CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS313025 Bijlage Eindrapport OZ Effectiviteit reïntegratie Den Haag

Commissie Samenleving 3 november 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Brief van wethouder Sociale Zaken en Werk inzake Reactie op het onderzoek naar de effectiviteit van de Haagse re-integratieaanpak49.060 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

aantal mensen met een beperking dat in Den Haag aan de

krimp van de Wsw wordt dus een-op-een opgevangen door een stijging van het aantal loonkostensubsidies.

Aantal LKS als % van de beroepsbevolking 0,8%

in de G4-gemeenten, als percentage van het oorspronkelijk

0,7%

(stand ultimo 2014) aantal Wsw-ers.

0,6% Amsterdam Rotterdam

0,5%

80%

0,2%

50%

0,1%

40%

0%

30%

1 11 21 31 41 51 61 71 81 91 101 111 121 131 141 151 161 171 181 191 201 211 221 231 241 251 261 271 281 291 301 311 321 331 341 351

0,3%

60%

Utrecht

0,4%

70%

Figuren 26 en 27.

20% 10% 0% 2015

2016 Amsterdam

2017

2018

Rotterdam

2019 Den Haag

2020

2021 Utrecht

Figuur 25. Ontwikkeling inzet instrument loonkostensubsidie door G4

Den Haag

De volgende grafiek toont de ontwikkeling van het aantal LKS

Nederland

0,9%

Inzet instrument loonkostensubsidie door G4 als percentage aantal bijstandsgerechtigden (links) en beroepsbevolking (rechts)

Het percentage LKS van het aantal bijstandsgerechtigden is in Den Haag hoger dan in de andere G4-steden. Echter, het percentage is lager dan het landelijk gemiddelde. Dat komt vooral doordat het aantal bijstandsgerechtigden in de G4-steden relatief hoog is (noemereffect). Utrecht,

Ook ten opzichte van de andere G4-steden zien we dat het

Rotterdam en Amsterdam zitten in het onderste kwartiel.

aantal LKS in Den Haag flink toenam na de invoering van

Den Haag zit net op de grens.

de Participatiewet. We zien dat de andere G4-steden qua ontwikkeling gelijk oplopen. Het aantal lijkt in Rotterdam na

Als we kijken naar het aandeel LKS in de totale beroeps­

2020 te versnellen, terwijl de ontwikkeling in Utrecht wat lijkt

bevolking (grafiek rechts), dan zien we dat het percentage

af te zwakken. In 2021 ligt het aantal LKS als percentage van

in Den Haag relatief hoog is. Den Haag zit dan in het

het oorspronkelijk aantal Wsw in Den Haag, nog ruim boven

bovenste kwartiel.

de percentages in de andere G4-steden. In de volgende grafieken zetten we het aantal LKS af tegen het aantal mensen in de bijstand en de totale beroepsbevolking. We laten de percentages in alle Nederlandse gemeenten zien en zetten deze op volgorde van de hoogte van het percentage. We beginnen links met de gemeente met het laagste percentage.

72

De Haagse re-integratieaanpak 2018-2020 onderzocht | Rapport

8.4 Bijstandsafhankelijkheid

We zagen na 2011 dat het bijstandsniveau sneller steeg dan in de referentiegemeenten en de rest van Nederland. Na

8.4.1 Vergelijking met Nederland en referentiegemeenten

2016 zien we dat de daling van de bijstandsdichtheid min of

Een belangrijke doelstelling van het re-integratiebeleid is het

referentiegemeenten zette later in dan in de gemeente Den

bevorderen van de zelfredzaamheid van inwoners en daarmee

Haag. We zien dat er in 2020 sprake was van een sterkere

het zo laag mogelijk houden van de bijstandsafhankelijkheid.

stijging van de bijstandsdichtheid in de rest van Nederland

In deze paragraaf onderzoeken we de bijstandsafhankelijkheid

ten opzichte van Den Haag en de referentiegemeenten.

meer gelijk is aan de landelijke daling. De daling in de groep

van de inwoners van de gemeente Den Haag. Al met al zien wij geen verrassende zaken op het niveau van In de volgende grafieken tonen we de bijstandsdichtheid.

de bijstandsdichtheid.

Dat is het aandeel bijstandsuitkeringen in het totale aantal huishoudens in de gemeente. De linker grafiek laat de

8.4.2 Vergelijking met G4 op bijstandsdichtheid

bijstandsdichtheid in Den Haag zien over de periode

In de volgende grafieken vergelijken wij de bijstandsdichtheid

2011-2021. Tevens tonen we de bijstandsdichtheid in de

met de bijstandsdichtheid in de andere G4 steden.

referentiegemeenten (de tien Nederlandse gemeenten met 14%

gemeenten Arnhem, Leeuwarden, Heerlen en Rotterdam hoger

12%

dan in Den Haag). 10% 8% 6%

Bijstandsdichtheid

de hoogste bijstandsdichtheid; de bijstandsdichtheid is in de

10% 8% 6% 4% 2% 0%

2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021

4%

Amsterdam

Rotterdam

Den haag

Utrecht

2% 0%

2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021

2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Bijstandsdichtheid

Nederland

Referentiegroep

120%

Amsterdam 8,1% 8,1% 8,4% 8,5% 8,2% 8,1% 7,9% 7,5% 7,2% 7,4% 7,3% Rotterdam

10,5% 10,7% 11,2% 11,7% 11,5% 11,4% 10,8% 10,0% 9,5% 10,0% 9,9%

Den Haag

7,8% 7,8% 8,5% 9,1% 9,4% 9,4% 9,1% 8,4% 8,0% 8,0% 7,8%

Utrecht

4,3% 4,5% 5,0% 5,3% 5,4% 5,4% 5,3% 5,0% 4,8% 5,0% 4,9%

110%

130%

100%

120%

90% 80%

110% 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Index

Figuren 28 en 29.

Index NL

Index Ref

Ontwikkelingen in bijstandsdichtheid Den Haag, referentiegroep (links) en heel Nederland (rechts)

We zien dat de bijstandsdichtheid ruim boven het landelijk niveau ligt. Dat is een gebruikelijk beeld in de grotere steden in Nederland. Tot 2016 was de bijstandsdichtheid in Den Haag hoger dan die van de referentiegemeenten en na 2016 lager. In 2021 ligt de bijstandsdichtheid weer op het niveau van de referentiegemeenten.

73

100% 90% 80%

2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Amsterdam

Figuren 30 en 31.

Rotterdam

Den haag

Utrecht

Ontwikkelingen in bijstandsdichtheid in de G4-gemeenten, absoluut (links) en geïndexeerd (rechts).

De Haagse re-integratieaanpak 2018-2020 onderzocht | Rapport

Hier zien we een opvallend beeld. We zien verschillen tussen de bijstandsdichtheid in enerzijds Amsterdam en Rotterdam

8.5 Gemeentelijke bijstandsuitgaven in de loop van de tijd

en anderzijds Den Haag en Utrecht. Aanvankelijk steeg de bijstandsdichtheid in Den Haag en Utrecht na 2011 sterker dan

Een andere mogelijke indicator voor bijstandsafhankelijkheid

in Amsterdam en Rotterdam. In Amsterdam en Rotterdam ging

zijn de bijstandsuitgaven. Naast het volume kijken we dan

de bijstandsdichtheid na 2014 omlaag. In Den Haag en Utrecht

impliciet ook naar de gemiddelde uitkering. De uitgaven zijn

duurde het tot 2017 voordat de bijstandsdichtheid omlaag ging.

immers het product van het volume en de prijs. De prijs kan

De daling in Den Haag was relatief groot, vergelijkbaar met de

ook gezien worden als indicator voor bijstandsafhankelijkheid.

daling in Rotterdam. Door een gebrek aan de juiste openbare

Hoe lager de uitkering, hoe minder mensen gemiddeld

data (bijvoorbeeld over de ontwikkeling van de instroom en de

afhankelijk zijn van een uitkering, bijvoorbeeld omdat ze in

uitstroom over dezelfde periode) was het voor ons niet mogelijk

deeltijd werken.

om de geschetste verschillen in de bijstandsdichtheid tussen de G4 in de loop der tijd nader te analyseren en kwantitatief te

De volgende grafiek toont de index van het aandeel van de

verklaren.

bijstandsuitgaven in de landelijke bijstandsuitgaven. We corrigeren deze indicator aan de hand van de bevolkings­

Kwalitatief is het belangrijk om aan te geven dat gemeenten

ontwikkeling in de verschillende G4-steden. Dat is belangrijk,

tot op zekere hoogte beperkte beleidsruimte hebben als het

omdat sprake is van grote verschillen tussen de gemeenten. Zo

gaat om het beperken van de instroom in de uitkering. De

ging het aantal inwoners tussen de 15 en 75 jaar in Amsterdam

Participatiewet stelt namelijk dat iedere inwoner zonder

tussen 2004 en 2021 met 19% omhoog. Het percentage in Den

inkomen of met te weinig inkomen om van te leven, het recht

Haag was 16% en in Rotterdam 7%. In Utrecht steeg dat aantal

heeft om in de eigen gemeente een bijstandsuitkering aan

inwoners met ruim 30%. Landelijk was de stijging bijna 8%.

te vragen. De zogenoemde polisvoorwaarden zijn landelijk gelijk. De gemeente moet die aanvraag in behandeling nemen.

Het beeld hierna is vergelijkbaar met het beeld van de

Den Haag streeft er bij een aantal doelgroepen naar om

volumeontwikkeling.

of is afgehandeld) liggen er mogelijk nog andere kansen. De uitvoering gaf in de groepsinterviews aan dat het in Den Haag

Amsterdam

2021

2019

2017

Den haag

2018

2015

2016

2013

Rotterdam

2020

Kort nadat een aanvraag tot een uitkering is ingediend (en

60% 2014

beleid.

70%

2011

G4-gemeenten, streven bij deze doelgroepen naar hetzelfde

2012

aanvraagt. Sommige andere gemeenten, waaronder ook andere

80%

2010

of een opleiding, nog voordat men een eventuele uitkering

2009

van de gemeente om de betrokkenen te begeleiden naar werk

100%

2008

zogenaamde Max-WW-groep). Bij deze doelgroepen is de inzet

110%

2007

WW-uitkering dreigt door te stromen naar de bijstand (de

2005

praktijkonderwijs en om de groep die op het einde van de

120%

2006

indient. Het gaat dan om voortijdig schooluitvallers in het

2004

zoveel mogelijk te voorkomen dat men een bijstandsaanvraag

Utrecht

Figuur 32. Uitgaven aan bijstandsuitkeringen van de G4 (geïndexeerd, 2004: 100)

gemiddeld mogelijk langer duurt dan in andere gemeenten voordat met een (mogelijk) nieuw ingestroomde cliënt het

We zien dat het uitgavenaandeel in Utrecht vanaf 2004 sterker

gesprek wordt aangegaan over zijn of haar re-integratie naar de

is gedaald dan in Den Haag. Maar we zien ook dat deze daling

arbeidsmarkt. In onze gesprekken met de beleidsmedewerkers

zich vooral voordeed in de periode 2004 tot en met 2010.

en het management gaf men aan dit beeld te herkennen. Ook

Daarna is het uitgavenaandeel nog maar beperkt omlaag

blijkt uit onze analyse van het Haagse re-integratiebeleid, zoals

gegaan. We zien dat de daling in Den Haag trager is dan in

beschreven in hoofdstuk 2, dat het tijdens de evaluatieperiode

met name Amsterdam en Rotterdam. We zien echter wel dat

geen expliciet beleidsuitgangspunt was om bij nieuwe cliënten

het uitgavenaandeel in Amsterdam na 2017 weer stijgt. In

zo snel mogelijk in te zetten op re-integratie.

Rotterdam is vanaf 2020 sprake van een stijging. In die jaren was in Den Haag nog steeds sprake van een jaarlijkse daling.

74

De Haagse re-integratieaanpak 2018-2020 onderzocht | Rapport

Financiering

hebben en daardoor met een besparing op het bijstandsbudget

Gemeenten ontvangen jaarlijks het bijstandsbudget voor het

financieel worden beloond.

betalen van bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Er wordt eerst op basis van de ramingen van het Centraal

De praktijk is echter weerbarstig. Het verdeelmodel leidt soms

planbureau (CPB) een macrobudget vastgesteld. Het

tot onverklaarbare uitkomsten bij individuele gemeenten. Een

macro­budget wordt vervolgens verdeeld op basis van een

schattingsfout van enkele procenten kan voor een econometrist

zogenoemd objectief verdeelmodel. Uitgangspunt van dit

nog steeds leiden tot een goed of acceptabel model, terwijl

model is dat de factoren niet direct gerelateerd zijn aan

een verschil van enkele procenten op het budget al snel

de totale bijstandsuitgaven en niet direct door gemeenten

leidt tot overschotten of tekorten van meer dan € 1 miljoen.

te beïnvloeden zijn. Het gaat bijvoorbeeld om het aantal

Desalniettemin vinden wij het waardevol om in analyses van

alleenstaande ouders, het aantal minderheden en het aantal

de effectiviteit van de re-integratie (ook) te kijken naar het

corporatiewoningen in de gemeente .

saldo op het bijstandsbudget.

De gedachte is dat de benodigde hoogte van het budget objectief

De jaarlijkse saldi op het bijstandsbudget voor de gemeente

wordt bepaald, met als gevolg dat gemeenten die goed beleid

Den Haag tonen we vanaf 2004 in de volgende overzichten.

en een goede uitvoering hebben, lagere bijstandsuitgaven

Gemeenten zijn vanaf 2004 volledig gebudgetteerd voor de

28

28

bijstand.

Gemeenten met minder dan 40.000 inwoners ontvangen een aandeel dat geheel of gedeeltelijk verdeeld wordt op basis van de historische bijstandsuitgaven. Het budget voor gemeenten met meer dan 40.000 inwoners staat los van de werkelijke totale uitgaven.

mln. €

2004

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Bijstands­budget

303

288

271

266

258

257

261

249

308

356

367

335

334

334

332

340

367

371

360

Netto bijstands­ uitgaven

268

270

268

258

234

246

265

291

294

322

345

349

370

380

377

369

374

372

Saldo

35

18

4

9

24

11

-5

-42

15

34

22

-15

-35

-46

-45

-29

-7

-2

agv macro-overschot of -tekort

20

15

1

2

5

-7

-24

-42

-2

8

-4

-6

-20

-20

1

3

16

14

agv verdeling

15

3

3

7

19

17

19

0

17

26

27

-9

-15

-26

-46

-31

-24

-16

% Saldo

11,5%

6,3%

1,4%

3,3%

9,3%

4,2%

-1,8% -16,9% 4,8%

9,5%

6,0% -4,4% -10,6% -13,9% -13,4% -8,4% -2,0% -0,4%

% agv macrooverschot of tekort

6,6%

5,1%

0,3%

0,8%

1,8%

-2,6%

-9,1% -16,8% -0,7%

2,4%

-1,2%

-1,9% -6,0% -6,0% 0,5%

% agv verdeling

4,9%

1,2%

1,1%

2,5%

7,5%

6,8%

7,3%

7,2%

7,2%

-2,6% -4,6% -7,9% -13,8% -9,2% -6,5% -4,3%

-0,1%

5,5%

0,8%

4,4%

3,9%

's-Gravenhage mln €

500 400 300 200 100 0 -100

75

2004 2004

2005 2005

2006 2006

2007 2007

2008 2008

2009 2009

2010 2010

2011 2011

2012 2012

2013 2013

2014 2014

2015 2015

2016 2016

2017 2017

2018 2018

2019 2019

2020 2020

2021 2021

2022 2022

Bijstands­ budget

303

288

271

266

258

257

261

249

308

356

367

335

334

334

332

340

367

371

360

Netto bijstandsuitgaven

268

270

268

258

234

246

265

291

294

323

345

350

370

380

377

369

374

372

Saldo

35

18

4

9

24

11

-5

-42

15

34

22

-15

-35

-46

-45

-29

-7

-2

2004 2004

2005 2005

2006 2006

2007 2008 2008 2007

2009 2009

2010 2010

Bijstands- ­ budget

6,5%

6,3%

6,5%

6,8%

6,7%

6,7%

6,4%

6,2%

6,3%

6,5%

6,4%

Uitgavenaandeel

6,2%

6,2%

6,4%

6,6%

6,2%

6,2%

6%

6,2%

6%

6%

6%

2012 2012

2013 2013

Budgetaandeel

2014 2014

2015 2015

2016 2016

2017 2017

2018 2018

2019 2019

2020 2020

2021 2021

2022 2022

6%

5,9%

5,7%

5,5%

5,7%

5,8%

5,8%

5,9%

6,1%

6,2%

6,2%

6,2%

6,2%

6,2%

6%

Uitgavenaandeel

Ontwikkeling saldi bijstandsbudget en bijstandsuitgaven Den Haag

Tot slot tonen we de saldi in alle G4-steden. 20%

verdeelmodel ingevoerd. Vanaf dat jaar heeft de gemeente Den

15%

We zien dat het budgetaandeel in de periode 2015 tot en met 2018 elk jaar omlaag ging. In de jaren na 2018 ging het budgetaandeel elk jaar weer omhoog. Maar de stijging was

Amsterdam

Rotterdam

Den haag

2021

2019

2020

2017

2018

2015

2016

-20% 2013

ontwikkelden als in de rest van Nederland.

-15% 2014

uitgaven in Den Haag zich op min of meer dezelfde wijze

-10%

2011

verandering in het uitgaven­aandeel. Dat wijst erop dat de

-5%

2012

uitgavenaandeel ligt. We zien van jaar tot jaar weinig

0%

2010

zien we dat het budgetaandeel vanaf 2015 onder het

5%

2009

In de grafiek met het budgetaandeel en het uitgavenaandeel,

10%

2004

Haag elk jaar een (miljoenen)tekort op het bijstandsbudget.

Saldo bijstandsbudget

een besparing op het bijstandsbudget. In 2015 werd een nieuw

2007

We zien dat in de periode tot 2015 meestal sprake was van

2005

Figuren 33 tot en met 35.

2011 2011

2008

8% 7% 6% 5% 4% 3% 2% 1% 0%

2006

Procent

De Haagse re-integratieaanpak 2018-2020 onderzocht | Rapport

Utrecht

Figuur 36. Ontwikkeling saldi bijstandsbudget en bijstandsuitgaven G4.

onvoldoende om boven het uitgavenaandeel – waarbij uitgaand

We zien met name dat Utrecht en Den Haag vanaf 2015

van een toereikend macrobudget, sprake is van een besparing

tekorten hebben op het bijstandsbudget. Opvallend is dat het

op het bijstandsbudget – uit te komen. Met andere woorden, de

nieuwe verdeelmodel van 2015 in deze twee steden leidde tot

tekorten vanaf 2015 kunnen vooral verklaard worden door een

flinke tekorten. Dit is in Amsterdam en Rotterdam nauwelijks/

lager budget dan door hogere uitgaven.

niet waarneembaar. Tegelijkertijd zien we mogelijk wel een relatie met de bevindingen over de bijstandsafhankelijkheid.

Volgens de theorie van het verdeelmodel betekent een lager

We zagen met name in Rotterdam en Amsterdam dat de

budget dat de objectieve omstandigheden in de gemeente Den

bijstandsafhankelijkheid zich in de afgelopen jaren gunstiger

Haag dusdanig waren dat de uitgaven met het budget omlaag

ontwikkelde dan in Utrecht en in Den Haag. Met name vanaf

hadden moeten gaan. Deze harde conclusie kan echter niet

2015 zien we in Rotterdam en Amsterdam dat daar sprake is van

worden getrokken. Het Rijk heeft dit met compensaties voor

een gunstiger saldo van het bijstandsbudget. Eerder zagen we

2015 en 2016 erkent. Het enige wat we kunnen zeggen is dat de

dat de bijstandsafhankelijkheid in Amsterdam en in Rotterdam

uitkomsten inzake het bijstandsbudget voor de gemeente Den

zich in de afgelopen jaren minder gunstig ontwikkelt dan in

Haag geen ondersteuning geven voor relatief goed beleid en of

Utrecht en met name in Den Haag. Mogelijk zien we dit beeld

een goede uitvoering.

terug in de saldi van het bijstandsbudget. We zien in Den Haag een verbetering van het saldo vanaf 2019, terwijl het saldo in de andere gemeenten verslechterde. Kortom, we kunnen op basis van de budgetsaldi geen harde conclusies trekken. Maar, mogelijk zijn er op de langere termijn wel indicaties dat er een relatie is tussen de saldi en de prestaties op beleid en uitvoering.

76

De Haagse re-integratieaanpak 2018-2020 onderzocht | Rapport

HOOFDSTUK 9

Landelijke inzichten over effectieve re-integratietrajecten In dit hoofdstuk gaan we in op de vraag welke re-integratieaanpakken elders in Nederland succesvol zijn en wat daarbij de werkzame bestandsdelen zijn. We analyseren aan het eind van het hoofdstuk in hoeverre deze werkzame bestandsdelen (al) terug te vinden zijn in de Haagse re-integratieaanpak.

Daarbij stellen de auteurs dat de effectiviteit van re-integratie niet los gezien kan worden van algemene randvoorwaarden voor effectief re-integratiebeleid. Het gaat dan om het bieden van maatwerk, het voeren van beleid vanuit een integrale aanpak, samenwerking met andere partijen en het inzetten van vakmanschap. Ook deze randvoorwaarden zijn van belang voor alle doelgroepen. Het Centraal Planbureau (CPB) heeft in 2016 een zeer uitgebreide literatuurstudie29 uitgevoerd op het niveau van specifieke interventies op het terrein van re-integratie, zoals:

9.1 Inzichten uit de literatuur over werkzame re-integratieaanpakken Op basis van literatuuronderzoek hebben we in kaart gebracht

•

de arbeidsmarkt •

het afschaffen van deverplichting tot tegenprestatie

•

geoormerkt budget voor meer face-to-face-gesprekken

•

(Experimenteren met) gedragseconomische middelen

wat er bekend is over de begeleiding en toeleiding naar werk van uitkeringsgerechtigden. De belangrijkste inzichten

Een verplichte zoekperiode bijstand bij korte afstand tot

(nudging) •

beschrijven we samengevat in deze paragraaf.

de ‘Ontzorging’ werkgevers bij in dienst nemen arbeidsgehandicapte

• Over algemene, niet doelgroep-specifieke interventies

geoormerkt budget voor structurele begeleiding via externe of interne jobcoach

Gemeenten kunnen verschillende instrumenten inzetten om

•

het ontheffen groepen van sollicitatieplicht

de uitstroom naar werk te bevorderen. Volgens Bakker e.a.

•

het afschaffen van alle verplichtingen

(2019) zijn er drie (type) maatregelen waarvan onderzoek

•

een baanvindbonus voor langdurig werklozen

laat zien dat zij voor alle groepen effectief zijn:

•

de ontwikkeling en (stimulering van) inzet van profiling/targeting tool

•

de scholing van klantmanagers in evidence based-werken

controle op verplichtingen en het opleggen van sancties.

•

publiek-private samenwerking met uitzendbureaus

2. Re-integratiebegeleiding door klantcontact en coaching

•

he verplicht uitbesteden van re-integratie-trajecten aan

1. Zogenaamde regimemaatregelen, in de vorm van

door de casemanager.

re-integratiebedrijven.

3. Maatregelen aan werkgeverszijde zoals loonkostensubsidies/ baansubsidies. 29

77

CPB (2016), ‘Kansrijk arbeidsmarktbeleid Deel 2’. Den Haag: Centraal Planbureau.

De Haagse re-integratieaanpak 2018-2020 onderzocht | Rapport

Het CPB komt tot de conclusie dat alleen de volgende

Over doelgroep-specifieke interventies

interventies aantoonbaar effectief zijn: de verplichte

De bevindingen uit de literatuur die we tot nu toe hebben

zoekperiode, het geoormerkt budget voor meer face-to-

toegelicht, zijn van toepassing op alle doelgroepen. Het is

face-gesprekken en het geoormerkt budget voor structurele

goed om naast deze algemene bevindingen ook stil te staan

begeleiding via externe of interne jobcoach. Daarnaast

bij interventies voor mensen met een ernstige psychische

heeft het CPB nog een aantal andere effectieve interventies

beperking. Voor deze doelgroep zijn Individuele Plaatsing en

geïdentificeerd die vooral van toepassing zijn op de

Support (IPS) en het principe van first place, then train bewezen

doelgroepen van het UWV (WW, WGA, WAO) en niet op de

effectieve interventies.30 Deze resultaten zijn afkomstig uit

doelgroepen die gemeenten moeten bedienen op basis van de

een literatuurstudie door TNO. Het is (nog) niet bekend

participatiewet.

of deze interventies ook werken voor mensen met mildere aandoeningen. Ook heeft TNO geen empirische onderzoeken

Van de drie interventies die toepasbaar zijn op de doelgroepen

gevonden van effectieve aanpakken om via de vraagzijde van de

van gemeenten en die aantoonbaar effectief zijn, is er één

arbeidsmarkt, bijvoorbeeld jobcarving of jobcreation, de uitstroom

interventie waarbij het CPB heeft kunnen kwantificeren wat

naar werk van mensen met een arbeidsbeperking te bevorderen.

de orde van grootte van het positieve effect van de interventie

Ook zijn er geen bewijzen in de literatuur gevonden dat

is. Hierbij gaat het om geoormerkt budget voor meer face-to-

vergoedingen aan werkgevers een doorslaggevende rol spelen bij

face-gesprekken. De uitkomst daarvan is dat de inzet van een

de indienstname van mensen met een arbeidsbeperking.31

geoormerkt budget van € 100 miljoen leidt tot een verhoging van de werkgelegenheid van 0,1% (ongeveer 10.000 personen).

Als de genoemde interventies gericht op de vraagzijde van

Er is volgens het CPB sprake van een kosteneffectieve

de arbeidsmarkt niet werken, waar wijzen de beschikbare

interventie. Hierbij merken we op dat de onderliggende

observaties over werkgevers dan wel op? Berenschot heeft in de

beleidsexperimenten waar deze uitkomst op gebaseerd is,

periode 2015 tot en met 2019 in drie rondes onderzoek gedaan

uitgaat van een beperkte extra inspanning per cliënt van de

naar de ervaringen van werkgevers met de Participatiewet in

kant van de overheid. Een grotere inspanning per cliënt heeft

het algemeen en het bieden van werk aan mensen met een

mogelijk een ander effect.

arbeidsbeperking in het bijzonder. Voor dit onderzoek zijn duizenden werkgevers geënquêteerd en is met honderden

De volgende interventies leiden volgens het CPB tot een afname

werkgevers gesproken in verdiepende gesprekken. Uit de

van de werkgelegenheid en zijn dus niet als effectief beoordeeld:

bevindingen blijkt dat het succes van plaatsing van mensen met

afschaffen verplichting tot tegenprestatie, ontheffen groepen

een arbeidsbeperking met name afhangt van sociale factoren c.q.

van sollicitatieplicht en afschaffen van alle verplichtingen.

procesfactoren. Hierbij zijn twee fases te onderscheiden met elk

Over het doen van experimenten met gedragseconomische

verschillende sociale factoren en procesfactoren die relevant zijn,

middelen (nudging) oordeelt het CPB dat het een no-regret-

namelijk de aanloop naar een plaatsing en de inbedding van de

optie is en dus de moeite van het proberen waard is. Voor wat

kandidaat na de plaatsing. De aanloopfase is te karakteriseren

betreft de interventie ‘ontzorging’ werkgevers bij het in dienst

als een relationeel proces van wederzijdse toenadering van

nemen van een arbeidsgehandicapte meldt het CPB dat er

werkgever, werkzoekende en overheidsfunctionaris.

onvoldoende bewijs in de literatuur is dat het effectief is, maar dat de aanwijzingen die er zijn, wijzen op een positief effect.

Tijdens dit proces is een doorslaggevende factor voor succes

Hetzelfde geldt voor de baanvindbonus: ook daarvan is het

in hoeverre de wederzijdse verwachtingen op elkaar afgestemd

effect niet aangetoond maar wijzen de bevindingen die er tot

worden en in hoeverre actoren hun verwachtingen aanpassen

nu toe zijn op een positief effect. Tot slot is er voor publiek-

gedurende dit proces.32 In de fase van inbedding van de

private samenwerking met uitzendbureaus en het uitbesteden

kandidaat in de organisatie blijken de rollen van de direct

van trajecten aan re-integratiebedrijven geen effect gevonden en

leidinggevende en de directe collega’s doorslaggevende factoren

ook geen aanwijzingen die een bepaalde kant op wijzen.

te zijn.

30 31 32

78

Blonk, R., Twujiver, M.W. van, Ven, H.A. van de, & A. Hazelnet (2015), ‘Quickscan wetenschappelijke literatuur gemeentelijke uitvoeringspraktijk’, Den Haag: TNO. Adelmeijer, M., Schenderling, P.J. & A. van Rossum (2019), Ervaringsonderzoek werkgevers in het kader van de evaluatie van de Participatiewet, in opdracht van het ministerie van SZW. Voor dit verdiepende inzicht, zie het casusonderzoek dat we eveneens in het kader van de evaluatie van de Participatiewet hebben uitgevoerd: ‘Casusonderzoek Participatiewet: het matchingsproces nader belicht. Het realiseren van een match belicht vanuit drie perspectieven’.

De Haagse re-integratieaanpak 2018-2020 onderzocht | Rapport

De Rijksuniversiteit Groningen komt op basis van beleids­

•

Naar voren komt dat het intensiveren van de UWV-

experimenten tot de conclusie dat het bieden van individueel

dienstverlening via extra individuele gesprekken, een

maatwerk niet bijdraagt aan de uitstroom naar werk. Wel is

competentietest en netwerkworkshops vooral voor WW’ers

het vertrouwen dat cliënten hebben in anderen toegenomen

met een (niet-westerse) migratieachtergrond een positief

en is er een klein positief resultaat op het terrein van zelf­

effect heeft op hun kans op werk.37 Verder wordt gewezen

red­zaamheid. Het volledig met rust laten van cliënten

op werk- en beroepsgerichte scholing voor personen met

draagt evenmin bij aan de uitstroom. Het vergroten van de

een grote afstand tot de arbeidsmarkt.38

33

bijverdienmogelijkheden leidt wel tot meer arbeidsparticipatie.

•

Uit onderzoek naar het effect van begeleiding en bemiddeling wordt duidelijk dat de inzet van

Voor mensen die langdurig in de bijstand zitten, is de eerder

gespecialiseerde casemanagers met een lage caseload werkt.

genoemde interventie van het intensiveren van het aantal

Deze aanpak draagt bij aan een snellere instroom op de

face-to-face-gesprekken met cliënten de voornaamste bewezen

arbeidsmarkt.39 Dit sluit aan bij eerdere conclusies van

effectieve interventie. Recent is verdiepend onderzoek gedaan

SEO (2019) dat het intensiveren van begeleiding een groot

naar de manieren waarop het gesprek geïntensiveerd kan

positief effect heeft op de participatie van personen met

worden. De methode die onderzocht is (door de Erasmus

een migratieachtergrond.40

Universiteit Rotterdam) heet de FIP-methode, wat staat voor

•

Voor het ondersteunen van werkgelegenheid voor deze

Frequent, Intensief en Persoonlijk contact. Intensief duidt op

groepen wordt gewezen op het belang van de inzet van

de life-first-benadering. Een van de werkzame mechanismen in

loonkostensubsidies.41 Wel wijst het CPB/SCP (2020)

deze benadering is het opbouwen van een vertrouwensband met

erop dat het vooral tijdelijke banen zijn die op deze manier

cliënten. In het onderzoek is het effect van de interventie op

worden gesubsidieerd. Daarnaast is er het risico van

de uitstroom naar werk nog niet vastgesteld. Dit komt mede

verdringing wanneer werkgevers deze arbeidsplaatsen met

door de korte onderzoeksduur. Wel is empirisch vastgesteld

name ter beschikking stellen aan degenen die voor subsidie

dat de FIP-methode bijdraagt aan het zetten van stappen op de

in aanmerking komen.42

34

•

Participatieladder door de cliënt.

Het creëren van gesubsidieerd werk wordt als weinig effectief geduid als opstap naar regulier werk. Dit geldt

Wat betreft mensen met een migratieachtergrond: het

ook voor migrantengroepen. Er worden echter wel positieve

Centraal Planbureau (CPB) en het Sociaal en Cultureel

bijeffecten vastgesteld, zoals het leggen van sociale

Planbureau (SCP) hebben in 2020 gezamenlijk een groot aantal

contacten en het gevoel van zinvol bezig te zijn.

maatregelen beoordeeld en het specifieke effect ervan op de

•

Tot slot wordt gewezen op de mogelijkheden om via

werkgelegenheid van personen met een migratieachtergrond.35

startsubsidies voor zelfstandig ondernemers de werkkansen

Ook hieruit blijkt dat personen met een migratieachtergrond

te vergroten van zowel kortstondig werklozen, als personen

relatief sterk reageren op fiscale maatregelen en ondersteuning

met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Dit geldt

bij specifieke kansen en/of belemmeringen. Hierna worden

overigens niet automatisch voor personen met een

enkele instrumenten besproken:

migratieachtergrond. Zo wijst de OESO (2018) erop dat

36

de afwezigheid van kennis van administratieve procedures of ondernemersvaardigheden voornamelijk voor migranten een probleem is.

37 38 39 33 34 35 36

79

Edzes, A., Rijnks, R., Kloosterman, K. & V. Venhorst (2020), ‘Bijstand op Maat’. Groningen: Rijksuniversiteit Groningen. Van der Valk, S. & M. Fenger (2019), ‘Intensief contact met bijstandsklanten: kleine stapjes naar de arbeidsmarkt’. In: Sociale Vraagstukken. Jongen, E. e.a. (2020) Kansrijk integratiebeleid. Den Haag, Centraal Planbureau/Sociaal en Cultureel Planbureau. Maatregelen waar deze groepen in relatief sterke mate op reageren zijn een verlaging van de heffingskorting, een vermindering van de arbeidskorting en aanpassingen van de kinderbijslag en toeslagen.

40 41

42

Hek, P. de & J. de Koning (2020). Invloed van migratieachtergrond WWgerechtigden op netto-effectiviteit van dienstverlening UWV. Rotterdam, SEOR. Card et al. (2018). What works? A meta-analysis of recent active labor market program evaluations. Journal of the European Economic Association (16-3), p. 894-931. Oostveen, A. e.a. (2019) Versnelde participatie en integratie van vluchtelingen: de Amsterdamse aanpak. Overkoepelende rapportage. Amsterdam, Regioplan. Kroon et al. (2019). Langetermijneffecten re-integratie. Amsterdam: SEO. De uitstroom na twee jaar van mensen met een niet-westerse migratieachtergrond neemt toe van 22% tot 35%. Berekeningen geven aan dat een verdubbeling van de LIV budgettair € 0,4 miljard kost en in totaal 0,1% extra werkgelegenheid oplevert. Voor personen met een migratieachtergrond is de extra werkgelegenheid 0,3%. Den Haag, CPB (2020) Kansrijk Integratiebeleid. Gielen et al. (2018). Loonkostensubsidie en loondispensatie. De werking en effectiviteit van beide instrumenten. Den Haag, APE/De Beleidsonderzoekers.

De Haagse re-integratieaanpak 2018-2020 onderzocht | Rapport

9.2 Opbrengst expertmeetings met wetenschappers en landelijke experts

•

Binnen de groep bijstandsgerechtigden die gemeenten aan het werk moeten helpen, is het zinvol om mensen met een ernstige psychische beperking in de reintegratiedienstverlening als aparte groep te beschouwen.

Ten behoeve van dit onderzoek hebben er twee digitale sessies

Om deze groep goed te ondersteunen en waar mogelijk te

plaatsgevonden met acht wetenschappers en landelijke experts

laten uitstromen, is specifiek re-integratieinstrumentarium

op het terrein van re-integratie en duurzame uitplaatsing van

nodig. Ook de begeleiding van deze deelnemers vraagt

de participatiewet-doelgroepen.. In de sessies hebben we de

specifieke kennis van de uitvoerders. Het is dan ook aan te

deelnemers enerzijds gevraagd om vanuit expertise te reageren

raden om op deze doelgroep gespecialiseerde casemanagers

op de belangrijkste bevindingen uit ons onderzoek voor Den

in te zetten met een lage caseload.

Haag. Daarnaast hebben we de deelnemers gevraagd om vanuit

•

Indien (duurzame) uitstroom uit de uitkering het

hun expertkennis te reageren op een aantal dilemma die wij

belangrijkste doel is, is het kosteneffectief om in de re-

landelijk in de uitvoering van re-integratie zien, en ook in Den

integratieaanpak vooral in te zetten op het voorkomen van

Haag spelen. Beide sessies leverde inhoudelijke discussies op, en

instroom in de uitkering (bijvoorbeeld door (verlengde)

hebben ons een verdiepend beeld opgeleverd van de landelijke

zoekperiode, speeddaten of al voor uitkeringsaanvraag

do’s-and-don’ts ten aanzien van de toeleiding en begeleiding

kandidaten matchen op vacatures; van de zoekperiode is

van de participatiewet-doelgroepen. De vijf rode draden die

onderzocht dat deze effectief is43) en het handhaven op

we daaruit voor deze evaluatie hebben gedestilleerd, zijn:

het naleven re-integratieverplichtingen. De breed opgezette re-integratieaanpak zoals Den Haag die kent, is dan naar

•

Een steeds groter deel van de banen op de arbeidsmarkt gaat uit van flexibele en korte contracten. De arbeidsmarkt

•

verwachting minder kosteneffectief. •

om het aan het werk helpen van mensen een lagere

reden steeds minder logisch om in het re-integratiebeleid

effectiviteit omdat er sprake is van enige mate van

uit te gaan van duurzame plaatsing van kandidaten bij

deadweight loss. Dit als gevolg van het feit dat een deel van

werkgevers. Dit geldt zeker gezien het feit dat kandidaten

de groep die geholpen wordt, waarschijnlijk ook zonder

die in Den Haag een uitkering ontvangen, steeds verder

re-integratieondersteuning aan de slag zou zijn gekomen

afstaan van wat werkgevers zien als droomkandidaten.

zijn. Re-integratieondersteuning aan groepen met grote

Dat zou aansluiten bij een filosofie van ‘plaatsing eerst’,

afstand tot de arbeidsmarkt levert de betrokkenen en de

waarbij geprobeerd wordt mensen zo spoedig mogelijk te

maatschappij wel extra maatschappelijke waarde, naar

plaatsen en van daaruit te zoeken naar eventuele verdere

dan gaat het vaak niet om uitstroom uit de uitkering.

ontwikkeling. Het zo meer moeten gaan om duurzame

Aantal van de experts betoog dat ook dat het re-integratie

uitstroom uit de uitkering casu quo duurzame uitstroom

aanbieden aan een brede groep alleen te rechtvaardigen

naar de arbeidsmarkt.

lijkt als in het beleid bredere doelen nagestreefd worden

Het voeren van voldoende face-to-face-gesprekken met

dan alleen duurzame uitstroom, bijvoorbeeld meetbare

kandidaten is een effectieve vorm van re-integratie.

doelen op het brede terrein van werk en welzijn. Bij dit

Belangrijk is dat dat intensief gebeurt, de experts geven

laatste kan het dan gaan om bijvoorbeeld een hogere

aan dat één gesprek per jaar in de praktijk bijvoorbeeld

deelname aan de samenleving (sociale activatie) of het

niets oplevert (“één gesprek is géén gesprek”). Geen

besparen van kosten in gebruik van andere voorzieningen

vinkjes zetten. Om iedereen intensief te begeleiden, is

als bijvoorbeeld schuldhulp of zorg. De experts zien echter

daarom veel capaciteit nodig. Die is er vaak niet en ook

dat Den Haag dit soort bredere doelen initieel niet heeft

weinig gemeenten zullen er het budget voor hebben. Dit

geformuleerd. Men is ook van mening dat de inzet van

noodzaakt om selectief te zijn. De experts concludeerden

het beschikbare re-integratieinstrumentarium effectiever

dat de huidige praktijk van de gemeente Den Haag

wordt als de gemeente in haar re-integratieaanpak meer

waarin zowel absoluut als relatief een groot deel van

inzet op het voorkomen van instroom in de uitkering

de bijstandsgerechtigden re-integratieondersteuning is

en het strikter handhaven op de naleving van de re-

geboden, haaks op voorgaande staat.

integratieverplichtingen door de ondersteunde klanten.

43

80

Breed opgezette re-integratie heeft als het alleen gaat

is met andere woorden niet meer duurzaam. Het is om die

Zie onder andere ‘Onderzoek naar effectiviteit re-intgratieinstrumenten DWI’, Jonneke Bolhaar, Nadine Ketel, Bas van der Klaauw. Vrije Universiteit, 2014.

De Haagse re-integratieaanpak 2018-2020 onderzocht | Rapport

•

Het grote aantal verschillende re-integratievoorzieningen waarmee uitvoerders in Den Haag re-integratietrajecten kunnen inrichten, wordt door de experts als hoog ervaren. Dit aantal maakt dat uitvoerders niet alle voorzieningen kunnen kennen, en dat ze niet methodisch op effectiviteit onderbouwd kunnen worden. Verder is een grote inzet op het leveren van maatwerk in principe alleen compatibel met een uitvoering door experts en/of medewerkers met veel werkervaring. Als er veel inhuur in de uitvoering is of als niet alle medewerkers veel werkervaring hebben, is enige standaardisatie in de re-integratiedienstverlening aan te bevelen.

81

DEEL 4

Conclusies en lessons learned

De Haagse re-integratieaanpak 2018-2020 onderzocht | Rapport

HOOFDSTUK 10

Conclusies en aanbevelingen We beschreven in voorgaande acht hoofdstukken alle feiten en meningen die we met inzet van verschillende onderzoeksmethoden verzameld hebben over de opzet en de praktijkwerking van de Haagse re-integratieaanpak in de periode van 2018 tot en met 2020. In dit hoofdstuk trekken we als onderzoekers eerst een aantal conclusies op basis van alle verzamelde feiten en meningen, en beantwoorden vervolgens de hoofdvraag van het onderzoek. Daarna richten we onze blik naar de toekomst. We vatten eerst samen wat volgens ons de belangrijkste leerpunten zijn uit hoe elders re-integratie van de participatiedoelgroepen plaatsvindt, om vervolgens mede op basis daarvan onze aanbevelingen te formuleren.

te bewerkstelligen, is ervoor gekozen om bij de uitvoering van het beleid enerzijds een brede groep van kandidaten samen te stellen en een deel ervan zo duurzaam mogelijk uit te plaatsen en anderzijds kandidaten direct te matchen met beschikbare vacatures of werkervaringsplekken bij werkgevers. Dit laatste is onder andere te realiseren door intensief in te zetten op werkgeversdienstverlening. Zowel aan de ontwikkelingskant als aan de kant van de matchings- en werkgeversdienstverlening hebben wij in de beleidsstukken bewuste keuzes teruggevonden voor de inzet van interventies waarvan vooraf verwacht werd dat deze zouden bijdragen aan de geformuleerde doelen. De (wetenschappelijke) onderbouwing van deze keuzes hebben we niet (altijd) kunnen reconstrueren. Het ontstaan van Den Haag Werkt. Tot en met 2019 stonden de Haeghe Groep en het Werkgeversservicepunt van de gemeente Den Haag samen garant voor de uitvoering van re-integratiedienstverlening. Per 1 januari 2020 zijn de twee onderdelen opgegaan in Den Haag Werkt en dit werk- en ontwikkelbedrijf voert nu als één organisatie de re-integratiedienstverlening uit in Den Haag, waarin nog steeds wordt samengewerkt met werkgevers en overige partners uit de stad. De doorgevoerde reorganisatie heeft de werking en de

10.1 Onze conclusies

effecten van het Haagse re-integratiebeleid volgens ons deels beïnvloed, zoals we hiernavolgend zullen betogen.

Op basis van het met het onderzoek verkregen feiten- en

Het bereik van de Haagse re-integratieaanpak.

meningencomplex komen wij tot de volgende conclusies over de

Den Haag kent in totaal 154 afzonderlijke soorten

inzet en de opbrengsten van de Haagse re-integratieaanpak over

basisvoorzieningen en 179 soorten flankerende voorzieningen.

de periode 2018 tot en met 2020:

In de periode 2018 tot en met 2020 hebben in totaal 19.172 kandidaten gebruik gemaakt van deze voorzieningen. Deze

83

Brede beleidsambitie.

kandidaten hebben elk een eigen re-integratieroute gevolgd met

Onze beleidsreconstructie (zie hoofdstuk 2) maakt duidelijk dat

de inzet van één of meer re-integratievoorzieningen. In totaal

er over de periode 2018 tot en met 2020 drie maatschappelijke

gaat het voor de groep van 19.172 bij re-integratie betrokken

effecten beoogd werden met de uitvoering van het Haagse re-

kandidaten om 21.039 unieke routes. Sommige kandidaten

integratiebeleid: (1) uitstroom naar zo regulier mogelijk werk,

hebben meer dan één route gevolgd, bijvoorbeeld omdat ze na

(2) het bieden van werk- en ontwikkelkansen voor iedereen,

initiële uitstroom weer terug in de uitkering zijn gekomen. In de

en (3) het creëren van duurzaam werk (>12 maanden) op een

21.039 unieke routes zijn in totaal 73.107 basis- of flankerende

inclusieve arbeidsmarkt. Om deze maatschappelijke effecten

voorzieningen ingezet.

De Haagse re-integratieaanpak 2018-2020 onderzocht | Rapport

Beoogde maatschappelijke effecten bereikt.

3. Duurzaam uit de uitkering (maximaal twaalf maanden geen

Kijken we naar de maatschappelijke effecten die Den Haag

in Den Haag). Voor deze groep deelnemers die uitgestroomd

in de periode 2018 tot en met 2020 beoogde te bereiken, dan

is naar een reguliere baan, blijkt verder uit onze analyses

stellen wij vast dat deze alle drie min of meer zijn bereikt.

dat 82% na twaalf maanden niet opnieuw een uitkering van de gemeente Den Haag ontvangt. De doelstelling van

1. Uitstroom naar zo regulier mogelijk werk. In de periode

duurzame uitstroom naar werk is daarmee ook behaald.

2018 tot en met 2020 werden 19.172 kandidaten in

Onze analyses tonen wel aan dat de groep die kort in de

21.039 unieke routes (re-integratietrajecten) door

uitkering zat (maximaal zes maanden) en uitstroomde

DHW ondersteund in hun re-integratie. Van deze

naar een reguliere baan, procentueel vaker duurzaam uit de

21.039 unieke routes waren er op het moment van onze

uitkering blijft dan de groep die langer in de uitkering zat.

analyse 18.642 beëindigd. Verreweg de twee belangrijkste

Aanvullende analyses van microdata van het CBS tonen aan

beëindigingsredenen voor deze groep zijn uitstroom

dat de groep die een jaar uit de Haagse uitkering is gebleven,

naar werk (47%) en het tussentijds stopzetten van een

in de meeste gevallen ook echt nog in een reguliere baan

route (32%). Kijken we naar de groep die uitgestroomd

werkzaam is.

is naar werk, dan concluderen we dat de ambitie om deelnemers uit te laten stromen naar zo regulier mogelijk

Andere drie gemeenten van de g4 selectiever en

werk in belangrijke mate gerealiseerd is. Van de groep

effectiever bij inzet re-integratie en participatie

kandidaten die in de periode 2018 tot en met 2020 aan

Indien gekeken wordt naar bijstandsgerechtigden met een re-

Haagse re-integratietrajecten heeft deelgenomen en is

integratie- of participatievoorziening in de periode 2018 tot en

uitgestroomd naar een baan, is in 2018 72% en in 2020

met 2020, dan doen zich binnen de G4 duidelijke verschillen

84% uitgestroomd naar een reguliere baan. Binnen de groep

voor in de mate waarin ondersteunde bijstandsgerechtigden

deelnemers die uitstroomt naar een baan, is de uitstroom

naar werk uitstromen44. In Den Haag zit een substantieel groter

naar een zo regulier mogelijke baan over de onderzochte

deel van deze groep binnen de bijstandspopulatie na zes, twaalf

jaren toegenomen.

en achttien maanden nog in de uitkering dan in de andere drie grote gemeenten. Dit verschil laat zich volgens ons verklaren

Kijken we naar het soort reguliere banen waarna

door een selectie-effect.

kandidaten zijn uitgestroomd, dan gaat het in 84% om banen met een flexibel arbeidsmarktcontract (stagiair,

De andere G4-gemeenten zijn selectiever dan de gemeente

uitzendkracht, tijdelijke contracten of oproepkracht).

Den Haag in wie ze re-integratie en participatie aanbieden

Bij de overige 16% gaat het om banen met een vast

(een veel kleiner deel ontvangt ondersteuning bij re-

arbeidsmarktcontract. Het werken op basis van flexibele

integratie of participatie), waardoor er met de groep

contracten past in onze beleving bij hoe momenteel voor

van bijstandsgerechtigden met een re-integratie- en

grote groepen Nederlanders de arbeidsmarkt werkt.

participatievoorziening relatief veel meer uitstroom is gerealiseerd. Het is echter een beleidskeuze van Den Haag om

2. Werk- en ontwikkelkansen voor iedereen. De

een bredere groep werk- en ontwikkelkansen te bieden.

gemeente heeft in de periode 2018 tot en met 2020 daadwerkelijk een brede groep Hagenaars bediend met de re-integratiedienstverlening. Het gaat hier zowel om uitkeringsgerechtigden als om niet-uitkeringsgerechtigden (zogenoemde Nuggers), maar ook om deelnemers met een korte en lange verblijfsduur in de uitkering. Ook zijn de deelnemers bediend met een arbeidsbeperking, al valt het precieze aantal daarvan niet te bepalen op basis van de aan ons beschikbaar gestelde data.

44

84

Het was voor de analyse voor de G4-gemeenten niet mogelijk om ons te beperken tot alleen de inzet van re-integratievoorzieningen. Zie de toelichting hierop in paragraaf 4.4 van dit rapport.

De Haagse re-integratieaanpak 2018-2020 onderzocht | Rapport

Ook afwijkend beeld voor Den Haag in andere

•

Tot slot zien we in de cijfers dat het aantal personen met

vergelijkingen met G4.

een loonkostensubsidie in Den Haag met name in 2017 en

Voor onze studie hebben we ook G4-vergelijkingen uitgevoerd

2018 sneller steeg dan landelijk gemiddeld. In 2018 was het

op basis van landelijk beschikbare openbare data over de

aantal mensen met een beperking dat in Den Haag aan de

bijstandsdichtheid, besteding van het door het Rijk beschikbaar

slag was, bijna gelijk aan het totaal aantal personen met een

gestelde bijstandsbudget en de inzet van loonkostensubsidies.

arbeidsbeperking dat in de raming van het ministerie van

Dit leverde de volgende inzichten op:

SZW onder de Participatiewet viel. In 2019 zien we echter een daling van dat aantal. In 2020 en 2021 blijft het aantal

•

We zien verschillen tussen de bijstandsdichtheid in

personen met een beperking dat aan de slag is (optelsom

enerzijds Amsterdam en Rotterdam en anderzijds Den Haag

van Wsw en mensen met een loonkostensubsidie) jaarlijks

en Utrecht. Aanvankelijk steeg de bijstandsdichtheid in

gelijk en het aantal blijft op een hoger niveau dan landelijk.

Den Haag en Utrecht vanaf 2011 sterker dan in Amsterdam

In Den Haag wordt relatief een groot aantal mensen met

en Rotterdam. In Amsterdam en Rotterdam ging de

verminderde loonwaarde aan de slag geholpen met een

bijstandsdichtheid na 2014 weer omlaag. Den Haag en

loonkostensubsidie. In andere G4-gemeenten zien we dat in

Utrecht duurde het tot 2017 voordat de bijstandsdichtheid

veel mindere mate.

omlaag ging. De daling in Den Haag was relatief sterk, vergelijkbaar met de daling in Rotterdam. We weten dus

Uitvoering draagt bij aan doelbereik.

niet helemaal zeker of het verklaard wordt uit bewust beleid

Hiervoor is al geconcludeerd dat de maatschappelijke effecten

om instroom in de uitkering te beperken, of dat de lagere

die beoogd waren met de uitvoering van het Haagse re-

instroom (ook) andere redenen heeft. Door een gebrek aan

integratiebeleid bereikt zijn. De vervolgvraag is wat de bijdrage

voldoende openbare data (bijvoorbeeld over de ontwikkeling

hieraan is geweest van de manier waarop er in de praktijk

van de instroom en de uitstroom over dezelfde periode)

in Den Haag uitvoering is gegeven aan het opgestelde beleid

was het voor ons niet mogelijk om de geschetste verschillen

(eerst door de Haeghe Groep en het Werkgeversservicepunt

tussen de G4 in de ontwikkeling van de bijstandsdichtheid

van de gemeente Den Haag apart, en daarna samen als Den

in de tijd nader te analyseren en kwantitatief te verklaren.

Haag Werkt). Dit hebben we vooral kwalitatief proberen vast

Wel blijkt uit de interviews dat er mogelijk een verklaring

te stellen door interviews te houden met (ex-)deelnemers,

ligt aan de poort. Ons is meegegeven dat het in Den Haag

(ex-)werknemers van DHW, betrokken werkgevers en andere

mogelijk langer dan in andere G4-gemeenten duurt voordat

partijen uit stad en regio die betrokken zijn bij de Haagse re-

men met een nieuw ingestroomde cliënt het gesprek

integratie.

aangaat over zijn of haar re-integratie naar de arbeidsmarkt.

•

In onze gesprekken met de beleidsmedewerkers en het

Op basis van de inzichten uit deze interviews concluderen

management is aangegeven dat men dit beeld herkent. Ook

wij dat aan zowel de ontwikkelingskant als aan de kant van

blijkt uit onze analyse van het Haagse re-integratiebeleid

de matchings- en werkgeversdienstverlening er daadwerkelijk

dat het voor de evaluatieperiode geen expliciet

in de periode 2018 tot en met 2020 naar is gestreefd om

beleidsuitgangspunt was om bij nieuwe cliënten zo snel

de meeste van de beoogde interventies uit te voeren en dat

mogelijk te streven naar re-integratie.

daarnaast ook de meeste mechanismen tot stand zijn gekomen,

We zien met name dat Utrecht en Den Haag vanaf 2015

waarvan vooraf bedacht was dat deze zouden bijdragen aan

tekorten hebben op het bijstandsbudget. Opvallend is dat

de geformuleerde beoogde maatschappelijke effecten. Een

het nieuwe verdeelmodel van 2015 in deze twee steden

belangrijke overkoepelende bevinding is dat in de loop van

leidde tot flinke tekorten. De impact op Amsterdam en

de tijd de focus van de Haagse uitvoering, zoals beleidsmatig

Rotterdam is nauwelijks tot niet waarneembaar.

voorgesteld, is verlegd van ‘inzet op kortste weg naar werk’ naar ‘tijd voor kandidaatsontwikkeling ten behoeve van duurzamere uitstroom’. Dit geldt ook voor de verschuiving qua uitvoering, zeker door de inzet van de nieuwe functie ‘casemanagers arbeidsontwikkeling’, om samen met de deelnemers hun reintegratietrajecten zoveel als mogelijk op maat in te richten. Dat maakt het aannemelijk dat de uitvoering heeft bijgedragen aan het gerealiseerde doelbereik.

85

De Haagse re-integratieaanpak 2018-2020 onderzocht | Rapport

De uitvoering van de Haagse re-integratie kan beter.

kwantitatieve capaciteitsprobleem in het casemanagement.

Ons onderzoek levert echter ook aandachtspunten op over

Het is hun praktijkervaring dat er hierdoor veel te weinig

wat er beter kan en moet in de uitvoering van de Haagse re-

kandidaten vanuit ontwikkeling doorstromen. Beschikbare

integratieaanpak:

vacatures en begeleidingstrajecten bij werkgevers kunnen de accountmanagers van de gemeenten daardoor minder goed

•

Allereerst valt op dat kandidaten relatief lang in het traject blijven. Bij 85% van de kandidaten duurt een route langer

•

Een andere opgedane indruk over hoe het re-integratiebeleid

dan drie maanden, bij ongeveer een derde van de routes

in de periode 2018-2020 is uitgevoerd, is dat er door de

was de duur achttien maanden of langer. De verklaring

uitvoerders niet altijd gehandhaafd wordt op het naleven

hiervoor, ons aangedragen vanuit de uitvoering, is dat

van re-integratieverplichtingen door de kandidaten. Uit

dit te maken heeft met wachttijden omdat deelnemers

verschillende gesprekken, intern en extern, komt een beeld

steeds minder vaak direct door kunnen stromen naar een

naar voren dat ongemotiveerde uitkeringsgerechtigden zich

vervolgvoorziening. Het valt ons in de cijfers ook op dat

hierdoor in Den Haag te eenvoudig afzijdig kunnen houden

relatief veel routes (voortijdig) stop worden gezet; het is

van re-integratie (en daarmee mogelijk uitstroom uit de

de een na belangrijkste reden voor de beëindiging van een

uitkering).

route. De cijfers maken ook duidelijk dat deze tussentijdse

•

vervullen.

•

Wat tot slot opvalt, is dat de gemeente erg ambitieus is

uitval hoger is onder mensen die bij aanvang van de route

met het inzetten van nieuw beleid. Het risico is dat eerder

al langer in de uitkering zitten: bij mensen die korter dan

ingevoerd beleid niet de tijd heeft om voldoende uit te

zes maanden in de uitkering zitten is de uitval zo’n 24%, bij

kristalliseren en tot wasdom te komen. De uitvoering moet

kandidaten die langer dan twee jaar in de uitkering zitten,

dan relatief nieuw beleid implementeren, terwijl deze niet

gaat het om 39%.

altijd de ruimte heeft om al eerder ingevoerd beleid steeds

We hebben vastgesteld dat de inzet van taaltrainingen

beter te gaan uitvoeren; de zogenaamde PDCA-cyclus wordt

tijdens de evaluatieperiode is toegenomen. Zetten we de

niet altijd volledig doorlopen.

gerealiseerde inzet van taaltrainingen in de routes echter af

•

tegen de ruwe schatting van de groep door DHW begeleide

Invloed COVID-19.

kandidaten met een onvoldoende taalniveau (mogelijk 20

Tot slot concluderen we dat COVID-19 een negatieve impact

tot 25% van deze groep), dan lijkt er in de evaluatieperiode

heeft gehad op de uitvoering en de effectiviteit van de Haagse

sprake te zijn geweest van een onvoldoende inzet van

re-integratieaanpak. Belangrijkste effect is dat zowel de Haagse

taalvoorzieningen. Onvoldoende taalbeheersing wordt in

uitvoerders als kandidaten en werkgevers hebben aangegeven,

het algemeen gezien als een barrière voor succesvolle re-

dat het een groot gemis was dat er gedurende bijna twee

integratie.

jaar minder persoonlijk contact mogelijk was. Ook konden

Kijken we dieper naar hoe de uitvoering van de re-

bepaalde activiteiten überhaupt niet plaatsvinden of vonden ze

integratiedienstverlening in de evaluatieperiode is

plaats in kleinere groepen, waardoor minder mensen in hun

verlopen, dan maken vooral de groepsinterviews met

ontwikkeling geholpen konden worden. Het is in gesprekken

uitvoerders duidelijk dat de reorganisatie van 2020 nog

met de uitvoering verder ook benoemd dat door de beperkende

niet volledig of juist is geïmplementeerd. Zo is vanuit

maatregelen iedereen thuis werkte en intercollegiaal contact

verschillende perspectieven benoemd dat er zowel

hierdoor bemoeilijkt werd. Dit betekende onder andere dat

kwantitatief als kwalitatief een tekort is aan casemanagers

onderlinge informatiedeling over de werking en effectiviteit

arbeidsontwikkeling, terwijl dit in de nieuwe organisatie-

van re-integratievoorzieningen minder (goed) tot stand kwam,

inrichting en vanuit het ontwikkelperspectief van

terwijl dit voor bijvoorbeeld casemanagers een belangrijke bron

deelnemers juist een spilfunctie is. Uit het onderzoek

is bij keuzes hoe een re-integratietraject in te richten.

blijkt ook dat het werk van casemanagers bemoeilijkt wordt doordat zij bij het inrichten van routes uit een erg grote hoeveelheid beschikbare voorzieningen kunnen kiezen, waarvan vaak niet (goed) bekend is voor welke kandidaten en onder welke omstandigheden ze effectief zijn. Uitvoerders, die betrokken zijn bij matching en werkgeversdienstverlening, geven aan dat zij in hun werk nu belemmerd worden door het kwalitatieve en 86

De Haagse re-integratieaanpak 2018-2020 onderzocht | Rapport

10.2 Beantwoording van de hoofdvraag

10.3 Onze belangrijkste leerpunten uit de externe validatie

Voor het onderzoek is de volgende hoofdvraag geformuleerd:

Voor ons onderzoek hebben we externe literatuur bestudeerd

welke trajecten voor welke doelgroep leiden tot duurzame

over succesvolle re-integratieaanpakken elders in Nederland.

uitstroom naar werk en welke rol spelen DHW, werkgevers en

Ook hebben we twee expertsessies gehouden met landelijke

partners in de stad daarin?

experts en wetenschappers. In onze aanpak hebben we dit

Beantwoorden we de deze hoofdvraag op basis van de hiervoor

aangeduid als de fase van een externe validatie van de Haagse

gegeven conclusies, dan levert dit het volgende beeld op:

re-integratieaanpak. De inzichten die deze externe validatie heeft opgeleverd en die we hebben beschreven in hoofdstuk

•

De uitvoering levert (steeds meer) maatwerk bij de

9 kan de gemeente Den Haag helpen bij het in de toekomst

inrichting van re-integratietrajecten. Er zijn in de uitvoering

versterken van de eigen re-integratieaanpak. Deze inzichten

geen ‘standaardtrajecten’ te onderscheiden waarvan

herhalen wij hier niet. Wel formuleren we hier wat wij de vier

vastgesteld kan worden dat ze voor een specifieke doelgroep

belangrijkste leerpunten vinden uit de externe validatie voor de

leiden tot duurzame uitstroom naar werk. We hebben

gemeente Den Haag. Deze zijn:

21.039 unieke routes gevonden waarop in totaal 73.107

•

basis- of flankerende voorzieningen zijn ingezet. Den Haag

1. het voeren van voldoende face-to-face-gesprekken met

kent in totaal 154 afzonderlijke soorten basisvoorzieningen

kandidaten is een effectieve vorm van re-integratie.

en 179 soorten flankerende voorzieningen. Vanwege het

Belangrijk is wel dat dat intensief gebeurt (‘één gesprek

ontbreken van gestandaardiseerde routes, was het niet

is géén gesprek’). Om iedereen intensief te begeleiden, is

zinvol en mogelijk om te zoeken naar de meest effectieve

er daarom veel capaciteit nodig van casemanagers. Die

routes als het gaat om het bereiken van duurzame

is er vaak niet en ook weinig gemeenten zullen er het

uitstroom.

budget voor hebben. Dit geldt ook voor Den Haag, en

De uitvoering van de Haagse re-integratie zorgt zeker

daarom is het snel noodzakelijk om selectief te zijn welke

wel voor duurzame uitstroom van deelnemers. In onze

bijstandsgerechtigden wel of juist niet dit soort intensieve

conclusies gaven we al aan dat uit onze analyses blijkt

dienstverlening te geven

dat van de groep deelnemers die is uitgestroomd naar een

2. binnen de groep bijstandsgerechtigden die gemeenten

reguliere baan, 82% na twaalf maanden niet opnieuw een

aan het werk moeten helpen, is het zinvol om mensen

uitkering van de gemeente Den Haag ontvangt. We gaven

met een ernstige psychische beperking in de re-

ook aan dat het merendeel van deze groep ook in een baan

integratiedienstverlening als aparte groep te beschouwen.

blijkt te werken. Het realiseren van duurzame uitstroom is

Om deze groep goed te ondersteunen en waar mogelijk te

niet voor alle doelgroepen even goed mogelijk. Onze data-

laten uitstromen, is specifiek re-integratie-instrumentarium

analyse maakt bijvoorbeeld duidelijk dat de verblijfsduur

nodig. Ook de begeleiding van deze deelnemers vraagt

in de uitkering van deelnemers hierop van invloed is. In

specifieke kennis van de uitvoerders. Het is dan ook aan te

verschillende interviews is daarnaast aangegeven dat ook

raden om op deze doelgroep gespecialiseerde casemanagers

factoren als beheersing van het Nederlands of het hebben

in te zetten met een lage caseload.

van (psychische) beperkingen van invloed zijn op de mate

•

waarin een deelnemer met re-integratieondersteuning

Door een aantal experts is op dit punt in de discussie

duurzaam aan het werk geholpen kan worden.

ook een meer overkoepelend idee ingebracht, namelijk

In de uitvoering wordt succesvol met werkgevers en partners

of ondersteuning van de doelgroep van mensen met

in de stad samengewerkt. Werkgevers zijn daarin de meest

ernstige psychische beperking kan worden opgepakt

cruciale factor. Zij leveren het werk of de werkervaring

vanuit het perspectief van zorg en ontwikkeling.

voor de deelnemers die in de re-integratiedienstverlening

Door deze en vergelijkbare groepen met een beperkt

ondersteund worden. Bij werkgevers is hiertoe nog steeds

arbeidsmarktperspectief te (blijven) rekenen tot de

een grote bereidheid. De aanhoudende personeelstekorten

doelgroep voor de re-integratiedienstverlening, moeten de

vormen daarbij een extra stimulans. Bij deze positieve

beschikbare re-integratiemiddelen over een onnodig grote

insteek van de werkgevers helpt het verder dat zij zich

groep deelnemers verdeeld worden.

voldoende ondersteund en ontzorgt voelen door de casemanagers van Den Haag Werkt. 87

De Haagse re-integratieaanpak 2018-2020 onderzocht | Rapport

3. het grote aantal verschillende re-integratievoorzieningen

1. Den Haag heeft een brede re-integratieaanpak ontwikkeld

waarmee uitvoerders in Den Haag re-integratietrajecten

en voert deze ook echt zo uit. De gemeente bedient daarmee

kunnen inrichten, wordt door de experts als hoog ervaren.

in de praktijk een brede doelgroep. Zo’n brede en relatief

Dit aantal maakt dat uitvoerders niet alle voorzieningen

dure re-integratieaanpak lijkt ons op termijn steeds

kennen, en dat ze niet methodisch op effectiviteit

moeilijker houdbaar als het voornaamste doel ervan het

onderbouwd kunnen worden. Verder is een grote inzet op

realiseren van uitstroom van kandidaten naar werk blijft.

het leveren van maatwerk in principe alleen compatibel

Dit behoort namelijk voor een aanzienlijk deel van de

met een uitvoering door experts en/of medewerkers met

kandidaten die nu ondersteund worden niet (op afzienbare

veel werkervaring. Als er veel inhuur in de uitvoering is of

tijd) tot de mogelijkheden. Indien de gemeente met haar

als niet alle medewerkers veel werkervaring hebben, is enige

re-integratieondersteuning ook in de toekomst een brede

standaardisatie in de re-integratiedienstverlening aan te

doelgroep wil blijven bedienen, is onze eerste aanbeveling

bevelen

om de beoogde doelen ervan te verbreden naar doelen op

4. indien (duurzame) uitstroom uit de uitkering het

het brede terrein van werk en welzijn. Dit kan bijvoorbeeld

belangrijkste doel is van het gevoerde re-integratiebeleid,

door doelen toe voegen aangaande een hogere deelname

is het kosteneffectief om in de re-integratieaanpak

aan de samenleving (sociale activatie) of het besparen

ook (binnen de wettelijke mogelijkheden) in te blijven

van kosten in het gebruik van andere voorzieningen,

zetten op preventieve maatregelen (het snel inzetten van

zoals bijvoorbeeld schuldhulp of zorg. Verbreding van

maatregelen aan de poort c.q. voorkomen van instroom in

de doelen van het re-integratiebeleid moet wat ons

de uitkering, zoals de (verlengde) zoekperiode, speeddaten

betreft ook betekenen dat er meer voor het brede sociale

of al voor uitkeringsaanvraag kandidaten matchen met

domein gewerkt gaat worden, en middelen in relatie tot

vacatures) en werken met zogenaamde regimemaatregelen,

de verschillende onderdelen van dit brede sociale domein

in de vorm van strikte(re) controle op naleving van re-

gebundeld worden om de ondersteuning te bekostigen.

integratieverplichtingen en het opleggen van sancties bij

Belangrijk is verder dat volgens ons vooraf duidelijk moet

de overtreding ervan.

zijn dat de doelrealisatie in de toekomst ook echt meetbaar is. Is dit namelijk niet het geval, dan zal op termijn nooit goed vastgesteld kunnen worden of het beleid effectief is

10.4 Onze aanbevelingen met betrekking tot de werkwijze van DHW.

geweest. 2. Het is volgens ons niet reëel te veronderstellen dat (op termijn) de capaciteit van casemanagers dusdanig wordt uitgebreid dat de huidige brede groep van deelnemers met dat wordt bediend met re-integratiedienstverlening

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11783770/1