RIS313702 Notulen van de raad van 20 oktober 2022
Tekst van het document
en hoe het type winkels bepalend kan zijn voor of mensen komen en voor de leefbaarheid. De Fred is als winkelstraat erg veranderd sinds mijn tante er eerst kwam wonen en daar een kleinschalige boekwinkel runde. De winkel is er al een tijd niet meer. Eerst werd het een kastenwinkel en uiteindelijk kwam een kappersketen erin. Uiteraard is het niet erg als een winkelstraat zich ontwikkelt en er winkels weggaan en bij komen. Dat is ook gezond, ook al had ik graag de tijd meegemaakt dat mijn tante de boekenwinkel runde. Het probleem ontstaat echter als het aanbod eentonig wordt. Als er te veel kappers komen, dan gaan mensen niet naar een winkelstraat om te winkelen, maar om naar de kapper te gaan. Uiteindelijk kan zo de leefbaarheid achteruitgaan. Dit speelt nog meer bij nieuwbouw, waar projectontwikkelaars vaak bij de bouw vooral de meest renderende detailhandelruimte maken. Er is dan weinig oog voor het effect op de omgeving van bijvoorbeeld een rijtje kappers, fastfoodketens of nagelstudio's en ook voor het effect op de leefbaarheid. Daarom is het wenselijk dat de gemeente hierop stuurt, juist om overconcentratie van bepaalde branches te voorkomen en andere juist de ruimte te geven. Want we willen juist dat er in een stad genoeg huisartsen, apotheken en dierenartsen zijn. Daarom steunt de Partij voor de Dieren het concept van de plintenstrategie van harte.
Echter, over dit document zelf is de Partij voor de Dieren wat minder positief. Het is namelijk onduidelijk wat we als raad vaststellen en van goede ideeën is onduidelijk hoe en of die worden uitgewerkt. Er staat achter 'doelgroepenverordening' bijvoorbeeld een vraagteken en PM, letterlijk. Voorzitter. We snappen dat er een uitwerking per gebied moet plaatsvinden. Echter, voor de planologische instrumenten is het wenselijk dat het college aangeeft of en hoe de instrumenten worden toegepast en wat de afweging daarbij is. In elk geval geldt dit wat ons betreft voor de doelgroepenverordening en het brancheringsbeleid. Vandaar het amendement Stuur op plinten, dat ik samen met de HSP en de SP indien. Want voor mijn fractie is de aanneming van dit amendement cruciaal en ook bepalend voor hoe we stemmen over dit raadsvoorstel, omdat er dan zicht is op sturing op de plinten. Eigenlijk beargumenteerde mijn voorganger van de VVD ook waarom we dit amendement hebben ingediend. Voorzitter. Daarnaast dienen we een amendement in om niet nu al, zonder duidelijke analyse, de instrumenten per gebied vast te leggen. Dit zou na analyse op gebiedsniveau moeten plaatsvinden. Vandaar tot slot het amendement met de titel Intern consistente plintenstrategie, dat ik samen met de HSP indien. De voorzitter.
Door de heer Barker, daartoe gesteund door mevrouw Arp en mevrouw Faïd, wordt het volgende amendement (L.C PvdD) voorgesteld:
Amendement L.C PvdD Stuur op plinten De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 20 oktober 2022, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Plintenstrategie. Besluit om het volgende dictumpunt toe te voegen: • uit te werken hoe planologische instrumenten toe te passen zijn op gebiedsniveau en daarbij in elk geval in te gaan op de doelgroepenverordening en het brancheringsbeleid. Het college wordt gevraagd om uiterlijk in het eerste kwartaal 2023 hier een voorstel voor te doen. De voorzitter. Door de heer Barker, daartoe gesteund door mevrouw Faïd, wordt het volgende amendement (L.D PvdD) voorgesteld:
Amendement L.D PvdD Intern consistente plintenstrategie De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 20 oktober 2022, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Plintenstrategie.
36
Besluit om: • Dictumpunt III te verwijderen. De amendementen maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Samir Ahraui (PvdA). Voorzitter. Mijn fractie is blij om te zien dat deze strategie er nu ligt. De ruimte in de stad is schaars en het gevecht om voldoende plinten is groot. Het blijft belangrijk om altijd te blijven inzetten op leefbare wijken, betaalbaarheid van plinten te waarborgen en meer sturingsmogelijkheden te hebben voor bijvoorbeeld het realiseren van maatschappelijke voorzieningen. Het is fijn dat deze strategie inzichtelijk maakt welke middelen en mogelijkheden de gemeente heeft om aan deze doelen te kunnen blijven werken. Wij willen alleen nog, als aanvulling op andere vragen die collega's al gesteld hebben, vooral van het college horen hoe het specifiek buurt- en wijkgericht invulling wil geven aan de plintenstrategie. Elke wijk heeft zijn eigen karakteristieken, zijn eigen behoeftes en zou daarmee ook vatbaar zijn voor een eigen plan van aanpak of strategie. Daarom de vraag: hoe wil het college met deze strategie hier vorm aan geven? Wethouder Van Asten (D66). Voorzitter. Dank voor deze discussie over de plintenstrategie, waar we het uitgebreid over hebben gehad in mijn eerste commissieoptreden bij de commissie Ruimte.
Het was een goede discussie, die inderdaad opleverde dat we als raad en college goed inzien dat we hard moeten sturen om daadwerkelijk iets van de plinten te maken. Dat gebeurt niet zomaar, en daar is deze plintenstrategie de eerste aanzet voor. Ik zeg 'de eerste aanzet', omdat we het er natuurlijk over hebben gehad dat er juist per gebied in een NvU, een PUK of een gebiedsvisie een aparte plintenstrategie moet komen. Anders zou het te generiek zijn. Hoe je het in Zuidwest zou doen, is nou eenmaal anders dan als je in Laakhavens zou doen. Andere wijken vragen om een andere invulling. Dat was mijn inleiding. Ik zal gelijk op de vragen ingaan. De heer Kruis van de PVV gaf in zijn verhaal over de Weimarstraat precies aan waar we al bezig zijn, maar dan vanuit het oogpunt van prioritair gebied. We hebben daar oog voor, want we zagen al dat die gevels er vaak rommelig uitzien. Dat doet niet veel goeds voor het straatbeeld. Behalve dat er daar nieuwe winkels komen, proberen we ook al her en der de gevels aan te pakken. Dat zit in het prioritaire gebied. Als we daar weer een update over geven aan de raad, zal ik zorgen dat daar nog een extra verhaal over komt. Sebastian Kruis (PVV). Dank u wel, maar ik doelde natuurlijk op de rest van de stad. Ik bedoelde dat het overal in de stad onderdeel moet worden van het straatbeeld dat er ook aandacht wordt besteed aan de gevels.
Wethouder Van Asten (D66). Wellicht kan collega Bruines daar nog iets meer over zeggen. Maar het feit dat het hier uit zo'n prioritaire aanpak komt, betekent dat het lastig is. Wanneer kan je nou optreden, ook als Pandbrigade, tegen een verloederde gevel? Dan zijn we natuurlijk een heel eind weg op die schaal. Daar wil je eigenlijk niet komen. Dat wil je met winkelstraatmanagers doen. We hopen dat daar ook nog wat meer uit een BIZ-aanpak komt. We gaan natuurlijk leren van wat we nu onder andere in de Weimarstraat doen of dat ook voor andere gebieden beter zou kunnen werken. Er is gevraagd hoe we met de gevels omgaan. Het gaat niet alleen om de invulling - wat komt er in de plint? - maar ook om hoe de plint er van buiten uitziet. Zeker voor de nieuwe gebieden die nog ontwikkeld worden, geldt dat we dat met de beeldkwaliteitsplannen gelijk meedelen. Daar moet het dan in zitten. De VVD had ook enkele vragen. Eerst was er een gesloten toolbox, maar nu zien we de instrumenten erin liggen, dus we maken dus mooie stapjes. Nu is de vraag: hoe zorgen we ervoor dat we weten welke instrumenten worden ingezet en ook hoe we die instrumenten zelf kunnen gebruiken? Om bij de analogie te blijven: er zijn heel veel mooie YouTube-tutorials om te zien hoe we instrumenten gebruiken, maar laten we dat hier niet doen.
