RIS313867 bijlage 2
Tekst van het document
Doel is om naast woningen in Hoogvliet ook 18.000 huizen en een nieuw ziekenhuis op Zuid op havenwarmte aan te sluiten. Maar de Rotterdamse ambities zijn enorm: 500.000 tot 1 miljoen woningen in de Zuidvleugel van de Randstad aan havenwarmte. Vanaf 2006 gaat Stadsgewest Haaglanden onder leiding van de Delftse wethouder Rik Grashoff (Groen Links) aan de slag voor een regionaal warmtenet. De risico’s
Het college ziet WarmtelinQ als kans om de warmtevoorziening betaalbaar te houden. Met de bijdrage van de Rijksoverheid is dat wellicht mogelijk. Het college heeft echter geen inzicht in de businesscase of de warmteleveringsovereenkomst met Eneco. Het college ziet de restwarmte als kans om de energietransitie betaalbaar te houden en op korte termijn de CO2-uitstoot te reduceren, zeker niet als overbodig.
40
van het project worden onderkend maar blijven beperkt als projecten “verplicht worden aan te sluiten op de beoogde collectieve warmtevoorziening”. Meerdere gemeenten zien zo’n verplichting niet zitten. Het regionale warmtenet met industriele restwarmte uit Rotterdam komt er niet. “Aanleg van een dergelijk net is te kostbaar en ruimtelijk te complex “ (2008). Het WbR met een nieuwe transportleiding verkeert dan al in grote financiële problemen. Haags verzet tegen Rotterdamse havenwarmte De Haagse gemeenteraad spreekt zich in 2016 raadsbreed uit tegen Rotterdamse havenwarmte. Volgens het AD/Haagsche Courant het resultaat van een lokaal “monster verbond” tussen VVD ( havenwarmte voor Rijnmond) en Haagse Stadspartij (havenwarmte is niet duurzaam). ‘Hogere’ instanties en belangen als het ministerie van EZK, de provincie Zuid Holland, het HIC Rotterdam en energiebedrijf Eneco hebben andere warmteplannen, Den Haag moet verwarmd worden Rotterdamse havenwarmte. Eneco realiseert in 2014 de transportleiding Leiding over Noord (LoN) om havenwarmte (via Vlaardingen) te gebruiken voor haar Rotterdamse stadsverwarmingsnet. Eneco werkt dan al aan het vervolg, de Leiding door het Midden (LdM). Deze LdM moet havenwarmte, via een T-stuk in de LoN bij Vlaardingen, naar het Haagse stadsverwarmingsnet van Eneco Den Haag vervoeren.
De LdM moet gaan leveren voordat eind 2022 het Haagse warmtecontract van Eneco afloopt. Begin 2018 sluit het Rijk met de “Warmtealliantie”, een samenwerking van Provincie Zuid Holland, Gasunie, Havenbedrijf Rotterdam (HbR), Warmtebedrijf Rotterdam (WbR) en Eneco de Green Deal Warmtetransportnetten voor het realiseren van de “warmterotonde Zuid Holland”. Aan de “warmtetafel” van 4 september 2017 was al vastgesteld dat “grootschalige warmtetransportnetten nodig zijn” voor de “benodigde opschaling van warmtenetten” met warmterotonde Zuid Holland als “voorbeeldproject”. Het Haagse Coalitieakkoord 2018-2022 geeft havenwarmte uit Rotterdam onverwacht weer ruimte door de inbreng van de nieuwe Groen Links wethouder Liesbeth van Tongeren, voormalig Tweede Kamer lid. De gekozen Groen Links fractie, tot dan toe tegen havenwarmte, legt zich daar zonder voorwaarden bij neer. Met als resultaat een voortdurende confrontatie tussen een wethouder die blijft vasthouden aan havenwarmte en een raadsmeerderheid die zich daar tegen blijft verzetten. D66 is de enige partij in de Haagse raad die altijd voorstander is van havenwarmte. D66 meent dat Den Haag alleen met Rotterdamse havenwarmte ‘klimaatneutraal’ kan worden in 2030. Eneco krijgt LdM niet rond In 2019 wordt duidelijk dat Eneco de LdM financieel niet rond krijgt.
Minister Wiebes (EZK) geeft staatsbedrijf Gasunie de opdracht de LdM van Eneco over te nemen. De nieuwe naam wordt WarmtelinQ en Gasunie de “onafhankelijke beheerder van het warmtetransportnet”. EZK geeft in 2021 aan dat een warmtecontract met Eneco noodzakelijk is voor de investeringsbeslissing van Gasunie over WarmtelinQ. Op 8 november wordt een akkoord bereikt over WarmtelinQ die in 2025
41
gereed moet zijn. Met Eneco wordt een transportcontract gesloten voor 75 MWTh voldoende voor 65.000 woningen. Het kostbare WarmtelinQ bespaart jaarlijks 0,18 megaton CO2-uitstoot, 0,1% van de totale Nederlandse uitstoot! De Haagse raad heeft eerder al gekozen voor een warmtetransitie met duurzame lokale bronnen en lagere temperaturen, met de restwarmte van de gasgestookte Uniper centrale als ‘achtervang’ (back-up). Uniper heeft inmiddels met Eneco een nieuw contract voor de Haagse stadsverwarming tot 2035 gesloten. De komende 13 jaar blijft de Haagse stadsverwarming verzekerd van lokale ‘’CO2 vrije” restwarmte. Dure havenwarmte uit het verre Rotterdam is daarmee overbodig. WarmtelinQ verbindt het Rotterdamse Eneco warmtenet met het Haagse Eneco stadsverwarmingsnet. Een bedreiging voor een betaalbare Haagse warmtetransitie en een onnodige ingreep voor een kwetsbare wijk als Transvaal. Voorwaarden instemming WarmtelinQ (nog) niet vervuld Het gemeentebestuur heeft vijf voorwaarden gesteld aan instemming met WarmtelinQ.. Alleen de tweede “altijd voorrang voor lokale duurzame warmte” is hard. Voorwaarde drie over “onafhankelijk netbeheer” van Gasunie voor WarmtelinQ is nog niet in gevuld. Daar is pas sprake als de VP leidingen in bedrijf zijn en als het juridisch in de nieuwe warmtewet 2.0 geregeld is die pas in 2003 in de Tweede Kamer behandeld gaat worden.
Voorwaarde vier zegt : Afnemers blijven redelijke tarieven betalen, dit wordt getoetst. Afnemers van de Haagse stadsverwarming betalen sinds 2002 te hoge tarieven doordat de winst de stad uitvloeit. Volgens de toetsing door ACM mag dat is dat redelijk omdat Eneco al zijn warmtenetten mag poolen. Daardoor is het Haagse warmtetarief niet transparant en zeker niet redelijk. De vijfde voorwaarde, “Bedrijven die restwarmte leveren, moeten versneld verduurzamen” is boterzacht omdat Den Haag in de RES Rotterdam-Den Haag niets te zeggen heeft over het Rotterdamse Haven en Industriecomplex. 3. Wat moet Den Haag met de RES Rotterdam-Den Haag ? Den Haag maakt deel uit van de Regionale Energie Strategie (RES) Maar het Rotterdamse Haven en Industrie Complex (HIC) merkwaardig genoeg niet, omdat over het HIC in het Nationale Klimaatakkoord al afspraken gemaakt zijn. Gemeenten in de regio mogen er niets over zeggen. Het HIC is wel verantwoordelijk voor ca 20% van de landelijke CO-2 uitstoot, onze ‘nationale viespeuk’. Regionaal is dat waarschijnlijk meer dan 80 % ! HIC is ook onze ‘nationale knoeipot’. Nergens wordt zoveel energie in de vorm van ‘restwarmte’ verspild als hier. En havenbedrijven mogen dat nog steeds, zonder beperking of belasting, blijven lozen. Het HIC is, “de olifant in de kamer”, waarover we in de RES niets mogen zeggen.
De transitievisie warmte gaat niet over het Haven Industrieel Complex in Rotterdam.
