RIS314687 Bijlage 1 deel 1 Toelichting
Tekst van het document
De ontwikkeling tot een economisch hart vraagt om investeringen en inzet vanuit verschillende bedrijfsterrein. Het CID draait om het scheppen van condities zoals een aantrekkelijke omgeving waarbinnen een krachtig, vernieuwend en internationaal netwerk van talent, ondernemers, onderzoekers en ambtenaren kan ontstaan. Binnen het CID krijgen de drie polen rond de hoofdstations elk een eigen profiel, dat zich vertaalt in de invulling van de economische functies, doelgroepen en identiteit. De profielen zijn: 1. Den Haag Centraal: Policy Campus Centraal Innovatief kenniscluster waarin overheid, kennisinstellingen en bedrijfsleven hun krachten bundelen rond maatschappelijke opgaven op het gebied van bestuur, recht en veiligheid. De Policy Campus loopt dor in de Campus Boulevard en Bezuidenhout (planbureaus, adviesraden). 2. Den Haag Laan van NOI: ICT - Security Campus Internationaal toonaangevend cluster rond thema Security, ICT-Tech en diverse hubs, hoofdkantoren en financiële instellingen met doorloop naar het Beatrixkwartier. 3. Den Haag HS: College Campus HS, business & startupdistrict
30
bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (ontwerp)
De College Campus is de plek voor talentontwikkeling, in een gebied waar gestudeerd, gewerkt, gewinkeld en gewoond wordt. Rond de campus ontstaat een aantrekkelijk business & startup district met ook hoofdkantoren & ICT, naast kennisinstellingen als de Haagse Hogeschool, Met uitloop richting Binckhorst NW/ Impact Binckhaven. De gebiedsagenda ICT - security Campus Laan van NOI geeft een samenhangende visie op het gebied weer, waarbij het publieke domein het vertrekpunt vormt. Uitgangspunt voor de ontwikkelingen binnen het gebied is een evenwichtig programma van wonen, werken en voorzieningen. Goede oplossingen voor onder andere mobiliteit & parkeren, kwaliteitsverbetering van openbare ruimte, toevoegen van groen en invloed op bezonning en wind zijn hier ook onderdeel van. De gemeente heeft oog voor de leefbaarheidseffecten van de verdichtingsopgaven rond het station. Daarbij gaat het zowel om effecten in het gebied zelf als voor de omringende wijken. Uitgangspunt is dat de beoogde ontwikkelingen door bijvoorbeeld het toevoegen van voorzieningen en werkgelegenheid bijdragen aan de verbetering van de leefbaarheid in de aangrenzende buurten De stadscampus Laan van NOI biedt ruimte aan hoogbouw in de directe omgeving van het station. Uitgangspunt daarbij is dat deze hoogbouw bijdraagt aan het realiseren van een aantrekkelijk hoogstedelijk milieu rond het station.
Daarbij gelden de principes van de Nota Haagse hoogbouw: Eyeline en Skyline. Goed ingepaste hoogbouw met levendige plinten en veel aandacht voor vergroening en verduurzaming van de omgeving. Hoogbouw is onderdeel van een samengesteld bouwblok bestaande uit een stedelijke laag met levendige plint en daarboven torens. De stedelijke laag is bepalend voor de beleving omdat hier het contact wordt gemaakt tussen binnen en buiten. Het gevoel van de aanwezigheid van andere mensen binnenin het gebouw en het licht dat door de ramen naar buiten schijnt, dragen bij aan een prettige, geborgen sfeer op straat. Het ontwerp van de gevel en de functie in de plint zijn hierin ondersteunend. De hoogbouwcluster bij het station heeft een evenwichtige hoogteopbouw, die in principe moet voldoen aan het gemeentelijk beleid voor bezonning en wind. De aangrenzende woonbuurten vragen om een zorgvuldige overgang en stapsgewijze hoogteopbouw richting het spoor. De hoogste bebouwing bevindt zich bij het station. De gemeente zet in op het structureel verbeteren van de verbindingen binnen de stadscampus (o.a. door het opheffen van het spoor als barrière en het verbeteren van de verblijfkwaliteit van de langzaam verkeerroutes) en de aansluiting met de stad aan alle zijden van het station. De belangrijkste routes worden vergroend en begeleid door plinten met levendige functies. 4.4.2
Structuurvisie CID
De structuurvisie CID is een beleidsdocument waarin de ambities voor het CID zijn vertaald. Den Haag zet in op een CID dat zich ontwikkelt tot een innovatiedistrict: een mondiale ontmoetingsplaats en internationaal knooppunt voor innovatie. Om deze ambitie te bereiken, worden de gebieden rond de drie treinstations getransformeerd tot een samenhangend gebied. Dit gebeurt aan de hand van zeven ruimtelijke principes: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
het CID wordt een centrummilieu: verdubbeling van het Haagse centrum; van drie losse stationsgebieden naar een hechte 'triple hashtag' verbonden door lange lijnen; nieuwe ontwikkelingen als motor om het CID en haar omgeving schoner en rijker te maken; functiemenging wordt het nieuwe normaal; karakter van buurt wordt versterkt en niet overal verandering; een raamwerk van reuring, rust en ruis als middel voor een goede balans; door slim te combineren ontstaat ruimte om alle opgaven op te lossen.
De zeven ruimtelijke principes zijn voor de gebiedsontwikkeling van het CID uitgewerkt aan de hand van drie thema's: 1. hoogstedelijkheid (ontmoetingsplaats en focus op verdichting, functiemenging en differentiatie); 2. mobiliteit op menselijke maat (mobiliteitstransitie naar een wandel- en fietsstad); 3. aantrekkelijke en duurzame leefomgeving (focus op klimaatadaptatie en energietransitie).
31
bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (ontwerp)
De structuurvisie voor het CID bouwt voort op het idee dat er van de drie stations en het historisch centrum dor lange lijnen naar een hechte 'triple hashtag' (#) ontwikkeld wordt. Langs deze tripple hashtag kan het centrummilieu zich geleidelijk uitbreiden om zo samen met Den Haag een hecht verbonden gebied te vormen. Het centrummilieu betreft een gemengd en gedifferentieerd (hoog)stedelijk gebied dat wordt gekenmerkt door een hoge concentratie van woningen, werkplekken, winkels en andere voorzieningen in een gebied met een hoge verblijfskwaliteit en uitstekende bereikbaarheid. De mix van functies levert niet alleen een levendig en aantrekkelijk straatbeeld op, maar zorgt er ook voor dat verschillende functies van elkaar kunnen profiteren: synergie in energie, kruisbestuiving en een hoog voorzieningenniveau. Gemengde gebieden zijn daarnaast over het algemeen leefbaarder en meer adaptief in hun ontwikkeling, nemen minder ruimte in beslag en kunnen omliggende wijken een impuls geven. Het CID is hiertoe in staat. Het gebied nabij station Laan van NOI valt in de categorie 'reuring': een gebied met veel mensen op straat, een actieve plint en veel ruimte voor ontmoeting en voorzieningen. 4.4.3
Haagse hoogbouw, Eyeline en Skyline
Aanleiding voor de nota 'Haagse hoogbouw: Eyeline en Skyline' zijn de ruimtelijke opgaven uit de Agenda Ruimte voor de Stad. In de Agenda heeft Den Haag gekozen om die groei binnenstedelijk op te vangen en de verdichting te concentreren bij OV-knooppunten en concentraties van voorzieningen. Daarnaast vragen actuele ontwikkelingen en initiatieven om nieuwe regels en kaders voor hoogbouwontwikkelingen in Den Haag. De inzet is om de 'skyline' van Den Haag te verbinden met de belevingskwaliteit van de stad op ooghoogte en de buitenruimte ter plekke: de 'eyeline'. Hoogbouw is geen doel op zich, maar een middel om strategisch om te gaan met de beperkte ruimte die de stad nog heeft. Doel is de ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid van de stad op de lange termijn te waarborgen en het vestigingsklimaat te versterken. Door te intensiveren en door hogere bebouwing mogelijk te maken kan de stad de groei van het aantal inwoners faciliteren en voldoende en geschikte woon- en werkruimte bieden, met bijbehorende voorzieningen, nu en in de toekomst. Er is sprake van hoogbouw bij 50 meter of hoger. De nota geeft stadsbrede ambities en regels aan voor hoogbouwontwikkelingen; o.a. t.a.v. wonen, microklimaat en mobiliteit. In de nota worden tevens intensiveringsgebieden aangegeven waar mogelijk hoogbouw kan worden gerealiseerd.
