CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS313585 Notulen raad 6 oktober 2022

Gemeenteraad 10 november 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Vaststelling van de Notulen van 6 oktober 202233.375 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Dan ga ik vrij snel naar de moties. Daar is al uitgebreid over gesproken en er ligt tenslotte ook een set schriftelijke vragen voor het debat. Hart voor Den Haag wil geen vergunning voor padelbanen zonder landelijke richtlijnen. Hoewel wij als college graag die regels zo snel mogelijk tot ons willen nemen als die er zijn, om daarmee aan de slag te gaan, kunnen we juridisch niet stoppen met vergunningenprocessen. Zeker voor niet-gemeentelijke grond - ik kom daar straks bij de motie van de Partij voor de Dieren nog op terug - is deze motie dan ook niet uitvoerbaar. Ik hoop dus dat we zo snel mogelijk aan de slag kunnen als die regels er zijn. Wij snappen de intentie van deze motie dus heel goed, maar we kunnen die op basis van juridische wetgeving niet omarmen. Dan de motie van de Partij voor de Dieren: geef invulling aan de eigenaarsrol bij padel. Juist omdat we eigenaar van die grond zijn, kunnen deze oproepen aan het college wel, en kunnen we daarmee zorgen dat dit een duidelijk kader krijgt. Deze motie kunnen we dus weer wel omarmen. Ik ga een deel doen van de motie van de Partij van de Arbeid, want daar zitten nog wat vragen bij aan de andere portefeuillehouder. Die neemt het zo van mij over. De eerste drie dicta kan het college overnemen, en dadelijk komt collega Bredemeijer met de opmerkingen over het laatste dictum en met nog wat vragen.

Tot slot is er een motie ingediend door de Haagse Stadspartij. Die vraagt ons eigenlijk om te onderzoeken of de gemeente via een paraplubestemmingsplan op een andere wijze kan vastleggen dat er alleen nog maar indoorpadelbanen worden aangelegd. Zo'n parapluherziening dient echt zorgvuldig te gebeuren, met veel onderzoeken daaraan ten grondslag liggend. Alleen kost dat een heleboel tijd, en dat zouden we op basis van de Omgevingswet, waarmee we nog niet werken met parapluvoorzieningen, niet meer redden. Dat zouden we dan namelijk voor 31 december al klaar moeten hebben. Los daarvan hebben we er ook nog mee te maken dat het juridisch ook hier onmogelijk is om op basis van de bestaande gronden te weigeren omdat het alleen een indoorbaan mag zijn. Voorzitter: de heer Van Zanen. Robert Barker (PvdD). Even een check. Ik heb het idee dat u misschien een oude versie van de motie hebt. Deze motie zegt namelijk niks over parapluherzieningen. Zou dat misschien kunnen? De voorzitter. Heeft u een oude motie of een nieuwe motie? Tja, er staat natuurlijk geen tijdstip op. Wethouder Van Asten (D66). Ik heb de motie op papier waarin staat: verzoekt het college te onderzoeken of de gemeente via een paraplubestemmingsplan of op een andere wijze kan vastleggen dat er alleen nog maar indoorpadelbanen worden aangelegd. Fatima Faïd (HSP). Sorry, ik denk dat u dan inderdaad de verkeerde versie heeft.

Dank u wel trouwens, meneer Barker, voor uw oplettendheid. We hebben de motie aangepast; die is nu anders. De voorzitter. O jee. En u zou het nog wel allemaal zo kort en bondig doen. Maar we gaan het regelen. Kan gebeuren; we zijn allemaal mensen. Fatima Faïd (HSP). Het is het college dat niet helemaal aan het opletten is geweest, denk ik dan maar, haha! De voorzitter. Nee, want wij baseren ons op de ingediende moties, kom op! U heeft hem ook niet van tevoren … Fatima Faïd (HSP). Zal ik de motie nog een keer voorlezen? De voorzitter. Ja, lees hem even voor. En de wethouder wil even kijken.

36

Fatima Faïd (HSP). Verzoekt het college te onderzoeken of de gemeente een 'nee, tenzij'-beleid kan invoeren voor padelbanen in de openlucht, waarbij alleen toestemming voor buitenbanen wordt gegeven als er aantoonbaar geen overlast in de omgeving zal zijn … De voorzitter. Zo heeft u het ook voorgelezen. Fatima Faïd (HSP). … en er geen alternatieve realisatie van padelbanen binnen bestaande indooraccommodaties of hallen mogelijk is. De voorzitter. Ik herinner het me. Zo heeft u de motie voorgelezen. Maar ja, als wij de tekst niet krijgen … Ik zie dat wethouder Van Asten even een schorsing nodig heeft. Dan gaat wethouder Bredemeijer zijn deel alvast beantwoorden. Wethouder Bredemeijer (CDA). Voorzitter, hartelijk dank. Aan mij zijn vragen gesteld over de relatie tussen sportverenigingen, gemeentelijke sportaccommodaties en de sport padel. Het is misschien goed om even te schetsen hoe dat in z'n werk gaat op het moment dat er een verzoek tot ons komt. Als het gaat om gemeentelijke sportaccommodaties checken wij natuurlijk als eerste welk type sportgelegenheid er wordt ingeleverd. Een voetbalveld en een korfbalveld zijn voorbeelden van velden waar veel behoefte aan is in de stad; er is zelfs een tekort aan. Dan zullen we natuurlijk eerder nee zeggen. Dat is de eerste check. De tweede check is natuurlijk hoe beheer en onderhoud eruitzien als er een nieuw veld komt te liggen.

Kan dat nog beheerd en onderhouden worden? En is de toegankelijkheid voor de hulpdiensten nog gewaarborgd? Dat is een belangrijke check. Vervolgens stel je de vraag over een akoestisch onderzoek en een natuuronderzoek of ecologisch onderzoek. Dat zijn belangrijke checks. Als die onderzoeken zijn gedaan en de ODH, de Omgevingsdienst Haaglanden, akkoord is met het akoestisch onderzoek en DSB akkoord is met de natuurtoetsen, is daarmee de privaatrechtelijke goedkeuring gegeven. Dat betekent dat een partij een omgevingsvergunning kan gaan aanvragen, en dat is de stap die zojuist door collega Van Asten is behandeld. Dat is even de voorkant wanneer het om gemeentelijke sportaccommodatie gaat. Dit is belangrijk omdat we inderdaad in onze volle stad heel veel waarde hechten aan sportgelegenheden en zeker niet willen inleveren. Op het moment dat er een privaat initiatief komt dat ten koste gaat van een publiek initiatief moeten we dat natuurlijk tegenhouden. Voor het overige is het zo dat dit eigenlijk altijd om private initiatieven gaat. Dat zijn dus commerciële initiatieven. Daarmee is dit dus ook geen onderdeel van het IHP Sport. Er werd zojuist gevraagd of dat een mogelijkheid was, maar het IHP Sport ziet echt op onze eigen gemeentelijke sporten. Daar zit bijvoorbeeld tennis ook niet bij; dat is in de meeste gevallen ook privaat. In ieder geval ziet het IHP Sport hier niet op.

Ik denk dat dit belangrijke aandachtspunten zijn, waarmee ik ook gelijk het laatste dictum van de motie van de heer Ahraui van de Partij van de Arbeid heb geapprecieerd. Ik sluit me aan bij datgene wat collega Van Asten al heeft gezegd, namelijk dat we die motie kunnen omarmen. Robert Barker (PvdD). Even een vraag ter verduidelijking over de private rol. De wethouder zei dat die toestemming vóór de vergunningsaanvraag uit gaat. Dat is de gebruikelijke procedure, maar in de commissie zei wethouder Mulder dat het erna gebeurt, dus dat het in de situatie van Mariahoeve nog niet was gebeurd. Klopt dat? Wethouder Bredemeijer (CDA). Ik moet het antwoord over deze exacte casus even schuldig blijven. Dat weet ik eerlijk gezegd niet. Wat ik net geschetst heb, is de situatie waarin er een initiatief plaatsvindt op een gemeentelijke accommodatie. Bij een voetbalvereniging waar ik onlangs was, ligt bijvoorbeeld een betonnen veldje dat niet echt vaak meer gebruikt wordt. Daar kun je een padelbaan aanleggen. Dan geldt dit. Op de vraag hoe het precies zit met de volgorde in deze casus, moet ik het antwoord echt even schuldig blijven. Robert Barker (PvdD). Dat snap ik. Is het dan mogelijk dat de wethouder daar nog in een brief of zo op terugkomt? De reden is dat mensen die hier nu mee te maken hebben en bij wie er nu een

37

vergunningsaanvraag loopt, moeten snappen in welk stadium het zit en in hoeverre ze er eventueel nog iets tegen kunnen doen. Wethouder Bredemeijer (CDA). Dat begrijp ik op zich heel goed. Zoals ik het zojuist geschetst heb, is de gang van zaken bij bijvoorbeeld verenigingen. Collega Van Asten is natuurlijk verantwoordelijk voor het vergunningenbeleid. Als daarin iets niet klopt, moeten we het oplossen. En op het moment dat er vragen zijn bij bewoners die bijvoorbeeld tegenover zo'n accommodatie wonen, dan moeten die ook bij ons te rade kunnen gaan. Daar staan we voor open. Daar is onze afdeling sportvoorzieningen ook voor open. Ik hoop dus dat dat voldoende is voor de heer Barker. Robert Barker (PvdD). Nog niet helemaal, omdat we juist over de situaties waar we nu mee te maken hebben, de motie hebben ingediend om terughoudend te zijn vanuit de privaatrechtelijke rol. Eigenlijk had ik het idee, gegeven de beantwoording van Mulder in de commissie, dat dat dan van toepassing was op deze situaties. Het is dus wel belangrijk om te snappen of dat 'nee, tenzij'-beleid nu direct geldt voor die situaties of niet. Wethouder Bredemeijer (CDA). Vanuit onze privaatrechtelijke rol zijn we natuurlijk in die zin terughoudend, want ik heb zojuist geschetst welke checks we allemaal doen voordat we die privaatrechtelijke goedkeuring geven.

In de afgelopen jaren hebben we natuurlijk ook heel intensief contact gehad met bijvoorbeeld de KNLTB. Dat is een partij waar we gewoon heel veelvuldig mee overleggen. Dat zijn allemaal wel zaken die we doen, juist ook in het belang van bewoners in de omgeving van zo'n terrein. De voorzitter. Akkoord. Dank, wethouder Bredemeijer. Dan herneemt wethouder Van Asten zijn betoog. Wethouder Van Asten (D66). Een andere motietekst, een ander antwoord, zullen we maar zeggen! Er is snel overlegd om te kijken hoe we dit precies zien. Dit vraagt wel om een onderzoek. Hopelijk kunnen we binnenkort toch terugkomen op die regels die worden voorgesteld, onder andere via de VNG. Het lijkt ons mooi om daarvan weer even een complete brief te maken, waarin we dan ook zullen ingaan op deze motie. Deze motie nemen we graag mee, dus die wordt daarmee omarmd. Coen Bom (Hart voor Den Haag). Ik heb een vraag aan meneer Van Asten, om toch nog even voort te borduren op wat meneer Barker net zei. We hebben bij de Van Hogenhoucklaan de situatie dat de vergunning al is afgegeven. Daar zitten ze zelfs al in de dwangsomsfeer. Die mensen wil ik ook gerust kunnen stellen. U zegt dat u de regels gaat hanteren die VNG en KNLTB opstellen. Geldt dat dan ook voor de al vergunde vergunning? Wethouder Van Asten (D66).

Zolang ik nog niet weet welke regels er worden voorgesteld, kan ik ook niet zeggen of we die gaan hanteren. Dat zou anders natuurlijk gek zijn. Maar we kijken er wel zeer welwillend naar uit, want het zou voor het eerst zijn dat er iets van regelgeving op padel komt. Op dit moment liggen er op twee locaties banen, en de banen die er nog niet liggen, staan nu natuurlijk allemaal nog voor het poortje van het eigen geluidsonderzoek. Laten we niet vergeten dat dat geluidsonderzoek, dat bij de ODH ligt, nog een hele grote drempel is. Je mag simpelweg niet zo veel lawaai maken, of je dat nou doet door je stereotoren heel hard aan te zetten of op een andere wijze. Coen Bom (Hart voor Den Haag). Ik bedoel eigenlijk het volgende te zeggen. Over die richtlijnen heb ik gisteren nog contact gehad met meneer Roelofsen, off the record. De kans bestaat dat er een regel gaat komen van 160 tot 200 meter vanaf de padelbanen. Als dat zo is, gaat die dan ook gelden voor de al vergunde situatie op de Van Hogenhoucklaan? Dat bedoel ik eigenlijk. Wethouder Van Asten (D66). Daar moet ik het antwoord nu even op schuldig blijven. Als je nieuwe regels implementeert, zijn die dan ook van toepassing op een oude situatie? Meestal niet, zeg ik daarop, maar we moeten natuurlijk wel gaan kijken welke eisen er worden gesteld en welke eisen er nu al liggen.

We zullen er dus zeker naar kijken wat het betekent voor de bestaande en de vergunde 38

banen. Maar goed, het zal ook een juridisch verhaal zijn of de initiatiefnemer zich daar wel of niet op kan beroepen. De voorzitter. Dit is hetzelfde thema als Van Asten noemde. Is het denkbaar dat er nog even een korte aantekening komt, of is dat moeilijk? Of ga je dat in de brief opnemen zodra de VNG-spullen binnen zijn? Wethouder Van Asten (D66). De speciale aantekening! Dat is een mooi novum. Laat ik daarop ingaan. Op het moment dat we die richtlijnen krijgen, gaan we kijken hoe we die gaan implementeren. Ik denk dat het goed is dat we er dan een hoofdstukje aan wijden hoe dit ziet op bestaande situaties. De voorzitter. Dat lijkt me hanteerbaar. Dank u wel, wethouder Van Asten. Dat was de eerste termijn van het college. Is er behoefte aan een tweede termijn? Dat is niet het geval, zie ik. De beraadslaging wordt gesloten. -

Afronding debat commissie.

Aan de orde is: N. Raadsmededeling ontwerpbestemmingsplan Parapluherziening Flitsbezorging (RIS312351) De beraadslaging wordt geopend. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. Het is goed dat we nu eindelijk iets gaan doen aan de snelle opkomst van de flitsbezorgdiensten in onze stad. Wat ons betreft is het weren van dark stores uit winkelgebieden een goede eerste stap, maar dan zijn we er nog niet. Flitsbezorgdiensten zijn namelijk in feite logistieke bedrijven die boodschappen van A naar B brengen, en dit soort bedrijven hoort op bedrijventerreinen en niet in woonwijken. Wat ons betreft wordt er daarom naast deze parapluherziening een nieuw voorstel voorbereid, om dark stores ook te weren uit woonwijken. Dat voorstel dien ik in samen met de collega's Sluijs, Sewtahal, Arp, Faïd, Kruis en Gerritsen. Ik zou het dictum nog graag willen voorlezen: verzoekt het college dark stores c.q. distributiecentra van flitsbezorgdiensten enkel mogelijk te maken op bedrijventerreinen en daartoe naast de huidige parapluherziening een nieuw voorstel aan de raad te sturen in lijn met de Omgevingswet. Alexander Roep (VVD). Bedoelt mevrouw Klokkenburg met deze motie nou dat ook een meer hybride locatie als de President Kennedylaan uitgesloten moet worden? Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP).

