RIS314477 Ruimte voor kerken in Den Haag bijlage
Tekst van het document
punts Likert schaal (1 = helemaal oneens, 2 = oneens, 3 = neutraal, 4 = eens, 5 = helemaal eens). Per item is een gemiddelde score berekend, op basis waarvan de items in onderstaande figuur zijn gerangschikt. Alle genoemde aspecten worden door meer dan de helft van de respondenten (52 - 66%) aangemerkt als kenmerkend voor de hulp die door hun kerkelijke organisatie wordt geboden. Er zijn vijf aspecten door meer dan driekwart van de respondenten worden benoemd als kenmerkend (zie de percentages ‘eens’ en ‘helemaal eens’ in onderstaande figuur). Het ondersteunen van mensen vanuit vertrouwen, liefde en gelijkwaardigheid wordt relatief het vaakst aangemerkt als kenmerkend.
mensen worden ondersteund vanuit vertrouwen, liefde en gelijkwaardigheid (91%)
de ondersteuning is gedreven vanuit Bijbelse kernwaarden (81%)
mensen worden benaderd/ontmoet met al hun talenten en tekortkomingen (80%)
er wordt tijd voor mensen genomen, met echte aandacht (77%)
de hulp is laagdrempelig (77%)
Tweederde van de respondenten geeft aan dat zij mensen nieuwe kansen blijven bieden (66%). Slechts een klein deel van de respondenten (3%) is het hiermee oneens. Onvoorwaardelijke hulp is kenmerkend voor 61% van de organisaties. Voor 9% van de organisaties is de geboden hulp niet per se onvoorwaardelijk. Onbekend is wat in deze gevallen de voorwaarden zijn voor hulp. Maatwerk is kenmerkend voor 64% van de organisaties. Voor 12% van de organisaties is de geboden ondersteuning niet langdurig en trouw van karakter. Mogelijk vinden bij deze organisaties kortere hulptrajecten plaats. Bij ongeveer de helft van de organisaties (52%) is de hulp erop gericht om mensen in gemeenschap te brengen, waarbij de gemeenschap een helende plek vormt waarbinnen problemen kunnen worden verzacht of opgelost.
56
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
Vraag 4: Wat is kenmerkend aan de hulp? 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100%
Wij ondersteunen mensen vanuit vertrouwen, 1% 8% liefde en gelijkwaardigheid (n=407; M=4,27) 0%
54%
Onze ondersteuning is gedreven vanuit Bijbelse kernwaarden als gerechtigheid en 2% 12% 2% barmhartigheid (n=413; M=4,26)
37%
Wij benaderen/ontmoeten mensen met al hun talenten en tekortkomingen, en niet alleen 3% 17% maar als mensen in armoede (n=403; M=4,04) 1%
21%
Wij blijven mensen nieuwe kansen bieden 2% (n=401; M=3,79) 1%
Wij bieden onvoorwaardelijke hulp (n=405; 1% 8% M=3,74)
Wij bieden maatwerk (n=398; M=3,73) 4% 1%
Onze ondersteuning is langdurig en trouw van 5%7% karakter (n=404; M=3,64)
30%
57
Oneens
52%
25%
53%
24%
17%
37%
31%
26%
Neutraal
30%
49%
30%
Onze hulp is erop gericht om mensen in gemeenschap te brengen; de gemeenschap vormt een helende plek waarbinnen 3%6% problemen kunnen worden verzacht of opgelost (n=398; M=3,54) Helemaal oneens
47%
50%
Wij nemen de tijd voor mensen, met echte 1% 21% aandacht (n=404; M=3,99) 1%
Wij bieden laagdrempelige hulp (n=399; 2% M=3,97) 1%
37%
39%
Eens
24%
50%
14%
45%
17%
37%
Helemaal eens
15%
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
6 Ontwikkelingen en trends In dit hoofdstuk vragen we aandacht voor ontwikkelingen en trends in de aanpak van armoede vanuit kerken en diaconale organisaties. We presenteren eerst een aantal ontwikkelingen die vanuit kerken en diaconale organisaties zichtbaar zijn. Daarna presenteren we enkele maatschappelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op het type hulp dat wordt geboden en welke groepen vooral bereikt worden. Het is geen uitputtend overzicht van alle ontwikkelingen en trends die zich voordoen binnen kerken en diaconale organisaties. Bovendien moet benadrukt worden dat de beschreven ontwikkelingen gebaseerd zijn op de perspectieven, inzichten en ervaringen van de respondenten. Mede doordat de respondenten verbonden zijn aan verschillende organisaties en gemeenten, worden niet alle ontwikkelingen door iedereen herkend. Bij bepaalde ontwikkelingen zijn er door verschillen in context en situatie uitzonderingen en soms zelfs tegengestelde bewegingen. In dit hoofdstuk geven we ruimte aan deze gelaagde en meervoudige werkelijkheid.
6.1 Meer aandacht voor mensen in armoede die niet tot de kerkelijke gemeente behoren Meerdere respondenten zien dat er een groeiend bewustzijn is van het belang om betekenisvol te zijn voor naasten en een grotere bereidheid om ook daadwerkelijk de handen uit de mouwen te steken. Er is met andere woorden een groeiende aandacht om de kernwaarden barmhartigheid en gerechtigheid in de praktijk te brengen. “Ik zie een groeiend bewustzijn en een wil om iets te betekenen. Ik zie eigenlijk een verschuiving van Matteüs 28 – je moet de waarheid verkondigen – naar Matteüs 25 – je moet er zijn voor je naaste.” De laatste jaren trekt de overheid zich steeds meer terug en stimuleert het initiatieven van burgers. Het belang dat er vanuit kerken initiatieven worden genomen om armoede tegen te gaan is door deze ontwikkeling groter geworden. Respondenten zien dat dit in bepaalde kerken ook wordt opgepakt. Armoede staat hoger op de agenda en er is een toenemende bewustwording dat armoede ook in Nederland een probleem is. Vanuit het diaconaat wordt erop ingezet om kerkleden meer bewust te maken van de problematiek. Verschillende respondenten zien in dit verband een verschuiving van een focus op
58
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
binnenkerkelijke aangelegenheden naar een oriëntatie op noden in de wereld buiten de kerk. “Als je in de geschiedenis kijkt dan zie je dat de kerk altijd een taak heeft gehad in de bestrijding van armoede, zeg maar tot de invoering van de algemene bijstandswet. Toen kwamen diaconieën in een soort crisis: waar zijn wij nou voor? Er werd wel wat hulp geboden aan mensen in de kerk die hulp nodig hebben. Ik zie eigenlijk vanaf de Wmo en de participatiewet en ook vanwege de enorme krimp in de kerk, dat diaconieën zijn gaan nadenken: waar zijn we nou voor? Ik zie dat kerken in een transitie zijn en aan het ontdekken zijn wat waardevol is voor de samenleving. Ik zie daar dus een verschuiving van binnenkerkelijke zaken en noden naar wat de wereld nodig heeft. De wereld waarin wij leven en staan. We zitten dus nog in een transitie maar ik zie daar een mooie ontwikkeling om van een kerk die binnenkerkelijk bezig is, te gaan naar kerk die om zich heen kijkt en de vraag stelt: wat doen wij in onze samenleving?”
