CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS313310 Stel Haags Coördinator tegen Discriminatie en Racisme in Bijlage

Commissie Samenleving 15 december 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken27.565 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Om gemeenten en ADV’s te ondersteunen in het samenwerken met lokale partijen en burgers om activiteiten te ontwikkelen om de meldingsbereidheid - waaronder bij moslimdiscriminatie te vergroten, is vervolgens een handreiking ‘Vergroten meldingsbereidheid bij discriminatie: een public-design aanpak’ ontwikkeld. Deze handreiking is gebaseerd op geleerde lessen uit de ‘proeftuin

besproken worden en omgezet worden in een concreet werkprogramma dat moet bijdragen aan het vergroten van de meldingsbereidheid van mensen. De dag staat gepland voor eind 2022 of begin 2023.

59

Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme

Om de zichtbaarheid van de ADV’s te vergroten, zouden de ADV’s onder één landelijke naam moeten optreden. De huidige lage naamsbekendheid van de ADV’s vormt een bedreiging voor hun effectiviteit. Lang niet alle burgers weten wat een ‘antidiscriminatievoorziening’ is, zeker niet als deze in verschillende regio’s ook nog eens een aparte naam hebben. Dat bemoeilijkt ook het voeren van landelijke campagnes. De verwachting is dat het aantal meldingen van discriminatie zal toenemen als de ADV’s onder één naam zouden opereren. Met de ADV’s zal het gesprek worden aangegaan om de invoering van één naam in 2023 te realiseren.

Verder zet de politie het Netwerk Divers Vakmanschap (NDV) in, waar onder meer het netwerk Roze in Blauw deel van uitmaakt. Het NDV bestaat uit politiemensen die bereid zijn om hun eigen ervaringen te delen met politiecollega’s wanneer dat helpend kan zijn bij de omgang met burgers en discriminatievraagstukken. Zij krijgen hiervoor ruimte binnen hun normale werktijd. De aanname is dat een betere herkenning en afhandeling van discriminatieincidenten ook zal leiden tot een grotere aangiftebereidheid, omdat het slachtoffer toenemend vertrouwen zal hebben in een goede afhandeling van de aangifte door de politie en het Openbaar Ministerie.

We initiëren daarnaast een grote algemene campagne om de meldingsbereidheid van burgers te vergroten.

Politie Om de meldings- en aangiftebereidheid van slachtoffers van discriminatoir geweld te vergroten, zet de politie in op de ondersteuning van het slachtoffer bij het doen van een melding of aangifte en op het vergroten van de kennis en expertise. Materiedeskundigen en discriminatierechercheurs van het Expertise Centrum Aanpak Discriminatie – Politie zullen expertise ontwikkelen en delen over de opvolging van meldingen en aangiftes op discriminatiegebied in den brede. Het expertisecentrum zal via deze landelijke kennis- en informatiefunctie de politie-eenheden en hun ketenpartners beter in staat stellen om discriminatievraagstukken te herkennen, op te pakken en af te handelen.

60

Verder is ADV Radar op dit moment, met subsidie van het ministerie van JenV, begonnen met een project waarin zij samen met onder andere de politie, het Openbaar Ministerie en andere ADV’s bezien hoe het proces van de strafrechtelijke aanpak van discriminatie beter gefaciliteerd kan worden. Daarnaast wordt er gekeken naar welke betekenisvolle alternatieven er zijn als het strafrecht niet de meest aangewezen of effectieve interventie is. De precieze inzet van dit project wordt de komende tijd nog verder uitgewerkt.

3. Herkennen en Melden

3.3 Lopend beleid en beleidsversterkingen - Discriminatiegronden Lhbtiq+ personen Er wordt op dit moment een onderzoek uitgevoerd naar het aantal genitale operaties bij kinderen met Differences of Sex Development (DSD)/intersekse in Nederland. De resultaten worden eind december 2022 verwacht. Daarnaast heeft VWS subsidie verstrekt voor het opstellen van een multidisciplinaire kwaliteitsstandaard DSD in Nederland, hierbij worden naast zorgaanbieders ook patiënten betrokken. De kwaliteitsstandaard zal beschrijven wat kwalitatief goede zorg is voor mensen met DSD. Het gaat hierbij zowel om de zorg voor kinderen, als de zorg voor volwassenen. Het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten ondersteunt dit onderzoek en ook patiëntenverenigingen zijn betrokken.

Ook voor het tegengaan van loonverschillen wordt ingezet op het herkennen, het kunnen aankaarten en melden van (vermoedens van) discriminatie. Het Europese richtlijnvoorstel (zie ook onder het vorige hoofdstuk) bevat diverse bepalingen die het voor werknemers makkelijker moet maken om loondiscriminatie te herkennen en aan te kaarten. Daarin zijn onder meer verschillende transparantiemaatregelen opgenomen waaronder het recht op informatie voor werknemers, om meer inzicht te krijgen in de vraag of er sprake is van verschillen in beloning. Ook zijn in het voorstel diverse maatregelen opgenomen ter verbetering van de rechtsbescherming van werknemers.

Gender Zoals in het vorige hoofdstuk benoemd, werken de ministeries van SZW en OCW aan het tegengaan van zwangerschapsdiscriminatie, bijvoorbeeld door in te zetten op een betere informatievoorziening, communicatie en bewustwording over rechten bij zwangerschap voor (zwangere) werknemers, werkgevers en andere stakeholders. Daarbij wordt specifiek ook aandacht besteed aan de wijzen waarop binnen organisaties het gesprek hierover kan worden aangegaan.

61

Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme

Moslimdiscriminatie

wet meegenomen maar ook de effecten die deze wet heeft op de groep

De registratie van moslimdiscriminatie, maar ook bijvoorbeeld de

die het meest geraakt wordt door deze wet.

discriminatie van transgenderpersonen op basis van hun genderidentiteit, moet worden opgepakt door verschillende meldingsinstanties

De NCDR heeft verschillende signalen ontvangen dat gemeenten de

van discriminatie die dat nog niet doen, zoals de politie en het College

Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur

voor de rechten van de Mens. Omdat er niet fijnmazig gedifferentieerd

(Bibob) gebruiken wanneer sprake is van vestiging van religieuze

wordt tussen verschillende soorten meldingen, wordt de duiding van

instellingen zoals moskeeën of bepaalde kerken en scholen met een

cijfers lastiger. Daarnaast biedt deze manier van registreren ook

islamitische signatuur. Er dient een verkennend onderzoek te komen

gemeenten minder instrumenten om gericht beleid te ontwikkelen.

naar hoe vaak, met welke reden en met welk resultaat de wet Bibob door gemeenten wordt ingezet bij de vestiging van religieuze instellingen

Bij de inspanningen om de meldingsbereidheid van burgers te vergroten,

zoals moskeeën en scholen met een islamitische signatuur.

waaronder mogelijk de genoemde brede publiekscampagne zal nadrukkelijk aandacht zijn voor discriminatie onder moslims. Er is een grote mate van onderregistratie van discriminatie bij moslims.

Mensen met een beperking In de townhallsessie met mensen met een beperking is ook gesproken

Tevens acht de NCDR het wenselijk dat er binnen twee jaar een onaf-

over het meldingsproces. Veel deelnemers gaven aan niet te melden,

hankelijk nationaal onderzoek wordt afgerond naar moslimdiscriminatie

omdat niet duidelijk is bij deze doelgroep dat de meldpunten er ook

in Nederland. Een integraal omvattend onderzoek is nodig naar de mate

zijn om discriminatie met betrekking tot een beperking te melden. Ook

waarin, in welke situaties en op welke domeinen (zoals woningmarkt,

worden de meldpunten ervaren als ontoegankelijk: zo is het voor dove

zorg, publieke ruimte, financiële dienstverlening) deze specifieke vorm

mensen bijvoorbeeld lastig contact te leggen met een meldpunt. Voor

van discriminatie voorkomt. De NCDR zal onder andere met de

mensen met een licht verstandelijke beperking is het proces van melden

Staatscommissie Discriminatie en Racisme bespreken of dit onderzoek

vaak te moeilijk.

in hun werkprogramma kan worden ingepast. In meer algemene zin werden ook de volgende obstakels genoemd: De Wet gelaatsbedekkende kleding zal in 2023 geëvalueerd worden.

slechte zichtbaarheid van het meldpunt, niet duidelijk wat het belang

Hierin wordt niet alleen de aanleiding, het nut en de noodzaak van de

is van melden, niet duidelijk wat er gebeurd met een melding, mensen zijn niet zeker wanneer er sprake is van discriminatie.

62

3. Herkennen en Melden

3.4 Lopend beleid en beleidsversterkingen - Domeinen

De NCDR vindt dat het stagediscriminatiemeldpunt in het Middelbaar Beroepsonderwijs SBB meer aandacht moet hebben voor en meer ondersteuning moet bieden aan het ‘slachtoffer’ van discriminatie. Geconfronteerd worden met (vermeende) discriminatie heeft veel

Onderwijs Er wordt onderzoek gedaan naar segregatie in het onderwijs, naar de oorzaken daarvan en de juiste indicatoren om segregatie in beeld te brengen. Onderdeel hiervan zijn beleidssimulaties om te bekijken wat effectieve interventies kunnen zijn tegen segregatie. Ook is er een onderzoek naar stereotypering van mannen en vrouwen in het onderwijs uitgevoerd door de Onderwijsraad en Stichting School en Veiligheid.

37. TNO studie naar interventies om arbeidsmarktdiscriminatie te verminderen en de diversiteit te vergroten. Zie ook https://www. rijksoverheid.nl/documenten/ rapporten/2020/06/25/delphi-studie-stand-der-wetenschap-arbeidsmarktdiscriminatie.

Stagediscriminatie We zien dat de omvang en impact van stagediscriminatie niet overeenkomt met het aantal meldingen. Weinig leerlingen en studenten maken formeel melding van stagediscriminatie en als ze dit willen doen weten ze vaak niet waar ze terecht kunnen. Daarnaast is er ook weinig vertrouwen dat de melding opgepakt en ‘opgelost’ wordt. Ook de onderwijsinstelling en onderwijsprofessional worstelen met stagediscriminatie waarbij enerzijds de leerling/ student ondersteund moet worden en anderzijds een afhankelijkheid gevoeld wordt richting werkgevers voor stageplekken.

impact op jongeren.

Arbeidsmarkt Er lopen verschillende onderzoeken naar discriminatie op de arbeidsmarkt. Een voorbeeld is de pilot Nudging in Werving en Selectie. De vraag die hierin centraal staat is of kleine aanpassingen in het werving- en selectieproces bijdragen aan het tegengaan van onbewuste vooroordelen. Het onderzoek is afgerond met positieve resultaten. Daarnaast loopt er een onderzoek naar effectiviteit van instrumenten in werving en selectieprocedures (verdieping van de eerdere Delphi studie).37 Dit onderzoek is later dit jaar gereed. De opbrengsten van dit onderzoek worden benut voor de ontwikkeling van een digitale handreiking voor bedrijven met speciale aandacht voor het MKB. Werkgevers, waaronder de Rijksoverheid, maatschappelijke instellingen en onderwijsinstellingen worden uitgedaagd om in jaarverslagen en bestuursverslagen te rapporteren over inspanningen op het vlak van diversiteit en inclusie en het tegengaan van discriminatie en ongelijkheid (in brede zin o.a.; gender, culturele diversiteit, mensen met een beperking, seksuele gerichtheid, leeftijd). Werkgevers die het goed doen, kunnen ook via verschillende initiatieven in de schijnwerpers worden gezet.

63

Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme

Discriminatie is ook op de woningmarkt niet toegestaan en kunnen we niet tolereren. 64

3. Herkennen en Melden

Wonen In 2021 zijn de resultaten van de eerste landelijke monitor naar discriminatie bij woningverhuur gepubliceerd en aangeboden aan de Tweede Kamer. Daaruit bleek dat kandidaat-huurders met een Pools of Marokkaans klinkende naam minder kans hadden om uitgenodigd te worden voor een bezichtiging dan mensen met een van origine Nederlands klinkende naam. Bovendien bleken makelaars op grote schaal bereid mee te werken aan discriminerende verzoeken. Discriminatie is ook op de woningmarkt niet toegestaan en kunnen we niet tolereren. Daarom wordt blijvend ingezet op bewustwording. Jaarlijks gaat het kabinet monitoren hoe de netto-discriminatiegraad verandert op de woningmarkt door middel van correspondentie-testen en mystery calls. Daarnaast is extra voorlichting digitaal beschikbaar gemaakt over de plichten van verhuurders en makelaars en de rechten van woningzoekenden en huurders. Dit jaar start een voorlichtingscampagne.

38 Kamerbrief van 29 juni 2022 inzake aanpak woondiscriminatie, Kamerstukken II, 2021-22 30950-922.

Naar aanleiding van de tweede landelijke monitor discriminatie bij woningverhuur 2022 wil de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening conform de aanbevelingen de resultaten van de monitor op regionaal niveau gaan delen met ADV’s zodat zij gericht in gesprek kunnen gaan met verhuurders en verhuurbemiddelaars in gebieden waar de netto-discriminatiegraad hoog is. Op basis van de regionale data uit de landelijke monitor kunnen ADV’s gericht in gesprek met verhuurders en verhuurbemiddelaars over de verplichtingen die deze partijen hebben om woondiscriminatie te voorkomen. Uit de eerste monitor bleek al dat dit soort

gesprekken bijdragen aan een grotere bewustwording in de sector over de problematiek rond woondiscriminatie. Het ministerie van BZK gaat in gesprek om te kijken welke ADV’s aan de pilot mee willen werken en hoe de pilot het best kan worden ingevuld38. Gemeenten voeren zelf ook onderzoeken uit naar discriminatie bij woningverhuur door middel van mystery guests en correspondentietesten. Als er op basis daarvan signalen van discriminatie zijn, geven gemeenten aan daar niet goed tegen te kunnen optreden. Het ministerie van BZK heeft eerder onderzoek laten doen naar de vraag of het mogelijk is op basis van dit soort onderzoeksresultaten harder te kunnen optreden. Dit bleek lastig, met als voornaamste reden dat er bij de testen wordt gewerkt met een fictief profiel, waarbij er geen concrete gedupeerde is. Handhaving door gemeenten Niet alleen op de woningmarkt, maar ook op andere domeinen geven gemeenten aan dat de juridische mogelijkheden om op te treden niet toereikend zijn. Denk bijvoorbeeld aan de horeca. Gemeenten geven aan dat zij nu weinig tot geen instrumenten hebben om het discriminatieverbod te kunnen handhaven. Er zal onderzocht worden welke handhavende en ook sanctionerende mogelijkheden er zijn, bijvoorbeeld via dwangsommen, het intrekken van vergunningen en het tuchtrecht.

Gekeken moet worden hoe die benut en ingezet kunnen worden en of naast deze repressieve maatregelen nog andere oplossingen of aanvullende aanpak nodig zijn om deze problematiek aan te pakken, buiten het strafrecht.

65

Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme

Als sprake is van een aanzet tot discrimineren kan dit met de huidige

Ook zou een apart onderzoeksprogramma naar vrouwspecifieke

juridische mogelijkheden onvoldoende worden aangepakt door

aandoeningen moeten worden opgesteld. En is er meer kennis nodig in

gemeenten. Dat is onbevredigend. Er zal onderzocht worden welke

de opleidingen van zorgprofessionals voor cultuur-, gender- en seksever-

handhavende en ook sanctionerende mogelijkheden er zijn, bijvoorbeeld

schillen, als ook voor discriminatie in het algemeen en onbewuste

via dwangsommen, het intrekken van vergunningen en het tuchtrecht.

discriminatie van professionals.

Gekeken moet worden hoe die benut en ingezet kunnen worden en of naast deze repressieve maatregelen nog andere oplossingen of aanvullende aanpak nodig zijn om deze problematiek aan te pakken.

Zorg Ook de kwaliteit van zorg die mensen ontvangen, blijkt mede afhankelijk van vooroordelen die een zorgverlener, of zelfs het zorgsysteem heeft. Deze vooroordelen kunnen desastreuse gevolgen hebben voor de mentale en fysieke gezondheid van mensen en zijn onacceptabel. De NCDR is van mening dat nader kwalitatief onderzoek moet worden gedaan naar de reikwijdte van discriminatie in de zorg. Denk aan een onderzoek naar de situatie in verpleegtehuizen, of in de thuiszorg. Dit zou kunnen worden gedaan middels een kennisprogramma van ZonMw, of kan door de Staatscommissie worden opgepakt.

39. Discriminatie en gezondheid, Over de invloed van discriminatie (in de zorg) op gezondheidsverschillen en wat we hieraan kunnen doen, Pharos Expertisecentrum Gezondheidsverschillen, 2022, p.35.

66

Aanbevelingen uit onderzoek wijzen als oplossingsrichting naar het aanstellen van aandachtsfunctionarissen discriminatie binnen zorginstellingen en meer persoonsgericht en cultuursensitief werken39.

Online Discriminatie Het ministerie van JenV geeft jaarlijks subsidie aan het Meldpunt Internetdiscriminatie (MiND). MiND is het landelijke meldpunt voor discriminerende uitingen op het internet. MiND publiceert jaarlijks de cijfers over het aantal meldingen. Deze cijfers worden meegenomen in de landelijke rapportage met discriminatiecijfers waarin ook de cijfers van onder meer de politie en de ADV’s worden meegenomen. Na een melding voert MiND een onafhankelijke juridische toetsing uit om te bepalen of sprake is van een strafbare discriminatoire uiting. Indien dit het geval is, stuurt MiND een verwijderverzoek naar het betreffende platform. Daarnaast kan het Openbaar Ministerie besluiten om iemand die een discriminatoire post heeft geplaatst te vervolgen of kan de officier van justitie vorderen dat het platform de illegale content verwijdert. Met ingang van 2022 is het takenpakket van MiND uitgebreid. Zo zal MiND ervoor zorgen dat de website www.mindnederland.nl ook in andere talen toegankelijk is en dat melders ook doorverwezen kunnen worden naar meldpunten van andere landen. Ook zorgt MiND in 2022 voor een doorverwijspagina

3. Herkennen en Melden

voor slachtoffers naar passende hulp of begeleiding. Verder zal MiND in 2022 actief zoeken naar samenwerking met belangenorganisaties, de IT-sector, ADV’s, de politie en het Openbaar Ministerie om signalen te bundelen en bij de ketenpartners onder de aandacht te brengen.

Internationaal en nationaal is er al de nodige kennis vergaard en zijn er good (en bad) practices te vinden over online discriminatie en online hate speech en hoe dit kan worden tegengegaan. Er wordt verkend hoe een kennisbank kan worden opgezet om deze kennis en practices samen te brengen en hoe de informatie ingezet en ontsloten kan worden. Hierbij

Om de meldbereidheid te verhogen en meer inzicht te krijgen in

wordt ook bekeken of de kennisbank het beste bij bijvoorbeeld een

(onder andere de omvang van) online discriminatie is het belangrijk

centraal meldpunt of een kennisinstituut geborgd kan worden.

dat het duidelijk is waar melding gemaakt kan worden van online discriminatie en online hate speech. MiND moet meer bekendheid krijgen

Er wordt nader onderzocht of peer-to-peer educatie kan worden ingezet

en beter vindbaar zijn als centraal meldpunt voor online discriminatie.

om online discriminatie en online hate speech tegen te gaan waarbij onder andere ook wordt gekeken naar bewustwording en sociale normstelling

Daarnaast moet er ook aandacht zijn voor het (nog meer) verstevigen en

online.

professionaliseren van de kennis bij de (andere) meldpunten waar online discriminatie gemeld kan worden zoals de politie en de ADV’s. Voor een nog beter en uitgebreider inzicht in alle online discriminatiemeldingen (van o.a. MiND, Politie en ADV’s) wordt verkend hoe dit verzameld en samengevoegd kan worden en meegenomen kan worden in de jaarlijkse rapportage over discriminatiecijfers.

67

‘Eenheid zonder verscheidenheid is verstikkend. Verscheidenheid zonder eenheid is los zand.’ Koning Willem-Alexander

68

4. B  ijstaan en Beschermen

Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme

4.1 Inleiding

Mensen gaan gebukt onder discriminatie, racisme en de uitsluiting die dat met zich meebrengt. Zo’n ervaring van uitsluiting kan desastreuze gevolgen hebben voor de deelname van het slachtoffer aan de samenleving. Het kan gevolgen hebben op de gezondheid, het welzijn en de welvaart van mensen. Discriminatie-ervaringen kunnen er ook toe leiden dat mensen afhaken op hun werk en zich afwenden van de samenleving of van de politiek. De realiteit is dat we in een maatschappij leven waar groepen steeds meer tegenover elkaar staan. En Nederlanders zonder migratieachtergrond als groep worden voorgetrokken bij sollicitaties, op de woningmarkt en in de zorg. Het bestrijden van ongelijkheid is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid. Pas wanneer mensen niet het gevoel hebben dat ze een deel van zichzelf moeten ontkennen of moeten uitleggen, is er sprake van echte gelijkheid. En echte gelijkwaardigheid betekent dat mensen een keuze aan mogelijkheden hebben om het leven vorm te geven. Bij een solide aanpak van het probleem van discriminatie en uitsluiting hoort ook het bijstaan, de empowerment van mensen in risicogroepen, en de bescherming van de slachtoffers van discriminatie.

70

Dit wordt ook onderstreept in het coalitieakkoord ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’: ‘Een democratische samenleving kan alleen functioneren als we een grens trekken als vrijheden van de ander worden bedreigd, als iedereen meedoet en discriminatie wordt bestreden.’ Om te voorkomen dat groepen mensen als minderwaardig worden behandeld op basis van een impliciete hiërarchie, zijn concrete oplossingen, beleidsmaatregelen en beschermende wetten nodig. De overheid dient daarin het voortouw te nemen en de verantwoordelijkheid te pakken. Dit zijn we ook verschuldigd aan de toekomstige generaties. Jongeren hebben recht op een hoopvolle toekomst met gelijke kansen en een stem in het debat over een duurzaam en inclusief beleid. Kleurenblind beleid bestendigt ongelijkheden in plaats van ze te bestrijden. Een neutrale overheid bestaat niet. Net zo min als neutrale mensen bestaan. In dit hoofdstuk wordt stilgestaan bij lopend beleid en beleidsinterventies die zijn gericht op het bijstaan en beschermen van slachtoffers van discriminatie en racisme, mede door middel van wetgeving en handhaving.

4. Bijstaan en Beschermen

4.2 Lopend beleid en beleidsversterkingen - Algemeen

De politiemensen die deelnemen aan het netwerk Roze in Blauw ondersteunen lhbtiq+ personen onder andere bij het doen van aangifte als dat gevraagd wordt en mogelijk is. De NCDR vindt het essentieel dat het landelijk telefoonnummer van Roze in Blauw goed wordt verankerd,

Politie Er is een beweging gaande om de politie nog beter te equiperen om met meldingen en aangiftes van slachtoffers van uitsluiting om te gaan. Een essentieel element in deze ontwikkeling is het realisatieprogramma Politie voor Iedereen. De Tweede Kamer wordt regelmatig via halfjaarberichten politie geïnformeerd over de ontwikkelingen. Via het programma Politie voor iedereen is er meer aandacht voor het versterken van de netwerken die onderdeel zijn van het Netwerk Divers Vakmanschap, waaronder het Joods Netwerk en het netwerk van lhbtiq+ politiemensen, Roze in Blauw. In het Programma Politie voor Iedereen zijn de veilige en inclusieve teams een belangrijke pijler. Ook is inclusief taalgebruik de norm. Bij de politie bestaat daarnaast de bondgenoten aanpak die bijvoorbeeld bestaat uit het onderhouden van relaties met netwerken van burgers uit verschillende doelgroepen.

zodat Roze in Blauw goed bereikbaar is en meldingen kunnen worden opgevolgd.

Omdat de politie vergaande bevoegdheden heeft binnen onze samenleving, is het voor de legitimiteit en het vertrouwen in de politie van cruciaal belang dat iedereen zich rechtvaardig door de politie voelt behandeld. Het is derhalve goed dat de politie het probleem van etnisch profileren al erkent en dit actief aanpakt. Voor de politie is professioneel controleren onderdeel van het vakmanschap. De aanpak van professioneel controleren is gestart en zal verder door de politie worden uitgewerkt, aangescherpt en geïmplementeerd. Het gebruik van de Proco-app, de virtual reality-brillen en andere manieren van bewustwording en verantwoording bij aanhoudingen en de monitoring hiervan zijn zaken die hierin worden meegenomen. Onderzocht zou kunnen worden of de bodycam kan worden ingezet als controlemiddel op het handelen van de politie. Dit zou ook een beeld kunnen geven van de wijze waarop burgers zich jegens politiemensen opstellen. In het coalitieakkoord wordt specifiek gesproken over de inzet van discriminatierechercheurs bij de politie om de deskundigheid in de eenheden bij het opnemen van aangifte van discriminatie

71

Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme

te verhogen. Als onderdeel van het realisatieprogramma Politie voor ledereen voert de politie gedurende de komende drie en een half jaar een pilot uit waarin landelijke expertise wordt ontwikkeld op het gebied van de aanpak van discriminatie.

De politie is er voor iedereen en is van iedereen en dient de gehele samenleving. De politie wil graag inclusief zijn en een afspiegeling zijn van de samenleving. Een vraag die leeft in de samenleving is hoe dit zich verhoudt tot de gestelde voorschriften uit de gedragscode lifestyleneutraliteit, waarbij politiemedewerkers (maar ook BOA’s) zich bij hun

Meldingen en aangiften van discriminatie zijn van belang voor meer inzicht in de aanpak van discriminatie. Het is derhalve van belang dat de politie zoveel als mogelijk in de lijn van de Aanwijzing Discriminatie van het OM handelt als een burger aangifte wil doen van discriminatie. Hierbij is niet alleen het opnemen van de aangifte van belang, maar ook dat de burger door de politie goed wordt geïnformeerd over het verdere proces en de verwachtingen daaromtrent. Het Expertise Centrum Aanpak Discriminatie van de Politie maakt een handelingskader om de politiemedewerkers in de eenheden hierin te ondersteunen.

publieke optreden in uniform dienen te onthouden van uitingen die blijk geven van enige politieke, religieuze of andere voorkeur (en aldus afbreuk kunnen doen aan de neutrale, professionele veilige houding), waardoor bepaalde groepen mensen niet in aanmerking komen voor de taakuitvoering. Tegelijkertijd heeft de Tweede Kamer onlangs ook door middel van twee moties40 benadrukt dat de seculariteit van de overheid van bijzondere waarde is in ons staatsbestel en dat daaruit voortvloeiend bij het uniform geen uitingen van geloofsovertuiging passen. Het blijkt dat de maatschappelijke discussie over dit onderwerp nog verre van uitgekris-

40. Kamerstukken II 2021-2022, 35925 VI, nr. 41 en nr. 56.

72

De politie heeft zich ten doel gesteld om zich de komende jaren verder te blijven ontwikkelen als een diverse en inclusieve organisatie. Het wil als organisatie een afspiegeling zijn van de samenleving. Voor de politie is het vanzelfsprekend dat er voor iedereen, indien geschikt, een plek is om bij de politie te werken. Een herkenbare politie is belangrijk voor de legitimiteit van de politie. Het is daarbij evenwel van belang dat diversiteit en inclusie integraal ingebed zijn binnen de organisatie. Hierbij dient gewaakt te worden dat het niet alleen gaat om het behalen van streefcijfers, maar dat ook nagedacht wordt over de doorstroom en een inclusieve werkomgeving in de organisatie.

talliseerd is. Het gesprek over de vraag in hoeverre religieuze uitingen (zoals een hoofddoek of een keppel) in de kleding van bijvoorbeeld politieagenten afdoen aan de neutraliteit van de overheid moet nader gevoerd worden. De NCDR zal met het oog op de toekomst het gesprek met alle betrokken partijen en stakeholders aangaan.

4. Bijstaan en Beschermen

Voor de legitimiteit van het politieoptreden en het vertrouwen in de politie is het essentieel dat burgers klachten over de gedragingen van de politie(ambtenaren) kunnen indienen en dat deze klachten adequaat worden behandeld. De politie betrekt de aanbevelingen uit het rapport ‘Verkleurde beelden’ van de Nationale Ombudsman bij de verdere professionalisering van de klachtenbehandeling. De politie zal daarbij ook zorgdragen voor snelle doorlooptijden van de klachtbehandeling en deze voornamelijk inrichten op waarheidsvinding van de klacht. De politie streeft naar het vergroten van de veiligheid en inclusiviteit in teams. Daarvoor wordt onder andere gewerkt aan de manier waarop wordt omgegaan met interne klachten en meldingen over discriminerend gedrag binnen de politie zelf.

Rechtspraak Het kan waardevol zijn om daders van discriminatie en racisme niet slechts te straffen met een boete of gevangenisstraf, maar ook te bezien of een taakstraf (of voor jeugdigen een leerstraf) zinvol is. Daders kan dan duidelijk worden gemaakt waarom discriminatie en racisme niet acceptabel zijn. Doordat zij bijvoorbeeld zien welke impact discriminatie en racisme op slachtoffers heeft, is de verwachting dat herhaling van dit gedrag kan worden voorkomen. Ter illustratie: in het verleden zijn een enkele keer door de rechter personen die zich antisemitisch hadden geuit, veroordeeld tot het verrichten van een taakstraf die deels diende te worden uitgevoerd in het Anne Frank Huis.41 Aan verschillende maatschappelijke organisaties (afhankelijk van de discriminatiegrond) kan worden gevraagd een opzet van een leerstraf te

In lijn met de voorstellen van de Regioburgemeesters (Strategische

ontwikkelen, als het gaat om jeugdige verdachten. Zo mogelijk kunnen

Agenda Regioburgemeesters 2022 -2025) moet er bij de politie een

deze organisaties (zoals het Anne Frank Huis of COC) ook een bijdrage

breed onderzoek door een onafhankelijk wetenschappelijk instituut

leveren aan de tenuitvoerlegging van deze leerstraf.

worden uitgevoerd naar discriminatie en racisme binnen de organisatie, mede gericht op de effectiviteit van het eigen antidiscriminatiebeleid

Er zijn goede voorbeelden van vergelijkbare sanctiemogelijkheden bij

binnen de politie. Dit is een onderzoek dat de Staatscommissie

verkeersovertredingen. Een bekend voorbeeld betreft de ‘Educatieve

Discriminatie en Racisme eventueel zou kunnen oppakken.

Maatregel Alcohol’, waarbij iemand die is veroordeeld voor het gebruik van alcohol in het verkeer een verplichte educatieve cursus moet volgen. Op vergelijkbare wijze kan dus de ‘Educatieve Maatregel Discriminatie’ worden ingevoerd als vorm van alternatieve leerstraf.

41. Zie vonnis ECLI:NL:RBUTR:2011:BP0216.

73

Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme

Institutioneel Racisme Er klinkt een steeds luidere roep - in navolging van onder andere de Raad voor de Rechtspraak - om een constitutionele toets van formele wetten. Weliswaar kunnen formele wetten nu reeds getoetst worden aan de fundamentele rechtsbeginselen zoals deze zijn geformuleerd in internationale verdragen, maar het is goed om daarvoor ook onze Grondwet te gebruiken, mede omdat onze Grondwet herkenbaarder is voor burgers. Het kabinet heeft hierover onlangs een hoofdlijnenbrief gestuurd.42 We moeten proberen te voorkomen dat er een element van uitsluiting zit in een wet. Ook als dit element neutraal geformuleerd is, maar in de praktijk leidt tot indirecte uitsluiting van groepen mensen, op grond van bijvoorbeeld hun sociaaleconomische klasse of inkomen. Het kabinet gaat in dat kader zo spoedig mogelijk inventariseren wat de mogelijke effecten zijn die de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) in de praktijk heeft op bepaalde groepen mensen en wat dit betekent voor hun mogelijkheid om deel te nemen aan het financiële dienstenverkeer. Dit gebeurt in het verlengde van de aangenomen motie van 30 maart 2022 die de regering verzoekt op korte termijn een onderzoek te doen naar de risicoselecties die banken ter implementatie van de Wwft gebruiken43.

In het kader van het tegengaan van institutionele discriminatie is het ook van groot belang dat bestaande overheidsinspecties zicht hebben op 42. Kamerstukken II, 2021-22, 35925VII-169. 43. Kamerstukken II 2021-2022, 31477 nr. 66.

74

institutionele discriminatie op hun inspectiedomein en daar waar nodig in staat zijn om te handhaven. Hiervoor wordt een algemene handreiking voor inspecties ontwikkeld.

4. Bijstaan en Beschermen

4.3 Lopend beleid en beleidsversterkingen - Discriminatiegronden Antizwart racisme Er gebeurt veel op het gebied van het vergroten van de betrokkenheid van gemeenten bij de aanpak van lokale discriminatie van zwarte leden van de gemeenschap. Deze aanpak heeft ten doel om het contact tussen gemeenten en de lokale Afro-Nederlandse gemeenschappen te versterken. De NCDR vraagt aan het kabinet om extra financiële middelen vrij te maken om de betrokkenheid van gemeenten bij de VN Decade of People of African Descend te vergroten. Moslimdiscriminatie De aanpak van hate speech is van belang bij het voorkomen van stigmatisering, uitsluiting en discriminatie als gevolg van haatzaaiende uitlatingen tegen onder anderen moslims. De aanpak van hate speech zal verkend worden in lijn met het voorstel van de Europese Commissie om haatzaaiende uitlatingen en haatmisdrijven als prioriteit aan te merken en met dit doel deze aan de lijst met eurocrimes uit artikel 83, lid 1 VWEU toe te voegen. Antiziganisme Een ander project dat de overheid is gestart is een pilot waarin wordt ingezet op het vergroten van de onderwijs- en arbeidsmarktparticipatie van Roma- en Sinti-jongeren. Hierin treden gemeenten

en sleutelfiguren uit de gemeenschappen op als intermediair. Ook worden de gemeenschappen nadrukkelijk betrokken bij de verkenning van de onderwerpen die voor de gemeenschap zelf van belang zijn en bij de toetsing van beleidsvoornemens. Antisemitisme Binnen zijn mandaat houdt de NCAB zicht op de veiligheidssituatie van Joodse instellingen, die door inlichtingen- en veiligheidsdiensten gemonitord wordt. Het bewaken en beveiligen van religieuze instellingen is een decentrale aangelegenheid. Indien dreiging en risico daar aanleiding toe geven, kunnen de lokale autoriteiten passende beveiligingsmaatregelen treffen. De NCAB is bekend met het wetsvoorstel om het vergoelijken, ontkennen of verregaand bagatelliseren van genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden strafbaar te stellen De Europese Commissie heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken op 9 juni 2021 bericht dat zij van oordeel is dat in de tekst van het Wetboek van Strafrecht onvoldoende tot uitdrukking komt dat – kort gezegd – het publiekelijk vergoelijken, ontkennen of verregaand bagatelliseren van genocide (artikel 1, eerste lid, onder c en d, van het Kaderbesluit racisme), strafbaar is.

Nederland zal in reactie hierop een her-implementatievoorstel van artikel 137c naar verwachting dit voorjaar in consultatie brengen, waarin uitdrukkelijk in de wet wordt vastgelegd dat bovengenoemde specifieke gedragingen kunnen kwalificeren als groepsbelediging.

75

Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme

Mensen met een beperking Sinds 2016 geldt in Nederland het VN-Verdrag handicap. Het doel van dit verdrag is het verbeteren van de positie van mensen met een beperking. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de domeinen werk, onderwijs, vervoer, cultuur, sport en andere vrijetijdsbesteding. Het verdrag geeft geen nieuwe rechten aan mensen met een beperking, maar waarborgt dat zij op voet van gelijkheid toegang hebben tot mensenrechten die voor iedereen gelden. Belangrijke grondbeginselen in het VN-Verdrag zijn: onafhankelijkheid, volledige participatie en toegankelijkheid. Het CRM houdt toezicht op de implementatie van het Verdrag in Nederland. In 2018 is het kabinet gestart met het VWS-programma ‘Onbeperkt meedoen!’ om zo invulling te geven aan de implementatie van het VN-verdrag handicap. In het VN-verdrag staat wat Nederland moet doen om de positie van mensen met een beperking te verbeteren. VWS werkt hierin samen met andere ministeries, gemeenten, bedrijven en organisaties, waaronder de Alliantie VN-verdrag, een coalitie van belangenorganisaties voor mensen met een beperking (met onder meer de netwerkorganisatie Iederin). Onbeperkt Meedoen! richt zich op de bewustwording van drempels waar mensen met een beperking in de praktijk tegenaan lopen. Een belangrijk aspect van deze bewustwording is de verandering van het medisch naar het sociaal model.

Waar het medisch model een beperking als een afwijking ziet in het lichaam of de geest van een

76

individu, kijkt het sociaal model naar hoe de omgeving zo kan worden ingericht zodat iedereen deel kan nemen aan de samenleving. Het sociaal model is dus een ander perspectief om naar de maatschappij te kijken. Daarnaast kiest het programma Onbeperkt Meedoen! de invalshoek van participatie in plaats van discriminatie. Dit wordt gedaan op verzoek van de doelgroep zelf. De minister van Langdurige Zorg en Sport is beleidsverantwoordelijk voor de coördinatie van het VN-verdrag handicap en heeft een plan van aanpak voor het vervolg van het programma Onbeperkt Meedoen! in april 2022 richting de Tweede Kamer gestuurd. Andere departementen zijn daarnaast aan zet voor de implementatie van specifieke inhoudelijke onderdelen uit het verdrag, waarbij op diverse inhoudelijke terreinen ook specifieke ambities in het coalitieakkoord zijn opgenomen. In de afgelopen periode is een beweging op gang gekomen waarbij veel partijen aan de slag zijn gegaan met het toegankelijker en inclusiever maken van de samenleving. De energie die daardoor nu aanwezig is, wil het kabinet in de komende periode gebruiken om verdere stappen te zetten. Het plan van aanpak beschrijft de wijze waarop dit vervolg vorm krijgt.

Onder meer via activiteiten gericht op kennis, bewustwording, de inzet van ervaringsdeskundigheid en het sluiten van inclusiepacten met initiatiefnemers die met elkaar concrete verbeteringen op het gebied van toegankelijkheid en inclusie nastreven.

4. Bijstaan en Beschermen

Op 17 maart en 27 september 2021 informeerde het vorige kabinet de Tweede Kamer over de besluitvorming ten aanzien van de ondertekening en ratificatie van het Facultatief Protocol bij het VN-verdrag handicap. Het kabinet vindt inzicht in de financiële en juridische implicaties van belang in de besluitvorming rond ratificatie van dit facultatief protocol, alsmede protocollen verbonden aan andere mensenrechtenverdragen. Een VN-evaluatie over het functioneren van de verdrag comités, die aan dit inzicht had kunnen bijdragen, heeft een vertraging met onbekende tijd opgelopen in verband met COVID-19 pandemie. Het kabinet heeft daarom aan de Raad van State gevraagd om voorlichting te geven over de financiële en juridische implicaties van de facultatieve protocollen VN-verdrag handicap, IVESCR en het derde protocol IVRK. Deze voorlichting van de Raad van State is inmiddels verkregen en het streven is om rond 1 november 2022 een reactie op deze voorlichting te geven. Mede op basis van de voorlichting van de Raad van State kan het kabinet verder te zetten stappen in overweging nemen. Vanuit belangenorganisaties, het College voor de Rechten van de Mens en de Tweede Kamer komt de roep om ook het facultatief protocol VN-Verdrag Handicap te ratificeren. Het College voor de Rechten van de Mens heeft een ambtelijk netwerk van het VN-verdrag handicap verbindingspersonen bepleit.

De eerste inrichting van dit netwerk bestaat zowel tussen als binnen ministeries. Ook heeft het College, in samenwerking met VWS, een aantal bijeenkomsten georganiseerd met medewerkers van diverse departementen en ervaringsdeskundigen.

Mensen met een beperking De NCDR pleit ervoor het facultatief protocol VN-Verdrag Handicap spoedig te ondertekenen. Daarnaast wordt op dit moment in opdracht van het ministerie van BZK door het Nederlands Normalisatie Instituut (NEN), samen met een breed gezelschap van bouwwereld, woningcoöperaties, projectontwikkelaars, architecten, overheden en consumenten gewerkt aan een vrijwillige norm voor toegankelijk bouwen. Die norm kan gezien worden als een handleiding om toegankelijker te bouwen en komt bovenop het huidige Bouwbesluit, dat reeds algemene toegankelijkheidseisen bevat. Er wordt ook nagedacht over hoe ervoor kan worden gezorgd dat de norm zoveel mogelijk door partijen gebruikt gaat worden.

Lhbtiq+ personen Uit onderzoek blijkt dat lhbtiq+ personen regelmatig te maken krijgen met vormen van geweld en discriminatie in de openbare ruimte. OCW zet in op preventie, middels het bevorderen van acceptatie. Om de veiligheid van lhbtiq+ personen te bevorderen, heeft het ministerie van JenV samen met het ministerie van OCW en de G4-gemeenten, het Actieplan Veiligheid lhbti 2019-2022 opgesteld. Hiermee wordt ingezet op het vergroten van de sociale veiligheid op lokaal, regionaal en nationaal niveau. Binnen de samenwerkingsverbanden Veilige Steden, Regenboogsteden en Regenboogprovincies worden lagere overheden gestimuleerd om beleid te ontwikkelen ter voorkoming van geweld.

77

Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme

Ook wordt op dit moment door het ministerie van JenV, via het WODC, en in samenwerking met het ministerie van OCW, een onderzoek uitgezet om meer inzicht te krijgen in de daderprofielen van daders van geweld tegen lhbtiq+ personen. De uitkomsten hiervan kunnen bijdragen aan toekomstig beleid om de veiligheid van lhbtiq+ personen te bevorderen. Het kabinet ondersteunt de Alliantie Gelijkspelen, een alliantie die zich inzet om een veilige sfeer te creëren voor alle topsporters, amateurs en fans en tegen homofobie en transfobie in de sport. In het verlengde hiervan is er ook binnen de alliantie ‘Sport en bewegen voor iedereen’ aandacht voor dit thema. Daarnaast ondersteunt OCW de alliantie ‘Gedeelde trots, gedeeld geluk’. Deze alliantie richt zich op de sociale acceptatie en veiligheid van lhbtiq+ personen.

‘Voor de verandering’, dat op 28 mei 2021 aan de Tweede Kamer is verzonden. Voor de uitwerking van een dergelijk wettelijk verbod kijkt het kabinet met interesse uit naar het initiatiefwetsvoorstel van de Tweede Kamer en het advies van de Raad van State. Een verbod is normstellend en biedt steun voor mensen die conversiepraktijken hebben ondergaan Er zijn in Europees Nederland zeker vijftien aanbieders die pogen om de seksuele- of genderidentiteit van mensen te veranderen, te onderdrukken of te ‘verbleken’. Conversiepraktijken leiden natuurlijk niet tot verandering van de seksuele gerichtheid of genderidentiteit. Wel blijkt uit tal van onderzoeken dat de slachtoffers ernstige gevolgen ondervinden, uiteenlopend van depressie tot zelfmoordpogingen. Daarom roept de NCDR het parlement op om het initiatiefwetsvoorstel

44. Kamerstukken II 2021-2022 30420, nr. 371.

78

Conversiepraktijken (ook bekend als zogenoemde homogenezing of (homo)conversietherapie) die gericht zijn op het veranderen van de seksuele identiteit, genderidentiteit en/of genderexpressie keurt het kabinet af. Om de menselijke waardigheid van eenieder te kunnen waarborgen wil het kabinet deze praktijken nu en in de toekomst voorkomen en tegengaan. Het onderzoek ‘Verkenning van juridische en beleidsmatige interventies ter voorkoming en bestrijding van ‘conversietherapie’’ is afgerond en op 16 mei 2022 mede namens de ministers van OCW, JenV en BZK naar de Tweede Kamer verzonden. De beleidsreactie op de verkenning is op 5 juli 2022 naar de Tweede Kamer gestuurd.44 Deze verkenning is een vervolg op het rapport

om conversiehandelingen strafbaar te stellen in Europees en Caribisch Nederland te omarmen. Voor de uitwerking van een wettelijk verbod kijkt het kabinet met interesse uit naar het initiatiefwetsvoorstel van de Tweede Kamer en het advies van de Raad van State.

Ook is in opdracht van de Tweede Kamer onderzocht hoe het transitieverlof voor transgender personen kan worden gerealiseerd, omdat bestaande verlofregelingen onvoldoende handvatten bieden hiervoor. Op de uitkomsten van dit rapport zal dit jaar worden gereageerd.

4. Bijstaan en Beschermen

In reactie op het rapport van de Staatscommissie Herijking Ouderschap is een regeling voor deelgezag uitgewerkt voor personen die nauw betrokken zijn bij de verzorging en opvoeding van een kind, maar die nu geen gezag hebben. Ook is er gewerkt aan een wetsvoorstel over draagmoederschap.

Ongeveer 4 procent van de Nederlanders identificeert zich niet als man of vrouw. Ze zijn bijvoorbeeld non-binair. Deze groep ervaart tal van ongemakkelijke situaties in het dagelijks leven als gevolg van het feit dat er nu alleen officiële registratie als man of vrouw mogelijk is. Het zou eenvoudig mogelijk moet worden om zonder tussenkomst van de rechter de officiële geslachtsregistratie te laten doorhalen met een ‘X’.

De aanscherping van de Algemene wet gelijke behandeling zorgt er voor dat de rechtspositie van transgenderpersonen en intersekse-personen nu ook expliciet verankerd is in de wet.

De NCDR volgt het wetsvoorstel hiertoe met belangstelling.

Discriminatie van bijvoorbeeld non-binaire, intersekse en transgender personen is op dit moment niet expliciet verboden in het Wetboek van Strafrecht. Transgender, intersekse en non-binaire personen zijn daarom niet wettelijk beschermd tegen (openbaarmaking van) groepsbelediging, terwijl zij wel veel met discriminatie te maken hebben. Daarnaast zijn de termen ‘hetero- of homoseksuele gerichtheid’ niet inclusief. In de wet moet de term ‘seksuele gerichtheid’ worden gebruikt. Ook moet onderzocht worden of de termen geslachtskenmerken, genderidentiteit en genderexpressie moeten worden toegevoegd.

In de Tweede Kamer ligt momenteel een wetsvoorstel dat ertoe strekt de procedure rondom het wijzigen van geslachtsregistratie te vereenvoudigen: onder andere de deskundigenverklaring en leeftijdsgrens komen te vervallen.

79

Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme

Lhbtiq+ personen krijgen regelmatig te maken met vormen van geweld en discriminatie in de openbare ruimte. 80

4. Bijstaan en Beschermen

4.4 Lopend beleid en beleidsversterkingen - Domeinen Onderwijs De minister van Pimair en Voortgezet Onderwijs gaf in een brief aan de Tweede Kamer over het versterken van de sociale veiligheid op scholen aan dat wordt ingezet op de volgende versterkingen: 1. De lat hoger leggen ten aanzien van de sociale veiligheid zodat alle leerlingen en leraren zich vrij en veilig voelen; 2. betere hulp en nazorg voor leerlingen en ouders als het onverhoopt toch niet goed loopt en; 3. waar nodig eerder en steviger ingrijpen. Bij de uitwerking en het nastreven van deze ambities zal specifiek aandacht zijn voor kwetsbare leerlingen zoals lhbtiq+ jongeren. Daarbij wordt uitgegaan van wat er specifiek voor nodig is om hun (gevoel van) veiligheid te vergroten. Dit gebeurt door gerichte aandacht binnen generieke interventies en met aanvullende maatregelen speciaal voor deze groepen.45

45. Kamerstukken II 2021-2022 31293, nr. 611.

Zorg Het ministerie van VWS zet met de VWS-Brede Aanpak Discriminatie en Gelijke Kansen op een gecoördineerde wijze in op het tegengaan van discriminatie en het bevorderen van gelijke kansen (met hierin specifieke aandacht voor discriminatie als belemmerende factor)

binnen het VWS beleid. Het gaat hier om de bekende gronden van discriminatie, zoals: leeftijd, geslacht, seksuele gerichtheid, ras, godsdienst, nationaliteit, handicap, politieke overtuiging, burgerlijke staat of arbeidsvorm. De aanpak combineert verbinding, bewustwording, en kennisvergaring gericht op handelingsperspectief voor de beleidspraktijk van VWS in afstemming met veldpartijen. Het terugdringen van gezondheidsverschillen is een belangrijke pijler in de landelijke nota Gezondheidsbeleid met daarin de ambitie dat in 2024 zowel de levensverwachting van mensen met een lage Sociaal Economische Status (SES) als het aantal jaren in goed ervaren gezondheid voor mensen met een lage én een hoge SES toegenomen is. Programma’s als GIDS (Gezond in de Stad) en Kansrijke Start gericht op de aanpak van gezondheidsverschillen dragen bij aan het halen van deze ambitie. Met het stimuleringsprogramma Gezond in de stad (GIDS) worden meer dan 150 gemeenten ondersteund met het opzetten van een brede, integrale aanpak om gezondheidsverschillen te verkleinen. Met het programma Kansrijke Start werkt het Rijk samen met gemeenten en professionals uit het sociale- en medische domein in lokale coalities aan een kansrijke start voor zoveel mogelijk kinderen in de eerste 1000 dagen van hun leven.

Onder regie van VWS werkt de interdepartementale stuurgroep Impact op Gezondheid ook aan een interdepartementale aanpak van gezondheidsachterstanden. Binnen de programma’s en de inzet van Expertisecentrum Pharos is het bevorderen van gezondheidsvaardigheden een belangrijk aandachtspunt.

81

Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme

Arbeidsmarkt Onder het vorige kabinet is het wetsvoorstel Toezicht gelijke kansen bij werving en selectie voorbereid en aan de Tweede Kamer aangeboden. Dit wetsvoorstel is een uitwerking van het vorige regeerakkoord en verplicht werkgevers en intermediairs, om een werkwijze voor werving en selectie op te stellen met voldoende waarborgen om discriminatie tegen te gaan en gelijke kansen te realiseren. Uit deze werkwijze moet blijken dat de werkgever of de intermediair het werving- en selectieproces zodanig heeft ingericht dat deze is gericht op het voorkomen van arbeidsmarktdiscriminatie. Zo dient de werving en selectie gebaseerd te worden op voor de functie relevante functie-eisen, dient deze inzichtelijk en controleerbaar te zijn en systematisch te worden ingericht en toegepast. De Nederlandse Arbeidsinspectie krijgt toezichthoudende bevoegdheden en kan bij overtreding werkgevers en intermediairs – na het opleggen van een eis tot naleving – beboeten. In het coalitieakkoord staat opgenomen dat een meldplicht zal worden ingevoerd voor organisaties die zich schuldig maken aan discriminatie of racisme. Deze meldplicht zal aan dit wetsvoorstel worden toegevoegd. De uitzendbranche speelt een belangrijke rol op de arbeidsmarkt en daarmee ook bij het tegengaan van discriminatie op de arbeidsmarkt.

Zij brengt vraag en aanbod van werk samen en speelt een rol bij het bieden van gelijke kansen bij werving en selectie.

82

Met deze meldplicht worden intermediairs verplicht verzoeken die tot arbeidsmarktdiscriminatie kunnen leiden te melden bij de Nederlandse Arbeidsinspectie. Intermediairs dienen daarbij te beschikken over een procedure hoe met discriminerende verzoeken wordt omgegaan en deze procedure te volgen op het moment dat er vermoedens zijn van een discriminerend verzoek. Dit heeft tot doel het verder tegengaan en het voorkomen van discriminerende verzoeken van opdrachtgevers. In overleg met onder andere de uitzendbranche is gezocht naar een vorm die het meest effectief kan zijn, waarbij intermediairs als onderdeel van de procedure bij discriminerende verzoeken het gesprek met opdrachtgevers kunnen aangaan over een discriminerend verzoek. Zo kan een deel van de verzoeken al worden opgelost. Wanneer dat onvoldoende effect heeft, dient tot melding over te worden gegaan. De Nederlandse Arbeidsinspectie kan op basis van de meldingen overgaan tot controle van het werving- en selectiebeleid van de betreffende opdrachtgever en kan bij overtreding – na het opleggen van een eis tot naleving – beboeten. De Arbeidsinspectie houdt ook toezicht bij de intermediair op het hebben van een procedure en op de invulling en uitvoering van deze procedure.

4. Bijstaan en Beschermen

Wonen In het coalitieakkoord is aangekondigd dat er een ‘meldplicht, registratieplicht of verhuurvergunning’ wordt ingesteld waarmee ‘gemeenten de mogelijkheid krijgen discriminatie en malafide verhuurders gericht aan te pakken’. Op dit moment ligt het wetsvoorstel Goed Verhuurderschap ter behandeling in de Tweede Kamer. In dit wetsvoorstel wordt een afdwingbare landelijke basisnorm voor goed verhuurderschap , in de vorm van algemene regels geïntroduceerd. Deze regels gelden voor alle verhuurders en verhuurbemiddelaars. Een van deze regels ziet op het voorkomen en tegengaan van discriminatie. Dit houdt in dat een verhuurder of verhuurbemiddelaar zich dient te onthouden van iedere vorm van ongerechtvaardigd onderscheid door:

gemeenten in het wetsvoorstel verplicht om een laagdrempelig meldpunt in te richten waar huurders, woningzoekenden en anderen (anoniem en kosteloos) terecht kunnen met signalen en klachten over ongewenst gedrag van verhuurders of verhuurbemiddelaars. Daarnaast wordt momenteel door de gemeente Utrecht onderzocht of een meldplicht een effectief aanvullend instrument is om discriminatie bij woningverhuur aan te pakken. Als een verhuurder een discriminerend verzoek doet bij een makelaar zal er in dat geval een verplichting komen om dit te melden. De gemeente Utrecht werkt in een proeftuin uit of dit in de praktijk juridisch houdbaar, effectief en uitvoerbaar is. Daarnaast wordt gekeken in hoeverre mystery calls kunnen bijdragen aan de handhaving van de meldplicht. In het kader van dit onderzoek wordt ook gekeken naar de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt.

• een helder en transparant selectieproces te hanteren; • gebruik te maken van objectieve en niet-discriminerende selectiecriteria en deze ook duidelijk te communiceren en; • de keuze voor de gekozen huurder te motiveren aan de afgewezen kandidaat huurders. Gemeenten krijgen ten aanzien van particuliere verhuurders de taak om op de algemene regels bestuursrechtelijk te handhaven. In aanvulling op de algemene regels, krijgen gemeenten de bevoegdheid om een vergunningsplicht in te stellen voor de verhuur van “reguliere woonruimte” en “verblijfsruimte aan arbeidsmigranten”. Om de handhaving voor gemeenten te vergemakkelijken, worden

83

Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme

46. Erasmus University Rotterdam (2020): https://www.eur.nl/ nieuws/een-ongelijke-verdeling-van-kansen. 47. Rapport Selectieve woningtoewijzing. Landelijke evaluatie van artikel 8, 9 en 10 van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek, RIGO, 29 maart 2021; Kamerstukken II, 2020/21, 33 340, nr. 24. 48. Er zijn uitzonderingen: deze eis geldt bijvoorbeeld niet voor jongeren die een opleiding volgen (ingeschreven bij DUO) en voor gepensioneerden. Mocht een vergunning niet worden verleend dan kan de gemeente bij schrijnende gevallen gebruikmaken van de hardheidsclausule in artikel 8 (en 10) van de wet. 49. Als woningzoekenden geen vergunning wordt verleend moeten zij voldoende mogelijkheden houden om elders binnen de regio passende huisvesting te vinden. De minister vraagt hierover advies van de provincie bij beoordeling van de aanvraag van de gemeente. 50. Garib vs. The Netherlands, EHRM 6 November 2017, case number 43494/09.

84

De Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp,

Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens heeft hierover

de zogenoemde ‘Rotterdamwet’) biedt gemeenten de mogelijkheid om

geoordeeld dat toepassing van selectieve woningtoewijzing op grond

selectieve woningtoewijzing toe te passen in bepaalde kwetsbare

van artikel 8 geen schending is van het EVRM en dat de beperking van

buurten. Deze bijzondere maatregel draagt bij aan een beter perspectief

de vrijheid van vestiging gerechtvaardigd is.50

voor bewoners en gelijke kansen voor kinderen. Onderzoek van de Erasmus Universiteit toont aan dat opgroeien in een kwetsbare wijk je 46

In de huidige criteria van artikel 8 is er een onderscheid tussen woning-

in de rest van je leven aanzienlijk minder kansen biedt. Anderzijds kan

zoekenden zonder inkomen uit werk, die al zes jaar of langer in de regio

de inzet van selectieve woningtoewijzing ingrijpende gevolgen hebben

wonen, en die er korter dan zes jaar wonen. Alleen de laatste groep

voor individuele woningzoekenden die ook in die gebieden willen

wordt door de maatregel geraakt en dat kan ook gevolgen hebben voor

wonen. Het beperkt immers de vrijheid van vestiging. Gemeenten

nieuwkomers. Daarnaast hebben de betrokken gemeenten in het kader

kunnen bij de woningtoewijzing eisen stellen aan de aard van het

van de landelijke evaluatie aangegeven dat artikel 8 aanpassing behoeft

inkomen (artikel 8), voorrang verlenen op basis van bepaalde sociaal-

voor een effectievere uitvoering.

economische kenmerken, bijvoorbeeld aan bepaalde beroepsgroepen (artikel 9) of woningzoekenden screenen op overlastgevende en

De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening is

criminele gedragingen (artikel 10).

voornemens om de Wbmgp aan te passen aan de hand van evaluatie van deze wet, waarbij bovenstaande overwegingen ook kunnen worden

De maatregelen leiden tot meer gemengde en sociaaleconomisch

betrokken. Dit najaar zal de Kamer hierover worden bericht.

minder kwetsbare buurten. Anderzijds blijkt het effect op de leefbaarheid lastig aantoonbaar, omdat de inzet van deze maatregel onderdeel is van een veelomvattende integrale gebiedsaanpak en 47

externe factoren ook van invloed zijn.

Bij toepassing van artikel 8 kunnen gemeenten voor een bepaalde kwetsbare buurt een huisvestingsvergunning weigeren aan woningzoekenden zonder inkomen uit werk.48,49 Zo wordt gestreefd naar een meer evenwichtige bevolkingssamenstelling in sociaaleconomisch opzicht en naar het tegengaan van een sterke segregatie van inkomens.

Lokaal beleid De aanpak van discriminatie op lokaal niveau vraagt om een veelzijdig beleid. Het is onder andere van belang signalen en trends van discriminatie in iedere wijk goed op te pakken, om preventieve en repressieve maatregelen te nemen, en om partijen samen te brengen en te betrekken in de aanpak. Discriminatie ziet daarnaast op vele gronden en raakt aan allerlei terreinen. Denk aan discriminatie in de woonomgeving, op scholen,

4. Bijstaan en Beschermen

bij de sportvereniging, en op de werkvloer, maar ook aan demonstraties, vernielingen van een moskee, graffiti op een joodse begraafplaats. Bovendien kan discriminatie verschillende groepen treffen. De aanpak van discriminatie raakt daardoor aan verschillende beleidsterreinen en afdelingen binnen de gemeenten. Het is niet alleen van belang dat op al deze plekken binnen de gemeente bewustzijn en beleid op het gebied van discriminatie is. Ook is het relevant dat er verbinding wordt gelegd tussen de aanpak vanuit al die kanten en dat de verantwoordelijkheid voor de gehele aanpak van de gemeente centraal belegd is. Daarom is het wenselijk dat er binnen ieder College van Burgemeester en Wethouders een portefeuillehouder is aangewezen. Hierover zal door het ministerie van BZK het gesprek met de VNG en gemeenten gevoerd worden. Bij de aanpak van discriminatie is een belangrijke taak voor gemeenten weggelegd. Ten eerste om ervoor te zorgen dat de aanpak van

Horeca Horecadiscriminatie is net als andere vormen van discriminatie niet verenigbaar met het discriminatieverbod en gelijkheidsbeginsel, zoals neergelegd in onze Grondwet en zoals onder meer nader uitgewerkt in het wetboek van Strafrecht en de Algemene wet gelijke behandeling (Awgb). In artikel 7 van de Awgb is een verbod neergelegd op ongeoorloofd onderscheid op grond van onder andere afkomst bij het aanbieden van goederen en diensten, waaronder de toegang tot horecagelegenheden. Dit betekent dat het niet is toegestaan om iemand de toegang tot een horecagelegenheid te weigeren op grond van zijn afkomst. Daarnaast kan discriminatie in de horeca strafbaar zijn op grond van artikel 137g of 429quater Wetboek van Strafrecht. Ook kan de persoon in kwestie de eigenaar van de horecagelegenheid aansprakelijk stellen voor de geleden (immateriële) schade (civiel rechtelijke weg).

discriminatie echt op de politieke agenda staat. Maar ook omdat de lokale politiek menskracht en financiële middelen kan vrijmaken voor een betere opvang van slachtoffers van discriminatie en racisme. Ook het college van burgemeester en wethouders heeft hierin een rol. De NCDR roept burgemeesters op om hun rol hierin te pakken. BZK gaat in kaart brengen of, hoe en in welke mate in de gemeentelijke coalitie akkoorden antidiscriminatiebeleid voorkomt.

Het is voor de aanpak van horecadiscriminatie van groot belang om te werken aan herkenning van het probleem, gedragsverandering binnen de horeca en verhoging van de meldingsbereidheid bij slachtoffers. Gemeenten kunnen een belangrijke rol spelen bij het voorkomen en aanpakken van horecadiscriminatie. Dit door beleid te ontwikkelen en zo nodig bestuursrechtelijke maatregelen te treffen. Om de lokale aanpak van discriminatie te ondersteunen is aan alle gemeenten in het voorjaar van 2018 de ‘Handreiking antidiscrimina-

85

Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme

tiebeleid gemeenten’ aangeboden. In de handreiking is onder meer beschreven wat gemeenten kunnen doen om discriminatie in de horeca aan te pakken. Hierbij wordt verwezen naar de ‘Handreiking aanpak horecadiscriminatie door de gemeente’. Er is een grote rol weggelegd voor de ADV’s en Panels Deurbeleid. Bij deze organisaties kunnen klachten over discriminatie gemeld worden, waarna er ondersteuning geboden kan worden in de vorm van een nader onderzoek en bemiddeling. Ook kunnen zij een check uitvoeren op deurbeleid, en advies geven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11899091/1