RIS314679 Notulen van de raad van 11 januari 2023
Tekst van het document
•
sociale media een steeds grote rol speelt in conflicten tussen jongeren.
Verzoekt het college: • te onderzoeken op welke wijze jongeren getraind kunnen worden op het bevorderen van hun emotionele ontwikkeling en conflictoplossing als preventief middel bij (messen)geweld;hierbij samen te werken met deskundigen op het gebied van ontwikkelingspychologie en sociale media. En gaat over tot de orde van de dag.
Motie D.18 HSP Betrek jongeren en hun ouders bij aanpak Zuidwest De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 11 januari, ter bespreking van D Actuele situatie Escamp. Overwegende, dat: • jongeren zelf ook ideeën hebben over deze problemen en mogelijke oplossingen; • ouders in Zuidwest goed weten wat er in de wijk werkt. Constaterende, dat: • (messen)geweld onder jongeren in toenemende mate voorkomt; • het opleggen van straffen pas achteraf een prikkel geeft; • uit onderzoek blijkt dat straffen niet werkt; • positieve rolmodellen van invloed kunnen zijn op jongeren; • de aanpak daarom op preventie moet zijn gericht. Verzoekt het college: • jongeren, hun ouders en positieve rolmodellen te betrekken bij het opstellen, uitvoeren en evalueren van de aanpak Zuidwest. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Lesley Arp (SP). Voorzitter. Ook namens mijn fractie dank aan de insprekers. De gedachten van mijn fractie gaan allereerst uit naar de naasten van het slachtoffer van het incident aan de Beresteinlaan. Het is natuurlijk afschuwelijk dat jongeren die in feite nog kinderen zijn, levenslange schade kunnen ondervinden van dit soort incidenten of mogelijk zelfs erger. Deze extra raadsvergadering is aangevraagd door Hart voor Den Haag om fracties in de gelegenheid te stellen om voorstellen in stemming te brengen.
Normaal gesproken leggen wij als fracties onze ideeën dan eerst in een commissievergadering voor aan het college. Om die reden heeft mijn collega Rick Hoefsloot tijdens de commissievergadering van vanmiddag een groot aantal vragen aan de burgemeester gesteld. Zo hebben wij gevraagd om de raad sneller en beter te informeren als een noodbevel wordt ingezet en om de regels rond het noodbevel en de noodverordening op een rij te zetten. In reactie daarop heeft de burgemeester vandaag een aantal toezeggingen gedaan. Daar is mijn fractie blij mee. Wij zullen hier de komende tijd als SP scherp op blijven. Wij verwachten dat vrijheidsbeperkende maatregelen in woonwijken enkel worden ingezet als alle alternatieven ontoereikend zijn. Mijn fractie wilde vanochtend ook van de burgemeester weten in hoeverre er voor het steekincident al een aanpak was voor overlast gevende jongeren in het gebied. De burgemeester gaf aan dat de jongeren in kwestie niet in een groepsaanpak of persoonsgerichte aanpak zaten, omdat ze geen strafbare feiten hadden gepleegd. Dat zijn instrumenten die nu wél in gang worden gezet. Dat antwoord roept vragen bij mijn fractie op, want wij kunnen dat niet helemaal rijmen met de informatie 34
die wij van het college hebben gekregen. De informatie die wij altijd hebben gekregen, is dat voor het invoeren van een groepsaanpak geldt dat er zeven stappen worden doorlopen. De eerste stap is: constateren dat er sprake is van een overlastsituatie. In de brief die we hebben ontvangen, zegt de burgemeester in feite dat er al sprake was van een overlastsituatie. Bij de derde stap wordt bepaald of het een groep met een laag risico, een middenrisicogroep of een groep met een hoog risico is. Voor middenrisicogroepen geldt dat die zich doorgaans niet schuldig maken aan strafbare feiten, maar dat er wel een persoonsgerichte aanpak kan worden opgesteld waarbij ook hulpverlening op maat kan worden geboden. Mijn fractie wil vanavond dus toch helder hebben of de zevenstappenaanpak in relatie tot de jongeren die betrokken zijn bij dit incident, in gang is gezet. Zo nee, wat kunnen we hier dan van leren? Ik kan me voorstellen dat het uitstralen van daadkracht een manier kan zijn om rust tijdelijk terug te brengen in een gebied, maar het mag geen doel op zich worden, zeker als dat gepaard gaat met vrijheidsbeperkingen en repressie van mensen die niets met de onveiligheid van doen hebben. Bovendien kunnen wij ons hiermee akelig in de voet schieten.
We willen namelijk ook dat er een klimaat is waarin jongeren die juist willen ontsnappen uit groepsdruk, zich veilig voelen om op een agent of een jongerenwerker af te stappen. Wat de SP betreft is het doel dat we de grondoorzaken die jongeren extra kwetsbaar maken voor groepsdruk en ondermijnende criminaliteit, herkennen en aanpakken. Het is belangrijk dat het college het verkleinen van kansenongelijkheid en verschillen tussen wijken als topprioriteit beschouwt en daar ook naar handelt. We moeten ook bouwen aan vertrouwen. Hierbij spelen jongerenwerkers, straatcoaches, welzijnswerkers en wijkagenten die in de haarvaten van de wijken zitten een onmisbare rol. Als gemeenteraad moeten we wat mij betreft dienstbaar aan hen zijn en zorgen dat zij hun werk goed kunnen doen, zonder een karikatuur te maken van de ingewikkelde omstandigheden waarin zij werken. Tot slot kan ik verklappen dat mijn fractie op basis van vele gesprekken bezig is met een initiatiefvoorstel over de veiligheidssituatie in Zuidwest. Daarover waarschijnlijk dit jaar meer. De voorzitter. Een mooie cliffhanger. Kavish Partiman (CDA). Voorzitter. We spreken over incidenten die zeer zorgelijk en afkeurenswaardig zijn. We zijn dan ook heel blij met het kordate optreden van onze burgemeester. Burgemeester, namens de CDA-fractie grote complimenten voor de aanpak en voor de wijze waarop u dit heeft gedaan.
Zo zien wij het ook graag als dergelijke situaties zich nog een keer voordoen. Toch kan ik dit spreekgestoelte niet verlaten zonder iets te zeggen over het proces. We zijn vandaag met spoed bijeengeroepen voor een extra raadsvergadering. Het is een van de zwaarste instrumenten die we als raad hebben: iedereen bijeenroepen om te praten over een onderwerp dat echt niet kan wachten. Ik had het dan ook begrepen als het zo was geweest dat we pas over een aantal maanden weer bij elkaar zouden komen om de veiligheid in onze stad te bespreken. Echter is niets minder waar. Vandaag hebben we alle tijd gehad om hierover uitgebreid met elkaar te praten, en over exact acht dagen is er een raadsvergadering waarin we voorstellen kunnen indienen over deze situatie. Het is wat mijn fractie betreft dan ook volstrekt onnodig geweest om deze extra raadsvergadering aan te vragen. Het draagt wat ons betreft ook bij aan de afbraak van onze raadsinstrumenten en de waarde die zij hebben, en dat enkel en alleen voor een leuke kop in de krant. Want als ik de voorstellen bekijk die vandaag zijn ingediend door de aanvragers, zie ik dat geen ervan van een zodanig spoedeisende aard is dat het niet acht dagen kan wachten. Dat gezegd hebbende, ga ik naar de inhoud. We zijn er nu eenmaal. We hebben vanmiddag uitgebreid met de burgemeester van gedachten gewisseld over hetgeen zich heeft voorgedaan in Escamp.
Met name het feit dat het om minderjarigen gaat, baart ons zorgen. Waar zijn de ouders, vraag je je dan af. Hebben zij niet door dat hun minderjarige kinderen gedrag vertonen dat ontoelaatbaar is? Zijn er geen signalen? Worden de signalen bewust genegeerd? Het zijn allemaal vragen die bij ons onbeantwoord blijven. Maar als dit het geval is, moet het wat ons betreft ook duidelijk zijn dat er consequenties zijn, niet alleen voor de minderjarige daders maar ook voor de ouders, die verantwoordelijkheid dragen voor deze minderjarigen. Vanmiddag hoorden we gelukkig van onze burgemeester dat optreden tegen onwelwillende ouders geen taboe is. Daarom de volgende motie, met als dictum: verzoekt het college een aanpak te maken om ouders die wel kunnen maar niet willen ingrijpen als hun kinderen ontsporen, verantwoordelijk te stellen voor het gedrag van hun 35
kinderen, en bij een eventueel gebrek aan mogelijkheden met het Rijk in gesprek te gaan met als doel deze mogelijkheden te creëren. Deze motie dien ik in samen met collega Van Basten Batenburg van de Haagse VVD en collega Klokkenburg van ChristenUnie/SGP. Marieke van Doorn (D66). Ik vraag graag wat verduidelijking aan de heer Partiman over het zinnetje in het dictum 'ouders die wel willen maar niet kunnen'. Hoe meten we dat? Of nee, die niet wíllen maar wel kúnnen. Dat is het toch? Hoe meet je of ouders echt niet kunnen, met name? Kavish Partiman (CDA). Nou ja, als ouders echt niet kúnnen, moeten we hulp bieden, maar als ze het niet wíllen, is het een ander verhaal. Je merkt dat als je het gesprek met elkaar aangaat, of als ouders weigeren om het gesprek hierover aan te gaan met bijvoorbeeld de politie of met ambtenaren. Ik heb met mensen in bepaalde wijken gesproken die hebben aangegeven dat ze ouders van jonge mensen die zich misdragen in die wijken aanspreken en dat die ouders dan gewoon zeggen: we doen hier niets mee, het gaat je niks aan en het is mijn opvoeding. Dan moeten we wel een stok achter de deur hebben, waarmee we de ouders duidelijk kunnen maken dat er consequenties zijn als zij weigeren om de hulp aan te nemen die wij bieden. De voorzitter. Mevrouw Van Doorn met een vervolgvraag. Marieke van Doorn (D66).
Dank voor deze beantwoording, die ziet op het stukje 'niet willen'. Maar u schrijft: wel kunnen maar niet willen. Hoe kun je dat 'wel kunnen' meten? Kavish Partiman (CDA). Als een ouder hulp weigert, kan die ouder dus wel helpen, maar wil hij gewoon niet. Vandaar: wel kunnen maar niet willen. De voorzitter. Voor de laatste maal, mevrouw Van Doorn. Marieke van Doorn (D66). Als een ouder weigert, wil hij inderdaad niet. Dat snap ik. Maar het 'wel kunnen' lijkt me heel moeilijk aan te tonen. Ik zoek daar nog een beetje naar. Heeft u daar nog verdere ideeën over? Hoe hou je dit echt droog? Kavish Partiman (CDA). Ik probeer hiermee het volgende te zeggen. Als ouders zien dat het misgaat met hun kinderen, als ze weten dat het misgaat met hun kinderen en weigeren om daarop in te grijpen, vinden wij dat die ouders wel wat kúnnen, maar dat ze zelf weigeren om het te doen en het dus niet willen. Dat is wat ik hiermee bedoel te zeggen. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). Aan welke consequenties denkt de heer Partiman? Kavish Partiman (CDA). In het debat van vanmiddag hebben we het hier uitgebreid over gehad met elkaar en met de burgemeester. Ik haalde daarin een krantenartikel aan van eind vorig jaar waarin de politiechef van Den Haag een aantal voorstellen heeft gedaan met betrekking tot illegaal vuurwerk en de afschrikwekkende werking die bepaalde maatregelen zouden moeten hebben.
Ik heb die voorstellen ook gedaan, en gevraagd of we niet naar dit soort mogelijkheden kunnen kijken. Dat was dus eigenlijk in navolging van het artikel en de uitspraken gedaan door onze korpschef van politie. De voorzitter. Een vervolgvraag van de heer Sluijs. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). En wat zijn die voorstellen? Kavish Partiman (CDA). De voorstellen die zijn gedaan, zouden van dien aard moeten zijn dat ze afschrikwekkend zijn. Dus als het om een boete gaat, zou dat een hele hoge boete moeten zijn, zodat het ook effect heeft. Het zou ook over uithuisplaatsingen moeten gaan. De korpschef gaf ook aan dat we moeten praten met socialewoningbouwcorporaties om te kijken of daar wat gedaan kan worden. Dat zijn de voorstellen die toen door de korpschef in het artikel zijn gedaan, en ik vraag me af of de mogelijkheden daarvoor bestaan en of we die kunnen toepassen. 36
De voorzitter. Meneer Sluijs voor de laatste maal. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). Dus een boete van € 2.500 zou afschrikwekkend genoeg zijn? Kavish Partiman (CDA). Voor de een wel en voor de ander niet. Ik weet niet hoe diep de portemonnee van mensen is, maar een boete kan afschrikwekkend zijn, ja. Robin Smit (PvdD). Ik ben eigenlijk wel benieuwd wat deze motie voor aanvulling is op de aanpak Schoolveiligheid en het actieplan Wapens en Jongeren. Kavish Partiman (CDA). Deze motie zoekt naar mogelijkheden om verder te gaan. Robin Smit (PvdD). Ik heb dit zojuist ook in het interruptiedebatje met de heer Sluijs gevraagd. Uit de beantwoording van de schriftelijke vragen over het tienpuntenplan blijkt dat het college een afwachtende houding aanneemt omdat er toch nog dingen uitgezocht moeten worden. Is het CDA ook voornemens om die zorgvuldigheid in acht te nemen en dit eerst eens af te wachten om te kijken wat we daadwerkelijk kunnen gaan doen? Kavish Partiman (CDA). Ja, en daarom zou ik de heer Smit willen adviseren om het dictum weer even te lezen. Daarin vragen we het college namelijk ook om als er geen mogelijkheden zijn, met het Rijk in gesprek te gaan om te kijken hoe die mogelijkheden gecreëerd kunnen worden. Ik ben me hier namelijk wel degelijk van bewust.
Ik opper dit soort voorstellen al een aantal jaren en ik weet dat een aantal dingen juridisch gewoon niet mogelijk zijn en nog bij het Rijk liggen, maar dat betekent niet dat we stil moeten zitten. De voorzitter. Meneer Smit, voor de laatste maal. Robin Smit (PvdD). Deze motie hebben we natuurlijk net pas onder ogen gekregen dus pin mij niet helemaal vast op het dictum, dat u zojuist kort heeft opgelezen, maar ik heb nog steeds de volgende vraag. We hebben de burgemeester vanmiddag in een commissiedebat ook meerdere malen dingen horen zeggen, maar ik hoor het CDA niets zeggen over de zorgvuldigheid. Dat baart mij best zorgen, want ik ken het CDA als een partij die zorgvuldig dingen doet en zorgvuldig dingen aanneemt. Is deze motie dan ook niet een soort van scoringsdrift? Kavish Partiman (CDA). Dan scoor ik al jaren met dezelfde vragen, want ik ben al zeker vier jaar met dit onderwerp bezig en ik doe deze voorstellen al heel lang. Ik ben namelijk op zoek naar mogelijkheden. Ik ben op zoek naar mogelijkheden voor de burgemeester om hier daadwerkelijk stappen in te zetten. Ik was in het commissiedebat vandaag heel blij toen de burgemeester aangaf dat er geen taboe rust op de mogelijkheden die hij wíl toepassen. Alleen heeft hij ze niet, vandaar dat ik deze motie indien.
Het is niet de eerste keer dat ik een soortgelijke motie indien, om op zoek te gaan naar mogelijkheden om ook de ouders te kunnen aanspreken op de verantwoordelijkheid die ze hebben. Want die hebben ze daadwerkelijk. De voorzitter. Door de heer Partiman, daartoe gesteund door mevrouw Van Basten Batenburg en mevrouw Klokkenburg, wordt de volgende motie (D.20 CDA) ingediend:
Motie D.20 CDA Waar zijn de ouders? De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 11 januari 2023, ter bespreking van messengeweld Escamp, Constaterende dat: • minderjarigen in toenemende mate betrokken zijn bij strafbare feiten in de stad; 37
•
ouders verantwoordelijkheid dragen voor hun minderjarige kinderen.
Overwegende dat; • de gemeente weinig instrumenten kent om ouders verantwoordelijk te stellen voor de strafbare feiten van hun minderjarige kinderen en die gevolgen die dit met zich meebrengt. Verzoekt het college; • een aanpak te maken om ouders die wel kunnen maar niet willen ingrijpen als hun kinderen ontsporen, verantwoordelijk te stellen voor het gedrag van hun kinderen; • bij eventueel gebrek aan mogelijkheden met het Rijk in gesprek te gaan met als doel deze mogelijkheden te creëren. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Robin Smit (PvdD). Voorzitter. Wat zich rond de Beresteinlaan heeft voorgedaan is uitzonderlijk en ook erg verontrustend. Het nemen van een noodbevel om een samenscholingsverbod in te stellen is daarbij een zeer vergaande en ingrijpende maatregel voor inwoners en politie maar ook voor het stadsbestuur. Alle mensen in een hele wijk worden hierdoor getroffen. Het is goed en noodzakelijk dat de politie optreedt bij ongeregeldheden, en dat was hier helaas ook nodig. We moeten echter terughoudend zijn om dit soort instrumenten te vaak in te zetten. We moeten juist inzetten op het voorkomen van escalatie. Ook wij als politiek moeten oppassen met uitspraken in deze situatie. Een incident kan zorgen dat een heel stadsdeel een onterecht crimineel stigma krijgt.
We zagen een moeder die zich zorgen maakt over de toekomst van haar kind, een jongerenwerker die ervoor pleit dat we naast de jongeren moeten staan, een andere wijkbewoner die pleit voor beleid gebaseerd op het verbeteren van de wijk, en een jongere uit de wijk die het heeft over beeldvorming die niet klopt. Dank aan de insprekers daarvoor. Tijdens het commissiedebat heeft de burgemeester het ook gehad over het eerder informeren van de raad bij het nemen van zo'n ingrijpende maatregel mocht dat in de toekomst nodig zijn. Het is goed dat de burgemeester het voornemen heeft om dat te gaan doen. De jongeren verzamelden zich door de tijd heen in dit gebied rondom de winkel. De jongeren hebben als het ware hun eigen ontmoetingsruimte gecreëerd. Al vaker is gevraagd om jongeren een plek te geven in deze buurt. Het is daarom ook goed dat wethouder Balster vanmiddag in de commissie heeft aangegeven meer te willen doen met de jongeren en ze meer ruimte te willen geven bij het uitvoeren van hun eigen initiatieven. Zou de wethouder ook wat specifieker kunnen zijn over hoe zich dat op de korte termijn zal vertalen naar deze locatie? En kan de wethouder reageren op het realiseren van een jeugdhonk, waaraan een van de insprekers refereerde? Lotte van Basten Batenburg (VVD). Ik zou de heer Smit toch graag de vraag stellen hoe hij dit voor zich ziet.
Hij heeft het over 'deze jongeren, die een natuurlijke ontmoetingsplek hebben gecreëerd', maar moeten we dan een ruimte creëren waarin ze elkaar de tent uit kunnen vechten? Robin Smit (PvdD). Er worden me nu woorden in de mond gelegd, maar dit is totaal niet wat de Partij voor de Dieren wil. Er zijn al langere tijd signalen dat jongeren gebrek hebben aan ontmoetingsruimtes. Een van de insprekers, een jongerenwerker die naast de jongeren werkt, zei ook dat het gedrag ergens vandaan komt. Je moet dus kijken hoe je dat gedrag gaat aanpakken. Hoe ga je die jongeren helpen? De voorzitter. Mevrouw Van Basten Batenburg met een vervolgvraag. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Toch nog een verhelderende vraag. Dan is de Partij voor de Dieren het hopelijk met mij eens dat dit incident niet is gebeurd omdat er geen ontmoetingsplek is.
38
Robin Smit (PvdD). Nee, ik trek het in breder perspectief. Wat hebben de jongeren nou nodig? Ik grijp dit debat aan om een stip op de horizon te zetten en te investeren in Bouwlust en Vrederust en Escamp, en dat is volgens mij een plek voor jongeren. Ik denk dat de Haagse VVD dat toch ook wel wil. De voorzitter. Mevrouw Van Basten Batenburg voor de laatste maal. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Ik ben heel blij om van de Partij voor de Dieren te horen dat er meer nodig is dan alleen een ontmoetingsplek, en dat deze situatie en het geweld tussen deze twee groepen niet te voorkomen is door het maken van ontmoetingsplekken alleen. Robin Smit (PvdD). Ik hoorde geen vraag, maar ik wil toch wel even reageren. Ik denk inderdaad dat we er allemaal wel voor pleiten dat we investeren in de jeugd en in de jongeren, maar dat de partijen wel verschillen in wat ze daar precies in willen doen. Ik denk dat we daar op een ander moment nog vele discussies over zullen voeren en daarom wil ik teruggaan naar dit spoeddebatje. Ik wil het wel opnemen voor de jongeren, vandaar dat ik nu verder wil gaan. Ook heeft onze fractie eerder in het debat van vandaag, net als de SP, vragen gesteld over de betrokkenheid van en de communicatie met de ondernemer die nu is gesloten. De beantwoording die in de commissie is gegeven heeft onder een avondmaaltijdje toch nog wat vragen opgeroepen.
Wat voor handelingsperspectief hebben wij eigenlijk richting ondernemers die in zo'n overlastsituatie terechtkomen? In het debatje in de commissie had ik het al even over de McDonald's. Iedereen weet dat de Partij voor de Dieren niet echt een fervent bezoeker is van deze keten, maar dat terzijde. Omdat er ook overlast was bij de vestiging aan de Grote Marktstraat wil ik toch kijken hoe we dat gaan doen met ondernemers die in soortgelijke situaties terecht gaan komen. Door de gemeente wordt nu een groepsaanpak gestart, en voor specifieke jongeren een persoonsgericht plan van aanpak. Naar aanleiding van het commissiedebat vragen wij ons, net als de SP, af waarom niet eerder is gestart met die groepsaanpak of die persoonsgerichte plannen van aanpak. Juist door alle plannen voor Zuidwest ontstaat er veel onrust, onzekerheid, chaos en leegstand, wat natuurlijk niet bijdraagt aan de wijk. Sociale structuren worden fors door nieuwbouwplannen bedreigd. De gemeente moet niet alleen in nieuwbouw investeren maar ook in die sociale structuren. Bewoners van Zuidwest hebben specifiek behoefte aan respons op hun eigen plannen en initiatieven. Zij kennen de problematiek en de vragen die spelen in hun buurt als geen ander.
We hebben als raad al vaker gepraat over de plannen rondom Zuidwest en er zullen nog vele debatten gaan volgen, maar vanavond wil de Partij voor de Dieren een oproep doen om de lokale initiatieven en sociale structuren in de wijk te behouden en te faciliteren. Ik sluit af. Wij hopen natuurlijk dat dit middel niet vaker nodig zal zijn in onze stad en dat de rust snel zal terugkeren in de wijk. Bovenal vinden we dat we nu als gemeente moeten investeren in Escamp en in de bewoners. We moeten investeren in het fundament van de wijk: de jeugd. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Voorzitter. Ten eerste de felicitaties van mijn hele fractie aan de heer Sewtahal met zijn maidenspeech van vandaag. Dat waren hele mooie woorden over het belang van veiligheid in onze wijken, die ik ook van harte onderschrijf en waarop we vast de samenwerking nog gaan vinden in de komende jaren. De Haagse VVD steunt de zware maatregelen die de burgemeester heeft genomen naar aanleiding van het jongerengeweld rond de Beresteinlaan. Mijn fractie vindt het wel opvallend dat een aantal sprekers het vanavond hebben over een incident. Dit is natuurlijk niet een op zichzelf staand incident. Dit is voortgekomen uit een opbouwende reeks van geweld. Dat is ook de reden waarom de burgemeester de noodzaak heeft gezien om die hele zware maatregel te nemen.
Het is ook de reden waarom wij niet na elke steekpartij in de stad verwachten dat er een samenscholingsverbod wordt afgekondigd. Nu ligt er een hele verstandige aanpak, zowel preventief als repressief, waarbij jongeren die zijn betrokken bij het geweld flink op de huid worden gezeten. Ik denk dat dat de enige manier is om ze op het rechte pad te krijgen. Je moet perspectief bieden maar ook heel duidelijk laten zien dat het niet getolereerd wordt als ze over de schreef gaan. Er zijn vanmiddag veel vragen gesteld in de commissie, over het incident zelf en over de gebeurtenissen die ernaartoe hebben geleid. Ik wil de 39
burgemeester en ook wethouder Balster van harte bedanken voor de duidelijke beantwoording, en ik wil heel graag extra aandacht vragen voor de betrokkenheid van scholen en ouders bij de aanpak. We kunnen de veiligheid op scholen namelijk niet alleen aan de scholen en de Onderwijsinspectie laten. Veel dank daarom ook aan het college voor de toezegging dat de burgemeester zal aanschuiven bij de gesprekken met scholen over veiligheid. Wij vinden dit een belangrijke stap om te kunnen werken aan de veiligheid op scholen. Dan de ouders. Want waar zijn de ouders? Ik hoorde wethouder Balster vanmiddag in de commissie zeggen dat niet alle ouders grip hebben op hun kinderen. Daar kunnen we ons natuurlijk niet zomaar bij neerleggen, want opvoeden is niet vrijblijvend en ouders hebben een verantwoordelijkheid, waarop ze ook moeten worden aangesproken. Daarbij is het natuurlijk wel belangrijk dat we ze ook helpen als ze niet kunnen maar wel willen. Dat betekent in de eerste plaats dat we ouders moeten informeren. Ze moeten wel op de hoogte zijn van wat er gebeurt, en dat is lang niet altijd het geval. We moeten ouders ook helpen, als ze dat nodig hebben, om die kinderen te kunnen aanpakken, aanspreken en opvoeden. Daarvoor zijn er centra in de stad, waar ouders vooral naartoe geholpen moeten worden.
Maar als de ouders wel kunnen maar niet willen, als ze weigeren om in actie te komen of zelfs tegenwerken, zijn ze wat de VVD betreft net zo schuldig als hun kinderen en moeten we dus ook de repressie niet vergeten. Daarom hebben we samen met het CDA de motie 'Waar zijn de ouders?' ingediend. De VVD zou onder andere graag zien dat er een uitgebreidere risicoaansprakelijkheid komt voor ouders. Die is er nu maar tot 16 jaar. Waarom zou dat niet tot 17 of 18 jaar kunnen? Ook kun je in een eerder stadium een last onder dwangsom geven om recidive te voorkomen. Dat zijn stappen die landelijk nog zullen moeten worden gezet voordat we ze lokaal kunnen toepassen, en waarvan ik hoop dat de burgemeester ze wil meenemen en betrekken bij de motie die wij zojuist hebben ingediend. Maar dit is geen Haags probleem. Dit messen- en wapenprobleem onder jongeren speelt natuurlijk in heel veel steden en landen. Het is begonnen in Londen en uitgebreid naar meerdere steden in de UK. Ook in onze regio zien we het natuurlijk heel veel gebeuren. Daarom ben ik ook heel blij met de aankondiging van de burgemeester van vandaag van de regionale samenwerking om rivaliserende gewelddadige jeugdgroepen aan te pakken. Dat is heel goed nieuws. Ik denk dat dit heel belangrijk is als we dit probleem echt willen oplossen. Daarnaast heb ik wel wat zorgen over de landelijke aanpak.
Er is een actieplan Wapens en Jongeren uit 2020. Dat zou al geëvalueerd zijn, maar ik heb nog geen evaluatie gezien. Volgens mij is het WODC ermee bezig. Ik zou van de burgemeester graag de toezegging krijgen dat hij de raad zal informeren over die evaluatie en natuurlijk ook over de vervolgstappen. Want we zien zeker dat het probleem nog niet is opgelost. Verre van, zelfs. Tot slot. We lossen het probleem natuurlijk niet alleen op door messenbezit aan te pakken. Messenbezit is nu een onderdeel van het probleem, maar als dat schroevendraaiers of hamers zouden worden omdat het ons lukt om jongeren die messen af te nemen, is het probleem niet ineens kleiner. Met een schroevendraaier kan je immers ook aardig op iemand insteken. Daarom zit het probleem wat de VVD betreft meer in de cultuur die daar heerst. Dat is een cultuur van respect, en dat betekent ook dat je als overheid een bepaalde vorm van respect moet afdwingen. Je moet normen stellen en normen handhaven. Ik denk dat de aanpak die de burgemeester nu heeft laten zien, aantoont dat de gemeente er is en dat zij normen stelt en daar ook voor staat. Ook richting de buurt is het een heel belangrijk signaal dat de overheid er is om die mensen te beschermen. Wij vinden het belangrijk dat dat wordt voortgezet. Daarnaast moet het een integrale aanpak zijn.
Het is heel belangrijk dat die preventieve aanpak erbij zit en dat jongeren ook perspectief krijgen. Ik zou graag een reactie van het college krijgen op die aanpak, die dus net iets verder gaat dan alleen het messengeweld. De voorzitter. Voordat u teruggaat naar uw plek heeft meneer Smit nog een vraag aan u. Robin Smit (PvdD). Ja, ik werd net ook een beetje gepakt door de VVD, dus ik dacht: ik doe het eens netjes terug. Ik ben eigenlijk wel benieuwd wat de Haagse VVD voor preventieve maatregelen voor jongeren zou willen in Escamp. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Wij zijn erg onder de indruk van de resultaten die geboekt worden met Alleen jij bepaalt, de aanpak die ook in de regionale aanpak zit. Volgens mij is het ook 40
een belangrijk onderdeel in het plan Wapens en Jongeren uit 2020. Je ziet dat jongeren daarmee daadwerkelijk uit situaties geholpen worden. Wij zien dus dat daarmee resultaten worden geboekt. Ook rolmodellen kunnen heel goed werken, ziet mijn fractie. De voorzitter. Een vervolgvraag van de heer Smit. Robin Smit (PvdD). Dat is natuurlijk heel mooi. Dit zijn mooie initiatieven. Daar is natuurlijk ook geld voor nodig. Als we een verdeling zouden moeten maken tussen preventieve en repressieve maatregelen, ben ik eigenlijk wel benieuwd welke keuze de Haagse VVD daarin maakt. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Ik hoor nu iemand 'en-en' zeggen. Dat vind ik een hele mooie suggestie. Die spreekt mijn fractie zeker aan. Ik denk namelijk dat je niet er niet aan ontkomt om het allebei te doen. Je kan natuurlijk allerlei perspectief bieden, maar als er niet ook een stok achter de deur is, denk ik dat de andere kant uiteindelijk nog heel aantrekkelijk kan zijn voor een deel van de jongeren. Zij zullen ook moeten zien dat het niet wordt getolereerd als ze niet meewerken met die preventieve kansen die geboden worden. De voorzitter. Meneer Smit, voor de laatste maal. Robin Smit (PvdD). De geldboom is natuurlijk beperkt, dus en-en is een droomsituatie.
Maar waar zou de Haagse VVD voor kiezen? Beginnen we eerst met de preventieve kant of beginnen we gelijk met de stok achter de deur? Lotte van Basten Batenburg (VVD). Dat moet je altijd tegelijkertijd doen en dat gebeurt nu natuurlijk in de praktijk ook. Dat zit in de aanpak van de burgemeester. Er wordt intensief jongerenwerk op gezet, maar jongeren worden ook gewoon door de politie op de huid gezeten met de persoonsgerichte aanpak, waarbij ze gevolgd worden. Dat is volgens mij belangrijk. En dat en-en? Als je budget hebt, kun je dat ook fiftyfifty verdelen. Wat mij betreft zou het dan misschien 40/60 zijn, met die 60 aan de repressieve kant, omdat ik denk dat dat echt nodig is om te laten zien dat de overheid er is, dat zij staat voor de regels en dat zij die ook handhaaft. Hera Butt (GroenLinks). Voorzitter. Ik begin graag met felicitaties van de GroenLinksfractie aan collega Mairan Sewtahal van de Partij van de Arbeid voor zijn maidenspeech. Dank aan alle insprekers voor hun bijdragen. Uit hun inbreng blijkt veel. Er zijn veel dingen waar we onze ogen niet voor mogen sluiten, onder andere dat de bewoners over één kam worden geschoren. Ook vindt er stigmatisering van de buurt plaats, waardoor segregatie groeit. Dat is een zorgelijk signaal, en al helemaal in de meest gesegregeerde stad van Nederland.
De buurt heeft te maken met uitdagingen zoals de wachtlijsten voor jongerenbegeleiding om recidive te voorkomen, etnisch profileren en onvoldoende aandacht voor jongeren. En kleine organisaties die een band hebben met de jongeren krijgen de kans niet om jongeren te begeleiden. Dit hebben we net allemaal gehoord van de insprekers. Wat ik heb gehoord is: de mens wordt niet gezien, laat staan begrepen. Dit moeten we ons aantrekken. Ik stel voorop dat het steekincident dat heeft plaatsgevonden ernstig is. Via deze weg wenst de GroenLinksfractie het slachtoffer een goed herstel toe. Natuurlijk wil niemand dat dit nog een keer gebeurt. GroenLinks vraagt aandacht voor de jeugd. Vanuit de buurt hoor ik een hulpvraag. Investeer in de jeugd, is mijn oproep. Ik heb vanuit de buurt signalen gekregen dat er te weinig plekken zijn waar de jongeren terechtkunnen. Dat blijkt ook uit de bijdragen van de insprekers. Er is te weinig aandacht voor een match tussen jongerenorganisaties en jongeren. Jongerenorganisaties die met jongeren willen werken hebben geen plek in de wijk. Ik hoor van buurtbewoners, organisaties en jongeren dat ze graag een gesprekspartner willen zijn van de gemeente. Het gaat om het maken van beleid mét hen, en niet alleen óver hen. Dit zijn geen dingen die opgelost zijn met een tweetal rondetafelgesprekken met de usual suspects. Dit vraagt om commitment en investering.
Dat betekent niet enkel een inzet op repressie, maar ook preventie. Een ingrijpend middel als een samenscholingsverbod staat daarmee op gespannen voet en kan alleen ingezet worden als het niet
41
anders kan. Bij de inzet hiervan blijft GroenLinks kritisch. GroenLinks roept het college op om de buurt te zien en de mens te zien. De voorzitter. Dank u wel. Voordat u weer teruggaat naar uw plek heeft meneer Sluijs een vraag aan u. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). Hoe gaat GroenLinks de wapens uit de zakken van de jongeren kloppen? Hera Butt (GroenLinks). GroenLinks gaat dat ten eerste niet zelf doen natuurlijk. Maar misschien bedoelt u iets anders te vragen. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). Wat zijn de ideeën van GroenLinks om de wapens uit de zakken van de jongeren te kloppen? Hera Butt (GroenLinks). Ten eerste zijn wapens niet wenselijk, ook niet voor GroenLinks gelukkig. En als scholen, buurtorganisaties en de politie samen een idee hebben voor een aanpak die ook echt preventief werkt, staat GroenLinks daar ook achter. De voorzitter. Meneer Sluijs met een vervolgvraag. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). Ik vraag naar de ideeën van GroenLinks. Die zou ik heel graag willen horen. Wat zijn de ideeën van GroenLinks om die wapens uit de zakken van de jongeren te kloppen? Hera Butt (GroenLinks). GroenLinks denkt dat dit iets is wat je niet zomaar even kunt roepen: dit is een idee en zo zou het kunnen werken. Dit is iets wat je aan de experts moet laten, en dat ben ik duidelijk niet op het gebied van steekincidenten of het dragen van wapens.
Dat is iets wat je echt bij de experts moet laten volgens GroenLinks, en waarbij je iedereen moet betrekken. De voorzitter. Meneer Sluijs voor de laatste maal. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). Dus dit is het antwoord? We moeten het bij de experts laten? Hera Butt (GroenLinks). Het antwoord is dat het onwenselijk is dat jongeren wapens bij zich dragen. Dat is onwenselijk en daar moet iets aan worden gedaan. Maar dat betekent niet dat politieke partijen maar ideeën kunnen roepen, over samenscholingsverboden of preventief fouilleren, die mensenrechten schenden. Daar staat GroenLinks niet voor. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. Het is natuurlijk vreselijk wat er is gebeurd in Bouwlust: beginnende tieners die grote messen binnen handbereik hebben en daarmee inhakken op leeftijdsgenoten. Het was een vreselijk uiteinde van 2022 voor deze tieners, voor hun ouders en voor hun omgeving. Ik hoop dan ook dat de slachtoffers snel opknappen. Er is vanmiddag uitgebreid gedebatteerd over dit thema, maar ik wil hier nogmaals steun uitspreken voor de aanpak van de burgemeester. Ook wil ik nogmaals onderstrepen dat mijn fractie het van belang vindt dat de raad snel geïnformeerd wordt over een dergelijke ingrijpende en buitengewone maatregel. Het besluit tot een samenscholingsverbod in een woonwijk behoort gelukkig niet tot de dagelijkse werkzaamheden van de burgemeester.
Ik ben dan ook blij dat de burgemeester heeft toegezegd om dit voortaan eerder richting raad te communiceren. Maar laten we hopen dat het niet meer nodig is. Dat jongeren met dergelijke messen op zak lopen, vindt ChristenUnie/SGP een groot probleem. Dat jongeren deze messen zelf kunnen kopen, is ook een groot probleem. Dat er nieuwe wetgeving op stapel staat om dat te verbieden, juichen we dan ook van harte toe, maar zover is het nog niet. De wet is pas in consulatie gegaan, dus het kan nog wel even duren voordat die daadwerkelijk in werking treedt. Mijn fractie wil dan ook dat vooruitlopend op die wet met ondernemers afgesproken 42
wordt om geen messen meer te verkopen aan minderjarigen, en dat het college alle middelen aangrijpt om messengeweld op straat te stoppen. Dat kan bijvoorbeeld via de APV, want het bevoegd gezag kan gebieden aanwijzen waar een verbod op messen geldt. Grijp die middelen aan, zou ik willen zeggen. Daarom dien ik een motie in, waarvan het dictum luidt: verzoekt het college gebieden aan te wijzen waar de aanpak van messenbezit onder jongeren extra aandacht verdient en in die gebieden convenanten te sluiten met ondernemers over de verkoop aan minderjarigen, waar nodig de mogelijkheden die de APV biedt in te zetten om openbaar wapenbezit te beperken en met scholen en welzijnswerk communicatie-inspanningen te doen gericht op jongeren en hun ouders om messenbezit te ontmoedigen. Mijn collega Fritschij heeft al meerder malen gevraagd om zogenaamde exitprogramma's, om jongeren uit de criminaliteit te houden. De burgemeester heeft aangegeven dit mee te nemen in het uitvoeringsprogramma Preventie met gezag, dat binnenkort naar de raad komt. Zojuist hoorden we van inspreker meneer Angelista een mooi voorbeeld van hoe dat zou kunnen. Ik zou de burgemeester dan ook willen aanmoedigen om deze meneer en zijn organisatie gelijk binnen te halen. Sebastian Kruis (PVV). Zo werkt het natuurlijk niet, hè. Dat snapt u zelf ook wel.
U kunt niet eerst meneer De Mos op van alles de maat nemen en dan zeggen: neem die organisatie even in dienst. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Ik zei dat ook met een lichte knipoog, maar er komt binnenkort een uitwerking van het programma Preventie met gezag, en daarvan zal dit een onderdeel zijn. Ik denk dat dit precies de taken en de werkzaamheden zijn die we zouden moeten doen om jongeren uit de criminaliteit te houden. Sebastian Kruis (PVV). Nou, dan heb ik waarschijnlijk de knipoog gemist, maar die zie ik altijd heel graag van mevrouw Klokkenburg. De voorzitter. Mevrouw Klokkenburg, gaat u verder. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Ik hoorde daar een hele grote vraag, maar ik zal daar nu even niet op antwoorden. Natuurlijk zijn jongeren zelf verantwoordelijk voor hun eigen gedrag en moeten ze daarop aangesproken worden, maar ook ouders hebben een hele grote verantwoordelijkheid. Daarom hebben wij de motie van het CDA medeondertekend. Lesley Arp (SP). Ik heb een verhelderende vraag hierover. Er zijn vragen gesteld over die motie. Wanneer weet je dat mensen niet van goede wil zijn? Wat is verantwoordelijkheid? Ik vond dat eigenlijk allemaal terechte vragen. De interpretatie van de heer Partiman van verantwoordelijk maken was het opleggen van een financiële sanctie die dusdanig hoog is dat mensen het keihard voelen.
Ik ben benieuwd of het ook de visie van ChristenUnie/SGP is dat dit de uitvoering van de motie zou moeten zijn als die het haalt. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Ik heb het geïnterpreteerd als een zoektocht naar hoe het kan. Ik denk namelijk dat een hele hoge financiële boete in dit geval in Bouwlust niet zo veel zal helpen. Als mensen al in de financiële penarie zitten, helpt het niet om ze wellicht nog verder de schulden in te helpen. Maar ook ik vind dat ouders verantwoordelijk zijn voor hun kinderen en voor het gedrag van hun kinderen, dat ze daarop aangesproken kunnen worden, ook als de kinderen tieners zijn, en dat ze hulp moeten krijgen als ze het zelf niet redden. En als je het wél redt maar je je erbij neerlegt dat je kind zich misdraagt, moet er gekeken worden wat er nog gedaan kan worden om die ouders zover te krijgen dat ze zich wat intenser met het gedrag van hun kind gaan bemoeien. De voorzitter. Mevrouw Arp met een vervolgvraag. Lesley Arp (SP). Dat ouders verantwoordelijk zijn voor hun kinderen, daar ben ik het onomstotelijk mee eens. Waar ik een beetje moeite mee heb, is het volgende. De opvatting van de ChristenUnie is dus dat de opdracht heel open is, maar het enige wat we in het debat horen is het narratief van mensen 43
keihard financieel pakken. De ChristenUnie geeft aan dat dat in bepaalde wijken waarschijnlijk tot een spiraal van ellende gaat leiden, maar als dat het enige verhaal is dat deze raad heeft, bestaat dan niet het risico dat we deze kant op gaan kijken als deze motie wordt aangenomen? Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Ik hoop dat er meerdere kanten zijn, en dat we misschien ook wel onderscheid kunnen maken in wijken naar wat er wel en niet werkt. Ik ga er helemaal van uit dat de motie niet wordt afgedaan met: dit gaan we allemaal doen. Ik ga ervan uit het niet rücksichtslos zal worden ingevoerd, maar dat het zal zijn: dit zijn de opties, raad, beslis er maar over. De voorzitter. Gaat u verder met uw betoog. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Ik wilde afsluiten, voorzitter. Ik sluit me ten slotte ook aan bij collega Partiman, die zich heeft uitgesproken over de noodzaak van deze spoedvergadering. De steekpartij is vreselijk en het is goed dat er direct is ingegrepen door de burgemeester. En natuurlijk moeten we het blijvend hebben over de problemen in Zuidwest, met name als het gaat om huisvesting en bestaanszekerheid. Maar deze avond gaat er volgens mij niet voor zorgen dat binnen nu en de geplande raadsvergadering van volgende week de situatie in Escamp veiliger wordt. De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg wordt de volgende motie (D.19 CU/SGP) ingediend:
Motie D.19 CU/SGP terugdringen wapenbezit in risicogebieden De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 11 januari 2023, ter bespreking van de actuele situatie Escamp, constaterende, dat: • naar aanleiding van een steekpartij door jongeren er een samenscholingsverbod gold rond de Beresteinlaan; • er brede zorgen zijn over het wapenbezit onder jongeren, met name in risicogebieden; • de APV ruimte biedt om gebieden aan te wijzen waar een messenverbod geldt (2.74C lid 2); overwegende, dat: • de wet die de verkoop van messen aan jongeren moet verbieden, onlangs pas in consultatie is gegaan en de inwerkingtreding hiervan nog enige tijd op zich zal laten wachten, waardoor ondernemers nog niet verplicht zijn geen steekwapens te verkopen aan minderjarigen; • juist in risicogebieden het van belang is messenbezit onder jongeren tegen te gaan; verzoekt het college: • gebieden aan te wijzen waar de aanpak van messenbezit onder jongeren extra aandacht verdient en in die gebieden: o convenanten te sluiten met ondernemers over de verkoop aan minderjarigen; o waar nodig de mogelijkheden die de APV biedt in te zetten om openbaar wapenbezit te beperken; o met scholen en welzijnswerk communicatie-inspanningen te doen gericht op jongeren en hun ouders om messenbezit te ontmoedigen, en gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging.
De voorzitter. Daarmee zijn we gekomen aan de eerste termijn van de raad. Ik kijk heel even naar het college. Er wordt sowieso een toiletpauze ingelast, maar is er langer nodig dan vijf minuten? Nee, zie ik. Om 22.06 uur gaan we verder. 44
De vergadering wordt van 22.01 uur tot 22.06 uur geschorst. De voorzitter. We gaan beginnen met de beantwoording in eerste termijn. Ik zou graag de burgemeester als eerste van het college het woord willen geven. Meneer Van Zanen, gaat uw gang. De heer Van Zanen. Voorzitter. In aansluiting op wat we vanmiddag hebben besproken heb ik eerst een paar antwoorden op vragen, waarna ik de moties langs zal lopen. Eerst een vraag van de heer Sluijs, waarover een stevig debat ontstond: kan de burgemeester de groepen duiden? Ik ben natuurlijk burgemeester, hè, en ik bespreek dat allemaal met de driehoek. Ik kan er het volgende over zeggen, waarbij ik me precies aan de feiten moet houden. Het strafrechtelijk onderzoek loopt, onder leiding van het OM. Er zijn zes aanhoudingen verricht. Zolang dit onderzoek loopt, doet het OM geen verdere mededelingen en wordt verwezen naar het persbericht van 10 januari. Daar hou ik me aan, want ik ben de burgemeester en wat ik zeg moet waar zijn. Verdere aanduidingen doe ik dus pas als het OM dat heeft bevestigd. We hebben dit zojuist nog geverifieerd. Overigens zie ik ook niet goed wat de relevantie is - de vraag mag gesteld worden, hoor - omdat ik het juist zo met meneer Sluijs eens ben dat we kijken naar gedrag. Als ouders ermee worstelen, wat doe je dan? Wat er aan de hand is, moet worden aangepakt. Dáár gaat het om.
Dat is gebeurd, en van al die andere dingen denk ik: helpt dat nou, brengt dat die aanpak nou dichterbij? Dank voor de steun, maar dat is wat ik op die vraag zou willen antwoorden. Dat is ten eerste gewoon het antwoord van het OM, met de feiten, die voor mij gelden. En ten tweede gaat het om de aanpak en niet om alles wat daaromheen gebeurt. Dan de vraag van mevrouw Van Doorn. Ook daar spraken we vanmiddag over. Kun je de BPT's ook betrekken bij dit soort onderwerpen, binnen wat de privacy toelaat? Ik onthul het even: er is wel degelijk een BPT in Vrederust, alleen is dat weer een andere variant. Het is een jongerenbuurtpreventieteam. Dat heeft tijdens oud en nieuw gelopen en dat wordt begeleid door de welzijnsorganisatie. Een van de ambities van de wijkagenda is om te komen tot meer BPT's. Maar volgens mij was er vanmiddag steun voor uw oproep. Mijn improviserende opmerking was dat we het gaan straktrekken: geen dikke nota's, maar het gewoon heel concreet maken. Die bewoners doen namelijk heel goed werk, maar dat hebben we vanmiddag ook met elkaar gewisseld. Dan meneer Icar van DENK, die vroeg of ik bereid ben om, zelf of met iemand anders, met de ondernemer te praten. Hij noemde ook de financiële vergoeding. Daar moet ik toch duidelijk over zijn. Dat is meneer Icar zelf ook en dat verdient hij ook en dat is hij van mij gewend.
We hebben er vanmiddag uitvoerig over gesproken en ik zal het nu kort doen. Het doel van de sluiting van de buurtwinkel is de bescherming van de openbare orde en veiligheid. De nadelige financiële gevolgen van die sluiting voor de exploitant zijn ondergeschikt aan deze zwaarwegende belangen. De rechtmatige toepassing - als de rechter anders besluit, is het anders - van de sluitingsbevoegdheid leidt volgens vaste jurisprudentie niet tot schadeplichtigheid. Ook in deze zaak zal daarom niet tot compensatie van de gederfde inkomsten worden overgegaan. Dat moet u dus weten. Dat is de werkelijkheid. Zo zal het ook gaan. Desalniettemin ben ik, naar de toekomst kijkend, natuurlijk graag bereid om met de ondernemer te praten: goh, wat ga je in de toekomst doen, hoe sta je ervoor en kun je nadenken over hoe het is gegaan? Daar ben ik graag toe bereid, want iedere uitgestoken hand neem ik graag aan. Ik kom zo terug op de vraag van meneer Smit. Dan meneer Sewtahal namens de Partij van de Arbeid. Dank u wel, en gefeliciteerd met uw maidenspeech. Ik ben het zeer eens met uw openingswoorden, want dit incident kent alleen verliezers.
Zoals vanmiddag besproken - ik bevestig dat ook graag in uw richting - komt eind februari aan de orde het uitvoeringsprogramma Preventie met gezag, en dan zult u op alle thema's worden bediend, althans op veel daarvan, zeker in Zuidwest, want daar ziet dit uitvoeringsprogramma op. De capaciteit van de politie is een terugkerend thema en terecht, want het kan niet vaak genoeg genoemd worden, maar voor de precieze cijfers kan ik verwijzen naar wat we allemaal gekregen hebben voor en rond de werkbespreking. De cijfers zijn toen natuurlijk allemaal gedeeld, ook voor Zuidwest, en die zijn in de afgelopen vier weken niet veranderd. Ik snap heel goed dat u dit vraagt. Dan mevrouw Arp. Vanmiddag hebben we gesproken over de vraag of niet eerder de zeven stappen gehanteerd hadden kunnen worden, omdat er sprake was van overlast. Die vraag heeft meneer Hoefsloot mij namelijk ook gesteld. Ik heb vanmiddag geprobeerd om het uit te leggen en ik zal het nu nog een keer proberen. Dat geeft niet, want ik neem uw punt gewoon mee. Ik stel voor dat we aan de 45
hand van deze casus ook weer even kijken naar de lessons learned. Maar als ik het kort en goed zou moeten zeggen, waren ze begonnen; de ondernemer was net gewisseld. Toen gebeurde dit en moesten er opeens identiteiten … et cetera, et cetera. Als je het nou omdraait, zeg je: maar je had toch eerst die zeven stappen? Nee, ze waren begonnen; het was nog niet zover. Dat is de uitleg die ik kan geven. Dan zou je nog kunnen zeggen: ja, maar je had het toch meteen moeten zien? Daarop heb ik vanmiddag gezegd, en dat herhaal ik, dat de groep onbekend was en zich zeer fluïde bewoog qua samenstelling en intensiteit. Dat maakte het ook moeilijker. Maar ik stel voor dat we dit gewoon tegen het licht houden - dat kan geen kwaad vanuit de toepassing van zoiets als een noodbevel - zeker in het kader van de groepsaanpak, want het moet gewoon zorgvuldig gebeuren. Ik pak die handschoen dus graag op. De voorzitter. Toch wil mevrouw Arp u daarover nog een vraag stellen. Lesley Arp (SP). Nou, het is niet echt een vraag, maar ik wil mijn woorden beter duiden. De burgemeester zegt dat mijn fractie heeft gesuggereerd dat hij het meteen had moeten zien. Dat was absoluut niet wat mijn fractie wilde suggereren. Het ging om de reactie van de burgemeester in de commissie. Hij zei dat die groepsaanpak nog niet was gehanteerd omdat er nog geen strafbaar feit was gepleegd.
Daarop heb ik teruggeworpen dat dat volgens die zeven stappen ook niet per se nodig is. Dat wilde ik zeggen. De heer Van Zanen. Dan de vraag van meneer Smit, over het handelingsperspectief voor ondernemers in dit soort situaties. Daar wil ik best een keer iets over opschrijven, hoor, of erover nadenken. Niet morgen, maar dat gaan we wel doen. Ik snap heel goed dat u dat vraagt. Maar het handelingsperspectief is: meewerken. Dat heb ik vanmiddag ook gezegd: werk mee! Daar begint het mee. U moet van mij, van de politie en van alle deskundigen het volgende aannemen. Als er sprake is van een wanhopige ondernemer die in de ellende zit, die volstrekt meewerkt en in de meewerkstand staat en die het desnoods anoniem wil melden, omdat hij natuurlijk ook om zijn clientèle moet denken, dan kan dat allemaal. Daar was in dit geval geen sprake van, maar dat zou bijvoorbeeld al een handelingsperspectief zijn. Maar ik schrijf het voor u op. Dan mevrouw Van Basten Batenburg. Zij heeft gevraagd of ik de raad wil informeren zodra ook de landelijke evaluatie van het wapenplan er is. Zeker, want dat sluit bij ons naadloos aan. In het eerste kwartaal gaan we het zelf ook evalueren; dat is ook nodig. Daar gebruiken we alle informatie bij. Dan mevrouw Klokkenburg. We komen dus eind februari met dat uitvoeringsprogramma Preventie met gezag. Dat heb ik vanmiddag ook tegen de heer Fritschij gezegd.
Ik hoor alles wat u zegt, maar ik ben het met de heer Kruis eens dat hier gewoon procedures voor gelden. We gaan dat dus niet zomaar uitdelen. Dat heeft u ook niet zo bedoeld, maar ik zeg het toch maar even. Dan ga ik nu over naar de moties. Ik begin met motie D.1 Hart voor Den Haag, Help wapens de scholen uit. Het is niet de eerste keer dat de heer Sluijs en zijn fractie pleiten voor de inzet van schoolcops. Zoals u weet, zijn scholen geen openbare gebouwen. De gemeente kan daarom niet in de APV besluiten tot het inzetten van preventief fouilleren, noch kan ik besluiten over de inzet van oudpolitieagenten et cetera. Het is echt aan de schoolbesturen zelf om te bepalen op welke wijze zij afspraken maken over hoe zij binnen de school omgaan met controles op wapen- en drugsbezit. Veel scholen doorzoeken nu al regelmatig en onaangekondigd de inhoud van lockers, soms samen met de wijkagent of de jeugdagent. De motie ontraad ik. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). Er staat ook: rondom scholen. De heer Van Zanen. Rondom de scholen zijn de wijkagent en anderen actief. Maar hier staat: zodat schoolcops rondom de scholen onaangekondigd kunnen controleren op wapen- en drugsbezit. Als u het zo bedoelt, ga ik dat niet doen, want dat is preventief fouilleren en dat wordt een hoop gedoe en leidt tot niks. Maar schoolcops gaan we niet invoeren. De voorzitter.
De heer Sluijs met een vervolgvraag.
46
Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). Ik vind het wel prettig als de motie goed gelezen wordt. De heer Van Zanen. Ja, zeker. Maar desalniettemin ben ik hiertegen. De voorzitter. Gaat u verder, meneer Van Zanen. De heer Van Zanen. Neemt u mij dat niet kwalijk, meneer Sluijs. Dan motie D.2. Hart voor Den Haag. Die zou ik willen bespreken in samenhang met de motie Waar zijn de ouders? Ik weet het nummer daar niet van, maar dat doet er niet toe. Meneer Partiman weet wat ik bedoel; het is zijn motie. Over motie D.2 van de heer Sluijs, Beboet ouders bij wapenbezit minderjarig kind, zou ik eigenlijk willen zeggen: houd de motie aan. Ik ben namelijk met u van mening dat ouders van minderjarige jongeren met wapens actief betrokken moeten worden bij de aanpak. Het versterken van de betrokkenheid van ouders is juist een belangrijk onderdeel van niet alleen het landelijk actieplan, maar ook het Haagse actieplan en de aanpak Schoolveiligheid. Ouders moet je er gewoon bij betrekken. Op dit moment is er, nog even los van de wenselijkheid, echter geen grond voor dwangsommen of boetes. Maar, en dat ga ik zo meteen ook tegen de heer Partiman zeggen, in de Kamer heeft de minister voor Rechtsbescherming aangekondigd dat hij binnenkort de Kamer per brief zal informeren over wetgeving om ouders strafrechtelijk aansprakelijk te stellen voor het gedrag van hun kind.
Dat zal in de eerste helft van dit jaar zijn. Ik ga ervan uit dat de minister dat heel zorgvuldig doet. Ik kan me dus voorstellen dat dat mogelijkheden biedt om wel dingen te doen. Ik zou me dus kunnen voorstellen dat u de motie aanhoudt. Als u de motie nu in stemming zou willen brengen, ontraad ik haar. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). En waarom kan dit in Rotterdam dan wel? De heer Van Zanen. Rotterdam heeft dat gedaan, en hoe dat daar precies tot stand is gekomen en hoe succesvol het is, vraag ik me zeer af. Maar goed. Ik wil even afwachten waar minister Weerwind mee komt. Dan heb ik ook de zekerheid dat wat daar gebeurt, kan, en dan wil ik er graag over nadenken wat de mogelijkheden zijn. Als er mogelijkheden komen, die zijn afgewogen - dat hoeft helemaal niet in boetes te zitten - kunnen die namelijk de stok achter de deur zijn. Dat heb ik vanmiddag ook gezegd, net iets anders dan u het net zei. Want de meeste ouders willen. Sommige ouders zijn echt radeloos en die moeten we echt helpen; daar moeten we naast staan. Maar er zijn gevallen waarin je op een gegeven moment iets wilt kunnen doen. Daarbij moeten we niet alleen aan dit incident denken, maar meer in algemene zin. Meneer Partiman heeft dat eerder ook gezegd. Of ik dat dan moet doen of iemand anders, is weer een andere vraag. Ik wil graag dat de minister er eerst even tussen zit. De voorzitter.
Meneer Sluijs met een vervolgvraag. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). In 2020 werd het voorstel 'Maak ouders weer verantwoordelijk' aangenomen. We zijn nu bijna drie jaar verder en nu moeten we weer wachten. Vindt de burgemeester het ook niet erg lang duren allemaal? De heer Van Zanen. Ja, zeker, en zoals u weet ben ik heel ongeduldig. Maar ik kan even niks anders. Ik zal er wel op aandringen. Dat ga ik zo meteen ook zeggen bij de volgende motie. De voorzitter. Voordat u verdergaat heeft de heer Icar toch ook een vraag aan u. Nur Icar (DENK). Ik schrik hier wel van. Dat soort jongeren komen vaak uit een milieu waarin ouders het financieel niet breed hebben. Als we dan financiële maatregelen nemen en mensen beboeten die al in zo'n positie zitten, verslechteren we dan de situatie niet in plaats van mensen vooruit te helpen? De voorzitter. Voordat de burgemeester verdergaat: meneer Icar, u bent hiermee door uw spreektijd heen.
47
De heer Van Zanen. Dat is juist de reden waarom ik vraag om de motie aan te houden. Ik vind dat dat gewoon moet worden gewogen. Dat is een maatschappelijk debat. Dat kan hier ook plaatsvinden, alleen gaan wij er niet over. Dat moet in de Kamer plaatsvinden. Ik ga ervan uit dat het kabinet en de Kamer dit mee zullen wegen. Voor mij, maar dan spreek ik voor mezelf, is beboeten niet het eerste waaraan ik denk. Maar er moet ook een stok achter de deur kunnen zijn in de situaties die u beschrijft, of het nou centen zijn of iets anders. We hebben vanmiddag al die casuïstiek ook besproken. Er is ook een moment dat de kinderbescherming ertussen kan zitten. Maar als dat allemaal niet zo is en we toch iets willen kunnen … Daar blijkt ook in de Kamer over gesproken te zijn, en de minister is bezig met bedenken wat hij ermee kan. Daarover heb ik gezegd dat daar geen taboe op rust. Als je daarom vraagt ben ik bereid om daar aandacht aan te laten besteden. Dat duurt nog even. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Ik wil mijn collega van Hart voor Den Haag toch bijvallen. Hij is wat ongeduldig en dat snap ik wel. Eind 2020 hebben de ministers Grapperhaus en Dekker volgens mij aangegeven dat ze zouden komen met een inventarisatie van wat je kan doen om ouders verantwoordelijk te stellen. Het is inmiddels begin 2023, dus ruim twee jaar verder.
We weten dat rechterlijke instanties en ook het Rijk zo nu en dan heel veel tijd nodig hebben voor zaken, wat we heel spijtig vinden in deze raadszaal - we hebben het daar vaker over - maar op dit punt denk ik dat het echt nodig is om de minister aan te sporen om op te schieten. Zou u dat willen doen? De heer Van Zanen. Zeker, en met uw hulp en die van anderen zou dat moeten lukken. De voorzitter. Gaat u verder, burgemeester. De heer Van Zanen. Voorzitter. Dan de motie Waar zijn de ouders? Ik wil dus niet bij voorbaat tegen meneer Partiman zeggen wat de uitkomst is, want er kunnen meerdere varianten zijn. Maar uw oproep, uw verzoek, is om daarnaar te kijken: kijk of er mogelijkheden zijn. Als die mogelijkheden er komen, maak ik een plan, maar ik moet die mogelijkheden wel eerst hebben, anders is het een farce. Deze motie kan ik dus omarmen. De voorzitter. Voor de duidelijkheid: dat is motie D.20 CDA. U wist het niet, zei u net. Daarom hebben wij het in de tussentijd opgezocht. Robin Smit (PvdD). Ik heb een vraag om helder te krijgen hoe mijn fractie straks wil stemmen. De burgemeester geeft nu aan dat hij motie D.20 van het CDA - Waar zijn de ouders? - omarmt. Daarbij geeft hij de winstwaarschuwing dat de uitkomsten nog onduidelijk zijn van de aanpak die het college verzocht wordt om te maken.
Loopt dat niet op de zaken vooruit? U heeft nu toch toegezegd dat u daarnaar gaat kijken? Dan zien we misschien wel een briefje of iets in die trant. De heer Van Zanen. Dat is geen kwestie van vooruitlopen. Bij de vorige motie zei ik: hou de motie even aan, omdat er al te veel wordt uitgegaan van boetes. Dat mag, hè, maar daar ga ik nog niet van uit. Ik vroeg om de motie aan te houden, omdat er waarschijnlijk licht komt van Weerwind, waarna ik er rustig in het college over wil spreken. En deze motie, de motie-Partiman, is echt een oproepmotie, die weliswaar uitspreekt dat we graag iets willen. Die motie zegt: als er eventueel een gebrek is aan mogelijkheden, moet je in gesprek gaan met het Rijk. Daar riep zonet ook mevrouw Van Basten Batenburg mij toe op: schiet wel een beetje op, want nu moeten we weer wachten. Dat zegt meneer Sluijs ook. Die oproep kan ik steunen, maar daarmee loop ik nergens op vooruit. De voorzitter. Meneer Smit met een vervolgvraag. Robin Smit (PvdD). Maar in die motie van het CDA staat daadwerkelijk: verzoekt het college om een aanpak te maken om ouders die wel kunnen maar niet willen ingrijpen als hun kinderen ontsporen, verantwoordelijk te stellen voor het gedrag van hun kinderen, en eventueel bij gebrek aan mogelijkheden met het Rijk in gesprek te gaan. Dat insinueert toch dat er een soort van aanpak gaat komen.
Is het niet verstandiger dat we deze motie ook aanhouden, omdat u dus al heeft aangegeven dat
48
u met het Rijk in gesprek gaat en vaart wil maken? Dan is het toch zorgvuldiger dat we dat eerst afwachten? De heer Van Zanen. Daar heeft u wel een punt op zich, hoor. Je kan ook zeggen: waarom staat de eerste bullet niet als tweede bullet? Er staat namelijk ook een hele duidelijke overweging in. Daar staat namelijk dat de gemeente weinig instrumenten heeft. Ik wil de motie ook wel zo uitleggen. Ik kan haar nu op twee manieren uitleggen. Ik kan zeggen: zodra er mogelijkheden zijn, breng ik die in beeld en ga ik ermee aan de slag. Dat is dan om instrumenten voor te bereiden, waarna jullie er nog over gaan spreken, want jullie moeten het uiteindelijk beslissen. Twee: doe je best om te bevorderen dat het kabinet met een voorstel komt richting Kamer. En drie: en als die mogelijkheden er niet komen, kom ik ook niet met een plan van aanpak. Punt. Snap je? Zo lees ik de motie. De voorzitter. Meneer Smit, voor de laatste maal. Robin Smit (PvdD). Dank voor die toelichting van de burgemeester, maar het gevaar schuilt er voor mij in dat het beboeten al uitgesproken is in deze raad - daar is al een lading aan toegekend - maar dat er nog niks concreets is uitgesproken over andere manieren, over andere dingen die we zouden kunnen doen. Vandaar dat het mijn fractie zorgen baart. U heeft aangegeven dat u in gesprek gaat met het Rijk omdat de minister moet opschieten.