RIS314687 Bijlage 1 deel 1 Toelichting
Tekst van het document
Nieuwe schoolgebouwen worden, in aansluiting op de toenemende behoefte aan onderwijshuisvesting in de stad, gerealiseerd op basis van een goede afstemming van vraag en aanbod. Kinderopvang Met het raadsvoorstel van 24 april 2014 (rv 45, RIS 271202-140408) heeft de raad besloten om bij nieuwbouw van schoolgebouwen waar gewenst en mogelijk tegelijkertijd rendabel (vervangende) nieuwbouw te realiseren van accommodaties voor kinderopvang. Den Haag streeft ernaar om kinderopvangcentra in, of direct nabij, scholen in stand te houden en, indien dit nodig blijkt, verder uit te breiden. De samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang in kindcentra neemt steeds meer toe en zal intensiever worden. De gemeente kan hierin een faciliterende rol spelen. Peuterspeelzaalwerk De gemeente Den Haag streeft in haar huisvestingsplannen naar de vestiging van voorscholen: een peuterspeelzaal en een (Gemeentelijk Onderwijs Achterstand of GOA-)basisschool die dezelfde voor- en vroegschoolse educatieve programma's gebruiken. Voor deze samenwerking is het wenselijk dat de peuterspeelzaal in of nabij de samenwerkende basisschool is gehuisvest. Als een basisschool in de
50
bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (ontwerp)
toekomst nieuwbouw pleegt of wordt verplaatst, moet ook de huisvesting van de samenwerkende peuterspeelzaal daarop worden afgestemd. Er zijn geen concrete plannen voor bovenstaande functies in het plangebied. Binnen de bestemming Gemengd zijn zij wel mogelijk gemaakt. 4.4.17 Kadernota duurzaamheid Inleiding De stad Den Haag moet verdichten, vergroenen en verduurzamen om aan toekomstige verwachtingen te voldoen (Agenda Ruimte voor de stad RIS295016). Het verdichten is nodig om de huidige en toekomstige woningnood op te vangen. Om dat nu en in de toekomst leefbaar te houden is vergroenen en verduurzamen nodig. Zo heeft de gemeente het streven om in 2030 een klimaatneutrale en klimaatadaptieve stad te zijn. Om dit te kunnen realiseren zijn structurele aanpassingen nodig in de manier waarop er wordt gebouwd. Voor nieuwbouw gelden daarom hoge duurzaamheidsambities. Gebouwen moeten een lange levensduur hebben, zuinig zijn in gebruik en opbouw zijn en bestand zijn tegen toekomstige klimaatveranderingen. Bovendien moeten onderdelen en materialen na de levensduur hergebruikt kunnen worden. De Nota Duurzaamheid “Schone energie in een groene stad” (RIS301829) beschrijft op hoofdlijnen hoe Den Haag de energievoorziening, leefomgeving, mobiliteit en het grondstoffengebruik toekomstbestendig wil maken.
In dit hoofdstuk komen de verschillende thema's aan bod en worden de relevante beleidsnota's beschreven. Het gaat respectievelijk om de thema's: energie, leefomgeving (groen, klimaatadaptatie, gezondheid en milieu), mobiliteit en grondstoffen/circulariteit. Zie ook de paragraaf Duurzaamheid in hoofdstuk 3. Energie Den Haag zet grote stappen om te komen tot de ambitie om in 2030 een klimaatneutrale stad te zijn. Om dat te bereiken moet de Haagse energievoorziening aangepast worden. De energievoorziening van nieuwbouw (woningen) moet volgens het Bouwbesluit zonder aardgasaansluiting ontwikkeld worden. De gekozen energievoorziening moet passen bij de oplossingsrichting die in het Stedelijk EnergiePlan (RIS306869) en het ontwerp van de Transitievisie Warmte (RIS310442) vastgesteld is. Uitgangspunt hiervan is dat nieuwbouw vanwege de goede isolatie met lage temperaturen verwarmd kan worden. Daarom is het gebruik van hoge (> 70 °C) temperatuur stadsverwarming voor nieuwbouw onwenselijk. Die warmte is nodig voor de verwarming van bestaande minder goed te isoleren woningen en gebouwen. Vanaf 1 januari 2021 zijn de BENG-eisen (= Bijna energieneutraal Gebouw) van toepassing op alle bouwaanvragen die worden ingediend. Het Bouwbesluit stelt met de BENG eisen een ondergrens. Om het thermisch gebruik van de ondergrond te optimaliseren stelt de gemeente waar nodig bodemenergieplannen op.
In een bodemenergieplan wordt vastgelegd op welke plekken koude en op welke plekken warmte in de bodem opgeslagen mag worden. Zo wordt voorkomen dat koude en warme bronnen met elkaar interfereren en kan de thermische capaciteit van de bodem optimaal worden benut. Platte daken op de locatie dienen gebruikt te worden voor klimaatadaptieve maatregelen (groen dak, wateropvang) in combinatie met het opwekken van duurzame energie (elektriciteit, warm water). Zorg met het ontwerp en indeling voor een lage koelbehoefte van het gebouw. Dit kan door rekening te houden met de oriëntatie van het gebouw, zonwering etc. Er gelden landelijke BENG normen en de TO-juli normering. Mobiliteit Den Haag zet in op een verandering van het mobiliteitssysteem (de mobiliteitstransitie), zoals vastgelegd in de Strategie Mobiliteitstransitie 2022-2040 (RIS310664). De strategie is opgebouwd uit vier thema's. Het thema 'stadsvriendelijke vervoerswijzen' richt zich op duurzame mobiliteitsoplossingen die zo min mogelijk schade brengen aan mens en milieu, en die ten dienste staan van het verbeteren van de kwaliteit van de openbare ruimte. Dat betekent o.a. dat we uitgaan van het STOMP-principe:
51
bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (ontwerp)
Stappen-Trappen-OV-MaaS-Privéauto. Bij het ontwerp van de openbare ruimte én de gebouwen kiezen we in de eerste plaats voor de voetganger en fietser, gevolgd door het OV, deelmobiliteit en privéauto. Zo vormt de mens het startpunt. Lopen is de basis, voor wat langere afstanden bieden fiets, OV en auto de uitkomst. MaaS kan dit nog makkelijker maken. MaaS staat voor Mobility as a Service, hiermee bedoelen we mobiliteit als dienstverlening in de brede zin. Een goed voorbeeld is deelmobiliteit. Bij deelmobiliteit maken meerdere mensen gebruik van dezelfde vervoermiddelen. Dit kan zowel een auto, (bak)fiets als scooter zijn. De privéauto geldt als sluitstuk, deze neemt namelijk de meeste ruimte in beslag. Om de noodzakelijke doorontwikkeling van het mobiliteitssysteem te bewaken, zijn zes doelstellingen voor mobiliteit geformuleerd, waaronder schone mobiliteit; we zetten in op een klimaatneutrale stad in 2030 en op emissievrije mobiliteit. Dat doen we door schoner vervoer, het terugdringen van het aantal en de lengte van verplaatsingen en door meer verplaatsingen lopend, fietsend en met het openbaar vervoer te laten plaatsvinden. Daarnaast streven we naar schone en emissievrije stadslogistiek, taxi- en doelgroepenvervoer. In Aanpak schoon vervoer (RIS303606) wordt versneld ingezet op schonere alternatieven ten aanzien van gemotoriseerd vervoer.
Met maatregelen, zoals het versnellen van elektrische mobiliteit, wordt onze lucht schoner. Vanwege de gezondheidseffecten van luchtvervuiling streven we overal in de stad de norm van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voor luchtkwaliteit na. In en rond het gebouw dient actief rekening gehouden worden met de gewenste vormen van vervoer bijvoorbeeld door ruimte en voorzieningen te reserveren voor (deel)fietsen en laadpunten voor elektrische voertuigen. Den Haag heeft diverse milieuzones, deze gelden o.a. voor vrachtverkeer, bussen, dieselauto's en oude brommers en worden stapsgewijs aangescherpt. Alle logistiek in de binnenstad dient vanaf 2025 emissieloos plaats te vinden (Milieu Zones Den Haag RIS305702). De locatie Anna van Hannoverstraat 4 valt weliswaar buiten de binnenstad en buiten de milieuzone voor vrachtverkeer, maar de toekomstige gebruikers van deze locatie zouden kunnen onderzoeken om zich aansluiten bij het Platform Stedelijke Distributie en gebruik te maken van de Haagse Logistieke Hub. Onze ambitie is dat Den Haag een echte fietsstad wordt, voor álle Hagenaars. In 2040 is de fiets het belangrijkste vervoermiddel voor verplaatsingen in de stad. Dat betekent wel dat de infrastructuur, mobiliteitsdiensten en de reizigers zelf moeten meegroeien met het gewenste fietsgebruik (Ruim baan voor de fiets, fietsstrategie Den Haag 2040, RIS302960).