Maar, eerlijk is eerlijk, het HIC heeft ook grote pluspunten. Het HIC is de beste windlocatie van ons land: een uitgestrekt en grootschalig industriegebied, waar het hard waait en in de directe omgeving nauwelijks mensen wonen. Nederlanders zijn met 71% voor de bouw van windmolens, maar ruim 30% is tegen de bouw in de eigen omgeving. Het HIC is bij uitstek geschikt voor het plaatsen van
42
reusachtige windturbines die niemand in zijn achtertuin wil. Met Borssele wordt het HIC gezien als potentiele locatie voor een CO2-vrije kerncentrale. Het HIC gaat ook een grote rol spelen in de energietransitie naar (duurzame) waterstof. Rond de Rijnmond liggen al twee warmtetransportleidingen, de Nieuwe Warmte Weg van Warmtebedrijf Rotterdam (WbR) en de Eneco Leiding over Noord. Deze ‘warmtering’ is bij uitstek geschikt voor het benutten van havenwarmte dicht in de buurt. Met warmte moet je niet slepen. De resterende aansluit capaciteit van deze bestaande transportleidingen is ook groter dan de nog aan te leggen WarmtelinQ naar Den Haag. Zoals ik in mijn bezwaar naar de Raad van State heb aangegeven. Voor belangrijke energiekwesties als het belasten en beperken van warmtelozingen, windenergie, kernenergie en waterstof is geen ruimte in de RES Rotterdam-Den Haag. Gemeenten hadden in de RES 1.0 in feite maar één duidelijke warmte opdracht: Gij zult: Havenwarmte benutten en instemmen met WarmtelinQ. De voorzitter van de Stuurgroep energie in de RES de Delftse wethouder Stephan Brandligt (Groen Links) heeft daar bij zijn Haagse collega Van Tongeren vaak op aangedrongen. Tevergeefs, want de Haagse raad heeft zich met succes verzet tegen het opnemen in de RES 1.0 van WarmtelinQ. Andere gemeenten in de regio willen WarmtelinQ wel.
RES 1.0 was een van bovenaf geregisseerd technocratisch proces dat valselijk verkocht werd als ‘’inspraak van onderop”. Voor Den Haag zal het vervolg, de RES 2.0, echt anders moeten. Regiogemeenten moeten zich ook kunnen uitspreken over het HIC Rotterdam, aangevuld met inspraak door bewoners. RES 2.0 zal moeten veranderen van een ‘top-down’ bestuurlijk transitietraject gericht op de specifieke belangen van het HIC en van Eneco naar een democratisch traject vanuit het lokale belang van de burger, de kleinverbruiker. Mocht dat in de RES 2.0 Rotterdam-Den Haag niet mogelijk zijn dan kan Den Haag het voorbeeld van Hoeksche Waard volgen. De Rotterdamse regio wilde Hoeksche Waard graag betrekken bij zijn regionale energiestrategie. Logisch: Rotterdam heeft veel CO2- uitstoot en Hoeksche Waard landelijk gebied. Maar daar bedankte Hoeksche Waard voor. “Als eigen regio is Hoeksche Waard binnen vijf jaar CO2-neutraal, met de Rotterdamse regio worden ze een wingewest”. Den Haag, los van het Rotterdamse HIC, is ook beter af voor een betaalbare en duurzame RES 2.0. en een warmtransitie met lokale bronnen en lagere temperaturen. Een andere optie is om van het HIC, wegens zijn grote energiebelang en betekenis, een zelfstandige energieregio te maken. Energieregio Regio HIC, met een eigen publieke netbeheerder en Rotterdam/HbR en het Rijk als aandeelhouder.
Die kunnen dan ook het “Botlek stoomnet” van Stedin overnemen. Eneco, in .. nog ongesplitst, had dat op verzoek van Rotterdam overgenomen van het HbR en ondergebracht bij haar netbeheerder. Het lokale Botlek stoomnet is echter een exclusief Rotterdams havenbelang. Dat niet thuishoort bij netbeheerder Stedin met 43 niet Rotterdamse aandeelhouders.
43
#15 Privé persoon (namens een groep van 10 betrokken bewoners uit het Statenkwartier) Geacht college, Met interesse hebben wij –een groep betrokken bewoners uit het Statenkwartier –uw Transitievisie Warmte gelezen. Wij waarderen het dat u met bewoners van de wijken hierover in gesprek bent gegaan en verder wilt gaan. Het is belangrijk om met de bewoners in gesprek te blijven en ze een belangrijke rol te geven in de toekomstige warmteoplossing in onze wijk. Voor het Statenkwartier lezen wij dat u nog geen permanente aardgasloze oplossing in beeld heeft. De variant ‘isoleren en hybride warmtepompen’ bespaart uiteraard wel CO2, maar belemmert de overstap naar een aardgasloze oplossing op korte termijn. En die korte termijn is belangrijk omdat wij de urgentie van de klimaatverandering serieus nemen. De voor de hand liggende aardgasloze alternatieven, individuele warmtepompen(‘all electric’) en een collectief warmtenet zijn voor onze wijk uitgezocht door Ingenieursbureau DWA, gecheckt door CE Delft, bekeken door het PBL en Stedin. Daaruit kwam een warmtenet als voorkeursoptie uit de bus. Aansluiting op het bestaande warmtenet dat op dit moment eindigt bij het Worldforum lijkt technisch goed mogelijk.
Waarbij wij zouden willen pleiten voor een snelle overstap op lokale duurzame bronnen zodra er voldoende aansluitingen zijn om een lokale bron van voldoende temperatuur rendabel te maken. De toekomstige Warmtelinq zien wij daarmee als een vorm van ‘startmotor’ voor onze wijk die aansluiting op lokaal te ontwikkelen bronnen (b.v. geothermie of energie uit afvalwater)mogelijk maakt. De Warmtelinq zou op termijn nog als back up-bron kunnen dienen.
Reactie college Het college dankt deze groep bewoners uit het Statenkwartier voor deze zienswijze en zal hieronder puntsgewijs inhoudelijk reageren.
Voor een aantal buurten laat de transitievisie warmte de hybride warmtepomp als goede oplossing zien. Met de hybride warmtepompen wordt op korte termijn veel CO2-uitstoot verminderd, zonder dat het verhindert dat op termijn andere oplossingen worden gekozen. Het blijft namelijk aantrekkelijk om stapsgewijs isolatie aan te brengen, omdat de hybride warmtepomp efficiënter werkt bij lagere temperaturen. De komende jaren zullen ontwikkelingen in die wijken mogelijk andere oplossingen ook aantrekkelijk maken. De transitievisie warmte wordt minimaal elke vijf jaar herijkt. Dat wil niet zeggen dat bewoners in deze wijken stil hoeven te zitten: de transitievisie warmte roept bewoners in álle buurten op om aan de slag te gaan met (het verbeteren van) isolatie, de overstap op inductie koken en de aanschaf van zonnepanelen. De keuze om ook hybride warmtepompen mee te nemen in de toekomstige warmteopties is zorgvuldig tot stand gekomen. Dit sluit ook aan bij landelijk beleid6. Op termijn kunnen ook deze buurten overstappen naar warmtenetten, volledig elektrische warmtepompen of een mix daarvan. Aansluiting op het bestaande warmtenet dat eindigt bij het World Forum is een kans om verder uit te zoeken. Na de transitievisie warmte volgen uitvoeringsplannen per wijk, buurt
6
Kamerbrief Normering hybride warmtepompen (kenmerk 2022-0000266629), 17 mei 2022
44
Daarom verzoeken wij u om in de finale versie van de Transitievisie Warmte voor het Statenkwartier op te nemen dat ingezet wordt op een warmteneten het loskoppelen van de wijk van het aardgasnet per 2030. Hierdoor bieden we handelingsperspectief aan de bewoners. Om loskoppeling van het aardgasnet voor 2030 te halen, dient per direct gestart te worden met de voorbereidingen. Daarmee krijgen de bewoners de benodigde tijd zich voor te bereiden op het duurzaam verwarmen van hun woning. #16 Gebiedscooperatie Wijk25, Mariahoeve en Marlot 22-5-2022 De Transitie Visie Warmte vormt een richtlijn voor de gemeentelijke regierol in de komende jaren en vormt het startpunt voor uitvoeringplannen per buurt, wijk of gebied. Graag geven wij daarom aan dat wij de volgende uitgangspunten opgenomen willen zien in de Transitie Visie Warmte: 1. Uitgangspunten: A. Rechtvaardig en Inclusief - De uitgangspunten van de TransitieVisie Warmte moeten conform de ambities van het Ambitiedocument Omgevingsvisie Den Haag 2050,RIS 309993,worden geformuleerd. Zo niet dan gaat dit in de nabije toekomst frictie opleveren tussen twee beleidsdocumenten van de Gemeente Den Haag. -Conform het Ambitiedocument Omgevingsvisie Den Haag 2050, hoofdstuk 5.1, moet Den Haag, en daarmee een nieuw duurzaam energiesysteem in Den Haag, Rechtvaardig en Inclusief zijn. Dit keuzecriterium ontbreekt op pagina 9 van het document TVW.
