RIS314477 Ruimte voor kerken in Den Haag bijlage
Tekst van het document
Respondenten geven verder aan dat kerken en diaconale organisaties veel aandacht hebben voor groepen die geen of in beperkte mate aanspraak kunnen maken op overheidsvoorzieningen, tussen wal en schip vallen en/of buiten het bereik of blikveld van officiële instanties vallen, zoals dak- en thuislozen, (ongedocumenteerde) vluchtelingen, afgewezen asielzoekers en mensen die net niet in aanmerking komen voor voeding bij voedselbanken. Vanuit internationale en migrantenkerken vindt er ook hulp plaats aan nieuwkomers door gevestigde migranten of mensen met een migratieachtergrond. In de enquête is voorgelegd welke groepen steun aanvragen bij kerken en diaconale organisaties. Daaruit blijkt dat mensen die financieel in de knel raakten en kerken en diaconale organisaties om hulp vroegen met name te vinden waren onder mensen met schulden: 55% van de respondenten gaf aan deze groep met name te bedienen. Daarnaast vroegen ook mensen zonder betaald werk, alleenstaande ouders en asielzoekers, vluchtelingen of ongedocumenteerden bij bijna de helft van de organisaties om hulp.7 ZZP’ers en kleine zelfstandigen vroegen kerken en diaconale organisaties maar zelden om hulp. Naast de genoemde groepen (zie onderstaande figuur), gaf een klein deel (2%) van de
7
30
De antwoordcategorieën sluiten elkaar vanzelfsprekend niet uit en respondenten konden meerdere antwoorden aanvinken.
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
organisaties aan daklozen te ondersteunen. Alleenstaanden (zonder kinderen, al dan niet gescheiden) en (alleenstaande) jongeren, twintigers en studenten werden ook enkele keren genoemd als aparte groep. In het onderzoek van 2019 werd de groep asielzoekers/vluchtelingen het meest genoemd als hulpvragers (54%). Ook alleenstaande ouders met kinderen (51%) en mensen zonder betaald werk (48%) werden veel genoemd. Naar de groep van mensen met schulden werd in eerder onderzoek niet specifiek gevraagd. Wel bleek uit het eerdere onderzoek dat schuldenproblematiek door 48% van de kerken en diaconale organisaties vaak of regelmatig werd gesignaleerd en dat is in overeenstemming met de huidige resultaten.
Bereikte groepen 0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
Mensen met schulden
55%
Mensen zonder betaald werk
51%
Alleenstaande ouders met kinderen
47%
Asielzoekers, vluchtelingen of ongedocumenteerden
46%
Ouderen (65-plussers)
33%
Mensen met psychische problemen
33%
Mensen met een chronische ziekte of beperking Gezinnen waarin slechts één persoon betaald werk heeft ZZP'ers en kleine zelfstandigen
28% 22% 4%
4.2 Verborgen activiteiten In de volgende paragrafen bespreken we de activiteiten die respondenten waarnemen. Aangezien de antwoordcategorieën in de enquête gebaseerd zijn op de uitkomsten uit het kwalitatieve onderzoek, starten we met een beschrijving van de resultaten uit de interviews en focusgroepen. Vervolgens laten we aan de hand van de enquête zien welke activiteiten het meeste plaatsvinden. Om te beginnen merken meerdere respondenten op dat veel lokale hulp verborgen blijft (vgl. Davelaar & Van den Toorn, 2010). Een van de respondenten legt uit waarom dit het geval is:
31
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
“Elke kerk heeft zijn diaconie die in verborgene heel veel doet, mensen bijstaat financieel en sociaal. (….) Ik denk heel vaak dat initiatieven niet gedeeld worden met kerkgangers. Het werk wordt in het verborgene gedaan. Ook om mensen te beschermen. Mensen willen niet dat anderen weten dat ze steun krijgen van de diaconie. Daar schamen ze zich voor. Mensen vragen om anonimiteit. Als diaken, predikant en ouderling heb je een ambtsgeheim.” Het voordeel van verborgen hulp volgens deze respondent is dat mensen zelf de regie houden over wat ze wel en niet breder willen delen met andere kerkgangers. Een nadeel is echter dat armoede hierdoor onzichtbaar blijft en andere kerkgangers mogelijk denken dat dit probleem niet speelt binnen hun gemeente. Hulp en ondersteuning vanuit kerken en diaconale organisaties blijft lang niet altijd geheim. Onder meer bij grote diaconale organisaties en inloophuizen is veel zichtbaarder welke acties plaatsvinden. Overigens zijn er naast georganiseerde activiteiten vanuit kerken en diaconale organisaties ook ongeorganiseerde hulp plaats op initiatief van individuele kerkleden. Mogelijk zijn er daarbij ook veel vrijwilligers actief die niet langer kerkelijk betrokken zijn, maar vanwege hun christelijke achtergrond nog wel belang hechten aan naastenliefde.
4.3 Individuele financiële ondersteuning Veel genoemd, is het bieden van individuele financiële ondersteuning. Dat kan zich op verschillende manieren uiten. Er worden bijvoorbeeld specifieke (achterstallige) rekeningen voor mensen betaald. Zo wordt de huur soms betaald om huisuitzettingen te voorkomen. Ook worden rekeningen betaald voor de energie, tandarts en fysiotherapie. Deze rekeningen worden betaald met geld van de kerk of bekostigd via landelijke fondsen en noodfondsen8. Het komt ook voor dat gemeenteleden dergelijke kosten voor een ander op zich nemen. Waar een respondent in een focusgroep deze afhankelijkheid ingewikkeld noemt, stelt een ander juist dat de onderlinge afhankelijkheid en verbondenheid een teken is van kracht van de kerk.
8 Een noodfonds bestaat uit een samenwerking van meerdere partners om concreet geld ter beschikking te
stellen op het moment dat het noodzakelijk is om noodsituaties te overbruggen.
32
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
In andere gevallen bestaat financiële ondersteuning uit het helpen bij het op orde brengen van de financiële administratie. Ook wordt er geld gegeven, maar meerdere respondenten leggen uit waarom zij de voorkeur geven aan renteloze leningen: “Wij geven eigenlijk nooit geld. Wel een vrijwilligersvergoeding. Als we geld geven, is dat altijd een lening. Dat is belangrijk voor de eigenwaarde van mensen.” “Geld geven is voor diaconieën van oudsher een eerste stap om te helpen. Er is geld opgehaald via de collecte voor armen en hoe mooi is het dan als je het kunt geven. Dit botst met SchuldHulpMaatje Wij zeggen: geen geld geven in principe. Je moet eerst weten wat er aan de hand is en waar de nood zit. Aan de hand daarvan pas je bepaalde dienstverlening toe. Het is vaak structureler van aard. Soms is het individueel door de schuldenproblematiek. Door geld te geven, stel je de aanpak van het probleem uit. Je wil niet alleen maar geld geven, maar mensen duurzaam helpen.” Verder is bij geldzorgen ondersteuning en coaching naar een schuldenvrij leven. Soms betreft dit professionele dienstverlening – al dan niet in combinatie met de inzet van vrijwilligers – binnen de kader van het (lokale) beleid en onder regie van de overheid (vgl. Davelaar). Denk aan het Leger des Heils, Stek en SchuldHulpMaatje.
Via SchuldHulpmaatje wordt er bijvoorbeeld meegekeken naar de financiële situatie en wordt er ingezet op het bevorderen van financiële zelfredzaamheid. Er wordt daarbij kritisch gekeken naar het uitgavenpatroon, maar ook bijvoorbeeld of mensen wel gebruik maken van toeslagen waar zij recht op hebben. Opvallend is dat dergelijke activiteiten niet alleen plaatsvinden vanuit SchuldhulpMaatje. In internationale en migrantenkerken en vanuit wijkpastoraat worden er bijvoorbeeld trainingen of budgetcursussen gegeven om mensen te helpen meer grip te krijgen op hun financiën. En vanuit het diaconaat en pioniersplekken is er aandacht is voor schuldhulppreventie, bijvoorbeeld door advies te geven over hoe mensen die nog niet te kampen hebben met schulden, geld kunnen besparen op onder meer energie en hoe ze grip kunnen krijgen op hun financiën.
4.4 Materiële ondersteuning voor eerste levensbehoeften Naast financiële ondersteuning wordt er materiële ondersteuning geboden voor de eerste levensbehoeften. Veel genoemd is het voorzien in eten. Daar kan aanleiding toe zijn als maatschappelijk werkers bij mensen thuis constateren dat er een lege koelkast is.
33
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
Naast ondersteuning op individuele basis, valt het op dat materiële ondersteuning voor eerste levensbehoeften vooral op collectieve basis wordt georganiseerd. Veel respondenten noemen bijvoorbeeld dat er (op structurele basis) maaltijden worden verzorgd. De maaltijden worden gecombineerd met mogelijkheden tot sociale interactie en zingeving. Zo vertelt een vertegenwoordiger van een pioniersplek dat ze een sociaal café hebben en dat er iedere zondag een zingevingsbrunch wordt georganiseerd. De pioniersplek weet veel mensen met een laag inkomen te trekken. Een respondent vertelt dat er in zijn migrantenkerk er elke maand een keer een “open huis” wordt georganiseerd waarbij er gratis eten beschikbaar is. Ook anderen merken op dat er door kerkleden voor anderen in de kerk wordt gekookt of dat mensen het initiatief nemen om kerst- en paaspakketten te maken voor dak- en thuislozen. “Er zijn ook mensen die individueel uit de kerk iets doen voor armen. Zo is er bij onze migrantenkerk een Ghanese moeder die kookt voor veel daklozen, iedere dag. Zij doet ook veel voor de voedselbank.” Respondenten vertellen dat er tijdens de coronacrisis ook diverse initiatieven zijn geweest. Kerkleden brachten voedselpakketten langs bij mensen die het niet breed hadden en een predikant heeft tijdens de lockdowns migrantenkerken geopend om voedselpakketten uit te kunnen delen.
Er wordt ook melding gemaakt van een grootschalig initiatief om ongedocumenteerden te helpen: “We hadden tijdens corona vooral ongedocumenteerden die klem zaten en daar hadden we in de Pauluskerk 800 mensen die we wekelijks voedsel gaven. Dat was een enorme operatie, maar dat is de rol van de kerk. Het bieden van een plek waar dat kan en waar er naast eten koffie wordt geschonken.” Kerken werken veel samen met voedselbanken. Ze leveren vrijwilligers aan. Ook gebruiken zij het eten dat overblijft bij voedselbanken om maaltijden te verzorgen voor bijvoorbeeld wijkbewoners of dak- en thuislozen. Soms ontstaan er ook nieuwe initiatieven. Zo is er in Rotterdam een initiatief ontstaan die in tegenstelling tot de reguliere voedselbanken geen voorwaarden stelt aan het verstrekken van voedsel. In plaats daarvan is ervoor gekozen om voedsel te geven aan mensen die zelf vinden dat ze het nodig hebben. In andere gemeenten en kerken zijn er eveneens voedselbanken in eigen beheer. Door uit te delen naar behoeften bouwen zij volgens respondenten aan een netwerk van vrijwilligers die ook mee willen helpen in de voedselbank. In een weggeefwinkel in Rotterdam wordt de vrijwilligersvergoeding niet direct aan de vrijwilligers gegeven, maar wordt het geld in een
34
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
fonds gestopt waarmee zij een opleiding kunnen volgen. Een ander voorbeeld is een initiatief in een dorp waarin ruilhandel honger bij inwoners moet voorkomen: “We kwamen erachter dat er heel veel armoede was en van daaruit is er een ‘kast’ gestart, een geven en nemen kast. Dit loopt ongelooflijk goed. Daar kunnen mensen producten inleggen en de diakenen in samenwerking met de vrijgemaakte kerk zorgen dat de kast altijd gevuld is. Dus er hoeft nooit iemand in ons dorp met honger naar bed te gaan. Het wordt ook gedragen door ons dorp. Er zijn mensen die daar hun verse oogst in leggen. Daar moet je wel mee uitkijken, maar het is een mooi initiatief.” Naast voeding is ook aandacht voor andere eerste levensbehoeften, zoals opvang voor dak- en thuislozen. Een wijkpastoor vertelt dat ze slaapzakken uitdelen aan mensen die buiten slapen. Een andere respondent vertelt dat dak- en thuislozen bij een inloophuis ook terecht kunnen voor het wassen van kleding en om zichzelf te douchen. Bij een pioniersplek zijn mensen ook bereid om anderen te helpen als zij op straat komen te staan: “Een deel van de zwaarte van armoede is ook dat je er alleen voor staat. We zorgen ervoor dat niemand op straat komt te staan. We hebben een dame in de kerk, met problemen met haar hypotheek. Zij was echt heel bang om op straat te komen staan. Maar we laten haar niet op straat staan.
De psychische druk van die armoede proberen we te verlichten door garant te staan voor elkaar.” Tot slot worden meubels, witgoed en kleding gegeven aan mensen die dit nodig hebben.
4.5 Sociaal-emotionele ondersteuning en een luisterend oor bieden Vanuit SchuldHulpMaatje, pioniersplekken, inloophuizen en diaconieën wordt er ook ingezet op het bieden van een luisterend oor en sociaal-emotionele ondersteuning al dan niet gecombineerd met pastorale ondersteuning. Naast financiële problemen spelen er namelijk ook psychosociale problemen die voort kunnen komen uit het leven in armoede. Mede daarom wordt het belang van aandacht geven en betrokkenheid tonen door meerdere respondenten benadrukt. In een focusgroep met vertegenwoordigers van inloophuizen verwoordt een respondent het als volgt:
35
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
“We hebben een inloophuis voor dak- en thuislozen: een plek waar ze terug kunnen komen, waar ze aandacht krijgen. Meebewegen en luisteren en een luisterend oor bieden. 3 uur per dag open. Relatie opbouwen die langduriger standhoudt.
4.6 Sociale netwerken van mensen versterken en uitbreiden Onder respondenten heerst consensus dat kerken en diaconale organisaties plekken bieden waar ontmoeting en gemeenschapsopbouw plaatsvindt (vgl. Van den Toorn, e.a., 2018, Davelaar). Bestaande sociale netwerken van mensen in armoede worden versterkt of uitgebreid met nieuwe sociale relaties. “Armoede gaat heel vaak samen met een ontbrekend netwerk. Daarom bouwen we netwerken in de wijk. Zodat ze ergens op terug kunnen vallen, niet alleen op ons. We hebben een huiskamer ingericht. Mensen kunnen hier terecht voor maaltijden en er zijn activiteiten om contact te stimuleren. De huiskamer is een plek waar iemand is die naar je wil luisteren.” Investeren in sociale netwerken van mensen gaat verder vaak gepaard met het aanbieden van specifieke activiteiten, zoals uitjes met kinderen, sport en spel, samen koken, eten, klussen, naailessen, nieuwkomers leren fietsen en taallessen. De activiteiten zijn gericht op leren en/of ontspannen. Ook bieden de activiteiten mogelijkheden voor ontmoeting: “Inloopactiviteiten geeft mogelijkheden tot ontmoeting. Dat helpt bij opzetten van netwerken, het leggen van contacten en het vinden van mensen die sociaal ondersteund moeten worden. Het begint bij ontmoeting en het leggen van relaties. Dat is het allerbelangrijkste wat de kerk aan armoedebestrijding doet.
De doelgroep wordt gezien, ze krijgen de mogelijkheid om een netwerk op te bouwen.” Respondenten geven verder aan dat kerken en diaconale organisaties inzetten op contact tussen mensen met financiële tekorten en mensen die minder of geen financiële problemen hebben. Een respondent geeft aan dat gemeenschapsvorming met zich meebrengt dat mensen op elkaar letten of het goed gaat. Er ontstaat vertrouwen in elkaar waardoor mensen ook sneller problemen met anderen durven te bespreken. Dit biedt kansen om in een vroegtijdig stadium passende steun te bieden.
36
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
Er is ook oog voor het belang van lotgenotencontact. Respondenten vertellen dat lotgenoten – mensen die soortgelijke problematiek ervaren - elkaar steunen en helpen. Zij hebben veel voor elkaar over. De kracht van zulke groepen is heel waardevol. In de onderzoeksliteratuur is overigens sterk bewijs dat lotgenoten elkaar kunnen helpen. Mensen ervaren onder meer praktische, sociale en emotionele steun en krijgen door het contact meer zelfvertrouwen, zelfregie en controle en een groeiend inzicht in de eigen problematiek (Boumans, 2015).
4.7 Begeleiding naar (vrijwilligers)werk en scholing Vanuit verschillende kerken en diaconale organisaties worden er ook pogingen ondernomen om mensen in armoede te begeleiden naar betaald werk, vrijwilligerswerk en scholing. SchuldHulpMaatje werkt op een aantal plaatsen samen met bijvoorbeeld JobHulpMaatjes om mensen met schulden toe te leiden naar betaald werk. Een ander genoemd voorbeeld is het betrekken van dak- en thuislozen bij een zwerfafvalproject. In dit project gaan dak- en thuislozen afval opruimen in het centrum en in ruil daarvoor krijgen zij kaartjes waarmee ze boodschappen kunnen doen in lokale winkels. Twee respondenten die deelnamen aan een focusgroep met vertegenwoordigers van diaconieën gaven aan dat zij wederkerigheid proberen te organiseren. Mensen die eerder te gast zijn geweest bij een grote buurtmaaltijd, werden bijvoorbeeld uitgedaagd om een andere keer mee te helpen bij de organisatie van een volgende buurtmaaltijd. Dat vraagt veel inspanning van hen, maar het bleek leerzaam en waardevol te zijn. Het is een manier om te investeren in de zelfwaarde van mensen. Ook andere respondenten geven in dit verband aan dat het belang van vrijwilligerswerk en sociale participatie niet onderschat mag worden. Dit draagt volgens hen bij aan empowerment, meer eigenwaarde, zelfvertrouwen en verbinding met anderen en soms ook tot doorstroming naar betaald werk.
Er worden taallessen gegeven aan nieuwkomers, maar ook bijvoorbeeld aan laaggeletterden, waaronder ook mensen met een Nederlandse achtergrond. “We geven taalles aan groepen. Er is zo’n behoefte aan het leren van de taal. Nieuwkomers komen bij de taalles. De digitale wereld, de eisen om digitaal mee te doen, daar lopen mensen in vast. Dat doen we met vrijwilligers en sociale netwerken. Laaggeletterdheid speelt ook mee. Mensen die daardoor afhaken. Je krijgt geen uitkering als je niet digitaal kunt communiceren. 20% heeft daar problemen mee. (..) Dat
37
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
zijn ook mensen met een Nederlandse achtergrond die niet goed kunnen lezen en schrijven. Die schamen zich heel erg dat ze niet mee kunnen komen. Die kun je makkelijker erbij betrekken door ze te helpen met digitale vaardigheden”. Overigens worden niet alleen mensen in armoede geschoold. Kerken en diaconale organisaties doen ook aan deskundigheidsbevordering van vrijwilligers zodat ze zich kunnen inzetten voor het bestrijden van armoede. Een ander initiatief is om op basisscholen ervaringsdeskundigen gastlessen te laten verzorgen en leerkrachten te helpen in gesprek te gaan met kinderen over de beleving van armoede: “Dan leren de kinderen dat het helemaal niet eerlijk is. Het doel is om ook op scholen bewustwording op gang te brengen wat zij daarin kunnen betekenen. Scholen hebben ook een signaalfunctie en zij kunnen er iets mee doen.” Via een crowdfundingsactie is er geld ingezameld om laptops uit te delen aan schoolgaande kinderen waarvan de ouders het niet zelf kunnen bekostigen. Verder wordt er huiswerkbegeleiding aangeboden aan kinderen uit arme gezinnen.
4.8 Signaleren, doorverwijzen, belangen behartigen en lobbyen Respondenten vertellen dat betrokkenen armoede en schulden signaleren. Er komen telkens weer nieuwe groepen in de marge en kerken en diaconale organisaties proberen dit in een vroegtijdig stadium te herkennen om zo verergering van de problematiek te voorkomen. Vroegsignalering helpt bijvoorbeeld ook om tijdig inzicht te krijgen in eventuele betalingsachterstanden. Signalering vindt bijvoorbeeld plaats bij inloophuizen en bij voedselbanken waar kerken vaak mee samenwerken. En SchuldHulpMaatje probeert de alertheid onder vrijwilligers te vergroten op signalen van armoede: “We zorgen voor inlooppunten en proberen daar de vrijwilligers te informeren hoe ze kunnen reageren op signalen van mensen die daar koffie komen drinken.” Binnen kerkgemeenschappen vindt ook signalering van armoede plaats. Dat doet zich vooral voor in hechte gemeenschappen (in kleinere dorpen) waarbij mensen elkaar ook buiten de kerk treffen, bijvoorbeeld doordat schoolgaande kinderen naar dezelfde school gaan. Armoede wordt soms ook gesignaleerd tijdens huisbezoeken.
38
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
Er worden volgens respondenten specifieke activiteiten ontplooid om mensen te bereiken. Zo wordt er bijvoorbeeld outreachend gewerkt. Dat houdt in dat er niet geduldig wordt afgewacht tot mensen om hulp vragen, maar dat betrokkenen vanuit kerken en diaconale organisaties zelf initiatief nemen door mensen op te zoeken en (ongevraagd) hulp en diensten aan te bieden (Omlo, 2017; Van Doorn, e.a., 2019). Deze methode wordt ook gebruikt door sociaal werkers en andere professionals die verbonden zijn aan kerken en diaconale organisaties. Daarbij wordt ook wel vaak volgens de zogenoemde presentiemethode gewerkt, een specifieke vorm van outreachend werken (vgl. Omlo, 2017). Deze methode vindt zijn oorsprong in een kerkelijke traditie: “Bij de presentiemethode gaat het over aanwezigheid. Niet vooraf zeggen: we gaan dit doen en binnen drie jaar dit opleveren. Niks vastleggen, maar gewoon de wijk in gaan. Dat is openheid die kan in de kerk. Andries Baart heeft het 10 jaar binnen de kerk gevolgd en op basis daarvan de presentietheorie ontwikkeld en is dat gaan promoten. De oorsprong ligt in het oude stadspastoraat. (…) Contact krijgen met mensen in armoede doe je door uit te vinden waar de nood zit. Gewoon ergens rondhangen in de buurt, op pleintjes, voor winkels. Daar aanwezig zijn en iets proberen op te bouwen en kijken wat je tegenkomt.
Deze methode is ontwikkeld voor professionele kerkelijke opbouwwerkers die werkzaam zijn in oude stadswijken waar geen kerken meer waren. Er is ook vaak een scheiding. Armen zitten vaak niet meer in de kerk. Daarom is het belangrijk om gewoon naar buiten te gaan en relaties te leggen. De presentiemethode is een professionele methode voor buurtpastores en opbouwwerkers. Het is niet uniek voor de kerk, maar wel ontwikkeld vanuit kerken. Het houdt in dat je in de inloop niet de koffie klaarzet, maar de wijk in gaat, relaties legt en van daaruit kijkt wat er nodig is. Het is een effectieve manier van werken en vraag in plaats van aanbodgestuurd.” “Dat is een effectieve manier van werken. Dan begin je bij opbouwen van relaties en pas daarna…niet aanbod maar vraaggestuurd. Niet de inloop beginnen met koffie en een bord en wachten wie er binnenkomt. Je gaat de wijk in en je legt relaties en van daaruit kijk je wat er nodig is. De presentiemethode is wel populair geworden, die is uit de exposuremethode ontwikkeld. Die wordt weinig beoefend door de overheid. In de zorg misschien wel.” Zodra mensen zijn bereikt en/of signalen van problematiek in beeld zijn, kunnen kerken en diaconale organisaties ofwel zelf acties opstarten ofwel doorverwijzen naar andere
39
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
instanties en regelingen zoals welzijnsorganisaties, voedselbanken en speciale fondsen. In sommige gevallen begeleiden ze de persoon in kwestie door mee te gaan naar instanties. “We hebben contact met bewindvoerders en hulpverlening en verwijzen door naar het Leger des heils. Onze vrijwilligers gaan mee. Het is nodig dat mensen verbonden worden. Vorige week: iemand had geen bankrekening, kon daardoor geen uitkering ontvangen. Een vrijwilliger ging mee naar de bank. Als een vrijwilliger mee gaat, dan wordt er beter met de dakloze omgegaan.” Kerken en diaconale organisaties vervullen volgens respondenten een brugfunctie richting officiële instanties (vgl. Van den Toorn & Davelaar, 2018). Dat doen zij door voorlichting te geven over bepaalde instanties, mensen vertrouwd te maken met instanties, hen overtuigen om toelagen aan te vragen waar zij recht op hebben en mee te gaan met de persoon in kwestie naar instanties. Een respondent vertelt dat dit hard nodig is omdat “mensen aan de onderkant van de maatschappij soms de weg niet weten te vinden door de jungle aan voorzieningen” en hierdoor passend ondersteuning mislopen. De genoemde brugfunctie gaat twee kanten op.
Naast het toeleiden van burgers naar instanties, gaat het volgens een respondent ook om bepaalde acties richting overheden: “Die brugfunctie betekent ook dat je als kerkelijke organisatie bemoeit met hoe de gemeente dingen doet, dat je zitting neemt in een Wmoraad en vertelt hoe je doelgroep het ervaart en het naar reguliere instanties brengt. Dat je ze ook uitnodigt om te kijken hoe het bij voedselbanken gaat en inloopcentra.” Wanneer vrijwilligers en professionals meegaan mee naar instanties, proberen zij de belangen van de persoon in kwestie te behartigen. Voor bepaalde groepen is toegang en het verkrijgen van passende hulp en ondersteuning ingewikkelder en bestaat het risico dat ze van het “kastje naar de muur” worden gestuurd. Ze voelen zich lang niet altijd serieus genomen. Vrijwilligers en professionals kunnen hier een belangrijke ondersteunende en bemiddelende rol spelen. “Bij de inloop en opvang komen er signalen binnen. Daarmee probeer ik de politiek te beïnvloeden en dan met name de lokale politiek, wethouders in sociaal domein en de gemeente. Ik probeer om daar de onderwerpen aan het licht te brengen en te kijken of daar wat kan gebeuren.”
40
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
Belangen worden ook behartigd door collectieve problemen politiek te agenderen of bij bepaalde instanties aan te kaarten. Verschillende respondenten noemen in dit verband ook dat ze politieke invloed proberen uit te oefenen bij overheid door te lobbyen, zoals in bovenstaand citaat te zien is. Een respondent van SchuldHulpMaatje geeft aan dat het lobbywerk ook meerdere keren succesvol is geweest: “De bed-, bad- en broodregeling voor vluchtelingen was het resultaat van intensief lobbywerk van Kerk in Actie. Ons werk bij SchuldHulpMaatje is mogelijk doordat we jarenlang gepraat hebben. Belangrijk voor ons was ook om de menselijke maat terug te brengen. Het pamflet www.doorpakkenopburgerschulden.nl is belangrijk geweest bij de vorming van een nieuw regeerakkoord.” Anderen proberen invloed uit te oefenen en armoedeproblematiek te agenderen door zelf debatten hierover te organiseren of door zich te mengen in publieke debatten en media op te zoeken. Een laatste genoemde werkwijze is om betrokkenen zelf in de gelegenheid te stellen om hun ervaringen te delen met bestuurders en beleidsambtenaren: “Wij werken politiserend met de wethouder en beleidsmakers. Maandelijks laten we de mensen zelf hun verhaal delen bij de overheid. Community Organizing is de methode die we daarvoor gebruiken.
Mensen snappen best dat dingen niet te veranderen zijn, maar ze vinden het ook fijn dat ze hun verhaal kunnen delen. En dat we ze helpen dat te doen, omdat ze zelf niet op de plekken komen van beleid en macht.”
4.9 Mate waarin activiteiten voorkomen In het kwalitatief onderzoek is inzichtelijk geworden welke activiteiten gericht op armoedebestrijding plaatsvinden binnen kerken en diaconale organisaties. Deze activiteiten zijn vervolgens in de enquête voorgelegd aan respondenten. Daarbij is net als in het onderzoek van drie jaar geleden specifiek gevraagd naar collectieve ondersteuning. In het kwalitatieve onderzoek is nazorg niet genoemd, maar aangezien dit in de praktijk vaak een belangrijk onderdeel is in de hulpverlening hebben we deze ook opgenomen in de vragenlijst. Om zicht te krijgen op welke activiteiten relatief het vaakst plaatsvinden en welke activiteiten minder vaak, zijn de antwoorden van de respondenten onderverdeeld in een
41
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
5-punts Likert schaal (1 = nooit, 2 = zelden, 3 = soms, 4 = vaak, 5 = altijd). Per item is een gemiddelde score berekend, op basis waarvan de items in onderstaande figuur zijn gerangschikt. De twee activiteiten die relatief het vaakst plaatsvinden bij kerken en diaconale organisaties zijn het bieden van collectieve ondersteuning (een bijdrage leveren aan een groep, organisatie of project voor mensen in armoede, zoals voedsel- of kledingbanken en noodfondsen) en het bieden van sociaal- emotionele ondersteuning en een luisterend oor. Collectieve ondersteuning wordt door 89% van de kerken en diaconale organisaties geleverd. Dit is hetzelfde percentage als in het vorige armoedeonderzoek van 2019. Iets meer dan de helft van de respondenten (51%) geeft aan vaak of altijd collectieve ondersteuning te bieden. Het bieden van sociaal- emotionele ondersteuning en een luisterend oor vindt bij 91% van de organisaties plaats en 50% geeft aan dit vaak of altijd te doen. Ongeveer een derde van de organisaties verwijst mensen vaak of altijd door naar instanties of regelingen (34%), werkt vaak of altijd aan het versterken en uitbreiden van sociale netwerken (35%) en voorziet vaak of altijd in materiële ondersteuning voor eerste levensbehoeften (33%). Een kwart van de organisaties biedt vaak of altijd nazorg (25%) en tevens een kwart (27%) doet dit nooit.
Zo’n 7 van de 10 organisaties bieden individuele financiële ondersteuning, zoals het betalen van specifieke rekeningen (71%). Vroegsignalering vindt tevens bij 7 van de 10 organisaties plaats (71%), waarbij 15% hier vaak of altijd aandacht voor heeft. Het mogelijk maken van sport, spel en ontspanning vindt plaats bij 6 van de 10 organisaties (59%). Tevens ondersteunen 6 van de 10 organisaties mensen bij geldzorgen en worden mensen gecoacht naar een schuldenvrij leven (58%) en wordt er meegegaan naar instanties voor het behartigen van belangen (61%). Ook helpt meer dan de helft van de organisaties mensen bij hun financiële administratie (55%). Iets minder dan de helft van de organisaties houdt zich bezig met begeleiding naar (vrijwilligers)werk en scholing (47%) en het beïnvloeden van de politiek (44%). Het beïnvloeden van de politiek wordt door 10% van de organisaties vaak of altijd uitgevoerd. Twee respondenten hebben aangegeven dat hun kerkelijke organisatie geen enkele van de genoemde activiteiten op het gebied van armoedebestrijding uitvoert.
42
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
Activiteiten op het gebied van armoedebestrijding 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100%
Collectieve ondersteuning (n=402; M=3,39)
11% 9%
28%
32%
19%
Sociaal-emotionele ondersteuning en luisterend oor bieden (n=398; M=3,38)
9% 11%
29%
34%
16%
Verwijzing/begeleiding naar instanties of regelingen (n=400, M=2,98)
43
11%
21%
35%
26%
8%
Sociale netwerken van mensen versterken en uitbreiden (n=393, M=2,90)
19%
18%
28%
25%
10%
Materiële ondersteuning voor eerste levensbehoeften (voorzien in voeding, kleding en onderdak) (n=407; M=2,90)
18%
16%
32%
23%
10%
Nazorg bieden (n=380; M=2,51)
27%
26%
23%
Individuele financiële ondersteuning: betalen van specifieke rekeningen (water, gas, elektra, zorg, huur, hypotheek) en/of het verstrekken van renteloze rekeningen (n=406; M=2,43)
29%
19%
36%
(Vroeg)signalering van armoede en schulden en het ondernemen van acties om de doelgroep te bereiken (n=392; M=2,33)
29%
29%
19%
6%
12% 4%
27%
11% 4%
Sport, spel en ontspanning mogelijk maken (n=391; M=2,15)
41%
22%
22%
10% 4%
Ondersteuning bij geldzorgen en coaching naar schuldenvrij leven (n=392; M=2,09)
42%
24%
21%
7% 6%
Meegaan naar instanties om belangen te behartigen (n=390; M=2,06)
39%
27%
24%
7%3%
Individuele ondersteuning bij financiële administratie (n=388; M=2,02)
45%
18%
7% 5%
24%
Politiek beïnvloeden door te lobbyen bij overheden en/of in publieke debatten spreken over armoede en schulden (n=395; M=1,82)
56%
19%
15%
7%3%
Begeleiding naar (vrijwilligers)werk en scholing (n=388; M=1,82)
53%
21%
20%
5%1%
Nooit
Zelden
Soms
Vaak
Altijd
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
5 Het kenmerkende aan de aanpak In dit hoofdstuk staan we stil bij de vraag wat er kenmerkend is aan de aanpak van armoedebestrijding door kerken en diaconale organisaties volgens de geïnterviewde experts en betrokkenen. Het gaat dus om zelfbeelden en percepties op basis van praktijken expertkennis. In sommige gevallen gaat het om kenmerken waarmee kerken en diaconale organisaties zich in hun werk onderscheiden van andere partijen, in het bijzonder van overheidsinstellingen. Dat is echter niet noodzakelijkerwijs het geval. De beschreven kenmerken kunnen in meerdere of mindere mate ook typerend zijn voor het werk dat andere religieuze organisaties, overheden, niet-christelijke welzijnsorganisaties en vrijwilligersorganisaties verrichten. Daar komt bij dat kerken en diaconale organisaties geregeld samenwerken met andere organisaties in de aanpak van armoede. De vraag naar het kenmerkende roept vooral positieve associaties op bij respondenten. Maar ze zijn niet louter positief over kerken en diaconale organisaties. Er is wel degelijk ook zelfkritiek. In hoofdstuk 6 staan we hier nader bij stil bij het bespreken van bepaalde knelpunten. We starten dit hoofdstuk met de uitkomsten uit het kwalitatieve onderzoek. Achtereenvolgens presenteren we 10 kenmerkende aspecten aan de hulp en ondersteuning vanuit kerken en diaconale organisaties.
Vervolgens laten we aan de hand van de uitkomsten van de enquête zien in hoeverre bepaalde kenmerken herkend worden door een veel bredere groep respondenten.
5.1 Gedreven vanuit gerechtigheid en barmhartigheid Een duidelijk kenmerk in de armoedeaanpak van kerken en diaconale organisaties is dat betrokkenen zich laten inspireren door de Bijbel. Het wordt gezien als een Bijbelse “oproep”, “opdracht” en “plicht” om er te zijn voor groepen in kwetsbare posities. Daarbij laten zij zich in het bijzonder inspireren door Bijbelse kernwaarden als gerechtigheid en barmhartigheid. Meerdere respondenten verwijzen naar de werken van barmhartigheid, afgeleid uit de woorden van Jezus en opgeschreven door Matteüs. Zo worden christenen onder meer opgeroepen om de hongerigen te eten te geven, de dorstigen te drinken te geven, de naakten te kleden en de vreemdelingen te herbergen. 9 Een andere
9 Matteüs 25.
44
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
respondent verwijst naar de Bergrede10, een passage in de Bijbel waarin Jezus aan mensen vraagt om naasten zo te behandelen zoals mensen graag zelf behandeld willen worden. “We zijn als christenen voor gerechtigheid. De kloof tussen arm en rijk groeit helaas weer. Er schort wat aan de gerechtigheid.” De wil om God te behagen door gerechtigheid en barmhartigheid na te streven zorgt ervoor dat christenen een sterke vastberadenheid hebben om zich in te zetten voor medemensen. Sterker nog, zoals een respondent aangeeft, “pikken” mensen het niet dat anderen in armoede leven. Dat kan bij een deel van de kerken en christenen bijdragen aan een zeker activisme waarbij het vasthouden aan de christelijke kernwaarden belangrijker is dan ‘burgerlijke gehoorzaamheid’ aan overheidssystemen, bijvoorbeeld door ondersteuning te bieden aan groepen die geen of minder steun krijgen van de overheid: “Hebben kerken lef? Sommige kerken wel, die kunnen soms ver gaan. Een voorbeeld uit het verleden is de Pauluskerk. Zij hebben een beetje lak aan het systeem. Wat nodig is, doen ze gewoon, vanuit hun motivatie en christelijke waarden. En het Kansfonds (ooit kerkelijk, nu niet meer), die huishoudens gewoon geld willen geven en laten zien dat individuele mensen worden geholpen. En laten daarmee meteen aan het systeem zien dat wat mensen krijgen als inkomen onvoldoende is.
Het Leger de Heils in Amsterdam steekt echt zijn nek uit. Ze doen dingen die in ieder geval niet altijd door de Rijksoverheid omarmd worden, met name waar het gaat om ongedocumenteerden.” “We zijn er als kerk voor de mens in nood. De overheid is reactief in de samenleving. Als kerk ben je betrokken bij mensen in nood en bij structurele problemen ben je de partner of luis in de pels, omdat je wil ingrijpen bij onrecht. In het verleden was er opvang voor vluchtelingen, ongedocumenteerden en er was een voedselbank nodig aan de voorkant van het sociale beleid. Daar hebben kerken op ingespeeld.”
5.2 Langdurig en trouw ondersteunen
10 Matteüs 5.
45
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
De ondersteuning wordt ook gekenmerkt door de duur. Respondenten spreken over langdurige hulp en trouw. “Wij proberen het lang vol te houden, met mensen een levensverhaal op te bouwen.” “Het is normaal dat de kerk van de wieg tot graf betrokken blijft.” De ondersteuning vanuit kerken en diaconale organisaties zou langduriger zijn dan het professionele aanbod dat uitgaat van welzijnsorganisaties en overheden. Daarvoor geven respondenten meerdere verklaringen: “Professionals zijn vaak probleemoplossend. Ze komen naar aanleiding van een hulpvraag, maar gaan dan ook weer. Het zijn voorbijgangers. Soms is er ook een wisseling van de wacht in hulpverleners.” “Wat ook belangrijk is, kerken zitten waar ze zitten en blijven er zitten. Kerken zitten al lang in een wijk of buurt. Welzijnsorganisaties worden overgenomen door nieuwe partijen bij aanbestedingen. Dat komt en gaat. Ze werken professioneel, maar vertrekken ook weer. Vaak is er redelijk zicht op wat er speelt in wijken vanuit deze kerken. Ze hebben vaak heel lang contact met de mensen die in een moeilijke situatie zitten. Mijn zus heeft in de kerk ongedocumenteerden opgevangen. Inmiddels zijn ze wel gedocumenteerd, maar daar blijven ze vanuit de kerk contact mee houden. Het wordt niet afgevinkt, tijdelijk opgelost en afscheid genomen.” “Wat is het verschil tussen gewone sociaal werker en pastor? Wij houden het langer vol.
Wij putten uit een bron, waarin je eigenlijk altijd weer wel wat vindt. Je hebt soms een hopeloos verhaal, en dan ga je toch maar weer door. En nu klinkt ik heel vroom maar die passie is niet van mij. Je kan het de kerk noemen, ik noem het God.”
5.3 Nieuwe kansen blijven bieden Het bieden van langdurige en trouwe ondersteuning hangt samen met een ander kenmerk, namelijk de neiging om mensen in armoede niet te veroordelen of weg te sturen, maar steeds weer nieuwe kansen te blijven bieden.
46
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
“Doe je iets voor de tiende keer niet, dan ben je nog steeds welkom. Jaren komen ze naar inloophuizen, ze kennen iedereen. Natuurlijk probeer je ze te ondersteunen, maar het is niet zo dat als iets niet lukt dat iemand dan afgeschreven wordt en niet meer welkom is.” Het evangelie leert christenen dat God hen ook vergeeft en nieuwe kansen biedt. God geeft daarmee het voorbeeld hoe christenen met hun naasten dienen om te gaan. Dat verschilt volgens respondenten met de wijze waarop de overheid met burgers omgaat: “Het evangelie staat zo vol met richtlijnen Je kunt iemand toch niet op zijn fouten blijven afrekenen en allerlei sancties aan de broek hangen. Dat is wel het overheidssysteem. Ik moet ook elke dag vergeven worden en nieuwe kansen krijgen. Als ik vanuit die invalshoek mijn naaste beoordeel, dan is het wat anders dan: dit had je maar niet maar moeten doen of ik deel klappen uit. Dat je de ander veroordeelt: hij koopt weer een veel te dure telefoon, je moet maar gaan werken. Het is gemakkelijk om maar te gaan oordelen. Die genade is er voor mij, maar ook voor die ander. Hoe breng ik de genade weer door naar die ander? Dat vind ik typisch des kerks.”
5.4 De tijd nemen voor mensen met echte aandacht Waar uitvoerende welzijnsprofessionals beperkt worden in hun tijd doordat ze de bestede middelen en uren moeten verantwoorden richting de overheid, werken kerken met vrijwilligers waardoor er meer ruimte is om de tijd te nemen voor mensen en “echte” aandacht te geven aan het verhaal van mensen. “Voor kerken is er toch meer ruimte om aandacht en tijd geven. Ook omdat veel vrijwilligerswerk is.” “Als vrijwilliger heb je tijd en aandacht, je bent daarin vrijer.” Een respondent legt uit dat afgedwongen is bij overheden en fondsen dat de verkregen middelen aangewend kunnen worden om ook daadwerkelijk de tijd en aandacht te geven voor mensen vanuit de overtuiging dat dit nodig en belangrijk is. Vanuit een wens om er voor de ander te zijn, nemen mensen de tijd. Ze bieden een luisterend oor, gaan de relatie aan en zoeken verbinding met de ander. Er is geen geprotocolleerde hulp. Door deze werkwijze zouden mensen oprechte aandacht ervaren:
47
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
“Een luisterend oor bieden is een term in inloophuizen. Bezoekers noemen dat niet zo, maar ze zeggen wel dat ze aandacht ervaren.” Overigens noemen verschillende respondenten dat veel professionals in de domeinen van zorg en welzijn het liefst zelf ook meer tijd en aandacht aan mensen zouden besteden. Door opgelegde protocollen en targets die binnen een bepaalde periode gerealiseerd moeten worden, hebben ze daar geen ruimte voor: “Professionals krijgen de ruimte niet. Ze hebben geen tijd. Wijkverpleegkundigen die krijgen bijvoorbeeld een beperkt aantal minuten om kousen aan te trekken. Het is gekwantificeerd. Ze staan onder druk, ze hebben weinig tijd beschikbaar. Een groot deel moeten ze verantwoorden op papier. Er is een cultuur van wantrouwen. Je moet alles wat je doet, verantwoorden.”
5.5 Maatwerk bieden Het werken met vrijwilligers en het niet hoeven voldoen aan allerlei bureaucratische richtlijnen levert nog een ander voordeel op volgens respondenten. Het biedt de mogelijkheid om maatwerk te bieden. In plaats van aanbodgericht werken, kan er meer vraaggestuurd gewerkt worden en aangesloten worden bij de persoonlijke situatie en behoeften van mensen. “Als kerk hoef je niets te rapporteren en op te schrijven. Je hebt de vrijheid om maatwerk te leveren. Dat is niet transparant, maar zo werkt dat. Het gaat wat makkelijker, het is minder bureaucratisch. Die vrijheid is fijn.” “Vaak zie je ook dat het aanbod heel breed is, dat buiten de kaders gedacht wordt. Er wordt aangesloten op de situatie van mensen.”
5.6 Ondersteunen vanuit vertrouwen, liefde en gelijkwaardigheid Opvallend vaak geven respondenten aan dat de ondersteuning vanuit vertrouwen, liefde en gelijkwaardigheid. Ten aanzien van vertrouwen wordt opgemerkt dat burgers door overheden geregeld vanuit wantrouwen worden benaderd, als calculerende burgers die
48
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
steeds op zoek gaan naar de mazen in de wet en/of erop uit zijn misbruik te maken van voorzieningen. Kerken en diaconale organisaties willen meer uitgaan van vertrouwen in mensen, al weten betrokkenen dat er soms misbruik plaatsvindt: “Er wordt niet eerst een formulier ingevuld en allerlei vragen gesteld om erachter te komen of mensen aan de criteria voldoen. Kerken helpen mensen gewoon. Ze vertrouwen mensen. Ze weten dat er soms misbruik wordt gemaakt van dit vertrouwen. Dat accepteren ze, dat is ‘part of the deal’. Ze willen graag open zijn en mensen vertrouwen.” Het wantrouwen van overheden in burgers werkt volgens een aantal ook de andere kant op. Er zijn groepen burgers met financiële problemen die de overheid wantrouwen en om die reden geen steun aanvragen. Ze willen hun problemen niet delen met de overheid en hebben het idee dat steun aanvragen weinig oplevert. Binnen de kerk zijn er geregeld hechte gemeenschappen en sterke relaties waarbinnen mensen elkaar vertrouwen. Dat maakt het eenvoudiger om met elkaar in gesprek te gaan over geldzorgen. “Ik heb best veel contact met mensen die vanuit een ongedocumenteerde positie uiteindelijk een status hebben gekregen. Dan moet er opeens van alles geregeld worden en dan hebben ze geen geld. Dan is het moeilijk om daarmee om te gaan. Als er een relatie is, dan kun je het daarover hebben.
Naar iemand van het buurtteam en de overheid is dat vertrouwen er minder.” “Je merkt als iets niet goed gaat als je iemand kent en dan kun je erop tijd bij zijn als er schulden zijn. De basis is ontmoeting en vertrouwen. Dat is ook een probleem met de overheid. Als je die niet vertrouwt ga je geen steun aanvragen. Dan verwacht je daar weinig van en ga je niet problemen op tafel leggen. De bedoeling van kerkelijke gemeenschappen is dat je elkaar in gaten houdt en op tijd steun biedt voordat iemand in armoede komt. Schaamte is er altijd en daarom is de relatie en vertrouwen zo belangrijk.” Uitgaan van vertrouwen hangt deels samen met een liefdevolle bejegening van medemensen. Respondenten spreken in dit verband van medemenselijkheid en handelen vanuit het hart, geïnspireerd door het christelijke geloof. “Het unieke van de kerk is dat we niet volgens bepaalde methoden werken, we werken meer met ons hart dan met ons hoofd. Dat komt het dichtst bij hoe Jezus werkte.”
49
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
Tot slot is gelijkwaardigheid een veel genoemde kwaliteit in de bejegening. Waar burgers door de “officiële loketten” geregeld worden “weggezet als gek of ondergeschikt”, zou dat bij kerken en diaconale organisaties – en overigens ook bij bewonersinitiatieven - veel minder spelen. De neiging is om veel meer de ander als gelijke te beschouwen en te behandelen. Volgens een respondent is de ander zelfs meer waard. De nadruk op gelijkwaardigheid is ook duidelijk terug te vinden als boodschap in de Bijbel: “Ik denk dat de kerk een ander verhaal vertelt, een ander zelfbeeld heeft. En het is dat zelfbeeld dat bepaalt hoe je met andere mensen omgaat. Ik zal een voorbeeld geven: in het evangelie staat dat alle mensen gelijkwaardig zijn. Alleen dat al betekent dat ik niet neer kan kijken op iemand die minder heeft dan ik. (…) Als Paulus zegt “in Christus zijn er geen Joden, Grieken geen slaven etc., dan betekent dat dat jouw maatschappelijke status niet meegenomen mag worden in de manier waarop ik naar jou kijk. En dat ik terwijl ik naar je kijk, ik te allen tijde ruimte voor je, voor dat andere mens, moet creëren. Je ziet het in de manier waarop Jezus zelf met mensen omging. Hij hield van mensen ongeacht hun achtergrond of situatie. (…) De ander is Christus. Dus de ander is niet minderwaardig, maar juist meerderwaardig.” Gelijkwaardigheid betekent ook aandacht voor wederkerigheid.
Dat betekent ook aandacht hebben voor de talenten en kwaliteiten van mensen en oog hebben voor de bijdrage die zij – op termijn – kunnen leveren. De overheid zou mensen in armoede te gemakkelijk afschilderen als “losers”. “Vanuit het neoliberalisme wordt dat ook ingegeven: als je arm bent ben je een loser, dan heb je geen succes gehad. Dat beeld wordt door de overheid ingegeven. Dat is heel erg jammer. Dat zorgt er ook voor dat je arme mensen in een hokje plaatst, terwijl iedere arme persoon in principe een potentiële hulpverlener is. Iedere arme kan zeggen: misschien komt er een moment dat ik ook kan gaan helpen. Dan zet je mensen in hun kracht en heb je aandacht voor wederkerigheid.” “Wederkerigheid is kenmerkend voor SchuldHulpMaatje. We willen met iemand oplopen, het samendoen en niet het probleem uit handen nemen. Vanuit wederkerigheid en betrokkenheid om de waardigheid te behouden. Samen naar een afspraak van kredietbank of de gemeente, maar het wel de ander laten doen. We geloven dat mensen geholpen zijn als je ze een hengel geeft en ze leert vissen in plaats van alleen maar te zorgen dat de vis voorradig is. Soms is het
50
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
wel nodig om veel vissen te geven, maar vaak kijken we naar hoe de ander verder komt.”
5.7 Aandacht voor talenten én tekortkomingen Betrokkenen benaderen mensen op basis van al hun talenten én tekortkomingen. Meerdere respondenten noemen dat er vanuit een “holistische mensbeeld” en een “integrale missie” “de hele mens” wordt gezien en gehoord in plaats van alleen maar in te zoomen op een armoede- en/of schuldenproblematiek. Vanuit de kerk is er aandacht voor uiteenlopende levensterreinen. Het leven en de identiteit van mensen zijn immers veelomvattender dan alleen een specifiek probleem dat zij met zich meedragen. “Wat als eerste centraal staat bij de kerk is de mens. Als je een nieuw paspoort bij de gemeente wil, gaan ze niet zeggen: kom we gaan even koffiedrinken en vragen wie je bent. De kerk richt zich op de totale mens en dat is bij de overheid minder. Dat is het mooie van clubs die vanuit zingeving werken.” “We zien als kerk de hele mens. We hopen dat de kracht vanuit de kerk is dat we de hele mens zien en dat we niet alleen het schuldprobleem zien.” Opvallend is dat verschillende respondenten aangeven dat mensen in armoede zelf teruggeven dat ze zich gezien voelen. Dat heeft mogelijk te maken met de neiging om stil te staan bij het bredere verhaal dat mensen te vertellen hebben: “Wat ze zeggen: ‘je bent de eerste die me ziet”.
5.8 Onvoorwaardelijke hulp bieden Vanuit de kerk en diaconale organisaties wordt volgens respondenten onvoorwaardelijke hulp geboden. Er worden met andere woorden vooraf geen eisen of criteria gesteld voor het bieden van ondersteuning. “De deur van de kerk is open voor iedereen”. En als er eenmaal hulp wordt geboden, blijven betrokkenen mensen opzoeken, ook als zij bepaalde afspraken meerdere keren niet nakomen. Zoals een respondent het verwoordt: “ons kapitaal zit in het onvoorwaardelijk mensen bij je houden”. Hiermee is de hulp volgens respondenten wezenlijk anders dan het ondersteuningsaanbod van overheden:
51
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
“Je wordt niet eerst gevraagd of je wel aan de voorwaarden voldoet. De overheid doet dat wel en dat moet ook, dat kan niet anders. De kerk doet dat niet. Bij de overheid moet je binnen zoveel tijd weer op eigen benen staan. Een uitkering is beperkt. Er zijn targets die behaald moeten worden. Dat beïnvloedt het hele werk. De directeur van een diaconale organisatie vertelde wel eens dat ze een miljoenensubsidie konden binnenhalen. Dat wilden ze niet. Er zaten targets aan vast. Die moesten behaald worden binnen een bepaalde tijd. Mensen ruiken dat. Dat je een verborgen agenda hebt. Dan zet je het vertrouwen op het spel. Dat is het belangrijkste wat we hebben. Niet iedereen is zo principieel. Subsidie is belangrijk. Maar het kenmerkende aan kerken is de onvoorwaardelijke hulp.” “Ook zijn er bij schuld en armoede veel hulpverleners betrokken bij gezinnen en zij vragen allemaal iets van een cliënt of huishouden. Je moet aan bepaalde voorwaarden voldoen, er zijn kaders en je hebt met wetgeving te maken. Een kerkelijk betrokken iemand doet het veel meer op persoonlijke titel en vanuit de belangstelling om er voor de ander te zijn en goed te willen doen. Dat geeft vertrouwen.
Er wordt bijvoorbeeld onvoorwaardelijk koffiegedronken met de ander ongeacht of die ander de afspraken nakomt.” Onvoorwaardelijk hulp bieden komt volgens een respondent voort uit de wens van de kerk om onbevooroordeeld en zonder te oordelen naast mensen te staan. Uitgangspunt is dat iedereen zondaar is en christenen de opdracht hebben om hun medemensen lief te hebben. Het onvoorwaardelijke karakter komt ook tot uitdrukking in het verstrekken van hulp aan groepen die door bepaalde voorwaarden geen of weinig steun krijgen van de overheid. Zoals we ook al in het vorige hoofdstuk hebben gezien gaat het hier om groepen die tussen “wal en schip” en de “mazen van het net” vallen of buiten het bereik of blikveld van officiële instanties vallen, zoals dak- en thuislozen, (ongedocumenteerde) vluchtelingen, afgewezen asielzoekers en mensen die net niet in aanmerking komen voor voeding bij voedselbanken. De kerk schiet dus te hulp waar er gaten vallen in de overheidssteun en conformeert zich dus niet aan de voorwaarden die de overheid stelt aan deze groepen. “Er zijn altijd vormen van onrecht en mensen die het niet redden. Een direct voorbeeld zijn de mensen die geen papieren hebben en volgens de wetten nergens aanspraak op maken. Zij zitten altijd in een moeilijke positie en de overheid zal niets voor ze doen. Of het is een
52
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
hele strijd. Over ongedocumenteerden en afgewezen asielzoekers zegt de staat: daar zorgen we niet voor, want die horen niet bij onze gemeenschap. Die grenzen worden niet getrokken door de kerk. We zijn er voor de hele bewoonde wereld. Die grenzen trekken we niet of je recht hebt op voorzieningen. Je zit in de knel, je bent arm, dus hoor je er voor de kerk wel bij. Dat is een heel groot verschil. Vanuit het diaconaat: als we mensen helpen doen we dat onder protest, omdat we vinden dat de overheid het zou moeten doen. Je ziet het falen van de overheid op verschillende plekken, zoals nu met de belastingdienst”. Tot slot merken enkele respondenten op dat de kerk zich in het verleden belerend en paternalistisch opstelde en allerlei voorwaarden stelde aan het verstrekken van hulp: “In de 19e eeuw was het heel anders. Voordat de overheid een sociaal stelsel had, was iedereen aangewezen op de kerk voor sociale zekerheid. Vroeger waren mensen alleen maar lid van de kerk, omdat er niks anders was. Toen stelde de kerk ook voorwaarden: als je niet komt zondag krijg je niks. Was je netjes getrouwd en maakte je je niet schuldig aan prostitutie dan kwam je in aanmerking voor hulp. Dat heeft de kerk een slechte naam bezorgd. Terecht. Er was paternalisme tot aan de Tweede Wereldoorlog, totdat de overheid het overnam.”
5.9 Laagdrempelige hulp bieden De hulp is volgens respondenten laagdrempelig: “Er zijn weinig drempels. Er wordt alles aan gedaan om drempels weg te houden. Mensen zijn welkom met hun vraag of probleem.” Er is laagdrempeligheid doordat er snel gehandeld kan worden. Doordat er geen intakes nodig zijn, er geen wachtlijsten zijn en er ook geen andere bureaucratische procedures zijn die vertragend werken, kan er vlot ingespeeld worden op behoeften en noden. Zo krijgen mensen als er dringend hulp nodig is via de diaconie of een noodhulpfonds snel geld, meubels of andere goederen zonder dat er eerst een intake nodig is. “Wij kunnen iemand veel sneller een tas boodschappen meegeven, er zijn geen eisen waar mensen aan moeten voldoen.”
53
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
Een respondent merkt overigens op dat het verstrekken van geld of het doen van uitgaven in sommige kerken wel degelijk traag verloopt, omdat de besteding van collectegelden verantwoord moet worden: “Sommige diaconieën zijn beter met boekhouden dan met barmhartigheid te tonen. Er is uiteindelijk wel geld, maar de regels die er bij sommige kerken gelden over het bijvoorbeeld moeten verantwoorden van collectegeld is bij sommige kerken absoluut een punt. Ik hoor dat de kerken bij ons in de gemeente veel geld op de bank hebben staan, maar ze geven in verhouding veel te weinig uit. Er is angst omdat het wel verantwoord moet worden. Het moet zorgvuldig. En als we één geven, moeten we iedereen geven.” Het laagdrempelige is niet uitsluitend een kwestie van snel kunnen handelen. Het is ook in breder opzicht verankerd in de werkwijze. Eerder beschreven kenmerken, zoals de tijd nemen, langdurige ondersteuning bieden en geen eisen stellen aan de hulp maken de hulp eveneens laagdrempelig. “De toegevoegde waarde zit in de werkwijze, tijd hebben, geen eisen stellen, erbij blijven en niet in drie maanden, die drempel hebben we niet.” Inloophuizen worden in het bijzonder genoemd als laagdrempelige plekken voor mensen. “Inloophuizen van het Leger des Heils zitten in de buurten. Het is in de wijk en we willen dat het van de wijk is.
We willen ook dat de mensen die hier komen zich thuis kunnen voelen. Doordat we laagdrempelig zijn, stappen mensen binnen.” “Belangrijk bij inloophuizen van het Leger des Heils is het bieden van gastvrijheid. Als je niet gastvrij bent, dan komen ze niet binnen.”
5.10 Gemeenschapsvorming Het laatste kenmerk is dat de kerk bij uitstek gericht is op gemeenschapsvorming. Waar de hulpverlening vaker gericht is op het individu en het probleem, voorziet de kerk in een gemeenschap die als een helende plek kan fungeren. Meerdere respondenten geven aan dat dit een kracht is van de kerk die overheidsinstellingen niet of nauwelijks kunnen bieden. Dit geldt niet alleen voor kerken, maar ook bijvoorbeeld voor inloophuizen en pioniersplekken. Binnen de gemeenschap vinden mensen troost, hulp, advies en
54
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
(h)erkenning. Er worden hierbij ook verbindingen gelegd tussen verschillende sociale lagen in de samenleving. “Bij ons lukt het om mensen van Nederlandse afkomst met een normale goede opleiding te verbinden met mensen die geen opleiding hebben en migrant zijn. Dat is een functie die wij als kerk kunnen hebben. We verbinden mensen uit verschillende sociale lagen”. De kerk beschikt over een enorm potentieel aan vrijwilligers die zich kunnen en willen inzetten voor de ondersteuning van groepen in armoede. Overigens zijn kerken en diaconale organisaties daarin niet de enige partij. Zo wordt er gewezen op initiatieven vanuit islamitische gemeenschappen en de belangrijke rol die buurthuizen spelen in wijken. Waar gevestigde, doorgaans witte kerken steeds vaker voornamelijk bestaan uit mensen uit de middenklasse en steeds minder uit groepen met lagere inkomens, speelt armoede bij internationale en migrantenkerken binnen de gemeenschap zelf een prominentere rol (vgl. Soeterik, e.a., 2022). Dit geldt in het bijzonder voor migranten die zich nog niet zo lang in Nederland hebben gevestigd. Respondenten geven aan dat armoede binnen deze kerken sneller herkend wordt. Onder meer doordat men (in het verleden) zelf bekend is met armoede, worden de signalen sneller opgepikt en durven zij sneller hierover in gesprek te gaan met anderen.
In deze kerken heerst een sterkere wij-cultuur waarin financiële problemen eerder intern worden opgelost dan dat er hulp wordt gezocht bij officiële instanties. Er is een sterke sociale controle en bereidheid om voor elkaar te zorgen. Ook binnen pioniersplekken is er overigens een sterk gemeenschapsgevoel waarbij mensen proberen te voorzien in elkaars noden. “Ik denk dat het gemeenschapsgevoel bij pioniersplekken erg belangrijk is. Mensen wonen in de buurt van de pioniersplek. Dan deel je meer dan de zondagochtend met elkaar. In dat netwerk is het normaal dat je je best doet om ervoor te zorgen dat er geen noden zijn en dat je je best doet om er voor elkaar te zijn. Net zoals in je familie.”
5.11 Mate waarin de kenmerken breder herkend worden De hierboven beschreven uitkomsten van het kwalitatieve onderzoek zijn in de enquête voorgelegd aan respondenten. Om zicht te krijgen op welke kenmerken relatief het vaakst worden aangemerkt, zijn de antwoorden van de respondenten onderverdeeld in een 5-
55
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden