RIS313025 Bijlage Eindrapport OZ Effectiviteit reïntegratie Den Haag
Tekst van het document
38
764
2017
1213
529
2018 Geen uitkering
2019 Uitkering
Figuur 13. De verdeling kandidatengroep naar wel of geen gebruik van een bijstandsuitkering
De Haagse re-integratieaanpak 2018-2020 onderzocht | Rapport
Minimaal 9% van de ondersteunde kandidaten
Figuur 14 maakt overigens ook duidelijk dat een aantal groepen
heeft een arbeidsbeperking
voor de start van hun uitkering al re-integratiedienstverlening
We zijn voor de groep van 19.172 kandidaten die bezig zijn aan
hebben ontvangen. Dit is ook een bewuste beleidskeuze geweest;
een re-integratietraject ook nagegaan in hoeverre er bij deze
het gaat om de hiervoor al beschreven groep NUO’s (vooral
groep sprake is van een arbeidsbeperking. Of er bij een kandidaat
jongeren).
sprake is van een arbeidsbeperking wordt echter niet apart geregistreerd. Het enige dat wel geregistreerd wordt en duidt
Daadwerkelijk een brede doelgroep bediend
op het aanwezig zijn van een arbeidsbeperking, is het gebruik
Op basis van het voorgaande concluderen wij dat Den Haag
van de code ‘Beschut werk’ of ‘Garantiebaan/Banenafspraak’
in de evaluatieperiode de beleidsambitie waar heeft weten te
bij reden van uitstroom. Uit onze analyse blijkt dat deze code
maken om een brede (en niet alleen de makkelijkste) doelgroep
voor 9% van de kandidaten is gebruikt. Dat betekent dus dat
re-integratieondersteuning aan te bieden.
bij minimaal bij 9% van de kandidaten die in 2018-2020 deelgenomen hebben aan een re-integratietraject, er sprake is van een arbeidsbeperking. Hoe hoog het percentage kandidaten vaststellen.
4.4 Vergelijking met andere G4gemeenten
Zowel uitkeringsontvangers met een korte als een lange
Op basis van microdata van het CBS hebben we op een aantal
uitkeringsduur bediend
facetten onderzocht hoe de Haagse re-integratieaanpak in de
Op basis van het ons geleverde geanonimiseerde databestand
periode 2018-2020 zich verhoudt tot die in de andere G4-
hebben we tot slot ook kunnen achterhalen hoelang een
gemeenten. We hebben hierbij in overleg met de gemeente Den
deelnemer al een uitkering van de gemeente Den Haag ontving
Haag gekozen voor een zogenaamde cohort-analyse. We hebben
voordat zijn re-integratietraject van start ging. In figuur 14 zijn de
voor de vier gemeenten op een aantal peildata (1 januari 2018
uitkomsten van deze analyse weergegeven. Hieruit wordt duidelijk
en dan tot 1 januari 2022 elk half jaar) bepaald welke groep
dat verre weg de grootste groep meer dan 24 maanden in de
inwoners (cohort) op dat moment een bijstandsuitkering
uitkering zat. Het gaat hier om een groep uitkeringsgerechtigden
ontving en welk percentage van deze groep gebruik maakte
die vaak niet makkelijk te re-integreren is, en daarom in veel
van een re-integratievoorziening12. Voor elke cohort zijn we
andere gemeenten geen prioritaire doelgroep voor de inzet van
in onze analyse vervolgens nagegaan of men zes, twaalf of
re-integratiemiddelen is. Uit de figuur blijkt natuurlijk ook dat
achttien maanden later nog in de bijstand zat in de betrokken
kandidaten met een (veel) kortere uitkeringsduur in Den Haag
gemeenten.
met een arbeidsbeperking daadwerkelijk is, kunnen we dus niet
ondersteund zijn bij hun re-integratie.
Aantal maanden in uitkering, alvorens start traject 5434
1978
1971
959
800
523
<-2
-2/-1
-1/0
0/1
1202
1070
1/2
563
2/3
3/6
828
734
9/12
12/18
419
6/9
18/24
>24
Figuur 14. Routes verdeeld naar aantal maanden dat kandidaat voor start route een uitkering ontving 12
39
We hebben ons hierbij gebaseerd op de Statistiek Re-integratie Gemeenten (SRG) waarin geanonimiseerd in terug te vinden is of een uitkeringspartij gebruik heeft gemaakt van een re-integratievoorziening.
De Haagse re-integratieaanpak 2018-2020 onderzocht | Rapport
Samenstelling bestand naar verblijfsduur
SRG-codes bij de door DHW ondersteunde kandidaten veel
De resultaten van de door ons uitgevoerde cohort-analyse zijn
voorkomen.13 Het gaat hierbij zowel om wat Den Haag ziet als
opgenomen in deze paragraaf. Voordat wij dit doen, beschrijven
re-integratie en participatievoorzieningen. Op basis van deze
we hier eerst de resultaten betreffende de samenstelling van de
geïdentificeerde SRG-codes hebben we vervolgens voor alle G4-
uitkeringspopulatie van de G4 voor wat betreft verblijfsduur.
gemeenten de cliënten geselecteerd die van de voorzieningen
Hier zijn kleine verschillen zichtbaar. Het meest opvallende
met de SRG-codes gebruik hebben gemaakt in de evaluatiejaren
verschil is misschien wel dat in Utrecht een relatief groot deel
en vervolgens de hieronder weergegeven analyse uitgevoerd.
van de uitkeringspopulatie een korte verblijfsduur in de bijstand
Belangrijk is om op te merken dat het in deze vergelijking, in
heeft.
tegenstelling tot in de rest van het rapport, dus niet puur en alleen hoeft te gaan om deelnemers aan DHW trajecten en dat mogelijk ook niet alle mensen met een DHW-voorziening in
Duur bijstandsgerechtigden in de bijstand
Kort (< 1 jaar in de bijstand) Middel (1-2 jaar in de bijstand) Lang (> 2 jaar in de bijstand)
Utrecht
Amsterdam
Den Haag
Rotterdam
26%
22%
23%
22%
5%
4%
5%
5%
68%
74%
72%
73%
de vergelijking zijn meegenomen (het gaat dan om kandidaten die gebruik hebben gemaakt van voorziening met een SRG-code die niet in de vergelijking is meegenomen). In het belang van een zo zuiver mogelijke vergelijking met andere gemeentes is gekozen voor deze vergelijking op basis van de bij DHW veel voorkomende SRG-codes. Het is bekend verder dat gemeentes de data die zij voor de
Tabel 4.
Duur uitkeringsgebruik van bijstandsgerechtigden in G4-gemeenten
SRG-statistieken moeten aanleveren soms op verschillende manieren interpreteren: eenzelfde soort traject kan bij de ene
Relatief gebruik re-integratie- en participatie
gemeente met een andere SRG-code worden geclassificeerd dan
voorzieningen binnen bijstandspopulatie
een andere gemeente zou doen. Het valt niet uit te sluiten dat
We zijn in onze analyse eerst voor alle peildata samen nagegaan
dit tot een vertekening in de cijfers leidt. De resultaten van deze
welk percentage van de personen met een bijstandsuitkering
analyse zijn dus met enige onzekerheid omgeven.
gebruik maken van re-integratie- en participatievoorzieningen, vergelijkbaar met de voorzieningen die bij Den Haag Werkt
We hebben de cijfers voor onze analyse wel gecorrigeerd
worden ingezet. Hierbij hebben we ons gebaseerd op informatie
op verschillen in samenstelling voor wat betreft migratie
die de G4-gemeenten het CBS hebben aangeleverd in het kader
achtergrond, leeftijd en het geslacht tussen de G4-gemeenten.14
van de Statistiek Re-integratie door Gemeenten (SRG). Het
Het resultaat is opgenomen in de volgende drie figuren. Elk
gaat hier om informatie over voorziening(en) die een gemeente
figuur beschrijft de resultaten voor een subgroep van de totale
in het kader van re-integratie en participatie aan een persoon
populatie. De subgroepen zijn samengesteld op basis van de
verstrekt (heeft). Om een goede vergelijking te maken tussen
verblijfsduur in de uitkering op het peilmoment. Alle drie
de G4-gemeenten is het belangrijk dat we de te analyseren
figuren maken duidelijk dat Den Haag steeds relatief een
groep op eenzelfde manier voor alle gemeentes identificeren.
groter deel van de groep een voorziening aanbiedt. Bij de groep
Tegelijkertijd moet deze groep voor Den Haag ongeveer gelijk
die langer dan twee jaar in de uitkering zit, is het verschil
zijn aan de personen die vanuit DHW zijn geholpen. Om dit
het grootst. Dit beeld past ons inziens goed bij de Haagse
te doen hebben we eerst alle bijstandsgerechtigden van de G4
beleidskeuze voor werk en ontwikkelkansen voor iedereen.
geselecteerd, dus ook van Den Haag, op de SRG-codes van
De andere G4-gemeenten hebben niet een dergelijke keuze
voorzieningen die veel zijn ingezet bij de kandidaten die vanuit
gemaakt.
DHW zijn ondersteund in de evaluatieperiode. Deze SRG-codes hebben we vooraf geïdentificeerd door in de beveiligde CBSomgeving een bestand met daarin alle door DHW ondersteunde kandidaten op basis van gerandomiseerd BSN-nummer te koppelen aan de SRG-microdata. Zo konden we zien welke
13
14
40
Dit waren: COACHINGWERKPARTICIPATIE, JOBCOACHBEGELEIDING, LKSPWET, NIETNADERINTEDELEN, OVERIGEFACILITERENDEVOORZ, OVERIGESOCIALEACTIVERING, OVWERKPLEK, PARTICIPATIEPLAATS, TRAININGETC, VRIJWILLIGERSWERK. Vanwege de correctie moet geen waarde worden gehecht aan de absolute getallen, maar alleen aan de onderlinge verhoudingen. Voor het uitvoeren van de correcties op achtergrondkenmerken hebben we gebruikgemaakt van dummy-variabelen in de regressie.
De Haagse re-integratieaanpak 2018-2020 onderzocht | Rapport
Uitkomsten cohort-analyse
<1 jaar in de bijstand
Op basis van de hiervoor beschreven cohort-analyse zijn we
60%
dus nagegaan welk percentage van de personen die op de peilmomenten een bijstandsuitkering ontvingen, zes, twaalf en
50%
achttien maanden later dat nog in de eigen gemeenten kregen. Het resultaat is in de volgende twee tabellen opgenomen.
40% 30%
Hieruit blijken tussen de G4-gemeenten niet echt grote
36,6%
verschillen te bestaan. Belangrijk is dat in deze analyse alle
28,3%
20%
bijstandsgerechtigden zijn meegenomen, dus ongeacht of ze 20,6%
10%
wel of niet gebruik maakten van een re-integratievoorziening op dat moment.
11,4%
0%
bijstand
Den haag
Amsterdam
Rotterdam
Utrecht
Percentage bijstandsgerechtigden dat een re-integratietraject volgt
60%
6 maanden
73,3%
74,5%
74,5%
76,5%
50%
12 maanden
59,8%
61,5%
60,2%
64,4%
18 maanden
52,4%
54,1%
53,2%
56,5%
<1 jaar
1-2 jaar in de bijstand
40%
44,5%
bijstand
Den haag
Amsterdam
Rotterdam
Utrecht
30%
6 maanden
81,5%
82,9%
81,4%
82,6%
12 maanden
69,4%
71,6%
69,8%
70,6%
18 maanden
62,0%
64,2%
62,7%
63,5%
28,2%
20%
21,8%
10%
12,3%
0% Percentage bijstandsgerechtigden dat een re-integratietraject volgt
1-2 jaar
>2 jaar in de bijstand 60% 50%
Tabellen 5 en 6.
52,4%
Uitkomsten cohort-analyse voor G4-gemeenten (totale bijstandspopulatie)
Verdieping In de hiervoor beschreven analyse zijn dus alle
40%
bijstandsgerechtigden in de G4-gemeenten meegenomen,
30%
dus ongeacht of ze wel of niet gebruik maakten van een re-integratie of participatievoorziening. We hebben de
20%
analyse daarom ook uitgevoerd voor cliënten die volgens
10%
de SRG hebben deelgenomen aan door G4 geboden re-
12,5%
11,6% 6,2%
0%
Percentage bijstandsgerechtigden dat een re-integratietraject volgt Den Haag
Amsterdam
Rotterdam
Utrecht
integratie/particpatie. Ook bij deze analyse hebben we gecorrigeerd op verschillen in samenstelling met betrekking tot migratieachtergrond, leeftijd en geslacht tussen de G4gemeenten. De volgende figuren geven het resultaat van deze verdiepende analyse van de status na twaalf maanden. Hieruit
Figuur 15. Percentage bijstandsgerechtigden dat gebruik maakt van re-integratie-/participatievoorzieningen
blijkt dat als alleen de groep bijstandsgerechtigden met een re-integratie en of participatievoorziening wordt meegenomen in de analyse (rechterfiguur), er wel een groter verschil qua percentage bestaat tussen Den Haag en de andere G4gemeenten.
41
De Haagse re-integratieaanpak 2018-2020 onderzocht | Rapport
In Den Haag zit dan na twaalf maanden een substantieel groter deel van de bijstandspopulatie nog in de uitkering dan in andere drie grote gemeenten. Voor de vergelijking herhalen we in de linker figuur de uitkomsten van de analyse van de totale groep van bijstands gerechtigden op de peildata. Het verschil laat zich verklaren door een selectie-effect. De andere G4-gemeenten zijn selectiever dan de gemeente Den Haag in wie ze een reintegratie- of participatievoorziening aanbieden, waardoor er met de groep van bijstandsgerechtigden met een voorziening blijkbaar betere resultaten worden geboekt.
Alle bijstandsgerechtigden ongeacht of deze gebruik hebben gemaakt van een re-integratie/ participatievoorziening 65% 64%
64,4%
63% 62% 61%
61,5%
60% 59%
60,2%
59,8%
58% 57% Percentage dat na twaalf maanden nog in de bijstand zit Den Haag
Amsterdam
Rotterdam
Utrecht
Filter op bijstandsgerechtigden die gebruik hebben gemaakt van een reintegratie/ participatievoorziening 84% 83%
83,1%
82% 81% 80%
80,6%
79%
79,2%
78% 77%
77,1%
76% 75% 74%
Percentage dat na twaalf maanden nog in de bijstand zit Den Haag
Figuren 16 en 17.
42
Amsterdam
Rotterdam
Utrecht
Uitkomsten cohort-analyse voor G4-gemeenten (alleen bijstandsgerechtigden die een reintegratie- of participatievoorziening is geboden)
De Haagse re-integratieaanpak 2018-2020 onderzocht | Rapport
HOOFDSTUK 5
Mechanismen van effect in de praktijk Op basis van interviews met (ex-) deelnemers, (ex-)werknemers van DHW, betrokken werkgevers en andere partijen uit stad en regio die betrokken zijn bij de Haagse re-integratie (bijvoorbeeld ROC Mondriaan en het Regionaal Arbeidsmarktplatform), hebben we de mechanismen getoetst waarvan wordt verondersteld dat ze leiden tot de doelenrealisatie van de Haagse re-integratieaanpak. Werkt de aanpak zoals bedoeld? En hoe wordt de aanpak gewaardeerd?
5.1 Algemene beelden over de uitvoering van het beleid In deze paragraaf beschrijven we eerst een aantal algemene bevindingen uit de door ons uitgevoerde interne validatie van data over de implementatie en uitvoering van het Haagse re-integratiebeleid. Kwantitatief en kwalitatief tekort bij casemanagers Het is belangrijk om daarbij te benoemen dat de Haeghe Groep en het Werkgeversservicepunt in 2020 zijn geïntegreerd binnen het sociaal domein. Dit heeft geleid tot aanzienlijke organisatorische verschuivingen. Een belangrijke verandering is de functiebenaming en functie-indeling voor de onderdelen Ontwikkelen en Matching en Werkgeversdienstverlening. Op basis van bijlage 2 uit het Plan van Aanpak Den Haag Werkt
In dit hoofdstuk presenteren de bevindingen van deze interne validatie op implementatie en uitvoering van het re-integratie beleid van Den Haag in de praktijk. Waar van toepassing benoemen we de specifieke bronnen van onze bevindingen. Daar waar relevant benoemen we ook uitkomsten uit onze kwantitatieve analyses van interne data van DHW. De volledige opzet van de interne validatie vindt u in paragraaf 1.4 van dit rapport.
43
(2019) hebben wij de functieveranderingen visueel weergegeven in Figuur 18. Dit figuur geeft weer welke functionarissen behoren bij het onderdeel Ontwikkelen en welke bij het onderdeel Matching en Werkgeversdienstverlening, zowel voor- als na de reorganisatie.