Met de groei van het fietsgebruik groeit ook de behoefte aan voldoende stallingsvoorzieningen op de juiste plek. Dat is nodig om fietsgebruik te faciliteren, maar ook om de overlast in de openbare ruimte te voorkomen. De aanwezigheid van fietsenparkeervoorzieningen stuurt het gedrag. Of mensen hun fiets goed bij de woning en op bestemming kwijt kunnen, bepaalt of mensen voor de fiets kiezen of voor een ander vervoermiddel. Goede oplossingen voor fietsparkeren maken het gebruik van de fiets aantrekkelijk. Met de toename van het aantal verschillende fietsmodellen, zoals E-bikes, kratfietsen en bakfietsen, is er behoefte aan een gedifferentieerd aanbod aan stallingsvoorzieningen. Grondstoffen Gemeente Den Haag heeft de ambitie om in 2050 volledig circulair te zijn. In 2030 wil de gemeente voor 50% circulair zijn. Dat vraagt om een andere aanpak, o.a. op het gebied van inkoop, ontwerp en bouw. Het materiaalgebruik gerelateerd aan bouw en (bouw)processen is verantwoordelijk voor 11% van de gehele Nederlandse CO2 uitstoot. Het is daarom van belang om naast energiezuinige gebouwen ook waarde te hechten aan het omlaag brengen van het materiaalgebruik. De milieukosten van een gebouw worden berekend d.m.v. een MilieuPrestatieGebouw (MPG). Dit zijn alle milieukosten van materialen opgeteld, gedeeld door de levensduur en de vloeroppervlakte.
De landelijke norm hiervoor ligt op 0.8 voor woningen en 1.0 voor utiliteit. Voor nieuwbouw in Den Haag streven wij naar een zo laag mogelijke MPG-waarde. Dit valt te behalen door slim om te gaan met de hoeveelheid materialen, in te zetten op hergebruik en te kiezen voor verantwoorde biobased materialen. Actieplan maatschappelijk verantwoord inkopen (RIS 299397) We gaan verspilling van grondstoffen tegen en zorgen voor maximaal hergebruik van materialen in en door de stad. Voor sloop hanteren we de minimale eis dat er gesloopt wordt conform de BRL
52
bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (ontwerp)
SVMS-007. Afval Het aanbieden en ophalen van afval brengt een ruimtevraag met zich mee. De opstelplekken en aanrijroutes moeten voldoen aan de daarvoor geldende randvoorwaarden, zoals geformuleerd in de vastgestelde parkeerstrategie (RIS 308711) en het handboek openbare ruimte (www.hor.denhaag.nl). Afval dat tijdens de bouw en daarna in de gebruiksfase vrijkomt moet zoveel mogelijk aan de bron gescheiden worden en apart afgevoerd te worden. Het huishoudelijk afval dient inpandig (uit het zicht) en op eigen terrein te worden opgeslagen. In het ontwerp dient hiervoor ruimte gereserveerd te worden. Meer informatie hierover in hoofdstuk 5. Groen In Den Haag zien we de natuur als belangrijk onderdeel van onze stad. Een stad met een vitale stadsnatuur is een gezonde stad. In de Nota Stadsnatuur (RIS305824) zijn handvatten opgenomen waarmee we werken aan een groenere stad met een gezond stadsecosysteem met meer biodiversiteit. Een belangrijke voorwaarde voor een gezond stadsecosysteem is de aanwezigheid van een uitgebreid netwerk van groengebieden die onderling met elkaar verbonden zijn. In deze nota wordt de nadruk gelegd op een optimale ecologische inrichting door middel van vuistregels voor biotopen en -beheer, behoud en de mogelijke uitbreiding van de ecologische verbindingszones.
Is extra ruimtebeslag van een niet-ecologische functie onvermijdelijk dan moet de inpasbaarheid hiervan worden onderzocht. Bij elke (her)inrichting en omvorming van de openbare ruimte is een natuurkansenscan verplicht. Ontwerpen die ter beoordeling worden voorgelegd aan de Adviescommissie Openbare Ruimte worden, mede op basis van de natuurkansenscan, ook beoordeeld op het gebied van stadsnatuur. In Den Haag vinden we onze bomen van oudsher belangrijk. Alle stadsbomen vormen samen een stadsbomennetwerk, wat parken, bossen, tuinen, lanen en groengebieden tot in de haarvaten met elkaar verbindt. In de Nota Stadsbomen (RIS307827) zijn concrete doelen geformuleerd om de leefkwaliteit van deze bomen te verbeteren: we werken aan de toekomstbestendigheid van ons stadsbomennetwerk en we willen meer kroonoppervlak in onze stad. Wanneer we een ontwerp voor (her)inrichting maken met bomen dan doen we dat met aandacht voor diversiteit, ecologie en het maken van diverse microklimaten in onze stad. Om meer kroonoppervlak te maken zijn goede groeiplaatsen voor bomen essentieel. De gemeente Den Haag stimuleert groen- en natuurinclusief bouwen in de stad met het besluit Natuurinclusief bouwen (RIS 309252, 301953, 313059).
Dit levert een bijdrage aan de biodiversiteit, aan de klimaatopgave door vermindering van hittestress en wateroverlast, aan de mogelijkheden voor natuurbeleving in de stad en daarmee samenhangend aan het welzijn en de gezondheid van mensen. Daarnaast moeten alle grootschalige nieuwbouwprojecten in Den Haag voldoen aan het Puntensysteem groen- en natuurinclusief bouwen (RIS301953). Als onderleggen voor het ruimtelijk beleid heeft de gemeente De Agenda Ruimte voor de Stad (RIS295016). De agenda heeft verschillende functies waaronder het vormen van een onderlegger voor het ontwikkelen en beoordelen van nieuwe ruimtelijke plannen. Groen is hierbij een belangrijk onderwerp en komt terug rondom opgaves als verdichting en klimaatadaptatie. De Agenda Groen voor de Stad (RIS295016) legt de basis om samen met de stad binnen een helder beleidskader en met een duidelijke ambitie de uitdagingen waar Den Haag voor staat het hoofd te bieden en de kansen die zich voordoen te pakken. De ambitie is een verdere kwalitatieve ontwikkeling van het Haagse groen, waarbij ruimte bestaat voor verandering en initiatief en bij ontwikkelingen groen toekomstbestendig wordt vormgegeven. De ambities, thema's en kaarten in deze Agenda vormen een richtinggevend toetsingskader voor de toekomst van het groen van de gemeente Den Haag.
Ze geven aan wat waar belangrijk is en niet wat het precies moet zijn of worden. In plaats van een blauwdruk gaat het om het benoemen van waarden en procesvoorwaarden, waarmee de kwaliteit van het groen in Den Haag voor de langere termijn is geborgd.
53
bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (ontwerp)
In de Agenda leggen we de hoofdzaken vast en geven daarnaast ruimte voor nieuwe inzichten en ontwikkelingen. Al deze beleidsdocumenten geven weer dat de gemeente zorgvuldig omgaat met onze stadsnatuur. Zo wordt er ook gekeken naar de effecten van verlichting op de natuur, te vinden in de Richtlijn Licht op Natuur (RIS 298657) Klimaatadaptatie Volgens de laatste scenario's van het KNMI zal klimaatverandering ertoe leiden dat we in Nederland vaker te maken krijgen met hevige regenbuien, meer dagen met tropische temperaturen, langere droge perioden en een verdere stijging van de zeespiegel. Dergelijke weersextremen kunnen veel schade en overlast veroorzaken, ook op het gebied van gezondheid. De Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig (RIS308744) biedt ontwerpprincipes om gebouwen en de buitenruimte klimaatbestendig te ontwerpen en in te richten. Wateroverlast en de schade daardoor veroorzaakt zijn per locatie te analyseren middels de stresstesten in de klimaatatlas. De sponswerking van de stad moet vergroot worden om de gevolgen van klimaatverandering te beperken. Dat doen we middels hemelwater vastgehouden - bergen - infiltreren en/of hergebruiken - eventueel vertraagd afvoeren. Oplossingsrichtingen zijn sterk afhankelijk van lokale omstandigheden zoals grondwaterstanden en type ondergrond (zand of veen). Een robuuste oplossing vraagt dus altijd om maatwerk.
Naar het thema hitte in Den Haag is door de TU Delft een uitgebreide studie verricht. De resultaten van deze studie zijn te vinden in het rapport Haagse Hitte (RIS299474). Naast maatregelen op en aan gebouwen die gericht zijn op het buitenhouden van de zomerse zon of verkoeling (zonwering, overstekken, groene daken, verticaal groen, geveltuintjes) bieden bomen schaduw en verkoeling in de zomer. Bomen vormen daarom ons groene kapitaal. Zodoende wordt terughoudend omgegaan met het afgeven van kapvergunningen en zal, waar kappen onvermijdelijk is, nieuw bomen met gelijkwaardige natuurwaarde moeten worden aangeplant. Voor Den Haag zijn de effecten van droogte onderzocht in een Droogtestudie (RIS306855). De droogtestudie geeft aan dat verschillende delen van de stad kwetsbaar kunnen zijn voor diverse effecten van droogte. Droogte wordt beperkt door maximale sponswerking in de stad te benutten door oplossingen in groen, bodembuffers en door wateraanvoer via het (stedelijke/regionale) oppervlaktewatersysteem. 4.4.18 Gemeentelijk sportbeleid Het gemeentelijke sportbeleid (Rv 7 - 2011; RIS 177242) is gericht op het creëren van een optimaal sportklimaat, zodat zoveel mogelijk Hagenaars regelmatig, intensief, verantwoord, en op een prettige manier kunnen sporten. De voorkeur van de gemeente gaat daarbij uit naar sportbeoefening in georganiseerd verband.
De gemeente wil de kwaliteit van het sportaanbod verhogen door: voldoende goede sportaccommodaties te realiseren die betaalbaar, toegankelijk, bereikbaar en voor sportdoeleinden geschikt zijn; een kwaliteitsimpuls te geven aan het sportaanbod door een sportief recreatieve inrichting van openbare ruimten; herkenbare topsport te faciliteren; maatschappelijk sterke sportverenigingen te ontwikkelen; sportverenigingen te ondersteunen; kinderopvang bij sportaccommodaties mogelijk maken. De gemeente wil de bestaande sportvoorzieningen in de wijk behouden. Haar sportbeleid overlapt het groenbeleid daar waar sport buiten plaatsvindt. Het gaat dan niet alleen om sportvelden en buitensportaccommodaties maar ook om parken, pleinen en straten en grote groengebieden en water. Den Haag heeft een uniek profiel als internationale stad van Vrede en Recht met een hoogstaand werken leefmilieu en een sterke, kennisintensieve zakelijke dienstensector. Dat biedt groeikansen. De
54
bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (ontwerp)
Haagse 'quality of life' onderscheidt zich gunstig van andere steden op een aantal punten: nabijheid strand en duinen, internationale (expat) voorzieningen, winkels en betaalbaar en divers woningaanbod. Dit potentieel moet beter worden benut en verder worden uitgebouwd. Voor de locatie Anna van Hannoverstraat 4 zijn binnen de bestemming Gemengd sportvoorzieningen toegestaan. In het bouwplan is rekening gehouden met een sportschool van ca 1.500 m2. 4.4.19 Nota Spelen in de stad 2015 - 2018 De nota Spelen in de stad 2015 – 2018 (RIS 157604 en RIS 281389) heeft als ambitie om in de stad een goed aanbod te bieden aan speelplekken voor kinderen en jongeren van verschillende leeftijden. Dat betekent dat er voldoende speelplekken moeten zijn voor zowel de kinderen als de jongeren. Deze speelplekken moeten aansluiten bij de wensen die leven in de stad. Bij de aanleg van speelplekken wordt daarom de omgeving nauw betrokken. Gebruikers, ouders en bewoners willen zich bij speelplekken meer verantwoordelijk voelen (mede-eigenaarschap), als zij bij de aanleg van die speelplek nauw betrokken zijn. Verder dient er rekening te worden gehouden met de actieradius verschillen per leeftijdsgroep, omdat oudere kinderen verder van huis spelen en meer ruimte nodig hebben dan jongere. Onderstaande tabel geeft voor Den Haag invulling aan de nieuwe richtlijn.
Onderstaande tabel geeft invulling aan de nieuwe richtlijn: leeftijdscategorie 0 tot 6 jaar 7 tot 12 jaar 13 tot 18 jaar
aantal kinderen per speelplek 50 tot 75 kinderen 75 tot 100 kinderen 100 tot 125 kinderen
actieradius 100 - 150 meter 400 - 600 meter 1.000 meter
speeloppervlakte 200 m² 500 m² > 750 m²
In dit bestemmingsplan worden binnen de bestemmingen geen speelplekken opgenomen en/of specifiek met een functieaanduiding aangegeven. Wel is in de algemene bouwregels opgenomen dat een speeltoestel van maximaal 4 meter hoogte toegestaan is. Bij nieuwe woningbouwlocaties dient in principe de richtlijn van 3% aan openbare speelruimte te worden gehanteerd in relatie tot het 'uitgeefbaar' gebied. Groenvoorzieningen die ook als informele speel- en/of recreatie ruimte kunnen fungeren, worden hierin meegeteld. Uitgaande van de onderstaande tabel kunnen bij nieuwe woningbouwlocaties prognoses gemaakt worden wat de openbare buiten speelruimtebehoefte is. Bijvoorbeeld bij een nieuwbouwvariant Stadsrand. De gemiddelde bezetting is hier 2.996 personen per nieuwbouwwoning. Uitgaande van een tweeoudergezin betekent dit dat er 0.996 kind per woning is. Stel dat er 150 woningen worden gebouwd, dan is de prognose 149 inwonende kinderen. Afhankelijk van de verwachte leeftijdsopbouw en het huidige omgevingsaanbod kan bepaald worden hoe groot de behoefte is aan buiten speelruimte voor de komende jaren. Woonmilieu Centrum stedelijk Stedelijk vooroorlogs Groen stedelijk Stedelijk naoorlogs Stadsrand 20e eeuw Stadsrand modern Werkgebieden Totaal
Gemiddelde woning bezetting in deze nieuwbouw 2,742 2,260 1,779 2,160 2,152 2,996 2,245 2,702
Tabel Woonmilieu huidige situatie naar 7 milieus (incl. Werkgebieden) Bron: Bevolkingsprognose Den Haag 2006-2022 blz.96
Daar waar in de richtlijn 3% niet haalbaar is, maar wel nodig is gezien de bevolkingsopbouw, dienen de volgende mogelijkheden te worden geïnventariseerd: het autoluw/vrij maken van een primair woongebied, samenwerken met scholen en sportverenigingen, om het potentieel aan speelruimte te vergroten.
55
bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (ontwerp)
In het standaardontwerp van een speelplek is een aantal uitgangspunten genoemd waaraan een speelplek bij ontwerp dient te voldoen: 1. 2. 3. 4. 5.
een centrale, sociaalveilige plek in de buurt, dus geen 'overhoek' woningen moeten gericht zijn op het spelen, sociale controle (belangrijk voor meisjes) speelruimte combineren met een ontmoetingsplek of groen verkeersveiligheid rondom een speelplek speelplekken dienen bruikbaar en toegankelijk zijn voor kinderen met en zonder handicap.
