RIS314498 Notulen van de raad van 21 december en 22 december 2022 (1)
Tekst van het document
Naast de geweldige mannen en vrouwen van bijvoorbeeld het Haags Veegbedrijf zijn er in sommige straten ook nog andere zogenaamde afvalhelden. Dat zijn mensen die zich zo aan de vervuiling ergeren, dat ze hun vrije tijd eraan besteden om de gemeente erop te wijzen dat die in actie moet komen. Mensen die vrijwillig een steentje bijdragen om het afvalprobleem onder de knie te krijgen. Mensen die een ORAC adopteren en bijplaatsingen wegwerken. Helaas staan deze mensen niet in rijen dik voor de deur van dit stadhuis te wachten tot ze eindelijk aan de beurt zijn om hun wijk schoon te mogen houden. Dat betekent dus dat die mensen gewaardeerd moeten worden. Dat doe je 18
niet op een onpersoonlijke manier door een doosje vacuümgetrokken roos door de brievenbus te proppen. Nee, dat doe je op een hoogstpersoonlijke manier. Je rolt de rode loper voor ze uit, je organiseert bijeenkomsten waar ervaringen uitgewisseld kunnen worden en waar meegedacht en meegepraat kan worden over manieren en ideeën hoe Den Haag haar afvalprobleem kan oplossen. Hart voor Den Haag vindt het dan ook niet meer dan normaal dat deze afvalhelden niet alleen gekoesterd worden, maar ook beloond worden voor hun inzet. Want zonder deze mensen zou het probleem nog een stuk groter zijn dan het nu al is. Wij dienen daarom twee moties in, met de volgende dicta. De eerste luidt: verzoekt het college ORAC-adoptanten een vrijwilligersvergoeding toe te kennen. De tweede luidt: roept het college op een platform op te zetten voor ORAC-adoptanten en afvalvrijwilligers waarbij middels bijeenkomsten kennis en informatie uitgewisseld kunnen worden. We zijn er nog lang niet met het oplossen van het afvalprobleem. Hart voor Den Haag stelt dan ook voor om zogenaamde afvalcoaches in te gaan zetten. Dit is een beproefd middel gebleken in steden als Utrecht, Almere en Tiel.
Dit zijn mensen die vijf dagen in de week in herkenbare jassen de straat op gaan, mensen benaderen op een positieve manier, het gesprek aangaan, wijzen op de manier waarop je je afval juist moet aanbieden, maar ook wijzen op het risico van boetes die je kunt krijgen, ware zij een handhaver geweest. Ze creëren bewustwording en leggen de achterliggende problematiek van het afvalprobleem bloot. Ze wijzen mensen op de mogelijkheid een ORAC te adopteren. Ze lopen in de zomer door parken en delen waar nodig is zakken uit om te voorkomen dat mensen hun afval op het gras achterlaten. Ze leggen bijvoorbeeld ook uit dat brood niet over het balkon gegooid hoeft te worden, omdat wij er in Den Haag compost van maken en het op die manier dus niet verspild wordt. We hebben een motie met het dictum: roept het college op een pilot te starten met het inzetten van afvalcoaches in Den Haag en de raad over de uitkomsten te infomeren. Ik rond af. Er is werk aan de winkel. De stad moet schoon zijn. Wij wensen de nieuwe afvaltsaar, wethouder Mulder, veel succes. Zorg dat u geen afvalbarbaar wordt. De voorzitter. Mevrouw Arp heeft nog een interruptie of een punt van orde? Lesley Arp (SP). Ik heb een punt van orde. Ik heb weleens begrepen dat deze raad heel veel ORACadoptanten kent. Ik denk dat die een groot compliment verdienen.
Maar ik vraag me wel af of die zouden moeten meestemmen over de motie die zojuist is ingediend over de vergoeding. Misschien is dat stof tot nadenken. De voorzitter. Dat punt is gemaakt en ook gehoord, denk ik, door degenen voor wie dat bestemd is. Dat zijn eigen afwegingen. Hartelijk dank, mevrouw Arp. Door de heer Martinez van Andel worden de volgende moties (G.5 Hart voor Den Haag, G.6 Hart voor Den Haag en G.7 Hart voor Den Haag) ingediend:
Motie G.5 Hart voor Den Haag Maak afvalvrijwilligers-platform De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 21 december 2022, ter bespreking van het Raadsvoorstel Rekenkameronderzoek “Schoon op papier!” naar de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte (RIS310905), Constaterende, dat: • in de gemeente Den Haag diverse mensen zich vrijwillig inzetten om hun wijk schoon te houden; • naast ORAC-adoptanten mensen ook via social media (Twitter) de gemeente wijzen op vervuilde straten, afvalbijplaatsingen etc; • het college aangeeft dat deze vrijwilligers gekoesterd moeten worden. Overwegende, dat: • waardering voor vrijwillige inzet een vereiste is om mensen gemotiveerd te houden; • afvalvrijwilligers naast hun inzet ook veel kennis hebben over achterliggende problematiek; 19
•
deze kennis van grote waarde is in de zoektocht naar beproefde middelen om de stad schoon te houden.
Roept het college op: • een platform op te zetten voor ORAC-adoptanten en afvalvrijwilligers waarbij middels bijeenkomsten kennis en informatie uitgewisseld kan worden. En gaat over tot de orde van de dag.
Motie G.6 Hart voor Den Haag Maak gebruik van Afvalcoaches De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 21 december 2022, ter bespreking van het Raadsvoorstel Rekenkameronderzoek “Schoon op papier!” naar de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte (RIS310905), Constaterende, dat: • Den Haag al jaren kampt met een groot afvalprobleem; • in veel Haagse wijken dagelijks bijplaatsingen naast ORAC’s worden gedaan. Overwegende, dat: • de gemeente Den Haag alle zeilen bij moet zetten om ervoor te zorgen dat iedere wijk schoon is en blijft; • handhaving te weinig capaciteit en middelen heeft om dagelijks in alle wijken mensen die blijplaatsingen doen of afval onjuist aanbieden te beboeten; • de gemeentes Utrecht, Almere en Tiel succesvolle pilots hebben gehad met de inzet afvalcoaches; • afvalcoaches met een positieve bandering mensen wijzen op allerhande informatie met betrekking tot de mogelijkheden tot het bieden van afval; • afvalcoaches beter inzicht kunnen krijgen in de achterliggende problematiek van waarom mensen afval onjuist aanbieden en dit kan bijdragen aan het schoner krijgen van de stad. Roept het college op: • een pilot te starten met het inzetten van afvalcoaches in Den Haag en de raad over de uitkomsten te infomeren. En gaat over tot de orde van de dag.
Motie G.7 Hart voor Den Haag Vrijwilligersvergoeding voor ORAC-adoptanten De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 21 december 2022, ter bespreking van het Raadsvoorstel Rekenkameronderzoek “Schoon op papier!” naar de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte (RIS310905), Constaterende dat, • adoptanten van ondergrondse restafvalcontainers (ORAC’s) een perfect wapen zijn tegen de groeiende Haagse afvalberg. Overwegende dat, • iedere Haagse straat een adoptant zou moeten krijgen die een oogje in het zeil houdt, afval opruimt of - bij grote stukken afval - melding doet bij de gemeente; • je goed gedrag moet belonen; • in tijden waarin alles duurder wordt veel mensen een extra zakcentje goed kunnen gebruiken. 20
Verzoekt het college, • ORAC-adoptanten een vrijwilligersvergoeding toe te kennen. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Ismet Bingöl (CDA). Voorzitter. Het CDA vindt het goed dat dit onderwerp op de agenda staat. Vervuiling op straat is een belangrijk thema dat leeft bij veel inwoners van onze stad. Iedereen heeft het recht om te wonen in een schone straat en een opgeruimde wijk. Wel hebben inwoners ook de plicht om huisvuil op de juiste manier aan te bieden en zo bij te dragen aan een schonere straat. Maar ook de gemeente heeft plichten. Zij moet afval op tijd ophalen om de straten netjes te houden. Waar ORAC's snel vol zijn, moeten ze vaker geleegd worden, zodat bijplaatsing voorkomen wordt. Uiteraard is het ook aan de bewoners om hun afval niet naast de ORAC's te zetten, maar een stukje verder te lopen naar een ORAC die nog niet vol zit. Ten slotte vindt het CDA het belangrijk dat er genoeg ORAC-adoptanten zijn. Daarom moet de gemeente deze adoptanten jaarlijks in het zonnetje zetten, zodat meer mensen zich melden om een ORAC te adopteren. Wethouder Mulder (VVD). Voorzitter. Om te beginnen hartelijk dank aan de Rekenkamer voor het rapport over afval. Wij kunnen met de aanbevelingen uit de voeten en die zullen we ook overnemen. Afval is een belangrijk onderwerp.
