RIS313870 Bijlage
Tekst van het document
In de afgelopen twee jaar is er op een aantal dossiers de nodige voortgang geboekt op het gebied van bedrijfshuisvesting en vernieuwing en verduurzaming van bedrijventerreinen. The New Farm/De Schilde is daar een van.
Uitbesteding aan marktpartijen in de plaats van deelname in de verbonden partij is niet opportuun. Zoals hiervoor aangegeven, blijkt het samenspel tussen de gemeente als aandeelhouder/vennoot/ samenwerkingspartner Fonds voor Ruimte en Economie en de directie, een duurzame en vruchtbare samenwerking voor de stad Den Haag. Starterspanden Den Haag levert een belangrijke bijdrage aan de realisatie van de gemeentelijke beleidskaders op het terrein van kleinschalige bedrijfsruimte, en met name op het gebied van duurzaamheid en innovatie met maatschappelijke meerwaarde. Deze vraag blijft ook in de toekomst bestaan en wordt Starterspanden Den Haag in voorzien.
5. In hoeverre zijn er andere publiekrechtelijke instrumenten inzetbaar? Het samenspel – tussen de gemeente als aandeelhouder/ vennoot, samenwerkingspartner/mede aandeelhouder/ vennoot Fonds FRED en de directie van beherend vennoot Starterspanden Den Haag – blijkt een duurzame en vruchtbare samenwerking voor de stad Den Haag. Bezien wordt dan ook hoe de bewezen meerwaarde van het concept zoals toegepast door Starterspanden Den Haag op het gebouw – en deze samenwerking met medeaandeelhouder Fonds voor Ruimte en Economie – ook in de toekomst het beste ten dienste kan komen aan de wijken en aan de stad. Een effectief scenario daartoe is een mogelijke uitbreiding van het succesvolle concept naar andere geschikte gebouwen en een verbreding van de pandenportefeuille van Starterspanden Den Haag. Deze mogelijkheden voor de langere termijn worden nader verkend en onderzocht. De uitkomsten hiervan zullen dan ook worden gedeeld met de raadscommissie Ruimte. Inzet van een publiekrechtelijk instrument in de plaats van deelname door de gemeente in de verbonden partij Starterspanden Den Haag is gezien het hiervoor genoemde niet opportuun of wenselijk.
58
7. Lenen de taken zich voor vormgeving in deelname Starterspanden Den Haag B.V./C.V.? Om het ondernemings- en aansprakelijkheidsrisico zo veel mogelijk te beperken, kiezen publieke en private partijen regelmatig voor een C.V. met een B.V. als beherend vennoot. Laatstgenoemde mag de C.V. vertegenwoordigen. Dit is ook hier het geval. Voordeel van de vorm van CV is ook dat de publiek-private samenwerking in een aparte private rechtspersoon naar derden toe als herkenbare, zelfstandige organisatie kan optreden. De structuur van de C.V. is inzichtelijk en de aansprakelijkheden van beide partijen zijn duidelijk gedefinieerd. Als nadeel kan worden gezien dat niet alle financiële stukken van de B.V./C.V. vanzelfsprekend openbaar zijn. Bijvoorbeeld in het geval dat dit de financiële positie van derden of van de gemeente als aandeelhouder/vennoot zou kunnen beschadigen en dit niet opweegt tegen het belang van openbaarmaking. Echter, ook in geval van geheimhouding zijn deze stukken door de Raad (besloten) in te zien. In geval van eventuele uitbreiding naar andere geschikte gebouwen, wordt een nieuwe belangenafweging gemaakt waarbij de voor- en nadelen van de B.V./C.V. constructie opnieuw worden afgewogen tegen gemeentelijk beleid.
8. In hoeverre bieden de gemeentelijke bevoegdheden (bij het deelnemen aan Starterspanden Den Haag B.V./C.V.) waarborgen in het beschermen van het publiek belang? In goede samenspraak met samenwerkingspartner Fonds voor Ruimte en Economie stuurt de gemeente als aandeelhouder en als vennoot van Starterspanden Den Haag B.V./C.V. actief op het bereiken van de doelstellingen. Daarnaast houdt de gemeente grip door middel van subsidievoorwaarden die gelden voor belangrijke aanpassingen aan het gebouw (RIS309451). Hiernaast stuurt de gemeente als aandeelhouder actief op de belangrijke financiële producten zoals de begroting, de jaarrekening en het meerjarenplan. Dat gebeurt door mee te beslissen als vennoot en als aandeelhouder binnen de Algemene vergadering van Aandeelhouders en de vergadering van de Raad van Vennoten.
Evaluatie Verbonden Partijen 2022 – ‘Sturing werkt’
≡◄►
Evaluatie per Verbonden Partij – Starterspanden Den Haag B.V./C.V.
9. Staan de (financiële) risico’s t.a.v. Starterspanden Den Haag B.V./C.V. (nog steeds) in redelijke verhouding tot de te dienen publieke belangen? Ja. De bedrijfsvoering die Starterspanden Den Haag hanteert ter uitvoering van haar taken doelstellingen, leidt de aan komende jaren tot een positieve exploitatie van het gebouw De Schilde/The New Farm. Door de positieve ontwikkeling in het pand is er veel vraag van bedrijven die zich in De Schilde/ The New Farm willen vestigen. Ook stijgen de huuropbrengsten door de ingroei huren die in de langlopende huurcontracten zijn overeengekomen. Door de hogere huuropbrengsten is tevens een verdere waardestijging van het pand te verwachten. Hiernaast zijn er tevens voldoende middelen beschikbaar ten behoeve van belangrijke aanpassingen aan het gebouw. Belangrijkste mogelijke financiële risico’s daarbij zijn prijsstijgingen van bouwmaterialen als gevolg van de hoge inflatie op dit moment. Echter worden deze opgevangen binnen de begroting van Starterspanden Den Haag. Mogelijke financiële risico’s voor de gemeente Den Haag liggen daarom niet in de lijn der verwachtingen.
Conclusie In hoeverre heeft het deelnemen van gemeente Den Haag in Starterspanden Den Haag B.V./C.V. bijgedragen aan en kan het de komende jaren bijdragen aan de borging van het (Haagse) publieke belang? Starterspanden Den Haag B.V./C.V. bewijst op een strategische wijze te voorzien in de toenemende behoefte aan huisvesting en het faciliteren van duurzame en innovatieve ondernemers met maatschappelijke impact in Den Haag. Starterspanden levert daarmee een belangrijke bijdrage aan de realisatie van de gemeentelijke beleidskaders op het gebied van kleinschalige bedrijfsruimte en op een wijze waarop de omliggende wijken daarvan positief profiteren. Door middel van de uitvoering van het meerjarenplan 2022-2026 wordt deze lijn voortgezet en wordt de volledige potentie van het gebouw De Schilde/The New Farm benut. Het samenspel tussen de gemeente als aandeelhouder/ vennoot/samenwerkingspartner Fonds voor Ruimte en Economie en de directie blijkt een duurzame en vruchtbare samenwerking voor de stad Den Haag. Het ligt daarom voor de hand om ook de aankomende vier jaren als gemeente deel te blijven nemen in Starterspanden Den Haag.
10. Wat zijn de eventuele uittredingsmogelijk heden uit Starterspanden Den Haag B.V./C.V.? Op basis van de statutenbepalingen van Starterspanden Den Haag B.V./C.V. zijn er (technisch gezien) uittredingsmogelijkheden. Uittreding is, gezien bij voorgaande vragen uiteengezet, niet wenselijk of opportuun om in gang te zetten. Indien hiervan in de toekomst wel sprake van zou zijn dan worden de uittredingsmogelijkheden, de juridische, fiscale en de financiële implicaties daarvan vooraf onderzocht.
59
Evaluatie Verbonden Partijen 2022 – ‘Sturing werkt’
≡◄►
Evaluatie per Verbonden Partij
13
Wijkontwikkelings maatschappij StationsbuurtOude Centrum B.V./C.V.
2. Welke waarde heeft WOM StationsbuurtOude Centrum in de afgelopen 4 jaren kunnen toevoegen aan het Haags publiek belang? Sinds de oprichting van de WOM SOC zijn meer dan 300 eenheden herontwikkeld/gerenoveerd en is een positieve bijdrage geleverd aan de leefbaarheid in de wijken Stationsbuurt en Oude Centrum.