NIEUWE SITUATIE
OUDE SITUATIE
De Haagse re-integratieaanpak 2018-2020 onderzocht | Rapport
ONTWIKKELEN
MATCHING & WERK
BELEID
ONDERSTEUNEND
Werkbegeleider
Accountmanager
Teammanager
Consulent werkplein
Salesmanager
Projectmanager WSP
Casemanager arbeidsontwikkeling
Accountmanager
Werkbegeleider
Consulent werk
Strategisch accountmanager
Senior jobcoach
Teamleider
Senior accountmanager
Figuur 18. Visualisatie van de functieveranderingen bij overgang naar Den Haag Werkt
De functies Casemanager Arbeidsontwikkeling, Strategisch
Perspectiefwissel ook in de praktijk
accountmanager en Senior jobcoach, weergegeven als de
Het re-integratiebeleid van de gemeente Den Haag is in de
donkerblauwe functies met een lichtblauwe rand, zijn
evaluatieperiode van dit onderzoek, 2018 tot en met 2020,
toegevoegd aan de hoofdfuncties in het primair proces.
aan voornamelijk organisatorische veranderingen onderhevig
De functie Projectmanager WSP is opgeheven. Dit is
geweest. In de jaren sinds 2018 is er in de manier waarop
weergegeven als een lichtblauwe functie met een bronzen
uitvoering wordt gegeven aan het beleid veel veranderd. Naast
rand. Tussen de bestaande (blijvende) functies en de nieuwe
organisatorische verandering is ook de insteek van het beleid
functies is personeel uitgewisseld en toegevoegd om zo tot
veranderd, zoals we al beschreven in hoofdstuk 2. De focus van
de nieuwe organisatie-formatie te komen. De gesprekken
re-integratie is beleidsmatig verschoven van ‘inzet op kortste weg
met het management en de uitvoerders van DHW maken
naar werk’ naar ‘tijd voor kandidaatsontwikkeling ten behoeve
duidelijk dat er vooral aangaande de nieuwe functie van
van duurzamere uitstroom’. Onze gesprekken over de uitvoering
casemanager Arbeidsontwikkeling een capaciteitsprobleem
van het beleid maken allereerst duidelijk dat men zich deze
speelt. In kwantitatieve zin zijn er onvoldoende casemanagers
perspectiefwissel eigen heeft gemaakt. Kandidaten krijgen in
beschikbaar om alle kandidaten te ondersteunen die aan
de praktijk meer ruimte en tijd om zich te ontwikkelen, en de
een re-integratietraject zijn begonnen of willen beginnen.
uitstroom focust zich meer op langdurige arbeidsbetrekkingen.
In verschillende interviews is echter benoemd dat lang niet alle medewerkers die op de nieuwe functie zijn aangenomen
We herkennen de gekozen perspectiefwissel dus vanuit de
of bij de reorganisatie naar deze functie zijn overgeplaatst, al
gesprekken met de uitvoering. De gesprekken maken echter
in staat zijn om hun functie op het gewenste niveau uit te
ook duidelijk dat zich hier in de praktijk een spanningsveld
voeren. Meerdere respondenten benoemen dit als een groot
bevindt, namelijk tussen uitstroom en ontwikkeling. Hoewel
probleem, omdat de casemanagers arbeidsontwikkeling na de
door de organisatieveranderingen er bij het casemanagement
reorganisatie een centrale rol hebben in de uitvoering van het
meer oog en tijd is voor het ontwikkelen van kandidaten,
re-integratiebeleid. Ook uit de gesprekken met (ex)-kandidaten
zijn de accountmanagers nog altijd verantwoordelijk voor de
komt naar voren dat de effectiviteit van het re-integratietraject
uitstroom van een kandidaat. Dit spanningsveld is versterkt
sterk beïnvloed wordt door de kwaliteit van de casemanager.
sinds de reorganisatie en uit zich aan de kant van het account management. Het plaatsen van kandidaten is lastiger doordat de instroom van kandidaten bij het accountmanagement sinds de organisatorische veranderingen volgens respondenten is opgedroogd. Uitvoerders in de werkgeversdienstverlening geven aan dat de doorgeleiding vanuit ‘ontwikkeling’ naar ‘matching & werk’ stokt (zie ook Figuur 18).
44
De Haagse re-integratieaanpak 2018-2020 onderzocht | Rapport
Naast dat de organisatorische verandering een mogelijke
Grote hoeveelheid aan voorzieningen zorgt voor
oorzaak is voor het gebrek aan nieuwe kandidaten om vanuit
veel variatie bij inrichten leerlijn
accountmanagement aan werk te helpen, zien uitvoerders
Zoals beschreven in paragraaf 3.1 heeft de gemeente Den
echter ook dat het gemiddeld ‘zwaarder’ worden van de groep
Haag meer dan 300 instrumenten - 154 afzonderlijke
uitkeringsgerechtigden een mogelijke oorzaak is. De huidige
basisvoorzieningen en 179 flankerende voorzieningen – die
groep kandidaten hebben volgens geïnterviewde medewerkers
ingezet kunnen worden voor de re-integratie en ontwikkeling
gemiddeld een grotere afstand tot de arbeidsmarkt, wat maakt
van een kandidaat. De gemeente Den Haag maakt gebruik van
dat het ontwikkelen en re-integreren nu eenmaal langer duurt,
het landelijke systeem genaamd Eva waarin alle Haagse re-
voordat men duurzaam op de arbeidsmarkt terecht moet
integratievoorzieningen zijn opgenomen als een soort catalogus
kunnen. Het lukt dan vaak niet in anderhalf à twee jaar tijd,
met bijbehorende informatie over de voorziening. Casemanagers
en er is echt een lange adem voor nodig. Het beleid is hier
geven aan dit een prettig systeem te vinden om mee te werken.
niet altijd op ingesteld, ondanks dat men wel tracht iedereen
Echter, zij geven ook aan dat dit nog verder doorontwikkeld kan
richting werk of participatie in de maatschappij te willen
worden om makkelijker het juiste instrument en informatie
helpen. Daarnaast valt op dat door de krappe arbeidsmarkt
(over effectiviteit in welke situatie) hierover te vinden en zo goed
werkgevers recent meer bereid zijn geworden om kandidaten
aan te sluiten bij de kandidaat. Ondanks de beschikbaarheid
met een grotere afstand en grotere ontwikkelbehoefte in dienst
van Eva geven de Casemanagers in de groepsgesprekken aan dat
te nemen. Dat biedt veel kansen voor de uitstroom naar werk.
zij geen goed en compleet beeld hebben van alle verschillende
Een goede balans tussen de ontwikkeltijd van kandidaten en
voorzieningen en de effectiviteit ervan. Daarom bepalen zij vaak
uitstroom richting werkgevers kan op dit moment dan ook
op basis van eigen ervaringen of verhalen van anderen welke
leiden tot een toenemende uitstroom onder kandidaten.
voorzieningen ze inzetten.
Kennis casemanagers van kandidaten schiet
De verschillende in te zetten voorzieningen moeten volgens de
nog wel eens tekort
geïnterviewde uitvoerders samen een leerlijn vormen die een
Hoewel de gemeente Den Haag in de re-integratiedienst
kandidaat in de loop van de tijd zou moeten doorlopen. In de
verlening maatwerk tracht te bieden aan iedereen, komt in
interviews gaven sommige casemanagers aan dat er intern een
diverse gesprekken met accountmanagers en werkgevers naar
soort ‘basislijn’ bestaat voor hoe een leerlijn er in principe uit
voren dat de casemanager zijn kandidaat niet altijd goed
moet zien. Men betwijfelt echter of ook echt iedere casemanager
genoeg kent voor een goede ondersteuning richting werk. De
zich daarvan bewust is. Deze ‘basislijn’ bestaat volgens hen uit
accountmanagers hebben diverse projecten lopen en, mede
de volgende hoofdstappen: (1) diagnose, (2) werkfit maken, (3)
door het spanningsveld omtrent de aanmeldingen, hebben zij
ontwikkelen naar werk, (4) bemiddelen, en (5) uitstroom. De
het idee dat er niet over iedere kandidaat voldoende kennis
intentie van de keuze van afzonderlijke voorzieningen is dat ze,
is om deze bij het juiste project aan te laten sluiten. Diverse
wanneer nodig, in deze volgorde van de vijf hoofdonderdelen
werkbegeleiders geven aan dat zij zelf de kandidaat vaak beter
worden ingezet. Het is bijvoorbeeld niet de bedoeling eerst een
kennen dan de casemanager, omdat zij vaak dagelijks samen
werkontwikkeltraject te doen en daarna een werkfit-traject.
15
met een kandidaat bezig zijn op de werkvloer. Accountmanagers geven aan dat door onvoldoende kennis bij casemanagers over
Beleidskeuzes rondom voorzieningen bootcamp en
kandidaten, zij regelmatig kandidaten niet aangeleverd krijgen
inwerkweek niet begrepen
en dat kan betekenen dat zij vertraging oplopen in hun weg
In de gesprekken met uitvoerders van re-integratietrajecten zoals
richting werk. Werkgevers geven aan dat er bij sollicitatierondes
de casemanagers is aangeven dat een tweetal nuttige en effectieve
tijd wordt investeert om gesprekken te voeren met diverse
voorzieningen, namelijk de inwerkweek en de bootcamp, met
kandidaten, maar dat sommige kandidaten helemaal niet écht
de reorganisatie is verdwenen of van aard is veranderd. Bij de
geïnteresseerd blijken te zijn in de sector of functie, of het hen
inwerkweek gaat het erom dat die nu niet meer aan iedereen
aan motivatie ontbreekt. Het is van belang dat de casemanager
wordt aangeboden, maar het een facultatieve keuze is van
en accountmanager op de juiste manier samenwerken en zo
de casemanager. Voor de reorganisatie moest iedereen die
vanuit de doorlopende ontwikkellijn een weg naar werk te
een uitkering aanvroeg, meedoen aan de inwerkweek waarin
kunnen bieden. Dit kan daarmee ook het re-integratietraject
voorlichting wordt gegeven over de rechten en de plichten. Dit
versnellen.
wordt als een gemis gezien, omdat de inwerkweek bijna altijd een aantal deelnemers opleverde die direct aan vacature gekoppeld
15
45
zie uitkomsten werkoffensief
konden worden.
De Haagse re-integratieaanpak 2018-2020 onderzocht | Rapport
Routes met taalvoorzieningen
Het risico van de huidige werkwijze is dat deze makkelijk bemiddelbare groep onnodig het re-integratietraject in wordt
7,2%
getrokken. Voor de bootcamp geldt dat dit voor bepaalde kandidaten volgens de respondenten een erg effectief instrument was, die nu niet meer ingezet kan worden. Inzet op taaltrainingen In veel gesprekken over de uitvoering van het Haagse reintegratiebeleid is aangegeven dat onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal bij een grote groep kandidaten succesvolle re-integratie bemoeilijkt. We hebben uit de interviews binnen en buiten Den Haag Werkt een beeld gekregen dat er in Haagse
Aantal routes met taalvoorziening
92,8%
re-integratieaanpak onvoldoende wordt ingezet op taaltrainingen,
Aantal routes zonder taalvoorziening
en dat dit volgens een aantal geïnterviewden sinds 2019 verder is afgenomen. Tot eind 2018 had DHW voor taaltrainingen een
Figuur 19. Percentage routes tenminste een taalvoorziening
mantelovereenkomst met ROC Mondriaan. Op dit moment is
We hebben nu vastgesteld dat de inzet van taaltrainingen
Sagenn de belangrijkste contractpartner voor taaltrainingen.
gedurende de evaluatieperiode is toegenomen. Hiermee is echter nog niet duidelijk in welke mate de door DHW ondersteunde
We zijn op basis van administratieve data van DHW over de
kandidaten met een onvoldoende beheersing van het Nederlands bij
re-integratietrajecten nagegaan in welke deel van de aangeboden
hun re-integratie ook taaltrainingen aangeboden hebben gekregen.
routes één of meerdere taalvoorzieningen zijn opgenomen.
Dit is wel een beleidsmatig relevante vraag. Onvoldoende
Dit blijkt in 7.2% (1511) van de routes te zijn geweest (zie ook
taalbeheersing wordt in het algemeen namelijk gezien als
Figuur 19). In Figuur 20 hebben we gespecificeerd in welke
een barrière voor succesvolle re-integratie. De vraag hoeveel
mate de verschillende taalvoorzieningen in routes zijn ingezet.
bijstandscliënten het Nederlands onvoldoende beheersen om
Hieruit blijkt dat de intensieve taaltraining relatief het vaakst
met succes te kunnen re-integreren, valt echter niet makkelijk
onderdeel uitmaakt van routes en in een kleine 5% van de routes
te beantwoorden. Het niveau waarop een bijstandsclient de
is opgenomen. Deze training wordt vanaf 2019 gegeven. Uit
Nederlandse taal machtig is, valt namelijk niet eenvoudig voor
onze analyse blijkt overigens ook dat de inzet van taaltrainingen
iedereen uit de systemen van DHW of het ministerie van SZW
na afloop van de overeenkomst met Mondriaan is toegenomen
te halen. De enige toegankelijke informatie op dit punt zijn de
(2018: 364, 2019: 1002, 2020: 554). Dit spreekt dus het beeld
uitkomsten van de taaltoets die bij (een deel van) de nieuwe
tegen dat we uit de interviews hebben verkregen, namelijk dat
instroom in de evaluatieperiode is afgenomen (Persoons Profiel
de inzet van taaltrainingen sinds 2019 zou zijn afgenomen. We
Scan, afgekort PPS).
hebben ons geen beeld kunnen vormen van de kwaliteit van dit taalaanbod. 5%
992
Percentage van totale aantal routes
4,5% 4%
3,5% 3% 529
2,5% 2%
1,5% 1%
235
0,5% 0%
46
Flankerende taaltrainingen
Intensieve Taaltraining
In-Werkweek Taal
73
55
66
Mondriaan Capaciteiten Test (taal)
Mondriaan extra intensieve taaltraining
Onderwijs en taal Mondriaan
Figuur 20. Inzet van verschillende soorten taalvoorzieningen in routes
32 Statushouders Intensieve Taaltraining
8
5
29
Statushouders Taal
Taal Op De Werkvloer
Taal overig participatie
De Haagse re-integratieaanpak 2018-2020 onderzocht | Rapport
De PPS is een uitgebreide vragenlijst die in de evaluatieperiode
sommigen voor hen te vaak zonder gevolgen blijft. In
bij ongeveer de helft van de nieuwe instroom is afgenomen.
verschillende gesprekken wordt dit gezien als een keerzijde
Bijstandsgerechtigden die (te) kwetsbaar zijn, analfabeet zijn
van de ontwikkelkansen voor iédereen: niet iedere kandidaat
of de Nederlandse taal onvoldoende beheersen, hoefden deze
zit er zelf op te wachten en het geeft een grote caseload
vragenlijst destijds niet in te vullen. Er kan dus gesteld worden
aan casemanagers. Dit maakt dat voornamelijk de meest
dat de PPS is afgenomen bij een verhoudingsgewijs kansrijkere
ontwikkelbereide en assertieve kandidaten uiteindelijk het
groep bijstandsgerechtigden en daarmee zeker overlap kent met
beste geholpen worden, maar er ook dat er waardevolle tijd en
de groep die in de evaluatieperiode in beeld was bij DHW. De
geld wordt besteed aan halve trajecten zonder dat deze de juiste
door SZW aangeleverde uitkomsten van deze PPS laten zien dat
opvolging krijgen.
een vijfde tot een kwart van de responsgroep een onvoldoende taalniveau heeft voor succesvolle re-integratie16. Indien we
Uit de groepsgesprekken met casemanagers komt naar voren
voor dit onderzoek de responsgroep van de PPS gelijk stellen
dat, vooral sinds de inzet van het Werkoffensief, er steeds
aan de kandidatengroep die in de evaluatieperiode 2018-2020
meer mensen worden gesproken die al lang in de bijstand
ondersteund is door DHW, kan gesteld worden dat er in die
zitten. Het zijn kandidaten waar in de meeste gevallen al heel
periode onvoldoende inzet is geweest van taalvoorzieningen.
lang niet meer mee gesproken was. Volgens de respondenten
Eerder in deze paragraaf hebben we namelijk al aangegeven
is mede daardoor bij deze groep kandidaten de motivatie
dat in 7,2% van de routes die in de evaluatieperiode hebben
beperkt. Kandidaten niet uit het oog verliezen en met hen
gelopen een taalvoorziening is ingezet. Dit percentage ligt
in gesprek te blijven, lijkt een belangrijk instrument om
substantieel lager dan de waarschijnlijk 20 tot 25% van de
uitkeringsgerechtigden gemotiveerd te houden om te streven
kandidaten bij hun re-integratie ondersteuning op dit vlak
naar uitstroom uit de uitkering. Het wordt echter ook, en
nodig heeft.
dat is zowel intern als extern benoemd, belangrijk om ook zichtbaar te handhaven als een kandidaat zijn of haar re-
Inzet op duurzame uitstroom
integratieverplichtingen onvoldoende nakomt. Er is door
Een van de hoofddoelen van het re-integratiebeleid in Den
beleidsmedewerkers opgemerkt dat er in de uitvoering van het
Haag is dat men duurzaam op de arbeidsmarkt aan de slag
Werkoffensief juist wel extra is ingezet op de naleving van deze
kan. Den Haag definieert duurzame uitstroom als een periode
verplichtingen.
van tenminste twaalf maanden waarin kandidaten dus tenminste twaalf maanden geen uitkering nodig hebben. In
Te vaak nieuw beleid en beleidsmatige
de praktijk zien we dat hier in de verschillende onderdelen
wispelturigheid
van de organisatie nog niet altijd eenduidig naar wordt
Tot slot benoemen we dat in veel van de gesprekken met
gehandeld. Zo bleek uit onze groepsgesprekken dat het doel
uitvoerend medewerkers van DHW is aangegeven dat de
van de duurzaamheid van uitstroom veel sterker bekend is bij
uitvoering ontzettend druk is met een diversiteit aan (politieke)
casemanagers dan bij accountmanagers. Accountmanagers
projecten en dat beleidswijzigingen zich in de evaluatieperiode
maken uiteindelijk de match naar werk en om die reden is
maar zijn blijven opstapelen. Het uit te voeren beleid
het dan ook van belang dat dit doel in alle onderdelen van de
wordt volgens de uitvoerders beïnvloed door fluctuerende
organisatie goed doorvlochten is.
(politieke) wensen die het lastig maken om de reguliere reintegratie goed of liever steeds beter uit te voeren. Gegeven
Handhaving op de naleving van re-
voorbeelden van dit soort projecten zijn het Werkoffensief
integratieverplichtingen schiet tekort
500+, de Energieacademie en de STiP-banen. Hoewel dit soort
Uit de gesprekken intern en extern komt een beeld naar
projecten volgens de geïnterviewde uitvoerders van DHW
voren dat ongemotiveerde uitkeringsgerechtigden zich in
een stimulans kunnen geven aan bestaand beleid, kwam in
Den Haag (te) eenvoudig afzijdig kunnen houden van re-
de groepsgesprekken naar voren dat voor hen en ook voor de
integratie. Een groot deel van het succes van de re-integratie
samenwerkingspartners deze beleidsmatige wispelturigheid
hangt volgens verschillende respondenten af van de motivatie
verwarrend kan zijn.
van de kandidaat zelf. Er zijn signalen dat als kandidaten hun re-integratieverplichtingen niet nakomen dit volgens 16
47
In een eerder door SZW uitgevoerd (dossier)onderzoek naar kenmerken van de participatiedoelgroep is een vergelijkbaar percentage cliënten met een taalachterstand vastgesteld (Nas, 2015).
De Haagse re-integratieaanpak 2018-2020 onderzocht | Rapport
Er is door de geïnterviewde uitvoerders, maar ook door
Na opsplitsing voelen accountmanagers zich
sommige externe partijen, ook aangegeven dat in het Haagse
niet voldoende ondersteund
re-integratiebeleid de ‘plan, do, check, act-cyclus’ niet altijd
Sinds de reorganisatie van 2022 werkt Den Haag Werkt
volledig wordt doorlopen, waardoor onvoldoende in de gaten
met drie verschillende soorten accountmanagers:
worden gehouden of projecten vastlopen en er bijvoorbeeld
strategische accountmanagers, accountmanagers en senior
later met een nieuw project pas weer vervolg aan wordt gegeven.
accountmanagers. Voorafgaand aan de reorganisatie
Het blijft volgens de respondenten die voorgaande punt maakte,
bestond alleen de functie van accountmanager.
te vaak bij Plan en Do, waarna er alweer nieuw beleid met vaak
Uit onze groepsinterviews met uitvoerenden uit de
net andere prioriteiten wordt ingezet zonder dat voorgaande
werkgeversdienstverlening en de matching van kandidaten
projecten worden afgerond. Volgens de geïnterviewde
blijkt dat deze uitsplitsing in de praktijk nog onvoldoende is
uitvoerders gaat deze beleidsmatige wispelturigheid ten
uitgekristalliseerd en vooral de werkverdeling tussen de typen
koste van de slagkracht van de uitvoering. Een voorbeeld
accounthouders onduidelijk is. Er wordt ook betwijfeld of deze
hiervan, aangegeven in de groepsinterviews met uitvoerders,
ingreep de effectiviteit van de re-integratie bevorderd heeft of in
is dat de gemeente beleidsmatig inzet op de Methodische
toekomst gaat bevorderen. Door het in drieën splitsen van de
Kandidaat Ontwikkeling om daarmee kandidaten duurzaam te
functie ligt bij ieder type accountmanager een taak die aansluit
ontwikkelen richting de arbeidsmarkt, terwijl het later ontstane
op die van de ander, terwijl men onvoldoende op de hoogte
Werkoffensief 500+ volgens de geïnterviewde uitvoerders juist
is van wat er gaande is in de verschillende onderdelen door
indruist tegen duurzame uitstroom. Dit project had volgens
een gebrek aan afstemming tussen de verschillende rollen. Dit
de respondenten die dit inbrachten namelijk juist als kenmerk
terwijl het gezamenlijke doel van de accountmanagers is om
om met hoge snelheid mensen aan het werk proberen te
de werkgever kandidaten aan te bieden en banen te realiseren.
krijgen (ongeacht de duurzaamheid van de uitstroom). De
Ook heerst er onrust over de verdeling van de functietaken,
geïnterviewde uitvoerders hebben dit ervaren als twee niet met
omdat de eerdere accountmanagers taken hebben moeten
elkaar strokende uitgangspunten Nieuwe beleidsinitiatieven
afstaan aan het strategisch en/of senior accountmanagement.
vinden daardoor volgens hen niet altijd de juiste uitwerking of in ieder geval doorwerking in de uitvoering. Het management van het ministerie van SZW heeft bij de bespreking van het eindrapport met betrekking tot het hiervoor geschetste beeld van de uitvoering aangegeven te begrijpen dat
5.2 Beoogde mechanismen werkzoekendendienstverlening in de praktijk
uitvoerders in de evaluatieperiode beleidsmatige wispelturigheid hebben ervaren. Belangrijke nuancering die men hierbij wel maakte, is dat er vooral vanuit de ambtelijke organisatie
1. Methodische Kandidaat Ontwikkeling en haalbaar perspectief
gewerkt is aan een versterking van het uitvoeringsbeleid. Bij nieuw beleid vanuit de politiek gaat het vooral om het project
De theorie: de gemeente Den Haag zet in op de begeleiding
Werkoffensief dat onderdeel was van het coalitieakkoord van
van kandidaten aan de hand van Methodische Kandidaat
het vorige college van B en W. Juist deze beleidsintensivering,
Ontwikkeling (MKO), onderdeel van de TNO interventie
inclusief de daarmee extra beschikbaar gekomen middelen,
‘Gewogen Maatwerk’. In Den Haag gaat men op basis van de
heeft volgens het management de uitvoering van de re-
MKO uit van het haalbaar perspectief van de kandidaat, wat
integratiedienstverlening alleen maar versterkt. Gezien de
betekent dat op basis van zijn of haar motivatie, talenten
gegevens ziet het management in de signalen van de uitvoering
en mogelijkheden een ontwikkelplan wordt opgesteld
vooral een extra stimulans om in de toekomst bij nieuw beleid
met als doel het maximaal haalbare te bereiken – naar
beter aandacht te hebben voor de randvoorwaarden om het in
wens van de kandidaat. Den Haag is van mening dat meer
de uitvoering te laten werken.
vertrouwen in eigen kunnen leidt tot een betere motivatie, wat de duurzaamheid van de uitstroom naar werk of een maatschappelijke bijdrage ten goede komt.
48
De Haagse re-integratieaanpak 2018-2020 onderzocht | Rapport
Onvoldoende kennis en toepassing van methodiek
Motivatie van de kandidaat centraal, kandidaat
Methodische Kandidaat Ontwikkeling bij uitvoerders.
ervaart haalbaar perspectief.
Uit de gesprekken met de uitvoering komt naar voren dat nog
Uit de gesprekken met kandidaten komt een beeld naar voren
niet alle uitvoerenden aan het werk zijn volgens de methode
dat gemotiveerde kandidaten vaker duurzaam uitstromen
van het haalbaar perspectief en de Methodische Kandidaat
naar (regulier) werk dan kandidaten die in mindere mate
Ontwikkeling. Ook beschikt niet iedereen over voldoende
gemotiveerd zijn. In sommige gevallen heeft de casemanager
kennis van de methodiek. Van de casemanagers horen we
een positieve invloed op de motivatie, maar vaak heeft de
bijvoorbeeld dat men vanuit deze methodieken en het haalbaar
kandidaat al een sterke intrinsieke motivatie om werk te zoeken
perspectief werkt, terwijl dit bij accountmanagers vrijwel niet
of op een andere manier deel te nemen aan de maatschappij.
werd benoemd. Accountmanagers proberen in de praktijk toch
Diverse gesprekspartners binnen de gemeente geven aan dat,
nog meer volgens de klassieke methodiek kandidaten aan een
hoewel de Methodische Kandidaat Ontwikkeling een nuttige
‘reguliere’ baan te helpen. Onze gesprekken leveren vooral
methode is en goed aansluit bij de kandidaat, er soms ook te
het beeld op dat tussen het doel van duurzaam ontwikkelen
veel af hangt van de motivatie van een kandidaat.
en de snelste weg naar werk er in de uitvoering nog een spanningsveld zit. We zien daardoor dat de insteek richting werk van diverse medewerkers binnen de gemeente weleens
2. Regiemodel: één aanspreekpunt, de casemanager Arbeidsontwikkeling
verschilt wat het behalen van de beleidsdoelen moeilijker maakt. Ook uit de interviews met deelnemers van re-
De theorie: het regiemodel voor re-integratie in de
integratietrajecten blijkt dat zij aanzienlijke verschillen ervaren
gemeente Den Haag streeft ernaar dat iedere kandidaat
in de aanpak van casemanagers.
een eigen casemanager heeft die de regie voert in zijn of haar traject. Alle kandidaten hebben dus één vast
Intentie haalbaar perspectief leeft in uitvoering.
contactpersoon die hem of haar begeleid in de weg naar
Hoewel de Methodische Kandidaat Ontwikkeling nog niet
werk of maatschappelijke participatie. Deze systematiek
volledig in de hele organisatie wordt ingezet, zien we wel
wordt gehanteerd sinds 2020, en heeft als voornaamste doel
terugkomen in de gesprekken dat de intentie die schuilgaat
dat wanneer er duidelijke regie is op het re-integratieproces
achter het haalbaar perspectief – namelijk om aan te sluiten bij
een kandidaat niet meermaals zijn of haar verhaal hoeft
de motivatie van de kandidaat – leeft in de uitvoering. Er wordt
te vertellen, en dat gemaakte afspraken kunnen worden
in veel gevallen ook in de praktijk duidelijk gewerkt vanuit de
bewaakt en voortgang wordt gemonitord.
drive en de mogelijkheden van een kandidaat, in plaats van hen de eerste de beste baan te bezorgen waarvan het twijfelachtig is
De casemanager voert de regie op het
of dat op lange termijn de juiste keuze is. Meerdere deelnemers
ontwikkeltraject van de kandidaat.
gaven in hun interviews aan dat hun casemanager een positieve
In het regiemodel zoals dat wordt uitgevoerd binnen Den Haag
insteek hanteert waarbij gekeken wordt naar mogelijkheden in
Werkt voert de casemanager Arbeidsontwikkeling de regie op
plaats van problemen. Ook ervaren zij dat het doel van hun re-
de re-integratie van de kandidaat en zijn of haar traject naar
integratietraject niet betaald werk moet zijn maar bijvoorbeeld
werk of maatschappelijke participatie. De casemanager stelt
maatschappelijke participatie, als betaald werk voor hen niet
samen met de kandidaat het ontwikkelplan op, maakt keuzes
haalbaar is.
in de in te zetten instrumenten en monitort de voortgang van de kandidaat. In diverse gesprekken is naar voren gekomen dat monitoring van de voortgang door de casemanager niet altijd plaatsvindt. Indien een kandidaat verder uit beeld is bij de casemanager, bijvoorbeeld als het re-integratietraject lang duurt of omdat de kandidaat een werk-ontwikkeltraject volgt, dan is er weinig zicht meer op de ontwikkeling van de kandidaat. Omdat de casemanager Arbeidsontwikkeling de regievoerder is van het proces van een kandidaat is deze essentieel voor de ontwikkeling. Kandidaten zijn doorgaans zeer tevreden met de casemanager, als zij een vaste casemanager hebben. Zij geven aan dat die hen goed begeleidt, uit gaat van de kracht van de kandidaat en daarom een positieve invloed heeft op hun motivatie.
49
De Haagse re-integratieaanpak 2018-2020 onderzocht | Rapport
Er is tot op zekere hoogte sprake van één
3. Doorlopende ontwikkellijnen en maatwerk
aanspreekpunt tijdens een traject. Hoewel de gemeente beoogt door het regiemodel via de
Theorie: de doorlopende ontwikkellijn sluit aan op de
casemanager één centraal aanspreekpunt voor de kandidaat
Methodische Kandidaat Ontwikkeling en het regiemodel,
te hanteren, is dit in de praktijk niet altijd het geval. Uit
en houdt in dat de regisseur (de casemanager
gesprekken komt naar voren dat wanneer bij een kandidaat
Arbeidsontwikkeling) samen met de kandidaat een
diverse instrumenten en voorzieningen in worden gezet, de
ontwikkelplan opzet. Hierin heeft de casemanager keuze
band tussen casemanager en kandidaat al snel wordt uitgebreid
uit een groot aantal instrumenten dat wordt ingezet ter
met een (soms sterkere) band tussen kandidaat en uitvoerder
bevordering van de re-integratie en de weg naar werk.
van het ontwikkelingstraject. Het lijkt in de praktijk vrijwel
Door met een vooraf opgesteld plan opeenvolgende
onmogelijk één aanspreekpunt te blijven hanteren, omdat de
instrumenten in te zetten wordt beoogd het traject
kandidaat uiteindelijk vooral de uitvoerder benaderd die het
effectiever te maken. Zo loopt men minder het risico
dichtst bij hem staat op dat moment. In de gesprekken met
halverwege het traject ineens behoefte te hebben aan hele
kandidaten geeft de helft van de geïnterviewde kandidaten
andere instrumenten om zich te ontwikkelen richting werk.
aan een vast contactpersoon tijdens het re-integratietraject te hebben (gehad). Enkele kandidaten merken op dat ze in 2020,
In de meeste gevallen worden doorlopende
gedurende de coronapandemie, geen vast contactpersoon meer
ontwikkellijnen ingezet.
hadden. Aan de hand van de interviews hebben wij niet kunnen
Uit gesprekken met uitvoerders is naar voren gekomen
vaststellen dat kandidaten tijdens de coronapandemie minder
dat in hun beleving in veel gevallen voor een doorlopende
vaak over een vast aanspreekpunt beschikken dan daarvoor.
ontwikkellijn is gekozen. Dit gebeurt, zoals bedoeld, onder regie
Daarnaast geven diverse partners die onderdeel zijn van het re-
van de casemanager en in samenspraak met de kandidaat.
integratieproces van kandidaten in hun interviews aan dat het
De door ons geïnterviewde kandidaten geven echter een heel
voor kandidaten niet altijd duidelijk is wie hun casemanager
ander beeld. Zij hebben echter lang niet altijd in de praktijk
is en wat zij van deze persoon kunnen verwachten. Zodoende
ervaren dat er sprake is van een doorlopende ontwikkellijn.
komt het vaak voor dat vragen waar een kandidaat mee zit dan
In veel interviews met cliënten zijn situaties benoemd waarin
aan de uitvoerende partij worden gesteld, in plaats van aan de
men zich enige tijd tussen twee voorzieningen bevond en er
regiehoudende casemanager.
weinig re-integratiedienstverlening vanuit DHW werd geboden. Kwantitatief valt niet vast te stellen of er in de evaluatieperiode
Er is een gebrek aan casemanagers.
bij ondersteunde cliënten nu wel of niet echt sprake is geweest
In diverse gesprekken met de gemeente Den Haag en partners
van doorlopende leerlijnen.
komt naar voren dat, hoewel de functie van casemanager erg nuttig kan zijn, er tot nu toe te weinig casemanagers zijn om
Kwaliteit traject afhankelijk van kwaliteit
alle kandidaten goede begeleiding te bieden. Dit betekent in de
casemanager.
praktijk dat er bijvoorbeeld een wachttijd kan zijn voor nieuwe
Bij het opzetten van een traject hangt een groot deel van de
kandidaten, wat volgens veel respondenten onwenselijk is
keuzes en kwaliteit van het traject af van de casemanager. De
wanneer iemand wel wíl werken of zich wil ontwikkelen en
casemanager bepaalt wie welke instrumenten en voorzieningen
daardoor vertraging op loopt. Ook geven werkbegeleiders aan
ontvangt, en met welke ontwikkeldoelen. Zodoende hangt een
dat zij door deze tekorten soms taken moeten overnemen van
groot deel van de kwaliteit van een traject af van de kennis en
de casemanagers, bijvoorbeeld in de administratie.
ervaringen van de casemanager. In enkele gesprekken kwam naar voren dat het voor bepaalde trajecten een heikel punt kan zijn wanneer een bepaalde casemanager zich onvoldoende bewust is van een bepaalde voorziening en ontwikkelmogelijkheden voor de kandidaat, vooral als achteraf blijkt dat die effectiever zouden zijn geweest in de ontwikkeling naar werk. Sinds de reorganisatie zijn casemanagers niet meer verplicht om een diagnosetool in te zetten. Zodoende ligt ook voor de diagnose van een kandidaat veel verantwoordelijkheid op de schouders van de casemanager, wat volgens geïnterviewde uitvoerders weer effect kan hebben op het succes van het re-integratietraject.
50
De Haagse re-integratieaanpak 2018-2020 onderzocht | Rapport
De ontwikkellijn wordt niet altijd volledig gevolgd.
De keuzes van een casemanager zijn veelal
In diverse gesprekken met de gemeente wordt aangegeven dat,
gebaseerd op eigen ervaringen;
hoewel er een ontwikkellijn wordt opgesteld voor de kandidaat,
Uit gesprekken met de casemanagers blijkt dat zij ieder een
men hier niet altijd aan vasthoudt. Dit zit vooral in de wrijving
soort eigen ‘portfolio’ hebben gecreëerd van voorzieningen
tussen de casemanager (kandidaatgericht) en accountmanager
uit de lijst van Eva omdat zij (goede) ervaringen hebben met
(werkgericht) en de informatie-gap die hier tussen ontstaat. De
een bepaalde voorziening of dit vernomen hebben van een
ingezette ontwikkeling past volgens de werkgerichte uitvoering
collega. In de gesprekken met uitvoerders van de verschillende
niet altijd voldoende bij de arbeidsmarkt. Men is bijvoorbeeld
voorzieningen komt naar voren dat zij soms langsgaan bij
nog onvoldoende werkfit volgens de accountmanager,
diverse groepen casemanagers om uitleg te geven bij diverse
terwijl de kandidaatgerichte uitvoering juist meer focust op
groepen casemanagers om zo toch bewustzijn en kennis te
de wensen van een kandidaat. Dit leidt tot wrijving tussen
creëren van hun voorziening. Corona heeft niet geholpen bij
beide uitvoerders in de praktijk, en kan ervoor zorgen dat de
het delen van deze kennis, omdat men door het thuiswerken
ontwikkellijn langer duurt.
minder vanzelfsprekend in gesprek ging met collega’s over de ervaringen met een voorziening.
Bij de invulling van ontwikkellijnen zien we maatwerk per kandidaat.
Onduidelijk of de voorzieningen domein
Naast dat we duidelijk zien dat er doorlopende ontwikkellijnen
overstijgend zijn.
worden ingezet, zien we ook dat er maatwerk per kandidaat
Of de menukaart met voorzieningen in Eva ook
wordt geleverd. Uit de data-analyse blijkt dat er geen duidelijke
domeinoverstijgend is hebben we niet kunnen vaststellen op
trend te herkennen is van voorzieningen die aansluitend
basis van de data die DHW beschikbaar kon stellen over de
en op elkaar volgend worden ingezet. Er is dus geen vaste
inzet van (flankerende) voorzieningen.
ontwikkellijn die standaard wordt ingezet. Dit wordt ook bevestigd in de diverse gesprekken met de uitvoering.
Effectiviteit voorzieningen zelden methodisch
Casemanagers bekijken per kandidaat wat passend is, hoewel
onderbouwd.
sommige casemanagers misschien vaker voor een bepaalde
Voor het maken van een keuze voor de juiste in te zetten
voorziening kiezen omdat ze hier meer (positieve) ervaring mee
instrumenten in Eva is het, naast dat er veel instrumenten
hebben.
zijn, ook zo dat de voorzieningen zelf zelden methodisch of cijfermatig onderbouwd zijn. Er ontbreekt informatie over
4. Domeinoverstijgende menukaart met interventies
hoe methodisch effectief voorzieningen en instrumenten in de praktijk zijn. Ook is er vaak geen duidelijke omschrijving
In theorie: de gemeente maakt gebruik van een grote
beschikbaar van de ontwikkeldoelen die met een voorziening
diversiteit aan instrumenten en voorzieningen om de
gesteld kunnen worden en wat dit betekent voor de kandidaat.
kandidaat te ontwikkelen richting werk, of om soms meer
Hierdoor vindt er in sommige gevallen een mismatch plaats
persoonlijke problematiek op te lossen of soft skills te
tussen kandidaat en voorziening.
ontwikkelen. Het doel is dat door domeinoverstijgend te kijken men ook andere leefgebieden kan aanpakken tijdens een traject, ter bevordering van de integraliteit.
Er zijn veel verschillende voorzieningen beschikbaar. Er is een uitgebreide lijst beschikbaar van 154 afzonderlijke soorten basisvoorzieningen en 179 soorten flankerende voorzieningen via het instrumentarium Eva. Deze kunnen worden ingezet om kandidaten verder te ontwikkelen. Uit de gesprekken blijkt echter dat casemanagers zich niet altijd voldoende ondersteunt voelen om hier objectief een goede keuze uit te maken. Eva ondersteunt de casemanagers hier nog onvoldoende in.
51
De Haagse re-integratieaanpak 2018-2020 onderzocht | Rapport
5. Werkbegeleider in traject
6. Mogelijkheid om certificaat te behalen
In theorie: de werkbegeleider wordt toegewezen aan
In theorie: in diverse werkontwikkeltrajecten is het de
een kandidaat wanneer deze aan de slag is in een traject.
bedoeling dat men de mogelijkheid heeft een (praktijk)
Doel van de werkbegeleider is dat deze tijdens een traject
certificaat te behalen om zo diverse competenties in
toezicht heeft op de kandidaat en zijn directe ontwikkeling
een branche aan te tonen. Het doel hiervan is dat men
op de werkvloer in een werkfit- of werkontwikkeltraject.
makkelijker duurzaam op de arbeidsmarkt aan de slag kan,
De werkbegeleider koppelt dat vervolgens terug aan de
doordat de opgedane ervaring wordt aangetoond met een
casemanager Arbeidsontwikkeling.
certificaat en goed aansluit bij de werkgever.
In werkontwikkeltrajecten wordt met
Er wordt nog gewerkt om invulling te geven aan
een werkbegeleider gewerkt.
de mogelijkheid certificaten te behalen.
Uit gesprekken met werkbegeleiders komt duidelijk naar voren
De mogelijkheid tot het behalen van certificaten is volgens
dat zij inderdaad ingezet worden op werkontwikkeltrajecten.
interne gesprekspartners nog niet standaard opgenomen bij
We hebben te weinig kandidaten gesproken die gekoppeld zijn
werkontwikkeltrajecten. Wel is de gemeente ermee bezig om dit
aan een werkbegeleider om hier een betrouwbaar beeld over te
verder door te voeren voor de verschillende sectoren.
schetsen vanuit het perspectief van de kandidaten. Geïnterviewde werkgevers geven aan beperkt Sinds de reorganisatie krijgen werkbegeleiders
behoefte te hebben aan certificering.
beperkt deelnemers aangeleverd.
Hoewel de gemeente bezig is met het ontwikkelen van
Uit diverse gesprekken met verschillende casemanagers en
certificering voor een aantal sectoren, geeft het merendeel van
uitvoerders van de re-integratievoorzieningen blijkt dat de
de gesproken werkgevers aan hier niet van op de hoogte te zijn
aanmeldingen, zoals ook genoemd in hoofdstuk 6.1, zijn
en hier in veel gevallen ook geen behoefte aan te hebben. Veel
opgedroogd. Werkbegeleiders van werkontwikkeltrajecten
werkgevers geven, indien nodig, eigen interne trainingen. De
krijgen slechts beperkt, en veel minder dan voor de
werkgevers die aangeven wel interesse in certificering te hebben,
reorganisatie, nieuwe kandidaten aangeleverd. In veel gevallen
hopen vooral dat de gemeente deze opleidingen ook vergoed
vrezen zij dat de nieuwe casemanagers nog steeds niet altijd
wanneer de werknemer al in dienst is in plaats van alleen
op de hoogte zijn van hun traject, waardoor deze niet voor de
tijdens een ontwikkeltraject.
voorziening kiezen. Om die reden gaan werkbegeleiders dan ook langs bij de groepjes casemanagers om voorlichting over de
Het baanperspectief van geïnterviewde kandidaten
voorziening te geven.
lijkt niet toe te nemen na het behalen van een certificaat.
Er is veel contact tussen werkbegeleider en
De meeste kandidaten zijn niet op de hoogte van de
kandidaat.
mogelijkheid om een certificaat te behalen tijdens het re-
De werkbegeleiders van werkontwikkeltrajecten geven aan
integratietraject. Deelnemers die dat wel wisten of zelfs een
intensief contact met een kandidaat te hebben gedurende
certificaat hebben behaald, geven aan dat dit hun perspectief op
een traject. Zij begeleiden deze op de werkvloer en in hun
werk niet aanzienlijk heeft doen toenemen. Dit betreft echter
ontwikkeling en zijn daarbij essentieel in een re-integratietraject
een klein aantal kandidaten, waardoor we geen betrouwbare
als deze voorziening wordt ingezet.
conclusies kunnen trekken over het de relatie tussen een certificaat en het baanperspectief.
52
De Haagse re-integratieaanpak 2018-2020 onderzocht | Rapport
5.3 Beoogde mechanismen matching in de praktijk
2. Inzicht in mogelijkheden van kandidaten In theorie: een mechanisme ter bevordering van het
1. First place then train, koppeling aan baangarantie
matchingsproces tussen kandidaten en werkgevers is dat er voldoende inzicht is in de competenties en mogelijkheden
In theorie: doel van ‘first place then train’-principe is
van kandidaten. Des te meer kennis men hier over heeft,
dat trajecten zoveel mogelijk bij reguliere werkgevers
des te beter er een goede match gemaakt kan worden.
worden georganiseerd, zodat een kandidaat in een echte
De gemeente maakt hiervoor onder andere gebruik van
werkomgeving vaardigheden op kan doen. Zo kan de
HalloWerk, een matchingsplatform waarop kandidaten zelf
kandidaat al dan niet bij dezelfde werkgevers uitstromen
hun profiel kunnen invullen.
naar een betaalde baan.
Er zijn diverse instrumenten voor casemanagers Het principe van ‘first place then train’ wordt
beschikbaar om inzicht te verkrijgen in de
niet herkent door werkgevers en kandidaten.
mogelijkheden van kandidaten.
Uit de gesprekken met werkgevers komt het beeld naar voren
Om goed inzicht te verkrijgen in de mogelijkheden van een
dat zij niet op de hoogte zijn van het principe ‘first place then
kandidaat om direct te gaan solliciteren, kunnen casemanagers
train’ en dit ook na uitleg niet herkennen uit de praktijk. Een
gebruik maken van een brede intake, inwerkweek en/
aantal kandidaten geeft aan dat de gemeente hen wil laten
of werkfit- traject. Waar vroeger een inwerkweek nog de
deelnemen aan participatieplaatsen om ‘werkritme te krijgen’.
standaard was voor iedereen die een uitkering aanvroeg,
Verschillende deelnemers hebben in de interviews aangegeven
blijkt uit de gesprekken met casemanagers dat dat nu niet
dat dit niet passend was in hun situatie of dat zij het gevoel
meer zo is. Casemanagers kunnen nu zelf bepalen welke
hadden als goedkope arbeidskracht ingezet te worden, terwijl er
instrumenten zij wel of niet inzetten om inzicht te krijgen in de
geen duurzaam, betaald werk uit voortkomt.
mogelijkheden van een kandidaat om direct aan een vacature te koppelen. Naast de instrumenten maken ze veelal gebruik
Een voorbeeld van het principe ‘first place then train’
van gesprekstechnieken, zoals die behoren tot de Methodische
zijn de stagestoelen.
Kandidaat Ontwikkeling.
De stagestoelen worden ingezet om kandidaten alvast aan de slag te laten gaan bij de werkgever, terwijl zij ook nog training
Casemanagers hebben over het algemeen voldoende
voor hun ontwikkeling ontvangen van de gemeente. Daarbij is
kennis van en inzicht in hun kandidaten.
het doel ook altijd dat de persoon die stage loopt uiteindelijk in
Uit gesprekken met de uitvoering en werkgevers blijkt dat
dienst komt van de werkgever.
casemanagers over het algemeen een goede band en voldoende kennis van hun kandidaten hebben. Er zijn wel enkele uitzonderingen genoemd, wat ook weer samenhangt met het feit dat er veel verantwoordelijkheid op de schouders van de casemanager ligt voor de diagnose en juiste inschatting van een kandidaat. Zoals bij eerdere mechanismen genoemd komt het weleens voor dat de casemanager een kandidaat toch niet goed in beeld heeft of niet goed gediagnostiseerd heeft. Accountmanagers hebben niet altijd voldoende zicht op de capaciteiten van een kandidaat. Waar de casemanager de regierol van het traject van de kandidaat vervuld is de accountmanager verantwoordelijk voor de succesvolle match van een kandidaat. Accountmanagers gaven in de groepsinterviews aan niet altijd over de juiste informatie van een kandidaat te beschikken om goed te matchen, en ook werkgevers geven aan dat dat de match soms niet goed gemaakt wordt.
53
De Haagse re-integratieaanpak 2018-2020 onderzocht | Rapport
3. Bedienen van kansrijke sectoren (met baankansen voor doelgroep)
De gemeente richt zich volgens werkgevers en partners vaak nog onvoldoende op kansrijke beroepen en sectoren.
In theorie: de gemeente Den Haag stelt als doel te
Diverse werkgevers en partners geven aan dat de gemeente
investeren in sectoren waar een grote behoefte aan
zich, ondanks dat deze wel de intentie stelt, er nog
personeel is. Door in te spelen op de behoefte van
onvoldoende wordt gericht op kansrijke beroepen en sectoren.
de arbeidsmarkt kan de gemeente de baankans van
Wel geven werkgevers aan dat, door de inzet op specifieke
kandidaten vergroten.
werkontwikkeltrajecten, er meer getraind kan worden voor deze kansrijke sectoren.
Niet naar alle tekortsectoren veel uitstroom van kandidaten.
Men gaat vooral uit van het wensberoep van
Op basis van onze CBS-analyse weten we naar welke sectoren
de kandidaat.
de kandidaten, die door DHW ondersteund zijn, aan de
Uit gesprekken met casemanagers en de uitvoering komt naar
slag zijn gegaan. De volgende figuur 21 maakt dat duidelijk.
voren dat er niet zozeer wordt gekeken naar de vraag vanuit de
Hieruit blijkt dat ‘verhuur en overige zakelijke diensten’,
arbeidsmarkt maar dat de casemanager Arbeidsontwikkeling
‘gezondheidszorg- welzijnszorg’ en ‘openbaar bestuur en
uiteindelijk vooral kijkt naar de wensen en wensberoepen van
overheidsdiensten’ de belangrijkste sectoren zijn. Bij de laatste
de kandidaat, of naar een beroep dat past bij de opleiding en
categorie gaat het volgens ons vooral om de STiP-banen. Onder
ervaring van een kandidaat.
de eerste categorie vallen bijvoorbeeld schoonmaakdiensten. Ruim de helft van de kandidaten is naar deze drie sectoren
Geen van de kandidaten geeft aan training
uitgestroomd. Het betreft hier zeker sectoren waar al langere
te hebben ontvangen om naar een kansrijke
tijd een grote behoefte aan personeel is. Het figuur maakt
sector over te stappen
echter ook duidelijk dat uitstroom van kandidaten naar
Geen van de door ons geïnterviewde deelnemers heeft een
tekortsectoren als de horeca en de bouw relatief beperkt(er)
ontwikkellijn gevolgd waarin hij of zij is omgeschoold naar een
van omvang is.
kansrijke sector. Vanuit het perspectief van de kandidaten kan
1%
dus niets gezegd worden of men de focus op kansrijke sectoren
2 3% % 3%
herkend.
4%
25%
4% 6%
8% 18% 11% 14% Verhuur en overige zakelijke diensten
Overige dienstverlening
Gezondheids- en welzijnszorg
Overig
Handel
Onderwijs
Horeca
Specialistische zakelijke diensten
Vervoer en opslag
Bouwnijverheid
Openbaar bestuur en overheidsdiensten
Cultuur, sport en recreatie
Industrie
Figuur 21. Sectoren waar kandidaten aan het werk zijn gekomen.
54
De Haagse re-integratieaanpak 2018-2020 onderzocht | Rapport
4. Regionaal opererende werkgevers faciliteren
5. Gespecialiseerde functionaris gericht op matching
In theorie: de samenwerking met gemeenten binnen de
In theorie: iedere kandidaat krijgt een casemanager
arbeidsmarkt wordt gestimuleerd, onder meer door de inzet
Arbeidsontwikkeling toegewezen, en wanneer men aan
van het systeem HalloWerk. Het werkzame mechanisme
het werk kan, zoekt een accountmanager een passende
hiervan is dat de gemeente naast banen in de eigen
baan. Doordat dit een specifieke functionaris betreft die
gemeente, ook banen en kandidaten uit buurgemeenten
zich primair richt op de connecties met werkgevers en
kan matchen en zo een grotere kans op een passende baan
beschikbare banen, hebben beide functionarissen een eigen