CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS313870 Bijlage

Gemeenteraad 30 maart 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Evaluatie Verbonden Partijen 2022 (RIS313870)44.824 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

4. In hoeverre is dit een publiek belang op de schaal van Den Haag? De geografische indeling van de VRH is wettelijk verankerd in de Wet veiligheidsregio’s. De veiligheidsregio omvat 9 gemeenten waaronder Den Haag.

5. In hoeverre zijn er andere publiekrechtelijke instrumenten inzetbaar? Deelname aan deze gemeenschappelijke regeling is een wettelijke opdracht. Dit geldt niet voor de uitvoering van de MKA-taak. Momenteel onderzoekt de RAV Haaglanden een nieuwe organisatiestructuur waarbij ook de nieuwe eisen uit de Wet ambulancezorg worden meegenomen. Deze eisen kunnen gevolgen hebben voor de huidige constructie waarin de VRH de meldkamertaak t.a.v. ambulancezorg uitvoert namens de RAV. Gemeente kan over specifieke taken maatwerkafspraken maken. Dit is gebeurd met betrekking tot de samenwerking gemeente en brandweer op het gebied van strandbewaking.

71

6. In hoeverre is het mogelijk deze taak uit te besteden? De wettelijke taken zijn niet uit te besteden. Maatwerkafspraken zijn in principe wel te mandateren of uit te besteden. Echter is er op dit moment geen aanleiding om de borging van deze publieke belangen op een andere manier te beleggen.

7. Lenen de taken zich voor vormgeving in deelname in Veiligheidsregio? Naast de wettelijke verplichting is het gezien het publieke belang zinvol om de genoemde taken binnen de veiligheidsregio te realiseren. De wijze waarop Den Haag deelneemt is goed geborgd conform de vastgelegde lijnen in de gemeenschappelijke regeling. De Wet veiligheidsregio’s is in 2020 geëvalueerd, het proces van herziening loopt.

8. In hoeverre bieden de gemeentelijke bevoegdheden (bij het deelnemen in Veiligheidsregio) waarborgen in het beschermen van het publiek belang? De meerjarenbegroting ligt jaarlijks ter zienswijze voor aan de gemeenteraad. Daarnaast voorziet de Gemeenschappelijke Regeling van de VRH in de mogelijkheid om een ‘Adviescommissie Financiën’ in te stellen. Deze commissie heeft o.a. tot taak het algemeen bestuur van de VRH te adviseren over het financiële beheer en beleid. Elke raad draagt een lid voor t.b.v. deze commissie. Het regionaal beleidsplan rampenbestrijding en crisisbeheersing en het regionaal risicoprofiel worden elke 4 jaar voor afstemming aan de gemeenteraad aangeboden. Zowel de raad als het college worden conform de Wet gemeenschappelijke regeling betrokken bij wijzigingen van de Gemeenschappelijke Regeling van de VRH, waarbij de raad toestemming kan weigeren vanwege strijd met het recht of het algemeen belang. Het algemeen bestuur van de VRH is bevoegd om deel te nemen in privaatrechtelijke rechtspersonen of deze op te richten, maar dient gemeenteraden altijd in de gelegenheid te stellen een zienswijze te geven. Per 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) gewijzigd. De waarborgen ter bescherming van het publieke belang worden met deze wetswijziging versterkt.

Een groot deel van deze wijzigingen vereist een aanpassing van de huidige gemeenschappelijke regeling (GR). Bij het doorvoeren van wijzigingen van de GR hebben naast het bestuur van de VRH, ook de colleges en raden een rol. Gelet op de impact van dit besluitvormingsproces, wordt in de Haaglandse praktijk zoveel mogelijk geprobeerd te voorkomen dat wijzigingen kort achter elkaar moeten worden voorgelegd. Om deze reden is met het bestuur van de VRH afgestemd dat voor het aanpassen van de GR de thans lopende discussie over de positionering van de Geneeskundige Meldkamer wordt afgewacht. Indien deze discussie tot aanpassing van de GR

Evaluatie Verbonden Partijen 2022 – ‘Sturing werkt’

≡◄►

Evaluatie per Verbonden Partij– GR Veiligheidsregio Haaglanden

leidt, kan deze gelijktijdig met de aanpassing als gevolg van de wetswijziging worden doorgevoerd (conform de regels die per 1 juli 2022 rondom het wijzigen van GR-en gelden). Uiterlijk 1 juli 2024 dienen alle wetswijzigingen te zijn doorgevoerd.

9. Staan de (financiële) risico’s t.a.v. Veiligheidsregio Haaglanden (nog steeds) in redelijke verhouding tot de te dienen publieke belangen? De publieke taken worden gefinancierd middels een gemeentelijke bijdrage (en de Rijksbijdrage Brede doeluitkering rampenbestrijding). De processen van interne beheersing in het kader van de verantwoording van de jaarrekening zijn beoordeeld door de accountant. Deze is van mening dat de interne beheersmaatregelen binnen de VRH voldoende zichtbaar zijn vastgelegd en dat deze maatregelen ook als zodanig bestaan en werken. De hieruit afleidbare financiële positie kwalificeert de accountant gezien het constante karakter van de bedrijfsvoering en het lastenniveau als voldoende. De weerstandscapaciteit is ultimo 2021 van de gelijke omvang als de algemene reserve. Bestuurlijk is binnen de VRH afgesproken dat de VRH slechts een beperkt weerstandsvermogen op het niveau ‘voldoende’ nodig heeft. De risico’s worden jaarlijks gemonitord. Een ratio hoger dan voldoende zou tot gevolg hebben dat gemeenten onnodig veel algemene reserve zouden moeten aanhouden bij de VRH. Overigens heeft de gemeente Den Haag via bestuurlijke deelname aan de VRH hier ook een stem in/sturing op.

Conclusie In hoeverre heeft het deelnemen van gemeente Den Haag in de Veiligheidsregio Haaglanden bijgedragen aan en kan het de komende jaren bijdragen aan de borging van het (Haagse) publieke belang? Het deelnemen van Den Haag in de VRH draagt in hoge mate bij aan het publieke belang van Den Haag, en is het juiste instrument om voor inwoners en ondernemers een veilige omgeving te realiseren. Er is een wettelijk onvermijdelijke deelname aan deze gemeenschappelijke regeling, waarbij wordt voldaan aan de taken die daar belegd zijn. Ook voor maatwerkafspraken op gebied van MKA en Strandveiligheid draagt de VRH bij aan borging van publieke belangen op dit terrein.

10. Wat zijn de eventuele uittredings­ mogelijkheden uit de Veiligheidsregio Haaglanden? Het betreft een GR die volgt uit de Wet Veiligheidsregio’s. Het is voor de gemeente Den Haag niet mogelijk om uit te treden, tenzij een algemene maatregel van bestuur, als bedoeld in artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s, noopt tot uittreding van een of meer bestuursorganen.

72

Evaluatie Verbonden Partijen 2022 – ‘Sturing werkt’

≡◄►

Evaluatie per Verbonden Partij

18 GR GGD & Veilig Thuis

1. Beknopte beschrijving GGD & Veilig Thuis Doel: De wettelijke basis voor de GGD is vastgesteld in de Wet Publieke Gezondheid. Deze wet (art.14, lid 1) bepaalt ook dat dat de betreffende taken ten aanzien van publieke gezondheid georganiseerd moet worden in een gemeenschappelijke regeling, overeenkomstig aan de veiligheidsregio’s (Wet ­Veiligheidsregio’s). Gemeenten worden vanuit de Wet Maatschappelijke Ondersteuning verplicht Veilig Thuis te organiseren. Openbaar belang: Bijdragen aan doelstellingen van (preventieve) volksgezondheid. Wat en waarom: Negen gemeenten in Haaglanden werken samen. Den Haag is de grootste gemeente. Voorheen bestonden er twee GGD’en, namelijk GGD Den Haag en GGD ZuidHolland Zuid. Aangezien de laatste kampte met financiële strubbelingen is gekozen om beide GGD’en samen te voegen in 2014 en onder de GR onder te brengen. Bij de herijking van het GR-construct is besloten ook Veilig Thuis hierin onder te brengen. Om een efficiencyslag te maken is ervoor gekozen om de uitvoeringsorganisatie in te huizen bij de gemeente Den Haag (OCW), zodat optimaal gebruik kan worden gemaakt van bedrijfvoeringszaken. De directeur GGD (DPG; wat een zelfstandig wettelijke functie is) zit derhalve in de directie van OCW. Ook de directeur Veilig Thuis maakt deel uit van de directie van OCW.

