RIS314208 Bijlage Zwart Manifest Rapport Gemeente Den Haag definitief maart 2024 Redacted
Tekst van het document
Beperkingen van het onderzoek ECHO was niet betrokken bij de ontwikkeling van de onderzoeksvragen noch bij de dataverzameling. Voor de analyse werden deels geredigeerde gespreksverslagen en deels volledige transcripties ter beschikking gesteld. ECHO heeft daarmee geen inzicht in alle ruwe data zoals geluidsopnames. Voor de analyse baseert ECHO zich op verslagen die geanonimiseerd zijn. Er moet hierbij rekening gehouden worden met een zekere mate van subjectiviteit van de antwoorden. Het is namelijk mogelijk dat bij de verslaglegging, voor de analyse belangrijke opinies/belevingen/observaties van respondenten niet in de geredigeerde verslagen zijn opgenomen omdat ze mogelijk gevoelige informatie kunnen bevatten. Ook moet rekening gehouden met de potentiële mate van sociale wenselijkheid van de antwoorden. Het voeren van gesprekken RAPPORT ZWART MANIFEST
3
over anti-zwart racisme zijn gesprekken die gepaard gaan met ongemak ondanks dat de beleidsintentie en het belang hiervoor is uitgesproken. ECHO is zich hiervan bewust en houdt er rekening mee dat dit mogelijk invloed heeft op de gegeven antwoorden. Ook kan het zijn dat niet al het gemeentelijke beleid dat relevant is voor de vraagstelling is aangeleverd en dus niet volledig in kaart is gebracht. ECHO heeft derhalve geen zicht op de volledigheid en mate van objectiviteit van de data. Verder richt dit onderzoek zich voornamelijk op welk beleid er staat en welk beleid er op het moment van dataverzameling wordt ontwikkeld op het gebied van (anti-zwart) racismebestrijding door de Gemeente Den Haag. Met deze opzet van het onderzoek en de aangeleverde data kan ECHO maar tot op zekere hoogte uitsluitingsmechanismen identificeren in het beleid. Om meer uitsluitingsmechanismen te identificeren in het gemeentelijk beleid is verder verdiepend onderzoek nodig. Dit punt wordt ook nader toegelicht in de algemene conclusies.
RAPPORT ZWART MANIFEST
4
3. Analyse De 12 hoofdstukken van de analyse zijn per maatschappelijk domein van het Zwart Manifest ingedeeld. Het Zwart Manifest bestaat uit twaalf maatschappelijke domeinen waarbinnen anti-zwart racisme bestreden dient te worden: Educatie; Zorg & Welzijn, Huisvesting, Arbeidsmarkt, Economische gelijkheid; Politiek & Overheid; Justitie & Veiligheid; Hervorming ADV’s; Media; Kunst & Cultuur; Sport; en Nazorgpakket nazaten. Voor elk domein zijn er doelen en concrete actiepunten opgesteld voor een alomvattende aanpak van anti-zwart racisme in de samenleving. Elk hoofdstuk bestaat uit een inleiding; een inventarisatie van het gemeentelijk beleid op basis van de data; een vergelijkende analyse aan de hand van de actiepunten van het Zwart Manifest; een overzicht van de hiaten; en een conclusie.
RAPPORT ZWART MANIFEST
5
3.1 Educatie
“Het huidige onderwijssysteem werkt ongelijkheid in de hand en moet daarom grondig worden herzien. Al decennialang blijkt uit onderzoek dat de afkomst en het inkomen van opvoeders bepalend zijn voor het schoolsucces, de studie en de loopbaan van scholieren. Leerlingen met een ‘niet-westerse migratieachtergrond’ en leerlingen uit een sociaal-economisch kwetsbaar milieu, hebben structureel te maken met slecht onderwijs, discriminatie op school en op de stageplek, lage verwachtingspatronen en onderadvisering van leraren. Het slavernijverleden, kolonialisme, wit privilege en het migratieverleden werken door in het leven van kinderen en veroorzaken al vanaf de basisschool achterstand. Dit kan en mag niet langer getolereerd worden in Nederland. Onderwijs is bedoeld om kinderen in Nederland vooruit te helpen in de maatschappij, niet om ongelijkheid in de hand te werken zoals nu gebeurt in alle lagen van ons onderwijssysteem.” – Het Zwart Manifest, domein Educatie
Inleiding Het Zwart Manifest pleit voor het aanpakken van ongelijkheid in alle lagen van het onderwijs. Het Zwart Manifest benadert deze ongelijkheid vanuit de kaders slavernijverleden, kolonialisme, wit privilege en het migratieverleden. Wat voor rol kan de gemeente spelen op het gebied van educatie ten opzichte van de onderwerpen en actiepunten die in het Manifest worden besproken? In dit hoofdstuk wordt er een inventarisatie gemaakt van het relevante gemeentelijk beleid dat betrekking heeft op de onderwerpen die in het domein Educatie van het Zwart Manifest worden aangekaart. Vervolgens wordt het beleid, aangevuld door inzichten uit de gespreksverslagen, naast de actiepunten van het domein Educatie van het Zwart Manifest gelegd in een vergelijkende analyse. Ook zullen hiaten die naar voren komen uit de analyse, de gespreksverslagen en de beleidsstukken worden behandeld.
Inventarisatie gemeentelijk beleid Dit onderdeel zal het relevante beleid van de gemeente Den Haag op basis van de data samenvatten. Hierbij ligt de nadruk op gemeentelijke beleid dat zich richt op het bestrijden van (anti-zwart) racisme en beleid dat betrekking heeft op het domein Educatie in het Zwart Manifest. RAPPORT ZWART MANIFEST
6
Rol gemeente Centraal in de gesprekken met beleidsmedewerkers die werken op het domein Onderwijs stond de mate waarin de gemeente het (lokale) onderwijs kan beïnvloeden. De rol die de gemeente kan vervullen is met name die van aanjager en ondersteuner. Een uitgelichte brede samenwerking is de Haagse Educatieve Agenda (HEA) 2022-2026. Onder de HEA-partners vallen de gemeente, schoolbesturen, instellingsbesturen en kinderopvanginstellingen. Deze partners hebben voor de periode 2022-2026 ambities, afspraken en acties vastgelegd in de HEA. De nadruk ligt op kansengelijkheid: “We willen dat alle kinderen en jongeren de kans krijgen om zich optimaal te ontwikkelen en het beste uit zichzelf te halen. Het maakt daarbij niet uit wat het opleidingsniveau, het inkomen of de herkomst van hun ouders is of in welke wijk ze opgroeien” (pagina 5). In de HEA 2022-2026 wordt extra aandacht besteed aan leerlingen met een Nederlandse taalachterstand en leerlingen uit armoedeprobleemcumulatie (APC)-gebieden. Met name subsidieregelingen worden als beleidsmiddel ter bevordering van HEA-doelen door de gemeente ingezet.
Veiligheid en antidiscriminatiebeleid Het Zwart Manifest besteedt aandacht aan antiracisme- en antidiscriminatiebeleid op scholen en een inclusief integriteitsbeleid waarin onderwerpen als veiligheid en uitsluitingsmechanismen zijn opgenomen (punt B.3 en B.5 van het Zwart Manifest). Respondenten geven aan dat scholen al wettelijk verplicht zijn een veiligheidsplan te hebben en veiligheidsbeleid te voeren, waarin antidiscriminatiebeleid ook in is opgenomen. Dit wordt landelijk gemonitord door de Inspectie van het Onderwijs. Bovendien kunnen scholen als zij aan een aantal voorwaarden voldoen het certificaat ‘Haagse Veilige School’ behalen, wat de gemeente stimuleert. In de HEA 2022-2026 is onder Ambitie 2.D het punt ‘sociale cohesie en veiligheid op school versterken’ opgenomen, naar aanleiding van geweldsincidenten onder jongeren in Den Haag; de hoge mate van segregatie in de stad; de toenemende bevolking en diversiteit in de stad; en de toenemende polarisatie in de samenleving. In de gezamenlijke doelen komt ook het schoolveiligheidsplan terug: “Elke school heeft een actueel schoolveiligheidsplan dat bekend is bij leraren, ouders en leerlingen. Er zijn afspraken over regels en omgangsvormen in en rond de school. Scholen werken actief aan de veiligheid op school” (pagina 29).
Hoewel er hier niet specifiek antidiscriminatie- of antiracismebeleid wordt genoemd, is er wel een andere doelstelling waarin staat dat scholen aandacht moeten besteden aan maatschappelijke thema’s, waaronder o.a. discriminatie: “Scholen besteden aandacht aan maatschappelijke thema’s. Denk aan: (online) pesten, digitale weerbaarheid, lhbti, discriminatie, ondermijning, wapenbezit, radicalisering, mensenhandel, antisemitisme en klimaat. Deze aandacht levert een belangrijke bijdrage aan het ontwikkelen van begrip voor andere culturen en opvattingen. Daarmee versterkt het de sociale cohesie en veiligheid op school en vermindert het polarisatie” (HEA 20222026, pag. 29). RAPPORT ZWART MANIFEST
7
Als concrete acties beloven de HEA-partners verder ook onder andere scholen te helpen bij de inkoop van programma’s over maatschappelijke thema’s; scholen te ondersteunen bij het updaten van hun schoolveiligheidsbeleid; het onder de aandacht brengen van programma’s en handelingsprotocollen bij scholen; het bespreken, evalueren en updaten van bestaande regels en omgangsvormen met verschillende partners (waaronder de gemeente); en periodiek te onderzoeken hoe veiligheid wordt beleeft op scholen. De gemeente heeft subsidieregelingen ter beschikking gesteld voor scholen ter bevordering van deze HEA-doelen (zie RIS312227 en RIS312225).
Kansenongelijkheid, segregatie en onderadvisering Onderzoek naar en beleid tegen kansenongelijkheid, segregatie en onderadvisering komt met name in punt B.4 van het Zwart Manifest terug. Hierin stelt het Zwart Manifest dat inkomens- en opleidingsniveau en de culturele achtergrond van de opvoeders moet worden meegenomen in het onderzoek naar deze onderwerpen. Voortgang in het verminderen van kansenongelijkheid en segregatie zou moeten worden gemeten, gemonitord en bijgestuurd. Het volgende relevante beleid kwam naar voren in de gesprekken met beleidsmedewerkers en de beleidsstukken: •
Subsidieregelingen: Er zijn vanuit de gemeente verschillende subsidies voor onderwijsinstellingen beschikbaar gesteld. ter bevordering de doelen van de HEA. Op het gebied van kansengelijkheid in het primair en voortgezet onderwijs zijn er bijvoorbeeld subsidies voor extra ondersteuning van nieuwkomers, leerlingen met een Nederlandse taalachterstand en leerlingen uit een minder kansrijke omgeving (zie RIS312227 en RIS312225).
•
Onderzoek en monitoren: Om een feitelijk en cijfermatig beeld te krijgen van de kansengelijkheid in Den Haag monitort het college het ingezette beleid langs verschillende indicatoren. De ontwikkelingen worden deels inzichtelijk gemaakt middels de HEA-monitor op de website Den Haag in Cijfers. De HEA-monitor wordt enerzijds gevoed door openbare data van o.a. het CBS, DUO en CentERdata. Anderzijds zet het college gericht onderzoek uit naar elementen die onderdeel uitmaken van kansengelijkheid. Op basis van de HEA 2018-2022 bracht een extern onderzoeksbureau (Oberon) tussen 2018 en 2022 periodiek een onderzoeksrapport uit om de ontwikkelingen op het gebied van kansengelijkheid in het Haagse onderwijsveld in kaart te brengen, specifiek op het gebied van overgangen en schoolroutes. Verder is er ook een segregatiemonitor waar onderwijs als thema in is opgenomen.
RAPPORT ZWART MANIFEST
8
•
Doelen onderadvisering: In de HEA 2022-2026 is in ambitie 2.C het volgende doel gesteld bij scholen door de gemeente: “Het college legt de wens bij alle schoolbesturen neer om het percentage onderadvisering bij leerlingen uit groep 8 in twee jaar te halveren en in vier jaar op 0 te hebben en overlegt in hoeverre dit haalbaar is en wat zij daarvoor nodig hebben. Daarnaast zal de schoolbesturen gevraagd worden om deze percentages te monitoren en hier verantwoording over af te leggen. Als de streefpercentages niet gehaald worden, zal de gemeente dit inclusief een verantwoording publiekelijk bekend maken” (pagina 26).
•
Actie onderadvisering: Al eerder in het HEA jaarplan van 2020-2021 zijn er maatregelen opgenomen tegen onderadvisering (trainingsprogramma’s voor docenten en afspraken met schoolbesturen over de procedure). Ook de volgende concrete acties wordt in de HEA 2022-2026 in ambitie 2.C benoemd: “Met het ‘Plan van aanpak onderwijsadvisering’ zetten we een aantal acties in. Zo krijgen schoolmaatschappelijk werkers en oudercoaches extra uren beschikbaar om met ouders van groep 7 en 8 in gesprek te gaan over het schooladvies. De komende jaren blijven we door middel van onderzoek de schooladviezen en schoolloopbanen monitoren. Zo zorgen we voor doorontwikkeling van het proces om tot een schooladvies te komen. Een goed schooladvies is een advies zonder vooroordeel op basis van culturele achtergrond, opleidingsniveau of herkomst van de ouders” (pagina 28). Vanuit de gemeente is er ook een subsidie beschikbaar gesteld ter ondersteuning in de advisering en de overstap naar het voortgezet onderwijs (zie RIS312227).
•
Bredere brugklassen: Ook de volgende concrete actie komt terug in HEA 2022-2026, ambitie 2.C: “We stimuleren dat er meer brede en heterogene brugklassen komen. En dat er een langere brugklasperiode is, zodat leerlingen hun schoolloopbaan nog kunnen aanpassen. We stimuleren de scholen in het vo om op lange termijn meer verschillende onderwijsniveaus aan te bieden in hetzelfde gebouw. Ook dat maakt een eventuele overstap namelijk makkelijker. Bij vervangende nieuwbouw proberen we hier rekening mee te houden” (pagina 28). Vanuit de gemeente is er een subsidie beschikbaar gesteld voor extra leerlingbegeleiding in heterogene brugklassen (zie RIS312225).
•
Centraal aanmeldbeleid: De gemeente wil beleidsmatig onderwijssegregatie tegengaan en kansengelijkheid bevorderen. Uit de gesprekken bleek dat de gemeente dat o.a. doet doormiddel van een centraal aanmeldbeleid voor de overgang van PO naar VO. In de gesprekken wordt wel aangegeven dat er hiaten in dit systeem zitten. Ondanks dat dit aanmeldsysteem centraal wordt georganiseerd door de gemeente zijn er signalen ontvangen dat er discriminatie plaatsvindt rondom het systeem. Respondenten wijzen op casussen waarin (adjunct-)directeuren van scholen soms informeel tegen ouders zeggen dat ze geen ruimte meer hebben, terwijl dit niet zo is. Ouders die de Nederlandse taal niet machtig genoeg zijn kunnen dit vaak niet controleren via het centrale aanmeldsysteem. Er heerst dus mogelijk nog een bepaalde mate van ongelijke toegang tot het systeem.
RAPPORT ZWART MANIFEST
9
•
Gelijke Kansen Alliantie: Verder heeft een groot aantal gemeenten een Gelijke Kansen Alliantie (GKA) Agenda opgesteld met afspraken over interventies, onderzoek en kennisdelingsactiviteiten gericht op het bevorderen van kansengelijkheid binnen het onderwijs. Op de Haagse GKA-Agenda staan een aantal interventies, waaronder de ‘Transformatieve School’ en huiswerkbegeleiding in de bibliotheek.
Vrijwillige ouderbijdrage Door de jaren heen is er veel veranderd wat betreft de vrijwillige ouderbijdrage, een thema dat ook terugkomt in het Zwart Manifest. Dit onderwerp wordt met name landelijk belegd. In G4-verband wordt een standpunt geformuleerd over de vrijwillige ouderbijdrage richting het ministerie. Naar aanleiding van een motie zijn Haagse beleidsmedewerkers ook op dit thema bezig. In de gesprekken wordt aangegeven dat de situatie nu enorm complex is door meerdere problemen: Ten eerste geldt dat hoewel leerlingen nu wettelijk niet meer mogen worden uitgesloten op basis van de vrijwillige ouderbijdrage, heeft deze verandering ertoe geleid dat soms de hele klas of hele scholen geen ruimte in het budget meer hebben voor buitenschoolse activiteiten. Scholen komen financieel in de problemen omdat steeds minder ouders de vrijwillige ouderbijdragen bijleggen, zelfs daagkrachtige ouders. Deze problematiek treft met name kwetsbare scholen. Ten tweede is bij sommige scholen de bijdrage dusdanig hoog dat sommige leerlingen uit minimagezinnen niet op die scholen worden geplaatst omdat de ouders al van tevoren weten dat zij zich de bijdrage niet kunnen veroorloven. Door dit mechanisme worden leerlingen alvorens uitgesloten van de school.
Uit de gespreksverslagen blijkt dat de problemen rondom de vrijwillige ouderbijdrage momenteel ook in steden als Amsterdam en Utrecht worden behandeld, waar bijvoorbeeld wordt gewerkt met een plafond voor de vrijwillige ouderbijdrage, waar scholen zich aan moeten houden als ze hun subsidie willen behouden. Nadat de wet landelijk werd veranderd verschaft de Ooievaarspas sinds 1 januari 2021 geen compensatie meer voor de ouderbijdrage. Er is nu een subsidieregeling beschikbaar vanuit een noodfonds voor scholen om buitenschoolse activiteiten te organiseren. Of een school in aanmerking komt voor de subsidie (en hoeveel) wordt bepaald doormiddel van achterstandscores. In de gesprekken wordt aangegeven dat dit fonds momenteel niet groot genoeg is om de problematiek op te vangen.
Stagediscriminatie In punt T.4 stelt het Zwart Manifest dat er consequenties moeten komen voor werkgevers waar stagediscriminatie voorkomt. Stagediscriminatie aanpakken komt als actiepunt terug in het gemeentelijke antidiscriminatiebeleid (2021) en in de HEA 2022-2026. Op het gebied van stagediscriminatie speelt de gemeente een rol als zowel werkgever als aanjager.
RAPPORT ZWART MANIFEST
10
Stagebureau Den Haag (voorheen Matchpunt070) De gemeente biedt zelf stageplekken aan in de organisatie. Om extra stageplekken te creeëren binnen de gemeente tijdens de COVID-19 pandemie, omdat de jeugdwerkloosheid opliep, is Matchpunt070 als project in het leven geroepen. De organisatie is sindsdien voortgezet en biedt nog steeds subsidie voor extra stageplekken binnen de organisatie van de gemeente. Matchpunt070 heeft o.a. een activiteit georganiseerd met een interactieve VR-beleving over (stage)discriminatie voor stagebegeleiders, gefaciliteerd door de organisatie Critical Mass. Inmiddels is Matchpunt070 binnen de organisatie geborgd als ‘Stagebureau Den Haag’, een intern stagebureau waarmee volgens respondenten ook beleidsmatig zou kunnen worden gestuurd op organisatiedoelen als diversiteit en inclusie. Haagse Aanpak Gelijke Stagekansen De gemeente pakt dit thema extern aan in samenwerking met o.a. onderwijsinstellingen en werkgevers. Zo is er de ‘Haagse aanpak gelijke stagekansen’ opgesteld. In dit kader hebben de gemeente en andere partners het Haags Manifest Gelijke Stagekansen 2023-2027 op 24 mei 2023 ondertekend. Met het ondertekenen van het manifest spreken de organisaties gezamenlijk verantwoordelijkheid uit voor het tegengaan van stagediscriminatie, waarbij ieder op zijn eigen manier aan zet is. De volgende afspraken zijn hierin gemaakt: De genoemde partijen: 1.
zetten zich in om gelijke stagekansen en een inclusieve werkomgeving voor studenten te bewerkstelligen met expliciete aandacht voor het actief tegengaan van stagediscriminatie. Dit gebeurt binnen de stageovereenkomst en beleid op diversiteit en inclusie, met een heldere meldingsprocedure en opvolging, een goede begeleiding en een veilige setting voor studenten; 2. faciliteren scholing en intervisie voor de (leden van de) eigen organisatie op het gebied van stagebegeleiding en het herkennen, erkennen en tegengaan van stagediscriminatie. Dit betreft bij voorkeur ook gezamenlijke trainingen voor stagebegeleiders van school en de stageplek, om verdere samenwerking en open communicatie op dit thema te bevorderen; 3. dragen bij aan de campagne van de Haagse aanpak Gelijke stagekansen (SAME) om zo het bereik en de effectiviteit te vergroten, door het delen van campagnemateriaal en het inhoudelijk bijdragen via eigen interne en externe communicatie, een werkbezoek, interview, optreden, of het podium geven binnen de eigen organisatie; 4. doen mee aan de 2-jaarlijkse meting en onderzoek om zo met kwantitatieve en kwalitatieve data te kunnen monitoren wat de impact is van de gezamenlijke inspanningen zoals afgesproken in dit manifest, en waar nog extra actie nodig is; 5.
participeren in het netwerk van de Haagse aanpak Gelijke stagekansen met een actieve inbreng in de ontwerpsessies en bijbehorende activiteiten. Daarnaast organiseren ze een jaarlijkse reflectiebijeenkomst van het manifest waar we kritisch verkennen: hoe doen we het met elkaar en hoe kunnen we verder leren van en met elkaar. RAPPORT ZWART MANIFEST
11
In het kader van het Zwart Manifest is het ook belangrijk om op te merken dat volgens de Haagse Hogeschool uit haar onderzoek naar stagediscriminatie naar voren komt dat specifiek islamofobie en anti-zwart racisme een grote rol spelen in de regio Den Haag.
Organisatie en curriculum Het Zwart Manifest besteedt veel aandacht aan de invulling (waaronder het curriculum) en interne organisatie van het onderwijs. Respondenten wijzen er herhaaldelijk op dat wegens de onderwijsvrijheid de gemeente geringe invloed kan uitoefenen op de inhoud en interne organisatie van het onderwijs. Hoe invulling wordt gegeven aan het curriculum ligt voornamelijk aan landelijke richtlijnen en aan de schoolbesturen van onderwijsinstellingen zelf. Wel kan de gemeente soms een aanvullende of faciliterende rol vervullen. Zo heeft de gemeente bijvoorbeeld de opdracht aan Centrum 16•22 gegeven om lesmateriaal te ontwikkelen in het kader koloniaal en slavernijverleden, zoals bijvoorbeeld een lespakket dat bij scholen kan worden verspreid. De uitkomsten van het onderzoek door het Koninklijk Instituut voor Taal- Land- en Volkenkunde (KITLV) naar het koloniale en slavernijverleden van Den Haag wordt in het aanbod meegenomen (zie hoofdstuk 3.12 ‘Nazorgpakket nazaten’ voor meer informatie). Op een aantal scholen is in 2023 een pilot gestart met het lesaanbod. Volgens respondenten zijn scholen erg enthousiast zijn over het programma dat wordt aangeboden. Een formele evaluatie volgt nog.
Vergelijkende analyse Zwart Manifest In hoeverre sluit het gemeentelijk beleid aan bij de doelen en uitgewerkte actiepunten van het domein Educatie uit het Zwart Manifest?
In dit overzicht is de uitwerking van de analyse te vinden waarin de punten van het Zwart Manifest worden vergeleken met het gemeentelijk beleid. Hier wordt beknopt en puntsgewijs weergegeven hoe het gemeentelijk beleid aansluit op elk van de actiepunten van het Zwart Manifest.
Zwart Manifest: Educatie
Gemeentelijk beleid
Bijbehorende beleidsnota’s, documenten en overige bronnen
Dekolonisatie B.1: Dekolonisatie moet in het gehele Nederlandse onderwijssysteem plaatsvinden.
Geringe invloedsfeer gemeente op het onderwijssysteem. Aspect ‘dekolonisatie’ niet meegenomen in HEA 2022-2026.
Haagse Educatieve Agenda 2022-2026 ‘Kiezen voor kansen’ (RIS311077)
De gemeente kan dus geen gehele systeemverandering doorvoeren vanuit haar positie, maar wel mogelijk aanvullen en stimuleren. De gemeente heeft een breed dossier Koloniaal en Slavernijverleden, RAPPORT ZWART MANIFEST
12
Zwarte (LHBTQIA+) geschiedenis in curricula B.2: In de curricula moet Zwarte (LHBTQIA+)-geschiedenis een plaats krijgen.
waar o.a. een educatief lespakket en een (wetenschappelijk) onderzoek naar het koloniaal en slavernijverleden in Den Haag uit voortkomen. Zie het hoofdstuk 3.12 ‘Nazorgpakket nazaten’ voor meer informatie hierover.
Voortgang Haags koloniaal en slavernijverleden II (27 september 2022) (RIS313228)
De gemeente heeft geen directe invloed op curricula, dit wordt voornamelijk landelijk bepaald en door de onderwijsinstellingen zelf ingericht. Zie de OCW-agenda tegen discriminatie en racisme voor wat het ministerie van OCW wil doen omtrent een inclusief lesaanbod.
Actieplan Queer in Den Haag 2020-2022
Als onderdeel van het actieplan Queer in Den Haag 2020-2022— waarin specifiek extra aandacht wordt geschonken aan bi-culturele jongeren, asielzoekers en statushouders als aandachtsgroepen—is er wel de subsidieregeling emancipatie beschikbaar gesteld wat aanvragers in principe zouden kunnen gebruiken om bewustwording te creeëren op het thema Zwarte queer geschiedenis. Maar hiermee wordt dit onderwerp niet structureel in curricula ingebed. Antidiscriminatiebeleid B.3: De overheid stelt een antiracisme- en antidiscriminatiebeleid op voor onderwijsinstellingen, in samenwerking met Zwarte experts, ervaringsdeskundigen, leerlingen en onderwijsprofessionals. - Het beleid moet integraal onderdeel zijn van de bedrijfsvoering en organisatiecultuur van de onderwijsinstellingen.
Dergelijk beleid opstellen voor scholen valt buiten het mandaat van de gemeente. Wel zijn er in de HEA hier afspraken over gemaakt en is er door de gemeente een subsidieregeling beschikbaar gesteld voor het bevorderen van een veilige schoolomgeving, waarmee scholen zelf ervoor kunnen kiezen aandacht te besteden aan beleid te ontwikkelen op het thema antidiscriminatie. Zie ook ‘Inclusief integriteitsbeleid B.5’ en ‘Investeren in een veilige en inclusieve schoolomgeving O.4’ in dit overzicht voor meer informatie gerelateerd aan dit thema.
Subsidieregeling emancipatie Den Haag 2021 Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Agenda tegen discriminatie en racisme (2022-2026).
Haagse Educatieve Agenda 2022-2026 ‘Kiezen voor kansen’ (RIS311077), ambitie 2.D ‘Sociale cohesie en veiligheid op school versterken’ Subsidieregeling voortgezet onderwijs Den Haag 2022, Paragraaf 3.13 Subsidie schoolveiligheid Subsidieregeling primair onderwijs 2022 (RIS312227), paragraaf 3.14 Subsidie burgerschap, sociale cohesie en schoolveiligheid RAPPORT ZWART MANIFEST
13
- De sociale en emotionele veiligheid van leerlingen, scholieren en studenten moet te allen tijde centraal staan bij (mogelijke) discriminatie. - Het beleid omvat actieplannen om de meldingsbereidheid te vergroten, wijze van monitoren, de gevolgen bij overtredingen, nazorg en de procedure bij meldingen. Onderzoek segregatie, kansenongelijkheid en onjuiste schooladviezen B.4: Laat het primair onderwijs een analyse maken van bestaande onderzoeken naar het beleid van de overheid en onderwijsinstellingen, om kansenongelijkheid, segregatie en onjuiste schooladviezen in het onderwijs te voorkomen. Het onderzoek moet betrekking hebben op de afgelopen vijf jaar en de komende vijf jaar. In het onderzoek moet het inkomens- en opleidingsniveau en de culturele achtergrond van de opvoeders worden meegenomen. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek dienen maatregelen genomen te worden om kansenongelijkheid en segregatie te verminderen en tegen te gaan. Deze voortgang moet worden
(Wijziging subsidieregeling voortgezet onderwijs Den Haag 2022 (30 mei 2023) (RIS315636))
Er is een HEA-monitor op de website van Den Haag in Cijfers. Ook worden er specifieke onderzoeken gedaan op bepaalde thema’s uit de HEA. Op basis van de HEA 2018-2022 bracht een extern onderzoeksbureau (Oberon) tussen 2018 en 2022 periodiek een onderzoeksrapport uit om de ontwikkelingen op het gebied van kansengelijkheid in het Haagse onderwijsveld in kaart te brengen, specifiek op het gebied van overgangen en schoolroutes. Onder andere opleidingsniveau van de ouders en schoolweging zijn als indicatoren meegenomen in het onderzoek.
HEA-monitor (website Den Haag in Cijfers) Onderzoeksrapportage Gelijke onderwijskansen Den Haag 2022 (RIS315951) Segregatiemonitor - 15 april 2021 (motie L.2 SP) (RIS308532) Segregatiemonitor Gemeente Den Haag
Er is ook een segregatiemonitor ontwikkeld n.a.v. een motie uit de raad (2021) waarin onderwijs ook als thema in is opgenomen.
RAPPORT ZWART MANIFEST
14
gemeten, gemonitord en bijgestuurd waar dat nodig is. Inclusief integriteitsbeleid B.5: Elke onderwijsinstelling moet een inclusief integriteitsbeleid hebben met onderwerpen als veiligheid en uitsluitingsmechanismen. Hierbij staat ketensamenwerking centraal, met o.a. antidiscriminatievoorzieningen, het College voor de Rechten van de Mens en gemeenten.
Respondenten geven aan dat scholen wettelijk verplicht zijn een veiligheidsplan te hebben. Zij moeten veiligheidsbeleid voeren en daar staat antidiscriminatiebeleid in. Dit wordt landelijk gemonitord door de Onderwijsinspectie. Wat betreft (keten)samenwerking worden er in de HEA 2022-2026 ook verdere plannen voor schoolveiligheidsbeleid uitgewerkt, met name wat betreft het updaten van beleid op instellingen. Hier zijn bijvoorbeeld gemeentelijke subsidies voor beschikbaar gesteld waar ook uitsluiting mee kan worden aangekaart. Zie ook ‘Antidiscriminatiebeleid B.3‘ en ‘Investeren in een veilige en inclusieve schoolomgeving O.4’ in dit overzicht voor meer informatie gerelateerd aan dit thema.
Onderzoek onderwijsvormen B.6: Brede brugklassen, met verschillende onderwijsniveaus in één klas, bevorderen kansengelijkheid. Dat bevestigen onderzoeken van onder andere het Sociaal en Cultureel planbureau. Er is meer onderzoek nodig naar onderwijsvormen die zich richten op Zwarte kinderen en kinderen van kleur waarin bijvoorbeeld stamgroepen (verschillende leeftijden bij elkaar in zogenaamde
HEA 2022-2026 ambitie 2.C stelt dat de HEA-partners stimuleren dat er meer brede en heterogene brugklassen, langere brugklasperiodes, en meer onderwijsniveaus in hetzelfde gebouw komen. Hiervoor wordt een subsidie als stimulans beschikbaar gesteld. In het Zwart Manifest wordt specifieker gepleit voor meer onderzoek naar onderwijsvormen (bijv. stamgroepen) die zich richten op Zwarte kinderen en kinderen van kleur. Dit komt niet in het beleid terug.
Haagse Educatieve Agenda 2022-2026 ‘Kiezen voor kansen’ (RIS311077), ambitie 2.D ‘Sociale cohesie en veiligheid op school versterken’ Subsidieregeling primair onderwijs 2022 (RIS312227), paragraaf 3.14 Subsidie burgerschap, sociale cohesie en schoolveiligheid Subsidieregeling voortgezet onderwijs Den Haag 2022, paragraaf 3.13 Subsidie schoolveiligheid (Wijziging subsidieregeling voortgezet onderwijs Den Haag 2022 (30 mei 2023) (RIS315636)) Haagse Educatieve Agenda 2022-2026 ‘Kiezen voor kansen’ (RIS311077), ambitie 2.C ‘Soepele overgangen […]’ Subsidieregeling voortgezet onderwijs Den Haag 2022, paragraaf 3.12 Subsidie leerlingbegeleiding heterogene brugklassen (Wijziging subsidieregeling voortgezet onderwijs Den Haag 2022 (30 mei 2023) (RIS315636))
RAPPORT ZWART MANIFEST
15
“bouwjaren”) de basis vormen in plaats van jaarlagen (dezelfde leeftijd in één groep). Onderzoek en actieplan institutioneel racisme B.7: Onderzoek institutioneel racisme, anti-zwart racisme en discriminatie bij onderwijsinstellingen en formuleer een actieplan voor diversiteit en inclusie. Daarin moeten ook doelstellingen staan op het gebied van antiracisme. - Deze worden getoetst door experts en ervaringsdeskundigen uit Zwarte en andere gemarginaliseerde gemeenschappen. - Er komt actief toezicht op naleving van deze doelstellingen.
Respondenten geven aan dat de gemeente beperkte invloed heeft als het gaat om onderzoeken bij onderwijsinstellingen; onderwijsinstellingen moeten openstaan voor zo een samenwerking. Andersom moet de gemeente ook bereid staan om instellingen te ondersteunen waar nodig.
Leercirkels B.8: Onderwijsinstellingen die successen boeken bij het tegengaan van institutioneel en anti-zwart racisme, krijgen op uitnodiging van ministeries de gelegenheid om hun ervaringen te delen tijdens leercirkels van de ministeries. Zo worden kosten, tijd en moeite bespaard, onderwijsinstellingen gemotiveerd en nieuwe ontwikkelingen sneller
Landelijk belegd bij de ministeries. Volgens respondenten is er mogelijk wellicht ook ruimte voor een soortgelijke uitwisseling op gemeentelijk niveau in de vorm van de kennisnetwerken die al door de gemeente worden gefaciliteerd. In het specifieke kader van stagediscriminatie vindt lokale uitwisseling al plaats in het netwerk van de Haagse aanpak Gelijke stagekansen, n.a.v. de afspraken van het Haags Manifest.
Haagse Educatieve Agenda 2022-2026 ‘Kiezen voor kansen’ (RIS311077), ambitie 2.D ‘Sociale cohesie en veiligheid op school versterken’
In de HEA is er afgesproken dat er periodiek onderzoek plaatsvindt naar veiligheid op scholen, hoewel er niet specifiek wordt genoemd dat hier de aspecten institutioneel racisme, anti-zwart racisme en discriminatie in worden meegenomen.
Haags Manifest Gelijke Stagekansen 20232027
RAPPORT ZWART MANIFEST
16
opgepakt. Afschaffen vrijwillige ouderbijdrage B.9: De vrijwillige ouderbijdrage moet worden afgeschaft. Deze is te vaak alleen in naam vrijwillig en werkt uitsluiting in de hand van leerlingen in een sociaal-economisch kwetsbare omgeving. Zij kunnen regelmatig niet meedoen aan (extra) activiteiten die door de school worden georganiseerd. Door afschaffing van de ouderbijdrage kunnen zij niet langer van deelname worden uitgesloten. Op het uitsluiten van leerlingen moeten consequenties staan als een verlaagde rijksbijdrage voor dat schooljaar. De onderwijsinspectie moet ingrijpen en onderzoek doen naar het betreffende geval van uitsluiting. Scholierenvergoeding B.10: Er moet landelijk een scholierenvergoeding komen waarop scholen -en dus niet de opvoederseen beroep kunnen doen, zodat leerlingen in sociaal-economisch kwetsbare omstandigheden kunnen deelnemen aan activiteiten die een aanvullende bijdrage behoeven.
Landelijk belegd. In G4-verband wordt er een standpunt geformuleerd over de vrijwillige ouderbijdrage richting het ministerie.
Afdoening motie: ‘Onafhankelijk onderzoek ouderbijdrage Ooievaarspas’ (23 mei 2023) (RIS314246 )
Op gemeentelijk niveau is wegens een landelijke wetsverandering (leerlingen mogen niet meer worden uitgesloten op basis van de bijdrage) de Ooievaarspas afgeschaft sinds begin 2021. Naar aanleiding van een onderzoek naar de effecten hiervan is een verhoogde subsidieregeling voortgekomen om de huidige lokale problematiek op te vangen.
Landelijk belegd. Om tijdelijk de lokale problematiek rondom het gebrek aan middelen voor buitenschoolse activiteiten en schoolreisjes op te vangen is het subsidieplafond voor scholen verhoogd. Zie ‘B.9 Afschaffen vrijwillige ouderbijdrage’ in deze tabel voor meer informatie hierover.
Afdoening motie: ‘Onafhankelijk onderzoek ouderbijdrage Ooievaarspas’ (23 mei 2023) (RIS314246)
RAPPORT ZWART MANIFEST
17
Meldingen stereotyperingen en discriminatie in lesmateriaal T.1: De Landelijke Klachtencommissie Onderwijs moet er een grond van melding bij krijgen. Naast klachten over gedrag, omgang en beslissingen moet men melding kunnen maken over het gebruik van discriminerend, stereotyperend of racistisch beelden/of tekstgebruik in het lesmateriaal. - Een divers samengestelde stuurgroep van de Landelijke Klachtencommissie, bepaalt onder leiding van een duo uit gemarginaliseerde groepen, de invulling aan het proces. - Het meldpunt analyseert de melding, ziet er indien nodig op toe dat de betrokken onderwijsinstellingen op de hoogte worden gesteld en dat het lesmateriaal uit gebruik gaat. - Het meldpunt houdt de hoeveelheid en de aard van de meldingen bij. - Het meldpunt brengt in kaart welke verbeteringen nodig zijn. - De lijst van lesmateriaal dat uit gebruik is gegaan, moet openbaar zijn. Deze lijst kan een leidraad zijn voor uitgeverijen en
Dit punt betreft de Landelijke Klachtencommissie Onderwijs (LKC). Dit valt onder het mandaat van het Rijk, niet de gemeente. De huidige procedure van het LKC is op de website van Stichting Onderwijsgeschillen beschreven. In de OCW-agenda tegen discriminatie en racisme staat als plan dat de Inspectie van het Onderwijs handvatten krijgt om in te grijpen indien er discriminerende elementen in de schoolcultuur of het onderwijsaanbod zitten.
Landelijke Klachtencommissie Onderwijs (LKC), website Stichting Onderwijsgeschillen (webpagina) Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Agenda tegen discriminatie en racisme (2022-2026).
RAPPORT ZWART MANIFEST
18
onderwijsinstellingen om op eigen initiatief racistisch en stereotyperend lesmateriaal te verwijderen. - De overheid neemt een standpunt in en onderneemt actie tegen dergelijk lesmateriaal. - De Landelijke Klachtencommissie Onderwijs besteedt speciale aandacht aan meldingen over antizwart racisme. - De klachtencommissie zet zich in om de meldingsbereidheid van antizwart racisme te vergroten. - Het opnemen en behandelen van deze meldingen gebeurt in samenwerking met deskundigen uit de Zwarte gemeenschap. - Ook houdt het meldpunt het aantal meldingen en de aard ervan bij en brengt in kaart wat er verbeterd moet worden. Antiracismecommissies T.2: Elke onderwijsinstelling moet een antiracisme-commissie in het leven roepen, die erop toeziet dat meldingen worden vastgelegd en behandeld. - Onderwijsinstellingen die zich schuldig maken aan racisme en discriminatie, moeten serieuze consequenties ondervinden, bijvoorbeeld maar niet uitsluitend in
Geringe invloedssfeer gemeente; kwesties over de interne organisatie liggen voornamelijk bij de onderwijsinstellingen zelf. De gemeentelijke subsidieregelingen voor schoolveiligheid zouden wel op deze manier door instellingen ingevuld kunnen worden.
Subsidieregeling primair onderwijs 2022 (RIS312227), paragraaf 3.14 Subsidie burgerschap, sociale cohesie en schoolveiligheid Subsidieregeling voortgezet onderwijs Den Haag 2022, paragraaf 3.13 Subsidie schoolveiligheid (Wijziging subsidieregeling voortgezet onderwijs Den Haag 2022 (30 mei 2023) (RIS315636)) RAPPORT ZWART MANIFEST
19
de vorm van boetes. Hierop moet streng gehandhaafd worden. - De onderwijsinstellingen nemen actie om de meldingsbereidheid te vergroten bij leerlingen, opvoeders en onderwijsmedewerkers. - De antiracisme commissie moet nagaan of de geboden behandeling conform afspraak is en adequate oplossingen biedt. - De hulp is op maat zodat de melder aan het einde van het proces concreet geholpen is. - Het voorkomen van racisme en discriminatie en het stimuleren van de meldingsbereidheid van leerlingen moet onderdeel zijn van het beleid. - Een jaarlijks rapport, inclusief tevredenheidsonderzoek, is vereist. LTO en MTO aanpassen Dit punt valt onder de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen. T.3: Het leerlingtevredenheidsonderzoek (LTO) en het medewerkerstevredenheidsonderzoek (MTO) moeten onderwerpen opnemen die te maken hebben met veiligheid en uitsluitingsmechanismen. Rode lijst stagediscriminatie T.4: Er moet een rode lijst komen voor bedrijven die zich schuldig
Stagediscriminatie aanpakken komt als actiepunt terug in het gemeentelijke antidiscriminatiebeleid (2021) en in de HEA 20222026. De gemeente pakt dit thema in samenwerking met o.a.
‘Op weg naar een inclusieve samenleving’ (RIS307542) (2021) RAPPORT ZWART MANIFEST
20
maken aan discriminatie en uitsluiting tijdens de stage. - Deze rode lijst wordt bijgehouden door o.a. de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) en moet toegankelijk zijn voor onderwijsinstellingen, opvoeders en leerlingen. - Op grond van vastgestelde stagediscriminatie kan via de SBB de erkenning van een leerbedrijf voor de duur van 3 jaar worden ingetrokken. - Het leerbedrijf krijgt de erkenning terug wanneer aantoonbaar voor verandering wordt gezorgd én voor preventie van herhaling. - Meldingen van stage-discriminatie worden behandeld door een divers team van de SBB, met een sleutelrol voor experts en ervaringsdeskundigen uit Zwarte en andere gemarginaliseerde gemeenschappen. Diverse personeelsbestanden O.1: Personeelsbestanden van onderwijsinstellingen moeten een afspiegeling zijn van de gehele samenleving. Dit geldt voor schoolbesturen, schooldirecties, staf en andere onderwijsprofessionals.
onderwijsinstellingen, werkgevers en SBB aan in de Haagse Aanpak Gelijke Stagekansen, die ook een Manifest hebben ondertekend. Hoewel de mogelijkheid van een rode lijst of keurmerk wel is besproken in deze samenwerking komt dit (nog) niet concreet terug in de plannen of het handboek. Wel hebben alle partners in het Manifest algemeen afgesproken dat zij actief stagediscriminatie zullen tegengaan o.a. d.m.v. de stageovereenkomsten, het beleid op diversiteit en inclusie, een heldere meldingsprocedure en opvolging, goede begeleiding en een veilige setting voor studenten.
Haagse Educatieve Agenda 2022-2026 ‘Kiezen voor kansen’ (RIS311077), ambitie 4.B ‘Aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt verbeteren’ Haags Manifest Gelijke Stagekansen 20232027 Haagse aanpak Gelijke stagekansen: Een visueel handboek (2021) SBB Meldpunt Stagediscriminatie
Er is al een landelijk SBB Meldpunt Stagediscriminatie. Als stagediscriminatie aantoonbaar is op basis van onderzoek kan SBB de erkenning van een leerbedrijf intrekken. Er is geen inzicht in de teamsamenstelling van het meldpunt.
Geringe invloedssfeer gemeente; kwesties over de interne organisatie liggen voornamelijk bij de onderwijsinstellingen zelf. Het tekort aan onderwijsprofessionals, dat zowel in de HEA 20222026 (ambitie 1) als door respondenten wordt benoemd, is schrijnend in Den Haag. Met deze druk staat diverse representatie zoals beschreven in het Zwart Manifest niet op de agenda in bijvoorbeeld de HEA. De nadruk in de HEA ligt in eerste instantie
Haagse Educatieve Agenda 2022-2026 ‘Kiezen voor kansen’ (RIS311077), ambitie 1 ‘Voldoende, bevoegde en bekwame onderwijsprofessionals’ en ambitie 3.B. ‘Toekomstperspectief bieden aan jongeren in een kwetsbare positie’.
RAPPORT ZWART MANIFEST
21
op het opvangen van het lerarentekort, een dringend punt waar het aspect diversiteit niet in is meegenomen. In-, uit- en doorstroom registreren O.2: De in-, uit- en doorstroom van medewerkers en leerlingen moet geregistreerd worden. Het systematiseren van exitgesprekken moet zicht geven op wat nodig is om medewerkers en leerlingen binnen de instelling te houden en de uitstroom te verlagen.
In dit actiepunt worden instellingen verantwoordelijk gehouden om op instellingsniveau dit te registreren en exitgesprekken te voeren om zo uitval per instelling aan te pakken. In de HEA 2022-2026 (ambitie 3.B) wordt er over een bredere aanpak voor vroegtijdig schoolverlaters (vsv’ers) gesproken op basis van openbare data. Ook in de onderzoeksrapportage Gelijke onderwijskansen Den Haag 2022 wordt o.a. op-, af- en doorstroom naar opleidingsniveau en wijk onderzocht.
Trainingen O.3: Besturen van onderwijsinstellingen moeten investeren in trainingen door experts en ervaringsdeskundigen uit de Zwarte gemeenschap en gemeenschappen van kleur, in o.a. antiracisme, anti-vooroordelen en wit privilege. Hiervoor zijn opleidingsbudgetten noodzakelijk, evenals ruimte in het rooster en studiedagen.
Geringe invloedssfeer gemeente; kwesties over de interne organisatie liggen voornamelijk bij de onderwijsinstellingen zelf. De subsidieregeling voor schoolveiligheid zouden hier wel middelen voor kunnen bieden aan scholen (po en vo), aangezien subsidies worden verstrekt aan activiteiten en voorlichtingslessen die “professionals en leerlingen in scholen ondersteunen met het omgaan met actuele thema’s op het gebied van veiligheid in en om de school”, waaronder discriminatie ook is genoemd.
Investeren in veilige en inclusieve omgeving O.4: Onderwijsinstellingen moeten verantwoordelijkheid nemen voor en investeren in een veilige en inclusieve omgeving, waarin Zwarte leerlingen
Instellingen worden in dit actiepunt verantwoordelijk gehouden. De gemeente verstrekt subsidies om deze investeringen mogelijk te maken. Als scholen aan een aantal voorwaarden voldoen kunnen zij tevens het certificaat ‘Haagse Veilige School’ behalen. Verder ondersteunt de gemeente ook de ‘week van Respect’, waarin
Haagse Educatieve Agenda 2022-2026 ‘Kiezen voor kansen’ (RIS311077), ambitie 3.B. ‘Toekomstperspectief bieden aan jongeren in een kwetsbare positie’. Onderzoeksrapportage Gelijke onderwijskansen Den Haag 2022 (RIS315951)
Subsidieregeling primair onderwijs 2022 (RIS312227), paragraaf 3.14 Subsidie burgerschap, sociale cohesie en schoolveiligheid Subsidieregeling voortgezet onderwijs Den Haag 2022, paragraaf 3.13 Subsidie schoolveiligheid (Wijziging subsidieregeling voortgezet onderwijs Den Haag 2022 (30 mei 2023) (RIS315636)) Subsidieregeling primair onderwijs 2022 (RIS312227), paragraaf 3.14 Subsidie burgerschap, sociale cohesie en schoolveiligheid
RAPPORT ZWART MANIFEST
22
en onderwijsprofessionals zich kunnen ontwikkelen en een bijdrage kunnen leveren aan de Nederlandse samenleving.
scholen aandacht besteden aan het respectvol met elkaar omgaan en gelijke behandeling, door middel van activiteiten en gastlessen.
Antidiscriminatiebeleid Gemeente Den Haag: ‘Op weg naar een inclusieve samenleving’ (RIS307542) (2021)
Zie ‘Antidiscriminatie beleid B.3’ en ‘Inclusief integriteitsbeleid B.5’ in dit overzicht om te lezen hoe de gemeente hier ondersteuning in biedt.
Stereotypering en etnocentrisme tegengaan C.1: De onderwijsinstellingen zien er op toe dat er geen gebruik wordt gemaakt van lesmateriaal waarin stereotyperingen voorkomen of een eenzijdig eurocentrisch perspectief. Scholen stoppen de samenwerking met uitgevers wanneer deze niet aan de voorwaarden voldoen.
Het curriculum en lesaanbod is voornamelijk landelijk en bij de schoolbesturen van onderwijsinstellingen zelf belegd, niet bij de gemeente. Dit punt betreft specifiek een verantwoordelijkheid van onderwijsinstellingen. In de OCW-agenda tegen discriminatie en racisme staat dat het OCW in gesprek is met uitgeverijen en onderzoekers welke onderzoeken en activiteiten nodig zijn om stereotypering in lesmateriaal te voorkomen.
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Agenda tegen discriminatie en racisme (2022-2026).
Inclusief lesmateriaal C.2: Lesmateriaal moet inclusief zijn en bevat dus voorbeelden, verhalen en perspectieven waarin ook Zwarte leerlingen zich kunnen herkennen. - Eurocentrisme moet worden vermeden. - De tien tijdvakken en hun kenmerkende aspecten die gehanteerd worden in geschiedenislessen, moeten worden aangepast. - Lesmateriaal mag geen koloniale taal bevatten en geen discriminatie of racisme (re)produceren.
Het curriculum en lesaanbod is voornamelijk landelijk en bij de schoolbesturen van onderwijsinstellingen zelf belegd, niet bij de gemeente. Zie de OCW-agenda tegen discriminatie en racisme voor wat het ministerie van OCW wil doen omtrent een inclusief lesaanbod. Hierin staat o.a. dat SLO de opdracht heeft gekregen om de kerndoelen en eindtermen van het lesmateriaal bij te stellen. Hierin wordt ook bezien in hoeverre het tegengaan van discriminatie en racisme, kennis over het koloniaal verleden en de migratiegeschiedenis voldoende verankerd zijn in het curriculum. Zie ook het beleid bij actiepunt C.1.
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Agenda tegen discriminatie en racisme (2022-2026).
RAPPORT ZWART MANIFEST
23
Mensenrechten in het lesaanbod C.3: Mensenrechten moeten vanuit verschillende perspectieven belicht en onderwezen worden. - Er moet ook aandacht zijn voor mensenrechtenschendingen binnen het Koninkrijk. - Er moet ook aandacht zijn voor de maatschappelijke thema’s die activisten aankaarten. - In de lessen moet o.a. aan de orde komen: rapporten van het College voor de Rechten van de Mens; bevindingen van de Ombudsman (inclusief de Ombudsman van Curaçao en die van andere gebieden binnen het Koninkrijk); feiten die activisten belichten.
Het curriculum en lesaanbod is voornamelijk landelijk en bij de schoolbesturen van onderwijsinstellingen zelf belegd, niet bij de gemeente. Zie de OCW-agenda tegen discriminatie en racisme voor wat het ministerie van OCW wil doen omtrent een inclusief lesaanbod, waar burgerschapsonderwijs ook onder valt.
Slavernijverleden in het curriculum C.4: Het slavernijverleden en hoe dat doorwerkt, het kolonialisme, het migratieverleden, wit privilege en de indeling van het Nederlands Koninkrijk moeten een structurele plek krijgen in het curriculum.
De gemeente kan vanuit haar rol geen structurele veranderingen laten plaatsvinden in het curriculum, dit is voornamelijk landelijk en bij de schoolbesturen van onderwijsinstellingen zelf belegd (zie beleid bij actiepunt C.2). De gemeente kan wel een aanvullende rol vervullen wat betreft het lesaanbod over slavernijverleden. De gemeente heeft de opdracht gegeven aan Centrum 16•22 om lesmateriaal in het kader van het koloniaal slavernijverleden te ontwikkelen om te verspreiden op scholen. In 2023 zijn er pilots gestart met het lesaanbod.
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Agenda tegen discriminatie en racisme (2022-2026).
RAPPORT ZWART MANIFEST
24
Kennis over het Koninkrijk C.5: Om racisme en uitsluiting tegen te gaan, moeten leerlingen kennis hebben van o.a. de verschillende plaatsen, talen, vlaggen, nationale symbolen en culturen binnen het Koninkrijk. - Leerlingen moeten kennis nemen van het ‘Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden’ en leren hoe slavernij en ongelijkheid doorwerken als structuren binnen het Koninkrijk. - Onderwijsinstellingen organiseren excursies naar musea en andere culturele instellingen met exposities over en activiteiten van Zwarte en andere ‘niet-westerse’ culturen, beschavingen en tradities. - Onderwijsinstellingen bieden in hun programma ook activiteiten aan die betrekking hebben op racisme en discriminatie. - De onderwerpen racisme en discriminatie moeten een verplicht onderdeel zijn in het curriculum van onderwijsinstellingen. In alle klassen van het Primair Onderwijs kan deze stof op een kindvriendelijke manier worden behandeld. - Stimuleer leerlingen om zich op een creatieve manier met deze onderwerpen bezig te houden bij
Het curriculum en lesaanbod is voornamelijk landelijk en bij de schoolbesturen van onderwijsinstellingen zelf belegd, niet bij de gemeente. Zie de OCW-agenda tegen discriminatie en racisme voor wat het ministerie van OCW wil doen omtrent een inclusief lesaanbod en burgerschapsonderwijs.
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Agenda tegen discriminatie en racisme (2022-2026).
RAPPORT ZWART MANIFEST
25
vakken als muziek, drama, taal en beeldende vorming. - Behandel het construct ‘ras’ als de basis voor het construct ‘racisme’. - Onderwijsinstellingen bieden culturele activiteiten aan waarbij kinderen in aanraking komen met andere dan alleen ‘westerse’ culturen en tradities. Dit laat leerlingen en studenten voorbij de stereotyperingen en beeldvorming kennismaken met hoe mensen samenleven in niet-westerse landen. Daarnaast draagt dit bij aan o.a. (wereld)burgerschap, wereldoriëntatie, identiteitsvorming en vaardigheden die passen bij de tijd waarin we leven. Curriculum lerarenopleidingen C.6: Het curriculum van pedagogische academies en lerarenopleidingen moet lesstof bevatten over inclusie, intersectionaliteit, wit privilege en anti-vooroordelen.
Dit is landelijk belegd. In de OCW-agenda tegen discriminatie en racisme staat dat het ministerie van OCW met de lerarenopleidingen kijkt welke mogelijkheden er zijn om verder aan de slag te gaan met het thema discriminatie en racisme en hoe OCW hen daarbij kan ondersteunen.
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Agenda tegen discriminatie en racisme (2022-2026).
Representatie in (kinder)boeken en materiaal C.7: Maak vanaf de kleuterklas gebruik van boeken en materiaal waarin alle kinderen zich kunnen
Dit is belegd bij ministerie OCW, zie beleid bij punt C.1. Deze landelijke plannen gaan met name over stereotypering in lesmateriaal voorkomen bij het po, vo en mbo.
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Agenda tegen discriminatie en racisme (2022-2026).
RAPPORT ZWART MANIFEST
26
herkennen, bijvoorbeeld poppen en video’s waarin personages van alle kleuren, typen en maten worden vertoond. Inclusief curriculum en onderwijsmethoden praktijken beroepsopleidingen C.8: Het curriculum en de onderwijsmethoden bij praktijk- en beroepsopleidingen moeten inclusief zijn. Denk bijvoorbeeld aan ‘nietwesterse’ recepten op de koksschool, ‘niet-westerse’ kapsels op de kappersopleiding en andere huidskleuren dan alleen roze/wit op scholen voor grime en make-up.
Het curriculum en lesaanbod is voornamelijk landelijk en bij de schoolbesturen van onderwijsinstellingen zelf belegd, niet bij de gemeente. Zie de OCW-agenda tegen discriminatie en racisme voor wat het ministerie van OCW wil doen omtrent een inclusief lesaanbod.
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Agenda tegen discriminatie en racisme (2022-2026).
Aanbod over ‘ras’ en racisme op universiteiten C.9: Nederlandse universiteiten moeten vakken en studierichtingen opnemen in het aanbod over racisme, ‘ras’ en de geschiedenis ervan in Nederland. Dit zijn bij uitstek de onderwijsinstellingen waar we leren over onszelf en onze verhouding tot elkaar door de tijd heen. Door deze belangrijke stof te behandelen, kan er ruimte komen om respectvol en geïnformeerd over ‘ras’, racisme en gerelateerde thema’s te praten met elkaar. Het
Het curriculum en lesaanbod is voornamelijk landelijk en bij de schoolbesturen van onderwijsinstellingen zelf belegd, niet bij de gemeente. Zie de OCW-agenda tegen discriminatie en racisme voor wat het ministerie van OCW wil doen omtrent een inclusief lesaanbod.
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Agenda tegen discriminatie en racisme (2022-2026).
RAPPORT ZWART MANIFEST
27
aanbieden van een breder curriculum op universiteiten over (de geschiedenis van) racisme en ‘ras’ om de kenniskloof te verkleinen, is daarom van groot belang. Studieprogramma’s over AfroNederlandse geschiedenis en koloniaal en slavernijverleden C.10: Onderwijsinstellingen moeten studieprogramma’s aanbieden die de Afro-Nederlandse geschiedenis behandelen, het trans-Atlantische slavernijverleden en de Nederlandse koloniale geschiedenis. Deze specialisaties moeten ook voor Bachelors, Masters en postdoctorale studenten gecreëerd worden.
Dit actiepunt gaat over een verantwoordelijkheid van onderwijsinstellingen, niet de gemeente.
Hiaten domein Educatie Welke hiaten zijn er binnen deze vraagstelling?
Uit de bovenstaande inventarisatie en vergelijkende analyse blijken met name de volgende hiaten: •
Geringe invloed op het onderwijs. De invloed van de gemeente op het onderwijsbeleid is beperkt vanwege de onderwijsvrijheid die wettelijk is bepaald. Dit geldt vooral voor de punten uit het Zwart Manifest m.b.t. het curricula en de interne organisatie van de onderwijsinstellingen. De gemeente mag de onderwijsvrijheid niet schenden. De gemeente kan alleen samenwerkingsafspraken maken met onderwijsinstellingen, welke vastgesteld zijn in de Haagse Educatieve Agenda (HEA). Hierin is de rol van de gemeente met name die van ondersteuner d.m.v. subsidieregelingen. RAPPORT ZWART MANIFEST
28
•
Lerarentekort. Uit het Gelijke Onderwijskansen in Den Haag onderzoek blijkt dat de regio Haaglanden extra sterk kampt met lerarentekorten. Tegelijkertijd is het ook zo dat het lerarentekort samenhangt met ongelijkheid: zo blijkt uit het onderzoek dat de werkdruk hoger is op scholen met veel leerlingen met laagopgeleide ouders en/of relatief veel leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond. De problematiek rondom het lerarentekort is verbonden aan de algemene problematiek die in het Zwart Manifest wordt aangekaart. In de gesprekken wordt gesteld dat het lerarentekort bepalend kan zijn voor in hoeverre scholen zich (kunnen) richten op de onderwerpen die in het Zwart Manifest worden uitgezet: “Als schoolleider ben je nu vooral bezig met brandjes blussen en ervoor te zorgen dat de klassen bemand zijn en dan zouden ze ook nog bij de gemeente subsidies moeten aanvragen. Op dit moment is het belangrijkst dat er een leraar voor de klas staat. Als dat allemaal is geregeld, dan ga je naar de rest kijken.” In deze context is het volgens respondenten lastiger om bijvoorbeeld punt O.1 van het Zwart Manifest te vervullen, waarin wordt gepleit voor een onderwijspersoneelsbestand dat een afspiegeling is van de samenleving (“Waar haal je in eerste instantie het personeel vandaan en vervolgens ook nog een afspiegeling van de maatschappij?”).
Het actiepunt rondom een diverser personeelsbestand kan op deze wijze als hindernis worden ervaren in het oplossen van de problematiek rondom het lerarentekort. In de HEA 2022-2026 (ambitie 1) zijn er al meerdere concrete acties uitgezet om het lerarentekort aan te pakken.
•
Specifiek beleid tegen anti-zwart racisme. Uit de data blijkt dat er weinig beleid is dat zich specifiek en expliciet richt op de Zwarte gemeenschap en het bestrijden van anti-zwart racisme in het onderwijs, ondanks dat uit Het Haagse Hogeschool onderzoek naar stagediscriminatie blijkt dat specifiek islamofobie en anti-zwart racisme een grote rol spelen in de regio Den Haag. De gemeente zet wel in op bewustwording rondom het (Haags) koloniaal- en slavernijverleden middels een cultureel educatief aanbod op scholen.
•
Problemen rondom centraal aanmeldbeleid. Respondenten hebben signalen ontvangen dat het centrale aanmeldbeleid van de gemeente wegens informaliteiten rondom het aanmeldsysteem niet volledig werkt zoals gewenst. Er is nog een bepaalde mate van ongelijke toegang tot het systeem. Dit wordt volgens respondenten deels bepaald door discriminatie ‘aan de voorkant’ (bijv. adjunctdirecteuren die tijdens een rondleiding informeel tegen ouders zeggen dat er geen ruimte is op een school terwijl er wel degelijk ruimte is) en door kennisasymmetrie (bijv. ouders die de Nederlandse taal minder goed begrijpen kunnen dit soort uitspraken niet gemakkelijk controleren via het centrale aanmeldsysteem).
•
Vrijwillige ouderbijdrage. N.a.v. de landelijke wetswijziging m.b.t. de vrijwillige ouderbijdrage (leerlingen mogen niet meer uitgesloten worden op basis van de bijdrage) is het sinds 2021 niet meer mogelijk om via de Ooievaarspas de ouderbijdrage vergoed te krijgen. Daardoor zijn er een aantal problemen ontstaan, waaronder scholen die geen schoolreisjes en buitenschoolse activiteiten meer RAPPORT ZWART MANIFEST
29
organiseren; grotere verschillen tussen scholen; en ouders die vooralsnog facturen ontvangen (zie RIS314246). Dit wordt nu door de gemeente tijdelijk opgelost door een verhoogd subsidieplafond voor scholen vanuit een noodfonds, maar volgens respondenten is dit niet genoeg om de problematiek op te vangen. In G4-verband wordt er ook een standpunt geformuleerd over deze kwestie richting het ministerie (bijv. afschaffen of plafond instellen voor de bijdrage) om bij te dragen aan een langetermijnoplossing. •
Lage opkomst m.b.t. thema stagediscriminatie. Matchpunt070 (nu Stagebureau Den Haag) had een bewustwordingsactiviteit georganiseerd met een interactieve VR-beleving over (stage)discriminatie. Volgens respondenten waren alle stagebegeleiders binnen de gemeente uitgenodigd (honderden), maar de opkomst was opmerkelijk laag (2). Dit wijst er op dat er binnen de gemeente nog een lage opkomst is m.b.t. het thema stagediscriminatie.
•
Samenhang afdelingen. De gemeentelijke projectleider van dit onderzoek geeft in de gespreksverslagen aan dat tijdens de gesprekken voor dit onderzoek bleek dat binnen de gemeente medewerkers vanuit verschillende afdelingen zich bezig houden met het onderwerp arbeidsmarkt- en stagediscriminatie. Er wordt vanuit verschillende invalshoeken aan hetzelfde thema gewerkt en men is niet altijd bekend met de opdracht vanuit andere diensten of afdelingen. Om die reden heeft de projectleider het initiatief genomen om de verbinding te leggen en/of opnieuw aan te halen tussen de diverse afdelingen, om zo de samenwerking te bevorderen. Zo zijn er focusgroepen tot stand gekomen die regelmatig overleg met elkaar hebben om het nodige rondom de thema’s arbeidsmarkt- en stagediscriminatie met elkaar te bespreken.
RAPPORT ZWART MANIFEST
30
Conclusie domein Educatie Veel van de actiepunten in het Zwart Manifest vallen voornamelijk binnen het mandaat van het Rijk en de onderwijsinstellingen zelf. De invloed van de gemeente op het onderwijsbeleid is aanzienlijk beperkt vanwege de onderwijsvrijheid die wettelijk is bepaald. Dit geldt vooral voor de punten uit het Zwart Manifest m.b.t. het curricula en de interne organisatie van de onderwijsinstellingen. Respondenten benadrukken dat de gemeente niet wil en niet mag raken aan de onderwijsvrijheid. De gemeente kan wel een aanjagende, stimulerende en ondersteunende rol vervullen om belangrijke thema’s op de agenda trachten te krijgen, met de samenwerkingsafspraken die zijn vastgesteld in de Haagse Educatieve Agenda (HEA) en door het beschikbaar stellen van subsidieregelingen. Met de huidige subsidieregelingen zijn veel van de actiepunten die in het Zwart Manifest worden genoemd in principe te vervullen, maar om deze echt aan te laten sluiten bij de specifieke actiepunten moeten onderwijsinstellingen in de uitvoering zelf initiatief nemen door deze subsidieregelingen ook op dergelijke wijze in te vullen. Het Zwart Manifest en het gemeentelijk beleid / de HEA hebben in veel opzichten vergelijkbare beoogde doelen, maar werken vaak vanuit andere kaders.
Waar het Zwart Manifest spreekt van het bestrijden van (institutioneel) racisme in het onderwijs (als doorwerking van het slavernijverleden, kolonialisme, wit privilege en het migratieverleden), gaat het in het beleid voornamelijk algemener over schoolveiligheid en kansengelijkheid. Het Zwart Manifest richt zich tevens specifiek en expliciet op de Zwarte gemeenschap en het bestrijden van anti-zwart racisme. Zo specifiek is het gemeentelijk beleid en de HEA niet, ondanks dat uit Het Haagse Hogeschool onderzoek naar stagediscriminatie blijkt dat specifiek islamofobie en anti-zwart racisme wel een grote rol spelen in de regio Den Haag. De gemeente zet wel in op bewustwording rondom het (Haags) koloniaal- en slavernijverleden middels het verspreiden van een cultureel educatief aanbod op scholen. Het Zwart Manifest richt zich ook op het diversifiëren van het onderwijspersoneelsbestand naar een afspiegeling van de samenleving. Naast dat de gemeente maar beperkt invloed kan uitoefenen op de organisatie van scholen, kan dit punt volgens respondenten als extra struikelblok worden ervaren in het oplossen van de problematiek rondom het lerarentekort. Ondanks de samenhang van het lerarentekort met ongelijkheid, wordt inzetten op D&I hier als extra last of als taak ervaren, waar scholen in de huidige omstandigheden niet aan toe komen, volgens respondenten.