3. In hoeverre is er sprake van een publiek belang? De WOM SOC had als taak het herontwikkelen en renoveren van panden, met als doel de leefbaarheid in de wijken te vergroten en daarmee gunstige gevolg te creëren ten behoeve van investeringen van marktpartijen.
4. In hoeverre is dit een publiek belang op de schaal van Den Haag?
1. Beknopte beschrijving WOM StationsbuurtOude Centrum Doel: De uitvoering van het herstructureringsplan voor de Stationsbuurt-Oude Centrum (RIS144660) uit 2007 en het geactualiseerde beleid conform de commissiebrief ‘Evaluatie Wijkontwikkelings-maatschappij Stationsbuurt-Oude Centrum BV/CV’ (RIS 295106). Openbaar belang: Bevorderen van de stedelijke herstructurering in het gebied Stationsbuurt-Oude Centrum. Wat en waarom: De Wijkontwikkelingsmaatschappij Stationsbuurt-Oude Centrum B.V./C.V. (afgekort: WOM SOC) werd in 2008 opgericht ter uitvoering van het ontwikkelkader voor de Stationsbuurt-Oude Centrum (RIS 144660) dat is vastgesteld in 2007. Het betrof een samenwerkingsverband tussen de gemeente en Staedion, waarbij het ingebrachte vastgoed, dat verspreid ligt in het Oude Centrum en de Stationsbuurt werd herontwikkeld. De gemeente had als doel om o.a. de leefbaarheid in de wijken Stationsbuurt en Oude Centrum te vergroten en om daarmee gunstige gevolg te creëren ten behoeve van investeringen van marktpartijen. De gemeente was voor 49,5% aandeelhouder in de beherende WOM SOC B.V. Daarnaast waren Stichting Staedion (50%) en Staedion Vastgoedholding B.V. (0,5%) aandeelhouder in deze B.V. De zeggenschap in de C.V. was als volgt verdeeld: gemeente (43%), Staedion (47%) en WOM SOC B.V. (10%).
Bij besluit van 7 december 2021 (RIS310840) heeft het college van B&W ingestemd met de uittreding van de gemeente uit de WOM SOC en met de liquidatie van de verbonden partij. De WOM SOC was succesvol tegemoetgekomen aan de doelstelling waarvoor zij in 2008 was opgericht. Deelname door de gemeente in haar B.V. en C.V. was daarom niet langer benodigd en ook niet effectief. Staedion, die het grootste aandeel kapitaalbelang en panden bezat, trad in goede samenspraak en in gezamenlijkheid met de gemeente formeel uit de verbonden partij.
60
De WOM droeg bij aan de uitvoering van het ontwikkelkader voor de Stationsbuurt-Oude Centrum (RIS144660) dat is vastgesteld in 2007 en had als werkgebied de Stationsbuurt-Oude Centrum in Den Haag.
5. In hoeverre zijn er andere publiekrechtelijke instrumenten inzetbaar? Bij afdoening van de motie ‘Laat Stationsbuurt en Oude Centrum niet alleen’ van raadslid Bos is aangegeven, dat de gemeente samen met bewoners en ondernemer regie houdt op het vastgoed in de wijk daar waar zij kan (RIS311156). Het college hanteert hiervoor – uiteraard naast haar basistaken en bevoegdheden als bijvoorbeeld handhavende overheid – de volgende handelswijze en instrumenten specifiek ten behoeve van het voormalige werkgebied van de WOM SOC: bestaande overleg- en signaalfuncties met bewoners en ondernemers worden niet alleen in stand gehouden en gefaciliteerd waar nodig; de overleggen met de buurt worden vanaf januari 2022 inhoudelijk nu tevens verbreed. De gemeente pakt besproken zaken ook integraal en proactief op. Afgesproken is dat de wijk signalen afgeeft en deze vervolgens worden geagendeerd in het zogenaamde ontwikkeloverleg. De gebiedsregisseur DSO van de gemeente is hier het aanspreekpunt. Dit overleg vindt zoveel mogelijk plaats als noodzakelijk wordt geacht door de wijk, waarbij de gemeente zorgt dat de benodigde vakafdelingen zijn vertegenwoordigd op basis van de actuele vraagstukken.
Daarnaast worden de overleggen verrijkt met de expertise en de slagkracht van een extra vertegenwoordiger van de gemeente en vanuit haar nieuwe verantwoordelijkheid als beheerder van de strategisch gekozen panden die de gemeente heeft uitgenomen uit de WOM SOC. Staedion blijft als constructieve samenwerkingspartner met en vertegenwoordiger in de buurt deelnemen aan de bestaande overleggen met de wijk.
Evaluatie Verbonden Partijen 2022 – ‘Sturing werkt’
≡◄►
Evaluatie per Verbonden Partij – WOM Stationsbuurt-Oude Centrum B.V./C.V.
Met de panden die de gemeente uit de WOM SOC heeft genomen zal de gemeente daar waar nodig blijven sturen op het gebied van o.a. veiligheid, leefbaarheid en ondermijning in het voormalige werkgebied van de WOM SOC. Dit geldt tevens voor Staedion, voor wat betreft de panden die door Staedion zijn uitgenomen. Waar nodig zullen probleemgevallen aan panden worden aangepakt. Waar nodig wordt proactief en integraal bezien of strategische verwerving – en vervolgens beheer en/of ontwikkeling – van vastgoed mogelijk en op zijn plek is. Hierbij wordt nadrukkelijk de verbinding gezocht met de nota Grondbeleid en met de inzet van actief grondbeleid als instrument.
6. In hoeverre is het mogelijk deze taak uit te besteden? Uitbesteding van de samenwerking met bewoners en ondernemers en regie op vastgoed past niet binnen de geest van de aangenomen motie ‘Laat Stationsbuurt en Oude Centrum niet alleen’ van raadslid Bos en is daarom ook niet logisch of wenselijk.
7. Lenen de taken zich voor vormgeving in deelname WOM Stationsbuurt-Oude Centrum? Om het ondernemings- en aansprakelijkheidsrisico zo veel mogelijk te beperken, kiezen publieke en private partijen regelmatig voor een C.V. met een B.V. als beherend vennoot. Laatstgenoemde mag de C.V. vertegenwoordigen. Dit was ook hier het geval. Voordeel van de vorm van CV is ook dat de publiek- private samenwerking in een aparte private rechtspersoon naar derden toe als herkenbare, zelfstandige organisatie kan optreden. De structuur van de C.V. is inzichtelijk en de aansprakelijk heden van beide partijen zijn duidelijk gedefinieerd. Als nadeel kan worden gezien dat niet alle stukken van de B.V./C.V. vanzelfsprekend openbaar zijn. Bijvoorbeeld in het geval dat dit de financiële positie van derden of van de gemeente als aandeelhouder/vennoot zou kunnen beschadigen en dit niet opweegt tegen het belang van openbaarmaking. Echter, ook in geval van geheimhouding zijn deze stukken door de Raad (besloten) in te zien. Bij besluit van 7 december 2021 (RIS310840) heeft het college van B&W ingestemd met de uittreding van de gemeente uit de WOM SOC B.V./C.V. en met de liquidatie van de B.V./C.V.
61
8. In hoeverre bieden de gemeentelijke bevoegdheden (bij het deelnemen aan WOM Stationsbuurt-Oude Centrum) waarborgen in het beschermen van het publiek belang? De gemeente stuurde in haar rol als aandeelhouder en als vennoot van de WOM SOC B.V./C.V. op het bereiken van de doelstellingen. Hiernaast stuurde de gemeente als aandeelhouder en als vennoot op de belangrijke financiële producten zoals de begroting en de jaarrekening. Dat gebeurde door mee te beslissen als vennoot en als aandeelhouder binnen de Vergadering van Aandeelhouders en de vergadering van de Raad van Vennoten.
9. Staan de (financiële) risico’s t.a.v. WOM Stationsbuurt-Oude Centrum (nog steeds) in redelijke verhouding tot de te dienen publieke belangen? De risico’s stonden gedurende de deelname in redelijke verhouding. De gemeente hield voldoende grip en sturingsmogelijkheden op de financiën en de inhoudelijke ambities van de WOM SOC. De WOM SOC was ook een financiële stabiele en gezonde entiteit.
10. Wat zijn de eventuele uittredings mogelijkheden uit WOM StationsbuurtOude Centrum? Uittreding door de gemeente is geschied conform de daarvoor geldende statutaire bepalingen en in goede samenwerking en samenspraak met samenwerkingspartner Staedion en met de directie van de WOM SOC B.V.