Alle mensen in Den Haag willen wonen in een schone straat, buurt en wijk. Het is dus een probleem dat we moeten gaan aanpakken. Het werd al gezegd door een aantal leden: we gaan als college een onderzoek doen naar de oorzaken van het afvalprobleem. We halen er ook een gedragspsycholoog bij om te kijken waarom mensen afvaloverlast veroorzaken en hun spullen naast de container zetten en niet erin doen. Want het is, zoals de heer Bingöl al zei, de plicht van iedereen om zijn afval netjes op te ruimen. Dat onderzoek gaan we dus doen. We gaan ook, zoals de heer Van der Helm zei, kijken naar handhaving en waarom, zoals de heer Groenewold zei, de ene wijk schoner is dan de andere. Dat moet dan resulteren in Q2 in een aanvalsplan afval, een 'plan de attaque de basura', zou ik dan in het Spaans willen zeggen; internationale stad van vrede en recht. Ik kom bij een aantal moties. De motie van D66 heet Afvalhotspots aanpakken. Zoals gezegd, gaan wij onderzoek doen naar de dieperliggende oorzaken van het afvalprobleem. Ik kom in Q2 met het aanvalsplan afval. Dan zal ik ook aandacht besteden aan het aanpakken van de hotspots in de stad. Ik zeg er gelijk bij dat ik nooit kan garanderen dat het over twee jaar helemaal weg is. Wij doen natuurlijk ons best. In die zin is de motie ondersteuning van het beleid, een duw in de rug. Dennis Groenewold (D66).
Gaat de wethouder specifiek kijken naar de afvalhotspots die we ook voor ander beleid al in kaart hebben gebracht, wat de reden is voor het dumpen van het afval daar en dan ook komen met een concreet plan met, zoals dat ook in het Rekenkamerrapport is gesteld, doelen hoe we ernaartoe gaan werken dat die afvalhotspots geen afvalhotspots meer zijn? Als hij dat toezegt, dan kan ik de motie aanhouden. Wethouder Mulder (VVD). Die hotspots zijn in beeld. Daar gaan we onderzoek naar doen. Ik denk dat ik D66 tegemoetkom door dit toe te zeggen. Dennis Groenewold (D66). Dan wil ik graag de motie aanhouden. In Q2, wanneer het voorstel van de wethouder komt, zal ik hier zeer goed op letten. Wethouder Mulder (VVD). Dat is dan afgesproken. De voorzitter. Aangezien motie G.1 D66 is aangehouden, maakt zij geen onderdeel meer uit van de beraadslaging. Wethouder Mulder (VVD). Dan kom ik bij de motie van de Partij voor de Dieren, Pak afval bij de kern aan. Als ik de motie zo lees, dan betreft het vooral wet- en regelgeving van het Rijk, waar we als 21
gemeente geen directe invloed op hebben, zoals de statiegeldregeling. Natuurlijk ondersteunen we dat beleid van harte en willen we daar ook best voor lobbyen, maar wij hebben geen directe invloed daarop. Ook op het stellen van doelen voor reductie van afval hebben we weinig invloed als gemeente. Daar kun je hooguit misschien op kleine schaal mee experimenteren. We zien om die reden geen reden om over de voortgang op dit terrein nog eens apart te rapporteren. Leonie Gerritsen (PvdD). Ik heb nergens statiegeld genoemd. Het gaat echt over ondernemers die veel verpakkingen produceren, bijvoorbeeld horecagelegenheden, take away, dat soort dingen, waar de gemeente wel degelijk een rol in kan spelen, al is het maar in een handreiking om mensen goed te informeren daarover. Er is ook al een aantal initiatieven in de stad dat zich hiervoor inzet en waar de gemeente wel weet van heeft, maar nog niet heel erg actief mee bezig is. Deze motie ziet er dus op om initiatieven die al bestaan, misschien breder te trekken en te kijken of die elders in de stad ook te implementeren zijn, want als afval niet eens wordt gemaakt, kan het ook niet worden weggegooid. Het wordt dan ook niet op straat gegooid. Dat is waar de motie op zag, niet op statiegeld. De voorzitter. Uw concrete vraag is dan? Leonie Gerritsen (PvdD). Het is een verduidelijking, als de wethouder dacht dat het over statiegeld ging.
Wethouder Mulder (VVD). Volgens mij zijn we het eens. Maar eerst even kijken of dat zo is. Het dictum vraagt 'als gemeente meer regie te nemen om verpakkingsvrije en circulaire alternatieven te bevorderen ' - dat klinkt als rijksbeleid - en vervolgens daarover te rapporteren in de P&C-cyclus. Ja, heeft dat dan zin? Maar als ik het zo begrijp dat de Partij voor de Dieren zegt 'kijk naar wat er in Den Haag specifiek gebeurt', dan kunnen we daar natuurlijk altijd naar kijken. Als ik de motie zo mag interpreteren dat het gaat om wat er gebeurt in Den Haag en wat je daar specifiek zou kunnen doen, gegeven de beperking die ik noem dat we misschien afhankelijk zijn van landelijke regelgeving, wil ik er graag mee aan de slag. De voorzitter. Ik zie een knikkende mevrouw Gerritsen, dus dat is een bevestiging. Leonie Gerritsen (PvdD). Zo mag de wethouder de motie interpreteren. Zo is die ook bedoeld. De voorzitter. Hartstikke goed. De wethouder vervolgt. Wethouder Mulder (VVD). Ik kom bij de motie van de Haagse Stadspartij, Maak de cirkel rond. We hebben eigenlijk al opgenomen in ons huidig afvalbeleid dat we bij de afvalverwerking zo veel mogelijk streven naar circulair hergebruik. Daarmee vertalen we de vervuiling in de openbare ruimte wel naar het ophalen van afval en niet naar zaken als zwerfafval en hondenpoep, waarvoor circulaire verwerking vele malen lastiger is.
Natuurlijk werken collega Kapteijns en ikzelf heel eendrachtig samen aan het dossier circulaire afvalverwerking. Dat ziet u bijvoorbeeld ook in de brief over bron- en nascheiding. Ik moet deze motie ontraden, want eigenlijk doen we het al en is die dus overbodig. Dan de motie Wekelijks grofvuil ophalen. Ik begrijp wat mevrouw Faïd zegt. Zij ziet meubilair op straat en zegt: haal dat nou weg. Over meubilair en huisraad heb ik iets gezegd. Dat heeft vermoedelijk te maken met overbewoning. Arbeidsmigranten vertrekken vaak de eerste van de maand. Dan zetten ze hun huisraad buiten. Wij gaan onderzoeken of die relatie er inderdaad is en vervolgens ook wat we eraan zouden kunnen doen. Het probleem wordt dus wel herkend, maar ik twijfel erover of de oplossing van de Haagse Stadspartij de juiste is. We hebben een pilot gedaan met een vaste grofvuildag. Dat staat ook in de evaluatie die we u hebben toegestuurd. Daarin zien we dat die toch niet effectief is. Er komen relatief weinig bezoekers op af en van de mensen die komen, hebben wij de indruk dat ze al op de hoogte zijn van hoe je vuil moet aanbieden. Dat zijn mensen die normaal gesproken de bijplaatsingen niet veroorzaken. Het is dus geëvalueerd, het is arbeidsintensief en het levert niet op wat we denken.