Stemverhouding is naar inwonertal evenals de bijdrage die de deelnemende gemeenten betalen voor het de uitvoering van wettelijke taken. Voor de ‘lokale’ taken wordt door de deelnemende gemeenten naar rato van afname betaald.

73

2. Welke waarde heeft de GR GGD & Veilig Thuis in de afgelopen 4 jaren kunnen toevoegen aan het Haags publiek belang? De GR GGD & Veilig Thuis is van grote meerwaarde voor Den Haag en de regio. Zeker bij grensoverstijgende problematiek en incidenten kan gezamenlijk een regionale aanpak worden afgesproken en uitgevoerd. De coronapandemie is hier een goed voorbeeld van, waar het virus zich niet laat tegenhouden door de gemeentegrenzen vanwege vele reisbewegingen tussen gemeenten, bijvoorbeeld door woon-/ werkverkeer. Maar ook bij andere problematiek wordt een regionale aanpak uitgevoerd, zoals bij luchtverontreiniging, gezonde leefomgeving, etc. Ook voor Veilig Thuis wordt regionaal samengewerkt en geprioriteerd, bijvoorbeeld t.a.v. de lokale teams in het voorliggend veld. Gezamenlijk worden plannen gemaakt t.a.v. de preventieve aanpak tegen huiselijk geweld en de besteding van rijksmiddelen in het voorliggend veld. Deelname aan de gemeenschappelijke regeling is wettelijk bepaald v.w.b. GGD. De meerwaarde van de huidige constructie is dat aan de wettelijke taken voldaan wordt, dat beleid op grens overstijgende zaken wordt gedeeld en waar mogelijk wordt aangesloten op elkaar. Daarnaast levert de huidige GR-constructie een besparing op qua bedrijfvoeringskosten ten opzichte van de situatie in 2014, waar twee GGD’en deze kosten maakten.

3. In hoeverre is er sprake van een publiek belang? Het Haagse belang is deels wettelijk bepaald en deels ingestoken vanuit efficiëntie en effectiviteit. Door de huidige GR-constructie waar de GGD Haaglanden en Veilig Thuis Haaglanden gebruik maken van de dienstverlening op bedrijfsvoering vanuit de gemeente Den Haag, worden deze kosten niet dubbelop gemaakt.

4. In hoeverre is dit een publiek belang op de schaal van Den Haag? Deelname aan de gemeenschappelijke regeling, v.w.b. GGD, is wettelijk bepaald. Daarnaast biedt de gemeenschappelijke regeling de mogelijkheid op een gezamenlijke, regionale aanpak voor grens overstijgende problematiek en incidenten. Gemeente Den Haag is voorstander van de huidige GR-constructie ten opzichte van andere mogelijkheden. Zie hiervoor ook het standpunt dat is ingebracht in het Algemeen Bestuur via de zienswijze op de recent uitgevoerde evaluatie (RIS311747). De huidige constructie biedt de mogelijkheid om gezamenlijk wettelijke taken op te pakken, als regio afspraken te maken over regionale taken die bovenwettelijk zijn, en om als individuele gemeente diensten af te nemen van de GGD die niet regionaal (voor alle negen gemeenten) worden uitgevoerd.

Evaluatie Verbonden Partijen 2022 – ‘Sturing werkt’

≡◄►

Evaluatie per Verbonden Partij – GR GGD & Veilig Thuis

5. In hoeverre zijn er andere publiekrechtelijke instrumenten inzetbaar? Gezien de wettelijke verplichtingen zijn er geen andere publiekrechtelijke instrumenten inzetbaar om de wettelijke en bovenwettelijke taken uit te voeren

6. In hoeverre is het mogelijk deze taak uit te besteden? De wettelijke taken zijn niet uit te besteden aan een marktpartij. De bovenwettelijke ‘lokale taken’ die gemeenten afnemen bij de GGD zijn dat wel. Echter heeft het voordelen om deze af te nemen van de GGD. Sommige taken worden door een groot aantal gemeenten afgenomen, waardoor je regionaal kunt optrekken. Daarnaast heeft de GGD de kennis van en netwerk in de stad en de regio.

7. Lenen de taken zich voor vormgeving in deelname in de GR GGD & Veilig Thuis? Ja, de taken lenen zich voor deelname in de GR GGD & Veilig Thuis. Het gekozen construct van een wettelijk bepaald gemeenschappelijke regeling en het opdrachtnemerschap voor de twee uitvoeringsorganisaties bij de gemeente Den Haag is effectief en efficiënt voor de regio en de Den Haag.

8. In hoeverre bieden de gemeentelijke bevoegdheden (bij het deelnemen in de GR GGD & Veilig Thuis) waarborgen in het beschermen van het publiek belang? De GR wordt aangestuurd door een Dagelijks Bestuur, in opdracht van het Algemeen Bestuur. Alle negen gemeentes zijn lid van het Algemeen Bestuur. Vanuit hun midden wordt het Dagelijks Bestuur gekozen, waarbij Den Haag altijd één van de drie leden is, niet zijnde de voorzitter of de penningmeester. In beide gremia heeft Den Haag dus de mogelijkheid en verantwoordelijkheid het publieke belang van de regio en de gemeente Den Haag te behartigen. Daarnaast is in de evaluatie van het GR-construct geconcludeerd dat de onderlinge formele afspraken goed zijn ingeregeld, en daarmee het publieke belang (RIS311747).

74

9. Staan de (financiële) risico’s t.a.v. de GR GGD & Veilig Thuis (nog steeds) in redelijke verhouding tot de te dienen publieke belangen? Ja, dat is het geval. Het Dagelijks Bestuur houdt vinger aan de pols via inzage in sturingsinformatie en risicobeheersing, o.a. via de P&C-cyclus. Deze stukken laten géén verontrustend beeld zien. Daarnaast heeft het Dagelijks Bestuur regelmatig gezamenlijk overleg met de opdrachtnemer om sturing te kunnen geven aan de uitvoering en financiën. Den Haag draagt als opdrachtnemer een financieel risico. Deze is echter beperkt. Er zijn afspraken gemaakt en vastgelegd met de GR over onvoorziene kosten. Zie ook het financieel statuut. Enkel wanneer de interne financiële administratie niet op orde is bestaat het risico dat Den Haag voor kosten moet opdraaien. Echter is er ook altijd de mogelijkheid om over deze kosten in gesprek te gaan met het Algemeen Bestuur. Een onafhankelijke evaluatie van de GR GGD & VT heeft ertoe geleid dat de deelnemende gemeenten zich blijvend kunnen vinden in de governance en financiële afspraken binnen de GR.

10. Wat zijn de eventuele uittredings­ mogelijkheden uit de GR GGD & Veilig Thuis? De GR is een wettelijk bepaald gremium voor wat betreft de GGD. Den Haag kan hier dus niet uittreden. Wel zou gekozen kunnen worden om via een ander construct Veilig Thuis te organiseren samen met andere gemeenten in de VT-regio. De ontvlechting is kostbaar, gezien de efficiëntiewinst bij het samenvoegen voor wat betreft bedrijfvoeringskosten. Deze wordt te niet gedaan door ontvlechting.

Conclusie In hoeverre heeft het deelnemen van gemeente Den Haag aan de GR GGD & Veilig Thuis bijgedragen aan en kan het de komende jaren bijdragen aan de borging van het (Haagse) publieke belang? Ja, deelname aan de GR GGD/VT heeft bijgedragen en zal komende jaren bijdragen aan het publiek belang. Dit o.a. vanwege de efficiëntie en effectiviteit van de beide uitvoeringsorganisaties die invulling geven aan de wettelijke taken, met ruimte voor lokale taken en inzet op regionale aanpak.

Evaluatie Verbonden Partijen 2022 – ‘Sturing werkt’

≡◄►

Evaluatie per Verbonden Partij

19 GR Omgevingsdienst Haaglanden

3. In hoeverre is er sprake van een publiek belang? Vergunningverlening, toezicht en handhaving is een middel voor het realiseren van publieke doelen en het borgen van het publieke belang.