Conclusie In hoeverre heeft het deelnemen van gemeente Den Haag in WOM Stationsbuurt-Oude Centrum bijgedragen aan en kan het de komende jaren bijdragen aan de borging van het (Haagse) publieke belang? Bij besluit van 7 december 2021 (RIS310840) heeft het college van B&W ingestemd met de uittreding van de gemeente uit de WOM SOC B.V./C.V. en met de liquidatie van de verbonden partij. Het voornemen tot het besluit is kenbaar gemaakt bij brief van 16 juli 2021 (RIS309461).
Evaluatie Verbonden Partijen 2022 – ‘Sturing werkt’
≡◄►
Evaluatie Verbonden Partijen
14
Bedrijvenschap Harnaschpolder
Harnaschpolder is een verliesgevende grondexploitatie, die vooralsnog gefinancierd wordt met leningen van de BNG. Bij de toekomstige liquidatie komt het naar verwachting negatieve eindsaldo voor rekening van de deelnemende gemeenten naar rato van hun belang, zijnde Den Haag 85% en Midden-Delfland 15%. De exploitatie laat de laatste jaren wel een positieve trend zien en heeft vooralsnog een looptijd tot halverwege 2024.
2. Welke waarde heeft Harnaschpolder in de afgelopen 4 jaren kunnen toevoegen aan het Haags publiek belang?
1. Beknopte beschrijving Bedrijvenschap Harnaschpolder Doel: Het ontwikkelen van ruim 82 ha. bruto bedrijventerrein voor standaard en hoogwaardige bedrijven (inclusief infrastructuur, water en groen). Harnaschpolder vervult een belangrijke functie voor Haagse bedrijven die hun activiteiten willen uitbreiden en dat niet kunnen op hun huidige locatie of die zijn gevestigd op (binnen)stedelijke bedrijventerreinen die worden geherstructureerd of getransformeerd. De hoofdactiviteiten om dit te realiseren bestaan uit de verwerving van gronden, het bouw- en woonrijp maken hiervan en de uitgifte van deze gronden aan bedrijven. Openbaar belang: Versterking van de economie en het creëren van werkgelegenheid door de ontwikkeling en exploitatie van bedrijventerreinen. Wat en waarom: De gemeenschappelijke regeling (GR) is specifiek opgericht voor de ontwikkeling van Harnaschpolder. Den Haag had veel gronden in bezit genomen met name ten behoeve van de herontwikkeling van de Binckhorst, Delft idem ten aanzien van de Schieoevers. In combinatie met de enorme behoefte aan bedrijventerrein hebben Den Haag en Delft deze gronden in 2004 ingebracht in een GR, waarbij ook de grondgebied gemeente Midden-Delftland deelnemer in deze verbonden partij is geworden.
Als gevolg van de kredietcrisis stagneerde de ontwikkeling echter en is in 2013 besloten de doelen en financiële uitgangspunten, waaronder de risicoverdeling, te herzien. Hierbij heeft een herpositionering van het terrein plaatsgevonden en is naast het aanbod van hoogwaardige kavels een deel van het gebied geschikt gemaakt voor de sectoren transport en logistiek. Daarbij heeft Den Haag in 2013 afstand gedaan van haar bouwclaims en is Delft, onder betaling van een afkoopsom, uitgetreden.
62
Harnaschpolder is ongeveer 82 hectare groot, waarvan 55 hectare netto uitgeefbaar. De rest wordt ingericht voor openbare functies als wegen, water en groen. In de periode 2018 t/m 2021 is netto 35,5 hectare bedrijventerrein uitgegeven. Van het totale terrein is per 01-01-2022 nog 8,3 hectare uitgeefbaar, waarvan voor de helft al reserveringsovereenkomsten zijn gesloten. In deze vierjaarperiode is het negatieve saldo van de grondexploitatie verbeterd van € 18,8 miljoen negatief per 01-01-2018 tot € 7,5 miljoen negatief per 01-01-2022. Uit onderzoek van Deloitte naar de effecten van Harnaschpolder blijkt dat het bedrijventerrein Harnaschpolder eind 2020 circa € 200 miljoen aan toegevoegde waarde en circa 2800 FTE aan werkgelegenheid genereerde. Met de uitgifte van de laatste gronden kan dit effect naar verwachting nog toenemen met € 145 miljoen en 1300 FTE. De eind 2020 gerealiseerde of in aanbouw zijnde zonnepanelen op Harnaschpolder kunnen jaarlijks 1420 huishoudens van stroom voorzien. In potentie kan dit worden uitgebreid tot ruim 5000 huishoudens met de uitgifte van de laatste gronden en realisering van panelen op de nog onbedekte daken van bebouwing. Betreffend onderzoek naar de effecten van Harnaschpolder is op 07-12-2021 aan beide gemeenten gepresenteerd in een informatiebijeenkomst, waarvoor beide raden waren uitgenodigd.
3. In hoeverre is er sprake van een publiek belang? Het beleid van de gemeente is gericht op het versterken van de Haagse economie en het scheppen van werkgelegenheid. Het collegebeleid van 2018-2022 heeft als doelstelling 10.000 arbeidsplaatsen te creëren. Voor het creëren van werkgelegenheid zijn bedrijventerreinen erg belangrijk. Samenwerking met en zeggenschap over terreinen in de regio is hiervoor noodzakelijk, omdat binnen het grondgebied van Den Haag zelf geen grootschalige monofunctionele bedrijventerreinen meer beschikbaar zijn en dit ook regionaal in de nabijheid van Den Haag beperkt is. Om bedrijven te mogelijkheden te geven om te groeien of om zich in de regio te vestigen is het aanbod op Harnaschpolder van groot belang. Daarnaast bieden de kavels op Harnaschpolder ook de mogelijkheid om ontwikkelingen in de stad te versnellen door schuifruimte te bieden aan bedrijven die klem zitten of op transformatielocaties gevestigd zijn.
Evaluatie Verbonden Partijen 2022 – ‘Sturing werkt’
≡◄►
Evaluatie per Verbonden Partij – Bedrijvenschap Harnaschpolder
4. In hoeverre is dit een publiek belang op de schaal van Den Haag?
6. In hoeverre is het mogelijk deze taak uit te besteden?
Van oudsher werkt Den Haag voor de ontwikkeling van bedrijventerreinen al samen met gemeenten in de regio, vanwege de zeer beperkte ruimte en diverse ruimteclaims binnen de gemeentegrenzen. Daarbij is de bedrijventerreinenmarkt een regionale markt en strekt het verzorgingsgebied van bedrijven veelal verder dan de plaats van vestiging. Het aangaan van bedrijvenschappen met buurgemeenten, zoals Bedrijvenschap Harnaschpolder en Industrieschap Plaspoelpolder met Rijswijk (hierna: IPP), is een goed instrument om te voorzien in de krapte aan bedrijfsruimte binnen de Haagse gemeentegrenzen. De gemeente werkt verder zowel op uitvoerend, beleidsmatig als strategisch vlak samen met de gemeenten Rijswijk, Pijnacker-Nootdorp, Midden-Delfland, LeidschendamVoorbrug, Delft en Zoetermeer binnen het regionale samenwerkingsverband Businesspark Haaglanden (hierna ‘BPH’). Op uitvoerend vlak werkt het BPH nauw samen met de bedrijvenschappen Harnaschpolder en IPP. Op groter schaalniveau werkt de gemeente met name over strategische thema’s samen met de Provincie en MRDH. Na de beleidswijziging in 2013 richt Harnaschpolder zich primair op (regionale) bedrijven die kunnen bijdragen aan het Haagse/regionale economisch beleid en op bedrijven uit de bij BPH aangesloten gemeenten, die worden uitgeplaatst of willen vernieuwen/uitbreiden.
Een recent voorbeeld is de voorgenomen verplaatsing door Koninklijke Bibliotheek van haar archief van Den Haag naar Harnaschpolder.
Bij de ontwikkeling van een bedrijventerrein laat de gemeente zich primair leiden door economische en maatschappelijke belangen om de economie en werkgelegenheid te stimuleren en/of versterken. Vanwege het lagere rendement dan bijvoorbeeld uit woningbouw, de forse investeringsbehoefte, de langere ontwikkeltermijn en het risicoprofiel wordt de ontwikkeling van bedrijventerreinen onvoldoende opgepakt door marktpartijen, die veelal hun financiële doelstellingen laten prevaleren boven de beleidsdoelstellingen van de gemeente.
5. In hoeverre zijn er andere publiekrechtelijke instrumenten inzetbaar? De ontwikkeling van bedrijventerreinen en daarvoor benodigde activiteiten worden van oudsher veelal opgepakt door gemeentelijke of andere overheden vanuit hun verantwoordelijkheid voor de economie en werkgelegenheid. Een actieve en leidende rol bij de ontwikkeling Harnaschpolder biedt Den Haag mogelijkheden te sturen op de gewenste invulling en segmentering van dit terrein. Ook nu de bouwclaims van Den Haag zijn vervallen. De mogelijkheden van een actief grondbeleid gaan verder dan publiekrechtelijke instrumenten in het kader van de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro). Overigens kan Den Haag ook uitsluitend via haar deelname in de GR invloed uitoefenen op de ontwikkeling van Harnaschpolder, omdat de gronden van het Bedrijvenschap volledig op grondgebied van de gemeente Midden-Delfland liggen. De publiekrechtelijke bevoegdheden in het kader van de WRO, Omgevingswet en andere relevante wetgeving liggen derhalve bij de gemeente Midden-Delfland.
63
7. Lenen de taken zich voor vormgeving in deelname Bedrijvenschap Harnaschpolder? Ja, bij uitstek. Door het gebrek aan grond binnen de gemeentegrenzen is de gemeente voor de ontwikkeling, planning en programmering van nieuwe bedrijventerreinen mede afhankelijk van de samenwerking met de regio. De Wet Gemeenschappelijke Regelingen (Wgr) biedt daarvoor een goed instrumentarium. Omdat de deelnemende gemeenten verantwoordelijk zijn voor het eindresultaat van de grondexploitatie kan het Bedrijvenschap zelfstandig leningen aantrekken bij de BNG. Overigens is de belangstelling voor de gronden van Harnaschpolder de laatste jaren zeer groot, waartoe een gerichte uitgiftestrategie kan worden gevolgd om zo veel mogelijk bij te dragen aan het beleid en financieel resultaat van de deelnemende gemeenten. Daarbij worden bij de uitgifte van gronden afspraken gemaakt over de duurzaamheidsmaatregelen die een bedrijf moet treffen. De grondexploitatie loopt nog tot halverwege 2024. Naar verwachting zijn dan alle gronden uitgegeven of gereserveerd zijn en de opdrachten voor de verdere inrichting van het gebied verstrekt. Onder het maken van afspraken over de wijze waarop de laatste verplichtingen van het Bedrijvenschap door de gemeenten worden afgehandeld, kan het Bedrijvenschap dan in samenwerking met de gemeenten overgaan tot liquidatie van het Bedrijvenschap Harnaschpolder.
8. In hoeverre bieden de gemeentelijke bevoegdheden (bij het deelnemen aan Bedrijvenschap Harnaschpolder) waarborgen in het beschermen van het publiek belang? De Wgr biedt de gemeente veel sturingsmogelijkheden. Het dagelijks (DB) en algemeen (AB) bestuur bestaan uitsluitend uit wethouders van de deelnemende gemeenten. Conform de Gemeentewet. Wgr bepaalt het college ter voorbereiding van bestuursvergaderingen een standpunt over de goedkeuring van de begroting, beleidsmatige en financiële kaders als een grondexploitatie, het jaarplan en de concept-jaarrekening en andere besluiten die afwijken van vastgestelde kaders. Tevens dient het College de concept begroting en jaarrekening voor een zienswijze c.q. ter kennisname voor te leggen aan de Raad.
Evaluatie Verbonden Partijen 2022 – ‘Sturing werkt’
≡◄►
Evaluatie per Verbonden Partij – Bedrijvenschap Harnaschpolder
De gemeenteraad kan bij het DB van het Bedrijvenschap haar zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen en na vaststelling een zienswijze indienen bij Gedeputeerde Staten. Daarnaast krijgt de Raad op verzoek alle gevraagde informatie. Binnen de vastgestelde kaders zijn DB en AB bevoegd te besluiten over alle ontwikkelingen c.q. gronduitgiftes. In aanvulling op de bepalingen uit de GR is afgesproken dat het Bedrijvenschap elke grondreservering/-uitgifte ter goedkeuring voorlegt aan het DB. De Wgr is per 1 juli 2022 gewijzigd, waarmee de bevoegdheden van de raad desgewenst nog verder kunnen worden uitgebreid. Voor de invoering van deze wetswijziging geldt een implementatieperiode van 2 jaar tot 1 juli 2024. Gelet op de beoogde beëindiging van de gemeenschappelijke regeling en de grondexploitatie (zie hierna) binnen de implementatieperiode lijkt het niet opportuun de GR nog aan te passen.
9. Staan de (financiële) risico’s t.a.v. Bedrijvenschap Harnaschpolder (nog steeds) in redelijke verhouding tot de te dienen publieke belangen? Bij de ontwikkeling van het terrein stuurt het Bedrijvenschap nauwgezet op de beheersing van risico’s die bij de projecten en investeringen in de openbare ruimte kunnen optreden. In deze afgelopen jaren laat het negatieve saldo van de grondexploitatie een positieve lijn zien en is de Netto Contante Waarde (NCW) van het verwachte nadelige saldo bij liquidatie gedaald tot € 7,5 miljoen negatief per 01-01-2022. Bij de toekomstige liquidatie komt het naar verwachting negatieve eindsaldo voor 85% voor rekening van de gemeente Den Haag, waarvoor de gemeente Den Haag een voorziening heeft gevormd. Het blijft de doelstelling van het Bedrijvenschap om dit negatieve saldo lopend en komend jaar nog terug te brengen tot een minder negatief resultaat. Daarbij dient een verwacht exploitatieresultaat te worden bezien in het licht van het risicoprofiel. Naast de actualisatie van de grondexploitatie wordt elk jaar een analyse van kansen en risico’s opgesteld. Het grootste risico voor de grondexploitatie is de al lang lopende procedure tegen Tennet in verband met planschade als gevolg van de plaatsing door Tennet van hoogspanningsmasten over de gronden van het Bedrijvenschap. Hierover loopt een juridische procedure.
Daarnaast worden risico’s voorzien voor extra plankosten, een eventuele verlenging van de looptijd van de grondexploitatie, lager uitvallen van de grondprijzen en harder stijgen van de kosten dan geraamd. Per 01-07-2021 wordt rekening gehouden met een risicoprofiel met een bandbreedte tussen € 5,1 miljoen negatief (risico’s) en € 0,68 miljoen positief (kansen). Het risicoprofiel maakt geen onderdeel uit van de begroting en is daardoor geen onderdeel van het nadelige saldo van de grondexploitatie.
64
10. Wat zijn de eventuele uittredings mogelijkheden uit Bedrijvenschap Harnaschpolder? De regeling is aangegaan voor onbepaalde tijd. Omdat slechts twee gemeenten aan de GR deelnemen, kan een gemeente niet eenzijdig besluiten uit te willen treden, want een dergelijk besluit zou tot gevolg hebben dat de GR dient te worden beëindigd. Een besluit tot beëindiging dient daarom door de raden en colleges van beide gemeenten gezamenlijk te worden genomen. Naar verwachting zullen de gemeenten eind 2023/ begin 2024 een besluit over beëindiging kunnen nemen als de opgave zo ver is gevorderd dat de grondexploitatie kan worden afgesloten. Vooralsnog wordt voor de grondexploitatie een looptijd tot halverwege 2024 aangehouden en wordt ervan uitgegaan dat deze halverwege 2024 kan worden afgesloten. Indien de gemeenten hebben besloten tot beëindiging, dient het AB te besluiten tot ontbinding en vereffening en dient zij een liquidatieplan op te stellen, dat voorziet in de verplichting van de gemeenten tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing van de GR. Het liquidatieplan behoeft de instemming van de raden van de deelnemende gemeenten.
