CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS312905 Bijlage 1 Stukken Maanplein Hoekblok (Elara)

Algemene Raadscommissie 12 oktober 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken30.454 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

van de Binckhorstlaan met de Maanweg; ▪ 2. van de Binckhorstlaan met de Mercuriusweg; ▪ 3. van de Binckhorstlaan met de Prinses Mariannalaan; ▪ 4. van de Binckhorstlaan met de Supernovaweg en Plutoweg ▪ 5. van de Regulusweg met de Maanweg, alsmede het geheel van daar gelegen en regeltechnisch gekoppelde kruisingen en aansluitingen, waaronder de op- en afrit van de A12 en de kruising met de Laan van Nieuw Oost Einde; - De verkeersstudie bijgevoegd bij de aanvraag om omgevingsvergunning (Goudappel Coffeng, Mobiliteitsstudie Hoekblok Maanplein kenmerk 003732.20190125.N2.03) kijkt enkel naar de afhandeling Maanplein-Maanweg. - Gegeven de korte afstand van dit punt tot de kruising Regulusweg-Maanweg is het echter zeer voorstelbaar dat het bouwplan ook van invloed zal zijn op voornoemde kruising. Vanwege de kenmerkende infrastructuur van de Binckhorst waarbij obstakels in de verkeersafwikkeling op het ene kruispunt van directe invloed zijn op de doorstroming van het verkeer op de andere kruisingen die de voornaamste entree voor de Binckhorst vormen, dient er op grond van artikel 7.2.1, lid j, bij de beoordeling van een vergunningaanvraag niet uitsluitend naar de dichtst bijgelegen kruising te worden gekeken. Om salamitactiek te voorkomen, dient er een integrale beoordeling van alle kruisingen genoemd in artikel 7.2.1, lid j, te worden uitgevoerd.

- In de voorliggende vergunningsaanvraag heeft deze beoordeling niet plaatsgevonden, zodat deze daarmee niet voldoet aan de eisen uit het Omgevingsplan en evenmin voldoet aan de toezeggingen van het college naar aanleiding van de door de gemeente Leidschendam-Voorburg op dit punt ingediende zienswijze. Voorts wordt in het onderzoek geen norm gehanteerd wanneer voldaan is aan het vereiste van artikel 7.2.1, lid j, van de Planregels. Niet wordt aangegeven wanneer er nog sprake is van een goede bereikbaarheid van de Binckhorst en wanneer niet. Er wordt enkel een cijfermatige toename gepresenteerd van verkeersbewegingen op enkele kruisingen, zonder een valide benchmark te presenteren.

13

Openbaar vervoer en fiets onvoldoende in kaart gebracht - Het Omgevingsplan Binckhorst vraagt expliciet om het aandeel van de modaliteiten fiets en openbaar vervoer te vergroten. o Artikel 7.2.1 lid k.: er wordt rekening gehouden met een duurzame mobiliteit door een vergroting van het aandeel van de modaliteiten fiets en openbaar vervoer in het geheel aan verplaatsingen van en naar de Binckhorst, dan wel dat met andere vormen van vervoer het autogebruik en/of het gebruik van fossiele brandstoffen wordt beperkt; - In de vergunningaanvraag is vermeld dat er nog geen rapportage is “[d]oor Goudappel Coffeng wordt nog een rapportage met betrekking tot duurzame mobiliteit opgesteld waarin een toelichting wordt gegeven op het mobiliteitsconcept.” Vervolgens wordt onder meer verwezen naar de bushalte op de Maanweg. Over het hoofd wordt echter gezien dat reeds bij de huidige verkeersbelasting, dus zonder de extra verkeersbelasting na realisatie van het onderhavige bouwplan, deze bushalte volstrekt onbruikbaar is bij elk incident op de A12 en/of op een toerit als gevolg van verkeersinfarcten op deze kruising. - Het G&C rapport maakt gewag van de buslijnen 26 en 28 die Station Voorburg verbinden met respectievelijk Hollands Spoor en Centraal station met de bijbehorende frequentie.

Niet wordt aangegeven dat buslijn 26 alleen op werkdagen tot 20.00 uur rijdt en er in het weekend dus geen verbinding is met Hollands Spoor. - G&C hebben ook de kortste voetgangersroute naar Station Voorburg aangegeven. Kennelijk heeft alleen Google maps als inspiratiebron gefungeerd, want er is vanaf het Entreeplein III via de schuine lijn naar de kruising Maanweg speciaal een voetgangers (Huygens)traverse aangelegd die een directe verbinding geeft met het station. Voetgangers plegen namelijk de kortste route te nemen. - Aanvullend is van belang dat het effect van de collectieve fietsenstalling en de genoemde deel(bak)fietsen marginaal is zolang er langs de Maanweg geen veilig fietspad komt. Op het moment is deze weg gevaarlijk en daarmee praktisch onbruikbaar om langs te fietsen. - Gelet op het vorenstaande wordt met de vergunningaanvraag niet voldaan aan de eisen van artikel 7.2.1., lid k. De vergunningaanvraag is op dit punt onvolledig en het college heeft verzuimd om de aanvraag op dit punt nader te laten onderbouwen. Het bestreden besluit is op dit punt in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht. - Aanvullend is het inrichten van een vrije busbaan op de Maanweg naar Station Voorburg noodzakelijk om te voorkomen dat bij elk incident op de A12 de bussen moeten worden omgeleid.

- Bovendien is in het rapport van G&C geen melding gemaakt van het feit, dat er op de Binckhorst voorzien gaat worden in een HOV-traject, waarbij naar verwachting de genoemde haltes komen te vervallen (!) en het dus van belang is dat voetgangers de kortste route naar Station Voorburg en de winkels en horecagelegenheden in het Huygenskwartier kunnen bereiken. Verkeersveiligheid in het gedrang - GoudappelCoffeng heeft ook gekeken naar de verkeersafwikkeling. In tabel 3.2 is te lezen dat er op een werkdag 2473 motorvoertuigbewegingen per etmaal zijn op het Maanplein. In de avondspits zijn er 346 motorvoertuigbewegingen en in de ochtendspits 305. Deze bewegingen moeten allemaal afgewikkeld worden via de in- en uitrit van het Maanplein (zie ook onderstaande afbeelding). De conclusie van GoudappelCoffeng dat het verkeer op een verkeersveilige wijze afgewikkeld kan worden via de aansluiting op de Maanweg, valt ten zeerste te betwijfelen, omdat de andere woontorens (zoals One Milky Way, en het reeds vergunde Frank is een Binck en Maanplein 110) niet zijn meegenomen in het onderzoek. - Daar komt bij dat in het mobiliteitsonderzoek ten onrechte geen rekening is gehouden met de meest recente plannen voor de Maanweg (zie eerdergenoemde visie), waarin sprake is van een versmalling van de Maanweg (de centrale verkeersader) tot 2 x 1 rijstrook (thans 2 x 2

14

-

rijstroken) met mogelijk een reservering voor de HOV op straatniveau. Het wordt nog eens verergerd door de locatie van de in/uitritten van de ondergrondse parkeergarage, met als centrale toegang de Maanweg (direct naast een complexe kruising). Daar komt bij dat de ladenen lossenroute ook gebruik maakt van de Maanweg, en ook wordt gebruikt door de hulpdiensten en afvaldiensten (zie voor een schets van de routes het rapport Deltavormgroep blz. 14). Tevens wijs ik op de hinder ter plaatse van het voorrijden, keren en manoeuvreren van voorrijdend verkeer voor fietsers en voetgangers Dit gaat leiden tot een verkeersinfarct ter plaatse met grote negatieve gevolgen voor de maximale verkeersafwikkeling en de gemiddelde snelheid rondom het Maanplein, nog afgezien van de gevaarlijke verkeerssituaties die hierdoor gaan optreden. Ook inwoners van VoorburgWest zullen hier directe hinder van ondervinden in de vorm van een moeilijke bereikbaarheid van hun woning en een aanzienlijke toename van sluipverkeer door hun wijk. Dit alles is in het rapport van Goudappel Coffeng ten onrechte niet betrokken. Gelet hierop had dit rapport niet bij de vergunningverlening betrokken mogen worden en is ook in zoverre niet voldaan aan artikel 7.2.1, lid j, van de Planregels bij het Omgevingsplan Binckhorst.

Hitte-stress-reductie niet geduid - Het Omgevingsplan (Artikel 7.2.1. lid y) vraagt rekening te houden met klimaatverandering. Dit wordt in de beleidsregels (i.c. 16) geduid als dat uitgelegd dient te worden hoe wordt omgegaan met “hitteeiland effect en microklimaat”. o 16. Beleidsregel Klimaatadaptatie: (…) 3. Hitte-eiland effect en microklimaat: Tijdens warme dagen stijgt de temperatuur in het stedelijk gebied meer dan in het omliggende landelijk gebied. Dit wordt het hitte-eiland effect genoemd. Ambitie is om bij nieuwe ontwikkelingen dit hitteeiland effect te verminderen of te voorkomen. Hiervoor kunnen verschillende maatregelen worden genomen op het niveau van wijk/straat en op het niveau van het pand/perceel. Denk aan: • het toevoegen van groen, volwassen bomen, (op het niveau van de wijk/straat); • de aanleg van groene daken en gevels (op pand-/perceelniveau), • de positionering gebouwen, materiaal kleur en slimme zonwering (op gebouwniveau). - De beleidsregels vragen tevens te motiveren op welke wijze hieraan invulling is gegeven. - In de vergunningaanvraag is alleen maar vermeld dat “Om hittestress te verminderen wordt het gebied zoveel mogelijk ‘groen’ ingericht’.” Het ‘groen’ inrichten wordt niet nader geduid en is zelfs betwistbaar: met de bouw van deze hoektoren verdwijnt er per saldo groen.

En zijn de bomen van minsten 20 jaar oud door de initiatiefnemer reeds gekapt. - Door op dit punt desondanks de aanvraag toch in te willigen, heeft het college wederom niet voldaan aan het vereiste van zorgvuldige besluitvorming neergelegd in artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht. Plint-saldering niet toegelicht en vervolgens dubbel ingezet - Het Omgevingsplan (artikel 7.2.2 lid a sub 2) stelt eisen over de plint van nieuwe gebouwen. o Artikel 7.2.2. lid a sub 2.): de minimale hoogte van de plint voor nieuwe gebouwen, met uitzondering van hoogbouw, ter plaatse van de aanduiding “regeling plint” zoals deze op de kaart 'Regels bebouwing' behorende bij de beleidsregel 'ruimtelijke kwaliteit' is aangegeven, 8 meter bedraagt, waarbij de plint uitsluitend uit één of twee bouwlagen mag bestaan. - De aanvrager beroept zich op de salderingsmogelijkheid van artikel 23, lid a, onder 4, van het Omgevingsplan. Hierin wordt deze mogelijkheid voorwaardelijk gemaakt aan een toename van de

15

totale gebiedskwaliteit. De aanvrager maakt echter onvoldoende duidelijk op welke manier er meer wordt bijgedragen aan andere ambitiewaarden en zodoende de totale gebiedskwaliteit toeneemt. Dit dient nader gespecificeerd in de aanvraag dan wel aangepast in het bouwplan te worden. Overigens blijft nog onduidelijk wat nu de bestemming is van die plint. In de aanvraag (zie bijlage Ruimtelijke onderbouwing toetsing regels omgevingsplan Binckhorst d.d. 29 juli 2019) wordt gesteld dat er geen maatschappelijke functies zijn voorzien en dat er evenmin horeca of activiteiten gericht op recreatie of ontspanning worden gerealiseerd. - In het vergunningsbesluit wordt dit nader toegelicht: o “Met het salderingsvoorstel wordt een kwaliteitsimpuls aan het openbaar gebied gegeven. Dit door: ▪ een openbaar toegankelijke buitenruimte publiek te maken met veel ruimte; ▪ een tweetal eenvoudige speelvoorzieningen voor jongeren; ▪ een breder trottoir langs de Regulusweg; ▪ een openbaar toegankelijk ondergronds parkeergarage voor bezoekers (waar tegen betaling geparkeerd kan worden).” Het is volstrekt onduidelijk waarom hier sprake zou zijn van saldering. De genoemde elementen zijn reeds meerdere malen door de ontwikkelaars ‘verkocht’ als integrale onderdelen van het plan (bijv. om te kunnen voldoen aan de Ruimtelijke eisen Artikel 7.2.1. lid v., artikel 7.2.1.

lid y), en kunnen derhalve niet nogmaals ingezet worden als ‘saldering’. Hier is een echte kwaliteitsimpuls nodig. Parkeerbalans is papieren werkelijkheid - Door GoudappelCoffeng is een parkeerbalans opgesteld aan de hand van de gemeentelijke (Haagse) parkeernormering. Bij het opstellen van een parkeerbalans wordt de parkeervraag van een ontwikkeling afgezet tegen het geplande parkeeraanbod. Deze (positieve) parkeerbalans geeft echter een zwaar vertekend beeld. Niet alleen gaat deze balans uit van wensdenken (bv. effect van de inzet van twee deelauto’s is 10 parkeerplaatsen op het drukste moment) maar er is ten onrechte geen rekening gehouden met de avondopenstelling van de ter plaatse gevestigde kinderopvang (Compananny). - Veel belangrijker is echter dat het maar zeer de vraag is of bewoners van de woningen – gelet op hun financiële middelen - een (dure) inpandige parkeerplaats zullen afnemen1. Veel waarschijnlijker is dat zij zullen trachten hun auto gratis in de omliggende omgeving (d.w.z. Voorburg-West) te parkeren (waar slechts overdag een parkeerregime in de vorm van een blauwe zone geldt). Dit leidt aldaar tot een ongewenste extra parkeerdruk .

Overigens is ook in deze studie niet integraal gekeken is naar de problematiek; de andere nieuw te bouwen woontorens aan de andere kant van het Maanplein (het inmiddels bekende rijtje: Maanplein 110, Frank is een Binck, en One Milky Way, waarvan 2 gebouwen al vergund zijn en 1 in aanvrage is) zijn niet meegenomen in het onderzoek. - Ten slotte wijs ik erop dat de onderliggende studie/rekenmodel van Goudappel Coffeng op geen enkele wijze rekening houdt met de lessons learned van de Corona-crisis. Steeds meer werkgevers zetten in op structureel thuiswerken en hybride werken2. Hierdoor zullen ook 1 Van de kant van Staedion is aangegeven dat het om ca. € 900 per jaar zou gaan 2 De grootste groep werkenden verwacht na de coronacrisis tussen de 1 en 3 dagen thuis te blijven werken.

Maximaal 10% van de thuiswerkers verwacht na de coronacrisis (bijna) fulltime thuis te blijven werken, aldus het rapport Thuiswerken en de Coronacrisis van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid van het Ministerie van IenW (september 2020)

16

reispatronen en -bewegingen structureel veranderen. Dit betekent ook dat de parkeervraag gaat veranderen, en de mogelijkheden van dubbelgebruik van parkeerplaatsen substantieel afnemen. De in het rapport gehanteerde aanwezigheidspercentages en parkeer(vraag)berekeningen zijn dan ook achterhaald en niet meer valide. De stelling dat er voldoende parkeercapaciteit is, is in dit licht dan ook niet houdbaar. Niet voldaan aan hoogbouw-eisen van nota Eyeline en Skyline - Het Omgevingsplan (artikel 7.2.2. lid b.) stelt dat hoogbouw zorgvuldig ingepast moet worden. o Artikel 7.2.2. lid b. “hoogbouw dient zorgvuldig te worden ingepast volgens het Haagse hoogbouwbeleid;” - Het Haagse hoogbouwbeleid verwijst naar de nota Haagse Hoogbouw Eyeline en Skyline (https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/5946855/1/RIS298448_bijlage_Haagse_hoogbouw% 2C_Eyeline_en_Skyline). Hoofdlijnen Eyeline Skyline - Een van de eisen in het Haags hoogbouwbeleid is dat gebouwen tot 70m de footprint van de toren een diagonaal hebben van maximaal 45 meter. - De aanvrager stelt zelf dat het gebouw een diagonaal van 45,4 meter heeft en dit valt met behulp van de tekeningen in de aanvraag ook na te rekenen. Dit is echter groter dan is toegestaan. Het college had op dit punt de aanvraag dan ook niet mogen inwilligen.

- Gelet op de locatie van het bouwplan - pal aan de gemeentegrens met Leidschendam-Voorburg en op zeer korte afstand van laagbouwwoningen - dient uit een oogpunt van behoorlijk bestuur eveneens ten aanzien van deze woningen sprake te zijn van zorgvuldige inpassing. Nu dit aspect in algemene zin in het Haagse hoogbouwbeleid buiten beschouwing is gebleven, vormt het Haagse hoogbouwbeleid een te enge interpretatie van de omgevingscriteria. Daarmee moet dit beleid als kennelijk onredelijk worden geacht en had het niet aan onderhavige besluitvorming ten grondslag mogen worden gelegd. - Tevens staan er uitgangspunten voor de Binckhorst in de nota E&S (pag. 53) o “a. de zones grenzend aan woongebieden kennen geen hoogbouw: het gaat om het Waterfrontpark langs de Trekvliet en de bebouwing langs de Broekslootzone/Maanweg. Deze gebieden hebben het primaat wonen, hier is wonen in de plint mogelijk.” - Hieraan wordt tevens niet voldaan. Afgeweken van eisen Omgevingsplan inzake gedifferentieerd woningbouwprogramma - Artikel 7.2.6 onder c van het Omgevingsplan Binckhorst stelt “Bij de realisatie van woningen dient een voldoende gedifferentieerd woningbouwprogramma te worden gebouwd, zowel in woningtype als in prijsklasse. - In de Beleidsregel woonkwaliteit wordt dit uitgewerkt in 1. ‘Verschillende woningtypen’ en 2. ‘Verhouding (sociale) huur- en koopwoningen’.

- In de aanvraag is gekozen voor 100% sociale woningbouw met hetzelfde woonoppervlak (“In het Hoekblok worden 140 sociale huurwoningen gerealiseerd bestaande uit 4 tweekamerappartementen en 136 driekamerwoningen. De woningen kennen een gemiddelde grootte van 67 m2.). - In de aanvraag is terecht gesteld dat volgens het Omgevingsplan afgeweken kan worden van de eis bij verhouding (sociale) huur- en koopwoningen om minimaal 20% van de woningen een huurwoning met middeldure huur te laten zijn indien er wordt gekozen voor uitsluitend sociale huur. - Maar de aanvraag stelt tevens dat op de basis van louter sociale woningbouw ook afgeweken kan worden van de eis bij 1 Verschillende woningtype dat geen enkel woontype (gedefinieerd in gebruiksoppervlak) meer dan 60% van het totaal aantal woningen binnen de totale ontwikkeling beslaat. Deze uitzondering wordt niet genoemd in het Omgevingsplan noch in de Beleidsregel

17

woonkwaliteit. Tevens is artikel 7.2.6 niet opgenomen als een gebied waar gesaldeerd kan worden. Gelet hierop wordt ten onrechte afgeweken van het Omgevingsplan en de Beleidsregel. Wel of geen creatieve industrie? - In de aanvraag wordt verwezen naar artikel 7.2.16 van het Omgevingsplan en wordt gesteld: o Artikel 7.2.16 Het verrichten van activiteiten in de creatieve industrie In het Hoekblok worden activiteiten in de creatieve industrie gerealiseerd. Dit artikel is niet van toepassing. - Enerzijds wordt er gesteld dat er creatieve industrie-activiteiten gaan plaatsvinden, anderzijds wordt gesteld dat het artikel niet van toepassing is. Hiermee is de aanvraag innerlijk tegenstrijdig. Bezonningseffecten niet acceptabel - In het Omgevingsplan wordt expliciet gesteld dat de bezonning van belendende percelen niet onevenredig wordt aangetast. o Omgevingsplan artikel 7.2.2. d.: de bezonning van belendende percelen wordt niet onevenredig aangetast, waarbij het Haags bezonningsbeleid in acht wordt genomen; - In de vergunningaanvraag is vermeld dat de ondergrens van het Haags bezonningsbeleid van ten minste twee mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari t/m 21 oktober niet wordt overschreden.

- Hierbij wordt echter over het hoofd gezien dat onevenredige aantasting niet enkel wordt gedefinieerd door (de ondergrens van) het Haags bezonningsbeleid, maar dat de bezonning op zichzelf niet onevenredig mag worden aangetast. Buiten het beleid kan er altijd nog onevenredige aantasting zijn, bijvoorbeeld vanwege effecten op woningen in aangrenzende gemeenten, waar het Haags bezonningsbeleid niet van toepassing is, zoals in casu voor woningen in LeidschendamVoorburg. - Uit de studie blijkt dat in Leidschendam-Voorburg vanaf 19.00 tot zonsondergang enkele woningen aan de Overburgkade worden beschaduwd door de nieuwbouw. Dit betekent in de zomerperiode meerdere uren zonneverlies. - Dit effect is enerzijds het gevolg van de keuze van de hoogte van de woontoren en anderzijds het gevolg van de keuze om het woonblok in de uiterste hoek van het plangebied neer te zetten. - Gelet hierop is deze aantasting van bezonning in Leidschendam -Voorburg naar objectieve maatstaven onevenredig. En voldoet de aanvraag derhalve niet aan de eisen van het Omgevingsplan. - Volledigheidshalve wordt in dit verband nog gewezen op eventuele bezonningseffecten van de andere door de projectontwikkelaar geplande, nog hogere panden. Om ook hier salami-tactiek te voorkomen had een integrale bezonningsstudie bij de aanvraag overgelegd moeten worden.

18

Windhindereffecten niet acceptabel - Het Omgevingsplan vraagt om een aanvaardbaar windklimaat op basis van het Haags windhinderbeleid: Omgevingsplan artikel 7.2.2. e. er is sprake van een aanvaardbaar windklimaat, waarbij het Haags windhinderbeleid in acht wordt genomen; - Het Haags windhinderbeleid is vastgelegd in de door de gemeenteraad vastgestelde normen voor windhinder en bezonning gehanteerd (RIS 170509), gebaseerd op NEN-normen 8100 en dit wordt nogmaals herhaald in hierboven aangehaalde Hoogbouwvisie Eyeline en Skyline: Als ondergrens moet minimaal een ‘matig’ (zoals gekwalificeerd in NEN 8100) windklimaat worden nagestreefd. Een ‘slecht’ windklimaat wordt slechts bij hoge uitzondering en onder nadere voorwaarden toegestaan. Bij windgevaar worden twee kwalificaties gegeven: ‘beperkt risico’ en ‘gevaarlijk’. Het spreekt voor zich dat de kwalificatie ‘gevaarlijk’ in beginsel moet worden voorkomen. - Om te voldoen aan het Omgevingsplan wordt in de aanvraag verwezen naar de uitkomsten van het bij de aanvraag geleverde ActiFlow (rapport 2.0 d.d. 26-07-2019). Wat opvalt is dat hieruit niet blijkt wat de windeffecten van het hoekblok precies zijn, omdat geen vergelijking wordt gemaakt tussen de nul-situatie (vóór hoekblok) en de 1-situatie (na bouw hoekblok). Slechts de 1-situatie wordt beschreven. Dit is ten onrechte niet gebeurd.

19

- Uit pagina 7 van de meegeleverde studie van ActiFlow blijkt dat de buitenruimte van kinderopvang CompaNanny in categorie c komt te vallen. Dit in combinatie met het recreatieve gebruik (buiten spelen), leidt zoals weergegeven in de tabel op pagina 2 van de studie van ActiFlow tot een beoordeling ‘slecht’. Feitelijk betekent dit dat de buitenruimte van Compananny grotendeels onbruikbaar wordt. Het Haags windhinderbeleid stelt: “een ‘slecht’ windklimaat wordt slechts bij hoge uitzondering en onder nadere voorwaarden toegestaan.” Hier worden echter geen maatregelen voor aangekondigd. Dit betekent een overtreding van het Haags Windhinderbeleid en daarmee niet voldoen aan de eisen uit het Omgevingsplan. - Uit de afbeelding op pagina 7 van de studie blijkt tevens dat een groot gedeelte van het gebied om de Haagse Arc (voorheen ICC) in categorie d. valt. In combinatie met het gebruik slenteren (nb. niet iedereen die hier loopt zal ‘doorlopen’) is er sprake van een beoordeling ‘slecht’. Het Haags windhinderbeleid stelt: “een ‘slecht’ windklimaat wordt slechts bij hoge uitzondering en onder nadere voorwaarden toegestaan.” Hier worden echter gaan maatregelen voor aangekondigd. Dit betekent een schending van het Haags Windhinderbeleid, waarmee niet wordt voldaan aan de eisen uit het Omgevingsplan.