Het voorstel van het college is om per gebied aan te geven hoe wij de plinten willen aanpakken: dit is voor dit gebied naar ons inzicht de beste manier om dat te doen. We hebben drie casussen uitgewerkt in de plintenstrategie, onder andere voor het CID en de Binckhorst. Zo willen we gaan starten. Uiteindelijk komt er een voorstel op welke 37
wijze we aan de slag willen gaan om een goede plintinvulling te krijgen. Wat de controle daarop betreft, kan ik me voorstellen dat als een gebied daadwerkelijk ontwikkeld is en we zien wat er in de plint is gebeurd, we gaan kijken of die instrumenten hebben geholpen. Je kan natuurlijk wel ergens starten, maar hoe houd je nou vol dat die plint goed blijft? Dat moet allemaal in die plintenstrategieën komen, op het moment dat we het gaan hebben over een nieuw stuk dat naar de raad gaat of een stuk ter aanvulling. We hebben het onder andere gehad over de Laakhavens. Dat zit er nu nog niet in. Als het vandaag wordt aangenomen, gaan we aan de slag om onder andere voor de Laakhavens een plintenstrategie op te stellen. Ik denk dat dat een van de eerste wordt naast Zuidwest, waar collega Balster binnenkort mee komt, waarbij we kunnen zien: hoe hebben die instrumenten hier nou uitgepakt, welke hebben we gebruikt en gaat dit leiden tot een goede invulling van de plint als de bouw eenmaal begint? Ik denk dat het goed is dat we dan de discussie met elkaar aangaan en kijken: waarom zijn deze tools nu gebruikt, hadden er wellicht andere gebruikt moeten worden, hebben we vertrouwen in deze strategie en moeten we die wellicht nog aanpassen? Wat we gaan doen is natuurlijk relatief nieuw, dus we moeten gaan kijken hoe we hier goed mee omgaan.
Op het moment dat het bezit is van andere partijen dan de gemeente, moet je voornamelijk het goede gesprek daarmee aangaan. De instrumentenladder staat in het stuk genoemd. Rutger de Ridder (VVD). Ik volg het helemaal, maar een vraag rest mij nog. Iets is afgebouwd, het is klaar en we hebben de tools allemaal ingezet, maar het gaat toch mis. Hoe doen we dat dan? We hebben daar toch veel op ingezet, misschien wel met een investeringsmaatschappij, misschien wel met een plinten-bv, misschien wel met andere dingen. Hoe zorgen we ervoor dat we nadien nog kunnen controleren of het goed gegaan is? Wethouder Van Asten (D66). Het hangt een beetje af van welke instrumenten je gebruikt. Op het moment dat je zelf met een plinten-bv aan de slag gaat, blijf je zelf aan het stuur zitten. Dan heb je dus meer invloed op wie er daadwerkelijk in gaat komen. Op het moment dat je niet de eigenaar bent van het pand, zoals het nu onder andere werkt in de Weimarstraat, ga je aan de slag: kunnen we een invulling doen welke winkel daarin komt? Daar hebben we vrij goede ervaringen mee. Onder andere in de Weimarstraat zijn we begonnen met de Bibob-test, ook voor ondernemers, om te zien: wat deugt hier niet? Als er iets niet deugt, dan krijgen we die uit het gebied en kunnen we het invullen met andere ondernemers die wel glansrijk door die test komen. Dat zijn de instrumenten die je gaat inzetten.
Je begint ergens aan. De zwaarte van het instrument bepaalt hoeveel macht je hebt na afloop. Maar op het moment dat we toch zien dat zo'n gebied wegglijdt, kan ik me voorstellen dat we dan juist weer aan de slag gaan met een winkelstraatmanager, zo'n Bibob-toets en welke instrumenten tegen die tijd nog verder ontwikkeld zijn. Rutger de Ridder (VVD). Ook dit volg ik weer. Ik zou in ieder geval nog het volgende willen voorleggen over de grote ontwikkelingen die we doen in de Binckhorst, Zuidwest en CID. Dat zijn natuurlijk heel andersoortige gebieden dan we tot nog toe hebben gehad. Dus ik denk dat het goed is voor ons als raad, maar ook voor het college, dat als we dat eenmaal hebben afgerond we ook periodiek blijven kijken of het wel goed gaat. Want dit worden heel andere gebieden dan de rest van de stad. Wethouder Van Asten (D66). Dat is heel juist gezegd. Laten we eens verder gaan kijken hoe we dat instrument dan gaan ontwikkelen om, op het moment dat we de eerste uitgewerkte plintenvisies voor het CID, Laakhavens et cetera hebben gehad, de vinger daar goed aan de pols te houden. Dan kom ik bij de laatste vraag van de Partij van de Arbeid: hoe gaan we per wijk vormgeven wat de plinten zijn? Met 'per wijk' bedoelt u ongetwijfeld 'per winkelstraat', dus ik speel de vraag door naar collega Bruines. We hebben daar natuurlijk de instrumenten voor van het winkelstraatmanagement.
Hoe zorg je ervoor dat die winkelstraten levendig blijven met een divers aanbod van goede, hardwerkende ondernemers die glansrijk door elke Bibob-test komen die we maar daar zouden willen toelaten? Ik pak de moties erbij, ten eerste motie L.2 van de ChristenUnie/SGP, Plintenvisie voor reeds vastgestelde gebiedsvisies en nota's van uitgangspunten. Sommige stukken doorkruisen nu de stukken die er liggen, zoals over de Laakhavens. Het is absoluut de bedoeling dat we daar nog met die 38
plintenvisie gaan komen. Zodra dit stuk is aangenomen, gaan we aan de slag om die plintenvisie uit te werken. Voor Zuidwest vraagt de plintenstrategie om een integrale aanpak van werk, economie en veiligheid. Om deze reden zit de plintenstrategie al in de bredere aanpak van Zuidwest en in de aanvraag die momenteel wordt gedaan voor de vierde tranche van de middelen van de regiodeal. De plintenstrategie in Zuidwest heeft dus al de aandacht. Collega Balster komt daar middels het uitvoeringsplan over de brede aanpak verder op terug. We komen daarmee dus volledig tegemoet aan deze motie. Dan motie L.5 van de ChristenUnie/SGP, Van uitruilen komt huilen. Het instrument uitruil is inderdaad het beste te zien per gebiedsniveau, waarbij je per gebied bekijkt wat mogelijk is. Daarbij zullen altijd de door de raad vastgestelde kaders in acht worden genomen. Op plotniveau wordt uitruil dusdanig ingewikkeld dat het dan ook niet wenselijk is om dat voor te stellen. We willen dat dus meer op gebiedsniveau met plinten doen. Het is prima dat de motie dat nog eens bevestigt, dus wij laten die van harte oordeel raad. Dan ben ik bij motie L.4 van de heer Noorlander, De juiste plint op de juiste plek, die vraagt om de sociale componenten mee te nemen in de afweging. In de toelichting werd aangegeven dat we daar met Eyeline Skyline al aandacht voor hebben.
Ze zitten ook deels in het beeldkwaliteitsplan. We willen het ook volop meenemen, want dat is immers hoe we een goede wijk willen gaan bouwen: met oog voor de sociale veiligheid van de omgeving. Voor het CID werken we met de reuring-ruisrustkaart, waarin verschillende karakters per gebied worden aangeduid. Een geschikte ruimtelijke kwaliteit en invulling van de plint koppelen we dan per wijk aan de karakters van de verschillende buurten. Dan nemen we zeker ook de aspecten van de sociale veiligheid en de cohesie mee. We zullen er dus zeker op ingaan op het moment dat we een plintenstrategie gaan voorstellen aan de raad. Ten slotte, voordat collega Bruines het overneemt, het amendement Intern consistente plintenstrategie om dictumpunt III te verwijderen. Het gaat over de invulling van het CID en Laak. Ik heb in de commissie aangegeven dat we met een aparte plintenstrategie komen voor elk van de gebieden. We hebben daar met uw collega in de raad het debat over gehad: moet het er dan wel of niet in? Ik heb gezegd dat ik dat geheel aan de raad laat. We gaan er sowieso mee aan de slag, dus het college laat ook dit amendement oordeel raad. Rutger de Ridder (VVD). Betekent dat dan dat we sneller of minder snel gaan, als we dit dictum er wel of niet erin laten staan? Ik vind het best een prima dictum, dus ik vroeg me het volgende af.
U vindt er niet zo heel veel van, behalve dat u toch doorgaat. Maar helpt het als we het er wel in laten staan of niet? Wethouder Van Asten (D66). Ik denk dat dat het punt van die discussie was. We gaan er sowieso mee aan de slag, want dat staat nu eenmaal in de strategie. Daarmee werd het een algemene strategie die aan de hand van enkele voorbeelden al wat verder was uitgewerkt om te laten zien wat er in de toolbox zat, en daarmee is het uiteindelijk ook in het dictum gekomen. Het college staat uiteraard geheel achter het dictum; anders hadden we dat niet voorgesteld. We gaan er ook net zo hard mee aan de slag op het moment dat dit niet in het dictum zou staan. Dan geef ik graag het woord over aan collega Bruines. Wethouder Bruines (D66). Voorzitter. De afstemming was goed verlopen, was even de conclusie. Ik zal nog op een paar punten ingaan, waar het specifiek om de wat meer economisch getinte vragen, amendementen en moties gaat. Nog even voor de helderheid: deze strategie is ontstaan vanuit Eyeline Skyline en vooral de nieuwe gebiedsontwikkelingen, waarover de zorg bij uw raad terecht was: hebben we nou genoeg grip op wat er dan in de plinten in de nieuwe gebieden gebeurt? We hebben het dan in het bijzonder over het CID, de Binckhorst en Zuidwest.
Ik merk dat sommigen van u zeggen: goh, gaan we nu met elke winkelstraat aan de slag? Het instrumentarium is natuurlijk breed toepasbaar, maar het is vooral de bedoeling dat we in eerste instantie hiermee aan de slag gaan bij de nieuwe ontwikkelingen, de nieuwe gebiedsvisies en de PUK's die daarop gaan komen: hoe kijken we dan aan tegen die plinten, wat willen we met de voorzieningen, met commerciële functies en met andersoortige, maatschappelijke functies in die plinten? Daar is dit instrumentarium naar de mening van het college uitermate voor geschikt, van richting geven tot zelf doen. Op pagina 7 staan al die 30 instrumenten keurig op een rijtje. Wij zullen per ontwikkeling moeten kijken: welk instrumentarium is 39
op deze plek het best geschikt? Dat betekent dat als er een doelgroepenverordening belangrijk is om te kunnen bewerkstelligen wat we met elkaar belangrijk vinden, we dat inzetten. Maar op een andere plek is het misschien voldoende als een BIZ een soort brancheringsbeleid maakt of wil je juist een plinten-bv maken omdat je dan zelf precies kan bepalen welke functie, welke zaak en welke winkel er op die plek gaat komen. Het is goed om dat voor ogen te houden. De PvdA heeft gevraagd hoe we nu met alle winkelstraten omgaan. We gaan nu niet elke winkelstraat helemaal aanpakken op basis van de plintenstrategie. Maar als er een initiatief komt voor een deelverandering van een winkelstraat, zit daar inderdaad heel bruikbaar materiaal in. Wat we wel met alle winkelstraten doen - dat staat ook in de winkelstraatnota die we twee jaar geleden hebben vastgesteld; daar zijn we nu ook mee bezig - is dat we de karakteristieken per winkelstraat gaan bekijken. Samen met de BIZ'en kijken we wat er nodig is om de straat te versterken of diverser te maken. Daarvoor zijn die BIZ'en heel belangrijk in het georganiseerd verband. Dat brengt mij automatisch op de motie Laat ondernemers de handen ineen slaan van de SP. De motie verzoekt het college om te bevorderen en actief te stimuleren dat er zich samenwerkingsverbanden vormen in de vorm van een bedrijveninvesteringszone.
Het college vindt dat een zeer charmant en ook haalbaar initiatief. Je moet natuurlijk wel eerst de ondernemers hebben voordat je ze bij elkaar kan zetten. Dat vinden wij heel belangrijk, zeker in gebieden met veel nieuwe ondernemers die de weg nog niet weten. Het is ook belangrijk voor de continuïteit. Er is een bedrijfscontactfunctionaris voor het CID en de Binckhorst, maar ook voor Zuidwest en andere delen van de stad. Die kunnen daar een rol bij spelen. Wij zullen dat vanuit de gemeente actief ondersteunen, want daarmee heb je ook de continuïteit geborgd. Er werd net door de VVD gevraagd wat er dan gebeurt: hebben we het vastgesteld, dan moet je maar zien of dat na een paar jaar nog steeds gebeurt. Zo'n BIZ is daar een heel belangrijk instrument in, want die kunnen met elkaar een heel belangrijke rol vervullen om de dingen te laten gebeuren die belangrijk zijn. Er zijn twee amendementen waar ik nog iets over zal zeggen. Het ene is het amendement Plintenstrategie onder L.B van Hart voor Den Haag om onverwijld - dat woord is wel belangrijk - een investeringsmaatschappij op te richten. Wij denken dat de investeringsmaatschappij een heel belangrijk instrumentarium kan zijn, maar hiervoor geldt wat ik net gezegd heb. We stellen nu de toolbox vast en we zullen per ontwikkeling moeten kijken welk middel je naar zwaarte inzet.
Als ik het wat breder vanuit de portefeuille Economie bekijk, dan is de investeringsmaatschappij zeker een instrument dat in generieke zin verder onderzocht moet worden om het ook op andere manieren te kunnen inzetten. Daar is nog wel wat tijd voor nodig en er is waarschijnlijk ook nog geld voor nodig. Het is ook iets wat de gemeente niet alleen doet, maar graag samen met partners wil doen. Ik moet het amendement ontraden vanwege het woord 'onverwijld', maar wij zullen het zeker verder in onderzoek nemen. Daarom staat het er ook in. Lesley Arp (SP). Ik had een vraag hierover. Als men in het rapport bij de plintenstrategie kijkt, dan staat er dat de investeringsmaatschappij in eerste instantie belegd zou kunnen worden bij de centrale vastgoedorganisatie tot het moment dat er bijvoorbeeld afdrachten zijn geregeld. Waarom zou het geen optie zijn om het amendement aan te nemen en dan in eerste instantie daarnaar te kijken? Wethouder Bruines (D66). Ik begrijp de opmerking, maar dan nog geldt … Er is een suggestie gedaan. Ik vind het wel belangrijk dat we even kijken of die suggestie dat doet wat wij beogen, maar ook of er draagvlak is en partijen in de stad daarmee verder zouden willen gaan. 'Onverwijld oprichten' gaat mij dan iets te ver. 'Onverwijld serieus onderzoeken' zou ik prima vinden, maar 'onverwijld oprichten' gaat ons net even iets te snel.
Dat is eigenlijk de enige reden. Omdat het een amendement is, staat het er ook letterlijk zo in. Dat gaat ons wel een beetje in de problemen brengen, vooral ook omdat er nog geen dekking voor is. In die zin is het amendement ontraden. Lesley Arp (SP). Ik heb nog een vraag hierover. De wethouder zegt wel dat ze het een interessant instrument vindt. De urgentie die wij als raad, of in ieder geval de heer Martini en ik voelen, is dat je wil dat dat instrument bruikbaar is op het moment dat er nieuwe plinten worden ontwikkeld. Dan vraag ik me toch het volgende af. Als het college dit meer in de onderzoekende sfeer ziet, wanneer is het dan klaar daarmee? Wanneer hebben we dan een bruikbaar instrument?
40
Wethouder Bruines (D66). Dat zullen we moeten bezien. Als u nu aan mij vraagt of ik met voorrang of snel wil gaan onderzoeken hoe we tot zo'n investeringsmaatschappij zouden kunnen komen, wat die precies kan doen en hoe we die vorm zouden moeten geven, tijdelijk of op langere termijn, en of ik u over een half of driekwart jaar daarover wil informeren, dan zeg ik u dat bij dezen toe. Dat staat dan in de notulen. Volgens mij kunt u het amendement dan intrekken. Als u het laat staan, moet ik het ontraden. We delen het belang van het instrument, maar de tekst van het amendement gaat het college te ver. Constant Martini (Hart voor Den Haag). Als u de plintennota bekijkt, dan staan er allemaal instrumenten in die toegepast kunnen worden. Ze moeten alleen ingericht worden. Er is geen financiering voor het plintenfonds, er is geen financiering voor de HIM. Allemaal financieringen zijn er niet. U zegt over dit punt dat er problemen zijn met de financiering, maar dat is in mijn ogen helemaal niet zo. Als ik uw tekst goed lees, is het oprichten van een HIM in principe een rendabele investering. Wethouder Bruines (D66). Op het moment dat we het gaan gebruiken, maar dat geldt natuurlijk voor al die instrumenten … Stel, er wordt een initiatief ingediend om een pand te bouwen. Daar gaan we een gebiedsvisie op maken. Er komt een plint.
Wat voor soort plint willen we daar? Er is gezegd: kijk ook naar de sociale omgeving. Wat past daar in de omgeving? Wat moeten we nog, al die afwegingen die erin staan, enzovoorts, en welk instrumentarium is daar interessant voor? Dat nemen we op en daar hoort dan ook bij: hoe gaan we dat dan inrichten en wat kost dat? Dat zal op de een of andere manier in de totale financiering van zo'n project mee moeten gaan. U vraagt nu om een aantal mogelijke instrumenten, in ieder geval eentje, naar voren te halen zonder dat we een precies beeld hebben van wat we wanneer daarmee zouden willen doen. Dat zullen we eerst moeten bekijken. Om dat nu naar voren te halen en alvast onverwijld op te richten, dat gaat het college te ver. We zijn het echt wel eens over het belang van dat instrument en ook andere instrumenten, maar alles moet even op z'n tijd. Wij stellen nu een toolbox vast, een groot kader vol met instrumentarium, waarvan we per keer moeten kijken wat we waarvoor inzetten, hoe we dat doen en hoe we dat financieren. Constant Martini (Hart voor Den Haag). Dit is een volstrekt onvoldragen voorstel. Dit is gewoon een praatnota, een praatstukje. Het stelt verder niks voor. Het heeft geen financiële dekking, er zijn geen middelen en we kunnen over een halfjaar weer verder praten. Dat is ongeveer wat u zegt. Wethouder Bruines (D66).
Ik ben bang dat de heer Martini dan toch de kern van dit voorstel ontgaan is. Dat is namelijk de vraag: wat kunnen we als instrumentarium inzetten, hoe kunnen we meer grip krijgen op de ontwikkeling van plinten bij gebiedsontwikkelingen? Wij hebben daar onderzoek naar laten doen en er zijn - zie pagina 7 van het stuk - 30 mogelijke dingen uit voortgekomen die je al dan niet kan inzetten. Op het moment dat je met elkaar, met zo'n ontwikkelaar bezig gaat met een gebiedsontwikkeling, kijk je ook wat het passende instrumentarium is bij wat je daar beoogt. Dan zal dat op dat moment moeten worden ingevoerd. Als het bijvoorbeeld gaat om een verzoek aan een BIZ om een brancheringsplan te maken, dan moeten zij dat doen. Als het gaat om het oprichten van een plinten-bv samen met bijvoorbeeld een ontwikkelaar of andere partners in de omgeving, dan moet je op dat moment beslissen dat je dat gaat doen. Dan zal er een bv moeten worden opgericht en dat kost geld. Dat hoort dan allemaal bij dat project. Maar dit is niet meer en niet minder dan een overzicht van de instrumenten die je kan inzetten om meer grip te krijgen op de ontwikkeling van plinten, punt.
Tot slot het amendement Stuur op plinten op L.C van de Partij voor de Dieren om het volgende dictumpunt toe te voegen: uit te werken hoe planologische instrumenten toe te passen zijn op gebiedsniveau en daarbij in elk geval in te gaan op de doelgroepenverordening en het brancheringsbeleid. Ik zeg tegen de Partij voor de Dieren eigenlijk hetzelfde als net tegen de heer Martini. Het kan heel goed zijn dat deze instrumenten prima toepasbaar zijn op een bepaald moment in een bepaalde situatie. Maar het college vindt het niet verstandig om daar nu een soort algemeen beleid voor de hele stad van te maken. Een doelgroepenverordening kan bijvoorbeeld betekenen dat je zegt: wij vinden het belangrijk om op dit plot, bij deze ontwikkeling zoveel vierkante meter goedkopere bedrijfsruimte te zetten. Die kan je dan afdwingen door op dat moment het instrument van de doelgroepenverordening in te zetten. Dan kan je samen met de ontwikkelaar zeggen: je moet daar 41
zoveel procent. Als we dat nu gaan uitwerken voor de hele stad, dan schiet het zijn doel voorbij. Het lijkt het college uitermate onverstandig om dat op dit moment te doen. Daarom is het amendement ontraden. Robert Barker (PvdD). Volgens mij heeft de wethouder niet echt de kern van het amendement te pakken. Wij zeggen eigenlijk: werk uit hoe je de afweging van dit soort planologische instrumenten maakt en kijk specifiek naar de doelgroepenverordening. De wethouder zegt dat die doelgroepenverordening iets is wat je specifiek doet, maar dat klopt niet. De doelgroepenverordening is gewoon gemeentebreed. Als je die vaststelt, doe je het gemeentebreed. Snapt de wethouder dat ik zoek naar de uitwerking van die planologische instrumenten en dat er bijvoorbeeld van die doelgroepenverordening een soort algemene uitwerking zou moeten komen? Wethouder Bruines (D66). Nee, eigenlijk niet. Tenminste, ik snap wat u zegt, maar ik ben het daar niet mee eens. De eerste keer dat je met elkaar over zo'n gebiedsontwikkeling praat als er een initiatief of een idee is voor een plan, een nieuwe toren, de ontwikkeling CID, Binckhorst of wat dan ook, dan kijk je daar met elkaar naar. 'Hoe ziet wij dat nou? Die plint is heel belangrijk.
Wat willen we daar nou in? Welke instrumenten hebben we dan om daarop te sturen?' Dat is het gesprek dat raad en college met elkaar moeten voeren bij het vaststellen van zo'n visie of van een PUK. Dan moeten we ook met elkaar het gesprek voeren over: hoe willen we dat dan voor elkaar krijgen op die en die manier, hoe belangrijk vinden we dat en hoe zwaar vinden we dat? Dan kijk je met elkaar: vinden wij de instrumenten die het college in de plintenstrategie heeft opgenomen voor die ontwikkeling belangrijk genoeg of vinden we die te licht of te zwaar? Dan kijk je met elkaar: wat doe je dan? Vervolgens werk je die uit en pas je die toe om het beoogde effect te bereiken. Dus de inhoudelijke afweging wat je waar op welke manier gaat doen, vindt plaats in zo'n gebiedsvisie of in zo'n PUK. Dat is het idee. Robert Barker (PvdD). Maar de wethouder snapt toch dat dat niet werkt, dat met elkaar kijken en dan maar kijken of je iets gaat doen? Die doelgroepenverordening heb je gewoon van tevoren nodig. Op het moment dat er een PUK langskomt, kan je niet opeens met elkaar besluiten over die doelgroepenverordening, want dan heeft het college al dat PUK vastgesteld en naar de raad gestuurd. Als we dan nog iets gaan veranderen, zegt het college: nee, die ontwikkelaar trekt zich terug.
Je moet van tevoren een soort kader hebben: wanneer pas je zoiets toe en hoe zou zo'n doelgroepenverordening er nou uitzien? Wethouder Bruines (D66). Maar de ene doelgroepenverordening is de andere niet. In de ene zal staan: we willen 50% van dit of dat. En in de andere staat: we willen 20% van dit of dat. Als u vraagt of ik een format kan maken van hoe een verordening eruit zou kunnen zien - dan hebben we het puur over wat er in een verordening staat - dan kan dat natuurlijk. Maar goed, daar heeft u voorbeelden zat van binnen de gemeente. Het gaat erom dat je specifiek voor een bepaalde plek een bepaald type verordening vaststelt als u dat nodig vindt. Daar gaat het om. De voorzitter. Meneer Barker, de laatste keer. Robert Barker (PvdD). Je kan niet opeens een doelgroepenverordening hebben. Daarbij is het maar de vraag of die doelgroepenverordening kan worden toegepast op dit gebied, dus je zal eerst moeten uitzoeken of een doelgroepenverordening überhaupt mogelijk is. Ik heb het idee dat er niet heel veel voorbeelden van zijn, maar laat ik de vraag concreet maken. Heeft de wethouder nu al een voorbeeld van een doelgroepenverordening die in een andere stad of een andere gemeente dan Den Haag is toegepast, zodat we die als handvat kunnen gebruiken? Wethouder Bruines (D66). Ik moet zeggen dat ik die niet paraat heb, maar ik wil er best naar kijken of die er is.
