CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS313867 bijlage 2

Gemeenteraad 19 januari 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Definitief maken transitievisie warmte (RIS313867)48.175 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

58

wijk zich met recht koploper noemen bij de energietransitie van Den Haag met de adoptatie van de windturbine aan het zuidelijk havenhoofd in 2009, de eerste geheel elektrische wijkdeelauto in 2011, de eerste groenendaken actie in 2012, de versnelde uitrol van slimme meters in 2013en de eerste “postcoderoos” zonnedaken in 2015 op twee scholen in de wijk. Werkgroep Warmtevogel is opgericht naar aanleiding van een ledenraadpleging in november 2017 over de warmtetransitie en heeft als doelen om 1) in gesprek te gaan met gemeente over de warmtetransitie van de wijk, 2) wijkbewoners te informeren over “altijd goed” maatregelen, en 3)een “startproject” te ontwikkelen. De achtergrond van de werkgroep vind U op https://www.vogelwijkenergiek.nl/werkgroep-warmtevogel/. De ‘charter’ van de werkgroep is goedgekeurd door de ALV na consultatie met de wijk. Via Vogelwijk Energie(k) en de werkgroep is de Vogelwijk aangesloten bij het Haags Energie Netwerk (HEN), de warmtewerkgroep van Duurzaam Den Haag en bij verschillende provinciale, landelijke en internationale netwerken en initiatieven op het gebied van de warmtetransitie. De intensieve samenwerking met de gemeente heeft onder andere twee grondige studies naar de warmtetransitie voor de Vogelwijk opgeleverd.

De Vogelwijk is een van de drie wijken die onderzocht is in het kader van de landelijke TKI studie WINST (“Warmte Infrastructuur Nederland met verlaagde Systeem Temperatuur”) waarvan de resultaten gepubliceerd zijn in 2019. Daarnaast heeft de gemeente in 2020 nader onderzoek laten uitvoeren door DWA. De resultaten hiervan zijn in 2021 door de gemeente gepubliceerd in het wijkblad van de Vogelwijk. Deze studies en andere activiteiten in het kader van de warmtetransitie zijn te vinden op www.vogelwijkenergiek.nl. Vogelwijk Energie(k)heeft tijdens de ontwikkeling van de TVW steeds intensief contact gehad met de gemeente zowel direct als in netwerk verband via de werkgroep “focuswijken” van de gemeente, en via de warmtewerkgroep van Duurzaam Den Haag. Daarbij hebben we telkens dezelfde punten ingebracht, die volgens ons de kern vormen voor een effectieve transitie, waarbij de bewoners actief worden betrokken. Wij verzoeken het college om bij de vaststelling van de TVW onze punten mee te nemen. Deze punten zijn eerder met uw ambtenaren besproken, reflecteren de signalen die we van wijkbewoners krijgen en sluiten aan bij de eerder genoemde studies. 1. Geef meer informatie over de urgentie en over het proces Het beleid en de maatregelen die in de TVW worden aangekondigd zijn zeer ingrijpend.

Om woningeigenaren daar in mee te krijgen zal er veel meer en duidelijker gecommuniceerd moeten worden over de urgentie van klimaatbeleid en het transitieproces. De TVW is enerzijds uitvoering van overheidsbeleid, maar anderzijds heeft de gemeente ook de verantwoordelijkheid om de inwoners

Het college onderschrijft het belang van heldere, duidelijke communicatie en participatie. De transitievisie warmte is primair een visiedocument. Na de transitievisie warmte volgen uitvoeringsplannen. Zie ook pagina 7 van de concepttransitievisie warmte. Hierin staat opgenomen dat de

59

daarin mee te krijgen. Ook de toelichting op de keuzes die in het TVW gemaakt worden (wat kan nu al, wat nog niet, waarom) is onvoldoende om bewoners mee te krijgen in het beleid. Overigens had de wethouder goede antwoorden op deze vragen tijdens de behandeling van het concept TVW in de gemeenteraad. Wij verzoeken de gemeente om op afzienbare tijd meer schriftelijke informatie te geven aan bewoners over de urgentie en keuzes in het proces. Deze informatie kan vervolgens ook door wijkinitiatieven gebruikt worden om bewoners daarin mee te krijgen.

2. Maak meer snelheid met het maken van keuzes en de daarvoor benodigde participatie Het verduurzamen van woningen is een ingrijpende zaak, zowel financieel als organisatorisch als belastend voor het hele gezin. Veel maatregelen worden pas genomen als de gemeente duidelijkheid geeft over het toekomstige energiesysteem van de wijk. Landelijk wordt aangegeven dat huiseigenaren minimaal 8 jaar moeten krijgen om hun huis toekomstklaar te maken. Voor de huizen in de Vogelwijk, grotendeels gebouwd in de jaren ’20-’50,is verduurzaming vaak alleen mogelijk in combinatie met een grootschalige verbouwing. Voor onze wijk is nu nog geen duidelijke keuze gemaakt. Wij verzoeken de gemeente om voortvarend een goed onderbouwde keuze te maken voor het toekomstig energiesysteem van de wijk en hiermee niet te wachten tot een revisie van het TVW over 5 jaar. Vanzelfsprekend kan de gemeente deze keuze alleen maken na een zorgvuldig participatietraject met de betrokken huiseigenaren en bewoners waarmee dus zo snel mogelijk begonnen moet worden. 3. Geef meer handelingsperspectief en ondersteuning voor “gele wijken” Voor de “gele wijken” adviseert de gemeente om aan de slag te gaan met isolatie en om installatie van een hybride warmtepomp te overwegen. Voor het isoleren ontbreekt echter duidelijkheid wat er van woningeigenaren verwacht wordt.

Hoeveel isolatie is er nodig? Welke aanpassingen zijn nodig aan het afgiftesysteem? Tevens weten we uit ervaring dat er veel te weinig capaciteit is bij de aannemers en installateurs die het werk moeten uitvoeren. Wij verzoeken de gemeente daarom op korte termijn meer duidelijkheid te geven wat er verwacht wordt van woningeigenaren in de “gele wijken” en maatregelen te nemen om woningeigenaren te ondersteunen met advisering en om te zorgen voor meer capaciteit in de uitvoering (betaalbare en kwalitatief goede aannemers en installateurs). Zonder aanvullende maatregelen worden huiseigenaren opgezadeld met een perspectief waar de meeste mensen in de praktijk weinig mee kunnen. Voor wat betreft de hybride warmtepompen verzoeken wij de gemeente om aan te sluiten bij het landelijk beleid ten aanzien van verplichte installatie van hybride warmtepompen. Wij verzoeken de gemeente om een advies voor een hybride warmtepomp

transitievisie warmte het startpunt vormt van uitvoeringsplannen per buurt, wijk of gebied. Genoemde punten (een visie en een plan van aanpak) worden hierin opgenomen. Bij de uitvoeringsplannen worden de belanghebbenden betrokken. Aanpassing TVW: het college zal in de transitievisie warmte de relatie TVW – uitvoeringsplannen explicieter benadrukken. Vanuit de gemeente wordt veel informatie beschikbaar gesteld. Dat gebeurt onder andere via de website duurzamestad.denhaag.nl, sociale media en de Hou van je huis informatiepunten. Dit wordt alleen maar geïntensiveerd. Het vinden van een goede toekomstbestendige keuze voor de Vogelwijk is, net als in andere wijken waar de hybride warmtepomp nu een goede stap is, geen kwestie van meer plannen of meer onderzoeken. Zowel een oplossing met allelectric warmtepompen als een aansluiting op warmtenet is relatief duur. Op de langere termijn kunnen (technische) ontwikkelingen deze oplossingen wel aantrekkelijk maken. Bijvoorbeeld doordat wetgeving van kracht wordt waarin de energietransitie een kader krijgt en/of ontwikkelingen in technologie, prijzen en tarieven. Een oplossing met hybride warmtepompen is nú toepasbaar en zorgt direct voor een vermindering van veel CO2-uitstoot, vaak zonder dat er direct ingrijpende aanpassingen nodig zijn aan de woning.

Daarnaast blijft het aantrekkelijk om stapsgewijs isolatie aan te brengen, omdat de hybride warmtepomp efficiënter werkt bij lagere temperaturen. Aanpassing TVW: bovenstaande verduidelijking van de bedoeling, het doel en de samenhang met andere schone warmteopties voor de hybride warmtepomp wordt opgenomen in de transitievisie warmte. Voor hybride warmtepompen is veel (uitgebreide) informatie beschikbaar. Denk aan de website van Milieu Centraal, Vereniging Eigen Huis en het Expertise Centrum Warmte. Ontwikkelingen hieromtrent worden op de voet gevuld. De gemeente Den Haag vult haar eigen kanalen aan daar waar nodig.

60

veel beter te onderbouwen. Zeker wanneer dit (voor onze jaren-30 huizen) verder gaat dan het advies of de verplichting die gesteld wordt vanuit de landelijke overheid. Wanneer is het wel of niet zinnig om een hybride warmtepomp te installeren? Welke isolatiegraad moet eerst behaald worden? Leidt dit niet tot dubbele kosten en inspanning voor de woningeigen en voor de bredere maatschappij? Graag zijn wij bereid om deze punten desgewenst mondeling nader toe te lichten.

#20 Privé persoon 23-5-2022 Reactie op de plannen van de gemeente Den Haag omtrent transitie warmte ( in het bijzonder rondom het Constant de Rebequeplein.) 1.Van het gas af Gas is een schone vorm van energie. Dat gezegd hebbende snap ik, niet belemmerd door gedegen kennis van zake, dat issues als gas uit Rusland, aardbevingen in Groningen, mogelijke verstoring van lokaal natuurlijk flora en fauna bij aanboren “nieuwe“ gasbellen en het feit dat het een fossiele brandstof is en dat fossiele brandstoffen langzaam maar zeker opraken, een belangrijke rol spelen bij de beweging om alle woningen in Nederland van het gas af te halen. Echter vanwaar de haast? Waarom wil Den Haag als gemeente sneller dan de overheid heeft bepaald. Waarom 2040 in plaats van 2050? Klimaat technisch gezien worden wij als burger, wanneer we van het gas af gaan, geconfronteerd met een enorme belasting op het milieu. Denk niet alleen aan nieuwe installaties, terwijl de oude nog prima jaren meekunnen, maar ook gasfornuizen, pannen e.d. die waardeloos worden, terwijl ze nog lang niet aan vervanging toe hoeven te zijn.

9

Het handelingsperspectief voor de ‘gele wijken’ lijkt nu inderdaad onduidelijk te zijn. Dit was geenszins de bedoeling van het college. Het college hecht sterk aan een duidelijk handelingsperspectief voor bewoners en ondernemers. Aanpassing TVW: het college past de TVW aan door het handelingsperspectief te verduidelijken. Voor de ‘gele’ wijken betekent dit: inzet op de hybride warmtepomp, inzet op isolatie, overstappen naar koken op inductie en de aanschaf van zonnepanelen daar waar mogelijk. Dit zal het college nadrukkelijker omschrijven. Ook wordt de kaart in de TVW aangepast. Reactie college Aardgas is een fossiele brandstof. Klimaatverandering is de belangrijkste reden om het gebruik van aardgas (en andere fossiele brandstoffen) te beëindigen. Door verbranding van fossiele brandstoffen komen broeikasgassen in de atmosfeer met ernstige klimaatverandering tot gevolg door de opwarming van de aarde. Om dit proces te stoppen heeft een groot aantal landen (inclusief Nederland) in 2015 het Parijsakkoord ondertekend met als doel de opwarming te beperken tot maximaal 2 graden ten opzichte van het pre-industriële tijdperk (het streven is de opwarming tot 1,5 graden te beperken). De keuze voor 2050 is vastgelegd in het Nationaal Klimaatakkoord. De keuze om als gemeente klimaatdoelen sneller te willen halen, is vastgelegd in het coalitieakkoord.

9 Vanaf 2026 kunnen nog steeds nieuwe cv-ketels aangeschaft worden, maar wel met daarnaast een ondersteunende warmtepomp. Het Rijk werkt dit later nog uit.10

Coalitieakkoord Den Haag 2022-2026 ‘Voor een stad die tegen een stootje kan’, RIS313189k. Kamerbrief Normering hybride warmtepompen (kenmerk 2022-0000266629), 17 mei 2022

10

61

Is het niet een betere en verstandigere keuze om wanneer vervanging door slijtage aan de orde is, de “oude” manier van middelen die geschikt zijn voor gas, niet meer te verkopen? Afgelopen week hoorde ik de minster op de televisie benoemen dat nieuwe cv ketels vanaf 2026 niet meer aangeschaft kunnen worden. Wat mij betreft en goede zaak. Echter moet er wel mogelijk blijven reparaties uit te voeren aan “oude' (hoogrendement) cv ketels. 2. Waterstof Ook het gebruik van waterstof is een schone vorm van energie. Hierover wordt niet of nauwelijks gesproken. In het raport wordt de verwachte schaarste genoemd als reden om dit niet in huizen te implementeren. Wat kan daaraan gedaan worden? ( aan de verwachte schaarste) Ik verzoek de gemeente Den Haag de mogelijkheden/ kosten e.d. nader grondig te onderzoeken. Indien er vanuit landelijke regelgeving belemmerende factoren zijn, die implementatie extreem duur of zelfs onmogelijk maken. Dan verzoek ik u , als gemeente of gezamelijk met de andere gemeenten en de provicies, er bij het Rijk op aan te dringen deze regelgeving aan te passen om zodoende de belemmeringen weg te nemen. Te denken valt hierbij aan de mogelijkheden voor de netbeheerder om waterstof te mogen transporteren.

3. Warmtepomp ( hybride) als tussenoplossing Tijdens de presentatie werd gesproken over een hybride warmtepomp als goede tussenoplossing voor het grijs gekleurde gebeid op de kaart van den haag. Daarna ( 2040) moeten we dan volledig gasvrij zijn. Mijns inziens een duur grapje voor een relatief korte tijd. En hoewel de afschrijving volgens de spreken 8 jaar is voor een warmtepomp, in praktijk gaat hij natuurlijk veel langer mee. Voor mij individueel met een geschat jaarverbruik van 454 m3 aan gas ( aan de hoge kant, vorig jaar heb ik , een relatief zeer dure investering. Technisch inhoudelijke vraag: In hoeverre kunnen hybride warmtepompen “omgezet” worden naar volledig electrisch?

11

Waterstof wordt gezien als belangrijk onderdeel in de toekomstige energievoorziening. Deskundigen zijn het erover eens dat meer innovatie en opschaling nodig is, voordat een grootschalige bijdrage aan verduurzaming wordt geleverd. De redenering van het college om nu in te zetten op oplossingen die beschikbaar zijn en niet te wachten op oplossingen die nog op de markt moeten komen, is beschreven in het Stedelijk Energieplan Den Haag (zie RIS306869). Daarnaast is het de verwachting van het Rijk dat als groene waterstof en groen gas beschikbaar komt, dit eerst wordt ingezet in industrie en zwaar vervoer. Dit is ook in lijn met de Regionale Energiestrategie (RES) Regio Rotterdam-Den Haag. 11 De transitievisie warmte wordt minimaal elke vijf jaar herijkt. Zodra er meer duidelijkheid is over toekomstige oplossingen, kan dat tot herziening leiden. Voor een aantal buurten laat de transitievisie warmte de hybride warmtepomp als goede oplossing zien. De keuze om ook hybride warmtepompen mee te nemen in de toekomstige warmteopties is zorgvuldig tot stand gekomen. Dit sluit ook aan bij landelijk beleid.12 Op korte termijn zorgen hybride warmtepompen direct voor een vermindering van veel CO2-uitstoot, vaak zonder dat er direct ingrijpende aanpassingen nodig zijn aan de woning. Daarnaast blijft het aantrekkelijk om stapsgewijs isolatie aan te

https://www.resrotterdamdenhaag.nl/wp-content/uploads/2021/04/RES-1.0-Regio-Rotterdam-Den-Haag.pdf Kamerbrief Normering hybride warmtepompen (kenmerk 2022-0000266629), 17 mei 2022

12

62

Dat bespaart dan mogelijk kosten en voorkomt vernietiging van grondstoffen. Voor mij een relevante optie ( indien mogelijk) voor als mijn cv ketel het begeeft.