Het plangebied wordt groen en autoluw ingericht. Het plangebied ligt nabij een groene omgeving (de Schenkzone) en kent de nodige voorzieningen die als informele speel- en/of recreatie ruimte kunnen fungeren. Bij de uitwerking van de buitenruimte (inclusief daktuinen) binnen en rondom het plangebied is het creëren van speelgelegenheid een aandachtspunt. 4.4.20 Haagse referentienormen maatschappelijke voorzieningen 4.4.20.1 Inleiding Met het toevoegen van woningen alleen, creëren we nog niet de aantrekkelijke inclusieve en levendige stad die we voor ogen hebben. De nieuwe bewoners hebben ook behoefte aan passende stedelijke voorzieningen. De vraag naar onderwijs, sport, cultuur, groen, zorg, welzijn en andere soorten voorzieningen zal blijven toenemen naarmate er inwoners in Den Haag bijkomen. Ruimtelijk willen we voorzieningen toevoegen waar de vraag toeneemt. Bovendien moet het voorzieningenaanbod divers en van hoog niveau zijn om aan te sluiten bij de verschillende wensen en behoeften van bestaande en nieuwe gebruikers. Iedereen moet gebruik kunnen maken van faciliteiten passend bij de eigen levensstijl en het liefst ook op een prettige afstand. Dit is van cruciaal belang voor het functioneren en de aantrekkelijkheid van Den Haag.
De nota Haagse referentienormen maatschappelijke voorzieningen (RIS307513) geeft richtinggevende oppervlaktes voor diverse voorzieningen welke als uitgangspunt gehanteerd worden bij de start van gebiedsontwikkelingen en grootschalige projecten Hierbij gaat het om primair en voorgezet onderwijs, sport, zorg en welzijn, kunst en cultuur, maar ook voldoende speelveldjes, en gebruiksgroen in de openbare ruimte om te sporten. De referentienormen zijn niet bedoeld als bindende norm. Wel zijn ze bedoeld om bij gebiedsontwikkelingen aan de voorkant globaal onderbouwde ruimte- en investeringsclaims te kunnen doen (RIS307513, p. 5). Toepassing van de normen op individuele bouwprojecten heeft zijn beperkingen, omdat veel voorzieningen op een hoger schaalniveau (buurt, wijk of stadsdeel) worden georganiseerd. Inzet is om voldoende aanbod op het juiste schaalniveau te realiseren, gekoppeld aan de grote gebiedsontwikkelingen. Voor het CID worden de centrum-stedelijke referentienormen als vertrekpunt voor de berekening gehanteerd. In het kader van het Voorzieningenonderzoek CID zal een vertaalslag worden opgenomen op basis van de verwachte hoogstedelijke woonmilieu en bijbehorende huishoudensgrootte. De resultaten hiervan worden begin 2023 verwacht. Ook is in 2023 een evaluatie van de referentienormen gepland.
4.4.20.2 Berekening op basis van groennorm Conform de structuurvisie CID (RIS307135, p. 6) wordt bij de ontwikkeling van het CID gewerkt aan een hoogwaardige groene buitenruimte met een hoge gebruiks- en ecologische waarde met op gebiedsniveau een norm voor openbaar groen van 8 m2 per woning. De aanpak van de openbare ruimte gebeurt stapje voor stapje en het kwaliteitsniveau wordt uitgewerkt in de inrichtingsplannen voor de openbare ruimte. Onderstaande tabellen laat zien wat de vergunde en in procedure zijnde ontwikkelingen betekenen voor de kwantitatieve verhouding groen/woningen in het CID. Op basis van de van de uitgangssituatie bij vaststelling van de structuurvisie CID in 2021 en de reeds vergunde bouwplannen zou op gebiedsniveau CID sprake zijn van 12,9 m2 groen per woning. Vervolgens is in beeld gebracht wat het effect is van de twee in 2022 verleende vergunningen (The Grace en Waldorp four) in combinatie met de 3 lopende
56
bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (ontwerp)
bestemmingsplannen en grote ingrepen in de openbare ruimte waarvoor de financiering reeds is vastgelegd. Hieruit blijkt dat de verhouding groen/woningen na uitvoering van deze projecten boven de 8 m2 groen per woning blijft in het CID.
Tabel m2 groen per woning CID
Zowel voor het aantal woningen als de vierkante meters groen geldt dat deze cijfers tijdens de planvorming nog in beweging zijn. De laatst bekende cijfers zijn hier ingevuld; indien nodig is een schatting gebruikt. Na realisatie worden de definitieve gegevens ingevuld. Kleinschalige ontwikkelingen, zowel wat betreft woningbouw als openbare ruimte, zijn buiten beschouwing gelaten. Deze hebben weinig effect op het totaalbeeld.
4.4.20.3
Berekening op basis van referentienormen
In de onderstaande tabel wordt inzicht gegeven in de berekende behoefte van de overige maatschappelijke voorzieningen op basis van de referentienormen. Tevens is aangegeven op welke manier in de behoefte kan worden voorzien, met aandacht voor de ruimtelijke inpassing en de uitvoering. Verschillende oplossingen zijn mogelijk: voorziening opnemen in de ontwikkeling/het bouwplan zelf; voorzien in de directe omgeving, gekoppeld aan de ontwikkeling; gebruik maken van bestaand aanbod, wanneer daar ruimte voor is; behoeftevraag meenemen bij geplande en toekomstige uitbreiding van voorzieningen; maatwerkoplossing & mitigerende maatregelen. Hierbij is relevant dat de rol van de gemeente verschilt per type voorziening. Voor sommige voorzieningen geldt dat de gemeente een wettelijke verantwoordelijkheid heeft. Voor andere voorzieningen treedt de gemeente op als subsidiegever; in weer andere gevallen is de gemeente vooral
57
bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (ontwerp)
faciliterend via het ruimtelijk instrumentarium. type voorziening Onderwijs
Eerstelijnszorg
Berekende Toelichting Ruimtelijke inpassing Uitvoering/financiering Behoefte cf referentienormen 2.280 m2 In het IHP Onderwijs De Liduina Voorzien in voldoende basisschool en de actualisatie Basisschool en de Dr. onderwijs in een hiervan in 2022 is de M.M. Den gemeentelijke taak. 1.500 m2 verwachte Hertogschool worden voortgezet bevolkingsgroei in het uitgebreid om aan de De schooluitbreiding onderwijs CID meegenomen in toenemende behoefte wordt gefinancierd de leerling prognoses. te voldoen gelet op de vanuit de gemeentelijk (in beide gevallen Op grond hiervan zijn ontwikkeling van SoZa begroting. inclusief voostellen opgenomen en andere Uitvoering vindt plaats buitenruimte) voor uitbreiding van ontwikkelingen in door onafhankelijke scholen in de omgeving (Monarch schoolbesturen. omgeving van het torens etc). Verderop plangebied. in de wijk wordt bij de nieuwbouw voor de van Hoogstratenschool rekening gehouden met uitbreiding en na realisatie van de Nutschool Bezuidenhout zal de oude locatie aan de Merkusstraat worden aangehouden om eventuele verdere druk op het basisonderwijs op te kunnen vangen. Voor voortgezet onderwijs is er voldoende capaciteit met de huidige middelbare scholen. 438 m2 Functie die in de plint Via de van het gebouw kan bestemmingsplanregels worden opgenomen. is geborgd dat er in het bouwplan minimaal 440 en maximaal 1.000 m2 zorgaanbod komt.
Realisatie en invulling is aan de markt.
58
bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (ontwerp)
Centrum 60 m2 Jeugd en gezin ( CJG)
Buurthuis
150 m2
Bibliotheek
54 m2
Cultuuranker 72 m2
Behoefte kan opgepakt worden met bestaande CJG aan de Carpentierstraat. Conform referentienorm is er slechts indicatief 0,05 extra CJG nodig en hiervoor is er capaciteit genoeg Behoefte aan In het bouwplan zelf buurthuisvoorzieningen wordt voorzien in een wordt opgepakt met 'buurtkamer' van 150 Integraal m2, als onderdeel van Huisvestingsplan Zorg de voorzieningen in en Welzijn. plint.
-
Realisatie van de buurtkamer maakt onderdeel uit van het bouwplan en ligt bij de ontwikkelende partij.
Behoefte aan De bestaande Bibliotheken zijn een bibliotheekbibliotheek gemeentelijke voorzieningen zijn Bezuidenhout en voorziening. stadsbreed onderzocht Voorburg liggen in het IHP Cultuur en binnen 10 minuten Bibliotheken fietsen van de locatie. (RIS311896). Hierin zijn voorstellen opgenomen om binnen 5 jaar een bibliotheek Mariahoeve en een bibliotheek Benoordenhout te realiseren. Voor Haagse Hout wordt ingezet op realisatie van een cultuuranker conform IHP Cultuur & Bibliotheken.
59
Ruimtelijk is inpasbaarheid op locatie is mogelijk. Het ligt echter meer voor de hand om vanuit breder perspectief van CID-Haagse Hout ontwikkelingen een cultuuranker te realiseren centraal in de wijk. De afgelopen jaren heeft het Diamanttheater gefunctioneerd als Cultuuranker voor Haagse hout.
Financiering van cultuurankers is t/m 2024 geregeld via de Subsidieregeling cultuuranker- en openluchttheaterfunctie s Den Haag 2021-2024. Initiatief en realisatie ligt bij culturele instellingen.
bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (ontwerp)
Sporthal
Zwembad
317 m2
144 m2
De behoefte voor CID is opgepakt met het IHP Sport (RIS311895).
De behoefte voor CID als geheel wordt beschreven in het voorzieningenonderzoek CID. Stadsbreed geldt het IHP Sport (RIS311895).
Op de Binckhorst is Voor sporthal op de ruimte voor een Binckhorst is de nieuwe gemeentelijke intentie dat gemeente sporthal gereserveerd. de bekostiging zelf op Voor Haagse Hout zich neemt. wordt overwogen om extra blaashal te realiseren. Via de IAS-subsidie kunnen verenigingen hiervoor daarnaast ook een bijdrage ontvangen. Bestemmingsplan: In De planregels bieden de plint van de ruimte voor bebouwing is ruimte sportvoorzieningen. voor een Realisatie wordt aan sportvoorziening, de markt overgelaten. bijvoorbeeld fitness. In het IHP sport is Voor zwembad op de een reservering voor Binckhorst is de een zwembad in de intentie dat gemeente Binckhorst de bekostiging zelf op opgenomen met het zich neemt. oog op de groei van de stad.
Tabel Gebouwde voorzieningen
Type voorziening
Berekende Beschouwing Ruimtelijke inpassing Uitvoering/financiering behoefte conform referentienorm Speel-voorzi 3.378 m2 Voldoen aan deze Inpassen van Speelvoorzieningen op eningen ruimteclaim wordt speelmogelijkheden het kavel zelf maken onderzocht en maakt op het kavel, zowel op onderdeel uit van het deel uit van de verdere het maaiveld als op de bouwplan en worden uitwerking. Daarbij daktuinen. gerealiseerd door de moet rekening worden ontwikkelende partij. gehouden met de ligging in de directe Onderzoeken van de Mbt voorzieningen in de omgeving van een mogelijkheden voor openbare ruimte intercitystation en de speelvoorzieningen in worden in de ecologische de directe omgeving anterieure waardering van de bij het ontwerp voor de overeenkomst Schenk. openbare ruimte afspraken gemaakt over rondom het kostenverhaal en ontwikkelplot. In 2023 uitvoering. wordt het ontwerp voor de openbare ruimte uitgewerkt.
60
bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (ontwerp)
Sport in de openbare ruimte
1.200 m2 (dubbelgebruik)
Speelveldjes 1.200 m2 zoals Cruyffen Krajicek courts
Dit betreft geen extra De naastgelegen Mbt voorzieningen in ruimteclaim; het gaat groene Schenk biedt de openbare ruimte om een inrichting van ruimte voor worden in de de openbare ruimte ontspanning en anterieure die uitnodigt tot bewegen en maakt overeenkomst bewegen. onderdeel uit van een afspraken gemaakt over Doel is dat iedereen groter netwerk. kostenverhaal en binnen een straal van uitvoering. 1 km rond zijn huis Bij de (her)inrichting een gelegenheid van de openbare vinden om te sporten ruimte moet rekening in de openbare ruimte. worden gehouden met Routes en rondjes het intensievere worden waar mogelijk gebruik als gevolg van aan elkaar verbonden de ontwikkeling in het waardoor de plangebied. wandelaar, de korte eìn de lange afstand sporter gemakkelijk zijn weg vindt. Aan de Van Alphenstraat ligt een bestaand speelveld van ca 1.200 m2, dat weinig intensief gebruikt wordt. De behoefte kan hier voorlopig mee worden opgevangen. Voor de langere termijn zal in de ontwikkelvisie voor het gebied en de plannen voor de openbare ruimte moeten worden gezocht voor aanvullende voorzieningen.
-
De conclusie is dat ook na realisatie van het plan kan worden voorzien in een voldoende voorzieningenniveau. Een deel van de toenemende vraag aan voorzieningen wordt in het bouwplan of de directe omgeving ingevuld. In een aantal gevallen kan van bestaande voorzieningen gebruikt worden gemaakt. Met het oog op de stijgende vraag naar voorzieningen op een hoger schaalniveau als gevolg van de groei van Den Haag zijn in integrale huisvestingsplannen voorstellen geformuleerd voor o.a. een sporthal, bibliotheek en zwembad en de uitbreiding van scholen. 4.4.20.4
Toelichting
Buurthuis van de Toekomst Het college wil accommodaties in de stad optimaal benutten door verschillende functies met elkaar te combineren zoals bibliotheken, zorg, welzijn, onderwijs en sport. Daarnaast wil het college de kracht van onder meer sportverenigingen beter benutten voor behoeften en vraagstukken uit de buurt. Gestreefd
61
bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (ontwerp)
wordt om sportclubs, scholen, culturele instellingen en andere organisaties in de wijk met elkaar te laten samenwerken. De subsidieregeling 'Buurthuis van de toekomst' is in 2019 beëindigd. Het College heeft echter aangegeven (RIS303610, 2019) het streven naar optimalisering en gecombineerd ruimtegebruik voort te zetten. In het plan is ruimte voor maatschappelijke voorzieningen. Onderwijs De nota Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs 2020-2030 (RIS 304176, 2019) biedt een nader richtinggevend kader voor onderwijshuisvesting voor primair, speciaal voortgezet, en internationaal onderwijs. Op het gebied van onderwijshuisvesting streeft de gemeente naar voldoende toekomstbestendige schoolgebouwen verspreid over de stad. Gelijke kansen voor alle leerlingen is daarbij het motto. Voor iedere leerling in de stad is geschikt onderwijs bereikbaar. Conform het IHP wordt ingezet op ondermeer vervangende nieuwbouw van Den Hertogschool op huidige locatie in Bezuidenhout, waarbij constructief/ontwerptechnisch rekening gehouden met uitbreidingsmogelijkheid van 6 groepen op het dak. Hiermee is er voor toekomstige inwoners van SoZa zekerheid dat er voldoende ruimte voor scholen kan worden voorzien.
De gemeente Den Haag streeft in haar huisvestingsplannen naar de vestiging van voorscholen: een peuterspeelzaal en een basisschool die dezelfde voor- en vroegschoolse educatieve programma's gebruiken. Voor deze samenwerking is het wenselijk dat de peuterspeelzaal in of nabij de samenwerkende basisschool is gehuisvest. In het plangebied zelf wordt zodoende niet ingezet op onderwijsvoorzieningen voor basis onderwijs. Wel biedt het plan mogelijkheden voor vestiging van instellingen voor hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Kinderopvang In de beleidsnota 'Ruimtelijke implementatie kindercentra in Den Haag' (Rv 85 2001; RIS 85329 inclusief update 2015) zijn ruimtelijke criteria opgesteld, waaraan locaties moeten voldoen willen zij in aanmerking komen voor de vestiging van een kindercentrum. Bij het beoordelen van nieuwe initiatieven voor kinderopvang zijn de volgende criteria van belang: • kindercentra moeten bij voorkeur in een woonbuurt liggen, in een gemengde wijk met een woonkarakter of in een gebied met concentraties van kantoren • kindercentra in percelen met een school, welzijns- of zorgbestemming ontmoeten vanuit ruimtelijk oogpunt geen enkel bezwaar (amendement raadsvergadering 19 april 2001); • kindercentra in vrijstaande of halfvrijstaande percelen zijn toelaatbaar (nadere eisen t.a.v.
geluidoverdracht naar aangrenzende panden is mogelijk); •kindercentra bij voorkeur niet in een rijtjeshuis of tussen aansluitende woningen; • Kindercentra niet liggen nabij (of aan) doorgaande wegen met een intensiteit van > 10.000 voertuigen per etmaal en er moeten voldoende mogelijkheden zijn voor het veilig halen en brengen zonder dat de doorgang van het verkeer wordt belemmerd; • het moet mogelijk zijn om een geschikte en veilige buitenspeelruimte te realiseren. In de Sportnota 2015 is daaraan de inzet toegevoegd de inzet om sportkantines zoveel mogelijk ook te kunnen benutten voor kinderopvang. In het plangebied zelf wordt niet inzet op kinderopvang. In het plangebied wordt kinderopvang toegestaan, voor zover er wordt voldaan aan de eisen voor buitenruimte. Kunst & cultuur Met het Beleidskader Kunst en Cultuur 2021-2024 en Meerjarenprogramma Kunst & Cultuur (RIS302961 en RIS305541, 2020) wordt binnen de financiële kaders gestreefd naar een 'Zee van mogelijkheden'. Kunst en cultuur dragen bij aan de identiteit, het imago en de economische aantrekkingskracht van
62
bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (ontwerp)
onze stad. Het college vindt het belangrijk dat in Den Haag kunst gemaakt wordt van hoog niveau. Maar ook dat kunst en cultuur mensen aanspreekt op hun persoonlijke waarden, ontspanning en plezier brengt, de mogelijkheid van het ontwikkelen van een kritisch vermogen aanreikt, stimuleert tot zelfontplooiing en een diversiteit van andere identiteiten dan die van henzelf toont. Inzet van het college is inclusie: de instellingen samen dienen te zorgen voor een breed publieksbereik dat de hele stad bedient. Belangrijk ruimtelijk beleidsdoel is om de Cultuurankerfunctie van elk stadsdeel verder te ontwikkelen. Ieder stadsdeel heeft een Cultuuranker. Cultuurankers zijn culturele instellingen die zich met hun activiteiten richten op bewoners in het eigen stadsdeel om de cultuurparticipatie te vergroten. Met kwalitatief goed én toegankelijk aanbod dat aansluit bij wensen en behoeften van hun omgeving bereiken zij mensen voor wie kunst en cultuur niet vanzelfsprekend zijn. Daarnaast is inzet op ruimte om kleine en grote Festivals en evenementen te organiseren een ruimtelijke doelstelling. Deze dragen bij aan de verlevendiging van de stad, brengen groepen mensen samen en zetten de stad op de kaart. Binnen het CID is het doel om een culturele programmering te realiseren, die aansluit bij het profiel van het gebied door ruimte te maken voor een nieuwe generatie makers.
Conform het IHP Kunst & Cultuur wordt ingezet op een cultuuranker in Haagse Hout. Hierover moet nog nadere besluitvorming plaatsvinden. In tijdelijkheid wordt ingezet op gecombineerd ruimtegebruik van ondermeer scholen. Culturele broedplaatsen Met de Nota Broedplaatsenbeleid 2021-2024 (RIS 306134, 2020) wordt ingezet op ruimte voor broedplaatsen. Broedplaatsen dragen bij aan de versterking en vernieuwing van de cultuur- en kunstsector in Den Haag. Met een steeds krapper wordende vastgoedmarkt van tijdelijke en betaalbare panden zal op andere manieren met de broedplaats-locaties moeten worden. Hiervoor is de inzet om naast gedeeld gebruik tijdelijk gebruik worden gestimuleerd door actief de mogelijkheden daartoe te verkennen en aan te bieden. Daar waar in de gebiedsontwikkeling tijdelijke leegstand ontstaat is het wenselijk deze ruimte te benutten en dit gebeurt ook op basis van tijdelijke ontheffing. Gelet op de aard en tijdsbestek is het niet aan de orde om hiervoor in dit plan middels bestemmingsplan ruimte te reserveren. Levensovertuiging Den Haag is een internationale stad. Dit komt ook tot uitdrukking in de vele religies en levensbeschouwingen die de stad rijk is. Een deel van de religieuze organisaties heeft huisvestingsproblemen.
Tijdens de raadsvergadering op 16 december 2004 bij het tweeminuten debat over "Ruimte voor gebed" is in een motie aangenomen om een feitenonderzoek te doen naar de reële behoefte aan gebedsruimten en naar mogelijkheden van bestaande en nieuwe ruimtelijke bestemmingen van kerken. Uitgangspunt is dat maatschappelijke bestemmingen ook ruimte geven voor gebed, zodat in het plintprogramma ook gebedsruimten zich kunnen vestigen. In het plangebied zelf wordt niet ingezet op gebedsruimten. Sport In het Haags Sportakkoord 2020-2022 (RIS306192 2020) staan de belangrijkste uitdagingen en ambities waar Den Haag de komende periode voor staat voor een optimaal sportklimaat. Het sportakkoord bestaat uit 4 pijlers: 1. Accommodaties en voorzieningen voor sport 2. Sterke Haagse sportverenigingen 3. Heel Den Haag beweegt 4. Topsport en talentontwikkeling Inzet is dat er 2030 voldoende faciliteiten zijn, die aansluiten bij de Haagse sport- en beweegbehoefte en het merendeel van de
63
bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (ontwerp)
Sportaccommodaties is in 2022 functioneel, van goede kwaliteit en duurzaam. Hiervoor moet nog een slag geslagen worden. Het aanbod op wijkniveau sluit nog niet altijd aan bij de sport- en beweegbehoefte. Hier kunnen we winnen. Daarnaast zal het aantal inwoners in Den Haag de komende jaren toenemen. Nieuwe wijken worden gebouwd en in bestaande wijken groeit het aantal woningen en inwoners. De uitdaging is om in de verdichtende stad voldoende ruimte voor sporten en bewegen te blijven bieden, zowel op het gebied van zwemwater, sporthallen, buitensportvoorzieningen als bewegen in de openbare ruimte. Het waarborgen van de leefbaarheid, vitaliteit en aantrekkelijkheid van onze stad, vraagt om het meegroeien van sportaccommodaties. In de openbare ruimte is er inzet op het benutten van de bestaande plekken voor sport en bewegen. Verder verbinden we routes ,zodat er logische rondjes ontstaan om hard te lopen, te wandelen of te fietsen. Belangrijk is dat er sportvoorzieningen in de buurt zijn; bereikbaar en toegankelijk. De verdichting van de stad, de verwachte bevolkingsgroei en de ambitie van 100% sport- en beweegdeelname in 2030. Naast bereikbaarheid is ook diversiteit van belang. Er komen nieuwe sporten bij. zoals freerunnen en boulderen. Het is van belang dat deze ook een goede plek in Den Haag vinden.
Binnen dit bestemmingsplan wordt ingezet op relatief (passend bij een stationslocatie) aantrekkelijke wandelroute en aantakking op ondermeer Velostrada fietsroute, die voor verbinding zorgt zowel in Noordelijke als Zuidelijke richting. Daarnaast wordt er ingezet op mogelijkheden voor sport (fitness).
64
bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (ontwerp)
Hoofdstuk 5
Omgevingsaspecten
5.1
Milieueffectrapportage
5.1.1
Inleiding
In de Wet milieubeheer en het bijbehorende Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is wettelijk geregeld voor welke projecten en besluiten een vorm van m.e.r.-verplichting geldt. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen activiteiten, waarvoor altijd een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen (m.e.r.-plicht) en activiteiten waarvoor het bevoegd gezag nader moet beoordelen of een m.e.r.-procedure al dan niet nodig is (m.e.r.-beoordelingsplicht). In bijlagen C en D van het Besluit milieueffectrapportage is aangegeven voor welk type activiteiten een planm.e.r.-, projectm.e.r.- of m.e.r.-beoordelingsprocedure moet worden doorlopen en in het kader van welk besluit deze verplichting geldt. Categorie D11.2 heeft betrekking op stedelijke ontwikkelingsprojecten.
Uitsnede D-lijst Besluit milieueffectrapportage, categorie D11.2 Voor de locatie Anna van Hannoverstraat 4 zijn programmatische uitgangspunten vastgelegd. Zo omvat het totale bovengrondse functionele programma maximaal 120.000 m2 bvo, met daarbij de mogelijkheid om maximaal 15.000 m2 bvo parkeren bovengronds en inpandig (uit het zicht) te realiseren en is een bandbreedte van 1.000 – 1.200 voor het aantal woningen opgenomen. De oppervlakte van het perceel waar de herontwikkeling plaatsvindt is kleiner dan 2 hectare. De drempelwaarden zoals opgenomen in de D-lijst bij het Besluit milieueffectrapportage (100 hectare, 200.000 m2 bvo of 2.000 woningen) worden niet overschreden. De drempelwaarden zijn echter niet 'hard' waardoor ook in gevallen waarbij de drempelwaarden niet worden overschreden, moet worden bekeken of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden die aanleiding geven voor het doorlopen van een m.e.r.-procedure'. Een andere mogelijk aanleiding voor het doorlopen van een m.e.r.-procedure zijn de eventuele gevolgen van een plan voor Natura2000-gebieden. Wanneer significante negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten is een passende beoordeling op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Wanneer in het kader van een bestemmingsplan een passende beoordeling vereist is, kan dat leiden tot een (plan)m.e.r.-plicht.
Gezien de afstand van de locatie Anna van Hannoverstraat 4 tot omliggende Natura2000-gebieden kunnen voor de meeste criteria significante negatieve effecten op voorhand worden uitgesloten. Dat geldt niet voor de mogelijke gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000-gebieden. In een overbelaste situatie kan een kleine depositietoename op grote afstand al leiden tot significante
65
bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (ontwerp)
negatieve effecten. In het kader van het bestemmingsplan en MER is onderzoek gedaan naar de gevolgen van de herontwikkeling van de locatie Anna van Hannoverstraat 4 voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000. Gezien de omvang van de plannen, de locatie en de potentiële effecten is besloten voor het doorlopen van een m.e.r.-procedure in het kader van het bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4. 5.1.2
Notitie Reikwijdte en Detailniveau
In het begin van de MER-procedure wordt een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) uitgebracht, met als doel om sturing te geven aan de volgende stappen en het inwinnen van zienswijzen en het raadplegen van adviseurs en bestuursorganen. In het algemeen bevat een NRD ten minste drie elementen: 1. het 'waarom' van het plan of het project; 2. alternatieven; 3. milieuaspecten/ omgevingsaspecten. Op 27 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders de NRD Anna van Hannoverstraat 4 (SoZa-locatie) vrijgegeven voor inspraak. Dit NRD bevat naast bovenstaande punten ook een onderzoeksopzet per omgevingsaspect. Inwoners en andere belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen kenbaar te maken op het document. De ingebrachte zienswijzen worden betrokken bij het vaststellen van de richtlijnen voor het op te stellen MER. 5.1.3
koppeling MER en bestemmingsplan
Het openbaar maken van de NRD is de eerste stap in de m.e.r.-procedure. Het MER zal vervolgens gelijktijdig met het ontwerp bestemmingsplan ter inzage worden gelegd.
Koppeling MER- en bestemmingsplanprocedure (bron: Rho)
5.1.4
Milieu Effect Rapportage
Witteveen + Bos heeft in opdracht van Vorm Ontwikkeling B.V. het milieueffectrapport Anna van Hannoverstraat 4, Den Haag opgesteld. Het volledige rapport is als Bijlage 2 en Bijlage 3 (geluidsrapport behorende bij de MER) bij deze toelichting opgenomen. In deze paragraaf wordt een samenvatting van het MER gegeven. Gezien de sterk beperkte speelruimte om binnen de kaders van het geamendeerde PUK te komen tot onderscheidende alternatieven die in het MER onderzocht kunnen worden is er in het MER voor gekozen om alleen voor de voorgenomen ontwikkeling de maximale planologische mogelijkheden te
66
bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (ontwerp)
onderzoeken. Hierbij is er uitgegaan van het volgende programma.
Samenvatting programma onderzocht in het projectMER (bron: Wittenveen + Bos) 5.1.4.1 Resultaten projectMER 5.1.4.1.1
Leefbaarheid en gezondheid
Functiemenging Ten opzichte van de referentiesituatie (tijdelijk gebruik als woning voor statushouders en studenten, verschillende bedrijven en een horeca school, dan wel gedeeltelijk anti-kraak), draagt de voorgenomen ontwikkeling bij aan een sterke verbetering van de verhouding tussen wonen en overige gebruiksfuncties, werken/ detailhandel/ voorzieningen. Het effect van de ontwikkeling op functiemenging wordt daarom als zeel positief (++) beoordeeld. Een aandachtspunt hierbij is dat de richtafstanden tot het naastgelegen benzinestation en Station Den Haag Laan van NOI overschreden wordt. Openbare ruimte De beoogde ontwikkeling heeft de ambitie de structuur van de openbare ruimte fijnmaziger te maken en het gebied beter doorwaadbaar te maken dan in de bestaande situatie. Door logistieke functies, afvalinzameling en parkeren uit de openbare ruimte te halen en inpandig te plaatsen ontstaat een groter aandeel openbare ruimte en publiek toegankelijke ruimte dan in de referentiesituatie. Vergroening van de huidige stenige buitenruimte en het perceel met nieuwe bebouwing draagt bij aan de verblijfskwaliteit en het verminderen van klimaat-effecten zoals het stadshitte-effect, hemelwaterberging/ -vertraging en heeft een positief effect op de gezondheid. Het effect op het andeel en de kwaliteit van de publieke ruimte wordt daarom als zeer positief (++) beoordeeld.
Geluid Gezien de aantallen woningen in de voorgenomen ontwikkeling (ten opzichte van de referentiesituatie) en de hoeveelheid niet-geluidluwe gevels bij de cumulatieve belastingen van weg- en railverkeer, wordt een sterk negatieve beoordeling (- -) gegeven aan het effect van de voorgenomen ontwikkeling op het aantal geluidgevoelige objecten binnen de geluidklassen in cumulatie. Luchtkwaliteit De voorgenomen ontwikkeling draagt niet betekenende mate bij aan een verandering van de blootstelling aan schadelijke stoffen. Strikt genomen verslechtert de concentratie schadelijke stoffen door de voorgenomen ontwikkeling en heeft de ontwikkeling een negatief effect (-) op de luchtkwaliteit. Geur Ten aanzien van geur is er in de huidige situatie geconstateerd dat er geen sprake is van een overschrijding van de geurnormen in het geurbeleid van de provincie Zuid-Holland. De nieuwe
67
bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (ontwerp)
ontwikkeling vindt plaats buiten de geurcontour van het tankstation. Daarom wordt aangenomen dat ook na de ontwikkeling van het voorgenomen plan geen sprake zal zijn van een overschrijding van geurnormen (0). Milieugezondheidsrisico's (MGR) De MGR is het gezondheidsrisico als gevolg van een bepaalde milieubelasting op een bepaalde plaats als percentage van de totale gezondheidsrisico's. De milieufactoren die meegenomen worden in de berekening van de MGR zijn geluid en luchtkwaliteit. Deze zijn samen goed voor bijna 90% van de mileugerelateerde ziektelast. Luchtkwaliteit leidt tot een lichte verslechtering, maar niet in betekende mate. De achtergrondconcentratie blijft maatgevend en die wijzigt niet tussen referentie en plansituatie. Extra verkeersbewegingen leiden tot een wat hogere geluidbelasting op de locatie, maar ook daarbij geldt dat de achtergrondgeluidbelasting al aanzienlijk hoog is. De locatie is qua luchtkwaliteit en geluid al zwaar belast. Er zal geen tot hooguit een lichte verslechtering van de MGR-score op het plangebied optreden. Om die reden wordt dit aspect als neutraal (-/0) beoordeeld. Gezond gedrag De planuitwerking gaat niet in op de inrichting van de publieke ruimte ten aanzien van gezond gedrag.
Voor de voorgenomen ontwikkeling volgt daarom de beoordeling dat de ontwikkeling geen (0) effect heeft op de mate waarin het plan en de inrichting van de publieke ruimte aanzetten tot gezond gedrag. Externe veiligheid De afstand tot risicobronnen en het tankstation zal door de voorgenomen ontwikkeling niet veranderen. De ontwikkeling heeft dus geen effect op de externe veiligheid (0). Ruimtelijke kwaliteit De beoogde ontwikkeling zal leiden tot een aanzienlijke intensivering van het gebruik door de diverse functies met bijbehorende hinder. De verruiming van de bouwhoogte is van invloed op het uitzicht, privacy en bezonning van omliggende objecten. De verdergaande verstening van de omgeving en de intensivering en toename van het aantal verkeersbewegingen beïnvloeden de ruimtelijke kwaliteit in brede zin negatief. De verstening van de omgeving ten opzichte van de referentiesituatie wordt echter tegengegaan door vergroening van de buitenruimte en de toename van verkeersbewegingen wordt verminderd door het mobiliteitsconcept (het aanbieden van deelauto's en -fietsen). De ligging tegenover het station draagt bij aan het ontmoedigen van autogebruik. De openbare ruimte wordt zo min mogelijk belast doordat een groot deel van de activiteiten zoals afval en logistiek, inpandig (uit het zicht) wordt opgelost. Het effect op de ruimtelijke kwaliteit in brede zin is daarom neutraal (0).
Hinder tijdens de bouw Vanwege de omvang van de ontwikkeling en de niet geringe duur van de werkzaamheden vormt hinder tijdens de bouw een belangrijk aandachtspunt. Er zijn risico's op de bereikbaarheid, gezondheid en leefbaarheid nu de bouwfasering en concrete maatregelen ontbreken. De beoordeling is zodoende negatief (-). Samenvatting beoordeling leefbaarheid en gezondheid In onderstaande tabel wordt de samenvatting van de effecten op het thema leefbaarheid en gezondheid weergegeven.
68
bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (ontwerp)
5.1.4.1.2
Mobiliteit en bereikbaarheid
Vervoerskeuze Voor de fiets en openbaar vervoer verandert in de plansituatie niets. Voor de auto verandert de ontsluiting van de locatie op het netwerk. Doordat de Anna van Hannoverstraat wordt afgesloten voor gemotoriseerd verkeer en de parkeergarage aan de Schenkkade wordt gepositioneerd, nemen de mogelijkheden om de locatie met de auto te bereiken af. De beoordeling is daarom neutraal (0). Bereikbaarheid langzaam verkeer De nabijheid van functies gaat het aantrekkelijker maken om te wandelen en te fietsen. Er wordt ingezet op ruim baan voor voetgangers en fietsers, waarbij de auto 'te gast' is in het gebied. Het aantal fietsers zal mogelijk toenemen door de voorgenomen ontwikkeling. Gezien de ligging van de voorgenomen ontwikkeling nabij station Laan van NOI is dit echter niet met zekerheid te zeggen. Op de Anna van
69
bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (ontwerp)
Hannoverstraat en Wilhelmina van Pruisenlaan wordt meer ruimte geboden voor deze fietsers. Aandachtspunt is de Laan van NOI waar een smalle fietstrook ligt. Het toegenomen aantal fietsers kan aanleiding geven om hier maatregelen te treffen. De beoordeling van het effect van de ontwikkeling op het aantal fietsen op aandachtroutes van/ naar het plangebied wordt als neutraal (0) gegeven. Bereikbaarheid openbaar vervoer De ontwikkeling gaat uit van de goede bereikbaarheid met het openbaar vervoer. Tijdens de bouwfase is er mogelijk sprake van tijdelijke hinder van de tram, maar de ontwikkellocatie raakt niet aan de spoorlijn of het station en zal dus geen blijvend effect hebben op de intensiteiten/ capaciteiten per lijn van het station Laan van NOI. De beoordeling is daarom neutraal (0). Autobereikbaarheid De verwachte verkeerstoename van de ontwikkeling (2.465 motorvoertuigen per etmaal) is beperkt en verspreidt zich over de verschillende ontsluitingswegen rondom de ontwikkellocatie. Naar verwachting gaat de toename op in de dagelijkse fluctuatie van het verkeer. Doordat een groot aandeel bezoekers van commerciële functies gebruik zullen maken van het OV/ de fiets valt de toekomstige verkeersgeneratie in werkelijkheid wellicht lager uit dan is berekend.
Verder zorgen verschillende diensten en voorzieningen in de voorgenomen ontwikkeling er voor dat bewoners in het gebied in hun behoeften worden voorzien. Externe verkeersbewegingen worden hierdoor beperkt. Het verkeer kan dan ook zonder problemen worden afgewikkeld over de hoofdwegen in de omgeving. Behalve aandacht voor de direct aangrenzende kruispunten, zijn er geen aanpassingen nodig aan de auto infrastructuur. De beoordeling op dit criterium is dan ook neutraal (0). Verkeersveiligheid De Anna van Hannoverstraat wordt autovrij ingericht (alleen laden, lossen, calamiteitenverkeer). De Wilhelmina van Pruisenlaan zal alleen door bestemmingsverkeer gebruik worden. Hierdoor nemen de intensiteiten op deze onderliggende wegen af. Op de Schenkkade en de Laan van NOI zullen de intensiteiten licht toenemen. Door deze verschuiving van concentratie van verkeer wordt het criterium 'mate van concentratie autoverkeer op hoofdwegen' positief beoordeeld (+). De Schenkkade en de Laan van NOI vormen belangrijke infrastructurele barrières voor fietsers en voetgangers die van en naar SoZa reizen. Deze wegen dienen door fietsers en voetgangers overgestoken te worden. De kruispuntanalyse van het kruispunt Schenkkade/ Laan van NOI wijst uit dat in de referentiesituatie de minimale cyclustijd in de avondspits al langer dan 90 seconden is. Hierdoor neemt de oversteekbaarheid af.
De overige omliggende kruispunten hebben een kortere cyclustijd en zijn daarom beter oversteekbaar. Op de Anna van Hannoverstraat en Wilhelmina van Pruisenlaan zelf zijn geen oversteekplaatsen aanwezig. De verkeersintensiteiten zijn hier echter laag. Wel vormt de tram hier een risico. De cyclustijd van het kruispunt Schenkkade/ Laan van NOI neemt toe. De oversteekbaarheid voor fietsers en voetgangers neemt hier af. De Anna van Hannoverstraat wordt autovrij ingericht en de Wilhelmina van Pruisenlaan wordt 30 km/u gebied waar lagere intensiteiten worden verwacht. Hier neemt de oversteekbaarheid toe. Per saldo is de beoordeling neutraal (0). Samenvatting beoordeling mobiliteit en bereikbaarheid In onderstaande tabel wordt de samenvatting van de effecten op het thema mobiliteit en bereikbaarheid weergegeven.
70
bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (ontwerp)
5.1.4.1.3
Duurzaamheid en energietransitie
Bodem De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Het is niet de verwachting dat saneringen nodig zijn. Het effect van de ontwikkeling op de bodemkwaliteit is als neutraal beoordeeld (0). Graafwerkzaamheden ten behoeve van de planuitwerking kunnen bodems verstoren en mogelijk ook ecosystemen aantasten. Ook hier is de verwachting dat de ingrepen geen grote impact op de bodem zullen hebben, aangezien het reeds bebouwd gebied betreft en er geen bodem met essentiële ecosysteemdiensten verloren gaat. Het effect van de ontwikkeling op de bodemgesteldheid is als neutraal beoordeeld (0). Het uitgangspunt voor het energiesysteem van de voorgenomen ontwikkeling is een hybride systeem met een WKO-systeem en een aansluiting op het bestaande warmtenet van Eneco. Voor de voorgenomen ontwikkeling wordt een nieuw (deel)systeem in de bodem aangelegd, waarmee de ruimte voor energietransitie in de ondergrond afneemt. Omdat vooralsnog onbekend is of dit wel de meest optimale benutting van ondergrond is op deze plek, wordt de ruimte voor energietransitie in de ondergrond neutraal (0) beoordeelt. Water Het plangebied is in de bestaande situatie nagenoeg volledig verhard, waardoor de voorgenomen ontwikkeling geen toename in het verhard oppervlak tot gevolg heeft. Wel dient het te dempen oppervlaktewater gecompenseerd te worden.
De wateropgave die er is past niet in het stedenbouwkundig ontwerp, waardoor bij invulling van de wateropgave binnen de plangrenzen dit naar verwachting een combinatie van technische systemen (water op daken, ondergrondse kratten en een deel in een vijver) zal worden. Er wordt aangenomen dat de watercompensatie geheel opgelost wordt op eigen terrein of gedeeltelijk buiten het plangebied. Het effect wordt als neutraal (0) beoordeeld. Natuur De ontwikkellocatie is niet in Natura 2000-gebieden gelegen. Voor de functies in de plansituatie geldt