B. Toegang tot duurzame energie is een sociaaleconomisch mensenrecht 1. - Duurzaam ontwikkelingsdoel 7 staat voor toegang tot betaalbare en duurzame energie. Indicator 7.1 hierbij is: “Tegen 2030 universele toegang tot betaalbare, betrouwbare en moderne energiediensten garanderen”. De Duurzame Ontwikkelingsdoelen zijn ook het uitgangspunt in het Ambitiedocument Omgevingsvisie den Haag 2050.Duurzame Ontwikkelingsdoelen zijn opgesteld met de Universele Rechten van de Mens als uitgangspunt. - Bewoners en lokale ondernemers dragen 100% de risico’s van eventueel tekortschietende energievoorziening, indien er ‘iets mis gaat’: zij zitten namelijk in de kou, in de hitte, in het donker of kunnen niet koken. De garantie dat de overheid ‘bij kan springen als het mis gaat’ is verre van gegarandeerd door TVW voor de komende 30 jaar. Risicomanagement van bewoners en lokale
of gebied. Hierin zou dit concreter kunnen worden onderzocht en uitgewerkt. Een belangrijke vraag is hoeveel capaciteit het warmtenet op dat punt nog heeft. Op pagina 17 van de concept-Transitie Warmte staat het Statenkwartier expliciet genoemd als voorbeeld van een wijk waar bewoners, met steun van de gemeente, onderzoek doen naar de mogelijkheden van warmtenetten. Die steun van de gemeente laat zien dat de gemeente zeer open staat voor deze oplossing, maar dat verder onderzoek de haalbaarheid moet uitwijzen. Reactie college Bij al het werk van de gemeente Den Haag zijn de aspecten van rechtvaardigheid en inclusie zwaarwegend. Op het niveau van de transitievisie warmte gaan aspecten als rechtvaardigheid en inclusie niet leiden tot andere keuzes, daarom zijn ze hier niet als uitgangspunt meegenomen.
Betrouwbaar is een uitgangspunt van de transitievisie warmte. Nederland heeft één van de hoogste scores op leveringszekerheid van energie. Het is niet de bedoeling dat de energietransitie dit gaat verstoren. Enerzijds helpt de energietransitie, door de afhankelijkheid van bronnen zoals aardgas te verminderen. Anderzijds zijn extra maatregelen nodig om de onvoorspelbaarheid van de levering van duurzame bronnen op te vangen. De Europese Wetgeving op dit gebied heeft geleid tot een nationale subsidie voor VVE’s en energiecollectieven. Het
45
ondernemers moet daarmee anders worden georganiseerd. De EU doet hier een voorstel voor: ondersteuning lokale energiegemeenschappen. C. Ondersteuning ontwikkeling lokale energiegemeenschappen: conform EU wetgeving. -De TVW van Den Haag, de Internationale Stad van Vrede en Recht, moet conform Europese wetgeving worden opgesteld. De EU wet- en regelgeving geeft aan dat de ondersteuning van de ontwikkeling van lokale energiegemeenschappen een middel zijn om te komen tot een Rechtvaardig en Inclusief nieuw duurzaam energiesysteem. -In mei 2019 heeft de EU Commissie wetgeving aangenomen die lidstaten verplicht om de ontwikkeling van lokale Energie-gemeenschappen te bevorderen. Deze nieuwe wet is aangenomen op basis van de aanname dat als er meer energiegemeenschappen worden gecreëerd, er ook meer Energierechtvaardigheid (Energy Justice) zal ontstaan. Lokale energie-gemeenschappen, gedragen door een coöperatie van bewoners en lokale ondernemers, een stichting, een vereniging op het gebied van de energietransitie in een buurt, wijk of gebied, dragen bij aan de transitie naar een duurzaam, inclusief energiesysteem en aan efficiënt gebruik van energie binnen lokale gemeenschappen 2, 3. D. De energietransitie is een sociale opgave.
Het Sociaal-Cultureel Planbureau schreef een reflectie op het regeerakkoord 2021-2025 vanuit het burgerperspectief: “Een integrale focus impliceert dat uitdagingen rondom bijvoorbeeld energie en klimaat niet alleen gerelateerd worden aan wonen en leefomgeving, maar dat deze ook in verbinding worden gebracht met sociale cohesie, solidariteit en gevoelens van polarisatie in de samenleving. In het coalitieakkoord mist een duidelijke verbinding met deze maatschappelijke kant, terwijl de woningbouwopgave of de energietransitie ook sociale kwesties zijn en gevolgen kunnen hebben voor cohesie en solidariteit.”4E. E. Versterking lokale zeggenschap -De betaler, de opdrachtgever, bepaalt. Op 18 februari 2021 heeft de GCWijk25 in een schriftelijke bijdrage een berekening laten zien dat onder de streep de bewoners en lokale ondernemers in Den Haag voor de volle 100% de rekening van de Energietransitie betalen. Dit gaat in Den Haag voor de komende 30 jaar naar schatting over een bedrag van 9 miljard (een bedrag dat waarschijnlijk al achterhaald is)5. Daarmee zijn de bewoners en lokale ondernemers samen Collectief Opdrachtgever.
De gemeenteraad is zo beziende directe vertegenwoordiger van de collectieve opdrachtgever en vertegenwoordigd daarmee het initiatief en de controle over 9 miljard, plus de inspanningen die mensen, VVEs, huurdersverenigingen, lokale ondernemers en gebouwenbeheerders doen om gezamenlijk tot optimale oplossingen te komen in de eigen omgeving. - Prosumers: Door lokaal eigendom van lokale energiebronnen in coöperatief beheer worden bewoners en lokale ondernemers tegelijkertijd Producenten en Consumenten: Prosumers. Lokale
begrip energiegemeenschap wordt geregeld in de toekomstige energiewet. Deze zal na besluitvorming op een nader te bepalen moment in werking treden. In Den Haag zijn veel bewonersinitiatieven op het gebied van energie. Deze zijn te zien als opstap naar energiegemeenschappen. In het Stedelijk Energieplan Den Haag (zie RIS306869) wordt beschreven hoe deze initiatieven worden ondersteund.
De technische en sociale kant van de energietransitie zijn inderdaad onlosmakelijk verbonden. Zo zijn woningbouwcorporaties steeds intensiever betrokken bij de effecten die energietransitie op hun huurders heeft. Ook zoeken wij in de dagelijkse werkzaamheden en projecten samenwerking op in de wijken met bewoners(organisaties) om ook de sociale aspecten tijdig in beeld te krijgen. De afstemming met de Gebiedscoöperatie Wijk 25 is daar ook een voorbeeld van. De bewering dat bewoners voor de volle 100% de rekening van de energietransitie betalen, onderschrijft het college niet. Juist betaalbaarheid is een uitgangspunt van de transitievisie warmte. Bewoners die grote investeringen moeten doen, of op een andere manier grote kosten krijgen, worden daarin ondersteund. Er zijn reeds meerdere regelingen voor. De Rijksoverheid heeft aangekondigd met meer budget te komen, bijvoorbeeld in het Nationaal Isolatiefonds. De gemeente Den Haag heeft niet de controle over de benodigde investeringen. Het wordt juist steeds duidelijker dat heel veel partijen een klein stukje van de controle hebben over
46
energieopwekking in lokaal beheer versterkt de lokale economie en lokale zeggenschap. Bij commerciële exploitatie van energie gaat de meerwaarde na de terugverdientijd van de investering naar de investeerder. Bij coöperatiefbeheer van lokale energiebronnen vloeit de meerwaarde van de investering na de terugverdientijd terug in de lokale gemeenschap: hieruit kan aan de voorkant en de achterkant de solidariteit in de energie-gemeenschap worden bekostigd. Dit vergroot de lokale zeggenschap over de eigen en gemeenschappelijke bestaanszekerheid van mensen. Dit fundamentele verschil presenteerde GCWijk25 tijdens het energiegesprek in de wijk Mariahoeve /Marlot op 13 juli 2021. De TU Delft participeerde in het EU-programma PROSEU, waar hier uitgebreid onderzoek naar is gedaan en waarin deze vooronderstelling wordt bevestigd. De EU voert inmiddels beleid op basis van deze resultaten 6. - De initiatiefnemende en controlerende rol van de Gemeenteraad gaat met betrekking tot de energietransitie alleen al over 9 miljarden over het governance model van een nieuw duurzaam energiesysteem in Den Haag: commercieel versus coöperatief. Het duale bestuursmodel dient daarom te worden versterkt en ondersteund, met name met betrekking tot de ontwikkeling van een nieuw duurzaam energiesysteem. F. De TVW ondersteunt integrale wijkontwikkeling.
- Omdat de TVW het uitgangspunt vormt van de uitvoeringsplannen per buurt, wijk of gebied, moet de ontwikkeling Energievoorziening onderdeel uitmaken van Integrale wijkontwikkeling: Duurzaam, Rechtvaardigen Inclusief. Warmtevoorziening maakt onderdeel uit van de Energievoorziening(dat gaat ook over koeling, elektriciteiten mobiliteit).De ontwikkeling van een nieuw, duurzaam en rechtvaardig energiesysteem kan vanuit het perspectief van de wijk niet losgezien worden van andere maatregelen rond Klimaatadaptatie, vergroting van de Biodiversiteit, Gezondheid, Versterking van de Lokale Economie, Vergroting van de Bestaanszekerheid(en dus vermindering van energiearmoede),Sociale Cohesie(en dus vermindering van Eenzaamheid)en daarmee de versterking van de weerbaarheid van de wijk. G. Procesaanpak: Participatie Ontwerpend Ontwikkelen van een nieuw duurzaam en inclusief energiesysteem - Op nationaal niveau wordt door het college van Rijksbouwmeesters gewerkt aan de Agenda: de 22 e eeuw begint nu (2021-2024). Het college van Rijksadviseurs zet Ontwerpend Denken in als methode om uit te zoomen, het speelveld groter te maken in tijd en ruimte en om sectoraal denken te overstijgen.
- De gemeente Rotterdam zet Ontwerpend Herontwikkelen in als methode voor de vernieuwing van het Wederopbouwvastgoed (20% van het totale vastgoed in Rotterdam) in het licht van de Grote Opgaves, inclusief de opgave om de sociale cohesie en de lokale economie te versterken. Een
de benodigde investeringen. Gemeenten, woningeigenaren, energiebedrijven en vele anderen kunnen niet zelf een zinnige investering doen, zonder dat anderen dat ook doen. De gemeente probeert de regierol te houden. Dat betekent onder andere het bij elkaar brengen van de nodige partijen, zodat een gedeeld plan ontstaat voor investeringen. Zie ook het Stedelijk Energieplan Den Haag (zie RIS306869) waarin dit uitgebreider is beschreven.
De transitievisie warmte gaat een volwaardig onderdeel worden van de omgevingsvisie. Daarmee wordt een belangrijke stap gezet in het integreren van de verschillende onderwerpen.
De samenhang van diverse aspecten in de fysieke leefomgeving wordt geborgd. Om tot goede plannen en visies te komen is participatie van groot belang. Den Haag werkt aan verschillende instrumenten om bewonersparticipatie te versterken. Ontwerpateliers, datalabs en dergelijke kunnen daarbij ingezet worden. Energietransitie maakt deel uit van deze plannen en visies en kan in sommige wijken ook de aanjager zijn.
47
Participatieve en Integrale benadering dus. - Het Verweij Jonker Instituut deed onderzoek naar Ontwerpende Sociale Effect Rapportage op de Energietransitie7. De conclusie van het Verweij Jonker Instituut is dat Participatief Ontwerpend Onderzoek / (her) ontwikkeling precies deze twee aspecten in zicht draagt: met deze methodologie wordt, onder bepaalde condities, een nieuw duurzaam energiesysteem sociaal en participatief ‘by design’. H. Bijplannen voor grote infrastructurele projecten voor de energietransitie, zoals de Warmtelinq, wordt naast de Milieu Effect Rapportage(MER) ook een Sociale Effectrapportage (SER) en een Omgevingseffectrapportage (OER) uitgevoerd, vooraf aan besluitvorming door Gemeenteraad en het College van B&W. - Dit uitgangspunt is conform het Ambitiedocument Omgevingsvisie Den Haag 2050, hoofdstuk 9. Aanbevelingen van een MER, SER en OER worden meegenomen in de finale plannen en in de dialoog met de gemeenteraad. I. Toegevoegde waarde van Den Haag, Internationale Stad van Recht en Vrede: innovatie op de Governance van een nieuw, duurzaam energiesysteem, - Den Haag is een van de zeven Nederlandse steden, die is geselecteerd voor het project klimaatneutrale en innovatieve steden. Den Haag maakt daarmee deel uit van in totaal 100 steden in de EU, die in 2030 klimaatneutraal moeten zijn en een voorbeeld van innovatie.
De hoogste toegevoegde waarde van Den Haag als Internationale Stad van Vrede en Recht in dit ambitieuze project van de Euis, dat Den Haag kan laten zien hoe een rechtvaardig nieuw duurzaam energiesysteem vorm kan krijgen: zowel als nieuw maatschappelijk evenwicht met toegenomen sociale cohesie en een versterkte lokale economie, als in het proces om dit als bewoners en lokale ondernemers, met ondersteuning van de overheid en het bedrijfsleven, kennisinstituten, financiële dienstverlening en investeerders, vorm te geven.
Den Haag is trots om bij de selectie van de 100 climate neutral cities te horen. Innovatie zal een rol spelen bij de verdere uitwerking van de activiteiten die Den Haag in dat verband uitvoert.
1 https://mensenrechten.nl/nl/welke-mensenrechten-zijn-er 2 https://energy.ec.europa.eu/topics/markets-and-consumers/energy-communities_n 3 https://communitypowercoalition.eu/community_power_booklet_v5-screen.pdf 4 file:///Users/[geanonimiseerd]/Downloads/Reflectie+op+het+coalitieakkoord+20212025+vanuit+het+burgerperspectief%20(1).pdf 5 https://denhaag.raadsinformatie.nl/modules/13/Overige%20bestuurlijke%20stukken/656183 6 https://cedelft.eu/method/prosumers/COMMERCIEEL 7 Meere, F. de, M. Uyterlinde, A. Brock(2021) Ontwerpende Sociale Effecten Rapportage Den Haag. Verkenning naar de haalbaarheid. Verweij Jonker Instituut, april 2022.
48
#17 Privé persoon 22-5-2022 ZIENSWIJZE Eind februari 2022 besluit het College van Burgemeester en Wethouders het concept van de Transitievisie warmte (hierna ook: de cTw) vrij te geven voor inspraak. Met dit besluit startte de inspraakprocedure, waarmee inwoners van Den Haag en belanghebbenden in de gelegenheid werden gesteld een zienswijze kenbaar te maken. In deze zienswijze stel ik in vier paragrafen de volgende vragen aan de orde: 1. Houdt Den Haag zich aan afspraken en komt Den Haag toezeggingen na? 2. Hoe lang is de lange termijn? 3. Zijn warmtenetten en warmtepompen de enige opties? 4. Zijn recente ontwikkelingen relevant? In de vijfde paragraaf verwijs ik naar de websites van de in deze zienswijze aangehaalde documenten. Na bestudering van deze en ook andere documenten kan ik tot geen andere conclusie komen dan dat het onder de huidige omstandigheden voorbarig is om wijken er toe aan te zetten om nu al in te stemmen met de in dit concept van de Transitievisie warmte voorgeschreven warmteopties. Mocht een lezer tot een andere conclusie komen, dan verneem ik vanzelfsprekend graag haar of zijn zienswijze. 2022. Houdt Den Haag zich aan afspraken en komt Den Haag toezeggingen na? In het Klimaatakkoord (2019) is afgesproken dat gemeenten vóór eind 2021 een Transitievisie warmte vaststellen, waarin het tijdpad is vastgelegd, waarop wijken van het aardgas gaan.
Gemeenten bepalen vervolgens met het uitvoeringsplan de uitvoering op wijkniveau en nemen daarbij een besluit over een reële en betaalbare alternatieve energie infrastructuur, waarbij de mogelijkheid om het aardgasnet te benutten voor groen gas of waterstof wordt betrokken. Gemeenten actualiseren de Transitievisie warmte elke vijf jaar, met dien verstande dat in 2022 geëvalueerd wordt of de termijn van vijf jaar de juiste is. Het Haags Coalitieakkoord 2018-2022 (2018) gaat ervan uit dat betekenisvolle en concrete stappen worden gezet naar een klimaatneutrale stad in 2030 en dat er in 2021 voor elke wijk een concreet plan is, waarin staat hoe de overstap wordt gemaakt naar duurzame energie en warmte. Het doel van een klimaatneutrale stad in 2030 wordt bevestigd in de Kadernota Duurzaamheid (2019), het Stedelijk Energieplan (2021) en het concept van de Transitievisie warmte (2022). In het Stedelijk Energieplan wordt voorts bevestigd dat elke wijk een wijkenergieplan krijgt, waarin staat welke energiebronnen het meest geschikt zijn en in welk tempo de wijk overgaat op schone energie. Aan een wijkenergieplan kan – bijvoorbeeld – gewerkt worden doordat de gemeente het voortouw neemt of doordat een bewonersinitiatief een wijkenergieplan opstelt.
Reactie college Het college zal hieronder puntsgewijs inhoudelijk reageren.
1.1. Het college heeft in 2021 een concept-transitievisie warmte opgesteld. Daarmee is aan de letter van het Klimaatakkoord voldaan. Het heeft echter de voortgang van de energietransitie niet in de weg gestaan. Het Stedelijk Energieplan heeft deels de rol van de transitievisie warmte vervuld. 1.2. Het nationale Klimaatakkoord spreekt van uitvoeringsplannen op wijkniveau, in relatie tot de transitievisie warmte. Uitvoeringsplannen worden niet altijd per se opgesteld per wijk (zoals het woord ‘wijkenergieplan’ suggereert), maar kunnen opgesteld worden per wijk, buurt of ander afgebakend gebied, daar waar dat het meest logisch is. 1.3. Den Haag heeft ervoor gekozen om ambitieuzere doelstellingen te hanteren dan de nationale doelstelling.
49
Kanttekeningen – (1) Het lijkt er op dat Den Haag zich niet aan de afspraak gehouden heeft om een Transitievisie warmte vóór eind 2021 vast te stellen. Als dat inderdaad zo is, dan geeft Den Haag daarmee niet het goede voorbeeld. (2) In de cTw wordt, met uitzondering van Mariahoeve, voor geen enkele wijk verwezen naar een wijkenergieplan. Is het nog steeds de bedoeling van de gemeente dat elke wijk, zoals toegezegd in het Collegeakkoord 2018-2022, een wijkenergieplan krijgt? Houdt het voor Mariahoeve gemaakte wijkenergieplan in, dat de gemeente in Mariahoeve met de uitvoering van het wijkenergieplan aan de slag is gegaan of binnenkort aan de slag zal gaan? (3) Waarom moet Den Haag in 2030 klimaatneutraal zijn, terwijl het er in het Regeerakkoord 20212025 (2021) om gaat klimaatneutraal te zijn in 2050? 2. Hoe lang is de lange termijn? In het Stedelijk Energieplan (2021) wordt voor de komende jaren niet gerekend op groen gas en waterstof als grootschalige oplossing. Wel kunnen deze energiedragers een rol gaan spelen in de verwarming van de gebouwde omgeving, als bestaande technieken niet tijdig en tegen acceptabele kosten kunnen bijdragen aan de energietransitie in alle gebouwen, terwijl waterstof ook kan worden ingezet ter ondersteuning van andere opties zoals warmtenetten en warmtepompen, met name voor invulling van de piekvraag.
Elders wordt in het Stedelijk Energieplan opgemerkt dat het meer dan tien jaar duurt voordat waterstof op enige schaal beschikbaar en betaalbaar is. In het concept van de Transitievisie warmte wordt gesteld dat wellicht in de toekomst een klein deel van het gasnet kan worden gebruikt voor duurzaam gas, maar dat voor de komende tijd waterstof er niet uitziet als een reële optie voor woningen en gebouwen. Hoe dan ook, in de buurtentabel is waterstof voor geen enkele wijk een warmteoptie in 2030, dan wel in 2040. Kanttekeningen – (1) De conclusie lijkt gerechtvaardigd dat in de cTw de lange termijn tot 2040 gaat. Dat lijkt te kort om tot een reële lange termijn visie te kunnen komen. (2) TNO waarschuwt er al in Scenario’s voor klimaatneutraal energiesysteem (2020) voor dat bij klimaatmaatregelen om het doel voor 2030 te realiseren rekening moet worden gehouden met de ontwikkeling van het energiesysteem tot 2050. Omdat in de periode 2030-2050 grote veranderingen moeten plaatsvinden, is het van belang te voorkomen dat keuzes op de korte termijn tot een lock-in leiden, dat wil zeggen dat een optie gekozen wordt, die bij het maken van de keuze optimaal lijkt, maar op termijn duurder blijkt dan de optie, waar niet voor gekozen is. Bovendien is niet ondenkbaar dat op termijn een keuze voor die optie niet meer mogelijk is (bijvoorbeeld omdat het gasnet verwijderd is).
7
2.1. Met lange termijn wordt inderdaad 2040 ook bedoeld. 2.2. Het college heeft de sterke overtuiging dat er zo snel mogelijk grootschalige aanpassing van het energiesysteem moet plaatsvinden, zodat de CO2-uitstoot snel daalt. Er kan niet gewacht worden met starten om te zien of waterstof wel of geen succes wordt. Daarnaast is het de verwachting van het Rijk dat als groene waterstof en groen gas beschikbaar komt, dit eerst wordt ingezet in industrie en zwaar vervoer. Dit is ook in lijn met de Regionale Energiestrategie (RES) Regio Rotterdam-Den Haag. 7 Een lock-in ontstaat als een eenmaal gemaakte keuze alleen met grote moeite ongedaan gemaakt kan worden. Dat speelt het sterkst als bepaalde opties niet meer beschikbaar zijn. Er zijn maatregelen die spijtvrij kunnen, zoals isoleren, elektrisch koken en zonnepanelen. Ook de hybride warmtepomp blokkeert geen van de mogelijke toekomstige oplossingen. Als het gasnet in een wijk zou verdwijnen, wordt omschakelen naar waterstof nagenoeg onmogelijk. Dat zou een lock-in zijn. Dit kan vooralsnog alleen in buurten waar iedereen een schone warmteoptie zonder aardgas heeft geïnstalleerd. Er is overigens
https://www.resrotterdamdenhaag.nl/wp-content/uploads/2021/04/RES-1.0-Regio-Rotterdam-Den-Haag.pdf
50
3. Zijn warmtenetten en waterpompen de enige opties? Eén van de uitgangspunten van het Haags Energieakkoord (2018) is het streven naar een collectief warmtenet. In het concept van de Transitievisie warmte is één van de uitgangspunten, dat Den Haag een duurzame, sociale en toekomstbestendige stad wil zijn en daarvoor wil overstappen op het gebruik van schone energiebronnen die duurzame warmte, duurzame elektriciteit dan wel duurzaam gas (groen gas en duurzame waterstof) leveren. De beschikbaarheid van duurzaam gas is echter schaars en blijft dat naar verwachting ook, wat in de cTw tot de verwachting leidt dat in grote delen van Den Haag het aardgasnet in de toekomst niet meer zal worden gebruikt en dat nog slechts een klein deel van het gasnet wellicht gebruikt kan worden voor duurzaam gas. In de buurtentabel zijn in 2030, dan wel in 2040 de warmteopties voor alle wijken warmtenetten en/of warmtepompen of een mix. Kanttekeningen – (1) Met het Haags Energieakkoord lijkt in 2018 de keuze gemaakt te zijn, dat voor Den Haag warmtenetten en warmtepompen de warmteopties zijn. In de cTw wordt dezelfde keuze gemaakt als in het Haags Energieakkoord. Echter, gezien de waarschuwing van TNO lijkt de vraag gerechtvaardigd of die keuze ook voor de langere termijn de juiste keuze is.
(2) In het Statenkwartier heeft technisch onderzoeksbureau DWA op initiatief van een groep bewoners en gefinancierd door de gemeente een aantal varianten, die kansrijk werden geacht voor een aardgasvrij Statenkwartier in 2030, op technische en financiële haalbaarheid uitgewerkt. De resultaten van het onderzoek heeft DWA tijdens een wijkbijeenkomst in maart 2020 gepresenteerd aan bewoners en de wethouder. DWA adviseerde om door te gaan met de variant collectief warmtenet. Vervolgens vond in oktober 2020 met instemming van de gemeente een wijkbrede meningspeiling plaats, waarbij met het oog op een aardgasvrij Statenkwartier in 2030 gekozen kon worden uit vier opties. Van de meer dan 1.250 reacties koos 13% voor een collectief warmtenet, 5% voor hernieuwbare gassen (waterstof), 3% voor een individuele oplossing (all-electric), 71% voor wachten, later een besluit nemen, terwijl 8% geen keus kon of wilde maken. Kortom, in het Statenkwartier was geen draagvlak voor een collectief warmtenet, het Statenkwartier wilde wachten en later een besluit nemen. (3) In het Stedelijk Energieplan (2021) wordt melding gemaakt van het resultaat van de meningspeiling in het Statenkwartier. Echter, in de cTw lijkt de meningspeiling al weer vergeten.