Conclusie In hoeverre heeft het deelnemen van gemeente Den Haag in Bedrijvenschap Harnaschpolder bijgedragen aan en kan het de komende jaren bijdragen aan de borging van het (Haagse) publieke belang? Door de deelname in het Bedrijvenschap kunnen bedrijven uit Den Haag naar Harnaschpolder verhuizen en andere bedrijven uit de regio of elders zich vestigen, waarmee een substantiële bijdrage wordt geleverd aan de economie van Den Haag/de regio. Zonder deze gronden hadden deze bedrijven zich waarschijnlijk verder van Den Haag of buiten de regio gevestigd. Van het totale terrein is nog 8 hectare uitgeefbaar, waarvan ongeveer de helft is gereserveerd. Het economisch effect van het terrein zal nog worden versterkt met de laatste gronduitgiften. De grondexploitatie loopt naar verwachting tot halverwege 2024. In de aanloop naar 2024 zal een aanvang worden gemaakt met de opstelling van een plan voor de liquidatie. Als voor alle gronden overeenkomsten tot uitgifte zijn aangegaan en de openbare ruimte is ingericht, is de opgave van het Bedrijvenschap voltooid en ligt het voor de hand tot beëindiging van de GR over te gaan. In theorie zouden de gemeenten gezamenlijk eerder kunnen besluiten tot beëindiging van de GR, maar dit zal dezelfde doorlooptijd hebben als het regulier beëindigen aan het einde van de opgave.
Bij een vroegtijdig besluit tot beëindiging zullen de gemeenten ook afspraken moeten maken over schadebeperkende maatregelen om de verplichtingen van het Bedrijvenschap af te kunnen wikkelen.
Evaluatie Verbonden Partijen 2022 – ‘Sturing werkt’
≡◄►
Evaluatie Verbonden Partijen
15 Industrieschap de Plaspoelpolder
IPP – het gebrek aan ruimte om binnen de gemeentegrenzen werkgelegenheidsdoelstellingen te realiseren – nog steeds actueel en van toepassing is. Op grond hiervan heeft het college (RIS 310917) besloten de gemeenschappelijke regeling Industrieschap de Plaspoelpolder niet te beëindigen op 31 december 2022. De gemeente Rijswijk heeft eveneens besloten de gemeenschappelijke regeling te willen verlengen, waardoor de huidige regeling van rechtswege met ingang van 1 januari 2023 met vier jaar wordt verlengd.
2. Welke waarde heeft het Industrieschap de Plaspoelpolder in de afgelopen 4 jaren kunnen toevoegen aan het Haags publiek belang?
1. Beknopte beschrijving Industrieschap de Plaspoelpolder Doel: Het Industrieschap ‘De Plaspoelpolder’ (hierna: IPP) is een samenwerkingsverband in de vorm van een gemeenschappelijke regeling tussen de gemeenten Den Haag en Rijswijk. Het IPP is in 1953 opgericht door de gemeenten Rijswijk en Den Haag met als doel het ontwikkelen van de werklocatie Plaspoelpolder. Den Haag had onvoldoende mogelijkheden binnen de gemeentegrenzen om ruimte voor werkgelegenheid te kunnen creëren. Het IPP is sinds 1953 actief in het ontwikkelen van bedrijventerreinen en heeft inmiddels circa 130 ha. gerealiseerd op de bedrijventerreinen Plaspoelpolder, Broekpolder, Hoornwijck, Ypenburg en Wateringse Veld. Op dit moment heeft het IPP drie locaties in ontwikkeling: Hoornwijck en Sylvain Poonsstraat in Den Haag en de herstructureringslocatie Treubstraat in Rijswijk. Openbaar belang: De in de gemeenschappelijke regeling omschreven doelstelling van het IPP luidt ‘door middel van het ontwikkelen en exploiteren van bedrijvenlocaties bij te dragen aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat en het bevorderen van de werkgelegenheid’. Wat en waarom: IPP is een kennisorganisatie en een ontwikkelingsmaatschappij gericht op nieuwe ontwikkelingen en herstructurering. Zeggenschap en risico in het IPP is gelijk verdeeld (50/50) tussen de beide deelnemende gemeenten.
Met ingang van 1 januari 2017 is de gemeenschappelijke regeling Industrieschap de Plaspoelpolder gewijzigd (RIS 295528). Deze regeling heeft een looptijd tot en met 31 december 2022, waarbij verlenging plaatsvindt voor een periode van vier jaar, tenzij een van de deelnemende gemeenten tenminste één jaar voor deze datum te kennen geeft dit niet wenselijk te achten. Conform het in 2021 geldende beleidskader Verbonden Partijen van de gemeente Den Haag 2017 (RIS 296919) en de bijbehorende evaluatiekalender (RIS 305638) heeft eind 2021 een evaluatie van het IPP plaatsgevonden. Conclusie was dat de reden die ten grondslag lag aan de oprichting van het
65
In lijn met haar doelstelling heeft het IPP heeft sinds 2017 bijgedragen aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat en het creëren van werkgelegenheid door het uitgeven van circa 18.000 m2 grond en het ontwikkelen van eveneens circa 18.000 m2 bvo bedrijfsruimte, onder andere in onderstaande vier projecten: 1. Bedrijventerrein Wateringse Veld: de laatste zes kavels zijn verkocht. Op dit terrein is nog een bedrijfsverzamelgebouw inclusief parkeerplaatsen in ontwikkeling. 2. Businesspark Hoornwijck (N-kavel): de N-kavel was in bruikleen gegeven door het IPP aan de gemeente Den Haag voor de aanleg van de Rotterdamsebaan. IPP en Den Haag zijn in overleg over ontwikkelmogelijkheden op deze locatie. 3. Harbour Village (Plaspoelpolder): in 2017 zijn de laatste 20 van de totaal 66 bedrijfsunits voor het MKB gerealiseerd. 4. Treubstraat (Plaspoelpolder): project dat bestaat uit zes complexen. Hiervan zijn in de periode 2017-2021 vier complexen (her)ontwikkeld en verkocht en twee complexen gesloopt en gesaneerd ten behoeve van nieuwbouw. Grof geschat heeft dit circa 220 arbeidsplaatsen opgeleverd.
Daarnaast heeft IPP op verschillende vlakken bijgedragen aan de ambities van de gemeenten Den Haag en Rijswijk ten aanzien van bereikbaarheid, groen en duurzaamheid; onder andere door te inventariseren wat de mogelijkheden zijn voor de ontwikkeling van een P+R op de N-kavel, door het realiseren van een mobiliteitshub in de Plaspoelpolder, door gebruik te maken van de bestaande waterstructuren in de Plaspoelpolder (project Harbour Village) en door duurzaamheidseisen te stellen aan de herontwikkeling van de Treubstraat.
3. In hoeverre is er sprake van een publiek belang? Den Haag kent een gebrek aan ruimte voor bedrijven. Daarbij komt dat bestaande bedrijventerreinen verouderen. De bedrijfshuisvestingstrategie (RIS 303177) van de gemeente Den Haag beoogt Den Haag en de regio te versterken met de realisatie van bedrijfshuisvesting en door middel van gebiedsontwikkeling. Den Haag wil nieuwe bedrijfsruimte vooral vinden door in te zetten op het verdichten en beter benutten van de bestaande bedrijventerreinen, zoals het bedrijventerrein Westvlietweg. In de Urgentiebrief Bedrijfshuisvesting (RIS 311819) zijn ook maatregelen opgenomen om als overheid een
Evaluatie Verbonden Partijen 2022 – ‘Sturing werkt’
≡◄►
Evaluatie per Verbonden Partij – Industrieschap Plaspoelpolder
actievere rol te spelen bij het aanjagen van verdichting en herontwikkeling van bedrijfsruimte om bestaande terreinen beter te benutten. Als een van de mogelijkheden voor toepassing van een dergelijke vastgoedstrategie is benoemd het verbreden van het werkgebied van het IPP naar de bedrijventerreinen van de Westvlietweg om gebruik te maken van de kennis en expertise van herontwikkeling van het IPP. Bij de bespreking van de Urgentiebrief in de raad 8 september 2022 is dit belang bevestigd doordat een motie is aangenomen die het college oproept een eigen beheer-en exploitatiemaatschappij op te richten (Ontwikkel eigen beheer-en exploitatiemaatschappij, RIS313122). Het IPP zou voor de uitvoering van (een gedeelte van) deze taken een rol kunnen krijgen.
4. In hoeverre is dit een publiek belang op de schaal van Den Haag? Van oudsher werkt Den Haag voor de ontwikkeling van bedrijventerreinen al samen met gemeenten in de regio, vanwege de zeer beperkte ruimte en diverse ruimteclaims binnen de gemeentegrenzen. Daarbij is de bedrijventerreinenmarkt een regionale markt en strekt het verzorgingsgebied van bedrijven veelal verder dan de plaats van vestiging. Het oprichten van een bedrijvenschap samen met buurgemeenten – zoals het IPP en ook het Bedrijvenschap Harnaschpolder met de gemeente Midden-Delfland – is een goed instrument om te voorzien in vestigingslocaties. De gemeente werkt zowel op uitvoerend, beleidsmatig als strategisch vlak samen met de gemeenten Rijswijk, PijnackerNootdorp, Midden-Delfland, Leidschendam-Voorburg, Delft en Zoetermeer binnen het regionale samenwerkingsverband Businesspark Haaglanden (hierna: BPH). Op uitvoerend vlak werkt BPH nauw samen met de bedrijvenschappen Harnaschpolder en IPP. Op hoger schaalniveau werkt de gemeente met name op strategische thema’s samen met de provincie Zuid-Holland en de MRDH.
5. In hoeverre zijn er andere publiekrechtelijke instrumenten inzetbaar? De ontwikkeling van bedrijventerreinen en daarvoor benodigde activiteiten worden veelal opgepakt door gemeentelijke of andere overheden vanuit hun verantwoordelijkheid voor de economie en werkgelegenheid. De mogelijkheden van actief grondbeleid gaan verder dan publiekrechtelijke instrumenten in het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het IPP heeft eigen vermogen opgebouwd sinds de oprichting, dat beschikbaar is om in te zetten voor (her)ontwikkeling van nieuwe of verouderde bedrijventerreinen. Via deelname in de gemeenschappelijke regeling kan Den Haag daarnaast invloed uitoefenen op de ontwikkeling van bedrijfsruimte buiten haar grondgebied. Daarbij ontbreekt het in de regio of de provincie aan een regionale ontwikkelingsmaatschappij (ROM) met een mandaat voor ontwikkeling van bedrijventerreinen zoals die in andere regio’s, provincies of landsdelen wel aanwezig is of was.
66
6. In hoeverre is het mogelijk deze taak uit te besteden? Bij de ontwikkeling van een bedrijventerrein laat de gemeente zich primair leiden door economische en maatschappelijke belangen om de economie en werkgelegenheid te stimuleren en/of versterken. Vanwege het lagere rendement dan bijvoorbeeld uit woningbouw, de forse investeringsbehoefte, de langere ontwikkeltermijn en het risicoprofiel, wordt de ontwikkeling van bedrijventerreinen onvoldoende opgepakt door marktpartijen, die veelal hun financiële doelstellingen laten prevaleren boven de beleidsdoelstellingen van de gemeente. Dit is ook één van de redeneren van het huidige tekort aan bedrijfsruimte.
7. Lenen de taken zich voor vormgeving in deelname het Industrieschap de Plaspoelpolder? Zeer zeker. Het IPP heeft de afgelopen jaren een waardevolle bijdrage geleverd in de uitvoering van het huidige (regionale) bedrijventerreinenbeleid. Het IPP is een financieel gezonde, slagkrachtige uitvoeringsorganisatie met kennis, ervaring en expertise op het vlak van de ontwikkeling en herstructurering van bedrijventerreinen. Ook heeft het IPP laten zien oog te hebben voor andere gemeentelijke beleidsdoelen op het gebied van bijvoorbeeld duurzaamheid en mobiliteit. Het IPP draagt daarnaast bij aan een van de ambities uit de Economische Visie (RIS 303550): het stimuleren van vastgoeddynamiek en meer grip krijgen op de ontwikkeling van vastgoed. De financiële uitgangspositie van het IPP stelt haar in staat om actief grondbeleid te voeren en nieuwe (kapitaalintensieve) projecten op te starten. In combinatie met de genoemde ervaring met herstructurering maakt dit het IPP een waardevol instrument voor de gemeente Den Haag in het verwezenlijken van haar doelstellingen op het gebied van werkgelegenheid en vestigingsklimaat.
Een wijziging van de gemeenschappelijke regeling zou nog meer mogelijkheden kunnen bieden voor de inzet van het IPP ten behoeve van het Haagse publieke belang, denk aan taakverbreding, uitbreiding van het geografisch werkgebied en het verruimen van het financiële instrumentarium door een effectievere en efficiëntere inzet van het eigen vermogen van het IPP.
8. In hoeverre bieden de gemeentelijke bevoegdheden (bij het deelnemen aan het Industrieschap de Plaspoelpolder) waarborgen in het beschermen van het publiek belang? De Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: Wgr) biedt de gemeente veel sturingsmogelijkheden. Het dagelijks (DB) en algemeen (AB) bestuur bestaan uitsluitend uit wethouders van de deelnemende gemeenten. Conform de Gemeentewet/ Wgr bepaalt het college ter voorbereiding van bestuursvergaderingen een standpunt over de goedkeuring van de begroting, beleidsmatige en financiële kaders als een grondexploitatie, de halfjaarrapportage en de concept-jaarrekening
Evaluatie Verbonden Partijen 2022 – ‘Sturing werkt’
≡◄►
Evaluatie per Verbonden Partij – Industrieschap Plaspoelpolder
en andere besluiten die afwijken van vastgestelde kaders. Tevens dient het College de concept begroting en jaarrekening voor een zienswijze c.q. ter kennisname voor te leggen aan de Raad. De gemeenteraad kan haar zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen en na vaststelling een zienswijze indienen bij Gedeputeerde Staten. Daarnaast krijgt de Raad op verzoek alle gevraagde informatie. De Wgr is per 1 juli 2022 gewijzigd, waarmee de bevoegdheden van de raad desgewenst nog verder kunnen worden uitgebreid. Binnen de vastgestelde kaders zijn DB en AB bevoegd te besluiten.
9. Staan de (financiële) risico’s t.a.v. het Industrieschap Plaspoelpolder (nog steeds) in redelijke verhouding tot de te dienen publieke belangen? Bij het juiste gebruik van de beschikbare sturingsmogelijkheden in de gemeenschappelijke regeling, loopt de gemeente Den Haag geen noemenswaardig risico. Het IPP heeft de beschikking over een eigen vermogen (opgebouwd sinds de oprichting) van circa € 13 miljoen, dat kan worden ingezet voor gemeentelijke doelstellingen en publieke belangen die over het algemeen niet door de markt worden opgepakt.
10. Wat zijn de eventuele uittredings mogelijkheden uit het Industrieschap Plaspoelpolder? De gemeenschappelijke regeling IPP heeft een looptijd tot en met 31 december 2026 (recent met vier jaar verlengd, RIS 310917). In artikel 34 van de gemeenschappelijke regeling IPP is vastgelegd dat verlenging plaatsvindt per periode van vier jaar, tenzij één van de deelnemende gemeenten tenminste één jaar voor het eind van de lopende periode schriftelijk te kennen geeft verlenging niet wenselijk te achten. Op grond van de gewijzigde Wgr, die per 1 juli 2022 in werking is getreden, dienen de gemeenten Den Haag en Rijswijk binnen twee jaar de gemeenschappelijke regeling IPP aan te passen aan deze wetswijziging en hierover te besluiten. Het ligt voor de hand om de door beide gemeenten gewenste inhoudelijke wijzigingen, bijvoorbeeld de inzet van het IPP ten behoeve van het bedrijventerrein Westvlietweg, hiermee te combineren. Indien gewenst kan op dat moment over alle gewenste aanpassingen met de gemeente Rijswijk het gesprek worden aangegaan.
67
Conclusie In hoeverre heeft het deelnemen van gemeente Den Haag in het Industrieschap de Plaspoelpolder bijgedragen aan en kan het de komende jaren bijdragen aan de borging van het (Haagse) publieke belang? Het IPP is een robuuste en duurzame samenwerking tussen de gemeenten Den Haag en Rijswijk gebleken. Sinds 1953 actief als uitvoeringsorganisatie, heeft het IPP diverse bedrijventerreinen ontwikkeld en financieel vermogen opgebouwd. De oorspronkelijke doelstelling – het creëren van werkgelegenheid en het verbeteren van het vestigingsklimaat – sluit nog steeds aan bij de beleidsdoelstellingen van de gemeente Den Haag. De oorspronkelijke aanleiding voor de oprichting van het IPP – gebrek aan ruimte binnen de Haagse gemeentegrenzen – is ook nog steeds actueel en zal, gezien de geografische ligging van Den Haag, ook in de toekomst van toepassing blijven. De verplichte aanpassing van de gemeenschappelijke regeling IPP aan de gewijzigde Wgr biedt kansen om de opgebouwde ervaring, slagkracht en financiële middelen van het IPP breder in te zetten voor de gemeente Den Haag dan op grond van de huidige gemeenschappelijke regeling mogelijk. Hiermee kan het IPP ook in de komende jaren een waardevolle bijdrage leveren aan de gemeentelijke beleidsdoelstellingen en het Haagse publieke belang.
Concreet kan worden gedacht aan uitbreiding van het werkgebied, bijvoorbeeld Westvlietweg en de GAVI-kavel in Den Haag en Middengebied Plaspoelpolder in Rijswijk. Met een integrale en gebiedsgerichte aanpak op de beide bedrijventerreinen kan de vitaliteit, toekomstbestendigheid en verduurzaming worden bevorderd. Ook is uitbreiding van het takenpakket het overwegen waard, denk aan verruiming van het financieel instrumentarium bij herstructurering en een effectievere en efficiëntere inzet van het eigen vermogen van het IPP. De haalbaarheid en kansrijkheid van herstructureringsprojecten kan hiermee worden vergroot.
Evaluatie Verbonden Partijen 2022 – ‘Sturing werkt’
≡◄►
Evaluatie per Verbonden Partij
16 GR Metropoolregio Rotterdam-Den Haag (MRDH)
1. Beknopte beschrijving MRDH Doel: De MRDH heeft als doel het verbeteren van de bereikbaarheid en van het economisch vestigingsklimaat. Openbaar belang: De gemeente beoogt de bereikbaarheid en de werkgelegenheid en de economie van de stad te verbeteren. Wat en waarom: De MRDH is een gemeenschappelijke regeling. MRDH vervult de wettelijke rol van vervoersautoriteit en is vanuit die verantwoordelijkheid ook voor 0,01% aandeelhouder van HTM. Sinds 2017 een gemeenschappelijk regeling o.b.v. de Wet gemeenschappelijke regelingen (afgekort: Wgr). Via de MRDH is er sprake van verlengd lokaal bestuur. Het omvat de oude regio Haaglanden en het oude Openbaar Lichaam Rijnmond. De MRDH is als opdrachtgever verantwoordelijk voor de aanbesteding van het stedelijk en regionaal openbaar vervoer. Voor het stadsvervoer kan de MRDH daarbij kiezen voor aanbesteding via een inbestedingsconstructie. De gemeente Den Haag heeft een belangrijke stem waar het gaat om de keuze voor aan- of inbesteden. Kern van de activiteiten heeft betrekking op bereikbaarheid (financiering vanuit Brede Doeluitkering (BDU)) en economische ontwikkeling, bijvoorbeeld op gebied van bedrijventerreinen strategie, startups bekostigen vanuit inwonersbijdrage en met elkaar vergelijken van lokale MKB-plannen in kader van corona.
2. Welke waarde heeft MRDH in de afgelopen 4 jaren kunnen toevoegen aan het Haags publiek belang? De MRDH doet de concessieverlening voor het Openbaar Vervoer in en om Den Haag, draagt bij aan de voorbereiding van grote verkeer en vervoerprojecten (waaronder hoogwaardig OV en metropolitane fietsroutes), maakt beleidskaders voor inhoudelijke afstemming en voor subsidieverlening aan kleinere projecten (waaronder lokaal fietsnetwerk, verkeersveiligheid, deelmobiliteit), inbreng namens 23 gemeenten in overleggen met rijk over beleid en investeringen. Voor het economisch vestigingsklimaat zorgt de MRDH voor netwerkvorming en kennisdeling en financiering/subsidiering van projecten. Voorbeelden van enkele resultaten in de afgelopen jaren zijn bijdragen aan de voorbereiding en realisatie van grote projecten (zoals de Schaalsprong OV met eerste toezeggingen uit Groeifonds, HOV CID-Binckhorst HOV Westland, metropolitane fietsroutes en Lozerlaan/Zuidelijke Randweg), transitieprogramma OV en Corona, investeringen en subsidies in verschillende projecten in Den Haag, o.a. Security Delta, Living Lab en digitalisering voor MKB.
3. In hoeverre is er sprake van een publiek belang? De GR Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) is een samenwerkingsverband van, voor en door 23 gemeenten in de grootstedelijke regio Rotterdam Den Haag. Samen met het bestuur, de 23 gemeenten, medeoverheden en netwerkpartners van kennisinstellingen en bedrijfsleven, werkt de MRDH aan een aantrekkelijke regio voor inwoners om te werken, wonen en recreëren, waar (internationale) bedrijven zich vestigen en waar bezoekers zich welkom voelen. De MRDH richt zich op het versterken van het economisch vestigingsklimaat en het verbeteren van de bereikbaarheid. Het gaat erom dat er geïnvesteerd wordt in onze regio, zodat de economie groeit en er meer banen komen. De MRDH heeft vanuit de Rijksoverheid de status van vervoerregio gekregen. Daarmee heeft de MRDH wettelijke taken op het gebied van verkeer en vervoer. Zo is de MRDH de opdrachtgever van het regionale en stedelijke openbaar vervoer in de 23 gemeenten waarvoor zij concessies verleent aan vervoerbedrijven. Daarnaast worden subsidies verstrekt voor diverse verkeer- en vervoerprojecten. De MRDH ontvangt hiervoor rechtstreeks middelen van het Rijk (circa € 600 miljoen per jaar). Gezamenlijk bepalen de 23 gemeenten welke investeringen in bereikbaarheid nodig zijn.
4. In hoeverre is dit een publiek belang op de schaal van Den Haag? Verkeer en Vervoer en Economisch vestigingsklimaat zijn belangrijke beleidsvelden van de gemeente maar vragen ook om een regionale aanpak.
68
Evaluatie Verbonden Partijen 2022 – ‘Sturing werkt’
≡◄►
Evaluatie per Verbonden Partij – GR Metropoolregio Rotterdam-Den Haag (MRDH)
5. In hoeverre zijn er andere publiekrechtelijke instrumenten inzetbaar? Het gaat hier om regionale en deels wettelijke taken. De vervoersautoriteit is een wettelijke taak die door het Rijk bij de MRDH is belegd. De MRDH ontvangt dan ook de Rijksmiddelen voor het regionaal verkeer en vervoer. De samenwerking voor het economisch vestigingsklimaat is een vrijwillige samenwerking.
6. In hoeverre is het mogelijk deze taak uit te besteden? Dit is niet van toepassing. Er zijn geen marktpartijen verbonden aan de GR MRDH, er zijn geen marktpartijen voor deze taken en er is geen sprake van ‘marktfalen’. Het betreft voornamelijk een wettelijke taak die in verlengd lokaal bestuur wordt uitgevoerd.
7. Lenen de taken zich voor vormgeving in deelname MRDH? Ja. De taken op het gebied van verkeer en vervoer en economie overstijgen de grenzen van de gemeente en moeten op regionaal niveau worden georganiseerd. De wettelijke taken m.b.t. het regionaal verkeer en vervoer zijn belegd bij de MRDH en op economie is er sprake van een vrijwillige samenwerking. De gemeenschappelijke regeling wordt met enige regelmaat geëvalueerd. Begin 2022 heeft een tussenevaluatie plaatsgevonden. Alle 23 gemeenten konden een zienswijze indienen over de samenwerking binnen de MRDH. De gemeente Den Haag heeft dat ook gedaan en heeft input gegeven voor de verdere verbetering van de organisatie, de samenwerking en de democratische legitimatie.
9. Staan de (financiële) risico’s t.a.v. MRDH (nog steeds) in redelijke verhouding tot de te dienen publieke belangen? In de gemeenschappelijke regeling en in de verschillende verordeningen en regelingen van de MRDH staat hoe de MRDH de diverse besluiten neemt. Het algemeen bestuur bepaalt vooral de kaders van het beleid, onder meer door jaarlijks de begroting vast te stellen. De bestuurscommissies nemen het overgrote deel van de (inhoudelijke) besluiten voor hun rekening. De bekendmakingen van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag worden gepubliceerd op de website overheid.nl. Het grootste deel van de begroting (ongeveer 80%) wordt gedekt door Rijksmiddelen (brede doeluitkering voor verkeer en vervoer). De activiteiten voor het economisch vestigingsklimaat worden bekostigd door een bijdrage per inwoner vanuit de 23 gemeenten. De gemeentelijke bijdrage aan de MRDH in 2022 bedraagt € 2,77 euro per inwoner, ofwel € 1,5 miljoen. De totale begroting van de MRDH bedraagt € 585 miljoen. Vanwege de wettelijke taak, de Rijksmiddelen en de systematiek en sturing zijn de (financiële) risico’s van de gemeente beperkt. Wanneer Rijksmiddelen niet voldoende zijn, dan worden keuzes gemaakt in de concessieverlening of de investeringsmogelijkheden.