4. In hoeverre is dit een publiek belang op de schaal van Den Haag?

1. Beknopte beschrijving Omgevingsdienst Haaglanden Omgevingsdiensten zijn gemeenschappelijke regelingen. In 2008 constateerde de Commissie Mans dat vergunningverlening te gefragmenteerd was en de handhaving beter moest. Dit leidde tot een stelsel van omgevingsdiensten. In 2021 heeft de Commissie Van Aartsen geconstateerd dat het stelsel van Omgevingsdiensten nog niet functioneert zoals destijds bedoeld, waardoor vermijdbare milieuschade ontstaat. Het Rijk, IPO en VNG hebben een traject afgesproken om via vervolgacties te komen tot een beter werkend stelsel. De omgevingsdienst Haaglanden is verantwoordelijk voor de vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van milieu en duurzaamheid en de specialistische advisering op het gebied van milieu en ruimtelijke ordening voor negen Haaglanden gemeenten en de provincie Zuid-Holland. De gemeente is wettelijk verplicht het basistakenpakket (de complexere bedrijven) af te nemen bij omgevingsdienst. De gemeente heeft ervoor gekozen om ook de taken die niet vallen onder het basistakenpakket (bijvoorbeeld winkels, horeca en kleinere kantoren) op vrijwillige basis onder te brengen bij de Omgevingsdienst.

2. Welke waarde heeft de Omgevingsdienst Haaglanden in de afgelopen 4 jaren kunnen toevoegen aan het Haags publiek belang? De Omgevingsdienst Haaglanden heeft de afgelopen jaren zijn waarde bewezen en bijdragen aan het realiseren van een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving voor onze inwoners en een goed werkklimaat voor onze bedrijven (bv. door het voorkomen calamiteiten via vergunningverlening, toezicht en handhaving of het leveren van een bijdrage aan de publieke doelstellingen op het gebied van duurzaamheid).

75

Den Haag is een kantorenstad. In vergelijk met Rotterdam en Amsterdam is er nauwelijks zware industrie, waardoor de kans op een zwaar ongeval kleiner is. Het gaat meer om het voorkomen van gezondheidsschade, duurzaamheid en het voorkomen van hinder voor direct omwonenden van een bedrijf. De Omgevingswet gaat in 2023 van start. Bij de Omgevings­ wet wordt een duidelijker onderscheid gemaakt tussen wet- en regelgeving van het rijk en wet- en regelgeving van de gemeente. De rijksregels (de bruidsschat genoemd) die betrekking hebben op lokale vraagstukken (hinder voor de direct omwonenden van een bedrijf) verhuizen naar de gemeente. De gemeenteraad kan dan zelf de afweging maken hoe ze deze onderwerpen willen regelen. In de praktijk betekent dit dat taken die vallen onder het basistakenpakket veelal onder de regelgeving van het rijk. Taken die niet onder het basistakenpakket vallen hebben veelal betrekking op de gemeentelijke regelgeving en worden straks geregeld in het Omgevingsplan.

5. In hoeverre zijn er andere publiekrechtelijke instrumenten inzetbaar? Omgevingsdiensten zijn wettelijk verplicht voor het basistakenpakket (de complexere bedrijven). De thuistaken kan de gemeente op vrijwillige basis beleggen bij een (regionale) omgevingsdienst of laten uitvoeren door een gemeentelijke uitvoeringsorganisatie. Het College is in beide gevallen het bevoegde gezag.

6. In hoeverre is het mogelijk deze taak uit te besteden? Wettelijk gezien mag deze taak niet worden uitbesteed aan marktpartijen.

7. Lenen de taken zich voor vormgeving in deelname in de Omgevingsdienst Haaglanden? Vanwege de benodigde specialistische deskundigheid op milieugebied lenen taken die behoren tot het basistakenpakket zich voor deelname in een omgevingsdienst (zeer specialistische kennis is zelf op een hoger niveau georganiseerd door specialisatie tussen omgevingsdiensten onderling). Voor taken die niet onder het basistakenpakket vallen is regelmatig specialistische milieukennis noodzakelijk. Om deze reden is er destijds voor gekozen deze taken op vrijwillige basis onder te brengen bij de Omgevingsdienst.

Evaluatie Verbonden Partijen 2022 – ‘Sturing werkt’

≡◄►

Evaluatie per Verbonden Partij – GR Omgevingsdienst Haaglanden

8. In hoeverre bieden de gemeentelijke bevoegdheden (bij het deelnemen in de Omgevingsdienst Haaglanden) waarborgen in het beschermen van het publiek belang? De Omgevingsdienst moet zijn taak uitvoeren binnen de gestelde gemeentelijke kaders. De gemeenteraad heeft de ‘Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving Omgevingsrecht (milieu) Den Haag (2016)’ (RIS: 294545) vastgesteld. In de verordening staan de onderdelen, waarvoor de gemeente het kader vaststelt. Hiertoe horen o.a. het vaststellen van het strategisch en het operationeel beleidskader van de Omgevingsdienst.

9. Staan de (financiële) risico’s t.a.v. de Omgevingsdienst Haaglanden (nog steeds) in redelijke verhouding tot de te dienen publieke belangen?

Conclusie In hoeverre heeft het deelnemen van gemeente Den Haag in de Omgevingsdienst Haaglanden bijgedragen aan en kan het de komende jaren bijdragen aan de borging van het (Haagse) publieke belang? De Omgevingsdienst Haaglanden heeft de afgelopen 10 jaar zijn waarde bewezen en bijdragen aan de borging van het publiek belang. De Commissie Van Aartsen heeft tegelijkertijd geconcludeerd dat het stelsel van Omgevingsdiensten in Nederland nog niet werkt zoals in 2008 de bedoeling was. Het Rijk, IPO en VNG kijken naar vervolgacties om tot een beter werkend stelsel voor het basistakenpakket. Bij invoering van de Omgevingswet krijgt de gemeenteraad een grotere rol bij lokale vraagstukken. Mogelijk maken beide ontwikkelingen het wenselijk op de middellange termijn nog eens te kijken naar de uitvoering van de taken die niet onder het basistakenpakket vallen.

Ja. De Omgevingsdienst Haaglanden heeft sinds de start in 2013 een gezonde financiële positie. Ook wordt er strak gestuurd op risicobeheersing.

10. Wat zijn de eventuele uittredings­ mogelijkheden uit de Omgevingsdienst Haaglanden? Omgevingsdiensten zijn wettelijk verplicht voor het basistakenpakket (de complexere bedrijven). In theorie kan de gemeente de taak beleggen bij een andere Omgevingsdienst, maar in de praktijk is dit ongewenst omdat hiermee de geografie van de ingestelde regio’s wordt gewijzigd (toevoeging grondgebied aan een andere regio). Eventueel kan Den Haag de niet verplichte milieutaken weer zelf gaan uitvoeren. Hiertoe bestaat op de korte termijn echter geen aanleiding (niet effectief en efficiënt en het risico bestaat dat voor bepaalde taken niet kan worden voldaan een de kwaliteitscriteria).

76

Evaluatie Verbonden Partijen 2022 – ‘Sturing werkt’

≡◄►

Evaluatie per Verbonden Partij

20 GR Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden

de overige 9 gemeenten in de regio Haaglanden. Het takenpakket van het Servicebureau is hierboven al beschreven. Het Servicebureau is hiermee dus gericht op de uitvoering; het maken van beleid is expliciet geen taak van het Servicebureau (beleidsarm). Opdrachtgever zijn de colleges van de 10 genoemde gemeenten.

2. Welke waarde heeft het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden in de afgelopen 4 jaren kunnen toevoegen aan het Haags publiek belang?

1. Beknopte beschrijving Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden Doel: In de regio Haaglanden wordt de inkoop en het contractmanagement van de tweedelijns jeugdhulp1 gecoördineerd door het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden (vanaf nu: Servicebureau en voorheen H10 inkoopbureau2). Het Servicebureau is hiermee de regionale uitvoeringsorganisatie en heeft de volgende taken (artikel 4 van de Gemeenschappelijke Regeling): a. Ondersteuning bij regionaal te contracteren jeugdhulp; b. Coördineren van regionale berichtgeving inzake de jeugdhulp; c. Leveren van een bijdrage aan de optimalisering van de opgedragen uitvoeringsprocessen; d. Contractbeheer en contractmanagement; e. Afwikkelen van het opgedragen declaratie- en betalingsverkeer; f. Leveren van een bijdrage en advies bij de verantwoordingscyclus waaronder het genereren van adequate managementinformatie en informatie voor de planning en control cyclus; g. Het op verzoek namens gemeenten optreden richting leveranciers om de voorwaarden en eisen, waaronder de overeenkomsten worden afgesloten te harmoniseren. Openbaar belang: De regeling behartigt de belangen van de gemeenten op het terrein van uitvoering van gemeentelijke contractering in het kader van de Jeugdwet.

Wat en waarom: Per 1 januari 2015 (decentralisatie jeugdzorg) is het Servicebureau opgericht voor de inkoop en het contracteren van jeugdhulp voor de gemeentes Den Haag, Delft, Midden-Delfland, Leidschendam-Voorburg, PijnackerNootdorp, Rijswijk, Voorschoten, Wassenaar, Westland en Zoetermeer. Voor Den Haag wordt dus samengewerkt met 1 Den Haag kent ook de eerstelijns jeugdhulp. Dit is de jeugdhulp verleend door de gemeentelijke jeugdteams. 2 Per 16 april 2020 is het H10 Inkoopbureau verdergegaan als Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden.

77

Sinds de decentralisatie per 1 januari 2015 is de jeugdzorg een primaire verantwoordelijkheid van de gemeenten. Het Servicebureau heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld van een inkooporganisatie naar een serviceorganisatie, die meerwaarde biedt ten opzichte van het enkel inkopen van jeugdhulp. Dit is nodig om de complexe transformatiedoelen van de gemeenten op het terrein van jeugdhulp te kunnen realiseren en de kosten van jeugdhulp te kunnen beheersen. Hier is al een start mee gemaakt door invulling te geven aan diverse contract- en kostenbeheersingsinstrumenten. Te denken valt aan: - Coördinatie m.b.t. het aanpassen van tarieven en productomschrijvingen; - Het werken met een bestedingsruimte per jeugdhulpaanbieder; - Het werken met een richtinggevend kader; - Het invoeren een rendementsclausule en Social Return On Investment (SROI).

3. In hoeverre is er sprake van een publiek belang? Sinds de decentralisatie per 1 januari 2015 is de jeugdzorg een primaire verantwoordelijkheid van de gemeenten. In de Memorie van Toelichting van de wet is opgenomen dat voor een aantal onderdelen van de Jeugdwet bovenlokaal moet worden samengewerkt en de inkoop met andere jeugdzorgregio’s moet worden geregeld. Dit betreft naast hoog specialistische zorg (Jeugdzorg Plus), de jeugdbescherming en jeugdreclassering.

4. In hoeverre is dit een publiek belang op de schaal van Den Haag? Sinds de decentralisatie per 1 januari 2015 is de jeugdzorg een primaire verantwoordelijkheid voor alle gemeenten. Op basis van de leerpunten van de decentralisatie sinds 2015, de situatie in Den Haag en de knelpunten in het huidige stelsel wordt toegewerkt naar een meer toekomstbestendige organisatie van de jeugdhulp in Den Haag. De richting is vastgelegd in de Regiovisie Jeugdhulp Haaglanden 2021-2026 (RIS309874) en het Haags Toekomstperspectief jeugd- en gezinshulp (RIS309877, RIS312349). Het Servicebureau wordt in deze ontwikkelingen nadrukkelijk betrokken en zal ook de komende (transitie)periode nog de rol van uitvoeringsorganisatie voor de jeugdzorg in Den Haag vervullen.

Evaluatie Verbonden Partijen 2022 – ‘Sturing werkt’

≡◄►

Evaluatie per Verbonden Partij – GR Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden

5. In hoeverre zijn er andere publiekrechtelijke instrumenten inzetbaar? De jeugdzorg is een primaire verantwoordelijkheid voor alle gemeenten. Tevens is bovenlokale samenwerking een verplichting vanuit de Jeugdwet.

6. In hoeverre is het mogelijk deze taak uit te besteden? Uitbesteden is geen optie omdat de jeugdzorg een primaire verantwoordelijkheid is voor alle gemeenten en bovenlokale samenwerking een verplichting is vanuit de Jeugdwet.

7. Lenen de taken zich voor vormgeving in deelname in het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden? Deelname aan het Servicebureau is de beste mogelijkheid om de uitvoering van de jeugdhulp in Den Haag te dienen. Ook is het de beste optie om de complexe transformatiedoelen van de gemeenten op het terrein van jeugdhulp op de korte termijn te kunnen realiseren. De verwachting is wel dat door het Haags Toekomstperspectief Jeugd- en Gezinshulp een groot deel van de jeugdhulp lokaal zal worden ingekocht en de rol van het Servicebureau voor de gemeente Den Haag zal afnemen. Het Servicebureau wordt de komende tijd nauw betrokken in de verdere vormgeving van Haags Toekomstperspectief Jeugd- en Gezinshulp en de rol hierin van de gemeente Den Haag en het Servicebureau.

8. In hoeverre bieden de gemeentelijke bevoegdheden (bij het deelnemen in het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden) waarborgen in het beschermen van het publiek belang? Naast de wettelijke verplichting is voor het verwezenlijken van de ambities in de eerdergenoemde regiovisie noodzakelijk dat er gezamenlijk wordt opgetrokken. In de dienstverleningsovereenkomst zijn de samenwerkingsafspraken vastgelegd met betrekking tot de financiering en af te nemen diensten van het Servicebureau. Daarnaast gelden de volgende kenmerken: - Er worden door Colleges geen bevoegdheden overgedragen aan het bestuur; - Colleges kunnen bevoegdheden voor de uitvoering van taken in mandaat opdragen aan het bestuur en de directie; - Het bestuur bestaat uit de vertegenwoordigende wethouders van de regiogemeenten. - De Raden van deelnemende gemeenten, waaronder Den Haag, besluiten over begroting en de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Regeling.

78

9. Staan de (financiële) risico’s t.a.v. Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden (nog steeds) in redelijke verhouding tot de te dienen publieke belangen? Het Servicebureau heeft geen afgezonderd weerstandsvermogen en wordt gefinancierd door de 10 deelnemende gemeenten. De verdeling van de kosten vindt plaats op basis van het inwonersaantal per 1 januari van het jaar voorafgaande aan de begroting. Financieel technisch zijn de 10 gemeenten verantwoordelijk voor eventuele tegenvallers. In 2021 heeft het Servicebureau op uitdrukkelijk verzoek van de gemeenteraden een risicoanalyse opgesteld. Hieruit is gekomen dat er een weerstandsvermogen nodig is van € 680k. Dit is een stijging van het risico ten opzichte van de begroting 2022, dat te maken heeft van een uitbreiding van taken. Hiermee staan de (financiële) risico’s t.a.v. het Servicebureau in redelijke verhouding tot het te dienen publiek belang voor de gemeente Den Haag.

10.Wat zijn de eventuele uittredingsmogelijkheden uit het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden? In artikel 20 van de Gemeenschappelijke Regeling zijn de bepalingen m.b.t. uittreding beschreven. Een deelnemende gemeente kan zelfstandig besluiten tot uittreding en stuurt dit verzoek aan het bestuur van de GR. Het bestuur zendt het besluit tot uittreding van een gemeente ter kennisneming aan de colleges van de overige deelnemende gemeenten. Het financiële nadeel dat voor de andere deelnemende gemeenten ontstaat door het beëindigen van de deelname door de uittredende gemeente aan het uitvoeringsprogramma, wordt over een periode van drie jaar vanaf de datum van uittreding zichtbaar gemaakt en door de uittredende gemeente ter compensatie aan het Servicebureau vergoed. Maar in verband met de wettelijke verplichting om op onderdelen bovenlokaal samen te werken, zal na een uittreding een nieuwe deelname gestart moeten worden voor samenwerking met andere gemeenten.

Conclusie In hoeverre heeft het deelnemen van gemeente Den Haag in het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden bijgedragen aan en kan het de komende jaren bijdragen aan de borging van het (Haagse) publieke belang? We hebben de wettelijke verplichting om regionaal samen te werken, derhalve is dit essentieel. Deelname heeft de afgelopen jaren bijgedragen aan het voldoen aan de wet alsmede de borging van het Haagse publieke belang. Dit zal in de toekomst ook zo zijn. De verwachting is echter dat door het Haags Toekomstperspectief Jeugd- en Gezinshulp een groot deel van de jeugdhulp lokaal zal worden ingekocht en de rol van het Servicebureau voor de gemeente Den Haag zal afnemen. Het Servicebureau wordt de komende tijd nauw betrokken bij de verdere vormgeving van deze ontwikkelingen.

Evaluatie Verbonden Partijen 2022 – ‘Sturing werkt’

≡◄►

Evaluatie per Verbonden Partij

21 Stichting Holdingfonds Economische Investeringen Den Haag (HEID)

De fondsen en het beheer daarvan staan op afstand van de gemeente en zijn ‘off balance’. De gemeente is echter wel bepalend (eventueel met relevante andere investerende partijen) voor starten van nieuw fonds, doelbereik ervan en het beschikbaar stellen van middelen. Met het holdingfonds heeft gemeente Den Haag een centraal punt van waaruit op maat geïnvesteerd kan worden en waarmee revolverende middelen ook weer opnieuw ingezet kunnen worden voor hetzelfde doel (een eis voor Europese fondsen). Daarmee voldoet de constructie met een stichting op financiële afstand van de gemeente ook aan Europese eisen. (Zie ook RIS296844, p.4 meerwaarde van de holdingstructuur). Deze zijn noodzakelijk voor het verkrijgen van Europese middelen in de investeringsfondsen.

2. Welke waarde heeft Stichting HEID in de afgelopen 4 jaren kunnen toevoegen aan het Haags publiek belang?

1. Beknopte beschrijving Stichting HEID Doel: Het structureel beschikbaar stellen van kapitaal, langs de lijn van de Haagse economische visie, om gezamenlijk met private partijen een duurzame geïntegreerde stedelijke ontwikkeling te bewerkstelligen. Openbaar belang: Stichting HEID investeert langs de lijn van de economische visie middels onderliggende fondsen in meer innovatie en ondernemerschap, in de koolstofarme economie en in werkgelegenheid en vestigingsklimaat. Wat en waarom: De investeringen van Stichting HEID richten zich op het domein van maatschappelijke uitdagingen waar de overheid iets wil bereiken, de markt (nog) niet acteert en subsidie niet het juiste instrument is. Subsidie is niet het juiste instrument als: 1. De investering is in principe levensvatbaar en kan zichzelf dus terug verdienen, de initiatiefnemer is dan zelf risicodrager en kan hiervoor financiering regelen. 2. De overheid mag de markt niet verstoren. Gelet op het eerste argument is alleen geld niet de oplossing. Het gaat vooral om het wegnemen van investeringsdrempels, zoals een te hoog risicoprofiel voor commerciële investeerders. Daarna moeten betreffende leningen worden terugbetaald. 3. Vaak is er sprake van de potentie tot samen investeren, waarbij de belangen van zowel publieke, als private investeerders op één moeten worden gebracht. 4.

De investeringshorizon is vaak langer dan een paar jaar. Via het holdingfonds kan Den Haag investeren in diverse projecten met een zelfstandige levensvatbaarheid. Investeren in projecten die op termijn een lening kunnen terugbetalen of waarvan een investering zich via een verkoop of dividend terug kan verdienen. Dit type projecten kan vanuit een investeringsfonds ondersteund worden door middel van leningen, garanties en eigen vermogen.

79

1. Via de investering in revolverende fondsen wordt o.m. direct bijgedragen aan de verduurzaming van Haagse VvE’s, het versnellen van de Haagse energietransitie via alternatieve duurzame opwekking zoals geothermie, het ondersteunen van lokale Haagse initiatiefnemers om initiatieven voor schone energie financierbaar te maken, creatie en behoud van werkgelegenheid, herontwikkeling en vernieuwing van kleinschalige bedrijfshuisvesting, CO2 besparing, groei en

innovatie bij bedrijven in de ‘proof of conceptfase’ en bij de marktintroductie.

2. Waardetoevoeging via externe, vooralsnog vooral Europese, bijdragen in onze revolverende fondsen. Via deelname in de fondsen ED (Energiefonds Den Haag), FRED (Fonds Ruimte en Economie Den Haag), Duurzaamheidsfonds VvE DH, ‘Proof of concept’ fonds UNIIQ en het fonds IQ Capital is ruim € 16 miljoen aan Europese subsidie verkregen voor cofinanciering in deze fondsen. Met behulp van ‘oud’ of ‘gerevolveerd’ EU-geld uit het Startersfonds is € 1,3 miljoen geïnvesteerd in het Dutch Security TechFund, Security of Things Fund en het ‘vroegefasefinancieringsinstrument’ van UNIIQ. Enkele voorbeelden van reeds afgeronde financieringen zijn HVV Laakkwartier, Ampyx power, De W. van Werkfabriek, Fokkerhaven, Robot Robots company, Wolk B.V., MMOX B.V.

3. In hoeverre is er sprake van een publiek belang? De fondsen zijn directe instrumenten in de uitvoering van het economisch beleid en het beleid gericht op de uitvoering van de transitievisie warmte en het stedelijk energieplan. De fondsen investeren daar waar sprake is van marktfalen en een publieke investering nodig is om ontwikkeling op gang te brengen. Vaak betreft het op gang brengen van ontwikkelingen die in een volgende fase of bij een volgend schaalniveau wel of voor een groter deel door de markt gefinancierd kunnen worden. In alle gevallen is sprake van lopend beleid en is geen sprake van een korte termijn horizon.

Evaluatie Verbonden Partijen 2022 – ‘Sturing werkt’

Evaluatie per Verbonden Partij – Stichting Holdingfonds Economische Investeringen Den Haag (HEID)

4. In hoeverre is dit een publiek belang op de schaal van Den Haag? Naast hetgeen hiervoor genoemd is het voor de Haagse inwoners en ondernemers in het ‘post-COVID-tijdperk’ en in het licht van de huidige energiemarkt/crisis van groot belang om alle mogelijkheden aan te wenden om als gemeente samen met andere (publieke) investeerders dergelijke alternatieve oplossingsrichtingen ter versterking van de Haagse economie en duurzame samenleving te stimuleren.

5. In hoeverre zijn er andere publiekrechtelijke instrumenten inzetbaar? De investeringen van de fondsen onder Stichting HEID richten zich op het domein van maatschappelijke uitdagingen waar de overheid iets wil bereiken, de markt (nog) niet acteert en subsidie niet het juiste instrument is. Voorafgaand aan elke investering in een nieuw fonds vindt een ex ante analyse plaats (verplicht bij Europese fondsen) waaruit blijkt waar het marktfalen zit, welke oplossing daarvoor passend is en met welk financieel instrumentarium deze oplossing het beste geboden kan worden. Daarbij zijn er ook mogelijkheden om subsidies en financiële instrumenten in de toekomst via één fonds aan te gaan bieden, als daar een behoefte aan blijkt te zijn.

6. In hoeverre is het mogelijk deze taak uit te besteden? Met Stichting HEID voldoet de gemeente Den Haag aan een Europese eis voor de oprichting van financiële instrumenten via een holdingfonds. Het alternatief was geweest om via een aanbesteding een bank te selecteren die voor ons een holdingfonds zou gaan beheren of dit zonder aanbesteding aan de Europese Investeringsbank of het Europese Investeringsfonds te gunnen. Het bijzondere van de door de gemeente gekozen constructie is dat de gemeente middels de subsidiebeschikkingen en de statutaire beperkingen van HEID kan blijven sturen op de maatschappelijke doelen waarin door onderliggende fondsen wordt geïnvesteerd en tegen een aanzienlijk lager tarief. Zie RIS296844. Via een marktpartij zou de gemeentelijke (beleidsmatige) sturing na afrekening van de subsidies komen te vervallen.

7. Lenen de taken zich voor vormgeving in deelname Stichting HEID? In feite is er bij Stichting HEID geen sprake van een deelneming, maar van subsidies. De enige reden voor het zijn van een verbonden partij is dat gemeente Den Haag een wethouder als bestuurder heeft aangewezen, waarbij deze bestuurder theoretisch een risico loopt dat bijvoorbeeld bij het maken van fouten of leveren van een wanprestatie door de bestuurder, de gemeente Den Haag kan worden aangesproken bij een eventuele claim. Vanuit het bestuurlijke belang volgt in dit uitzonderlijke geval dus een financieel belang. Overigens is dit risico conform gebruikelijke werkwijze afgedekt via een bestuurders aansprakelijkheidsverzekering.

80

≡◄►

De gemeente Den Haag is 100% verbonden aan een private organisatie (Stichting HEID) die ze kan benutten voor het dienen van het publieke belang. Indien de gemeente ervoor zou kiezen om een niet gemeentelijke bestuurder aan te stellen, dan ontstaat het risico dat de stichting passief kan worden. De gemeente kan statutair wel voorkomen dat Stichting HEID activiteiten onderneemt die strijdig zijn met het Haagse publieke belang, maar andersom kan de gemeente, Stichting HEID niet verplichten. Het initiatief komt altijd bij Stichting HEID vandaan.

8. In hoeverre bieden de gemeentelijke bevoegdheden (bij het deelnemen aan Stichting HEID) waarborgen in het beschermen van het publiek belang? Via de statuten zijn de belangrijkste waarborgen voor het beschermen van het publieke belang vast gelegd. Zo wijst het college de bestuurder van Stichting HEID aan en kan ze deze ook schorsen (art. 7), zijn diverse besluiten van het bestuur gebonden aan voorafgaande goedkeuring van de gemeente (art. 10) en is het college bevoegd ook andere besluiten dan vastgelegd aan haar goedkeuring te onderwerpen. Ook keurt het college het reglement van het investeringscomité van Stichting HEID goed (art. 12). De gemeente ontvangt jaarlijks de jaarrekening met accountantsverklaring, is bevoegd tot het vragen van informatie en is bevoegd tot het wijzigen van de statuten. Tot slot is de gemeente bevoegd te beslissen tot ontbinding en tot aanwending van het liquidatiesaldo ten behoeve van de versterking van de ontwikkeling en de economie van de regio Den Haag, conform de statuten van Stichting HEID. De gemeente neemt in die situatie de werkzaamheden van Stichting HEID over, dan wel dient toe te zien op het beleggen van de taken en verantwoordelijkheden bij een daarvoor geschikte externe (verbonden) partij.

9. Staan de (financiële) risico’s t.a.v. Stichting HEID (nog steeds) in redelijke verhouding tot de te dienen publieke belangen? Strikt genomen is er geen sprake van financiële risico’s, anders dan die bij subsidieverstrekking en dus nooit hoger dan het gesubsidieerde bedrag. Daarnaast is gelet op het financiële belang – zie ook het antwoord op vraag 7 – het betreffende theoretische risico afgedekt met een bestuurders aansprakelijkheidsverzekering.

10. Wat zijn de eventuele uittredings­ mogelijkheden uit Stichting HEID? De gemeente Den Haag kan een bestuurder benoemen die geen bestuurder is van gemeente Den Haag, dan vervalt het bestuurlijk belang en dan is Stichting HEID geen verbonden partij meer. Dit verandert in principe niets aan de inhoudelijke sturing die de gemeente mee kan geven aan de investeringsstrategie van de holding en aan de besluiten die de gemeente neemt voorafgaand aan een beslissing om wel of niet in een nieuw fonds te stappen.

Evaluatie Verbonden Partijen 2022 – ‘Sturing werkt’

Evaluatie per Verbonden Partij – Stichting Holdingfonds Economische Investeringen Den Haag (HEID)

Den Haag zou dan wel de grip verliezen op de initiatieven vanuit Stichting HEID en de grip verliezen op de inbreng in de investeringscomités van de onderliggende fondsen. De gemeente kan immers statutair wel voorkomen dat Stichting HEID nieuwe investeringen doet maar kan haar andersom niet verplichten om nieuwe subsidieaanvragen of fondsstortingen te doen. Het initiatief komt altijd bij Stichting HEID vandaan, de goedkeuring daarna komt van het college. Verder kan de gemeente Den Haag – statutair gezien – de stichting ontbinden en dan over het liquidatiesaldo beschikken. Een eventuele ontbinding is niet eenvoudig. Zo moeten in voorkomend geval eerst alle lopende contracten geëvalueerd moeten worden en dient per fonds een plan van aanpak opgesteld te worden. Bij de participaties in de B.V.’s betreft het dan de verkoop van aandelen, waarvoor een waardering zal moeten worden opgemaakt. Bij de participaties in de C.V.’s is Stichting HEID 100% houder van de deelnemingsrechten. Er zal dan besloten moeten worden over eventuele beëindiging van fondsen, waarbij per fonds naar de voorwaarden, opbrengsten en kosten voor tussentijdse beëindiging gekeken zal moeten worden.

Conclusie In hoeverre heeft het deelnemen van gemeente Den Haag in Stichting HEID bijgedragen aan en kan het de komende jaren bijdragen aan de borging van het (Haagse) publieke belang? Zowel in verleden als naar toekomst toe is sprake van een positieve bijdrage door deelname aan Stichting HEID. Via Stichting HEID beschikt gemeente Den Haag over een ruim aanbod aan financiële instrumenten waarmee ongewenst marktfalen is aangepakt en aangepakt kan worden, tegen een beperkt financieel risico voor de gemeente. Deze instrumenten sluiten in de gekozen structuur goed aan bij regionale, nationale en EU programma’s en leveren dan ook extra investeringen op van deze partijen in de regio Den Haag. In het beleid van de Europese Unie, maar ook in het Rijksbeleid komen steeds vaker dergelijke financiële instrumenten aan bod en groeit de omvang van investeringen via deze instrumenten.

81

Evaluatie Verbonden Partijen 2022 – ‘Sturing werkt’

≡◄►

≡◄►

Evaluatie per Verbonden Partij

22 Stichting Dataland

2. Welke waarde heeft Dataland in de afgelopen 4 jaren kunnen toevoegen aan het Haags publiek belang? Ten tijde van de oprichting van Dataland (20 jaar geleden) was het algemene sentiment dat gemeenten op een goudschat aan data zaten. Data hadden een publiek belang, maar waren ook interessant voor commerciële partijen. Hieronder waren een aantal landelijke partijen, zoals banken en verzekeringsmaatschappijen, die de data graag wilden hebben. Er bestond nog geen landelijke voorziening en er waren nog geen wettelijke basisregistraties. Dataland fungeerde als doorgeefloket van gemeenten naar (landelijke) partijen, zodat deze met maar 1 loket te maken hadden. De afnemers betaalden voor de data, de gemeenten (certificaathouders) kregen een jaarlijks dividend. Tegenwoordig vervult het Kadaster een rol die er op lijkt. Het Kadaster verkoopt haar eigen dienstverlening, maar fungeert ook als landelijke voorziening voor de gemeentelijke basisregistraties (BAG, BGT, WOZ).

1. Beknopte beschrijving Dataland Doel: Stichting Dataland, met daaronder DataLand B.V., afgekort als Dataland, is in 2001 opgericht met als doel het realiseren en in stand houden van een landelijke voorziening, die leidt tot het breed toegankelijk maken van alle mogelijke gegevens betreffende registergoederen uit het informatiedomein van gemeenten en/of andere publieke lichamen voor de publieke en de private markt. Alsmede het ter beschikking stellen en verstrekken van rapportages, adviezen en aanverwante diensten aan gemeenten, alsmede het deelnemen in, het voeren van beheer over, het financieren van andere ondernemingen en vennootschappen, het stellen van zekerheid voor schulden van anderen en al hetgeen daarmede verband houdt of daaraan bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord. Het gaat daarbij om informatieproducten uit de gemeentelijke (basis-)registraties, met name adressen, gebouwen en hun kenmerken. Openbaar belang: Het toegankelijk maken van vastgoedinformatie voor private doelen (met inachtneming van de geldende privacy en security wetgeving). Wat en waarom: De gemeente Den Haag heeft 20 jaar geleden, via de aankoop van certificaten, bijgedragen aan de oprichting van Dataland. Dataland heeft eind vorig jaar zijn activiteiten overgedragen aan het Kadaster en aan de VNG.

Dit jaar (2022) vindt de afwikkeling plaats, waaronder de uitkering aan de certificaathouders. N.B. Deze evaluatie kan gezien de afwikkeling daarom worden gezien als eindevaluatie en vergt geen verdere besluitvorming over deze Verbonden Partij. De evaluatie gaat enerzijds in op de overwegingen van 20 jaar geleden, maar probeert ook een uitspraak te doen of de gekozen vorm ook in deze tijd past. Dataland is als Verbonden Partij aangemeld lang nadat de relatie tot stand is gekomen.

82

Het verschil met 20 jaar geleden is dat het sentiment en de wetgeving is veranderd. De wet op de basisregistraties heeft ervoor gezorgd dat deze voor iedereen vrij en meestal kosteloos beschikbaar zijn, de Wet hergebruik overheidsinformatie stimuleert het vrij ter beschikking stellen van overheidsinformatie en we zien het als algemeen belang dat commerciële partijen meerwaarde kunnen creëren uit overheidsinformatie. Let wel: met inachtneming van privacy en security wetgeving.

3. In hoeverre is er sprake van een publiek belang? Bij de oprichting koppelde Dataland de vragende partijen aan de leveranciers (de gemeenten). Later leverden de gemeenten hun data aan Dataland, die de gegevens verkocht. Dit leverde de gemeenten besparing op in de kosten van dienstverlening en leverden de bedrijven besparing op in het collecteren van de data. De verwachtte economische waarde van de data bleek veel minder groot dan oorspronkelijk werd gedacht, zodat de opbrengsten voor de gemeenten marginaal waren. Het idee van een landelijke voorziening (afgekort: lv) is later doorgezet bij de vorming van de basisregistraties. In de huidige vorm worden er miljarden aanvragen per jaar gedaan bij de lv’s. De maatschappelijke waarde kan daarmee groot worden genoemd.

4. In hoeverre is dit een publiek belang op de schaal van Den Haag? Dataland kent een aantal certificaathouders, waarvan de gemeente Den Haag 4% van de certificaten vertegenwoordigt. 98% van de gemeenten participeerden in Dataland. De gemeente Den Haag had geen specifiek Haags belang in de participatie. Hoewel er tegenwoordig meer dan ooit samenwerking nodig is en wordt gezocht, wordt een dergelijke constructie als Dataland niet meer overwogen. Wel vindt nog altijd discussie plaats over businessmodellen en samenwerkingsmodellen met partijen buiten de overheid (convenanten, city deals, co-creatie, samenwerking in programma’s, etc.).

Evaluatie Verbonden Partijen 2022 – ‘Sturing werkt’

≡◄►

Evaluatie per Verbonden Partij – Stichting Dataland

5. In hoeverre zijn er andere publiekrechtelijke instrumenten inzetbaar? De constructie ‘Dataland’ van een Stichting met een B.V. met certificaathouders was een particulier initiatief. Aan de gemeenten is gevraagd deel te nemen. Den Haag heeft besloten om als certificaathouder te participeren. Gemeenten konden ook zonder certificaten deelnemen. Er is destijds door de gemeente niet naar alternatieven gezocht. Met de komst van de wettelijke basisregistraties verviel het businessmodel grotendeels. Overheidsdata zijn nu in principe open (gratis, openbaar en machinetoegankelijk). Samenwerking wordt tegenwoordig georganiseerd rond uitwisselingsformaten en gebruikstoepassingen en vindt veelal plaats in communities of d.m.v. samenwerkingsovereenkomsten.

6. In hoeverre is het mogelijk deze taak uit te besteden? De gekozen constructie kan worden bezien als uitbesteding van de dienstverlening aan landelijke partijen.

7. Lenen de taken zich voor vormgeving in deelname Dataland?

10. Wat zijn de eventuele uittredings­ mogelijkheden uit Dataland? De gemeente kon op ieder moment uittreden, maar het businessmodel was gericht op deelname van (bijna) alle gemeenten.

Conclusie In hoeverre heeft het deelnemen van gemeente Den Haag in Dataland bijgedragen aan en kan het de komende jaren bijdragen aan de borging van het (Haagse) publieke belang? De deelname van de gemeente Den Haag als certificaathouder heeft er mede voor gezorgd dat Dataland is opgericht en kon uitgroeien tot een landelijke voorziening voor vastgoedinformatie, met dienstverlening aan gemeenten en landelijke afnemers. Door maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de komst van de basisregistraties, is het logischer deze dienstverlening onder te brengen bij het Kadaster (landelijke voorziening) en de VNG (dienstverlening aan gemeenten, zoals cursussen). De Stichting Dataland is inmiddels ontbonden en de waarde van de certificaten is uitgekeerd aan de certificaathouders.

De vorm van certificaathouder Dataland voldeed bij de oprichting aan de normen voor een verbonden partij, zijnde een financieel en bestuurlijk belang. Omdat de gemeente formeel deelnemer is in de stichting, met een stemrecht in belangrijke beslissingen, was er destijds sprake van een bestuurlijk en een financieel belang. Omdat de financiële en juridische risico’s nagenoeg verwaarloosbaar waren, is er regelmatig getwijfeld of we Dataland als verbonden partij moesten kwalificeren.

8. In hoeverre bieden de gemeentelijke bevoegdheden (bij het deelnemen aan Dataland) waarborgen in het beschermen van het publiek belang? De statuten van de Stichting Dataland boden voldoende waarborg voor het publiek belang. De gemeente Den Haag had 4% van de certificaten, maar had samen met de andere gemeenten een meerderheid van de certificaten. En daarmee de mogelijkheid om het publiek belang te beïnvloeden.

9. Staan de (financiële) risico’s t.a.v. Dataland (nog steeds) in redelijke verhouding tot de te dienen publieke belangen? De financiële en juridische risico’s waren beperkt. De waarde van de certificaten bedroeg circa € 30.000. Certificaathouders waren niet financieel en juridisch aansprakelijk voor de Stichting Dataland.

83

Evaluatie Verbonden Partijen 2022 – ‘Sturing werkt’

≡◄►

Evaluatie per Verbonden Partij

23 Coöperatie Wigo4it

3. In hoeverre is er sprake van een publiek belang? Door te faciliteren in de uitvoering van de Participatiewet en nieuwe regelingen worden burgers tijdig en wetmatig voorzien van een stabiel inkomen. Veranderende wetgeving dient in Socrates tijdig worden aangepast. Denk hierbij aan bijstellingen van de uitkeringsnorm; de aanpassing op de 5% beslagvrije voet, wijzigingen in de kostendelersnorm; vrijlatingen in geval van Parttime werk, etc. Door wetgever en politiek wordt een responsiviteit van uitvoering verwacht die alleen gerealiseerd kan worden door tijdige en adequate aanpassing van de (ICT-)systemen. Wigo4it is hierin een betrouwbaar partner gebleken. Tevens is Wigo4it in de ontwikkeling van ICT een belangrijke businesspartner. Zij speelt een belangrijke rol bij de realisatie van nieuwe dienstverleningsconcepten met meer toegankelijkheid en gebruiksgemak voor de Haagse inwoners. Het is een gezamenlijke ambitie van de G4 dat inwoners zelf de status van aanvragen en verwerkingen kunnen volgen en zelf aanpassingen (bijvoorbeeld bij wisselende of tijdelijke inkomsten) kunnen opgeven in het systeem.

1. Beknopte beschrijving Wigo4it Doel: Het doel van Wigo4it is om t.b.v. de afdelingen Inkomensondersteuning van de G4 als één partij op te treden, om hergebruik, ontwikkeling en gezamenlijk beheer van ICT-systemen mogelijk te maken. Deze samenwerking moet leiden tot een verbetering van effectiviteit en doelmatigheid op het gebied van ICT. Verder heeft Wigo4it een belangrijke coördinerende en faciliterende rol bij intergemeentelijke communicatie en overlegvormen. Openbaar belang: Wigo4it is opgericht om gezamenlijk gebruik, beheer en ontwikkeling van ICT- systemen voor en door de afdelingen Inkomensondersteuning van de vier grote steden mogelijk te maken. Wigo4it draagt, met een zakelijke en professionele klantbenadering, zorg voor de ICT-facilitering van de primaire processen van de vier diensten. Verder draagt Wigo4it bij aan de coördinatie en afstemming tussen de G4. Wat en waarom: Beoogd wordt door samenwerking tussen G4 gemeenten dat ICT-facilitering van de ‘sociale diensten’ effectiever en efficiënter verloopt.