22
Fatima Faïd (HSP). Dank aan de wethouder voor de beantwoording. Ik gaf als voorbeeld het matras dat er al drie weken ligt op de Lijnbaan. Het is toch wel zorgelijk dat het allemaal zo lang duurt. Ik denk dat het wel uitmaakt of er een vaste dag is per wijk, per gebied en dat je daar goed voorlichting over geeft, zodat mensen het ook weten. Want de vuilnis is natuurlijk niet alleen maar van arbeidsmigranten. Ook in delen van wijken waar minder arbeidsmigranten wonen, zie je ook gewoon de hele dag stoelen en meubilair. Wij denken dus dat het wel uitmaakt. Waarop baseert u, behalve dan die ene pilot, dat het niet zou werken? Vroeger werkte het prima. Wethouder Mulder (VVD). Ik ben het ermee eens dat drie weken lang is. We moeten alles op alles zetten om het afvalprobleem in toom te houden. Maar we hebben een pilot gedaan waaruit blijkt dat het niet helpt. We zijn nog bezig met deze pilot om te kijken of het wel helpt als je het in combinatie met andere acties doet. Die evaluatie krijgt u. Een grofvuildag klinkt sympathiek, maar als die niet oplevert wat we willen, is het goedbedoeld, maar zonde van de middelen. Dat moet nog blijken. Het klinkt dus sympathiek, maar in de praktijk lijkt het - ik zeg 'lijkt', want we zijn nog aan het kijken of het met andere interventies wel werkt - niet te werken.
Dan is het niet logisch om ermee door te gaan, gegeven ook het beperkte budget dat we hebben. Dus mijn verzoek aan u is of u de motie over de wekelijkse grofvuildag kunt aanhouden tot we de evaluatie hebben gedaan. Fatima Faïd (HSP). Ik denk dat de wethouder iets heel belangrijks noemt, namelijk het beperkte budget. Volgens mij hadden de collegepartijen het beter moeten regelen, had er meer geld moeten gaan naar het opruimen en het schoonhouden van de stad, maar dat terzijde. Natuurlijk, als het niks bijdraagt, gaan we dat helemaal niet doen. Dat zou een beetje gek zijn. Ik vind wel dat we steeds heel erg lang aan het onderzoeken zijn, terwijl we gewoon moeten opruimen. Dat wil ik nog wel gezegd hebben. Maar ik ga deze motie wel aanhouden. De voorzitter. Aangezien motie G.4 HSP is aangehouden, maakt zij geen onderdeel meer uit van de beraadslaging. Wethouder Mulder (VVD). U heeft het over G.4. Dat was ook de opmerking van mevrouw Holman. Dat wilde ik nog zeggen. Wij kijken ook naar wat wij kunnen leren van Amsterdam, Utrecht en andere steden. Mevrouw Holman zegt eigenlijk hetzelfde als mevrouw Faïd: je moet aan de slag met de uitvoering. Dat zeggen meer mensen. Maar als we met gericht onderzoek tot nieuwe ideeën kunnen komen, kan dat helpen. Dan veel over de vrijwilligers. Volgens mij hebben we twee, misschien drie ORACadoptanten in deze raad.
We gaan wel merken wie wel of niet meestemt. Ik zie een lachend gezicht. Ik zie in ieder geval een iemand bij GroenLinks die ORAC-adoptant is. Dan terug naar de motie van Hart voor Den Haag, Maak afvalvrijwilligersplatform. Ik heb toegezegd in de commissievergadering van 17 november, toen we het hadden over ORAC-tuintjes, dat we dat gaan doen. Daar waren schriftelijke vragen over van Hart voor Den Haag. We gaan een digitaal platform instellen voor afvalvrijwilligers. Ook daarvoor kom ik met een uitwerking in het aanvalsplan. Deze motie is dus overbodig. Dan ontraad ik die maar. Ik kom bij de motie Vrijwilligersvergoeding voor ORAC-adoptanten. Mij is niet precies helder wat we met die vrijwilligersvergoeding bedoelen, ook qua geld. Want als je dat gaat doen, wordt het natuurlijk begrotelijk. Het gaat dus geld kosten. Een dergelijke prikkel kan ook een negatief effect hebben. Je ziet soms bij gedragsonderzoek dat mensen graag iets doen, vrijwillig, ze hoeven daar niet per se een vergoeding voor. Als ze een vergoeding krijgen, vinden ze dat ongemakkelijk, omdat hun vrijwilligheid daarmee op een bepaalde manier op het spel wordt gezet. Daarnaast, en dat zie je bijvoorbeeld bij bloedbanken: als je mensen ervoor gaat betalen, zijn er mensen die het dan niet meer gaan doen. Daar is onderzoek naar gedaan.
Het kan ook een pervers effect hebben, omdat mensen zich dan misschien alleen aanmelden voor een vergoeding en wij gaan niet controleren of ze inderdaad dat ORAC-tuintje bijhouden. Zo'n prikkel kan er ook nog in zitten. Wat we wel doen … De voorzitter. Ik heb een interruptie hierop van de heer Martinez van Andel.
23
Carlos Martinez van Andel (Hart voor Den Haag). Ik hoor de wethouder net aan een zin beginnen die waarschijnlijk interessant is en waar mijn vraag ook op gericht is. De wethouder heeft aangegeven dat hij van mening is dat vrijwilligers gekoesterd moeten worden. Is de wethouder ook van mening dat ze beloond moeten worden en, zo ja, hoe dan? Wethouder Mulder (VVD). We doen dat. Een paar weken geleden hebben we een bloemetje gestuurd naar ORAC-adoptanten. Ik heb daar veel positieve reacties op gehoord overigens. Dat kunnen we met een cadeaubon doen. Dan hebben we het over bedragen van zo'n € 30. We zetten mensen dus al in het zonnetje. Ook zo bezien is deze motie overbodig, want het gebeurt al. Ik zou deze dus willen ontraden. Dan de motie van Hart voor Den Haag met de titel Maak gebruik van Afvalcoaches. De inzet van afvalcoaches is al als pilot uitgevoerd. We zullen begin volgend jaar met de evaluatie komen. Dan kunt u zien of en hoe de afvalcoaches hebben gewerkt. Deze motie moet ik dus ook ontraden, want we hebben de pilot al gedaan. Over de uitkomsten zal ik u begin volgend jaar informeren. Daarmee heb ik de moties gehad. De voorzitter. Ik constateer dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. Ik wil nog even het woord geven aan de heer Twisk. Zijn er wellicht zaken waar u nog op wilt reflecteren of reageren? De heer Twisk. Dank u wel, voorzitter.
Nee, ik denk dat het allemaal heel duidelijk is. De voorzitter. Hartelijk dank. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. De stemming over de ingediende moties is later vandaag. Ik dank de heer Twisk voor zijn bijdrage op dit punt. De heer Twisk blijft nog even bij ons.
Aan de orde is: H. Voorstel van de Rekenkamer inzake de verkenning betaalbare woningbouw (RIS313641). De voorzitter. Ook voor dit voorstel wil ik graag als eerste even het woord geven aan de voorzitter van de Rekenkamer, de heer Twisk. De heer Twisk. Voorzitter. De Rekenkamer heeft - dat doen wij wel vaker - verkenningen gedaan om te kijken welke onderwerpen zich lenen voor een verdiepend onderzoek. Een van die verkenningen betrof de betaalbaarheidsambities die de gemeente heeft gesteld. De aanleiding lag natuurlijk in het feit dat er een behoorlijk groot tekort aan woningen is. Nu weten wij ook wel dat de gemeente zelf niet bouwt, maar de gemeente heeft wel de mogelijkheid om een aantal instrumenten te gebruiken om de woningbouw te versnellen, te verbeteren, te vergroten. Een van die zaken hebben wij onderzocht. Dat zijn de afspraken met de private ontwikkelaars. Uiteindelijk heeft onze verkenning opgeleverd dat we daar niet verder onderzoek naar doen, maar - dat is dan ook wel mooi - wij denken wel met een aantal aanbevelingen uw raad verder te helpen. Dat is wel op de zeef blijven liggen. Er zijn vier aanbevelingen uw kant opgekomen. In de commissie hebben we daar goede gesprekken over gevoerd. Een aanbeveling heeft het college niet of nog niet omarmd. Dat is de derde. Wij geven namelijk in overweging om ook een ambitie te formuleren voor de goedkope huurwoningen.