Deze motie beoogt om nieuwe vestigingen van flitsbezorgdiensten niet in woonwijken te laten landen. Alexander Roep (VVD). Precies. Dus een locatie aan een doorgaande weg, ergens waar geen mensen wonen, zou wat u betreft nog steeds een optie zijn na deze motie. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Ik vraag me af waar we in Den Haag nog doorgaande wegen hebben zonder huizen eromheen. Maar zoals er in het huidige raadsvoorstel een 'nee, tenzij'optie staat, zal die er ook in een nieuw voorstel kunnen komen. Als er dus hele goede redenen zijn om het op een exacte locatie wel te doen, zou een Wabo-procedure doorlopen kunnen worden om daar wel een vestiging te krijgen. De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg, daartoe gesteund door de heer Sluijs, de heer Sewtahal, mevrouw Arp, mevrouw Faïd, mevrouw Gerritsen en de heer Kruis, wordt de volgende motie (N.1 CU/SGP) ingediend: 39

Motie N.1 CU/SGP weer dark stores ook uit woonwijken De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 6 oktober 2022, ter bespreking van de Raadsmededeling Ontwerpbestemmingsplan Parapluherziening Flitsbezorging (RIS312351), constaterende, dat: • in het Ontwerpbestemmingsplan Parapluherziening Flitsbezorging de vestiging van dark stores van flitsbezorgdiensten wordt verboden in de hoofdwinkelstructuur; • de toenmalige wethouder FS in de commissie bestuur van 15 september jl. aan heeft gegeven dat de kans klein is dat dark stores van flitsbezorgdiensten zich zullen vestigen in woonwijken, omdat de bestemming hier veelal ‘wonen’ is, maar het ook niet uitgesloten is; overwegende, dat: • in de parapluherziening wordt aangegeven dat dark stores cq. distributiecentra van flitsbezorgdiensten beter passen bij bedrijfslocaties, daar van toegevoegde waarde kunnen zijn, en dit bovendien zorgt voor minder overlast voor de directe omgeving; • dark stores die op dit moment al gevestigd zijn in woonwijken en in woonstraten, bijvoorbeeld in de Elandstraat, zorgen voor overlast en onveilige verkeerssituaties; verzoekt het college: • dark stores cq.

distributiecentra van flitsbezorgdiensten enkel mogelijk te maken op bedrijventerreinen en daartoe, naast de huidige parapluherziening, een nieuw voorstel aan de raad te sturen, in lijn met de Omgevingswet, en gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Lesley Arp (SP). Voorzitter. Ik hoop natuurlijk op grote steun voor de motie die zojuist is ingediend door collega Klokkenburg. Tegelijkertijd was er in de commissie brede instemming over de onwenselijkheid van bestaande flitsbezorging in de woonwijken en de overlast die hiermee gepaard gaat. Daarom dient mijn fractie dus de volgende motie in: roept het college op om alles op alles te zetten om ook bestaande vestigingen van flitsbezorgers te weren uit winkelstraten en woonwijken, hierbij tijdelijk prioriteit te geven aan het handhaven op flitsbezorgers binnen de handhavingsorganisatie en de mogelijkheden te onderzoeken van onder andere een ruimtelijk afwegingskader en branchering om bestaande vestigingen van flitsbezorgers te weren. Ik dien deze motie in samen met mevrouw Gerritsen van de Partij voor de Dieren, de heer Sluijs van Hart voor Den Haag en mevrouw Faïd van de Haagse Stadspartij. De voorzitter. Door mevrouw Arp, daartoe gesteund door mevrouw Gerritsen, wordt de volgende motie (N.2 SP) ingediend:

Motie N.2 SP Pak ook bestaande flitsbezorgers aan! De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 6 oktober 2022, ter bespreking van Raadsmededeling ontwerpbestemmingsplan Parapluherziening Flitsbezorging (RIS312351). Constaterende, dat: • dankzij de Parapluherziening Flitsbezorging nieuwe vestigingen van flitsbezorgers geweerd zullen worden uit de kernwinkelgebieden; 40

•

de Parapluherziening echter niet gaat gelden voor bestaande vestigingen van flitsbezorgers.

Overwegende, dat: • in Amsterdam al meerdere vestigingen van flitsbezorgers door de gemeente zijn gesloten; • de gemeente Amsterdam een ruimtelijk afwegingskader heeft opgesteld waarlangs ook de bestaande vestigingen van flitsbezorgers zullen worden beoordeeld; • de gemeente Amsterdam ook niet schroomt om handhavend op te treden; • branchering van winkelstraten ook een oplossing zou kunnen zijn om bestaande flitsbezorgers te laten verhuizen. Van mening, dat: • flitsbezorgers zorgen voor geluid- en lichthinder, overlast in de late avond (waar het zwaartepunt van de bedrijfsvoering ligt), verkeersoverlast, druk op de openbare ruimte en een verstoord straatbeeld door dichtgeplakte ramen; • werknemers van flitsbezorgers bovendien geregeld kampen met slechte arbeidsomstandigheden en -voorwaarden. Roept het college op: • alles op alles te zetten om ook bestaande vestigingen van flitsbezorgers te weren uit winkelstraten en woonwijken; • hierbij tijdelijk prioriteit te geven aan het handhaven op flitsbezorgers binnen de handhavingsorganisatie; • de mogelijkheden te onderzoeken van o.a. een ruimtelijk afwegingskader en branchering om bestaande vestigingen van flitsbezorgers te weren. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Meer heb ik niet aangereikt gekregen. Dan is het woord aan het college, wethouder Bruines.

Wethouder Bruines (D66). Voorzitter. In de commissie heeft een uitgebreid gesprek hierover plaatsgevonden. Het raadsvoorstel dat u nog moet vaststellen over de herziening van het bestemmingsplan, is naar u onderweg; volgens mij is dat deze week verstuurd. Dit komt er nu een beetje tussenin, maar ik zal de ingediende moties behandelen. De ChristenUnie/SGP vraagt om een voorstel te maken om de dark stores alleen op bedrijfsterreinen toe te staan. De raad heeft het college opgedragen om flitsbezorgers te weren uit de winkelgebieden. Dat hebben we dus overgenomen. Daarop is het voorstel gebaseerd dat u nog moet vaststellen en daar staat het college achter. Tegelijkertijd zijn flitsbezorgers ook een economische dienst waar blijkbaar behoefte aan is en waarvan gebruik wordt gemaakt, ook al kan je daar van alles van vinden. Ik denk dat het belangrijk is dat we zorgvuldig kijken waar dat wel of niet kan. Het is dus heel logisch dat het in eerste instantie niet past in woonwijken. Maar we hebben het hier natuurlijk niet over plekken met de bestemming 'wonen', want daar mag het sowieso al niet en de meeste woonwijken hebben gewoon de bestemming 'wonen'. Daar is het dus überhaupt niet aan de orde. De motie raakt in dit geval dus aan woonwijken waar een bestemming 'detailhandel' op sommige plekken mogelijk is. Dat is op een aantal plekken het geval.

Ik denk dat dit vaak hele kleine vestigingen zijn waar dit eigenlijk niet in zou passen, maar als het aan de orde is, zouden dat plekken kunnen zijn aan doorgaande wegen, met een clustering van andere functies. Die zijn niet in groten getale aanwezig. Het is ook niet zo dat er op dit soort plekken nu enorm veel initiatieven, aanvragen of vestigingen van flitsbezorgers zijn. Ik heb in de commissie al aangegeven dat het maken van een nieuwe herziening straks onder de Omgevingswet een hele grote operatie is. De vraag doet zich natuurlijk voor in wat voor relatie zo'n grote operatie staat tot de ernst 41

van het probleem. We zien op dit moment dat er eigenlijk geen of nauwelijks aanvragen zijn van nieuwe flitsbezorgers; het loopt ook een beetje terug. We hebben op dit moment heel goed contact met de flitsbezorgers, ook over wat een geschikte plek is als men zich wil vestigen. Dan denken we met elkaar mee. Zij zitten inmiddels natuurlijk ook niet te wachten op problemen. Waar overlast is door brommers of fietsen die buiten staan, kunnen we handhavend optreden, zeker als daar veel over geklaagd wordt. Naast de opdracht van de raad om dit uit winkelgebieden te weren, die het college al heeft uitgevoerd, vindt het college dit een hele grote stap verder die volgens ons niet opweegt tegen de ernst van een probleem dat er naar ons gevoel eigenlijk niet of nauwelijks is. Dus ik ontraad deze motie. Alexander Roep (VVD). Staat u mij toe een klein zinnetje voor te lezen uit de correspondentie tussen iemand van Getir en mij: 'Gorillas, Flink en wij hebben de gemeente aangeboden om een convenant te sluiten. Daarin kunnen aanvullende afspraken met de gemeente plaatsvinden, bijvoorbeeld over leveringen, overlast, nieuwe locaties et cetera.

Door dit instrument te gebruiken kan ook voorkomen worden dat het paraplubestemmingsplan vertragingen oploopt.' Zou de wethouder dat convenant niet gewoon op korte termijn met deze partijen kunnen sluiten en daarmee dit allemaal uit de wereld helpen? Wethouder Bruines (D66). Wat de heer Roep zegt, is op dit moment in feite de bestaande praktijk. Als het zou helpen om dat te formaliseren in een convenant - een afspraak die natuurlijk nooit bindend is, maar een intentie van beide partijen weergeeft - denk ik dat dat een hele goede oplossing zou zijn. Het zou in ieder geval simpeler en makkelijker uitvoerbaar zijn dan wat de motie van de ChristenUnie beoogt en zou waarschijnlijk hetzelfde effect hebben. Maar het is aan u als raad om daarover te oordelen. Het college ontraadt in ieder geval de motie zoals die voorligt. Een convenant zou wat het college betreft een goede werkwijze kunnen zijn, maar daar ligt geen motie over voor. Lesley Arp (SP). Ik moet zeggen dat ik dit wel een heel transparant staaltje lobbyen in de raadzaal vind, maar ik vraag me af hoe hard de afspraken in zo'n convenant zijn. Daar kan je je toch niet keihard op beroepen? Zo'n nieuwe parapluherziening is toch veel beter? Wethouder Bruines (D66). Een convenant is in ieder geval moreel bindend; laat ik het zo zeggen.

Nogmaals, het lijkt nu alsof er op dit punt een heel groot probleem ligt, maar dat is niet het geval. Er zijn nog een aantal flitsbezorgers die nu niet voldoen aan het bestemmingsplan en ook niet aan deze parapluherziening en die dus eigenlijk geweerd zouden moeten worden; daar zal ik bij de reactie op de tweede motie op ingaan. Dat zijn ook processen die op dit moment lopen. Er zijn op dit moment ook geen directe aanvragen voor doorgaande straten waar die bestemming mogelijk zou passen. We hebben overleg. Lesley Arp (SP). Ik wil er geen misverstand over laten bestaan dat ook mijn fractie blij is dat deze eerste parapluherziening er is, maar we hebben toch allemaal vastgesteld dat die een bepaalde ruimte biedt, namelijk aan die doorgaande wegen? Dan is het toch heel logisch dat ondernemers die ruimte gaan zoeken en dat er mogelijk ook meer vraag ontstaat? Wethouder Bruines (D66). Die vraag ontstaat als er behoefte aan is bij het publiek dat die diensten afneemt en als men op langere termijn ook sluitende businessmodellen heeft. Daar kan ik niet over oordelen; dat moeten we zien. Ik zeg in ieder geval wel dat een convenant of goede afspraken een zekere binding met zich meebrengen en sneller uitvoerbaar zijn dan het voorstel dat in de motie staat, want als we dat onder de Omgevingswet moeten doen, kun je dat elke keer omzetten.

Het omzetten van een bestemmingsplan naar een omgevingsplan gaat wijk voor wijk. Daar gaan we een aantal jaren over doen. In sommige wijken komt dat dus pas over een aantal jaren aan de orde. Dat is ten eerste een grote operatie die lang duurt en ten tweede doet dit wat het college betreft geen recht aan de problematiek die er is, want die is er in de praktijk eigenlijk niet of nauwelijks. Ik denk daarom dat een goede afspraak met die ondernemers, die natuurlijk ook niet zitten te wachten op ruzie met de buurt, gewoon effectiever en pragmatischer is.

42

Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Volgens mij is het probleem bij dit hele dossier dat we niet moeten doen alsof er geen groot probleem is. Zo dachten we toen ze hun intrede deden en we ook geen beleid gingen maken, omdat er geen directe aanvragen waren. Intussen hebben we de Prinsestraat gehad, de Elandstraat, de Molstraat. Er zijn genoeg voorbeelden van plekken waar we hiervan heel veel last hebben. Als we vroeg genoeg hadden geacteerd, hadden we dat kunnen voorkomen. Daarom is deze motie er. Misschien is het probleem er nog niet, maar het gaat waarschijnlijk wel ontstaan op het moment dat we zeggen dat zij niet meer in winkelgebieden mogen zitten. Is de wethouder dat met me eens? Wethouder Bruines (D66). Nee, ik vind dat nog maar de vraag. Het is ook niet zo dat we dit hadden kunnen weren als we eerder dingen hadden gedaan. Wij zijn nu de eerste gemeente die echt beleid aan het maken is. Andere gemeenten hebben nog steeds de bescherming op basis van een voorbereidingsbesluit waardoor een aantal dingen niet kunnen. Ik denk dus dat zoals we het nu hebben gedaan, een hele mooie route is die ook uiting geeft aan de vragen die door de raad zijn gesteld of - dat weet ik niet meer uit mijn hoofd - aan een motie die is aangenomen om dit niet in winkelgebieden toe te staan.

In woongebieden is het sowieso al niet aan de orde, want daar zit eigenlijk nauwelijks een detailhandelsbestemming op. Aan die doorgaande wegen is dit nauwelijks aan de orde en zullen we deze bedrijven met goede afspraken op een plek hebben waar geen bewoning is, liefst op een bedrijventerrein. Het is wel een economische dienst waar behoefte aan is. Waar het kan, denk ik dus dat wij niet moeten zeggen dat het niet kan. Het zal in ieder geval wat mij betreft vooral op bedrijventerreinen zijn en misschien bij uitzondering af en toe op een andere plek. Alexander Roep (VVD). Begrijp ik het goed van de wethouder dat als ze op korte termijn zo'n convenant zou weten te sluiten, dat de door mevrouw Reedeker geschetste problemen eigenlijk uit de wereld helpt? Wethouder Bruines (D66). Ik denk dat het een instrument kan zijn dat, gezien de situatie zoals die is en zoals we die verwachten, heel goed zou kunnen werken, in ieder geval sneller dan het voorstel in de motie, want dan zijn we gewoon echt snel vijf of zes jaar verder voordat we dat in de hele stad hebben doorgevoerd. Maar het is aan u. Ik ben absoluut bereid om over zo'n convenant te gaan praten, maar u moet dat met elkaar beslissen. De voorzitter. Jongens, kom op. Korte antwoorden. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Ik ben benieuwd wat de juridische waarde is van zo'n convenant.

Ik snap dat er afspraken worden gemaakt en dat je daarmee een moreel appel doet op elkaar, maar wat is de waarde daarvan voor de burger die straks wellicht zo'n flitsbezorgdienst naast zich heeft? Wethouder Bruines (D66). Dit gaat om een bestemming op plekken waar dat mogelijk zou zijn. Laat ik het zo zeggen: ik ga ervan uit dat geen enkel bedrijf als doel heeft om het voor de omgeving lastig te maken, met alle ellende van dien. De gesprekken die we met de flitsbezorgers hebben, geven dat ook aan. Een convenant is ook een publieke uitspraak, naar buiten toe, waarmee je zegt dat je het met elkaar op een goede manier wil oplossen. Daarnaast, naast die bestemming: waarin zitten de ergernis en de overlast in de buurt? Die hebben te maken met het aan- en afrijden voor de bevoorrading en met de bezorgers. Dat kan je niet regelen in een bestemmingsplan of anderszins. Als dat aan de orde is, moet je dat via de APV en handhaving regelen. Dat zal dan ook aan de orde moeten zijn, als dat al ergens het geval is. Maar goed, nogmaals, er is op dit moment volgens mij geen enkel concreet voorbeeld van een plek waar dit nu zo aan de orde is. Ik zie ook geen aanleiding voor tientallen aanvragen voor dit soort plekken, als daar al een bestemming is, want er zitten maar heel weinig bestemmingen 'detailhandel' in dit soort gebieden. De voorzitter. Ik hoor nu geen nieuwe dingen.

Dat kan, want we hebben elkaar nu gewoon duidelijk gehoord. Wethouder, zet uw betoog voort, kort.

43

Wethouder Bruines (D66). De tweede motie roept het college op om ook de bestaande vestigingen te weren uit winkelstraten en woonwijken. Er is op dit moment een beperkt aantal flitsbezorgers gevestigd in winkelstraten en woonwijken. Zoals eerder gezegd zijn er vijf gerealiseerde vestigingen. Twee zijn in overeenstemming met het bestemmingsplan en drie zijn in strijd met het bestemmingsplan. Daar wordt op dit moment ook tegen gehandhaafd. Er zal ook tegen worden opgetreden om die vestigingen te kunnen sluiten. Dus het college ontraadt deze motie. Lesley Arp (SP). Het ging wel heel snel, want ik snap het advies niet helemaal. Volgens mij zei de wethouder zojuist in reactie op de motie van mevrouw Klokkenburg dat handhaving juist een heel belangrijk instrument is dat wij in handen hebben. Binnen de raad was er in elk geval in de commissie brede consensus dat deze vorm van overlast heel onwenselijk is. Wethouder Bruines (D66). Ik hoor geen strijdigheid met wat ik net zei. Het gaat over de prioritering van handhaving. Als er overlast is en wordt ervaren, zal men meldingen moeten doen. Op de meldingen wordt de prioriteit van de handhaving gebaseerd. Dat zal ook in dit geval zo zijn, maar ook de intensiteit van handhaving is niet via ruimtelijk instrumentarium te organiseren. Lesley Arp (SP).

Tegelijkertijd gebeurt het natuurlijk vaker dat we de prioritering van handhaving op basis van maatschappelijke ontwikkelingen veranderen. In het jaarplan VTH staat bijvoorbeeld dat indien zich in de loop van het jaar ontwikkelingen voordoen waardoor het college de handhavingscapaciteit anders wil inzetten, dit ten koste gaat van onderwerpen met een lagere prioriteit. Dit soort wijzigingen in prioritering zijn dus gewoon mogelijk. Ik snap dus niet zo goed wat het probleem is. Wethouder Bruines (D66). Voor zover ik het heb begrepen over de handhavingsorganisatie, vinden dit soort wijzigingen altijd plaats op basis van geconstateerde overlast. Die geconstateerde overlast hangt ook weer samen met het aantal geuite opvattingen over overlast en het aantal meldingen. Dat is zoals de handhavingsorganisatie werkt. De voorzitter. Mevrouw Arp, de laatste keer. Lesley Arp (SP). Ik vind dat het college zich hier vrij passief in opstelt, zeker als je ziet wat er in Amsterdam gebeurt. Daar zijn volgens mij minstens drie dark stores geweest die op basis van handhavingsacties zijn gesloten. De gemeente Amsterdam is daar heel zichtbaar in. Ik denk dus dat die zichtbaarheid en die prioritering zeker kunnen helpen in het bestrijden van overlast. Of ziet het college dit anders? Waarom wordt er een andere lijn gekozen dan bijvoorbeeld in Amsterdam? Wethouder Bruines (D66).

Volgens mij is dat niet het geval. Wij gaan niet over het handhavingsbeleid in Amsterdam, maar over het algemeen geldt voor alle steden dat handhaving wordt ingezet op het moment dat er overlast ervaren wordt en daarover gemeld wordt. Precies hetzelfde geldt hier: als er aanleiding is omdat de overlast bij de bewoners en de omgeving zo groot is dat het echt niet kan, zal daar ook meer op gehandhaafd moeten worden. Dat is wat ik zeg, maar dat hangt altijd samen met de meldingen die daarover door de gemeente worden ontvangen. Dat zal in andere gemeenten niet anders zijn. De beraadslaging wordt gesloten.

Aan de orde is: O. Brief wethouder Economie, Internationaal en Dienstverlening, mevrouw Bruines, en wethouder Mobiliteit en Cultuur, de heer Van Asten, inzake Startnotitie Nachtvisie Den Haag: de Kracht van de Nacht (RIS312101). De beraadslaging wordt geopend. 44

Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. De startnotitie die we in de commissie hebben besproken, staat vol met allerlei plannen om de Haagse nacht aantrekkelijker te maken. Daarvoor is met allerlei betrokkenen gesproken, behalve met de mensen die rondom de uitgaansgelegenheden wonen. Dat is een beetje gek, want als de nacht voor iedereen is, moeten ook deze bewoners goed betrokken worden. Daarom dien ik een motie in om hen beter bij de uitwerking te betrekken. Het dictum luidt: verzoekt het college bij het vervolg van het opstellen van de Nachtvisie omwonenden van bestaande en eventueel nieuw aan te wijzen uitgaanslocaties nadrukkelijk te betrekken en hun inbreng mee te laten wegen bij het opstellen van nieuw beleid over de Haagse nacht en zich daar in de uiteindelijke Nachtvisie rekenschap van te geven en in de Nachtvisie met betrokkenen tot een goed afwegingskader te komen hoe bij de verdere doorwerking van de Nachtvisie ook belangen van omwonenden op passende wijze kunnen worden meegenomen. De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg wordt de volgende motie (O.1 CU/SGP) ingediend:

Motie O.1 CU/SGP betrek bewoners bij uitwerking nachtvisie De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 6 oktober 2022, ter bespreking van de Brief wethouder Economie, Internationaal en Dienstverlening en wethouder Mobiliteit inzake Startnotitie Nachtvisie Den Haag: de Kracht van de Nacht (RIS312101), constaterende, dat: • de gemeente na overleggen met de Nachtburgemeester en vertegenwoordigers van de Haagse nachtsector de Startnotitie Nachtvisie Den Haag: de Kracht van de Nacht heeft opgesteld; • bewoners in en rondom de uitgaanskernen en andere uitgaansgelegenheden helemaal niet betrokken zijn bij het opstellen van deze startnotitie; overwegende, dat: • bij een goed participatietraject rondom de uiteindelijke Nachtvisie omwonenden dienen te worden betrokken en dat zorgvuldige betrokkenheid aan de voorkant, ook bij kan dragen aan groter draagvlak voor de uiteindelijke Nachtvisie; • de Nachtvisie ook behoort aan te geven hoe bij eventuele toekomstige - al dan niet incidentele - aanpassingen van geluidsnormen en openingstijden op specifieke locaties, belangen van betrokkenen, waaronder bewoners, worden meegenomen; verzoekt het college: • bij het vervolg van het opstellen van de Nachtvisie omwonenden van bestaande en eventueel nieuw aan te wijzen uitgaanslocaties nadrukkelijk te betrekken en hun inbreng mee te laten wegen bij het opstellen van nieuw beleid over de

Haagse nacht en zich daar in de uiteindelijke Nachtvisie rekenschap van te geven; • in de Nachtvisie met betrokkenen tot een goed afwegingskader te komen hoe bij de verdere doorwerking van de Nachtvisie ook belangen van omwonenden op passende wijze kunnen worden meegenomen, en gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Fatima Faïd (HSP). Voorzitter. Wij hebben een motie, de motie Betrek Safer Clubbing bij Nachtvisie en nachtleven. De motie is medeondertekend door mevrouw Gerritsen van de Partij voor de Dieren en meneer Sluijs van Hart voor Den Haag. Het dictum luidt: verzoekt het college om in de uitwerking van de definitieve Nachtvisie - naast horecastewards - expliciet aandacht te schenken aan Safer Clubbing 45

voor een veilig nachtleven in Den Haag en om samen met clubeigenaren, horecaondernemers en maatschappelijke instellingen te komen met voorstellen voor Safer Clubbing-trainingen. De volgende motie is de motie Betrek de jeugd bij Nachtvisie. Het dictum luidt: verzoekt het college bij de uitwerking van de Nachtvisie jongeren uit verschillende wijken in Den Haag te betrekken om de behoeften aan initiatieven in kaart te brengen en hun een stem te geven in de uitvoering daarvan. De voorzitter. Door mevrouw Faïd, daartoe gesteund door mevrouw Gerritsen en de heer Sluijs, wordt de volgende motie (O.7 HSP) ingediend:

Motie O.7 HSP Betrek Safer Clubbing bij de Nachtvisie en het nachtleven. De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 6 oktober 2022, ter bespreking van brief wethouder Economie, Internationaal en Dienstverlening, mevrouw Bruines, en wethouder Mobiliteit en Cultuur; de heer Van Asten, inzake Startnotitie Nachtvisie Den Haag: de Kracht van de Nacht (RIS312101), Constaterende, dat: • bij het debat over de startnotitie Nachtvisie er belangrijke vraagstukken in kaart zijn gebracht met betrekking tot veiligheid in het uitgaansleven in de nacht; • gemeente Den Haag de veiligheid tijdens het uitgaan zo goed mogelijk wil waarborgen, ongeacht de afkomst en het gender van haar inwoners; • het concept Safer Clubbing het doel heeft om van cafés, nachtkroegen en clubs een veilige en inclusieve plek te maken en gericht is op preventie; • de principes van Safer Clubbing nou eenmaal gestuwd zijn op het hebben van een vloerteam dat integraal is aan het feest en/of de club. Overwegende, dat: • grensoverschrijdende incidenten dan vooraf hebben plaatsgevonden; • Safer Clubbing trainingen het personeel opleiden met betrekking tot vroegsignalering, zodat ongewenste situaties worden aangepakt, voordat deze uit de hand lopen • de kroeg/club haar publiek het beste kent; • voorkomen beter is dan genezen.

Verzoekt het college: • in de uitwerking van de definitieve Nachtvisie - naast horecastewards – expliciet aandacht te schenken aan Safer Clubbing voor een veilig nachtleven in Den Haag; • om samen met clubeigenaren, horecaondernemers en maatschappelijke instellingen te komen met voorstellen voor Safer Clubbing trainingen. En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door mevrouw Faïd wordt de volgende motie (O.8 HSP) ingediend:

Motie O.8 HSP Betrek de jeugd bij nachtvisie De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 6 oktober 2022, ter bespreking van de Brief wethouder Economie, Internationaal en Dienstverlening, mevrouw Bruines, en wethouder Mobiliteit en Cultuur, de heer Van Asten, inzake Startnotitie Nachtvisie Den Haag: de Kracht van de Nacht (RIS312101),

46

Constaterende, dat: • het college aan de slag gaat met het maken van de nachtvisie; • vooral ook Haagse jongeren behoefte hebben aan uitgaan, nachtcultuur en nachtleven. Overwegende, dat: • in de startnotitie wordt gesproken over doelgroepen die Den Haag aan zich wil binden zoals studenten, young professionals en creatieve (startende) ondernemers; • er in de startnotitie te weinig wordt ingegaan op het betrekken van de jongeren in Den Haag zoals in Zuidwest, Scheveningen, Duindorp en Laak. Verzoekt het college: • bij de uitwerking van de nachtvisie jongeren uit verschillende wijken in Den Haag te betrekken om de behoeften aan initiatieven in kaart te brengen en hun een stem te geven in de uitvoering daarvan. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. De Partij van de Arbeid heeft geen zendtijd meer en mag dus alleen het dictum voorlezen. Samir Ahraui (PvdA). Voorzitter. De motie Draag zorg voor een inclusief nachtleven verzoekt het college bij de uitwerking van de definitieve Nachtvisie nadrukkelijk aandacht te hebben voor een inclusief nachtleven en samen met de horeca en maatschappelijke organisaties te komen met concrete voorstellen om discriminatie en racisme (op alle gronden) in het nachtleven tegen te gaan. De motie wordt mede-ingediend door GroenLinks, de HSP, D66, het CDA en de SP. De voorzitter.

Door de heer Ahraui, daartoe gesteund door de heer De Vuyst en mevrouw Faïd, wordt de volgende motie (O.9 PvdA) ingediend:

Motie O.9 PvdA Draag zorg voor een inclusief nachtleven De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 6 oktober 2022, ter bespreking van brief wethouder Economie, Internationaal en Dienstverlening, mevrouw Bruines, en wethouder Mobiliteit en Cultuur, de heer Van Asten, inzake Startnotitie Nachtvisie Den Haag: de Kracht van de Nacht (RIS312101). Constaterende, dat: • de nachtvisie de belangrijkste vraagstukken rondom de nacht in Den Haag in kaart heeft gebracht in opmaat naar opstellen van een definitieve nachtvisie inclusief uitvoeringsagenda; • het nachtleven van Den Haag aan een impuls onderhevig is, zeker gezien het feit dat de horeca door corona een moeilijke periode heeft doorgemaakt; • in het verleden meerdere incidenten en/of signalen zijn geweest dat bezoekers van het nachtleven aan de deur geweigerd zijn. Overwegende, dat: • het nachtleven in Den Haag pas kan bruisen als deze divers is en aansluit bij de behoefte van de inwoners van de stad; • elke inwoner van Den Haag ongeacht afkomst, religie of geaardheid de ruimte moet krijgen om zich in het nachtleven van Den Haag te mengen.

47

Verzoekt het college: • bij de uitwerking van de definitieve Nachtvisie nadrukkelijk aandacht te hebben voor een inclusief nachtleven en samen met de Horeca en maatschappelijke organisaties te komen met concrete voorstellen om discriminatie en racisme (op alle gronden) in het nachtleven tegen te gaan. en gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Kavish Partiman (CDA). Voorzitter. Den Haag groeit en wat ons betreft mag het nachtleven meegroeien. Vandaar de motie Onderzoek naar nachtleven in ontwikkelgebieden, met als dictum: verzoekt het college te onderzoeken hoe er met oog voor de omgeving geïnvesteerd kan worden in voorzieningen ten behoeve van een bruisend nachtleven in de ontwikkelgebieden Binckhorst, CID en Laak en de raad hier zo spoedig mogelijk over te informeren. De motie wordt mede-ingediend door de collega's Maarten De Vuyst van GroenLinks, Samir Ahraui van de Partij van de Arbeid, Andrew van Esch van D66 en Alexander Roep van de VVD. De voorzitter. Door de heer Partiman wordt de volgende motie (O.10 CDA) ingediend:

Motie O.10 CDA Onderzoek naar nachtleven in ontwikkelgebieden De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 6 oktober 2022, ter bespreking van de Brief wethouder Economie, Internationaal en Dienstverlening en wethouder Mobiliteit inzake Startnotitie Nachtvisie Den Haag: de Kracht van de Nacht (RIS312101), Constaterende, dat: • de gemeente na overleggen met de Nachtburgemeester en vertegenwoordigers van de Haagse nachtsector de Startnotitie Nachtvisie Den Haag: de Kracht van de Nacht heeft opgesteld; • het coalitieakkoord 2022-2026 een forse bouwambitie kent o.a. in de ontwikkelgebieden Binckhorst, CID en Laak. Overwegende, dat: • het succes van de genoemde ontwikkelgebieden samenhangt met een goed voorzieningenniveau; • voor doelgroepen die Den Haag aan zich wil binden als zoals studenten, young professionals, en creatieve startende bedrijven een aantrekkelijk uitgaansleven een belangrijke voorwaarde is om zich hier te vestigen. Verzoekt het college: • te onderzoeken hoe er met oog voor de omgeving geïnvesteerd kan worden in voorzieningen ten behoeve van een bruisend nachtleven in de ontwikkelgebieden Binckhorst, CID en Laak en de raad hier zo spoedig mogelijk over te informeren. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Voorzitter.

Complimenten aan al degenen die betrokken waren bij de startnotitie voor een Nachtvisie. De nacht leeft, ook bij de raad; dat zien we alleen al aan het aantal moties waarmee de raad mee probeert te denken over hoe verder tot die Nachtvisie moet worden gekomen. Het is deze week dan ook de Week van de Toegankelijkheid, met als motto 'Gewoon welkom'. Beide moties die GroenLinks vandaag indient, staan in het teken daarvan, want ook voor 48

mensen die bijvoorbeeld moeilijker ter been zijn en die slecht tegen een overdaad van prikkels kunnen, geldt: de nacht is van ons. Vandaar dat wij de motie Een toegankelijke nacht indienen, waarvan het dictum luidt: verzoekt het college met belangenorganisaties in gesprek te gaan bij het vormgeven van de definitieve Nachtvisie om zo zorg te dragen voor een inclusief nachtleven voor mensen met zowel cognitieve, fysieke, als mentale beperking(en) en hierover in de definitieve Nachtvisie te rapporteren aan de raad. De motie is medeondertekend door de heer Ahraui van de PvdA. De voorzitter. Door de heer De Vuyst, daartoe gesteund door de heer Ahraui en mevrouw Gerritsen, wordt de volgende motie (O.5 GL) ingediend:

Motie O.5 GL Een toegankelijke nacht De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 6 oktober 2022, ter bespreking van brief wethouder Economie, Internationaal en Dienstverlening, mevrouw Bruines, en wethouder Mobiliteit en Cultuur, de heer Van Asten, inzake Startnotitie Nachtvisie Den Haag: de Kracht van de Nacht (RIS312101). Constaterende, dat: • volgens de Rijksoverheid 2 miljoen Nederlanders leeft met een (fysieke, cognitieve, of mentale) beperking; • er in Den Haag naar schatting 20.000 jongeren (16-35 jaar) leven met een motorische of zintuiglijke beperking en/of een chronische ziekte; • de helft van de jongeren met een beperking eenzaamheid ervaart. Overwegende, dat: • in het VN-verdrag Handicap, en in de Wet gelijke behandeling van mensen met een handicap of chronische ziekte (Wgbh/cz) is vastgelegd dat het verboden is om direct of indirect onderscheid te maken tussen mensen met of zonder een beperking; • uit deze wetgeving volgt dat ook in het Haagse Nachtleven geen onderscheid gemaakt mag worden tussen mensen met of zonder een beperking. Van oordeel, dat: • een toegankelijk Nachtleven kan bijdragen aan een verrijking van het (sociale) leven van (jongeren met) een beperking; • elke vorm van uitsluiting onacceptabel is, en er daarom ook in het Haagse Nachtleven geen plek moet zijn voor discriminatie, inclusief discriminatie op basis van beperking.

Verzoekt het college: • met belangenorganisaties in gesprek te gaan bij het vormgeven van de definitieve Nachtvisie om zo zorg te dragen voor een inclusief nachtleven voor mensen met zowel cognitieve, fysieke, als mentale beperking(en); • hierover, in de definitieve Nachtvisie, te rapporteren aan de raad. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Leonie Gerritsen (PvdD). Voorzitter. Iedere grote stad heeft een vrijplaats nodig. In de startnotitie Nachtvisie staat dan ook dat het de bedoeling is dat de nacht gezien kan worden als wezenlijk onderdeel van een attractieve stad, als bakermat van nieuw cultureel talent en als een vrijplaats voor iedereen om zichzelf te zijn en te ontwikkelen. Daarom dient de Partij voor de Dieren samen met de SP en de Haagse Stadspartij een motie in met als dictum: verzoekt het college in de Nachtvisie specifiek aandacht te hebben voor het belang van een vrijplaats voor de stad en hierbij ook rekening te

49

houden met de ruimtelijke aspecten die een vrijplaats nodig heeft. De voorzitter. Door mevrouw Gerritsen, daartoe gesteund door mevrouw Arp en mevrouw Faïd, wordt de volgende motie (O.6 PvdD) ingediend:

Motie O.6 PvdD Ook vrijplaats voor de nacht De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 06 oktober 2022, ter bespreking van Startnotitie Nachtvisie Den Haag: de Kracht van de Nacht. Constaterende, dat: • in de startnotitie Nachtvisie staat dat het de bedoeling is dat de nacht gezien kan worden als ‘wezenlijk onderdeel van een attractieve stad, als bakermat van nieuw cultureel talent en een vrijplaats voor iedereen om zichzelf te zijn en te ontwikkelen’. • hierin de nacht ook wordt beschreven als ‘wezenlijk onderdeel van de cultuursector: in de nacht ontstaat de underground en is er ruimte voor experiment en ontstaan nieuwe cultuurvormen’. Overwegende, dat: • in het nieuwe coalitieakkoord staat dat we aandacht moeten hebben ‘voor subcultuur en voor de initiatieven in de stad die niet in een hokje passen. Vaak vallen zij daardoor tussen wal en schip en dat willen we voorkomen. We houden oog voor de kunst- en cultuurinitiatieven met een maatschappelijke meerwaarde.’ • Cultureel-maatschappelijke vrijplaats de Samenscholing precies voldoet aan deze omschrijving en deze nu juist dreigt te verdwijnen. Verzoekt het college: • in de nachtvisie specifiek aandacht te hebben voor het belang van een vrijplaats voor de stad; • hierbij ook rekening te houden met de ruimtelijke aspecten die een vrijplaats nodig heeft. En gaat over tot de orde van de dag.

De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag). Voorzitter. Een drietal moties over deze Nachtvisie. We zijn blij met deze Nachtvisie en we zijn ook blij dat er nagedacht wordt over de nacht en hoe we die weer bruisend krijgen en dat dit ook verder gaat dan het willen bestrijden van overlast. Wij denken graag mee. De eerste motie is dus de motie Nachtbus terug en die verzoekt het college om samen met de HTM en/of andere (commerciële) partijen tot concrete oplossingen te komen en er op korte termijn voor te zorgen dat er in ieder geval op de drukste uitgaansavond, de zaterdag, weer een nachtbus rijdt, de mogelijkheden hiertoe te onderzoeken voor de overige uitgaansavonden donderdag en vrijdag en de raad over de uitkomsten te informeren. De motie wordt mede-ingediend door collega Meinesz, mevrouw Gerritsen van de Partij voor de Dieren, mevrouw Arp van de SP en mevrouw Faïd van de Haagse Stadspartij. Dan gaan we door naar de motie Maatwerk openingstijden, die het college verzoekt te onderzoeken op welke plekken in Den Haag maatwerk toegepast kan worden voor wat betreft verruiming van de horecaopeningstijden en de raad over de uitkomsten te informeren.

De laatste motie is de motie Dadergerichte aanpak, die het college verzoekt om werk te maken van strafdifferentiatie waarbij een horecagelegenheid niet bij het eerste het beste incident direct voor maanden dichtgaat, maar gekeken wordt naar het verleden en de handelswijze van de ondernemer en de raad over de uitkomsten te informeren. 50

De voorzitter. Door de heer Sluijs, daartoe gesteund door de heer Meinesz, mevrouw Gerritsen en mevrouw Arp, wordt de volgende motie (O.2 Hart voor Den Haag) ingediend:

Motie O.2 Hart voor Den Haag Nachtbus terug De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 6 oktober 2022, ter bespreking van de Nachtvisie. Constaterende, dat: • de nachtbus tijdens de coronapandemie tijdelijk geschrapt is; • deze maatregel nog steeds van kracht is. Overwegende, dat: • het onaanvaardbaar is dat men in de derde stad van Nederland niet thuis kan komen na het stappen of werk. Van mening, dat: • het schrappen van de nachtbus niet blijvend kan en mag zijn. Verzoekt het college: • om samen met de HTM en/of andere (commerciële) partijen tot concrete oplossingen te komen en er op korte termijn voor te zorgen dat er in ieder geval op de drukste uitgaansavond, de zaterdag, weer een nachtbus rijdt; • de mogelijkheden hiertoe te onderzoeken voor de overige uitgaansavonden donderdag en vrijdag; • de raad over de uitkomsten te informeren. en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door de heer Sluijs worden de volgende moties (O.3 Hart voor Den Haag en O.4 Hart voor Den Haag) ingediend:

Motie O.3 Hart voor Den Haag Maatwerk openingstijden De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 6 oktober 2022, ter bespreking van de Nachtvisie. Constaterende, dat: • de horeca openingstijden buiten de uitgaanskernen in beton gegoten zijn. Overwegende, dat: • veel kroegen graag wat langer open zouden blijven zolang het gezellig is en de kassa lekker rinkelt; • ondernemers dit uitstekend zelf kunnen aanvoelen en bepalen; • dit zeker mogelijk is in straatjes zoals bijvoorbeeld het Achterom, Schoolstraat, Oude Molstraat en Halstraat waar weinig mensen wonen of waar de eigenaren zelf boven hun zaak wonen. Verzoekt het college: • te onderzoeken op welke plekken in Den Haag maatwerk toegepast kan worden voor wat betreft verruiming van de horeca openingstijden en de raad over de uitkomsten te informeren. 51

En gaat over tot de orde van de dag.

Motie O.4 Hart voor Den Haag Dadergerichte aanpak De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 6 oktober 2022, ter bespreking van de Nachtvisie, Constaterende, dat: • veel eigenaren van uitgaansgelegenheden niet investeren in de nacht omdat zij verantwoordelijk gesteld worden voor gedrag van hun gasten. Overwegende, dat: • het onrechtvaardig is dat als een een gast betrapt wordt met bijvoorbeeld drugs, dan de zaak direct gesloten kan worden. Verzoekt het college: • om werk te maken van strafdifferentiatie waarbij een horecagelegenheid niet bij het eerste de beste incident direct voor maanden dichtgaat, maar gekeken wordt naar het verleden en handelswijze van de ondernemer; • de raad over de uitkomsten te informeren. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Voorzitter: de heer Groenewold Wethouder Bruines (D66). Voorzitter. Geweldig, de betrokkenheid van alle partijen bij dit onderwerp. Dit is de startnotitie. We hebben een werkbespreking gehad. We hebben met de mensen uit het nachtleven gesproken en ook met een heleboel anderen. U roept eigenlijk op verschillende manieren nog op om met nog meer aspecten of met andere mensen en belanghebbenden rekening te houden. Dat heb ik volgens mij allemaal al toegezegd in de commissie.

Ik kan dus zeggen dat de moties voor een heel groot deel overbodig zijn, maar ze zijn daarom niet minder relevant. U moet maar kijken hoe u daarmee omgaat, want ze zijn eigenlijk al toegezegd. Ik loop ze toch even langs. Het punt van specifieke bewoners of belanghebbende omwonenden speelt natuurlijk vooral als er sprake is van een bepaalde vestiging op een bepaalde plek, waar iets gaat komen. Dan speelt dat in het bijzonder. De Haagse bevolking mag in het algemeen natuurlijk zeker meedenken over de visie die in de maak is. We moeten kijken hoe we dat kunnen doen, maar ik denk dat bewoners en belanghebbende omwonenden in het bijzonder aan de orde komen als er sprake zou zijn van een initiatief op een bepaalde plek. Dat moet natuurlijk op zo'n manier worden ingepast dat men daar geen overlast van heeft. Dat moet dan sowieso gebeuren, binnen alle regels die we hebben, maar de motie kan positief worden beoordeeld als ik haar zo kan opvatten dat het natuurlijk belangrijk is om alle inwoners van onze stad ook vanuit hun belang de gelegenheid te geven om hier hun zegje over te doen. Dan motie O.7 HSP over Safer Clubbing. Dat is een belangrijk onderwerp. Daar hebben we ook over gesproken. Dit wordt meegenomen. Als u dat hiermee nog bevestigd wil hebben, heb ik geen bezwaar tegen aanneming van deze motie, maar we hadden inderdaad al afgesproken om dat te gaan doen.

Ook over de jeugd hebben we het gehad. Ik zoek nog naar de precieze bedoeling. Natuurlijk moet de jeugd betrokken worden, ook vanuit hun wensen en behoeften, maar er staat ook iets over 'de stem in de uitvoering'. Ik vat dit op als meedenken over het benoemen van de behoeftes vanuit de jeugd, niet alleen nu, bij het vastleggen van de visie, maar ook in de toekomst. Ik zou het lastiger vinden als de jeugd betrokken zou moeten worden bij de beoordeling over een bestemming of over de 52

vraag of iets wel of niet op een bepaalde plek kan, want dat past gewoon niet in onze systematiek en lijkt me ook niet gewenst. Fatima Faïd (HSP). Nee, het is het eerste. Voor ons is het belangrijk dat jongeren juist ook in de wijken, bijvoorbeeld Duindorp en Zuidwest, mee kunnen denken over waar zij behoefte aan hebben. Dat is meer onze lijn. Wethouder Bruines (D66). Dan zijn we het geheel met elkaar eens en kan ook deze motie wat het college betreft positief worden beoordeeld. Dan het inclusieve nachtleven van de Partij van de Arbeid, motie O.9 PvdA. Dat kunnen we prima meenemen in de uitwerking van de visie. Dat dit belangrijk is, geldt overigens voor al het beleid dat we hebben, dus ook voor het nachtbeleid. Het college heeft dus geen bezwaar tegen aanneming van deze motie. Het college is positief over motie O.10 CDA over onderzoek naar het nachtleven in ontwikkelgebieden. Ik denk dat het belangrijk is om daarnaar te kijken. We nemen dit mee in de locatiestudie die gedaan wordt. Daarnaast zal het nachtleven deel uitmaken van het voorzieningenonderzoek dat op dit moment specifiek voor deze locaties gedaan wordt in de ROportefeuille. Dus een positief advies van het college. Ook motie O.5 GL, de motie Toegankelijke nacht, gaat over een belangrijke doelgroep. Dit kunnen we prima meenemen in het participatieproces.

We zullen in de Nachtvisie, wanneer het voorstel er ligt, overigens sowieso terugkoppelen wat er met de inbreng van iedereen is gedaan. Dat geldt voor alle doelgroepen die u nu genoemd heeft. Ook over deze motie is het college dus positief. Dan motie O.6, PvdD, de motie Ook vrijplaats voor de nacht. De invalshoek bij het maken van deze visie is echt: kijken waaraan bij de verschillende doelgroepen behoefte is in de stad en wat men belangrijk vindt en niet zozeer wie dan de aanbieder of organisator daarvan is. Of dat een organisatie vanuit een vrijplaatsgedachte is of wat dan ook, is mij om het even. Het kan iedereen zijn. Het gaat erom waar behoefte aan is, wat we kunnen realiseren en hoe we omgaan met initiatieven die zich voordoen. In de visie die we gaan maken en aan het maken zijn, is dat ook het toetsingskader op grond waarvan je kan zeggen wat we toestaan en wat we niet toestaan. Het maakt me niet uit of dat een vrijplaats is of geen vrijplaats, maar ik wil niet in het kader van de Nachtvisie beleid gaan voeren op een vorm van aanbieders. Deze motie wordt dus door het college ontraden. De voorzitter. Ik zie mevrouw Gerritsen hier even op broeden, maar zij is door haar spreektijd heen. Formeel mag zij dus niet meer interrumperen, maar wij hebben in het RvO afgesproken dat we zeker bij een maidenspeech enigszins … Nee, jullie hadden geen maidenspeech.

Sorry, u heeft helaas geen spreektijd meer. Het spijt me; geen interruptie. Meneer De Vuyst heeft wel een vraag. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Ja, dit is mijn 'maideninterruptie'. Wat die vrijplaats betreft: in het coalitieakkoord staat dat we meer aandacht hebben voor subculturen en voor de initiatieven in de stad die niet in een hokje passen. Zo las ik de strekking van de motie van de Partij voor de Dieren. Ik ben benieuwd hoe de wethouder daartegen aankijkt. De Nachtvisie gaat dat toch niet dichtregelen, waardoor een vrijplaats er niet in komt? Zo klonk het antwoord wel een beetje. Wethouder Bruines (D66). Nee, zo was mijn antwoord niet bedoeld. Misschien was mijn antwoord wat formalistisch. Het is het college om het even waar het initiatief vandaan komt, wie het uitvoert, waar het is of wat voor soort iets het is. Het gaat om wat we met dat nachtleven willen en in welke ruimte. 'We' wil zeggen dat dit met al die partijen en al die mensen die u net allemaal in de andere moties genoemd heeft, tot stand komt. Of dat in het kader van een vrijplaats of iets anders is, maakt mij niet zo veel uit. Maar ik vind het wel gek om in het kader van de Nachtvisie vrijplaatsenbeleid te gaan maken, want dat is een omgekeerde redenering.

De invalshoek is dat we met elkaar kijken wat de stad nodig heeft aan nacht, wat voor soort activiteiten, wat voor soort plekken daarbij horen, hoe we daarmee omgaan en wat waar kan: welke ruimten zijn er, welke plekken zijn er geschikt en wat is ervoor nodig om dat voor elkaar te krijgen? Dat is ons uitgangspunt en dat komt in die visie te staan. Als u mij vraagt of ik specifiek wil zeggen dat wij een vrijplaats voor de nacht willen maken, zeg ik dat dat niet aan ons is. Als er een organisatie is die een vrijplaats is - u noemt zelfs een specifieke in 53

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11995149/4