2. Welke waarde heeft Wigo4it in de afgelopen 4 jaren kunnen toevoegen aan het Haags publiek belang? Op het gebied van wetgeving heeft Wigo4it een leidende rol in de noodzakelijke aanpassingen op het ICT-systeem Socrates (wat door alle G4 gemeenten wordt gebruikt), alsmede de voor Socrates noodzakelijke koppelingen met andere ICT-systemen. Dit maakt het mogelijk voor gemeenten om de beoordeling, verstrekking en beheer van de Participatiewet (bijstandsverlening) goed te kunnen uitvoeren. Wigo4it heeft tevens veel expertise en daadkracht om tijdig en onder druk de uitvoering van nieuwe regelingen te faciliteren zoals de Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandige Ondernemers (Tozo) of tijdelijke regelingen ter verlichting voor huishoudens met energiearmoede.

84

4. In hoeverre is dit een publiek belang op de schaal van Den Haag? Den Haag kent circa 22.000 bijstandsgerechtigden en circa 120.000 inwoners onder de 130% bijstand grens. Het is de zorgplicht van de gemeente om de inwoners bijstand en armoederegelingen te verstrekken en niet-gebruik van deze regelingen terug te dringen. De rol van Wigo4it is om door aanpassingen in Socrates betere interactie met de Haagse inwoners te realiseren en gebruikersgemak voor inwoners en inkomensconsulenten te realiseren.

5. In hoeverre zijn er andere publiekrechtelijke instrumenten inzetbaar? Er zijn andere partijen die ook een ICT-oplossing leveren voor inkomensondersteuning zoals Centric. Per 2021 zijn hiervoor de mogelijkheden verkend en is er een nieuwe samenwerking met Wigo4it overeengekomen waarbij meer regie bij de participerende gemeenten komt te liggen. Deze samenwerking is dus recent overeengekomen en wordt voor de komende periode doorgezet en kritisch gevolgd. Uit herbeoordeling dat in 2020 en 2021 heeft plaatsgevonden is verder gebleken dat aanbesteding kapitaalsvernietiging zou betekenen en een kostbare optie zou zijn die niet tot meerwaarde zou leiden. De kern van Socrates, de rekenmodule en gekoppelde functionaliteiten, is beoordeeld als ‘zeer goed’ en ‘up-to-date’. Samen met de G4 gemeenten bepalen we de doorontwikkeling van Socrates.

Evaluatie Verbonden Partijen 2022 – ‘Sturing werkt’

≡◄►

Evaluatie per Verbonden Partij – Coöperatie Wigo4it

6. In hoeverre is het mogelijk deze taak uit te besteden? De visie van de gemeente is om burgers zo goed mogelijk te helpen en een stabiel inkomen te verschaffen. Dit is een kerntaak van de gemeente waarbij het persoonlijke contact met de inwoners cruciaal is. Uitbesteding is mogelijk, maar niet wenselijk. Mede gelet op de complexiteit van de verschillende regelingen en het door de gemeente beoogde doel van gebruikersgemak en het terugdringen van niet gebruik, heeft het de voorkeur dat wij zelf meer regie hebben over de ICTsystemen wat minder het geval zou zijn bij uitbesteding.

7. Lenen de taken zich voor vormgeving in deelname Wigo4it? De komende jaren staat vernieuwing en digitalisering van dienstverlening aan de burger hoog op de agenda. Het voordeel van een gezamenlijke hostingpartij voor alle G4 gemeenten is dat hergebruik, ontwikkeling en gezamenlijk beheer van ICT-systemen kan leiden tot een versnelling van innovaties en een reductie van kosten door hergebruik (bijvoorbeeld van applicaties), gemeenschappelijk gebruik (Socrates, ontwikkeling van koppelingen, beweging naar de Cloud, security). De inschatting is dat indien we deze ontwikkelingen als G1 inzetten, dit tot aanzienlijke meerkosten zal leiden.

8. In hoeverre bieden de gemeentelijke bevoegdheden (bij het deelnemen aan Wigo4it) waarborgen in het beschermen van het publiek belang? De gemeente Den Haag is (net als de overige de G4) vertegenwoordigd in de gebruikersraad en in de algemene ledenvergadering. In de gebruikersraad wordt samen met Wigo4it en de G4 de resultaten vastgesteld en geëvalueerd. In de algemene ledenvergadering worden strategische keuzes gezamenlijk gemaakt en geëvalueerd. Samen met de andere G4 steden bepalen we de portfolio van beheer en verdere ontwikkeling van het systeem. Verder heeft Den Haag via de algemene ledenvergadering de bevoegdheid tot benoeming en ontslag van bestuursleden en commissarissen en statutaire goedkeuringsrechten zoals goedkeuring van jaarrekening en begroting.

9. Staan de (financiële) risico’s t.a.v. Wigo4it (nog steeds) in redelijke verhouding tot de te dienen publieke belangen?

In de herbeoordeling van Wigo4it in 2020-2021 zijn afspraken gemaakt over reductie van kosten. Deze worden voor een groot deel gerealiseerd door operationele kosten van Wigo4it te beperken en de huidige datacenters uit te faseren. Met deze herbeoordeling gaan we ervan uit dat de kosten in relatie tot de opbrengsten op een acceptabel en adequaat niveau komen te liggen.

10. Wat zijn de eventuele uittredingsmogelijkheden uit Wigo4it? Er geldt een reglement van toe- en uittreding. Een van de kernbepalingen die hierin is opgenomen is bepaalt dat ‘nadat 1 van de leden de directie van de coöperatie schriftelijk heeft meegedeeld het lidmaatschap te gaan beëindigen, dat het uittredende lid gehouden is om 30 maanden de gebruikelijke financiële vergoeding te betalen. De formele beëindiging van het lidmaatschap zal daarom niet eerder plaatsvinden dan 30 maanden na de schriftelijke mededeling aan de directie’. Verder moeten in die tijd hergebruik, ontwikkeling en beheer van ICT-systemen weer vanuit eigen beheer worden georganiseerd en de ontvlechting uit Wigo4it gerealiseerd worden.

Conclusie In hoeverre heeft het deelnemen van gemeente Den Haag in Wigo4it bijgedragen aan en kan het de komende jaren bijdragen aan de borging van het (Haagse) publieke belang? Met name op het gebied van voldoen aan (veranderende) weten regelgeving en continuïteit is Wigo4it een stabiele partner. Als het gaat om verbetering van de dienstverlening voor de burger zijn ambities en verwachtingen van de gemeenten op dit moment groter dan de huidige realisatiekracht van Wigo4it. Dit is mede te herleiden naar de transitie die Wigo4it doormaakt. Er is een besparing afgesproken met consequenties voor de personele bezetting. Er zijn alternatieve leveranciers op de markt die dezelfde producten bieden zoals Centric. De verwachting van de gemeente Den Haag is niet dat een partij als Centric betere dienstverlening zal leveren aan de gemeente Den Haag, zeker niet vanwege de lange inhoudelijke betrokkenheid die Wigo4it heeft bij het inkomensondersteuning domein van Den Haag. Deze oriëntatie heeft in 2021 plaatsgevonden, waarbij ook kostenafwegingen een belangrijke rol speelden. Op dit moment is heroverweging niet aan de orde en moet Wigo4it de kans krijgen de transitie goed af te ronden. In de basis is Den Haag tevreden over Wigo4it en verwacht dat zij zich in een periode van twee jaar in het hele spectrum goed kan presteren.

Wigo4it is een vereniging in coöperatief verband met uitsluiting van aansprakelijkheid. Den Haag is bestuurlijk vertegenwoordigd in de algemene ledenvergadering (hoogste orgaan van de coöperatie en (ambtelijk) lid van de gebruikersraad. De gebruikersraad is het adviesorgaan ten behoeve van de directie over de thema’s die relevant zijn voor het realiseren van de doelstellingen van de overheidscoöperatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12156070/1