CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS314516 Bijlage 2

Commissie Samenleving 13 april 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Brief van wethouder Onderwijs, Jeugd en Sport inzake Voortgangsbericht aanpak voortijdig schooluitval en thuiszitters39.480 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Uitvoeren MDO’s Het multidisciplinair overleg (MDO) is een belangrijk middel om te komen tot extra ondersteuning voor een leerling. De betrokkenheid van ouders is in deze werkwijze verankerd: zij nemen deel aan de MDO’s over hun kind, vanaf de eerste signalen over een extra ondersteuningsbehoefte, het vertalen daarvan naar een aanpak en het evalueren. In het MDO zijn naast de ouders, de school en de adviseur passend onderwijs, verschillende partners betrokken waaronder altijd SMW+ en eventueel andere specialisten. Het MDO bespreekt gezamenlijk de ondersteuningsbehoeften van de leerling, leerkracht en ouder(s). De ondersteuningsbehoeften worden vastgelegd in een arrangement. Het arrangement is altijd maatwerk en gaat uit van handelingsgericht arrangeren. De adviseur beoordeelt vanuit het samenwerkingsverband SPPOH de financiële consequenties van de arrangementsaanvraag. Als overeenstemming is bereikt over de inhoud en de kosten van het arrangement wordt dit via het programma 1LoketPO ter formele vaststelling aangeboden aan het samenwerkingsverband.

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

Pagina 60

Binnen één werkweek wordt het voorstel vervolgens afgehandeld. Arrangementen worden na uitvoering geëvalueerd en verantwoord. Bieden basisondersteuning en organiseren extra ondersteuning Passend onderwijs wordt zichtbaar in de groep, in het handelen van de leerkracht. Scholen werken volgens de principes van handelingsgericht werken. Leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, krijgen dat via de afspraken gemaakt in het arrangement. Als het niet lukt om binnen de school passend onderwijs te bieden, dan vindt verwijzing naar SBO of SO plaats (TLV).

In de checkfase worden gegevens verzameld op diverse niveaus en van verschillende aard. Het gaat zowel om kwantitatieve als kwalitatieve gegevens. Sommige zijn Haaglanden breed, per werkgebied, per school of per ontwikkeling.

najaar 2019. Andere voorbeelden zijn onderzoek naar de groei van SBO en SO, naar de bekostiging van cluster-4-onderwijs en naar ambulante begeleiding. Afhankelijk van de informatiebehoefte richten audits zich op het resultaat en/of op het proces. Tevredenheidsonderzoek Periodiek worden tevredenheidsmetingen uitgevoerd om zicht te hebben op de mening van belangrijke samenwerkingspartners. Zo is in het voorjaar 2020 een ouderenquête naar passend onderwijs in de regio uitgevoerd en in 2019 een enquête onder scholen over de samenwerking met de adviseurs. Jaarverslag In mei van ieder jaar wordt het jaarplan geëvalueerd en worden de resultaten van de ingezette ontwikkelingen gewaardeerd in het DB. De inhoudelijke verantwoording over het jaarplan maakt onderdeel uit van het jaarverslag. Omdat de beleidsverantwoording loopt per schooljaar en het jaarverslag per kalenderjaar, vindt synchronisatie plaats. Het DB legt verantwoording af aan het AB (zie verder de paragraaf Governance).

4.3.1 Op het niveau van het samenwerkingsverband

4.3.2 Op het niveau van de school

Data OT & managementrapportages De horizontale dialoog over de kwaliteit van passend onderwijs in het werkgebied vindt plaats in de jaarlijkse evaluatie en ontwikkelsessies. Dit gebeurt aan de hand van de monitor uit OT over de ontwikkeling van leerlingen, arrangementen en TLV’s in het werkgebied. Daarnaast worden periodieke managementrapportages opgesteld over met name de financiële kengetallen. (Tussen)projectevaluaties In ieder projectplan is opgenomen wanneer en hoe het project wordt geëvalueerd. Twee recente voorbeelden zijn de Nisbo-groep op basisschool De Springbok (nieuwkomers in speciaal basisonderwijs) en de ondersteuningsgroep op basisschool Onze Wereld (gericht op leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte). De projectevaluatie is de basis voor bestuurlijke besluitvorming over continuering en eventuele verbreding naar meer schoollocaties. (Externe) audits Voor kwalitatieve evaluaties worden (externe) audits en thema- onderzoeken ingezet. Een voorbeeld daarvan is het onderzoek naar de werking van arrangementen en onderliggende succes- en belemmerende factoren in het

Evaluatiegesprek Ieder arrangement wordt aan het einde geëvalueerd in een MDO en verantwoord. Arrangementen worden ingezet op het moment dat het nodig is. De evaluaties volgen daarom niet eenzelfde ritme, maar vinden plaats in de loop van het schooljaar. Aan het einde van het schooljaar voeren school en adviseur een evaluatiegesprek waarin zij terugblikken op het afgelopen schooljaar, successen benoemen en verbeterpunten bespreken. Het evaluatiegesprek is niet gericht op verantwoorden maar op duiden en verklaren. Ook de samenwerking is onderwerp van gesprek. Evaluatie binnen de school De evaluatie van de basisondersteuning, extra ondersteuning, verwijzingen en samenwerking met partners buiten de school gebeurt via de kwaliteitszorgcyclus van de school en wordt binnen de eigen bestuurlijke kaders besproken. Met de besturen is afgesproken over welke aspecten van passend onderwijs zij zich in het jaarverslag van het bestuur verantwoorden. Gegevens uit de systemen van SPPOH worden hiervoor ter beschikking gesteld.

4.3 Check

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

Pagina 61

4.4 Aanpassen De checkfase leidt tot het gesprek over aanpassingen van beleid. Dit gebeurt in het DB aan de hand van de gegevens uit de checkfase en het beeld dat via de kwaliteitsgesprekken binnen ieder bestuur en via de evaluatiegesprekken tussen scholen en adviseurs naar voren komt. Dit wordt vertaald naar de jaardoelen passend onderwijs voor het schooljaar daarop. Aanpassing van beleid binnen de school gebeurt aan de hand van de eigen kwaliteitscyclus en in samenhang met de eigen schooldoelen van de school. Daarmee is de PDCA-cyclus rond. De aanpassingen worden vastgelegd in de volgende jaarplannen op het niveau van het samenwerkingsverband en de school. 5 Samenwerking met ketenpartners Effectieve samenwerking met ketenpartners is een belangrijke taak voor het samenwerkingsverband. De samenwerking met het netwerk van organisaties beïnvloedt de doelen en de kwaliteit van het samenwerkingsverband. Passend onderwijs kan alleen in samenwerking tot stand komen. Met de ketenpartners zijn diverse overlegmomenten en -vormen ingericht: Gemeenten (Den Haag, Leidschendam-Voorburg en Rijswijk) als het gaat om afstemming van beleid en inzet van middelen (SMWplus). Een formeel overleg is het OOGO waarin het bestuur van het samenwerkingsverband en de gemeenten overleg voeren over het jeugdbeleidsplan en het onderwijsbeleidsplan van de gemeenten.

Ook over het concept ondersteuningsplan wordt op overeenstemming gericht overleg gevoerd met de gemeenten. Leerplicht als het gaat over verzuim en (dreigend) thuiszitten. Het samenwerkingsverband voert hierover maandelijks overleg. Jeugdhulp waarbij het uitgangspunt is dat er zoveel mogelijk preventief wordt gewerkt. SMWplus om te zorgen voor een goede schakeling met jeugdhulp. HCO voor onderwijs aan zieke kinderen, een (beperkte) voorziening voor kinderen die thuiszitten (Tussen Plek en Plaatsing, TPP) en een groot deel van het nascholingsaanbod (Verbinden in Haaglanden).