6.2 Soms is de aandacht voor mensen in armoede die niet behoren tot een kerkelijke gemeente beperkt Meer aandacht voor barmhartigheid en gerechtigheid geldt niet voor alle kerken. Respondenten geven aan dat er verschillen zijn. Hiervoor worden verschillende verklaringen gegeven. Wat bijvoorbeeld meespeelt is een gebrek aan kennis over de betekenis en impact van armoede en een gebrek aan bewustzijn over de lokale omvang van het armoedeprobleem. Dat kan ook te maken hebben met het gegeven dat kerkleden uit bepaalde middenstandskerken amper mensen kennen die in armoede leven. “Wanneer komt de doelgroep bij de kerk? Armoede is niet zichtbaar in de kerk en mensen in armoede maken er geen onderdeel van uit. Kerkleden blijven daardoor in hun middenklasse bubbel. Ze weten eigenlijk niet wat armoede is.” “Armoede staat meer op de agenda. Het is meer in het nieuws door energiearmoede en de coronacrisis en de gevolgen daarvan. Steeds meer mensen hebben of hadden het moeilijk. Dat is ook wel bekend in zijn algemeenheid. Als ik vervolgens praat met diaconieën of tijdens gemeenteavonden en ik noem lokale of landelijke cijfers, die zijn ook
59
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
niet bekend. 1 op 5 heeft schulden. Als ik dat zeg, schrikt men. In sommige gebieden is het 1 op de 3 of 1 op de 4. Dus daarin is er nog veel te winnen als het gaat om bewustwording.” Het is niet zozeer onwil, maar geregeld heerst er een zekere handelingsverlegenheid. Betrokkenen weten zich in dit geval geen raad met hoe ze van betekenis kunnen zijn en hoe ze in gesprek kunnen gaan met mensen die in een armoedepositie leven.
6.3 Armoede is in gevestigde kerken moeilijk bespreekbaar voor kerkleden Binnen de kerkgemeenschap zelf kan er eveneens sprake zijn van armoede. Ook hier blijken er verschillen te zijn tussen kerken. Er is bijvoorbeeld variatie in de mate waarin een diaconie zicht heeft op armoede onder de eigen leden. Doordat armoede nog vaak een taboeonderwerp is en gepaard gaat met gevoelens van schaamte, is het moeilijk te achterhalen welke leden te kampen hebben met financiële problemen. Tegelijkertijd merkt een respondent op dat de corona- en energiecrisis ervoor hebben gezorgd dat mensen meer openlijk hierover durven te spreken. Hierdoor kunnen ze namelijk uitleggen dat hun situatie niet zozeer te wijten is aan persoonlijk falen, maar ontstaan is door de maatschappelijke omstandigheden. “Het taboe is nog steeds aanwezig en stappen naar een diaconie is dan een drempel. We praten niet makkelijk over geld en gebrek aan geld. Rondom schulden blijft het beeld hardnekkig dat schulden krijgen je eigen schuld is. Ook al communiceren we steeds weer dat het misgaat rondom life events, het beeld is hardnekkig. De gezelligheid bij de koffie na een kerkdienst verlaagt niet de drempel om op dat moment hulp te zoeken.”
6.4 Armoede is bij een deel van de internationale en migrantenkerken vaker bespreekbaar Binnen internationale en migrantenkerken speelt armoede vaak breder dan in de gemiddelde gevestigde, overwegend witte kerk. Doordat het meer voorkomt en dit algemeen bekend is, is er minder schaamte om erover te spreken en vinden mensen het ook minder ingewikkeld om met anderen in gesprek te gaan over hun financiële situatie.
60
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
Gemeenteleden herkennen het ook eerder bij anderen, omdat ze er bekend mee zijn. In een gevestigde, overwegend witte kerk staat armoede verder af van veel leden. Binnen de kerkgemeenschap van internationale en migrantenkerken is er ook zorg voor elkaar om op die manier financiële problemen te verminderen. Zo kunnen mensen bij elkaar slapen en wordt er voor elkaar gekookt. In eerder onderzoek constateerde Noordegraaf (2010) dat veel hulp door kerkleden onderling wordt geboden waardoor hulpvragen niet officieel worden ingediend bij de kerk en daardoor verborgen blijven. Respondenten geven aan dat men met name bij nieuwkomers al snel geneigd is om de ander hulp en ondersteuning aan te bieden. “Als ze bijvoorbeeld weten dat een nieuwkomer Filipijns is, dan vertellen ze haar dat ze kunnen helpen. Dan komen ze naar de kerk en dan gaan ze mensen persoonlijk helpen. Dan zoeken ze een kamer voor haar. Ze mag daar een paar weken verblijven en dan zoeken ze schoonmaakwerk voor haar. Als ze materiele dingen nodig heeft, dan gaan ze haar dit geven. Dat komt omdat ze nieuw is. Dan hoeft zij zich niet te schamen.” De aandacht ligt volgens een respondent meer op het concreet helpen van mensen en niet zozeer op het spreken over armoede: “Armoede is meer normaal, niet heel vreemd of ongebruikelijk.
Maar juist omdat het normaler is, wordt er soms niet per se heel veel over gesproken, maar vooral gekeken naar wat ze kunnen doen en hoe ze mensen kunnen helpen. Daarbij wordt armoede meestal niet eens benoemd. Het is gericht op het ontwikkelen van talenten, kansen op werk vergroten, workshops bieden over het starten van een eigen bedrijf. Er is minder focus op het probleem en meer nadruk op empowerment, verbetering en gewenste vooruitgang in iemands leven. Dus er wordt ook op een andere manier over gesproken.” Een andere respondent noemt dat een migrantenkerk een veilige haven biedt voor mensen, terwijl Nederlandse instituties en voorzieningen soms gewantrouwd worden: “We hebben bij ons in de kerk een tweetal gevallen die eigenlijk bij een reguliere voedselbank aangemeld moeten worden, maar door schaamte of wantrouwen van ‘blanken’ of ‘Nederlandssprekende instanties’, blijven ze alleen hulp zoeken binnen de migrantenkerk.”
61
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
Tegelijkertijd kan er ook bij deze kerken niet gegeneraliseerd worden. Zo zijn er ook internationale en migrantenkerken waar armoede wel degelijk moeilijk bespreekbaar is en mensen niet snel om hulp vragen. Dat heeft onder meer met gevoelens van schaamte te maken (vgl. Noordegraaf, 2010). Zo is er bijvoorbeeld angst dat het delen van financiële problemen zal leiden tot geroddel en dat kan juist aanleiding zijn om eerder te praten met een hulpverlener zonder migratieachtergrond. “Ik ken een kerklid dat onder een brug slaapt, maar niemand anders in de kerk weet hiervan. Een ander wilde niet dat de predikant bij hem thuis langs zou komen, omdat hij zich schaamt voor zijn woning. Er is heel veel schaamte.” “Soms gaan mensen in armoede liever niet naar andere mensen in de gemeenschap, omdat ze bang zijn voor geroddel. Die gaan liever wel naar een Nederlandse hulpverlener. Dan denken ze: die kent niemand in mijn community dus die kan het dan ook niet verklappen en dan heb ik ook geen last van geroddel om mij heen. Maar er zijn ook hele gemeenschappen die liever wel naar de leiders van hun eigen kerk toe gaan. Niet per se omdat er geen schaamte is, want dat is er nog steeds wel binnen de kerkgemeenschap zelf. Maar de pastor of een persoon in de kerk met een bepaalde positie nemen ze vaak wel in vertrouwen.
De angst voor geroddel is heel groot.” Het verschilt per kerk en er zijn ook verschillen tussen verschillende etnische groepen. Daarnaast is het afhankelijk van de situatie. Voor een nieuwkomer is er veel meer begrip, omdat het tijd nodig heeft om een bestaan op te bouwen in een nieuw land. Op het moment dat mensen al langer in Nederland wonen, is er binnen bepaalde gemeenschappen wel schaamte en proberen zij armoede zoveel mogelijk te verbergen. “Er zijn mensen die er aan de buitenkant heel goed uitzien, terwijl ze arm zijn. Dat is dan wel beschamend om te zeggen dat je arm bent. Dan weet men niet. Deze mensen dragen een mooi pak op zondag. De andere mensen weten dan niet dat hij arm is. Jaren geleden was ik geschrokken. Een Ghanese man was altijd netjes gekleed en hij zei een keer tegen mij: dominee, weet je dat ik van 5 a 10 euro per week leef? Toen was ik echt geschrokken en vroeg ik: heb je geen huis dan? Hij zei: Nee, ik Slaap iedere week bij een vriend in de kerk. En hoe leef je dan met 5 euro, vroeg ik. Ik eet iedere dag bij vrienden. In migrantenkerken is het niet makkelijker om te zeggen dat je arm bent. Het verschilt per cultuur en context.”
