CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS314516 Bijlage 2

Commissie Samenleving 13 april 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Brief van wethouder Onderwijs, Jeugd en Sport inzake Voortgangsbericht aanpak voortijdig schooluitval en thuiszitters39.480 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Indien nodig overige expertise zoals een psycholoog/orthopedagoog van een onderwijsbegeleidingsdienst of jeugdarts f. Twee personen die de rol van (wettelijk verplichte) onafhankelijk deskundige vervullen. Deze personen brengen formeel een advies uit aan het bestuur van het samenwerkingsverband (bij SPPOH heeft de directeur

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

Pagina 35

van het samenwerkingsverband het mandaat om een besluit te nemen en deze ontvangt het advies namens het bestuur). De route naar een toelaatbaarheidsverklaring: 1. De school evalueert met ouders en adviseur passend onderwijs de ingezette (extra) ondersteuning. 2. Zodra de basisschool aan ziet komen dat er mogelijk sprake zal zijn van plaatsing op het SBO of SO vraagt de school advies aan bij een SBO of SO. Een medewerker van de SBO- of SO-school kan meedenken in het formuleren van onderwijsbehoeften en meedenken welke setting (mogelijk) kan voldoen aan de onderwijsbehoeften van de leerling. 3. Als blijkt dat een plaats binnen het SBO of SO de best passende setting is voor een leerling, wordt de beoogde doelschool uitgenodigd in een MDO om aan te geven of zij kan voldoen aan de onderwijsbehoeften van de leerling en wat zij de leerling kan bieden. Als alle betrokkenen overeengekomen zijn dat deze school tegemoet kan komen aan wat de leerling nodig heeft, wordt een besluit genomen en wordt de TLV-aanvraag onderbouwd. 4. In het MDO wordt tevens de duur, en indien er sprake is van een SO-school, ook de bekostigingscategorie besproken. Ook wordt de beoogde startdatum besproken. 5. De onderliggende documenten (argumentatie om TLV aan te vragen) worden voor zover nodig verder in orde gemaakt.

In tabel 3 staat beschreven wat minimaal onderdeel is van het dossier bij de aanvraag van een toelaatbaarheidsverklaring. 6. De documenten die de TLV aanvraag onderbouwen, worden (via OT) ter inzage gegeven aan twee (onafhankelijke) deskundigen. 7. Als beide deskundigen positief adviseren en het dossier compleet is, kan de school de aanvraag op definitief zetten. Daarna doet de adviseur een procesmatige check (is het voorstel conform MDO). 8. De directeur van het samenwerkingsverband neemt op basis van het dossier officieel een besluit over de aanvraag van de TLV. 9. Zodra de toelaatbaarheidsverklaring is afgegeven door het samenwerkingsverband, kan de leerling starten op de SBO- of SO-school. Tabel 3 Benodigde documenten voor de aanvraag van een toelaatbaarheidsverklaring OPP of eigen document waarin minimaal beschreven staat:  Bevorderende en belemmerende factoren  De verwachte uitstroom met onderbouwing  De onderwijs- en ondersteuningsbehoeften van de leerling Ouders hebben instemmingsrecht op het handelingsdeel van het OPP, het OPP dient dus voorzien te zijn van een handtekening van de ouder(s)/verzorger(s).

De belangrijkste MDO-verslagen waarin in ieder geval duidelijk wordt in hoeverre de onderwijsbehoeften van de leerling de basisondersteuning, inclusief de inzet van extra ondersteuning, van de school overstijgen en dat er overeenstemming is met alle betrokkenen over het voorstel dat wordt ingediend bij het SWV. Ook wordt beschreven waarom de ontvangende doelschool wel tegemoet kan komen aan wat de leerling nodig heeft en een onderbouwing van de gevraagde duur en bekostigingscategorie. Er wordt aangeraden om het MDO-verslag te laten ondertekenen door betrokkenen (denk aan directie en ouder(s)/verzorger(s).

Twee deskundigenadviezen, waaronder een geschreven door een orthopedagoog van het samenwerkingsverband.

Omzetting van een TLV Als een leerling beschikt over een geldige TLV SBO vanuit een ander samenwerkingsverband of wanneer deze eerst bij een ander samenwerkingsverband moet worden aangevraagd, wordt de TLV bij SPPOH omgezet naar

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

Pagina 36

een TLV vanuit SPPOH. Hiervoor dient de geldige beschikking te worden toegevoegd in de bijlagen van OnderwijsTransparant, met in het logboek de opmerking dat het gaat om een omzetting. Categoriebepaling TLV SO Voor het bepalen van de hoogte van de toelaatbaarheidsverklaring (laag, midden, hoog) speciaal onderwijs (voormalig cluster 3 en 4) zijn de onderwijs- en ondersteuningsbehoeften van de leerling leidend. Bekostigingscategorie midden of hoog: In het geval van een intensiever aanbod binnen de school, waarbij vaak nog onduidelijk is wat dit aanbod en wat de intensiteit moet zijn, kan een bekostigingscategorie midden of hoog worden aangevraagd. Afhankelijk van de doelen en het plan van aanpak wordt afgewogen wat de precieze hoogte moet zijn. Arrangement op het SBO of SO: Wanneer een school specifieke expertise of ondersteuning wil inzetten voor een leerling, wordt een arrangement ingezet. *Naast bovengenoemde punten wordt ook de periode meegenomen in de overweging. Wanneer een bepaalde inzet voorwaardelijk is voor het volgen van onderwijs, voor een langere periode; of zelfs gedurende de gehele basisschoolperiode, is een bekostigingscategorie een logische keuze. Wanneer duidelijk is dat het gaat om een tijdelijke interventie (bijvoorbeeld van een of twee jaar of korter), is een arrangement de logische keuze.

Benodigde onderbouwing voor een categorie midden of hoog: We vragen van de scholen om concreet te beschrijven wat zij voor een leerling meer gaan doen dan het basisaanbod op de school. Dit geldt zowel voor een hogere bekostigingscategorie als een arrangement. Het plan bestaat uit (extra) doelen, welke extra ondersteuning wordt ingezet en een plan van aanpak (mogelijk met behulp van het landelijk doelgroepenmodel). Uitgangspunt is dat de bekostiging van toepassing is op alle vormen van onderwijs aan de leerling (en dus geen jeugdhulp of –zorg). In beide gevallen wordt de extra inzet vanuit een arrangement of bekostigingscategorie minimaal één keer per jaar, en bij voorkeur vaker, geëvalueerd (in een MDO) met de adviseur. Formele betrokkenheid twee deskundigen In ons samenwerkingsverband hebben we vastgesteld dat in ieder geval één van de orthopedagogen van het bureau van het samenwerkingsverband optreedt als onafhankelijk deskundige. Dit om de beoordeling van aanvragen op basis van het ondersteuningsplan te objectiveren en uniformeren vanuit een vaste groep deskundigen. De regie-voerende school (zorgplichtige school) beziet wie het beste als tweede onafhankelijke deskundige3 kan optreden. Hierbij zijn de onderwijsbehoeften in combinatie met de expertise van de deskundige leidend.

Een deskundige in dienst van de school zelf, kan een advies schrijven als deze niet direct betrokken is geweest bij de leerling (denk aan onderzoek, observaties of advisering). Bij complexe casussen met ouders wordt geadviseerd extra goed te letten op volledige onafhankelijkheid van beide deskundigen. Geen overeenstemming deskundigen Indien de deskundigen niet gelijk adviseren over de toekenning van de TLV, de duur van de TLV of de hoogte van de SO-bekostiging, vindt nader overleg plaats tussen school en deskundigen. Indien het verschil van mening blijft bestaan, vindt een nieuw MDO plaats waarbij de beide deskundigen aanwezig zijn. De directeur van het samenwerkingsverband zal namelijk nooit zonder meer een voorstel honoreren waarover een of twee deskundigen negatief adviseren. De uitkomst van het nieuwe MDO kan zijn dat beide deskundigen alsnog positief adviseren. Zie dan hierboven. Een andere uitkomst kan zijn dat het MDO van inzicht verandert en de aanvraag aanpast. Als (één van) beide deskundige(n) ook na een MDO-overleg niet positief adviseert, zijn er twee mogelijkheden: 1. Het inschakelen van een bemiddelaar om er in het MDO alsnog uit te komen. 2. Het vragen van een advies bij een derde onafhankelijk deskundige. In overleg met de adviseur passend onderwijs maakt de school een keuze uit beide mogelijkheden.