4.keuzevrijheid Als individuele burger wil ik ten alle tijde de mogelijkheid behouden om zelf te kiezen met welke partij/ aanbieder ik in zee ga. Ik wil dus nimmer gedwongen worden mee te doen in een warmtenet of in welke vorm van gezamelijkheid dan ook. Uit uw presentatie begrijp ik dat het in de lijn der verwachting ligt dat in de op hande zijnde wet “collectieve warmte” dit recht op keuze vrijheid verankerd zal liggen. Mocht dit onverhoopt toch niet het geval zijn, dan verwacht ik dat de gemeente dit recht op keuzevrijheid in de lokale regelgeving op zal nemen. Als bewoner en eigenaar van een woning in het energiekwartier ( of indien ik ooit zou willen verhuizen, elders in Den Haag), wil ik het recht behouden om zelf mijn energievoorziening te regelen. Warmtepomp, zonnepanelen, eigen opslagmogelijkheid energie en wat al dies meer zij en in de toekomst zal zijn.

brengen, omdat de hybride warmtepomp efficiënter werkt bij lagere temperaturen. Een hybride warmtepomp heeft een technische levensduur van gemiddeld 15 jaar en een economische levensduur van 10 jaar. De hybride warmtepomp staat daarmee een keuze op de langere termijn voor andere oplossingen (zoals warmtenetten, volledig elektrische warmtepompen of een mix daarvan) niet in de weg. Op de langere termijn kunnen (technische) ontwikkelingen in die wijken immers mogelijk andere oplossingen ook aantrekkelijk maken. Bijvoorbeeld doordat wetgeving van kracht wordt waarin de energietransitie een kader krijgt en/of ontwikkelingen in technologie, prijzen en tarieven. Ook de ruimte in de ondergrond heeft invloed op de haalbaarheid van verschillende oplossingen. Om deze redenen wordt, zoals eerder genoemd, de transitievisie warmte minimaal elke vijf jaar herijkt. Aanpassing TVW: bovenstaande verduidelijking van de bedoeling, het doel en de samenhang met andere schone warmteopties voor de hybride warmtepomp wordt opgenomen in de transitievisie warmte. De wet- en regelgeving voor warmtenetten is anders dan die van bijvoorbeeld elektriciteit en water. Daar is aansluiting van iedere woning het uitgangspunt, omdat iedereen deze aansluiting nodig heeft. Om deze reden worden de kosten gesocialiseerd. Het is goed om te benadrukken dat keuzevrijheid een belangrijke pijler is in de energietransitie.

Er zijn geen plannen om eigenaren bij wet te verplichten aan te sluiten bij een warmtenet. Er is momenteel vanuit het Rijk een wet in de maak: de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw). Dit wetsvoorstel zou – conform de planning van het Rijk - gemeenten per 2024 een zogeheten 'aanwijsbevoegdheid' geven om te bepalen welke gebieden op termijn van het aardgas af gaan. In deze conceptwet worden hier ook allerlei voorwaarden aan verbonden: het stellen van een redelijke termijn is daar een van. Er wordt nu gedacht aan acht jaar, die in lijkt te gaan na het opstellen van een uitvoeringsplan met betrokkenen.

63

Keuzevrijheid voor bewoners blijft cruciaal, eigenaren kunnen dus - zoals de conceptwet er nu ligt - niet gedwongen worden om aangesloten te worden op een collectieve voorziening als een warmtenet. Bewoners kunnen kiezen voor een individuele oplossing of een ander alternatief. Op welke manier het college invulling gaat geven aan de Wgiw moet nog worden bepaald. 5. tot slot Voor de volledigheid wil ik opmerken dat ik van harte hoop dat bij de verdeling in wijken met de greografische ligging wordt rekening gehouden en niet met de postcodes die horen bij een bepaalde wijk. ( Darwinstraat, gelegen in de wijk “rondom de energie centrale”, of nauwkeuriger, “de stroom der verademing”, heeft als postcode gedeeltelijk 2571, dezelfde als transvaal!) NB Doordat ik te weinig weet van de materie, kan ik niet volledig zijn in mijn reactie.

#21 Vestia 23-5-2022 Gezamenlijke zienswijze woningcorporaties Arcade Haag Wonen, Staedion en Vestia Algemeen aandachtspunt ten aanzien van het proces 1. In het tot stand komen van de TVW waren wij als woningcorporatie graag nauwer betrokken geweest in het voortraject. De afspraak van 13 april waarin de gemeente de totstandkoming en gemaakte keuzes heeft toegelicht, hebben wij als positief en constructief ervaren. Hier hebben alle corporaties en de gemeente uitgesproken dat we elkaar nodig hebben in de energietransitie en daarom ook nauwer moeten samenwerken. Wij zullen ons hiervoor blijven inspannen en vertrouwen op een goede samenwerking in te toekomst. Algemene aandachtspunten ten aanzien van de inhoud 1. In paragaaf 1.1 is opgenomen dat gemeente Den Haag in 2030 voor een groot deel klaar is met de overstap naar schone energie. Als corporaties hebben wede ambitie om dit voor 2050 te realiseren. De doelstelling van de gemeente is voor een deel van ons bezit dan ook niet realistisch noch haalbaar. Dit is bekend bij de gemeente Den Haag. Echter, in de TVW wordt nog steeds gesproken over klimaatneutraal in 2030. Het is onduidelijk hoe onze planning zich verhoudt tot de planning van de

De kaarten voor de schone warmteopties in 2030 en 2040 geven op CBS-buurtniveau aan wat voor het grootste deel van een buurt een goede optie is. Voor delen van de wijk, bijvoorbeeld een aantal straten, kan dus een andere oplossing beter zijn. Er is dan ook ruimte om die andere oplossingen toe te passen. De transitievisie warmte houdt niet in dat er een verplichting ligt om aan te sluiten op een warmtenet, het geeft aan wanneer er mogelijk op aangesloten kan worden. Aanpassing TVW: Bovenstaande nuancering, dat er ruimte is voor lokaal maatwerk binnen de voorgestelde route in de kaarten, wordt opgenomen in de transitievisie warmte. Reactie college Reactie gezamenlijke zienswijze woningcorporaties Arcade Haag Wonen, Staedion en Vestia Het college ziet de woningcorporaties als belangrijke partners. Op allerlei niveaus vindt overleg plaats en wordt constructief en positief met elkaar gesproken. Ook het college zal zich hier voor blijven inspannen. De hoop op een goede samenwerking is geheel wederzijds. De transitievisie warmte geeft niet aan dat Den Haag geheel in 2030 klimaatneutraal zal zijn. Ook na 2030 zullen er nog wijken en buurten overschakelen naar schone warmte. Het Klimaatakkoord gaat uit van klimaatneutraliteit in 2050. Den Haag is ambitieus en wil sneller.

64

TVW. Voor ons als corporaties is het niet haalbaar om in 2030 klimaatneutraal te zijn. Wij vinden het belangrijk dat de gemeente hiervan op de hoogte is en hier rekening mee houdt. 2. In de tekst van de TVW lezen wij een bepaalde stelligheid over de gemaakte keuzes en oplossingsrichtingen. Een duidelijk voorbeeld hiervan is het onderscheid in de aanvoertemperatuur per bouwjaar, zie punt 3 hieronder. Ook in de gekozen warmteopties per buurt (Bijlage 4 Buurtentabel van de TVW) komen we deze vastberadenheid tegen. Wij kunnen ons niet altijd vinden in de gestelde oplossing en maken als vastgoedeigenaar altijd per complex/project een gedegen afweging van de beste oplossing en investering. Graag zien wij dit terug in de TVW.

3. In hoofdstuk 3.1 staat dat het onderscheid in temperatuur warmteoptie bij vooroorlogse en naoorlogse woningen respectievelijk 70 en 40 graden Celsius is (HK 3.1). Deze temperatuurindeling voor de bestaande bouw is niet eerder ter sprake is gekomen. Overigens wordt deze indeling niet toegepast in warmteoplossingen van de naoorlogse buurten in hoofdstuk 4 van de TVW. In paragraaf 4.2 wordt vermeld: 'In 2040 moeten alle bestaande warmtenetten in Den Haag aangepast zijn, om circa 70 graden warmte te leveren. Deze eis geldt ook voor nieuwe warmtenetten. Warmtenetten zijn een goede warmteoptie voor naoorlogse wijken met veel woningen en gebouwen dicht op elkaar.' Dit staat dus haaks op het eerder gemaakte onderscheid in temperatuur voor de warmteoptie en schept verwarring. We zien graag meer duidelijkheid op dit punt in de TVW.

De kaarten voor de schone warmteopties in 2030 en 2040 geven op CBS-buurtniveau aan wat voor het grootste deel van een buurt een goede optie is. In praktijk zal lokaal maatwerk toegepast moeten worden: bepaalde delen die nu weergegeven als ‘(hybride) warmtepomp’ buurt, maar grenzen aan een warmtenetbuurt, kunnen ook aangesloten worden op het warmtenet indien dit een logischere optie is. Aanpassing TVW: Bovenstaande nuancering, dat er ruimte is voor lokaal maatwerk binnen de voorgestelde route in de kaarten, wordt opgenomen in de transitievisie warmte. Er worden hier twee dingen door elkaar gehaald: het warmtevraagniveau van woningen na isolatie en de maximale temperatuur van warmtenetten. Als je naoorlogse woningen optimaal isoleert in de bestaande schil kunnen die inderdaad toe met lage temperaturen. In de transitievisie warmte staat 40 graden, inmiddels is er de landelijke ‘Standaard’ voor woningisolatie en daarin staat 50 graden. 13 Het college is echter van mening dat 40 graden nog steeds haalbaar is, mits het afgiftesysteem wordt aangepast. Bij vooroorlogse bouw blijft het 70 graden. Dat komt overeen met de Standaard. Dan warmtenetten: dat deze in de toekomst hoogstens 70 graden leveren is belangrijk omdat dan duurzame bronnen warmte aan het net kunnen leveren. (geothermie, en LTbronnen in combinatie met collectieve warmtepompen).

Er staat nadrukkelijk “hoogstens”: de temperatuur kan eventueel nog lager mits de aangesloten gebouwen die temperatuur aankunnen. Dat naoorlogse gebieden goed geschikt zijn voor warmtenetten heeft ook te maken met de ruimtelijke opzet,

13

Kamerbrief standaard voor woningisolatie, kenmerk 2021-0000125785, 18 maart 2021

65

4. De vereiste isolatie-en afgiftesystemen zijn per temperatuurregime (midden-of laagtemperatuur) verschillend. Dit onderscheid moet een plek krijgen in onze isolatie-en renovatieplanning. De grote inzet op lage temperatuur voor de bestaande bouw, is voor corporaties niet haalbaar. Er moet tenslotte een combinatie gemaakt worden tussen temperatuurregime en warmteoplossing. Ook de realisatie van de warmteoplossing moet worden meegenomen in de planning. Al deze factoren, moeten in samenhang met elkaar beoordeeld en gepland worden. Vanwege de impact die de TVW heeft op onze werkzaamheden zijn wij graag nauw betrokken bij de uiteindelijke keuzes qua timing en beoogde oplossingen(en daarmee temperatuurregimes). Indien hierover onvoldoende afstemming en uitwisseling plaatsvindt voorzien wij dat de verschillende plannenonvoldoende op elkaar is afgestemd. Hiervoor vragen wij extra aandacht in de verdere uitwerking. 5. Het is ons niet duidelijk of de beoogde oplossingen en planning zoals beschreven in deze concept TVW, als ‘harde en zachte afspraken’ worden gezien, of als een advies. Per complex maken wij steeds een afweging wat de beste warmteoplossing is in die specifieke situatie. Wij gaan ervan uit dat dit ook in de toekomst de werkwijze zal en kan blijven. Overigens geldt dat in veel gevallen een warmtenet een voorkeursoplossing is.

Door de gekozen formulering is het niet voldoende duidelijk waar wij rekening mee moeten houden. Wij vragen u om explicieter te maken hoe de verschillende mogelijkheden en plannen moeten worden geïnterpreteerd en wat de verschillen zijn tussen voorkeursoplossingen, alternatieven en de opt-out optie. 6. In de - onder leiding van de gemeente Den Haag - nog op te stellen Roadmap en Uitvoeringsplannen, moet duidelijkheid komen over de verschillende beoogde temperatuurregimes, warmteoplossingen en planning in de verschillende wijken. Vanzelfsprekend zijn wij hier graag heel nauw bij betrokken en maken we vooraf werkafspraken over hoe er omgegaan wordt met onze input en het bekijken en/of reviewen van concepten. 7. De keuze voor de warmteopties lijkt vooral bepaald te zijn op basis van het bouwjaar van de woning (vooroorlogs en naoorlogs) en de maatschappelijke kosten. Het criterium betaalbaar en financierbaar voor zowel de vastgoedeigenaar als de huurder, lijkt dan ook bijna los te zijn gelaten. Een warmtepomp is bijvoorbeeld qua Total Cost of Ownership veel hoger dan een warmtenet dat gevoed wordt met een duurzame warmtebron. Bovendien is de vraag wat de CO2-reductie per geïnvesteerde euro is van een warmtepomp ten opzichte van dit warmtenet. Wij zien graag een toelichting o.b.v.

welke argumenten er voor bepaalde oplossingen gekozen en hoe zijn de betaalbaarheid en financierbaarheid meegenomen bij de besluitvorming. We vragen extra aandacht voor het criterium betaalbaar en financierbaar voor zowel de vastgoedeigenaar als de huurder in de verdere uitwerking van plannen.

dus veel flats in ruim opgezette wijken waar ook nog ruimte is voor warmtenetten in de ondergrond. Het college omarmt het afstemmen van renovatie en bouwplannen. De eerste overleggen hierover met de grootste Haagse woningcorporaties hebben reeds plaatsgevonden.

De transitievisie warmte is een visiedocument. Het gaat dus niet om harde afspraken. Het is een vertrekpunt. Zo dient de transitievisie warmte ook minimaal elke vijf jaar herijkt te worden. Zie verder ook de reactie bij punt 2 van deze zienswijze. Aanpassing TVW: het college zal in de transitievisie warmte de relatie TVW – uitvoeringsplannen explicieter benadrukken. Het college betrekt de woningcorporaties reeds intensief en wil dit ook vasthouden, ook bij de toekomstige uitwerkingen.

Betaalbaarheid is één van de uitgangspunten van de transitievisie warmte. Zie ook pagina 10 van de concepttransitievisie warmte. Het aantal warmtepompbuurten is een kleine minderheid in vergelijking met de warmtenetbuurten (zowel voor als na 2030). Dit heeft niet alleen te maken met het bouwjaar of het type woning, maar inderdaad ook met betaalbaarheid.

66

8. De warmteopties per buurt zijn in visuele kaarten weergegeven en in een Buurtentabel (Bijlage 4), maar de onderliggende kwantitatieve data (gekozen warmteoptie en grenzen buurt) ontbreekt en is niet opgenomen in de TVW. Bovendien geeft de splitsing in twee kaarten onduidelijkheid over de planning per wijk. Wij verzoeken de gemeente te zoeken naar een vorm waarmee het voor partners in de stad ook duidelijk en mogelijk wordt om concreet aan de slag te gaan. 9. In de twee visuele kaarten (2030 en 2040) die zijn opgenomen is niet duidelijk wat er met de planning wordt bedoeld. Heeft men het over het startmoment van de bouw, de realisatiedatum of iets anders? Graag zien wij een duidelijkere toelichting wat de insteek is van de verschillende jaartallen die worden aangegeven. Als voor een wijk is aangegeven ‘warmtenet 2030’ betekent dit dan dat er in 2030 geen gas meer is en alles aangesloten moet zijn op het warmtenet, of wordt er dan gestart met het maken van plannen? Het is wenselijk als er meer duidelijkheid wordt gegeven over welke wijken wanneer van het gas af gaan, welke warmteoplossing wordt beoogd en wanneer gestart wordt met eventuele 'gedeelde’ oplossingen. Daarmee kunnen vastgoedeigenaren plannen afstemmen. Op basis van de huidige informatie is dit niet helder. 10.

In veel buurten waar nog geen logische of haalbare warmteoplossing in beeld is, wordt aangegeven dat hier gewerkt zal worden met (hybride) warmtepompen. Wij zien dat niet overal en voor alle soorten van ons bezit als realistische of haalbare optie. Dit hangt mede af van o.a. het tijdspad, de betaalbaarheid, technische haalbaarheid, verplichtingen vanuit het Rijk of wetgevingen de mogelijke subsidieregelingen. Wij zullen steeds per complex de mogelijkheden beoordelen en een keuze maken. Daarnaast zijn we benieuwd hoe de gemeente het proces voor zich ziet waarmee hier duidelijkheid over wordt gegeven?

Zie ook de reactie bij punt 2 van deze zienswijze.

11. De beste warmteoplossing is in veel wijken nog onduidelijk en ook altijd afhankelijk van project specifieke omstandigheden. Er zijn soms meerdere opties haalbaar en mogelijk. Wij zullen per complex dit altijd in beeld brengen en daarbij onze afweging maken. 12. Er wordt in de huidige TVW geen duidelijkheid gegeven over het beoogde toekomstige temperatuurregime per gebied/buurt. Wij benadrukken dat dit wel essentiële informatie is en op korte termijn nodig is om de juiste stappen te kunnen zetten bij investeringen. Graag aandacht voor dit punt in verdere uitwerkingen. 13. Er wordt stevig ingezet op binnenstedelijke warmtebronnen en opties. Wij zijn benieuwd naar de aanpak van de gemeente in aansturing en governance om op dergelijke trajecten snelheid, kwaliteit en zekerheid te borgen. Dat is voor ons als vastgoedeigenaar cruciaal. Dit is een aandachtspunt om de uitvoeringsplannen en warmtetransitie te doen slagen.

Zie ook de reactie bij punt 2 van deze zienswijze.

Ruwweg is de grens: besluitvorming over de investering heeft in 2030 plaatsgevonden.

Zie ook de reactie bij punt 2 van deze zienswijze. Maatwerk zal altijd nodig zijn. De (hybride) warmtepomp kan uiteraard alleen toegepast worden indien technisch haalbaar is en de andere genoemde factoren geen barrière vormen.

Op termijn is het de bedoeling dat alle warmtenetten een aanvoertemperatuur van hooguit rond de 70 graden hebben. In een aanloopperiode kan dat tijdelijk hoger zijn. In uitvoeringsplannen wordt dit concreter uitgewerkt. Governance is geen onderwerp van de transitievisie warmte. Het is wel een aandachtspunt in de energietransitie. De Wet collectieve warmtevoorziening (Wcw), die op het moment van schrijven opgesteld wordt door het Rijk, zal meer duidelijkheid geven over kaders die daar voor gelden. Tot die tijd brengt gemeente Den Haag als regisseur partijen bij elkaar en probeert

67

14. Lokale bronnen genieten de voorkeur, maar regionale bronnen als Warmtelinq zijn hard nodig. Wij steunen de tekst dan ook uit paragraaf 4.6. Wij vinden het belangrijk om de warmtetransitie met open vizier te blijven benaderen en in gezamenlijkheid open te blijven staan voor nieuwe ontwikkelingen, oplossingen en partijen. Wij denken dat het een aandachtspunt is om hier als gemeente ook op voorbereid te zijn. 15. Verduurzaming van bestaande warmtenetten is ook belangrijk bij het behalen van CO2-reductie. Hierin scoort het warmtenet in Ypenburg bijvoorbeeld slechter dan het warmtenet aangesloten op de Uniper. In de TVW moet daarom onderscheid gemaakt worden in nieuwe warmtenetten met duurzame warmtebronnen en het verduurzamen van bestaande warmtenetten. Graag zien wij in de TVW dan ook de visie terug van de gemeente hoe zij om willen gaan met de verduurzaming en mate van duurzaamheid van bestaande warmtenetten. 16. We vragen aandacht voor de organisatie, samenwerking en communicatie van de wijkuitvoeringsplannen en -projecten. Dit vraagt mogelijk om andere en nieuwe samenwerkingsvormen. 17. Betaalbaarheid is een belangrijk criterium om de energietransitie mogelijk te maken. Deze betaalbaarheid geldt voor de huurder/bewoner én voor de vastgoedeigenaar. Wij missen een visie van de gemeente hoe hier invulling aan wordt gegeven.

De woningcorporaties worden vaak gezien als startmotor van de warmtetransitie, tegelijk hebben we te maken met de zwakste schouders, welke naar ons idee niet de zwaarste lasten mogen en kunnen dragen. Graag de visie hiermee aanvullen en aanscherpen. Vestia specifieke punten:

nieuwe methoden uit, zoals de aanbesteding van het lage temperatuursysteem in Laakhavens West. WarmtelinQ maakt onderdeel uit van de transitievisie warmte. Het college onderschrijft de oproep om open te staan voor nieuwe ontwikkelingen, oplossingen en partijen. De transitievisie warmte zal daarom ook minimaal elke vijf jaar worden herijkt. Alle warmtenetten moeten in de toekomst naar een aanlevertemperatuur van rond de 70 graden. In Ypenburg lopen de nodige acties om woningen en het warmtenet aan te passen om het temperatuurniveau te verlagen.

Het college onderschrijft deze oproep.

De transitievisie warmte is gebaseerd op warmteopties die over de levensduur het minste kosten. Dit is een eerste stap richting betaalbaarheid. De Wet collectieve warmtevoorziening (Wcw), die op het moment van schrijven opgesteld wordt door het Rijk, lijkt te leiden tot een eerlijkere tarievenmethodiek voor warmte. Reactie Vestia specifiek:

Reactie op specifieke punten Per pagina - Pagina 6: Het is complex Lindoduin i.p.v. Lindo Duin. - Pagina 9: Wij onderschrijven de ambitie om ruimte te laten voor diverse en lokale bronnen. Aandachtspunt hierbij, in relatie tot het benodigde tempo, is dat de wetgeving én marktordening op orde moet zijn. Daarnaast zal dit veel organisatiekracht van de regiehouder vragen. Het is goed om hier tijdig op voor te bereiden. - Pagina 9: Keuzevrijheid voor bewoners is belangrijk, dat vinden wij ook. Voor bewoners die in een huurwoning wonen, is dit echter afhankelijk van de keuze die de vastgoedeigenaar maakt m.b.t. de toekomstige warmteoplossing. Het is belangrijk om hier geen verkeerde verwachting te scheppen.

Aanpassing TVW: Dit wordt aangepast. Het college onderschrijft deze notie. Het college is ook nauw betrokken bij de totstandkoming van de Wet Collectieve warmtevoorziening (Wcw), die op het moment van schrijven opgesteld wordt door het Rijk. Er is momenteel vanuit het Rijk een wet in de maak: de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw). Dit wetsvoorstel zou – conform de planning van het Rijk -

68

Voor ingrepen in specifieke complexen kan het immers ook noodzakelijk zijn om 70% instemming van bewoners te behalen. Daarnaast zijn wij benieuwd hoe de gemeente keuzevrijheid voor zich ziet, in geval van een warmtenet zal deze keuze er meestal niet zijn.

- Pagina 17: Het is goed dat de gemeente een prominente rol voor bewoners en bewonersorganisaties ziet. De energietransitie komt nou eenmaal bij iedereen letterlijk achter de voordeur. Wel is het belangrijk om de rollen, verantwoordelijkheden en verwachtingen helder te houden. Bewonersorganisaties die met behulp van de gemeente onderzoek doen naar warmtealternatieven, en vervolgens in gesprek gaan met verhuurders (indien dat van toepassing is) zullen misschien teleurgesteld worden als de ideeën van de verhuurder heel anders zijn. Dit zal niet constructief bijdragen aan de warmtetransitie en het draagvlak. Betrokkenheid van en draagvlak bij huurders is voor ons van groot belang voor de warmtetransitie. Reactie per wijk

gemeenten per 2024 een zogeheten 'aanwijsbevoegdheid' geven om te bepalen welke gebieden op termijn van het aardgas af gaan. In deze conceptwet worden hier ook allerlei voorwaarden aan verbonden: het stellen van een redelijke termijn is daar een van. Er wordt nu gedacht aan acht jaar, die in lijkt te gaan na het opstellen van een uitvoeringsplan met betrokkenen. Keuzevrijheid voor bewoners blijft cruciaal, eigenaren kunnen dus - zoals de conceptwet er nu ligt - niet gedwongen worden om aangesloten te worden op een collectieve voorziening als een warmtenet. Bewoners kunnen kiezen voor een individuele oplossing of een ander alternatief. Op welke manier het college invulling gaat geven aan de Wgiw moet nog worden bepaald. Het college onderschrijft deze notie.

Zie ook de reactie bij punt 2 en 10 van deze zienswijze.

Voor deze wijken heeft Vestia de volgende reactie: Wijk 02 Belgisch Park Wijk 04 Benoordenhout Wijk 05 Archipelbuurt Wijk 12 Bomen-en Bloemenbuurt Hier wordt aangegeven dat hybride warmtepompen worden beoogd. Wij zien dat niet overal en voor alle soorten van ons bezit als realistische of haalbare optie. Dit hangt mede af van o.a. het tijdspad, de betaalbaarheid, technische haalbaarheid, verplichtingen vanuit het Rijk en de mogelijke subsidieregelingen. Wij zullen steeds per complex de mogelijkheden beoordelen en een keuze maken. Wijk 17 Loosduinen Vestia heeft deels (vroeg) naoorlogs bezit, maar ook vooroorlogs. Warmtenet voor 2030 is logisch,

Zie bovenstaande reactie.

69

maar niet voor het hele bezit Wijk 27 Stationsbuurt Wijk 28 Centrum Vestia heeft hier veel oud bezit, waar een warmtenet lang niet altijd realistisch is als warmteoplossing. Wij zien deze oplossing dan ook niet als meest voor de hand liggend en kunnen ons hier niet in vinden. Graag gaan we in gesprek over de aanpak van dit bezit. Wijk 34 Morgenstond Wijk 36 Moerwijk Vestia kan zich vinden in de beoogde oplossing maar acht het niet realistisch dat alle werkzaamheden in de wijk voor 2030 gereed zijn. Wij verwachten wel voor 2030 te starten met een aantal werkzaamheden waarmee het wenselijk is om planningen waar mogelijk te combineren. Wij verwachten ook nog na 2030 nodig te hebben om het bezit aardgasvrij te maken #22 Eneco 23-5-2022 Geacht College,

Zie bovenstaande reactie.

Planning van werkzaamheden wordt bij het opstellen van het uitvoeringsplan afgestemd met alle partijen in het gebied. Ambitie en haalbaarheid worden daarin afgewogen.

Reactie college Het college dankt Eneco voor de zienswijze en zal hieronder puntsgewijs inhoudelijk reageren.

Dank voor de gelegenheid om te reageren op de concept-Transitievisie warmte. Net als alle andere gemeenten, staat Den Haag voor de uitdaging om de overstap te maken naar duurzame warmtealternatieven. Voor een groot deel van Den Haag gaat het daarbij om warmte via een warmtenet. Eneco is op twee manieren bij de warmtetransitie in Den Haag betrokken: 1) Eneco heeft in Den Haag drie grote warmtenetten (stad, Wateringseveld en Ypenburg) waarmee wij warmte leveren aan onze klanten en 2) als breed energiebedrijf biedt Eneco duurzame oplossingen voor de warmtevoorziening van woningen en bedrijven die nu nog gebruik maken van cv-ketels op aardgas: warmtepompen, WKO, warmte via een warmtenet zijn daarbij oplossingen die Eneco biedt.

70

Den Haag heeft een uitstekende uitgangspositie: omdat er al infrastructuur in een deel van de stad ligt en er al bronnen zijn die dat warmtenet kunnen voeden, kunnen woningen en bedrijven betrekkelijk makkelijk worden aangesloten. Daarmee worden zij nog niet meteen volledig duurzaam: het warmtenet wordt nu nog grotendeels gevoed door warmte die uit aardgas komt. (1) Het is al wel een stap in de goede richting: aansluiting op het warmtenet betekent vandaag al een fiks lagere CO2emissie dan bij een cv-ketel (-50%). (2) Eneco vindt het een gemis dat deze positieve uitgangspositie niet wordt geëxpliciteerd. De warmtetransitie is al ingewikkeld genoeg; het is belangrijk om tot uitdrukking te brengen dat we belangrijke stappen al hebben gezet. ➔Maak duidelijk dat we in Den Haag al belangrijke stappen hebben gezet, met een betrouwbaar warmtenet en warmtebronnen die minder CO2-uitstoten dan wanneer iedereen cv-ketels zou gebruiken. En als je eenmaal een warmtenetaansluiting hebt, wordt de warmte die we aan je leveren steeds duurzamer. Naast onze eigen ambitie om in 2035 klimaatneutraal te zijn, is Eneco immers ook gewoon gebonden aan de duurzaamheidsafspraken en -normen uit het Klimaatakkoord en de (komende) Warmtewet.

Dat betekent dat Eneco de komende jaren alle stappen zet die nodig zijn om die doelen te halen: er komen nieuwe, duurzamere bronnen bij, we maken het net efficiënter en we helpen onze klanten om bewuster met hun warmte om te gaan. En niet te vergeten: samen met onze partners in de stad, waaronder de gemeente, betrekken we bewoners en bedrijven in het transitieproces.

In het Stedelijk Energieplan Den Haag (zie RIS306869) is deze goede uitganspositie expliciet benoemd. De transitievisie warmte moet in samenhang met dat document worden gelezen.

De warmtetransitie heeft baat bij consistent beleid De Transitievisie Warmte heeft een belangrijke rol, door duidelijk te zijn over de oplossingsrichting én de timing ervan. Die duidelijkheid is essentieel voor de bewoners en bedrijven in de stad. Maar ook omdat heel veel verschillende andere partijen een stap moeten zetten om de overstap naar duurzame verwarmingsalternatieven te realiseren. Bijvoorbeeld door het elektriciteitsnet op de juiste plekken te verzwaren, gebouwportefeuilles te isoleren, of door nieuwe warmtebronnen te ontwikkelen. Die partijen moeten investeren, bewoners meekrijgen en plannen maken voor uitvoering. Dat kan alleen als sprake is van consistent en helder beleid; het is daarom goed te zien dat de TVW verdergaat op de basis die al door het Stedelijk Energie Plan is gelegd. De warmtetransitie verloopt in stappen Daarnaast onderschrijft Eneco het realisme dat in de TVW weerklinkt. We gaan misschien niet in één

Het college onderschrijft deze notie.

Aansluiten op een warmtenet, zeker als dat al geschikt is om midden temperatuur te leveren is een stap richting een volledig schone warmtevoorziening.

De transitievisie warmte is vooral bedoeld om een oplossingsrichting aan te geven per buurt.

71

keer naar de aller schoonste oplossing; soms moet het gefaseerd en stap-voor-stap. Toepassing van de hybride warmtepomp is daarvan een goed voorbeeld. Het is dan wel essentieel om helder te maken wie welke stappen moet zetten om uiteindelijk volledig duurzaam te kunnen worden. Ook aansluiting op een warmtenet is een eerste stap richting duurzaamheid; de warmte die via dat net naar de huizen en bedrijven gaat, bespaart nu al CO2 ten opzichte van een cv-ketel en wordt door toevoeging van nieuwe duurzame bronnen stap-voor-stap steeds duurzamer, naar klimaatneutraal in 2035. En met de toepassing van een warmtepomp is evenmin volledige duurzaamheid bereikt; daarvoor is elektriciteit nodig, die nu nog voor een deel met aardgas of kolen wordt gemaakt. En wat je ook doet: besparen door te isoleren is altijd een verstandige stap. Een andere belangrijke factor is dat helder is wie welke verantwoordelijkheid draagt. Zo is de netbeheerder van het elektriciteitsnet verantwoordelijk voor het vergroten van aansluitingen als dat nodig is voor een warmtepomp. Maar hij is niet verantwoordelijk voor het steeds duurzamer worden voor de elektriciteit die over dat net naar de aangesloten gebouwen gaat; dat zijn marktpartijen, die daarbij worden geleid door het nationale beleid op het vlak van elektriciteitsproductie en de geldende rekenregels.

Voor de drie (tussen)oplossingen kan worden uitgewerkt welke stappen precies moeten worden gezet, welke partij voor die stappen verantwoordelijk is en binnen welk kader die partij opereert. Op die manier weet elke partij wat er van hem wordt verwachten is ook duidelijk welke afhankelijkheden er zijn. ➔Breng in de tekst van de TVW duidelijker tot uitdrukking met welke stappen de technische oplossingen tot duurzaamheid leiden en wie die stappen zet. We hebben haast: 2030 is nu In de TVW wordt 2030 genoemd als een belangrijke mijlpaal, waarbij de stad grotendeels klimaatneutraal moet zijn. Dat is al over acht jaar. In die acht jaar moeten bewoners en bedrijven worden betrokken bij de overstap naar hun duurzamer alternatief, moeten investeringen worden gedaan door die bewoners, bedrijven en bedrijven die die alternatieven aanbieden, moeten straten op en en om dikkere kabels of warmteleidingen aan te leggen, moeten warmtebronnen worden ontwikkeld en in gebruik genomen worden en moeten bewoners en bedrijven aanpassingen doorvoeren in hun gebouwen. Er moet heel veel gebeuren in een hele korte tijd. 2030 is nú –al helemaal als je beseft dat het aansluiten van een nieuwe wijk op warmte infrastructuur een aantal jaren duurt nadat tot uitrol van een warmtenet is besloten! Het besluit is dus in zekere zin nog maar het startpunt voor de overstap.

Ook vooreigenaren van woningen vergt het tijd om aanpassingen in hun gebouw door te voeren om het geschikt te maken voor bijvoorbeeld een warmtepomp. En dan hebben we ook nog te maken met de opgave om in een hoog tempo voorvoldoendenieuwe woning en te zorgen. Eneco dringt er dan ook op aan om tempo te maken. De gemeente heeft een cruciale rol daarin, aangezien het in veel gevallen de gemeente moet zijn die het startschot geeft voor de overstap in concrete wijken. Duidelijkheid over het einddoel, de stappen ernaartoe en de partijen die betrokken

Verantwoordelijkheden toedelen is een belangrijke stap die ook moet worden gezet. Gemeente Den Haag is in overleg met alle betrokken partijen en met de Rijksoverheid die regels hiervoor bepaalt.

Voor een aantal wijken wordt al gewerkt aan uitvoeringsplannen. De transitievisie warmte laat zien dat voor een aantal andere wijken ook met uitvoeringsplannen moet worden gestart.

72

zijn, is snel nodig. ➔Start zo snel als mogelijk gebiedsaanpakken voor de wijken die voor 2030 de overstap maken: zet partijen om tafel, vraag de markt om input, schrijf tenders uit, maak Uitvoeringsplannen. We zijn overigens blij dat we volgens de TVW aan de slag gaan op basis van de mogelijkheden die er vandaag zijn; we kunnen het ons niet veroorloven om op onze handen te zitten en te wachten tot er misschien technologische innovaties plaatsvinden. De vijfjaarlijkse herijking van de TVW is hiervoor het geschikte moment. De warmtetransitie vergt soms lastige afwegingen: maak het kader en de afweging transparant De TVW heeft tot doel om het pad (‘wat’ en ‘wanneer’) richting CO2-neutraliteit te schetsen. Het zet ook een aantal randvoorwaarden neer waarbinnen dat doel gerealiseerd moet worden. Eneco bepleit dat de randvoorwaarden betaalbaar, betrouwbaar en tijdig een expliciete rol moeten krijgen in de TVW én in de Uitvoeringsplannen en alle andere beslissingen die in het kader van de warmtetransitie worden genomen. Of anders gezegd: alle oplossingen en alle beslissingen moeten worden getoetst aan dat kader. Het moge duidelijk zijn dat dit een afweging van factoren behelst; om de juiste keuzes te kunnen maken, is het noodzakelijk om deze afweging steeds scherp te hebben.

Zijn bewoners en bedrijven in Den Haag zich ervan bewust dat warmteklanten gemiddeld genomen qua betaalbaarheid beter af zijn dan mensen die nog individuele oplossingen op gas gebruiken? Hoe gaan we om met de schaarse ruimte in boven-en ondergrond? Welke keuzes in energieopties vloeien daaruit voort? Daarnaast stelt Eneco vast dat de gemeenteraad en het bestuur lokale warmte als speerpunt zien; de TVW zou duidelijker kunnen maken wat de visie is van gemeentebestuur en -raad op de verhouding met duurzaam, betaalbaar en betrouwbaar. We zitten samen in een transitie proces en dus is het zaak om in openheidstappen te zetten en samen te werken, met begrip voor elkaar. Dat geldt voor de overstap van bestaande woningen naar een nieuwe warmtevoorziening, maar ook zeker voor nieuwbouw. Ook daar is het zaak om heldere kaders te hebben die leiden tot de gestelde doelen duurzaam, betaalbaar, betrouwbaar. ➔Neem in de TVW het afwegingskader voor beslissingen in de warmtetransitie op en licht toe hoe de factoren daarbinnen (duurzaam, betaalbaar, betrouwbaar en lokaal) zich tot elkaar verhouden.

In de TVW worden warmtenetten gepresenteerd als collectieve oplossingen en (hybride) warmtepompen als individueel. Dat is naar onze mening niet helemaal juist. De beslissing om een warmtenet aan te leggen is een beslissing die alleen voor een gebied kan worden genomen, terwijl de beslissing om een warmtepomp te plaatsen een individuele is. Maar ze hebben beide collectieve

Dit afwegingskader is in grote lijnen duidelijk: • Betrouwbaarheid mag niet achteruit gaan ten opzichte van huidige situatie. • Een oplossing moet volledig duurzaam zijn, of een logische stap naar volledig duurzaam. Een volledig elektrische verwarming (met een warmtepomp) wordt als stap naar volledig duurzaam gezien, omdat de bronnen van elektriciteit wel zullen verduurzamen in tegenstelling tot het gas uit het aardgasnet. Zo is ook de aansluiting op een warmtenet dat midden temperatuur kan leveren een stap richting een volledig duurzame verwarming, terwijl een warmtenet dat alleen op 90 graden kan opereren te afhankelijk is van aardgas. • De transitievisie warmte is voor een belangrijk deel gebaseerd op het kiezen van de schone warmteoptie die in de betreffende buurt de laagste kosten met zich meebrengt. Dit biedt een basis om met belastingen, energietarieven en subsidies ook op de laagste kosten voor de inwoner uit te komen. Het is ook zo dat andere uitgangspunten gelden (zie hoofdstuk 2), bijvoorbeeld voor keuzevrijheid en voorrang voor lokale bronnen. De afweging die telkens weer gemaakt moet worden is daardoor moeilijk in een schema te vatten. Deze beschouwing op collectiviteit wordt gedeeld door het college. Er is bedoeld dat de keuze voor warmtenetten betekent dat collectief voor een nieuwe aansluiting moet worden gekozen, naast de reeds bestaande aansluiting op het

73

gevolgen voor onder meer de fysieke leefomgeving en de betaalbaarheid: plaatsing van warmtepompen kan nopen tot aanleg van nieuwe elektriciteitskabels en plaatsing van trafo-stations, wat zowel ruimtelijk effecten heeft als de netwerkkosten zal verhogen. Hybride warmtepompen leiden tot besparing van gas, maar de gasinfrastructuur blijft nodig; die infrastructuur blijft ruimte innemen in de ondergrond en de kosten ervan worden nog steeds in rekening gebracht. Voor het draagvlak voor de transitie is het belangrijk om heldere verwachtingen te schetsen hierover. ➔Breng in de TVW tot uitdrukking dat alle duurzame oplossingen collectieve gevolgen hebben en weeg die transparant af.

collectieve elektriciteitsnet. Aanpassing TVW: dit wordt verduidelijkt in de transitievisie warmte.

De warmtetransitie vergt aanpassingen in de rol van de gemeente Uitvoering van de TVW gaat veel vragen van de bewoners en bedrijven in Den Haag, maar ook van de partners die de projecten moeten uitvoeren én van de gemeentelijke organisatie. In dat kader heeft Eneco drie aanbevelingen: ➔Stel het gebied centraal en stem de opgaven in zo’n gebied goed af binnen de gemeentelijke organisatie. Bijvoorbeeld door een multidisciplinair kernteam verantwoordelijk te maken voor een gebied en de coördinatie van de opgaven daarbinnen. In verschillende gebieden speelt bijvoorbeeld zowel een opgave om woningen te realiseren en de leefkwaliteit te verhogen als de opgave op de woningen te verduurzamen. Deze opgaven kunnen op punten tot tegengestelde belangen leiden, bijvoorbeeld omdat haast gemaakt moet worden met de bouw van een appartementencomplex, maar er tijd nodig is om tot een afgestemd energieconcept voor het gebied te komen en er tot die tijdmoeilijk beslissingen over het energieconcept op gebouwniveau kunnen worden genomen. Inzicht in deze belangen en transparantie over de afweging zijn cruciaal voor de acceptatie van de transitie. ➔Richt een centraal coördinatie punt in voor werken in de ondergronden maak afspraken met uitvoerende partijen over samenwerking.

(3) De ruimte in de ondergrond is zeer beperkten de energietransitie vraagt soms meer ruimte in de ondergrond, bijvoorbeeld doordat warmteleidingen meer plaats innemen dan gasbuizen. Werken in de ondergrond brengt verder vaak hinder mee voor omwonenden of het verkeer. Afstemming is een noodzakelijke randvoorwaarde om energieoplossingen goed in te passen en hinder te beperken. Op dit moment moeten werken worden afgestemd met meerdere coördinatoren in verschillende deelgebieden; een centraal afstemmingspunt maakt uitvoering mogelijk. ➔Richt een toolkit in voor participatie van en communicatie met bewoners en bedrijven. Participatie en communicatie zijn maatwerk; een en ander moet worden afgestemd op de behoeften in een wijk. Tegelijk zijn er een aantal bouwblokken te benoemen, die in veel wijken terugkomen. Een leidraad voor het proces én concrete hulpmiddelen om dat proces te doorlopen, kunnen nu al worden gemaakt. Vanuit onze concrete ervaringen in de eerste wijkaanpakken, kan Eneco hieraan bijdragen.

De aanpak van de energietransitie wordt steeds meer gebiedsgericht aangepakt. Ook de samenhang met andere opgaven wordt sterker. Een centraal coördinatiepunt voor de ondergrondse infrastructuur is het Nutsoverleg waarin de belangrijkste infrabeheerders de planningen met elkaar delen. Dit overleg is onlangs gewijzigd naar een Integraal programmeren overleg. Met deze wijziging wordt ook de langere termijn 3 tot 6 jaar meegenomen. Daarnaast wordt in samenwerking met Stedin en Dunea een samenwerkingsconvenant opgesteld. Met dit convenant wordt naast het beter afstemmen van de planningen ook een overlegstructuur ingericht op operationeel, tactisch en strategisch niveau. Hierdoor kunnen ook vraagstukken als energietransitie en klimaatadaptie een plek krijgen in het samenwerkingsproces. Het is de wens om het convenant ook open te stellen voor andere infra-beheerder.

74

Temperatuurtransitie is randvoorwaarde voor verduurzaming en vraagt actie van veel partijen In de TVW staat de temperatuur van warmtenetten terecht genoemd als een belangrijke factor in de transitie. Zoals het nu is verwoord, lijkt het misschien alsof Eneco eigenstandig over die temperaturen kan beslissen. Dat is niet het geval; er is actie nodig van meer partijen. Eneco heeft er groot belang bij om de temperaturen te verlagen(verlaging van zowel aanvoer als retour!) omdat het daarmee makkelijker wordt om duurzame bronnen in te koppelen en dus om de duurzame doelen te bereiken. Ook wordt het net in het algemeen efficiënter. Verlaging kan echter pas indien alle aangesloten gebouwen met die lagere temperaturen uit kunnen; er mag geen comfortverlies zijn en de gebouwinstallatie moet adequaat uitkoelen. Eneco ontwerpt en realiseert haar warmteleidingen en hulpinstallaties nu al standaard op lagere temperaturen. Het warmtenet in Den Haag stad bestaat echter al decennia en is op plaatsendoor Eneco en haar rechtsvoorgangers uitgelegd op de behoeften van de gebouwen die destijds werden aangesloten; hogere temperaturen. Die gevraagde temperaturen konden ook worden geleverd, aangezien hogere temperatuurbronnen in de stad de kern van het systeem vormden. Verlaging van temperaturen noopt dus in voorkomende gevallen tot aanpassingen.

➔Het voorstel van Eneco is om met de gemeente een gezamenlijke aanpak op te stellen waarmee de temperatuurtransitie kan worden bereikt.

Het college deelt deze visie op temperatuurverlaging en zet graag de samenwerking met Eneco voort in een gezamenlijke aanpak.

Overige punten Ten slotte heeft Eneco nog een aantal andere vragen of opmerkingen: -Staedion is niet genoemd in het overzicht van gesprekspartners. Staedion is een belangrijke partner voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving, dus het is belangrijk dat hun input over benodigde maatregelen, afstemming van planning en focus op gebieden wordt meegenomen. -In de TVW wordt op verschillende plaatsen het onderscheid tussen voor-en naoorlogs gemaakt als het gaat om de oplossingen die kunnen worden toegepast. Wij vragen ons af of dat onderscheid hiervoor bruikbaar en passend is; de woningcorporaties hebben daar veel kennis over. -Bij de buurt Vrederust staat ten onrechte geen timing genoemd. Gezien het lopende proces (o.a. Programma Aardgasvrije Wijken) zou de buurt snel, in elk geval voor 2030, de transitie moeten hebben doorgemaakt. -In definities staat bij ‘restwarmte’ dat dit nu nog vaak een fossiele basis heeft. Dat is lang niet altijd het geval, bijvoorbeeld bij een afvalverwerkingsinstallatie. Het is daarnaast goed om aan te vullen dat restwarmte warmte betreft die ‘over’ is en nu nog wordt geloosd in lucht en water. Nuttige toepassing is nu al een goed idee en aangezien er verschillende verplichtingen en normen gelden voor de industrie (en andere bedrijvigheid) om te verduurzamen, wordt de basis voor het primaire proces in de toekomst ook nog eens groen.

Staedion is inderdaad gesprekspartner. Zij zijn abusievelijk weggevallen uit de lijst. Aanpassing TVW: Staedion is toegevoegd als gesprekspartner. De timing bij Vrederust onderbreekt inderdaad. Aanpassing TVW: de planning bij Vrederust wordt toegevoegd Restwarmte wordt in Europese wetgeving gelijkgesteld aan hernieuwbare energie. Klimaatneutraal. Dat neemt niet weg dat de processen waar de restwarmte uit afkomstig is nu nog (deels) op verbranding van fossiele brandstof zijn gebaseerd. Ook de afvalverbranding. Gemeente Den Haag gaat er met Eneco vanuit dat deze processen ook richting meer duurzame bronnen bewegen.

75

Tot slot: Eneco staat klaar om samen plannen te maken én uit te voeren Eneco is aanwezig in de stad en levert nu al een belangrijke bijdrage aan CO2-vermindering een betaalbare, betrouwbare warmtevoorziening. We werken er elke dag aan om dat zo te houden én nog beter te maken; niet alleen voor onze huidige klanten maar ook voor bewoners en bedrijven die nu nog gebruikmaken van individuele gasoplossingen. We werken intensief samen met bronontwikkelaars, gebouweigenaren, de gemeente om te komen tot de oplossingen die nodig zijn en tot uitvoering ervan. We hebben niet alleen de technische oplossingen in huis, maar ook de investeringsbereidheid die nodig is om nieuwe bronnen van de grond te krijgen en de open houding die nodig is om samen met onze partners én bewoners en bedrijven te komen tot uitvoering. Want uiteindelijk gaat het erom om te komen van plannenmakerij tot uitvoering ervan. We zien uit naar voortzetting van onze goede samenwerking, nu en in de toekomst.

Ook het college ziet uit naar voortzetting van de goede samenwerking in de toekomst.

Als u vragen heeft, kunt u contact met me opnemen door een e-mail te sturen naar [geanonimiseerd] of bellen naar [geanonimiseerd]. (1) De bronnen voor het warmtenet in Den Haag stad zijn op dit moment de elektriciteitscentrale en hulpketels van Uniper en de geothermiebron van Haagse Aardwarmte aan de Leyweg. (2) Zie Warmte etiket 2021 op www.eneco.nl. (3) Zie bijvoorbeeld het “Convenant samenwerken in de buitenruimte” tussen de gemeente Rotterdam, Stedin en Evides; Eneco treedt op korte termijn toe. #23 Staedion 23-5-2022 Gezamenlijke zienswijze Arcade, Haag Wonen, Staedion en Vestia: zie tekst bij #21. Specifieke punten van Staedion: 4. De TVW geeft slechts op hoofdlijnen en in algemene termen warmteopties per buurten aan. We missen hier feitelijk de transitiepaden uit het rapport van Over Morgen. Deze zouden richting kunnen geven aan uitvoeringsplanning en uitwerking op wijkniveau.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12152724/1