62
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
Overigens wijzen enkele respondenten erop dat armoede soms ook speelt bij dominees in internationale en migrantenkerken. “Een groot deel van de pastors in migrantenkerken leven zelf ook in armoede. Er zijn pastors die hard moeten werken. Zij doen bijvoorbeeld schoonmaakwerk ernaast om te overleven en dan gaan ze zondag ook nog preken in gemeente. Soms zijn ze ook hoogopgeleid en hebben ze een proefschrift geschreven. Dat is ook een probleem. Een pensioen hebben ze niet.” Ingewikkeld is dat de kerken zelf ook weinig middelen hebben (vgl. Soeterik, e.a., 2022). Ze kunnen niet terecht bij de overheid voor subsidies, omdat deze zich beroept op de scheiding tussen kerk en staat. Een andere beperking volgens een respondent is dat migranten onvoldoende bekend zijn met de infrastructuur. Het aanvragen van subsidies kost veel tijd en is ingewikkeld. Ook de Nederlandse taalbeheersing is soms niet voldoende om een complexe aanvraag te kunnen doen.
6.5 Groeiende presentie in wijken Kerken en diaconale organisaties zijn de afgelopen jaren langzaamaan steeds meer present in wijken. Zij werken outreachend. Dat wil zeggen, in plaats van af te wachten totdat mensen met een hulpvraag aankloppen, gaan betrokkenen eropaf en worden er verbindingen gelegd met mensen in de wijk (vgl. Van Doorn, e.a., 2019). Daarbij worden er allerlei laagdrempelige initiatieven ontplooid. Door present te zijn en alert te zijn op behoeften en noden kunnen mensen waar nodig doorverwijzen naar relevante instanties. De aanwezigheid in wijken manifesteert zich ook in het groeiende aantal pioniersplekken. Pioniers hebben daarbij ook aandacht voor arme wijken. Vanuit de pioniersplekken worden er allerlei activiteiten georganiseerd gericht op ontmoeting, zoals buurtmaaltijden voor wijkbewoners en huiswerkbegeleiding voor kinderen uit arme gezinnen. Onder meer als reactie op het verlies aan betekenis van gevestigde kerken is er daarnaast een trend ontstaan waarbij voornamelijk jonge christenen met elkaar samenleven in moderne stadskloosters. Zij vormen christelijke, praktische leefgemeenschappen die iets willen betekenen voor hun omgeving. Deze gemeenschappen ondernemen diverse initiatieven in de buurt voor mensen die zorg en ondersteuning kunnen gebruiken. Ook verlenen zij gastvrijheid door bijvoorbeeld logeerkamers ter beschikking te stellen aan
63
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
vluchtelingen en tienermoeders. Het aantal christelijke leefgemeenschappen is groeiende en ze zijn te vinden in verschillende gemeenten en regio’s van het land. 11
6.6 Minder zichtbaar in het publieke debat Waar kerken meer present zijn in de wijk zijn ze in het publieke debat veel minder zichtbaar en hoorbaar. In vergelijking met het verleden laten betrokkenen minder hun geluid doorklinken. Er is een zekere voorzichtigheid om zich uit te spreken. Een respondent formuleert het als volgt: “Er wordt minder aan politieke behartiging gedaan. Veel kerken zijn huiverig om rond te slaan om een signaal af te geven naar de overheid. Stek doet het wel. Die proberen aan belangenbehartiging te doen. Zij zijn ook wel activistisch. Ze hebben aandacht voor ongedocumenteerden en armoede. Maar het gebeurt weinig op dit moment. In de jaren 90 was dat meer. Toen had je een armoedecoalitie. Vroeger was het meer zichtbaar en was er breed aandacht voor met vakbonden en allerlei maatschappelijke koepels die zich druk maakten. Het ligt genuanceerd, er zijn steden en clubs die zich duidelijk laten horen en coalities voor elkaar krijgen. Maar ik zie dat als je naar de lange lijn kijkt, is het veel minder geworden. In het verleden waren er meer campagnes waarin het armoedeprobleem werd aangekaart. ‘Armoede is onrecht’, was een slogan. Er werd aandacht voor gegeneerd met onderzoek, conferenties en er werd geprobeerd er ook op tv-aandacht voor te krijgen.” De verminderde zichtbaarheid in het publieke debat heeft een aantal oorzaken.
Door de ontkerkelijking en vergrijzing is er ten eerste minder slagkracht. De initiatieven in het heden zijn bovendien vaak particulier en hebben een vluchtiger karakter. Er is meer versnippering. 30 jaar geleden had de kerk een andere positie waardoor ze ook makkelijker een voortrekkersrol konden spelen. Een andere verklaring die een expert in een interview noemt, is dat er een periode is geweest dat kerken huiverig waren om op de stoel van de overheid te gaan zitten en te moraliseren heeft. Er is in de samenleving weerstand en allergie tegen de kerk ontstaan waardoor ze zich niet zomaar van alles kunnen permitteren. Inmiddels lijkt de beeldvorming over de kerk voorzichtig te kantelen. Meerdere respondenten vinden het tijd dat de kerk zich weer meer laat gelden in het publieke debat. 11 De predikant Rosaliene Israël verricht een promotieonderzoek naar christelijke leefgemeenschappen.
64
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
Een andere expert noemt tot slot nog een derde verklaring: “Vrijzinnige en progressieve christenen zijn harder de kerk uitgelopen dan orthodoxe conservatieve christenen. Die zijn daarom nu een groter percentage in de kerk en hebben meer invloed op het beleid van de landelijke kerk (voor de PKN). Deze kerken houden niet zo van een publiek sprekende kerk en zijn meer naar binnen gericht en geloof wordt meer individueel opgevat.”
6.7 Veranderingen in de bejegening van mensen in armoede Verschillende respondenten zien een verandering in de bejegening van mensen in armoede. Zo zou het minder paternalistisch zijn en meer empathisch met aandacht voor gelijkwaardigheid. Ook is er meer aandacht voor zelfsturing en eigenaarschap door meer oog te hebben voor het belang van wederkerigheid. “Eerst was het meer ‘we zijn er voor mensen zonder helper’. Nu denken we meer aan zelfsturing en eigenaarschap bij de mensen zelf. Wat kun je zelf doen? Dat wordt gewaardeerd.” “Ik werk hier 4 jaar. Toen ik kwam, deden we dingen voor de ‘minderbedeelden’. Dat is een term die toen gebruikt werd. Maar ook bijvoorbeeld het onderscheid tussen vrijwilligers en bezoekers. Er is nu meer gelijkwaardigheid in gekomen. We doen het met elkaar. Hier is dat veranderd.” “Er is een hele omschakeling van ‘zorgen voor’ naar ‘zorgen dat’. Dus geen geld op de rekening zetten, maar helpen dat ze het zelf anders kunnen aanpakken.” Een respondent nuanceert door erop te wijzen dat wederkerigheid vooralsnog vooral een ideaal is, maar nog geen structureel onderdeel is van de alledaagse praktijk. “Er zijn veel idealen over wederkerigheid, maar in de praktijk is het topdown. Wij gaan hen helpen, want wij hebben iets wat zij nodig hebben. Dat geeft macht aan de persoon die geeft en de ontvanger maakt het afhankelijk.”
65
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
6.8 Verschillende trends in samenwerkingsrelaties Onder meer doordat veel kerken te maken hebben met een teruglopend ledenaantal, voelen kerken de noodzaak om meer samen te werken met andere partijen. Respondenten zien dat er meer bereidheid en initiatief is om samen te werken met bijvoorbeeld overheden, welzijnsorganisaties, vrijwilligersorganisaties en fondsen. Ook wordt er samengewerkt met ervaringsdeskundigen om hen een stem te geven, maar ook omdat er veel van hen geleerd kan worden over wat mensen in armoede kan helpen: “Recent hebben we een workshop over armoede gevolgd. Juist vanuit de kerk hebben we dat gevolgd. Iedereen kon meedoen. We hebben ook geleerd van iemand die zelf uit de armoede kwam, een ervaringsdeskundige, en daar hebben we veel van geleerd. Over hoe ze het ervaren heeft en hoe ze bejegend is.” In toenemende mate wordt er dus verder gekeken dan de eigen organisatie. Een belangrijke drijfveer die hierbij een rol speelt is de wens om meer structurele verandering teweeg te brengen. Meerdere keren is genoemd dat de kerk soms een verbindende en regisserende rol speelt door initiatieven te organiseren en daarbij uiteenlopende (overheids)instanties erbij te betrekken. Vanuit andere organisaties is er andersom ook minder terughoudendheid dan vroeger om de kerk als serieuze partner te betrekken bij armoedebestrijding in de wijken.
“We zijn een waardevolle aanvulling op de gemeente en springen bijvoorbeeld in het gat. We hebben nauwe contacten met de gemeente en worden vaak als eerste gevraagd. We zijn een belangrijke schakel als kerken voor de gemeente.” “De samenwerking vindt steeds vaker plaats. Welzijnsorganisaties durven eerder de vraag te stellen: kunnen jullie iets betekenen? De kerk is een betekenisvolle partner.” Hoewel kerken en diaconale organisaties in verschillende delen van het land steeds vaker de krachten bundelen – soms ook op regionaal niveau - worden er eveneens knelpunten genoemd in de interkerkelijke samenwerking. Zo wordt bijvoorbeeld aangegeven dat er nog te weinig samenwerking plaatsvindt tussen de gevestigde, witte kerken en internationale en migrantenkerken. Wanneer er wel wordt samengewerkt is de relatie ongelijkwaardig:
66
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
“Migrantenkerken doen het anders dan wij. Daar weten we weinig van. Terwijl ze wel een groot deel vormen van christelijke kerken in Nederland. In Amsterdam doen we er veel aan om het te veranderen. Er zijn interculturele, theologische en economische verschillen. De diaconale relatie is: wij welpen jullie wel. Jullie mogen in ons gebouw. De ongelijke relatie heeft een slechte invloed gehad op de diaconale samenwerking. (…) Er is te weinig aandacht geweest voor deze kerken als PKN. Ze kunnen ons veel leren om met armoede om te gaan.” Een andere respondent deelt het idee dat er nog een wereld is te winnen in de manier waarop gevestigde kerken samenwerken met internationale en migrantenkerken, maar deelt ook een positieve ervaring. Na het delen van het signaal dat er veel armoede aanwezig is onder zowel kerkleden als dominees volgde er interkerkelijke solidariteit in de vorm van financiële steun. Enkele respondenten spreken over de samenwerking tussen kerken en moskeeën. Een respondent merkt hierover op dat er in Utrecht succesvol wordt samengewerkt. Een andere respondent ziet in een wijk in Amsterdam dat kerken zich voornamelijk op witte en christelijke mensen richten, terwijl moskeeën voornamelijk ondersteuning bieden aan moslims.
6.9 Ontkerkelijking en vergrijzing beïnvloeden de aanpak van armoede De ontkerkelijking en vergrijzing (en de verhoging van de pensioenleeftijd) hebben gevolgen voor de aanpak van armoede. Het vrijwilligerspotentieel neemt daardoor af en dat resulteert vervolgens in een overbelasting van een kleine vaste kerngroep van actieve vrijwilligers. “Er is een kleine kern in de kerk die eigenlijk alles doet en soms wel overbelast wordt.” Ook zijn er te weinig predikanten en pastoors door een combinatie van onvoldoende nieuwe aanwas en vergrijzing onder de huidige dominees. Een deel van de kerken is door deze ontwikkelingen gefocust op overleven. Dit gaat soms ten koste van het naar buiten treden om mensen in armoede te ondersteunen: “Vroeger kwam de dominee of de pastor bij je thuis. Dat zijn nu ook managers en vergadertijgers geworden. Dus ook daar is een gat
67
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
gevallen. Ik zie dat ze er minder op afgaan, omdat ze in standje overleven staan.” De ontkerkelijking en vergrijzing spelen overigens niet voor alle kerken. Waar de Roomskatholieke kerk sterk veroudert, geldt dat bijvoorbeeld niet of in veel mindere mate voor internationale en migrantenkerken.
6.10 Een steeds complexere samenleving beïnvloedt de aanpak van armoede Meerdere respondenten merken op dat de samenleving steeds complexer wordt, onder meer door de digitalisering. Een groeiend groep heeft moeite om bepaalde toeslagen aan te vragen. Hierdoor gaat er vanuit kerken en diaconale organisaties meer aandacht uit naar het bieden van praktische ondersteuning voor het aanvragen van toeslagen. Het gaat niet alleen om toeslagen. Zo stelt een respondent dat er te hoge eisen aan mensen worden gesteld en dat er onvoldoende rekening wordt gehouden met het gegeven dat er ook mensen zijn die hier niet aan kunnen voldoen. Het betreft mensen met onbegrepen gedrag in kwetsbare posities. Zij komen moeilijk mee in de samenleving en beschikken niet of nauwelijks over een sociaal netwerk waar ze een beroep op kunnen doen. Kerken voorzien in een gemeenschap waar mensen in kwetsbare posities uit kunnen putten voor onder meer praktische ondersteuning.
68
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
7 Verbetersuggesties In dit hoofdstuk formuleren we een aantal verbetersuggesties gericht aan kerken en diaconale organisaties. Deze suggesties zijn gebaseerd op de aangedragen oplossingsrichtingen van de respondenten zelf. De vraag in hoeverre deze suggesties ook daadwerkelijk effectief zijn, valt buiten de scope van deze studie. Bovendien kunnen de verbetersuggesties soms op gespannen voet staan met elkaar. Net zoals bij het vorige hoofdstuk hangt dit mogelijk samen met het gegeven dat de respondenten verbonden zijn aan verschillende organisaties en gemeenten waardoor zij soms verschillen van inzicht over wat er nodig is. Gezien de aard van deze studie formuleren we geen aanbevelingen aan overheden. Dat betekent overigens niet dat er geen lessen zijn uit te trekken voor overheden, maar het voert te ver om hier apart bij stil te staan.
7.1 Investeer in het verstrekken van duurzame hulp Respondenten pleiten ervoor om meer in te zetten op het verstrekken van duurzame hulp. Met andere woorden, de aandacht zou zich niet moeten beperken tot het verzachten van de negatieve gevolgen van armoede. Hoewel dit niet onbelangrijk is, is meer inzet nodig op maatregelen die kunnen bijdragen aan het voorkomen, verminderen en oplossen van armoede. Om dit te realiseren is veel nodig. Enkele suggesties die worden gedaan zijn meer focus op het bevorderen van zelfredzaamheid, werken aan herstel door aandacht te besteden aan zingeving en het vergroten van het zelfvertrouwen van mensen in armoede via trainingen. Dat laatste is ook van belang volgens respondenten om de intergenerationele overdracht van een lage zelfwaarde tegen te gaan. Het is eveneens belangrijk om goed door te vragen naar achterliggende problematiek zodat er passende hulp en ondersteuning geboden kan worden. Verder vinden respondenten dat er nog te weinig wordt ingezet op preventie van armoede. Door vroegtijdig bijvoorbeeld betalingsachterstanden te signaleren en ondersteuning te bieden, kan accumulatie en verergering van armoede- en schuldenproblematiek voorkomen worden. Werken aan preventie kan ook door als kerken meer te spreken over het onderwerp en te proberen het taboe op geld, armoede en schulden te doorbreken.
Tot slot is het vergroten van competenties voor het omgaan met geld genoemd.
69
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
Naast deze inhoudelijke suggesties is het belangrijk om oog te hebben voor organisatorische en financiële randvoorwaarden. Zo wordt erop gewezen dat veel mensen van goede wil zijn, maar dat projecten geregeld stuklopen doordat er te weinig geld beschikbaar is of het organisatorisch niet goed loopt. Dat beperkt de mogelijkheden om op duurzame wijze armoede te bestrijden. Genoemd wordt in dit verband dat kerken creatiever zouden moeten worden in het verkrijgen van financiële middelen.
7.2 Investeer in bewustwording, activering en signalering Vaak is er weinig inzicht in de omvang van de lokale armoedeproblematiek. De ernst wordt al snel onderschat. Daarom is het nodig dat kerken en diaconale organisaties bewustwording over armoede te stimuleren. Ook wordt er gewezen op het belang dat kerkleden worden gemotiveerd en verleid om zich in te spannen voor groepen die in armoede leven. Dat mensen geactiveerd en actief uitgenodigd worden om projecten te doen met bijvoorbeeld dak- en thuislozen. Of zoals een respondent oppert, dat er een beroep wordt gedaan op kerkleden om hun eigen huis(kamer) open te stellen voor mensen in armoede. Naast bewustwording en activering wordt de noodzaak van signalering benadrukt. Door het taboe dat nog vaak op armoede rust blijft armoede in veel gevallen onzichtbaar. De kerken en diaconale organisaties zouden die groep beter in kaart moeten brengen.
7.3 Investeer in een verdere verdieping van de samenwerking met andere partijen Zoals we eerder hebben gezien wordt er al veel samengewerkt met andere partijen. Het is volgens betrokkenen belangrijk om te blijven investeren in een verdere verdieping van deze samenwerking. Mede door de terugloop van het aantal vrijwilligers kunnen kerken en diaconale organisaties het niet alleen. De invloed van kerken en diaconale organisaties op de armoedeproblematiek is beperkt. Als er samengewerkt wordt met andere organisaties kan er meer bereikt worden. Er is op verschillende plekken in het land nog een wereld te verbeteren in samenwerkingsrelaties. Zo wordt er soms nog te veel langs elkaar heen gewerkt en treed er versnippering op. Ook is er soms weinig kennis van en bekendheid met andere relevante organisaties waar mee samengewerkt kan worden. Het is cruciaal dat er
70
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
strategische samenwerkingsrelaties tot stand komen binnen en buiten de kerk en dat mensen weten in welke situaties ze iemand moeten doorverwijzen naar een andere organisatie. Overigens geldt deze verbetersuggestie ook voor de samenwerking tussen verschillende kerken.
7.4 Investeer in ervaringsdeskundigen zonder hen te overvragen Hoewel er al wel wordt samengewerkt wordt met ervaringsdeskundigen vinden verschillende respondenten dat hier nog meer uit te halen is. Er kan bijvoorbeeld nog vaker geleerd worden van de ervaringskennis van ervaringsdeskundigen. Dat geeft mensen meer inzicht in hoe armoede ontstaat en wat de gevolgen zijn, maar ook leert het mensen waar de betrokkenen wel en niet mee geholpen zijn. Naast kennisoverdracht wordt er ook geopperd om ervaringsdeskundigen daadwerkelijk een stem te geven zodat ze bijvoorbeeld mee kunnen beslissen over de besteding van diaconale gelden. Of om hen mee te nemen als er overleg plaatsvindt met samenwerkingspartners. Zo kan het gesprek worden aangegaan met personen over wie het gaat in plaats van alleen maar over de mensen te spreken. Het is een enorme meerwaarde als mensen een podium krijgen waarin zij hun ervaringskennis kunnen inbrengen, waaronder ook in gesprekken met overheden. Hun stem kan verder meegenomen worden door ze aan het woord te laten in een voorlichting(sfilm). De inzet van ervaringsdeskundigen is waardevol, maar er moet wel gewaakt worden dat mensen niet worden overvraagd (vgl. Omlo, 2020). Het kan intensief, stressvol en emotioneel belastend zijn, zeker als armoede gepaard is gegaan met trauma’s.
Om deze reden wordt er ook aangegeven dat niet iedereen met armoede-ervaringen geschikt is om zomaar erbij te betrekken als ervaringsdeskundige. Het is bovendien belangrijk om aan te sluiten bij de mogelijkheden, talenten en behoeften van mensen. Een respondent legt in dit verband uit dat het belangrijk is om onderscheid te maken tussen mensen met ervaringen en mensen met ervaringsdeskundigheid. Eerstgenoemde groep is niet per definitie in staat om hun ervaringen op de juiste manier in te zetten. Het risico bestaat dat zij hun ervaring verheffen tot de enige ervaring. Ervaringsdeskundigen hebben geleerd om empathie op te brengen, te reflecteren, terug te geven wat herkend wordt. Ze hebben geleerd te reflecteren op hun eigen ervaring (vgl. Abma, e.a., 2017; Keuzenkamp, 2017; Omlo, 2020; Van den Eerden, 2017; Van Erp, e.a., 2012). Verder is het belangrijk om het werk van ervaringsdeskundigen te waarderen, ook in de vorm van financiële vergoedingen. Dat laatste geldt met name als het opgeleide
71
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
ervaringsdeskundigen betreft. Als zij zich als vrijwilliger aanmelden, onderscheiden zij zich niet van andere vrijwilligers en ligt betaling voor hun inspanningen volgens een respondent minder voor de hand. Het is tot slot nodig om vrijwilligers met ervaringskennis te scholen en duidelijke instructies mee te geven wat er van hen wordt verwacht. Het is ook belangrijk dat ze ervan doordrongen zijn dat hun ervaring niet de enige relevante ervaring is. En dat hun ervaring niet betekent dat ze beter zijn dan iemand zonder ervaringskennis. Laatstgenoemde kan immers over andere kwaliteiten beschikken, zoals een sterk empathisch vermogen. Een respondent wijst erop dat vrijwilligers nooit handelingen moeten verrichten waar rechtsgevolgen aan vastzitten, zoals het maken van betalingsafspraken met schuldeisers of het aanvragen van huur- of zorgtoeslag.
7.5 Investeer in een sterkere deelname aan het publieke debat en lobby In het vorige hoofdstuk beschreven we dat vertegenwoordigers van kerken en diaconale organisaties weinig zichtbaar zijn in het publieke debat en te weinig aan belangenbehartiging doen. Veel respondenten vinden dit een gemis en pleiten ervoor dat de kerk weer veel meer een agenderende rol op zich neemt door aandacht te vragen voor armoede in Nederland. Op landelijk niveau hadden kerken zich veel meer moeten uitspreken over het gegeven dat bepaalde groepen, zoals ongedocumenteerden, daklozen, zzp’ers en daklozen, onevenredig hard zijn getroffen door de corona- en energiecrisis. Ook lokaal kan de kerk initiatief nemen door zelf debatten te organiseren. De respondenten spreken over opstaan tegen onrecht, strijden voor een rechtvaardige samenleving en opkomen voor het recht op een menswaardig bestaan van mensen in armoede. Respondenten vinden dat kerken en diaconale organisaties tegenwoordig te dicht tegen de overheid aanschuren. Een meer afstandelijke en kritische houding is gewenst. Zij vinden het bijvoorbeeld nodig dat er duidelijk stelling wordt genomen in het publieke debat door ongelijkheid resoluut te veroordelen en de overheid hierop aan te spreken. Een respondent stelt dat een dergelijke aanklagersrol bij de kerk hoort en een plicht is.
