CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS313867 bijlage 2

Gemeenteraad 19 januari 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Definitief maken transitievisie warmte (RIS313867)48.175 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

21

• Welke mate van energiebesparing wordt nagestreefd voor de bestaande stad en hoe en waar in de stad moet die worden behaald?

• Is betaalbaarheid van de warmtetransitie voor de woningeigenaren in alle gevallen leidend bij de besluitvorming?

• Wanneer wordt duidelijk in welke buurten of straten een warmtenet of een andere hoge-temperatuuroplossing beschikbaar komt c.q. blijft?

• Ontwikkelt de gemeente met de betrokken netbeheerders een planning voor de uitrol van warmtenetten en de noodzakelijke verzwaring van het elektriciteitsnetwerk voor straten en buurten waar geen warmtenet komt?

• Wanneer wordt voor de bewoners duidelijk wanneer de transitie in hun buurt gepland staat?

Als de politiek verantwoordelijken niet op korte termijn een antwoord formuleren op deze vragen, is de energietransitie in Den Haag ons inziens tot mislukken gedoemd.

die met een cv-ketel warm is te houden, is met een hybride warmtepomp ook warm te houden. Toch is het bij toepassing van een hybride warmtepomp wenselijk om te isoleren, omdat deze steeds efficiënter werkt naarmate er beter wordt geïsoleerd. Een goed warmteafgiftesysteem (radiatoren of vloer/wandverwarming) helpt ook om de werking te optimaliseren. Voor de rest is een isolatieadvies maatwerk, dat per woning verschilt. Betaalbaarheid is één van de uitgangspunten van de transitievisie warmte. Zie ook pagina 10 van de concepttransitievisie warmte. Besluitvorming komt vaak tot stand door een weging van verschillende factoren. Betaalbaarheid is daar één van. Over temperatuurniveaus van collectieve systemen (warmtenetten) stelt de transitievisie warmte dat alle warmtenetten op termijn een aanlevertemperatuur van hoogstens 70 graden moeten hebben. Het is verstandig om daar bij isolatiemaatregelen ten minste rekening mee te houden. Ook hier geldt, verdergaande isolatie helpt altijd. De concretere uitvoeringsplannen die volgen, zullen meer duidelijkheid bieden. De gemeente Den Haag is betrokken geweest bij het model dat Stedin gebruikt om te voorspellen waar de warmtetransitie tot netverzwaring zou moeten leiden, het zogenaamde openingsbod. Ook heeft Stedin aangegeven de transitievisie warmte te benutten om inzicht te krijgen in waar verzwaring van het net wanneer nodig is.

Na de transitievisie warmte is de volgende stap het opstellen van uitvoeringsplannen, zie ook eerdere tekst en uitleg hieromtrent. Voor de ‘gele’ wijken, ligt het niet voor de hand om dat op korte termijn te doen, maar indien er kansen liggen op kleinere schaal, zoals een initiatief van bewoners, kan dat tot versnelling leiden. Het college hoopt met bovenstaande antwoorden Buurtschap Centrum meer vertrouwen en perspectief te hebben gegeven.

22

Het bestuur van de Vereniging Buurtschap Centrum 2005 #7 CMAG BV 5-4-2022 TVW Den Haag Door middel van deze notitie maak ik als lokaal warmtebedrijf bezwaar tegen het vaststellen van de TVW als voorgelegd door de gemeente Den Haag. Zowel het proces als de inhoud schieten te kort en brengen ons niet naar het doel: een klimaat neutrale stad in 2030. Het relatieve belang van warmte voor de stad Den Haag is zeer hoog als werken wonen en transport wordt genomen als segmentering. Voor Den Haag is het overgrote deel gerelateerd aan binnenklimaat beheersing d.w.z. verwarmen, koelen en ventilatie. Daarmee is ook gezegd dat betrokkenheid van de afnemers van groot belang is. Juist hier schiet het proces te kort. Er is geen helder participatieproces geweest er zijn slechts algemene informatie sessies georganiseerd. Er wordt nu een kant en klare TVW voorgelegd zonder dat er sprake is geweest van een helder participatieproces. Wonen is een grondrecht en wonen zonder warmte is in Den Haag niet mogelijk. Afnemers en m.n. burgers betalen ook maandelijks de energierekening, ze hadden betrokken moeten worden in de totstandkoming, ze hadden medeverantwoordelijk moeten zijn en de optie moeten krijgen mede eigenaar te worden van het te ontwerpen warmte systeem voor de stad.

Het lijkt welhaast een automatische reflex om terug te vallen op oude bedrijfsmodellen uit de vorige eeuw om ons naar het klimaat neutrale doel te brengen. Het zijn juist deze bedrijfsmodellen en bedrijven die ons aan de fossiele verslaving hebben gebracht. Verwarmen is de komende 20-40 jaar een activiteit die thuishoort in het rijtje riolering en drinkwater m.a.w.: een collectieve nuts inzet zonder winst of dividend. Dit organisatorisch aspect ontbreekt in de voorgelegde TVW.

De gemeenteraad is daar heel helder in en heeft het College opdracht te geven bij de Raad van State in beroep te gaan tegen de bestendiging van fossiele brandstoffen inzet middels WarmtelinQ voor Den Haag. Dit onderstreept dat de burger niet inhoudelijk betrokken is geweest en dat hij de uitkomst (de voorgelegde TVW) niet accepteert. Het is een heel helder signaal, een noodrem. Er wordt hier niet het belang van Den Haag en haar burgers en bedrijven gediend maar de belangen van de Botlek industrie behartigd. Bovenstaande is ook helder verwoord door de Algemene Rekenkamer in juni 2021 “in publieke handen”:

Reactie college Het college interpreteert deze reactie als zienswijze op de concept-transitievisie warmte. De reactie van het college hierop is hieronder opgenomen. Om tot deze transitievisie warmte te komen, is voortgebouwd op gesprekken met partners van de gemeente en bewonersinitiatieven die gevoerd zijn voor het Stedelijk Energieplan Den Haag (zie RIS306869). Daarnaast is een bewonersenquête gehouden en is verder gesproken met veel betrokkenen, ook met bewoners. Tijdens de inspraakperiode zijn vijf bijeenkomsten georganiseerd om inwoners van Den Haag te informeren over de transitievisie warmte en om ze in gelegenheid te brengen hun reactie te geven in het inspraakproces. De transitievisie warmte bevat geen besluiten over het wel of geen eigenaar worden van warmtenetten. In het Stedelijk Energieplan Den Haag (zie RIS306869) is daar meer over te vinden. Gemeente Den Haag heeft samen met veel andere overheden bij de Rijksoverheid gepleit voor een betere borging van publiek belang (naast duurzaamheid en betaalbaarheid). De minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) heeft aangekondigd dat te willen verankeren in de Wet collectieve warmtevoorziening (Wcw), die op het moment van schrijven opgesteld wordt door het Rijk. WarmtelinQ is geen gemeentelijk project, maar een project van de Gasunie.

Het college ziet echter wel kansen voor WarmtelinQ (zie het Stedelijk Energieplan Den Haag, RIS306869). Het college heeft besloten om beroep aan te tekenen tegen de inpassing (zie RIS310947) dat de warmtetransportleiding het ontwikkelen van lokale (rest)warmtebronnen en warmtenetten niet in de weg mag staan. Het beroep gaat niet over de bestendiging van de fossiele brandstoffen. Mede door het indienen van een

23

- Bijdrage aan publieke belangen onvoldoende onderbouwd, pag 20 - Bijdrage aan CO2-emissie beperking niet benoemd pag 21 - Bewering dat WLQ kostenefficient is, is niet onderbouwd pag 21 - Alternatieven voor WLQ niet op navolgbare wijze in beeld gebracht pag 24 - Geschiktheid Gasunie voor het bedoelde takenpakket is niet getoetst pag 25 De nu aan de stad voorgelegde TVW mist een gedegen proces en is inhoudelijk gericht op bronnen en bedrijven die het beoogde doel blokkeren. Wij zien voor Den Haag een warmtevoorziening die naast een vergaande vraagreductie is gebaseerd op lokale hernieuwbare bronnen en waar afnemers het voor het zeggen hebben. Den Haag besteedde €400 miljoen aan warmte voor de huidige crisis en dat wordt meer dan €800 miljoen. Dit geld kan in de stad blijven en is een significante impuls voor de economie van Den Haag. Er is geen plaats voor warmte gebaseerd op fossiele brandstoffen en distributienetten worden slechts aangelegd daar en wanneer nodig en zeker niet vooraf. Deze TVW zal veel weerstanden oproepen en doet dat nu reeds #8 Privé persoon 15-4-2022 Hoi duurzame stad leden, Ik heb met grote interesse gekeken naar de stukken uit de visie en had wel een opmerking, ikzelf woonachtig in een groot gezamenlijk complex aan de zwolse en groningsestraat en zie dat jullie hier straal overheen kijken in het voorstel.

Samen met de flats aan de andere zijde van de straat ook gelegen aan de zwolse straat beheert door de woningbouw vereniging, zou het niet een uitgelezen mogelijkheid zijn om ook hier te zoeken naar een gezamenlijke oplossing. De huidige techniek met hybride warmte pompen lijkt veel minder geschikt dan bijvoorbeeld een geo thermische installatie Graag verneem ik hoe jullie ons gedeelte van de wijk met toch wel een aantal grote complexen zien? #9 Privé persoon 20-4-2022 Reactie op concept transitievisie warmte Den Haag zoals gepubliceerd op 11 maart 2022 (zie (1) en (2))

zienswijze en het beroep van gemeente Den Haag is het Provinciaal Inpassingsplan inmiddels op twee punten partieel herzien. Met ingang van vrijdag 3 juni 2022 tot en met donderdag 14 juli 2022 is de vastgestelde partiële herziening (versie 2022) digitaal te raadplegen en bestond de mogelijkheid om beroep in te stellen tegen deze Herziening. Voor meer informatie zie de officiële publicatie in het provinciaal blad van Zuid-Holland. Er is hier minder sprake van een tegenstelling dan het lijkt. Maximaal 20% van de Haagse warmtevraag kan ingevuld worden via WarmtelinQ. 80% van de warmtevraag moet worden ingevuld met lokale duurzame bronnen en elektriciteit. Vraagreductie staat op nummer één. Reactie college De kaarten voor de schone warmteopties in 2030 en 2040 geven op CBS-buurtniveau aan wat voor het grootste deel van een buurt een goede optie is. Voor delen van de wijk, bijvoorbeeld een aantal straten, kan dus een andere oplossing beter zijn. Er is dan ook ruimte om die andere oplossingen toe te passen. Aanpassing TVW: Bovenstaande nuancering, dat er ruimte is voor lokaal maatwerk binnen de voorgestelde route in de kaarten, wordt opgenomen in de transitievisie warmte. Reactie college Het college neemt de kritiek serieus. Het college zal hieronder puntsgewijs inhoudelijk reageren.

Inleiding Onderstaand commentaar op de conceptnota van de gemeente Den Haag is voor een deel opgesteld vanuit een globaal perspectief, alsook vanuit het perspectief als bewoner van de wijk Mariahoeve. De conceptnota (en zijn onderbouwende referenties) stelt teleur en lost geenszins de verwachtingen in die ik heb/had als deelnemer van de bevraging betreffende “energietransitie Mariahoeve” door de Haagse Hogeschool in januari 2021 en als deelnemer van een recente bijeenkomst van 28 maart getiteld “Dialoog over de toekomst van Mariahoeve en Marlot”, waarin de resultaten van de bevraging amper werden toegelicht, en de energietransitie duidelijk de olifant in de zaal was. Onderstaande

24

commentaren en kritieken zijn opgesteld vanuit een drang naar duurzaam toekomstperspectief voor de stad en de bewoners zonder een hypotheek te leggen op de toekomst van de volgende generaties bewoners. Onderbouwende referenties (weergegeven tussen haakjes ()) staan achterin deze reactie. Samenvatting: De concept-transitievisie warmte zoals gepubliceerd op 11 maart 2022 door de gemeente Den Haag is eenzijdig met de focus op warmtenetten en tegenstrijdig met de doelstellingen voor het realiseren van een sociale en toekomstbestendige stad ((2) pagina 6, paragraaf 1.1, “Waarom…”), sluit gebrekkig aan bij het Rijksbeleid ((2) pagina 7, paragraaf 1.1, “Samenhang…”) en mist belangrijke aspecten in een ambitieuze, toekomstgerichte visie waarin innovatie wordt gestimuleerd en kapitaalvernietiging wordt vermeden. In voorgelegde conceptnota wordt gekeken naar belangen voor het klimaat (prima), maar worden de mogelijkheden voor (toekomstige generaties) bewoners ernstig beperkt, door de eenzijdige focus op warmtenetten. De korte paragraaf “Duurzaam gas” (zie (2) pagina 13) is achterhaald (zie verder).De conceptnota zoals deze nu voorligt, legt door de focus op warmtenetten een zware hypotheek op de toekomst van Den Haag in die zin dat de huidige keuzevrijheid voor energieleverancier van de burgers wordt opgedoekt ten voordele van een lange-termijn monopolistuitbater van het warmtenet.

Deze uitbater wordt op geen enkele manier gestimuleerd om innovatief ondernemerschap aan de dag te leggen (er is toch geen concurrentie voor vele jaren). Vele reeds bestaande warmtenetten zijn hierdoor in een negatief daglicht komen te staan als zijnde duur, waarbij de bedrijfszekerheid en geleverde service op veel plaatsen ter discussie staat, eerder vergelijkbaar is met de warmtenetten in Moskou uit de jaren 80.

De missende pijler – waterstof In de conceptnota wordt waterstof enkel terloops genoemd onder het kopje “Duurzaam gas” (zie (2) pagina 13). Waterstof wordt door de Rijksoverheid (3) gezien als een belangrijke pijler in de energietransitie. Dat deze pijler in de conceptnota van de gemeente wordt afgedaan als geen “reële optie voor woningen en gebouwen in de stad” lijkt – kort door de bocht gesteld en niet onderbouwd – onjuist (zie verder). Voorbeelden in het buitenland tonen aan dat waterstof wel degelijk een belangrijke rol kan vervullen in de energietransitie in de bebouwde omgeving. Een van de voorbeelden hiervan is de stad Leeds (de 4e grootste stad in Engeland) waar volop ingezet wordt op waterstof (5). Ook in Beieren in Duitsland gaat men aan de slag met waterstof in de bebouwde omgeving via het bestaande gasnet (7). Het lijkt dat voor oudere woningen (zoals in Mariahoeve) all-electric systemen met warmtepompen geen optie zijn (geen vloerverwarming of convectoren aanwezig en slecht geïsoleerd). Hier kan waterstof wel een belangrijke rol spelen.

In een groot deel van de stad volgt uit analyses dat warmtenetten een goede optie zijn. Niet vanuit een wens om meer warmtenetten te realiseren, maar vanuit kostenoogpunt en omdat warmtenetten nodig zijn om warmtebronnen te ontsluiten (geothermie en restwarmte). In andere delen van de stad komen oplossingen op basis van warmtepompen en omgevingswarmte als goede optie naar voren. Het college ziet ook dat er onvolkomenheden zijn in de manier waarop warmtenetten nu wettelijk zijn georganiseerd. Die zijn er bij elke bestaande optie. Gemeente Den Haag heeft dan ook bij de Rijksoverheid gepleit voor een andere tariefmethodiek op basis van daadwerkelijke kosten in plaats van op basis van een vergelijking met de aardgastarieven en voor meer invloed van gemeenten op de keuzes die over warmtenetten worden gemaakt. Tot op heden is geen sprake van een verplichting voor bewoners van bestaande bouw om aan te sluiten op een warmtenet als dat wordt aangelegd en blijft er een mogelijkheid om weer van het warmtenet af te gaan. Waterstof wordt gezien als belangrijk onderdeel in de toekomstige energievoorziening. Deskundigen zijn het erover eens dat meer innovatie en opschaling nodig is, voordat een grootschalige bijdrage aan verduurzaming wordt geleverd.

De redenering van het college om nu in te zetten op oplossingen die beschikbaar zijn en niet te wachten op oplossingen die nog op de markt moeten komen, is beschreven in het Stedelijk Energieplan Den Haag (zie RIS306869). Daarnaast is het de verwachting van het Rijk dat als groene waterstof en groen gas beschikbaar komt, dit eerst wordt ingezet in industrie en zwaar vervoer. Dit is ook in lijn met de

25

Het algemene potentieel van waterstofWaterstof kan direct tot 10%-20% bijgemengd worden in het bestaande netwerk van gasleidingen, zonder dat de bestaande CV-installaties moeten worden aangepast (4). - Natuurlijke vervanging van bestaande CV-installatie kan gebeuren door een nieuwe CV-installatie op aardgas die, mits een kleine aanpassing door de installateur, kan overschakelen op waterstof. Commerciële spelers zoals Nefit/Bosch en Remeha beschikken reeds over geschikte ketels. Snellere vervanging kan gestimuleerd worden via subsidies. - Groene waterstof is momenteel in Europa goedkoper te produceren dan grijze waterstof (6). - Waterstof laat een geleidelijke evolutie toe, gepaard met geringe kapitaalvernietiging: op de meeste plaatsen is het gasleidingnet reeds geschikt voor transport van waterstof (als bijmengproduct evenals hoofdgas). Daar waar nodig dient het gasleidingnet vervangen te worden.Citerend uit (5): “Reusing the existing gas network to transport hydrogen could lead to the least disruptive and mostcost effective route to carbon free heating for the majority of homes.

