RIS314990 Rekenkameronderzoek 'Meer doen met meedoen', bewonersparticipatie in de energietransitie
Tekst van het document
Met een aanpak om te komen tot het bereiken van meer en moeilijk bereikbare groepen bewoners kan de gemeente werken aan haar eigen uitgangspunt om meer bewoners bij de participatie te betrekken.
66
Intern document 'De Participatiegids voor grote ruimtelijke ontwikkelingen', najaar 2022; Intern document 'Het Participatiewerkboek', najaar 2022; Intern document 'Samenspel per stap', najaar 2022.
27
Aanbeveling 2: draag het college op de ambtelijke organisatie duidelijkheid te geven over de uitgangspunten voor bewonersparticipatie en de wijze waarop deze praktisch toegepast moeten worden en daartoe: a) een handleiding op te stellen waarin duidelijk wordt aan welke voorwaarden en andere kaders participatietrajecten moeten voldoen (gebaseerd op het kaderstellend document), hoe dit moet worden uitgevoerd en deze handleiding breed onder de aandacht te brengen binnen de organisatie; b) een centraal punt binnen de ambtelijke organisatie verantwoordelijk te maken voor het actief communiceren van de kaders en uitgangspunten naar ambtenaren. Door het opstellen van een handleiding kan de ambtelijke organisatie participatietrajecten beter voorbereiden en gestructureerder uitvoeren. Hierbij kan de gemeente voortbouwen op handleidingen en stappenplannen die ze voor participatie in gebieds- en planontwikkeling heeft gemaakt.67
Aanbeveling 3: draag het college op in alle voorstellen voor besluitvorming door het college of de raad waarbij bewoners in de voorbereiding hebben geparticipeerd, een passage op te nemen waarin uiteen wordt gezet hoe bewoners hebben geparticipeerd en hoe hun inbreng inhoudelijk is verwerkt in het betreffende voorstel. Draag het college op deze werkwijze in het gemeentebrede kader op te nemen. Wanneer het college de onderbouwing van haar voorstel voor of na besluitvorming openbaar maakt, wordt voor zowel bewoners als raadsleden duidelijk wat er met de inbreng van bewoners is gebeurd. Daarnaast draagt dit bij aan de bestuurlijke inbedding van participatie in de besluitvorming.
67
Intern document 'Haags Participatiekompas'; Intern document 'Trap van eigenaarschap'; Intern document 'De Haagse Participatiewerkwijze'; Intern document 'De Participatiegids voor grote ruimtelijke ontwikkelingen', najaar 2022; Intern document 'Het Participatiewerkboek', najaar 2022; Intern document 'Samenspel per stap', najaar 2022.
28
Aanbeveling 4: draag het college op voorafgaand aan elk participatietraject een plan van aanpak op te stellen waarin onder andere: a) de bewonersparticipatie concreet en in overeenstemming met de voorwaarden uit het gemeentebrede kader is uitgewerkt; b) heldere afspraken zijn opgenomen over rollen en verantwoordelijkheden tussen bewoners en de gemeente en over de planning. Draag het college op deze werkwijze in het gemeentebrede kader op te nemen. Op deze manier wordt voor bewoners duidelijk wat zij van het participatietraject kunnen verwachten. Ook kan de wijze waarop de gemeente de participatie organiseert, binnen de voorwaarden, worden afgestemd op de specifieke situatie (maatwerk).
Aanbeveling 5: draag het college op om lessen uit de uitvoering van bewonersparticipatietrajecten mee te nemen in verbetering van die uitvoering door: a) tussentijds en na afronding van trajecten van bewonersparticipatie deze te evalueren; b) deze evaluaties te baseren op de voorwaarden voor bewonersparticipatie, zoals die zijn opgenomen in het gemeentebrede kader voor bewonersparticipatie; c) de uitkomsten van deze evaluaties vast te leggen en te gebruiken voor verbetering van de uitvoering en herijking van het gemeentebrede kader voor bewonersparticipatie. Draag het college op deze werkwijze in het gemeentebrede kader op te nemen. Het doel van deze aanbeveling is om bij te dragen aan het structureel verbeteren van het proces en de uitvoering van bewonersparticipatie.
29
Aanbeveling 6: draag het college op binnen twee maanden nadat de raad een besluit heeft genomen over deze aanbevelingen een planning naar de raad te sturen voor de opvolging van de voorgaande aanbevelingen.
30
7 Reactie college van burgermeester en wethouders Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Uw brief van
8 februari 2023 Rekenkamer Den Haag Postbus 16079 2500 BB Den Haag
Uw kenmerk
RK/2023.3 Ons kenmerk
DSO/10477392 Contactpersoon
Tom Golder Dienst
Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling Datum
Energietransitie Telefoonnummer
14070 Onderwerp
E-mailadres
Reactie rapport Bewonersparticipatie in de energietransitie
tom.golder@denhaag.nl
Geachte heer Twisk,
Het college van burgemeester en wethouders heeft kennis genomen van het rapport van de rekenkamer ‘Bewonersparticipatie in de energietransitie’ en maakt graag gebruik van de mogelijkheid om daarop te reageren. In opeenvolgende coalitieakkoorden zijn ambities voor bewonersparticipatie op stads-, wijken buurtniveau geformuleerd. Het laat zien dat het belang dat wordt gehecht aan participatie steeds groter wordt. Het is daarom goed dat de rekenkamer onderzoek heeft gedaan naar Bewonersparticipatie in de energietransitie om zo te leren van het verleden. Het college is van mening dat de conclusies van de Rekenkamer passen bij de fase waarin het onderzoek is uitgevoerd, namelijk de startfase van participatie in de energietransitie. De bevindingen en de daarop gebaseerde aanbevelingen nemen wij ter harte. We stellen vast dat de aanbevelingen grotendeels aansluiten bij hoe participatie sindsdien gemeentebreed is en wordt opgepakt. In het navolgende gaan we verder in op de conclusies en aanbevelingen uit uw rapport. Reactie op conclusies De rekenkamer stelt dat de gemeente zich actief heeft ingespannen voor bewonersparticipatie in de energietransitie, maar de participatie onvoldoende heeft vormgegeven.
Het college is van mening dat de rekenkamer bij het formuleren van deze conclusie te weinig oog heeft voor de fase waarin participatie in de energietransitie zich bevond in de periode waarop het onderzoek betrekking heeft. Omdat die taak ten tijde van het onderzoek betrekkelijk nieuw was, waren er nog weinig kaders specifiek voor participatie in de energietransitie. In het Stedelijk Energieplan (SEP) (RIS306869) is daarvoor een aanzet gedaan. Hierin is benadrukt dat participatietrajecten met bewoners en ondernemers noodzakelijk zijn om de energietransitie succesvol te laten verlopen. Voor het SEP is gesproken met (markt)partijen, actieve bewoners en zijn gesprekken gevoerd met bewoners die nog niet eerder op deze wijze 31
contact hadden gehad met de gemeente. Met de input uit die gesprekken is de kwaliteit van het SEP verbeterd en het draagvlak voor het SEP vergroot. Tevens zijn bewonersinitiatieven en andere belangrijke stakeholders zoals energiebedrijven, netwerkbeheerders en woningcorporaties, via het Haags Energie Netwerk (HEN) geraadpleegd en betrokken bij de ontwikkeling van het SEP en de Transitievisie Warmte. In het HEN participeren sinds 2017 bewonersinitiatieven en bedrijven die aan de slag zijn met verduurzaming. In 10 wijken, welke ook zijn vastgesteld door de raad, zijn verschillende partijen op diverse manieren met participatie aan de slag gegaan. Enerzijds om door ‘leren door te doen’ verschillende aanpakken de ruimte te geven. Anderzijds omdat participatie maatwerk is. Het profiel van een wijk en haar bewoners is bepalend voor de wijze waarop participatie vorm kan krijgen. Met opzet is daarom gekozen om in dit stadium niet met een ‘one-size fits all’ participatiemethode te werken, en niet al te strakke kaders te hanteren voor participatie. In zeven focuswijken hadden buurtinitiatieven of Duurzaam Den Haag de regie. De gemeente was trekker in drie wijken en organiseerde een breed overleg om de aanpak en ervaringen te delen en samen te leren. Frequent kwamen de projectleiders van de wijken samen in dit zogenoemde ‘Overleg focuswijken’.