Vervolgens worden alle stukken (inclusief MDO-verslaglegging en de twee, of indien aanwezig drie, deskundigenadviezen) 3 De deskundigen, bedoeld in artikel 18a, elfde lid, van de wet zijn een orthopedagoog of een psycholoog en afhankelijk van de leerling over

wiens toelaatbaarheid wordt geadviseerd ten minste een tweede deskundige, te weten een kinder- of jeugdpsycholoog, een pedagoog, een kinderpsychiater, een maatschappelijk werker of een arts (Algemene Maatregel van bestuur passend onderwijs, 2014).

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

Pagina 37

naar de directeur van het samenwerkingsverband gestuurd. De directeur neemt dan op basis van deze documenten een besluit over het wel of niet toekennen van de TLV-aanvraag. De Toelaatbaarheidsverklaring - werkwijze ‘verlengingen’ TLV S(B)O De uiteindelijke besluitvorming over een overstap naar een ander onderwijstype of verlenging van de TLV gebeurt samen met de ouders, de leerkracht en de adviseur passend onderwijs. Formeel gezien vraagt de school een TLV aan en dus ook de eventuele verlenging. Een logisch moment om met de betrokken partners te bespreken of de TLV wel of niet verlengd moet worden, is in het schooljaar dat de TLV afloopt. Echter er kan gedurende de hele periode van een TLV overwogen worden om over te stappen naar een andere setting (zoals regulier, SBO of SO). De intentie van het samenwerkingsverband is om zoveel mogelijk aan te sluiten bij het proces van de school. Voor leerlingen waar gedacht wordt aan een andere setting aansluitend op de aflopende TLV, zal in een cyclus van MDO’s uiteindelijk duidelijk moeten worden wat dan de best passende setting is. Net als in het geval van de eerste toelaatbaarheidsverklaring, wordt ook hier een doelschool betrokken die meedenkt in het proces.

Voor deze leerlingen is het van belang om het verzamelen van de nodige gegevens zo snel mogelijk in het schooljaar te starten en om ruim voor het einde van het schooljaar samen met de ouders en leerling de vervolgsetting duidelijk te hebben.

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

Pagina 38

Bijlage 4 Werkwijze en kaders rond projecten Projecten en impulsen Passend onderwijs blijft in ontwikkeling. Doel van het samenwerkingsverband is het zorgdragen voor een dekkend aanbod voor alle leerlingen in Haaglanden. Dit aanbod wordt vormgegeven door de scholen binnen de basisondersteuning en met extra ondersteuning vanuit het samenwerkingsverband. Naast de inzet van extra ondersteuning, biedt het samenwerkingsverband extra financiering op basis van plannen van scholen voor de ontwikkeling van passend onderwijs in Haaglanden in de vorm van een project of impuls. Doel hiervan is het vergroten van het dekkend aanbod of het ontwikkelen van inclusiever onderwijs. Voor projecten of een impulstraject gelden de volgende uitgangspunten: Het gaat om een vorm van ondersteuning die de basisondersteuning overstijgt. De doelgroep omvat groepen leerlingen die school-breed aanwezig zijn met specifieke onderwijs- en/of ondersteuningsbehoeften. Het doel van een project is het zorgen voor een meer inclusieve vorm van onderwijs op de (basis)school. De voorziening of het project heeft een functie voor de wijk/het werkgebied of binnen Haaglanden. Er is sprake van een actieve samenwerking met andere scholen en/of ketenpartners. Projecten Een project kenmerkt zich door tijdelijkheid.

Het doel van een project is onderzoeken of een faciliteit voor leerlingen in of vanuit een school op basis van wetenschappelijk inzicht kan worden omgezet in een structurele voorziening die bijdraagt aan het dekkend aanbod of inclusiever onderwijs binnen Haaglanden. Een project omvat daarom altijd een onderzoeksvraag, doelen, gewenste resultaten en een plan van aanpak. Voorwaarden voor een project zijn: 1. De duur van een project is maximaal 2 jaar. 2. De aanvragende school heeft de regie over het project. 3. Er ligt een projectplan waarin steeds wordt uitgegaan van cofinanciering; de school en/of het schoolbestuur draagt zelf ook bij. Bekostiging vanuit SPPOH is daarbij altijd aanvullend op de reguliere bekostiging vanuit het Rijk per leerling. 4. De school levert een projectplan aan. Het format ‘Projectvoorstel SPPOH’ dient te worden ingevuld indien de school een subsidieaanvraag doet bij het samenwerkingsverband. Zonder akkoord op dit projectplan kan er geen financiering worden toegekend. 5. Er wordt in het project toegewerkt naar een structurele oplossing binnen de school die in principe door de school zelf wordt gefinancierd, dan wel via het SOP van de school.

Indien additionele gelden van het samenwerkingsverband structureel nodig zijn, dan moet duidelijk zijn in hoeverre het plan bijdraagt aan meer inclusief onderwijs, een dekkend aanbod of de stabilisatie van het S(B)O. 6. De school legt tweejaarlijks verantwoording af via een evaluatie. Hierin worden de projectdoelen geëvalueerd en eventuele afwijkingen van het projectplan gemeld. De evaluatie wordt aangeleverd in het format van SPPOH. Indien nodig volgt een persoonlijk gesprek tussen de school, eventuele andere betrokkenen en SPPOH. 7. Als expertise van buitenaf ingeschakeld wordt als onderdeel van het project, dan stellen de scholen en externe partners voorafgaand aan het project een samenwerkingsovereenkomst op waarin taken, rollen en verantwoordelijkheden staan beschreven. 8. De duurzaamheid van het project is onderdeel van het projectplan. De school denkt niet alleen na over de periode van het project, maar ook over het borgen op de lange termijn. Aanvraag project De aanvullende financiering voor een project kan worden aangevraagd bij het samenwerkingsverband via een projectaanvraag. Het samenwerkingsverband heeft hiervoor een format beschikbaar op de website. Aanvragen voor een nieuw schooljaar dienen voor 1 mei te worden ingediend. In de beschrijving hieronder is te lezen welke stappen genomen worden om tot aanvullende financiering te komen: 1.

De school kan over de mogelijkheden en toegevoegde waarde van een project vooraf overleggen of advies vragen aan de adviseur passend onderwijs en de manager team- en werkgebieden van het samenwerkingsverband SPPOH.

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

Pagina 39

2. 3.

4. 5. 6. 7.

De orthopedagoog/beleidsmedewerker wordt door de manager betrokken en begeleidt de school bij het komen tot een projectaanvraag. De opzet van het project van de school wordt in hoofdlijnen besproken in het intern beleidsoverleg van SPPOH (directeur, orthopedagogen/beleidsmedewerkers en managers team- en werkgebieden). Hiervan wordt een terugkoppeling gegeven. De school schrijft het projectplan en dient de aanvraag in bij SPPOH. De aanvraag wordt besproken in het MT en bij aanvragen onder €10.000,- wordt er direct een besluit genomen. Het dagelijks bestuur wordt geïnformeerd over het besluit. De aanvraag boven €10.000,- wordt besproken in het dagelijks bestuur en het bestuur neemt een besluit. De orthopedagoog/beleidsmedewerker maakt met de school afspraken over monitoring van het plan. Er wordt in ieder geval twee keer per schooljaar een evaluatie aangeleverd.

Impulstraject Een impulstraject is een eenmalig bedrag dat een school kan inzetten om een speciaal traject binnen de school op te kunnen zetten of een voorziening te creëren binnen Haaglanden. De gelden zijn bedoeld voor het implementeren van een werkwijze en niet zozeer voor het doen van onderzoek. Het doel is een aanbod in de school te creëren dat vervolgens door de school zelf kan worden voortgezet met eigen middelen (lumpsum, basisbekostiging of binnen de reguliere middelen vanuit het samenwerkingsverband; TLV of arrangement). Belangrijk is dat het traject of de voorziening bijdraagt aan een dekkend aanbod in Haaglanden. De gelden kunnen worden ingezet ten behoeve van de organisatie van de voorziening of ten behoeve van het traject. Aanvraag impulstraject Een aanvraag voor een impulstraject kan gedurende het gehele schooljaar worden ingediend. Het samenwerkingsverband heeft hiervoor een format beschikbaar op de website. Het maximale budget voor een impulstraject is 5.000 euro. Toekenning is afhankelijk van het beschikbare projectbudget binnen het samenwerkingsverband SPPOH. De school betrekt de manager team en werkgebieden en de adviseur passend onderwijs bij het verkennen van de mogelijkheid en zinvolheid om een impulsaanvraag te doen. Vervolgens begeleidt een orthopedagoog/beleidsmedewerker de school bij het aanvragen en het evalueren van de impulsgelden.

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

Pagina 40

Bijlage 5 Routeboek ‘Verzuim en thuiszitten’

Routeboek verzuim en thuiszitters Primair Onderwijs Samenwerken aan passend aanbod onderwijs en jeugdhulp in Den Haag, Rijswijk en Leidschendam-Voorburg

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

Pagina 41

Inhoud Voorwoord Inleiding Processchema op hoofdlijnen

41 42 43

Fase 1: Preventie 1. School 2. Preventie op school 3. Verzuim 4. Leerling zit onvoldoende in de groep 5. School in gesprek met leerling en ouders 6. Verzuim stopt, leerling volgt onderwijs 7. MDO 8. JGZ 9. Passend aanbod 10. Volledig onderwijsaanbod 11. Combinatie van onderwijs en jeugdhulp 12. Combinatie van jeugdhulp en onderwijs 13. Vrijstelling van onderwijs

44 44 44 44 45 45 45 45 46 46 46 47 47 47

Fase 2: Opschalen 14. Aanpak leidt niet tot resultaat 15. Adviestafel

47 47 47

Fase 3: Doorbraak 16. Doorbraaktafel

48 48

Overige zaken Absoluut verzuim Expertiseteam Complexe Zorg Analysetafel Jeugdhulp Jeugdbeschermingstafel

48 48 49 50 50

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

Pagina 42

Voorwoord Het is belangrijk voor leerlingen dat ze onderwijs volgen. Daarom hebben we in Den Haag, Rijswijk en Leidschendam-Voorburg afgesproken dat – als er sprake is van verzuim – geen enkel kind langer dan drie maanden thuis zit zonder passend aanbod van onderwijs en/of zorg. Dit Routeboek ‘Verzuim en thuiszitters Primair Onderwijs’ beschrijft de aanpak en vooral het voorkomen van verzuim. Het richt zich primair op preventie én beschrijft daarnaast het proces hoe alle betrokkenen samenwerken als er toch sprake is van verzuim, inclusief opschaling. De afspraken uit het thuiszitterspact maken onderdeel uit van de aanpak. Dit routeboek is geen nieuwe manier van werken, maar verbindt bestaande processen slimmer met elkaar. Onder aan de streep blijft een aantal zaken belangrijk: dat professionals uit onderwijs en jeugdhulp elkaar weten te vinden, elkaar durven aan te spreken op rollen en verantwoordelijkheden, opschalen wanneer dat nodig is, en vooral een open-mind blijven houden waarbij de belangen van de leerling centraal staan. Er is bewust gekozen voor een Routeboek dat de hoofdlijnen en de kaders beschrijft, zodat alle betrokken partijen de ruimte én verantwoordelijkheid krijgen om daarop aan te sluiten. De vervolgstap is met scholen aan de slag om het Routeboek samen in de praktijk te brengen.

De leerkracht heeft een belangrijke rol bij de preventie: hoe eerder de leerkracht signaleert, hoe eerder er actie ondernomen kan worden. Investeren in de relatie met de leerling en ouders is van belang. Het Routeboek wordt onderschreven door de drie gemeenten. Wel geldt dat op sommige onderdelen een of meerdere gemeenten een andere invulling geeft aan het proces. In het Routeboek wordt dit per onderdeel aangegeven. Den Haag, juli 2020

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

Pagina 43

Inleiding De gemeente Den Haag heeft zich binnen de samenwerking van de vier grote gemeenten (G4) gecommitteerd aan de volgende doelstelling: ‘In 2020 mag geen enkel kind of jongere langer dan drie maanden thuiszitten zonder een aanbod van passend onderwijs en/of zorg. Hierbij wordt geteld vanaf het moment dat de leerling feitelijk afwezig is, en niet vanaf de melding bij leerplicht. Hiermee gaan de G4 nog een stap verder dan het Thuiszitterspact dat de ministeries van OCW, VWS, V&J samen met de onderwijsraden en de VNG sloten in juni 2016.’ In de drie gemeenten kiezen we bij de realisatie van deze doelstelling bewust voor een brede aanpak van verzuim met als doel het voorkomen van langdurige afwezigheid en uitval uit het onderwijs. We willen leerlingen die verzuimen sneller in beeld hebben en eerder helpen. Deze aanpak doet meer recht aan de praktijk van de school. De aanpak bestaat uit acties die vooral preventief van aard zijn en die starten bij de eerste signalen van verzuim of zorgbehoefte, waarbij alle betrokken partijen in het MDO nauw samenwerken. De aanpak richt zich op zowel geoorloofd als ongeoorloofd verzuim. De aanpak richt zich op de volgende groep leerlingen: -

Leerlingen die frequent uitvallen of 4 weken of langer aaneengesloten afwezig zijn, geoorloofd of ongeoorloofd. De reden hiervoor is dat ook regelmatig ziekteverzuim vaak een signaal is van achterliggende problemen, die kunnen leiden tot langduriger verzuim en uitval.

-

Leerlingen die dreigen thuis te komen zitten of die niet volledig in hun eigen groep kunnen deelnemen en waarvoor in het MDO gezocht wordt naar een passend aanbod.

Op de volgende pagina’s wordt het processchema getoond en uitgebreid toegelicht.

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

Pagina 44

Processchema op hoofdlijnen

In de volgende pagina’s wordt elk onderdeel toegelicht aan de hand van de nummers.

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

Pagina 45

Fase 1: Preventie 1. School In de thuiszittersaanpak staat preventie voorop. Dit begint op school. Als leerlingen verzuimen kan dat een aanwijzing zijn voor problemen op school, in de thuissituatie of met de gezondheid. Daarom is het van belang om de eerste signalen van verzuim te herkennen. Scholen zetten indien nodig stappen zoals beschreven in de Meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling. 2. Preventie op school In het kader van preventie kiezen we voor een brede aanpak van verzuim: een leerling is niet op school of kan het reguliere onderwijsprogramma (geheel of gedeeltelijk niet volgen). Bij het laatste denken we aan leerlingen die huiswerk meekrijgen voor thuis (onderwijs op afstand) of leerlingen die (te) vaak buiten de klas werken aan eigen werk en die klusjes doen bij de conciërge of administratie omdat het bij de eigen groepsleerkracht niet meer goed loopt. Deze leerlingen zijn wel aanwezig op school, maar volgen slechts deels onderwijs. De school werkt in de preventieve aanpak samen met partners: samenwerkingsverband (SPPOH), schoolmaatschappelijk werk (SMW), leerplicht (LP) en CJG/Jeugdgezondheidszorg (JGZ) in Den Haag, Jeugdteam/JGZ in Rijswijk, Jeugdconsulent/JGZ in Leidschendam-Voorburg.

Het doel van preventie is vroegtijdig signalen op te pakken, te onderzoeken wat er aan de hand is en ervoor te zorgen dat de leerling, eventueel met extra ondersteuning, naar school gaat. Iedere school heeft een preventief verzuimbeleid. Het verzuimbeleid beschrijft bij wie de taken belegd zijn in het team (leerkracht, intern begeleider, administratief medewerker en directie). Naast het verzuimbeleid heeft de school ook een stappenplan bij ongewenst gedrag. Beide zijn onderdeel van de zorgstructuur van de school. De zorgplicht voor de leerling ligt bij de school, ook als er sprake is van (een voorgenomen besluit tot) verwijdering. 3. Verzuim Formele definities Verzuim Langdurig relatief verzuim Overig verzuim Luxe verzuim Absoluut verzuim Thuiszitter

Ongeoorloofd verzuim van 16 uur in vier weken Ongeoorloofd aaneengesloten verzuim gedurende 4 of meer weken Overig verzuim van minder dan 16 uur in 4 weken Ongeoorloofd verzuim vanwege vakantie buiten de schoolvakanties om Leer- of kwalificatie plichtige jongeren die niet is ingeschreven op een school Ongeoorloofd verzuim vanwege langdurig relatief verzuim óf absoluut verzuim

De school is alert op risicofactoren voor verzuim. Van belang is dat scholen zicht hebben op de thuissituatie en op de schoolontwikkeling en de schoolbeleving van het kind. De leerkracht heeft in dit stadium een belangrijke rol. Hoe eerder de leerkracht signaleert, hoe eerder er actie ondernomen kan worden. Investeren in de relatie met de leerling en zijn ouders is daarom van belang. De school gaat bij twijfels of zorgen over het (ziekte)verzuim altijd eerst in gesprek met ouders (en het kind) en betrekt ouders en kind actief bij het maken van een plan ter verbetering van de situatie. Ook kan de school SMW vragen om met ouders (en kind) in gesprek te gaan over het verzuim. In Rijswijk wordt dit gesprek gevoerd door Leerplicht, eventueel samen met school en/of SMW. De school is verantwoordelijk voor signaleren, registreren en melden van verzuim. Registratie van verzuim gebeurt via het eigen leerlingenadministratiesystemen van de school dat gekoppeld is aan het Verzuimregister van DUO. Een school is verplicht om ongeoorloofd verzuim digitaal te melden via het eigen leerlingenadministratiesysteem bij DUO. Leerplicht werkt net als scholen met een digitaal administratiesysteem dat is aangesloten op het verzuimregister van DUO.

Het Verzuimregister verbindt de registratie van de school met de acties door Leerplicht: Scholen kunnen in hun eigen administratie de verzuimmelding invoeren. Leerplicht krijgt alle verzuimmeldingen via één centrale plek in beeld. Door digitaal melden wordt de verzuimhistorie van de leerlingen beter inzichtelijk, waardoor Leerplicht een nieuwe melding beter kan beoordelen. In de brief van 30 januari 2020 kondigt minister Slob aan dat hij wil toewerken naar een nieuwe definitie, die meer aansluit op de aanpak voortijdig schoolverlaten (vsv). 1

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

Pagina 46

-

De acties van Leerplicht worden ook in het Verzuimregister geregistreerd, zodat de school hier inzicht in heeft.

Uit onderzoek is bekend dat leerlingen die op de basisschool verzuimen of veelvuldig te laat komen/ te laat worden gebracht door de ouders een grote kans hebben om later uit te vallen op school en bijvoorbeeld geen diploma te halen. Hoe eerder je erbij bent, hoe beter. Op die manier kun je mogelijk grotere problemen voorkomen. Het is dus in het belang van de leerling om verzuim te melden en daarmee ook voor ouders. Soms zijn scholen terughoudend om verzuim te melden vanwege de verstandhouding met de ouders. De verzuimmelding wordt door Leerplicht niet gebruikt om te straffen, maar om te helpen. Hoe beter de verzuimmelding wordt gevuld, bijvoorbeeld ook met de acties die school al heeft ondernomen, hoe beter de leerplichtambtenaar de leerling kan helpen. Overigens geldt dat bij luxeverzuim (ongeoorloofde afwezigheid voor vakantie buiten de schoolvakanties) Leerplicht wel degelijk straffen oplegt. In zijn algemeenheid geldt dat het belangrijk is Leerplicht vroeg in het proces te betrekken, waar nodig ook bij preventie. 4. Leerling zit onvoldoende in de groep In sommige gevallen lukt het een leerling niet om volledig mee te doen met het onderwijs. Dit zijn leerlingen waarvoor een school met ouders en noodzakelijke ondersteuning van andere partners uit het MDO op zoek is naar een passend aanbod (op de school zelf, op een andere school of met ondersteuning vanuit jeugdhulp).

Het gaat bijvoorbeeld om leerlingen die wel op school zijn, maar veel tijd doorbrengen buiten hun eigen groep, om leerlingen die veelvuldig ziek zijn of om leerlingen die tijdelijk begeleid worden via een arrangement bij HCO (Tussen plek en plaatsing). Als er sprake is een schorsing (max 5 dagen) of voorgenomen besluit tot verwijdering, dan voorziet de school de leerling met huiswerk dat opgehaald, teruggebracht en nagekeken wordt. De school meldt een besluit tot schorsing, een voorgenomen besluit tot verwijdering en het terugbrengen van het minimum aantal lesuren (Variawet) via het ISD bij de onderwijsinspectie. De school betrekt zijn adviseur van SPPOH over toepassing van het minimum aantal lesuren en (voornemen tot) verwijdering. De school informeert zijn adviseur en Leerplicht over (een voorgenomen besluit tot) verwijdering van een leerling. Deze leerlingen zijn regelmatig op school en vallen niet onder de formele definitie van verzuim. De aanpak in dit Routeboek wil ook deze groep leerlingen beter in beeld brengen en ernaar streven dat leerlingen zoveel mogelijk deelnemen aan onderwijs. 5. School in gesprek met leerling en ouders Als er sprake is van verzuim of als een kind niet of slechts gedeeltelijk meedoet aan het onderwijs, dan is de eerste stap een gesprek van de school met de ouders en leerling. Ook regelmatig te laat komen is een reden voor een gesprek met ouders.

Doel van het gesprek is eerste signalen van verzuim te bespreken, op zoek te gaan naar eventuele oorzaken en oplossingen. De school ondersteunt ouders en jongere actief bij het maken van een plan ter verbetering van de situatie. Ook kan de school SMW vragen om met ouders (en jongere) in gesprek te gaan over het verzuim. In Rijswijk wordt dit gesprek gevoerd door leerplicht. Indien nodig kan een SMW’er hierbij aanwezig zijn. 6. Verzuim stopt, leerling volgt onderwijs Als na het gesprek met de ouders (en leerling), en eventueel extra ondersteuning, het verzuim stopt en de leerling weer in de groep terugkeert, is er geen noodzaak tot verdere actie. De uitkomst van het gesprek en de afspraken met ouders legt de school vast in het leerlingvolgsysteem. 7. MDO Als het ondanks gesprekken met ouders en ondersteuning binnen de school niet lukt om een oplossing te vinden voor het verzuim, dan organiseert de school een MDO (multidisciplinair overleg). Aan het MDO nemen de ouders deel, de intern begeleider, de SMW’er en de adviseur van SPPOH. Indien verzuim door een leerling wordt besproken in het MDO, is Leerplicht aanwezig. Afhankelijk van de situatie en ondersteuningsvraag sluiten andere partijen aan zoals de jeugdarts, en andere experts.

De SMW’er kan doorschakelen naar het gezinscoachmaatje van het CJG (in Rijswijk is dit het Maatje in het Jeugdteam) of andere professionals die een relatie hebben met de leerling (denk aan behandelaars). De school informeert en betrekt tijdig de leerplichtambtenaar voor advies (en zeker bij ongeoorloofd verzuim). Ieder jaar maken school en leerplichtambtenaar samenwerkingsafspraken. Een school kan bij twijfels of vragen altijd advies vragen aan Leerplicht.

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

Pagina 47

Het MDO brengt de situatie in beeld (Overzicht), analyseert de oorzaken van het verzuim (Inzicht) en maakt een plan van aanpak (Uitzicht) om het op te lossen. Dit plan wordt in gang gezet en na de afgesproken periode geëvalueerd, voortgezet of bijgesteld. Dit gebeurt in een volgende MDO. Afhankelijk van de situatie vinden een of meer MDO’s plaats. Soms verloopt het overleg tussen school en ouders stroef. Dan kan bemiddeling ingezet worden door de Onderwijsconsulenten of de bemiddelaars van SPPOH. 8. JGZ Onderstaande route geldt voor Den Haag. In Rijswijk en Leidschendam-Voorburg is de route voor de JGZ voor het PO nog niet formeel geregeld. De school kan bij zorgwekkend (ziekte)verzuim een aanmelding doen bij de jeugdarts. De school bespreekt de aanmelding eerst met de ouders en vraagt hen om akkoord (mondeling akkoord volstaat). Zorgwekkend verzuim is gedefinieerd als: elke vierde ziekmelding in 12 schoolweken of vanaf de zevende schooldag aaneengesloten. De Jeugdarts roept de leerling en ouders op.

Als de ouders gehoor geven aan de oproep, wordt de leerling gezien door de jeugdarts en volgt een terugkoppeling aan de school/MDO. Indien er geen gehoor wordt gegeven (ook niet na herhaalde oproep) volgt een DUO-melding van ongeoorloofd verzuim. Ouders worden over deze melding geïnformeerd door de school. Leerplicht gaat dan in gesprek met ouders en kind. Er zijn dan drie opties:  Ouders geven alsnog gehoor en worden gezien door de jeugdarts.  Als ouders niet naar de jeugdarts willen, worden ze doorverwezen naar de sociaal medisch adviseur voor een belastbaarheidsadvies, indien aannemelijk is dat er sprake is van een medische belemmering.  Werken de ouders/verzorgers van de leerling niet mee, dan kan de school/SMW een melding doen bij Veilig Thuis. Het CJG (Rijswijk Jeugdteam, Leidschendam-Voorburg Jeugdconsulent) kan opschalen naar de Jeugdbeschermingstafel. In uitzonderlijke situaties kan Leerplicht in overleg met de samenwerkingspartners en veelal in overleg met de Raad voor de Kinderbescherming overgaan tot gelijktijdige toepassing van het strafrecht. 9. Passend aanbod Een passend aanbod kent 4 varianten: volledig onderwijsaanbod, een combinatie van onderwijs en jeugdhulp, een combinatie van jeugdhulp en onderwijs, of vrijstelling van onderwijs op grond van artikel 5 sub a van de Leerplichtwet. Binnen deze varianten wordt maatwerk voor ieder kind gezocht.

Indien er wachtlijsten zijn voor een passend aanbod wordt gezocht naar extra ondersteuning in het onderwijs (met hulp van het samenwerkingsverband) of overbruggingszorg. 10. Volledig onderwijsaanbod Voor onderwijs geldt: regulier waar mogelijk en speciaal waar nodig. Er zijn 3 varianten: De leerling volgt onderwijs op zijn eigen school, evt. met arrangement; De leerling stapt over naar een andere basisschool; De leerling stapt over naar een S(B)O.

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

Pagina 48

11. Combinatie van onderwijs en jeugdhulp In deze variant is onderwijs voorliggend in combinatie met een jeugdhulp-arrangement. De leerling verblijft in een schoolse setting. 12. Combinatie van jeugdhulp en onderwijs In deze variant is de jeugdhulp voorliggend. Het kind is opgenomen in een jeugdzorg-instelling in combinatie met onderwijs. 13. Vrijstelling van onderwijs Als een SMA-arts bepaalt dat de jongere op medische grond niet in staat om onderwijs te volgen, dan volgt een vrijstelling op grond van artikel 5 sub a van de Leerplichtwet.

Fase 2: Opschalen Als het, ondanks de inspanningen van de school, de adviseur SPPOH, schoolmaatschappelijk werk, Leerplicht en anderen niet lukt om een leerling naar school te laten gaan of een ander passend aanbod te bieden, dan treedt in principe de volgende fase in werking: opschaling. Opschaling gebeurt door de casus aan te melden bij het daarvoor ingerichte Loket Verzuim en thuiszitters bij SPPOH. In Den Haag is opschaling volgens onderstaande stappen geregeld. In Rijswijk is dat anders geregeld. Waar in Den Haag de Regisseur JMO een rol speelt in de opschaling, is dat in Rijswijk de Teamleider Jeugdhulp. In de Haagse Doorbraaktafel in Den Haag zit de Directeur Jeugd (portefeuille JMO) en de Directeur SPPOH. In Rijswijk vindt besluitvorming plaats door de Directeur Sociaal Domein. In Leidschendam-Voorburg wordt het proces rond opschaling nog ingericht. Zoveel mogelijk aansluitend op de wijze zoals in dit routeboek en passend bij de lokale structuur. 14. Aanpak leidt niet tot resultaat Er hebben meerdere MDO’s plaatsgevonden. Het plan (of de plannen) van aanpak heeft (hebben) niet geleid tot een passend aanbod en een oplossing is niet in zicht. Wanneer vindt opschaling plaats? Als een leerling 4 weken aaneengesloten niet op school is ondanks het plan van aanpak dat is opgesteld en uitgevoerd onder regie van het MDO, behalve als dit verklaard kan worden door ziekte.

Als een leerling gedurende een langere periode onvoldoende deelneemt aan het onderwijs in de groep, meerdere aanpakken zijn ingezet en er desondanks geen verbetering plaats vindt. De partijen in het MDO hebben behoefte aan inhoudelijk advies om de situatie vlot te trekken. Voordat er wordt opgeschaald, hebben de betrokkenen in het MDO in ieder geval binnen hun eigen organisaties advies gevraagd als er inhoudelijke vragen blijven. Ook kan het MDO het Expertiseteam Complexe Zorg raadplegen voor advies over jeugdhulpmogelijkheden. De school heeft zorgplicht en moet bij een leerling die thuis zit zorgen voor continuïteit in onderwijs: een oplossing op school of huiswerk voor thuis (meegeven en nakijken). 15. Adviestafel De Adviestafel bestaat in Den Haag uit een Regisseur JMO ((jeugdhulp) en een vertegenwoordiger vanuit SPPOH, die optreedt als Onderwijsregisseur. De Adviestafel neemt de casus in behandeling op basis van een dossier, dat wordt aangeleverd door het MDO. Het ontwikkelingsprofiel (OPP) is daarvoor de basis. In de aanvraag wordt kernachtig aangegeven: welk passend aanbod is gedaan, of dit aanbod wel of niet voorhanden is, waarom oplossingen uit eerdere MDO’s niet werken en wat volgens het MDO nodig is. De Adviestafel heeft de vrijheid zelf te bepalen wat te doen met een casus.

Daarbij kunnen diverse stappen worden gezet, waarbij het belangrijk is dat de Adviestafel de casus niet inhoudelijk overnemen. Hun rol richt zich vooral op het vlottrekken van een casus, het adviseren over het realiseren van een passende oplossing, of het bemiddelen bij het realiseren van deze oplossing. De Adviestafel kan deskundigen inschakelen, indien nodig. Om een casus vlot te trekken zijn er grofweg drie mogelijkheden:  Indien er naar de mening van MDO mogelijkheden zijn om de casus alsnog los te trekken, dan wordt de casus teruggegeven aan MDO met een advies over de vervolgstappen.

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

Pagina 49

Indien er discussies zijn met een zorginstelling over bijvoorbeeld plaatsing, verwijst de Adviestafel, i.c. de Regisseur JMO (Jeugd) naar het Expertiseteam Complexe Zorg voor advies en indien nodig naar de Analysetafel Jeugdhulp als er jeugdhulp nodig is die niet is ingekocht. De Analysetafel kan in individuele gevallen en zonder precedentwerking besluiten deze jeugdhulp alsnog in te kopen.  Indien er discussies zijn met scholen over plaatsing van een kind, kan de Adviestafel, i.c. de Onderwijsregisseur van SPPOH, een rol spelen bij het vinden van een passende school. In bovenstaande gevallen wordt de casus teruggeven aan het MDO. De Adviestafel wijst dan ook een casusregisseur aan uit het MDO die verantwoordelijk is voor het coördineren van de vervolgstappen. Indien in de Adviestafel wordt geconstateerd dat er sprake is van een oplossingsrichting die niet kan worden gerealiseerd vanwege ontbrekende middelen of vanwege knellende wet- en regelgeving, dan wordt de casus doorgeleid naar de Doorbraaktafel. Fase 3: Doorbraak 16. Doorbraaktafel In het Doorbraakoverleg komen die casussen waarbij er sprake is van een financieel vraagstuk (geen middelen beschikbaar), of een blijvend verschil van inzicht of er sprake is van knellende wet- en regelgeving waardoor een passend aanbod niet uitvoerbaar is.

De Directeur Jeugd (portefeuille JMO) van Den Haag (of een gemandateerde vertegenwoordiger), in Rijswijk de Directeur Sociaal Domein, en de Directeur SPPOH besluiten in collegiaal overleg op basis van een ingediende casus van het MDO Plus na raadpleging van de betrokken partijen. Het besluit beperkt zich tot toe- of afwijzing met toelichting. In geval het een besluit betreft met betrekking tot onderwijs, bijvoorbeeld het plaatsen van een kind op een specifieke school, neemt de Directeur SPPOH de taak op zich dit te realiseren binnen de kaders die zijn overeengekomen met de schoolbesturen. Overige zaken Absoluut verzuim Kinderen die in een van de drie gemeenten wonen, geen schoolinschrijving hebben en ook niet zijn vrijgesteld van de inschrijvingsplicht, vallen onder de categorie absoluut verzuim. Voor de absoluut verzuimers is een aparte route ontwikkeld. De ouders zijn op grond van de Leerplichtwet verantwoordelijk voor de aanmelding van hun kind bij een school. Als de school het kind aanneemt en inschrijft, is er geen sprake meer van absoluut verzuim. Kind met behoefte aan extra begeleiding en ondersteuning Ouders melden hun kind (schriftelijk) aan bij de school van hun voorkeur. Daarmee gaat de zorgplicht in. Dit houdt in dat de school ervoor zorgt dat de leerling een passende onderwijsplek krijgt. De school onderzoekt of de leerling op school terecht kan.

Scholen kunnen daarvoor om extra informatie vragen bij de ouders. Kan de school zelf geen passende onderwijsplek bieden, ook niet met extra ondersteuning vanuit het samenwerkingsverband? Dan moeten zij een passende plek op een andere reguliere of speciale school regelen. Dat gebeurt in overleg met de ouders. Kind is nieuwkomer en/of beheerst de Nederlandse taal niet goed Kinderen die de Nederlandse taal niet of niet goed genoeg beheersen en nog geen twee jaar in Nederland verblijven, gaan naar een schakelklas of nieuwkomersklas. Ouders melden hun kind (schriftelijk) aan bij de school van hun voorkeur. In Den Haag zijn er 21 basisscholen met extra aandacht voor de Nederlandse taal. https://scholenwijzer.denhaag.nl/onderwijs/basisonderwijs/een-basisschool-kiezen/de-juiste-school-kiezen. In Rijswijk is er een nieuwkomersklas bij ‘t Kristal. In onderstaand processchema wordt de route beschreven indien er sprake is van absoluut verzuim.

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

Pagina 50

In een aantal gevallen komt uit de Leerlingen Basis Administratie naar voren dat een kind niet is ingeschreven op een school (1). In dat geval neemt Leerlingenzaken contact op met de ouders. Er wordt eerst een brief gestuurd aan ouders met het verzoek hun kind binnen 5 werkdagen in te schrijven op een school. Als een schoolinschrijving uitblijft, worden ouders uitgenodigd voor een gesprek. Wanneer ouders niet verschijnen op de afspraak, wordt een huisbezoek afgelegd. Er volgt een aanmelding bij een school (3), indien nodig bij een school met een klas voor nieuwkomers. Via de Scholenwijzer kan in Den Haag gezocht worden naar een school die een nieuwkomersklas heeft. Zorgplicht Een school heeft een zorgplicht als ouders hun kind hebben aangemeld, tenzij de school aangeeft geen plek te hebben of als ouders de grondslag van de school niet onderschrijven. Als deze situaties zich voordoen, hoeft het kind niet te worden ingeschreven op deze school. Specifiek voor Den Haag: Op het moment dat deze kinderen bij Leerplicht in beeld komen, worden ze besproken in het reguliere thuiszittersoverleg van Leerplicht en SPPOH met als doel in overleg met schoolbesturen te zoeken naar een andere oplossing in de eigen wijk. Meer over zorgplicht is te vinden op de website van SPPOH.

Indien er sprake is van een zorgbehoefte heeft de school zes weken de tijd om te bepalen of zij het kind wel of niet toelaten, deze periode kan indien noodzakelijk eenmaal verlengd worden met vier weken. De school schakelt direct de adviseur van SPPOH in (5). Indien blijkt dat plaatsing niet mogelijk is op de eigen school, dan moet de school een passende plek op een andere reguliere of speciale school regelen. Samen met de adviseur SPPOH wordt gezocht naar een passend aanbod (6), zoals beschreven in de Route rond verzuim (punt 8 en volgende). Mocht in het contact tussen ouders en Leerlingenzaken blijken dat ouders weigerachtig zijn om hun kind aan te melden bij een school, dan volgt Leerplicht (7) de gebruikelijke procedure. Expertiseteam Complexe Zorg Het Expertiseteam Complexe Zorg biedt consult en advies en kan bemiddelen bij de volgende situaties:  Complexe casuïstiek, waarbij het expertiseteam kan adviseren over het juiste zorgaanbod. Voor bijzonder complexe casussen organiseert het Expertiseteam een casuïstiekbespreking met ketenpartners, jeugdige en ouders om tot een goed advies te komen.  Zorgbemiddeling: voor ondersteuning bij het vinden en realiseren van de juiste zorg. Ook monitoren wij of de zorg die wordt ingezet ook daadwerkelijk goed op gang komt. Het Expertiseteam kan in elke fase van het Routeboek worden ingezet, ook door een MDO.

Voor meer informatie: Expertiseteam Complexe Zorg

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

Pagina 51

Analysetafel Jeugdhulp Als jeugdhulp nodig is, die niet is ingekocht, kan de Analysetafel Jeugdhulp worden ingeschakeld. Dat gebeurt altijd via de Regisseurs JMO (Jeugdhulp) van de gemeente Den Haag. De Analysetafel kan in incidentele gevallen jeugdhulp inkopen. Jeugdbeschermingstafel De Jeugdbeschermingstafel (JBT) – in Den Haag een samenwerking tussen de gemeente Den Haag en de Raad voor de Kinderbescherming; voor Rijswijk een samenwerking van 4 gemeenten: Delft, Midden Delfland, Westland en Rijswijk - kan worden ingezet als er sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging voor een leerling. De JBT behandelt verzoeken tot onderzoek voor een kinderbeschermingsmaatregel. Aanmelding voor de JBT volgt als de professional niet alleen van mening is dat er sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging, maar ook van het feit dat de bedreiging niet op vrijwillige basis weggenomen kan worden. Tijdens een bijeenkomst wordt met het gezin en de melder het verzoek besproken. Direct hierna neemt de JBT een besluit of het verzoek wel of niet in onderzoek wordt genomen. Als de Raad voor de Kinderbescherming het verzoek in onderzoek neemt en na dit onderzoek van mening is dat er een maatregel moet komen, dan wordt dit voorgelegd aan een kinderrechter. Wanneer een kinderechter een maatregel oplegt dan is er sprake van dwang.

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

Pagina 52

Bijlage 6 Kwaliteitsbeleid

Kwaliteitszorg in SPPOH december 2020

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

Pagina 53

Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 Uitgangspunten 3 Het kwaliteitsstelsel van SPPOH 4 Werkwijzen en documenten 4.1 Plan 4.1.1 Niveau samenwerkingsverband 4.1.2 Schoolniveau 4.2 Doen 4.2.1 Niveau samenwerkingsverband 4.1.2 Schoolniveau 4.3 Check 4.3.1 Op het niveau van het samenwerkingsverband 4.3.2 Schoolniveau 4.4 Aanpassen 5 Samenwerking met ketenpartners 6 Governance 7 Bureauorganisatie 8 Ambities voor het kwaliteitszorgbeleid

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

53 54 55 57 57 57 57 58 58 58 59 59 59 60 60 60 61 61

Pagina 54

1 Inleiding In deze notitie beschrijven we de manier waarop het samenwerkingsverband SPPOH werkt aan kwaliteit van passend onderwijs. Doel hiervan is om: onze visie op passend onderwijs en onderliggende principes hoe we werken aan kwaliteit te verhelderen, een gezamenlijk kwaliteitskader te formuleren waarin deze visie en onderliggende principes worden uitgewerkt naar concrete werkwijzen en documenten. Kwaliteitszorg zien we binnen SPPOH niet als een apart beleidsterrein, maar als een integraal onderdeel van al ons handelen (met de scholen en besturen, binnen de bureauorganisatie en met onze samenwerkingspartners). Het kwaliteitsbeleid van SPPOH sluit aan bij het ondersteuningsplan. De leercyclus (PDCA) staat centraal. Als het gaat om kwaliteit(szorg) van passend onderwijs wordt vaak smal gekeken, naar de bureauorganisatie van SPPOH. Dat is niet het uitgangspunt van deze notitie. Deze notitie beschrijft de kwaliteitszorg voor het samenwerkingsverband als geheel van scholen, schoolbesturen en de bureauorganisatie. Gezamenlijk zijn wij immers verantwoordelijk voor het realiseren van passend onderwijs in de regio Haaglanden. Dit doen we vanuit ieders rol en verantwoordelijkheid zoals beschreven in het ondersteuningsplan, met als uitgangspunt: de school regisseert en het samenwerkingsverband faciliteert.

We zien kwaliteitszorg niet als een systeem of een methode, maar vooral als een systeem van mensen. We werken vanuit de overtuiging dat kwaliteit ontstaat in verbinding met elkaar. We zijn daarom voortdurend met elkaar in gesprek om na te denken over en werk te maken van passend onderwijs voor iedere leerling in onze regio. De kwaliteit van de beleidsvorming wordt mede bepaald door de mate waarin scholen en hun besturen, maar ook onze samenwerkingspartners, betrokken zijn. In deze notitie komen eerst de uitgangspunten voor ons kwaliteitszorgbeleid aan de orde (paragraaf 2). Het kwaliteitsstelsel is in paragraaf 3 opgenomen en wordt in paragraaf 4 kort beschreven. In paragraaf 5 staat de samenwerking met ketenpartners, in paragraaf 6 de governance en in paragraaf 7 de werkorganisatie. We eindigen met de ambitie voor doorontwikkeling van het kwaliteitszorgbeleid (paragraaf 8).

De primaire verantwoordelijkheid van het samenwerkingsverband is om zorg te dragen voor:  passende ondersteuning voor leerlingen die meer nodig hebben dan de basisondersteuning hen biedt  een dekkend aanbod van voorzieningen  het terugdringen van langdurig schoolverzuim van leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben  effectieve samenwerking met ketenpartners De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor de basisondersteuning op de scholen.

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

Pagina 55

2 Uitgangspunten In het ondersteuningsplan 2017-2021 is beschreven hoe SPPOH werkt aan passend onderwijs in de regio Haaglanden. ‘Het draait om de school, de leraren en de overige medewerkers, de leerlingen en hun ouders. Door en voor hen wordt passend onderwijs gerealiseerd. Daarbij is ons motto: de school regisseert, het samenwerkingsverband faciliteert. Het eigenaarschap ligt bij de school. Voor ons is passend onderwijs dat elke leerling op de meest passende plek het best passende onderwijs krijgt. Het is de ideale mix tussen behoeften en aanbod, thuisnabijheid en welbevinden. In de kern is passend onderwijs vooral kwalitatief goed onderwijs voor elke leerling.’ (uit het jaarverslag 2019)

Deze notitie over het kwaliteitszorgbeleid binnen SPPOH is te beschouwen als een bijlage bij het ondersteuningsplan. In het ondersteuningsplan beschrijven we wat we willen bereiken. In ons kwaliteitszorgbeleid geven we antwoord op hoe we sturen op kwaliteit vanuit twee kwaliteitsvragen: Doen we de goede dingen? Doen we de dingen goed? Op de volgende pagina is het kwaliteitszorgbeleid in een schema samengevat.

Missie Passend onderwijs is dat elk kind op de meest passende plek het best passende onderwijs krijgt. Onze missie is om dit succesvol te realiseren. Dat kunnen schoolbesturen, scholen en leraren niet alleen. Samenwerkingsverband Passend Primair Onderwijs Haaglanden is opgericht om de samenwerking in het kader van passend onderwijs te organiseren en te faciliteren. We willen passend onderwijs in onze regio mogelijk maken door alle scholen en expertises bij elkaar te brengen, te leren van elkaar met professionele medewerkers op alle fronten. Het samenwerkingsverband ondersteunt daarbij op inhoudelijk en financieel gebied. Onze missie is: Ieder kind een kans! Visie We werken vanuit de vijf succesfactoren die de PO-Raad heeft benoemd voor passend onderwijs (najaar 2016):  goed toegeruste leraren in een professionele schoolorganisatie  ouders als pedagogisch partner  samenwerking als professionele afweging  een dienende infrastructuur voor onderwijs en zorg  sturen op resultaten met aandacht voor proceskwaliteit In het schooljaar 2020-2021 wordt een nieuw ondersteuningsplan 2021-2025 opgesteld. In dat proces zijn de huidige missie, visie en kernwaarden opnieuw tegen het licht gehouden samen met ouders, leraren, ib’ers, schoolleiders, samenwerkingspartners en bestuurders. Gezamenlijk is bepaald hoe we in Haaglanden samenwerken en wat onze perspectieven zijn voor 2025.

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

Pagina 56

3 Het kwaliteitsstelsel van SPPOH

Leeswijzer Het schema kan het beste gelezen worden van onder naar boven. Passend onderwijs begint immers binnen de school. Iedere school heeft een eigen PDCA-cyclus die aansluit bij de eigen schoolontwikkeling en waarvan passend onderwijs deel uitmaakt.

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

Ook op het niveau van het samenwerkingsverband wordt de PDCA-cyclus gevolgd, het samenwerkingsverband faciliteert passend onderwijs op de scholen. Verbinding tussen school en samenwerkingsverband gebeurt onder meer in de start- en evaluatiegesprekken tussen adviseur en school. Deze gesprekken

Pagina 57

voeden zowel de school als het samenwerkingsverband in zijn ontwikkeling. Op kindniveau gebeurt dit via de multidisciplinaire overleggen (MDO). Beleidsvorming, uitvoering en evaluatie vinden plaats binnen de kaders van het vierjarige ondersteuningsplan (OP) en de schoolondersteuningsplannen (SOP). Het inhoudelijk kwaliteitszorgbeleid volgt het ritme van het schooljaar. De financiële cyclus en de bedrijfsvoeringscyclus verlopen volgens kalenderjaren. De faciliteringsregeling volgt het schooljaar en verbindt het inhoudelijke beleid met het financiële beleid. In de figuur hiernaast is de PDCA-cyclus van het financieel beleid opgenomen. De genoemde documenten worden vastgesteld door het DB en AB. De volgende paragraaf gaat nader in op de onderdelen van het kwaliteitszorgbeleid.

Q1

Q2

Begroting & Verantwoording Start uitvoering (meerjaren)begroting

Monitoring & Evaluatie

Vaststellen faciliteringsregeling komend schooljaar (mei)

Financiële rapportage januaridecember afgelopen kalenderjaar (april)

Vaststellen jaarrekening vorig kalenderjaar (juni)

Financiële rapportage lopende kalenderjaar januari-april (mei) Financiële rapportage lopende kalenderjaar januari-augustus (aug-sept)

Q3

Q4

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

Jaarrekeningcontrole afgelopen kalenderjaar door accountant (controle verklaring en accountantsverslag) (april)

Vaststellen meerjarenbegroting volgend jaar

Pagina 58

Interim controle lopende kalenderjaar door accountant (voorlopige rapportage bevindingen) Financiële rapportage lopende kalenderjaar jan-oktober (november)

4 Werkwijzen en documenten In deze paragraaf beschrijven we de werkwijzen en documenten die we hanteren binnen ons kwaliteitsstelsel. We volgen daarbij het schema uit de vorige paragraaf. De beschrijving volgt de PDCA-cyclus en richt zich op het niveau van het samenwerkingsverband én op het niveau van de school. Dit omdat passend onderwijs uiteindelijk zichtbaar wordt op het niveau van de leerling. Ontwerpcriteria voor het kwaliteitssysteem zijn:  volgens de PDCA-cyclus op ieder niveau  balans tussen ontwikkelen, leren en innoveren en borgen en verantwoorden  aansluitend bij de kwaliteitscyclus van scholen en besturen  basis voor de dialoog tussen iedereen die werkt aan passend onderwijs  transparant voor iedereen binnen en buiten het samenwerkingsverband  zowel ‘harde’ kengetallen als kwalitatieve procesevaluaties De uitvoering van het kwaliteitsbeleid vindt plaats binnen de organisatiestructuur en communicatielijnen zoals vastgelegd in het ondersteuningsplan 2017-2021. De samenwerking met onze partners binnen de gemeenten, jeugdhulp en anderen beschrijven we in paragraaf 5 en de governance in paragraaf 6. 4.1 Plan De planfase is gericht op het formuleren van de koers en ambities, de doelen en resultaten. Deze sturen het werken aan kwaliteit van passend onderwijs op het niveau van het samenwerkingsverband en de school.

De koers van het samenwerkingsverband is vastgelegd in het 4-jaarlijkse ondersteuningsplan. Het ondersteuningsplan is tot stand gekomen met inbreng vanuit scholen (directeuren, intern begeleiders en leraren), besturen, ouders en de samenwerkingspartners zoals de drie gemeenten, schoolmaatschappelijk werk, leerplicht en jeugdhulporganisaties. In het huidige ondersteuningsplan zijn 9 programma’s opgenomen die richting geven aan de ontwikkeling binnen het samenwerkingsverband. Het ondersteuningsplan is kaderstellend voor de (meerjaren)begroting, de jaarplannen en projecten en alle daaruit voortvloeiende activiteiten.

Ondersteuningsplan 2021 2025, definitief - versie 2.0 (na herstelopdracht)

Op schoolniveau heeft iedere school een vierjarig SOP (schoolondersteuningsprofiel) dat samenhangt met het vierjarig schoolplan. Het SOP geeft aan welke ondersteuning de school haar leerlingen kan bieden. 4.1.1 Niveau samenwerkingsverband Opstellen jaarplan Ieder jaar wordt een jaarplan opgesteld, afgeleid van het ondersteuningsplan en de 9 programma’s. Het jaarplan beschrijft doel, aanpak, samenwerking en resultaat. Daarmee brengen we focus aan. Het jaarplan wordt vastgesteld in het DB en besproken met de ondersteuningsplanraad (OPR). Opstellen faciliteringsregeling De financiële regelingen die voortvloeien uit de afspraken van het ondersteuningsplan, worden jaarlijks vastgelegd in een faciliteringsregeling. De totstandkoming daarvan (en van de (meerjaren)begroting) is beschreven in de interne notitie ‘Financiële cyclus’. De faciliteringsregeling is gekoppeld aan de (meerjaren)begroting die per kalenderjaar loopt. Opstellen projectplannen Om ontwikkeling en innovatie van passend onderwijs te stimuleren kunnen scholen projectaanvragen indienen. Deze aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de doelen uit het ondersteuningsplan. De projecten staan niet op zichzelf, maar leiden tot ontwikkeling van passend onderwijs op de school met als doel het duurzaam ondersteunen van een groep leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften.

Kennis wordt gedeeld met andere scholen binnen het samenwerkingsverband. De meeste projecten zijn verbonden aan één school, het project (hoog)begaafden is gericht op meerdere scholen binnen het samenwerkingsverband. Een overzicht van de lopende projecten is hier te vinden. 4.1.2 Schoolniveau Startgesprek Bij de start van het nieuwe schooljaar voert iedere adviseur een startgesprek met de scholen waaraan hij/zij verbonden is. In dit startgesprek wordt vooruitgekeken naar het schooljaar, wordt besproken welke ondersteuning de

Pagina 59

school nodig heeft vanuit het samenwerkingsverband en worden samenwerkingsafspraken gemaakt. Opstellen jaarplan school en beeld ondersteuningsbehoeften De basisondersteuning en extra ondersteuning binnen de school maken onderdeel uit van de planvorming op schoolniveau. De school heeft bij de start van het nieuwe schooljaar een beeld van de ondersteuningsbehoefte (van leerlingen, leerkrachten en eventueel ouders). Scholen werken met een jaarplan dat binnen de bestuurlijke kaders van het eigen bestuur wordt besproken. Het jaarplan is een vertaling van het 4-jaarlijkse schoolplan. 4.2 Doen

De interne begeleiders (ib’ers) van de scholen zijn de ‘linking pins’ tussen school en samenwerkingsverband. Aan het begin van ieder schooljaar organiseren we daarom ib-startdagen, gericht op ontmoeting en inspiratie. Daarnaast zijn er twee keer per jaar ib-bijeenkomsten binnen ieder werkgebied waarin ontwikkelingen binnen de scholen, het werkgebied en het samenwerkingsverband gedeeld worden. Ook zijn er bijeenkomsten voor startende en nieuwe ib’ers en directeuren. De werkgebieden van het samenwerkingsverband zijn georganiseerd rond de gemeenten en de wijken. Overleg tussen de schooldirecteuren en intern begeleiders vindt met enige regelmaat plaats. Met de S(B)O- directeuren is tweemaandelijks overleg.

Vanuit de kaders en doelen uit het jaarplan en de faciliteringsregeling werken we gedurende het schooljaar gezamenlijk aan passend onderwijs in Haaglanden. Een belangrijke schakeling tussen het beleid en de uitvoering in de uitvoeringsfase zijn de MDO’s die op initiatief van de school worden georganiseerd voor leerlingen met extra onderwijsbehoeften. Ook organiseert het samenwerkingsverband ontmoetingen en professionalisering gedurende het schooljaar.

Uitvoeren projecten Scholen gaan met innovatieve projecten aan de slag. Zij rapporteren regelmatig via voortgangsverslagen en tussentijds overleg. Scholen met projecten delen de kennis en ervaring die zij opdoen met een nieuwe manier van werken met collega-scholen.

4.2.1 Niveau samenwerkingsverband

4.2.2 Schoolniveau

Toekennen arrangementen en TLV’s Extra ondersteuning voor leerlingen en TLV’s worden toegekend op basis van aanvragen vanuit de scholen. De faciliteringsregeling geeft daarvoor de kaders, in de MDO’s worden de doelen en ondersteuning bepaald in gezamenlijk overleg. Organiseren ontmoeting en professionalisering De leerkrachten, ib’ers, directies en andere medewerkers van scholen zijn belangrijke factoren in het realiseren van passend onderwijs. Daarom is er een professionaliseringsaanbod voor alle professionals ‘Verbinden in Haaglanden’ waarin diverse vormen van ontmoeting, professionalisering en kennisdeling zijn opgenomen. Dit gebeurt in netwerken in het werkgebied of in de wijk en tijdens scholings- en themabijeenkomsten. Het aanbod wordt in samenwerking met schoolbesturen opgesteld en jaarlijks aangepast aan de behoefte van onderwijsprofessionals.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12532263/1