Immers, in de cTw wordt gesteld dat het Statenkwartier één van de wijken is, waar bewonersorganisaties met hulp van de gemeente warmtenetten aan het onderzoeken zijn, en dat de
wetgeving in ontwikkeling die gemeenten wel het recht gaat geven om gebieden aan te wijzen waar het aardgas op een redelijke termijn verdwijnt (Wet gemeentelijk instrumenten warmtetransitie, Wgiw). Zie voor meer informatie onder andere de beantwoording van het college bij zienswijze #1. 3.1 zie ook 2.2. De transitievisie warmte wordt minimaal elke vijf jaar herijkt. Daarbij kunnen nieuwe ontwikkelingen worden meegewogen. Daarin kunnen nieuwe toekomstbeelden ontstaan voor buurten waar de energieopties nog niet zijn gerealiseerd.
3.2 – 3.3 In de transitievisie warmte is het Statenkwartier aangemerkt als buurt waar hybride warmtepompen (samen met isoleren, koken op inductie, de aanschaf zonnepanelen, enzovoorts) nú goede optie zijn. Er zijn ook bewoners bezig met een onderzoek naar warmtenetten. De hybride warmtepomp staat warmtenetten op de langere termijn niet in de weg. 3.4 Als laatste wordt het burgerberaad genoemd. Zonder vooruit te lopen op inhoudelijke uitkomsten, kan al wel gezegd worden dat de burgerberaden op een zeer positieve manier verlopen, dat er veel inhoudelijke discussie is en het burgerberaad waarschijnlijk tot een goed besproken advies leidt. Er is daar geen sprake van sturing op de uitkomst door de gemeente en de gemeente heeft zich gecommitteerd om het advies zeer serieus te nemen.
51
bewonersorganisaties naast onderzoek ook een rol kunnen spelen in het betrekken van gebouweigenaren die mee willen doen met het warmtenet. In de buurtentabel wordt voor het Statenkwartier aangegeven, dat de warmteopties in 2030 nog onduidelijk zijn, dat voor de warmteopties in 2040 nog gekozen moet worden uit warmtepompen, warmtenetten of een mix en dat er een bewonersorganisatie actief is die mogelijkheden van een warmtenet onderzoekt. Nu woon ik in het Statenkwartier en mij is niet bekend, dat een bewonersorganisatie momenteel in de wijk actief de mogelijkheden van een warmtenet onderzoekt. Dat kan natuurlijk aan mij liggen, maar het kan ook aan de bewonersorganisatie liggen, zo die nog actief is. (4) Het Statenkwartier is één van de wijken in Den Haag, waar recent een burgerberaad is gestart. De indruk bestaat dat de gemeente vastberaden lijkt te zijn om in een gestructureerd proces het Statenkwartier over te halen om alsnog te kiezen voor een collectief warmtenet, ondanks dat het resultaat van de meningspeiling in oktober 2020 aangaf dat het Statenkwartier een keuze voorbarig achtte en recente ontwikkelingen lijken te bevestigen dat nu (moeten) kiezen voor een collectief warmtenet voorbarig is. 4.
Zijn recente ontwikkelingen relevant? 4.1 Regeerakkoord 2021-2025 Klimaatwet – Om uiterlijk in 2050 klimaatneutraal te zijn scherpt het Kabinet het doel voor 2030 in de Klimaatwet aan tot tenminste 55% CO2-reductie (was: 49%) ten opzichte van de broeikasgasemissies in 1990. De beoogde inwerkingtreding van deze aanscherping is 1 juli 2022. Kanttekening – In de cTw is klimaatneutraliteit in 2030 nog het doel (waarom?) en wordt de 49% CO2reductie genoemd, die nu nog in de Klimaatwet staat. Klimaat- en transitiefonds – Een fonds van € 35 miljard wordt ingesteld om voor de komende tien jaar te helpen om de benodigde energie-infrastructuur (elektriciteit, warmte, waterstof en CO2) aan te leggen. Kanttekening – Anders dan in de cTw wordt in het Regeerakkoord 2021-2025 ook aan een infrastructuur voor waterstof gedacht. Waterstof – Het aanbod van hernieuwbare energiebronnen wordt opgeschaald door in te zetten op extra wind op zee, zon-op-dak, aardwarmte, groen gas en aquathermie. Tegelijkertijd wordt ook de productie en import van waterstof opgeschaald. Kanttekening – In het Regeerakkoord 2021-2025 wordt aan waterstof een aanmerkelijk belangrijker rol toegekend dan in de cTw. Kernenergie – Het Kabinet zet de benodigde stappen voor twee kerncentrales. Kanttekening – In de cTw wordt kernenergie niet genoemd.
Tijdens een in december 2021 gehouden vergadering van de Commissie Leefomgeving antwoordde de wethouder op een vraag over kernenergie, dat het volgens haar in Nederland gewoon mogelijk is om een vergunning aan te vragen voor een kerncentrale. Dat betekent voor Den Haag, dat er iemand gevonden moet worden, die de
4.1 De infrastructuur die in het regeerakkoord wordt genoemd voor waterstof lijkt niet specifiek op de gebouwde omgeving te zijn gericht. Het standpunt van het college is hiermee in lijn: er wordt zeker een toekomst gezien voor waterstof, maar voor de industrie en zwaar vervoer. Hiervoor kan nu, gezien alle onzekerheden rondom de toekomst van waterstof, nog geen gemeentelijk beleid op gemaakt worden. Zie ook het antwoord bij punt 2. Gezien de lange doorlooptijd van beslissingen over kernenergie en de moeite om in Nederland een geschikte plek te vinden, wordt verwacht dat kernenergie de komende 10 jaar geen bijdrage gaat leveren aan de elektriciteitsvoorziening van Den Haag. Kernenergie kan impact hebben op de CO2-uitstoot van de elektriciteit die in Den Haag wordt gebruikt en een bron zijn van waterstof. Beslissingen over kernenergie worden niet op gemeentelijk niveau genomen. Zodra blijkt dat een kerncentrale invloed gaat hebben op de energietransitie in Den Haag, kan dit leiden tot aanpassing van de transitievisie warmte. Dit kan vervolgens in de periodieke herijking (minimaal elke vijf jaar) van de transitievisie warmte worden meegenomen. Hybride warmtepompen leiden niet noodzakelijkerwijs tot een
52
vergunning wil aanvragen. Een kerncentrale moet aan zee. Voor Den Haag wordt dat dan het Zwarte Pad of Loosduinen, De wethouder dacht dat daar in Den Haag niet veel animo voor zou zijn. Hybride warmtepomp – Het Kabinet vindt de hybride warmtepomp op korte termijn voor de meeste woningen een goede warmteoplossing. Kanttekening – De Rijksoverheid heeft in een nieuwsbericht van 17 mei 2022 gemeld dat het Kabinet heeft aangekondigd dat vanaf 2026 hybride warmtepompen de standaard worden voor het verwarmen van woningen en dat dit betekent dat bij vervanging van een cv-installatie moet worden overgestapt op een duurzamer alternatief, dat in veel gevallen de hybride warmtepomp zal zijn, maar dat ook alternatieven zoals de volledig elektrische warmtepomp of een aansluiting op een warmtenet mogelijk zijn. Is denkbaar dat in een wijk waar een aanmerkelijk deel van de bewoners is overgestapt op een hybride warmtepomp een keuze voor een warmtenet nog voor de hand ligt? Warmtenetten – Het Kabinet zet alleen in op de realisatie van duurzame warmtenetten, waar dit kosteneffectief kan. Groen gas – Er komt een bijmengverplichting voor groen gas in het gasnet.
moeilijkere overstap naar een warmtenet dan de bestaande situatie met cv-ketels op aardgas. Bij beide systemen moet er een oplossing komen voor woningen waar een (soms net nieuw) apparaat is geïnstalleerd op het moment dat aansluiting op het warmtenet wordt aangeboden.
4.2 Introductiedossier Minister van Economische Zaken en Klimaat Aardgas, gasinfrastructuur – Op dit moment speelt aardgas een belangrijke rol in het primaire energieverbruik (41% voor de gebouwde omgeving en bedrijven). Dit betekent dat ook de komende decennia aardgas als transitiebrandstof noodzakelijk blijft. De bestaande gasinfrastructuur is bovendien voor de energietransitie van groot belang, omdat deze hergebruikt kan worden in het kader van transport en opslag van duurzame energie of CO2. Kanttekening – In de cTw wordt bij herhaling gesteld dat het gebruik van aardgas en het gasnet een aflopende zaak is. Ondergrondse opslag van energie – De ondergrondse opslag van aardgas zal de komende decennia nodig blijven voor de vraag-aanbod balans van aardgas. De locaties zijn ook direct inzetbaar voor de opslag van groen gas. De ondergrondse opslag van waterstof zal een belangrijke en noodzakelijke technologie zijn voor het behouden van de vraag-aanbodbalans in het energiesysteem. Om praktische redenen gaan TNO en Energie Beheer Nederland (100% Staat) ervan uit dat maximaal 60 zoutcavernes voor de opslag van waterstof realiseerbaar zijn tussen 2030 en 2050. Het is nog niet technisch bewezen dat gasvelden ontwikkeld kunnen worden voor de opslag van waterstof. Wetsvoorstel Wet collectieve warmtevoorziening – Het wetsvoorstel vervangt de Warmtewet.
Doel is de energietransitie in de gebouwde omgeving te faciliteren en bescherming te (blijven) bieden aan verbruikers van collectieve warmte. Het wetsvoorstel gaat daartoe onder meer uit van een heldere verantwoordelijkheidsverdeling tussen de gemeente (bepaalt waar en wanneer er een collectief warmtenet komt en selecteert het warmtebedrijf), het warmtebedrijf (is integraal (eind)verantwoordelijk voor betaalbaarheid, betrouwbaarheid en leveringszekerheid van
Den Haag is via de VNG in goed overleg met de Rijksoverheid over de Wet collectieve warmtevoorziening (Wcw) die op het moment van schrijven opgesteld wordt door het Rijk. Er is een aantal verbeteringen in de maak, op het gebied van transparantie, betaalbaarheid en het bewaken van publieke belangen. Mogelijk worden niet alle uitgangspunten uit de transitievisie warmte daarmee gediend, maar netto zal het een verbetering zijn ten opzichte van de huidige Warmtewet. Daarom lijken de opties uit de transitievisie warmte niet te verslechteren, kijkend naar de huidige stand van zaken van Wet collectieve warmtevoorziening.
53
productie, transport en levering van de warmte) en de Autoriteit Consument en Markt (houdt toezicht op het warmtebedrijf). Gebleken is dat lokale overheden het wetsvoorstel niet steunen. Zij willen een voorkeur voor een (deels) publiek warmtebedrijf kunnen uitspreken, maar een dergelijke aanpassing (i) tast de kern van het wetsvoorstel aan en (ii) is niet verenigbaar met Europees recht, wat is bevestigd door de Landsadvocaat. Kanttekening – Een aantal van de in de cTw voor wet- en regelgeving gegeven uitgangspunten sporen niet met de uitgangspunten, die het Ministerie in het Introductiedossier voor het wetsvoorstel Wet collectieve warmtevoorziening heeft opgesomd. De beoogde inwerkingtreding van de Wet collectieve warmtevoorziening is 1 januari 2024. Zolang de verschillen van inzicht tussen de lokale overheden en het Ministerie niet zijn opgelost is het mijns inziens voorbarig om met de aanname dat de door de gemeente gegeven uitgangspunten zullen worden gehanteerd een definitieve keuze te maken voor een collectief warmtenet. 4.3 TNO scenariostudie 2022 TNO heeft in april 2022 de twee scenario’s van de scenariostudie van mei 2020 aangepast om te onderzoeken wat de door het Kabinet in het Regeerakkoord 2021-2025 (2021) aangekondigde aanscherping van de doelstellingen betekent voor het verduurzamen van het energiesysteem in de periode na 2030.
Uit de nieuwe scenariostudie volgt onder meer: ▪ Wind- en zonne-energie – Nederland is in staat om in grote mate zelf te voorzien in de toekomstige energievraag met wind- en zonne-energie als de belangrijkste hernieuwbare energiebronnen. Afhankelijk van de groei van de energievraag zal kernenergie deel kunnen uitmaken van de energiemix. ▪ Vraag naar elektriciteitsvraag / vraag naar waterstof – Naast de toename van het elektriciteitsgebruik in alle eindgebruikerssectoren is de groei van het elektriciteitsgebruik vooral afhankelijk van de vraag naar waterstof vanuit de industrie en in hoeverre de waterstof uit groene stroom wordt geproduceerd. Kanttekening – Eneco heeft eind maart 2022 in een persbericht aangekondigd partner te worden in het groene waterstof consortium NortH2 en zich bezig te houden met de ontwikkeling van andere groene waterstof projecten. Ongeveer de helft van de projecten richt zich op de productie van groene waterstof voor niet-industriële klanten, zoals de gebouwde omgeving. Restwarmte – De levering van restwarmte door de industrie aan de gebouwde omgeving is aanmerkelijk minder dan in de scenariostudie 2020, onder meer omdat meer restwarmte binnen de industrie wordt hergebruikt en daarom er minder restwarmte in de industrie beschikbaar is voor levering aan andere sectoren.
In de Rotterdamse industrie worden enorme hoeveelheden warmte geloosd. Er is sprake van genoeg warmte om een kwart van Nederland te verwarmen. Het is zeer wenselijk dat dit door efficiëntieverbetering sterk vermindert en dat de industrie overstapt naar schone grondstoffen in plaats van fossiele. Zelfs als dit lukt, zal er nog een stroom restwarmte zijn die vele malen groter is dan wat Den Haag kan inzetten. Deze kan beter nuttig ingezet worden dan geloosd.
54
Kanttekening – Wat kan Den Haag op lange termijn verwachten van de via de WarmtelinQ te leveren restwarmte uit het Rijnmondgebied? 5. Documenten
-
2018 Haags Energieakkoord Microsoft Word – Energieakkoord versie 1februari2018 nummering aangepast.docx (vogelwijkenergiek.nl) 2018 Coalitieakkoord 2018-2022 (Den Haag) https://denhaag.raadsinformatie.nl/modules/13/Overige%20bestuurlijke%20stukken/453746 2019 Kadernota Duurzaamheid (Den Haag) https://denhaag.raadsinformatie.nl/modules/13/overige_bestuurlijke_stukken/497016 2019 Klimaatakkoord https://www.klimaatakkoord.nl/documenten/publicaties/2019/06/28/klimaatakkoord 2019 Klimaatwet https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2019-253.html 2020 TNO – Scenario’s voor klimaatneutraal energiesysteem https://www.tno.nl/nl/over-tno/nieuws/2020/5/scenario-s-toekomstig-duurzaam-en-betaalbaarenergiesysteem/ 2021 Stedelijk Energieplan – Den Haag https://duurzamestad.denhaag.nl/denhaag-klimaatneutraal/stedelijk-energieplan/ 2021 Regeerakkoord 2021-2025 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2022/01/10/coalitieakkoord-omzien-naarelkaar-vooruitkijken-naar-de-toekomst 2022 Introductiedossier Minister van Economische Zaken https://www.rijksoverheid.nl/documenten/richtlijnen/2022/01/10/introductiedossierbewindspersonen-ministerie-van-ezk 2022 Brief Minister – Uitwerking coalitieakkoord Klimaat en Energie
55
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2022/02/15/kamerbrief-over-uitwerkingcoalitieakkoord-klimaat-en-energie 2022 TNO – Een klimaatneutraal energiesysteem voor Nederland https://www.tno.nl/nl/over-tno/nieuws/2022/4/ambitieuze-scenario-s-voor-klimaatneutraalenergiesysteem/ #18 Cooperatie Duurzame Vruchtenbuurt en Cooperatie Sterk op Stroom 22-5-2022 Geacht college, De coöperaties Duurzame Vruchtenbuurt en Sterk op Stroom dienen een gezamenlijke zienswijze op de transitievisie warmte in, die op 23 februari jl. is gepubliceerd. We zien terug het werkbezoek op 16 maart jl. van Annette de Graaf met Ronald Nomes en Marco Zeeman. Tijdens dit werkbezoek zijn de duurzaamheids-initiatieven in de Vruchtenbuurt toegelicht. We willen opmerken op dat de visie prettig leesbaar is, maar de inhoud te kort schiet. Het ontbreekt in de visie voor de Vruchtenbuurt - net als voor andere “gele” wijken - aan een duidelijk handelingsperspectief richting een oplossing naar aardgas-vrij. Een warmte optie voor hybride warmtepompen is verkeerd voor een wijk die opteert naar een duurzaam lokaal warmtenet. De coöperaties vinden dat bewoners maar 1x een transitie moeten hoeven te maken.
8
Reactie college Het college kent het initiatief in de Vruchtenbuurt en draagt daar ook aan bij. Het initiatief Vruchtenbuurt begint bij ongeveer 500 woningen en groeit daarna uit. De wijk Vruchtenbuurt is veel groter, denk aan de buurt Eykenduynen. Vruchtenbuurt is een hybride warmtepomp buurt, omdat dit voor een groot deel van de buurt een goede oplossing is. Het benoemen van de Vruchtenbuurt als hybride warmtepomp buurt staat de aanleg van een warmtenet door het bewonersinitiatief niet in de weg. Sterker nog, als het warmtenet een succes wordt kan dit ook uitbreiden in de wijk. Voor een aantal buurten laat de transitievisie warmte de hybride warmtepomp als goede oplossing zien. De keuze om ook hybride warmtepompen mee te nemen in de toekomstige warmteopties is zorgvuldig tot stand gekomen. Dit sluit ook aan bij landelijk beleid.8 Op korte termijn zorgen hybride warmtepompen direct voor een vermindering van veel CO2-uitstoot, vaak zonder dat er direct ingrijpende aanpassingen nodig zijn aan de woning. Daarnaast blijft het aantrekkelijk om stapsgewijs isolatie aan te brengen, omdat de hybride warmtepomp efficiënter werkt bij lagere temperaturen. Een hybride warmtepomp heeft een technische levensduur van gemiddeld 15 jaar en een economische levensduur van 10 jaar.
De hybride warmtepomp staat daarmee een keuze op de langere termijn voor andere oplossingen (zoals warmtenetten, volledig elektrische warmtepompen of een mix daarvan) niet in de weg.
Kamerbrief Normering hybride warmtepompen (kenmerk 2022-0000266629), 17 mei 2022
56
Op de langere termijn kunnen (technische) ontwikkelingen in die wijken immers mogelijk andere oplossingen ook aantrekkelijk maken. Bijvoorbeeld doordat wetgeving van kracht wordt waarin de energietransitie een kader krijgt en/of ontwikkelingen in technologie, prijzen en tarieven. Ook de ruimte in de ondergrond heeft invloed op de haalbaarheid van verschillende oplossingen. Om deze redenen wordt, zoals eerder genoemd, de transitievisie warmte minimaal elke vijf jaar herijkt. Aanpassing TVW: bovenstaande verduidelijking van de bedoeling, het doel en de samenhang met andere schone warmteopties voor de hybride warmtepomp wordt opgenomen in de transitievisie warmte.
We willen u wijzen op de huidige ontwikkeling van zowel een lokaal warmtenet als een Smartgrid in de wijk. Voor het lokaal warmtenet zijn inmiddels ruim 600 intentieverklaringen opgehaald. Met de partners Stedin/NetVerder en Dunea Warmte & Koude werken we aan een definitief ontwerp, financiering en governance. Hier is gemeente Den Haag direct bij betrokken. Zij staat o.a. garant voor de ELENA subsidie waarmee het warmtenet-project ontwikkeld wordt. Sterk op Stroom rond de pioniersfase af van een experiment Smartgrid, deze is financieel mogelijk is gemaakt door de provincie Zuid-Holland. Stedin en de gemeente Den Haag zijn o.m. partners in het plan van aanpak van het experiment.
Het handelingsperspectief voor de ‘gele wijken’ lijkt nu inderdaad onduidelijk te zijn. Dit was geenszins de bedoeling van het college. Het college hecht sterk aan een duidelijk handelingsperspectief voor bewoners en ondernemers. Aanpassing TVW: het college past de TVW aan door het handelingsperspectief te verduidelijken. Voor de ‘gele’ wijken betekent dit: inzet op de hybride warmtepomp, inzet op isolatie, overstappen naar koken op inductie en de aanschaf van zonnepanelen daar waar mogelijk. Dit zal het college nadrukkelijker omschrijven. Ook wordt de kaart in de TVW aangepast. Op dit moment doen er zich, in tegenstelling tot veel andere plekken in het land, weinig problemen voor op het net in Den Haag. Het college is er echter van doordrongen dat congestie ook in de gemeente Den Haag een rol kan gaan spelen in de toekomst. Ook in Den Haag zullen forse investeringen nodig zijn en zal volop ingezet moeten worden op netverzwaring. De uitdagingen die de elektrificatie van de stad met zich meebrengt vragen om een integrale aanpak. Aanpassing TVW: Deze tekst wordt opgenomen in de transitievisie warmte.
57
In dit verband merken we op dat de elektrificatie van de stad in de Transitie Visie Warmte mist. De toename van elektrische energie voor warmtepompen en uitbreiding van de laadpalen-infrastructuur vragen om een visie waarin warmte, elektriciteit en mobiliteit in samenhang worden bezien; systeemintegratie. De energietransitie begint met luisteren en het gesprek aan de keukentafel. De participatie aanpak van de gemeente heeft het karakter van het zenden vanaf de tekentafel. Slechts informeren en consulteren van burgers is echt onvoldoende. Wij willen u vragen om wijk-initiatieven en/of energiecoöperaties het vertrouwen en de ruimte te geven om mee te besluiten en lokaal eigendom te ontwikkelen zoals in het klimaatakkoord beschreven. Wij maken onze wijkbewoners in de Vruchtenbuurt graag zelf verantwoordelijk voor de energie-transitie. Deze Hagenaars bestemmen graag zelf hun eigen leef- en werkomgeving. Zij zijn tenslotte degene die hier alles van weten en willen weten. De energietransitie is een grote kans om de sociale cohesie nu - en de lokale economie op middellange termijn - een impuls te geven. Wij vragen u dan ook om onze beide coöperaties zo spoedig mogelijk te betrekken bij het ontwikkelen van een integraal wijk energieplan voor het stadsdeel Segbroek en ons medeverantwoordelijk te maken voor het wijk uitvoeringsplan voor m.n. het lokale warmtenet en het smartgrid.
We zijn graag bereid om met de gemeente samen te werken aan de energietransitie in onze wijk, #19 Vereniging Vogelwijk Energie(k) en werkgroep Warmtevogel 22-5-2022 Geacht college,
De gemeente Den Haag is al jaren zeer betrokken bij bewonersinitiatieven. Vruchtenbuurt is één van de meest vergevorderde voorbeelden hiervan en krijgt ook veel ruimte en steun om haar ideeën te realiseren.
Na het vaststellen van de transitievisie warmte worden per buurt of wijk uitvoeringsplannen opgesteld, met betrokkenheid van bewoners en andere stakeholders. Hierbij zullen beide coöperaties worden betrokken. Reactie college Het college gaat hieronder in op elk afzonderlijk punt.
Ondergetekenden, het bestuur van de vereniging Vogelwijk Energie(k) en de werkgroep Warmtevogel, hebben kennis genomen van de concept-transitievisie warmte (TVW), die de gemeente op 23 februari 2022 heeft gepubliceerd. Via deze zienswijze maken wij gebruik van de mogelijkheid op het concept document te reageren. Het is de hoogste tijd voor doortastende gemeentelijke regie, meer duidelijkheid, aanspreekpunten, loketten en ondersteuning voor huiseigenaren en bewoners. Dit perspectief zien wij onvoldoende terug in de conept TVW. In dit schrijven benoemen wij drie concrete punten die bij de vaststelling van de TVW zouden moeten worden meegenomen. De vereniging Vogelwijk Energie(k) bestaat sinds 2009 en heeft op dit moment 265 leden. De vereniging heeft als doel alle wijkbewoners te helpen bij de energietransitie, met als punt op de horizon klimaatneutraal van de hele wijk in 2040. De acties en communicatie richt zich op de gehele wijk, niet alleen op de leden. De activiteiten, nieuwsberichten, en verslagen van bijeenkomsten kunt U grotendeels vinden op www.vogelwijkenergiek.nl.Met de activiteiten van Vogelwijk Energie(k) mag de