Het was een tijd van pionieren, waarbij nog veel onduidelijk was, waardoor ook niet altijd een duidelijk kader geformuleerd kon worden. Dat in die periode ook zaken niet goed gingen of soms verwachtingen niet werden waargemaakt, wordt door het college onderkend. Zie bijvoorbeeld ook de brief ‘Evaluatie en vervolg wijkaanpak energietransitie’ (RIS310197), waarin het college ook aankondigt in het vervolg duidelijkere afspraken te maken over rollen en verantwoordelijkheden en voor participatie keuzes explicieter te maken en te communiceren, zodat bewoners beter weten waar ze aan toe zijn en wat de verwachtingen over en weer zijn. Reactie op aanbevelingen De rekenkamer doet in haar rapport een zestal aanbevelingen ter verbetering van de voorbereiding en uitvoering van de bewonersparticipatie en stelt voor deze verbeteringen gemeentebreed en uniform door te voeren. Een korte reactie per aanbeveling treft u aan in de bijlage. Het college kan zich vinden in deze aanbevelingen. Er zijn ook al de nodige stappen gezet om participatie in de energietransitie en participatie gemeentebreed verder vorm te geven en te borgen. De voor het onderzoek bekeken casussen hadden allen betrekking op participatie in de energietransitie.
Gelet op het belang dat het college hecht aan participatie, niet alleen in de energietransitie, voelt zij zich gesteund dat de rekenkamer haar aanbevelingen in een breder kader trekt. Sinds 2012 heeft de gemeente Den Haag een participatieverordening. Hierin staan de minimale voorwaarden vermeld waaraan bewonersparticipatie ten alle tijde moet voldoen. Aanbevelingen 3 en 4 uit het rapport zijn hierin geborgd, maar in de praktijk wordt dit nog niet systematisch toegepast. Daar wordt nu werk van gemaakt, onder andere door het opstellen van een nieuwe participatieverordening. Deze zal naar verwachting in het eerste kwartaal van 2024 gereed zijn. Dit gaat gepaard met een leer- en implementatieprogramma om samen met de raad, college, ambtenaren en de stad te oefenen met nieuwe participatie spelregels en werkwijzen. Deze nieuwe verordening zal nog duidelijker het gemeentebrede kader bieden waar participatie aan moet voldoen in de huidige tijd en zal door de raad worden vastgesteld. Zo is bijvoorbeeld van belang dat voorafgaand aan elk participatietraject volstrekt helder is 32
welke trede van de participatieladder wordt gevolgd, waar precies participatie op wordt gevraagd, waarom en wat dat voor de besluitvorming betekent. Hierbij is naar mening van het college ook een duidelijke rol voor de gemeenteraad. Ook de gemeenteraad zou zich in hun kaderstelling moeten uitspreken over het niveau van participatie in de besluitvorming van projecten. Het programma Haags Samenspel is hiermee aan de slag. Dit programma is in 2020 gestart met als doel de kwaliteit van participatie in Den Haag gemeentebreed te verbeteren. Haags Samenspel heeft bruikbare instrumenten opgeleverd die verschillende diensten en afdelingen helpen bij een goede en duidelijke participatieaanpak. Er is onder andere een Haagse participatiewerkwijze en –kompas opgesteld. Het Haags participatiekompas biedt de basis om tot goede spelregels te komen. Kompas, werkwijze en toolbox met instrumenten zijn eind 2021 gelanceerd. Vanuit Haags Samenspel worden trainingen ontwikkeld om ambtenaren verder bekend te maken met de werkwijze, zodat zij weet hebben van de uitgangspunten en zelfstandig volgens deze normen kunnen werken. Met de oprichting van het team Haags Samenspel is naar mening van het college al een goede stap gezet in het uitvoeren van de aanbevelingen.
Binnen de energietransitie heeft het in de praktijk brengen van diverse aanpakken gedurende de eerste jaren eraan bijgedragen dat we veel hebben geleerd. Op basis van de Transitievisie Warmte (TvW) worden er participatieaanpakken gemaakt, specifiek voor verschillende wijken. Om dit te kunnen waarmaken is het aantal fte’s op participatie uitgebreid. De participatieaanpak voor energietransitie wordt doorontwikkeld. Dit wordt gedaan op basis van de eerder genoemde instrumenten van Haags Samenspel en in samenwerking met dit team. In 2022 heeft de afdeling Energietransitie gewerkt met een vernieuwende participatiemethode en twee burgerberaden georganiseerd. Een burgerberaad biedt door middel van loting een diverse groep bewoners zeggenschap over de gemeentelijke aanpak op een bepaald beleidsterrein, in dit geval was dat klimaatverandering en energietransitie. Den Haag is één van de eerste gemeenten die een burgerberaad heeft geïnitieerd. Haags Samenspel is hierbij betrokken en gemeentebreed leren we hier veel van. Tot slot De aanbevelingen van de rekenkamer neemt het college ter harte. Ze sluiten aan bij de ingeslagen weg en het college ziet het als steun en versterking van de ingezette koers. De aanbevelingen worden geagendeerd in de duale werkgroep Participatie en Democratie die ook wordt betrokken bij het formuleren van een nieuwe participatieverordening.
Het optimaliseren van het participatiebeleid, niet alleen in het kader van de energietransitie maar gemeentebreed, zal blijvend aandacht vragen en krijgen.
Het college heeft er vertrouwen in dat we de komende jaren kunnen voortbouwen op een sterke basis die voortkomt uit hetgeen is geleerd.
Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen 33
Bijlage: -
Reacties per aanbeveling rapport rekenkamer Bewonersparticipatie in de energietransitie
Bijlage Reacties per aanbeveling rapport rekenkamer Bewonersparticipatie in de energietransitie Het college kan zich vinden in de aanbevelingen van de rekenkamer. Gelet op het belang dat het college hecht aan participatie, niet alleen in de energietransitie, voelt zij zich gesteund dat de rekenkamer haar aanbevelingen in een breder kader trekt. In het navolgende een korte reactie per aanbeveling.
Aanbeveling 1: draag het college op een voorstel uit te werken voor een gemeentebreed kader voor bewonersparticipatie en dit ter besluitvorming aan de raad voor te leggen, waarin tenminste is vastgelegd: a) aan welke minimale voorwaarden bewonersparticipatie te allen tijde moet voldoen, zoals het voorafgaand aan een participatietraject duidelijk maken van het doel, de doelgroep, de onderwerpen waar participatie zich op richt, welke invloed bewoners krijgen op besluitvorming en hoe de gemeente de inbreng van bewoners meeneemt in (bestuurlijke) besluitvorming; b) hoe de gemeente meer en moeilijk bereikbare groepen bewoners wil bereiken; c) dat het gemeentebrede kader periodiek wordt geëvalueerd en herijkt, onder meer op basis van lessen uit eerdere participatietrajecten. Reactie: De minimale voorwaarden waaraan bewonersparticipatie te allen tijde moet voldoen, staan vermeld in de Inspraak- en Participatieverordening uit 2012. Deze is leidend tot er een nieuwe verordening wordt vastgesteld. De nieuwe participatieverordening wordt in het eerste kwartaal van 2024 verwacht. Programma Haags Samenspel heeft voor de herziening van de verordening een plan van aanpak voorgesteld en voert het uit (RIS310732 RM Roadmap Participatieverordening, nov 2021).
Hoe de gemeente meer en moeilijk bereikbare groepen bewoners wil bereiken en hoe het gemeentebrede kader periodiek wordt geëvalueerd en herijkt, is verwerkt in diezelfde Roadmap Participatieverordening. Hiervan zullen het Haagse Participatiekompas en De Haagse Participatiewerkwijze deel uitmaken. Om moeilijk bereikbare doelgroepen te laten deelnemen, doen we extra inspanning. Denk hierbij aan het benaderen via sleutelfiguren, meertaligheid in uitnodigingen, beeldgebruik in plaats van tekst of inzet van 34
jongerenambassadeurs. We zien ook bij inzet van digitale middelen een grotere respons. Bij burgerberaden is er gebruik gemaakt van loting om deelnemers te selecteren. Dit heeft geleid tot diverse deelnemersgroepen waarvan het merendeel niet eerder betrokken was bij andere participatietrajecten van de gemeente. Met het programma Haags Samenspel (RIS306921, 2020) verbeteren we de kwaliteit van de participatie in Den Haag. Het Haagse Participatiekompas vormt de basis voor de spelregels. De gemeentebrede uitgangspunten worden vertaald in specifiek participatiebeleid en in concrete tools. Daarnaast is een stappenplan met toolbox ontwikkeld als leidraad en hulpmiddel voor iedereen die in Den Haag een participatieproces wil uitvoeren: De Haagse Participatiewerkwijze. Het college is zich ervan bewust dat het formuleren van spelregels slechts het begin is, het gaat vooral om de toepassing ervan. Om te komen tot een participatieverordening starten we met een leer- en implementatieprogramma om samen met de raad, college, ambtenaren en bewoners te oefenen met het Kompas en de Werkwijze om gedegen participatiebeleid te ontwikkelen met als uiteindelijke doel om te komen tot een nieuwe participatieverordening, gepland in 2024. Na het vaststellen van de nieuwe participatieverordening wordt het beleid wel periodiek geëvalueerd, bijvoorbeeld met een Participatiejaarverslag.
Aanbeveling 2: draag het college op de ambtelijke organisatie duidelijkheid te geven over de uitgangspunten voor bewonersparticipatie en de wijze waarop deze praktisch toegepast moeten worden en daartoe: a) een handleiding op te stellen waarin duidelijk wordt aan welke voorwaarden en andere kaders participatietrajecten moeten voldoen (gebaseerd op het kaderstellend document), hoe dit moet worden uitgevoerd en deze handleiding breed onder de aandacht te brengen binnen de organisatie; b) een centraal punt binnen de ambtelijke organisatie verantwoordelijk te maken voor het actief communiceren van de kaders en uitgangspunten naar ambtenaren. Reactie: Ook hier verwijst het college naar het Haagse Participatiekompas, de Haagse Participatiewerkwijze en de nieuwe Participatieverordening, zoals toegelicht in de reactie onder Aanbeveling 1. Het participatiekompas biedt de kaders om kwalitatief goede participatie. De werkwijze zorgt ervoor dat een goed participatieproces kan worden ingericht om vervolgens inwoners op een juiste manier te betrekken. De tools zijn ontwikkeld om de collega’s duidelijkheid te geven over de wijze waarop we in Den Haag participatie organiseren. En Haags Samenspel, in het leven geroepen als aanjaagprogramma voor verbetering van de kwaliteit van inwonersparticipatie, is ondertussen geborgd in de organisatie als centraal expertisecentrum.
Aanbeveling 3: draag het college op in alle voorstellen voor besluitvorming door het college of de raad waarbij bewoners in de voorbereiding hebben geparticipeerd, een 35
passage op te nemen waarin uiteen wordt gezet hoe bewoners hebben geparticipeerd en hoe hun inbreng inhoudelijk is verwerkt in het betreffende voorstel. Draag het college op deze werkwijze in het gemeentebrede kader op te nemen. Reactie: Volgens de Inspraak en participatieverordening 2012 is dat al geborgd met het formuleren van een eindverslag (participatieverslag) ná het participatieproces. Echter dit instrument wordt in de praktijk niet systematisch toegepast. Daarom start Haags Samenspel dit jaar met het bovengenoemde leer- en implementatieprogramma. Onderdeel daarvan is de ontwikkeling van een paragraaf ‘Participatie en Communicatie’ als vast onderdeel in raadsvoorstellen.
Aanbeveling 4: draag het college op voorafgaand aan elk participatietraject een plan van aanpak op te stellen waarin onder andere: a) de bewonersparticipatie concreet en in overeenstemming met de voorwaarden uit het gemeentebrede kader is uitgewerkt; b) heldere afspraken zijn opgenomen over rollen en verantwoordelijkheden tussen bewoners en de gemeente en over de planning. Draag het college op deze werkwijze in het gemeentebrede kader op te nemen. Reactie: Volgens de Inspraak en participatieverordening 2012 is dat al geborgd met het formuleren van een startdocument (participatieplan) voorafgaand aan elk participatieproces. Echter wordt het in de praktijk niet systematisch toegepast. Daarom wordt dit jaar gestart met het genoemde leer- en implementatieprogramma. De afspraken over rollen en verantwoordelijkheden zijn onderdeel van het Participatiekompas en de Participatiewerkwijze en gaan ook onderdeel uitmaken van de nieuwe participatieverordening. Afgelopen jaar is gestart met het maken van een Participatiegids voor grote gebieds- en bouwontwikkelingen, met behulp van bewoners, ambtenaren en ontwikkelaars. In deze gids is er in het bijzonder focus op de rollen en verantwoordelijkheden van de deelnemers in alle fases van het ontwikkelproces. Nadat de gids bestuurlijk is vastgesteld wordt er een leerfase gestart waarin er binnen een aantal pilots wordt gewerkt met deze gids.
Aanbeveling 5: draag het college op om lessen uit de uitvoering van bewonersparticipatietrajecten mee te nemen in verbetering van die uitvoering door: a) tussentijds en na afronding van trajecten van bewonersparticipatie deze te evalueren; b) deze evaluaties te baseren op de voorwaarden voor bewonersparticipatie, zoals die zijn opgenomen in het gemeentebrede kader voor bewonersparticipatie; 36
c) de uitkomsten van deze evaluaties vast te leggen en te gebruiken voor verbetering van de uitvoering en herijking van het gemeentebrede kader voor bewonersparticipatie. Draag het college op deze werkwijze in het gemeentebrede kader op te nemen. Reactie: Evaluatie en verslaglegging is een van de zes kompaspunten van het Haags participatiekompas, en daarmee één van de uitgangspunten in het Haagse kwaliteitskader voor inwonersparticipatie. Zie hiervoor ook het Haags Participatiekompas en het Stappenplan Haagse werkwijze voor participatie. Evaluatie van participatie vindt op verschillende niveaus plaats. Allereerst wordt elke participatietraject geëvalueerd (participatieverslag). Tevens wordt jaarlijks een Participatiejaarverslag uitgebracht over de kwaliteit van participatie.
Aanbeveling 6: draag het college op binnen twee maanden nadat de raad een besluit heeft genomen over deze aanbevelingen een planning naar de raad te sturen voor de opvolging van de voorgaande aanbevelingen. Reactie: Het college neemt alle aanbevelingen zeer ter harte en ziet ze als steun voor de ingezette koers. De aanbevelingen worden geagendeerd in de duale werkgroep Participatie en Democratie die ook wordt betrokken bij het formuleren van een nieuwe participatieverordening.
37
8 Nawoord rekenkamer Op 21 februari 2023 heeft de Rekenkamer Den Haag een bestuurlijke reactie op de conclusies en aanbevelingen ontvangen van het College van Burgemeester en Wethouders. De rekenkamer reageert hieronder eerst op de algemene bestuurlijke reactie en daarna op de reactie per aanbeveling.
Algemene reactie van het college op het onderzoek Het college onderkent dat in de onderzochte periode zaken niet goed gingen en verwachtingen van bewoners niet zijn waargemaakt. Tegelijkertijd geeft het college aan dat de rekenkamer bij het formuleren van de conclusies te weinig oog heeft gehad voor de fase waarin de bewonersparticipatie in de energietransitie zich bevond. Ook stelt het college dat ‘al te strakke kaders’ niet wenselijk waren, omdat het geen ‘one-size fits all’ aanpak voor bewonersparticipatie wilde hanteren. Het college neemt de aanbevelingen ter harte en is van mening dat de aanbevelingen grotendeels aansluiten op hoe het participatie sinds het onderzoek oppakt en verder wil oppakken. Het verwijst hierbij onder andere naar het programmateam ‘Haags Samenspel’. Dit programmateam heeft volgens het college sinds 2020 een aantal bruikbare documenten, zoals de Haagse Participatiewerkwijze en het Haags Participatiekompas, opgeleverd, met als doel de kwaliteit van participatie te verbeteren. Het college geeft ten slotte aan de aanbevelingen van de rekenkamer te agenderen in de duale Werkgroep Participatie en Democratie, die aan de slag gaat met het formuleren van een nieuwe Inspraak- en Participatieverordening.