Binnen deze gebieden zijn gebiedsspecifieke regels voor typologie, architectuur en buitenruimte opgenomen waaraan hoogbouwinitiatieven getoetst worden. De nota 'Haagse hoogbouw: Eyeline en Skyline' is in de raadsvergadering van 25 januari 2018 vastgesteld (RIS 298448) en vervangt de Agenda voor de Haagse Verdichting uit 2009 (RIS159469), voor zover het hoogbouw betreft. 4.4.4
Planuitwerkingskader (PUK) (niet geamendeerde versie)
Het planuitwerkingskader Anna van Hannoverstraat 4 'herontwikkeling voormalig ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid' (RIS308749) (PUK) bevat de uitgangspunten voor het woningbouwprogramma, het economisch/ maatschappelijk programma, de mobiliteitsvoorwaarden en de voorwaarden voor het ruimtelijk plan. Het PUK bevat de volgende uitgangspunten: Het woonprogramma bevat minimaal 50% betaalbare woningen, waarvan minimaal 15% sociale woningbouw, 20% middensegmenthuur en betaalbare koopwoningen. De eerste fase van het planvoorstel bestaat uit minimaal 26.500 m2 bvo kantoren. De totale ontwikkeling heeft een ondergrens van minimaal 34.000 m2 kantoor. Het economisch maatschappelijk programma zal in totaal minimaal 40.000m2 bvo bedragen, met daarin een groot aandeel kantoren. De rest van de vierkante meters voor maatschappelijke en economische functies wordt ingezet om een mix van functies te bereiken in de plinten van de bebouwing langs de belangrijke routes en markeringsplekken in het plan.
32
bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (ontwerp)
Het parkeren sluit aan op de Nota parkeernormen CID en Binckhorst Den Haag 2020 (RIS306160), waarbij dit uitgewerkt wordt in een mobiliteitsplan. Duurzaamheid in de breedste zin is onderdeel van de gebiedsontwikkeling. Nieuwbouw wordt, conform het Stedelijk Energieplan 2020 'Schone Energie voor Den Haag', niet op gas aangesloten. Het bouwvolume op de Sozalocatie gaat naar maximaal 130.000 m2 bvo (bovengronds). De uitwerking van dit volume resulteert in twee bouwblokken met samen 4 hogere torens tussen de 75 en 125 meter. De bouwvolumes hebben consequenties voor bezonning en windhinder in het gebied en de omgeving. Bij verdere uitwerking van het bestemmingsplan en de bouwplannen zal dit verder geoptimaliseerd en uitgewerkt worden. De kwaliteit van de openbare ruimte is een van de belangrijkste beoordelingscriteria voor het plan. Doel is een aantrekkelijk en levendig verblijfsgebied voor de voetganger en de fietser te realiseren voor de uitgang van het station (Anna van Hannoverstraat). Door de vele functies van de bebouwing en de grote hoeveelheid mensen die hier bij elkaar komen, is het van belang dat er voldoende ruimte is voor voetgangers en fietsers. De openbare ruimte dient daarom niet belast te worden met utilitaire functies voor afval en stalling, logistiek en expeditie. Deze functies krijgen een plek in de bebouwing / op eigen terrein.
In de Anna van Hannoverstraat wordt, naast ander gebruik (autovrij), ook fysiek meer ruimte gemaakt voor buitenruimte. Aan de Schenkkade wordt een tweede nieuwe groene verblijfsplek gecreëerd. Deze wordt met het omgevingsdomein en de entree van het station verbonden met een nieuwe doorsteek, door de ontwikkeling op te delen in twee fases. Hierdoor verbetert de zichtbaarheid van het station en ontstaat een fijnmaziger stelsel van routes voor voetgangers. Ook aan de Schenkkade wordt de rooilijn van de bebouwing teruggelegd t.o.v. de huidige uiterste lijn van het bestaande gebouw zodat aan deze zijde ruimte wordt gecreëerd voor een goede fiets- en voetgangersverbinding. In het PUK wordt rekening gehouden met een reservering van 11 meter langs het spoor (buiten het plangebied) ten behoeve van een mogelijke infrastructuuruitbreiding voor RandstadRail en Metro, die in het kader van OV-Next verder wordt uitgewerkt. Wanneer deze ruimtereservering daadwerkelijk wordt benut is er geen ruimte meer voor de tramkeervoorziening op het maaiveld langs de spoordijk. Het tankstation op de hoek van de Laan van NOI/Schenkkade is geen onderdeel van de planontwikkeling. Met de vergroening van de openbare ruimte en de nieuwbouw wordt een zo aantrekkelijk mogelijk inpassing gedaan. Amendementen en moties De gemeenteraad heeft het PUK geamendeerd. Tevens zijn er moties aangenomen.
Via amendementen is besloten dat: In de fase van het bestemmingsplan wordt concreet worden aangegeven, op basis van de referentienormen, welke voorzieningen wanneer en waar gerealiseerd worden en hoe deze voorzieningen gefinancierd worden. Het gaat daarbij ook om de invulling van de openbare groennorm waarbij hoogwaardige groene buitenruimte met een hoge gebruiks- en ecologische waarde wordt gerealiseerd. Er niet zal worden afgeweken van de eisen zoals gesteld in de hoogbouwnota en het Bouwbesluit. De situatie qua waterberging moet in de nieuwe situatie niet verslechteren en de in kaart gebrachte windhinderproblemen moeten worden gemitigeerd. Bij het vaststellen van het bestemmingsplan dient circulair materiaalgebruik concreet te worden uitgewerkt met juridisch bindende eisen op het gebied van hergebruik van bestaande materialen, biobased bouwen en een duidelijke eis op het gebied van de MilieuPrestatie Gebouwen (MPG). Binnen het aandeel kleine woningen dienen geen studio's te worden gerealiseerd, maar altijd minimaal tweekamerappartementen, met uitzondering van studentenwoningen. Het percentage sociale woningbouw dient te worden opgehoogd naar 30%. De toe te voegen sociale woningen moeten binnen het maximale bouwvolume gerealiseerd worden.
Alvorens een planologisch juridisch kader wordt vastgesteld (het bestemmingsplan) dient een uitvoerig participatietraject met omwonenden doorlopen te worden, waarbij invulling wordt gegeven
33
bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (ontwerp)
aan architectonische uitgangspunten, waaronder: de architectuur en omvang van het gebouw ter compensatie hoogteverlaging (binnen stedenbouwkundig verantwoorde uitgangspunten voor lengte/breedte verhoudingen), het op adequate wijze mitigeren van normoverschrijdende wind- en schaduwhinder en het op adequate wijze zorgen voor klimaatadaptatie zoals voldoende waterberging en bestrijden van hittestres. Het bouwvolume op de Soza locatie gaat naar maximaal 120.000 m2 bvo functioneel programma (bovengronds) met daarbij de mogelijkheid om maximaal 15.000 m2 bvo parkeren bovengronds en inpandig uit het zicht te realiseren met daarop hoogwaardig groen. De ruimte die in het PUK gereserveerd was om ondergronds onder de openbare ruimte een deel van de parkeergarage te bouwen (bij de doorsteek) is daardoor niet meer nodig en verdwijnt. Zo kunnen bij dat deel van de openbare ruimte in de volle grond grote bomen komen waar dit voorheen moeilijke kon (omdat er toen een garage onder zat, met een parkeerdek erop). Daarbij zal met deze aanpassing het aantal m2 groen niet afnemen en wordt de oorspronkelijke doorwaadbaarheid gehandhaafd. De openbare ruimte blijft, zoals in het PUK vermeld, toegankelijk voor iedereen. De uitwerking van de verlaging van het volume op de Soza kavel resulteert in twee bouwblokken met hogere torens van max 75 meter, inclusief Kroon, hoog.
