkele betrokkenen wordt genoemd, is dat ‘de wijk’ meer leeft op ‘het stadhuis’.
Ook bij positieve verhalen is groter en bekender niet altijd beter. Als iets in het klein werkt, moet er niet te snel de neiging zijn om het uit te breiden of op te schalen.
‘Het is mooi: mensen van de stedelijke diensten, SZW, OCW, komen naar Duindorp, halen een broodje bij de Hoogvliet. Ze komen in de wijk. Dat is positief.’ (gemeenteambtenaar) De hoop is dat deze toenadering tussen stad en wijk zal bijdragen aan het dichten van de door velen ervaren kloof tussen beleidswereld enerzijds en de belevingswereld van bewoners anderzijds.
Succesverhalen breed onder de aandacht brengen kan de (kleinschalige) kracht ervan ondermijnen Verschillende gemeenteambtenaren zoeken een balans tussen het in de schijnwerpers zetten van de successen die in ‘hun’ wijk of gebied worden geboekt, en het in de luwte werken zonder al te veel bombarie. Hoewel zichtbaarheid van de aanpak belangrijk is, kan het ook onbedoelde negatieve effecten hebben. Onderstaand citaat geeft hier een treffend voorbeeld van. ‘Een deel van Moerwijk is prioritair gebied, met specifiek aandacht voor armoede en criminaliteit onder jongeren. We vroegen jongeren op de foto te gaan voor de nieuwe fietsenwinkel die we hebben aangekocht als hun nieuwe honk. Vanuit de gemeente communiceren wij daarbij: “Er is in deze wijk iets extra’s nodig om de problemen in de wijk aan te pakken.” Dat werkt voor die jongeren op de foto dus ontzettend stigmatiserend. Bijna het tegenovergestelde effect van wat we eigenlijk proberen te bereiken. Jongeren zijn voorzichtig geworden met foto’s na dit voorval.’ (gemeenteambtenaar)
‘We moeten ook niet alles groot willen maken. We hebben 30 liefen leedstraatjes, dat zijn oudere dames die dat doen. Je kunt dan denken: “Ze zijn actief, we kunnen ze nog meer laten doen.” Maar het is iets op microniveau en dat kan zo blijven, niet alles hoeft veel aandacht te krijgen en uitvergroot te worden of verplaatst te worden naar andere delen van de wijk.’ (gemeenteambtenaar)
Negatieve ervaringen met de aanpak beïnvloeden toekomstige bereidheid te participeren Een onbedoeld negatief effect van de aanpak kan ook zijn dat bewoners na een negatieve ervaring met het participatieproces een volgende keer niet meer bereid zullen zijn om deel te nemen. Bewoners in verschillende wijken noemen dit risico. Opvallend hierbij is dat veel bewoners ‘participatie in trajecten van de gemeente’ op één hoop gooien. Of ze nu participeerden in de wijkagenda of in een ander programma, als hun ervaring negatief was, beïnvloedt dit hun algehele bereidheid tot toekomstige deelname. ‘Het proces was echt slecht. Samen met de straat hadden wij erg veel handtekeningen verzameld om te laten zien dat wij tegen de verbouwing [van een school] waren, maar op de avond zelf wilde de wethouder de petitie niet eens in handen nemen, omdat dit “slecht op de foto zou staan”. Ik wil niet meer meedoen aan dit soort participatietrajecten, het vertrouwen is eraf.’ (bewoner) Het positieve is dat het omgekeerde ook kan gebeuren: een positieve ervaring tijdens participatie kan bijdragen aan een grotere bereidheid 26 om een volgende keer weer mee te doen.
Les 9: Koester wat goed gaat
Resultaat
Koester de al actieve bewoners
‘De buurtkamer is een mooie plek geworden. Eerst was het hier binnen altijd donker. Nu hebben we zelf een bar gebouwd, een vergaderruimte beneden en een nieuwe keuken. Het helpt dat er een organisatie achter ons stond, die fondsen kon aanschrijven. Dit is een mooi voorbeeld van hoe de gemeente investeert in de wijk, op basis van wat ze heeft gehoord van de bewoners.’ (bewoner)
Het bereiken van diverse doelgroepen is belangrijk bij bewonersparticipatie. Niet alleen de bekende gezichten betrekken, maar ook de mensen die niet snel geneigd zijn mee te doen. Tegelijkertijd moeten de bewoners die al actief zijn gekoesterd worden. Dat zij hun tijd en energie in de wijk willen steken, verdient waardering en waar nodig ondersteuning.
‘Er zijn allerlei initiatieven van inwoners in de wijk: begin daar als gemeente. Laat jezelf daar zien, dan doe je het op een laagdrempelige manier.’ (professional)
‘Je hebt wel wat sleutelfiguren, doeners, mensen die hun nek uitsteken, waar je op kunt bouwen, maar daar heb je ook je max bereikt. Die mensen zijn op. Die willen niet continu opnieuw beginnen. Je moet die juist energieker maken. Je moet ze weer het vertrouwen geven dat je ze ook echt serieus neemt. Die mensen moet je aandacht en liefde geven, echt waar.’ (professional)
De eerdergenoemde sleutelfiguren spelen een belangrijke rol bij het signaleren van succesvolle plekken en initiatieven.
Lessen uit andere wijken en buurten: koppelkansen
Leden van bewonersorganisaties en wijkberaden zijn meestal niet representatief voor alle bewoners in de wijk, maar zij weten vaak wel hoe ze andere bewoners kunnen bereiken en betrekken. Een bewoner drukt de gemeente op het hart:
Zoek actief en systematisch naar waarop in de wijk energie zit en maak van daaruit verbindingen met en tussen opgaven. Waarop willen bewoners en organisaties zich inzetten en waar liggen gedeelde of complementaire belangen? Probeer daarop geldstromen te bundelen.
‘Als iets beleidsmatig de wijk aangaat, dan betrek je de bewonersorganisatie.’ (bewoner)
Sluit aan bij wat er al is in de wijk en waar de energie zit Volgens bewoners en professionals is er vooral succes wanneer de aanpak van de gemeente aansluit bij dat wat er al is in de wijk, daar waar de energie al zit.
28
Praktijkonderzoek laat zien dat juist op praktisch of uitvoerend niveau effectieve en waardevolle koppelkansen kunnen worden gevonden. In Toronto creëert de SNAP-aanpak rond elke concrete doelstelling werkgroepen waarin bewoners en professionals nadenken over planvoering, uitvoering en instandhouding van geïdentificeerde koppelkansen. Hoewel dit niet op voorhand verwacht werd, bleken bewoners een bijdrage te kunnen leveren aan de financiële realisatie, onder andere door crowdfunding-initiatieven op te starten. Dit succes lijkt mede te danken aan het feit dat men in het allereerste stadium met bewoners rond de tafel ging.
Les 10: Ga voor kwaliteit boven kwantiteit
Leren en verbeteren
De tiende les is kort maar krachtig. Diverse professionals en gemeenteambtenaren zeggen dat er veel goede dingen gedaan worden, maar dat het te veel tegelijk is. Mede daardoor is het lastig om bewoners op de hoogte te houden van alles wat gebeurt. En om alles kwalitatief goed uit te voeren. Betrokkenen pleiten daarom voor een keuze voor kwaliteit boven kwantiteit. ‘We moeten het misschien kleiner houden, maar dat we wel voor de kwaliteit gaan.’ (gemeenteambtenaar) Allereerst in het aantal projecten dat per wijk of gebied op de agenda staat. ‘Laten we focussen op twee dingen, bijvoorbeeld. Anders is het te veel en niet te behappen. Tenzij je er wat mensen bij krijgt, dan kan je altijd kijken of je meerdere punten met elkaar kunt aanpakken. Maar het belangrijkste is dat we het behapbaar moeten maken.’ (professional) Daarnaast pleiten verschillende gemeenteambtenaren ook voor een beperking van het aantal wijken waar de aanpak zich op richt. Ze doelen dan vooral op de wijkagenda. ‘Het is een heftige maatregel voor een wijk als de Bomen- en Bloemenbuurt, daar is de problematiek relatief gezien weinig complex. Het vergt minder tijd en investering dan een wijk als Moerwijk. In wijken met complexe problemen kan een wijkagenda een heel geschikte tool zijn om het aan te kaarten.
De problemen in een wijk als de Bomen- en Bloemenbuurt zijn niet onbelangrijk, maar die hadden ook opgelost kunnen worden zonder er een volledige agenda van te maken, bijvoorbeeld aan de hand van een enquête of een kleiner traject.’ (gemeenteambtenaar)
30
Les 11: Werk aan het verder stroomlijnen van wijkgericht werken
Leren en verbeteren
Verkokering tegengaan
Bewuster wijkgericht werken: de schuifoefening
Uit de voorgaande lessen blijkt dat bewoners, professionals en gemeenteambtenaren eerste resultaten merken van de wijk- en gebiedsgerichte aanpak van de gemeente Den Haag. Zo geven bewoners in sommige wijken aan dat er meer onderling contact tussen bewoners is en dat het straatbeeld verbeterd is (zie les 7). Sommige gemeenteambtenaren ervaren dat de wijk meer leeft op het stadhuis (zie les 8).
Verschillende factoren kunnen ervoor zorgen dat wijkgericht werken niet altijd uit de verf komt in de praktijk. Denk aan verkokering tussen beleidsvelden, cultuurverschillen tussen ambtenaren op het stadhuis en ambtenaren in de wijk, of verschuivingen van de politieke urgentie. Hoe geef je als gemeente nu succesvol en effectief vorm aan wijkgericht werken?
Tegelijkertijd zijn er signalen dat het achter de gemeentelijke schermen niet altijd soepel verloopt. Vooral interne gelaagdheid en verkokering worden als oorzaken genoemd (zie les 6). We bevelen de gemeente Den Haag aan de organisatie van het wijk- en gebiedsgericht werken verder te stroomlijnen.
Wijkgericht werken als verbindende factor Aansluiten bij de belevingswereld van bewoners vraagt om integraliteit. Zodra gemeenten wijkopgaven niet stuk voor stuk maar als totaalpakket oppakken, komen ze dichter bij de beleving van bewoners. Dit vraagt om samenhangend en wendbaar beleid en een flexibele organisatie. Een organisatie waarin gemeenten een balans weten te vinden tussen langetermijndoelen en dagelijkse behoeften, en tussen domein-specifieke ambities en integrale opgaven. Wijkgericht werken is een werkwijze die veel gemeenten gebruiken om deze balans te vinden. Gemeenten kiezen altijd voor een eigen invulling van het wijkgericht werken, maar centraal staat altijd de verbinding tussen leef- en systeemwereld.
Platform31 heeft in de publicatie Organisatievormen in het wijkgericht werken verschillende organisatievormen van wijkgericht werken uitgelicht (zie Bijlage 3: Vijf profielen van wijkgericht werken). De organisatievormen zijn gebaseerd op onderzoek en werkplaatssessies in negen verschillende gemeenten en aanvullende gesprekken in tien andere gemeenten, waaronder Den Haag. Een belangrijk onderdeel van de werkplaatsen was de schuifoefening, waarmee de inrichting van het wijkgericht werken in de gemeente door de deelnemers inzichtelijk wordt gemaakt. De schuifoefening maakt gebruik van de metafoor van een mengpaneel waarin iedere gemeente het wijkgericht werken op een eigen manier afstemt. Is er in de gemeente geen keuze gemaakt, dan staat een schuif in het midden. Is er wel een keuze gemaakt, dan wordt de schuif hoger of lager geplaatst. Bij de positionering bestaat geen goed of fout. Er zijn vijf categorieën: • • • • •
32
Positionering intern Proces met bewoners Proces binnen gemeente Bestuur en politiek Communicatie
Als de eigen positie van het wijkgericht werken is bepaald, kan dit vergeleken worden met de ambities voor het wijkgericht werken in de toekomst, of met de vijf profielen zoals omschreven in Bijlage 3: de ontwikkelde, participatieve, organisatiegerichte, toenaderingsgerichte of gekantelde gemeente.
Schuifoefening voor de aanpak van de gemeente Den Haag? Hoe zo’n schuifoefening voor de organisatie van het wijkgericht werken in de gemeente Den Haag eruit zou zien, is geen onderdeel van dit onderzoek geweest. Om daar toch zicht op te krijgen doen we de gemeente Den Haag de suggestie om in een sessie met enkele betrokken ambtenaren een analyse met het mengpaneel te maken. Dat levert niet alleen inzicht op in de wijze waarop het wijkgericht werken is georganiseerd, maar zal ook resulteren in aanbevelingen voor verbetering en doorontwikkeling in de toekomst. Dat kan de opbrengst van – en het draagvlak voor – het wijkgericht werken in Den Haag alleen maar versterken.
Schuif
Kenmerken van schuif die bovenaan staat zijn o.a.
Voorbeeldvragen
Positionering intern
- Eigen budget - Aparte afdelinggebiedsinrichting - Formele positie t.o.v. sociale teams of sectoren met gebiedsgerichte Accounthouders
- Hoe zorg je voor budget als dat nodig is? - Waar staat gebiedsgericht werken in het organogram van je gemeente? Is dit bij anderen bekend? - Hoe gaat de samenwerking met het sociaal domein? - Hoe bepalen jullie wat prioriteit heeft in een gebied?
Proces binnen gemeenten
- Werkprocessen duidelijk voor gebiedsgericht werken - Er is een gebiedscyclus - In beleidsplannen aandacht voor gebiedsgericht werken
- Maken jullie voor ieder gebied een plan? Hoe gaat het proces om tot dit plan te komen? - Worden sectorale plannen samengevoegd? - Hoe zijn de werkprocessen georganiseerd? Is dat voor iedere afdeling hetzelfde?
Proces met bewoners
- Verschillende methodieken beschikbaar - Veel voorbeelden burgerinitiatieven - Gestructureerd aandacht bewonersgeluid
- Bij wie komen geluiden van bewoners binnen? - Hoe zorgen jullie ervoor dat er iets met de geluiden gedaan wordt? - Hoe faciliteer je burgerinitiatieven?
Bestuur en politiek
- Wijkambtenaar dichtbij politiek - Wijkwethouders - Gebiedscommissies - Aandacht in coalitieakkoord
- Hoe is de organisatie van bestuur en politiek? - Zijn er gebiedscommissies (o.i.d.)? Waar praten ze over mee? - Hoe kan een wijkambtenaar de politiek adviseren?
Communicatie
- Gebiedsgerichte communicatiestrategie - Reguliere afstemming tussen gebiedsgericht en sectoren over communicatie - Gespreksmethodieken met bewoners bekend
- Is er structurele gebiedsgerichte communicatie? Waarover? Wie doet dit? - Weten bewoners bij wie ze waarvoor terecht kunnen? Hoe wordt dit gecommuniceerd? - Hoe is de interne gebiedsgerichte communicatie?
33
Les 12: Experimenteer met streetwise monitoring
Leren en verbeteren
Streetwise monitoring: dicht op de alledaagse praktijk
Er is ineens een hangplek voor jongeren, er is sprake van overbewoning in wéér een paar huizen extra in de straat, nieuwe of gerenoveerde huizen worden opgeleverd, eindelijk is het pleintje mooi opgeknapt.
Streetwise is wellicht niet het eerste woord dat bij je opkomt als je aan monitoren denkt. Monitorsystemen bestaan meestal uit registraties en enquêtes die op afstand verwerkt worden, ver weg van de straat. Pas in tweede instantie wordt een vergelijking gemaakt met de realiteit van de straat, vanuit de opvatting dat ‘cijfers niet het hele verhaal vertellen’. Kwalitatieve informatie wordt dan vaak gebruikt om te verdiepen, te nuanceren en te duiden.
‘Bestaande informatie in monitoring is vaak te schraal en te eenzijdig. Een kwalitatieve aanpak kan het onzichtbare zichtbaar maken, vanuit verschillende perspectieven.’ (deelnemer expertmeeting) In het geval van streetwise monitoring wordt gebruik gemaakt van de inzet van bewoners en wijkprofessionals zoals buurtwerkers, wijkagenten en sociaal beheerders van woningcorporaties. De straat/buurt is immers hun woon- dan wel werkomgeving. Zij zijn bij uitstek streetwise. Bij de inzet van bewoners wordt tegenwoordig gesproken van ‘citizen science’ of burgerwetenschap. Bewoners en wijkprofessionals kunnen door het bijhouden van logboeken, het invullen van observatiesheets, het afnemen van mini-interviews of het houden van buurtwandelingen (en vervolgens vastleggen van de observaties) de afstandelijke registraties en enquêtes aanvullen met concrete informatie. Uit de eerste ervaringen met kwalitatieve monitoring dicht op de straat weten we echter dat de levensduur daarvan meestal kort is. De belangrijkste reden: wijkprofessionals en bewoners vinden het te belastend om bij te houden.