Nawoord bij algemene reactie In algemene zin constateren wij dat het college de conclusies onderschrijft. Hoewel het college de aanbevelingen ook zegt te onderschrijven, constateert de rekenkamer wel een verschil van inzicht. Dit betreft het punt in hoeverre de aanbevelingen aansluiten op hoe de gemeente participatie sinds het onderzoek oppakt. De rekenkamer wijst erop dat ze het programmateam ‘Haags Samenspel’ en de door het college aangehaalde documenten in haar onderzoek heeft betrokken. Op basis van een analyse van deze (en andere) documenten, heeft de rekenkamer de conclusies van het onderzoek en vervolgens de aanbevelingen geformuleerd. De huidige aanpak van de bewonersparticipatie door het gemeentebestuur vraagt op basis van de analyse van de rekenkamer om een beter uitgewerkt en gemeentebreed geldend beleidskader voor bewonersparticipatie en in aansluiting daarop een gemeentebrede uitvoering van dit beleid. Hoewel met het opstellen van de documenten van Haags Samenspel stappen zijn gezet in het verder vormgeven van bewonersparticipatie, zien we tegelijkertijd dat deze documenten nog te weinig concreet zijn om voldoende richting te geven aan de praktische uitvoering (zie Deelconclusie 2 en bijlage 9). Zo bestaat de Haagse 38
Participatiewerkwijze vooral uit vragen die de ambtenaren zelf in kunnen vullen. De rekenkamer is van mening dat het college nog een stap extra kan zetten om (de kaderstelling voor) bewonersparticipatie nader uit te werken. In onze aanbevelingen geven we aan dat dat bijvoorbeeld kan door voort te borduren op documenten over participatie voor gebieds- en planontwikkeling. Wanneer het college – met de aanbevelingen en periodieke evaluaties – stappen blijft zetten in de verbetering van bewonersparticipatie, werkt het college aan draagvlak en het behalen van zijn doelen binnen de energietransitie. De energietransitie is, zoals het college beschrijft, een nieuw beleidsterrein. Bewonersparticipatie (in zijn algemeenheid) is dat echter niet. Om deze reden mag worden verwacht dat alle (minimale) voorwaarden voor participatie, waaronder de voorwaarden uit de Inspraak- en Participatieverordening 2012, in één kader zijn belegd en in aansluiting daarop zijn uitgewerkt om de bewonersparticipatie ook voor de energietransitie vorm te kunnen geven. De toepassing van minimale voorwaarden voor bewonersparticipatie is immers maar beperkt afhankelijk van de aard en dynamiek van een bepaald beleidsterrein waarbinnen deze participatie wordt toegepast.
Minimale voorwaarden (kaders, zoals beschreven in onze aanbevelingen) voor participatie hoeven maatwerk (het afstemmen van participatie op de wijk en haar bewoners) niet in de weg te zitten. Ook, of misschien wel juist, bij maatwerk moet vooraf duidelijk zijn welk gewicht de gemeente toekent aan de inbreng van bewoners en achteraf hoe de gemeente hun inbreng heeft meegenomen in besluiten. Deze voorwaarden zijn zo universeel dat ze in elke situatie kunnen worden toegepast, ongeacht het thema, het soort wijk of bewoners.
Reactie van het college op onze aanbevelingen Aanbeveling 1: draag het college op een voorstel uit te werken voor een gemeentebreed kader voor bewonersparticipatie en dit ter besluitvorming aan de raad voor te leggen. Reactie college: Het college stelt dat minimale voorwaarden voor bewonersparticipatie al staan vermeld in de Inspraak- en Participatieverordening uit 2012. Die is leidend tot een nieuwe verordening wordt vastgesteld. De nieuwe verordening zal naar verwachting in het eerste kwartaal van 2024 gereed zijn. Nawoord rekenkamer: In de Inspraak- en Participatieverordening uit 2012 worden passende voorwaarden voor participatie genoemd. Deze zijn echter niet compleet en zijn onvoldoende uitgewerkt. Zo is niet benoemd dat en hoe het college de gemeenteraad meeneemt in participatietrajecten. Ook staat in de verordening bijvoorbeeld niet dat rollen en verantwoordelijkheden voor alle betrokken partijen duidelijk moeten zijn. Daarnaast is in de verordening niet vastgelegd dat per participatietraject wordt vastgelegd hoeveel participanten (bijvoorbeeld een percentage van totaal aantal bewoners van een wijk) minimaal moeten meedoen. De rekenkamer 39
adviseert daarom om de voorwaarden zoals genoemd in aanbeveling 1 (zie ook bijlage 10) op te nemen in een nieuwe Inspraak- en Participatieverordening en/of een gemeentebreed participatiebeleid.
Aanbeveling 2: draag het college op de ambtelijke organisatie duidelijkheid te geven over de uitgangspunten voor bewonersparticipatie en de wijze waarop deze praktisch toegepast moeten worden. Reactie college: Het college is van mening dat het een goede stap heeft gezet om de ambtelijke organisatie duidelijkheid te geven over de uitgangspunten voor bewonersparticipatie. Zo heeft Haags Samenspel al een aantal bruikbare instrumenten opgeleverd voor een goede en duidelijke participatieaanpak, zoals het Haags Participatiekompas en de Haagse Participatiewerkwijze. Het kompas biedt volgens het college kaders om kwalitatief goede participatie te realiseren. Daarnaast stelt het college dat Haags Samenspel in de organisatie al is geborgd als centraal expertisecentrum. Ten slotte laat het college in zijn reactie weten dat het dit jaar een leer- en implementatieprogramma gaat opzetten om samen met de raad, college, ambtenaren en de stad te oefenen met nieuwe participatieregels en werkwijzen. Nawoord rekenkamer: De rekenkamer constateert dat de gemeente de afgelopen periode stappen heeft gezet in het verder vormgeven van bewonersparticipatie. De documenten van Haags Samenspel dragen daaraan bij. Tegelijkertijd zien we dat deze documenten nog te weinig concreet zijn om voldoende richting te kunnen geven voor de praktische uitvoering (zie ook bijlage 9).
Zo bestaat de Haagse Participatiewerkwijze vooral uit vragen die de ambtenaren zelf in kunnen vullen. De rekenkamer ziet dat er – naast het Haagse Participatiekompas en de Haagse Participatiewerkwijze – voor gebieds- en planontwikkelingen recent participatiedocumenten zijn opgesteld. De inhoud van deze documenten zijn meer in de richting van onze aanbevelingen. Deze documenten zijn echter niet algemeen geldend. De rekenkamer adviseert de gemeente op deze documenten voort te borduren bij het opstellen van algemeen geldende kaders en documenten die de ambtelijke organisatie moeten helpen om die kaders in de praktijk te brengen. Wij onderschrijven dat er met de oprichting van Haags Samenspel een centraal expertisecentrum geborgd is. Het expertisecentrum is echter op dit moment binnen de gemeentelijke organisatie nog niet voldoende bekend en functioneert daarom in de praktijk nog onvoldoende als een centraal punt van kennis voor gemeenteambtenaren en bewoners. De inzet van het college op een leer- en implementatieprogramma is in lijn met onze aanbeveling. De rekenkamer beveelt aan om in dit programma ook de rol van het centraal expertisecentrum goed toe te lichten aan betrokken ambtenaren. 40
Aanbeveling 3: draag het college op in alle voorstellen voor besluitvorming door het college of de raad waarbij bewoners in de voorbereiding hebben geparticipeerd, een passage op te nemen waarin uiteen wordt gezet hoe bewoners hebben geparticipeerd en hoe hun inbreng inhoudelijk is verwerkt in het betreffende voorstel. Draag het college op deze werkwijze in het gemeentebrede kader op te nemen. Reactie college: Het college stelt dat het maken van een participatieverslag in de Inspraak- en Participatieverordening wel is geborgd (door het formuleren van een eindverslag), maar in de praktijk niet systematisch wordt toegepast. Het start daarom met het eerdergenoemde leer- en implementatieprogramma. Nawoord rekenkamer: Een leer- en implementatieprogramma kan bijdragen aan het in de praktijk gaan toepassen van het participatieverslag. Ook het implementeren van een paragraaf ‘Participatie en Communicatie’ als vast onderdeel in raadsvoorstellen draagt daaraan bij. Uit de Inspraak- en Participatieverordening van 2012 blijkt dat in dit verslag inhoudelijk wordt gereageerd op de geleverde inbreng van bewoners en dat in dit verslag het participatieproces wordt beschreven, in lijn met aanbeveling 3.
Aanbeveling 4: draag het college op voorafgaand aan elk participatietraject een plan van aanpak op te stellen. Reactie college: Het college stelt dat het maken van een plan van aanpak voor elk participatietraject in Inspraak- en Participatieverordening wel is geborgd, maar in de praktijk niet systematisch wordt toegepast. Het start daarom met het eerdergenoemde leer- en implementatieprogramma. Daarnaast is vorig jaar gestart met het maken van een Participatiegids voor grote gebieds- en bouwontwikkelingen. Afspraken over rollen en verantwoordelijkheden zullen in de nieuwe verordening worden opgenomen. Nawoord rekenkamer: De rekenkamer verwacht dat de inzet op een leer- en implementatieprogramma ertoe zal bijdragen dat bij elk participatietraject een plan van aanpak wordt gemaakt. Ook het feit dat het college afspraken over rollen en verantwoordelijkheden wil opnemen in de nieuwe Inspraak- en Participatieverordening geeft duidelijkheid over wat bewoners van een participatietraject kunnen verwachten.
41
Aanbeveling 5: draag het college op om lessen uit de uitvoering van bewonersparticipatietrajecten mee te nemen in verbetering van die uitvoering. Reactie college: Het college stelt dat er gedurende de eerste jaren veel is geleerd van diverse aanpakken van bewonersparticipatie. Daarnaast geeft het aan dat de nieuwe Inspraak- en Participatieverordening periodiek zal worden geëvalueerd, bijvoorbeeld met een Participatiejaarverslag. Ook stelt het college dat evaluatie van participatie nu al op verschillende niveaus plaatsvindt. Zo is volgens het college evaluatie geborgd in het Haagse Participatiekompas en in de Haagse Participatiewerkwijze. Elk participatietraject wordt volgens het college geëvalueerd met een participatieverslag. Nawoord rekenkamer: Het college stelt dat het veel heeft kunnen leren van bewonersparticipatie. De rekenkamer heeft echter niet kunnen constateren hoe de lessen op een systematische wijze zijn geborgd in de organisatie. Het is niet inzichtelijk welke lessen zijn getrokken en hoe hier vervolg aan is gegeven. De ambitie van het college om de nieuwe Inspraak- en Participatieverordening periodiek te evalueren sluit aan op onze aanbeveling, al geeft het college niet aan wanneer dit concreet zal plaatsvinden. Het college geeft daarnaast in zijn reactie aan dat evalueren al geborgd is in het Haagse Participatiekompas en in de Haagse Participatiewerkwijze.
Daarin verschilt de rekenkamer van inzicht met het college. Ten eerste is in deze documenten onvoldoende uitgewerkt hoe de evaluatie moet worden vormgegeven. De rekenkamer beveelt aan dit beter uit te werken (zie ook bijlage 9). Ten tweede zien we dat evalueren in de praktijk niet altijd is gebeurd. Het college erkent ook dat het opstellen van een eindverslag niet systematisch wordt toegepast in de praktijk. De rekenkamer verwacht dat het voorgestelde leer- en implementatieprogramma de toepassing van kaders in het vervolg kan bevorderen.
Aanbeveling 6: draag het college op binnen twee maanden nadat de raad een besluit heeft genomen over deze aanbevelingen een planning naar de raad te sturen voor de opvolging van de voorgaande aanbevelingen. Reactie college: Het college reageert dat het de aanbevelingen zeer ter harte neemt en de aanbevelingen agendeert in de duale werkgroep Participatie en Democratie. Nawoord rekenkamer: Het college reageert hiermee niet op de aanbeveling om binnen 2 maanden een planning naar de raad te sturen over de opvolging van bovenstaande aanbevelingen. Het is van belang dat het college de opvolging van de aanbevelingen planmatig oppakt en dat het voor de raad 42
duidelijk is op welke wijze en wanneer het college invulling hieraan geeft. Daarnaast constateert de rekenkamer dat het college veel voornemens heeft. Het is van belang dat het college deze voornemens ook concreet uitvoert. Het is aan de raad om hier toezicht op te houden.
43
Bijlage 1: Onderzoeksvragen Voor dit onderzoek hebben wij gebruik gemaakt van hoofd- en deelvragen, die hieronder zijn weergegeven: Hoofdvraag: maakt de gemeente het mogelijk dat bewoners kunnen participeren in de energietransitie? Met dit onderzoek beoordelen wij in hoeverre de gemeente het voor bewoners mogelijk maakt om te participeren. Wij kijken daarbij niet alleen naar of de gemeente bewoners de gelegenheid geeft om te participeren, maar ook wat de gemeente met de inbreng van bewoners doet. De hoofdvraag valt uiteen in twee deelvragen. Deelvraag 1: heeft de gemeente tijdig duidelijke beleids- en uitvoeringskaders uitgewerkt voor bewonersparticipatie in de energietransitie? Bij de beantwoording van deze deelvraag beoordelen wij of de gemeente vooraf duidelijk heeft gemaakt hoe bewoners kunnen participeren en op welke manier de gemeente daar mee omgaat. Deelvraag 2: geeft de gemeente bewoners de ruimte om te participeren? Bij de beantwoording van deze deelvraag beoordelen wij of de gemeente bewoners in de praktijk ook daadwerkelijk de mogelijkheid geeft te participeren in de energietransitie in hun eigen wijk en zorgvuldig omgaat met de inbreng en diverse belangen. De deelvragen beantwoorden wij door het toetsen van bevindingen aan normen (zie bijlage 2 en bijlage 3).
44
Bijlage 2: Normenkader De Rekenkamer beantwoordt de hoofd- en deelvragen middels toetsing van onderstaande zeven normen. Norm 2 is van toepassing op de eerste deelvraag. Norm 1 en de normen 3 tot en met 7 zijn van toepassing op de tweede deelvraag. Het normenkader is gebaseerd op nationale wet- en regelgeving, Haags beleid en onderzoeken naar participatie in de energietransitie. De normen en bijbehorende aandachtspunten zijn opgenomen in onderstaand kader. Ten opzichte van de onderzoeksopzet zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd in het normenkader. Norm 1 is toegevoegd en er is een verdere uitwerking van norm 2 opgenomen (derde aandachtspunt onder norm 2). Onder de tabel volgt per norm nog een nadere toelichting. Norm 1
Aandachtspunten
De gemeente heeft in de
Initiatieven van bewoners worden actief ondersteund
energietransitie ingezet op bewonersparticipatie Norm 2
Aandachtspunten
De gemeente heeft tijdig
De gemeente heeft (tijdig, voor de uitvoering van de
duidelijke beleids- en
participatie) kaders opgesteld
uitvoeringskaders voor
1) voor de stad
bewonersparticipatie vastgesteld
2) voor afzonderlijke projecten De kaders die de gemeente heeft opgesteld zijn duidelijk. Dit betekent dat de kaders: 1) consistent en; 2) niet voor meerdere interpretaties vatbaar zijn. Onderdeel van de kaders is een beschrijving van het doel van participatie en van de wijze waarop de gemeente de participatie voor het bereiken van dat doel wil vormgeven 1) voor de stad 2) voor afzonderlijke projecten Voor afzonderlijke projecten is het volgende vastgelegd in een plan van aanpak: wie mogen meedoen met participatie; ten behoeve van welk besluit/doel wordt geparticipeerd; wanneer start en einde traject zijn; wat het niveau van participatie is (raadplegen, adviseren, coproduceren, meebeslissen); wat de rollen en verantwoordelijkheden van de gemeente en betrokkenen zijn; hoe de gemeenteraad wordt meegenomen in het proces In de 3 kaders is vastgelegd welke rol de gemeenteraad heeft in het participatieproces
Norm 3
Aandachtspunten De gemeente heeft verschillende doelgroepen gedefinieerd 45
De gemeente creëert
De strategie van de gemeente is erop gericht om alle
voorwaarden zodat elke bewoner
doelgroepen te bereiken
die dat wil, kan participeren
De communicatiemiddelen van de gemeente zijn afgestemd op diverse doelgroepen
Norm 4
Aandachtspunten
De gemeente communiceert
De gemeente verschaft informatie over hoe bewoners
duidelijk met bewoners tijdens en
kunnen participeren tijdig en volledig
na het participatietraject De gemeente verstevigt de kennispositie van bewoners De communicatie tussen de gemeente en bewoners is laagdrempelig en bewoners hebben een goed bereikbaar aanspreekpunt waar ze met ideeën of problemen terechtkunnen De inhoudelijke, financiële en procedurele kaders voor het participatietraject zijn tijdig aan bewoners gecommuniceerd De gemeente en bewoners hebben een duidelijk én gedeeld beeld van hun eigen rol en verantwoordelijkheden en die van andere stakeholders De gemeente maakt aan bewoners duidelijk hoe hun inbreng wordt meegenomen in besluitvorming De gemeente koppelt regelmatig terug over vervolgstappen in het participatietraject De gemeente komt haar eerder gemaakte afspraken na Norm 5
Aandachtspunten
De gemeente faciliteert
De gemeente ondersteunt bewoners(initiatieven) op inhoud
bewonersinitiatieven
of koppelt duidelijk terug waarom zij dit niet van plan is of waarom dit niet nodig is De gemeente ondersteunt bewoners(initiatieven) op proces of koppelt duidelijk terug waarom zij dit niet van plan is of waarom dit niet nodig is De gemeente ondersteunt bewoners(initiatieven) bij het vinden van financieringsmogelijkheden of koppelt duidelijk terug waarom zij dit niet van plan is of waarom dit niet nodig is
Norm 6
Aandachtspunten
De gemeente weegt belangen in
De gemeente heeft in kaart gebracht wat de belangen van
de stad nauwkeurig en
participanten, andere stakeholders en van de gemeente zijn
transparant af
(het publieke belang)
46
De gemeente weegt inbreng en belangen zichtbaar af en maakt duidelijk hoe ze op basis hiervan tot een besluit is gekomen (indien van toepassing) Norm 7
Aandachtspunten
Het college informeert de raad
Het college geeft een waarheidsgetrouwe weergave van de
over de inbreng van bewoners bij
inbreng van bewoners en beschrijft de inhoudelijke afweging
besluitvoorstellen
die gemaakt is om de inbreng al dan niet in het voorstel te verwerken.
Norm 1: De gemeente heeft in de energietransitie ingezet op bewonersparticipatie Het college geeft aan in het Actieplan Burgerparticipatie 2016-2020, het Coalitieakkoord 2019-2022 en het Programmaplan energietransitie uit 2018 dat het wil inzetten op bewonersparticipatie. In het Actieplan Burgerparticipatie 2016-2020 gaf het toenmalige college aan dat extra inzet nodig is om de verschillende doelgroepen in de stad te bereiken en om participatie aan te laten sluiten op deze verschillende groepen. In het coalitieakkoord van 2019-2022 en in het programmaplan voor de energietransitie uit 2018 gaf het college aan dat het initiatieven van bewoners actief zou gaan ondersteunen.68 Norm 2: De gemeente heeft tijdig duidelijke kaders voor bewonersparticipatie vastgesteld Het college geeft in het coalitieakkoord aan dat het de kwaliteit van participatie wil verbeteren.69 Dit wil het onder andere doen door meer in te zetten op gedegen participatietrajecten met duidelijke spelregels.70 Hierbij is het volgens het college van belang dat de politiek vóór de start van participatie de kaders bepaalt en aangeeft wanneer, hoeveel en waarover wel/niet een participatieproces georganiseerd wordt.71 Op basis van Haags beleid en andere literatuur, stelt de rekenkamer dat op casusniveau duidelijk moet zijn: wie mogen meedoen met participatie; ten behoeve van welk besluit/doel wordt geparticipeerd;
wanneer de start en het einde van het traject is; wat het niveau van participatie is (raadplegen, adviseren, coproduceren, meebeslissen); wat de rollen en verantwoordelijkheden van de gemeente en betrokkenen zijn; hoe de gemeenteraad wordt meegenomen in het proces. Ook op stedelijk niveau is de rol van de gemeenteraad en hoe
68
Zie ook normen, bron: RIS304121 ‘Samen voor de stad: Coalitieakkoord 2019-2022', Gemeenteraad, 9 december 2019, p. 41; RIS299076 Commissiebrief Bijlage 2 ‘Programmaplan Energietransitie. Concept versie’, College van Burgemeester en Wethouders, 30 januari 2018, p. 18. 69
RIS304121 ‘Samen voor de stad: coalitieakkoord 2019-2022’, Gemeenteraad, 9 december 2019, p.73
70
RIS306921 Commissiebrief ‘Haags samenspel’, College van Burgemeester en Wethouders, 14 december 2020, p.1.
71
RIS306921 Commissiebrief ‘Haags samenspel’, College van Burgemeester en Wethouders, 14 december 2020, p.3. ‘De politiek bepaalt aan de voorkant de kaders voor participatie: wanneer, hoeveel en waarover wordt wel/niet een participatieproces georganiseerd?’
47
diens rol zich verhoudt tot het participatieve proces volgens het college een aandachtspunt.72 Norm 3: De gemeente creëert voorwaarden zodat elke bewoner die wil kan participeren73 In het klimaatakkoord is opgenomen dat elke burger die dat wil, moet kunnen participeren in de energietransitie.74 Ook volgens het college mogen er “geen bewoners […] ongewild achter blijven.”75 Het is daarom volgens het college belangrijk dat bewoners in alle delen van de stad worden bereikt, ook moeilijk bereikbare doelgroepen.76 Om te kunnen participeren in de energietransitie moeten bewoners volgens het college met passende communicatiemiddelen worden bereikt.77 Het bereiken van bewoners vraagt daarbij om extra inzet omdat participatie moet aansluiten bij verschillende groepen inwoners. De gemeente wil meer groepen bewoners bereiken door inzet op frontlijnwerken en eparticipatie te vergoten.78 Norm 4: De gemeente communiceert duidelijk met bewoners tijdens en na het participatietraject 79 Goede communicatie en goed verwachtingsmanagement zijn basisvoorwaarden voor een goede invulling van een participatietraject.
Dat wordt in het Klimaatakkoord, Haags beleid, moties en andere onderzoeken naar participatie onderstreept.80 Het gaat er dan om dat voor alle partijen helder is, wat de kaders zijn waarbinnen zij kunnen opereren, wie welke rol en verantwoordelijkheid heeft en met wie ze contact op kunnen nemen bij vragen of
72
RIS306921 Commissiebrief ‘Haags samenspel’, College van Burgemeester en Wethouders, 14 december 2020, p.2.
73
Klimaatakkoord. Gebouwde omgeving: wijkgerichte aanpak’, 14 december 2018, p.26; ‘Kader voor het vormgeven van participatie bij duurzame energieprojecten’, BZK, november 2019, https://www.greendeals.nl/sites/default/files/201911/GD%20221%20Participatie%20kaders.pdf 74
Klimaatakkoord, p. 25; RIS295898 Commissiebrief ‘Actieplan Burgerparticipatie 2016-2020’, College van Burgemeester en Wethouders, 16 december 2016, p. 5.. 75
RIS299076 Commissiebrief Bijlage 2 ‘Programmaplan Energietransitie. Concept versie’, College van Burgemeester en Wethouders, 30 januari 2018, p. 18. 76
RIS306148 Raadsmededeling Bijlage ‘Programmabrief duurzaamheid 2021’, College van Burgemeester en Wethouders, 4 september 2020, p. 5-6. 77
RIS297284 Raadsbesluit ‘Voorstel van het college inzake Actieplan Burgerparticipatie 2016-2020: Samen leven is samen kiezen en samen doen’, Gemeenteraad, 21 september 2017, p.20. 78
RIS297284 Raadsbesluit ‘Voorstel van het college inzake Actieplan Burgerparticipatie 2016-2020: Samen leven is samen kiezen en samen doen’, Gemeenteraad, 21 september 2017, p.20. 79
‘Niet buiten de burger rekenen!’, Sociaal en Cultureel Planbureau, Van den Broek, A., Steenbekkers, A., Van Houwelingen, P. & Putters, K., 2016, p.68. 80
‘Niet buiten de burger rekenen!’, Sociaal en Cultureel Planbureau, Van den Broek, A., Steenbekkers, A., Van Houwelingen, P. & Putters, K., 2016, p.68; RIS304121 ‘Samen voor de stad: Coalitieakkoord 2019-2022’, Gemeenteraad, 9 december 2019, p. 60; RIS301834 Motie ‘Afdoening van motie 'Duidelijkheid over participatie’, College van Burgemeester en Wethouders, 2 februari 2021.
48
problemen.81 Het is van belang dat de gemeente een terugkoppeling geeft na (belangrijke stadia in) een participatietraject en dat de gemeente haar afspraken nakomt. Het vertrouwen in de overheid wordt bijvoorbeeld geschaad als de burger denkt een serieuze gesprekspartner te zijn, maar (b)lijkt dat hier uiteindelijk niets mee gedaan is.82 Ook onjuiste of te hoog gestelde verwachtingen in het participatieproces, kunnen afbreuk doen aan het draagvlak.83 In het Stedelijk Energieplan geeft de gemeente aan een betrouwbare partner te willen zijn door afspraken na te komen en duidelijkheid te geven over wat de gemeente wel en niet kan doen in de energietransitie.
De gemeente wil daarbij transparant zijn over de belangen en bewoners goed en tijdig informeren.84 Norm 5: De gemeente faciliteert bewonersinitiatieven85 De gemeente heeft een rol in het bevorderen en faciliteren van die participatie, zo onderstreept kennis- en netwerkinstituut Platform 31.86 De gemeente zegt initiatieven van bewoners actief te willen ondersteunen.87 Volgens het college vraagt dit om “een nieuwe manier van samenwerken met bewoners, waarin de gemeente zich als partner positioneert, zich flexibel opstelt en initiatieven omarmt en ondersteunt.”88 Ook de raad benadrukt dat het van belang is dat bewonersinitiatieven worden ondersteund zodat zij ‘een structurele bijdrage kunnen leveren aan de energietransitie in Den Haag’.89 Norm 6: De gemeente weegt belangen in de stad nauwkeurig en transparant af Het Klimaatakkoord stelt dat het van belang is dat de gemeente de verschillende belangen die spelen, in zicht heeft en die zichtbaar en nauwkeurig weegt.90 Het gaat daarbij om de
81 ‘Niet buiten de burger rekenen!’, Sociaal en Cultureel Planbureau, Van den Broek, A., Steenbekkers, A., Van Houwelingen, P. &
Putters, K., 2016, p.63. 82 ‘Niet buiten de burger rekenen!’, Sociaal en Cultureel Planbureau, Van den Broek, A., Steenbekkers, A., Van Houwelingen, P. &
Putters, K., 2016, p.63. 83
‘Niet buiten de burger rekenen!’, Sociaal en Cultureel Planbureau, Van den Broek, A., Steenbekkers, A., Van Houwelingen, P. & Putters, K., 2016, p.34. 84 RIS306869 Raadsbesluit Bijlage 3 ‘Stedelijk energieplan’, Gemeenteraad, 16 december 2020, p. 12.
85
RIS299076 Commissiebrief ‘Update energietransitie’, 8 februari 2018, College van Burgemeester en Wethouders, p. 5.
86
'Burgerparticipatie in de warmtetransitie', Platform 31, Buitelaar, S. & Heeger, A., 2018.
87
RIS304121 ‘Samen voor de stad: Coalitieakkoord 2019-2022', Gemeenteraad, 9 december 2019, p. 41.
88
RIS299076 Commissiebrief Bijlage 2 ‘Programmaplan Energietransitie. Concept versie’, College van Burgemeester en Wethouders, 30 januari 2018, p. 18. 89
RIS302666 'Afdoening motie Ondersteuning bewonersinitiatieven energietransitie', 25 juni 2019.
90
Klimaatakkoord. Gebouwde omgeving: wijkgerichte aanpak’, 14 december 2018, p. 12; Klimaatakkoord, D5 Bevordering draagvlak; 'Niet buiten de burger rekenen!’, Sociaal en Cultureel Planbureau, Van den Broek, A., Steenbekkers, A., Van Houwelingen, P. & Putters, K., 2016, p.7.
49
belangen van participanten of andere stakeholders en het ‘algemeen belang’ waar de gemeente zelf verantwoordelijk voor is.91 Het is volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) voor gemeenten van belang om de belangen van de participanten in gemeentelijke beleidsuitvoering serieus af te wegen. Het serieus omgaan met bewoners in participatietrajecten en hun inbreng zichtbaar afwegen zijn belangrijke factoren als het gaat om de betrokkenheid van bewoners en draagvlak van besluiten.92 Dit wordt onderstreept in onder andere het Klimaatakkoord.93 Ook volgens het SCP moet de procedure van het afwegen van verschillende belangen op een eerlijke en rechtvaardige manier gebeuren.94 De gemeente moet naast het serieus afwegen van de belangen van participanten het algemeen belang borgen.95 In het geval van de energietransitie betekent dit dat belangen van participanten worden afgewogen met de belangen van bijvoorbeeld andere bewoners in een wijk. De gemeente moet daarbij regie voeren, voorkomen dat er ineffectieve of niet toekomstbestendige oplossingen worden gekozen en moet kosten en baten integraal afwegen.96 Norm 7: Het college informeert de raad over de inbreng van bewoners bij besluitvoorstellen.
Het college vindt het van belang de gemeenteraad actief en tijdig te betrekken bij bewonersparticipatie.97 Platform31 geeft aan dat dit nodig is omdat bewonersparticipatie van invloed is op beleidsvoorbereiding en daarmee op voorstellen waar de gemeenteraad uiteindelijk besluiten over moet nemen. Wanneer raad en bewoners elkaar pas in een vergevorderd stadium tegenkomen, is dit volgens Platform31 nadelig voor het participatieproces.98
91
RIS297284 Raadsbesluit ‘Voorstel van het college inzake Actieplan Burgerparticipatie 2016-2020: Samen leven is samen kiezen en samen doen’, Gemeenteraad, 21 september 2017, p.9; ‘Kader voor het vormgeven van participatie bij duurzame energieprojecten’, BZK, november 2019, https://www.greendeals.nl/sites/default/files/201911/GD%20221%20Participatie%20kaders.pdf, p. 10. 92
'Niet buiten de burger rekenen!’, Sociaal en Cultureel Planbureau, Van den Broek, A., Steenbekkers, A., Van Houwelingen, P. & Putters, K., 2016, p.61. 93
Klimaatakkoord, D5 Bevordering draagvlak
94
'Niet buiten de burger rekenen!’, Sociaal en Cultureel Planbureau, Van den Broek, A., Steenbekkers, A., Van Houwelingen, P. & Putters, K., 2016, p.66. 95
RIS306869 Raadsbesluit Bijlage 3 ‘Stedelijk energieplan’, Gemeenteraad, 16 december 2020, p.3
96
RIS299076 Commissiebrief ‘Update energietransitie’, 8 februari 2018, College van Burgemeester en Wethouders, p. 7.
97
RIS293550 Commissiebrief 'Hoofdlijnenbrief burgerparticipatie 216-2020', College van Burgemeester en Wethouders, 5 april 2016, p. 5,7. 98
'Burgerparticipatie in de warmtetransitie', Platform 31, Buitelaar, S. & Heeger, A., 2018, p.18.
50
Bijlage 3: Onderzoeksverantwoording Om het onderzoek uit te voeren, heeft de rekenkamer de volgende onderzoeksmethoden gehanteerd: 1. Casusselectie; 2. Documentenanalyse; 3. Interviews. Hieronder zetten wij uiteen hoe wij die casusselectie, documentenanalyse en interviews hebben uitgevoerd en welke keuzes wij daarbij hebben gemaakt. Verder komt aan de orde in deze bijlage: 4. De samenstelling van het onderzoeksteam; 5. De relatie tussen de bevindingen en de normen. Casusselectie De rekenkamer heeft ervoor gekozen om zeven casussen te onderzoeken. Twee hiervan betreffen participatietrajecten voor stedelijke besluiten/documenten (het Stedelijk Energieplan en de Transitievisie Warmte). De andere vijf casussen betreffen participatietrajecten in wijken (Mariahoeve, Zuidwest, Vruchtenbuurt, Statenkwartier en Molenwijk-Puntpark). De rekenkamer heeft de casusselectie uitgevoerd door wijken te kiezen die de gemeente heeft aangemerkt als 'Groene energiewijken' en voorop liepen in de energietransitie. Binnen de Groene energiewijken waren verschillende actoren verantwoordelijk voor participatie: de gemeente (in de drie wijken: Binckhorst/CID, Mariahoeve en Zuidwest), bewonersinitiatieven (in vier wijken: Vruchtenbuurt, Vogelwijk, Ypenburg en Statenkwartier) of Duurzaam Den Haag (in drie wijken: Molenwijk-Puntpark, Konings- en Regentesseplein en Moerwijk-Oost).
In onze casusselectie hebben wij deze verdeling van actoren zoveel mogelijk geprobeerd te weerspiegelen. Documentenanalyse Voor dit onderzoek heeft de rekenkamer documenten uitgevraagd en geanalyseerd. Wij hebben om de volgende type documenten en informatie gevraagd aan de ambtelijke organisatie en bewonersinitiatieven: 1. kaderstellende documenten voor participatie die voor de hele stad gelden, algemeen of met een link naar de energietransitie; 2. documenten die specifiek zijn opgesteld voor de casussen en daarnaast extra informatie over de casussen, te weten; 3. achtergrondinformatie over het participatietraject van de casus (tijdlijn, soort participatieactiviteiten, doel van activiteiten); 51
4. een beschrijving van de deelnemers aan participatietrajecten (welk deel van een wijk, bewonersgroepen, aantal deelnemers, vertegenwoordiging van de wijk); 5. documenten waaruit blijkt dat er een plan van aanpak is gemaakt voor participatietrajecten in de specifieke casus; 6. documenten waaruit blijkt welke input bij bewoners is opgehaald, hoe dat is verwerkt en hoe het is teruggekoppeld naar bewoners. De rekenkamer heeft een gestructureerde kwalitatieve data-analyse toegepast bij bestudering van bovenstaande informatie en documenten. Hierbij hebben wij onder meer gebruik gemaakt van software voor kwalitatieve data-analyse. Interviews Voor dit onderzoek zijn verschillende interviews uitgevoerd met betrokkenen. Dat hebben wij gedaan om de uitkomsten van de kwalitatieve analyse te toetsen en aanvullende informatie te verkrijgen. De rekenkamer heeft hiervoor semi-gestructureerde interviews uitgevoerd: 1. Interviews met de ambtelijke organisatie: zowel personen uit het programmateam Energietransitie als personen die verantwoordelijk zijn voor de door ons onderzochte casussen. 2. Interviews met externen: bewoners(initiatieven), Duurzaam Den Haag. Van de interviews zijn verslagen gemaakt. De verslagen zijn teruggelegd bij de geïnterviewden zodat zij ze op inhoud hebben kunnen verifiëren.
De interviews en verslagen zijn vertrouwelijk en daarom verwijzen wij in het rapport niet rechtstreeks naar geïnterviewde personen in onze bronvermelding. Onderzoeksteam Het onderzoeksteam bestond (in wisselende samenstelling) uit een projectleider (senior onderzoeker), twee medior onderzoekers en een junior onderzoeker. Dit team wordt tijdens het onderzoek begeleid door de plaatsvervangend secretaris en de secretaris van de rekenkamer. Vanuit het bestuur van de rekenkamer is een portefeuillehouder aangewezen. Alle fundamentele keuzes in het onderzoek zijn door het bestuur van de rekenkamer gemaakt (denk hierbij aan de keuze voor een onderwerp, de vraagstelling, de afbakening, conclusies, etc.). De onderzoeksmethodiek en toetsing van de kwaliteit wordt door het team afgestemd met de plaatsvervangend secretaris en de secretaris van de rekenkamer. Relatie tussen de bevindingen en de normen In de feitenrapportage zijn acht bevindingen geformuleerd die omwille van de leesbaarheid niet expliciet zijn gekoppeld aan de onderzoeksvragen en de normen (zie hiervoor ook bijlage 1 en bijlage 2). In onderstaande verantwoordingstabel is opgenomen hoe de bevindingen en de normen zich tot elkaar verhouden. 52
Normen
Bevindingen
Norm 1:
Bevinding 1:
De gemeente heeft in de
De gemeente zet actief in op het benaderen en betrekken
energietransitie ingezet op
van bewoners in de energietransitie
bewonersparticipatie Norm 2:
Bevinding 3:
De gemeente heeft tijdig
De gemeente heeft voor bewoners (en uitvoerende
duidelijke beleids- en
ambtenaren) onvoldoende duidelijk gemaakt welke kaders
uitvoeringskaders voor
gelden voor de uitvoering van bewonersparticipatie in de
bewonersparticipatie
energietransitie
opgesteld Bevinding 4: In de participatietrajecten heeft de gemeente met de deelnemende bewoners onvoldoende afspraken gemaakt over de invulling van de participatie Bevinding 5: De gemeente heeft geen systematische aanpak om met opgedane ervaringen de opzet en invulling van de bewonersparticipatie in de energietransitie te verbeteren Norm 3:
Bevinding 5:
De gemeente creëert
De gemeente heeft geen systematische aanpak om met
voorwaarden zodat elke
opgedane ervaringen de opzet en invulling van de
bewoner die dat wil, kan
bewonersparticipatie in de energietransitie te verbeteren
participeren Bevinding 6: Er is hoofdzakelijk met kleine groepen bewoners en op een laag niveau geparticipeerd Norm 4:
Bevinding 4:
De gemeente
In de participatietrajecten heeft de gemeente met de
communiceert duidelijk
deelnemende bewoners onvoldoende afspraken gemaakt
met bewoners tijdens en na
over de invulling van de participatie
het participatietraject Bevinding 5: De gemeente heeft geen systematische aanpak om met opgedane ervaringen de opzet en invulling van de bewonersparticipatie in de energietransitie te verbeteren
53
Bevinding 8: Bij het actief ondersteunen van participerende bewoners zijn verwachtingen ontstaan die de gemeente niet kon waarmaken, wat heeft geleid tot verwarring en frustratie bij deze bewoners Norm 5:
Bevinding 2:
De gemeente faciliteert
De gemeente biedt actief ondersteuning aan de
bewonersinitiatieven
bewonersinitiatieven Bevinding 7: Het is niet duidelijk wat er met de inbreng van bewoners is gedaan
Norm 6:
Bevinding 6:
De gemeente weegt
Er is hoofdzakelijk met kleine groepen bewoners en op een
belangen in de stad
laag niveau geparticipeerd
nauwkeurig en transparant af
Bevinding 7: Het is niet duidelijk wat er met de inbreng van bewoners is gedaan
Norm 7:
Bevinding 7:
Het college informeert de
Het is niet duidelijk wat er met de inbreng van bewoners is
raad over de inbreng van
gedaan
bewoners bij besluitvoorstellen
Definitie bewonersparticipatie De rekenkamer hanteert in dit onderzoek dezelfde definitie voor bewonersparticipatie als de gemeente: “Situaties waarin burgers, partners in de wijk en (sociaal) ondernemers zelf initiatieven nemen óf door het gemeentebestuur worden uitgenodigd om mee te denken, mee te praten of mee te beslissen over gemeentelijk beleid of de uitvoering daarvan.”99