Die was als zodanig niet bij de ambities opgenomen. Nu ligt er natuurlijk ook een rol voor de woningcorporaties. Die hebben wij als zodanig niet bekeken in ons onderzoek, omdat wij ons hebben gericht op de private ontwikkelaars. Wij denken dat voor de totale woningnood die er is ook op dat punt, ambities geformuleerd kunnen worden. Dat kan natuurlijk ook als daardoor weer andere afspraken met de woningbouwcorporaties komen. Met overname van de andere drie aanbevelingen zouden wij zeker zeer content zijn. Deze vierde is meer een overweging die wij aan u meegeven. Dat
24
is dus dit kortlopende onderzoek geweest. Wij hopen dat we met deze aanbevelingen u verder helpen in uw kaderstellende en controlerende taak. De voorzitter. Dank u wel, meneer Twisk. Ik wil graag als eerste het woord geven aan mevrouw Arp voor de inbreng vanuit de raad. Zij spreekt namens de SP. De beraadslaging wordt geopend. Lesley Arp (SP). Voorzitter. Dank aan de Rekenkamer voor deze verkenning. Het is belangrijk dat we als raad goed kunnen controleren of het college zijn belofte voor meer betaalbare woningbouw waarmaakt. Dit voorstel van de Rekenkamer draagt daar zeker aan bij, al vindt mijn fractie het wel een gemis dat de bouw van sociale huurwoningen niet in het onderzoek is meegenomen. Over een ding is de SP het echter oneens met de Rekenkamer. De Rekenkamer stelt namelijk voor om een ambitie voor goedkope huurwoningen te formuleren. Dit zijn woningen met een huurprijs tot de liberalisatiegrens, waarover geen afspraken zijn gemaakt dat deze langdurig sociaal blijven. Kortom, je gaat dan eigenlijk sturen op nep-sociale huur. Wat de SP betreft sturen we juist zo veel mogelijk op langdurig sociale huurwoningen die worden verhuurd door woningcorporaties. Daarom dient mijn fractie een amendement in dat besluit om het volgende dictumpunt te schrappen: 'III.
Om een ambitie voor goedkope huurwoningen te formuleren.' Dit is mede ingediend door mevrouw Faïd, de heer Ahraui van de Partij van de Arbeid en de heer Thepass van GroenLinks. Robert Barker (PvdD). Ik hoor de SP zeggen: het is nep-sociale huur. Dat doet het wel een beetje tekort. Er zijn toch heel veel huurwoningen onder de liberalisatiegrens in Den Haag die gewoon door verhuurders worden verhuurd en niet door woningcorporaties? Waarom noemt mevrouw Arp het dan 'nep-sociale huur'? Lesley Arp (SP). Ik had het inderdaad ook 'asociale huur' kunnen noemen, hoor ik hier zeggen. Het komt erop neer dat de ruimte in onze stad enorm schaars is, vooral als het gaat om nieuwbouwlocaties. Mijn fractie vindt het waardevol, als je dan sociale huurwoningen toevoegt, dat je dat doet voor de lange termijn, dus ook voor de toekomstige generaties, zodat je niet over 50 jaar een flat hebt - neem bijvoorbeeld de Grotiusplaats, The Grace of de Koningin Julianatorens, die er nog moeten komen, als ze er ooit komen - waarin alle woningen middelduur of duur zijn. Dat is natuurlijk niet bouwen voor de toekomst. Robert Barker (PvdD). Het doel zou toch ook niet zijn om die betaalbare huurwoningen in plaats van de 30% te doen? Het idee is toch om het bovenop die 30% te doen? Dan heb je dus bovenop die 30% ook nog betaalbare huurwoningen. Waarom zou de SP daar tegen zijn? Lesley Arp (SP).
De SP, maar ook bijvoorbeeld partijen als de Partij van de Arbeid en GroenLinks, kiezen er in het verkiezingsprogramma voor om 40% sociaal te laten bouwen door corporaties. Dat is niet gebeurd, want we hebben een andere coalitie. Maar als je zegt 'bouw meer sociaal', dan zou ik zeggen: laten we dan nog meer laten bouwen door woningcorporaties, zoals wel in Utrecht en in Amsterdam wordt gedaan. Joren Noorlander (D66). Ik denk dat het goed is dat woningcorporaties leidend zijn bij het beheer in de afname van de sociale huurwoningen, maar dat zou niet moeten betekenen dat dan de deur wordt dichtgegooid voor particuliere verhuurders of ontwikkelaars. Deze groep hebben we namelijk ook nodig in aanvulling op het bezit van sociale huurwoningen en het corporatiebezit. Kan ik het amendement ook zo interpreteren dat particuliere verhuurders een aanvulling zijn op de corporaties? Lesley Arp (SP). We kijken naar de feitelijke situatie. Bij The Grace, maar ook bij Grotius en het KJplein, zie je dat als de corporaties niet aan hun verplichting voldoen, de particuliere verhuurders in het gat springen. Daar is ook een zekere ruimte voor in het coalitieakkoord. Mijn fractie vindt daar van alles van. Wij hebben het allerliefst dat gewoon corporaties die rol vervullen, maar je ziet in de praktijk dat het al gebeurt. Maar ik denk zelf dat als iets in de praktijk gebeurt, dat niet per se een 25
politiek doel hoeft te zijn waar je op gaat sturen. Dan zeg ik: stuur liever op die langdurig sociale huurwoningen van woningcorporaties. Joren Noorlander (D66). Heb ik het dan goed dat dit amendement dat dan tegen zou gaan? Dat het volgens u niet meer mogelijk zou zijn als wij voor dit amendement zouden stemmen? Lesley Arp (SP). Nee, dat is naar mijn interpretatie onjuist. Het enige wat het amendement vraagt is dat je geen kwantitatief doel stelt voor de bouw van die woningen. Het is natuurlijk niet zo dat die woningen dan helemaal niet meer gebouwd kunnen worden, want we hebben nu ook geen kwantitatief doel en je ziet ook dat die woningen gebouwd worden. Robert Barker (PvdD). De SP suggereert dat er geen kwantitatief doel wordt gesteld als die zin geschrapt wordt, maar het voorstel van de Rekenkamer is om een ambitie te formuleren. Er staat niet 'kwantitatief doel'. Ik snap dus niet helemaal wat de SP beoogt met het amendement. Lesley Arp (SP). Ik zie een ambitie wel als een kwantitatief doel, want hoe wil je een ambitie anders formuleren dan met een getal? Ik vind dat wel een wonderlijke interpretatie van de Partij voor de Dieren. Robert Barker (PvdD). Een ambitie kan ook zijn dat je inzet op goedkope huurwoningen. Je hoeft niet per se een concreet doel te stellen. Anders had er gestaan 'concreet doel'. Lesley Arp (SP).
Ik vind het bijna een soort semantische discussie worden. Als ik een ambitie zou hebben, dan zou ik daar wel een getal aan verbinden. We hebben nu ook de ambitie om groepslocaties voor arbeidsmigranten te bouwen. We hebben een ambitie om het tekort aan plekken voor woonwagenstandplaatsen in te lopen. Als ik het voor het zeggen had en ik dat echt zou willen, zou ik daar een concreet doel voor formuleren. De voorzitter. Door mevrouw Arp, daartoe gesteund door mevrouw Faïd, wordt het volgende amendement (H.A. SP) voorgesteld:
Amendement H.A SP Stuur op langdurig sociale huurwoningen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 21 december 2022, ter bespreking van Raadsvoorstel verkenning Rekenkamer betaalbare woningbouw (RIS313641). Besluit om het volgende dictumpunt te schrappen: • III. Om een ambitie voor goedkope huurwoningen te formuleren. Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Ik geef het woord aan de heer Thepass van GroenLinks, die zijn maidenspeech gaat houden, op een mooi moment en over een mooi onderwerp. Vincent Thepass (GroenLinks). Voorzitter. Vijftien minuten, zo lang duurt het om met de tram van het Statenkwartier naar de Haagse Markt een ritje te maken. De fysieke afstand tussen deze wijken is kort, maar de realiteit tussen deze plekken kan bijna niet verder uit elkaar liggen. Of het nou gaat om de inkomens, de levensverwachting of de schooladviezen die kinderen krijgen, de verschillen zijn groot. Binnen onze stad lijkt dat al te lang iets vanzelfsprekends te zijn. Of we het nou wel of niet doorhebben, in deze raadzaal worden we allemaal gevormd door het feit, de Haagse realiteit dat wij allemaal de meest gesegregeerde stad van Nederland vertegenwoordigen. Die segregatie is in al het beleid terug te zien. Dat is wat mij motiveert om hier te staan als raadslid.
Als iemand die hier in Den Haag is geboren en opgegroeid, die al zijn hele leven ziet wat die verschillen zijn en ook van
26
mensen hoort wat die verschillen voor hun leven betekenen, sta ik te springen om vanaf deze plek die ongelijkheid te kunnen bestrijden. Ik moet bekennen, het vergde iets meer geduld om hier te staan dan oorspronkelijk het plan was. De weg van kandidaat naar maidenspeech had iets meer omwegen dan verwacht. Er moest een coalitieakkoord komen voordat ik hier kon staan. Maar geduld is een schone zaak en ik ben allereerst vooral vereerd om dit hier namens GroenLinks te mogen doen. Op de verschillende dossiers waarop ik dat mag doen, de energietransitie, wonen, arbeidsmigranten, is de kloof die ik net beschreef, meer dan ooit zichtbaar. Dat is wrang, want de mensen die hierdoor worden geraakt, die ik spreek aan de Betje Wolffstraat, het Moerbeiplein of in de Poolse supermarkt, vragen uiteindelijk, als je erover nadenkt, helemaal niks ingewikkelds. Mensen willen gewoon een betaalbaar, warm huis dat ze zich kunnen veroorloven. Ze willen een gemeente die alles op alles zet voor een energietransitie waarin echt alle bewoners kunnen worden meegenomen. De bijna 60.000 arbeidsmigranten in onze stad willen simpelweg een volwaardig burger zijn en hier kunnen wonen en werken met alle rechten die daarbij komen kijken. Het is allemaal niet ingewikkeld. Maar wat zien we gebeuren? Steeds lopen diezelfde mensen tegen hetzelfde probleem aan.
Politiek en gemeente zien hen, wanneer het erop aankomt, te weinig, terwijl mondige bewoners en commerciële partijen hun eigen belang juist steeds weer goed weten te verdedigen. Dat is de reden waarom ik in de politiek zit: om deze mensen zonder stem een stem te geven. Ik zal me daarbij inzetten voor een gemeente die haar bewoners meer macht geeft, in het bijzonder degenen die het minder breed hebben. Daarom zal bij de begrotingsbehandeling mijn collega De Vuyst namens mij ook een aantal moties indienen over de energietransitie. Naast die inhoudelijke verantwoordelijkheid zie ik het natuurlijk ook, juist als coalitieraadslid, als mijn verantwoordelijkheid om de macht te controleren en ook ons college. In dat laatste punt zit mijn bruggetje om de Rekenkamer te bedanken voor het onderzoek dat hier vandaag voor ons ligt. Jullie maken het mogelijk voor ons als raad om het controlerende werk te doen, om ons college te controleren en om het college ook vooral aan onze inhoudelijke ambities te houden. Dat is ongelooflijk belangrijk, juist ook als het gaat om de volkshuisvesting. GroenLinks zal zich in de komende jaren ook hard inzetten voor een betaalbare volkshuisvesting, want de wooncrisis vraagt erom. Met dit onderzoek versterkt de Rekenkamer onze positie om dat te doen. Ik wil ook de wethouder en het college bedanken voor de reactie op de aanbevelingen.
GroenLinks kan zich net als de SP scharen achter de keuze om ons minder afhankelijk te maken van marktpartijen als het gaat om goedkope huurwoningen, en dus te gaan voor gereguleerd en zekerheid op de lange termijn. Mijn partij staat dan ook onder het amendement van de SP om punt III te schrappen. Voorzitter. Ik wil afsluiten met een bekentenis. Zoals ik al aan het begin zei, kostte het wat geduld voordat ik hier kon staan. Ik moet bekennen dat, ook nu ik hier als raadslid ben, geduldig zijn hetgeen is wat ik eigenlijk het moeilijkst vind aan het werk. Als je van bewoners hoort dat zij maar amper hun energierekening kunnen betalen, als je ziet hoeveel mensen er op straat kamperen bij de Koekamp, dan zou je eigenlijk spontaan met een hooivork naar het stadhuis willen lopen om de boel helemaal om te gooien. Maar dan loop je ergens tegenaan, namelijk dat de realiteit op dit stadhuis soms tergend langzaam gaat, terwijl de stad echt om verandering gaat. Ik zal daar nooit aan wennen, maar dat is wel wat mij drijft. Ik kijk er ongelooflijk naar uit om in de komende jaren samen met deze raad, samen met jullie te gaan strijden om toch die verandering teweeg te brengen. Dank jullie wel. (Geroffel op de tafels) De voorzitter. Van harte gefeliciteerd met uw maidenspeech. Ik denk dat ik dat namens ons allemaal kan zeggen.
De aanloop was wellicht wat lang, maar dat heeft geresulteerd in een heel mooie speech, waarmee we allemaal kunnen stellen dat u een aanwinst bent in ons midden. Van harte gefeliciteerd daarmee. We gaan door naar de heer Ahraui van de PvdA. Samir Ahraui (PvdA). Voorzitter. Vanaf deze plek complimenten aan de heer Thepass voor zijn prachtige maidenspeech, een verhaal dat ik zeker onderschrijf. Ook dank aan de Rekenkamer voor het onderzoek dat wij vandaag nogmaals met elkaar bespreken. De Partij van de Arbeid is blij dat het 27
college zich inzet om de woningnood met mooie ambities stevig aan te willen pakken en aanpakt, en een woonbeleid waarin wij steeds meer wijk- en gebiedsgericht werken dan van project naar project te gaan. Het allerbelangrijkste is voor ons dat we steeds meer betaalbaar willen bouwen, bouwen en gaan bouwen, vanwege de afspraken in de Woonagenda, maar ook de nieuwe afspraken in het coalitieakkoord. Zoals de Rekenkamer ook aangeeft, is dit een verandering ten opzichte van de periode voor 2020, waarin we nu eindelijk veel actiever sturen op ook die betaalbaarheidsambitie. Dat stemt mij blij en hoopvol. Wel blijft mijn fractie zorgen houden over de toekomstige productie, de vele beren en onzekerheden op de weg en ook de rol die wij als raad kunnen oppakken om deze productie te ondersteunen en bij te kunnen dragen aan het halen van de ambities die we zo met elkaar delen. Daarom heb ik nog twee vragen.
Zou het college een reflectie kunnen geven op hoe het aankijkt tegen de toekomstige productie van met name betaalbare woningen? Ziet het mogelijkheden om daar vanuit de raad of vanuit het college nog actiever op te sturen, juist zodat we dat gemeenschappelijke doel met zijn allen kunnen behalen? Of zou er bijvoorbeeld, wellicht zelfs door de Rekenkamer, mochten ze daar nog wat tijd voor hebben, wel degelijk nog aanvullend onderzoek nodig zijn om te kijken of we alle instrumenten die we tot onze beschikking hebben, ook benutten? Of zijn er nog instrumenten die we zouden kunnen hanteren? Daarnaast zijn we er voorstander van dat betaalbare huur ook altijd wordt gerealiseerd door woningbouwcorporaties. Er is al een aantal debatjes over geweest. Dat is ook de reden waarom wij het amendement van de SP onderschrijven en meetekenen. Wethouder Balster (PvdA). Voorzitter. Laat ik beginnen met een groot compliment aan de heer Thepass voor zijn prachtige maidenspeech; heel inspirerend. Het zal geduldig werken blijven aan eerlijke oplossingen. Daar staan we samen voor.
Ik wil ook graag de Rekenkamer nogmaals bedanken voor de mooie verkenning die er ligt, die ons ook een aantal aanbevelingen meegeeft waar we goed mee uit de voeten kunnen, en ook constateert dat we op de goede weg zijn met het bijsturen van de mammoettanker die de woningbouwproductie is, want er gaan jaren overheen voordat je dat stuur weer goed in handen hebt. Daar hebben we volop ambities op. Qua middenhuurproductie zitten we wat dat betreft ook al goed. Dat willen we natuurlijk ook meerjarig vasthouden. Dat willen we ook kritisch blijven monitoren. In de commissie is er naar aanleiding van twee elementen in het dictum van het raadsvoorstel nog wel wat discussie geweest, ook naar aanleiding van de collegereactie. De SP heeft hier ook een amendement op ingediend. Laat ik daar ook gelijk mee beginnen. Het college kan van harte achter het amendement staan, want als je de aanbeveling ten aanzien van de beleggershuur, de betaalbare huur in het sociale segment zou omarmen, zou je de facto in strijd handelen met de Woonagenda, waarin we het primaat voor de sociale woningbouw bij de woningcorporaties hebben gelegd. Dat wil niet zeggen dat sociale huur niet door een belegger ontwikkeld kan worden, maar dan heb je wel vaak te maken met een kortere instandhoudingstermijn. Er zijn ook gemeenten met heel korte instandhoudingstermijnen.
Overigens is het Rijk hier ook echt op aan het sturen, waarbij het inmiddels werkt met een standaard instandhoudingstermijn van al boven de twintig jaar. Dat maakt ook dat het college doorgaat met de ambitie om in principe met woningcorporaties te werken. We zien ook in de markt dat dat in goede aarde valt. Marktpartijen richten zich met name op het middensegment en het duurdere segment. Woningcorporaties hebben ook voldoende kapitaal om in het sociaal segment te acteren. Het college kan het amendement van de SP dus ook omarmen. Bij de totale woningbouwproductie - de heer Ahraui raakte daar net aan - hebben we te maken met heel veel factoren. De afgelopen drie jaar hebben we een stijgende lijn in de woningbouwproductie te pakken. Maar eerlijk is eerlijk, we zijn nog niet op de gewenste 4.000 woningen per jaar, al is de planvoorraad inmiddels best groot. Daar zullen we aan moeten blijven werken. Maar er zijn best wel veel factoren die daar op invloed van zijn die we niet allemaal in eigen hand hebben. Richting de nieuwe woonvisie zijn we natuurlijk aan het kijken hoe we nog beter kunnen sturen op de woningbouwproductie en op de betaalbaarheid, en of we daar alle instrumenten in handen hebben. We komen bij u op de lijn als we denken dat we daar nog meer op kunnen doen.
Maar we zijn natuurlijk ook altijd, als het gaat om de totale productie, afhankelijk van uw besluitvorming, rente, economische ontwikkeling. Het zijn vaak ingewikkelde projecten, die vaak tijd vergen. Nou, dat weet u allemaal. 28
Dan kom ik nog bij een van de aanbevelingen van de Rekenkamer om een absolute doelstelling voor de betaalbare ambities te hanteren. Het college staat daar niet onwelwillend tegenover, maar het blijft natuurlijk zo, als je stuurt op percentages in projecten en gebieden, dat, als de productie onverhoopt een keer tegenvalt, die absolute aantallen niet zullen worden gehaald. We hopen natuurlijk dat we die totale productie boven de 4.000 krijgen en dat lang kunnen vasthouden, maar met die kanttekening moeten we wel blijven werken. Het zal dus meer een indicator zijn dan dat we er echt heel hard op kunnen sturen, ook gegeven de ingewikkelde omstandigheden waarmee we toch altijd te maken hebben. Voorzitter, ik denk dat ik daarmee op alle vragen uit uw raad heb geantwoord. De voorzitter. Hartelijk dank aan de wethouder. Ik zie dat dat ook het geval is. Ik geef nog kort even het woord aan de heer Twisk, de voorzitter van de Rekenkamer. De heer Twisk. Voorzitter. Ik zie drie punten waar ik graag even op zou willen reflecteren. Ik wil beginnen met de laatste opmerking van de wethouder over de tweede aanbeveling. We hebben die vooral gedaan om duidelijk te hebben dat als je alles in relatieve cijfers aangeeft, het wat minder zegt als je ook de absolute cijfers ernaast zet.
We begrijpen wel degelijk dat een doelstelling op de absolute cijfers ingewikkeld blijft, maar het gaat ons er met name om dat het duidelijker wordt, dat er dus niet wat verbloemd wordt gerapporteerd als dat in relatieve cijfers en percentages gebeurt. De nuancering van de wethouder kunnen we dus heel goed begrijpen. We zijn ook blij dat dan toch wel absolute cijfers worden opgenomen. Een tweede reflectie is meer van algemene aard. De Rekenkamer is blij dat wij nu het gesprek voeren, zowel in de commissie als in de raad, over de aanbevelingen. Het zou vervelend zijn als we een discussie hebben over onze conclusies. Ik vind het een heel goede ontwikkeling dat wij nu in gesprek zijn over de aanbevelingen. De Rekenkamer doet die vanuit expertise en vanuit het idee dat de raad daarmee geholpen wordt, maar het is uiteindelijk natuurlijk een eigen politieke afweging om die aanbevelingen wel of niet over te nemen. Wij kunnen ons er dus heel goed in vinden dat de derde aanbeveling - dat is nu ook even over tafel gekomen - wellicht geen steun heeft en zelfs geamendeerd wordt. Voor ons is belangrijk dat het gesprek over de aanbevelingen in uw raad plaatsvindt. Daar zijn wij blij mee. Daar zien wij ook onze meerwaarde. Ten slotte een derde reflectie. De heer Ahraui had het over een vervolgonderzoek.
Wij hebben recentelijk een sessie belegd om te kijken wat van uw kant input kan zijn voor ons onderzoeksprogramma voor het komende jaar. Wij doen dat natuurlijk vanuit onze onafhankelijkheid, maar wij zijn zeer genegen om te luisteren naar wat er speelt. Wij maken zelf op dit moment een longlist en vervolgens een shortlist. Begin komend jaar zullen wij die aan u mededelen, met het programma dat wij de komende jaren verder gaan uitvoeren. Dank u wel voor de ruimte die wij krijgen. Dat stelt de Rekenkamer zeer op prijs en ik hoop dat dit in de toekomst zo blijft. Dank u wel. De voorzitter. Dank u wel, meneer Twisk. Hartelijk dank voor uw bijdrage, ook namens de collega's in de raad. Ik constateer dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. De stemmingen zijn later vandaag. Ik schors nu kort voor een voorzitterswissel, want onze burgemeester is weer in huis. Ik ben slechts het voorprogramma geweest. De burgemeester gaat straks weer verder met u. De vergadering wordt van 11.42 uur tot 11.45 uur geschorst. Voorzitter: de heer Van Zanen. -
Afronding debat commissie (termijngebonden).
29
Aan de orde is: I.1.
Vervolgstap doorontwikkeling jeugd- en gezinshulp: selectieleidraad (RIS313467).
De beraadslaging wordt geopend. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Voorzitter. Zeven moties heb ik. Normaal ben ik niet zo'n motietijger, maar dit is een onderwerp waar ik me echt ongelooflijk veel zorgen om maak. Wat is er aan de hand? Er staat een grote aanbesteding op de agenda. De selectieleidraad hebben we al gehad. Het gaat om een bedrag van rond de € 120 mln. Het gaat over een aanbesteding jeugd- en gezinshulp. Het is een onderwerp waar heel veel kinderen in Den Haag mee te maken krijgen. Er worden contracten afgesloten voor acht jaar, dus dat is ook nogal wat. Er zijn wat vraagtekens bij de noodzakelijke deskundigheid, stevigheid van de mensen die het moeten gaan doen, en twijfels of deze aanbesteding wel gaat leiden tot doelmatige afspraken. De eerste motie die ik wil indienen vraagt om de dialooggesprekken die gaan beginnen met de aanbieders in januari, pas van start te laten gaan als een onafhankelijke inhoudelijke challenge is georganiseerd, zodat deze vanaf de eerste dag op het proces kan reflecteren. De wethouder heeft hier al een toezegging over gedaan, maar dit moet klaar zijn voordat de dialooggesprekken gaan starten. De tweede motie is Wachtlijsten in de jeugdzorg oplossen. Daar hoef ik geen woorden meer aan vuil te maken. Er zijn veel te veel wachtlijsten en veel te lange wachtlijsten.
Ik verzoek het college in de gunningscriteria waarborgen te eisen van de potentiële aanbieders en/of samenwerkingsafspraken te maken om de wachtlijsten te verkorten en uiteindelijk op te lossen. De volgende motie gaat over tijdschrijven. Tijdschrijven is de grootste irritatie van jeugdzorgprofessionals. Het zijn allemaal overbodige administratieve lasten. Er is al een convenant getekend, onder andere door de VNG. Er zijn moties aangenomen in de Kamer. Ik vraag de wethouder om in de gunningscriteria op te nemen dat tijdschrijven niet geoorloofd is. De volgende motie heeft als titel Maak niet dezelfde fout als in 2015. In 2015 was de grote decentralisatie van de jeugdzorg aan de gemeenten. Het was meteen een bezuinigingsoperatie. Dat moeten we niet willen, want dat heeft tot heel veel narigheid geleid. Het dictum van de motie stelt dat de aanbesteding jeugd- en gezinshulp geen bezuinigingsoperatie mag zijn, met andere woorden dat er niet mag worden gekort op de budgetten. Dan de motie Gebruik deskundigheid. Het is helaas zo geweest dat bij de invulling van de selectieleidraad de scholen niet zijn betrokken. Ik vraag de wethouder te waarborgen dat scholen een geëigende positie krijgen in de volgende fases van de aanbesteding en te onderzoeken of er andere partijen zijn die, gezien hun deskundigheid van het veld, ook nog uitgenodigd moeten worden.
Dan de volgende motie: Betrek professionals van gemeente en van aanbieders bij de aanbesteding. Meestal is zo'n aanbesteding een bestuurlijk feestje - laat ik het maar zo noemen - maar juist de inbreng van die professionals is zo ontzettend belangrijk. Dus ik verzoek het college om de professionals van de gemeente en professionals van de potentiële contractpartijen een volwaardige rol te geven in de dialoogsessies. De laatste motie is Accepteer de uitgestoken hand van jeugdbeschermers. Misschien een beetje raar dat ik daar mee kom, maar ik heb toevallig heel goede contacten met de FNV in het jeugdcircuit. Ik heb er voor VWS drie jaar in gewerkt. De FNV heeft aangeboden om eens te praten met de wethouder om te kijken wat jeugdzorgprofessionals in de breedste zin van het woord bezighoudt. Ik verzoek het college dus de uitnodiging van de FNV aan te nemen en, gezien alle problemen binnen de jeugdbescherming en de komende aanbesteding jeugd- en gezinshulp, dit gesprek te laten plaatsvinden in januari. De voorzitter. Door mevrouw Verdonk, daartoe gesteund door mevrouw Faïd, wordt de volgende motie (I.1.1 Hart voor Den Haag) ingediend:
30
Motie I.1.1 Hart voor Den Haag Accepteer de uitgestoken hand van jeugdzorgprofessionals De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 21 december 2022, in een debat over RIS313467 Vervolgstap dóórontwikkeling jeugd- en gezinshulp - selectieleidraad Constaterende dat, • door de gemeente Den Haag een aanbesteding is gestart voor jeugd/en gezinshulp. Overwegende dat, • jeugdzorgprofessionals een zwaar beroep hebben en de steun van het college verdienen; • de uitlatingen van de verantwoordelijke wethouder Jeugd in het AD heel hard zijn aangekomen; • de wethouder eerder heeft laten blijken dat hij niet op de hoogte is van de gang van zaken in de jeugdbeschermingsorganisaties in Den Haag. (Er zouden geen werkonderbrekingen zijn, terwijl die er wel zijn); • de FNV een aanbod heeft gedaan om een gesprek te organiseren tussen de betreffende wethouder en jeugdzorgprofessionals die werkzaam zijn in Den Haag. Van mening dat, • de betreffende wethouder deze uitnodiging zou moeten aannemen om zodoende direct en adequaat geïnformeerd te worden over de situatie in de jeugdzorg en jeugdbescherming. Verzoekt het college, • de uitnodiging van de FNV aan te nemen en, gezien alle problemen binnen de Jeugdbescherming en de komende aanbesteding jeugd-, en gezinshulp, dit gesprek te laten plaatsvinden in januari. En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter.
Door mevrouw Verdonk, daartoe gesteund door mevrouw Klokkenburg, worden de volgende moties (I.1.2 Hart voor Den Haag, I.1.3 Hart voor Den Haag en I.1.7 Hart voor Den Haag) ingediend:
Motie I.1.2 Hart voor Den Haag Betrek professionals van gemeente en van aanbieders bij de aanbesteding De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 21 december 2022, in een debat over RIS313467 Vervolgstap dóórontwikkeling jeugd- en gezinshulp - selectieleidraad Constaterende dat, • door de gemeente Den Haag een aanbesteding is gestart voor jeugd-, en gezinshulp. Overwegende dat, • bij de dialooggesprekken alleen de bestuurders van de potentiële contractpartijen betrokken zijn; • professionals, zowel van de kant van de potentiële contractpartijen als van de kant van de gemeente beter op de hoogte zijn van de uitwerking van de aanbesteding in de praktijk.
31
Van mening dat, • samenwerking tussen professionals van de gemeente en van de potentiële aanbieders essentieel is het bieden van effectieve en passende jeugdhulp; • de kennis van professionals van de gemeente en professionals van potentiële aanbieders over de praktijk dus onontbeerlijk is bij deze aanbesteding. Verzoekt het college, • professionals van de gemeente en professionals van de potentiële contractpartijen een volwaardige rol te geven in de dialoogsessies. En gaat over tot de orde van de dag.
Motie I.1.3 Hart voor Den Haag Gebruik deskundigheid De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 21 december 2022, in een debat over RIS313467 Vervolgstap dóórontwikkeling jeugd- en gezinshulp - selectieleidraad Constaterende dat, • door de gemeente Den Haag een aanbesteding is gestart voor jeugd/en gezinshulp. Overwegende dat, • kinderen veel tijd van hun leven op school doorbrengen; • scholen daarom goed zicht hebben op eventuele hulpvragen van kinderen; • scholen niet betrokken zijn geweest in de totstandkoming van de selectieleidraad, zoals de wethouder zelf heeft toegegeven. Van mening dat, • de inbreng van scholen noodzakelijk is de dialoogsessies. Verzoekt het college, • te waarborgen dat scholen een geëigende positie krijgen in de volgende fases van de aanbesteding en te onderzoeken of er andere partijen zijn die, gezien hun deskundigheid van het veld ook nog uitgenodigd moeten worden. En gaat over tot de orde van de dag.
Motie I.1.7 Hart voor Den Haag Wachttijden in de jeugdzorg oplossen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 21 december 2022, in een debat over RIS313467 Vervolgstap dóórontwikkeling jeugd- en gezinshulp - selectieleidraad Constaterende dat, • door de gemeente Den Haag een aanbesteding is gestart voor jeugd/en gezinshulp. Overwegende dat, • kinderen die jeugdhulp nodig hebben deze ook z.s.m. moeten kunnen krijgen; • wachtlijsten in de jeugdzorg dus zeer ongewenst zijn; • er binnenkort gestart wordt met de dialoogsessies met potentiële aanbieders. Van mening dat, • dit een uitgelezen kans biedt om met elkaar oplossingen te bedenken voor het verkorten en uiteindelijk oplossen van de wachtlijsten. 32
Verzoekt het college, • in de gunningscriteria waarborgen te eisen van de potentiële aanbieders en/of samenwerkingsafspraken te maken om de wachtlijsten te verkorten en uiteindelijk op te lossen. En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door mevrouw Verdonk, daartoe gesteund door mevrouw Klokkenburg en mevrouw Faïd, wordt de volgende motie (I.1.4 Hart voor Den Haag) ingediend:
Motie I.1.4 Hart voor Den Haag maak niet dezelfde fout als in 2015 De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 21 december 2022, in een debat over RIS313467 Vervolgstap dóórontwikkeling jeugd- en gezinshulp - selectieleidraad Constaterende dat, • door de gemeente Den Haag een aanbesteding is gestart voor jeugd/en gezinshulp. Overwegende dat, • in 2015 de jeugdzorg is gedecentraliseerd naar gemeenten; • deze decentralisatie gepaard is gegaan met een bezuinigingsoperatie; • een groot deel van het jeugdveld hier nog steeds last van heeft. Van mening dat, • er bij de aanbesteding jeugd-, en gezinshulp in Den Haag niet dezelfde fout gemaakt mag worden. Verzoekt het college, • de aanbesteding jeugd-, en gezinshulp geen bezuinigingsoperatie mag zijn, m.a.w. dat er niet mag worden gekort op de budgetten. En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door mevrouw Verdonk worden de volgende moties (I.1.5 Hart voor Den Haag en I.1.6 Hart voor Den Haag) ingediend:
Motie I.1.5 Hart voor Den Haag Meekijken door onafhankelijke materiedeskundigen tijdig organiseren De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 21 december 2022, in een debat over RIS313467 Vervolgstap dóórontwikkeling jeugd- en gezinshulp - selectieleidraad Constaterende dat, • door de gemeente Den Haag een aanbesteding is gestart voor jeugd/en gezinshulp. Overwegende dat, • deze aanbesteding de zorg betreft voor de (kwetsbare) kinderen in de stad; • deze aanbesteding gaat over een bedrag van ongeveer 115 miljoen euro; • er contracten met aanbieders worden afgesloten voor de komende 8 jaar; • deze manier van werken nieuw is voor de gemeente; • er bij een aantal partijen twijfel is over de noodzakelijke deskundigheid (en dus stevigheid) 33
• •
aan de kant van de gemeente om te komen tot, voor de gemeente, gunstige afspraken met de zorgaanbieders; er twijfels zijn of deze aanbesteding leidt tot doelmatige afspraken voor Den Haag; de wethouder wel heeft toegezegd dat hij zich zal beraden over een onafhankelijke inhoudelijke challenge, maar er twijfels zijn of hij de urgentie hiervan wel echt inziet.
Van mening dat, • het op grond van bovenstaande punten nodig is om een externe reflectie te organiseren, met als kernwoorden: blik van buiten, gericht op beleidsmatige inhoud, op ontwikkelingen in het vakgebied, is de gemeente kritisch genoeg naar zich zelf, hoe doen andere gemeenten op dit beleidsterrein, wat kan de gemeente daarvan leren, zijn leerpunten in de gemeentelijke analyse betrokken? (bron: eerder onderzoek bij de gemeente door de heer Van de Vlist). Verzoekt het college, • de dialooggesprekken pas van start te laten gaan als een onafhankelijke inhoudelijke challenge is georganiseerd, zodat deze vanaf de eerste dag op het proces kan reflecteren. En gaat over tot de orde van de dag.
Motie I.1.6 Hart voor Den Haag Stop tijdschrijven De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 21 december 2022, in een debat over RIS313467 Vervolgstap dóórontwikkeling jeugd- en gezinshulp - selectieleidraad Constaterende dat, • door de gemeente Den Haag een aanbesteding is gestart voor jeugd-, en gezinshulp. Overwegende dat, • tijdschrijven de grootste irritatie is van jeugdprofessionals bij de administratieve lasten; • overbodige administratieve lasten een belangrijke reden zijn voor professionals om een andere baan te zoeken; • er in 2020 een convenant is ondertekend door VNG, VWS, de bonden en de werkgevers om tijdschrijven in de jeugdzorg te stoppen; • er drie weken geleden twee moties zijn aangenomen in de Tweede Kamer om tijdschrijven te stoppen; • in de CAO Jeugdzorg is afgesproken om te stoppen met tijdschrijven; • er andere mogelijkheden zijn om de werktijd van professionals te monitoren. Van mening dat, • het essentieel is voor de jeugdzorg dat alles gedaan moet worden om professionals te behouden voor de sector. Verzoekt het college, • in de gunningscriteria op te nemen dat tijdschrijven niet geoorloofd is. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Fatima Faïd (HSP). Voorzitter. Preventie is een belangrijk instrument binnen de jeugdzorg, maar gelukkig zitten hier niet de lange wachtlijsten.
Het is nodig dat we ons in het nieuwe beleid gaan focussen op het verkorten van de wachtlijsten. Het is onbestaanbaar dat kinderen in nood moeten wachten op hulp. Daarom de motie Jeugdzorg zonder wachtlijsten, met als dictum: verzoekt het 34
college in de nieuwe aanpak jeugdzorg het terugdringen van de wachtlijsten in de jeugdzorg centraal te stellen. De voorzitter. Door mevrouw Faïd wordt de volgende motie (I.1.10 HSP) ingediend:
Motie I.1.10 HSP Jeugdzorg zonder wachtlijsten De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 21 december 2022, ter bespreking van Vervolgstap doorontwikkeling jeugd- en gezinshulp: selectieleidraad (RIS313467) Constaterende, dat: • er geen wachtlijsten zijn voor preventieve behandelingen; • er nu wel wachtlijsten zijn voor zwaardere hulpvormen zoals ggz en begeleiding van veilig thuis. Overwegende, dat: • gezinnen en kinderen in nood niet kunnen wachten op hulp; • wachtlijsten voor zwaardere hulpvormen bijdragen aan het vergroten van de problemen; • er nu ook al lange wachtlijsten zijn in de jeugdzorg; • de verdeling van de zorg via vier gebiedsdelen niet mag leiden tot snellere behandeling in het ene gebied versus een ander gebied. Verzoekt het college: • in de nieuwe aanpak jeugdzorg het terugdringen van de wachtlijsten in de jeugdzorg centraal te stellen. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Judith Klokkenburg (CU/SGP). Voorzitter. Het is al gezegd: we staan voor een grote verandering in hoe we de zorg voor de meest kwetsbare kinderen in onze stad gaan organiseren. Dat vraagt veel van de ambtelijke organisatie om de dialoogfase goed te voeren, maar ook voor de jeugd- en gezinswerkers, die zich elke dag met hart en ziel inzetten voor de zorg voor onze kinderen.
Mijn fractie maakt zich nog wel zorgen om de keuzevrijheid van ouders en kinderen als het gaat om de meest passende zorg. Ook willen we een borging dat er geen topsalarissen uitbetaald gaan worden met gemeenschapsgeld, oftewel dat de zogenaamde WNT, Wet normering topinkomens, gaat worden nageleefd. Daarom twee moties. De eerste motie, die ik indien met de collega's Faïd, Smit en Holman, verzoekt het college het bieden van cultuursensitieve zorg expliciet op te nemen als een van de kernindicatoren, daarvoor kwaliteitseisen te ontwikkelen en die gedurende de looptijd van de aanbesteding te toetsen, zodat Haagse jeugdigen te allen tijde verzekerd kunnen zijn van cultuursensitieve zorg. Een tweede motie, die ik indien met de collega's Arp, Smit en Holman, verzoekt het college naleving van de WNT in de gunningsleidraad op te nemen en hier gedurende de contractduur op toe te zien. De voorzitter. Dank u wel. Het is overigens gebruikelijk dat je hierheen komt. Ik bedoel, ik vind er wel van alles van en het kost een hoop tijd, maar zolang we dit vinden, doen we het. Door mevrouw Klokkenburg, daartoe gesteund door mevrouw Faïd, mevrouw Holman en de heer Smit, wordt de volgende motie (I.1.8 CU/SGP) ingediend:
35
Motie I.1.8 CU/SGP cultuursensitieve jeugdhulp borgen voor de toekomst De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 21 en 22 december 2022, ter bespreking van vervolgstap doorontwikkeling jeugd- en gezinshulp: selectieleidraad (RIS313467), constaterende, dat: • in het huidige jeugdhulpsysteem zorgvragers de vrijheid hebben een jeugdhulpaanbieder te kiezen die bij hen past; • in de nieuwe systematiek met een gebiedsgerichte aanbesteding het aantal aanbieders beperkt is en deze keuzevrijheid verdwijnt; overwegende, dat: • in de nieuwe systematiek cultuursensitieve cq. identiteitsgebonden zorg niet geborgd is; • de wethouder OJS in de commissievergadering van 8 december jl. heeft aangegeven dat het onderwerp is van de dialoogfase; • cultuursensitieve zorg van belang is, omdat het de relatie en communicatie tussen hulpverlener en hulpvrager en daarmee de hulpverlening zelf versterkt; verzoekt het college: • het bieden van cultuursensitieve zorg expliciet op te nemen als een van de kernindicatoren, daarvoor kwaliteitseisen te ontwikkelen en die gedurende de looptijd van de aanbesteding te toetsen, zodat Haagse jeugdigen te allen tijde verzekerd kunnen zijn van cultuursensitieve zorg, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter.