RIS313585 Notulen raad 6 oktober 2022
Tekst van het document
Goed dat het college werk heeft gemaakt van het duidelijker onderscheiden wat subsidies zijn en wat overheidsopdrachten, zeg ik ook met een andere pet op, waarvan ik de titel niet meer zal noemen hier. We kijken bij GroenLinks uit naar het voorstel om met meerjarige subsidies te werken, dat we volgend jaar kunnen verwachten. We zijn positief over de mogelijkheden voor kleinere subsidies voor kleinere organisaties bij de subsidieregeling Sociaal en Vitaal. Een aandachtspunt blijft voor ons hoe we de regellast verminderen voor kleinere verenigingen, zeker als ze meerdere subsidies aanvragen. Maar dat kunnen we als we over een jaar dit subsidieprogramma evalueren, opnieuw bespreken. De voorzitter. Dank u wel, meneer De Vuyst. Ik weet niet zeker of ik 'm heb gehoord, behalve 'constructieve'. O ja, toch. Er zijn geen vragen gesteld aan het college. Ik feliciteer meneer Van Esch met zijn maidenspeech namens het college. Ik constateer dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. De beraadslaging wordt gesloten.
Aan de orde is: L.
Initiatiefvoorstel Geef de zeehond een rustplek, RIS310674.
De voorzitter. Dit initiatiefvoorstel is van de heer Bom en eerder ook van de heer Oudshoorn. Gaat uw gang, meneer Bom. Coen Bom (Hart voor Den Haag). Voorzitter. Bijna precies een jaar geleden, ongeveer november vorig jaar, kwam René Oudshoorn met dit initiatiefvoorstel. Het was - dat is wel leuk om even te vertellen - het allereerste uitzoekwerk dat ik deed voor Hart voor Den Haag. Het was dus eigenlijk mijn eerste raadswerk. Als je het over zeehonden hebt, waar ga je dan beginnen? Ik kende alleen Pieterburen, zeg ik heel eerlijk. Daar ben ik dus ook begonnen. Maar het blijkt dat wij met Scheveningen vallen onder A Seal. Dat zit in Stellendam. Daar heb ik gesproken met Vincent van Serbruyns en het plan voorgelegd. Hij was zeker te spreken over het idee. De aanleiding voor het initiatiefvoorstel was een aantal bijtincidenten, met één fatale afloop zelfs in 2020. Maar nog niet eens zo lang geleden, een paar maanden geleden, zat René Oudshoorn meerdere uren bij zes uitgeputte zeehonden op het Zuiderstrand. Dat heeft weer te maken met het feit dat niet iedereen op de Dierenambulance meer een zeehond mag hanteren. Ze moeten eerst een opleiding bij A Seal hebben 20
gevolgd. Dat betekent dat het dus wel heel erg lang kan duren voordat een zeehond wordt geholpen door de Dierenambulance. Ik ga niet de hele commissie overdoen. Er waren een aantal punten. Ik had het er net even met de heer Van der Helm over dat er nog wat zou ontbreken aan het voorstel. In de commissie is een aantal vragen gesteld. Een ervan was: wat gaat het kosten? Wij hadden zelf in het initiatiefvoorstel € 2.000 gezegd. Dat kan nooit, was een beetje de stelling. Inmiddels heb ik de offerte van easypontons.nl binnen. Het gaat echt om enkele honderdjes, dus het is wel wat wij hadden verwacht. Dat wist ik eigenlijk al. Dat was punt één. Gaan de zeehondjes er wel op liggen? Dat is ook een volmondig ja. In het verversingskanaal ligt al een soort ijzeren rek. Daar gaan de zeehondjes al op liggen. Bovendien las ik in de aanvullende antwoorden van het college nog dat ze ook gaan liggen op de zonnepanelen die buiten de kust liggen. Met andere woorden, de zeehondjes weten het én te vinden en er is dus ook behoefte aan. Meneer Smit had in de commissie de suggestie om het strand voor een deel af te sluiten. Ik zie dan gelijk een soort Soldaat van Oranje-achtige houten kruizen en prikkeldraad en dergelijke. Dat moeten we, denk ik, niet willen en we hebben niet de situatie zoals in Zandvoort, dat we makkelijk een stuk kunnen afzetten.
Het lijkt me een goed idee, maar dat gaan we dus niet doen. Er waren nog wat argumenten vanuit de aanvullende beantwoording. Een daarvan was dat inen uitvarende schepen in gevaar zouden kunnen komen. Op de plek die wij hadden aangegeven in het initiatiefvoorstel en die we later nog een keer in de commissie hebben aangedragen, is geen scheepvaart. Dat zou dan dus echt een zeer blinde kapitein zijn. Laten we daar niet van uitgaan. Het zou zorgen voor zwemmers die naar het ponton zwemmen. Dat is natuurlijk een argument dat je gebruikt als je iets echt niet wil. Het idee van dat hele voorstel is natuurlijk dat de honden er niet kunnen komen. De meeste zeehondjes liggen er ook in de winter. Dan wordt er sowieso niet veel gezwommen. Dan was er nog het argument dat men liever geen zeehonden wil in het havengebied. Dat is een beetje de autodiscussie: we willen het liever niet, maar ze komen toch. Dat is met zeehonden ook, want er is vis in de haven. Ze zullen dus ongetwijfeld weer de haven opzoeken. Concluderend. We hebben de prijsargumentatie ondervangen. Het is een schattig voorstel. Het is voor € 2.000 te doen. Mocht toch blijken dat ongewenst gedrag of gevaar ontstaat, dan is het zo weer afgeblazen en afgebroken en het hele gebeuren weer teruggedraaid. Ik zie dus echt niet in - baat het niet, schaadt het niet - waarom dit niet zou kunnen. Ik hoop dat jullie dat met mij eens zijn.
De voorzitter. Het slaat als een bom in. Meneer Bom heeft ook voor een hele nieuwe vorm gekozen. Hij heeft namelijk de derde termijn uit de commissie overgedaan in zijn toelichting. Dat mag, hoor. Misschien ziet nu iedereen van het woord af en is men overtuigd door de beantwoording van de niet gestelde vragen! Dat is niet het geval. Ik geef het woord aan de VVD, meneer Van der Helm. De beraadslaging wordt geopend. Chris van der Helm (VVD). Voorzitter. Het is een bijzonder sympathiek voorstel. Dat ben ik helemaal eens met Hart voor Den Haag en de heer Bom namens die partij. De aanleiding is natuurlijk triest, met alle bijtincidenten die er zijn geweest. De experts zijn het ook erover eens dat het plaatsen van een ponton zou kunnen helpen. De natuur laat zich niet sturen, zegt onze stadsecoloog. Dat ben ik helemaal met de stadsecoloog eens. Tegelijkertijd hebben we bijvoorbeeld ook de eekhoorntjesbrug, waar inmiddels, na vier jaar, de eekhoorns overheen dartelen. Er waren twee argumenten: de prijs en de locatie van de ponton. De prijs is volgens mij helemaal uitgezocht. Dat heeft de heer Bom aangegeven. Dat ziet er wel goed uit. Alleen bij de locatie van het ponton zit wel de last dat het college aangeeft dat in verband met veiligheid, handhaving, zwemmers et cetera het niet verstandig is om daar een ponton neer te leggen.
Ik zou toch nog Hart voor Den Haag tot het volgende willen oproepen. Ook in een raadsvergadering kan je - het is niet heel gebruikelijk, maar het kan - een initiatiefvoorstel nog aanhouden. Ik zou toch die vraag bij Hart voor Den Haag willen neerleggen, want het is een buitengewoon sympathiek voorstel. Ik heb het idee - dat heb ik ook in de commissie aangegeven - dat er misschien nog een mogelijkheid is. Als Hart voor Den Haag toch nog een keer overlegt met het college of met ambtenaren om te kijken of er niet ergens anders een locatie in of rond de haven te vinden is waar het ponton wel zou kunnen liggen. Ik kan niet 21
toezeggen dat dat daadwerkelijk zo is, maar ik heb wel het idee dat er ergens misschien ruimte zou kunnen zitten. Ik zou dus nogmaals Hart voor Den Haag willen vragen om het voorstel nog even aan te houden en in overleg te gaan, want het zou zonde zijn als zo'n sympathiek voorstel het niet haalt. Het VVD kan het op dit moment namelijk niet steunen.; Carlos Martinez van Andel (Hart voor Den Haag). Ik heb nog even een vraag over die locatie. Wat nu als het college zelf een geschikte locatie aanwijst? Kan de VVD het plan dan steunen? Chris van der Helm (VVD). Dat is eigenlijk wat ik net aangaf: dat Hart voor Den Haag in overleg gaat met het college en samen kijkt of er een locatie is. Ik weet dat niet zeker. Een gesprek, op zijn minst, met het college om te kijken of er nog ergens een plek te vinden is, anders dan de locaties die zijn genoemd en waarvan het college aangeeft dat die niet kunnen, zou volgens mij het minste zijn. Het zou zonde zijn om het voorstel nu in stemming te brengen, want ik gaf net al aan dat de Haagse VVD het ontzettend sympathiek vindt, maar het op dit moment niet kan steunen, omdat die locaties niet geschikt zijn. Dat zou ik jammer vinden. Dus houd het even aan. Robin Smit (PvdD). Voorzitter.
Met zinnen als 'wij zijn voorstander van een stil strand waar de natuur met rust wordt gelaten' vanuit D66, 'we willen een fijn verblijf bieden aan zeehonden als stad met strand aan de Noordzee' vanuit GroenLinks, 'het kan geen kwaad om te kijken of er meer mogelijkheden zijn om zeehonden een veilige plek te geven' vanuit de VVD en, als kers op de taart, de toegezegde steun vanuit het CDA als de Partij voor de Dieren met een voorstel zou komen dat rekening zou houden met het natuurlijke gedrag van zeehonden voor rustplekken, zou je zeggen dat het wel goed zou moeten komen met de motie die je zo meteen gaat indienen. Ik wil dus ook nog even de heer Bom aanspreken. De Partij voor de Dieren was nooit voor een evenement à la Soldaat van Oranje. We hebben ook nooit gesproken over hekken of prikkeldraad. We willen gewoon de natuur op het strand. Vandaar de volgende motie: verzoekt het college te bezien in samenspraak met de Dierenambulance en andere zeehondenorganisaties welke stukken strand in aanmerking komen voor rustplekken voor zeehonden en hoe hier invulling aan te geven, en de bebording bij de strandopgangen daarop aan te passen. Deze motie dien ik mede in namens SP, HSP en DENK.
Dit voorstel zorgt ervoor dat de gemeente met deskundigen in gesprek gaat over hoe we natuurlijke rustplekken, waar zeehonden echt rust hebben, kunnen aanwijzen en hoe we daar invulling aan gaan geven. Kortom, we gaan af op deskundig advies. De voorzitter. Door de heer Smit, daartoe gesteund door mevrouw Arp, mevrouw Faïd en de heer Mahmood, wordt de volgende motie (L.1 PvdD) ingediend.
Motie L.1 PvdD Zeehondenstrand als rustplek De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 6 oktober 2022, ter bespreking van het initiatiefvoorstel Geef de zeehond een rustplek. Overwegende, dat: • de zeehond steeds vaker op de Haagse stranden te vinden is; • het strand en de rotsblokken bij de Havenhoofden natuurlijke verblijfplaatsen zijn voor zeehonden; • zieke en gewonden zeehonden verzwakt op de Haagse stranden aanspoelen; • de Dierenambulance Den Haag en Omstreken de instantie is die Eerste Hulp bij Zeehonden uitvoert als een dier in nood verkeert op Haagse stranden. Constaterende, dat: • het strand steeds drukker is geworden door recreatie, strandtenten en strandhuisjes; • het strand verdeeld is in verschillende zones (bijvoorbeeld stille strand en sportstrand); • bij de zonering van het strand de behoefte voor rustplekken op het strand voor zeehonden nog 22
niet is meegenomen. Verzoekt het college: • te bezien in samenspraak met de Dierenambulance en andere zeehondenorganisaties welke stukken strand in aanmerking komen voor rustplekken voor zeehonden en hoe hier invulling aan te geven; • de bebording bij de strandopgangen daarop aan te passen. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Hera Butt (GroenLinks). Voorzitter. Voor GroenLinks is het van belang dat Den Haag niet alleen een fijne plek is voor mensen maar ook voor dieren. Daar horen ook de zeehonden bij, die delen van het Haagse strand gebruiken als uitrustplaats. Dit moet blijven kunnen. Eén incident waarbij een zeehond op de Haagse kust gewond raakt of doodgaat is voor GroenLinks al te veel. Wat dat betreft hebben wij waardering voor het initiatiefvoorstel van Hart voor Den Haag. Ik ben blij dat er meer partijen zijn in de raad die zich bekommeren om het welzijn van zeehonden. Met Hart voor Den Haag roep ik het college op om deze bijzondere bezoekers, de zeehonden, te beschermen waar we kunnen. Als een flexibel ponton niet de oplossing is, zoals bleek uit de commissiebespreking - GroenLinks kan zich daar wel wat bij voorstellen - moet gekeken worden hoe we de zeehonden wél beter kunnen beschermen.
Wij zijn benieuwd naar de daadwerkelijke werking van de informatieborden, maar we zijn ook blij dat het college hierover in gesprek gaat met A Seal. Volgens mij zou het goed zijn als het college tijdens dit gesprek ook vraagt welke oplossingen zij zien voor het voorkomen van incidenten, met name tussen hond en zeehond. Want die botsing tussen hond en zeehond, zo blijkt duidelijk uit de onderbouwing van het initiatiefvoorstel van Hart voor Den Haag, is erg gevaarlijk voor de zeehond. Is het een idee, zo vraag ik de wethouder, om met A Seal te kijken of het zou kunnen helpen om delen van het strand waarvan we weten dat de zeehonden daar graag komen, jaarrond hondenvrij te maken? Carlos Martinez van Andel (Hart voor Den Haag). Voorzitter. Ik hou het kort. Collega Bom heeft alles al genoemd. Voor wat betreft de locatie nog het volgende. Die ponton zou moeten komen aan het Zuiderstrand. Daar is nauwelijks tot geen vaarverkeer, dus dat argument is eigenlijk al weggenomen. En de zeehonden liggen daar vooral in de winter. Dat is een periode waarin er eigenlijk geen zwemmers zijn. De argumenten die nu genoemd worden om tegen dit voorstel te zijn, zouden dus nog eens heroverwogen kunnen worden. Dat was het wat mij betreft. Robin Smit (PvdD). Ik ben eigenlijk wel benieuwd wat Hart voor Den Haag gaat doen met de motie die de Partij voor de Dieren indient.
Carlos Martinez van Andel (Hart voor Den Haag). Dat gaat u straks zien. De voorzitter. Ja, dat is ook een antwoord. Robin Smit (PvdD). Dat ga ik straks zien, inderdaad, maar kan de heer Martinez van Andel misschien toch een tipje van de sluier oplichten? Staan ze er positief of negatief tegenover? Carlos Martinez van Andel (Hart voor Den Haag). Dat kan de heer Martinez van Andel wel, maar dat doet hij toch niet. U ziet het echt straks. De voorzitter. Oké, dank u wel. We gaan door naar de volgende spreker. Ik kijk naar de Partij van de Arbeid. Nee? Dan de SP. Ja, mevrouw Arp komt eraan.
23
Lesley Arp (SP). Ik hoorde iets zeggen over een rode zeehond, voorzitter, maar ik ga dat maar even negeren. Allereerst vind ik dit natuurlijk een heel sympathiek voorstel. Deze week was er weer een discussie over het type badgasten dat het college wil aantrekken. Is dat de kwaliteitstoerist of de patattoerist? Vandaag hebben we het over een ander soort badgast, die wat de SP betreft sowieso zeer welkom is: de zeehond. Wat de SP betreft is de zeehond zo welkom dat zelfs economische activiteiten of de mens daar wat ruimte voor zouden kunnen maken. Dat is een keuze waar Hart voor Den Haag nog wat huiverig voor lijkt. Daarom hebben wij ook de motie van de Partij voor de Dieren medeondertekend. Wat betreft het initiatiefvoorstel was er vanuit het college nog enige kritiek op de financiële onderbouwing. Volgens het college waren de kosten van de drijvende ponton te rooskleurig ingeschat. Nu was ik eigenlijk in de veronderstelling dat Hart voor Den Haag nog met nadere informatie hierover zou komen, ook richting de raad en het college. Ik hoor nu iets over een EasyPonton-offerte, maar ik ben benieuwd waarom de afweging is gemaakt om die nog niet even met de raad en het college te delen, zodat die er ook op konden reageren. De voorzitter. Dank u wel, mevrouw Arp. Dat was de eerste termijn van de zijde van de raad over het initiatiefvoorstel. Dan kijk ik nu naar het college.
Wethouder Mulder. Wethouder Mulder (VVD). Voorzitter. De voorzitter. Mevrouw Arp, heeft u nu meteen een interruptie? Nee, hè? In theorie kan natuurlijk alles. Gaat uw gang, wethouder Mulder. Wethouder Mulder (VVD). Voorzitter. Dank aan de initiatiefnemers voor dit voorstel. Het is uitvoerig besproken in de commissie van 25 augustus. Volgens mij heeft het college toen ook gezegd dit op zichzelf een sympathiek voorstel te vinden, althans, geen sympathiek voorstel maar een sympathiek idee om zeehonden te helpen. Tegelijkertijd heeft het college het initiatief ontraden. Wel staan er sinds deze week weer borden bij het strand met informatievoorziening over zeehonden. Die heeft collega Bredemeijer nog geopend. Met dat deel, dus de informatievoorziening, zijn we het dus eens, maar met de ponton niet. We hebben ook gezegd waarom we dat niet zien zitten. Dat gaat om veiligheid en dat gaat erom dat zeehonden al een plek hebben. Carlos Martinez van Andel (Hart voor Den Haag). Inderdaad heb ik gezien dat er een bord is geplaatst op het Noorderstrand. Komt dat er ook op het Zuiderstrand? Wethouder Mulder (VVD). Het is goed dat u heeft geconstateerd dat er inmiddels borden staan. Wij moeten kijken of er meerdere borden nodig zijn, maar dit was de plek waar het gebeurde met de zeehonden dus daar staan nu de borden. We moeten kijken hoe dat uit gaat pakken.
Dan kom ik bij de vraag van mevrouw Butt. Ik vertaal die zo: kunnen we een onderzoek doen naar de vraag of we op bepaalde delen van het strand een permanente aanlijnplicht voor honden kunnen realiseren? Hera Butt (GroenLinks). Ik bedoelde eigenlijk: hondenvrij. Wethouder Mulder (VVD). Dat is weer iets anders, hè. Ik wilde mevrouw Butt tegemoetkomen, maar nu voegt ze er weer iets aan toe. Wat we in ieder geval wel willen doen - ik heb dat snel overlegd met collega Bredemeijer, die sinds een week van strandbeleid is, is kijken of we op delen van het strand inderdaad een aanlijnplicht voor honden - nou ja, hondenvrij - kunnen instellen. Ik zeg toe dat we dat gaan doen, ook namens collega Bredemeijer. Dan kom ik bij de motie van de Partij voor de Dieren. Die motie moet ik ontraden. Het aanwijzen van een stuk strand biedt geen garantie dat de zeehonden deze rustplek ook daadwerkelijk kiezen. De natuur laat zich niet sturen en zeehonden kiezen op basis van de omstandigheden een rustplek. Dat kan een zandbank zijn, een rustige plek op het strand, een rotsblok of een zonnepaneel verder op zee. Er is dus geen vaste plek waar zeehonden altijd uitrusten, dus we kunnen ook geen gebieden aanwijzen waar borden zouden moeten worden geplaatst. Ook onze stadsecoloog heeft 24
geconstateerd dat de zeehonden met name in de winter de Haagse kust bezoeken voor een rustplek, en in deze periode zijn er voldoende rustplekken. Deze motie ontraad ik dus, weliswaar … De voorzitter. Even een rustplek in uw betoog. Meneer Smit. Robin Smit (PvdD). Ik zag de tijd intussen al doortikken. Ik hoor de wethouder zeggen dat het te ver gaat om een stuk strand aan te wijzen, maar waar haalt de wethouder vandaan dat ik het college oproep om iets aan te wijzen? Ik zeg 'in aanmerking komen', 'te kijken naar' en 'hoe invulling te geven aan'. Alles duidt erop dat het een onderzoeksmotie is, toch, wethouder? Wethouder Mulder (VVD). Wij zien het ook niet zitten om de uitkomst van zo'n onderzoek te gaan uitvoeren. Dat onderzoek heeft dus wat ons betreft ook geen zin. Dat probeerde ik zonet ook te zeggen. Dus wat dat betreft onraad ik de motie. Robin Smit (PvdD). Ik hoor de wethouder hier zeggen dat het college er niet toe bereid is om een onderzoek te doen, maar zojuist heeft een coalitiepartij eigenlijk om een soortgelijk onderzoek gevraagd, om te kijken hoe we maatregelen kunnen treffen om het strand hondenvrij te maken, een aanlijnplicht in te stellen en noem maar op. En dat is de wethouder wel bereid om toe te zeggen.
Waarom doen we dat dus niet allemaal gebundeld ineen, om te onderzoeken hoe we dit kunnen voorkomen? In de commissie heeft het college namelijk ook gezegd dat het strand en de zandbanken juist de rustplekken zijn. Ik weet dus niet wat er nu allemaal wordt gezegd door het college, maar het is een beetje tegenstrijdig. Wethouder Mulder (VVD). Ik begrijp de heer Smit, maar hij wil bezien welke stukken strand in aanmerking komen als rustplekken voor zeehonden. Dat is iets anders dan onderzoeken waar je hondenvrij of een aanlijnplicht wil hanteren. Dat zijn dus verschillende onderzoeken. Het ene onderzoek wil het college wel doen en het andere ziet het college niet zitten. Want waarom zouden we het onderzoeken als we het toch niet zien zitten? De voorzitter. Laatste keer, meneer Smit. Robin Smit (PvdD). Ik kan alleen maar concluderen dat de wethouder last van tunnelvisie heeft. De voorzitter. Een tunnelvisie. Dat was het vorige onderwerp! Ik kijk naar GroenLinks voor een interruptie. Mevrouw Butt. Hera Butt (GroenLinks). Ik was even benieuwd wat de wethouder bedoelt als hij zegt dat hij het onderzoek in de motie van de Partij voor de Dieren niet ziet zitten. Wat ziet de wethouder daar niet aan zitten? Wethouder Mulder (VVD). Wij zien niet dat het zin heeft om speciale rustplekken voor zeehonden aan te wijzen, omdat je die zeehonden niet kan sturen.
En er zijn ook andere rustplekken voor de zeehonden. Hera Butt (GroenLinks). Ik ben het ermee eens dat de zeehonden niet te sturen zijn. Tegelijkertijd vraag ik me af hoe dan het onderzoek zal worden vormgegeven naar het hondenvrij maken van bepaalde locaties. Of gaat het er dan om, alles wat een strand is hondenvrij te maken of van een aanlijnplicht te voorzien? Dat lijkt me dan namelijk ook lastig om te onderzoeken. Wethouder Mulder (VVD). Ik probeer mevrouw Butt tegemoet te komen. Ik zei al: we gaan kijken welke delen van het strand eventueel geschikt zouden kunnen zijn voor een hondenaanlijnplicht of het vrij maken - dat klinkt wat ongelukkig - van honden. Dat gaat dus niet om het hele strand, maar om delen van het strand. Zo interpreteer ik wat mevrouw Butt vraagt.
25
De voorzitter. Mevrouw Butt, bent u klaar? U bent klaar. Dank u wel. Dat was de eerste termijn van de zijde van de raad en het college. Dan kijk ik nog even naar de initiatiefnemer, meneer Bom. Coen Bom (Hart voor Den Haag). Dank u wel, voorzitter. Ik ben iets heel belangrijks vergeten te zeggen aan het begin van mijn hele betoog, namelijk dat ik de heer Van Esch en de heer Ahraui wilde feliciteren met hun maidenspeech. Dat is een goed gebruik en ik ben dat vergeten. Ik had het nog heel groot boven mijn verhaal geschreven, maar ben het toch vergeten. Excuses dus. Dan even over meneer Van der Helm. Ik snap natuurlijk wat hij zegt over dat aanhouden, maar ik heb bij het aantreden van de nieuwe wethouder zelf contact gezocht met de bestuursadviseur. Er kwam een andere wethouder dus ik dacht: nou, nieuwe ronde, nieuwe kansen; hier zou weleens heel anders tegen aangekeken kunnen worden. De antwoorden gaven er ook geen enkele aanleiding toe om het voorstel aan te houden. Wij willen dit voorstel in stemming brengen, want ik wil graag weten wie ervoor en wie ertegen is. Dat vind ik fijn om te weten. Dat is dus de argumentatie om dit niet aan te houden. Wij hebben vanmorgen nog contact gehad met A Seal. Zij willen heel graag meedenken en toetsen wat er aan mogelijkheden is.
Ik zou het dus wel toejuichen om alsnog een opening te houden voor een andere locatie, maar vooralsnog hebben wij meer dan genoeg locaties aangegeven. En wij zijn ervan overtuigd dat die plekken wel voldoen. Chris van der Helm (VVD). Nu hoor ik dat Hart voor Den Haag toch nog een soort opening wil houden om te kijken of een andere locatie mogelijk is. Ik hoor de SP net aangeven dat de offerte voor een ponton niet rondgestuurd is. Eigenlijk mist er dus nog wat informatie. En er is dan wel ambtelijk contact geweest, maar volgens mij nog niet helemaal naar uw zin. Ik herhaal de vraag dus nog maar een keer: is het dan niet handig om het voorstel toch nog even aan te houden om te kijken wat er nog in het vat zit? Coen Bom (Hart voor Den Haag). Nee. Kijk, het voorstel zoals het er ligt, vinden wij al goed. Waarom zouden we het dus aanhouden? Nog even over die offerte: die onderstreepte alleen maar wat er al in het voorstel stond, daarom heb ik die niet rondgestuurd. U moet mij maar even op mijn daadwerkelijk blauwe ogen geloven dat die offerte alleen maar een onderstreping is van wat er al in het voorstel staat. Daarom heb ik die dus niet rondgestuurd. Ik had dat misschien wel kunnen doen, waarvoor dan excuses. En wat betreft de locaties nog het volgende. Er zijn inmiddels zo veel locaties aangedragen, en overal is het niet mogelijk of komt er een drogreden waarom het niet kan.
Dan heeft aanhouden ook niet veel zin, want het antwoord zal hetzelfde blijven. Zo hebben wij dat althans ingeschat. Dan de ponton. Daarover bestond een misverstand bij mevrouw Butt. Zij zei namelijk dat in de commissie bleek dat een ponton niet zou werken, maar dat is helemaal niet het geval. Alle deskundigen van de diverse organisaties zeggen dat dat zeker kan werken. Sterker nog, het blijkt al te werken. Dat is dus niet waar. Hera Butt (GroenLinks). Misschien is er een verschil van interpretatie geweest, maar volgens mij is in de commissie wel degelijk ter discussie gesteld of een flexibel ponton de oplossing is in dit geval. En volgens mij was niet kristalhelder dat dat de oplossing is, en nog steeds niet. Coen Bom (Hart voor Den Haag). Nou ja, ik weet niet waar u die conclusie uit trekt, want zo is het niet gegaan in de commissie. Het college geeft nu aan dat de zeehonden al op zonnepanelen liggen, dus het blijkt wel degelijk te werken. Dat zeggen de deskundigen ook. Die discussie had ik dus niet gevoerd. We hebben het er destijds alleen over gehad of het een kunststof ponton moet zijn of een duurzamer ponton. Die discussie kunnen we natuurlijk nog aangaan, maar dat een ponton kan werken is gewoon al aangetoond. De voorzitter. Is dit afdoende? Ja. Meneer Bom, zet u uw betoog voort. Coen Bom (Hart voor Den Haag). Ja.
Dan had ik nog even iets over de waarschuwingsborden, want dat was een terechte vraag van meneer Martinez van Andel. Op het Zuiderstrand waren juist 26
recentelijk de incidenten. René Oudshoorn is daar toen drie uur lang bij die uitgeputte zeehondjes blijven zitten om honden weg te jagen. Een gezonde zeehond kan overigens goed voor zichzelf zorgen, maar als ze eenmaal uitgeput zijn, komen ze in gevaar omdat ze zichzelf niet afdoende kunnen verdedigen dan wel op tijd weg kunnen komen. Had ik nog iets anders? Nee, dat was het eigenlijk wel. Ik blijf erbij dat ik het een baat-hetniet-dan-schaadt-het-nietverhaal vind. Het sterkste argument vind ik eigenlijk dat als het nou toch onverhoopt leidt tot ongewenst gedrag, of als er iets niet oké blijkt te zijn, het zo weer afgebroken is. Het is nog geen € 2.000. Ik vind het een poging waard, want het gaat om de zeehondjes, hè. Daar gaat het uiteindelijk om. Caroline Verduin (D66). Ik ben eigenlijk wel benieuwd naar het volgende. Wat ook een beetje ontbrak in het initiatiefvoorstel, was juist dat de hond, die het grootste risico is voor de zeehond, meer gestuurd kan worden en bijvoorbeeld aangelijnd kan worden. Hoe kijkt u als initiatiefnemer naar het voorstel om in bepaalde gebieden een aanlijnplicht te laten gelden voor honden? Wat bleek daarover uit jullie onderzoek? Coen Bom (Hart voor Den Haag). Precies deze vraag hebben we in de commissie ook gekregen. De periode waarin de zeehonden naar Scheveningen komen valt precies samen met de tijd waarin honden los mogen lopen op het strand.
In de commissie heb ik al gezegd: als we de hond niet op het strand los mogen laten, weet ik niet waar wel. Dat is ook het probleem met die waarschuwingsborden. Die staan er wel en die zijn bedoeld om de mensen op te voeden in wat ze moeten doen als ze een zeehond tegenkomen, maar die hond - ik neem even mijn eigen hond, Rover - loopt al 100 meter vooruit en leest dat hele bord niet. Die is dus al bij de zeehond terwijl ik nog een heel eind daarachter loop. Dan is het dus al te laat om hem aan te lijnen. Dat is een beetje het probleem. Dan zou je dus voor het hele strand een aanlijnplicht moeten maken. Ik ben daar zeker niet voor. De voorzitter. Dat roept allerlei associaties op, maar ik zal me inhouden. Caroline Verduin (D66). De heer Bom geeft nu precies de kwestie aan: de hond zelf kan het bord niet lezen, maar de eigenaar wel. Als het voor de eigenaar gewoon heel duidelijk is op welk stuk strand de hond niet los mag lopen en op welk stuk wel, dan zou dat toch juist een oplossing kunnen zijn om die zeehonden te beschermen tegen het grootste gevaar dat ze kennen, namelijk die loslopende hond? Coen Bom (Hart voor Den Haag). Maar wij weten toch niet waar die zeehond gaat liggen? Dan zou je voor het hele strand een aanlijnplicht moeten instellen en dat is toch niet wat we willen. Of zeg ik nu iets raars? De voorzitter.
Andere leden van de raad nog voor een tweede termijn? Nee, zie ik. Dan gaan we hier straks over stemmen. Dank u wel, meneer de initiatiefnemer. De beraadslaging wordt gesloten.
Aan de orde is: M.
Commissiebrief beantwoording vragen over padelbanen (RIS 312379).
De beraadslaging wordt geopend. De voorzitter. Het woord is aan de gemeenteraad. Robert Barker (PvdD). Padel vlak naast huizen zorgt overduidelijk voor overlast. En padelbanen bij natuurgebieden zorgen ervoor dat vleermuizen verdwijnen en vogels zich doodvliegen. Padel is wat dat betreft iets anders dan tennis. In Den Haag zien we de overlast ook al, maar er zijn nog eens voor vijftien banen vergunningen aangevraagd in Mariahoeve. Bij die aanvragen liggen woningen en natuur 27
vlak om de hoek. De Partij voor de Dieren zou graag zien dat de gemeente beleid maakt en niet afwacht tot er overlast is. Dat kán ook, via de Omgevingswet en via contracten. Gaat de wethouder met de Omgevingswet regels aan padel stellen? Als gemeente kunnen we toch op ons eigen land bepalen wat er komt? Wat mijn fractie betreft, is het tijd dat er beleid komt en dat duidelijk wordt waar de gemeente vanuit haar grondpositie op stuurt. Vandaar de volgende motie, of eigenlijk het balletje dat ik met verschillende partijen opwerp. Dat zijn Hart voor Den Haag, het CDA, GroenLinks, de HSP en de PVV. De motie roept het college op eisen op te stellen rond de komst van padelbanen in de buitenlucht op gemeentegrond en hierbij in te gaan op de volgende aspecten: de uitkomst van de gesprekken tussen de VNG, de KNLTB en de Stichting Geluidshinder over de mogelijke nieuwe norm, de nabijheid van en gevolgen voor de natuur en de Stedelijke Groene Hoofdstructuur en de uitgewerkte eisen conform de motie Laat padelbanen geen kerkhof worden, en totdat de eisen zijn vastgelegd geen privaatrechtelijke toestemming te geven voor de aanleg van padelbanen op gemeentegrond in de buitenlucht. Voorzitter. We zien dat veel plannen dus bij ecologische zones en bij huizen liggen. Bij de Bezuidenhoutseweg komt de baan zelfs naast het vogelrustgebied Litoraal.
Kan de wethouder bevestigen dat we daar geen medewerking aan geven, zodat het vogelrustgebied wordt beschermd? De voorzitter. Door de heer Barker, daartoe gesteund door de heer Bom, mevrouw De Groot, de heer Kruis, mevrouw Bos en mevrouw Faïd, wordt de volgende motie (M.1 PvdD) ingediend:
Motie M.1 PvdD Geef invulling aan de eigenaarsrol bij padel De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 6 oktober 2022, ter bespreking van Padelbanen. Constaterende, dat: • de gemeente Den Haag op publiekrechtelijke wijze invloed heeft op de ruimtelijke ordening via bestemmingsplannen en in de toekomst via omgevingsplannen; • de gemeente grondeigenaar is van sportterreinen en in deze capaciteit regelmatig privaatrechtelijk overeenkomsten aangaat met sportverenigingen en exploitanten. Overwegende, dat: • padel een sport is die voor veel plezier zorgt onder de spelers, maar niet op alle plekken wenselijk is; • sport een belangrijke voorziening is in de stad, waarbij een balans nodig is dat voorzieningen hand in hand gaan met een leefbare stad, natuuromgeving en een fijne buurt om te wonen; • er vergunningen zijn aangevraagd voor de aanleg van maar liefst 15 padelbanen in Mariahoeve en Marlot; • padelbanen op meerdere manieren significante effecten hebben op de omgeving, zoals door de transparante wanden en het gevaar voor dieren, door verlichting, door geluidsoverlast en door verharding van de bodem; • veel van deze zaken niet goed kunnen worden meegenomen indien al sprake is van een sportbestemming in het bestemmingsplan; • de gemeente als grondeigenaar wel meer mogelijkheden heeft om op de genoemde aspecten te sturen vanuit haar privaatrechtelijke rol.
Roept het college op: • eisen op te stellen rond de komst van padelbanen in de buitenlucht op gemeentegrond; • hierbij in te gaan op de volgende aspecten: o de uitkomsten van de gesprekken tussen de VNG, KNLTB en Nederlandse Stichting Geluidshinder over een mogelijk nieuwe norm (of indien dit er nog
28
•
niet is de beoordelingsrichtlijn ‘Padelbanen en geluid’ van de Nederlandse Stichting Geluidshinder); o de nabijheid van en gevolgen voor de natuur in de Stedelijke Groene Hoofdstructuur; o de uitgewerkte eisen conform de motie “Laat padelbanen geen kerkhof worden”; totdat de eisen zijn vastgelegd geen privaatrechtelijke toestemming (vanuit het eigenaarschap) te geven voor de aanleg van padelbanen op gemeentegrond in de buitenlucht.
En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Voorzitter: de heer Groenewold. Coen Bom (Hart voor Den Haag). Voorzitter. Daar ben ik weer, en ik begin hiermee. (De heer Bom laat vanaf zijn mobiele telefoon een geluidsfragment horen) Coen Bom (Hart voor Den Haag). Nou, we krijgen een indruk. Ik dacht: ik begin even grappig. Maar het is niet om grappig te zijn. Het is natuurlijk serieuze ernst. Padel is het hotste item van dit moment. Het is de snelst groeiende sport en het is ook ontzettend leuk om te doen. Want dat wil ik er toch even duidelijk bij zeggen: wij zijn zeker geen tegenstander van padel. Er is enorm veel vraag naar en dus zijn er ook heel veel aanvragen op dit moment. We hebben er zelfs 30 geteld. En als ik dan de vergunningen van de Van Hogenhoucklaan en de Bezuidenhoutseweg meeneem, zijn dat soms situaties waarbij de bewoning op 36 meter afstand staat. Dat lijkt mij een duidelijk verhaal: dat gaat haast niet. Maar goed, vooralsnog is de gemeente voornemens om die vergunningen toe te kennen. Dat bleek ook in de commissie. En dat is voornamelijk omdat ze vinden dat ze geen weigeringsgrond hebben. Op meer dan 100 plaatsen in Nederland is er ernstige overlast gemeld via de website meldoverlastpadelbanen.nl. Er is gewoon zware geluidsoverlast. Het is letterlijk een pokkenherrie, want dat gepok kan oplopen tot 95 dB.
En u begrijpt dat we het bij zwaar getrainde spelers, zoals ik, hebben over een rally die wel even kan duren. Dat is dus een langdurig aanhoudend geluid. Veel gemeenten hebben inmiddels het beleid een beetje bijgesteld. In Sittard en Meerssen bijvoorbeeld hebben ze de aanvragen herbezien, en vorige week was er in Beverwijk nog een zaak waarin de rechtbank duidelijk is geweest: vanaf 20.00 uur mag daar niet meer worden gepadeld. Maar dat is nou zo'n voorbeeld dat we niet moeten willen, want dat is voor de ondernemers niks - je businessmodel is weg - en voor de omwonenden ook, want die zitten alsnog tot 20.00 uur in die herrie. Dat kunnen wij in deze stad nog voorkomen. Laten we dat dan ook doen. Wij hebben hier in Den Haag te maken met de Omgevingsdienst Haaglanden en volgens geluidsdeskundigen, onder wie Erik Roelofsen, die hier heeft ingesproken tijdens een werkbespreking, hanteert de ODH als enige van de 28 omgevingsdiensten een verkeerde meetmethode. Hij heeft ze hiermee geconfronteerd en er is ook antwoord op gekomen, maar hangende een rechtszaak zijn dat geen inhoudelijke antwoorden geweest. Ik vind dat het niet zo kan zijn dat wij in Den Haag als enige een andere meetmethode hanteren dan de rest van Nederland. Ook hierover heb ik een vraag aan de wethouder.
Kun je als betrokkene, of kunnen wij als gemeenteraad, eigenlijk een second opinion vragen bij een andere omgevingsdienst? Tot nu toe hebben wij weinig vertrouwen in de opstelling van het college, dat vindt dat het op grond van het bestemmingsplan sport niet kan weigeren. Maar zoiets kan natuurlijk wel. Kijk eens naar de APV. Dat was vroeger in mijn horecatijd de grootste vijand, want daardoor kon de gemeente precies bepalen of ze iets wel of niet wilde. En er is natuurlijk ook nog zoiets als het bestuursrecht, waarin staat dat als er nieuwe feiten naar boven komen, er wel degelijk een reden is om iets terug te draaien. Dat brengt mij bij het belangrijkste punt. Het werd al eerder genoemd, volgens mij door meneer Snijders. Binnen een of twee weken verschijnt er een whitepaper van de Nederlandse Geluidsdienst, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de tennisbond. De afspraken daarover 29
zijn inmiddels geweest. Ik heb Erik Roelofsen gisteren nog gesproken en er is goed nieuws. Er is iets uit gekomen en dat gaat leiden tot het advies dat er 160 meter tot 200 meter tussen twee padelbanen en bewoning moet worden aangehouden. Als dat eenmaal zo is, hebben we in ieder geval richtlijnen en kunnen we wat doen. Die richtlijnen zijn dus samen met de VNG opgesteld, dus ik zou niet weten waarom wij ons daar in Den Haag niet aan zouden kunnen houden. Beter nog: we zouden er even op moeten wachten. Dit geldt dus niet alleen voor de vergunningen die zijn aangevraagd, maar ook voor de vergunningen die al zijn vergund, zoals op de Van Hogenhoucklaan, want daar is het echt schrijnend. De padelbaan is daar gepland op een afstand zo groot als tussen mij en de publieke tribune, dus dat is werkelijk niet te doen. Daarom dien ik een motie in. Het dictum luidt: verzoekt het college om geen vergunningen te verlenen aan padelondernemers alvorens de uitkomst van het overleg tussen VNG, KNLTB en NSG bekend is. Voorzitter, afrondend. Hart voor Den Haag is groot voorstander van sport en zeker ook van padel, maar als zelfs het WK padel indoor plaatsvindt, moeten we vaststellen dat de sport zich beter leent voor indoor. Dat vindt zelfs John van Lottum, de grootste voorvechter van padel.
Bekijk de reeds vergunde en de nieuwe aanvragen met de kennis van nu en stel padelgenot niet boven woon- en leefgenot. De voorzitter. Door de heer Bom wordt de volgende motie (M.2 Hart voor Den Haag) ingediend:
Motie M.2 Hart voor Den Haag Geen vergunningen voor padelbanen zonder landelijke richtlijnen De gemeenteraad van Den Haag in vergadering bijeen op donderdag 6 oktober 2022, ter bespreking van beantwoording vragen over padelbanen (RIS312379) Constaterende, dat: • er in Den Haag op vijf verschillende locaties aanvragen liggen voor het aanleggen van padelbanen; • de sport padel, naast veel sportplezier, ook zorgt voor ernstige overlast en een enorme impact heeft op de leef- en woonomgeving; • de sport zodanig nieuw is, dat er nog geen landelijke richtlijnen zijn of beleid is gemaakt; • door het (sport-)bestemmingsplan een vergunning soms lastig te weigeren is. Overwegende, dat: • padel een hele leuke en snelgroeiende sport is; • de meetmethoden van de Omgevingsdienst Haaglanden om de geluidspieken vast te stellen door deskundigen ernstig worden bekritiseerd; • er deze maand een whitepaper wordt opgesteld door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, de KNLTB Tennisbond en de Nederlandse Stichting Geluidshinder om richtlijnen af te spreken omtrent padel in een leefomgeving. Verzoekt het college: • er geen vergunningen worden verleend aan padelondernemers alvorens de uitkomst van het overleg tussen VNG, KNLTB en NSG bekend is; • de raad over de uitkomsten te informeren. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging.
Samir Ahraui (PvdA). Voorzitter. Gezien de spreektijd zal ik het proberen kort te houden. Er is al veel gezegd over de terechte zorg die bij veel bewoners speelt over padel. Tegelijkertijd wonen we in een stad waarin we ook ruimte willen bieden voor sport. Die belangenafweging is moeilijk. Die is ingewikkeld en vraagt om een goede participatie van bewoners en sportverenigingen. 30
Voorzitter. Ik heb twee vragen aan het college. De eerste is gericht op sport. Wat doet de gemeente met de spreiding van typen sport over de stad en welke rol heeft de gemeente precies gespeeld in het begeleiden van de investeerders naar deze locaties voor padel? Dan de laatste vraag. Welke stappen zou het college willen zetten om participatie in de toekomst te bevorderen? Ook willen wij een motie indienen, met als dictum: verzoekt het college in afwachting van de gesprekken tussen de VNG en de KNLTB over nieuwe normen voor de aanleg van padelbanen de juridische mogelijkheden en onmogelijkheden te onderzoeken om te sturen op de komst van padelbanen en hierbij ook de mogelijkheden en onmogelijkheden van een eventuele parapluherziening mee te nemen, indien uitgegeven vergunningen niet meer kunnen worden aangehouden of ingetrokken in gesprek met de ODH de mogelijkheden in kaart te brengen voor geluidsmonitoring van gerealiseerde en/of reeds vergunde padelbanen en de eventuele extra handhaving en maatregelen te treffen om geluidsoverlast voor omwonenden zoveel mogelijk te beperken en rekening te houden met de functie van de ecologische zone, nieuwe VNG-richtlijnen voor de aanleg van padelbanen bij publicatie te beoordelen en met een voorstel naar de raad te komen voor inpassing in bestaand beleid, en vanuit sportbeleid met initiatiefnemers voor padelbanen in gesprek te gaan over
een betere spreiding over de stad om overconcentratie van de specifieke sport in dezelfde wijk tegen te gaan. Deze motie is medeondertekend door D66, VVD en GroenLinks. De voorzitter. Door de heer Ahraui, daartoe gesteund door de heer Noorlander, de heer De Ridder en mevrouw Bos, wordt de volgende motie (M.3 PvdA) ingediend:
Motie M.3 PvdA Pas op de plaats met vergunning voor padelbanen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 6 oktober 2022, ter bespreking van Commissiebrief: Beantwoording vragen over padelbanen (RIS312379). Constaterende, dat: • voldoende en diverse sportvoorzieningen in Den Haag broodnodig zijn om de sportdeelname op te schroeven en de vraag naar sportvoorzieningen in de stad hoog is; • padel (indoor als outdoor) een relatief nieuwe sport is en in snel tempo aan populariteit wint, maar niet zonder hevige maatschappelijke discussies over met name geluidsoverlast gepaard gaat; • de gemeente Den Haag diverse vergunningen in Mariahoeve/Haagse Hout heeft verleend voor de bouw van meerdere padelbanen; • bewoners, wijkorganisaties en sportverenigingen onvoldoende betrokken zijn geweest bij het verlenen van deze vergunningen voor meerdere padelbanen in hun buurt; • de VNG samen met de KNLTB nog in gesprek is om de juiste normen te bepalen voor de inpassing van padelbanen in woongebieden. Overwegende, dat: • in een dichtbevolkte stad het noodzakelijk is om samen met bewoners nauwkeurig het gesprek te blijven voeren over de (acceptabele) inpassing van voldoende en nodige (sport)voorzieningen in een wijk; • overconcentratie van dezelfde sportvoorzieningen in een gebied onwenselijk is, omdat dit niet bijdraagt aan een evenredige verdeling van sportaanbod en sportvraag.
Verzoekt het college: • in afwachting van de gesprekken tussen de VNG en KNLTB over nieuwe normen voor de aanleg van padelbanen de juridische (on)mogelijkheden te onderzoeken om te sturen op de komst van padelbanen en hierbij ook de (on)mogelijkheden van een eventuele parapluherziening in mee te nemen; • indien uitgegeven vergunningen niet meer kunnen worden aangehouden of ingetrokken, in gesprek met ODH de mogelijkheden in kaart te brengen voor geluidsmonitoring van 31
• •
gerealiseerde en/of reeds vergunde padelbanen en eventuele extra handhaving en maatregelen te treffen om geluidsoverlast voor omwonenden zoveel mogelijk te beperken en rekening te houden met de functie van de ecologische zone; nieuwe VNG-richtlijnen voor de aanleg van padelbanen bij publicatie te beoordelen en met een voorstel naar de raad te komen voor inpassing in (bestaand) beleid; vanuit sportbeleid met initiatiefnemers voor padelbanen in gesprek te gaan over een betere spreiding over de stad om overconcentratie van een specifieke sport in dezelfde wijk tegen te gaan.
En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Hinke de Groot (CDA). Voorzitter. Ik zou het in deze raad misschien veel liever willen hebben over echte crisissen, zoals de energiecrisis en de woningcrisis, maar we hebben als het gaat om padel ook de plicht om dat goed te organiseren en grip te krijgen op de overlast. Want er dreigt nu een situatie te ontstaan van disbalans tussen de voorzieningen en de woonomgeving. Voor de CDA-fractie staat voorop dat sport een belangrijke voorziening is in de stad. Den Haag zet terecht in op het stimuleren van sport en beweging en sportverenigingen zijn een cruciaal onderdeel van onze Haagse samenleving, maar de ruimtelijke regie op de aanleg van padelbanen is nog niet voldoende. Het CDA is blij met de toezegging die we in de commissie hebben gehad van voormalig wethouder Mulder dat hij er bij exploitanten op zal aandringen dat de participatie van omwonenden beter wordt opgepakt. Maar er is meer nodig. Het huidige beleid gaat uit van standaarden en van andere sportvoorzieningen onder oud beleid. We hebben daar uitgebreid over gesproken bij de werkbespreking in de commissie. En gezien het aantal aanvragen voor padelbanen in dichtbewoonde wijken lijkt het erop dat er een disbalans ontstaat.
Daarom ziet mijn fractie graag dat we als gemeente meer regie voeren op de aanleg, en eisen stellen wat betreft daadwerkelijk helpende, mitigerende geluidsmaatregelen. Daarom hopen we dat er snel richtlijnen komen - die zijn al aangekondigd vanuit tennisbond en VNG - zodat we daarop onze regels voor vergunningaanvragen kunnen aanpassen. Daarom is mijn vraag aan de nieuwe wethouder voor Ruimte of hij bereid is om zo snel mogelijk die richtlijnen op te nemen en mee te nemen in nieuw beleid. In de tussentijd hebben we ook als gemeente een verantwoordelijkheid om te kijken wat we zelf al kunnen doen om te zorgen dat de voorzieningen weer in balans zijn met de omgeving. Daarom ondersteunen we ook de motie van de Partij voor de Dieren waarin het college wordt verzocht regie te nemen en eisen te stellen rondom de komst van padelbanen in de buitenlucht op gemeentegrond. Dat moeten we doen voordat we te laat zijn en overal de disbalans in die wijken al is ontstaan. En zoals de voormalige wethouder bij de behandeling terecht zei, moeten we ons als rechtsstaat natuurlijk houden aan onze eigen regels. Daarom kunnen we niet zomaar allemaal regels gaan veranderen als procedures lopen. Maar we zijn ook een democratische rechtsstaat en we moeten als gemeente regie nemen als beleid blijkbaar niet werkt, ook als het gaat om padel, en dat is nu het geval. Joren Noorlander (D66).
Dank, voorzitter. Het toestaan van nieuwe sporten is goed voor de sportcultuur en de stad moet meegroeien met het wereldwijde sportaanbod, want hoe meer verschillende sporten in Den Haag, hoe meer mensen mee gaan doen aan sport. Padel is een sport die vanuit de Spaanstalige landen is overgewaaid en die sterk aan populariteit wint. Daarnaast is Den Haag dit jaar dé sporthoofdstad van Europa, en eerlijk gezegd staat de angst voor die nieuwe sportontwikkelingen wel een beetje haaks op deze titel. Voorzitter. Padel is luider dan andere sporten, zoals tennis. Daarnaast zijn de geluiden nieuw en onbekend, en dat maakt dat ze als extra hard kunnen worden ervaren. Ik heb dat zelf ook meegemaakt met de vliegtuigen die boven Teylingen vliegen en met hsl die langs Berkel en Rodenrijs kwam. Als het geluid nieuw is of als je zelf nieuw bent in de omgeving, vallen de geluiden extra op. Het is dan ook belangrijk dat we de normen voor geluidsoverlast helder hebben. Dat zijn normen die landelijk gelden en hier door de omgevingsdienst getoetst worden. Ik ben ook blij met inspreker Van Ginkel van Tennispark Marlot, die al aangaf welke procedures er doorlopen moeten worden voordat padelbanen aangelegd mogen worden. Ik zou dan ook graag van de wethouder willen weten of er 32
aanvragen voor padelbanen zijn afgewezen op basis van de procedures die doorlopen moeten worden. Daarnaast is het natuurlijk goed om beleid te maken en de uitkomsten van de gesprekken tussen de VNG en de KNLTB daarin mee te nemen. Voorzitter. Sporten is goed en een divers sportaanbod, verspreid over de wijken, is goed en belangrijk. Ik vraag me af, en dit is tegelijkertijd een vraag aan de wethouder, of de wethouder sportbeleid kan maken op de spreiding van deze sportvoorzieningen. Of kan de wethouder dit soort initiatieven bijvoorbeeld meenemen in het IHP Sport? Voorzitter. We moeten kijken hoe we zo veel mogelijk mogelijk blijven maken, en niet hoe we de stad zo veel mogelijk op slot gooien voor nieuwe sportontwikkelingen. En ja, dat moeten we op een goede manier doen. Ook moeten we vooral rekening houden met de omgeving en het in samenspraak met de inwoners doen. Vandaar dat ik meeteken met de motie van de Partij van de Arbeid. De voorzitter. Dank u wel, meneer Noorlander. Dan gaan we naar de derde maidenspeech van vandaag, als ik goed heb meegeteld. Die is van de heer De Ridder van de VVD. Rutger de Ridder (VVD). Voorzitter. Als u mij gevraagd had over welk onderwerp ik nou m'n maidenspeech zou willen houden, dan had ik natuurlijk gezegd: padel, dat is het onderwerp! Zonet zei Van Esch het ook al.
Nee, ik praat liever over mijn dorp, over de haven, het strand, de Keizerstraat. Een maidenspeech zou voor een jongen die onder de vuurtoren geboren is natuurlijk over Scheveningen moeten gaan. Maar ja, helaas mocht het niet zo zijn. Toch geeft dit onderwerp mij de mogelijkheid om een aantal bespiegelingen te doen en te delen met de raad en met het college, over hoe wij ons werk hier doen en hoe we het vooral beter zouden kunnen doen. Als ik kijk naar de lokale Haagse politiek zie ik politici die met de beste intenties voor hun kiezers en voor heel de stad aan het werk zijn. En toch slagen we er met al die goede intenties niet in om het vertrouwen van de Hagenaar in de lokale overheid te versterken. Sterker nog, het vertrouwen neemt rap af en dat hebben we ook aan onszelf te danken. De eindeloze reeksen debatten en beraadslagingen, hoewel het vandaag misschien meevalt, dragen daar mijns inziens aan bij. Dat is niet omdat een goed debat niet kan helpen, maar omdat het uitgangspunt bij sommige debatten meer lijkt om te ontregelen dan om een voorstel beter te maken. Ik noem ook de motieberg die we eigenlijk iedere raad voorbij zien komen, met moties die niet altijd bedoeld zijn om een minder plan beter te maken, maar vooral om te laten zien dat een partij echt wel meedoet aan het debat.
Het zijn vaak moties waar het college eigenlijk al van zegt: nou, dat is best een goed idee; gaan we gewoon doen. Instemming dus. Doe dat nou af met een toezegging. Het steeds verder oprekken van de omgangsvormen in het debat helpt ook niet. Het bijna schreeuwend fulmineren over de ellende van een andere partij en het veranderen van namen: het helpt allemaal niet. De blaam hiervoor is natuurlijk niet alleen maar bij de oppositie te vinden. Ook de ontvankelijkheid van college en coalitieraadsleden voor goede voorstellen draagt niet goed bij aan die gedeelde verantwoordelijkheid om het samen te doen voor de stad. In het voorliggende debat zien we ook vormen van wat mij betreft onnodige polarisatie. Ik zie oppositieleden die in het commissiedebat vinden dat we eigenlijk toch geen rekening hoeven te houden met de rechtsstatelijkheid van het vergunningverleningsproces, en aan de andere kant een college dat zich net even te makkelijk lijkt in te graven, terwijl juist hier een compromis mogelijk moet zijn. Padel neemt een steeds prominentere plek in in het Haagse sportaanbod. Dat is goed, want het brengt meer variatie in het sportaanbod in de stad. Aan de ene kant kunnen Hagenaars padellen en aan de andere kant wordt de ruimte die we hebben voor de sport effectiever gebruikt.
Ik kan mij nauwelijks indenken dat sportondernemers alleen maar voor de lol tennisvelden of andere sportvelden die goed worden gebruikt, om willen zetten in padelbanen. Maar hoewel we graag padellen en graag sportvelden nog beter gebruikt zien worden, moeten we hier in deze raad als stadsbestuur het algemeen belang hooghouden, waarbij het belang van omwonenden altijd een prominente plek moet krijgen in onze afwegingen. Als we kijken naar padel en naar de onrust die we zien op meerdere plekken in de stad, alleen al door vergunningsaanvragen die zijn gedaan - die zijn dus nog niet eens verleend - hebben we als stadsbestuur gezamenlijk de dure plicht om te kijken of de regels die we hebben gesteld en de kaders die we met elkaar bedacht hebben ook daadwerkelijk goed genoeg zijn. Het draagt niet bij aan het vertrouwen in de politiek als we hier onzorgvuldig mee omgaan. 33
Daarom wil ik van het stadsbestuur weten of de regels die we hebben gesteld wel voldoende zijn om te bepalen of die grote aantallen aanvragen wel passen in de beoogde bestaande omgeving. Ziet het college misschien, net als ik, een hoop gedoe en ellende ontstaan als we alleen kijken naar de wettelijke verplichtingen? Vindt het college het, net als ik, nodig om dat juist te voorkomen? En kan het college mij toezeggen dat er wordt gekeken naar het verbeteren van het beleid voor toekomstige aanvragen? Ook daarom mijn steun voor de motie van de Partij van de Arbeid. Voorzitter. Ik rond af. Als we met elkaar echt van mening zijn dat we hier in de zaal gezamenlijk het beste willen voor de stad en het vertrouwen willen versterken, is het noodzakelijk dat we niet alleen debatteren met elkaar maar vooral ook luisteren naar elkaar. Ik roep het college dan ook op om, hoe moeilijk dat soms ook is, te proberen te begrijpen waar partijen vandaan komen, dus wat het motief kan zijn achter een voorstel. En ik roep ons allen op om juist ook kritisch te zijn naar het eigen handelen.
Is het nu nodig om 25 technische vragen in een commissiedebat te stellen? Is het echt van levensbelang om over een punt dat je al 100 keer hebt gemaakt maar door te blijven drammen en dat punt voor de 101ste keer te maken? En nog belangrijker: komen we ook maar een steek verder met het oplossen van problemen als we de motieven van de ander twijfel trekken? We moeten niet bezig zijn met werkverschaffing. We horen hard te werken en daar is niets mis mee, maar we moeten niet praten om het praten. Wees terughoudend en constructief en heb mededogen. Wanneer u dat doet, heeft u een vriend in mij. (Geroffel op de tafels) De voorzitter. Dank u wel, meneer De Ridder, en gefeliciteerd met uw maidenspeech. Mevrouw Bos van GroenLinks is de volgende op de lijst. Isabel Bos (GroenLinks). Voorzitter. Ook van deze kant felicitaties aan de heer De Ridder met deze mooie maidenspeech. Ik zal mijn best doen om nu een ontzettend constructieve bijdrage te leveren. Ik hoor zo meteen uw feedback wel, denk ik. Voorzitter. Padel is een bal- en racketsport die doorgaans door vier spelers beoefend wordt. De spelers strijden op het veld in een soort glazen kooi om de winst. Maar we moeten ons ook bewust zijn van de wereld buiten die kooi. Padel heeft een grote invloed op de omwonenden en op de natuur.
Als grote speler moet de gemeente zich bewust zijn van deze effecten en die op een juiste manier meenemen in het beleid rondom padel. Mijn fractie steunt daarom de moties van de Partij voor de Dieren en de Partij van de Arbeid. Laten we nou eens goed kijken naar onze gemeentelijke spelregels rondom padel, en laten we daarbij ook door de glazen wanden heen kijken. De voorzitter. Dank u wel, mevrouw Bos. Dan is nu als laatste het woord aan mevrouw Faïd van de Haagse Stadspartij. Fatima Faïd (HSP). Dank u wel, voorzitter. Allereerst natuurlijk van harte gefeliciteerd aan alle heren die vanmiddag hun maidenspeech gehouden hebben. Ik heb eigenlijk heel goed geluisterd naar meneer De Ridder, want ik had een vlammend betoog over de padelbanen voorbereid maar mijn gewaardeerde collega's hebben echt alle argumenten al genoemd. Ik denk dus dat ik maar gewoon het dictum van mijn motie ga voorlezen. Dan zijn we waarschijnlijk heel snel klaar. De motie van de HSP gaat over een voorkeur voor indoor padel. Zij luidt: verzoekt het college te onderzoeken of de gemeente een 'nee, tenzij'-beleid kan invoeren voor padelbanen in de openlucht, waarbij alleen toestemming voor buitenbanen wordt gegeven als er aantoonbaar geen overlast in de omgeving zal zijn en er geen alternatieve realisatie van padelbanen binnen bestaande indooraccommodaties of hallen mogelijk is. De voorzitter.
Door mevrouw Faïd wordt de volgende motie (M.4 HSP) ingediend:
Motie M.4 HSP Voorkeur voor indoorpadel De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 6 oktober 2022, ter bespreking van de Commissiebrief: Beantwoording vragen over padelbanen (RIS312379), 34
Constaterende, dat: • padel een snelgroeiende sport is; • indoorpadel geen of bijna geen geluidsoverlast geeft voor omwonenden; • er veel ondernemers zijn die ook indoorpadelbanen willen exploiteren. Overwegende, dat: • er bij de aanleg van padelbanen sprake is van maatschappelijke onrust over het toenemende geluidsoverlast en de milieugevolgen; • de situatie zich voor kan doen dat er wel een omgevingsvergunning wordt afgegeven voor een padelbaan maar dat deze niet in gebruik kan worden genomen omdat niet aan de geluidsnormen wordt voldaan; • dit ook voor de betrokken ondernemers voor veel frustraties zorgt; • daarnaast indoorpadelbanen in bestaande hallen geen extra milieuschade opleveren. Verzoekt het college: • te onderzoeken of de gemeente een nee tenzij beleid kan invoeren voor padelbanen in de open lucht waarbij alleen toestemming voor buitenbanen wordt gegeven als er aantoonbaar geen overlast in de omgeving zal zijn en er geen alternatieve realisatie van padelbanen binnen bestaande indoor-accommodaties of hallen mogelijk is. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Dan zijn we gekomen aan het einde van de eerste termijn van de raadsleden. Ik geef nu het woord aan het college. Allereerst wethouder Van Asten. Wethouder Van Asten (D66). Voorzitter.
Ook ik val tijdens deze eerste vergadering op deze portefeuille met m'n neus in de boter. Ik kon nog even via de tunnels op vertrouwde grond doorwerken, maar nu sta ik toch midden in het leven van de padelbanen. Dat zeg ik enigszins spottend, maar daar wil ik niet spottend over doen, want ik begrijp heel goed dat de geluidsoverlast die mensen de hele dag tot 's avonds laat ervaren gewoon heel, heel vervelend is. Ik denk dat het daarom goed is dat er wordt gewerkt aan nieuwe richtlijnen die wij kunnen overnemen in ons beleid. Dit is simpelweg iets nieuws en wij zijn volgend: hoe kunnen en moeten we daar nou mee omgaan? Tegen iedereen die hier iets heeft ingebracht, meneer Bom als eerste, zeg ik dus: ja, als die richtlijnen binnen zijn gaan we zeker kijken hoe we die werkend in ons eigen beleid kunnen opnemen. Ik ben juist blij dat die er gaan komen. Wij kijken daar dus naar uit. Ik heb hier natuurlijk opgeschreven dat ik ook de heer De Ridder nog even wil feliciteren met zijn maidenspeech op dit punt. Die gaan we nooit vergeten. Dan de vragen. Op dit moment zijn er natuurlijk aardig wat omgevingsvergunningen aangevraagd. Er worden veel banen gepland. Er zijn althans veel initiatiefnemers en die moeten dan door de verschillende vergunningen heen. Als eerste is dat de omgevingsvergunning en vervolgens komt dan nog het hele onderzoek daarachter.
Als dat niet gekoppeld wordt gedaan, kan de omgevingsvergunning sneller worden afgegeven dan de rest van het onderzoek. We zien ook dat het nog niet zo makkelijk is om onder de huidige voorwaarden een vergunning te krijgen om een padelbaan aan te leggen. Daar hoorden we de inspreker ook al over spreken. We zien dat nu dus ook gebeuren. We hebben twee locaties in Den Haag waar padel wordt gespeeld, waar dus banen liggen in de buitenlucht, en de aanvraag voor de baan aan de Bezuidenhoutseweg is al gestopt. Die ligt er niet meer. De moeilijkheid is er dus al, wat betekent dat onze huidige regels op zich al werken. Ik ben het wel met u eens dat we natuurlijk moeten kijken hoe we dit beter kunnen kaderen. De aanvrager heeft natuurlijk het recht om te weten in welk proces hij gaat stappen, de omwonenden willen weten op basis waarvan zij hun recht kunnen halen en de gemeente wil weten op basis waarvan zij gaat controleren en actie gaat ondernemen. 35