CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS314477 Ruimte voor kerken in Den Haag bijlage

Commissie Samenleving 26 oktober 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Brief van wethouder Onderwijs, Werk, Jeugd en Sport én wethouder Armoede, Inclusie en Volksgezondheid inzake Rapport 'Geloven in samenspraak. Behoefte aan overleg van Haagse religieuze en levensbeschouwelijke organisaties'29.144 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID ONDERZOEK NAAR DE BETROKKENHEID VAN KERKEN EN DIACONALE ORGANISATIES BIJ DE AANPAK VAN ARMOEDE EN SCHULDEN

Auteurs: Jurriaan Omlo, Sylvana Robbers & Mayke Kromhout

COLOFON Auteurs:Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. Opdrachtgevers: Knooppunt Kerken en Armoede, SKIN, SchuldHulpMaatje, Netwerk DAK & PthU. Vormgever: MAG gezien Stuurgroep: Jonna van den Berge-Bakker, Karin Bornhijm, Hermen van Dorp, Meta Floor, Madelon Grant, Derk Jan Poel, Helma Hurkens, Erica Meijers, Johan Nieuwenhuis, Carla van der Vlist.

Overname van informatie uit deze publicatie is toegestaan onder voorwaarde van de bronvermelding: © Bureau Omlo (Utrecht), 2023 De inhoud van deze publicatie is met grote zorg samengesteld. Desondanks is Bureau Omlo niet aansprakelijk voor de eventuele schade die ontstaat door het gebruik van deze informatie.

2

Inhoudsopgave Managementsamenvatting

6

1

9

Inleiding 1.1

2

3

4

3

Onderzoek naar de aanpak van armoede en schulden onder kerken en diaconale organisaties

9

1.2

Kerken en diaconale organisaties

10

1.3

Cijfers over armoede in Nederland

10

1.4

Betekenissen van armoede

11

1.5

Leeswijzer

12

Aanpak van het onderzoek

13

2.1

Doelstellingen en onderzoeksvragen

13

2.2

Interviews en focusgroepen

14

2.3

Enquête

16

2.4

Rapportage

19

2.5

Betrokkenheid van organisaties en leden van de stuurgroep

20

Geld en inzet

21

3.1

Bedragen die worden besteed aan armoedebestrijding

21

3.2

Bedragen voor individuele en collectieve hulp

22

3.3

Aantal hulpvragen

23

3.4

Verwachting over het aantal hulpvragen

24

3.5

Ingezette uren

25

Bereikte groepen en activiteiten

27

4.1

Bereikte groepen

27

4.2

Verborgen activiteiten

31

4.3

Individuele financiële ondersteuning

32

4.4

Materiële ondersteuning voor eerste levensbehoeften

33

4.5

Sociaal-emotionele ondersteuning en een luisterend oor bieden

35

4.6

Sociale netwerken van mensen versterken en uitbreiden

36

4.7

Begeleiding naar (vrijwilligers)werk en scholing

37

4.8

Signaleren, doorverwijzen, belangen behartigen en lobbyen

38

4.9

Mate waarin activiteiten voorkomen

41

5

6

Het kenmerkende aan de aanpak

44

5.1

Gedreven vanuit gerechtigheid en barmhartigheid

44

5.2

Langdurig en trouw ondersteunen

45

5.3

Nieuwe kansen blijven bieden

46

5.4

De tijd nemen voor mensen met echte aandacht

47

5.5

Maatwerk bieden

48

5.6

Ondersteunen vanuit vertrouwen, liefde en gelijkwaardigheid

48

5.7

Aandacht voor talenten én tekortkomingen

51

5.8

Onvoorwaardelijke hulp bieden

51

5.9

Laagdrempelige hulp bieden

53

5.10

Gemeenschapsvorming

54

5.11

Mate waarin de kenmerken breder herkend worden

55

Ontwikkelingen en trends 6.1

Meer aandacht voor mensen in armoede die niet tot de kerkelijke gemeente behoren

6.2

7

8

4

58 58

Soms is de aandacht voor mensen in armoede die niet behoren tot een kerkelijke gemeente beperkt

59

6.3

Armoede is in gevestigde kerken moeilijk bespreekbaar voor kerkleden

60

6.4

Armoede is bij een deel van de internationale en migrantenkerken vaker bespreekbaar

60

6.5

Groeiende presentie in wijken

63

6.6

Minder zichtbaar in het publieke debat

64

6.7

Veranderingen in de bejegening van mensen in armoede

65

6.8

Verschillende trends in samenwerkingsrelaties

66

6.9

Ontkerkelijking en vergrijzing beïnvloeden de aanpak van armoede

67

6.10

Een steeds complexere samenleving beïnvloedt de aanpak van armoede 68

Verbetersuggesties

69

7.1

Investeer in het verstrekken van duurzame hulp

69

7.2

Investeer in bewustwording, activering en signalering

70

7.3

Investeer in een verdere verdieping van de samenwerking met andere partijen

70

7.4

Investeer in ervaringsdeskundigen zonder hen te overvragen

71

7.5

Investeer in een sterkere deelname aan het publieke debat en lobby

72

7.6

Investeer in verdere professionalisering van de aanpak

73

7.7

Investeer in evidence based werken

74

Concluderende samenvatting

76

8.1

Aanpak van het onderzoek

76

8.2

Veel inspanningen om armoede te bestrijden

77

5

8.3

Verwachte stijging in hulpvragen

77

8.4

Breed palet aan activiteiten

78

8.5

Bereikte groepen

78

8.6

Kenmerken aan de aanpak van armoede

79

8.7

Ontwikkelingen en trends

80

8.8

Verbetersuggesties

81

Bronnen

83

Bijlage 1

85

GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden

Managementsamenvatting Kerken en diaconale organisaties hechten er belang aan dat er via onderzoek zichtbaar wordt gemaakt welke activiteiten zij ondernemen om armoede en schulden tegen te gaan en welke trends en ontwikkelingen daarin zichtbaar zijn. Sinds 2002 doen kerken elke drie jaar dan ook samen onderzoek naar de betrokkenheid van kerken bij mensen in armoede in Nederland. In 2022 is er voor de negende keer een dergelijk onderzoek verricht.

Aanpak Dit onderzoek heeft een andere opzet gekregen dan de afgelopen edities. Waar de vorige studies uitsluitend kwantitatief van aard waren, is er in het huidige onderzoek gekozen voor een combinatie van kwalitatief en kwantitatief onderzoek. In het kwalitatieve onderzoek zijn negen experts geïnterviewd. Daarnaast zijn er zes groepsinterviews georganiseerd met vertegenwoordigers van de volgende categorieën organisaties: (1) caritasinstellingen en diaconieën; (2) internationale kerken en migrantenkerken; (3) SchuldHulpMaatje; (4) Inloophuizen; (5) Wijkpastoraat en straatpastoraat en (6) Pioniersplekken.

Veel inspanningen om armoede te bestrijden Net zoals uit eerdere studies naar voren kwam, blijkt ook uit dit onderzoek dat er vanuit kerken en diaconale organisaties veel inspanningen worden geleverd om armoede in Nederland te verminderen en de negatieve gevolgen ervan te beperken. Zo komt het geschatte aantal uren dat betaalde en onbetaalde krachten hebben besteed aan het ondersteunen van mensen in armoede uit op 2.260.589. Naast veel uren, is er ook een omvangrijk bedrag uitgegeven aan armoedebestrijding. Zo blijkt er in totaal €40.989.045 te zijn uitgegeven, waarvan € 16.678.051 aan individuele, financiële hulp. Dit bedrag is iets hoger dan in 2018 toen er ongeveer € 14.852.740 werd besteed. Ook het bedrag dat aan collectieve hulp is uitgegeven is met € 23.435.630 hoger dan in 2018 toen er € 16.800.000 is besteed.

Breed palet aan activiteiten Het kwalitatieve onderzoek maakt duidelijk dat er een breed palet aan activiteiten plaatsvinden vanuit kerken en diaconale organisaties. Zo wordt er onder meer collectieve ondersteuning geboden aan groepen, zijn er voedsel- en kledingbanken, wordt er sociaalemotionele ondersteuning en een luisterend oor geboden, worden de sociale netwerken

6

GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden

van mensen versterkt en uitgebreid en verwijzen betrokkenen door naar instanties of regelingen. Ook wordt er financiële ondersteuning geboden zoals het betalen van specifieke rekeningen. Verder worden mensen gecoacht naar een schuldenvrij leven en wordt er meegegaan naar instanties voor het behartigen van belangen. Tenslotte helpen betrokkenen mensen bij hun financiële administratie en begeleiding naar (vrijwilligers)werk en scholing.

Bereikte groepen De hulp die wordt geboden, richt zich zowel op de eigen kerkleden als mensen buiten de kerk, zonder christelijke achtergrond. Kerken en diaconale organisaties hebben verder veel aandacht voor groepen die geen of in beperkte mate aanspraak kunnen maken op overheidsvoorzieningen. Het gaat om groepen die tussen wal en schip vallen en/of buiten het bereik of blikveld van officiële instanties vallen, zoals dak- en thuislozen, (ongedocumenteerde) vluchtelingen, afgewezen asielzoekers en mensen die net niet in aanmerking komen voor voeding bij voedselbanken.

Kenmerken aan de aanpak van armoede Het ondersteunen van mensen vanuit vertrouwen, liefde en gelijkwaardigheid wordt relatief het vaakst beschouwd als kenmerkend. Het ondersteunen vanuit Bijbelse kernwaarden, tijd nemen voor mensen met echte aandacht en laagdrempelige hulp worden eveneens vaak als kenmerkend gezien. Verder zijn het blijven bieden van kansen, het verstrekken van onvoorwaardelijke hulp, het organiseren van maatwerk en het bieden van langdurige en trouwe ondersteuning belangrijk.

Trends en ontwikkelingen Armoede staat hoger op de agenda en er is een toenemende bewustwording dat armoede ook in Nederland een probleem is. Vanuit het diaconaat wordt er op ingezet om kerkleden meer bewust te maken van de problematiek. Maar er zijn ook belangrijke verschillen tussen kerken. Soms is er een gebrek aan kennis over de betekenis en impact van armoede en een gebrek aan bewustzijn over de lokale omvang van het armoedeprobleem. Vanuit een deel van de kerken weten betrokkenen zich geen raad met hoe ze van betekenis kunnen zijn en hoe ze in gesprek kunnen gaan met mensen in armoede. Binnen de kerkgemeenschap zelf kan er eveneens sprake zijn van armoede. Ook hier blijken er verschillen te zijn tussen kerken. Er is bijvoorbeeld variatie in de mate waarin een diaconie zicht heeft op armoede onder de eigen leden. Doordat armoede nog vaak een taboeonderwerp is en gepaard gaat met gevoelens van schaamte, is het moeilijk te

7

GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden

achterhalen welke leden te kampen hebben met financiële problemen. Bij een deel van de internationale en migrantenkerken is er ook een ander patroon zichtbaar. Doordat hier armoede vaak breder speelt onder de eigen kerkleden – en soms ook onder predikanten is er bij bepaalde kerken minder schaamte om erover te spreken. Gemeenteleden herkennen het ook eerder bij anderen, omdat ze er bekend mee zijn. In een gevestigde kerk staat armoede verder af van veel leden. Binnen de kerkgemeenschap van internationale en migrantenkerken is er ook zorg voor elkaar om op die manier financiële problemen te verminderen. Waar kerken meer present zijn in de wijk zijn ze in het publieke debat veel minder zichtbaar en hoorbaar. In vergelijking met het verleden laten betrokkenen minder hun geluid doorklinken. Onder meer doordat veel kerken te maken hebben met een teruglopend ledenaantal, voelen kerken de noodzaak om meer samen te werken met andere partijen. Er is meer bereidheid en initiatief om samen te werken met bijvoorbeeld overheden, welzijnsorganisaties, vrijwilligersorganisaties, fondsen en ervaringsdeskundigen. Volgens respondenten wordt er nog te weinig samengewerkt tussen de gevestigde kerken en internationale en migrantenkerken.

Verbetersuggesties Het is volgens respondenten nodig om meer te investeren in bewustwording over armoede, in activering van kerkleden om zich in te zetten voor mensen in armoede en in een betere signalering van armoede. Ook is het nodig dat er praktische informatie wordt gedeeld met vrijwilligers over verschillende toeslagen en regelingen zodat ze beter toegerust zijn om mensen in armoede te ondersteunen die niet bekend zijn met dergelijke regelingen dan wel moeite ondervinden in het aanvraagproces. Er wordt gepleit voor meer aandacht voor effectief werken, ook wel bekend als evidence based werken. Daarnaast is lobbyen belangrijk om zo de overheid te beïnvloeden om beleidskeuzes te maken die gunstig zijn voor mensen in armoede. En dat vertegenwoordigers van kerken en diaconale organisaties weinig zichtbaar zijn in het publieke debat en te weinig aan belangenbehartiging doen, vinden veel respondenten een gemis. Zij pleiten er dan ook voor dat de kerk weer veel meer een agenderende rol op zich neemt door aandacht te vragen voor armoede in Nederland.

8

GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden

1

Inleiding

Veel levensbeschouwelijke organisaties, waaronder ook kerken en diaconale organisaties, vervullen in Nederland een maatschappelijke rol. In hun studie naar de maatschappelijke rol van levensbeschouwelijke organisaties in Rotterdam onderscheiden Davelaar en Van den Toorn (2010) uiteenlopende functies. Zij spreken onderscheiden bijvoorbeeld het ondersteunen van groepen in kwetsbare posities die buiten het bereik of blikveld van overheidsinstanties vallen, het vervullen van brugfunctie door mensen in contact te brengen met beschikbare vormen van ondersteuning en gemeenschapsopbouw. De initiatieven zijn vaak gericht op het bestrijden van armoede (Van den Toorn, e.a. 2020). Specifiek voor kerken en diaconale organisaties geldt dat er veel middelen en uren worden ingezet om mensen in armoede te ondersteunen (Bolwijn, 2019). Zo proberen zij onder meer te voorzien in eerste levensbehoeften (onder meer voeding, levensmiddelen, en kleding), rekeningen te betalen om huisuitzettingen te voorkomen, collectieve hulp te bieden aan voedselbanken en door te verwijzen naar instanties. De aandacht vanuit kerken voor armoede is verre van nieuw, het kent een lange traditie (Bolwijn, 2019).

1.1 Onderzoek naar de aanpak van armoede en schulden onder kerken en diaconale organisaties Kerken en diaconale organisaties hechten er belang aan dat er via onderzoek zichtbaar wordt gemaakt welke activiteiten zij ondernemen om armoede en schulden tegen te gaan en welke trends en ontwikkelingen daarin zichtbaar zijn. Sinds 2002 doen kerken en diaconale organisaties elke drie jaar dan ook samen onderzoek naar de betrokkenheid van kerken bij mensen in armoede in Nederland. In 2022 is voor de negende keer een dergelijk onderzoek verricht. Dit onderzoek heeft een andere opzet gekregen dan de afgelopen edities. Waar de vorige studies uitsluitend kwantitatief van aard waren, is er in het huidige onderzoek gekozen voor een combinatie van kwalitatief en kwantitatief onderzoek, zoals we in het volgende hoofdstuk nog nader zullen toelichten. Het onderzoek is uitgevoerd door Bureau Omlo. Het onderzoeksbureau heeft voor deze studie samenwerking gezocht met Sylvana Robbers (Robbers Research & Education) en Mayke Kromhout (Onderzoek aan Zet). In dit inleidende hoofdstuk wordt gesproken over kerken en diaconale organisaties. We staan kort stil bij de betekenis hiervan. Vervolgen presenteren we enkele actuele cijfers over armoede en bespreken we enkele betekenissen van armoede. Ook gaan we kort in

9

GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden

op eerder onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden. We eindigen het hoofdstuk met een leeswijzer.

1.2 Kerken en diaconale organisaties Als we in dit rapport spreken over kerken en diaconale organisaties dan worden daarmee alle lokale kerkgemeenschappen of afdelingen daarvan en hun diaconale of caritasorganisaties bedoeld (vgl. Bolwijn, 2019). In dit onderzoek zijn de volgende kerken en diaconale organisaties betrokken: 

Algemene Doopsgezinde Sociëteit;

Christelijk Gereformeerde Kerken;

Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt/ Nederlands Gereformeerde Kerk;

Leger des Heils;

Missie Nederland;

Netwerk DAK (inloophuizen en buurt- en straatpastoraat);

Oud Katholieke Kerk;

Pioniersplekken;

Protestantse Kerk in Nederland;

Remonstrantse Broederschap;

Rooms-Katholieke Kerk (parochiële caritas instellingen en parochies);

SchuldHulpMaatje;

Stichting Samen Kerk in Nederland, SKIN (Internationale- en migrantenkerken);

Vincentiusverenigingen.

1.3 Cijfers over armoede in Nederland Armoede in Nederland staat al een aantal jaren in de schijnwerpers. Door onder meer de stijgende energieprijzen en de stijgende inflatie als gevolg van de oorlog in Oekraïne is armoede in 2023 een nog actueler en urgenter vraagstuk. Volgens ramingen die het Centraal Planbureau (CPB) en het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) in september 2022 hebben gemaakt, leefde 1,1 miljoen mensen in Nederland in 2022 in armoede. Dat is 6,7% van de bevolking (Wildeboer Schut & Hoff, 2022). Uit de eerdere augustusraming van het CPB werd duidelijk dat de armoede in 2023 verder zou stijgen naar bijna 1,3 miljoen mensen als het kabinet geen maatregelen zou treffen. Op basis van deze gegevens heeft het kabinet op Prinsjesdag nieuwe

10

GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden

koopkrachtmaatregelen bekend gemaakt. De verwacht is dat deze maatregelen ervoor zorgen dat de armoede in 2023 fors zal afnemen naar 830.000 mensen (4,9% van de bevolking). De onderzoekers van het SCP stellen hierbij echter wel een drietal kanttekeningen: 1)

Er is een grote kans dat een deel van het huidige ondersteuningsaanbod op een later moment weer wordt beëindigd. Het gevolg hiervan is dat het gunstige effect van de nieuwe maatregelen slechts tijdelijk zullen zijn;

1)

Een mogelijk risico is dat er voornamelijk ingezet wordt op het ondersteunen van groepen die relatief eenvoudig benaderd en geholpen kunnen worden. De onderzoekers wijzen erop dat het belangrijk is om juist ook oog te hebben voor groepen die te maken hebben met langdurige en hardnekkige vormen van armoede;

2)

Armoede beperkt zich niet tot financiële tekorten, maar gaat gepaard met een bredere problematiek. Er wordt hierbij onder meer gewezen op gezondheidsproblemen en sociaal isolement. Een effectieve aanpak van armoede vraagt om een brede benadering van armoede waarin er ook aandacht is voor allerlei sociaal-maatschappelijke effecten (Wildeboer Schut & Hoff, 2022).

1.4 Betekenissen van armoede In definities van armoede wordt vaak verwezen naar het SCP en/of het CBS. Het SCP gaat uit van een budgetbenadering om de armoedegrens te bepalen. Er is in dit geval sprake van armoede als mensen over een langere periode niet de middelen tot hun beschikking hebben voor goederen en voorzieningen die in de samenleving als minimaal noodzakelijk worden beschouwd om een zelfstandig huishouden te kunnen voeren (Hoff, e.a., 2019).1 Het CBS (2014) gaat uit van een ander criterium, namelijk het inkomen. In deze benadering zijn mensen arm als zij onder de lage-inkomensgrens vallen. Deze grens is gebaseerd op een vast koopkrachtbedrag dat elk jaar aangepast wordt voor de prijsontwikkeling. Het voordeel van deze scherp afgebakende definities van armoede is dat ze het mogelijk maken om armoede te meten en ontwikkelingen in de tijd te volgen. Een nadeel is dat het voorbijgaat aan de manier waarop mensen zelf hun situatie ervaren. Mensen die net boven de grens uitkomen kunnen eveneens zeer reële armoede ervaren. Dat geldt ook voor mensen die weliswaar een hoog inkomen genieten, maar door hoge schulden alsnog armoede kunnen ervaren (Madern, 2015).

1 Het SCP maakt hierbij onderscheid tussen twee referentiebudgetten; een basisbehoeftenbudget en

de iets ruimere ‘niet-veel-maar-toereikend budget’ (Hoff, e.a., 2019).

11

GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden

Een ander nadeel is dat er alleen aandacht is voor financiële tekorten, terwijl brede definities benadrukken dat armoede ook verwijst naar sociale, emotionele en culturele tekorten. Armoede wordt in een brede benadering als een probleem van onvoldoende maatschappelijke participatie of uitsluiting gezien. Het gaat dan bijvoorbeeld om een beperkt sociaal netwerk, gebrekkige toegang tot publieke voorzieningen, weinig participatie in politiek, vrijwilligerswerk, sport, cultuur en een ongezonde levensstijl (De Beer, 2013). Armoede kent zowel een materiële dimensie (een achtergestelde, onzekere economische toestand) als een immateriële dimensie (een verschraalde sociale relatie). En armoede gaat gepaard met negatieve emoties en ervaringen, zoals gevoelens van vernedering, schaamte, machteloosheid en een gebrek aan eigenwaarde (Lister, 2004, Omlo, 2016).

1.5 Leeswijzer Het rapport bestaat uit 8 hoofdstukken. In hoofdstuk 2 bespreken we de aanpak van het onderzoek met onder meer aandacht voor doelstelling en onderzoeksvragen, de gebruikte onderzoeksmethoden en de samenstelling van de mensen die deel hebben genomen aan het onderzoek. Hoofdstuk 3 tot en met 7 vormen de empirische hoofdstukken. In hoofdstuk 3 geven we antwoord op de vraag hoeveel geld, menskracht en uren er zijn ingezet voor het ondersteunen van mensen in de armoede. Ook noemen we het aantal hulpvragen in 2021 en 2022. Vervolgens beschrijven we in hoofdstuk 4 een breed palet aan activiteiten die kerken en diaconale organisaties verrichten op het terrein van armoedebestrijding en schulden. Hoofdstuk 5 en 6 vragen respectievelijk aandacht voor de vraag wat er kenmerkend is aan de aanpak en welke ontwikkelingen en trends zijn. Hoofdstuk 7 geeft een overzicht van verbetersuggesties die volgens respondenten nodig zijn om de aanpak te verbeteren. Tot slot eindigen we in hoofdstuk 8 met een samenvattende conclusie met de belangrijkste bevindingen.

12

GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden

2 Aanpak van het onderzoek In dit hoofdstuk beschrijven we de doelstellingen en onderzoeksvragen. Ook lichten we toe welke onderzoeksmethoden zijn gebruikt en hoe we de resultaten rapporteren. We sluiten het hoofdstuk af met een korte toelichting welke organisaties betrokken zijn geweest bij het onderzoek en de rol en samenstelling van de stuurgroep.

2.1 Doelstellingen en onderzoeksvragen Het onderzoek heeft betrekking op de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden en heeft de volgende doelstellingen: 

Inzicht krijgen in hoeveel geld, uren en menskracht zijn ingezet voor het ondersteunen van mensen in armoede en in het aantal hulpvragen in 2021 en 2022;

In kerk en samenleving zichtbaar maken welke betrokkenheid kerken en diaconale organisaties hebben bij de aanpak van armoede en schulden;

Het eigene van diaconaal werk op het terrein van armoedebestrijding zichtbaar maken;

Het signaleren van trends op het gebied van armoede(bestrijding);

Het adviseren van kerken en diaconale organisaties en indirect overheden ten aanzien van beleidsvorming.

Het onderzoek kent de volgende onderzoeksvragen: 

Hoeveel geld, menskracht en uren zijn ingezet voor het ondersteunen van mensen in armoede en wat is het aantal hulpvragen in 2021 en 2022?

Wat doen kerken en diaconale organisaties op het gebied van armoedebestrijding en schulden?

Wat is er kenmerkend aan de aanpak van armoede door kerken en diaconale organisaties volgens experts en betrokkenen?

Welke trends zien experts en betrokkenen in de aanpak van armoede door kerken en diaconale organisaties?

13

GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden

Welke aanbevelingen geven respondenten mee voor het verbeteren van de aanpak van armoede door kerken en diaconale organisaties?

2.2 Interviews en focusgroepen Voor het onderzoek zijn zowel kwalitatieve als kwantitatieve methoden gebruikt. Voor het kwalitatieve deel, zijn er interviews afgenomen onder negen experts om vooral zicht te krijgen op het kenmerkende van het diaconale werk, belangrijke trends en aanbevelingen. De volgende experts zijn gesproken: 

Jade Corsica (Ervaringsdeskundige);

Maarten Davelaar (Zelfstandig onderzoeker);

Christiaan Dekker (Diaconaal consulent armoedebestrijding in Oost Groningen);

Roeland van Geuns (Lector armoede interventies);

Michiel Grauss (Wethouder Armoedebestrijding, Schuldenaanpak en Informele Zorg voor de gemeente Rotterdam in de periode 2018 tot en met 2022);

Samuel Lee (Theoloog aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en voorganger in een grote migrantenkerk in Amsterdam);

Erica Meijers (Universitair docent Diaconaat aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU) in Groningen);

Joost Schelling (Voorzitter landelijk bestuur SchuldHulpMaatje, directeur VKB Kerkrentmeesters en voormalig predikant);

Nico van Splunter (Coördinator Yess! Weggeefwinkel en pionier/pastor in Rotterdam).

Naast deze interviews zijn er zes focusgroepen (groepsinterviews) georganiseerd met vertegenwoordigers van de volgende categorieën organisaties: 

Caritasinstellingen en diaconieën;

Internationale kerken en migrantenkerken;

SchuldHulpMaatje;

Inloophuizen;

Wijkpastoraat en straatpastoraat;

Pioniersplekken.

We zijn in de focusgroepen in gesprek gegaan met vrijwilligers en professionals die betrokken zijn bij de bovengenoemde type organisaties. In de focusgroepen hebben we de eerdergenoemde onderzoeksvragen voorgelegd. Hieronder geven we een korte omschrijving van de verschillende categorieën.

14

GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden

Caritasinstellingen en diaconieën Charitasinstellingen en diaconieën hebben als missie om vanuit christelijke overtuiging dienstbaar te zijn aan de samenleving door specifiek aandacht te hebben voor individuen en groepen die zich in kwetsbare situaties bevinden. Daarnaast proberen zij bij te dragen aan het oplossen van maatschappelijke problemen.2 Deze naastenliefde behoort tot de diepste wezen van kerk zijn. Opkomen voor hulpbehoevenden is een Bijbelse opdracht. Internationale en migrantenkerken In navolging van Van den Toorn e.a. (2020) spreken we in dit onderzoek van ‘internationale en migrantenkerken’. Deze termen worden door betrokkenen zelf ook gebruikt. Sommige kerken zijn wellicht eerder aan te duiden als internationaal, omdat er een sterke etnische diversiteit aanwezig is onder bezoekers. Andere kerken worden voornamelijk bezocht door kerkgangers die dezelfde etnische achtergrond met elkaar delen en zijn daarom eerder aan te merken als migrantenkerken. Deze laatste terminologie heeft wel als nadeel dat het soms ten onrechte de nadruk legt op migratie(achtergrond). Sommige kerken worden immers vooral bezocht door mensen waarvan hun ouders of grootouders in een ander land zijn geboren, maar zelf in Nederland zijn geboren en opgegroeid en nooit gemigreerd zijn.

Daar komt bij dat er deze kerken soms ook bezocht worden door Nederlanders zonder migratieachtergrond (Van der Toorn, e.a., 2020). De diversiteit onder deze kerken – waarvan er 1.200 zijn in Nederland - is groot. Er zijn bijvoorbeeld gevestigde oude migrantenkerken, zoals de Molukse en Surinaamse kerk, kerken die zijn opgericht door vluchtelingen (bijvoorbeeld Eritrees-Orthodoxe kerken), kerken die zijn opgericht door arbeidsmigranten en expatkerken. Daarnaast zijn er ook Armeens-Apostolische kerken en zeemanskerken van zeelieden uit Scandinavische landen (De Hart & Van Houwelingen, 2018). Veel van deze internationale en migrantenkerken vallen onder de landelijke koepelorganisatie Samen Kerk in Nederland (SKIN). SchuldHulpMaatje De activiteiten van SchuldHulpMaatje zijn erop gericht om mensen met (dreigende) schulden vroegtijdig te bereiken ter preventie van het oplopen van schulden. De maatjes zijn getrainde vrijwilligers die mensen helpen naar een schuldenvrij leven door middel van begeleiding in gedragsverandering en financiële zelfredzaamheid. Hierbij is er aandacht voor het creëren van rust en het verkrijgen van overzicht over de eigen financiën. Zo worden hulpvragers gecoacht hoe ze financieel gezond kunnen leven met meer vertrouwen in eigen kunnen.3

2 Achtergrond_en_concrete_invulling_Beleidplan_Caritas_2017-2022.pdf (rk-kerk-ozvl.nl) 3 www.SchuldHulpMaatje.nl

15

GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden

Inloophuizen Inloophuizen organiseren ontmoeting, activiteiten en maaltijden. In een deel van de inloophuizen wordt ook hulpverlening geboden. Er is veel aandacht voor gastvrijheid. (Davelaar, e.a., 2017). Wijk- en straatpastoraat Wijkpastoors werken voor alle bewoners in een buurt of wijk en bestaat uit een combinatie van eerstelijns zorg en wijkopbouw. Zij zoeken sociaal geïsoleerde mensen op via huisbezoeken en door present te zijn op ontmoetingsplekken (Davelaar, e.a., 2017). Straatpastors richten zich specifiek op dak- en thuislozen. Zij proberen contact te maken met mensen door aanwezig te zijn op zogenoemde vindplaatsen, zoals op straat, bij het station, in parkjes en bij de maatschappelijke opvang. Naast het voeren van gesprekken met dak- en thuislozen, organiseren straatpastors maaltijden, vieringen, uitvaarten en herdenkingsbijeenkomsten. (Davelaar, e.a., 2017). Pioniersplekken Er zijn verschillende type pioniersplekken. Een pioniersplek experiment met nieuwe vormen van kerkzijn voor mensen die niet gewend zijn om naar de kerk te gaan (Stoppels, e.a. 2020). Het zijn volgens verschillende pioniers die deelnamen aan dit onderzoek vaak buurtkerken die midden in een arme buurt gelokaliseerd zijn.

2.3 Enquête In het najaar van 2022 is – mede op basis van de uitkomsten uit het kwalitatieve onderzoek - een online beknopte enquête met 10 inhoudelijke vragen opgesteld. Met deze enquête wilden we met name inzicht krijgen in de mate waarin bepaalde activiteiten op het gebied van armoedebestrijding worden uitgevoerd, wat kenmerkend is aan de hulp en welke bedragen aan armoedebestrijding worden uitgegeven. Via vertegenwoordigers van verschillende kerken en diaconale organisaties is deze per email verspreid onder de doelgroep. De enquête kon worden ingevuld in de periode van 3 oktober tot 14 november 2022. Op meerdere momenten zijn door de vertegenwoordigers van de verschillende kerken en diaconale organisaties herinneringen verstuurd om de respons te verhogen. Ook is via nieuwsbrieven aandacht gevraagd voor de enquête. De enquête werd anoniem ingevuld. Om de respons te verhogen werd respondenten daarnaast een gratis entreebewijs aangeboden voor een armoedeconferentie die georganiseerd zal worden naar aanleiding van dit onderzoek. Hiervoor moesten respondenten hun e-mailadres invullen. De e-mailadressen zijn gescheiden van de

16

GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden

onderzoeksresultaten zodat de anonimiteit van de respondenten gewaarborgd bleef. Tijdens het invullen konden vragen worden overgeslagen. In totaal zijn er 3526 kerken en diaconale organisaties, afkomstig van verschillende kerkelijke stromingen, benaderd om mee te doen aan dit onderzoek. Dit aantal is iets hoger dan tijdens het vorige onderzoek in 2019, toen er 3301 organisaties werden benaderd. In aanvulling op het onderzoek van voorgaande jaren zijn nu ook het Leger des Heils, pioniersplekken, netwerk DAK (netwerk van inloophuizen en buurt- en straatpastoraat), SchuldHulpMaatje en Stichting SKIN (Samen Kerk in Nederland, de koepelorganisatie voor en door internationale en migrantenkerken in Nederland) benaderd om mee te doen. Benaderde kerken en diaconale organisaties

Aantal

Rooms-Katholiek (parochiële caritas instellingen en parochies)

600 (schatting)

Protestantse Kerk in Nederland

1657 (schatting)4

Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt / Nederlands Gereformeerde

345

Kerk SchuldHulpMaatje

108

Netwerk DAK

110

Christelijke Gereformeerde Kerken

213

Leger des Heils

131

Stichting Samen Kerk in Nederland

180

Pioniersplekken

104

Oud Katholieke Kerk

26

Vincentiusverenigingen

52

Totaal

3526

Voor de internationale en migrantenkerken is een Engelstalige versie van de vragenlijst verspreid, deze is echter slechts één keer ingevuld. De respondenten van SchuldHulpMaatje is gevraagd de vragen 5 t/m 11 van de enquête niet in te vullen, omdat deze gegevens centraal bekend zijn en separaat zijn aangeleverd. In de beschrijving van de resultaten worden de symbolen n (aantal respondenten), M (gemiddelde) en SD (standaardafwijking van het gemiddelde) gebruikt. In totaal hebben 418 respondenten de vragenlijst ingevuld.5 De respondenten zijn allen vertegenwoordigers van de benaderde kerken en diaconale organisaties. Er mag vanuit worden gegaan dat de vragenlijst niet door meerdere vertegenwoordigers van een kerk 4

5

17

Bij ‘Rooms-Katholiek’ en ‘Protestantse Kerk in Nederland’ wordt gesproken van een schatting, omdat het aantal benaderde organisaties onbekend is. Er bestaat geen actueel overzicht van de totale aantallen van deze categorieën. Zie bijlage 1 voor de vragenlijst.

GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden

of diaconale organisatie is ingevuld. Het responspercentage is 12%. Dit is een redelijke respons (in 2019: 15%). Deze respons is voldoende om de resultaten met een foutenmarge van 5% en een betrouwbaarheidsniveau van 95% te kunnen beschouwen. Bijvoorbeeld, als 60% van de respondenten een bepaald antwoord geeft, dan kun je er “zeker” van zijn dat als je dezelfde vraag aan de hele populatie had gesteld, dat tussen de 55% en 65% datzelfde antwoord gekozen zou hebben. Het betrouwbaarheidsniveau vertelt je hoe zeker je kunt zijn van deze foutenmarge: het geeft aan hoe vaak het werkelijke percentage van de populatie dat een antwoord zou kiezen binnen die foutenmarge ligt. Om zicht te krijgen op de achtergrond van de respondenten, is gevraagd aan te geven welke aanduiding het beste past bij hun locatie of (afdeling van) hun kerkelijke organisatie. Het grootste deel van de respondenten (73%) identificeerde zich het beste met de aanduiding ‘caritasinstelling, diaconie of korps’. Aanduidingen

Aantal

Percentage

Caritasinstelling, diaconie of korps

306

73 %

Pioniersplek

16

4%

Internationale of migrantenkerk

5

1%

SchuldHulpMaatje

20

5%

Inloophuis / buurthuiskamer

36

9%

Wijk- en straatpastoraat

8

2%

Meerdere aanduidingen

21

5%

Geen aanduiding

6

1%

Totaal

418

100%

21 respondenten kozen bij deze vraag voor meerdere aanduidingen. Hiervan hebben 15 instellingen in ieder geval (naast andere aanduidingen) gekozen voor de aanduiding ‘inloophuis/ buurthuiskamer’. Vijf respondenten die meerdere aanduidingen kozen zijn waarschijnlijk afkomstig van SchuldHulpMaatje. Eén respondent betreft waarschijnlijk het wijk- en straatpastoraat. Zes respondenten hebben geen aanduiding kenbaar gemaakt. Het is de vraag of de respons van 418 respondenten de populatie van 3526 kerken en diaconale organisaties goed weerspiegelt. Bij een representatieve respons zijn bepaalde klassen (of categorieën) in dezelfde verhouding vertegenwoordigd als in de populatie. Voor dit onderzoek betekent dit dat als de populatie van 3526 kerken en diaconale organisaties, net als de respons, is onderverdeeld in 73% caritasinstellingen, 4% pioniersplekken, 1% internationale kerken, etc., dat de groep deelnemende organisaties dan representatief is voor dit kenmerk (aanduiding). Aangezien de populatie niet in deze klassen is in te delen (er passen bijvoorbeeld verschillende aanduidingen bij het Leger des Heils) kan niet worden aangegeven of de respons representatief is wat betreft de aanduiding.

18

GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden

Zoals in het eerdere armoedeonderzoek van 2019 staat vermeld, zijn er met betrekking tot armoede grote verschillen tussen gebieden met een hoge of lage urbanisatiegraad. Op basis van de verzamelde gegevens kan niet worden nagegaan of de respons representatief is naar omvang van de burgerlijke gemeente. Het is daarom mogelijk dat de gepresenteerde cijfers op een aantal onderdelen een vertekend beeld geven. 6

2.4 Rapportage De interviews en focusgroepen hebben veel rijke inzichten opgeleverd. In de analyse zijn we vooral op zoek gegaan naar patronen. Daarvan is sprake als meerdere respondenten vergelijkbare ervaringen en percepties hebben. Tegelijkertijd is er ook aandacht geweest voor contrasterende perspectieven. Soms lopen ervaringen uiteen. Deze hangen naar verwachting samen met het gegeven dat ervaringen worden opgedaan in onder meer verschillende kerken (omvang van de kerk, denominatie etc.) en in diverse regio’s in het land. Het is daardoor niet altijd mogelijk en wenselijk om eenduidigheid en uniformiteit in de resultaten te presenteren. De werkelijkheid is vaak gelaagd, genuanceerd en gebonden aan de sociale en lokale context. Om de tekst te verlevendigen en aansprekende voorbeelden te benutten, maken we gebruik van citaten uit de interviews en focusgroepen. De citaten zijn geanonimiseerd, omdat respondenten soms uitspraken doen over hun kerk of organisatie die (privacy)gevoelig kunnen zijn en omdat zij soms herleidbaar kunnen zijn naar specifieke personen. Dat is niet altijd het geval, maar omwille van eenduidigheid en leesbaarheid is daar een lijn in getrokken.

Aangezien de studie niet tot doel heeft om een vergelijking te maken tussen de eerdergenoemde categorieën van organisaties, worden organisaties alleen genoemd als dat voor de context van belang is of als zich opvallende verschillen voordoen tussen organisaties. Overigens zijn veel genoemde ervaringen niet gebonden aan specifieke organisaties, maar worden zij breder herkend. De uitkomsten van de enquête worden cijfermatig in tabellen weergegeven, maar ook beschreven en toegelicht.

6

19

In het vorige armoedeonderzoek was het niet representatief. Kleine gemeenten (<10.000 inwoners) en grote gemeenten vanaf 50.000 inwoners waren toen oververtegenwoordigd in de respons.

GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden

2.5 Betrokkenheid van organisaties en leden van de stuurgroep Verschillende kerken en organisaties zijn betrokken geweest bij het onderzoek: 

Kerkgenootschappen: RKkerk, CGK, GKv, NGK, PKN, Remonstranten, Algemene Doopsgezinde Sociëteit, Leger des Heils en SKIN.

Organisaties: SchuldHulpMaatje, Netwerk DAK, MissieNederland, STEK Den Haag, IDO Lelystad en Federatie van diaconieën.

Het onderzoek is ondersteund door een stuurgroep. De leden hebben bijgedragen aan het formuleren van de onderzoeksvragen. Daarnaast hebben zij de onderzoekers geholpen aan mogelijke respondenten en hebben feedback gegeven op het conceptrapport. De stuurgroep had een adviserende functie; de onderzoekers waren onafhankelijk. De stuurgroep bestond uit de volgende personen: 

Jonna van den Berge-Bakker (specialist armoede en diaconale presentie bij Protestantse Kerk in Nederland)

Karin Bornhijm (medewerker diaconie bisdom ‘s- Hertogensbosch en RoomsKatholieke Officium Caritatis)

Hermen van Dorp (Directeur stichting Actioma, koepel van katholiek maatschappelijke activeringswerk)

Meta Floor (Projectleider Luisterkracht, ontmoeting en (beleids)verandering bij stichting DAK)

Madelon Grant (Coördinator bij SKIN)

Derk Jan Poel (Adviseur diaconaat en integral mission bij Kerkpunt)

Helma Hurkens (Coördinator Stichting DAK/ projectleider armoede SKINRotterdam)

Erica Meijers (Universitair docent Diaconaat aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU) in Groningen);

Johan Nieuwenhuis (Interne landelijke coördinator Schuldhulpverlening bij het Leger des Heils)

20

Carla van der Vlist (Directeur Vereniging SchuldHulpMaatje Nederland).

GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden

3

Geld en inzet In dit hoofdstuk geven we antwoord op de onderzoeksvraag hoeveel geld, uren en menskracht er is ingezet voor het ondersteunen van mensen in armoede en met schulden. Ook noemen we het aantal hulpvragen in 2021 en 2022. De uitkomsten zijn grotendeels gebaseerd op de enquête. Op enkele plekken vullen we aan met uitkomsten uit het kwalitatieve onderzoek.

3.1 Bedragen die worden besteed aan armoedebestrijding De vraag welk totaalbedrag in 2021 is uitgegeven aan de ondersteuning van mensen in armoede is door 80% van de respondenten beantwoord (n = 333). Hiervan gaven in ieder geval 62 respondenten een schatting van het bedrag (19%), wat aangeeft dat de resultaten met enige slag om de arm moeten worden beschouwd. De financiële steun aan inloophuizen/buurthuiskamers die zijn aangesloten bij het Leger des Heils of Netwerk DAK werd in dit totaalbedrag niet meegerekend. Het gemiddelde totaalbedrag dat iedere organisatie heeft besteed aan mensen in armoede is € 27.864 (mediaan = € 6000, range = € 0 - € 3.108.801). Dit bedrag heeft betrekking op zowel individuele, collectieve, als alle overige ondersteuning. Er zijn hierbij echter twee uitschieters met bedragen van meer dan een miljoen, waardoor dit gemiddelde bedrag een vertekend beeld geeft (de verdeling is rechts scheef met relatief veel lage waarden en weinig hoge waarden). Wanneer deze extreme bedragen buiten beschouwing worden gelaten, dan is het gemiddelde totaalbedrag €14.531 (mediaan = € 5.778; range is € 0 - € 215.000). Voor een aantal respondenten was deze vraag lastig of niet te beantwoorden. Door enkele respondenten werd als toelichting genoemd dat hun organisatie niet werkt met financiële hulp: “We geven geen geld. Voedsel haal ik bij de Voedselbank, indien nodig.

We geven met name tijd en aandacht.” “We vragen onze parochianen elkaar te helpen en ondersteunen, wij geven zelf als parochie geen financiële ondersteuning” “Wij bieden een huiskamer met warmte (letterlijk en figuurlijk), aandacht, gratis koffie/thee/koek en af en toe een maaltijd. Exploitatiekosten weet ik niet. Versnaperingen: een paar honderd euro per maand.”

21

GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden

Hoewel deze vraag niet door de respondenten van SchuldHulpMaatje hoefde te worden beantwoord, zijn er toch vijf totaalbedragen genoemd door deze respondenten (met de enkele aanduiding SchuldHulpMaatje, de bedragen vallen binnen een range van € 2.000 tot € 20.000). Deze bedragen zijn meegenomen in de resultaten. Vanuit SchulpHulpMaatje wordt aangegeven dat er geld wordt uitgegeven aan lokale permanente scholing, coördinatie, communicatie en organisatiekosten. Het grootste deel van de geldstroom is afkomstig van de overheid en van fondsen. Een klein deel van de geldstroom is afkomstig van kerken. Per locatie wordt er ongeveer € 15.000 uitgegeven aan zaken die vooral betrekking hebben op vrijwillige coördinatie, opleiding, een ondersteunend registratiesysteem, lokale intervisiebijeenkomsten en communicatie. Hierdoor kunnen de meeste locaties de schuldhulpmaatjes goed faciliteren. Het is onbekend hoe groot precies de betrokkenheid is van de kerken en diaconale organisaties bij de ondersteuning van mensen in armoede. In 2018 was ongeveer 80% van de organisaties betrokken. De huidige resultaten doen vermoeden dat bijna 100% van de organisaties op een bepaalde manier is betrokken (op twee respondenten na die aangaven geen enkele van de genoemde activiteiten uit te voeren. Dit maakt dat het genoemde gemiddelde totaalbedrag niet eenduidig is te extrapoleren.

Als we ervan uitgaan dat ook in 2021 zo’n 80% van de 3526 kerken en diaconale organisaties betrokken is bij armoedebestrijding, dan betekent dit dat er in 2021 een totaalbedrag van ongeveer € 14.531 * (3526 * 0,80) = € 40.989.045 is besteed aan de bestrijding van armoede.

3.2 Bedragen voor individuele en collectieve hulp Respondenten konden in de enquête aangeven welk deel van dit totaalbedrag is besteed aan individuele, financiële hulp, en welk deel aan collectieve hulp. 281 respondenten (67%) vulden een bedrag > € 0 in voor individuele, financiële hulp. Dit is in lijn met de eerdere bevinding dat 71% van de organisaties individuele, financiële hulp biedt (zie activiteiten). Iedere afzonderlijke kerk en diaconale organisatie besteedde gemiddeld € 10.512 aan individuele, financiële hulp aan personen en/of huishoudens. 12% van de genoemde bedragen betrof een schatting. Wanneer we twee extreme bedragen (> €190.000) niet meenemen in deze berekening, dan is het gemiddelde bedrag voor individuele, financiële hulp € 6.662. In 2018 was dit € 5.626. In 2021 besteedden kerken en diaconale organisaties dus een totaalbedrag van ongeveer € 6.662 * (3526 * 0,71) = € 16.678.051 aan individuele, financiële hulp. Dit bedrag is iets hoger dan in 2018 toen er ongeveer € 14.852.740 werd besteed.

22

GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden

314 respondenten (75%) gaven aan wat hun kerk of diaconale organisatie in 2021 heeft besteed aan collectieve ondersteuning. Aangezien zo’n 89% van de organisaties aan collectieve ondersteuning doet (zie ‘Activiteiten’) is deze respons opvallend te noemen. Wellicht zijn deze bedragen lastig te achterhalen, of dit is een indicatie dat een aanzienlijk deel van de geleverde collectieve ondersteuning niet-financieel van aard is. Tevens betrof zo’n 18% van de genoemde bedragen € 0, wat deze aanname ondersteunt. Iedere afzonderlijke kerk en diaconale organisatie besteedde gemiddeld € 16.758 aan collectieve hulpverlening. 12% van de respondenten gaf een schatting. Dit bedrag heeft met name betrekking op collectes voor diverse goede doelen, groepswerk, kledingbanken, voedselbanken en noodfondsen. Wanneer twee extreme bedragen (> € 450.000) buiten beschouwing worden gelaten is het gemiddelde bedrag € 7.468. In 2018 was dit € 6.113. In 2021 besteedden de kerken en diaconale organisaties dus een totaalbedrag van ongeveer € 7.468 * (3526 * 0,89) = € 23.435.630 aan collectieve hulp. In 2018 was dit € 16.800.000. In onderstaande tabel is een beknopt overzicht van de bedragen die in 2021 zijn besteed aan armoedebestrijding. Gemiddeld

Geschat

bestede

totaalbedrag

bedrag per

voor alle

kerk en

kerken en

diaconale

diaconale

organisatie

organisaties

Totaalbedrag armoedebestrijding

€ 14.531

€ 40.989.045

Bedrag besteed aan individuele, financiële

€ 6.662

€ 16.678.051

€ 7.468

€ 23.435.630

hulp Bedrag besteed aan collectieve hulp

3.3 Aantal hulpvragen Aan kerken en diaconale organisaties is gevraagd aan te geven hoewel hulpvragen zij kregen in 2021. De antwoorden op deze vraag hebben onder andere betrekking op aantallen huishoudens (die bij sommige organisaties meerdere keren per week langskomen met hulpvragen) en om aantallen huishoudens die meedoen aan bepaalde

23

GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden

activiteiten (blijkens uit additioneel gegeven toelichtingen). Organisaties met een hoog aantal hulpvragen hebben bijvoorbeeld te maken met grote aantallen hulpvragers voor tweedehands meubels en witgoed. Kerken en diaconale organisaties kregen gemiddeld per organisatie 93 hulpvragen in 2021 (n = 352; M = 92,5; SD = 405; mediaan = 10; range = 0 – 5000 hulpvragen). Het gemiddelde is veel hoger dan de mediaan, wat betekent dat de verdeling ‘rechts scheef’ is: er is een relatief groot aantal lage waarden en weinig hoge waarden. Er blijken 6 organisaties te zijn die 1500 of meer (tot een maximum van 5000) hulpvragen hebben aangegeven. Dit zijn 3 organisaties met de aanduiding caritasinstelling, diaconie of korps, en 3 organisaties met de aanduiding inloophuis/buurthuiskamer. Onder andere vanwege deze waarden valt het gemiddelde erg hoog uit en geeft dit een vertekend beeld. Zonder deze 6 organisaties zijn er gemiddeld 44 hulpvragen (n = 346; M = 44,05; mediaan = 10; range = 0 - 640; de verdeling is nog steeds rechts scheef). 51% van de organisaties kreeg maximaal 10 hulpvragen, 86% van de organisaties heeft maximaal 100 hulpvragen aangegeven en 94% van de organisaties heeft maximaal 200 hulpvragen aangegeven. Hiernaast gaf SchuldHulpMaatje aan 8488 hulpvragen te hebben verwerkt welke lokaal zijn ondersteund, wat neerkomt op ongeveer 79 hulpvragen per locatie.

3.4 Verwachting over het aantal hulpvragen Als afsluitende vraag is aan respondenten gevraagd wat hun verwachting is voor het totale aantal hulpvragen in 2022 ten opzichte van 2021. Aangezien de enquête kon worden ingevuld in de periode van 3 oktober tot 14 november 2022 moet er uitgegaan worden van verwachtingen. Hierbij is het goed om te realiseren dat het invullen van de enquête plaatsvond in een periode dat de inflatie en energieprijzen enorm waren gestegen als gevolg van de oorlog in Oekraïne. Zo’n 60 procent van de kerken en diaconale organisaties, waaronder SchuldHulpMaatje, geeft aan dat het aantal hulpvragen naar verwachting een beetje of flink zal toenemen. Volgens ongeveer een kwart van de organisaties blijft het aantal hulpvragen naar verwachting gelijk. In de interviews zien verschillende respondenten een stijging in het aantal hulpvragen: “We zien veel nood onder de mensen en veel mensen met verschillende sociale problemen, armoede voortkomend uit schulden zien we veel. De nood is hoog en we zien een stijging in hulp aanvragen en ondersteuning.”

24

GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden

Mogelijk is er een onderschatting van het aantal hulpvragen doordat mensen met financiële tekorten de neiging hebben om het aanvragen van hulp zo lang mogelijk uit te stellen, zoals een van de respondenten in een interview aangeeft.

Verwachting voor het aantal hulpvragen in 2022 0% Dat aantal neemt flink af Dat aantal neemt een beetje af

5%

10%

15%

20%

25%

30%

35%

1% 2%

Dat aantal blijft ongeveer gelijk

23%

Dat aantal neemt een beetje toe

37%

Dat aantal neemt flink toe

23%

Ik weet het niet Geen antwoord

40%

9% 4%

3.5 Ingezette uren Gemiddeld werden er per kerk en diaconale organisatie 17 mensen ingezet bij de ondersteuning van mensen in armoede (n = 348; M = 16,6; mediaan = 7; range 0 – 500). In totaal zijn er dus ongeveer 16,6 * (3526 * 0,80) = 46.825 mensen ingezet binnen alle kerken en diaconale organisaties. Deze betaalde en onbetaalde krachten hebben in 2021 gemiddeld per organisatie 1793 uren besteed (n = 309; M = 1793,3; mediaan = 200; range 0 – 200.000. Vanuit SchuldHulpMaatje zijn er in 2021 2988 mensen ingezet. Dat komt neer op ongeveer 28 mensen per locatie. Deze mensen hebben in totaal 360.446 uren ingezet. Uit de gegevens blijkt dat de verschillen (spreiding) in inzet groot zijn. De mediaan van de ingezette uren is 200 uur, dus 50% van de organisaties besteed maximaal 200 uur aan armoedebestrijding. Er is een maximum inzet van 200.000 uren aangegeven. Hierdoor geeft het gemiddelde een tamelijk vertekend beeld: de verdeling is rechts scheef met relatief veel lage waarden en een paar hoge waarden. Wanneer de 3 organisaties met de meest extreme antwoorden (>30.000 uren ingezet) uit de analyse worden gehaald, is de gemiddelde inzet 801 uren (n = 306, M = 801,4; mediaan = 200; range – 0 – 16.975). Met

25

GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden

dit gemiddelde komt het geschatte totaal aantal ingezette uren op 801,4 * (3526 * 0,80) = 2.260.589. Ook in de interviews en focusgroepen wordt door meerdere respondenten benadrukt dat de inzet van kerken en diaconale organisaties sterk uiteenloopt. Verschillen hangen volgens respondenten samen met signatuur van kerken, aantal kerkleden en beschikbare financiële middelen. Ook zijn er verschillen tussen dorpen en steden en tussen verschillende regio’s. “Er zijn grotere diaconale organisaties op stadsniveau die over heel Utrecht, Amsterdam of Den Haag werken of in de regio. Er zijn verschillende niveaus en dat maakt heel veel uit wat je kan doen. Lokaal zijn er in sommige kerken soms drie mensen actief. Het maakt heel veel verschil op welk niveau je kijkt. Er zijn ook verschillen tussen denominaties en stromingen. Het Leger des Heils staat er om bekend dat ze veel doen waaronder armoede. Anderen lezen vooral de bijbel en zijn gericht op hun individuele relatie met God. Daar gaat het meer om hun eigen heil. Dan is er minder aandacht voor de ander.” Een andere belangrijke nuancering die gemaakt kan worden bij het ingezette aantal uren is dat in het kwalitatieve onderzoek naar voren komt dat veel activiteiten in het verborgene plaatsvinden en dat er naast georganiseerde hulp ook ongeorganiseerde initiatieven zijn van individuele kerkleden. In hoofdstuk 4 gaan we hier nader op in.

Het is niet bekend in hoeverre deze ongeorganiseerde en/of verborgen initiatieven zijn meegenomen in de schattingen van de aantallen ingezette uren.

26

GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden

4 Bereikte groepen en activiteiten In dit hoofdstuk staan we stil bij de vraag welke activiteiten er vanuit kerken en diaconale organisaties plaatsvinden om armoede en schulden tegen te gaan of de gevolgen ervan te verzachten. Daarnaast besteden we aandacht aan de vraag voor welke groepen zijn bereikt. Deze vragen hebben we zowel voorgelegd in de individuele interviews met experts als in de verschillende focusgroepen gesteld. Daarnaast is deze vraag ook voorgelegd in de online enquête.

4.1 Bereikte groepen Om zicht te krijgen op de bereikte groepen hebben we de vraag voorgelegd of kerken en diaconale organisaties (vooral) steun verlenen aan mensen binnen de eigen gemeenschap of ook ondersteuning bieden aan groepen buiten de kerkgemeenschap. Dat is een relevante vraag aangezien uit een recent panelonderzoek van Citisens (2022) blijkt dat burgers in Nederland voor hulp in geval van geldzorgen niet snel aan de kerk denken. Slechts iets meer dan een derde zoekt überhaupt steun en dat doen zij voornamelijk bij familie (76%), door gebruik te maken van overheidsregelingen (39%), via de gemeente (32%), bij vrienden (30%) en door een voedselbank te bezoeken (19%). Slechts 5% zoekt steun bij de kerk als ze moeilijk rond kunnen komen. Aan de respondenten is ook gevraagd waar ze hulp zouden aanvragen als ze in de toekomst moeilijk rond zou komen. Daarop antwoordde eveneens een klein percentage (4%) de kerk. 8% zou mensen in hun netwerk doorverwijzen naar de kerk als zij financiële tekorten zouden hebben. De kerk wordt al met al dus weinig genoemd. Daar komt bij dat de mensen die wel in aanraking kwamen met de kerk toen ze het financieel lastig hadden vaak lid zijn van de kerk. Ook zijn het vooral kerkleden (20%) die anderen zouden doorverwijzen naar een kerk als zij moeilijk rondkomen.

Daaruit kunnen we afleiden dat mensen buiten de kerkgemeenschap nauwelijks aan de kerk denken als er sprake is van financiële nood. Citisens (2022) vindt twee verklaringen voor het gegeven dat deze groep geen steun zoekt bij de kerk. De respondenten geven aan dat ze niet gelovig zijn en geen kerklid zijn. Doordat men niet verbonden is aan de kerk, komt het niet in mensen op om aan de kerk te denken. Een ander deel van de respondenten geeft aan dat ze niet op de hoogte zijn dat de kerk steun biedt. Verschillende respondenten in de huidige studie herkennen dat wijkbewoners die niet vertrouwd zijn met de kerk niet geneigd zijn om aan te kloppen voor hulp bij de kerk. Daarvoor geven zij verschillende verklaringen:

27

GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden

“Als ik op de voedselbank zeg dat de kerk wil helpen, en mensen zelf niet kerk georiënteerd zijn, dan vallen ze van hun stoel af: ik kom helemaal niet in de kerk, wil de kerk mij dan echt helpen? Dan zit er dus heel veel verbazing bij mensen dat veel kerken bereid zijn om te helpen.” “Binnen de kerk vinden we het heel logisch dat de diaconie niet alleen voor mensen van binnen de kerk is. Maar mensen buiten de kerk weten dat helemaal niet en die zijn op een positieve manier verrast dat diaconie er ook is voor anderen.” “Het beeld dat de kerk er is voor christenen leeft sterk. En als ik aanklop, dan moet ik christen worden. En reputatieschade speelt nog heel erg. Trauma rond misbruik, dat speelt nog enorm.” “Ik denk dat het gemiddelde beeld van de kerk bij de Nederlander een gesloten kubus is zonder ingang, waar je niet kunt aankloppen als je niemand kent.” In andere gevallen kunnen specifieke lokaal-historische factoren zelfs zorgen voor wantrouwen richting de kerk: “Niemand in Noordoost-Groningen zit te wachten op de kerk. Dit stelt je toch voor andere vragen. We hebben voortdurende strijd om ons te profileren richting de gemeente.

Daar zitten ook kritische noten bij, zeker hier in Noordoost-Groningen vanwege de geschiedenis en de rol van kerken hier in het verleden.” Mede doordat het wantrouwen naar de overheid groeiende is, merkt een respondent dat mensen langzaam wel weer meer open staan voor hulp vanuit de kerk. Zeker als kerken daarbij samenwerken met bijvoorbeeld welzijnsorganisaties wordt dat gewaardeerd. Dat burgers niet snel aan de kerk denken, zegt overigens nog niets over welke groepen kerken en diaconale organisaties zelf weten te bereiken. Betrokkenen wachten lang niet altijd af totdat mensen om hulp vragen, maar gaan er in de wijken geregeld zelf op af. De hulp die vervolgens geboden wordt, richt zich zowel op de eigen kerkleden als mensen buiten de kerk, zonder christelijke achtergrond. Hoewel het geen “geoliede welzijnsorganisatie” is en het werk vanuit kerken soms gekenmerkt wordt door “gerommel” en “amateurisme”, waarderen buitenkerkelijke mensen volgens een respondent “de passie en inzet” waardoor kerkelijke projecten een “bepaalde smoel” krijgen.

28

GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden

Er zijn wel verschillen tussen kerken en organisaties in de mate waarin het accent ligt op de “eigen mensen” dan wel op “mensen buiten de kerkgemeenschap”. In sommige gevallen worden voornamelijk mensen geholpen zonder kerkelijke achtergrond. “Iedereen hier in Zeeland weet dat als je iets nodig hebt, je bij het Leger des Heils terecht kunt. Of je nu bij de kerkgemeenschap hoort of niet, je bent welkom. We hebben ook bij onze eigen kerk mensen die het zwaar hebben of in armoede leven, maar we richten ons vooral op mensen buiten onze eigen gemeenschap.” “Ik denk dat er eerder mensen buiten de kerk bereikt worden, omdat er binnen de kerk te veel schaamte is om gebruik te maken van diaconie en andere vormen van hulp daarin.” Vertegenwoordigers van SchuldHulpMaatje geven tijdens een focusgroep eveneens aan dat de meeste hulpvragers niet kerkelijk betrokken zijn. Verder wordt aangegeven dat er vanuit de kerk zeer weinig aanmeldingen binnenkomen voor SchuldHulpmaatje. Een andere respondent geeft aan dat er binnen de kerk verschillende tendensen zijn. Waar de diaconie vooral werkt voor de eigen leden, staan er andere groepen op die juist naar buiten treden om mensen buiten de kerk te helpen. “In Arnhem is een groep die is gaan koken voor dak- en thuislozen. En die doen het heel trouw maar het zijn geen mensen die in de diaconie zitten. Hetzelfde zie ik in Amersfoort.

Ik zie de mensen in de diaconie zich richten op de eigen mensen en dan zijn er mensen die op projectbasis opstaan en die gaan kerst- en paaspakketten maken en weten hoe ze dus betrokken moeten zijn. Ik zie bij Huis ter Heide daar hebben ze een centrum waar les wordt gegeven aan Afghanen en die leren fietsen en ik weet niet wat nog allemaal meer, en dat zijn dan niet de mensen uit de diaconie. Het lijkt wel alsof er bij mij twee verschillende groepen zijn.” Soms is er kritiek dat de focus binnen een kerk te veel gericht is op mensen uit de eigen kerkgemeenschap. Betrokkenen zouden het ingewikkeld vinden om contact te leggen met mensen buiten de kerk. Enkele respondenten die pioniersplekken vertegenwoordigen, herkennen dit beeld. Zij contrasteren gevestigde kerken met pioniersplekken. In tegenstelling tot pioniersplekken, zouden gevestigde kerken grote moeite hebben met het bereiken van mensen buiten het kerkelijk netwerk:

29

GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden

“Ik vind het zelf heel moeilijk voor een gevestigde kerk om te pionieren. De mensen in de gevestigde kerk zijn zo gefocust op de inner circle, de zorg voor de mensen van de kerk. Daardoor komen ze niet toe aan de mensen buiten de kerk. De combinatie pionieren en kerk is voor mij niet mogelijk. Of je bent er voor je leden of je bent er voor je niet-leden. Allebei kan niet.” “Bij mij komt het beeld naar boven van parochiehuizen met vitrages voor de ramen. De vitrages dicht, de meeste mensen weten niet wat er gebeurt daarachter. Pioniersplekken is voor mij een lastige combinatie met kerkelijke structuren. Pionieren heeft voor mij te maken met durf je achter de vitrages weg te gaan, durf je naar buiten te komen.” Enkele andere deelnemers aan dezelfde focusgroep zijn het hier niet mee eens. Zij vinden dat er een te sterke tegenstelling wordt gemaakt tussen gevestigde kerken en pioniersplekken en merken dat eerstgenoemden wel degelijk ook aandacht hebben voor mensen buiten de kerk. Een eerdere studie laat overigens zien dat een minderheid (15%) van de kerken zich uitsluitend richt op de eigen kerkleden. Daar tegenover staat een beduidend groter percentage dat zich juist alleen focust op individuen en huishoudens buiten de kerkgemeenschap. De overige 45% heeft aandacht voor beide groepen (Bolwijn, 2019).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12381309/1