Ik merk dat er een verschil in beoordeling is van wat dit voorstel behelst. Kijk maar eens nogmaals op pagina 7. Er zijn zo veel verschillende typen instrumenten, van zwaar tot licht, van meer tot minder bemoeienis, van regisseren tot bepalen, die je kan gebruiken om te krijgen wat je wil. Als je bedacht hebt wat je wil, kijk je welke middelen jou ter beschikking staan om dat voor elkaar te krijgen,
42
en die vul je dan in. Je kan dus niet vragen: doe die invulling nou alvast, bij voorbaat voor de hele stad. Constant Martini (Hart voor Den Haag). Je kunt ze toch maken zodat ze beschikbaar zijn? Je kunt toch in een verordening een algemene formulering maken en een uitwerking per gebied of per doelgroep geven? Dat is wat we vragen: maak alsjeblieft instrumenten, zodat het college ze kan toepassen wanneer dat aan de orde is. U zegt: ik maak geen instrumenten, ik kijk wel waar ik terechtkom en dan ga ik eens een keer instrumenten erbij halen. Dat is toch een hele rare positie die u kiest, ook als u met andere partijen moet onderhandelen of praten. Dat lijkt werkelijk nergens op, als ik zo vrij mag zijn. Wethouder Bruines (D66). Ik kom niet verder, denk ik. De instrumenten staan hierin. Wat is een verordening? Dat is een bepaling, die overigens door de raad wordt vastgesteld: wat wil je op een gegeven moment? Die maken we op het moment dat we die nodig hebben. Ik ga nu niet voor de hele stad een soort doelgroepenverordening maken, want het kan zijn dat we straten of gebieden zat hebben waar het helemaal niet handig is om een vorm van doelgroepenverordening te gebruiken. Lesley Arp (SP). De wethouder gaf net in het interruptiedebat met de Partij voor de Dieren aan dat ze ging kijken naar hoe dit instrument in andere steden wordt toegepast, als het al wordt toegepast.
Kan de wethouder aangeven wanneer zij daarop terugkomt? Wethouder Bruines (D66). Ik begrijp uit deze discussie dat u er behoefte aan heeft om wat meer gevoel te krijgen bij wat zo'n instrument precies is en wat daarin staat. Als dat de vraag is, kunnen we best kijken of we daar nog wat meer verdieping in kunnen geven. Maar naar mijn mening staat in de nota redelijk goed uitgelegd wat welk instrument ongeveer is. Het is niet verstandig - dat zou veel te veel tijd, geld en energie kosten - om nu voor een hele stad alle mogelijke instrumenten te gaan bedenken, terwijl er op dat moment misschien helemaal geen ontwikkeling aan de orde is. Nogmaals, er is nu een poging gedaan om voor drie gebieden, Laakhavens, CID en nog eentje, een voorzet te maken hoe zo'n passage in een PUK ten aanzien van de plintenstrategie eruit zou kunnen zien. Daarin staat dan: zet daar die en die instrumenten in omdat we dat en dat willen bereiken. Op het moment dat je het daarover met elkaar eens bent, gaan we daarmee aan de slag. Het voorstel is om er zo mee te gaan werken. Robert Barker (PvdD). Ik heb even gekeken naar het stuk, want u zei dat het er heel duidelijk in staat. Er staat een paar keer PM met een vraagteken, maar er staat ook: verken of dit te vertalen is in een gemeentebrede of gebiedsspecifieke doelgroepenverordening. Dat staat letterlijk in het stuk.
Het gaat dus niet per se om een gebiedsspecifieke of generieke doelgroepenverordening. Er staat ook expliciet dat het moet worden verkend met het Rijk, omdat überhaupt niet duidelijk is of het kan. Dan zou de wethouder er toch ook belang bij hebben om dit verder te gaan uitwerken, om echt een stap te zetten richting hoe we die doelgroepenverordening gaan toepassen en om te kijken of het überhaupt kan? Wethouder Bruines (D66). Dat zullen we ook doen op het moment dat dat aan de orde komt. Het is prima dat je ondertussen zo'n instrument verder verkent. Maar wat hier nu voorligt, is het voorstel om in te stemmen met de toolbox zoals die er ligt. Als u nu gaat amenderen in de toolbox dat bepaalde dingen nu op een bepaalde manier zouden moeten worden uitgewerkt, dan lijkt me dat niet zo verstandig. Het gaat ook om de ontwikkeling van instrumentarium, maar het college stelt voor om dat te doen aan de hand van een concrete opgave op een bepaald moment om dat goed gericht te kunnen doen. Ik wil best kijken of er in andere steden voorbeelden te verzamelen zijn om te zien wat er nodig is om daarmee aan de slag te gaan. Dat is prima, maar dit amendement gaat veel verder. Robert Barker (PvdD). Als ik de wethouder goed begrijp, gaat zij die doelgroepenverordening dus wel verkennen.
Wanneer komt het college daarop terug? Dat is eigenlijk de kern van het amendement: om dat soort zaken scherp te krijgen. Kan de wethouder in elk geval zeggen wanneer het college specifiek terugkomt op de doelgroepenverordening? 43
Wethouder Bruines (D66). Ik vind het heel moeilijk om dat nu te zeggen. Ik moet met het hele college bekijken, het liefst aan de hand van een concreet voorbeeld, wat dat zou kunnen betekenen. Als u vraagt om u iets meer gevoel te geven bij een aantal onderdelen die hierin staan zoals de investeringsmaatschappij en de doelgroepenverordening, dan wil ik best kijken of we over een maand of twee, drie daar een verdiepende brief over kunnen maken om u daar wat meer beeld bij te geven. Zover kan ik nu gaan. Robert Barker (PvdD). Ik denk dat de wethouder wel begrijpt dat dit antwoord juist meer vragen oproept. De wethouder zegt: ik kom er op een gegeven moment mee terug en we zien wel wanneer. De kern van het amendement is dat we wat meer sturing willen hebben en door willen hebben waar we nou mee instemmen. Hoe meer ik de wethouder hoor, hoe meer ik overtuigd word dat ik eigenlijk geen idee heb waar ik mee instem en dat het dan het beste is om er gewoon niet mee in te stemmen. Wethouder Bruines (D66). Het is aan de heer Barker om die afweging te maken. Volgens mij heeft het college een helder stuk aan u voorgelegd. Collega Van Asten en ik hebben nogmaals uitgelegd wat de bedoeling ervan is en dat er een hoeveelheid aan instrumentarium ligt waarvan het ene voor ons wat bekender is dan het ander, dus dat er natuurlijk nog aspecten in zitten die verder uitgewerkt worden.
Ik heb u net toegezegd, zeker waar het gaat om een aantal misschien nieuwe instrumenten waar we verder niet veel ervaring mee hebben, om u daar wat meer gevoel bij te gaan geven en onszelf overigens ook. Het amendement gaat daar verder in. Voorgesteld wordt om het onderwerp branchering bij een BIZ neer te leggen. Het is juridisch-planologisch uitermate ingewikkeld als je dat zou willen doen. Daar hebben we parapluherzieningen voor nodig in bestemmingsplannen en noem maar op. Daar staat er allemaal in. We moeten nu die box vaststellen om er verder mee te kunnen gaan. Volgens mij zijn we heel duidelijk geweest en is het aan u om daarvoor of -tegen te stemmen. Joren Noorlander (D66). Voorzitter. Vanwege de toezegging van de wethouder zou ik graag de motie De juiste plint op de juiste plek op L.4 willen intrekken. De voorzitter. Aangezien motie L.4 D66 is ingetrokken, maakt zij geen onderdeel meer uit van de beraadslaging. De beraadslaging wordt gesloten. -
Afronding debat commissie
Aan de orde is: M.
Ondernemers (Zeeheldenkwartier).
De beraadslaging wordt geopend. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). Voorzitter. We hebben een drietal moties wat betreft de ondernemers. De motie Toegankelijke winkelstraat verzoekt het college om winkelstraten te allen tijde toegankelijk te houden door, indien de werkzaamheden daarom vragen, te kiezen voor de inzet van een verkeersbegeleider en niet voor het afzetten van de straat middels hekwerken. De motie Maatwerk nadeelcompensatie, die ik indien met de heer Roep van de Haagse VVD, verzoekt het college om ambtelijke ondersteuning te bieden bij het aanvragen van nadeelcompensatie, coronajaren die geen representatief beeld geven niet mee te nemen in het vaststellen van een eventuele referentieomzet, maatwerkoplossingen te bieden voor starters en ondernemers die geen drie volle jaren omzetcijfers kunnen overleggen, en de ondernemers in de directe omgeving van werkzaamheden aan de tramlijn de mogelijkheid te bieden om in nijpende situaties tijdens de werkzaamheden al een aanvraag te starten. De motie is medeondertekend door de heer Van Esch van D66, de heer Partiman van het CDA, mevrouw Arp van de SP en mevrouw Klokkenburg van de ChristenUnie/SGP. 44
Om het dossier een beetje af te sluiten en met een positieve wending de toekomst tegemoet te gaan de motie Geef ondernemers vertrouwen terug in de lokale politiek: constaterende dat de stad door het vorige college, onder verantwoordelijkheid van wethouder Van Asten, op veel plekken is opengetrokken waardoor ondernemers niet of slecht bereikbaar zijn; overwegende dat wethouder Mulder de ondankbare taak heeft om dit op te lossen en in goede banen te leiden, en het vertrouwen bij ondernemers tot het nulpunt gedaald is; van mening dat het aantreden van de nieuwe wethouder een belangrijk moment is om het vertrouwen te herstellen; spreekt uit het vertrouwen dat de wethouder de werkzaamheden op een goede manier zal afronden waarbij hij de ondernemersbelangen scherp in het oog houdt en herstel van het ondernemersvertrouwen de rode draad is. De voorzitter. Door de heer Sluijs worden de volgende moties (M.1 Hart voor Den Haag en M.3 Hart voor Den Haag) ingediend:
Motie M.1 Hart voor Den Haag Geef ondernemers vertrouwen terug in de lokale politiek De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 20 oktober 2022, ter bespreking van Ondernemers, Constaterende, dat: • de stad door het vorige college, onder verantwoordelijkheid van wethouder Van Asten, op veel plekken is opengetrokken waardoor ondernemers niet of slecht bereikbaar zijn. Overwegende, dat: • wethouder Mulder de (on)dankbare taak heeft om dit op te lossen en in goede banen te leiden; • het vertrouwen bij ondernemers tot het nulpunt gedaald is. Van mening, dat: • het aantreden van de nieuwe wethouder een belangrijk moment is om het vertrouwen te herstellen. Spreekt uit: •
het vertrouwen dat de wethouder de werkzaamheden op een goede manier zal afronden waarbij hij de ondernemersbelangen scherp in het oog houdt en herstel van het ondernemersvertrouwen de rode draad is.
En gaat over tot de orde van de dag.
Motie M.3 Hart voor Den Haag Toegankelijke winkelstraat De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 20 oktober 2022, ter bespreking van Ondernemers, Constaterende, dat: • de Piet Heinstraat onlangs tussen de Witte de Withstraat en de Zoutmanstraat was afgesloten; • de Piet Heinstraat ook aan de andere zijde is afgesloten in verband met de ontkluizing van het Piet Heinplein en de straat derhalve niet toegankelijk was voor winkelend publiek noch voor leveranciers. Overwegende, dat: • de Piet Heinstraat een belangrijke winkel- en horecastraat is;
45
•
de ondernemers na twee coronajaren en de langdurige werkzaamheden, het water inmiddels aan de lippen hebben staan.
Verzoekt het college: • om winkelstraten te allen tijde toegankelijk te houden door, indien de werkzaamheden daarom vragen, te kiezen voor de inzet van een verkeersbegeleider en niet voor het afzetten van de straat middels hekwerken. En gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter. Door de heer Sluijs, daartoe gesteund door de heer Roep, de heer Van Esch, de heer Partiman, mevrouw Arp en mevrouw Klokkenburg, wordt de volgende motie (M.2 Hart voor Den Haag) ingediend:
Motie M.2 Hart voor Den Haag Maatwerk nadeelcompensatie De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 20 oktober 2022, ter bespreking van afronding debat Ondernemers, Constaterende, dat: • ondernemers in de directe omgeving van de werkzaamheden aan de nieuwe tramlijn inkomsten mislopen doordat ze minder goed bereikbaar zijn; • ondernemers onvoldoende betrokken zijn bij de uitvoering van de werkzaamheden; • de werkzaamheden op diverse plekken in de stad uit gaan lopen. Overwegende, dat: • een sterk MKB nodig is om over het vestigingsklimaat te beschikken dat de gemeente Den Haag nastreeft; • ondernemers er recht op hebben om, bij (omzet)schade door toedoen van de overheid, een beroep te kunnen doen op de nadeelcompensatieregeling; • veel ondernemers door hun reserves heen zijn vanwege de coronacrisis; • ondernemers aangeven moeite te hebben met het proces rondom de aanvraag van nadeelcompensatie. Van mening, dat: • de gemeente Den Haag medeverantwoordelijk is voor het creëren van de omstandigheden waarin middenstanders kunnen ondernemen.
Verzoekt het college: • ambtelijke ondersteuning te bieden bij het aanvragen van nadeelcompensatie; • coronajaren die geen representatief beeld geven niet mee te nemen in het vaststellen van een eventuele referentieomzet; • maatwerk oplossingen te bieden voor starters en ondernemers die geen drie volle jaren (omzet)cijfers kunnen overleggen; • de ondernemers in de directe omgeving van werkzaamheden aan de tramlijn de mogelijkheid te geven om in nijpende situaties tijdens de werkzaamheden al een aanvraag te starten. en gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Wethouder Mulder (VVD). Voorzitter. Ik begin met de motie van Hart voor Den Haag over de toegankelijke winkelstraat. Wanneer er werkzaamheden zijn in een winkelstraat, wordt alles in het 46
werk gesteld om ervoor te zorgen dat de winkelpanden zo veel mogelijk toegankelijk blijven voor het winkelend publiek. Daarvoor worden vaak extra voorzieningen getroffen, zoals tijdelijke looppaden. Maar tegelijkertijd moeten we ook de veiligheid van de inwoners en bezoekers waarborgen tijdens deze werkzaamheden. Dat doen we door zo veel als mogelijk te voorkomen dat inwoners en bezoekers over het bouwterrein moeten of kunnen lopen. Daarbij is het gebruik van bouwhekken vaak noodzakelijk. Bij het plaatsen van bouwhekken proberen we uiteraard zo veel mogelijk ruimte over te houden voor de inwoners en bezoekers. Ik moet deze motie dus ontraden, mede omdat het zeven dagen in de week, 24 uur per dag toegankelijk houden van alle winkelstraten waar bouwwerkzaamheden plaats moeten vinden heel arbeidsintensief is en vanwege de inhuur van mensen daarvoor heel begrotelijk zal worden. De motie wordt dus ontraden. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). Ik begrijp de overweging wel die de wethouder hier uit, maar ik zie op veel plekken, met name in het Zeeheldenkwartier, dat er verkeersregelaars om zich heen staan te gluren. Die staan te kijken naar een plein terwijl aan de andere kant hekken neergezet zijn. Dan denk ik: als we die mensen daar neerzetten en ze daar het verkeer begeleiden, dan kan die straat gewoon open zijn.
Het gaat ook om een wat betere inzet van de verkeersbegeleiders, die hier en daar wat te wensen overlaat. Wethouder Mulder (VVD). Natuurlijk proberen wij zo goed mogelijk te kijken wat verkeersregelaars kunnen doen, maar je kan niet alles oplossen. Je hebt gewoon hekken nodig omdat een verkeersregelaar niet alle kanten tegelijk op kan kijken. Je wil ook niet dat mensen een ongeluk krijgen of gewond raken, dus je hebt die hekken nodig. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). Ik ben dat niet helemaal met de wethouder eens; dat zal hij begrijpen. We hebben bij de Piet Heinstraat gezien dat de straat daar de hele dag is afgesloten terwijl de graafmachines nog niet in de buurt kwamen. Sterker nog, ze waren niet eens bezig op dat moment. Die straat is helemaal onbereikbaar. Dat moeten we de ondernemers toch niet aan willen doen? Ik hoop de wethouder een kleine suggestie te kunnen geven, ook mijn kant op, hoe we wel met een motie uit de voeten kunnen, zodat we dit zo veel mogelijk gaan voorkomen. Wethouder Mulder (VVD). Ik ga dit zo meteen ook zeggen over de andere motie. Het is moeilijk bereikbaar, maar niet onbereikbaar. Ik wil dat toch even gemarkeerd hebben, want dat wordt gesuggereerd. Nogmaals, met verkeersregelaars kun je niet alles doen in de hele stad. Vandaar dat we deze motie ontraden.
Natuurlijk moeten we goed kijken hoe het efficiënt en zo goed mogelijk kan, zodat de winkels zo goed mogelijk bereikbaar blijven. Dat proberen we ook te doen, maar daar heb je toch ook hekken voor nodig. Dan de motie Geef ondernemers vertrouwen terug in de lokale politiek. Het college herkent zich niet in de door Hart voor Den Haag genoemde constatering, maar dank voor het gestelde vertrouwen. Voor de rest laten we deze motie aan de raad. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). Waar herkennen de wethouder en het college zich dan niet in? Wethouder Mulder (VVD). Ik zei het net al: het is moeilijk bereikbaar, maar niet onbereikbaar. De constatering klopt dus niet en die corrigeer ik. Voor de rest is het een vertrouwensvraag, en die laat ik aan de raad. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). Dan haal ik 'niet' eruit en maken we er 'slecht bereikbaar' van. Ik denk dat de wethouder 'm dan kan omarmen. Wethouder Mulder (VVD). Het is een vertrouwensmotie en dan is het oordeel raad. Ik dank u daarvoor, maar ik zeg verder niks over deze motie. Ik laat 'm oordeel raad. Het is een vertrouwensvraag. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). Dan zeg ik tegen de raad: 'niet' gaat eruit, we houden het op 'slecht bereikbaar' en ik reken op uw steun. 47
De voorzitter. Door de heer Sluijs wordt de volgende gewijzigde motie (M.1 Hart voor Den Haag) ingediend:
Motie M.1 Hart voor Den Haag Geef ondernemers vertrouwen terug in de lokale politiek (gewijzigd) De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 20 oktober 2022, ter bespreking van Ondernemers, constaterende, dat: • de stad door het vorige college, onder verantwoordelijkheid van wethouder Van Asten, op veel plekken is opengetrokken waardoor ondernemers slecht bereikbaar zijn. overwegende, dat: • wethouder Mulder de (on)dankbare taak heeft om dit op te lossen en in goede banen te leiden; • het vertrouwen bij ondernemers tot het nulpunt gedaald is. Van mening, dat: • het aantreden van de nieuwe wethouder een belangrijk moment is om het vertrouwen te herstellen. Spreekt uit: •
het vertrouwen dat de wethouder de werkzaamheden op een goede manier zal afronden waarbij hij de ondernemersbelangen scherp in het oog houdt en herstel van het ondernemersvertrouwen de rode draad is.
En gaat over tot de orde van de dag. De gewijzigde motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Wethouder Bruines (D66). Voorzitter. Ik wil graag reageren op de motie Maatwerk nadeelcompensatie. Zoals u misschien weet, heeft het college afgelopen dinsdag - 'eindelijk' zeg ik tegen de heer Sluijs - de regeling vastgesteld. Die regeling is eigenlijk een formele bevestiging, een formele vastlegging van staand beleid op het gebied van nadeelcompensatie. Het onderwerp is nu heel actueel door de ontwikkelingen Zoutmanstraat/Torenstraat. We hebben daar vorige week een uitgebreide commissievergadering over gehad, waarin mensen ook hebben ingesproken. Namens het college wil ik hier nog een keer benadrukken dat het natuurlijk een verschrikkelijk vervelende en nare situatie is. Het is toch een heel ingrijpende situatie voor ondernemers daar. We hebben daar veel verhalen over gehoord. Ik begrijp de zorgen die iedereen heeft en die men ook heeft geuit. We nemen die heel serieus. De brief die het college heeft gevoegd bij de regeling die is vastgesteld, gaat ook in op wat we vorige week bespraken en komt eigenlijk overeen met hetgeen in de motie wordt gevraagd. In die zin kan het college zeggen dat we het eens zijn met alles wat nu wordt gevraagd. We willen dat van harte doen en vinden dat ook heel belangrijk. We gaan dat doen.
Wat nog wel ingewikkeld is omdat het niet helemaal is zoals de nadeelcompensatieregeling tot nu toe wordt uitgevoerd, is dat het meestal over jaarcijfers gaat. In de motie wordt gevraagd om dat nu en ook tussentijds te doen. Dat moet kunnen; dat gebeurt in sommige andere gemeentes ook. Maar we moeten wel juridisch precies kijken hoe we dat handig inregelen. Ik wil wel even genoemd hebben dat het niet allemaal meteen morgen klip-en-klaar staat, maar dat we alles op alles zetten om het op een goede manier voor elkaar te krijgen en mensen er goed over te informeren. Collega Mulder en ik gaan daar morgen met een aantal mensen uit de omgeving spreken en er ook een beetje rondkijken. Iedereen wordt goed geïnformeerd over hoe het kan en ook hoe men ondersteuning kan krijgen vanuit de gemeente, via het ondernemersportaal of in welke vorm dan ook door mensen die kunnen helpen om duidelijk te maken wat er nodig is. Wij kunnen natuurlijk niet voor partijen de gegevens gaan 48
aanleveren. Dat zal iedereen zelf moeten doen. Ze zullen moeten aantonen dat er onevenredig nadeel is geleden. Je hebt dus altijd referentiecijfers nodig. Drie jaar is in dit geval ingewikkeld door corona, terwijl sommigen later zijn begonnen. Er zal gekeken moeten worden hoe het wel zo goed mogelijk te benaderen is. We gebruiken daar vaak de adviezen voor van een externe schade-expert die vaker met dit bijltje heeft gehakt. Dat zullen we in dit geval ook doen. Dat alles gezegd hebbende, denk ik dat het een steun in de rug is als deze motie wordt aangenomen. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). Dank aan de wethouder voor de uitgebreide beantwoording. Er kijken veel ondernemers mee. Zij hebben heel veel hoop gesteld in ons allemaal hier, dus ik ben blij dat we met zo'n brede meerderheid onder de motie kunnen staan. Wellicht is de afdoening ervan een mooi moment om terug te komen op alle punten die u zojuist heeft aangegeven. Dan hebben we helderheid naar de raad en vooral naar de stad. Wethouder Bruines (D66). Dank voor deze opmerkingen. Het lijkt me goed om dat te doen. Nu iedereen toch meekijkt, wil ik nog zeggen dat er een procedure aan vastzit. Dat is niet de allermakkelijkste, maar we moeten het wel zorgvuldig en objectief doen, en iedereen moet gelijkwaardig worden behandeld. We zien erop toe dat dat zo goed mogelijk wordt gedaan.
Mensen weten ook goed waar ze ons kunnen vinden als ze problemen hebben. De beraadslaging wordt gesloten.
Aan de orde is: N.
Subsidieregeling gevels Spuistraat en Vlamingstraat Den Haag 2022 (RIS312557).
Voorzitter: de heer Sluijs. De beraadslaging wordt geopend. Lesley Arp (SP). Voorzitter. Het is goed dat de Spuistraat en de Vlamingstraat een opknapbeurt krijgen, maar de door de gemeente opgetuigde 'wie het eerst komt, wie het eerst maalt'-regeling waarvoor ook vermogende vastgoedbedrijven in aanmerking komen, vindt de SP echt een onbezonnen manier om met ons gemeenschapsgeld om te gaan. Daarom dienen we een iets gewijzigde motie met het volgende dictum: roept het college op voortaan in ons subsidiebeleid het uitgangspunt toe te passen dat er bij subsidies die ten goede komen aan vastgoedbedrijven ook naar het vermogen en/of de omvang van de vastgoedportefeuille wordt gekeken, zodat subsidiegeld enkel ten goede komt aan pandeigenaren die dit echt nodig hebben. De voorzitter. Door mevrouw Arp wordt de volgende motie (N.1 SP) ingediend:
Motie N.1 SP Laat rijke vastgoedbedrijven hun eigen boontjes doppen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 20 oktober 2022, ter bespreking van Subsidieregeling gevels Spuistraat en Vlamingstraat. Constaterende, dat: • het college een subsidieregeling in het leven heeft geroepen voor het opknappen van de gevels aan de Spuistraat en Vlamingstraat; • de subsidie van totaal € 400.000 wordt verleend vanuit het sociaaleconomisch herstelplan dat in het leven is geroepen naar aanleiding van de coronacrisis.
49
Overwegende, dat: • hoewel het hard nodig is dat de Spuistraat en Vlamingstraat een opknapbeurt krijgen, het geld nu veelal terechtkomt bij vermogende vastgoedbedrijven die miljoenenwinsten boeken. Van mening, dat: • het wrang zou zijn als de uitwerking van deze subsidie uiteindelijk is dat 400.000 euro van ons geld voor het aanpakken van de crisis in de zakken van vermogende vastgoedeigenaren verdwijnt, terwijl veel kleine ondernemers amper het hoofd boven water kunnen houden en veel inwoners in onze stad worstelen met stijgende kosten. Roept het college op: • voortaan in ons subsidiebeleid het uitgangspunt toe te passen dat er bij subsidies die ten goede kunnen komen aan vastgoedbedrijven ook naar het vermogen en/of de omvang van de vastgoedportefeuille wordt gekeken, zodat subsidiegeld enkel ten goede komt aan pandeigenaren die dit echt nodig hebben. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Wethouder Bruines (D66). Voorzitter. Het college ontraadt deze motie en wel om de volgende reden. Het is overigens goed om te constateren dat het doel van een subsidieregeling om gevels op te knappen, wordt ondersteund. Zo lees ik de motie in ieder geval, maar er zijn in dit geval een aantal dingen aan de orde. Over het algemeen worden subsidies met een bepaald doel gegeven ter stimulering.
In dit geval gaat het om het verbeteren van de uitstraling van een winkelstraat. Voorafgaand wordt meer in algemene zin bekeken of het geld goed terechtkomt en of er geen sprake is van bijvoorbeeld staatssteun. Er zit altijd een juridische toets in. Het gaat niet om een volledige subsidie, maar om een prikkel om zelf te investeren. In dit geval gaat het om een subsidie aan eigenaren van vastgoed om de gevels in de Spuistraat aan te pakken conform het vastgestelde beeldkwaliteitsplan. Dat komt omdat we al jarenlang ertegenaan lopen dat de mooie straat en de mooie gevels steeds minder zichtbaar worden. De subsidieaanvraag is er juist op gestoeld dat die eigenaren daarin gaan investeren en daar financieel aan gaan bijdragen. Als men gestimuleerd wordt door de kleine subsidie die we daarvoor kunnen geven, dan hopen we daarmee die opknapbeurten te versnellen. Er zijn inmiddels een aantal aanvragen binnen, die op dit moment worden beoordeeld. Een heel groot deel van de regeling, verreweg het grootste deel, komt bij de eigenaren van die panden terecht. Daarnaast is het juridisch ontzettend lastig om onderscheid te maken naar vermogen, als dat überhaupt al een grondslag mag zijn om een subsidie toe te kennen of te weigeren. Dat moet dus wel standhouden bij de rechter, nog even los van de vele verschillende types eigenaren die we hebben in onze stad. Lesley Arp (SP).
Dat is eigenlijk de reden waarom mijn fractie nog in de motie heeft opgenomen om bijvoorbeeld ook te kijken naar de omvang van de vastgoedportefeuille. We hebben laatst gesproken over een pand van de Campus Leiden. Dat is in eigendom van CBRE. Dat is een grote vastgoedbelegger, ook in de buurt van de Spuistraat/Vlamingstraat. Dat is een internationale speler met een miljardenomzet per jaar. Als wij als gemeente zo weinig vet op de botten hebben, moeten we dan niet onze subsidiemaatregelen slimmer inrichten zodat er geen cent belastinggeld naar dit soort hele rijke partijen gaat die allang hun panden hadden kunnen opknappen? Wethouder Bruines (D66). Dat raakt aan wat ik net aan het zeggen was over die vastgoedeigenaren. Soms gaat het om beleggers. Soms zijn het institutionele beleggers. Soms zijn het kleine of grotere private beleggers. Er zijn heel veel verschillende beleggers of eigenaren. Wij willen met een financiering of in dit geval met een subsidie een investering uitlokken. Dat doen we omdat we tempo willen maken met het opknappen van die straat. Daarbij kijken wij niet in de bedrijfshuishouding en 50
begroting van degene die de subsidie aanvraagt. Dat behelst de regeling niet. Gevraagd wordt om dat in algemene zin überhaupt te gaan doen. Deze maar ook andere regelingen kunnen zijn bedoeld om een investering uit te lokken en een ontwikkeling op gang te brengen. Een inkomenstoets of wat dan ook speelt hier geen rol bij. Ik zou het ook zeer onwenselijk vinden om dat te doen. Lesley Arp (SP). De wethouder verwijst naar de bestaande regeling. Ik heb niet de illusie dat we nu echt kunnen inbreken in de bestaande regeling. Waar het mij om gaat, is dat we niet meer dit soort onbezonnen subsidieregelingen in het leven roepen waarbij grote vastgoedbeleggers kunnen meedingen naar gemeenschapsgeld. Deze motie is bedoeld als een opdracht aan het college om erover na te denken hoe we dat slimmer kunnen inrichten. Laat mensen bijvoorbeeld eerst opgeven hoeveel panden ze in bezit hebben. Aan dat soort zaken denk ik dan. Is er geen enkele wil vanuit het college om daar wat slimmer over na te gaan denken, gezien onze krappe gemeentebegroting? Wethouder Bruines (D66). Ik denk dat in algemene zin subsidies terecht moeten komen bij het doel waarvoor ze beoogd zijn. Volgens mij zijn we het met elkaar eens dat het belangrijk is dat ook de binnenstad kwalitatief hoogwaardig blijft en dat alle partijen, ook de gemeente, zich daarvoor inspannen.
Wij hebben gezegd dat we juist in de postcoronatijd willen proberen hierin versnelling aan te brengen. Daarom hebben we het beeldkwaliteitsplan vastgesteld. Daarom hebben we een stimuleringssubsidie gemaakt voor eigenaren, of ze nou groot of klein zijn. We zijn heel blij dat er inmiddels een aantal aanvragen liggen. Dat betekent dat we sneller weer een mooie straat hebben dan wanneer we het op zijn beloop laten. Ik begrijp de achtergrond van de opmerkingen van mevrouw Arp, maar het college is het daar niet mee eens. Deze motie is dus ontraden. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. De stemming over de motie is aan het einde van de vergadering.
Aan de orde is: O.
Opvang vluchtelingen (RIS313371).
De beraadslaging wordt geopend. Fatima Faïd (HSP). Voorzitter. Ik heb de motie Beëindig zakelijk contact met huisjesmelker: constaterende dat er momenteel 75 vluchtelingen worden opgevangen in een hotel dat gelinkt is aan een beruchte huisjesmelker die meermaals strafrechtelijk vervolgd is, dit hotel eerder ook al door de gemeente gebruikt is voor de tijdelijke crisisopvang van dakloze mensen en Oekraïense vluchtelingen; verzoekt het college per direct op zoek te gaan naar een alternatieve locatie voor de 75 vluchtelingen en daarna alle zakelijke contacten met deze eigenaar te verbreken. De motie is medeondertekend door mevrouw Arp van de SP. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Ik zoek een beetje op het moment dat de raad vraagt om een vergunning te verstrekken aan een specifieke ondernemer of een vergunning af te nemen van een specifieke ondernemer. Misschien kan mevrouw Faïd dat een beetje toelichten. Fatima Faïd (HSP). Ik begrijp uw vraag niet helemaal precies, dus misschien kunt u die een beetje verhelderen. Volgens mij heb ik gezegd dat het een beruchte huisjesmelker is. In verschillende steden komt hij niet door de Bibob-toets. Het lijkt mij heel onwenselijk dat de gemeente zaken doet met dit soort 'ondernemers', zeker als het om kwetsbare mensen gaat. Maar misschien kunt u nog even verhelderen wat u precies bedoelt. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag).