RIS314681 Notulen van de raad van 19 januari 2023 def
Tekst van het document
De beraadslaging wordt geopend. Robert Barker (PvdD). Voorzitter. Helpt deze transitievisie echt de klimaatcrisis aanpakken? Ik denk dat het eerlijke antwoord is: eigenlijk niet. Met deze visie blijft voor de helft van onduidelijk wat het eindplaatje is en de andere helft krijgt kruimels aan informatie. Zo verdwijnt een klimaatneutraal in 2030 volledig uit zicht. Het nadeel van een raadslid zijn die meerdere termijnen mag vervullen, is dat je weet wat er de afgelopen jaren is gebeurd, dat je weet hoe weinig ook is veranderd aan dit stuk en hoe weinig er is gebeurd op het gebied van duurzaamheid. We hebben te maken met een klimaatcrisis en zitten als gemeente vooral op onze handen. We bespreken nu een transitievisie voor de tweede keer, waarbij er eigenlijk nog steeds weinig zicht is op een aanpak van deze crisis. De beantwoording in de commissie deed me ook erg denken aan de debatten van de afgelopen tijd: een wethouder die zegt dat er nog allerlei stukken aankomen, dat dit pas het begin is en dat er nu actie komt. Het zal u misschien niet verbazen dat ik na jaren dit te hebben aangehoord, ik niet direct hierin geloof. Dit stuk, met de naam transitievisie, gaat niet over een transitie en vertoont weinig visie. Eigenlijk moet de transitievisie nog komen, want bij een transitievisie horen ook een planning en een fasering, aldus het Klimaatakkoord. 50
Daarom dienen we samen met de HSP, SP en ChristenUnie/SGP een amendement in met de titel Maak werk van de transitievisie. Daarnaast is een grote lacune dat lagetemperatuurbronnen een ondergeschoven kindje zijn. In de commissie verwees de wethouder naar de bronnenstrategie, terwijl alle hogetemperatuurbronnen eigenlijk al worden uitgerold. De lage worden een beetje vergeten. Daarom een motie, samen met de HSP, SP, ChristenUnie/SGP, VVD, Hart voor , PvdA en GroenLinks. Die verzoekt het college dit jaar, zo mogelijk samen met de bronnenstrategie, een concrete aanpak met doelen en acties op te stellen met het oog op de stimulering van lokale hernieuwbare lagetemperatuurbronnen. Tot slot steun ik de moties om concreet te maken wat we gaan doen in de zogenaamde gele wijken, waar ik ook al mee begon. Die hebben nu namelijk nagenoeg niets aan deze transitievisie. De voorzitter. Door de heer Barker, daartoe gesteund door mevrouw Faïd en mevrouw Klokkenburg, wordt het volgende amendement (M.A PvdD) voorgesteld:
Amendement M.A PvdD Maak werk van de transitievisie De raad van de gemeente , in vergadering bijeen op 19 januari 2023, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Definitief maken transitievisie warmte. Besluit om de onderstreepte passage toe te voegen aan het dictum: • de transitievisie warmte vast te stellen met dien verstande dat dit jaar nog een planning wordt vastgesteld van de fasering van de aanpak. Daarin zou terug moeten komen wanneer de verschillende wijkuitvoeringsplannen worden vastgesteld, maar ook wanneer welk resultaat is behaald. Zo is wenselijk dat wordt aangegeven hoeveel gebouwen in welke fases tot en met 2030 worden geïsoleerd en/of aardgasvrij worden gemaakt. Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Door de heer Barker, daartoe gesteund door mevrouw Faïd, mevrouw Klokkenburg, mevrouw Arp, de heer Thepass, de heer Van der Helm en de heer Martinez van Andel, wordt de volgende motie (M.1 PvdD) ingediend:
Motie M.1 PvdD Vergeet lokale bronnen niet De raad van de gemeente , in vergadering bijeen op 19 januari 2023, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Definitief maken transitievisie warmte, Constaterende, dat: • in de aangenomen motie Meer richting energietransitie (RIS311117) als uitgangspunt stimulering van lagere temperatuur is vastgelegd evenals de voorrang voor lokale hernieuwbare bronnen; • dit in de voorliggende transitievisie is overgenomen. Overwegende, dat: • echter voornamelijk lijkt te worden ingezet op hoge temperatuur rest- en aardwarmte en hier de meeste collegebrieven op zien; • wenselijk is dat meer regie wordt gepakt om lokale hernieuwbare bronnen verder te ontwikkelen.
51
Verzoekt het college: • dit jaar, zo mogelijk samen met de bronnenstrategie, een concrete aanpak met doelen en acties op te stellen met het oog op de stimulering van lokale hernieuwbare (lage temperatuur) bronnen. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Janneke Holman (PvdA). Voorzitter. We praten vandaag over hoe we de komende jaren gaan voorzien van duurzame warmte. Dat lukt niet zonder iedereen in de stad te betrekken, want de klimaattransitie is bovenal ook een sociale transitie. Iedereen moet mee kunnen doen. Dat gebeurt nu nog onvoldoende. Het is goed om te zien dat er veel zienswijzen zijn binnengekomen op de transitievisie warmte, maar daarin zien we ook dat vooral bewoners en organisaties uit de wijken op het zand zich roeren op dit onderwerp. Ook in het stadspanel over de verduurzaming van woningen, die ten grondslag lag aan deze visie, zien we dat jongeren en mensen met een praktische opleiding ondervertegenwoordigd waren. Dat moet in de uitvoeringsplannen die er nu gaan komen op wijk- en buurtniveau echt beter.
Daarom heb ik de volgende motie: verzoekt het college bij de uitvoeringsplannen een helder participatietraject op te zetten waarbij inzet wordt gepleegd om tot een representatieve bewonersbetrokkenheid te komen; in de uitvoeringsplannen de raad te informeren welke inzet is gedaan om tot representatieve participatie te komen en de resultaten van deze inzet inzichtelijk te maken. De motie is mede ingediend namens GroenLinks, SP, Partij voor de Dieren, D66, DENK en het CDA. De voorzitter. Door mevrouw Holman wordt de volgende motie (M.2 PvdA) ingediend:
Motie M.2 PvdA Representatieve participatie bij uitvoeringsplannen De raad van de gemeente , in vergadering bijeen op 19 januari 2023, ter bespreking van het voorstel van het college inzake het definitief maken van de Transitievisie Warmte. Constaterende, dat: • goede participatie, bewonersbetrokkenheid en een goede informatievoorziening van en voor alle bewoners in de stad van doorslaggevend belang is voor het slagen van de warmtetransitie; • er voornamelijk zienswijzen zijn binnengekomen op de Transitievisie Warmte van bewoners(organisaties) uit de sociaal economisch sterke wijken in de stad; • in het Stadspanel over schone energie in huizen dat ten grondslag ligt aan de Transitievisie Warmte jongeren en praktisch opgeleiden ondervertegenwoordigd waren onder de respondenten. Overwegende, dat: • er daarom extra inzet en aandacht nodig is om in de uitvoeringsplannen per buurt, wijk of gebied een representatieve participatie van bewoners te borgen, dus ook van bewoners met een praktische opleiding en/of een laag inkomen, huurders van sociale huurwoningen en jongeren.
Verzoekt het college: • bij de uitvoeringsplannen een helder participatietraject op te zetten waarbij inzet wordt gepleegd om tot een representatieve bewonersbetrokkenheid te komen; • in de uitvoeringsplannen de raad te informeren welke inzet is gedaan om tot representatieve participatie te komen en de resultaten van deze inzet inzichtelijk te maken. En gaat over tot de orde van de dag.
52
De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Yousef Assad (D66). Voorzitter. Ik hou het kort. De fractie van D66 heeft een motie om de gele wijken perspectief te bieden, want de transitievisie warmte geeft de gele wijken niet de noodzakelijke informatie die vereist is om tot aardgasvrije woningen te komen in 2050. Daarom verzoekt D66 het college: voor de meest voorkomende archetype woningen in de gele wijken: (1) inzichtelijk te maken of hybride verwarming geschikt is en bij ongeschiktheid alternatieven te identificeren; (2) op basis van de Nederlandse isolatiestreefwaarden te bepalen wat het passende temperatuurniveau moet zijn voor de individuele dan wel collectieve opwek dan wel aanlevering van warmte uit een warmtenet; (3) voor de VvE's en particulier bezit te identificeren wat de technische obstakels zijn om de transitievisie warmte te realiseren; - voor de gebouwde omgeving van inzichtelijk te maken hoeveel duurzame warmte opgewekt dan wel geïmporteerd kan worden en op welk temperatuurniveau, en dit af te zetten tegen de warmtevraag en het benodigde temperatuurniveau van iedere wijk; - bovenstaande te bekostigen vanuit de uitvoeringsmiddelen klimaat- en energiebeleid 2023 vanuit het Rijk. De voorzitter. Door de heer Assad wordt de volgende motie (M.7 D66) ingediend:
Motie M.7 D66 Geef gele wijken perspectief! De gemeenteraad van in vergadering bijeen op 19 januari 2023 ter bespreking van het voorstel van het college inzake Definitief maken transitievisie warmte (RIS313867), Constaterende dat: • de transitievisie warmte in de gele wijken inzet op hybride verwarming op korte termijn en deze ongeschikt is voor bepaalde type woningen, zoals gebouwen met drie woonlagen of meer; • het voor woningen in de gele wijken onduidelijk is op welk temperatuurniveau zij warmte gaan opwekken dan wel gaan ontvangen voor verwarming en warm tapwater en tot welk isolatieniveau de woningen in de gele wijken moeten worden verduurzaamd; • het voor de VvE’s en particulier bezit in de gele wijken onduidelijk is wat de mogelijke technische obstakels zijn om de transitievisie warmte te realiseren. Overwegende dat: • de woningeigenaren perspectief nodig hebben om alle natuurlijke vervangingsmomenten in te kunnen zetten om hun woning te verduurzamen en het doel van 2050 te halen.
Verzoekt het college: • voor de meest voorkomende archetype woningen in de gele wijken: (1) inzichtelijk te maken of hybride verwarming geschikt is en bij ongeschiktheid alternatieven te identificeren; (2) op basis van de Nederlandse isolatiestreefwaarden te bepalen wat het passende temperatuurniveau moet zijn voor de individuele dan wel collectieve opwek dan wel aanlevering van warmte uit een warmtenet; (3) voor de VvE’s en particulier bezit te identificeren wat de technische obstakels zijn om de transitievisie warmte te realiseren; • voor gebouwde omgeving van inzichtelijk te maken hoeveel duurzame warmte opgewekt dan wel geïmporteerd kan worden en op welk temperatuur niveau, en dit af te zetten tegen de warmtevraag en het benodigde temperatuurniveau van iedere wijk; • bovenstaande te bekostigen vanuit de uitvoeringsmiddelen klimaat- en energiebeleid 2023 vanuit het Rijk.
53
En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Vincent Thepass (GroenLinks). Voorzitter. Na een uitgebreide commissievergadering, waarin ik snel door mijn spreektijd heenging, ligt die hier toch in de raad: de transitievisie voor de warmte. Zoals ik in de commissie al zei, beginnen we aan een grote en ingrijpende transitie. Wat GroenLinks betreft is deze warmtetransitie vooral ook een grote kans. Een kans om samen met bewoners een nieuw energiesysteem vorm te geven, met bronnen van dichtbij, waar we zelf de macht over hebben. Een energiesysteem waarin we afkicken van de fossiele verslaving en minder afhankelijk worden van commerciële partijen die onze prijzen opdrijven. Daarom is GroenLinks blij met de uitgangspunten in de transitievisie: betaalbaarheid en sociale transitie, voorrang voor lokale bronnen en zo veel mogelijk coöperatief eigenaarschap. Dat zijn uitgangspunten van een rechtvaardige transitie. Dat moet zo veel mogelijk samen met bewoners, op een inclusieve manier. Zonder goede participatie aan de voorkant gaat deze transitie over de hele linie immers langer duren. Daarom staat mijn partij onder de motie van de PvdA voor inclusieve participatie. Ook sta ik onder een motie van het CDA die later ingediend gaat worden, waarmee de raad beter zicht gaat hebben op de planning per wijk.
Dat is heel belangrijk om vooral meer duidelijkheid te geven aan de stad. Deze positieve woorden nemen niet weg dat GroenLinks ook nog grote opgaven ziet, waar we ons niet alleen tijdens, maar ook vooral in het vervolg op dit debat sterk voor zullen gaan inzetten. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de uitvoeringscapaciteit van de gemeente, die echt klaargestoomd moet worden voor de exponentiële versnelling die we moeten gaan inzetten, vooral ook de groeiende regierol die we als gemeente moeten gaan pakken. Denk daarbij ook aan het belang om een juridische vorm te vinden voor de warmtekabels, zodat initiatieven zoals Warm in de Wijk in de Vruchtenbuurt snel tot uitvoering kunnen overgaan. Denk aan het stimuleren van lagetemperatuurbronnen. Daarom staan we ook onder de motie van de Partij voor de Dieren die ertoe oproept om hier met een visie op te komen. Denk bijvoorbeeld ook aan de energiecoöperaties van de sociale huurders, waar eerder al GroenLinks-moties over zijn aangenomen. In de commissie vroeg ik ook aandacht voor de vooroorlogse gele wijken. Ze zijn al eerder genoemd. Dit zijn de wijken waar de aanpak, volgens deze visie, nog op een later moment gaat plaatsvinden. Wat GroenLinks betreft is het logisch dat we keuzes maken in waar we als eerste tot uitvoering overgaan.
Tegelijkertijd is juist de transitie op deze plekken extra uitdagend vanwege de volle ondergrond en de oude bebouwing. Daarom is het belangrijk dat we als gemeente alvast op kleinere schaal ervaring op gaan doen, zodat we ook juist deze wijken beter leren kennen en ook hier onze regierol gaan ontdekken en daar beter in worden. Daarom de volgende motie, ondersteund door D66 en het CDA: verzoekt het college in 2023 één of meer straten in verschillende vooroorlogse 'gele wijken' te identificeren als 'duurzame buurtkernen' waar de gemeente op termijn de warmtetransitie vanuit haar regierol gaat aanjagen; bij deze duurzame buurtkernen ervaring op te doen ten behoeve van een uiteindelijke bredere wijkaanpak en hierbij te bezien hoe (steeds meer) omliggende straten bij de buurtkern kunnen aansluiten; hierbij waar mogelijk aan te sluiten op lopende initiatieven, zoals burgerberaden, duurzame bewonersinitiatieven en de isolatieaanpak; bij de selectie van straten allereerst te kijken naar lage- en middeninkomenswijken zoals Laakkwartier, Transvaalkwartier, Rustenburg-Oostbroek, Regentessekwartier en Valkenboskwartier. De voorzitter. Door de heer Thepass wordt de volgende motie (M.3 GL) ingediend:
Motie M.3 GL duurzame buurtkernen gele wijken De raad van de gemeente , in vergadering bijeen op 19 januari ter bespreking van transitievisie warmte Overwegende, dat: • de warmtetransitie grote kansen biedt in de weg naar een rechtvaardige, klimaatneutrale stad; • dit voor alle wijken op termijn aangrijpende veranderingen met zich meebrengt;
54
•
de warmtetransitie ook een constant leerproces is, waarbij veranderde omstandigheden en nieuw opgedane praktijkkennis zullen worden meegenomen in een hernieuwde visie binnen maximaal vijf jaar.
Constaterende, dat: • de verschillen tussen wijken en de uitvoeringspraktijk logischerwijs leiden tot transitiepaden die niet overal in de stad hetzelfde tempo zullen verlopen; • de ‘gele wijken’, waarin de warmtetransitie vanwege de vooroorlogse bebouwing technisch en financieel uitdagender zal zijn, relatief later een buurtenergieplan krijgen; • deze wijken vanwege hun lage labels tegelijkertijd al eerder aan bod komen bij de isolatieaanpak en bovendien al relatief veel duurzame bewonersinitiatieven kennen; • het vertrouwen in- en de actiebereidheid tot verduurzamingsmaatregelen onder bewoners groter is bij zichtbare, concrete en succesvolle praktijkvoorbeelden bij buurtgenoten.
Verzoekt het college: • in 2023 één of meer straten in verschillende vooroorlogse ‘gele wijken’ te identificeren als ‘duurzame buurtkernen’ waar de gemeente op termijn de warmtetransitie vanuit haar regierol gaat aanjagen; • bij deze duurzame buurtkernen ervaring op te doen ten behoeve van een uiteindelijke bredere wijkaanpak en hierbij te bezien hoe (steeds meer) omliggende straten bij de buurtkern kunnen aansluiten; • hierbij waar mogelijk aan te sluiten op lopende initiatieven, zoals burgerberaden, duurzame bewonersinitiatieven en de isolatieaanpak; • bij de selectie van straten allereerst te kijken naar lage- en middeninkomenswijken zoals Laakkwartier, Transvaalkwartier, Rustenburg Oostbroek, Regentessekwartier en Valkenboskwartier. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Hinke de Groot (CDA). Voorzitter. Als christendemocraat sta ik voor een samenleving waar we verantwoordelijkheid voor dragen, voor nu en volgende generaties de goede keuzes maken en zuinig zijn op onze aarde. In het coalitieakkoord staan ambitieuze plannen voor duurzaamheid en klimaat, ook voor alle inwoners in onze stad die het met de hoge energiekosten en inflatie niet meer kunnen bolwerken. De energietransitie is een opgave die we niet snel genoeg kunnen oppakken.
Dat blijkt ook tijdens de commissie: een duidelijke oproep tot versneld isoleren, lokale, duurzame en ook koudere energiebronnen, en om alle andere no-regretmaatregelen vandaag nog in te zetten. Want ondanks de urgentie is er afgelopen jaren te weinig gebeurd. Daarom wens ik onze wethouder veel wijsheid toe bij een van de belangrijkste opgaven van onze stad. We moeten de schouders eronder zetten, met de samenleving. Commitment van alle partijen in de samenleving is essentieel. Er komen nog uitvoeringsplannen aan voor de wijken, met de vraag wat, waar en hoe we het gaan aanpakken. Maar het CDA mist echt nog concreetheid: wanneer gaan we wat doen en wie betaalt wat? Daarom dienen wij de motie Wie doet wat en wanneer in. Deze roept het college op concreet te maken welke rol alle betrokken partijen, zoals netbeheerders, ondernemers, woningcorporaties, inwoners en de gemeente, oppakken in de energietransitie, inclusief een raming van de benodigde investeringen en uitgaven, en deze afspraken met partijen in de uitvoeringsplannen van de wijken vast te stellen; met een concrete planning te komen wanneer met welke uitvoeringsplannen gestart gaat worden, en hierover te informeren in de komende werkagenda energietransitie, uiterlijk voor de zomer 2023. De motie is mede ingediend door GroenLinks, D66, de HSP, de Haagse VVD en de PvdA. De voorzitter.
Door mevrouw De Groot, daartoe gesteund door de heer Thepass, de heer Assad, mevrouw Faïd en de heer Van der Helm, wordt de volgende motie (M.4 CDA) ingediend:
55
Motie M.4 CDA Wie doet wat en wanneer De raad van de gemeente , in vergadering bijeen op 19 januari 2023, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Definitief maken transitievisie warmte (RIS313867), Constaterende dat: • de transitievisie warmte richting geeft aan de energietransitie in de stad; • het college volgens de transitievisie warmte alle belanghebbenden wil betrekken bij de uitvoeringsplannen en houvast wil bieden aan partners en inwoners van de gemeente; • de wethouder Duurzaamheid, Energietransitie en Klimaatadaptatie tijdens de commissie leefomgeving van 12 januari 2023 heeft aangeven in Q3 2023 de eerste uitvoeringsplannen voor de eerste wijken in toe te sturen en in Q1 2023 te komen met een commissiebrief Constant Rebequeplein over de ontwikkelingen en aanleg van warmtenetten met daarbij een tijdsplanning; • de warmtebronnenstrategie in Q4 2023 naar de raad wordt gestuurd.
Overwegende dat: • de opgave naar een duurzamere samenleving met nieuwe energiebronnen succesvol aangepakt kan worden als alle betrokken partijen, zoals netbeheerders, bedrijven, woningcorporaties en inwoners, hun verantwoordelijkheid nemen; • niet alleen de gemeente, maar ook commitment van partijen in de samenleving essentieel is om de energietransitie te realiseren; • nog onvoldoende duidelijk is welke taken door wie en wanneer worden opgepakt, en wie wat investeert en betaalt; • de transitie naar duurzamere warmte een urgente opgave is, waarbij op zo snel mogelijke termijn duidelijkheid nodig is voor bewoners wanneer welke wijk overgaat op duurzame warmte. Roept het college op: • concreet te maken welke rol alle betrokken partijen - zoals netbeheerders, ondernemers, woningcorporaties, inwoners en de gemeente- oppakken in de energietransitie, inclusief een raming van de benodigde investeringen en uitgaven. Deze afspraken met partijen in de uitvoeringsplannen van de wijken vast te stellen; • met een concrete planning te komen wanneer met welke uitvoeringsplannen gestart gaat worden, en hierover te informeren in de komende werkagenda energietransitie uiterlijk voor de zomer 2023. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Chris van der Helm (VVD). Voorzitter. Voor de Haagse VVD is het simpel.
'Wel groen, niet gek' is ons motto bij het verduurzamen van de stad. Wat betekent dat dan? Dat is dat er vier principes wat ons betreft centraal staan, namelijk betaalbaarheid, keuzevrijheid, haalbaarheid en betrouwbaarheid. Dus zorg ervoor dat lokale bronnen betaalbaar zijn. Jaag inwoners dus niet op hoge kosten. Help hun kosten juist omlaag door hun woningen te isoleren, te isoleren en te isoleren. Zorg dat inwoners zelf kunnen kiezen van wie ze warmte of stroom krijgen. Dat betekent dus: geen monopolies met maar één aanbieder. Sterker nog, zorg ervoor dat bewoners zelf eigenaar kunnen zijn van duurzame bronnen. Bijvoorbeeld dat een straat zelf, met elkaar, een grote warmtepomp aanschaft. Bij al deze punten is het ontzettend belangrijk dat er draagvlak is, dat inwoners worden meegenomen en worden betrokken, en dat ze eigenaarschap krijgen. Namens de Haagse VVD moet ik wel complimenten geven aan de wethouder. Een heel aantal van deze VVD-principes en al die punten die we de afgelopen jaren 56
hebben ingebracht, zijn inmiddels ook in de transitievisie warmte te vinden. Aandacht voor lokale bronnen, tegengaan van monopolies, zo veel mogelijk keuzevrijheid, energiecoöperaties, ze komen inmiddels allemaal langs. Dat is een mooie handtekening van deze nieuwe wethouder. Er zijn wel grote zorgen bij de VVD over warmtenetten en het risico daarbij op monopolies. Als we naar de kaartjes kijken in de transitievisie warmte, dan zien we wel dat een flink deel van de stad toch op de rol staat voor die warmtenetten. Helaas ook een deel van de stad zelfs op de rol voor de WarmtelinQ. Vanochtend in het AD - toevallig, maar het kwam wel mooi uit voor deze inbreng - gaf een aantal hoogleraren nog aan dat warmtenetten monopolies in de hand werken, maar tegelijkertijd ook andere duurzame bronnen onmogelijk kunnen maken, zoals een hybride warmtepomp wanneer ook de gasnetten er uitgehaald worden. Dat gaat in tegen de keuzevrijheid en ook de betaalbaarheid. Ik ben heel blij - daarom dien ik ook geen motie erover in - dat de wethouder in de commissie heeft toegezegd om hier binnenkort in een brief verder op in te gaan. Nogmaals dank voor die toezegging. Dan gaan we dat als VVD ongetwijfeld kritisch tegen het licht houden en spreken we er verder over. Wat betreft de lokale bronnen: hou die zo lokaal mogelijk en, waar het kan, klein.
Geef bewoners de ruimte om zelf coöperaties aan te gaan, zelf die bronnen te beheren en er misschien ook eigenaar van te zijn. Dat staat wel in de visie. Ik moet zeggen, nog niet heel concreet. Daar komen ook nog uitvoeringsplannen voor. We zullen als VVD ontzettend goed in de gaten houden hoe dat gaat lopen. Daarom steunen we ook van harte de motie van de Partij voor de Dieren over de lagetemperatuurbronnen. Tot slot. Er zijn meer bronnen; toekomstige bronnen die misschien nu nog niet geschikt zijn, maar in de toekomst wel geschikt zouden kunnen worden. Het is altijd een lastige discussie in hoeverre je die dan wel of niet meeneemt in de visie. Ze is nog niet ingediend, dus ik moet er nog niet te veel over zeggen, maar ik heb het vermoeden dat er zo meteen een motie aankomt over het volgen van waterstof en of dat eventueel een mogelijkheid zou kunnen zijn. Die motie steunen wij van harte. Judith Klokkenburg (CU/SGP). Voorzitter. Het stond zo mooi in het Klimaatpact waarvoor deze wethouder in 2017 een van de strijders was: klimaatneutraal in 2030. Deze transitievisie warmte drukt ons echter met de neus op de feiten. We maken in onze stad niet de ambitie waar om koploper klimaatneutraal te zijn.
Ondanks prachtige initiatieven vanuit de stad en het Haags Klimaatpact in de hand is deze transitievisie warmte vooral geschreven om te kunnen voldoen aan de landelijke klimaatafspraken, namelijk 55% CO2-reductie in 2030. Dat is wat de ChristenUnie/SGP betreft een gemiste kans. Voor de stad van onze kinderen zijn we het verplicht om tempo te maken, want de gevolgen van klimaatverandering worden steeds meer zichtbaar en voelbaar, ook in . En het wordt alleen maar erger. We maken ons dan ook zorgen over het tempo waarin deze transitie zich voltrekt en de vaagheid van een deel van de transitievisie. Zoals in het commissiedebat aangegeven, met dank aan fractievertegenwoordiger Van Vliet, missen we voor een groot gedeelte van de stad, namelijk de gele wijken, de keuze voor een bestendige duurzame warmteoplossing. Dat schept niet alleen onduidelijkheid richting bewoners, het vertraagt ook de transitie. Daarom steun voor het amendement van collega Barker om snel duidelijkheid te scheppen over de concrete doelen per wijk en de manier waarop we die gaan bereiken. Maar ook de motie van GroenLinks kan de ChristenUnie/SGP steunen. De energietransitie is een uitgelezen kans om lokaal eigenaarschap te versterken en te verbinden. Het is belangrijk dat bewoners actief worden benaderd en geïnformeerd over bijvoorbeeld klein-collectieve oplossingen en hoe ze hier zelf vorm aan kunnen geven.
Daarom dien ik een amendement in met collega Barker, waarvan het dictum luidt: Besluit om dictumpunt I als volgt te wijzigen: de transitievisie warmte vast te stellen met dien verstande dat op pagina 24 van bijlage 1 aan paragraaf 4.5 Klein collectieve oplossingen onder het kopje 'Hoe' na de zin 'De gemeente moedigt dit aan en biedt ondersteuning.' de volgende zin wordt toegevoegd: Voor klein-collectieve oplossingen worden op buurtniveau bewoners ook actief benaderd en geïnformeerd over de eventuele opties voor klein-collectieve oplossingen en op welke wijze de buurt hierin kan worden ondersteund en gefaciliteerd. Een voorbeeld van zo'n klein-collectieve oplossing is de buurtbatterij, waar bijvoorbeeld zonne-energie kan worden opgeslagen. Dit wordt nu nog niet expliciet benoemd als onderdeel van de Haagse transitievisie, terwijl het wel van groot belang is. Het elektriciteitsnet wordt minder zwaar belast tijdens piekmomenten van veel zon of wind en het is aantrekkelijk voor de bewoners, omdat de 57
salderingsregelingen langzaam verdwijnen. Kortom, het mes snijdt aan twee kanten. Daarom dien ik een motie in, waarvan het dictum luidt: verzoekt het college buurtbatterijen aan te moedigen en lokale buurtinitiatieven die aan de slag willen met een buurtbatterij, te ondersteunen; in de menukaarten die voor verschillende wijken worden gemaakt de buurtbatterij als optie mee te nemen. De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg, daartoe gesteund door de heer Barker, wordt het volgende amendement (M.B CU/SGP) voorgesteld:
Amendement M.B CU/SGP ondersteun lokaal eigenaarschap in de energietransitie De raad van de gemeente , in vergadering bijeen op 19 januari 2023, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Definitief maken transitievisie warmte (RIS313867). Besluit om dictumpunt I als volgt te wijzigen: • de transitievisie warmte vast te stellen met dien verstande dat op pagina 24 van bijlage 1 aan paragraaf 4.5 Klein collectieve oplossingen onder het kopje ‘Hoe’ na de zin: De gemeente moedigt dit aan en biedt ondersteuning. de volgende zin wordt toegevoegd: Voor klein-collectieve oplossingen worden op buurtniveau bewoners ook actief benaderd en geïnformeerd over de eventuele opties voor klein-collectieve oplossingen en op welke wijze de buurt hierin kan worden ondersteund en gefaciliteerd. Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg wordt de volgende motie (M.5 CU/SGP) ingediend:
Motie M.5 CU/SGP benut de energie van de buurt(batterij) De raad van de gemeente , in vergadering bijeen op 19 januari 2023, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Definitief maken transitievisie warmte (RIS313867), constaterende dat: • de transitievisie warmte ruimte biedt aan klein-collectieve oplossingen; overwegende, dat: • de salderingsregeling voor het terugleveren van elektriciteit wordt afgebouwd, waardoor het investeren in onder andere zonnepanelen minder aantrekkelijk wordt; • buurtbatterijen het produceren van lokaal opgewekte elektriciteit door zonnepanelen weer aantrekkelijker maken, omdat de zelf opgewekte energie opgeslagen kan worden en gebruikt kan worden door de buurt; • buurtbatterijen bovendien het elektriciteitsnet ontlasten, omdat elektriciteit lokaal wordt opgeslagen; • buurtbatterijen lokaal eigenaarschap in de transitievisie kunnen versterken; verzoekt het college: • buurtbatterijen aan te moedigen en lokale buurtinitiatieven die aan de slag willen met een buurtbatterij te ondersteunen; • in de menukaarten die voor verschillende wijken worden gemaakt de buurtbatterij als optie mee te nemen, en gaat over tot de orde van de dag.
58
De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Carlos Martinez van Andel (Hart voor ). Voorzitter. Ik heb nog even nagedacht of ik zou kunnen aftrappen in misschien een andere leuke taal, maar ik wacht eerst de notulen van de vorige raad nog even af. Ik wilde me bij de transitievisie warmte focussen op één punt, waarvan mijn fractie vindt dat het onderbelicht is gebleven in deze transitievisie. Dat is, zoals de heer Van der Helm al aankondigde, waterstof. Het woord zelf wordt drie keer genoemd in het document, in dezelfde alinea overigens. Nu zijn er in Nederland al in diverse steden diverse pilots gaande voor het verwarmen van huizen op waterstof. Wij vinden dat een interessante ontwikkeling. Wij zouden het college graag willen oproepen om die ontwikkelingen te volgen en om, als daar positieve uitkomsten zijn, die ook mee te nemen in de volgende update van deze transitievisie. Daartoe dienen wij inderdaad een motie in, die luistert naar het dictum: verzoekt het college de uitkomsten van pilots 'huizen verwarmen op waterstof' in diverse steden te volgen en bij positieve resultaten in de volgende update transitievisie warmte dit als kleinschalige optie op te nemen. De motie is medeondertekend door de Partij voor de Vrijheid en de VVD. De voorzitter.
Door de heer Martinez van Andel, daartoe gesteund door de heer Kruis en de heer Van der Helm, wordt de volgende motie (M.6 HvDH) ingediend:
Motie M.6 HvDH Kijk ook naar waterstof De raad van de gemeente , in vergadering bijeen op 19 januari 2023, ter bespreking van het onderwerp “Definitief maken transitievisie warmte” (313867). Constaterende dat, • waterstof onvoldoende onderdeel is in de voorliggende transitievisie warmte. Overwegende dat, • een brede scope aan alternatieve warmtebronnen noodzakelijk is; • waterstof een snel aan terrein winnende warmteoptie is; • in diverse Nederlandse steden pilots lopen met het verwarmen van huizen met waterstof; • het bestaande gasleidingennet geschikt gemaakt kan worden voor waterstof. Verzoekt het college, • de uitkomsten van pilots “huizen verwarmen op waterstof” in diverse steden te volgen en bij positieve resultaten in de volgende update Transitievisie Warmte dit als kleinschalige optie op te nemen. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Lesley Arp (SP). Voorzitter. Omdat onze fractie helaas niet bij de commissiebehandeling kon zijn, hierbij een korte inbreng van collega Hoefsloot, onze fractievertegenwoordiger; we zetten ze allemaal in het zonnetje vandaag. Toen we de eerste versie van de transitievisie warmte bespraken, heeft de Haagse Stadspartij namens een groot aantal fracties punten meegegeven voor een nieuwe versie.
Het versterken van zeggenschap van onze inwoners over de transitie en het tegengaan van monopolies waren daarbij belangrijke punten voor de SP. Helaas zijn in de warmteplannen die tot nu toe in de raad zijn besproken, Laakhavens en de Binckhorst, juist nieuwe monopolies gecreëerd. Het college heeft aan de opdracht voldaan om de punten uit de motie-Wijsmuller mee te nemen in de nieuwe versie, maar de belangrijkste vraag is natuurlijk wat het college concreet gaat doen. Daarom hebben wij het amendement van de Partij voor de Dieren, dat vraagt om werk te maken van de transitievisie, 59
medeondertekend. De SP zal de concrete plannen die nog gaan volgen, vooral beoordelen op zeggenschap en lokaal eigenaarschap. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Voorzitter. Ik kijk ook terug op een levendig en plezierig debat in de commissie. Ik stel voor dat we dat hier niet gaan overdoen en dat ik me kortheidshalve beperk tot het adviseren over de amendementen en moties. Dan komen, denk ik, veel van de punten waar we het eerder over gehad hebben, aan de orde. Ik begin bij de inbreng van de Partij voor de Dieren. Het college is het heel erg oneens met de analyse van de heer Barker. We hebben in de transitievisie warmte echt een enorme slag gemaakt om juist het handelingsperspectief, ook in de gele wijken, waar we binnen nu en afzienbare termijn nog niet direct een collectieve oplossing voorzien, enorm aan te zetten. Dat perspectief is ook enorm. Mensen kunnen aan de slag met isoleren. Dat is ook ontzettend belangrijk om de warmtevraag omlaag te brengen. Met zonnepanelen, met hybride warmtepompen, met inductiekoken; op al die punten ondersteunt de gemeente iedereen die daar vragen over heeft. Het goede nieuws is dat heel veel bewoners de gemeente op dit punt ook weten te vinden. Robert Barker (PvdD). De punten die de wethouder noemt, zijn natuurlijk niet nieuw. Ik bedoel, met isoleren zijn we al tien, twintig jaar bezig, met inductiekoken ook.
Wat zijn de punten waarvan de wethouder zegt dat ze de gele wijken echt meer duidelijkheid geven? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Dit gaat over het eerdere debat dat op basis van de conceptversie met de raad gevoerd is. Daar was met name het handelingsperspectief een essentieel punt. Voor heel veel mensen in die delen van de stad waar op afzienbare termijn geen collectieve oplossing lijkt te gaan komen en we ook nog niet weten welke oplossing dat gaat zijn, zijn dit juist zaken die dat perspectief bieden. Bijvoorbeeld bij de hybride warmtepomp zijn de ontwikkelingen het afgelopen jaar enorm geweest. Die gaan ook nog wel even door. Ze worden steeds goedkoper, steeds compacter. Ze gaan ook wettelijk voorgeschreven worden door het kabinet vanaf 2026. Dus de indruk die u wekt dat er in de stad te weinig gebeurt, is echt een heel ander beeld dan het college heeft. Robert Barker (PvdD). Volgens mij gaat de discussie over de gele wijken en wat voor perspectief die hebben. De wethouder verwijst vooral naar landelijke regelgeving en een beetje isoleren. Ik zoek vooral naar wat de extra stappen zijn die de wethouder gaat zetten voor de gele wijken. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Wat ik opmerkelijk vind aan deze hele discussie over de gele wijken, is dat we nu juist die transitievisie warmte hebben gemaakt om de stad te laten zien waar we het eerst aan het slag gaan.
We moeten keuzes maken, want we hebben niet oneindige uitvoeringscapaciteit, middelen of materialen beschikbaar. We geven juist de duidelijkheid dat we in heel veel delen van de stad de komende jaren aan de slag gaan. We hebben het er in de commissie uitgebreid over gehad. Er komen heel veel plannen uw kant op, onder andere rondom het De Constant Rebecqueplein, waar we geothermie gaan ontwikkelen en waar de WarmtelinQ komt. Daar moeten we dus grote warmtenetten gaan aanleggen. We gaan met de EFG-labels aan de slag, wat voor een groot deel ook in de gele wijken zal gaan plaatsvinden, want juist ook in die wijken staan veel woningen met slechte labels. We gaan stadsbreed het hele subsidieprogramma herijken, wat ook in de gele wijken terecht gaat komen. Kortom, er gebeurt heel veel in de hele stad. In de gele wijken - dat is juist het idee achter deze visie - komt op afzienbare termijn nog even geen collectieve oplossing, omdat die op dit moment ook nog onduidelijk is. De voorzitter. De heer Barker voor de laatste maal. Robert Barker (PvdD). Ik snap dat de wethouder gaat faseren, want het is op zich logisch dat je zo'n groot project gefaseerd aanpakt. Maar wat de wethouder wel tegen de gele wijken zegt is: we weten het nog niet.
Dan is mijn vervolgvraag: wanneer weten we het wel? Wanneer weten we wel wat er in die gele wijken gaat gebeuren, wat het eindplaatje is voor die gele wijken, zodat al die mensen in die wijken een toekomstperspectief hebben, zicht hebben op waar we heen werken?
60
Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Laat ik in ieder geval constateren dat we het erover eens zijn dat we gaan faseren. Dat vind ik al een heel grote stap die collega Barker van de Partij voor de Dieren nu zet. Ik denk dat het niet zozeer gaat om het eindplaatje, want niemand kan in de toekomst kijken, ook deze wethouder niet. Waar het nu vooral om gaat, is wat mensen nu concreet kunnen gaan doen, wat er nu concreet aan handelingsperspectief is. Dat is misschien wel onderdeel van de essentie van de warmtevisie. De ontwikkelingen gaan op dit moment zo snel dat heel moeilijk in te schatten is wat op de langere termijn voor de woningeigenaren in de gele wijken de beste oplossing gaat zijn. Yousef Assad (D66). Ik hoor de wethouder zeggen: we maken keuzes in de wijken en tussen de wijken. Maar de opdracht aan de gemeente die door de rijksoverheid is opgelegd, is niet om wijken te kiezen waarvoor je wel of niet duidelijk maakt wat de oplossingen zijn. De opdracht die gemeenten hebben gekregen is: maak duidelijk hoe je de energietransitie vorm gaat geven, voor de hele stad, voor alle wijken, voor alle straten, voor alle buurten. Dat is in deze visie volstrekt onduidelijk. Ik vraag mij af hoe wij die doelen gaan halen als we nu, in 2023, in onze eerste transitievisie warmte niet duidelijk hebben wat de oplossingen zijn. Hoe gaan wij die doelen halen? Wethouder Kapteijns (GroenLinks).
Ik heb het gevoel dat we nu toch weer een stap terug doen in de discussie. Ik was het net met de heer Barker eens dat we gingen faseren. Nu vraagt collega Assad weer om overal in de stad tegelijk te beginnen. Dat is nu juist de essentie van deze transitievisie warmte. Maar om antwoord te geven op de vraag: we zijn in de hele stad full swing bezig. In de gele wijken voorzien we op dit moment geen collectieve oplossing, maar dat wil niet zeggen dat daar helemaal niks gebeurt en dat woningeigenaren niet zelf aan de slag kunnen met hun woning, hun straat, hun buurt of hun VvE. Op al die punten is er een enorm pakket aan ondersteuningsmogelijkheden, van financieel tot advies tot doorgeleiding naar subsidies van het Rijk, van elkaar leren enzovoort. Yousef Assad (D66). Ik heb niet gezegd dat er niets gebeurt in de stad. Dat heeft u mij niet horen zeggen. Dat heb ik ook niet in mijn inbreng gezegd. Er gebeurt heel veel in de stad, maar dat is niet de discussie nu en dat was ook niet mijn vraag. Mijn vraag ging over wat door de rijksoverheid aan iedere gemeente is opgelegd. Een andere G4-gemeente, Amsterdam, heeft het wel voor elkaar gekregen, waarom niet? Wat betreft het tweede punt, het faseren: de rijksoverheid heeft niet gezegd dat we moeten faseren in het overzichtelijk maken hoe de wijken in de stad de energietransitie gaan meemaken.
Dat faseren is een besluit van een gemeente in de uitvoering. Er is een verschil tussen faseren in de uitvoering en faseren hoe we in de transitievisie warmte duidelijk maken hoe wijken naar aardgasvrije woningen gaan in 2050. Dat is in deze visie volstrekt onhelder. We hebben het over 'gele wijken', maar daar wonen gewoon mensen. Dat zijn woningeigenaren die ook willen verduurzamen. Die gaan misschien verhuizen of een woning kopen, de vloer eruit halen en allerlei maatregelen nemen. Die willen weten welke oplossingen mogelijk zijn. Dat biedt de gemeente nu gewoon niet. U biedt het niet in deze transitievisie warmte. Over vijf jaar komt er een nieuwe. Kunt u toezeggen dat er in de nieuwe transitievisie warmte wel oplossingen worden aangeboden aan die wijken en er wel perspectief is voor die wijken? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Het college deelt de analyse niet dat er voor de gele wijken, wat een beperkt deel van de stad betreft, geen perspectief zou zijn. Als ik op het kaartje kijk, zijn de gele wijken de buurten voor de hybride warmtepomp. Nogmaals, het is een visie. Het is dus een algemeen advies. Er is natuurlijk altijd maatwerk nodig en mogelijk, maar voor iedereen in de stad die in een gele wijk woont, is het installeren van een hybride warmtepomp uitermate verstandig, in combinatie met isoleren en die andere dingen die ik zei.
Daarmee zetten we een heel grote stap richting het halen van onze doelen. De voorzitter. De heer Assad voor de laatste maal. Yousef Assad (D66). Ik had volgens mij ook een vraag gesteld aan de wethouder. Kan de wethouder toezeggen dat in de komende transitievisie warmte, over vijf jaar of eerder, duidelijk wordt wat de oplossingen zijn, collectief dan wel individueel, voor die wijken? Dat is één. De tweede vraag is de volgende. Het klopt dat er hybride verwarming wordt aangeboden, maar dat is niet dé oplossing die 61
wordt aangeboden in die wijken. Die hybride verwarming past niet in iedere woning. Bij gebouwen met drie of meer woonlagen … De voorzitter. Het mag ietsjes korter, meneer Assad. Yousef Assad (D66). … passen buitenunits en binnenunits soms niet in de woningen. In de visie wordt daar niets over geschreven. Hoe gaat de wethouder ervoor zorgen dat voor die woningen, vooral in gebouwen met drie woonlagen of meer, alternatieve oplossingen komen als die units niet passen? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Dat zijn twee vragen. Ik zal ze allebei proberen te beantwoorden. Er is nu dus handelingsperspectief. Over vijf jaar, of eerder als dat ons helpt, komen we met een herziening van deze warmtevisie. De energietransitie is geen rechte weg van a naar b. Met elkaar moeten we gaan uitvinden, gaan pionieren, gaan leren hoe we dit gaan doen. Als ik de rechte weg naar 2030 of 2035 zou kunnen tekenen, dan had ik dat natuurlijk gedaan, maar dat is niet zo. Dat is niet het karakter van de enorme opgave waar we voor staan. Natuurlijk verwachten we dat er over een aantal jaren meer duidelijkheid over is. Dan kunnen we de verdere invulling gaan doen. Dat gaan we natuurlijk ook in de uitvoeringsplannen doen die we voor alle wijken gaan maken. De tweede vraag is of de hybride warmtepomp voor alle woningen een oplossing is. Voor heel veel woningen is het sowieso een oplossing.
Ook hier is het maatwerk. We zijn ook met het Rijk in overleg om invulling te geven aan de verplichting van de hybride warmtepomp. Er gaan ook, naar verwachting, uitzonderingen voor komen. We zijn met het Rijk daarnaar aan het kijken. Dat gaat ook al inzicht geven in waar het wat lastiger is. Maar deze ontwikkelingen gaan heel snel. Hybride warmtepompen worden ook steeds kleiner. Ze worden steeds goedkoper. Ze worden ook steeds geluidslozer. Ik heb er dus vertrouwen in dat de hybride warmtepomp, die nu al voor bijna iedereen een oplossing is, nog verder gaat worden ontwikkeld. Voor sommige VvE's zal een ander soort oplossing misschien beter zijn, maar die ruimte is er. Ik moedig iedere VvE aan om daarmee aan de slag te gaan en te kijken wat in haar geval het beste gaat werken. De voorzitter. U vervolgt de beantwoording. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Ik ben bij het amendement van de Partij voor de Dieren, Maak werk van de transitievisie. Kort gezegd wordt er gevraagd of er nog een verdere fasering van de aanpak kan komen en of kan worden aangegeven hoeveel gebouwen in de fase tot 2030 worden geïsoleerd of aardgasvrij worden gemaakt. Daar overvraagt de Partij voor de Dieren het college, niet alleen qua capaciteit, maar ook qua kennis in de fase waar we nu in zijn. De concretere fasering gaat plaatsvinden in de uitvoeringsplannen, die we op wijkniveau gaan inrichten.
Om daar nu voor de hele stad een planning voor te maken hoe dat er precies uit gaat zien, is niet mogelijk. Dit amendement moet het college dus stellig ontraden. Robert Barker (PvdD). Kan de wethouder aangeven wat nou precies niet mogelijk is? Want in het Klimaatakkoord is afgesproken dat dit zou gebeuren. Ik zou denken dat de wethouder wel een beetje een beeld heeft van wat de volgende stappen zijn. Dat staat allemaal nu niet in de transitievisie. Wat is het probleem om die volgende stappen wat nader in te kaderen? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Dat gaan we doen met uitvoeringsplannen, met de isolatieaanpak van slechte energielabels, met de prestatieafspraken en met heel veel andere plannen die er nog aan gaan komen. Om dat nu voor de hele stad te gaan doen, zou een soort van schijnzekerheid bieden. Het is op dit moment geen zinvolle vraag om capaciteit voor vrij te maken. Dus ik ontraad het amendement. Robert Barker (PvdD). Ik hoor de wethouder zeggen dat we het niet voor de hele stad gaan doen, maar dat is niet waar het amendement toe oproept. Het amendement beoogt dat concreet wordt gemaakt wat de volgende stappen zijn en wat de fasering is in die stappen. Zegt de wethouder dat we als gemeente niet de capaciteit hebben om gewoon op een rijtje te zetten wat de vervolgstappen zijn?
62
Wethouder Kapteijns (GroenLinks). De vervolgstappen staan deels in het stuk en daar hebben we deels in de commissie al over gesproken. Ik heb zeven aanpakken aangekondigd, die voor het grootste deel dit kwartaal nog naar de raad toe komen. Ik heb aangegeven dat we dit jaar nog met twee of drie uitvoeringsplannen voor wijken komen. U wilt graag aan de achterkant beginnen. Ik begin liever aan de voorkant. Ik ga liever gewoon aan de slag. Gaandeweg gaan we de plannen voor de stad steeds concreter maken. Ik ben bij de motie Vergeet de lokale bronnen niet van de Partij voor de Dieren. Die vergeten we zeker niet. We vinden als college dat de lokale hernieuwbare laagtemperatuurbronnen ontzettend belangrijk zijn. Dat vindt u als raad ook; het is een onderdeel waar we vaker over hebben gesproken. Die willen we op alle manieren ook stimuleren. Het kan zeker geen kwaad om bij de bronnenstrategie, die later dit jaar - kwartaal vier hebben we het dan over - komt, nader aandacht te hebben voor hoe de lokale bronnen passen in het bredere kader van de bronnenstrategie. Deze motie kan het college dus aan de raad laten. De Partij van de Arbeid vraagt terecht aandacht voor representativiteit binnen de energietransitie. Het pleidooi van mevrouw Holman dat de energietransitie vooral een sociale transitie moet zijn, is uit mijn hart gegrepen. Dat gaat al best goed, maar dat kan zeker nog beter.
De motie kan het college daarom aan de raad laten. We willen inderdaad extra aandacht besteden aan die representatieve vertegenwoordiging, juist ook bij de uitvoeringsplannen. Daar zijn we aan onszelf verplicht om een extra inspanning te doen om ook de wat moeilijker bereikbare doelgroepen goed aan tafel te krijgen. De bijdrage van D66 richtte zich op een motie. Het college is het al oneens met het vertrekpunt van de motie, namelijk dat er veel onduidelijk zou zijn. Zojuist heb ik daar wat over gezegd. Ik denk dat er een heel concreet handelingsperspectief is voor alle delen van de stad, ook voor de gele wijken. Ik loop de dicta langs. Er wordt gevraagd inzichtelijk te maken voor welk type woningen hybride verwarming geschikt is. Daar zei ik net al iets over. We zijn daar met de rijksoverheid over in gesprek, ook in het kader van die verplichting die eraan komt. Om nu aan het college te vragen dit te doen is echt op de troepen vooruitlopen. Dat punt ontraad ik daarom. Ten aanzien van het tweede dictumpunt: de isolatiestreefwaarden zijn vastgesteld. We weten dat we voor grote delen van de stad naar die middentemperatuur gaan. Ook dit punt moet het college dus ontraden. Ik zie ook de meerwaarde niet zo, want door het Rijk is per huistype al behoorlijk in kaart gebracht wat de mate van isolatie is die in alle gevallen goed is.
Ook hiervoor geldt dat dit haast een individuele afweging is. Het college weet niet hoeveel geld iemand op de bank heeft staan om dit te financieren. We weten ook niet welke warmteoplossing van toepassing is. Dat is allemaal relevant voor de mate van isolatie. De voorzitter. Meneer Assad, ik wil een korte interruptie wel toestaan, maar we hebben het er net wel uitgebreid over gehad. Er werd al een voorschot genomen op deze motie. Een korte interruptie sta ik toe. Yousef Assad (D66). Ik wil aanhaken bij een nieuw onderwerp, niet bij wat de wethouder eerder zei. Maar goed, ik het hou het kort. De wethouder geeft aan dat hij niet weet hoeveel geld mensen op de rekening hebben om te verduurzamen, maar daar gaat het natuurlijk niet om. Het gaat erom dat inzichtelijk moet worden gemaakt welke oplossingen er zijn voor de woningeigenaren, die deze visie niet biedt. Hoe kunnen deze woningeigenaren hun woningen gaan verduurzamen tot een aardgasvrije woning in 2050, terwijl dat niet duidelijk wordt gemaakt in de transitievisie warmte? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Deze visie is ook niet bedoeld als basis voor individuele woningeigenaren om te kijken wat er precies nodig is voor de woning. Dat is aan de eigenaar zelf. Dat moet op basis van een energiescan of een maatwerkadvies. Om hier in zijn algemeenheid op wijkniveau of op huistypeniveau iets over te zeggen, voegt onvoldoende toe.
Daar is heel veel informatie over bekend. Dat is allemaal op websites te vinden. De mate waarin je gaat isoleren, is ook heel erg afhankelijk van de keuzes die mensen zelf maken. De meerwaarde van dit dictumpunt is dus onvoldoende. De voorzitter. Meneer Assad, heel kort. 63
Yousef Assad (D66). Waarom is voor die andere wijken dan wel inzichtelijk welke oplossingen er zijn en op welk temperatuurniveau zij hun warmte krijgen? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Omdat we daar voorzien dat we voor 2030 naar warmtenetten gaan. Van die warmtenetten weten we al iets meer hoe die eruit gaan zien. Dat zijn de groene wijken. Dat is in essentie nu precies het verschil. Dat is die fasering waar ik het met de heer Barker in ieder geval over eens was. Belangrijk is dat we niet alles tegelijk kunnen doen. Dat is juist de essentie van dit hele stuk. Robert Barker (PvdD). Ik zie de motie als een onderzoeksmotie waarmee bepaalde gegevens moeten worden opgeleverd door het college. De wethouder zegt dat dit soms onderzoek vergt en dat het soms gewoon op een website is te vinden. Dan snap ik niet waarom de wethouder de motie ontraadt, want je zou dan denken dat die goed uit te voeren is. Het is alleen de vraag of het college dat wil. Maar gegeven dat de raad het wenst, waarom zou het college dan zo afwijzend zijn? Kan de wethouder daarop reflecteren? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Ik was nog maar bij dictumpunt twee van vier. Het heeft er vooral ook mee te maken dat het college nogal veel gevraagd wordt als we dit op wijk-, straat- of individueel huisniveau moeten gaan doen. Dat is geen zinvolle inzet van onze schaarse capaciteit. De voorzitter. Kort, meneer Barker.
Robert Barker (PvdD). Ik las het niet zo dat het om straatniveau ging. Volgens mij ging het om type woningen. Het gaat dus om soortgelijke typen woningen. Maar als de wethouder zegt dat er al heel veel in kaart te brengen is, omdat het op websites staat en zo, waarom is het college dan niet bereid om dat te doen? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Dat gaf ik net ook al aan. De keuze tot waar een huiseigenaar gaat isoleren, is aan de persoon zelf en er zijn nog veel meer factoren van belang om die keuze te kunnen maken. Dit helpt de mensen in de wijken dus ook niet verder. Ik ga toch even kort, netjes, zoals het betaamt, de dictapunten af van de motie 'Geef gele wijken perspectief!' van de heer Assad van D66. Onderdeel van de motie is ook om voor alle VvE's, particulier bezit, woningcorporatiebezit en utiliteit in de gele wijken te identificeren wat alle obstakels zijn. Daarvoor geldt eigenlijk hetzelfde. Daarmee overvraagt de heer Assad het college. Dit is een onmogelijk verzoek. Ten slotte vraagt de motie inzichtelijk te maken hoeveel duurzame warmte ontwikkeld wordt. Dat is echt overbodig. De exercitie hoeveel warmteaanbod er nodig is, is te vinden in het Stedelijk Energieplan en daarvoor al in bitcastingstudies. Die warmtevraag moet ook flink omlaag. Dus om die exercitie te gaan doen heeft niet zoveel zin.
Alle vier de dictapunten, inclusief de overwegingen, ontraadt het college. Yousef Assad (D66). Voorzitter, ik heb een punt van orde. Ik heb een motie gestuurd naar de griffie. Ik hoor de wethouder dicta oplezen die in de nieuwe motieversie niet staan. De motie die de wethouder opleest, is een andere. De voorzitter. Volgens mij hebben wij de meest recente motie, maar we gaan het heel even checken. Een ogenblikje, meneer Assad. De nieuwe motie is nu binnengekomen. Wellicht kunt u kort toelichten wat er gewijzigd is. We kunnen wellicht kort schorsen. Wethouder, heeft u nog meer moties die u moet preadviseren? Laten we die eerst even doen. Dan schorsen we straks kort. Dan kan de wethouder de nieuwe motie doornemen. Dan komt het helemaal goed. De wethouder vervolgt zijn betoog. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Als er moties op het laatste moment gewijzigd worden, wil ik ook graag even schorsen om er goed op te kunnen preadviseren.
64
De voorzitter. Dat is uw goed recht, zeker. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Ik ben bij de inbreng van de heer Thepass van GroenLinks. Het college is het helemaal eens met de analyse dat er grote opgaven liggen, dat onderdeel van die opgaven is om iedereen hier ook in mee te nemen en te kijken hoe we initiatieven uit de wijken verder kunnen stimuleren. De motie die hierop wordt ingediend, gaat wederom over de gele wijken. Dat is een beetje de rode draad door veel moties. Ik zou GroenLinks willen verzoeken om deze motie aan te houden. We komen nog met heel veel aanpakken, die voor een deel ook gericht zijn op de gele wijken, onder andere de EFG-labelaanpak. We komen nog met een stadsbreed subsidiekader. We zullen in al die aanpakken ook ingaan op welke manier we die aanpak ook juist in de gele wijken vorm gaan geven. Wat GroenLinks hier vraagt aan het college, loopt er eigenlijk wat op vooruit. Het verzoek aan de fractie van GroenLinks is dus om de motie aan te houden. Als ze toch wordt ingediend, moet ik haar ontraden vanwege de prematuurheid ervan. Vincent Thepass (GroenLinks). Ik ben voor een deel wel blij met deze beantwoording, omdat ik zie dat we op een later moment misschien wel ruimte gaan hebben om gele wijken meer perspectief te bieden met de straataanpak. Dus dank voor dat perspectief.
Kan de wethouder wel concretiseren tot wanneer, tot welk stuk ik de motie moet aanhouden? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Het college komt, als het goed is, binnen een aantal weken met onder andere de EFG-labelaanpak. Onderdeel daarvan is ook een straataanpak. We willen juist in straten waar veel huizen met slechte labels staan, heel snel ervaring op gaan doen met het actief benaderen van mensen. Dat zou een goed moment kunnen zijn om de punten uit deze motie in te brengen. Vincent Thepass (GroenLinks). Daar kan GroenLinks goed mee leven. We houden de motie voor nu aan. De voorzitter. Aangezien motie M.3 GL is aangehouden, maakt zij geen onderdeel meer uit van de beraadslaging. De gewijzigde motie van de heer Assad van D66 staat inmiddels ook in het systeem. Daar kunnen de raadsleden dus kennis van nemen. De wethouder vervolgt zijn beantwoording. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Ik ben bij het CDA. Ik deel de analyse dat we met elkaar de schouders eronder moeten gaan zetten en dat we, als ik het even in mijn eigen woorden zeg, de zaken nu echt in versnelling moeten brengen en er echt nu concrete, grote stappen gezet moeten gaan worden. Daar vindt het CDA het college dus aan haar zijde. De motie gaat in op de uitvoeringsplannen.
Dat gaat een heel belangrijke volgende stap worden als het gaat om het verder invullen van hoe de energietransitie op wijkniveau, op gebiedsniveau eruit gaat zien. De motie kan het college aan de raad laten. Het is inderdaad belangrijk dat we ook inzichtelijk maken in de uitvoeringsplannen wat de rollen van de woningbouwcorporaties, de warmteaanbieders, de netbeheerders en alle andere betrokkenen zijn. Een uitvoeringsplan is natuurlijk geen businessplan, maar het college kan zich veel voorstellen bij enig inzicht in de investeringen die nodig zijn. Ten aanzien van het tweede dictumpunt: als ik dat zo mag lezen dat we duidelijkheid gaan verschaffen over met welke uitvoeringsplannen we de komende periode gaan komen - daar heb ik in de commissie wat over gezegd, maar bij de afdoening van de motie kunnen we daar misschien nog wat meer duidelijkheid over geven - dan kan het college ermee uit de voeten, mits de raad voldoende steun geeft aan de motie. Voorzitter. Ik ben bij de inbreng van de Haagse VVD. Ik dank de heer Van der Helm voor de complimenten. Ik herken een deel van de zorgen die worden uitgesproken. Om op één element in te gaan: keuzevrijheid is heel belangrijk. Daarom is het uiteindelijk ook aan iedere woningeigenaar zelf om te bepalen, ook al wordt een collectief warmtenet in je buurt aangelegd, of die daaraan meedoet of niet. Voor huurders geldt dat ook.
Bij dit soort grote renovaties moet 70% van de huurders actief akkoord gaan met het voorstel dat via de eigenaar, in dit geval de woningbouwcorporatie, aan de
65
huurders wordt voorgelegd. Keuzevrijheid is dus een belangrijk punt. Die wordt op die manier ook geborgd. Ik ben bij de inbreng van mevrouw Klokkenburg. Ik heb al een aantal keren gezegd dat ik niet zo somber ben over de voortgang die geboekt wordt als mevrouw Klokkenburg in haar inbreng was. Het amendement gaat in op de klein-collectieve oplossingen. Ten opzichte van de eerdere versie van de transitievisie warmte is er juist extra aandacht voor die klein-collectieve oplossingen. Er is een paragraaf toegevoegd die daarover gaat. Mevrouw Klokkenburg vraagt eigenlijk meer hoe we dat gaan doen. Daar is de visie niet voor bedoeld. Er is heel veel contact met buurtinitiatieven. Op allerlei manieren worden ze ondersteund. Dit amendement vraagt ze actief op te zoeken en actief te initiëren. Dat past niet in de manier waarop het college hier nu naar kijkt. Daar hebben we ook simpelweg niet de capaciteit voor. Het amendement moet ik daarom ontraden. Judith Klokkenburg (CU/SGP). Ik zie in het stuk dat er een heel aantal gele wijken is genoemd. Er zitten ook wijken bij waar de organisatiekracht wat lager is. Is de wethouder niet met me eens dat we juist in die wijken de energietransitie zouden kunnen aanjagen en kunnen versnellen door mensen te helpen met die klein-collectieve oplossingen? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Ja, en dat is wat we doen.
Onder andere via Duurzaam , dat juist heel actief is in sociaal-economisch wat ingewikkelder wijken. Juist in dat soort wijken ondersteunen we buurtinitiatieven heel actief. Hier wordt gevraagd ze actief te gaan benaderen. Als ik dit zou toezeggen, ga ik meer beloven dat het college kan waarmaken. Daarom ontraadt het college dit amendement, hoe sympathiek het ook is. De ChristenUnie/SGP heeft een motie ingediend over de buurtbatterij. Ik denk dat het heel goed is om daar wat extra aandacht aan te besteden. Opslag van lokaal opgewekte energie gaat een heel grote rol spelen, ook in de energietransitie. Je kunt erover discussiëren in hoeverre dit echt in de warmtevisie thuishoort, maar het is wel een belangrijk onderdeel in de verduurzaming van de stad. Deze motie kan het college dus aan de raad laten. Het is inderdaad belangrijk. Ik ben ook bereid om te kijken op wat voor manier we buurtbatterijen nog wat verder kunnen ondersteunen. Chris van der Helm (VVD). Ik verbaas me wel een beetje over de beantwoording van het college op dit punt. Ik vond de motie zelf ook sympathiek, maar toen ben ik er wat verder ingedoken. Het blijkt dat het technisch vrij lastig is om die buurtbatterijen goed te laten werken. Daar zijn hoge kosten aan verbonden. Ik heb dus echt wel oprecht vragen bij de effectiviteit van de buurtbatterij.