10. Wat zijn de eventuele uittredings mogelijkheden uit MRDH? De mogelijkheid tot uittreding is opgenomen in de gemeenschappelijke regeling. Belangrijk daarbij te vermelden is dat de wettelijke taak van de Vervoersautoriteit wel bij de MRDH ligt.
Conclusie 8. In hoeverre bieden de gemeentelijke bevoegdheden (bij het deelnemen aan MRDH) waarborgen in het beschermen van het publiek belang? De gemeente Den Haag heeft zitting en stemrecht in het Dagelijks Bestuur, Algemeen Bestuur, Bestuurscommissies en Adviescommissies. Voor belangrijke besluiten wordt door de MRDH de gemeenteraad gevraagd om een zienswijze in te dienen. Welke besluiten dit zijn, is vastgelegd in de Gemeenschappelijke Regeling. Het betreft onder andere de begroting, strategische agenda en (tussen)evaluaties van de gemeenschappelijke regeling.
69
In hoeverre heeft het deelnemen van gemeente Den Haag in MRDH bijgedragen aan en kan het de komende jaren bijdragen aan de borging van het (Haagse) publieke belang? De MRDH heeft wettelijke taken en regionale taken op belangrijke beleidsdossiers voor de gemeente Den Haag (verkeer en vervoer en economie) die per definitie een regionaal aspect hebben. Deelname aan de MRDH is verlengd lokaal bestuur en daarin praten en besluiten we mee over o.a. concessieverlening, investeringen, subsidies, voorbereiding van grote projecten en regionaal beleid.
Evaluatie Verbonden Partijen 2022 – ‘Sturing werkt’
≡◄►
Evaluatie per Verbonden Partij
17 GR Veiligheidsregio Haaglanden
1. Beknopte beschrijving Veiligheidsregio Haaglanden Doel: De Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) behartigt de belangen van de gemeenten ten aanzien van de overgedragen taken op de volgende terreinen: a. brandweerzorg; b. geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen; c. rampenbestrijding en crisisbeheersing; d. het beheer van de gemeenschappelijke meldkamer. Het doel van de VRH is de bestuurlijke en operationele slagkracht en daarbij de kwaliteit van de hulpverlening te verbeteren. De VRH staat 24 uur per dag, 7 dagen in de week klaar voor veiligheid en zorg in de regio. Zij bundelt hiervoor de krachten van verschillende partners om samen goed voorbereid te zijn op dagelijkse, maar ook op grootschalige incidenten en deze slagvaardig te bestrijden. Daarbij treedt de VRH op als regisseur bij het organiseren en uitvoeren van de hulpverlening. Openbaar belang: Het voorkomen, beperken en bestrijden van brand en gevaar voor mensen en dieren. Het organiseren van geneeskundige hulpverlening bij rampen en de 112-meldkamer van de brandweer en ambulance. Het mede toezicht houden op het strand en het redden van baders in nood. Wat en waarom: De VRH is een gemeenschappelijke regeling die is gebaseerd op de Wet Veiligheidsregio’s. De VRH bestaat uit: 1. Brandweer Haaglanden (en meldkamer); 2. Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR); 3.
Geneeskundige Meldkamer (GnkM). Samen met de politie, gemeenten en zo nodig andere organisaties werkt de VRH samen aan de organisatie van rampenbestrijding en crisisbeheersing. Daarnaast organiseert de brandweer middels maatwerkafspraken voor Den Haag het toezicht houden op het strand en het redden van baders in nood en beheer van strandposten.
70
De VRH wordt aangestuurd door een directie bestaande uit de commandant brandweer en directeur publieke gezondheid, waarbij de commandant brandweer in deze directie tevens de functie van algemeen directeur vervult. De VRH kent een algemeen bestuur bestaand uit de 9 burgemeesters van de regio Haaglanden. Daarnaast is er een dagelijks bestuur. De burgemeester van Den Haag is voorzitter van de VRH. De voorzitter wordt bij koninklijk besluit benoemd, gehoord het algemeen bestuur. De begroting van de VRH wordt voor het overgrote deel gefinancierd door de gemeenten in de regio, waarvan Den Haag ongeveer de helft van de begroting van de VRH betaalt. De commandant brandweer, de directeur publieke gezondheid, de coördinerend gemeentefunctionaris en de chef van de politie-eenheid vormen tezamen de veiligheidsdirectie. De veiligheidsdirectie is belast met de multidisciplinaire afstemming en coördinatie van de voorbereiding op de rampenbestrijding en crisisbeheersing en fungeert als primair adviesorgaan van het Algemeen Bestuur hierover. Den Haag levert de coördinerend gemeentefunctionaris die is belast met de coördinatie van de maatregelen en voorzieningen die de gemeenten treffen met het oog op een ramp of crisis.
2. Welke waarde heeft Veiligheidsregio Haaglanden in de afgelopen 4 jaren kunnen toevoegen aan het Haags publiek belang? Met het instellen en in stand houden van de brandweer, GHOR, Geneeskundige Meldkamer, het organiseren van strandveiligheid en de afstemming/coördinatie op het gebied van crisisbeheersing draagt de VRH dagelijks bij aan het publieke belang van Den Haag. Risicobeheersing en incidentbestrijding: De brandweer levert vanuit 23 kazernes – waarvan 6 in Den Haag – 24/7 brandweerzorg in de regio van Den Haag. Naast incidentbestrijding (bijv. brandbestrijding en incidentbestrijding gevaarlijke stoffen) is ook risicobeheersing een hoofdtaak. Daarin worden onder andere adviezen gegeven op het gebied van gebruiksveiligheid, objectveiligheid en omgevingsveiligheid, en wordt toezicht gehouden op brandveiligheid. Ook wordt voorlichting gegeven over brandveilig leven, onder andere door schoolbezoeken. Strandveiligheid: Voor de gemeente Den Haag geldt dat de verantwoordelijkheid en zorg voor strandveiligheid, als onderdeel van de brandweerzorg, gemandateerd is aan de VRH. De VRH verzorgt in samenwerking met de Haagse Vrijwillige Reddingsbrigade (HVRB) strandbewaking voor het (zomer) seizoen en zet daarbij o.a. ‘lifeguards’ vanuit de VRH in. Crisisbeheersing en rampenbestrijding: De VRH inventariseert de risico’s in de regio en legt dit vast in het Regionaal Risicoprofiel.
Op basis van deze risico’s worden afspraken gemaakt tussen gemeenten, hulpdiensten en externe partners als netbeheerders en waterschappen over de gezamenlijke werkwijze bij crises.
Evaluatie Verbonden Partijen 2022 – ‘Sturing werkt’
≡◄►
Evaluatie per Verbonden Partij– GR Veiligheidsregio Haaglanden
Geneeskundige Meldkamer: De Geneeskundige Meldkamer (MKA) zorgt o.a. voor het continu beschikbaar zijn voor hulp- en ambulancezorgvragen van burgers en bedrijven en realiseert een adequate alarmering en regie vanuit de RAV (Regionale Ambulancevoorziening). GHOR: Als er een groot ongeval of een ramp in de regio plaatsvindt, coördineert de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) de inzet van de geneeskundige hulpverlening. Zij treedt dan op als verantwoordelijke dienst voor de coördinatie en regie van de geneeskundige hulpdiensten (huisartsen, ambulancezorg, ziekenhuizen) om gezondheidsschade van burgers als gevolg van grootschalige calamiteiten zoveel mogelijk te beperken.
3. In hoeverre is er sprake van een publiek belang? Het college van burgemeester en wethouders is belast met de organisatie van de brandweerzorg, rampenbestrijding en de crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening. Op basis van de Wet veiligheidsregio’s is een aantal taken en bevoegdheden aan de VRH overgedragen. De geneeskundige meldkamer van de VRH voert meld kamertaken uit in opdracht van de RAV Haaglanden gefinancierd door de zorgverzekeraars. De RAV Haaglanden is een coöperatie van zowel private als publieke leden. Met de uitvoering van de meldkamertaak is er een aanvullende waarborg van het publieke belang.