De bouwblokken zijn aan de Schenkkade maximaal 35 meter hoog. Hiervoor zijn diverse aspecten bekeken en afwegingen gemaakt. Met wind- en bezonningsonderzoeken wordt bekeken of deze torens inpasbaar zijn tegen de juiste randvoorwaarden op die thema's. De eis van het minimum totale kantoorprogramma wordt met 10.000m2 verlaagd. Op deze wijze wordt gezorgd dat de maximaal benodigde ruimte ontstaat voor het woonprogramma en is verzekerd dat het oorspronkelijk woonprogramma alsook het percentage sociale woningen volledig in stand blijft. De uitgangspunten van het PUK met betrekking tot de het kantoorprogramma zijn vastgesteld op maximaal 24.000 m2 bvo kantoor conform het urgentieprogramma Kantoren (RIS303984). De moties behelsden het volgende: 1. Het college is opgeroepen om in co-creatie met de huidige en toekomstige buurtbewoners en andere belanghebbenden uit de wijk een plan op te stellen voor de invulling van het groen in het plangebied. Bij dit plan worden de behoeften van de gebruikers centraal gesteld. Dit plan wordt aan de raad gestuurd. 2. Het college is verzocht er zorg voor te dragen dat er zo lang mogelijk statushouders in het voormalige ministerie gehuisvest kunnen worden, te onderzoeken om de jongeren-/ studentenhuisvesting voorafgaand aan de herontwikkeling zo lang mogelijk in stand te houden en de raad hier zo spoedig mogelijk over te informeren. 3.
Het college is opgeroepen het gesprek aan te gaan met de ontwikkelaar om de huidige bewoners en gebruikers na de herontwikkeling terug te laten keren op deze locaties, een gesprek te faciliteren tussen ontwikkelaar en huidige bewoners en gebruikers waarbij gesproken kan worden over wensen voor een mogelijke terugkeer en hun behoeften en eisen voor de te realiseren nieuwbouw, in kaart te brengen wat er nodig is om een terugkeer te bewerkstelligen, de raad hierover te informeren bij de vaststelling van het bouwplan. 4. Het college is opgeroepen er bij de ontwikkelaar op aan te dringen binnen het PUK een scenario te onderzoeken waarbij het casco van het oude ministerie behouden kan worden. 5. Het college is verzocht geen (definitieve) invulling te geven aan de inrichting van de plinten aan de Anna van Hannoverstraat 4 voor de plintenstrategie door de raad is vastgesteld. 6. Het colleges is opgeroepen onderzoek te doen naar de mogelijkheden van hergebruik en doorontwikkeling van het gebouw van Hertzberger. Afdoening moties 1. De invulling van het groen is onderdeel van de uitwerking van de openbare en publiek toegankelijke buitenruimte.
In het participatie en communicatieplan CID is vastgelegd dat voor de inrichting van de openbare ruimte rondom de ontwikkeling wordt uitgegaan van het participatie niveau ' co-produceren' waarbij zoveel mogelijke toekomstige gebruikers betrokken worden en hun wensen centraal komen te staan. De voorlopige ontwerpen van de plannen zullen aan de raad worden toegestuurd.
34
bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (ontwerp)
2. De gemeente is in gesprek met de ontwikkelaar om ervoor te zorgen dat de huisvesting van statushouders in combinatie met studenten zo lang als mogelijk in stand wordt gehouden. De ontwikkelaar heeft de gemeente verzocht om mee te werken met een verlenging van de vergunning. 3. De gemeente legt het verzoek om huidige bewoners en gebruikers terug te laten keren neer bij de ontwikkelaar, waarbij het de voorkeur van het college heeft om de huidige gebruikers terug te laten keren. De invloed van de gemeente hierin is beperkt. De gemeente kan gen voorschriften stellen aan de woonruimte toewijzing van de particuliere woningen. Voor de sociale woningen ligt het primaat hiervoor bij een toegelaten instelling. De ontwikkelaar dient nog nadere afspraken te maken met een corporatie over de afname van sociale huurwoningen. Voor de bedrijfsmatige gebruikers is van toepassing dat zij zelf afspraken hebben gemaakt met de projectontwikkelaar. In het PUK is wel opgenomen dat 'voor kantoren geldt het uitgangspunt dat er een gedifferentieerd huuraanbod komt voor verschillende doelgroepen in verschillende prijssegmenten en de instandhouding van de huisvestingsmogelijkheden voor na de huidige huurperiode in het SoZa pand, die de gemeente nu huurt'. Mogelijk biedt de Nota Vastgoed Dynamiek instrumenten om hier betaalbare kantoorruimte te realiseren. 4.
Gedurende het proces naar het opstellen van het PUK zijn meerdere malen scenario's onderzocht waarbij delen van het gebouw zijn verwerkt, dan wel behouden. Geconcludeerd is dat het casco niet in zijn geheel intact kan blijven. Bovendien blijkt uit berekeningen dat behoud van (delen van) het pand economisch niet haalbaar is. In samenwerking met de TU Delft is in kaart gebracht wat vanuit circulariteit kan worden gedaan. Het beton wat bij de sloop vrij komt zal zoveel mogelijk worden hergebruikt. Ook wordt zoveel mogelijk materiaal bij de sloop 'geoogst' en daarbij zoveel mogelijk materialen en onderdelen te hergebruiken. Er wordt gekeken of bepaalde onderdelen, zoals kolommen kunnen worden hergebruikt. Gezien de fase waarin het project is, is nog niet exact aan te geven of en welke onderdelen van het casco kunnen worden behouden. 5. De gemeenteraad heeft de plintenstrategie 'Grip op de Haagse plint' vastgesteld (RIS312977). De plintenstrategie is geen beleidsstuk, maar een gereedschapskist met instrumenten die handvatten biedt om te kunnen sturen op de programmering, leefbaarheid en betaalbaarheid van plinten. In bijlage 1 Plintenstrategie versie 4.2 130323 is dit vertaald naar onderhavig bestemmingsplan. 6. Zie het antwoord onder 4.
35
bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (ontwerp)
4.4.5
Agenda Groen voor de stad
In de Agenda Groen voor de Stad (RIS294705) wordt geconstateerd dat door de toenemende bevolking en het bijbehorende ruimtebeslag de leefkwaliteit in het algemeen en het groen in het bijzonder soms onder druk komen te staan. Omdat Den Haag een aantrekkelijke stad wil blijven voor bewoners, bezoekers en bedrijven, moeten er strategische keuzes worden gemaakt op het gebied van verdichting, vergroening en verduurzaming. De ambitie is een verdere kwalitatieve ontwikkeling van het Haagse groen, waarbij ruimte bestaat voor verandering en initiatief en bij ontwikkelingen groen toekomstbestendig wordt vormgegeven: groen kapitaal als basis voor een goede leefkwaliteit. Het doel is het Haagse groen kwalitatief te ontwikkelen. De stedelijke leefkwaliteit is afhankelijk van gebiedskenmerken als bebouwingsgraad, aanwezigheid van infrastructuur en het gebruik van de ruimte (wonen, werken, recreatie, natuur). Het Haagse Groen moet gezien worden als een vorm van kapitaal met de ecologische, de maatschappelijke en de economische waarde. Mede op basis van de stadsgesprekken en het online platform zijn deze waarden uitgewerkt in zes thema's: klimaat, biodiversiteit, gezondheid, ontspanning imago en ontwikkeling. Voor Hagenaars voelt het vaak of groen voor nieuwe ontwikkeling moet wijken.
Het is de uitdaging om intensivering te combineren met een waardevolle, betekenisvolle, gezonde en goed functionerende groenstructuur. Intensivering van de stad vraagt om intensivering van groen en groenkwaliteit. Naarmate de stad verdicht, neemt de waarde van het groen toe. Omgekeerd zorgt groen ook voor toename van vastgoedwaarde. Deze twee waarden zouden elkaar moeten vinden en versterken. We streven er naar dat elke (vastgoed)ontwikkeling bijdraagt aan de groene kwaliteit van Den Haag. Dit gebeurt op verschillende wijze: op de klassieke wijze door ontwikkeling van parken en straatgroen, door het ontwikkelen en openstellen van groene binnengebieden en daktuinen, als ook het realiseren van geveltuintjes of groene gevels. Ook kunnen investeringen in kwaliteit of gebruikswaarde uitkomst bieden. Het plangebied ontleent een groot deel van zijn groene kwaliteit aan de twee groene verbindingen die het gebied inkaderen: de groene ecologische Schenkzone en de heringerichte groenzone langs de Van Alphenstraat. Deze groene dragers zijn van betekenis op stedelijk niveau.
Binnen het plangebied wordt de overmaat van verharding verwijderd en ingezet om het al aanwezige groene karakter het gebied in te brengen en te verbinden met nieuw gebruiksgroen voor bewegen en spelen, rust, waterberging en verkoeling op openbaar en privé terrein, bijvoorbeeld in de vorm van pocket parks (kleinschalige, groene parkjes die functioneren als ontmoetingsplek en rustpunt), hoven, groene daktuinen en vergroening van straatprofielen. Via het PUK is aan de ontwikkeling de eis gesteld dat het groenareaal in de openbare ruimte wordt vergroot en dat de bomenbalans minimaal positief is (te kappen bomen worden gecompenseerd), waarbij rekening wordt gehouden met voldoende groeiruimte op en nabij ondergrondse infrastructuur en de parkeergarage. De volgende ambitie is uitgesproken: publiek en privaat groen worden zoveel mogelijk met elkaar verbonden, waar mogelijk worden bomen, die in de huidige situatie niet behouden kunnen worden, herplant in het gebied; het gebouwgebonden groen wordt georiënteerd op de ecologische verbinding Schenk, waardoor synergie ontstaat; het groen sluit zoveel mogelijk aan op bestaande ecologische structuren en zones in de stad en biedt ruimte aan lokaal relevante flora en fauna.
36
bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (ontwerp)
4.4.6
Stedelijke groene Hoofdstructuur
De Stedelijke Groene Hoofdstructuur (SGH) van Den Haag bepaalt voor een belangrijk deel het karakter van de stad. De Stedelijke Groene Hoofdstructuur dient duurzaam in stand gehouden te worden en waar mogelijk versterkt (RIS300506). Het groen heeft vele functies, één daarvan is de functie als stedelijk natuurnetwerk, dat wil zeggen de drager van de stedelijke natuur en verbindingsstructuur voor de omliggende natuur. Deze structuur sluit aan op het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De Stedelijke Groene Hoofdstructuur bestaat uit kerngebieden (de groengebieden) met daartussen de ecologische verbindingszones.
Kaart Stedelijke Groene Hoofdstructuur (RIS300506)
Het plangebied grenst aan de Stedelijke groene Hoofdstructuur en meer specifiek in het 'Groengebied Gemeente Den Haag' en de 'Hoofdboomstructuur', zie ook onderstaande afbeelding.
37
bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (ontwerp)
Uitsnede Stedelijke Groene Hoofdstructuur ter plaatse van het plangebied (bron: gemeente Den Haag) De Hoofdboomstructuur zijn specifieke delen van de bomenstructuur die een belangrijke bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit van de stad, de lange lijnen, de historische lijnen en boomstructuren die functioneren als belangrijke verbindingsschakels voor natuur tussen groengebieden. De gemeente Den Haag heeft zichzelf verplicht de SGH op een eenduidige en herkenbare wijze duurzaam in stand te houden en te versterken. Binnen de SGH vinden geen ontwikkelingen plaats als gevolg van dit bestemmingsplan. 4.4.7
Nota stadsnatuur
In Den Haag zien we de natuur als belangrijk onderdeel van onze stad. Een stad met een vitale stadsnatuur is een gezonde stad. In de Nota Stadsnatuur (RIS305824) zijn handvatten opgenomen waarmee we werken aan een gezond stadsecosysteem met meer biodiversiteit. Een groene stad heeft veel te bieden aan inwoners. Bomen en planten zorgen immers voor verkoeling tijdens warme zomers en bieden een aangename plek voor bewoners om te verblijven. Een groene stad is ook beter toegerust om mee te bewegen op veranderingen in het klimaat, zoals uitschieters in temperaturen en neerslag. Een stad waar veel verschillende planten- en diersoorten zoals vlinders en vogels voorkomen, blijkt positief te zijn voor het welzijn van mensen. Een hoge biodiversiteit zorgt ervoor dat lastige soorten minder kans krijgen en er genoeg natuurlijke vijanden zijn om plaagsoorten in toom te houden. Een belangrijke voorwaarde voor een gezond stadsecosysteem is de aanwezigheid van een uitgebreid netwerk van groengebieden die onderling met elkaar verbonden zijn. De groengebieden zijn de belangrijke kerngebieden voor allerlei planten- en diersoorten. De ecologische verbindingszones zorgen als robuuste brede groenblauwe structuren voor de verbinding van deze gebieden. Zo kunnen dieren zich makkelijker verplaatsen en functioneren deze daarnaast ook als belangrijke leefgebieden.
In deze nota wordt de nadruk gelegd op een optimale ecologische inrichting door middel van vuistregels voor biotopen
38
bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (ontwerp)
en -beheer, behoud en de mogelijke uitbreiding van de ecologische verbindingszones. Is extra ruimtebeslag van een niet-ecologische functie onvermijdelijk dan moet de inpasbaarheid hiervan worden onderzocht. Naast het behoud en de ontwikkeling van bovengenoemd netwerk, wordt aandacht besteed aan het rekening houden met leefomstandigheden van planten en dieren bij beheer en inrichting van groen in brede zin. We werken aan een natuurinclusieve stad met een ecologisch gezond stadswatersysteem, het beheersbaar houden van overlastgevende planten en dieren en zetten we in op monitoring van onze stadsnatuur. Het plangebied ligt in de nabijheid van een ecologische verbindingszone, de Schenkzone, zie ook onderstaande afbeelding.
Uitsnede kaart Natuurnetwerk- Groengebieden en ecologische verbindingszones (bron: gemeente Den Haag) Binnen de ecologische verbindingszone vinden geen ontwikkelingen plaats. 4.4.8
Nota stadsbomen
Met de nota Stadsbomen 'Leefkwaliteit voor de stad' (RIS307827) wordt de ambitie uit de Agenda groen voor de stad, om door middel van groenbeleid bij te dragen aan een zo hoog mogelijke leefkwaliteit in de stad, concreet gemaakt. De Nota stadsbomen bevat twee hoofddoelen: 1. een toekomstbestendig Haags stadsbomennetwerk;
39
bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (ontwerp)
2. het verhogen van de ecosysteemdiensten door te streven naar meer kroonoppervlak in de stad. De nota vormt een drieluik samen met het Routeboek stadsbomen in beheer en het Routeboek stadsbomen in projecten. De nota geeft de ambitie, visie en hoofduitgangspunten aan. In de routeboeken zijn deze concreet gemaakt en nader uitgewerkt. In de Algemene Plaatselijke Verordening is de bescherming van bomen vastgelegd. Volgens de Algemene plaatselijke verordening (APV) van Den Haag, artikel 2.80 e.v., is voor het kappen van bomen een omgevingsvergunning nodig (RIS 174540). Door deze bescherming kunnen belangen zorgvuldig worden afgewogen voordat een omgevingsvergunning wordt afgegeven dan wel geweigerd. Daarnaast is een mogelijkheid opgenomen om monumentale bomen aan te wijzen. Monumentale bomen hebben een hogere beschermingsstatus. Voor een volledig overzicht van de monumentale bomen in Den Haag is op de website van de gemeente Den Haag de meest actuele lijst en kaart terug te vinden. In het plangebied zijn geen monumentale bomen te vinden. 4.4.9
Natuurinclusief bouwen
De gemeente Den Haag wil natuurinclusief bouwen in de stad bevorderen (2019, RIS 301953). Enerzijds gaat het om het verbeteren van de leefomstandigheden van huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. Dit zijn soorten die onder druk staan doordat gebouwen tegenwoordig zo gebouwd worden dat deze soorten geen nestelgelegenheden meer hebben. Anderzijds gaat het om een veel bredere opgave om meer natuurlijk groen in de directe woonomgeving toe te passen. Door de verdere stedelijke verdichting die door de verwachte bevolkingsgroei zal plaatsvinden is deze opgave extra actueel. Daarom wil de gemeente Den Haag aandacht voor het toevoegen van groen (met natuurwaarden) op en aan gebouwen, op binnenterreinen en in de openbare ruimte. Welke natuurinclusieve maatregelen bij een bouwproject moeten worden toegepast, staat beschreven in het instrument 'Puntensysteem groen- en natuurinclusief bouwen Den Haag' (2019, RIS 301953). Ook de Haagse nota Eyeline Skyline (2017, RIS 298448) geeft handvatten voor het gebruik van het puntensysteem voor hoogbouw. Met bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 wordt een ontwikkeling mogelijk gemaakt waarbij het Puntensysteem voor groen- en natuurinclusief bouwen van toepassing is. Het gaat om een grootstedelijk project gelegen in stadszone 'Gebieden met hoogbouw en grootschalige bebouwing'.
Hierdoor dient het te behalen aantal punten voor daken/gevels, verblijf en omgeving minimaal resp. 6, 4 en 6 punten te zijn. Deze punten kunnen behaald worden met de maatregelentabel opgenomen in paragraaf 3.4 Puntensysteem voor natuur- en groeninclusief bouwen, zie ook onderstaande afbeelding.
40
bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (ontwerp)
Maatregelentabel voor stadszone 'grootschalige bebouwing en hoogbouw' (bron: gemeente Den Haag) In het PUK is bepaald dat de voorgenomen ontwikkeling moet voldoen aan het puntensysteem 'groen-
41
bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (ontwerp)
en natuurinclusief bouwen'. In paragraaf 5.7 Natuurbescherming wordt nader uiteengezet op welke wijze dit in de planontwikkeling geborgd is. 4.4.10 Verkeer en infrastructuur Verkeer algemeen Den Haag groeit, er komen meer inwoners, meer banen en ook meer bezoekers. Dit zorgt voor een toename van het verkeer van, naar en in de stad. Bovendien reizen mensen steeds meer en over langere afstanden. Het verkeers- en vervoersbeleid van de gemeente Den Haag voor de periode 2021 tot 2030 is vervat in de “Parkeerstrategie 2021-2030" (RIS308711). De visie in de nota is er op gericht van Den Haag een duurzaam bereikbare en een leefbare stad te maken door er voor te zorgen dat reizigers een bewuste keuze kunnen maken voor de vervoerwijze en de route die het beste bij hen past. Gerichte investeringen in het openbaar vervoer en de fiets, goede voorzieningen voor voetgangers, en bundeling en ordening van het autoverkeer moeten er voor zorgen dat reizigers de juiste keuzes kunnen maken. Openbaar vervoer Het openbaar vervoer speelt een belangrijke rol als drager van ruimtelijke ontwikkelingen. Het dient te zorgen voor aantrekkelijke en snelle vervoerstromen tussen woon- en werklocaties, naar het centrum en andere belangrijke attractiepunten. De komende jaren staan binnen de gemeente Den Haag ingrijpende verbeteringen van het openbaar vervoer op stapel.
Dat gebeurt aan de hand van de toekomstplannen van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) voor het openbaar vervoer. Deze ambitieuze plannen onder de naam 'Netwerk RandstadRail' gaan onder meer over het geschikt maken van bestaande tramlijnen voor breder trammaterieel en de aanleg van Parkeer+Reis-terreinen bij diverse stations. Onderstaande kaart over het openbaar vervoer laat het streefbeeld zien van het openbaarvervoer netwerk volgens de Haagse Nota Mobiliteit.
Autoverkeer Het gemotoriseerde verkeer wil de gemeente zoveel mogelijk ordenen en concentreren op een stelsel van goed ingepaste stedelijke en regionale hoofdwegen (zie kaart “Hoofdstructuur wegverkeer” uit de
42
bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (ontwerp)
Haagse Nota Mobiliteit) met voldoende capaciteit om een optimale doorstroming te waarborgen. Een vlotte doorstroming op de hoofdwegen zorgt ervoor dat het verkeer als vanzelf deze hoofdwegen kiest, waardoor de verkeersdruk op de woonwijken minder kan zijn. De hoofdwegen zorgen voor een goede bereikbaarheid van de grote concentraties van werkgelegenheid en voorzieningen in de stad vanuit de regio en verder. Tevens verbinden de hoofdwegen de stadsdelen en wijken onderling met elkaar. De hoofdwegen hebben een zodanige vormgeving en inpassing dat voldaan wordt aan de leefbaarheidseisen en milieunormen. In de woonwijken is doorgaand autoverkeer niet welkom. De wijkontsluitingswegen krijgen daarom op den duur een inrichting als “stadslaan”: wegen met een minder dominante positie voor autoverkeer en prioriteit voor langzaam verkeer en openbaar vervoer. De erftoegangswegen krijgen een inrichting als 30 km/u zone, voor zover dat nog niet gebeurd is. De “Nota Straten, Wegen en Lanen” (rv 10-2017, RIS 280303_150224) bevat een uitwerking van het beleid uit de Haagse Nota Mobiliteit voor de wegen in de gemeente. De Nota SWL bevat de functionele eisen die gesteld worden aan de wegenstructuur, zoals een duidelijke hiërarchie in het wegennet en een voldoende afwikkeling van de verschillende verkeerssoorten.
De Nota SWL beschrijft ook de wegbeelden voor de inrichting van de verschillende wegcategorieën. Die wegbeelden betreffen niet alleen het verkeer, maar hebben ook te maken met de ruimtelijke inpassing van wegen. Daarbij gaat het ook om groen, water, openbare ruimte en stedenbouwkundige structuur van de stad.
Fietsverkeer Het fietsverkeer krijgt vanwege het milieuvriendelijke karakter en de fysiek zwakkere positie ten opzichte van het gemotoriseerde verkeer, bijzondere aandacht. Door het aanbieden van een aantrekkelijk hoogwaardig netwerk van veilige fietsroutes wordt het gebruik van deze vervoerswijze gestimuleerd. in 2019 is de Fietsstrategie 2040 – Ruime baan voor de fiets is vastgesteld (RIS 302960). Ambitie van de strategie is dat Den Haag een echte fietsstad wordt, voor álle Hagenaars. In 2040 is de fiets het belangrijkste vervoermiddel voor verplaatsingen in de stad. Dat betekent wel dat de infrastructuur moet meegroeien met het fietsgebruik. Dat betekent letterlijk meer ruimte maken voor de groei van het fietsgebruik. Met investeringen in voldoende capaciteit voor de rijdende en de parkerende fiets die ook bijdragen aan een aantrekkelijke inrichting van de openbare ruimte. Mede dankzij nieuwe typen fietsen,
43
bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (ontwerp)
zoals de E-fiets, de bakfiets en deelfietsen is de fiets voor meer mensen en voor meer verplaatsingen een aantrekkelijke keuze. In 2040 is de (elektrische) fiets het dominante vervoermiddel voor verplaatsingen in de stad. De afgelopen jaren is fors geïnvesteerd in het stedelijke fietsroutenetwerk. Zowel in de realisatie van sterfietsroutes als in het opheffen van ontbrekende schakels op het hoofdroutenet. Het fietsgebruik op de Haagse en regionale routes groeit stevig en moet in goede banen worden geleid; door de conflicten met andere verkeersdeelnemers te verminderen en door in de ruimtelijke inrichting meer prioriteit aan de fiets te geven. Binnen het stelsel van hoofdfietsroutes is een net van 'sterroutes' aangegeven. De sterroutes vormen de belangrijkste doorgaande routes die de woongebieden met het stadscentrum, de knooppunten van openbaar vervoer en het buitengebied verbinden. Onderstaande kaart toont het fietsroutenetwerk uit de Fietsstrategie Ruim Baan voor de Fiets. Daarnaast is er de nodige aandacht voor het stallen van fietsen, zowel bij woningen als bij werklocaties, maar ook bij de grotere attractiepunten zoals scholen, winkelgebieden, stations en recreatiebestemmingen. De publieke voorzieningen voor de fiets maken integraal onderdeel uit van de inrichting van de openbare ruimte.
Parkeren Het parkeren en stallen van auto's neemt een belangrijke plaats in binnen het verkeer- en vervoerbeleid van de gemeente Den Haag. Het algemene parkeerbeleid is vastgelegd in de Parkeerstrategie 2021 2030 (RIS308711). Dit beleid gaat vooral over het faciliteren van de parkeerbehoefte en het benutten van schaarse ruimte maar moet ook automobilisten prikkelen om meer met het openbaar vervoer te reizen of de fiets te pakken. Hoge stedelijke bebouwingsdichtheden zonder adequate parkeervoorzieningen leiden vaak tot een te zware belasting van de openbare ruimte. Dat geldt zowel voor woon- als werkfuncties maar ook voor locaties die veel bezoekers trekken. Behalve de noodzaak tot de verdeling van schaarse (openbare) parkeergelegenheid in een aantal gebieden in de stad, zijn mobiliteitsoverwegingen gericht
44
bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (ontwerp)
op het streven naar een bereikbare en leefbare (woon)omgeving voor de gemeente aanleiding tot het stellen van parkeereisen bij nieuwe ontwikkelingen. Parkeernormen De parkeernormen en het toepassingskader ervan zijn uitgewerkt in de “Regeling autoparkeernormen Den Haag 2021" (RIS309547). De parkeernormen uit dit beleid gelden niet voor station Laan van NOI, daar geldt het beleid uit de Nota parkeernormen CID en Binckhorst (RIS306160). Nieuwbouw- en verbouwplannen worden aan het beleid getoetst. Aan de hand van de parkeernormen wordt de parkeerbehoefte berekend en vergeleken met de voorzieningen die in het plan zijn opgenomen. Uitgangspunt bij nieuwbouw- en herontwikkelingen is dat de parkeerbehoefte op het eigen terrein wordt opgelost. Soms is dat niet mogelijk en het is ook niet altijd strikt noodzakelijk. De gemeente kan onder andere de parkeerdruk en eventuele beschikbare parkeerruimte binnen loopafstand in de omgeving, meewegen. Dat geldt ook voor functies waarvan de parkeerplaatsen onderling uitwisselbaar zijn. Daarnaast kan de gemeente in afwijkende situaties maatwerk toepassen. Aan de hand van de informatie wordt vastgesteld hoeveel parkeerplekken de initiatiefnemer op eigen terrein moet realiseren. Bij woningbouw is het gemiddelde autobezit uitgangspunt voor de hoogte van de parkeernorm.
Het gemiddelde autobezit hangt af van de oppervlakte van de woning, de plek in de stad en het type woning. Voor werken, winkels en andere voorzieningen is de functie van het gebouw en de mate van bereikbaarheid met het openbaar vervoer, bepalend voor de parkeernorm. Bij knooppunten van het openbaar vervoer geldt een lagere norm dan op plekken die minder goed bereikbaar zijn met het openbaar vervoer. De parkeernormen worden uitgedrukt in het aantal parkeerplaatsen per woning, en bij de -meeste- overige de functies in het aantal parkeerplaatsen per 100 m2 bruto vloeroppervlak. Fiets parkeren De aantrekkelijkheid van een reis per fiets wordt mede bepaald door de beschikbaarheid en kwaliteit van de fietsparkeervoorziening bij herkomst en bestemming. Daarnaast wil de gemeente voorkomen dat de kwaliteit van de buitenruimte onder druk komt te staan doordat fietsen teveel geparkeerd worden op plaatsen met een intensief gebruik van de openbare ruimte. Om die reden gaat de gemeente uit van het faciliteren en sturen op het stallen van fietsen bij belangrijke bestemmingen of bestemmingsgebieden, zoals NS-stations en de binnenstad. Daarnaast hanteert de gemeente fietsparkeernormen bij nieuwbouw en verbouw van kantoren, bedrijven en voorzieningen.
Het gemeentelijke beleid ten aanzien van het stallen van fietsen is vastgelegd in de “Beleidsregels Fietsparkeernormen Den Haag 2016” (RIS294386). Fietsparkeernormen De gemeente Den Haag heeft in de “Beleidsregels Fietsparkeernormen Den Haag 2016” normen vastgesteld voor de aanwezigheid van fietsparkeerplaatsen bij kantoren, bedrijven en voorzieningen. Deze fietsparkeernormen worden toegepast bij nieuwbouw en verbouw waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is. Het hanteren van fietsparkeernormen is nodig om het fietsen in Den Haag te stimuleren en het beslag van het fietsparkeren op de schaarse openbare ruimte te kunnen reguleren. Bij de bepaling van de fietsparkeernormen is het faciliteren van het groeiende fietsgebruik het uitgangspunt geweest. Voor het fietsparkeren bij woningen is de eis uit het bouwbesluit van toepassing, waarin is aangegeven dat bij woningen een berging aanwezig is. De aanvrager van een omgevingsvergunning voor een woongebouw kan in de aanvraag verzoeken om afwijking van de prestatie-eisen die het Bouwbesluit stelt aan buitenbergingen, anders genoemd verzoeken om toepassing van gelijkwaardigheid. In de “Beleidsregels Bergingen nieuwe woongebouwen Den Haag 2017” (RIS297288) staat aangegeven onder welke voorwaarden collectieve fietsstallingen kunnen worden gebouwd in plaats van afzonderlijke fietsbergingen per woning.
De fietsparkeerbehoefte van een ontwikkeling met een niet-woonfunctie wordt berekend aan de hand van het bouwplan en de daarbij behorende parkeernorm. Voor het vaststellen van de fietsparkeereis wordt vervolgens de berekende parkeerbehoefte afgezet tegen de specifieke kenmerken en grootte van het
45
bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (ontwerp)
bouwplan en tegen de omgeving van het bouwplan. Indien er concrete aanleiding bestaat om de berekende fietsparkeerbehoefte bij te stellen, is het aan de ontwikkelaar om aan te tonen op grond waarvan dat nodig is. Dubbelgebruik kan daar bijvoorbeeld een aanleiding voor zijn. Aan de parkeereis kan op eigen terrein worden voldaan of door middel van een storting in het fietsparkeerfonds (of een combinatie). Fietsparkeerplaatsen die op eigen terrein worden gerealiseerd dienen goed bereikbaar en comfortabel te zijn. Bij afkoop van de fietsparkeereis door middel van een storting in het parkeerfonds, dient de gemeente te voorzien in de behoefte van fietsparkeerplaatsen door realisatie en exploitatie van (openbaar toegankelijke) fietsparkeervoorzieningen. Tenslotte worden de afspraken tussen ontwikkelaar en gemeente vastgelegd voor de nieuw- en verbouwplannen waarmee het beoogde gebruik van de fietsparkeeroplossingen, zoals het deelfietsgebruik, kan worden bewaakt. Toepassing van het beleid leidt tot het parkeerprogramma zoals toegelicht in 3.5 Mobiliteit. 4.4.11 Woonvisie Den Haag 2017-2030 Het woonbeleid is vastgelegd in de Woonvisie Den Haag 2017-2030 (RIS296833, 29 juni 2017). Den Haag is een groeiende stad in een tijd waarin veranderingen steeds sneller gaan en die de maatschappelijke en economische verhoudingen blijvend veranderen.
Het is een uitdaging om mensen, bedrijven en banen aan de stad te blijven binden. Om een fijne, leefbare en groene woonstad te blijven moeten we zorgen dat de sociaaleconomische verschillen niet te groot worden en moeten we overstappen op een nieuwe vorm van energievoorziening. Den Haag heeft een gunstige uitgangspositie als aantrekkelijke woonstad. De unieke ligging aan zee, het levendige centrumgebied, prettige woonwijken en een sterk internationaal profiel. Om deze positie nog verder te versterken zet de woonvisie in op een 'stedelijke, attractieve en inclusieve stad in 2030'. Dit betekent dat Den Haag meer onderscheidende en aantrekkelijke stedelijke woonmilieus biedt, dat wonen in de stad betaalbaar is voor iedereen én wijken op de toekomst zijn voorbereid en meer gemengd zijn. Het (sloop-)nieuwbouw, transformatie- en verbeterprogramma geeft ruim baan aan deze ambitie en volgt de groei van de stad. De gemeente Den Haag gaat voor de langere termijn uit van een jaarlijks netto bouwprogramma van 2000-2500 woningen. De ruimte om te groeien is beperkt. Den Haag zal zich voor groei moeten richten op binnenstedelijke locaties (de zogenaamde inbreidingslocaties), transformatie van bestaande gebouwen en gemengde woon-werkgebieden. Daarbij wordt ingezet op differentiatie in architectuur en woningtypen.
Het is van belang om hierbij zorgvuldig om te gaan met bestaand groen en bestaande wijken. Een andere uitdaging is het verkleinen van de sociaaleconomische verschillen tussen wijken. De woonvisie zet in op: 1. Een meer sociaal-inclusieve stad. 2. Het verder uitbouwen van Den Haag als aantrekkelijke en gastvrije woonstad. 3. Een meer toekomstbestendige woningvoorraad. Dit heeft zowel betrekking op de duurzaamheid van woningen als op de levensloopbestendigheid van woningen. Ad 1) Een meer sociaal-inclusieve stad. Een aantrekkelijke en gastvrije stad is sociaal inclusief: een stad zonder te grote sociaaleconomische verschillen. De aanwezigheid en spreiding van voldoende betaalbare woningen in de stad voor minder financieel draagkrachtige huishoudens is hierin een belangrijke opgave. Voor de woningbouwproductie is dit vertaald in een gemiddelde woningbouwproductie van: 30% sociale huurwoningen voor de hele stad; 20% middeldure huurwoningen; en een streven naar 25% middeldure koopwoningen. Daarbij sturen we op een meer evenwichtige spreiding van de sociale woningbouw over de stad. Ook wordt ingezet op het borgen van voldoende betaalbare woningen voor kwetsbare groepen en wordt gestuurd op de verbetering en vernieuwing van kwetsbare wijken, o.a. via de aanpak 'Nieuwe Generatie Stadswijken'. Streven is meer differentiatie in de woningvoorraad aan te brengen.
Eventuele afname van de sociale voorraad in deze wijken dient elders in de stad, maar ook in de regio te worden
46
bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (ontwerp)
gecompenseerd. Ad 2) Het verder uitbouwen van Den Haag als aantrekkelijke en gastvrije woonstad. Dit is een voorwaarde voor het vasthouden en aantrekken van stedelijk talent. Doel is om voor deze groepen die bijdragen aan het internationale, gastvrije, levendige en economische profiel van Den Haag nog meer onderscheidende stedelijke woon(werk)milieus te ontwikkelen. In het bouwprogramma wordt daarom nadrukkelijk rekening gehouden met de woonvoorkeuren van stedelijke doelgroepen young urban professionals, stedelijke gezinnen, studenten, empty-nesters en expats. Ad 3) Een meer toekomstbestendige woningvoorraad. Het streven is dat in 2030 de woningvoorraad voldoet aan de duurzame en woontechnische eisen. Dit betekent dat het onderhoud van woningen op orde is en dat in 2030 tenminste 50% van de woningen wordt verwarmd met een niet-fossiele warmtebron. Voor nieuwbouw betekent dit dat woningen niet langer zijn aangesloten op het gasnet. Verder wordt ingezet op een groter en gevarieerder aanbod aan geschikte woningen en woonzorgvormen voor (langer) zelfstandig thuis wonen. Woonagenda 2020-2023 Op 7 oktober 2020 heeft de raad de Woonagenda 2020-2023 vastgesteld (RIS305711). De Woonagenda 2020-2023 is een actualisatie van de vorige Woonagenda 2019-2023, aangevuld met maatregelen uit het coalitieakkoord 'Samen voor de stad'.
Uitgangspunt is dat iedere inwoner van Den Haag fatsoenlijk en betaalbaar kan wonen. Betaalbaar wonen moet haalbaar zijn voor starters, ouderen, studenten én gezinnen. "Haags samen wonen, daar geloven we in". De Woonagenda vormt het actueel woonbeleid van Den Haag en is hiermee een concrete uitwerking van de Woonvisie. De woonagenda vervangt de uitvoeringsagenda bij de Woonvisie Den Haag. Belangrijke elementen van de woonagenda zijn: maatregelen om de realisatie en het behoud van goedkope en middeldure woningen te borgen; maatregelen om de sociale huurwoningen in Den Haag beter te verdelen; maatregelen om de leefbaarheid in wijken te beschermen door een rem op de bouw van kleine woningen (kleiner dan 40/50 m2) en het beperken van de mogelijkheid tot bouwkundig splitsen (zie paragraaf 3.8.7); maatregelen voor specifieke doelgroepen waaronder onmisbare beroepsgroepen, woonwagenbewoners, zorgdoelgroepen en studenten. In het addendum zijn extra maatregelen beschreven. Den Haag kampt momenteel namelijk met een enorme woningnood. Den Haag groeit de komende jaren met 4.000 tot 5.000 inwoners per jaar. Om te zorgen dat iedereen in onze stad prettig kan wonen zijn dan ook flinke maatregelen nodig voor de Haagse woningmarkt. In het addendum zijn deze extra maatregelen beschreven en hieronder worden er aantal opgesomd: De jaarlijkse bouwambitie is verhoogd.
De norm van 30% sociale woningbouw voor de hele stad groeit hierbij mee. Er wordt gestreefd naar 20% betaalbare koopwoningen in nieuwbouw. Op beperkte schaal voert de gemeente een actief grondbeleid als dat helpt om de bouw van sociale huur en starterswoningen te ondersteunen. Het verbouwen van een woning tot 2 of meer zelfstandige woningen (bouwkundig splitsen) kan alleen nog in een beperkt aantal gebieden en onder bepaalde voorwaarden. Ook de regels voor kamerbewoning en kamerverhuurders worden strenger. Dit voorkomt negatieve gevolgen voor het karakter en de leefbaarheid van buurten. Er is in Den Haag een groot tekort aan bepaalde beroepsgroepen zoals leraren, agenten en zorgpersoneel. Daarom experimenteert de gemeente met manieren om deze beroepsgroepen te helpen bij het vinden van huisvesting. Zo maken we het aantrekkelijker om deze beroepen uit te oefenen in Den Haag. Er komen extra maatregelen voor het huisvesten van specifieke groepen zoals studenten,
47
bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (ontwerp)
zorgdoelgroepen, ouderen en arbeidsmigranten. Het beleid heeft geleid tot het woonprogramma, zoals dat is opgenomen in 3.2 Programma. 4.4.12 Economische Visie Den Haag 2030; brede economische groei in een stad zonder grenzen De economische visie dient als Kadernota economisch beleid (RIS303550) en vervangt de beleidsnota "de Kracht van Kwaliteit" (RIS180414). De brede economische groei als algemene doel wordt via vier strategische doelen verwezenlijkt: 1. 2. 3. 4.
een attractieve stad voor bewoners, bezoekers en bedrijven; een veerkrachtige economische structuur; een excellent ondernemingsklimaat, waarin ondernemers kunnen groeien; voldoende ruimte voor bedrijvigheid in aantrekkelijke werkmilieus.
Brede economische groei is een integrale opgave. Ruimte voor werk mee moet groeien met het inwoneraantal zodat elke inwoner van Den Haag mee kan doen: ondernemer en werknemer, onafhankelijk van opleidingsniveau. Er is dringend behoefte aan meer en kwalitatief diverse betaalbare, duurzame en bereikbare bedrijfsruimte. De Haagse agglomeratie moet meer ruimte bieden aan verschillende soorten bedrijvigheid: van internationale topmilieus tot bedrijventerreinen en kleinschalige bedrijfsruimte in de wijken met voldoende leer-werkmogelijkheden voor vakmensen. Hoofdkantoren, innovatieve bedrijven en instellingen willen in gemengde locaties, dicht bij elkaar en bij het openbaar vervoer zijn gevestigd. Ook sfeer, imago en uitstraling worden steeds belangrijkere vestigingsvoorwaarden voor ondernemers, onder andere om talent aan te trekken. Ambitie van Den Haag is in 2030 het best scoren op woon- en leefklimaat van de vier grote Nederlandse steden en dé stad zijn voor kwaliteitstoerisme in Nederland. Er wordt ingespeeld op ontwikkelingen als digitalisering, technologische vernieuwing en verduurzaming en ingezet op schonere lucht en minder geluidhinder. 4.4.13 Kadernota Den Haag "De Haagse hoofdwinkelstructuur centraal" De Kadernota detailhandel Den Haag “De Haagse hoofdwinkelstructuur centraal” (RIS 300626) is in 2018 vastgesteld.
Met de Kadernota Detailhandel worden de ruimtelijke (juridisch-planologische) beleidskaders aangegeven voor de vestiging en ontwikkeling van de detailhandel in Den Haag in de toekomst. Daarbij staat de hoofdwinkelstructuur centraal. Alle inspanningen zijn erop gericht om de winkelstraten in deze hoofdwinkelstructuur te versterken en vestiging van nieuwe winkels zoveel mogelijk te concentreren in deze hoofdwinkelstructuur. Onderdeel van de beleidscyclus voor detailhandel zijn de detailhandelsmonitor Den Haag en het actieprogramma Den Haag Winkelstad. De monitor analyseert periodiek alle winkelgebieden. Hiermee worden trends en ontwikkelingen in de Haagse winkelgebieden gesignaleerd, waarmee de hoofdwinkelstructuur herijkt kan worden. Het actieprogramma legt de inzet ten aanzien van de versterking van de winkelgebieden periodiek vast. De planlocatie ligt buiten de hoofdwinkelstructuur. Conform het gemeentelijk en provinciaal beleid is er maar beperkt ruimte voor toevoeging van detailhandel: maximaal 500 m2 BVO, met oog op de ligging nabij de hoofdentree van intercitystation Laan van NOI. Daarmee wordt ook invulling gegeven aan een levendige plint voor de locatie. in combinatie met de andere commerciële en maatschappelijke voorzieningen.
Het is denkbaar dat in de toekomst meer ruimte is voor detailhandel, met oog op de verdere verdichting in het gebied en intensivering van het gebruikt van station Laan van NOI. In de planregels is daarom een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor maximaal 400 m2 extra detailhandel. Dit vergt wel een nadere onderbouwing.
48
bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (ontwerp)
4.4.14 Horecavisie Den Haag wil met de kracht van horeca de aantrekkelijkheid van Den Haag vergroten, de ontwikkeling van gebieden met grote economische betekenis verder aanjagen en groei van werkgelegenheid in de horecasector stimuleren. De visie voor het gemeentelijk horecabeleid in de komende jaren wordt in de 'Horecavisie Den Haag' (RIS 288645) uiteengezet langs de belangrijkste thema's. Hiermee zet Den Haag in op het verder optimaliseren van de randvoorwaarden voor een bloeiend horecaklimaat in de stad. In de horecavisie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Ontwikkeling van de Haagse economie en groei van werkgelegenheid; Ruimte voor vernieuwing en innovatieve concepten; Een gelijk speelveld voor ondernemers; Een toegankelijk en veilig horecaklimaat; Meewegen van bewonersbelangen in beleidskeuzes. De gemeente heeft als rol om afwegingen te maken tussen de belangen van ondernemers onderling en die tussen ondernemers en bewoners. Hierbij wordt uitgegaan van gebiedsprofielen voor de vestiging van horecazaken. Het resultaat is dat de kracht van Haagse horecaondernemers optimaal bijdraagt aan de quality of life voor bewoners, de aantrekkingskracht op (zakelijke) toeristen, een concurrerend vestigingsklimaat voor bedrijven en aan de werkgelegenheid in het algemeen.
Horecavisie: uitwerkingsplan 2016-2019 Het Uitwerkingsplan 2016-2019 (RIS 288643) maakt de vertaling van de Horecavisie naar concrete acties. In het uitwerkingsplan zijn een aantal regels en locaties specifiek benoemd. Horeca in winkelgebieden Den Haag streeft naar een optimale verhouding tussen winkels en horeca die winkelgebieden versterken. Daghoreca kan bijdragen aan de aantrekkelijkheid van een winkelgebied. Op een aantal pleinen kan de levendigheid in de avonduren worden versterkt, waardoor de verblijfstijd van de bezoeker wordt verlengd. Gekozen wordt nu voor het uitgangspunt van maximaal 30% horeca in winkelgebieden. Op sommige locaties is een concentratie tot maximaal 60% horeca wenselijk. Dat is in onderhavig plangebied echter niet aan de orde. Het percentage heeft betrekking op het totaal aantal panden (niet-woningpanden) in het betreffende winkelgebied. Horeca in de winkelstraten (max. 30%) Een goede balans tussen winkels/dienstverlening en horeca is nodig om een winkelgebied haar specifieke karakter en aantrekkingskracht te laten behouden. Concreet betekent dit: voldoende (dichtheid aan) winkels en daarnaast andere publiekgerichte functies zoals horeca, die overdag geopend zijn en de levendigheid en het winkelkarakter versterken. Om deze reden wordt een generiek uitgangspunt vastgesteld: maximaal 30% horeca in winkelgebieden binnen de hoofd-winkelstructuur.
Om de dagfunctie van het gebied te versterken, en daarmee dichte puien overdag te voorkomen, is uitbreiding van het bestaande horeca-aanbod tot maximaal 30% van het aantal panden alleen mogelijk in de categorie 'licht'. 4.4.15 Kantorenstrategie Den Haag 2018-2025 Het kantorenbeleid is vastgelegd in de nota 'Kantorenstrategie Den Haag 2018-2025, de gebruiker centraal 2.0' (RIS 300807). De oude kantorenstrategie uit 2010 (RIS 170032) had als doel om het overaanbod van kantoorruimte in Den Haag en de regio te verminderen, door transformatie van kantoren naar ander vastgoed te stimuleren. Echter, de Haagse kantorenmarkt is in korte tijd sterk veranderd. De vraag naar kantoorruimte neemt toe, terwijl het aanbod (met name) door het succes van de kantorentransformatie afneemt. Er is nu al
49
bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (ontwerp)
sprake van kwalitatieve tekorten en onvoldoende aanbod in bepaalde segmenten, bijvoorbeeld bij kantoorverzamelgebouwen. Daarnaast verandert de aard van de vraag onder invloed van de 'nieuwe economie'. Het gaat nu steeds vaker om kleine bedrijven, start-ups en doorgroeiende bedrijven. Het Midden en Kleinbedrijf (MKB) is hierdoor een belangrijk onderdeel van de Haagse economie en is op zoek naar passende kantoorruimte op een locatie die goed bereikbaar is met het OV, centraal gelegen en dichtbij andere bedrijven en voorzieningen. Belangrijke elementen van de kantorenstrategie zijn het aanhouden van een planvoorraad van 200.000 m2 bvo voor nieuwbouw, het terughoudend omgaan met transformaties van panden boven de 1500 m2 bvo, het respecteren van bestaande transformatieplannen, het stimuleren van verduurzaming en het verruimen van bestemmingsmogelijkheden. Het Central Innovation District en de Internationale Zone zijn de (inter)nationale toplocaties voor kantoren binnen Den Haag. Binnen het plangebied wordt maximaal 24.000 m2 kantoren mogelijk gemaakt. Omdat een kantoorgebouw van circa 69.000 m2 wordt gesloopt, is er geen sprake van toevoeging van kantoorprogramma. De ontwikkeling leidt wel tot modernisering en verduurzaming van het kantorenaanbod in Den Haag.
4.4.16 Haagse Educatieve Agenda 2018 - 2022 Onderwijs Voor onderwijs worden in de “Haagse Educatieve Agenda 2018 – 2022, Ontwikkelkansen in Den Haag” (RIS298592) beleidsambities beschreven. Belangrijke ambities zijn het streven naar meer kansengelijkheid, het aantrekken en opleiden van voldoende, vakbekwame en innoverende onderwijsprofessionals, kinderen leren samenleven, het stimuleren van onderwijs dat bijdraagt aan de economie van de stad, het creëren van een brede leer- en ontwikkelomgeving, het bieden van een passende plek voor iedere leerling en het realiseren van voldoende en toekomstbestendige schoolgebouwen. Onderwijshuisvesting Wat betreft onderwijshuisvesting voor primair, (voortgezet) speciaal- en voortgezet onderwijs bieden de nota “Onderwijshuisvesting in Den Haag, Op weg naar een stedelijk integraal huisvestingsplan” (RIS301793) en het Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs 2020 – 2030 (RIS304176) het richtinggevend kader. Op het gebied van onderwijshuisvesting streeft de gemeente naar voldoende onderwijshuisvesting van goede kwaliteit die toekomstbestendig is (in gebruik, maar bijvoorbeeld ook qua duurzaamheidsprestaties) op toegankelijke plekken. Hierdoor wordt met een zo evenwichtig mogelijke spreiding over de stad een goed onderwijsaanbod mogelijk gemaakt.