It would also make use of a vast asset with the ability to deliver a reliable and flexible supply of gas.” Een ander voorbeeld betreft de recente renovatie van verschillende flats in Mariahoeve (Barnsteenhorst) waar naast nieuwe beglazing, een nieuw dak ook nieuwe HR CV-installaties in de individuele appartementen zijn gekomen. - Transport van waterstofgas gaat gepaard met geringe verliezen in de leidingen. In tegenstelling tot warmtenetten zijn er geen energie/warmte-verliezen bij het transport. - Waterstof wordt enkel verbruikt wanneer nodig, terwijl een warmtenet een “always-on” oplossing is (zelfs in de zomer moet er warmte gestuwd worden naar de huizen).- Waterstof kan door meerdere producenten decentraal worden opgewekt op een schaalbare manier, wat ertoe leidt dat bewoners gebruik makend van waterstofgas de keuzevrijheid hebben van mogelijk meerdere aanbieders (6). Den Haag is zeer goed gelegen om meer energie te produceren via windmolens en zonnepanelen en deze energie waar nodig potentieel om te zetten in waterstof. Door de decentrale productiemogelijkheid van waterstof kan het electriciteitsnet ontlast worden op piekmomenten van zonnestroom. Hierdoor zouden veel meer zonnepanelen kunnen worden geïnstalleerd op daken via buurtparticipatie. Waterstofpanelen op daken worden nu reeds uitgetest (9).

- Een transitie via waterstof vereist geen aanpassingen aan leidingen en radiatoren in de woningen zelf en laat de focus toe op isolatie (zie “sociale impact” verder). - Waterstof lijkt zelfs een efficiëntere verbranding mogelijk te maken dan het huidige aardgas (8). Voor wat betreft de wijk Mariahoeve (sociale impact) In de conceptnota staat Mariahoeve ingepland als “Warmtenet buurt voor 2030” met aardwarmte en

3

Regionale Energiestrategie (RES) Regio Rotterdam-Den Haag. 3 De transitievisie warmte wordt minimaal elke vijf jaar herijkt. Zodra er meer duidelijkheid is over toekomstige oplossingen, kan dat tot herziening leiden. De transitievisie warmte laat zien welke energieopties in welke wijken een goede oplossing zijn. Juist in wijken waar warmtepompen in de meeste woningen moeilijk te realiseren zijn, is een andere oplossing aangegeven. In het voorbeeld Mariahoeve is dat een aansluiting op warmtenetten. Die leveren namelijk een voldoende hoge temperatuur om de woning te verwarmen. Die temperatuur moet zo snel mogelijk naar rond de 70 graden, zodat geothermiebronnen de hoofdbron van warmte kunnen worden. Daarvoor zijn in sommige woningen beperkte isolatiemaatregelen nodig. Sowieso is het isoleren van woningen altijd de eerste gewenste stap. Het college vindt het belangrijk om zoveel mogelijk lokale bronnen te gebruiken. Dit is ook één van de Haagse uitgangspunten. Op pagina 9 van de concept-transitievisie warmte wordt dit uitgebreider uitgelegd. Den Haag focust hierbij niet louter op warmtenetten. Ook hybride en volledige elektrische oplossingen behoren tot de mogelijkheden. Maar ook warmte- en koudeopslag (WKO’s) en kleinschalige collectieven worden kort in de transitievisie warmte belicht. Ze verdienen in de transitievisie warmte echter wel meer aandacht.

Aanpassing TVW: Er komt meer aandacht voor klein-collectieve oplossingen in de TVW. Zie hoofdstuk 4.5.

Woningen zullen zo ver geïsoleerd moeten worden dat midden temperatuur verwarming ook op de koudste dagen volstaat.

https://www.resrotterdamdenhaag.nl/wp-content/uploads/2021/04/RES-1.0-Regio-Rotterdam-Den-Haag.pdf

26

warmte uit de directe omgeving. Omdat de bebouwing in Mariahoeve grotendeels bestaat uit na-oorlogse flats zijn deze meestal niet goed geïsoleerd, wat maakt dat hier een warmtenet op hoge temperatuur (en laagste efficiëntie) voorzien moet worden. Hierbij zal men (in koude winters) waarschijnlijk het warme water moeten bijstoken (hoe?) om voldoende warmte te kunnen leveren .Ingrijpende werkzaamheden in de publieke ruimte (aanleggen buizen voor transport heet water tot bij de woningen) en in de huizen zelf (leidingen van de verdeler naar de influx van de CV-installatie) zullen noodzakelijk zijn en de inwoners worden verplicht warmte energie af te nemen bijeen monopolist. Reeds gedane investeringen in flats waar nieuwe HR CV-ketels in de appartementen zijn geïnstalleerd, worden op die manier tenietgedaan (kapitaalvernietiging verzekerd).

Het kiezen voor een transitie op basis van waterstof in Mariahoeve kan volgende voordelen opleveren: Taco van Hoek (EIB (Economisch Instituut voor de Bouw (10))) stelt in een persoonlijke mailwisseling: “Lage kosteneffectiviteit maatregelen in de bebouwde omgeving: In de bebouwde omgeving kan het gasverbruik met 60 tot 70% worden gereduceerd tegen overzichtelijke kosten wanneer geopteerd wordt voor het isoleren van woningen in combinatie met een hybride warmtepomp die individueel kunnen worden gerealiseerd op natuurlijke momenten.” kan men door gebruik van waterstofbijmenging in combinatie met investeringen in isolatie en hybride oplossingen via een “evolutie” (gasarm), eerder dan een “revolutie” (gasloos) gaan naar een verminderd gasverbruik van 75% minder gas, tegen geringere investeringen en zonder kapitaalvernietiging. Hierbij is het uiteraard nodig om het gasnet te onderhouden (waarvoor burgers per huishouden sowieso 200 euro per jaar aan vastrecht en leveringskosten betalen (11)). Tot slot: David Smeulders (Professor Energie Technologie TU Eindhoven) (13) citerend: “Wat is het effect op de CO2-uitstoot als je een cv-ketel verwijdert en de verwarming overlaat aan een elektrische warmtepomp? Met een zuinige hr-ketel kom je op zo’n 180 gram CO2 uitstoot per

Het helpt ook om de warmteafgifte te verbeteren (radiatoren of wand-, of vloerverwarming). Het klopt dat voor de energietransitie werkzaamheden nodig zijn die ingrijpend zijn, zowel in woningen als in de openbare ruimte. Dat cv-ketels in veel wijken zullen verdwijnen is inderdaad het uitgangspunt van de transitievisie warmte. Met dit document, probeert het college inzicht te geven in termijnen waarop dit te verwachten is en goede oplossingen die de cv-ketels kunnen vervangen. Bij vervangingsmomenten die nog komen, kan dit helpen om een keuze te maken, bijvoorbeeld voor huur van een toestel totdat de energietransitie in de wijk wordt gerealiseerd. Voor net aangeschafte cv-ketels kan dit inderdaad betekenen dat deze vervangen dienen te worden voordat ze technisch of economisch zijn afgeschreven. De berekening die u weergeeft, kan het college niet reproduceren. Het klopt dat elektriciteit wordt opgewekt met een aandeel fossiele energie. Aan een warmtepomp kan daarom, zoals u schrijft, een CO2-uitstoot worden toegeschreven. Onder andere Milieu Centraal en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) rekenen voor dat zelfs bij het gebruik van volledig grijze stroom (wat minder groen is dan de gemiddelde Nederlandse elektriciteitsmix) de CO2-uitstoot afneemt bij gebruik van een warmtepomp. In de energiewereld is flinke verbazing over de getallen van prof. Smeulders.

Ze zijn ook moeilijk te rijmen met zijn uitspraak dat hybride warmtepompen een goede besparingsmaatregel zijn uit de Volkskrant van 17 mei 2022. Hybride warmtepompen kunnen inderdaad een grote besparing in CO2-uitstoot en kosten opleveren. De resterende gasbehoefte bestaat uit aardgas.

27

kilowattuur. Maar de warmtepomp trekt stroom uit het stopcontact, opgewekt in elektriciteitscentrales. Dan is de CO2-uitstoot ongeveer 475 gram.” Conclusie en aanbevelingen De huidige conceptnota is eenzijdig, dogmatisch gefocust op warmtenetten, garandeert belangrijke kapitaalvernietiging en biedt geen perspectief voor innovatie-stimulering in de toekomst. Men zou op zijn minst op beperkte schaal in Den Haag moeten proberen waterstof een plaats te geven in de energietransitie, vooral gelet op de huidige ontwikkelingen in de wereld en het feit dat de prijs van fossiele brandstoffen zo explosief stijgen dat productie en implementatie van waterstof op veel kortere termijn realiteit lijken te worden. Mariahoeve lijkt hiervoor zeker in aanmerking te komen (zie argumenten hierboven). Bovendien lijkt er genoeg kennis in de directe omgeving (bijvoorbeeld TU Delft) en de mogelijkheid om overheidssteun hierbij te krijgen (3) om hieraan vorm te kunnen geven. Aldus kan men een meer gevarieerd transitiebeleid uitstippelen en ervaring opdoen met de verschillende opties.

Over het onderwerp ‘waterstof’ is reeds dieper ingegaan onder uw kopje ‘de missende pijler – waterstof’. Daarnaast is er op (korte) termijn geen plan om het aardgasnet te verwijderen. Netbeheerders mogen dat niet doen, ook gemeenten niet. Dus het verwijderen van het bestaande gasnet is niet aan de orde. Het college wil uw oproep voor innovatiestimulering wel onderstrepen. Aanpassing TVW: De oproep om als gemeente meer te doen met innovatie wordt ondersteund en wordt opgenomen in de transitievisie warmte.

Een minimale aanbeveling is om op zijn minst het bestaande gasnet te behouden en waar nodig te renoveren, zodat in de toekomst alsnog waterstof een optie blijft voor Den Haag. Het bestaande gasnet uit de ondergrond verwijderen lijkt in ieder geval een bewuste ondermijning op een toekomst waar waterstof zeer belangrijk lijkt te worden. Referenties: (1) https://duurzamestad.denhaag.nl/nieuws/den-haag-op-schone-energie/ (2) https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/10731340/1/RIS310442_Bijlage_Transitievisie_Warmte (3) https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/03/30/kamerbrief-overkabinetsvisie-waterstof (4) https://www.netbeheernederland.nl/_upload/Files/Waterstof_56_1586657439.pdf (5) https://h21.green/projects/h21-leeds-city-gate/(6) https://www.rechargenews.com/energy-transition/ukraine-war-green-hydrogen-now-cheaper-thangrey-in-europe-middle-east-and-china-bnef/2-1-1180320 (7) https://magazine.siemens.be/wordt-waterstof-in-de-toekomst-een-energiebron-om-gebouwen-teverwarmen/ (8) https://engineeringnet.be/nl/nieuws/item/18382 (9) https://engineeringnet.be/nl/nieuws/item/17973 (10) https://www.eib.nl/medewerkers/taco-van-hoek/ (11) https://staalkaartwaterstof.nl/achtergrond/kosten/ (12) https://www.technischwerken.nl/nieuws/aardgasvrij-maken-kost-volgens-eib-gemiddeld-40-000-

-

28

euro-per-woning/ (13) https://www.tue.nl/en/research/researchers/david-smeulders/ #10 Wijkchallenge Zet de Ketel op 55 in Regentesse-Valkenboskwartier 1-4-2022 Reactie op Transitievisie warmte Wijkchallenge Zet de Ketel op 55 in Regentesse-Valkenboskwartier (https://www.duurzamestad.denhaag.nl/ketel-op-60-graden-prima-op-55-prachtig/)20/4/2022 Meer richting geven aan isolatie en de aanvoertemperatuur in vooroorlogse “gele” wijken die een warmtemix krijgen aangeboden. De Transitievisie warmte en het bijbehorende subsidiekader bieden veel mogelijkheden om fossiele energie te besparen. Zij vragen echter meer richting om bewoners niet onnodig op kosten te jagen. Zo is voor een hybride warmtepomp bij een aanvoertemperatuur van 70 graden hooguit 40% gasbesparing mogelijk. Door meer gebruik van elektriciteit, bespaart men dan maar 20% op de energiekosten. Terwijl dit een investering van 5000 euro voor de installatie van een geluidsarme warmtepomp, 1500 euro extra onderhoud over 15 jaar en vaak 1500 euro voor een lage temperatuur radiator vraagt. Deze 6500-8000 euro kan beter worden besteed! Met 500 euro voor radiatorventilatoren, inregelen radiatoren, programmeerbare thermostaat en een warmtescan voor kierdichting om met een aanvoertemperatuur van 55/60 graden te verwarmen, kunnen deze energiekosten ook worden bespaard.

De eerste ervaringen van de wijkchallenge Zet de Ketel op 55 tonen aan dat hiermee 20% gas te besparen is. Kiest men een extra isolatiemaatregel voor de vloer, dak, of wand of glas, dan kan de netto besparing oplopen naar 40%. Deelnemers kunnen zo zelf ervaren of hun isolatie (vaak minimaal energielabel C) op orde is om de gewenste aanvoertemperatuur te bepalen.

Reactie college De genoemde maatregelen (radiatorventilatoren, inregelen radiatoren, programmeerbare thermostaat en kierdichting) zijn inderdaad mooie maatregelen om tegen relatief lage kosten gas te besparen. Een hybride warmtepomp wordt met deze maatregelen aantrekkelijker, zoals u schrijft. Het college zet ook vol in op deze ‘kleine’ maatregelen, zie hiervoor bijvoorbeeld het project van de Direct Bespaaractie. Een gemiddelde hybride warmtepomp (4 kW) kost inderdaad (op het moment van schrijven) om en nabij € 5.000,-, maar daar gaat nog ongeveer € 2.400,- subsidie vanaf. Lage temperatuur radiatoren zijn bij hybride warmtepompen niet noodzakelijk.

Het college onderschrijft de meerwaarde van de door uw genoemde – relatief kleine – maatregelen. Op pagina 1 van de concept-transitievisie warmte is het volgende opgenomen: “De eerste en makkelijkste stap is zorgen voor betere isolatie en ventilatie van woningen en gebouwen en aangepaste verwarming zodat we allemaal minder energie verbruiken.” Den Haag zet hier al vol op in. Met het gemeentelijke loket Hou van je Huis (waaronder óók de VvE-balie en de Huurbalie vallen) wordt bewoners gratis advies over energie besparen en isoleren geboden. Ook heeft de gemeente Den Haag uitgebreide subsidieregelingen en worden tal van bewonersinitiatieven en –groepen ondersteund. Zie de website Duurzame Stad Den Haag voor alle ondersteuning en acties van Hou van je Huis. Het kabinet heeft extra financiële middelen gereserveerd voor de energietransitie. Voor de komende 10 jaar wordt een klimaat- en transitiefonds ingesteld met 35 miljard euro. Een deel van het budget gaat naar het Nationaal Isolatieprogramma, om de huidige subsidies te verruimen en

29

nieuwe subsidies toe te voegen, om de betaalbaarheid te verbeteren.

Aanbieders van hybride warmtepompen (zoals Energyguards) geven aan dat deze tot maximaal 55 graden kunnen verwarmen en dat de ketel tot 60 graden kan bijspringen voor een energie besparing van 25%. Voor een all-electric warmtepomp is 50 graden een voorwaarde. Mocht er na 2030 een warmtenet worden gepland, dan is de keuze aan warmtebronnen groter als bewoners op maximaal 60 graden kunnen verwarmen. Met andere woorden: maak in de toekomstige warmtemix in de vooroorlogse “gele” wijken de gewenste aanvoertemperatuur van60 graden duidelijken hoe dit kosteneffectief kan om energiekosten te besparen. De resultaten van de wijkchallenge Zet de Ketel op 55 kunnen hierbij helpen. Zij zullen in de komende maanden worden gepubliceerd. #11 Privé persoon 3-5-2022 Geachte heer [geanonimiseerd], Ik ontving vandaag een brief van Gemeente Den Haag over een informatiebijeenkomst op 16 mei over schone energie, gehouden in Grand Café Utopie.

Het college deelt de analyse dat een temperatuurvraag tot 55 graden of lager de prestaties van een hybride warmtepomp verbetert. Aanpassing TVW: Er wordt aan de TVW toegevoegd dat hybride warmtepompen al functioneren bij beperkte isolatie. Daarbij zal aangegeven worden dat hybride warmtepompen efficiënter werken als de isolatie zo wordt verbeterd dat de radiatoren of vloerverwarming hooguit 55 graden nodig hebben. Reactie college De concept-transitievisie warmte is in te zien in het online raadsinformatie systeem (RIS). Zie RIS311707 of de website van Duurzame Stad Den Haag. Dit had in de brief duidelijk uitgelegd moeten worden.

Ik heb twee opmerkingen over die brief en wend me tot u, omdat uw naam er boven staat: 1. Het hoofdonderwerp in de brief is de ‘Transitievisie Warmte Den Haag’. Deze zou zijn gepubliceerd, bewoners worden uitgenodigd om er over mee te praten, er vragen over te stellen, er is een inspraakprocedure, etc. Maar helemaal nergens in de brief staat vermeld waar men die transitievisie kan vinden en inzien, en hij is ook niet bijgevoegd. Ja, er staat dat hij ‘momenteel ter inzage ligt’, maar er staat niet bij waar. En dus kan ik er geen kennis van nemen, heb ik er geen vragen over, en heeft zo’n informatiebijeenkomst bij voorbaat weinig zin. 2. Iedere keer weer richt de gemeente zich met dit thema tot individuele bewoners. De meeste inwoners van Den Haag (en dit geldt ook voor mij) wonen echter in een appartement/boven- of benedenwoning, dat deel uitmaakt van een gebouw dat toebehoort aan een woningcorporatie of vereniging van eigenaren (VvE). Ik als individuele bewoner ga niet over de voorzieningen en of maatregelen die betrekking hebben op schone energie, anders verwarmen, etc. Initiatieven en besluitvorming daarover liggen op het niveau van de VvE, c.q. het bestuur daarvan. Het zou heel veel effectiever zijn als de gemeente zich met haar communicatie rechtstreeks richt tot de doelgroep VvE’s, zodat die dit kunnen agenderen voor hun algemene ledenvergaderingen.

Het klopt dat in Den Haag heel veel bewoners deel uit maken van een VvE. Grofweg gaat het in Den Haag zelfs om de helft van alle woningen. Om deze reden heeft Den Haag al jaren een VvE-balie, waar VvE’s terecht kunnen met een breed palet aan vragen: over hoe ze actief kunnen worden, sparen, periodiek onderhoud moeten plegen, maar ook over energie besparen en isoleren. De VvE-balie organiseert geregeld informatieavonden en grote (collectieve) acties in de stad over deze thema’s.

30

#12 Bewonersorganisaties Archipel-Willemspark, Duttendel-Wittebrug, Van Stolkpark en Buurtschap Centrum 2005 18-5-22

Individuele eigenaren staan op sommige onderdelen echter wel aan de lat voor het isoleren van hun woning. Elke VvE regelt de gemeenschappelijke delen weer net wat anders (dit wordt geregeld in de splitsingsakte en/of daarbij behorende reglement). Binnen sommige VvE’s zijn individuele eigenaren wel degelijk verantwoordelijk voor het glas en/of kozijnen. Kleinere maatregelen liggen tevens bij de individuele eigenaar. Denk aan kierdichting, radiatorfolie, tochtborstels, goed inregelen van de cv-installatie, enzovoorts. Reactie college Opmerking 1 - Met ‘de komende periode’ wordt de tijd bedoeld die nodig is om de overstap van fossiele energie naar schone energie te maken. Het college hoopt hiervoor tegen 2030 grote stappen in te zetten. Opmerking 2/3 - Het college onderschrijft dat een uitleg van de termen ‘electrodeboiler’ en ‘zoutbatterij’ bijdragen aan een begrijpbare tekst. Aanpassing TVW: Er wordt toegevoegd wat bedoeld wordt met deze twee termen. Opmerking 4 - Hoe de uitvoeringsplannen er uit zien is nog niet helemaal duidelijk. Bij het opstellen van het uitvoeringsplan worden bewoners en gebouweigenaren uit de wijk betrokken. Opmerking 5 De Wijkenergievisie is inderdaad vervangen door de term uitvoeringsplan. Opmerking 6/7 Betrouwbaarheid houdt in dat het zelden voorkomt dat de warmtevoorziening wordt onderbroken. Aanpassing TVW: Het college voegt dit toe aan de TVW.

31

Opmerking 8 Zowel de beschikbaarheid als de geschiktheid van groen gas en duurzame waterstof zijn in grote lijnen hetzelfde. Beiden zijn momenteel schaars en de verwachting is dat dit voor 2030 niet wezenlijk verandert. Indien de beschikbaarheid wel toeneemt, wordt de toepassing voornamelijk voorzien voor de industrieen mobiliteitssector. Opmerking 9 en 10 De tekst in de transitievisie warmte staat er zoals deze is bedoeld. Opmerking 11 Een hybride warmtepomp louter aanduiden als tussenoplossing, doet de bijdrage van deze oplossing te kort. Hoewel het inderdaad niet de eindoplossing is, zorgen hybride warmtepompen direct voor een vermindering van veel CO2uitstoot, vaak zonder dat er direct ingrijpende aanpassingen nodig zijn aan de woning. Daarnaast blijft het aantrekkelijk om stapsgewijs isolatie aan te brengen, omdat de hybride warmtepomp efficiënter werkt bij lagere temperaturen. Een hybride warmtepomp heeft een technische levensduur van gemiddeld 15 jaar en een economische levensduur van 10 jaar. De hybride warmtepomp staat daarmee een keuze op de langere termijn voor andere oplossingen (zoals warmtenetten, volledig elektrische warmtepompen of een mix daarvan) niet in de weg. Aanpassing TVW: bovenstaande verduidelijking van de bedoeling, het doel en de samenhang met andere schone warmteopties voor de hybride warmtepomp wordt opgenomen in de transitievisie warmte.

Opmerking 12 De tekst in de transitievisie warmte staat er zoals deze is bedoeld.

Opmerking 13 en 14

32

Archipel en Duttendel hebben inderdaad een hoog percentage aan straten waarbij de ruimte in de ondergrond zeer beperkt is. Aanpassing TVW: Deze notie wordt toegevoegd aan de buurttabel. Opmerking 15 ‘Warmte uit directe omgeving’ is gespecificeerd in de zin: “In Den Haag kunnen we warmte halen uit de directe omgeving, zoals de buitenlucht, grachten en kanalen, en uit zonlicht. De aarde onder Den Haag bevat warmte in diepe aardlagen, oftewel aardwarmte. Uit de ondiepe aardlagen is ook warmte te halen, middels warmte- en koudeopslag (WKO). Dergelijke kleine-collectieve oplossingen verdienen in de transitievisie warmte meer aandacht. Aanpassing TVW: Er komt meer aandacht voor klein-collectieve oplossingen in de TVW. Zie hoofdstuk 4.5. Opmerking 16 De transitievisie warmte is inderdaad bedoeld om meer inzicht te geven in wat waar wanneer komt en waarom. Het is niet bedoeld als uitvoeringsstrategie. Onderwerpen zoals gedragsverandering komen aan bod in het Stedelijk Energieplan Den Haag (zie RIS306869).

#13 Bewonersoverleg Duinoord – Werkgroep Duurzaam Duinoord 20-5-2022 Geacht college, In februari j.l. heeft u de Transitievisie Warmte (TvW) vrijgegeven voor inspraak. Namens het Bewonersoverleg Duinoord in samenspraak met de werkgroep Duurzaam Duinoord reageren wij als volgt op deze visie.

Opmerking 17 Het klopt dat er geen termijnen worden genoemd. Dergelijke termijnen zijn nog niet vastgesteld. De concept-Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) wordt nu door het Rijk opgesteld. Daarin kan meer duidelijkheid komen over deze termijnen. Er wordt een ‘redelijke termijn’ genoemd, waarbij men nu uit lijkt te gaan acht jaar. Reactie college Het college dankt Duinoord – Werkgroep Duurzaam Duinoord voor de zienswijze en zal hieronder puntsgewijs inhoudelijk reageren.

33

Wij hebben zelf een bewonersavond georganiseerd op 23 februari waar ruim 50 belangstellenden op af zijn gekomen. De feedback van de bewoners was duidelijk: “geef ons duidelijkheid”. Het betreurt de bewoners dat het in deze TvW ontbreekt aan een duidelijk handelingsperspectief. De kaartjes op blz. 2 van de samenvatting verbeelden uw visie voor de toekomstige warmteopties voor alle wijken van Den Haag, dus ook voor Duinoord. Voor 2030 ziet u voor onze wijk geen duidelijke optie, hybride warmtepompen ziet u als mogelijkheid. Voor 2040 wilt u de opties nader bepalen waarbij u denkt aan warmtepompen en/of warmtenetten.

Uit deze toekomstbeelden concluderen wij dat u geen grootschalige, collectieve acties ten aanzien van de warmtevoorziening-zoals de aanleg van een warmtenet-zult starten in onze wijk in de komende 15 jaar. Kunt u deze aanname bevestigen? Hierdoor ontstaat er een interbellum die naar onze mening benut moet worden om de woningvoorraad transitieklaar te krijgen. Wij zien het volgende handelingsperspectief voor de bewoners voor de komende 15 jaar: • • • • • •

zelf aan de slag met isoleren van hun woningen waarmee ca 30% aardgas is te besparen ten opzichte van een ongeïsoleerde woning uit 1900 (merendeel van de woningen in de wijk); een hybride warmtepomp installeren waarmee nog eens 40% aardgas valt te besparen; dit telt op tot 70% aardgas besparing in de woning. Winning van energie door het installeren van PV panelen, zonneboiler andere technieken om energie op te wekken voor sommige bewoners is de stap naar een all electric oplossing nu al haalbaar; de komende 15 jaar zullen ongetwijfeld oplossingen opleveren voor de resterende 30% aardgas in de woningen.

De transitievisie warmte laat zien welke warmteoplossing waar in de stad een goede oplossing zou kunnen zijn. Duinoord is een gele wijk op de kaart. Het handelingsperspectief voor de ‘gele wijken’ lijkt nu inderdaad onduidelijk te zijn. Dit was geenszins de bedoeling van het college. Het college hecht sterk aan een duidelijk handelingsperspectief voor bewoners en ondernemers. Aanpassing TVW: het college past de TVW aan door het handelingsperspectief te verduidelijken. Voor de ‘gele’ wijken betekent dit: inzet op de hybride warmtepomp, inzet op isolatie, overstappen naar koken op inductie en de aanschaf van zonnepanelen daar waar mogelijk. Dit zal het college nadrukkelijker omschrijven. Ook wordt de kaart in de TVW aangepast. De transitievisie warmte wordt minimaal elke vijf jaar herijkt. Zo blijft het mogelijk de laatste (technische) ontwikkelingen en inzichten te incorporeren in de transitievisie warmte. Het college kan de aanname dat er de komende 15 jaar niet gestart zal worden met de aanleg van een warmtenet niet geheel bevestigen. De aanname is echter wel een logische. Los van de herijking van de transitievisie warmte (minimaal elke vijf jaar), zullen er naar aanleiding van de transitievisie warmte uitvoeringsplannen per buurt, wijk of gebied opgesteld worden. Bij uitvoeringsplannen worden de belanghebbenden betrokken.

Dit staat ook op bladzijde 7 van de concept-transitievisie warmte. Om de context nog wat breder te schetsen: er is momenteel vanuit het Rijk een wet in de maak: de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw). Dit wetsvoorstel zou – conform de planning van het Rijk - gemeenten per 2024 een zogeheten 'aanwijsbevoegdheid' geven om te bepalen welke gebieden op termijn van het aardgas af gaan. In deze

34

conceptwet worden hier ook allerlei voorwaarden aan verbonden: het stellen van een redelijke termijn is daar een van. Er wordt nu gedacht aan acht jaar, die in lijkt te gaan na het opstellen van een uitvoeringsplan. Het aanleggen van een dergelijke grootschalige, collectieve warmtevoorziening in Duinoord zou opgenomen moeten worden in zo’n uitvoeringsplan. In theorie is het dan mogelijk dat dit binnen de komende 15 jaar uitgevoerd wordt. Het is echter onwaarschijnlijk dat er gestart wordt met uitvoeringsplannen in de zogeheten ‘gele’ wijken.

Het feit dat wij dit perspectief zien, betekent niet automatische dat de bewoners ook daadwerkelijk in deze lijn gaan handelen. Wij merken in onze contacten met woningeigenaren grote bereidheid om het huis te verduurzamen. Toch zijn er nog een paar blokkades die de gemeente kan wegnemen waardoor de transitie in een stroomversnelling kan komen. 1.

2.

De TvW is abstract, weinig concreet en schetst de veranderingen vooral op systeemniveau. Deze visie moet worden vertaald naar wijkniveau en het liefst naar het niveau van de individuele huizen. Wij zouden graag een wijkenergieplanlaten maken waar in aan de hand van een aantal kenmerkende woningen in onze wijk duidelijk wordt wat de warmtebehoefte is, welke mogelijkheden er zijn om het huis energiezuiniger te maken en op welkmanier bewoners in hun warmte kunnen voorzien. Wij willen de bewonersveel meer houvastbieden om keuze te maken ten aanzien van hun eigen warmtetransitie. Wij hebben de mankracht noch de middelen om zo’n onderzoek te laten uitvoeren en een keuzetool te laten ontwikkelen. Wij vragen u dan ook om een financiële ondersteuning hiervoor. Duinoord is beschermd stadsgezicht. Dit betekent dat bewoners al snel een vergunning moeten aanvragen als zij aan de buitenzijde van de woningisolatiemaatregelennemen of als zij zonnepanelen en/of een groen dak willen aanleggen. Dit schrikt mensen af en leidt ertoe

Het is tevens goed om te benadrukken dat keuzevrijheid voor bewoners cruciaal blijft. Eigenaren kunnen - zoals de conceptwet er nu ligt - niet gedwongen worden om aangesloten te worden op een collectieve voorziening als een warmtenet. Bewoners kunnen kiezen voor een individuele oplossing of een ander alternatief. Op welke manier het college invulling gaat geven aan de Wgiw moet nog worden bepaald. Na het vaststellen van de transitievisie warmte volgen inderdaad uitvoeringsplannen per buurt, wijk of gebied. Bij uitvoeringsplannen worden de belanghebbenden betrokken. Dit staat ook op bladzijde 7 van de concept-transitievisie warmte. Zie ook het antwoord hierboven.

Het college onderschrijft en onderkent dat beschermde stadsgezichten het nemen van bepaalde verduurzamingsmaatregelen soms gecompliceerder kunnen

35

3.

4.

dat ze afzien van deze maatregelen. Verder verloopt het vergunningsproces stroef en traag. Wij vragen u om: • te bekijken of het mogelijk is om een aantal verduurzamingsmaatregelen –onder bepaalde voorwaarden-vrij te stellen van vergunningplicht; een duidelijke handleiding en toetsingskader zouden kunnen volstaan; • ervoor te zorgen dat als een vergunning noodzakelijk is, deze snel en zonder bureaucratische hobbels kan worden vastgesteld. De gemeente Den Haag heeft een aantal subsidies die aansluiten op maatregelen die nodig zijn in de huizen transitie klaar te krijgen. Wij krijgen echter regelmatig te horen dat in het aanvraagproces (onnodige) aanvullende informatie wordt gevraagd en dat lang duurt voordat de subsidie wordt vastgesteld en betaald. Wij willen u verzoeken om dit proces te stroomlijnen, zodat mensen sneller en eenvoudiger het financiële duwtje in de rug krijgen.

maken. Denk aan uitwendige gevelisolatie of zonnepanelen. Op pagina 67 van het nieuwe coalitieakkoord heeft het college het volgende opgenomen: “Ook voor beschermde stadsgezichten en monumenten actualiseren we de regels om het makkelijker te maken om te verduurzamen, rekening houdend met de monumentale waarde.” 4

In Duinoord is 87% van de woningen gestapeld en maakt onderdeel uit van (kleine) VVE’s. Als VVE-besluiten nodig zijn voor het isoleren van de gebouwschil, dan vertraagt dat de handelingssnelheid van individuele woningeigenaren. Daarnaast wordt circa 50% van de woningen verhuurd (vrije sector) door vastgoedeigenaren met kleine portefeuilles. Voor deze eigenaren is verduurzamen van hun bezit onrendabel. Voor zowel deze eigenaren als voor de kleine VVE’s zijn speciale aanpakken nodig die de mogelijkheden van de werkgroep Duurzaam Duinoord overstijgt. Wij verzoeken de gemeente om hierop beleid op te ontwikkelen en maatregelen te nemen die investeerders en VVE’s kunnen bewegen om hun panden te verduurzamen.

Het college onderschrijft en onderkent dat besluitvorming bij kleine VvE’s lastig is, mede vanwege de door u genoemde factoren. Om deze reden bestaat het gemeentelijke loket Hou van je Huis (waaronder óók de VvE-balie en Huurbalie onder vallen). Hier krijgen zowel kleine als grote VvE’s gratis advies over het functioneren van een VvE/besluitvorming, juridisch financieel en op het gebied van onderhoud en verduurzaming. Daarnaast lobbyt de gemeente Den Haag bij het Rijk om de gekwalificeerde meerderheid die nu nodig is bij het nemen van verduurzamingsmaatregelen (in tegenstelling tot een ‘gewone’ meerderheid bij regulier onderhoud) gelijk te trekken met de besluitvorming rondom onderhoud. In oktober 2022 is rondom dit thema ook in de landelijke media breder aandacht voor gevraagd, onder andere door Vereniging Eigen Huis. 5 Reactie college Deze inspraakreactie is een leerzaam historisch perspectief.

#14 Stichting Gemeentelijke Belangen Energievoorziening (GBE) 21-5-2022 Het Nationale Klimaatakkoord (juni 2019) legt vast dat vóór 2030 1,5 miljoen woningen ‘verduurzaamd’ en ‘aardgasvrij’ moeten worden. Als alternatief voor aardgas wordt gemikt op een grotere rol voor warmtenetten. De afspraken van het Klimaatakkoord moeten vervolgens per regio vertaald en uitgewerkt worden in een Regionale Energie Strategie (RES). Gemeenten moeten eind 2021 een Transitievisie warmte vaststellen waarin wordt aangegeven hoe en wanneer de verschillende 4 5

De gemeentelijke organisatie werkt hard om de processen rondom subsidieaanvragen en -verleningen zo soepel mogelijk te laten verlopen. Ook werkt het college doorlopend aan de doorontwikkeling van haar subsidie-instrumentarium. Hierover volgt later meer informatie.

Het is echter goed om te vermelden dat toenmalig wethouder van Tongeren de transitievisie warmte niet heeft teruggetrokken. Het was altijd al de bedoeling om de

Coalitieakkoord Den Haag 2022-2026 ‘Voor een stad die tegen een stootje kan’, RIS313189. Volkskrant, Vereniging Eigen Huis: ‘Laat woningeigenaren verduurzamen, ook als ze er met de buren in de vve niet uitkomen’, 17 oktober 2022

36

stadswijken uiterlijk in 2050 (Klimaatakkoord Parijs) van het aardgas af gaan. Eind 2021 wordt duidelijk dat Den Haag daar niet in slaagt. De Cie Leefomgeving heeft stevige kritiek op de transitievisie van wethouder Liesbeth van Tongeren (Groen Links). Van Tongeren trekt vervolgens haar concept visie terug. De raad had toen ook al besloten om, tegen het advies van de wethouder, in beroep te gaan bij de Raad van State tegen de aanleg van WarmtelinQ Vlaardingen-Den Haag. De aangepaste Haagse TVW wordt door het College op 23 februari vrijgegeven voor inspraak, die loopt tot 23 mei. De nieuwe gemeenteraad gaat de Haagse TVW vaststellen.

Warmte, meer dan ooit, een lokale energievoorziening. Collectieve warmte of stadsverwarming is een energievorm met specifieke kenmerken. Met warmte kan je gebouwen verwarmen en douchen maar dat is het zo’n beetje. Met gas kan je veel meer en elektriciteit is de hoogst vorm van energie waar je vrijwel alles mee kan. Transport van warmte is, vergeleken met stroom en gas, juist duurder met meer verlies. Vraag en aanbod van warmte moeten niet ver uit elkaar liggen. “Dan ben je af van het ongelukkige fenomeen ‘slepen met warm water’, dat is financieel erg ongunstig”. Deze oude nutswaarheid geldt vandaag de dag meer dan ooit. De aanleg van twee brede ondergrondse leidingen (aanvoer en retour) in een steeds vollere ondergrond wordt almaar duurder en complexer. De warmteafzet per aansluiting neemt echter voortdurend af. Huizen zijn en worden steeds beter geïsoleerd. En het wordt ook nog eens steeds warmer. Warmtetransport over grote afstand is een gepasseerd station. In 1999 had Eneco ambitieuze plannen om met warmteleidingen havenwarmte te benutten voor Rotterdam Zuid èn voor tienduizenden woningen in nabijgelegen Vinex locaties tot Den Haag aan toe. Het plan sneuvelt door grote verdeeldheid over de koers van Eneco. Hiermee werd dè kans gemist om op grote schaal Rotterdamse havenwarmte te benutten. De aanleg van warmtenetten in weilandlocaties was efficiënt, eenvoudig en goedkoop.

Nieuwe Vinex woningen hadden toen nog een grote warmtevraag van 1000 m3 gas. Nu ligt dat totaa anders. Havenwarmte voor Rijnmond is het hoogst haalbare. WarmtelinQ met havenwarmte naar Den Haag (30 km) is een achterhaalde en onverantwoorde investering. ‘Hogere’ instanties en belangen blijven hard lobbyen om Den Haag toch

gemeenteraad om input te vragen. Waar het aanbevelingen voor wijziging van de concepttransitievisie warmte betreft is een reactie opgenomen. Deze inspraakreactie doet enkele uitspraken over personen en veronderstellingen over drijfveren van personen. Het college gaat niet in op deze uitspraken. Dit betekent niet dat het college instemt met deze uitspraken. Het college heeft de concept-transitievisie warmte aangeboden aan de gemeenteraad om te bespreken voordat deze voor inspraak werd vrijgegeven. De aanpassingen die de gemeenteraad in moties hebben meegegeven zijn opgenomen in de concepttransitievisie warmte die is vrijgegeven voor inspraak. Van terugtrekken is geen sprake. De vaak herhaalde oude wijsheid “Je moet niet slepen met warmte” berust op een misverstand. De verwachte warmteverliezen in de transportleiding van Vlaardingen naar Den Haag tellen op tot 2 á 4 graden. Veel grotere verliezen treden op in huidige distributienetten.

Er is geen bezwaar ingediend tegen WarmtelinQ zelf, maar tegen het provinciale inpassingsplan (PIP). Ook het Stedelijk Energieplan Den Haag (zie RIS306869) ziet kansen voor WarmtelinQ. Het is zeer onwaarschijnlijk dat een uitspraak in de transitievisie warmte dit project een halt toe kan roepen. Belangrijker is dat alle warmtebronnen nodig zijn voor een betaalbare duurzame energiehuishouding.

37

aan WarmtelinQ te krijgen. Maar Den Haag is niet machteloos. Het juridische verweerschrift namens Zuid-Holland tegen de ingediende bezwaren WarmtelinQ Vlaardingen- Den Haag maakt dat duidelijk (p.42): “Het staat gemeenten ook vrij om in hun TVW te kiezen voor andere warmtebronnen en infrastructuur” en “De uiteindelijke keuze wordt op lokaal niveau gemaakt”. De gemeente heeft regie over haar warmtetransitie. Als Den Haag zich in de TVW uitspreekt tegen “havenwarmte” en “smeerpijp” WarmtelinQ dan komt het er niet ! Net als de door Eneco gewenste warmtekoppeling van Rotterdam met Den Haag. Inleiding Warmtenetten zijn lange termijn investeringen met een impact van vele decennia. Mijn zienswijze besteed daarom uitgebreid aandacht aan de gemeentelijke Haagse stadsverwarming. Aan de rol van fusiebedrijf Eneco en de vele pogingen om met havenwarmte het Rotterdamse warmtenet fysiek te verbinden met de Haagse stadsverwarming, het beste stadsverwarmingsnet van ons land. 1. De Haagse stadsverwarming en de rol van Eneco De Haagse stadsverwarming is een lokale reactie op de energiecrisis van 1972. De gemeente besluit restwarmte van de gemeentelijke Elektriciteitsfabriek (nu Uniper centrale) niet meer te lozen maar, met de aanleg van warmteleidingen, te gaan benutten om gebouwen mee te verwarmen en veel aardgas te besparen.

Het in aanbouw zijnde Westeinde ziekenhuis en de nieuwe woonwijk Kortenbos, vlakbij de centrale, zijn de eerste gebruikers. Stadsverwarming is met de aanleg van twee ondergrondse leidingen (aanvoer en retour) een gemeentelijke nutsinvestering die zich op lange termijn met een bescheiden rendement terugverdient. Stadsverwarming wordt verliesgevend als de energieprijzen onverwacht dalen en de woningmarkt instort. Er komt een landelijke saneringsregeling. Voor Den Haag leveren naast ministerie EZ ook de gemeente en het Haags GEB een bijdrage. De gemeente sluit met Novem (agentschap EZ) een 25-jarige ‘achtergestelde’ lening af. Deze lening wordt kwijtgescholden als in 2010 de Haagse stadsverwarming nog niet winstgevend zou zijn.

Het college leest in dit betoog de stelling dat het Haagse warmtenet tegen lagere kosten draait dan andere netten en dat Eneco de kosten van andere warmtenetten in Den Haag in rekening brengt. Dit is een ondersteuning van het streven naar een andere kostenmethodiek voor warmtetarieven. Gemeente Den Haag bepleit bij de Rijksoverheid dat een eerlijke kostenmethodiek in de wet wordt opgenomen. Eneco heeft in Den Haag geen concessie voor het leveren van warmte. Het staat andere bedrijven vrij om een warmtenet op te richten.

In 1995 gaat Eneco van start, het fusiebedrijf van het GEB Den Haag met de GEB’s van Rotterdam en Dordrecht. Bij de fusie wordt afgesproken dat de energietarieven van de drie fuserende bedrijven geharmoniseerd worden. Maar niet voor de stadsverwarming in Rotterdam (1949) en Den Haag (1975). Beide warmteprojecten hebben eigen afspraken met het Rijk en verschillen zodanig dat beide projecten hun eigen tarief houden. De Haagse stadsverwarming is moderner met beduidend minder warmteverlies en veel lagere tarieven dan Rotterdam. Harmonisatie is pas aan de orde als beide warmtenetten fysiek gekoppeld zijn. Het 1e paarse kabinet-Kok besluit voor energie het samenwerkingsmodel in te ruilen voor marktwerking en liberalisering. Gebruikers kunnen zelf hun leverancier voor stroom en gas gaan kiezen. Maar voor een gesloten systeem als stadsverwarming of

38

collectieve warmte kan dat niet. Eneco onderkent als eerste het strategische voordeel van warmte in deze situatie. Marc van der Linden, productmanager warmte: “Warmte is een bindmiddel op de vrije energiemarkt “. Warmte zorgt voor een gegarandeerde stroom aan inkomsten. Eind jaren negentig blijkt de Haagse stadsverwarming winstgevend te zijn. Eneco houdt de winstgevendheid en de aflossing van de Haagse achtergestelde lening doelbewust verborgen voor de gemeente. Als er later raadvragen over de gemeentelijke lening gesteld worden meldt Eneco: “Het is evenwel onduidelijk of de lening door Eneco is afgelost of dat de lening is kwijtgescholden door Novem”. Misleiding door Eneco die naar boven komt als ik in december 2012 van Novem antwoord krijg (WOB/2012/057). Daaruit blijkt dat Eneco zelf de Haagse achtergestelde lening bij Novem heeft afgelost op 1 oktober 1999 omdat de Haagse stadsverwarming winstgevend was geworden. Met de aflossing stopt de informatie naar Novem en eindigt het toezicht op de Haagse warmtetarieven. Den Haag maakt daarom geen deel uit van de latere Rekenkamer onderzoeken naar (woeker)rendementen van stadswarmte projecten. Het laatst verschenen EnergieNed overzicht warmtetarieven 2001 laat zien dat de Haagse tarieven de laagste van ons land zijn. Bij de ‘kleinverbruikers’ ligt het Haagse Eneco warmtetarief ruim 10 NLG lager dan het Eneco tarief in Rotterdam.

Tegen de fusie afpraak in worden daarna de Haagse warmtetarieven fors verhoogd en gelijkgetrokken met Rotterdam. Warmtebedrijven mogen voor het toezicht door de ACM alle warmtenetten in hun portefeuille gaan "poolen". De Haagse stadsverwarming het beste warmtenet met de laagste tarieven, gaat de andere warmtenetten binnen Eneco subsidiëren. De winst van de stadsverwarming vloeit na 2002 Den Haag uit. In totaal zou het om tientallen miljoenen kunnen gaan. De gemeente Den Haag houdt zich stil. “De gemeente heeft geen specifieke bevoegdheden als het gaat om de warmtenetten van Eneco. Niet over aan- of verkoop, organisatorische inrichting noch over tarieven. Als de gemeente iets wil, dan kan zij dat slechts in overleg onder de aandacht brengen van de directie van Eneco” aldus wethouder Financien Tom de Bruijn (D66) in 2017. Waar is deze onderdanige houding naar Eneco op gebaseerd ? In 2011 spreekt de Haagse raadscommissie over de oprichting van een Duurzaam Energiebedrijf. Tobias Dander (D66) stelt daarbij dat Den Haag met Eneco al een duurzaam energiebedrijf in huis heeft. Alsof de belangen van een commercieel bedrijf leidend moeten zijn voor een gemeentelijke overheid.

Vanwaar toch deze Haagse ‘weg-met-ons’ houding? Is dat omdat Den Haag als internationale stad van “Vrede en Recht” bij een wereldwijd probleem als klimaatverandering en CO2-reductie verder en breder moet kijken dan het lokale? Een respectabel standpunt, maar niet voor warmte als lokale energievoorziening. Toen de Haagse raad zich in 2016 uitsprak tegen Rotterdamse havenwarmte leverde Maya van der Steenhoven, directeur Warmte/Koude Zuid Holland en toen kandidaat kamerlid voor Groen Links, op nieuwssite Energeia het volgende commentaar: “Te ridicuul voor woorden”

39

“Wie tegen de warmterotonde is eigenlijk tegen het Klimaatakkoord van Parijs” en “Daar gaat Den Haag niet over” (Energeia … ). Maar de Haagse TVW gaat daar wel degelijk over. Na 27 jaar Eneco is een andere houding naar het inmiddels Japanse bedrijf noodzakelijk. - Het Haagse GEB had bij de start van Eneco 878 arbeidplaatsen. In Laakhaven zou een nieuw kantoor gebouwd worden met een bedrijfsschool en “de grootste zonnecentrale van Europa’’. Eneco haalt een streep door de Haagse nieuwbouw. Bij Eneco/Stedin zijn inmiddels alle Haagse arbeidsplaatsen inmiddels verdwenen. Terwijl Den Haag na Rotterdam de grootste aandeelhouder van Eneco was en van Stedin nog steeds is. - Eneco heeft een machtspositie bij warmtelevering in de stad doordat het gebruik mag blijven maken van een ‘warmteconcessie’, het recht om als enige bedrijf warmte te mogen leveren. Als commercieel bedrijf misbruikt Eneco deze Haagse machtspositie. Een voorbeeld. Binckhorst moet een aardgasvrije wijk worden. Om daar mee te starten wilde de gemeente het voormalige AZC aansluiten op het bestaande warmtenet. Dat kan zei Eneco maar de gemeente moet dan wel de onrendabele top betalen. En zo geschiede. Ondanks het feit dat de Haagse stadsverwarming al jaren zeer winstgevend is. De TVW dient deze voor Den Haag ongunstige situatie aan te pakken.

Naast het afwijzen van havenwarmte en WarmtelinQ moet de stad ook een eind maken aan de warmteconcessie van Eneco in de huidige warmteleveringsovereenkomst die eind 2020 afloopt. De gemeente moet in de TVW aangeven dat warmteconcessie en warmtemonopolie van Eneco vanaf 2023 vervallen. De Haagse stadsverwarming moet in de nieuwe wlo 2023-2035 weer een zelfstandige lokale nutsvoorziening worden met een redelijk rendement voor de betrokken bedrijven en een transparant en lager tarief voor de Haagse gebruikers. 2. Havenwarmte naar Den Haag en WarmtelinQ. Een eerste poging om met Rotterdamse havenwarmte het winstgevende Haagse stadsverwarmingsnet te verbinden met het Rotterdamse warmtenet strandt door de commerciele koers van het nieuwe Eneco energie (2000). Vervolgens neemt Rotterdam een principe besluit om op Zuid een warmtenet in Hoogvliet (Rotterdam Zuid) aan te leggen met een warmtetransportnet vanaf de Haven. Nuon krijgt van Rotterdam een warmteconcessie voor Hoogvliet. Het warmtenet Hoogvliet zou vanaf 2006 moeten aantakken op een nog aan te leggen warmtetransportleiding die wordt aangelegd door het in 2005 opgericht Warmtebedrijf Rotterdam (WbR) met gemeente Rotterdam, Havenbedrijf Rotterdam (HbR), provincie Zuid Holland en woningcorporatie Woonbron als aandeelhouders.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12152724/1