Anderen spreken over een luis in de pels zijn en de rol van kritische vriend spelen. Betrokkenen zouden op basis van hun signalerende rol bovendien moeten agenderen waar de oorzaken van armoede liggen. In plaats van groepen in armoede de schuld te geven, zou de kerk er in dit verband vooral op moeten wijzen welke systeemfactoren en machtsstructuren ongelijkheid produceren. Daarnaast zouden vertegenwoordigers van kerken en diaconale organisaties passende en effectieve oplossingsrichtingen kunnen aandragen.
72
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
In het publieke debat zou men ook actiever naar buiten moeten brengen welke activiteiten kerken en diaconale organisaties verrichten om armoede te bestrijden en welke achterliggende drijfveren daarbij een rol spelen. Dat is niet alleen van belang voor de beeldvorming, maar op deze manier kunnen kerken en diaconale organisaties ook een voorbeeldfunctie vervullen voor overheden. Daarbij kunnen ze namelijk laten zien dat ze een ander mensbeeld hanteren, een mensbeeld dat uitgaat van vertrouwen. En een mensbeeld dat zich niet of veel minder laat leiden door wantrouwen en angst, waar de overheid zich volgens respondenten wel schuldig aan maakt. Ook lobbyen wordt belangrijk gevonden. Via lobby kan de overheid beïnvloed worden om beleidskeuzes te maken die gunstig zijn voor mensen in armoede. Genoemd wordt onder meer het invoeren van een basisinkomen en het inkorten van de procedures bij de IND zodat nieuwkomers sneller aan het werk kunnen.
7.6 Investeer in verdere professionalisering van de aanpak Respondenten noemen verschillende aspecten die verbetering verdienen in de aanpak van armoede. Zo is het nodig dat er praktische informatie wordt gedeeld met vrijwilligers over bijvoorbeeld de voorwaarden voor een energietoeslag en hoe deze toeslag aangevraagd kan worden. Datzelfde geldt voor andere regelingen die in het leven zijn geroepen voor mensen met beperkte financiële middelen. Zo zijn vrijwilligers beter toegerust om mensen in armoede te ondersteunen die niet bekend zijn met dergelijke regelingen dan wel moeite ondervinden in het aanvraagproces. Daarnaast wordt aangedragen om vrijwilligers te trainen om goed door te vragen naar achterliggende problematiek. Voor kerkleden is de stap om naar de diaconie te stappen bij geldzorgen soms te groot. Het is daarom belangrijk om de mogelijkheid aan te reiken om anoniem hulp te bieden. Meer aandacht verdient ook signalering en informatiedeling. Signalen worden volgens een respondent nog onvoldoende gedeeld en uitgewisseld tussen de diaconie, voorganger en kerkleden. Daardoor wordt er langs elkaar heen gewerkt. Binnen de grenzen van wat vertrouwelijk is, is hier nog een wereld te winnen. Verder wordt het belangrijk gevonden om in gesprek te gaan met niet-kerkelijke organisaties om handelingsverlegenheid te bespreken en te leren hoe anderen te werk gaan.
Tot slot wordt er een pleidooi gehouden voor meer investeringen door kerken in pioniersplekken. Zij verrichten belangrijk werk in wijken waar veel armoede heerst. Vanuit
73
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
gevestigde kerken en diaconale organisaties is rugdekking nodig voor de pioniers die op de rand van de samenleving werken. Pioniers uitten in een recente brief de noodkreet dat zij zich in de steek gelaten voelen.12
7.7 Investeer in evidence based werken Tot slot wordt er gepleit voor meer aandacht voor doelbereik, impact en effectief werken, ook wel bekend als evidence based werken (vgl. Omlo, e.a. 2013). Juist omdat er schaarse middelen zijn, er veel mensen in armoede leven en veel van hen nog niet bereikt worden, is het belangrijk dat het geld zo goed mogelijk besteed worden. Als het niet effectief besteed wordt, had er meer bereikt kunnen worden. Daarom is het belangrijk dat ook kerken en diaconale organisaties zich verdiepen in bestaande kennis over effectieve interventies en bestaande aanpakken evalueren op effectiviteit. Een respondent merkt op dat er ook rekenschap afgelegd moet worden wat er gedaan is met de vrijwillige inzet en de financiële middelen. Respondenten geven aan dat er op dit moment geen of weinig zicht is op de effectiviteit van het werk. SchuldHulpMaatje is wel bezig met het ontwikkelen van dashboards om trends in beeld te brengen. Ook verzamelt de organisatie data en verricht het data-analyses om de inzet en impact te vergroten. Een bijkomend voordeel van evaluatieonderzoek is dat het leerprocessen in gang kan zetten die tot tussentijdse aanpassingen en verbeteringen van een interventie kunnen leiden. Zo leren evaluaties betrokkenen niet alleen of en hoe het werkt, maar ook hoe het nog beter en effectiever kan en wat daarvoor nodig is.
Verder kan het ook helpen om prioriteiten te stellen en een focus te bepalen en eventueel bepaalde werkzaamheden over te laten aan andere organisaties. Er worden door sommige respondenten enkele kanttekeningen en nuances gemaakt bij evidence based werken. Aandacht voor effectiviteit is belangrijk, maar mag niet ten koste gaan van het bieden van lage drempels, de tijd nemen voor mensen, hun welkom laten voelen, uitgaan van een integrale en holistische werkwijze, mensen steeds nieuwe kansen geven, presentie in wijken en waar nodig het bieden van langdurige ondersteuning. Dat geldt ook voor het - al dan niet onder protest - bieden van ondersteuning aan groepen die geen of in beperkte mate aanspraak kunnen maken op overheidsvoorzieningen. Een deel van bovengenoemde kenmerken maakt het ingewikkeld om het werk langs een meetlat van effectiviteit te leggen, maar dat neemt niet weg dat er ook hier gekeken kan worden naar mogelijke verbeterpunten.
12 Zie: www.lerenpionieren.nl/eenopenbrief
74
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
Een ander punt is dat aandacht voor effectiviteit - in het geval er met overheidssubsidie gewerkt wordt - gepaard kan gaan met de eis dat er binnen een bepaalde periode resultaten moeten worden geboekt. Een respondent stelt hier tegenover dat er ruimte moet zijn om in de praktijk te experimenteren en te leren wat effectief is. Een ander aandachtspunt is dat een focus op korte termijn resultaten ten koste kan gaan van mogelijke lange termijn resultaten. Zo wordt erop gewezen dat veel mensen terugvallen in de schulden nadat een schuldsaneringstraject is afgelopen. Daar is naar verwachting duurzame ondersteuning van vrijwilligers nodig die de tijd en ruimte krijgen om mensen te helpen zelfredzamer te worden en gaandeweg te ontdekken wat er nog meer nodig is.
75
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
8 Concluderende samenvatting Kerken en diaconale organisaties hechten er belang aan dat er via onderzoek zichtbaar wordt gemaakt welke activiteiten zij ondernemen om armoede en schulden tegen te gaan en welke trends en ontwikkelingen daarin zichtbaar zijn. Sinds 2002 doen kerken elke drie jaar dan ook samen onderzoek naar de betrokkenheid van kerken bij mensen in armoede in Nederland. In 2022 is er voor de negende keer een dergelijk onderzoek verricht. Daarbij stonden de volgende onderzoeksvragen centraal:
Hoeveel geld, menskracht en uren zijn er ingezet voor het ondersteunen van mensen in armoede en wat is het aantal hulpvragen in 2021 en 2022?
Wat doen kerken en diaconale organisaties op het gebied van armoedebestrijding en schulden?
Wat is er kenmerkend aan de aanpak van armoede door kerken en diaconale organisaties volgens experts en betrokkenen?
Welke trends zien experts en betrokkenen in de aanpak van armoede door kerken en diaconale organisaties?
Welke verbetersuggesties geven respondenten mee voor het verbeteren van de aanpak van armoede door kerken en diaconale organisaties?
8.1 Aanpak van het onderzoek Dit onderzoek heeft een andere opzet gekregen dan de afgelopen edities. Waar de vorige studies uitsluitend kwantitatief van aard waren, is er in het huidige onderzoek gekozen voor een combinatie van kwalitatief en kwantitatief onderzoek. In het kwalitatieve deel zijn er interviews afgenomen onder negen experts. Daarnaast zijn er zes focusgroepen (groepsinterviews) georganiseerd met vertegenwoordigers van (1) Caritasinstellingen en diaconieën, (2) internationale kerken en migrantenkerken, (3) SchuldHulpMaatje, (4) Inloophuizen, (5) wijkpastoraat en straatpastoraat en (6) pioniersplekken. Voor het kwantitatieve onderzoek is een beknopte online enquête afgenomen. Deze is door in totaal 418 respondenten ingevuld, een responspercentage van 12%. Dit is een
76
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
redelijke respons en is voldoende om de resultaten met een foutenmarge van 5% en een betrouwbaarheidsniveau van 95% te kunnen beschouwen.
8.2 Veel inspanningen om armoede te bestrijden Net zoals uit eerdere studies naar voren kwam, blijkt ook uit dit onderzoek dat er vanuit kerken en diaconale organisaties veel inspanningen worden geleverd om armoede in Nederland te verminderen en de negatieve gevolgen ervan te beperken. Zo komt het geschatte aantal uren dat betaalde en onbetaalde krachten hebben besteed aan het ondersteunen van mensen in armoede uit op 2.259.461. Dit is mogelijk nog een onderschatting aangezien veel activiteiten in het verborgene plaatsvinden. Daar komt bij dat er naast georganiseerde hulp ook ongeorganiseerde initiatieven zijn van individuele kerkleden. Het is niet bekend in hoeverre deze door respondenten zijn meegenomen in de schattingen van de aantallen ingezette uren. Overigens loopt de inzet van kerken en diaconale organisaties sterk uit een. Die verschillen hangen volgens respondenten onder meer samen met de signatuur van kerken, aantal kerkleden en beschikbare financiële middelen. Ook zijn er verschillen tussen dorpen en steden en tussen verschillende regio’s. Naast veel uren, is er ook een omvangrijk bedrag uitgegeven aan armoedebestrijding. Zo blijkt er in totaal €40.989.045 te zijn uitgegeven, waarvan € 16.678.051 aan individuele, financiële hulp. Dit bedrag is iets hoger dan in 2018 toen er ongeveer € 14.852.740 werd besteed.
Ook het bedrag dat aan collectieve hulp is uitgegeven is met € 23.435.630 hoger dan in 2018 toen er € 16.800.000 is besteed.
8.3 Verwachte stijging in hulpvragen In de enquête is aan respondenten gevraagd wat hun verwachting is voor het totale aantal hulpvragen in 2022 ten opzichte van 2021. Aangezien de enquête kon worden ingevuld in de periode van 3 oktober tot 14 november 2022 moet er uitgegaan worden van verwachtingen. Ongeveer 60 procent geeft aan dat het aantal hulpvragen in 2022 hoger zal zijn dan in 2021. Volgens ongeveer een kwart van de organisaties blijft het aantal hulpvragen naar verwachting gelijk. Overigens bestaat de mogelijkheid dat er een onderschatting is van het aantal hulpvragen doordat mensen met financiële tekorten de neiging hebben om het aanvragen van hulp zo lang mogelijk uit te stellen.
77
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
8.4 Breed palet aan activiteiten Het kwalitatieve onderzoek maakt duidelijk dat er een breed palet aan activiteiten plaatsvinden vanuit kerken en diaconale organisaties. Om te achterhalen welke activiteiten relatief het vaakst plaatsvinden en welke activiteiten minder vaak, zijn de resultaten uit het kwalitatieve onderzoek verwerkt in de vragenlijst van de enquête. Daaruit wordt duidelijk dat het bieden van collectieve ondersteuning (een bijdrage leveren aan een groep, organisatie of project voor mensen in armoede, zoals voedsel- of kledingbanken en noodfondsen) en het bieden van sociaal- emotionele ondersteuning en een luisterend oor het vaakst voorkomen. Collectieve ondersteuning wordt door 89% van de kerken en diaconale organisaties geleverd en het bieden van sociaal- emotionele ondersteuning en een luisterend oor vindt bij 91% van de organisaties plaats. Ongeveer een derde van de organisaties verwijst mensen vaak of altijd door naar instanties of regelingen (34%), werkt vaak of altijd aan het versterken en uitbreiden van sociale netwerken (35%) en voorziet vaak of altijd in materiële ondersteuning voor eerste levensbehoeften (33%). Een kwart van de organisaties biedt vaak of altijd nazorg (25%). Zo’n 7 van de 10 organisaties bieden individuele financiële ondersteuning, zoals het betalen van specifieke rekeningen (71%).
Vroegsignalering vindt tevens bij 7 van de 10 organisaties plaats (71%), waarbij 15% hier vaak of altijd aandacht voor heeft. Het mogelijk maken van sport, spel en ontspanning vindt plaats bij 6 van de 10 organisaties (59%). Tevens ondersteunen 6 van de 10 organisaties mensen bij geldzorgen en worden mensen gecoacht naar een schuldenvrij leven (58%) en wordt er meegegaan naar instanties voor het behartigen van belangen (61%). Ook helpt meer dan de helft van de organisaties mensen bij hun financiële administratie (55%). Iets minder dan de helft van de organisaties houdt zich bezig met begeleiding naar (vrijwilligers)werk en scholing (47%) en het beïnvloeden van de politiek (44%). Het beïnvloeden van de politiek wordt door 10% van de organisaties vaak of altijd uitgevoerd.
8.5 Bereikte groepen Om zicht te krijgen op de bereikte groepen hebben we de vraag voorgelegd of kerken en diaconale organisaties (vooral) steun verlenen aan mensen binnen de eigen gemeenschap of ook ondersteuning bieden aan groepen buiten de kerkgemeenschap. Dat is een relevante vraag aangezien uit een recent panelonderzoek van Citisens (2022) blijkt dat burgers in Nederland voor hulp in geval van geldzorgen niet snel aan de kerk denken. De mensen die wel in aanraking kwamen met de kerk toen ze het financieel lastig hadden, zijn vaak lid zijn van de kerk. Ook zijn het vooral kerkleden (20%) die anderen
78
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
zouden doorverwijzen naar een kerk als zij moeilijk rondkomen. Daaruit kunnen we afleiden dat mensen buiten de kerkgemeenschap nauwelijks aan de kerk denken als er sprake is van financiële nood. Verschillende respondenten in de huidige studie herkennen dat wijkbewoners die niet vertrouwd zijn met de kerk niet geneigd zijn om aan te kloppen voor hulp bij de kerk. Doordat de kerken lange tijd minder aanwezig zijn geweest in het werkveld en doordat het wantrouwen naar de overheid groeiende is, merkt een respondent wel dat mensen langzaam wel weer meer open staan voor hulp vanuit de kerk. Zeker als kerken daarbij samenwerken met bijvoorbeeld welzijnsorganisaties wordt dat gewaardeerd. Dat burgers niet snel aan de kerk denken, zegt overigens nog niets over welke groepen kerken en diaconale organisaties zelf weten te bereiken. Betrokkenen wachten lang niet altijd af totdat mensen om hulp vragen, maar gaan er in de wijken geregeld zelf op af. De hulp die vervolgens geboden wordt, richt zich zowel op de eigen kerkleden als mensen buiten de kerk, zonder christelijke achtergrond. Er zijn wel verschillen tussen kerken en organisaties in de mate waarin het accent ligt op de “eigen mensen” dan wel op “mensen buiten de kerkgemeenschap”.
Kerken en diaconale organisaties hebben verder veel aandacht hebben voor groepen die geen of in beperkte mate aanspraak kunnen maken op overheidsvoorzieningen. Het gaat om groepen die tussen wal en schip vallen en/of buiten het bereik of blikveld van officiële instanties vallen, zoals dak- en thuislozen, (ongedocumenteerde) vluchtelingen, afgewezen asielzoekers en mensen die net niet in aanmerking komen voor voeding bij voedselbanken. Vanuit internationale en migrantenkerken vindt er ook hulp plaats aan nieuwkomers door gevestigde migranten of mensen met een migratieachtergrond. In de enquête is eveneens voorgelegd welke groepen steun vragen bij kerken en diaconale organisaties steun verlenen. Daaruit blijkt dat mensen die financieel in de knel raakten en kerken en diaconale organisaties om hulp vroegen met name te vinden warden onder mensen met schulden: 55% van de respondenten gaf aan deze groep met name te bedienen. Daarnaast vroegen ook mensen zonder betaald werk, alleenstaande ouders en asielzoekers, vluchtelingen of ongedocumenteerden bij bijna de helft van de organisaties om hulp.
8.6 Kenmerken aan de aanpak van armoede In het kwalitatief onderzoek is in focusgroepen en interviews gevraagd wat kenmerkend is aan de aanpak van armoede door kerken en diaconale organisaties. Ook deze
79
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
uitkomsten zijn vervolgens in de enquête voorgelegd aan de respondenten om te achterhalen welke kenmerken het vaakst worden aangemerkt. Het ondersteunen van mensen vanuit vertrouwen, liefde en gelijkwaardigheid wordt relatief het vaakst beschouwd als kenmerkend. Het ondersteunen vanuit Bijbelse kernwaarden (81%), het benaderen van mensen met al hun talenten tekortkomingen (80%), tijd nemen voor mensen met echte aandacht (77%) en laagdrempelige hulp (77%) worden eveneens vaak als kenmerkend gezien. Tweederde van de respondenten geeft aan dat zij mensen nieuwe kansen blijven bieden (66%). Slechts een klein deel van de respondenten (3%) is het hiermee oneens. Onvoorwaardelijke hulp is kenmerkend voor 61% van de organisaties. Onbekend is wat in deze gevallen de voorwaarden zijn voor hulp. Maatwerk is kenmerkend voor 64% van de organisaties. Voor 62% van de organisaties is de geboden ondersteuning langdurig en trouw van karakter. Bij ongeveer de helft van de organisaties (52%) is de hulp erop gericht om mensen in gemeenschap te brengen, waarbij de gemeenschap een helende plek vormt waarbinnen problemen kunnen worden verzacht of opgelost.
8.7 Ontwikkelingen en trends Er zijn veel trends en ontwikkelingen genoemd door respondenten. We beperken ons in deze samenvattende conclusie tot de belangrijkste. Om te beginnen staart armoede hoger op de agenda en er is een toenemende bewustwording dat armoede ook in Nederland een probleem is. Vanuit het diaconaat wordt erop ingezet om kerkleden meer bewust te maken van de problematiek. Verschillende respondenten zien in dit verband een verschuiving van een focus op binnenkerkelijke aangelegenheden naar een oriëntatie op noden in de wereld buiten de kerk. Meer aandacht voor barmhartigheid en gerechtigheid geldt niet voor alle kerken. Soms is er een gebrek aan kennis over de betekenis en impact van armoede en een gebrek aan bewustzijn over de lokale omvang van het armoedeprobleem. Vanuit een deel van de kerken weten betrokkenen zich geen raad met hoe ze van betekenis kunnen zijn en hoe ze in gesprek kunnen gaan met mensen in armoede. Binnen de kerkgemeenschap zelf kan er eveneens sprake zijn van armoede. Ook hier blijken er verschillen te zijn tussen kerken. Er is bijvoorbeeld variatie in de mate waarin een diaconie zicht heeft op armoede onder de eigen leden. Doordat armoede nog vaak een taboeonderwerp is en gepaard gaat met gevoelens van schaamte, is het moeilijk te
80
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden
achterhalen welke leden te kampen hebben met financiële problemen. Dit speelt zowel in gevestigde, witte kerken als in internationale en migrantenkerken. Wel is er bij een deel van de internationale en migrantenkerken ook een ander patroon zichtbaar. Doordat hier armoede vaak breder speelt onder de eigen kerkleden – en soms ook onder predikanten is er bij bepaalde kerken minder schaamte om erover te spreken. Gemeenteleden herkennen het ook eerder bij anderen, omdat ze er bekend mee zijn. In een gevestigde, overwegend witte kerk staat armoede verder af van veel leden. Binnen internationale en migrantenkerken is er ook zorg voor elkaar om op die manier financiële problemen te verminderen. Een andere trend is dat kerken en diaconale organisaties de afgelopen jaren langzaamaan steeds meer present zijn in wijken. Zij werken outreachend. Dat wil zeggen, in plaats van af te wachten totdat mensen met een hulpvraag aankloppen, gaan betrokkenen eropaf en worden er verbindingen gelegd met mensen in de wijk. Daarbij worden er allerlei laagdrempelige initiatieven ontplooid. Ook is er een groeiend aantal pioniersplekken in arme buurten en steeds meer moderne stadskloosters waar christelijke leefgemeenschappen zich vestigen die iets willen betekenen voor hun omgeving. Waar kerken meer present zijn in de wijk zijn ze in het publieke debat veel minder zichtbaar en hoorbaar.
In vergelijking met het verleden laten betrokkenen minder hun geluid doorklinken. Er is een zekere voorzichtigheid om zich uit te spreken. Onder meer doordat veel kerken te maken hebben met een teruglopend ledenaantal, voelen kerken de noodzaak om meer samen te werken met andere partijen. Respondenten zien dat er meer bereidheid en initiatief is om samen te werken met bijvoorbeeld overheden, welzijnsorganisaties, vrijwilligersorganisaties en fondsen. Ook wordt er samengewerkt met ervaringsdeskundigen om hen een stem te geven, maar ook omdat er veel van hen geleerd kan worden over wat mensen in armoede kan helpen. Hoewel kerken in verschillende delen van het land steeds vaker de krachten bundelen – soms ook op regionaal niveau - worden er eveneens knelpunten genoemd in de interkerkelijke samenwerking. Zo wordt bijvoorbeeld aangegeven dat er nog te weinig samenwerking plaatsvindt tussen de gevestigde, witte kerken en internationale en migrantenkerken.
8.8 Verbetersuggesties Aan de respondenten is gevraagd om verbetersuggesties aan te dragen ten aanzien van de aanpak van armoede. Respondenten pleiten ervoor om meer in te zetten op het verstrekken van duurzame hulp. Met andere woorden, de aandacht zou zich niet moeten
81
GERECHTIGHEID EN BARMHARTIGHEID Onderzoek naar de betrokkenheid van kerken en diaconale organisaties bij de aanpak van armoede en schulden