Dit is een belangrijk punt omdat – zo valt uit eigen waarneming op te maken er zich op deze locatie al diverse wind gerelateerde ongelukken hebben voorgedaan. Veel fietsers mijden zo mogelijk het kruispunt bij sterke wind omdat men zich niet staande (laat staan fietsende) kan houden. - Vervolgens raadt ActiFlow in het bijgeleverde rapport mitigerende maatregelen aan zoals verwoord in paragraaf 5.2. Het is onduidelijk op welke wijze hieraan in de aanvraag uitvoering is gegeven. De toelichting op artikel 7.2.2. e. stelt enkel dat er sprake is van een aanvaardbaar windklimaat. Dit correspondeert niet met het rapport. Opnieuw wordt er niet voldoen aan de eisen uit het Omgevingsplan. - Uit de studie kan verder worden opgemaakt dat er tevens sprake is van windeffecten aan de kant van Leidschendam Voorburg, meer specifiek bij de woningen in het carré WestenburgstraatOverburgkade-Pr. Mariannelaan-Tuinluststraat (windklasse c), met name bij wind uit zuidwestelijke richting. Dit gaat ten koste van het gebruik van tuinen en balkons en geeft windeffecten op gevels van de Westenburgstraat. - Naar analogie van de bezonningsproblematiek, is het Haags windhinderbeleid hier niet van doorslaggevende betekenis. Ook zonder dit beleid moeten volgens het Omgevingsplan de effecten als gevolg van keuzes door de projectontwikkelaar, naar objectieve maatstaven aanvaardbaar zijn.

- Meer in het algemeen dient er, evenals bij bezonning, sprake te zijn van een integrale studie waarbij ook de effecten van de andere gebouwen worden betrokken. Dit om gefragmenteerde beoordelingen te voorkomen. - Om de genoemde problematiek te ondervangen is een tweede studie bijgevoegd zoals opgesteld door ActiFlow (d.d. 1/10/2019 versie 4.3). Als bij toverslag worden in deze studie (die GEEN rekening houdt met de windeffecten van Maanplein 110) alle overlastproblemen opgelost. Door Ir. Aanen van bureau Peutz BV is op verzoek van de Gemeente Leidschendam-Voorburg (zie separate pdf) een second opinion opgesteld. Deze studie zet vraagtekens bij de gemodelleerde positieve effecten van de genoemde bomen en vraagt om nader inzicht in de toegekende porositeit van de bomen en benoemt expliciet dat het berekende effect pas wordt bereikt als de bomen de volwassen afmetingen hebben bereikt waarmee is gemodelleerd. - Met andere woorden, de vergunningaanvrager had nader inzicht moeten verschaffen over de toegekende porositeit en expliciet toezeggen dat er volwassen bomen geplaatst zullen worden. Wanneer er nog geen sprake is van volwassen bomen wordt niet voldaan aan de eisen uit het Omgevingsplan per 7.2.2. e en had de aanvraag op dit punt afgewezen worden. -

20

Openbare ruimte geen residentiekwaliteit - In het Omgevingsplan Binckhorst wordt expliciet gevraagd om voor openbare ruimte residentiekwaliteit in acht te nemen. o Omgevingsplan artikel 7.2.1. lid p.: voor de openbare ruimte wordt residentiekwaliteit in acht genomen en bij de inrichting wordt rekening gehouden met Handboek Openbare ruimte en de functionaliteit, flexibiliteit en veelzijdigheid (in gebruik). - Bij de stukken van de onderliggende aanvraag is een tekening gevoegd waaruit volgt dat er speeltoestellen en dergelijke achter de hoektoren komen ten behoeve van recreatie. - Dit wordt in de verantwoording van artikel 7.2.1 lid p. meegenomen. Wat ten onrechte vergeten lijkt te worden is dat uit het bijgeleverde windrapport van ActiFlow volgt dat recreëren op deze plek regelmatig onmogelijk is vanwege windoverlast. De hele tuin achter de toren valt onder categorie c. Categorie c krijgt in combinatie met Langdurig zitten (‘bankje in het park’) beoordeling ‘slecht’. Dit is niet in lijn met de eisen voor openbare ruimte uit het Omgevingsplan en betekent dat deze recreatieve voorzieningen in de praktijk niet of nauwelijks bruikbaar zijn. Stikstofdepositie onduidelijk op basis van aanvraag - Volgens de aanvrager zijn er – vanwege het gebruik van stadsverwarming – enkel stikstofeffecten van verkeer en zijn deze te verwaarlozen.

Niet duidelijk wordt wat bedoeld wordt met ‘te verwaarlozen’; - Allereerst wordt niet onderbouwd waarom stadsverwarming geen effect op stikstofdepositie zou hebben. - Vervolgens wordt de stikstofimpact van de bouwwerkzaamheden niet benoemd, noch doorgerekend, noch wordt aangegeven hoe dit effect op nul blijft. - Tevens is niet herleidbaar welke waardes zijn ingevoerd in het model. Is er uitgegaan van de berekende verkeersintensivering of zijn er andere waardes ingevoerd en zo ja, welke. Dit wordt onvoldoende uitgewerkt in de vergunningsaanvraag en maakt het derhalve onmogelijk om dit belangrijke punt te verifiëren. Dit had door de aanvrager duidelijker gemaakt dienen te worden. Risico van schade aan omliggende percelen in Voorburg-West door zwaar heiwerk en grondwatereffecten - In de directe omgeving van de locatie van het Hoekblok, bv. Overburgkade, Westenburgstraat, Tuinluststraat zijn diverse vooroorlogse woningen gelegen. Deze zijn ‘op staal gefundeerd, hetgeen ze kwetsbaar maakt voor trillingen. Ik bewoon één van die woningen. - Uit het onderzoek bodemgesteldheid van de firma Geomet van 16 juli 2019 blijkt dat bij de realisatie van het bouwplan sprake zal zijn van (zeer) zwaar heiwerk. De trillingen ten gevolge van het heiwerk kunnen aldus Geomet mogelijk hinder en beïnvloeding van de omgeving opleveren.

Gezien de aanwezigheid van bestaande bebouwing wordt aanbevolen trillingen te monitoren tijdens de uitvoering van het heiwerk. - Uit de aanvraag wordt echter ten onrechte niet duidelijk welke preventieve maatregelen de ontwikkelaar voornemens is om te treffen op dit punt om schade aan omliggende woningen te voorkomen. Op blz. 14 van de Ruimtelijke onderbouwing toetsing regels omgevingsplan Binckhorst d.d. 29 juli 2019 wordt slechts gesteld dat er rekening wordt gehouden bij de bouwactiviteiten met de woningen in de omgeving. Dit is gelet op de grote belangen van bewoners een volstrekt onvoldoende waarborg. - Gelet hierop wordt de maatschappelijke zorgvuldigheid die jegens de omwonenden, ook in Voorburg-West in acht zou moeten worden genomen, met voeten getreden. Dit geldt mutatis mutandis voor de effecten op de grondwaterstand. - Tijdens de presentatie van Borghese tijdens de eerdergenoemde informatiebijeenkomst op 30 maart 2021 over de bouwplanning en -fasering werd door de projectontwikkelaar toegezegd dat

21

er (alsnog) gebruik zal worden gemaakt van een trillings- en geluidarm heisysteem (“combi-HEK schroefpalen”) en dat er vooropname van de omliggende woningen zal plaatsvinden. Ik juich dat toe, maar meen dat zulks bij de vergunningverlening als voorwaarde had moeten worden gelden, en meen dat Gemeente op dat punt nalatig is geweest. Verlies aan groen en te weinig buitenvoorzieningen voor recreatief gebruik Op en rondom het Maanplein is slechts beperkt groen voor openbare recreatie aanwezig. Een gedeelte van het aanwezige groen is namelijk voor particulier gebruik door Compananny. Door de bouw van het hoekblok is een groot gedeelte van het wel aanwezige groen vervallen en de vraag is hoe bruikbaar het overblijvende groen is gelet op schaduwwerking en eerdergenoemde windeffecten. Dit gaat een nog grotere belasting geven van het groen in Voorburg-West, met name van ‘Opa’s veldje (de buurtspeeltuin) in Voorburg-West dat in de directe nabijheid is gelegen en nu al zeer intensief wordt gebruikt door de buurt, de kinderdagverblijven, de scholen en scouting. Het is dus a) zaak dat het verlies aan groen op of rondom het Maanplein in de directe omgeving wordt gecompenseerd en b) het resterende groen zo aantrekkelijk mogelijk wordt gemaakt voor recreatie. Het plaatsen van een waterbaan is een eerste stap, maar waar echt behoefte aan is, zijn trapveldjes en meer speeltoestellen. Nb.

de suggestie dat de gebrekkige hoeveelheid groen zelfs gebruikt kan worden als saldering voor de plint is hiermee helemaal onnavolgbaar. Bodemonderzoek te beperkt - Door de Firma SGS is verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. (studie 24 april 2019). Hieruit blijkt het volgende. - De zintuiglijk verontreinigde grond (beton, baksteen en kolengruis) tot 3,0 m-mv is licht verontreinigd met PCB, cadmium, kwik, lood, PAK en/of minerale olie. De achterblijvende grondlagen (3,0 – 3,5 mmv) zijn licht verontreinigd met PCB, kwik, lood en/of PAK. Het grondwater is licht verontreinigd met naftaleen, benzeen, xylenen, cis+trans-1,2-dichlooretheen en/of vinylchloride. Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt geconcludeerd dat de opgestelde hypothese “verdachte locatie” strikt genomen juist is. Echter, gezien de relatief lage gehalten is er aldus de onderzoekers, geen aanleiding tot het verrichten van vervolgonderzoek. - Gelet op dit oordeel is vervolgonderzoek echter wel geboden, teneinde enigerlei gezondheidsrisico uit te sluiten en zou dit onderzoek ook onderzoek op het terrein van PFAS/PFOS moeten behelzen. Plangebied flora en fauna te eng Door bureau NGB is een Quick scan flora en fauna uitgevoerd (studie NGB d.d. 25 juli 2019).

Gelet op het belang (van behoud) van een groene leefomgeving is het onbegrijpelijk en onjuist dat niet is gekeken naar de flora en fauna effecten net aan de overzijde van de gemeentegrens. Dit geldt des te meer door de afwezigheid van enig betekenisvol en relevant openbaar groen op het Maanplein zelf (zie hiervoor), waardoor ook de toekomstige bewoners van het Maanplein e.o. veelal zullen terugvallen op het groen in Voorburg-West. Vanaf het Maanplein zou de (nu gekapte) groene inrichting aansluiting moeten krijgen op de aangewezen ecologische Broekslootzone, die versterkt zou moeten worden volgens het Omgevingsplan. Het Bureau NGB noemt deze zone abusievelijk de Laakzone en noemt de eeuwenoude Broeksloot de Binckhorstwatergang. De groene long van de Binckhorst zou hier juist moeten aansluiten op de parken in Voorburg-West, zoals Park Sonnenburgh, Park Middenburg ende cultuurhistorische tuin van Huygens’ Hofwijck. Daarmee wordt aansluiting gerealiseerd met de buitenplaatsen en parken Arentsburgh en Hoekenburg. Op dit gebied zou alsnog onderzoek moeten worden gedaan.

22

Externe veiligheid roept vraagtekens op - Artikel 7.21.lid m van het Omgevingsplan stelt dat er niet mag worden gebouwd in de “overige zoneleiding gas”. Uit de aanvraag blijkt niet of aan dit artikel wordt voldaan. - In de bijlage bij de aanvraag voor de omgevingsvergunning heeft de initiatiefnemer niet of op onduidelijke wijze aangegeven wat het groepsrisico in de huidige situatie is ten aanzien van de aanwezige hogedrukgasleiding van zowel Gasunie als Stedin. Dat moet dan worden afgezet tegenover de nieuwe situatie. Vervolgens zou ter plekke van het geplande woongebouw het groepsrisico moeten worden aangegeven, en niet voor een lengte van 1 kilometer, zoals in de bijlage is gedaan door het adviesbureau. - Bij de bouw van het kantorencomplex langs de Regulusweg zijn in het verleden in het bijzonder bouwkundige maatregelen genomen om bij een calamiteit (ontploffing) de schade te beperken. Zelfs in het wegdek van de Zonweg zijn voorzieningen getroffen. - Bij een woongebouw van 140 eenheden en dus ongeveer 300 bewoners gelden nog zwaardere eisen. - Het is aan het bevoegd gezag om integraal de veiligheidsrisico’s in beeld te brengen en om de veiligheidsdiensten (Veiligheidsregio) te laten adviseren over de mogelijkheden voor zelfredzaamheid en hulpverlening bij een gebouw van 15 verdiepingen.

- Belanghebbenden ontberen het advies van de leidingbeheerder, de Nederlandse Gasunie en dat van de Veiligheidsregio. - De initiatiefnemer komt niet verder dan de conclusie dat het woongebouw buiten de gebiedsaanduiding “overige zone-leiding gas” is gelegen. - Daarmee wordt de veiligheid van toekomstige bewoners niet in beeld gebracht, zodat de aanvraag op dit punt onvolledig is. Door deze toch in te willigen, is er sprake van onzorgvuldige besluitvorming alsmede een gebrekkige motivering. Alleen al vanuit het preventiebeginsel zou het realiseren van een woongebouw op deze plek moeten worden afgeraden. Geluidsbelasting Maanweg in praktijk veel hoger - LPB Sight heeft akoestisch onderzoek gedaan (rapport 25 juni 2019). Hieruit blijkt o.a. dat: “ Uit het voorgaande blijkt dat de geluidbelasting vanwege zowel het wegverkeer op de rijksweg, de Maanweg, de Regulusweg en de Saturnusstraat als het railverkeer op de spoorlijn Den Haag Centraal – Voorburg hoger is dan de voorkeursgrenswaarden. Vanwege de rijksweg wordt ook de maximale ontheffingswaarde overschreden. De geluidbelasting vanwege de Melkwegstraat is lager dan de voorkeursgrenswaarde”. - Geconcludeerd wordt dat “Bij dit project zijn geluid beperkende maatregelen geen optie. De maatregelen zijn niet doeltreffend genoeg en kennen technische, financiële en stedenbouwkundige bezwaren.

De gemeente Den Haag kan in dit geval een hogere waarde voor de geluidbelasting vaststellen. Daar zijn wel voorwaarden aan verbonden. Zie verder hoofdstuk 6” - Hierbij zij evenwel aangetekend, dat in deze studie ten onrechte geen enkele rekening wordt gehouden met de geluidseffecten van het HOV-tracé dat thans wordt onderzocht i.h.k.v. de zgn. MIRT-verkenning CID-Binckhorst, waarbij de voorkeursvariant is geprojecteerd over de Maanweg en bovengrondse aanleg een zeer waarschijnlijke variant is, waarbij het tracé ‘nagenoeg voor de deur’ van het hoekblok komt. Het ligt voor de hand dat deze vorm van hoogfrequent openbaar vervoer een aanzienlijke extra en hogere geluidsbelasting met zich mee brengt. De resultaten van de studie van LBP Sight zijn derhalve een onderschatting van de werkelijke geluidsbelasting ter plaatse. Dientengevolge kan ook niet door LBP Sight worden gesteld dat de gecumuleerde geluidsbelasting voldoet aan de plandrempel van 69,5 dB[1] (en daarmee wordt voldaan aan de eisen van het Omgevingsplan).

23

Geen enkel onderzoek naar maatschappelijke voorzieningen Op geen enkele wijze wordt in de aanvraag noch in het besluit aandacht besteed aan de beschikbaarheid van maatschappelijke voorzieningen als bv. huisartsen, tandartsen, scholen, kinderopvang, sportvelden. Dit is een omissie, omdat er naar algemeen bekend is, ter zake niet of nauwelijks voorzieningen zijn op de Binckhorst, terwijl de wel bestaande voorzieningen aan de kant van Leidschendam-Voorburg reeds overbelast zijn. In dit verband wordt onder meer gewezen op de wachtlijsten voor lagere scholen en huisartsen. Voorkomen moet worden dat op dit punt een verdringingseffect ontstaat. Op dit punt moet alsnog onderzoek worden gedaan, hetzij door de projectontwikkelaar, hetzij door de gemeente Den Haag en dient er opnieuw beslist te worden op de voorliggende aanvraag nadat dergelijke onderzoeken hebben plaatsgevonden en de resultaten daarvan bevredigend zijn, ook voor de buurgemeente, op wiens voorzieningen een beroep wordt gedaan. Het is daarbij van belang om niet in ‘splendid isolation’ te kijken naar de impact van het hoekblok alleen, maar om een integrale en realistische benadering te hanteren, waarbij ook rekening wordt gehouden met aanpalende ontwikkelingen en voornemens, zoals bijvoorbeeld eerder genoemde andere torens.

Onderzoek luchtkwaliteit te optimistisch en overschrijding van WHO-normen - Door Fa LBP Sight is onderzoek gedaan naar de luchtkwaliteit en stikstofdepositie (rapport d.d. 25 juli 2019, no R047232ab.19AGR2U.djs). In dit onderzoek is ten onrechte geen rekening gehouden met het Toepasbaarheidsbeginsel, dat van kracht is sedert 19 december 2008. Dit beginsel geeft aan op welke plaatsen de luchtkwaliteitseisen toegepast moeten worden: de werkingssfeer en de beoordelingssystematiek. Dit is een uitwerking van bijlage III uit de nieuwe Europese richtlijn betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa (2008/50/EG). Ingevolge dit beginsel hoeft de beoordeling van de luchtkwaliteit niet plaats te vinden “op de rijbaan van wegen, inclusief de middenberm van wegen, tenzij voetgangers normaliter toegang tot de middenberm hebben”. Van die uitzonderingssituatie is sprake ter hoogte van de voetgangersoversteekplaats tegenover de geprojecteerde locatie van het hoekblok. - In paragraaf 3.3. van het onderzoek wordt het rekenmodel toegelicht: “….In fase II wordt op termijn naast het hoekblok waarvoor nu een omgevingsvergunning wordt gevraagd, ook twee andere objecten gerealiseerd onder de naam Luna en Stella.

Vanuit dit opzicht is het aan te bevelen om bij de beoordeling van de effecten van het plan op luchtkwaliteit en stikstofdepositie, het onderzoek zo uit te voeren dat de effecten van het hoekblok cumulatief beschouwd worden met die van de twee andere objecten, en de reeds gerealiseerde objecten uit fase I.”. - Elders in het rapport (blz. 11) wordt gesteld dat “In onderhavige studie is het cumulatieve effect van de planvorming van het Maanplein voor zowel fase I als fase II cumulatief beoordeeld. Dit betekent dat voorgaande conclusies ook van toepassing zijn op de objecten Luna en Stella die onderdeel uitmaken van fase II. Daarbij wordt echter miskend dat het ontwerp van Luna en Stella inmiddels drastisch is gewijzigd (verworden tot Maanplein 110). Bovendien – en dat is zo mogelijk belangrijker - wordt geen rekening gehouden met de effecten van het (reeds vergunde) direct naast Maanplein 110 gelegen gebouw Frank is een Binck (ook reeds vergund) en het gebouw One Milky Way (in aanvrage). - Daar komt bij dat het maar zeer de vraag is of de berekende emissies juist zijn berekend; in de meest recente plannen voor de Maanweg (zie Visie Posad Maxwan) is sprake van een versmalling van de Maanweg (de centrale verkeersader) tot 2 x 1 rijstrook (thans 2 x 2 rijstrook), hetgeen negatieve gevolgen heeft voor de maximale verkeersafwikkeling en de gemiddelde snelheid rondom het Maanplein.

Vraag is dus of de doorstroomsnelheden waarmee is gerekend überhaupt kunnen worden gehaald en of de emissies feitelijk niet veel hoger zullen liggen.

24

-

-

In het rapport wordt voorts ten onrechte geen toets gedaan op de strengere WHO-normen voor luchtkwaliteit. Dit is onjuist, want de gemeente Den Haag heeft in het coalitieakkoord 20142018 (“Vertrouwen op Haagse Kracht”). de ambitie heeft uitgesproken om de normen voor luchtkwaliteit van de Wereldgezondheids-organisatie (WHO) na te streven. In het Actieplan luchtkwaliteit 2015-2018 van de gemeente Den Haag is dit streven verder uitgewerkt in maatregelen. Deze ambitie geldt nog steeds getuige het coalitieakkoord 2019-2022: “Daarom blijft de coalitie zich inzetten om de luchtkwaliteit in de stad te verbeteren. We streven naar de norm van de Wereldgezondheids-organisatie WHO”. Logischerwijze geldt deze ambitie (met lagere normen, dan ook als toetssteen voor vergunningverlening. Aan die normen wordt – zo lijkt het – in ieder geval niet volledig voldaan. Zo is de WHO advieswaarde 10 µg/m3 voor PM2,5 (zeer fijn stof), hetgeen betekent dat de vergunning niet kan worden verleend. Inzake het onderzoek van LBP Sight heb ik ook ruggespraak gehouden met de Citizen Science groep LV2 (Lucht Voor Leidschendam-Voorburg).

Ook van die kant bestaan er de nodige vraagtekens over het eerdergenoemde onderzoek: - “Wij wijzen erop dat de stoplichten kruispunt Maanweg / Regulusweg / Westenburgstraat in samenloop met de stoplichten bij de oprit naar de A12 aanleiding geeft tot zeer frequente filevorming en tot langzaam en stilstaand verkeer (vaak met een geblokkeerd kruispunt tot gevolg). Extra verkeersbewegingen als gevolg van de additionele bewoners aan het Maanplein verergeren dit probleem. In de berekeningen moet rekening worden gehouden met deze additionele stagnatie. Wij kunnen uit het rapport niet opmaken of de verandering in stagnatie is meegenomen in de berekening. Integendeel, wij observeren dat alle stagnatiefactoren in het rapport op 0 zijn gezet. Wij horen graag of stagnatie is meegenomen, en of de verandering van karakteristiek van deze weg is meegenomen. - Wij constateren dat er uitgegaan is van een simplistisch verkeersmodel. Het additionele verkeer vindt alleen plaats op de Maanweg. Het is te verwachten dat er ook additionele verkeersstromen zijn richting de winkelcentra in Voorburg en Rijswijk. De additionele verkeerstromen op Binckhorstlaan en Westenburgstraat zijn niet in het verkeersmodel opgenomen. Deze additionele verkeersstromen en de effecten op de stagnatie bij het kruispunt Maanweg/Regulusweg zijn niet verdisconteert. Het verkeersmodel lijkt daardoor irreëel.

Met name bij de omgeving van het genoemde kruispunt (inclusief stagnatie) zal dit een effect hebben. - Het extra verkeer onder de tunnel van de A12 tot en met de afrit van de A12 is niet meegenomen in de berekeningen. - Er zijn (gelukkig) rekenpunten aangegeven op de Overburgkade, maar niet op het stuk tussen de A12 en het kruispunt Maanweg/Regulusweg, terwijl dit een stuk is met stagnerend verkeer. - De AERIUS berekeningen zijn recent door de Raad Van State bekritiseerd (https://www.trouw.nl/duurzaamheid-natuur/snelwegen-voorlopig-niet-uitgebreidminister-van-nieuwenhuizen-moet-haar-stikstofhuiswerk-overdoen~bb5bcfa6/) aangezien de stikstofbijdrage op een afstand groter dan 5 km niet wordt verdisconteerd. Is deze afsnijding hier ook toegepast? - De AERIUS berekeningen in dit rapport betreffen zo te zien alleen de jaarlijkse stikstofbijdrage van de uitlaatgassen van het verkeer. Hiernaast moet ook rekening gehouden worden door de stikstof die geproduceerd wordt door de bouwwerkzaamheden zelf. Hoe groot is deze bijdrage en blijft de conclusie van het rapport (nl dat de stikstof uitstoot onder de NIBM grens valt) dan overeind?

25

-

De gemeente Leidschendam-Voorburg streeft (net als de gemeente Den Haag) naar voldoen aan de WHO normen voor luchtvervuiling in 2030. De modelberekeningen laten zien dat deze WHO normen voor fijnstof zullen worden overschreden. Dit maakt dat de uitkomsten op zijn minst optimistisch en onvolledig zijn en niet kunnen dienen als basis voor besluitvorming ter zake. Stikstof - Uit de aangeleverde stukken blijkt niet dat onomstotelijk vast staat dat de voorgenomen activiteit geen significant negatieve effecten heeft op de Natura 2000 gebieden. De aangeleverde stukken zijn onvoldoende om dit aan te tonen omdat ze niet in cumulatie berekend zijn en niet met de juiste versie van Aerius calculator 2019 en waarschijnlijk onvoldoende materieel (bouwmachines) in de realisatiefase. Ik baseer mij hierbij op het deskundigenoordeel van de heer E. Van Liempd, zelfstandig adviseur stikstof, ecologie en landschap. - De WABO heeft als wettelijke vereiste een aanhaakplicht. Dit houdt in dat als de initiatiefnemer eerst de omgevingsvergunning aanvraagt, er een aanhaakplicht geldt en de gemeente moet beoordelen of ook aan de vereisten van de WNB (Wet natuurbescherming) voldaan is.

- In het bij de vergunningaanvraag gevoegde rapport van LDP Sight (Onderzoek stikstofdepositie bouw- en gebruiksfase1 oktober 2019 Maanplein fase II - Hoekkavel R047232ab.19E2ANG.jdb) wordt voor de uitvoer van de berekening de AERIUS Calculator 2019 gebruikt. De juiste versie van de AERIUS calculator is de oktober 2020 versie. De vergunning had niet verleend mogen worden op basis van een AERIUS berekening uit 2019. - Op pagina 3, van het rapport (Onderzoek stikstofdepositie bouw- en gebruiksfase1 oktober 2019 Maanplein fase II - Hoekkavel R047232ab.19E2ANG.jdb) wordt de 235 m2 ruimte aan vloeroppervlakte voor de functie maatschappelijke dienstverlening ten onrechte niet meegenomen in de berekening. - Omdat er in het gebied Maanplein al eerder woningen (266 in 2017) en kantoren gerealiseerd zijn, moet er in cumulatie berekend worden wat stikstof betreft. In het rapport EcoQuickscan (25 juli 2019 - EcoQuicscan door ecologisch adviesbureau voor natuur en landschap) lees ik dat er wel in cumulatie berekend is. De Aerius berekening van 177,5 kg/jr lijkt niet te corresponderen met de verkeersbewegingen van het hele plan. Er lijkt dus niet in cumulatie berekend te zijn.

- In het rapport van LDP Sight (Onderzoek stikstofdepositie bouw- en gebruiksfase1 van oktober 2019, Maanplein fase II - Hoekkavel referentie R047232ab.19E2ANG.jdb) is de tabel 2.1 op pagina 5 (inzet mobiele voertuigen) incompleet. Er staat een hijskraan op de lijst, die echter in delen aangevoerd en opgebouwd zal moeten worden, waarvoor is een 2e kraan nodig is. Deze tweede kraan is ten onrechte niet vermeld. De stukken van de hijskraan worden gebracht met een vrachtauto, welke niet in de lijst is genoemd. Verder staat er een shovel en een graafmachine op de lijst, die ook gebracht moeten worden naar de bouwplaats met een dieplader. Deze is ook ten onrechte niet in de lijst opgenomen. Voorts is niet duidelijk of er al een bouwaansluiting (elektra) is of dat de stroomvoorziening op de bouwplaats d.m.v. van een generator gaat In dat geval had deze op de lijst met materieel moeten staan. Dit geldt ook voor de gasgestookte verwarming van de bouwkeet.

26

Conclusie Alles overziende meen ik dat het genomen besluit redelijkerwijze niet in stand kan blijven en verzoek ik u om dit te herzien. Bij die herziening dient tevens de bredere context in beschouwing te worden genomen. Per saldo worden er meer dan 1000 (!) woningen gerealiseerd in mijn directe omgeving, hetgeen feitelijk betekent dat ca. 20 % van de totale woningen op de Binckhorst wordt gerealiseerd op een fractie van de ruimte ervan. Juist dit zeer grote aantal woningen op een zeer kleine oppervlakte, direct op de gemeentegrens zal in Voorburg-West tot grote problemen leiden waardoor ik een ernstige en onaanvaardbare en daarmee onevenredige schade zal lijden en de kwaliteit van mijn woon- en leefomgeving wordt aangetast.. Hoogachtend,

[1] In het geluidbeleid van de Omgevingsdienst wordt hierbij uitgegaan van een plandrempel van 69,5 dB

(blz. 17 rapport)

27

28

Kopie besluit

29

30

Gemeente Den Haag

Retouradres: Postbus 12655, 2500 DP Den Haag

Secretariaat Adviescommissie bezwaarschriften BEC/Afdeling Juridische Zaken Sp E 05.14

Uw kenmerk

B.2.21.1353.001 t/m 040 Ons kenmerk

201915492 (omgevingsvergunning Maanplein Hoekblok) Behandeld door

Doorkiesnummer

Datum

6 juni 2021 Onderwerp

Verweerschrift inzake bezwaarschriften tegen omgevingsvergunning Maanplein Hoekblok

Geachte commissie, In verband met de bovengenoemde bezwaarschriften, berichten wij u als volgt. 1. Inleiding Het kantorencomplex Maanplein is in de jaren 1999-2001 ontwikkeld voor KPN. Het bestaat (bestond) uit circa 80.000 m2 kantoren, verdeeld over 12 gebouwen, met parkeergarages daaronder. In 2017 stond een groot deel van de kantoorgebouwen al leeg en KPN zou de andere gebouwen in de jaren hierop ook verlaten. Borhghese Real Estate en COD (BRECOD) hebben de locatie in 2016 aangekocht met als doel deze te (her)ontwikkelen tot een levendige woon- werkomgeving met een mix aan functies. Meerdere gebouwen worden getransformeerd en daarnaast wordt extra bouwvolume toegevoegd. In juli 2017 zijn de Stedenbouwkundige kaders Maanplein vastgesteld (RIS297419). Hierin zijn de uitgangspunten voor de vernieuwing van het gebied vastgelegd. De conclusie is dat het initiatief tot herontwikkeling van het Maanpleincomplex tot een levendige woon- werkomgeving met een mix van functies (wonen, innovatieve creatieve bedrijvigheid) past binnen de meest recente ambities van de gemeente voor de transformatie van de Binckhorst. “Zo sluit het aan op de gemeente brede ambitie van het verminderen van de kantorenleegstand en het creëren van een gemengd stedelijk milieu in dit deel van de Binckhorst.

Het sluit ook aan op de recente gebiedsgerichte en economische beleidskaders voor de Binckhorsthaven en het beleidsvoornemen zoals in het ambtelijk concept van het omgevingsplan geschetst.”1 Op 29 november 2018 is het omgevingsplan Binckhorst vastgesteld. Op 7 maart 2019 is het omgevingsplan in werking getreden.

1

Gemeente Den Haag, Dienst Stedelijke Ontwikkeling, Afdeling Stedenbouw & Planologie, Stedenbouwkundige kaders Maanplein, juli 2017, p. 7, RIS297419

Postadres: Postbus 12655, 2500 DP Den Haag Bezoekadres: Spui 70, Den Haag Internetadres: www.denhaag.nl

B.2.21.1353.001 t/m 040

2 Op 29 juli 2019 hebben wij een aanvraag om een omgevingsvergunning ontvangen voor “het bouwen van 164 woningen, 160 m2 detailhandel en een parkeergarage” ter plaatse van het Maanplein ongenummerd en de Maanweg ongenummerd. Deze aanvraag houdt verband met het zogenoemde ‘project Maanplein Hoekblok’. De aanvraag, met de vele bijlagen, is intern, bij de diverse deskundige afdelingen, en extern, bij onder meer de Omgevingsdienst Haaglanden, uitgezet voor een advies. Mede naar aanleiding van de diverse uitgebrachte adviezen, is de aanvraag op onderdelen aangepast naar “het bouwen van 140 sociale woningen, 150 m2 detailhandel en 235 m2 maatschappelijke dienstverlening en een parkeergarage met 121 parkeerplaatsen”. De aanvraag betreft de activiteiten ‘Bouwen’ en ‘Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’, in de zin van artikel 2.1, eerste lid onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Bij besluit van 28 oktober 2019 is de beslistermijn verlengd. Vervolgens is de termijn voor het nemen van een besluit nog diverse malen opgeschort. Bij besluit van 3 maart 2021 hebben wij de omgevingsvergunning verleend. De hierbij behorende stukken zijn opgenomen op de documentenlijst, processtuk J1. Niet lang na het verlenen en publiceren van de omgevingsvergunning is geconstateerd dat diverse documenten ten onrechte niet op de documentenlijst waren vermeld.

Bij besluit van 23 maart 2021 zijn deze stukken alsnog aan de omgevingsvergunning toegevoegd. Deze zijn opgenomen op de documentenlijst, processtuk K1. 2. De bezwaarschriften Tegen het besluit zijn 40 bezwaarschriften ingediend. Het betreft: -

B.2.21.1353.001 t/m 040

3

-

B.2.21.1353.001 t/m 040

5

2.1.3 Termijnoverschrijding Eén bezwaarschrift (B.2.21.1353.040) is buiten de daarvoor geldende wettelijke termijn ingediend. Het besluit is op 3 maart 2021 op de juiste wijze bekendgemaakt. In de publicatie is deze datum vermeld. Dit betekent dat belanghebbenden uiterlijk op woensdag 14 maart 2021 een bezwaarschrift konden indienen. Het bezwaarschrift met eindnummer 040 is gedateerd 14 maart 2021 en ontvangen op 16 maart 2021. Gelet op het poststempel is het bezwaarschrift op 15 maart 2021 ter post bezorgd. Een dag te laat derhalve. Het is vaste jurisprudentie dat het poststempel, indien dat goed leesbaar is, leidend is.2 Op het moment van schrijven van dit verweerschrift is het betreffende bezwaarschrift nog niet als niet-ontvankelijk afgedaan. Dit zal alsnog moeten gebeuren. 2.1.4 Relativiteitsvereiste Hoewel wij ons ervan bewust zijn, dat het relativiteitsvereiste pas van toepassing is in de beroepsfase, willen wij toch benadrukken dat diverse normen en regels van het omgevingsplan Binckhorst specifiek zijn gericht op (de belangen van) de toekomstige bewoners en gebruikers van het te realiseren gebouw en niet zijn gericht op de omwonenden. Dit betekent dat de belangen van bezwaarmakers ten aanzien van die normen niet geraakt zijn.

Te denken is aan de onderzoeken ten aanzien van geluid, stikstofdepositie en flora en fauna in het kader van de Wet natuurbescherming, windhinder, de bodem en diverse voorschriften van het Bouwbesluit. 2.2 Gronden van de bezwaarschriften Samengevat komen de bezwaren op het volgende neer: -

2

Er is geen enkele uitvoering gegeven aan participatie die hoort bij de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit en de Participatieleidraad. Er is in strijd gehandeld met de Handreiking communicatie particuliere bouwinitiatieven; Cumulatieve effecten zijn ten onrechte buiten beschouwing gelaten; Het project gaat ten koste van de bereikbaarheid en doorstroming. De verkeersimpact is onvoldoende in kaart gebracht; Het is onzorgvuldig dat diverse uitvoeringsaspecten niet direct bij de vergunningverlening zijn betrokken en dat omwonenden hier niet bij worden betrokken; Er heeft geen expliciete toetsing aan het Stedenbouwkundig kader Maanplein plaatsgevonden. Het besluit is hiermee in strijd; De geluidsbelasting op de Maanweg is in de praktijk veel hoger dan uit het rapport blijkt; Het onderzoek luchtkwaliteit is onvolledig en niet bruikbaar voor de besluitvorming. Het is te optimistisch en WHO-normen worden overschreden; De ter beschikking gestelde stukken zijn onzorgvuldig samengesteld; Botsproeven Omgevingsplan doen geen recht aan de werkelijkheid; Cumulatieve effecten worden ten onrechte buiten beschouwing gelaten; Toepassing salderingssystematiek leidt tot aantasting van de rechtszekerheid; De betreffende locatie is volgens de gemeente niet geschikt voor woningbouw;

ABRS, 5 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3972 en ABRS, 25 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1549

B.2.21.1353.001 t/m 040

6

-

Het advies van de Welstands- en Monumentencommissie is niet consistent; Beleidsregel verbindingen met omgeving versterken; Hoogteaccent is geen accent; Openbaar vervoer en fiets zijn onvoldoende in kaart gebracht; De verkeersveiligheid is in het geding; Hitte-stress-reductie is niet geduid; De plint-saldering is niet toegelicht en vervolgens dubbel ingezet; Parkeerbalans is papieren werkelijkheid; Niet voldaan aan hoogbouw-eisen van nota Eyeline Skyline; Afgeweken van eisen Omgevingsplan inzake gedifferentieerd woningbouwprogramma; Wel of geen creatieve industrie? Bezonningseffecten niet acceptabel; Windhindereffecten niet acceptabel; Openbare ruime is geen residentiekwaliteit; Stikstofdepositie is onduidelijk op basis van aanvraag; Risico van schade aan omliggende percelen in Voorburg-West door zwaar heiwerk en grondwatereffecten; Verlies aan groen en te weinig buitenvoorzieningen voor recreatief gebruik; Bodemonderzoek is te beperkt; Plangebied flora en fauna te eng; Externe veiligheid roept vraagtekens op; Geen onderzoek gedaan naar maatschappelijke voorzieningen; Bezwaarmaakster 029 vreest overlast van de vuilcontainers die, in de openbare ruimte, nabij haar pand zullen worden geplaatst.

Zij meent dat de locatie van de opstelplaats van de vuilcontainers een ernstige aantasting vormt van de kwaliteit van de openbare ruimte en de directe woon- en leefomgeving van haar woongebouw.

3. Juridisch kader Voordat inhoudelijk wordt ingegaan op de bezwaren, wordt eerst de relevante wet- en regelgeving toegelicht en in het bijzonder het omgevingsplan Binckhorst. 3.1 Omgevingsplan Binckhorst 3.1.1 Algemeen Het omgevingsplan Binckhorst maakt onderdeel uit van een pilot in het kader van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet. Ten aanzien van het gebied Binckhorst mag, vooruitlopend op de Omgevingswet, worden geëxperimenteerd met enkele nieuwe instrumenten uit deze wet. Deze instrumenten maken het eenvoudiger om de gewenste uitgangspunten te regelen. Enkele instrumenten zijn een bredere reikwijdte (gericht op de gehele fysieke leefomgeving) en het gebruik van open normen (uitleg afhankelijk van beleidsregels). Bij het waarborgen van de te beschermen waarden en gemaakte keuzes is in het omgevingsplan gezocht naar een balans tussen flexibiliteit en rechtszekerheid. Als de regels te veel zijn

B.2.21.1353.001 t/m 040

7

dichtgetimmerd, gaat dit ten koste van de beoogde flexibiliteit en vrijheid voor de invulling van het gebied. Bij de verdere transformatie moet vanzelfsprekend rekening gehouden met aspecten vanuit milieu, gezondheid en duurzaamheid. Hiervoor zijn heldere regels opgesteld zodat gewaarborgd wordt dat aan deze doelstellingen wordt voldaan. Het omgevingsplan bestaat uit een aantal onderdelen die vergelijkbaar zijn met een regulier bestemmingsplan, het gaat dan om de regels en de verbeelding van het plan. Voor de onderbouwing bij en toelichting op de regels en de verbeelding is het OmgevingsEffectRapport (OER) opgesteld. Dit is een samenvoeging van het MER en de toelichting van een regulier bestemmingsplan. Daarnaast zijn nieuwe instrumenten toegepast zodat het omgevingsplan Binckhorst goed kan (blijven) werken. In een regulier bestemmingsplan zijn de regels en de verbeelding juridisch bindend. Dat is in dit omgevingsplan niet anders. Nieuw is wel dat in het omgevingsplan bij de regels een nadere duiding is opgenomen, de beleidsregels. Deze beleidsregels zijn geen onderdeel van het omgevingsplan, maar wel juridisch bindend. Aanvragen om een omgevingsvergunning worden ook aan deze beleidsregels getoetst. In deze beleidsregels is invulling gegeven aan een bepaalde regel.

Het voordeel van een beleidsregel is dat deze door het college aangepast kan worden als dit bijvoorbeeld uit de monitoring noodzakelijk blijkt. Zo kunnen bepaalde eisen aangepast worden voor het hele plan, zonder dat hiervoor het plan opnieuw ter inzage hoeft te worden gelegd. Ook nieuw is een salderingssysteem. Hierdoor is het mogelijk om op een bepaald thema een iets minder kwaliteit (maar nog wel boven de wettelijke waarde) te halen, mits dit gecompenseerd wordt op andere vlakken. Het flexibele karakter van het omgevingsplan Binckhorst maakt monitoring essentieel. Een belangrijk onderdeel van de monitoring vormt het GIS-systeem. In het dynamisch GIS-systeem is alle relevante informatie over de Binckhorst opgenomen. Een deel van de informatie is basisof achtergrondinformatie, zoals en topografische kaart of de basisadministratie gebouwen. Het andere deel geeft inhoudelijke informatie zoals de ligging van archeologische verwachting. De informatie wordt steeds bijgewerkt om te zorgen voor een actueel systeem. Het GIS-systeem zorgt voor actuele informatie over de referentiesituatie op dat specifieke moment. Daarmee wordt het ook mogelijk om de gebruiksruimte bij te houden in het GIS-systeem. Gebruiksruimte is het totaal aan mogelijkheden dat nog resteert voor ontwikkelingen in de Binckhorst. In het GIS-systeem wordt deze gebruiksruimte op gebiedsniveau bijgehouden.

Een ‘dashboard’ met meters geeft inzicht in de invulling van het gebied. Zo is te zien hoeveel van de maximale 5.000 woningen al zijn gebouwd, voor hoeveel woningen al een omgevingsvergunning is verleend of aangevraagd en voor hoeveel woningen een reservering is ingediend. Een initiatiefnemer kan op die manier direct zien of zijn initiatief nog past en met welke aandachtspunten hij rekening moet houden. Tegen het besluit tot vaststelling van het omgevingsplan Binckhorst zijn beroepen ingediend bij de Raad van State. Op 7 maart 2019 is het omgevingsplan in werking getreden. Bij besluit van

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11880372/1