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

Ook vindt afstemming plaats met SO cluster 1 en 2, het samenwerkingsverband VO Zuid-Holland West, de andere regionale samenwerkingsverbanden PO en de G4-samenwerkingsverbanden PO en VO. Op landelijk niveau werken we samen in het kader van het Thuiszitterspact, dit heeft een eigen regionale aanpak gekregen in de vorm van het routeboek ‘Verzuim en thuiszitters’. De aansluiting met gespecialiseerde jeugdhulp is een belangrijk punt van aandacht. Om de samenwerking onderwijs-jeugdhulp te verbeteren is sinds medio 2019 een programma ingericht onder de verantwoordelijkheid van een stuurgroep van SPPOH, SWV ZHW en de afdeling Onderwijs en Jeugd (van de gemeente Den Haag). In dit programma wordt op verschillende manieren gewerkt aan verbetering van de verbinding onderwijs-jeugdhulp. Dit heeft onder meer geleid tot het routeboek ‘Verzuim en thuiszitten’. 6 Governance 6.1 Bestuur Het bestuur van het samenwerkingsverband SPPOH heeft de governance vormgegeven volgens het ‘one-tier-model’. Het bestuur bestaat uit alle 27 aangesloten leden, het bestuur neemt besluiten over de strategische koers van het samenwerkingsverband SPPOH en stelt het ondersteuningsplan en de begroting vast. Het dagelijks bestuur (DB) is belast met leiding geven aan de dagelijkse gang van zaken en aansturing van de directeur aan wie die taken in de praktijk zijn gemandateerd.

Het dagelijks bestuur bestaat uit maximaal 7 leden en vergadert gemiddeld 8 keer per schooljaar. Het algemeen bestuur (AB) bestaat uit de leden die niet behoren tot het dagelijks bestuur. Het algemeen bestuur vervult de toezichthoudende rol op het dagelijks bestuur. Het AB vergadert gemiddeld drie keer per schooljaar. Het algemeen bestuur heeft twee commissies die ondersteunen bij de toezichthoudende rol. De auditcommissie financiën adviseert het algemeen bestuur over financiële onderwerpen waaronder de (meerjaren)begroting en de jaarrekening. De auditcommissie kwaliteit adviseert het algemeen bestuur over allerlei zaken m.b.t. het bewaken van de kwaliteit. Kwaliteit wordt hierin gezien als de mate waarin het samenwerkingsverband SPPOH erin slaagt om de

Pagina 62

doelen uit het ondersteuningsplan te realiseren alsmede de kwaliteit van bestuur en organisatie. Deze commissie beoordeelt ook het bestuursverslag. De werkwijze van de auditcommissie kwaliteit is beschreven in de notitie ‘Werkwijze auditcommissie’ (november 2018). Het samenwerkingsverband werkt volgens de ‘Code Goed Bestuur Primair Onderwijs’ als uitgangspunt voor zijn handelen. In juni 2020 is een onafhankelijk voorzitter van het (algemeen) bestuur zonder stemrecht benoemd. In 2021 vindt een evaluatie plaats van het governancemodel, waarbij de uitkomst van de landelijke evaluatie passend onderwijs wordt meegenomen.

geregeld via de MRp. Dit is het medezeggenschapsorgaan voor de interne organisatie en bestaat alleen uit personeelsleden. De directeur voert, als vertegenwoordiger van het bestuur, het overleg met de MRp.

6.2 Ondersteuningsplanraad (OPR)

8.1 Cultuur van leren en innoveren De kwaliteitscultuur is één van de dragende pijlers voor ons kwaliteitszorgbeleid. In het nieuwe ondersteuningsplan 2021-2025 zijn onze ambities voor samen leren en ontwikkelen opgenomen. Deze ambities richten zich zowel op scholen en schoolbesturen als op onze samenwerkingspartners, waaronder SMW en jeugdhulp. De principes van de lerende organisatie waarin professionals vanuit een gedeelde visie werken, hun professionaliteit en leren van elkaar in (diverse) teams, zijn belangrijke ankerpunten voor de komende jaren.

Binnen het samenwerkingsverband SPPOH vinden we het belangrijk om regelmatig met ouders en personeel te spreken over de ontwikkelingen en de realisatie van het ondersteuningsplan. De scholen binnen het samenwerkingsverband zijn verdeeld over negen delegatiegroepen (Lucas Onderwijs, De Haagse Scholen, SCOH, SO, SBO en de overige scholen verdeeld over vier groepen). Elke delegatiegroep vaardigt een personeelslid en een ouder af naar de OPR. De leden worden voorgedragen door de medezeggenschapsraden binnen de delegatiegroepen. Een voortdurend punt van aandacht is de afvaardiging, die niet altijd mogelijk is vanuit elke delegatiegroep. De OPR komt gemiddeld vier keer per schooljaar bij elkaar. Het reglement, de jaarverslagen en de verslagen van de vergaderingen zijn hier te vinden. 7 Bureauorganisatie SPPOH De bureauorganisatie van SPPOH bestaat uit de directeur, drie leidinggevenden, orthopedagogen, adviseurs, een ambtelijk secretaris en medewerkers voor financiële en secretariële ondersteuning. De werkorganisatie van SPPOH werkt vanuit het ondersteuningsplan (jaarplan) en voert de afgesproken procedures rond het organiseren van ondersteuning uit. Professionalisering staat hoog op de agenda, via de gesprekkencyclus, 1-op-1overleg en interne studiedagen. Via het intern werkoverleg (IWO) wordt iedereen tweewekelijks geïnformeerd over lopende ontwikkelingen.

Via PLG’s wordt gewerkt aan de professionele leergemeenschap. Ook wordt regelmatig de medewerkerstevredenheid in beeld gebracht. De formele zeggenschap is

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

8 Ambities voor het kwaliteitszorgbeleid Ons kwaliteitszorgbeleid is voortdurend in ontwikkeling. De uitkomst van de ‘Bestuursscan van het steunpunt passend onderwijs’ (2020) en het onderzoek van de inspectie (januari 2021) gebruiken we om te werken aan volgende verbeterslagen. Voor de komende jaren werken we aan doorontwikkeling van ons kwaliteitszorgbeleid vanuit twee ambities:

8.2 Strategisch kwaliteitszorgbeleid Onze kwaliteitszorg is verbonden met de strategische doelen uit het ondersteuningsplan. Hoe weten we of we onze doelen bereiken? Welke gegevens hebben we daarvoor nodig (meetbaar en merkbaar)? Hoe voeren we daarover de dialoog en met wie? Wanneer zijn we tevreden? We realiseren ons dat er veel lagen zitten tussen de bedoeling en de uitvoering van passend onderwijs. Communicatie en samenwerking zijn dan ook essentieel om onze doelen te bereiken. Onze ambitie is hoog: dat wat we op het niveau van het samenwerkingsverband in gang zetten, moet leiden tot effect op de praktijk van alledag in de groep. Daarom zetten we in op een goede dialoog binnen het samenwerkingsverband en met onze partners over wat we bereiken en wat we kunnen verbeteren. We verzamelen gegevens om dit gesprek te ondersteunen, en zoeken samen naar het verhaal achter de cijfers.

Pagina 63

Bijlage 7 Leerlingaantallen en deelname SBO en SO Aantallen op 1 oktober Categorie BO-leerlingen SBO-leerlingen SO-leerlingen

2014 54707 1312 737

2015 55422 1281 741

2016 55804 1372 753

2017 56066 1495 835

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

2018 56504 1648 882

2019 56630 1674 939

2020 56268 1686 1028

Pagina 64

Bijlage 8 Aangesloten besturen Bestuursnummer 20281 30709 30968 31227 34932 38209 40272 61960 40389 40740 40928 41081 41324 41441 41447 41572 41646 42573 42679 46879 70176 72100 78782 95681 95694 95746 95785

Bestuursnaam Stichting Lucas Onderwijs Stichting Hindoe Onderwijs Nederland Stichting Prof. Dr. Leo Kanneronderwijsgroep Vereniging voor protestants christelijk basisonderwijs Duinoord Stichting School met de Bijbel Herman Broerenstichting ISNO Yunus Emre Samenwerkende Vrije Scholen Zuid-Holland IQRA Vereniging Algemeen Hindoe Onderwijs Laurentius Stichting Montessori Stichting Vreugd en Rust Stichting Montessori Onderwijs Zuid-Holland Stichting Librijn openbaar onderwijs Stichting Panta Rhei Stichting De Haagse Scholen LEV Scholengroep West Nederland Stichting Resonans Stichting Kronenburgh Stichting Het Rijnlands Lyceum Stichting Christelijk Onderwijs Haaglanden Vereniging Willem de Zwijgerschool Octant, stichting voor christelijk primair onderwijs Schoolvereniging Wolters Stichting Haagsche Schoolvereeniging Vereniging Montessorischool Waalsdorp Stichting Vrije Scholen Zuidwest Nederland

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

Pagina 65

Bijlage 9 Meerjarenbegroting 2021 -2025

Begroting 2021 en meerjarenbegroting 2021 t/m 2025 Toelichting en totaalcijfers

Definitief versie 5 vastgesteld bestuur d.d. 10 december 2020 Concept versie 1 Concept versie 2 Concept versie 3 Concept versie 4 Concept versie 5

Versie eerste uitgangspunten DB Versie na bespreking penningmeester Versie na bespreking auditcommissie 24 november 2020 Versie na bespreking DB 1 december 2020 Versie bespreking in Bestuur

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

Pagina 66

Inhoud 1 2 3 4 5 6

Inleiding Uitgangspunten begroting Begroting totaal Vermogenspositie Toelichting exploitatie SPPOH RJO-model

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

66 67 70 72 73 77

Pagina 67

Begroting 2021 en meerjarenperspectief 2021 t/m 2025 1. Inleiding De begroting 2021 is voor de eerste 7 maanden gekoppeld aan het vastgestelde ondersteuningsplan 2017-2021. De implicaties van de keuzes die in het ondersteuningsplan zijn gemaakt, zijn in deze begroting meegenomen. Dit betreft de laatste 7 maanden van schooljaar 2020-2021. Tevens zijn de strategische doelen uit de vastgestelde hoofdlijnennotitie ondersteuningsplan 2021-2025 (OP2125) meegenomen. Het voorgenomen beleid is vertaald naar de begroting 2021 (maanden augustus t/m december 2021) en de jaren daarna. In het laatste deel van deze nota geven wij kort aan met welke ontwikkelingen rekening is gehouden. In de afgelopen jaren heeft de tussentijdse indexering van de rijksbijdrage voor onverwachte (hoge) extra inkomsten geleid. Om deze extra inkomsten beleidsrijk te kunnen inzetten is in deze begroting gekozen voor het opnemen van 2,5 % indexering per jaar. De komende twee jaar wordt het weerstandsvermogen verlaagd naar € 1.400.000. Dit is conform het maximaal toegestane eigen vermogen van overheidswege dat is vastgesteld op maximaal 3,5 % van de bruto inkomsten. Vanaf 1 januari 2023 wordt naar verwachting een nieuwe bekostigingssystematiek ingevoerd. De effecten hiervan zijn nog niet volledig duidelijk. Vooralsnog wordt geen grote wijziging verwacht in de te verwachten rijksbijdrage.

Het jaar 2022 wordt een overgangsjaar en de nieuwe bekostiging is in 2023 effectief. De concept begroting is – net als vorig jaar - zo opgebouwd dat niet alleen de interne indeling in programma’s kan worden gevolgd (conform het ondersteuningsplan 2017-2021), maar dat ook wordt aangesloten op de presentatie op hoofdlijnen zoals die verplicht is in de jaarrekening (conform voorschriften ‘Richtlijnen Jaarverslaggeving Onderwijs’).

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

Pagina 68

2. Uitgangspunten begroting Beleidsrijk begroten Het ondersteuningsplan 2017-2021 is gericht op het samen met de basisscholen, de scholen voor speciaal (basis)onderwijs en de besturen realiseren van passend primair onderwijs in de regio Haaglanden. Het realiseren van de basisondersteuning in alle scholen, het bieden van arrangementen aan kinderen met een extra ondersteuningsvraag, het aanbod in de scholen voor S(B)O en het blijven bieden van ondersteuning en advies vanuit de bureauorganisatie, zijn belangrijke uitgangspunten. De beleidsdoelen uit het ondersteuningsplan 2017-2021 zijn leidend geweest bij het opstellen van het jaarplan en als uitvloeisel daarvan de begroting. Hierin zijn de programma’s opgenomen die corresponderen met de programma’s en doelen uit het ondersteuningsplan. Op 1 augustus 2021 start een nieuwe planperiode met het ondersteuningsplan 2021-2025. Op basis van de vastgestelde hoofdlijnennotitie zijn de strategische doelen vertaald naar de laatste vijf maanden van 2021 en de jaren daarna. De koers blijft op hoofdlijnen dezelfde. Wijzigingen vinden we in een ophoging van het arrangementenbudget, de inzet op ontwikkelingen rond S(B)O richting inclusiever onderwijs en het versterken van de projecten.

Budgetteringssystematiek In de begroting is voor een aantal posten, die onderdeel vormen van de faciliteringsregeling 2020-2021, geen taakstellend budget opgenomen. De begrote posten bevatten dan ook indicatieve bedragen. Dit impliceert dat overschrijding van genoemde posten wordt gemonitord, maar niet wordt bijgestuurd, gedurende het begrotingsjaar. Het gaat hierbij om afdracht DUO, de wettelijke groeibekostiging, de doorbetaling basisondersteuning, de doorbetaling advisering S(B)O , de arrangementen en de JoKi- regeling S(B)O. Het budgetbeslag bedraagt € 32,4 miljoen en de begroting is daarmee voor 83 % indicatief en niet taakstellend. Het effect op het bedrijfsresultaat is hierdoor niet goed beheersbaar. In de faciliteitenregeling is het flexbudget geïntroduceerd als een instrument om enerzijds te sturen op de groei van het S(B)O en anderzijds grote fluctuaties in het bedrijfsresultaat te dempen. Voor de werking hiervan wordt verwezen naar de genoemde faciliteringsregeling. Overschrijdingen en onderschrijdingen die niet via het flexbudget kunnen worden gecompenseerd, worden verrekend met het eigen vermogen.

Indexatie rijksbekostiging 2021-2025 In de afgelopen jaren heeft de indexering van de rijksbekostiging geleid tot een grote positieve bijstellingen van het resultaat en vervolgens tot extra doorbetalingen aan de schoolbesturen. In tegenstelling tot voorgaande jaren wordt voorgesteld om het effect van deze positieve bijstellingen te ondervangen door in de meerjarenbegroting een indexatie toe te passen van 2,5 % per jaar voor de gehele planperiode De hoogte van de indexatie is gebaseerd op de indexatie in 2019 (2,75%) en 2020 (4,4%) en gaat uit van de verwachting dat er geen extra hoge indexatie als gevolg van een aangepaste CAO in 2021 zal plaatsvinden. De hoogte van de indexering is een schatting. Indien deze in enig jaar lager uitvalt zal er tussentijds moeten worden bijgestuurd op de uitgaven of moet het weerstandsvermogen worden aangesproken. De indexatie betreft de personele bekostiging en is doorgevoerd bij de rijksbekostiging, de afdracht door DUO en de loongerelateerde kosten van programma 2 en 9 van het ondersteuningsplan. De indexatie van 2,5% wordt in programma 1 (basisondersteuning) niet integraal meegenomen omdat een volledige doorbetaling de meerjarenbegroting te zwaar belast.

Hierdoor ontstaat het gevaar dat het eigen vermogen onder de kritische grens van € 1,0 miljoen komt (het minimale vermogen op basis van de risico analyse.) Bij programma 1 is uit de indexering voor alle jaren een extra bijdrage begroot van € 150.000.

Afbouw eigen vermogen Het doelvermogen van het eigen vermogen is op basis van de risicoanalyse vastgesteld op minimaal € 1,0 miljoen. Het eigen vermogen bedraagt per ultimo 2019 2,56 miljoen. In de afgelopen jaren is door extra investeringen gestuurd op het terugbrengen van het eigen vermogen naar 5% van de bruto baten. De minister heeft inmiddels aangegeven dat het eigen vermogen van samenwerkingsverbanden zo snel mogelijk verlaagd moet worden naar de norm van 3,5% van de bruto baten. In de voorliggende begroting wordt dit doel in 2022

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

Pagina 69

bereikt. Met name door een incidentele uitgave van € 0,9 miljoen, voor de eenmalige compensatie van de ontoereikende bekostiging van cluster-4-leerlingen.

Leerlingaantallen De leerlingenaantallen zijn enerzijds van belang voor de baten van het samenwerkingsverband en anderzijds voor de doorbetalingen aan het SBO en SO die op basis van afgegeven toelaatbaarheidsverklaringen plaatsvinden. De voorlopige leerlingaantallen per 1 oktober 2020 bevatten twee opvallende gegevens. Een afname van het aantal BAO-leerlingen ten opzichte van 2019 met 557 leerlingen en een stijging van het aantal SO-leerlingen van 68 leerlingen. Zie onderstaand overzicht. 2020 4

2019

mutatie

BAO

56.630

56.073

-557

SBO

1.674

1.676

2

SO

939

1.007

68

De oorzaak is vermoedelijk de tijdelijke verhuizing van kinderen van arbeidsmigranten naar hun geboorteland vanwege de Corona-crisis. Onduidelijk is of dit een tijdelijke verhuizing is en wanneer ze eventueel zouden terugkeren. In de voorliggende begroting wordt ervan uitgegaan dat de leerlingen niet terugkeren gedurende de planperiode. We noemen dat het ‘worst case-scenario’. De daling van de BAO-leerlingen leidt tot een structurele verlaging van de bekostiging van ongeveer € 0,4 miljoen. De verhoging van het aantal SO-leerlingen leidt tot een structureel hogere afdracht van ongeveer € 0,9 miljoen. Tezamen betekent dit een structureel negatief effect op de meerjarenbegroting van € 1,3 miljoen per jaar. In de begroting wordt er van uitgegaan dat de terugloop in leerlingaantal BAO per 1 oktober 2020 zich niet zal herstellen. Op basis van de leerlingprognoses van de gemeenten en de realisatie in de afgelopen jaren wordt de volgende groei van leerlingaantallen meegenomen in de begroting:  In het BAO in de jaren 2021 en verder een toename met 0,5% per jaar;  In het SBO in de jaren 2021 en verder een toename met 1,0% per jaar;  In het SO in de jaren 2021 en verder een toename met 1,0% per jaar. In de berekening van de wettelijke groeibekostiging S(B)O wordt uitgegaan van de te bekostigen groei van het leerlingaantal.

Hierbij worden alleen de scholen met groeicijfers in de berekening meegenomen, maar niet de scholen met afnemende leerlingaantallen. Dit gegeven is vooraf niet te voorspellen. In de voorliggende begroting is daarom rekening gehouden met een aanname van de te bekostigen groei. Wat hierbij niet wordt meegenomen zijn eventuele knelpunten qua aanbod van passend onderwijs.

4

Ontleend aan voorlopige cijfers van DUO oktober 2020

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

Pagina 70

Leerlingen op teldatum bao sbo

1-10-2020 56.073 1.676

1-10-2021 56.213 1.701

1-10-2022 56.354 1.726

1-10-2023 56.495 1.751

1-10-2024 56.636 1.776

1-10-2025 56.778 1.801

totaal leerlingen bao en sbo (2% deelname)

58.304 1.166

57.914 1.158

58.080 1.162

58.246 1.165

58.412 1.168

58.579 1.172

Woonachtig in gebied swv bao sbo

56.630 1.674

56.213 1.701

56.354 1.726

56.495 1.751

56.636 1.776

56.778 1.801

1-10-2020

1-10-2021

1-10-2022

1-10-2023

1-10-2024

1-10-2025

1.007

1.020

1.032

1.045

1.057

1.057

1-2-2021 1.724 50

1-2-2022 1.751 50

1-2-2023 1.776 50

1-2-2024 1.801 50

1-2-2025 1.826 50

1-2-2026 1826 25

50

50

50

50

50

50

so lln op teldatum so lln jonger dan 8 jaar Totaal so

Peildatum 1-2 Groei sbo aantal sbo leerlingen op peildatum groei aantal leerlingen

Totaal groei so

Alternatieve scenario’s Indien de kinderen van arbeidsmigranten wel zouden terugkeren per 1 oktober 2021 of 1 oktober 2022 levert dat extra financiële beleidsruimte op. Vanwege de t-1 systematiek werkt het herstel van het aantal BAO-leerlingen vertraagd door. Zie onderstaand overzicht. Scenario BAO leerlingen herstel na 1 jaar in 2021 BAO leerlingen herstel na 2 jaar in 2022

2021 €0

2022 € 188.000

2023 € 433.000

2024 € 445.000

2025 € 459.000

€0

€0

€ 145.000

€ 331.000

€ 342.000

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

Pagina 71

3. Begroting totaal De totale begroting van SPPOH voor de jaren 2021 tot en met 2025 ziet er, uitgesplitst naar programma’s en in aansluiting op de interne inrichting, als volgt uit: MEERJARENBEGROTING KALENDERJAAR

filter jaren van:

tot:

Versie 8.0 Baten lichte ondersteuning zware ondersteuning verevening zware ondersteuning regeling schoolmaatschappelijk werk overige baten

goedgekeurde begroting 2020 # 10.582.000 # 23.404.000 -946.000 # 789.000 # 780.000

2021 11.261.000 # 24.980.000 0 816.000 # 1.076.000

2022 11.491.000 # 25.526.000

2023 11.808.000 # 26.104.000

2024 12.133.000 # 26.833.000

2025 12.468.000 # 27.582.000

816.000 # 866.000

816.000 # 405.000

816.000 # 405.000

816.000 # 405.000

38.133.000

38.699.000

39.133.000

40.187.000

41.271.000

goedgekeurde begroting 2020 afdracht so, teldatum, (via DUO) 12.383.000 afdracht so, peildatum, (tussentijdse groei so), ondersteuningsbekostiging # 633.000 # afdracht so, peildatum, (tussentijdse groei so), basisbekostiging # 248.000 # overdrachtsverplichting aan sbo # 3.051.000 # totaal afdrachten 16.315.000

2021 14.299.000 666.000 # 273.000 # 3.149.000 # 18.387.000

2022 15.234.000 662.000 # 280.000 # 3.439.000 # 19.615.000

2023 15.802.000 679.000 # 287.000 # 3.693.000 # 20.461.000

2024 16.385.000 696.000 # 295.000 # 3.911.000 # 21.287.000

2025 16.991.000 713.000 # 302.000 # 4.142.000 # 22.148.000

Programma 1 Basisondersteuning Zichtbaar Programma 2 Adviseurs Passend OnderwijsZichtbaar Programma 3 Schoolmaatschappelijk WerkZichtbaar Programma 4 Samenwerking StakeholdersZichtbaar Programma 5 Arrangementen Zichtbaar Programma 6 SBO en SO Zichtbaar Programma 7 Monitoring en Verantwoording Zichtbaar Programma 8 Projecten Zichtbaar Programma 9 Bureauorganisatie Zichtbaar totaal programma's

# # # # # # # # # #

8.682.000 # 1.708.000 # 874.000 # 157.000 # 3.110.000 # 1.646.000 # 155.000 # 1.441.000 # 1.182.000 # 18.955.000 #

8.126.000 # 1.750.000 # 924.000 # 172.000 # 3.288.000 # 2.632.000 # 155.000 # 1.985.000 # 1.430.000 # 20.462.000 #

8.086.000 # 1.791.000 # 924.000 # 157.000 # 3.288.000 # 1.893.000 # 155.000 # 1.715.000 # 1.356.000 # 19.365.000 #

8.105.000 # 1.833.000 # 924.000 # 157.000 # 3.288.000 # 1.943.000 # 155.000 # 1.005.000 # 1.382.000 # 18.792.000 #

8.124.000 # 1.877.000 # 924.000 # 157.000 # 3.288.000 # 1.943.000 # 155.000 # 955.000 # 1.409.000 # 18.832.000 #

8.143.000 # 1.921.000 # 924.000 # 157.000 # 3.288.000 # 1.943.000 # 155.000 # 955.000 # 1.437.000 # 18.923.000 #

Totale lasten

#

35.270.000 #

38.849.000 #

38.980.000 #

39.253.000 #

40.119.000 #

41.071.000 #

-661.000

-716.000

-281.000

-120.000

68.000

200.000

Totale baten

Resultaat

34.609.000

Meerjarenbeeld exploitatie De trend in de ontwikkeling van baten, afdrachten en kosten ondersteuningsplan worden in de grafiek op de volgende pagina weergegeven. De rijksbekostiging vertoont een stijgende trend evenals de verplichte afdrachten voor SO en SBO. Dit komt door de groei van het leerlingaantal in het S(B)O. De wettelijke afdrachten worden ingehouden op de totale rijksbekostiging. Dit heeft tot effect dat het budget voor het ondersteuningsplan tot en met 2023 afneemt met € 1,7 miljoen en daarna licht stijgt met € 0,1 miljoen maar in 2025 het startniveau van 2021nog niet heeft bereikt. Met andere woorden: na de verrekening van de S(B)O-afdrachten resteren er minder middelen die we zelf kunnen bestemmen.

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

Pagina 72

Op basis van de prognose van de leerlingaantallen en de opgenomen indexatie, is de verwachting dat de totale rijksbijdrage na 2021 jaarlijks stijgt. De daling van het aantal BAO-leerlingen per 1 oktober 2020 zorgt voor een vertraging in de toename van de rijksbekostiging In 2021 is de landelijke verevening zware ondersteuning afgebouwd. In 2021 beschikt het samenwerkingsverband over de volledige omvang van de middelen. De afdracht neemt structureel toe door de sterke stijging van het aantal SO-leerlingen per 1 oktober 2020. De daling van het aantal BAO-leerlingen verhoogt rekenkundig het deelnamepercentage SBO dat al hoger lag dan 2%. Het deelname-percentage bedraagt nu 2,9%. Hierdoor neemt ook de afdracht SBO toe. Zie onderstaand overzicht. Mutatie S(B)O bekostiging Mutatie Rijksbekostiging Mutatie afdracth SO Mutatie afdracth SBO Effect budget ondersteuningsplan

€ € € €

2021 3.228.000 -1.974.000 -98.000 1.156.000

€ € € €

2022 776.000 -938.000 -290.000 -452.000

€ € € €

2023 895.000 -592.000 -254.000 49.000

€ € € €

2024 1.054.000 -608.000 -218.000 228.000

€ € € €

2025 1.084.000 -630.000 -231.000 223.000

Het beleid is erop gericht om door versterking van het pedagogisch-didactisch klimaat op de basisscholen meer dan nu te kunnen voldoen aan de extra ondersteuningsbehoeften van leerlingen die daarvoor nu nog zijn aangewezen op speciale lesplekken. Indien dit niet haalbaar blijkt, zal er nagedacht moeten worden over de inzet van minder beschikbare financiële middelen. Een eventuele aanpassing van het (financiële) beleid zal in het nieuwe ondersteuningsplan voor 2021-2025 gestalte moeten krijgen.

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

Pagina 73

4. Vermogenspositie De meerjarenexploitatie 2021- 2025 heeft het volgende effect op de ontwikkeling van het eigen vermogen van het samenwerkingsverband. Mutatie eigen Vermogen Beginsaldo Eigen Vermogen Mutatie resultaat Toevoeging Flexbudget Besteding Flexbudget Eindsaldo Eigen Vermogen Doelstelling weerstandsvermogen 3,5% Toets omvang Eigen Vermogen

2021 2.193.000 -716.000 500.000 -500.000 1.477.000 1.335.000 142.000

2022 1.477.000 -281.000 500.000 -500.000 1.196.000 1.354.000 -158.000

2023 1.196.000 -120.000 500.000 -500.000 1.076.000 1.370.000 -294.000

2024 1.076.000 68.000 500.000 -500.000 1.144.000 1.407.000 -263.000

2025 1.144.000 200.000 500.000 -500.000 1.344.000 1.444.000 -100.000

Voor 2020 wordt uitgegaan van het geprognosticeerde resultaat van verslagperiode januari t/m oktober 2020. De ontwikkeling van het weerstandsvermogen in de meerjarenbegroting voldoet aan de beoogde doelstelling op lange termijn. De beoogde afbouw naar de maximale omvang van het eigen vermogen wordt in 2022 gerealiseerd. Uit bovenstaand overzicht blijkt dat het eigen vermogen het eerste jaar van de planperiode hoger is dan de wettelijke norm. Dit houdt in dat in dat jaar een bestedingsplan zal moeten worden gemaakt waaruit de afname van het eigen vermogen wordt gerealiseerd. De meerjarenbegroting volstaat als bestedingsplan. Meerjarenbalans De maximale omvang van de algemene reserve is door de rijksoverheid vastgesteld op 3,5 % van de bruto baten, dat is ongeveer 1,4 miljoen. De minimum waarde bedraagt € 250.000. Uit een in 2018 opgestelde risicoanalyse blijkt dat voor afdekking van bedrijfsrisico’s € 1,0 miljoen volstaat. Balans Materiële vaste activa Vorderingen Liquide middelen Totaal Activa

€ € € €

2021 117.000 322.000 2.445.000 2.884.000

€ € € €

2022 117.000 322.000 2.164.000 2.603.000

€ € € €

2023 117.000 322.000 2.044.000 2.483.000

€ € € €

2024 117.000 322.000 2.112.000 2.551.000

€ € € €

2025 117.000 322.000 2.312.000 2.751.000

Eigen Vermogen Voorzieningen Kortlopende schulden Totaal passiva

€ € € €

1.477.000 74.000 1.333.000 2.884.000

€ € € €

1.196.000 74.000 1.333.000 2.603.000

€ € € €

1.076.000 74.000 1.333.000 2.483.000

€ € € €

1.144.000 74.000 1.333.000 2.551.000

€ € € €

1.344.000 74.000 1.333.000 2.751.000

Verwacht wordt dat de vlottende activa, die bestaat uit liquiditeiten en de vorderingen, ruim voldoende is voor het voldoen van de kortlopende schulden op enig moment.

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

Pagina 74

5. Toelichting exploitatie SPPOH Toelichting op de baten De baten bestaan uit vier hoofdcategorieën:  Rijksbijdragen: de prognose voor de rijksbijdragen is uitgesplitst naar lichte en zware ondersteuning en een aanvullende subsidie voor schoolmaatschappelijk werk. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten: o De rijksbijdragen zijn gebaseerd op de leerlingaantallen (en de leerlinggewichten) per 1 oktober 2018, respectievelijk per 1 oktober 2019; o De rijksbijdragen zijn berekend op basis van de tarieven zoals door OCW per oktober 2020 gepubliceerd voor het schooljaar 2020-2021. De tweede publicatie personele bekostiging en de 2021 materiële bekostiging is nog niet bekend; o De rijksbekostiging voor 2021 en daarna zijn geïndexeerd met jaarlijks 2%; o De verevening zware ondersteuning is afgerond en heeft geen invloed meer op de bekostiging .  Grensverkeer SBO5: hiervoor factureren wij aan andere samenwerkingsverbanden en vice versa. Verwacht wordt dat hier geen resultaat uit wordt behaald.  De overige baten betreffen: de gemeentelijke subsidie inzake de jeugdhulparrangementen JOA en een subsidie t.b.v. ondersteuning passend onderwijs (voorheen HCO). Toelichting op de wettelijk verplichte afdrachten aan SO en SBO Het totaal van de wettelijk verplichte afdrachten aan SO en SBO bestaat uit de volgende onderdelen: 

De rechtstreekse afdracht door DUO aan de SO-scholen worden niet door SPPOH ontvangen, maar worden op voorhand op de bekostiging in mindering gebracht, gebaseerd op de leerlingentellingen per 1 oktober. De wettelijke groeibekostiging SO wordt betaald aan de aangesloten SO–scholen op basis van groei per peildatum 1 februari. Het gaat daarbij om uitvoering van de wettelijke groeiregeling voor de toename van het aantal TLV’s. Bij de berekening van dit bedrag is uitgegaan van een bekostigde groei van 50 leerlingen per jaar op de teldatum 1 februari. Doorbetalingen SBO-scholen conform de wettelijke regeling: o het aantal SBO-leerlingen dat SPPOH per 1 oktober meer heeft dan 2% van de totale populatie, de SBO–scholen worden voor die 2% rechtstreeks door DUO bekostigd, SPPOH telt op 1 oktober 2020 2,85% (2018:2,83%) SBO-leerlingen; o de te bekostigen groei van het aantal leerlingen op de SBO-scholen tussen 1 oktober en de daarop volgende peildatum van 1 februari wordt geschat op 50.

Alle bedragen zijn gebaseerd op de meest recent bekende bekostigingsbedragen zoals door DUO gepubliceerd in oktober 2020. Er is een indexatie toegepast van 2,5% per jaar gelijk aan de indexatie van de rijksbekostiging.

Toelichting op de lasten per programma Voor de jaren 2021 t/m 2025 is het beleidskader uit het huidige ondersteuningsplan als uitgangspunt genomen. Op 1 augustus 2021 vangt een nieuwe ondersteuningsplanperiode van vier jaar aan en zijn wijzigingen in beleid en uitgaven te verwachten. Om de leesbaarheid te vergroten is de indeling in programma’s aangehouden conform het ondersteuningsplan 2017-2021. Vanaf 1 augustus 2021 is de indeling in het ondersteuningsplan via zes thema’s vormgegeven. Programma 1 – Basisondersteuning en lichte interventies

5

De regeling voor grensverkeer houdt in dat een samenwerkingsverband voor een basisschoolleerling die naar een SBO gaat die behoort tot een ander samenwerkingsverband, daarvoor ook bekostiging overdraagt aan dat andere samenwerkingsverband voor de betreffende SBO.

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

Pagina 75

Dit programma omvat het budget voor de scholen om basisondersteuning te realiseren én lichte interventies te organiseren. De doorbetaling van de basisondersteuning bestaat uit een vast bedrag per school en een bedrag per leerling. De hoogte van de bedragen wordt vastgesteld in de faciliteringsregeling die per schooljaar wordt vastgesteld. Voor de planperiode wordt uitgegaan van de tarieven van de actuele faciliteringsregeling 2020-2021.  De vaste voet per school bedraagt € 8.500  Het tarief per leerling bedraagt € 106,00 In het ondersteuningsplan is opgenomen dat nog nader onderzoek zal plaatsvinden naar differentiatie in de middelen voor basisondersteuning en lichte interventies op basis van behoefte. In programma 1 is tevens op basis van de vastgestelde faciliteringsregeling 2020-2021 de dotatie voor het flexbudget voor schooljaar 2021-2022 ad € 500.000 opgenomen. Voorlopig wordt uitgegaan van een onttrekking van het flexbudget van dezelfde orde, zodat de mutatie per saldo nul is. Het flexbudget is hiermee onderdeel geworden van de basisondersteuning. Tevens is voorzien in een structurele ophoging van de basisondersteuning gerelateerd aan de indexatie van de rijksbekostiging van 2,5%. Zie onderstaand overzicht: Bijdragen aan scholen

2021

Basisondersteuning

7.976.000

Onttrekking Flexbudget

-/ -500.000

Indexatie 2,5 %

150.000

Dotatie Flexbudget

500.000

Totaal

8.126.000

Programma 2 – Adviseurs passend onderwijs Binnen dit programma zijn de (loon)kosten van de adviseurs passend onderwijs opgenomen en deze zijn begroot op een totaalbedrag van € 1,6 miljoen (2020: € 1,7 miljoen) De formatie is onveranderd ten opzichte van 2020. De gemiddelde structurele bezetting voor adviseurs bedraagt 17,01 (2020: 18,01) fte. De gemiddelde loonkosten bedragen ca. € 89.000 (2020: € 89.000) per fte. Voor 2021 is een loonstijging van 2,5 % verwerkt in de personele lasten. Deze is gelijk aan de nominale stijging. In het bedrag is ook een budget opgenomen voor inhuur van adviseurs van HCO om pieken in de werkbelasting op te kunnen vangen. Programma 3 – Schoolmaatschappelijk werk Dit programma omvat de kosten van de bijdrage aan schoolmaatschappelijk werk op de scholen in Den Haag en Rijswijk voor een totaalbedrag van € 924.000. Hierin is een extra inkoop van SMW-uren opgenomen van € 50.000. Dit is aanvullend op het budget dat door de gemeenten rechtstreeks aan de uitvoerder beschikbaar wordt gesteld. Gemeente Leidschendam – Voorburg verzorgt het schoolmaatschappelijk werk zelf. Voor de uitvoering van schoolmaatschappelijk werk worden rijks- en gemeentelijke baten ontvangen.

Per saldo worden in 2021 structureel meer middelen voor schoolmaatschappelijk werk ingezet dan aan rijks- en gemeentelijke baten wordt ontvangen, vooral door de daling van het aantal gewichtenleerlingen en het feit dat de gemeenten in principe de uitvoering van het schoolmaatschappelijk werk op de SO– en SBO–scholen niet bekostigen. In het ondersteuningsplan is geagendeerd dat:  gemeenten bij toename van het aantal leerlingen ook het budget voor SMW+ zouden moeten laten stijgen (en omgekeerd);  budgetten geoormerkt voor dit programma door toenemende problematiek ontoereikend raken. Programma 4 – Samenwerking In dit programma zijn de kosten opgenomen:  voor professionalisering en deskundigheidsbevordering van de medewerkers van de scholen met betrekking tot passend onderwijs ad € 25.000,  programma onderwijs-jeugdhulp ad € 30.000,  de kosten BOVO ad € 62.000,  samenwerking G4 en passend onderwijs ad € 12.000,

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

Pagina 76

 

de kosten voor de website van SPPOH ad €35.000 en SWV op de kaart ad € 8.000

De kosten van de website worden onder dit programma opgevoerd omdat deze een vitaal onderdeel vormen van de samenwerking en kennisdeling met scholen en ouders. Vanwege de inrichtingskosten voor een ouderportaal is het budget voor 2021 eenmalig verhoogd met € 15.000. In het dagelijks bestuur is besloten dat de jaarlijkse BOVO-bijdrage tot en met 2025 € 62.000 zal bedragen. In 2025 wordt besloten wat de bijdrage na 2025 zal bedragen. Programma 5 – Arrangementen Dit programma omvat hoofdzakelijk de bestedingen die samenhangen met door de scholen aangevraagde onderwijsarrangementen die op de scholen worden uitgevoerd. Het vergroot de mogelijkheden tot onderwijsondersteuning en geeft invulling aan het beleid dat kinderen in principe passend onderwijs op de basisschool krijgen. Het budget voor arrangementen is structureel verhoogd met € 100.000. De jaarlijkse evaluatie van de uitvoering van het ondersteuningsplan wordt gemonitord met het oog op de gewenste verhouding in de inzet van middelen voor programma 1 (basisondersteuning en lichte interventies) en programma 5 (arrangementen). Naast de arrangementen is een structureel bedrag van ca. € 40.000 uitgetrokken voor SOVA–trainingen en voor de verschillende steunpunten € 148.000.

Programma 6 – SBO/SO In dit programma wordt de interne groeibekostiging, de JoKi-regelingen, de advisering SBO, de ambulante begeleiding en het SBO-in-BAO-beleid gebudgetteerd. Het budget voor de groeibekostiging SO en SBO betreft een raming van de nieuwe werkwijze zoals vastgesteld in de faciliteringsregeling 2020-2021. Faciliteit

2021

2020

Groeibekostiging SO

175.000

175.000

Groeibekostiging SBO

25.000

25.000

JoKi-regeling SBO

300.000

300.000

JoKi-regeling SO

100.000

153.000

Advisering SBO

805.000

805.000

Ambulante begeleiding SO/SBO

125.000

94.000

SBO in BAO

94.000

94.000

SBO in BAO (Nisbo)

22.000

Compensatie cluster 4

855.000

Totaal

2.632.000

1.646.000

Op basis van het onderzoek van Infinite naar de grote tekorten bij besturen die cluster-4-onderwijs (laag) uitvoeren, is een eenmalig bedrag voor de compensatie van onvoldoende bekostiging voor cluster-4-leerlingen opgenomen. Hiermee worden de betreffende besturen voor een deel gecompenseerd voor de jarenlange tekorten. Met het eenmalige karakter wordt de opdracht aan de besturen onderstreept om het onderwijs binnen de rijksbekostiging te realiseren. Het bestuur verlaagt hiermee het boventallig vermogen van SPPOH. Daarnaast is er budget opgenomen voor de bekostiging van SBO-groepen bij het Nisbo, gedurende de laatste 5 maanden. De jaarlijkse kosten hiervan bedragen structureel € 63.000. Tot 1 augustus 2021 wordt deze groep vanuit het projectenbudget gefinancierd.. Op dit moment zien we een beperkte groei van het leerlingaantal in het SBO en een wat sterkere groei in het SO. Programma 7 – Monitoring Dit programma omvat een bedrag van € 60.000 voor de licentiekosten, helpdesk en doorontwikkeling van de applicatie ‘Onderwijs Transparant’ (OT). Daarnaast is € 95.000 begroot voor onderzoek en advisering gerelateerd aan het jaarplan 2021.

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

Pagina 77

Programma 8 – Projecten Voor het programma 8 is in de begroting 2021 totaal € 1.510.000 gereserveerd, waarbij de volgende concrete projecten zijn opgenomen (incl. bijbehorend budget): Projecten Projecten HEA-projecten (gesubsidieerd) Hoogbegaafdheid (gesubsidieerd) Totaal

2021 700.000 405.000 880.000 1.985.000

2020 732.000 169.000 540.000 1.441.000

De projecten worden gefinancierd uit de eigen begroting. De HEA-projecten worden gesubsidieerd door de gemeente Den Haag. Het project ‘Hoogbegaafdheid’ wordt grotendeels gefinancierd door de OCW-subsidie en de door de subsidiegever vereiste aanvullende bijdragen van deelnemende scholen en SPPOH. Dit project loopt af in 2022. Het budget voor projecten neemt gedurende de planperiode af tot € 550.000 in 2025 om de lasten van het ondersteuningsplan te verlagen en zodoende het eigen vermogen op peil te houden. Programma 9 – Bureauorganisatie en communicatie Dit programma betreft het bestuurlijk en organisatorisch functioneren van SPPOH, inclusief de huisvestingslasten en de kosten van de OPR en de Medezeggenschapsraad Personeel (MRp). . Personele lasten Voor de personele lasten is € 1.005.000 ( 2020: € 855.000.000) opgenomen. In dit bedrag is een budget voor de directiewisseling opgenomen van € 100.000, het betreft een bedrag voor werving en selectie en dubbele loonkosten gedurende de overdrachtsfase van de oude naar de nieuwe directeur. De bezetting is per 1 augustus 2021 uitgebreid met 0,7 fte beleidsmedewerker om de nieuwe beleidsvoornemens uit het ondersteuningsplan te kunnen voorbereiden en de realisatie in de scholen te ondersteunen.

Ook is een stafmedewerker voor 0,5 fte opgenomen vanwege toename van de werkzaamheden rond het beheer van de applicatie 1loketPO en AVGcompliancy. Verwacht wordt dat de langdurige zieke medewerker zal re-integreren. Het verzuim percentage bedraagt tot en met oktober 2020 5,95 % waarvan langdurig verzuim 5,68 %. De formatie bestaat structureel gemiddeld uit 10,7 (2020: 9,6 fte) (loonkosten gemiddeld ca. € 85.000 (2020: 87.000)) per fte. Voor 2021 is een loonstijging van 2,5 % verwerkt in de personele lasten. Deze nominale stijging is gelijk aan de index voor de rijksbekostiging. Overzicht bezetting SPPOH Formatie Adviseurs Ortopedagogen Overig Totaal

17,01 3,30 7,40 27,71

17,01 3,30 7,40 27,71

17,01 3,30 7,40 27,71

17,01 3,30 7,40 27,71

17,01 3,30 7,40 27,71

Huisvesting Voor de huisvesting is een bedrag van € 67.000 opgenomen. Dit betreft een schatting met een marge voor de definitieve nacalculatie over 2020 . Afschrijving De afschrijvingen bedragen € 16.000 (2020:€ 24.000) per jaar. In de afschrijvingen is rekening gehouden met investeringen op basis van de risico-inventarisatie en -evaluatie, met name gericht op verbetering van de functionaliteit van de werkplekken. Overige lasten Voor de overige lasten is voor 2021 een bedrag van € 217.000 (2020: € 231.000) gereserveerd.

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

Pagina 78

Het budget is o.a. bestemd voor de kantoorautomatisering, bedrijfsvoering software, juridische kosten, verzekering, de structurele telefoon- en kantoorkosten en de inhuur van derden. Voor de inhuur van derden is een budget van € 44.000 ( 2020: 60.000) opgenomen. Dit betreft de externe controller en salarisadministratie van AS/works, doorontwikkeling bedrijfsprocessen met behulp van AFAS en ondersteuning AVG door Privacy Company. 6. RJO-model De begroting wordt voor de verantwoording aan OCW geplaatst in het zogenaamde RJO-model. In dat model zijn nadere voorschriften opgenomen inzake de vormgeving van de begroting zodat deze overeenkomt met de voorschriften voor de jaarverslaglegging.

Staat van baten en lasten volgens RJO

filter jaren van:

tot:

Versie 8.0

Rijksbaten Rijksbaten

2021 37.057.000

2022 37.833.000

2023 38.728.000

2024 39.782.000

2025 40.866.000

Overige baten Overige overheidsbijdragen en subsidies Overige baten Totaal baten

1.076.000 0 38.133.000

866.000 0 38.699.000

405.000 0 39.133.000

405.000 0 40.187.000

405.000 0 41.271.000

Totaal lasten

2021 2.882.000 16.000 67.000 1.595.000 34.289.000 14.299.000 14.299.000 4.088.000 939.000 3.149.000 15.902.000 38.849.000 38.849.000

2022 2.849.000 16.000 67.000 1.580.000 34.468.000 15.234.000 15.234.000 4.381.000 942.000 3.439.000 14.853.000 38.980.000 38.980.000

2023 2.811.000 16.000 67.000 1.557.000 34.802.000 15.802.000 15.802.000 4.659.000 966.000 3.693.000 14.341.000 39.253.000 39.253.000

2024 2.882.000 16.000 67.000 1.557.000 35.597.000 16.385.000 16.385.000 4.902.000 991.000 3.911.000 14.310.000 40.119.000 40.119.000

2025 2.954.000 16.000 67.000 1.557.000 36.477.000 16.991.000 16.991.000 5.157.000 1.015.000 4.142.000 14.329.000 41.071.000 41.071.000

Resultaat

-716.000

-281.000

-120.000

68.000

200.000

Lasten Personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige lasten Doorbetalingen aan schoolbesturen Verplichte afdrachten uit te voeren door ocw (v)so Doorbetaling op basis van 1 februari (v)so sbo Overige doorbetalingen aan schoolbesturen

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

Pagina 79

Bijlage 10 Jaarplan 2021-2022

JAARPLAN SPPOH 2021-2022 9 juni 2021

Regio Regionummer Contactpersoon Centraal postadres Postcode en plaats Telefoon E-mail Website

: Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Rijswijk : PO2815 : B. Klompmaker : Postbus 32341 : 2503 AA Den Haag : 070-3156349 : info@sppoh.nl : www.sppoh.nl

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

Pagina 80

Voorwoord Voor u ligt het jaarplan 2021-2022 Dit jaarplan heeft als kader het nieuw ondersteuningsplan 2021-2025 dat tot stand is gekomen in een brede vertegenwoordiging van stakeholders, waaronder besturen, leerkrachten, directeuren, ouders, intern-begeleiders, adviseurs passend onderwijs, gemeenten en ketenpartners. Door deze brede vertegenwoordiging is een strategisch beleidskader ontstaan, waarin vele zienswijzen en perspectieven zijn verbonden. Om tot een operationalisering van deze strategische doelen te komen, heeft het jaarplan de volgende opbouw en structuur.  Het beschrijven van het thema vormt als het ware een paraplu. Het is een perspectief met vele facetten en vormt hiermee de meest wenselijke ontwikkeling.  Meerjarig perspectief, hiermee wordt een ontwikkeling weergegeven, beschreven binnen de tijdspanne van het plan, 4 schooljaren, lopend vanaf het schooljaar 2021-2022 tot en met het schooljaar 2024-2025. Dit zijn dus de tussenstappen in het vormgeven van het perspectief op het thema.  Doelen, activiteiten en resultaten geven een perspectief op hoofdlijnen van het proces van uitvoeren. In de trimesters worden de resultaten weergegeven.

Deze zullen vervolgens in voortgangsrapportages worden gepubliceerd, zodat er rekenschap kan worden gegeven aan de stakeholders over de verbinding tussen strategisch, tactisch en operationele processen, de behaalde resultaten én de overwegingen en besluiten om af te wijken. Met deze structuur ontstaat een cultuur van geïnformeerd vertrouwen en kan rekenschap gegeven worden over de doorontwikkeling van het samenwerkingsverband in de periode 2021-2025. Vanuit het nationaal plan onderwijs (NPO) van de minister om achterstanden ten gevolge van de Coronamaatregelen terug te dringen middels het beschikbaar stellen van middelen, gaan scholen en hun besturen deze ondersteuning vormgeven en uitvoeren. Daar waar deze plannen de plannen of activiteiten van het samenwerkingsverband raken of beïnvloeden, zal afstemming nodig zijn en zullen we hierover informeren. Ten tijde van het schrijven van dit plan zijn hier nog geen concrete aanwijzingen voor. Bert Klompmaker, directeur.

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

Pagina 81

Thema 1: Basisondersteuning Elke reguliere school in Haaglanden is in staat om het overgrote deel van de leerlingen onderwijs te bieden dat past bij hun ontwikkeling. De school voldoet hiermee aan de basisondersteuning. Elke school draagt zorg voor een brede basisondersteuning die past bij hun leerlingpopulatie. Om dit te kunnen bereiken hebben de schoolbesturen met elkaar afgesproken wat elke school binnen het primair onderwijs in ieder geval biedt aan ondersteuning. De basisondersteuning van onze scholen bestaat uit:  De wettelijke verplichte onderdelen van de basisondersteuning  Basiskwaliteit  De ondersteuningsstructuur op school  Werken volgens de uitgangspunten van Handelings Gericht Werken  Preventieve en licht-curatieve interventies. Meerjarenperspectief:  2021-2022: In deze periode herijken en specificeren we de definitie van basisondersteuning in de regio Haaglanden in relatie tot het landelijk model. Het gaat hierbij om een helder beeld over ‘welke gereedschappen zitten in de gereedschapskist’, zodat scholen dit kunnen gebruiken in het passend maken van onderwijs. Na bestuurlijk akkoord op vorm en inhoud, zal dit geïmplementeerd worden bij alle scholen. Er wordt naar alle partijen en belanghebbende gecommuniceerd over deze ontwikkeling en de betekenis voor scholen en besturen.

Ondersteuning vanuit SMW, JGZ en Leerplicht gaat onderdeel uitmaken van de basisondersteuning.  2022-2023: Per werkgebied zal een evaluatie plaats vinden over de inhoud en bruikbaarheid van de basisondersteuning. Met deze evaluatie verbinden we de bruikbaarheid van de basisondersteuning in relatie tot wijk of werkgebied specifieke ondersteuningsbehoeften. Op basis van deze evaluatie zal de basisondersteuning per wijk of werkgebied specifiek aangepast kunnen worden.  2023-2024: Basisondersteuning sluit aan bij de vragen van een wijk of werkgebied. In nauwe samenwerking met de scholen zal worden gezocht naar het versterken van het eigenaarschap. Eigenaarschap in het bieden van het beste onderwijs in de wijk. In drie pilots zal worden geëxperimenteerd met het anders inzetten van de budgetten van individuele arrangementen. Hiermee ontstaat ruimte voor een andere inzet.  2024-2025: De schoolbesturen dragen zorg voor de kwaliteit en ontwikkeling van de basisondersteuning in de scholen in relatie tot de omliggende scholen in de wijk.

Doelen 2021 - 2022

Activiteiten op hoofdlijnen.

Vaststellen welke ‘gereedschappen’ er in de basisondersteuning zit, die voor alle scholen in Haaglanden beschikbaar en voorhanden is. (bv Adviseurs, scholing, netwerken IB, maatwerk financiering, arrangementen?)

Resultaat 2021- 2022

Beschrijven en vaststellen wat er in de basisondersteuning zit en de relatie  beschrijven van de basisondersteuning en het realiseren van Passend onderwijs door de scholen. Het inzichtelijk maken van school overstijgende vraagstukken die het onderwijs  in een wijk of werkgebied beïnvloeden. Door scholen te verbinden op dit soort lokale vraagstukken, zal effectiever worden samengewerkt tussen en met scholen. Specifieke ondersteuning in de vorm van procesbegeleiding, scholing of het toekennen van budgetten of middelen, helpen om effectief aan te sluiten op de lokale situati De context in we wijk wordt hiermee versterkt.

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

Pagina 82

1e trimester de inhoud en vorm van basisondersteuning is bestuurlijk vastgesteld, in de AB-vergadering van december 2021. 2e trimester de scholen weten wat er in de basisondersteuning zit en hoe dit gebruikt kan worden. De adviseurs dragen zorg voor de informatievoorziening aangaande deze nieuwe vorm. Eind april 2022 zijn alle scholen geïnformeerd. In de AB-vergadering van april worden de besturen geïnformeerd over het proces en de resultaten.

Ontwikkeling van de  keten van verantwoordelijkheid  binnen de school. Dit betekent hoe geven we binnen de school vorm en inhoud aan passend onderwijs. Hoe ziet daarin de keten leerkracht, kind, ouders, IB en directie eruit? Hoe werken ze samen en welke effecten heeft dit? Scholen van adviseurs in  juridische kaders binnen Passend onderwijs.

Adviseurs introduceren het begrip ‘keten van verantwoordelijk’ in relatie tot passend onderwijs. Adviseurs stemmen het wettelijk kader t.b.v. Basisondersteuning af met de scholen en brengen in kaart wat er is en wat nog niet.

Adviseurs volgen de scholing Juridische kaders van Passend onderwijs.

3e trimester adviseurs bespreken met de scholen de bruikbaarheid van de basisondersteuning in de nieuwe vorm en verkennen vraagstukken die in de wijk spelen en leggen verbinding tussen de scholen binnen de wijk. In de AB-vergadering van juni 2022 wordt een overzicht gepresenteerd van specifieke vraagstukken per wijk/werkgebied en worden scenario’s gepresenteerd  2e trimester alle scholen hebben zicht op de interne en externe keten van verantwoordelijkheid. In rapportage wordt zichtbaar gemaakt hoe scholen vorm hebben gegeven aan deze keten en waar nog ontwikkeling nodig is. In de AB vergadering van april 2022, wordt deze informatie gepresenteerd.

In het 1e trimester hebben alle adviseurs deze training met goed gevolg afgerond.

Aandachtspunten 2021 en verder:  De ontwikkeling van de basisondersteuning hoort in samenhang met wettelijke kaders, voorzieningenniveau en communicatie gewogen te worden. Deze verdere ontwikkeling, zal een de positionering van het SWV in relatie tot de besturen en scholen, verhelderen.

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

Pagina 83

Thema 2: Extra ondersteuning. Er is sprake van extra ondersteuning wanneer een leerling meer ondersteuning nodig heeft dan binnen de basisondersteuning van de school geboden kan worden. In ons samenwerkingsverband kennen wij verschillende vormen van extra ondersteuning, namelijk: de inzet van arrangementen op een basisschool, een verwijzing naar een school voor speciaal basisonderwijs of speciaal onderwijs (TLV) of het ontwikkelen van een project voor een grotere groep leerlingen. In het geval van extra ondersteuning hanteren we de volgende uitgangspunten:  Het kind en zijn/haar onderwijsbehoeften staan centraal (de ondersteuningsbehoeften van de leerkracht en ouders kunnen hierbij onderdeel zijn van het plan).  We werken handelingsgericht op alle scholen, waarbij er van overzicht, naar inzicht en uitzicht wordt gewerkt.  De basisschool heeft de regie en is verantwoordelijk voor het vormgeven van passend onderwijs en de inzet van extra ondersteuning, het samenwerkingsverband faciliteert.  Ouder(s)/verzorger(s), kind en professionals werken als partners samen bij het vormgeven van passende ondersteuning in een MDO. Meerjarenperspectief:  2021-2022: De effectiviteit van extra ondersteuning zal toenemen als er een sterke verbinding is tussen de ondersteuningsbehoefte van de leerling in relatie tot de klas.

Hiermee ontstaat een situatie waarin de ondersteuningsvraag altijd wordt gekoppeld aan de mogelijkheden én beperkingen van de leerling, de leerkracht, de ouders en de klas. De ontwikkeling van de ondersteuning van de leerling zal dan ook altijd in relatie met de ontwikkeling van de klas zijn. De expertise van het S(B)O wordt benut bij de ontwikkeling.  2022-2023: De context waarin de ondersteuningsvraag betekenis krijgt staat centraal, de samenwerking in de driehoek ouders-leerkracht-kind vormt het vetrekpunt. Op deze manier ontstaat een natuurlijke verbinding tussen de basisondersteuning, het SOP en de eventuele extra ondersteuning. Het aangeven van de grenzen van de maakbaarheid en uitvoerbaarheid alsmede de resultaten van ondersteuning in de klas of op school zal hierdoor duidelijker worden.  2023-2024: Per school zal inzichtelijk worden gemaakt of de basisondersteuning, zoals die op dat moment voor alle scholen beschikbaar is, voldoende variaties heeft in ondersteuningsmogelijkheden. Zo kunnen scholen aangeven of er behoefte is aan mogelijke aanpassingen in de basisondersteuning op het niveau van de wijk of het werkgebied. Met deze ontwikkeling sluit de basisondersteuning meer aan op de ondersteuningsbehoeften van scholen.  2024-2025: Afronding van de ingezette ontwikkelingen om het perspectief 2025 te bereiken. Evaluatie van de ontwikkeling en de behaalde resultaten.

De evaluatie vormt belangrijke informatie voor het nieuwe ondersteuningsplan. Doelen 2021 - 2022

Activiteiten 2021-2022 op hoofdlijnen

Resultaat 2021 - 2022

Alle adviseurs volgen de leergang ‘oplossingsgericht werken en positie kiezen in Passend onderwijs’. Hierdoor gaan de adviseurs meer ondersteunen op het proces van samenwerken in de driehoek ouder-leerkracht-kind.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12532263/1