CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS312905 Bijlage 1 Stukken Maanplein Hoekblok (Elara)

Algemene Raadscommissie 12 oktober 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken30.454 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Overzicht bijgevoegde modulebladen

Aanvraaggegevens Locatie van de werkzaamheden Werkzaamheden en onderdelen Woning bouwen • Bouwen Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening • Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening Bijlagen

Datum aanvraag: 29 juli 2019

Aanvraagnummer: 4537359

Pagina 2 van2

7

Wat is de bruto inhoud van het bouwwerk in m3 voor uitvoering van de bouwwerkzaamheden?

0

Wat is de bruto inhoud van het bouwwerk in m3 na uitvoering van de bouwwerkzaamheden?

55998

Oppervlakte bebouwd terrein

Verandert de bebouwde oppervlakte van het terrein na uitvoering van de bouwwerkzaamheden?

8

9

Ja Nee

Wat is de bebouwde oppervlakte van het terrein in m2 voor uitvoering van de bouwwerkzaamheden?

0

Wat is de bebouwde oppervlakte van het terrein in m2 na uitvoering van de bouwwerkzaamheden?

4141

Seizoensgebonden en tijdelijke bouwwerken

Gaat het om een seizoensgebonden bouwwerk?

Ja Nee

Gaat het om een tijdelijk bouwwerk?

Ja Nee

Gebruik

Wonen Overige gebruiksfuncties

Waar gebruikt u het bouwwerk en/ of terrein momenteel voor? Geef aan waar u het bouwwerk en/ of terrein momenteel voor gebruikt.

Onbebouwde grond Wonen Overige gebruiksfuncties

Waar gaat u het bouwwerk voor gebruiken? Wat wordt de gebruiksoppervlakte van de woning in m2 na uitvoering van de bouwwerkzaamheden?

12730

Wat wordt de vloeroppervlakte van het verblijfsgebied van de woning in m2 na uitvoering van de bouwwerkzaamheden?

7531

10 Huurwoningen

Wat is het aantal huurwoningen waarvoor een vergunning wordt aangevraagd?

164

Wat is het aantal huurwooneenheden waarvoor een vergunning wordt aangevraagd?

0

11 Koopwoningen

Datum aanvraag: 29 juli 2019

Wat is het aantal koopwoningen waarvoor een vergunning wordt aangevraagd?

0

Wat is het aantal koopwooneenheden waarvoor een vergunning wordt aangevraagd?

0

Aanvraagnummer: 4537359

Bevoegd gezag: Gemeente Den Haag

Pagina 2 van3

12 Algemeen

Bent u na voltooiing van de werkzaamheden bewoner van het bouwwerk?

Ja Nee

13 Uiterlijk bouwwerk/welstand

Beschrijf van de onderstaande onderdelen de materialen en kleuren die u voor het bouwwerk gebruikt. U mag het veld leeg laten als u materialen en kleuren in de bijlagen vermeldt Onderdelen

Materiaal

Kleur

Gevels - Plint gebouw - Gevelbekleding - Borstweringen - Voegwerk Kozijnen - Ramen - Deuren - Luiken Dakgoten en boeidelen Dakbedekking

Vul hier overige onderdelen en bijbehorende materialen en kleuren in.

Voor materiaal en kleurgebruik zie doc 'BOE11109-072_20190726_OLO_renders en MKS'

14 Mondeling toelichten

Ik wil mijn bouwplan mondeling toelichten voor de welstandscommissie/ stadsbouwmeester.

Datum aanvraag: 29 juli 2019

Aanvraagnummer: 4537359

Ja Nee

Bevoegd gezag: Gemeente Den Haag

Pagina 3 van3

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

201915492/7869726

Deze omgevingsvergunning treedt op grond van het bepaalde in artikel 6.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking op de dag na de bekendmaking ervan. Wij wijzen u erop dat deze vergunning aan u wordt verleend behoudens rechten van derden en dat door het verlenen van deze vergunning niet wordt vooruitgelopen op enige andere door de gemeente krachtens de wet of een gemeentelijke verordening, dan wel krachtens eigendomsrecht van de gemeente met betrekking tot de onderhavige aanvraag eventueel te nemen beslissing. Tot slot maken wij u er op attent dat u op eigen risico handelt als u gebruik maakt van de verleende vergunning voordat deze onherroepelijk is.

Bent u het niet eens met dit besluit? En bent u belanghebbende? Dan kunt u een bezwaarschrift indienen. Stuur dit bezwaarschrift binnen zes weken na de bekendmaking naar: Burgemeester en wethouders van Den Haag, AWB/bezwaar, Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag. Voor het indienen van een bezwaarschrift gelden de volgende regels. a. Uw naam, adres en telefoonnummer vermeldt u in het bezwaarschrift. b. U zet uw handtekening onder het bezwaarschrift. c. U stuurt een kopie van het besluit mee. Heeft u of kunt u dit niet, dan geeft u een duidelijke omschrijving van het besluit waartegen u bezwaar maakt. d. U vermeldt het kenmerk en de datum van het besluit. e. De argumenten voor bezwaar schrijft u in de brief. f. Dient u namens iemand anders het bezwaar in? Stuur dan een volmacht mee. Indien u schriftelijk bezwaar maakt, wordt u verzocht om een kopie van het besluit waartegen het bezwaar is gericht mee te zenden en in de linkerbovenhoek van de envelop de woorden 'AWB/BEZWAAR' te vermelden. De indiener van het bezwaarschrift kan, als onverwijlde spoed dat - gelet op de betrokken belangen vereist, eveneens een voorlopige voorziening (bijvoorbeeld een schorsing van het besluit) vragen bij de president van de rechtbank, Postbus 20302, 2500 EH Den Haag. Op www.denhaag.nl/bezwaar vindt u meer informatie.

2/16

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

201915492/7869726

Bijlage (beoordeling activiteiten) De aanvraag heeft betrekking op het perceel, kadastraal bekend als gemeente ’s-Gravenhage, sectie AP, nr. 1957. De aanvraag houdt in het bouwen van 140 sociale woningen, 150 m2 detailhandel en 235 m2 maatschappelijke dienstverlening en een parkeergarage met 121 parkeerplaatsen. Op basis van de aard en inhoud van deze aanvraag zijn volgens de Wet basisregistraties adressen en gebouwen de volgende gebruiksdoelen ‘Woonfunctie’, ‘Bijeenkomstfunctie’ en ‘Winkelfunctie’ en ‘Overige gebruiksfunctie’ vastgesteld. Activiteit ‘Bouwen’ Uw aanvraag voor deze activiteit hebben wij getoetst aan: Het bestemmingsplan ‘Omgevingsplan Binckhorst’ waar ter plaatse van uw initiatief de bestemming ‘Transformatiegebied’ en de gebiedsaanduiding ‘overige zone - Binckhorsthaven en Maanplein’ alsmede functieaanduiding ‘primaat wonen’ en bouwaanduiding ‘bouwhoogte minimaal 13 m en maximaal 30 m met hoogteaccent van 70 m’ zijn opgenomen; De Bouwverordening; Het Bouwbesluit 2012; De Welstandsnota. Op grond van artikel 4 lid a van de planvoorschriften is het verboden zonder voorafgaande omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 7.1, 8.1, 9.1, 10.1 en 11.1 aan te vangen en/of te veranderen.

Gebleken is dat de aanvraag niet voldoet aan de algemene randvoorwaarden als bedoeld in artikel 7.2.2 sub a onder 2 van het omgevingsplan voor wat betreft de minimale hoogte van de plint welke minder dan 8 meter bedraagt. Op grond van artikel 23 onder a sub 4 van het bestemmingsplan is het mogelijk af te wijken van de minimale hoogte van de plint middels saldering met dien verstande dat de minimale hoogte van de plint niet minder dan 4,5 meter mag bedraagt. Dit betekent dat de gevraagde omgevingsvergunning kan worden verleend, tenzij met toepassing van de procedure ex. artikel 2.12, lid 1 onder a sub 1º, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt afgeweken van de betreffende planregel. Wij zijn bereid deze afwijkingen toe te staan en verwijzen voor de motivering hiervan naar de beoordeling van de activiteit ‘Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’. Gelijkwaardigheid bergingen Er is met uw aanvraag en de daarbij verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het bouwen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft, voldoet aan artikel 4.31 van het Bouwbesluit 2012 en aan artikel 4, 5, 6 en 7, genoemd in de door het college op 10 juli 2017 vastgestelde beleidsregel ‘Bergingen nieuwe woongebouwen Den Haag 2017’ voor wat betreft de buitenberging.

3/16

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

201915492/7869726

Niet alle in het plan aanwezige woningen met een groter gebruiksoppervlak van 50 m2 hebben een niet-gemeenschappelijke afsluitbare bergruimte die voldoet voor wat betreft het oppervlak, de minimale breedte en de rechtstreekse bereikbaarheid via het aansluitend terrein of een gemeenschappelijke verkeersruimte. Een gelijkwaardige oplossing zoals genoemd in de beleidsregel ‘Bergingen nieuwe woongebouwen Den Haag 2017’ is aangetoond op tekening en een verklaring (i.c. notitie van d.d. 10-11-2020) en betreft: Het realiseren van een niet-gemeenschappelijke berging in, als ook behorend bij elke woning, een gemeenschappelijke fietsenberging met daarin opgenomen 420 fietsen en het realiseren van een voldoende grote gemeenschappelijke stallingruimte voor in totaal 11 scootmobielen. Met bovengenoemde oplossing is op grond van artikel 1.3 van het Bouwbesluit aangetoond dat het bouwwerk of het gebruik daarvan ten minste dezelfde mate van veiligheid en bruikbaarheid biedt als is beoogd met de in het Bouwbesluit 2012 voor deze onderdelen gestelde voorschriften. sprinklerinstallatie Gebleken is dat de aanvraag niet voldoet aan artikel 2.83 van het Bouwbesluit 2012, genoemd in Afdeling 2.10 Beperking van uitbreiding van brand. De brandcompartimentsgrootte overschrijdt namelijk de maximale prestatie-eis voor het uitbreidingsgebied van brand.

Een gelijkwaardige oplossing is aangetoond door middel van een uitgangspuntendocument (kenmerk R047232aa.19AGU6X.gvo) en betreft het realiseren van een sprinklerinstallatie met quick response sprinklers. Met bovengenoemde oplossing is op grond van artikel 1.3 van het Bouwbesluit aangetoond dat het bouwwerk of gebruik daarvan ten minste dezelfde mate van veiligheid, bescherming van de gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en bescherming van het milieu biedt als is beoogd met de in die hoofdstukken gestelde voorschriften. Ingewonnen adviezen: welstand De Welstands- en Monumentencommissie heeft op 10 februari 2021 aan de hand van de Welstandsnota beoordeeld of het bouwplan voldoet aan redelijke eisen van welstand als bedoeld in artikel 12a, lid 1 onder a, van de Woningwet. Het advies luidt als volgt: Akkoord Het bouwplan is getoetst aan de Welstandsnota. De commissie was eerder reeds akkoord met de hoofdopzet van het ontwerp, maar zij zag nog belangrijke en substantiële aandachtspunten in het gebouw op zichzelf als de inpassing in de omringende openbare ruimte. In de uitwerking mistte zij nog robuustheid en duurzame kwaliteit om het een hoogwaardige toevoeging aan de Binckhorst te laten zijn. In het voorliggende aangepast ontwerp is er een switch gemaakt in materiaal en concept.

Het metselwerkachtige materiaal voor de bovenbouw is vervangen door een wisselend geprofileerde aluminiumplaat waarmee een sterk beeld wordt gerealiseerd. Het beton van de onderbouw is nader gespecificeerd, in details aangepast en overtuigt.

4/16

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

201915492/7869726

De installaties op het dak zijn voldoende teruggeplaatst om niet tot een verstoring in het beeld te leiden en de soundboxen zijn volledig in het gevelbeeld geïntegreerd. Er zijn aanvullende gegevens overlegd die de maakbaarheid van het landschap onderbouwen en het hoogteverschil aan de Regulusweg-zijde is verder en voldoende overtuigend uitgewerkt. Wij nemen het advies van de Welstands- en Monumentencommissie over. bodem De Omgevingsdienst Haaglanden heeft op 23 september 2019 aangegeven dat ter plaatse van het bouwplan geen sprake is van verontreinigde bodem als bedoeld in artikel 2.4.1 van de Bouwverordening van de gemeente Den Haag. Eindoordeel activiteit ‘Bouwen’ Uit de beoordeling van de activiteit en het ingewonnen advies volgt, dat de gevraagde omgevingsvergunning voor de activiteit ‘Bouwen’ op basis van artikel 2.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht kan worden verleend. Aan de omgevingsvergunning voor de activiteit ‘Bouwen’ verbinden wij de volgende voorschriften: Het bouwen moet gebeuren volgens de bepalingen van het Bouwbesluit en de Bouwverordening. Voorschriften op basis van de Regeling omgevingsrecht (Mor) Artikel 2.1, 2.2 en 2.7 Nader in te dienen constructieve gegevens De bij de aanvraag ingediende constructieve gegevens geven voldoende informatie over de hoofdlijn van de constructie.

De hierna genoemde gegevens van de constructie en de bouwveiligheid moeten minimaal drie weken voor uitvoering worden ingediend. Deze kunt u per e-mail sturen naar de Dienst Stedelijke Ontwikkeling, Afdeling Vergunningen en Toezicht, Team Bouwconstructies en Bouwfysica, e-mailadres oloaanvraag@denhaag.nl. Indien de aanvraag via het omgevingsloket is ingediend kunt u de gegevens ook uploaden via www.omgevingsloket.nl. Vermeld in alle gevallen ons dossiernummer.  De volgende constructieve gegevens: - de tekeningen en berekeningen; - het funderingsplan en de uitvoeringswijze; - de berekening van de brandwerendheid van de constructie; noot: Het toepassen van brandwerende verf wordt alleen binnen het gebouw toegestaan. Hierbij moeten in verband met de vereiste duurzaamheid gedurende de referentieperiode de volgende gegevens worden ingediend: - productspecificatie; - testrapporten en -resultaten van een deskundig instituut; - laagdikte berekeningen; - applicatiedocument voor de brandwerende verf, inclusief primer en toplaag met omschrijving van de wijze van aanbrengen, de omstandigheden waaronder dit dient te gebeuren, de wijze van controle en de namen van de leverancier, het schildersbedrijf en de controlerende instantie; - inspectie- en onderhoudscontract voor de vereiste referentieperiode;

5/16

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

201915492/7869726

-

-

-

-

-

-

-

rapport waaruit blijkt dat de duurzaamheid van de brandwerende verf voldoet gedurende de referentieperiode. noot: Bij kanaalplaatvloeren met druklagen moeten maatregelen worden getroffen ten behoeve van de brandwerendheid volgens de adviezen in de brief van BFBN van november 2015. een controleberekening van opdrijven bij de hoogste grondwaterstand; de gegevens van de hoogste en laagste grondwaterstand die gedurende de referentieperiode kan optreden; noot: Voor de berekening van de constructie moet een grondwaterstandsverlaging worden aangehouden van 4 meter min maaiveld. De berekening moet worden uitgevoerd op basis van de fundamentele belastingcombinaties. de maatregelen voor het verkrijgen van voldoende constructieve weerstand bij buitengewone ontwerpsituaties met bekende of onbekende belastingen; noot: Constructies moeten zijn ontworpen en berekend op de van toepassing zijnde bekende buitengewone ontwerpsituaties volgens NEN-EN 1991-1-7 met NB. noot: Voor het beperken van de mate van lokaal bezwijken door een onbekende oorzaak dient een methode te worden uitgewerkt volgens NEN-EN 1991-1-7 met NB, paragraaf 3.3 en Bijlage A.

de gegevens waaruit blijkt dat de constructie voldoet met betrekking tot ontploffingsdruk; noot: In ruimtes met op gas gestookte toestellen moet rekening worden gehouden met een aardgasontploffing; hierbij moet worden voldaan aan de bepalingen volgens NEN-EN 1991-1-7 met NB. De omhullende bouwconstructie moet worden voorzien van een aan de buitenlucht grenzende ontlastopening en worden gecontroleerd op de maximaal optredende ontploffingsdruk. de berekeningen en tekeningen van glasconstructies; noot: Glasconstructies zoals vloeren, daken, trappen, balkons en balustraden dienen weerstand te kunnen bieden aan de belastingen volgens de NEN-EN 1991-reeks met NB’s. Hierbij moet worden voldaan aan de bepalingen volgens NEN 2608; noot: Bij vloerafscheidingen ter plaatse van een hoogteverschil moet ook worden voldaan aan de bepalingen voor een horizontale stootbelasting volgens NEN-EN 1991-1-1/NB, Bijlage NB.B ; het bestand zijn tegen een stootbelasting kan worden aangetoond door middel van een glaskogelzak-slingerproef. de berekeningen en tekeningen van de constructies en bevestigingsmiddelen voor het opvangen van balkons, galerijplaten, bordessen, gevelelementen en metselwerk; noot: De staalconstructies en bevestigingsmiddelen die aan het buitenklimaat worden bloot gesteld moeten worden uitgevoerd in roestvast staal, kwaliteit 3.16.

In afwijking hiervan kan onder bepaalde voorwaarden zoals een plaatstaaldikte van minimaal 8 mm, de aanwezigheid van een tweede draagweg en/of een afplaklaag, thermisch verzinkt staal met een Duplexsysteem worden toegepast, volgens NEN-EN-ISO 1461. noot: Bij toepassing van aluminium (constructie)onderdelen moeten maatregelen worden genomen ter voorkoming van contactcorrosie. de berekeningen en tekeningen van de gevelbekleding met verankeringen en de detaillering van de bevestiging met de achterliggende constructie; noot: Bevestigingsmiddelen moeten worden uitgevoerd in roestvast staal. noot: Voor beplating geldt dat er een mechanische bevestiging (anders dan verlijming) als tweede draagweg aanwezig moet zijn. noot: Bij toepassing van composiet materialen moeten worden ingediend: - specificaties van materialen en bevestigingen;

6/16

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

201915492/7869726

-

-

certificaten en/of testrapporten van de materiaaleigenschappen en de duurzaamheid. noot: Bij toepassing van lijmverbindingen moeten worden ingediend: - certificaten en rapporten van verouderingstesten waarin de duurzaamheid van de lijmverbinding wordt aangetoond. - de gegevens van buitenlandse bouwproducten; noot: Voor het toepassen van buitenlandse bouwproducten moeten Europees erkende kwaliteitsverklaringen worden ingediend van een door de overheid erkend instituut; de technische beschrijvingen, specificaties en berekeningen moeten zijn opgesteld in de Nederlandse taal; de berekeningen moeten zijn opgesteld volgens de in het Bouwbesluit aangewezen normen. de gegevens waaruit blijkt dat de bevestiging van de gevelbekleding voor de beoogde levensduur gewaarborgd is.

 Een veiligheidsplan dat minimaal moet bevatten: een constructievoorstel en uitvoeringsplan voor de bouwput; een bemalingsrapport met de invloed van het bemalen op de grondwaterstand in de omgeving; - de gegevens van de grondwaterstand; - een uitvoeringsplan voor de bemaling; - een inventarisatie van de funderingen in de omgeving; - een rapport over de trillingsinvloed op de belendingen; - een rapport over het geluidsniveau bij belendingen; - een uitvoeringsplan voor de bouwmethodiek; - een hijsplan met hijs- en bouwveiligheidszones, benodigde horizontale en verticale afscheidingen en voorzieningen tegen vallende en wegkaatsende voorwerpen. - de gegevens van een beschermingsconstructie die wordt toegepast voor het opvangen van zware vallende voorwerpen; - een voorstel voor controlemaatregelen van de bouwput: - het plaatsen van peilbuizen; - het aanbrengen van hoogtebouten; - het meten van het waterdebiet; - een voorstel voor het meten van trillingen en geluidsniveaus; - een monitoringsplan voor alle metingen met interpretatie van de meetresultaten; een protocol voor maatregelen bij overschrijding van de signalerings- en grenswaarden. -

-

De aanvrager moet de samenhang tussen de ingediende gegevens waarborgen. Deze gegevens dienen te zijn goedgekeurd voordat met de uitvoering wordt begonnen. Artikel 2.1, 2.2 en 2.7 Nader in te dienen brandveiligheidsgegevens De hierna genoemde gegevens moeten minimaal drie weken voor uitvoering ter goedkeuring worden ingediend in het omgevingsloket middels uploaden via www.omgevingsloket.nl. Uitgangspuntendocument blusinstallatie (definitieve versie). Uitgangspunten brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie, daar waar een koppeling is met bestaande gebouwen moet voor de gemeenschappelijk voorzieningen duidelijk zijn hoe deze gestuurd worden. Deze gegevens dienen te zijn goedgekeurd voordat met de uitvoering mag worden begonnen.

7/16

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

201915492/7869726

Artikel 2.1, 2.2 en 2.7 Nader in te dienen overige gegevens Voor het overbruggen van het hoogteverschil tussen woongebouw en woningentrees is een platformlift voorgesteld. Het plan lijkt toegankelijk voor iedereen, echter het Bouwbesluit kent geen hoogteverschillen groter dan 1 m vanaf aansluitend terrein. Om aan het eerste lid te voldoen is het nodig dat er ten minste één route is die geen hoogteverschillen (drempels) heeft van meer dan 0,02 m. De hierna genoemde gegevens moeten minimaal drie weken voor uitvoering ter goedkeuring worden ingediend in het omgevingsloket middels uploaden via www.omgevingsloket.nl. gegevens van het plateaulift/hefplateau met de bijbehorende criteria (Artikel 4.28). N.B.: De toepassing van platformlift/plateaulift geldt op de route naar het aansluitend terrein tot 1 m Deze gegevens dienen te zijn goedgekeurd voordat met de uitvoering mag worden begonnen. Voorschriften op basis van het Bouwbesluit 2012 Artikel 1.23 Aanwezigheid bescheiden Tijdens het bouwen zijn, voor zover van toepassing, de volgende bescheiden of een afschrift daarvan op het terrein aanwezig: De omgevingsvergunning voor het bouwen; Het bouwveiligheidsplan; Overige voor het bouwen van belang zijnde vergunningen en documenten met nadere voorwaarden en ontheffingen.

Artikel 1.24 Het uitzetten van de bebouwingsgrenzen Met het bouwen van het bouwwerk waarop deze vergunning ziet wordt, onverminderd de voorschriften die aan deze vergunning zijn verbonden, niet begonnen voordat voor zover door ons nodig wordt geacht: De rooilijnen of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn uitgezet, en Het straatpeil is uitgezet. Artikel 1.25 Mededeling aanvang en beëindiging werkzaamheden Ten minste twee werkdagen voor de feitelijke aanvang van de bouwwerkzaamheden waarop deze vergunning ziet, dient de houder van deze vergunning ons schriftelijk van de aanvang van die werkzaamheden, met inbegrip van ontgravingswerkzaamheden, in kennis te stellen. Ten minste op de dag van beëindiging van de bouwwerkzaamheden waarop deze vergunning ziet, dient de houder van deze vergunning ons schriftelijk van de beëindiging van die werkzaamheden in kennis te stellen. Voor het melden van zowel de aanvang als de beëindiging van de werkzaamheden dient u de formulieren, zoals achteraan opgenomen bij deze beschikking, volledig ingevuld te mailen aan oloaanvraag@denhaag.nl. Afdeling 3.6 Luchtverversing Een schacht voor een lift heeft een niet afsluitbare voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 3,2 dm³/s per m² vloeroppervlakte van die liftschacht.

Om een optimale luchtverversing te bewerkstelligen dient er een toevoervoorziening aanwezig te zijn onderin de schacht, welke voorziet in verse lucht direct van buiten, en een afvoervoorziening bovenin de schacht. Door de toevoeropening onderin de schacht te maken, kan gebruik gemaakt worden van

8/16

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

201915492/7869726

het schoorsteeneffect om over de gehele hoogte van de schacht een goede nominale ventilatie te realiseren. Artikel 4.27 Hoogteverschillen Het totale hoogteverschil op de route tussen het aansluitend terrein en de toegang van een toegankelijkheidssector de entree(s) is niet groter dan 1 m. Artikel 4.28. Afmetingen liftkooi Een lift in de zin van het Bouwbesluit, is een lift als bedoeld in het Warenwetbesluit liften, die bestemd is voor personen. Een installatie voor verticaal transport van personen overeenkomstig het Warenwetbesluit machines, zoals een plateaulift, of een lift zonder schachtput of schachtkop kan alleen worden toegepast als gelijkwaardige oplossing (zie artikel 1.3, gelijkwaardigheid). Platformliften/hefplateaus, vallen niet onder de Warenwetbesluit liften (type en afmetingen en bediening lift). De toepassing van platformlift/plateaulift geldt op de route naar het aansluitend terrein tot 1 m. Afdeling 2.10 Beperking van uitbreiding van brand Een bouwwerk moet zo worden ingedeeld dat een brand wordt beheerst en vertraagd. Daarom moet een gebouw uit één of meerdere brandcompartimenten bestaan. Gelijkwaardigheid artikel 2.83 lid 1 De gebruiksoppervlakte van de parkeergarage overschrijdt de maximale omvang van 1000 m2. Als gelijkwaardige oplossing is voorzien in een sprinklerinstallatie.

De uitgangspunten zijn omschreven in het document met kenmerk R047232aa.19AGU6X.gvo d.d. 30 oktober 2020. Hiermee wordt gelijkwaardige veiligheid in voldoende mate aangetoond Afdeling 2.12 Vluchtroutes Een bouwwerk moet over voldoende vluchtroutes beschikken, zodat bij brand een veilige plaats kan worden bereikt. De plattegrond van de vluchtroute voldoet niet aan artikel 2.106, lid 3 omdat de tweede vluchtroute niet overal aan het criterium ‘verschillende richting’ voldoet. Als gelijkwaardige oplossing is het mogelijk de woningen in de hoek te voorzien van deurdrangers. Daarvan is er nu één getekend. De andere ontbreekt nog om te kunnen volstaan met een gelijkwaardige oplossing. Afdeling 6.5 Tijdig vaststellen van brand Een bouwwerk moet voorzieningen hebben waarmee brand tijdig kan worden ontdekt, zodat veilig kan worden gevlucht. Gelijkwaardigheid artikel lid 6.24 lid 1, 3 t/m 5 De bewakingsomvang van de brandmeldinstallatie voldoet niet aan de minimale eisen uit het bouwbesluit. Door toepassing van een Quick response sprinkler wordt voldoende invulling gegeven aan de eisen met betrekking tot tijdig vaststellen van brand. De gelijkwaardigheid is volledig omschreven in het document UPD sprinklerinstallatie parkeergarage met kenmerk R047232aa.19AGU6X.gvo van 30 oktober 2020. Afdeling 6.7 Bestrijden van brand De droge blusleiding dient te voldoen aan de NEN 1594.

De voedingspunten moeten in overleg met de

9/16

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

201915492/7869726

brandweer worden bepaald. De aansluitpunten voor de parkeergarage moeten in overleg met de brandweer worden bepaald. Afdeling 8.1 Aan de werkzaamheden worden met betrekking tot de invloed op de belendingen en de omgeving de volgende voorwaarden gesteld: - De verticale bouwputafscheiding moet zodanig worden ontworpen en uitgevoerd, dat er geen schade kan optreden aan belendingen en leidingen. - De grondwaterstand ter plaatse van de belendingen mag niet worden verlaagd beneden de gemiddeld laagst bekende natuurlijke grondwaterstand tenzij aangetoond is dat er hierdoor geen schade ontstaat aan de omgeving. - De rotatie bij zettingen van belendingen moet als volgt worden beperkt: - De maximaal toelaatbare rotatie bij zettingen is 1:1200 voor monumentale panden en 1:900 voor de overige panden. - Als er al een rotatie aanwezig is moet deze worden gemeten en in de resultaten worden verwerkt. noot: Indien de berekende zettingen worden overschreden, ook al wordt voldaan aan de voornoemde rotaties, moeten de werkzaamheden die invloed hebben op deze zettingen worden stilgelegd. - De invloed van trillingen op de belendingen moet worden bepaald volgens de SBR-richtlijn Trillingen, deel A "Schade aan gebouwen, meet- en beoordelingsrichtlijn" 2002 en er moet worden voldaan aan de grenswaarden.

- Er mag niet worden gehesen boven de openbare weg en boven ruimten van belendingen wanneer zich daar mensen bevinden. Gedurende alle werkzaamheden moet er een coördinator op het werk aanwezig zijn die namens de vergunninghouder gemachtigd is handelend op te treden bij het niet voldoen aan de hiervoor gestelde voorwaarden. Nadere aanwijzingen Brandveilig gebruik Voor het brandveilig gebruik van het bouwwerk zijn rechtstreeks werkende voorschriften van toepassing uit het bouwbesluit. Vanuit de activiteit bouwen zijn daarbij de volgende voorwaarden van toepassing: Voor het opgegeven gebruik is mogelijk een gebruiksmelding vereist. Beleidsregel ‘Bergingen nieuwe woongebouwen Den Haag 2017’ Wij wijzen u erop dat u zich dient te houden aan de genoemde punten in artikel 3 van de beleidsregel en deze afstemt met de toekomstige bewoners. Peilhoogtetekening Met de uitvoering mag niet worden begonnen voordat de peilhoogten van de openbare straat, nabij de toegangen van het gebouw, door de Dienst Stadsbeheer, Ingenieursbureau Den Haag, zijn vastgesteld. Voor informatie hieromtrent kunt u bellen met 14 070 of onze website raadplegen.

De aanvraag met bijbehorende stukken kunt u indienen via https://www.denhaag.nl/nl/vergunningen-en-ontheffingen /bouwvergunningen/peilhoogte-aanvragen.htm De hoogteligging van de beganegrondvloer ten opzichte van de openbare straat moet in overleg met de stadsdeelinspecteur van het betreffende stadsdeel worden bepaald.

10/16

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

201915492/7869726

Bouwplaatsinrichting Voordat met de bouwwerkzaamheden wordt begonnen, dient een door de Dienst Stedelijke Ontwikkeling, afdeling Vergunningen &Toezicht, goedgekeurde bouwplaatsinrichting aanwezig te zijn. U dient de tekening(en) van de bouwplaatsinrichting en reclamevoering op het bouwterrein te overleggen bij de stadsdeelinspecteur. Met deze werkzaamheden mag pas een aanvang genomen worden nadat hierop goedkeuring is verkregen. KLIC-melding kabels en leidingen Bij machinaal graven bent u verplicht binnen maximaal twintig dagen en uiterlijk drie werkdagen voor u gaat graven een Klic-melding te doen. De melding met bijbehorende stukken kunt u indienen via https://formulieren.kadaster.nl/graafmelding_klic_sea Recht van erfpacht Wij wijzen u op de mogelijke strijdigheid met de algemene bepalingen en bijzondere voorwaarden van het recht van erfpacht. Voor informatie hieromtrent kunt u bellen met 14 070 of onze website raadplegen: https://www.denhaag.nl/nl/belastingen/woonlasten/erfpacht/erfpacht-in-den-haag.htm Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Door werkzaamheden kan mogelijk schade worden toegebracht aan aanwezige flora en fauna. Het is belangrijk dat u nagaat of een activiteit met mogelijke schade voor de natuur is toegestaan. En onder welke voorwaarden.

Meer informatie over vergunningen en ontheffingen in het kader van de Wet natuurbescherming staat op de site van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. https://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/beschermde-planten-dieren-en-natuur/wet -natuurbescherming Wet bodembescherming Bij eventueel grondverzet dient, afhankelijk van de bestemming/ toepassing van de grond, rekening te worden gehouden met de Wet Milieubeheer (Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen) en/of de Wet bodembescherming aangezien er beperkingen kunnen gelden voor het hergebruik van de af te voeren grond. Om dossiers in te zien kunt u contact opnemen met de Omgevingsdienst Haaglanden via e-mailadres vergunningen@odh.nl of telefoonnummer 070 - 218 99 02. Besluit bodemkwaliteit Een bodemonderzoek conform NEN 5740, dat niet ouder is dan twee jaar, is vereist als gevolg van eventueel grondverzet bij de beoogde verbouwing dan wel als gevolg van alleen de voorgenomen functiewijziging. Wij adviseren u om hieromtrent advies in te winnen via het Bodem informatiepunt telefoonnummer: 070-3536553 of via e-mailadres: bodeminformatiepunt@denhaag.nl Archeologische monumentenzorg Bij de grondwerkzaamheden kunnen archeologische sporen en resten aan het licht komen. In dat geval is de wettelijke meldingsplicht van toepassing (conform Erfgoedwet par.

5.4: Meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming, artikel 5.10 en 5.11). Dat betekent dat de uitvoerder/

11/16

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

201915492/7869726

aannemer de verplichting heeft dit onverwijld te melden bij de afdeling Archeologie van de gemeente Den Haag. Deze melding kan worden gedaan bij de Dienst Stadsbeheer, afdeling Archeologie, Van Kinsbergenstraat 85-F, 2518 GW DEN HAAG, telefoonnummer 070-353 6639 of per e-mailadres: archeologie@denhaag.nl.

12/16

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

201915492/7869726

Activiteit ‘Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ Uw aanvraag voor deze activiteit hebben wij getoetst aan het bestemmingsplan ‘Omgevingsplan Binckhorst’ waar ter plaatse van uw initiatief de bestemming ‘Transformatiegebied’ en de gebiedsaanduiding ‘overige zone - Binckhorsthaven en Maanplein’ zijn opgenomen; Gebleken is dat de aanvraag niet voldoet aan de algemene randvoorwaarden als bedoeld in artikel 7.2.2 sub a onder 2 van het omgevingsplan voor wat betreft de minimale hoogte van de plint welke minder dan 8 meter bedraagt. Op grond van artikel 23 onder a sub 4 van het bestemmingsplan is het mogelijk af te wijken van de minimale hoogte van de plint middels saldering met dien verstande dat de minimale hoogte van de plint niet minder dan 4,5 meter mag bedraagt. Dit betekent dat de gevraagde omgevingsvergunning kan worden verleend, tenzij met toepassing van de procedure ex. artikel 2.12, lid 1 onder a sub 1º, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt afgeweken van de betreffende planregel. Wij zijn bereid deze afwijking toe te staan en motiveren dit als volgt: Bij de aanvraag is een salderingsvoorstel ingediend waarbij het afwijken van de minimale hoogte van de plint wordt gesaldeerd met een kwaliteitsimpuls in het openbaar gebied. Salderingsvoorstel De hoogte van de plint van het Hoekblok bedraagt 5,3 meter.

Als motivatie voor de saldering wordt aangegeven dat de plinthoogte van 5,3 meter een resultante is van het peil van het verhoogde maaiveld en de hierop aansluitende bouwlaag, de afgesproken maximale bouwhoogte van 50 meter en minimaal aantal te realiseren sociale huurwoningen (140). Het voorstel is om de lagere plinthoogte voor het Hoekblok te salderen binnen de pijler Aantrekkelijk Woongebied en te salderen op de parameter kwaliteit van de openbare ruimte, verduurzaming en vergroening door het verbeteren van de kwaliteit van de buitenruimte. Met het salderingsvoorstel wordt een kwaliteitsimpuls aan het openbaar gebied gegeven wordt. Dit door: een openbaar toegankelijke buitenruimte publiek te maken met veel ruimte; een tweetal eenvoudige speelvoorzieningen voor jongeren; een breder trottoir langs de Regulusweg; een openbaar toegankelijk ondergronds parkeergarage voor bezoekers (waar tegen betaling geparkeerd kan worden). Wij gaan akkoord met het salderingsvoorstel. Er wordt met het afwijken van de plintregeling gekozen voor een salderen op ‘Aantrekkelijk Woongebied’ en ‘Duurzaamheid & Vergroening’. In relatie tot de uitdaging om een kwalitatieve buitenruimte in te richten op een parkeerdek, zien wij de mogelijkheid tot salderen hier als zeer wenselijk.

In relatie tot de bestaande inrichting van het huidige parkeerdek herkennen wij in het salderingsvoorstel een toename aan kwaliteiten die een waardevolle en duurzame toevoeging zijn voor het Maanplein en de Binckhorst. Voorbeelden hiervan zien we terugkomen in het publiek maken van de buitenruimte, het toevoegen van de speelvoorzieningen, het voorzien in een riante deklaag voor groen en het verbreden van het trottoir langs de Regulusweg.

13/16

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

201915492/7869726

Geluid Op basis van de Wet geluidhinder heeft de Omgevingsdienst Haaglanden het akoestisch onderzoek beoordeeld en op 20 november 2020 aangegeven dat de hoogst berekende geluidsbelasting ten gevolge van het wegverkeerslawaai de voorkeursgrenswaarde van de Wet geluidhinder niet overschrijdt. Derhalve behoeft op grond van deze wet geen hogere grenswaarde procedure te worden doorlopen. Eindoordeel activiteit ‘Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ Uit de beoordeling van de activiteit volgt dat de gevraagde omgevingsvergunning voor de activiteit ‘Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ op basis van artikel 2.12 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht kan worden verleend.

14/16

Aan: Burgemeester en wethouders van Den Haag AWB/Bezwaar Postbus 12 600 2500 DJ Den Haag Datum: 10 april 2021 Van:

Betreft: bezwaarschrift omgevingsvergunning woontoren ‘hoekgebouw’ Maanplein (201915492) Geachte heer/mevrouw, Bij brief van 22 maart 2021 heb ik een bezwaarschrift op nader aan te voeren gronden ingediend tegen uw besluit d.d. 3 maart 2021 (gepubliceerd op 8 maart 2021), kenmerk 201915492, waarbij een omgevingsvergunning is verleend voor het bouwen van 140 sociale woningen, 150 m2 detailhandel en 235 m2 maatschappelijke dienstverlening en een parkeergarage met 121 parkeerplaatsen t.p.v. hoek Maanplein ongenummerd en de Maanweg ongenummerd (Maanplein hoekblok). Bij brief van 30 maart 2021 heeft u mij een termijn van 2 weken gegeven voor het aanvullen van de gronden van mijn bezwaar, wat ik hierbij tijdig doe. Kopie van het besluit d.d. 3 maart 2021 is als bijlage bij dit bezwaarschrift gevoegd. De gronden van mijn bezwaar zijn zowel procedureel van aard alsmede gericht tegen de strekking van het besluit. Zowel de gevolgde procedure als de inhoud van het besluit zijn naar mijn mening in strijd met vigerende wet- en regelgeving alsook met het beleid van de gemeente Den Haag inzake de Binckhorst. Hieronder ga ik hierop in.

Ter beschikking gestelde stukken onzorgvuldig samengesteld Als opmerking vooraf meld ik u, dat de stukken zoals die op mijn verzoek ter beschikking zijn gesteld door de gemeente aan belanghebbenden buitengewoon onzorgvuldig zijn samengesteld; het betreft enkele sets met pdfs, zonder index, samenhang of overzicht. Het is dus zoeken in de honderden pagina’s, hetgeen gelet op de beperkte reactietermijn nauwelijks doenlijk is voor in deze materie niet ingevoerde belanghebbenden zoals ik. Ook is er geen onderscheid gemaakt tussen stukken die initieel zijn aangeleverd (zomer 2019) en later (najaar 2019). Sommige stukken (zoals de windstudies) zitten driemaal in de stukken. Het is m.i. ook niet uitgesloten dat sommige stukken NIET ter beschikking zijn gesteld door de gemeente, maar dit is voor mij niet na te gaan. Ook zijn sommige stukken niet definitief en daarmee lastig te doorgronden voor belanghebbenden (zoals het Externe Veiligheid rapport dat geen samenvatting bevat). Het wekt de indruk dat de gemeente onzorgvuldig de stukken die benodigd zijn voor een goede beoordeling, heeft samengesteld en toegezonden. Ik voel mij zeer benadeeld door de

1

handelswijze van de gemeente, en verzoek u om de gemeente op te dragen mij (en andere belanghebbenden) een helder en compleet overzicht van de documenten ter beschikking te stellen, en mij een extra termijn te gunnen om die documenten te kunnen bestuderen, aan de hand waarvan ik de gronden in dit bezwaarschrift zo nodig kan aanvullen. Die indruk is onlangs versterkt toen ik naar aanleiding van de procedure voorlopige voorziening bij de Rechtbank Den Haag wel een meer overzichtelijke en vermoedelijk complete set stukken kreeg aangeleverd tevens voorzien van een inhoudsopgave. Ook zaten hier diverse stukken in die niet in de set zaten zoals aangeleverd door de gemeente (zoals een nieuwe verkeersstudie, windstudie en Ruimtelijke onderbouwing Toetsing regels Omgevingsplan Binckhorst). Gegeven het feit dat de bezwaartermijn bijna voorbij is, kan ik hier geen studie meer van maken noch mijn reactie daarop verwerken in het onderhavige bezwaarschrift. Dit vraagt om een aanvullende bezwaartermijn, die ik graag van het College ontvang. Botsproeven Omgevingsplan doen geen recht aan de werkelijkheid Het hoekgebouw staat niet op zichzelf. Dezelfde projectontwikkelaar is ook bezig met een andere toren aan het Maanplein die nog hoger is, en andere projectontwikkelaars zijn bezig met soortgelijke plannen in de directe nabijheid van het Maanplein (bv.

ontwikkeling gebouwen One Milky Way en Frank is een Binck). Bovenop de reeds gerealiseerde woningen op het Maanplein (fase 1 – ruim 250 woningen) komen er dus nog ten minste 800 woningen bij, waardoor het totaal aantal woningen op en rond het Maanplein meer dan 1000 zal bedragen. Dit betekent dat meer dan 20% van het quotum van 5000 woningen voor de gehele Binckhorst gepland staat op een fractie van de oppervlakte ervan, te weten het Maanplein. (nog afgezien van ontwikkelingen langs de direct in de omgeving gelegen Maanweg, alwaar ca. 900-1100 woningen worden gerealiseerd - zie Visie Maanweg, PosadMaxwan, juni 2020). Met deze (over)concentratie van woningen en gebouwen is ten onrechte nooit rekening gehouden bij de botsproeven die gebruikt zijn ter onderbouwing en legitimatie van het ter plaatse geldende Omgevingsplan Binckhorst. Daarom dient zeer voorzichtig met de uitkomsten van de botsproeven te worden omgegaan en moeten alle besluiten die zijn gebaseerd op het Omgevingsplan, inclusief het onderhavige, met een extra kritische blik worden beschouwd.

Uit: Visie Maanweg; PosadMaxwan, juni 2020

Cumulatieve effecten worden ten onrechte buiten beschouwing gelaten Zoals gezegd staat het project Hoekblok niet op zichzelf. De vele plannen voor dit deel van de herontwikkeling van de Binckhorst werken qua effecten op elkaar in en versterken elkaar op onderdelen. Elk van deze plannen wordt door uw college echter afzonderlijk beoordeeld op overeenstemming met het Omgevingsplan Binckhorst en de vereiste doelmatigheid. Hierdoor wordt met de cumulatieve effecten van al deze plannen tezamen ten aanzien van onder meer parkeren en verkeersafwikkeling ten onrechte geen rekening gehouden. Deze salamitactiek - het opknippen van de

2

effectbeoordelingen - leidt tot onzorgvuldige besluitvorming, ook voor wat het bestreden besluit betreft. Toepassing salderingssystematiek leidt tot aantasting van de rechtszekerheid In enkele gevallen maakt u bij de onderhavige vergunningverlening gebruik van de in het Omgevingsplan opgenomen salderingssystematiek. Deze brengt een ernstige aantasting met zich mee van de rechtszekerheid van belanghebbenden vanwege het volstrekt arbitraire en ondoorzichtige karakter ervan. Dat blijkt ook uit de toelichting in paragraaf 6 Omgevings-Effect Rapport (OER) bij het Omgevingsplan Binckhorst: het criterium is of door saldering de totale gebiedskwaliteit toeneemt. Saldering wordt in overleg met de vergunningstafel opgesteld en door de vergunningstafel beoordeeld. In het proces met de initiatiefnemer wordt op basis van de methodiek concreet invulling gegeven aan de saldering. Binnen de vergunningstafels wordt getoetst of de initiatiefnemer voldoende meerwaarde creëert om te mogen salderen. In de vergunningstafels zijn alle relevante disciplines in het kader van een vergunningsaanvraag vertegenwoordigd. Dit overleg onttrekt zich aan externe toetsing en het is evenmin duidelijk welke concrete norm of bandbreedte wordt gehanteerd bij de beoordeling van de vraag wanneer aan het criterium uit paragraaf 6 van het OER is voldaan.

“Totale gebiedskwaliteit” is een veel te vaag criterium om als toetssteen te hanteren en leidt tot arbitraire uitkomsten en handjeklap en ‘balletje-balletje’ achtige constructies, waarbij omwonenden ten onrechte het nakijken hebben. Bij wijze van voorbeeld verwijs ik naar de wijze waarop de plintsaldering is toegepast (zie verderop in de tekst). Het Omgevingsplan Binckhorst geeft uw college veel flexibiliteit en ruimte voor het toestaan van initiatieven op de Binckhorst. Dit betekent echter niet dat uw college onbegrensde mogelijkheden heeft om de rechten van belanghebbenden aan te tasten. En dat is wat er met het bestreden besluit wel is gebeurd. Hiermee is het bestreden besluit zowel onrechtmatig als ondoelmatig. Mijn belang is groot Als inwoner van de aangrenzende wijk Voorburg-West heb ik een eigen, persoonlijk, objectief bepaalbaar, actueel en voldoende zeker alsmede rechtstreeks betrokken belang bij het bestreden besluit.

Niet alleen heb ik vanuit mijn woning direct zicht op het te realiseren bouwwerk (zie onderstaande afbeeldingen; het hoekblok wordt gerealiseerd in de thans nog groene entree van het KPN ensemble op het Maanplein), ook zal ik hiervan rechtstreekse gevolgen ondervinden in de vorm van onaanvaardbare parkeeroverlast, onaanvaardbare directe en indirecte verkeershinder, onaanvaardbare weerkaatsing van het zonlicht door de gevel van het Hoekblok op de gevel op mijn woning, onaanvaardbare toename van de luchtvervuiling, geluidsoverlast, aanzienlijke windhinder en risico op schade aan mijn woning. Hierbij gaat het bovendien om gevolgen van enige betekenis. Gelet hierop dien ik te worden aangemerkt als belanghebbende bij het bestreden besluit.

3

Entreeplein III met duidelijke zichtlijn en voetgangersroute naar de kruising

Aanzicht Maanplein voor bomenkap van 8 maart 2021

4

Beoogde locatie hoekblok

Looproutes als uitgangspunt in het Stedenbouwkundig Kader Maanplein

5

Gronden van bezwaar Geen enkele serieuze uitvoering gegeven aan participatie - De gemeente Den Haag en de projectontwikkelaar in kwestie zijn ernstig tekortgeschoten bij het participatietraject op en rondom het Maanplein. Participatie behelst tijdige, doorlopende en open en transparante dialoog[1]. Ten aanzien van de inwoners van Voorburg-West, een wijk die direct grenst aan de Binckhorst en waar de gevolgen van de ontwikkelingen op de Binckhorst zeer merkbaar zullen zijn, is volledig voorbij gegaan aan toepassing van dit belangrijke beginsel. - Belanghebbenden in Voorburg-West zijn op geen enkele wijze tijdig betrokken bij de concrete plannen voor de herontwikkeling van dit deel van de Binckhorst, noch het daaraan voorafgaande Omgevingsplan. Sterker nog, zij zijn bij de huis-aan huis-communicatie destijds over het Omgevingsplan gewoon ‘vergeten’)[2]. Omwonenden[3] hebben al meermaals uw aandacht gevraagd voor het gebrek aan participatie middels inspreken, brieven aan de verantwoordelijke wethouders en de commissie Ruimte van uw gemeente, maar tevergeefs. - Ter zake gelden meerdere verplichtingen: a) De participatieverplichtingen uit de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit; b) De leidraad participatie. Hieronder ga ik daar nader op in.

Vervolgens zal ik schetsen wat er inzake het hoekblok feitelijk heeft plaatsgevonden en zal ik en marge ook nog ingaan op het overzicht participatie gebiedsontwikkeling Binckhorst. Daarvoor verwijs ik naar de recente brief van het College van 23 maart 2021 (overzicht participatie gebiedsontwikkeling Binckhorst/RIS308193) waarin wordt gesteld: “uitgangspunt van participatie bij gebiedsontwikkeling van de Binckhorst is dat alle belanghebbenden regelmatig en consistent worden betrokken.” Ook de gemeente Leidschendam-Voorburg (LV) heeft via een zienswijze bij het Omgevingsplan aandacht gevraagd voor participatie en rechtszekerheid van bewoners van Voorburg (-West). Omgevingswet en Omgevingsbesluit - De gemeente Den Haag doet mee aan de pilot om ervaring op te doen met de nog niet ingevoerde Omgevingswet. En hoewel de Omgevingswet nog niet in werking is getreden mag men bij een pilot (zoals de Binkhorst) verwachten dat alle regels in acht worden genomen, ook als het wettelijk kader zelf nog niet in werking is getreden. Het kan niet zo zijn dat de gemeente daarin naar believen ‘shopt’; - De Omgevingswet kent het zgn.

participatiebeginsel (zie artikelen 5.47, 5.48 en 5.51 van de Omgevingswet) en dit geldt ook voor het Omgevingsbesluit (artikelen 5.3 en 5.5); - De gemeente Den Haag (en de projectontwikkelaar in kwestie) is ernstig tekort geschoten in het participatietraject en het Omgevingsbesluit. In dit verband wordt ook verwezen naar het als bijlage bijgevoegde overzicht waarin de Rijksoverheid aangeeft hoe de verschillende fases participatie moeten waarborgen binnen de Omgevingswet;

6

-

-

Het ontbreken van een projectbesluit maakt het voor belanghebbenden onmogelijk “mogelijke oplossingen aan te dragen voor de beschreven opgave”. Bovendien is door de gemeente Den Haag geen kennisgeving opgesteld, waarin staat: o wie worden betrokken, waarover en wanneer; o wat de rol is van het bevoegd gezag en de initiatiefnemer; o waar meer informatie beschikbaar komt. Ook aan artikel 16.55 van de Omgevingswet is ten onrechte geen uitvoering gegeven. De initiatiefnemer heeft bij het aanvragen van de vergunning in het geheel niet aangegeven of en zo ja hoe aan participatie is gedaan laat staan wat de resultaten daarvan zijn.

Participatieleidraad Binckhorst In de Participatieleidraad Binckhorst (RIS 303172) wordt heel duidelijk beschreven hoe de participatie tussen een marktpartij en belanghebbenden er uit moet zien. Ik verwijs met name naar §10 van die leidraad (Bouwplan zonder Gebiedspaspoort) waarvan in casu sprake is. In de desbetreffende paragraaf wordt de betrokken marktpartij (i.c. Borghese) nadrukkelijk gewezen op het belang om de omgeving - bij wijze van coproductie - tijdig bij een bouwplan te betrekken: “.. Deels om het plan inhoudelijk te verrijken met input uit de buurt. Deels om bezwaren later in het traject zoveel mogelijk te voorkomen.” Dit heeft volstrekt niet plaatsgevonden, zoals uit onderstaand relaas moge blijken. Strijd met handreiking communicatie particuliere bouwinitiatieven In het Vaststellingsbesluit Omgevingsplan Binckhorst verwijst het college enkele malen naar de Handreiking communicatie particuliere bouwinitiatieven (RIS 255688), bijv. in de beantwoording “Voor wat betreft het concrete initiatief is dit echter een verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer, waarbij de gemeente echter wel aandringt op een goede communicatie naar omwonenden. Dit is vastgelegd in de Handreiking communicatie particuliere bouwinitiatieven (RIS 255688).”). De aanvrager van de onderhavige aanvraag heeft op geen enkele wijze de handreiking gevolgd en hier ook niet de intentie toe gehad.

Slechts op uitdrukkelijk verzoek van omwonenden vond er op 16 juli 2019 een informatieavond voor omwonenden plaats. De projectontwikkelaar heeft bovendien ook niet te goeder trouw gehandeld door de vergunningaanvrager - in weerwil van toezeggingen tijdens de informatieavond (hetgeen kan worden bevestigd door diverse aanwezigen) - midden in de vakantieperiode in te dienen. Feitelijke gang van zaken Naar mijn mening heeft de aanvrager noch de gemeente voldaan aan de participatieverplichtingen die voortvloeien uit eerdergenoemde stukken. Via diverse berichten in de media kwamen omwonenden, inwoners van Voorburg-West, er in mei 2019 achter dat er op korte termijn een woontoren gebouwd zou gaan worden op het Maanplein. Enkele bewoners hebben toen contact gezocht met Borghese. Na enig aandringen is een informatieavond belegd op 16 juli 2019. Tijdens deze informatieavond is een reeds volledig tot in detail uitgewerkt ontwerp gepresenteerd voor het hoekblok (zie enkele gemaakte foto’s van de billboards/presentatie), waarvoor korte tijd later de vergunning is aangevraagd . Bij deze bijeenkomst waren overigens alleen vertegenwoordigers van

7

De grensoverschrijdende implicaties van ruimtelijke plannen zullen dan ook onderdeel moeten zijn van de evaluatie van de pilot Binckhorst en CID. De betreffende locatie is volgens de gemeente niet geschikt voor woningbouw Het is saillant dat de gemeente toestemming verleent voor woningbouw op een locatie die door de gemeente zelf als minder geschikt wordt genoemd voor woningen i.v.m. geluidhinder en luchtverontreiniging. Het OmgevingsEffectRapport (OER) stelt ter zake op pagina 22: “Het toevoegen van woningen past binnen de ambitie om van de Binckhorsthaven een levendig stedelijk gebied te maken. Het levert een bijdrage aan de aantrekkelijkheid van het economisch klimaat en voorziet in de Haagse woningbehoefte. Wel blijven de economische functies dominant in de Binckhorsthaven. Rondom de haven bepalen de hindercirkels van de beton- en asfaltcentrales de mogelijkheden voor wonen. Deze bedrijvigheid is van grote waarde voor de stad en bepaalt onder meer het ondernemende karakter van het gebied. Ook de gronden dichtbij de Regulusweg (huidig gebruik kantoren) zijn minder geschikt voor woonfuncties. Dit in verband met de geluidhinder van het spoor en de A12…..”. Dit uitgangspunt verhoudt zich slecht met de positionering van het hoekblok (op de hoek van de Regulusweg en Maanweg). Het genomen besluit is dan ook strijdig met het eigen beleid.

Advies Welstands- en Monumentendiscussie Den Haag niet consistent - Het ontwerp van het hoekblok is meerdere malen ter sprake geweest in uw welstands- en monumentencommissie. Onder andere op 16 oktober 2019. Door in te spreken in deze vergadering hebben omwonenden toen al hun zorgen geuit. Het oordeel van de commissie luidde toentertijd :“Ernstig bezwaar”. “Waar de huidige bebouwing een “ensemble” vormt met een lage, open zijde aan de Maanweg, een hogere dichter bebouwde zijde aan de Saturnusstraat, voegt het voorstel zich daar op geen enkele wijze naar. De voorgestelde nieuwbouw conflicteert zelfs voor wat de positionering en opzet betreft met de landmark hoogbouw, de zogenaamde Haagse Arc, aan de overzijde van de Regulusweg”. - Het is in dat verband onbegrijpelijk, dat het definitieve ontwerp thans wel de goedkeuring van de welstands- en monumentencommissie krijgt (zie verslag 10 februari 2021). Want aan de positionering is niets veranderd en qua hoogte is het gebouw slechts marginaal (6 meter) lager dan in het oorspronkelijke ontwerp (49 meter i.p.v. 55 meter). En het definitieve ontwerp wijkt nòg verder af van het ‘KPN-ensemble’ dan in het eerder ontwerp, terwijl die afwijking nu juist een belangrijk kritiekpunt was (zie hiervoor). - Het gebouw kent volstrekt niet de subtiliteit van de bestaande gebouwen en staat als een monoliet op de hoek.

- Ik vraag in dat verband ook uw aandacht voor een uitspraak van de kant van de commissie in de vergadering van 25 november jl. (in antwoord op mijn vraag na mijn bijdrage in de inspraak) dat: “de Welstandscommissie alleen over vormgeving adviseert, die past binnen de envelop, die in een eerder stadium is afgesproken”. Vraag van mij is wat daarmee en in het bijzonder de aanduiding envelop wordt bedoeld. Navraag bij de Commissie respectievelijk de thans verantwoordelijk wethouder heeft (nog steeds) niet tot een antwoord geleid. Zouden er afspraken zijn gemaakt met zijn voorganger, wethouder Revis? Of wordt gerefereerd aan de anterieure overeenkomst?

9

-

Dit proces dient nader onderzocht te worden alvorens ervan wordt uitgegaan dat de Commissie echt een integrale beoordeling heeft kunnen geven en tot een objectief positief advies is gekomen.

Het geplande Hoekblok ontneemt vanuit Voorburg-West gezien het gezicht op het Maanplein ensemble en belemmert de logische voetgangersroute vanaf station Voorburg via het Entreeplein III (Maanplein) naar de Binckhaven. Bovendien wordt de architectuur van de Haagse Arc vanaf de Maanweg gezien verstoord. Besluit is strijdig met Stedenbouwkundig Kader Maanplein (SKM) - Voor het Maanplein gold en geldt een stedenbouwkundig kader. Dit stedenbouwkundig kader dateert uit 2017. In de met Borghese gesloten anterieure overeenkomst wordt ook aan dit stedenbouwkundig kader gerefereerd. Sterker nog: uit de zakelijke beschrijving van de gesloten anterieure overeenkomst met ontwikkelaar, die ik heb ontvangen in een WOB-procedure, blijkt dat het Stedenbouwkundig kader uitgangspunt is voor de ontwikkellocatie: “7. Ten behoeve van de voorgenomen Ontwikkellocatie heeft het college van burgemeester en wethouders op 4 juli 2017 een Stedenbouwkundig Kader op hoofdlijnen vastgesteld (RIS 297419) waaraan de uitwerking van het Bouwplan zal voldoen. - 8. De gemeente Den Haag zal zich inspannen voor vaststelling van een planologisch besluit waarbinnen ruimte is voor het voorgenomen Bouwplan. - 9. Ontwikkelaar zal voor elke fase een omgevingsvergunning aanvragen, die elk getoetst zal worden aan het geldend vigerend beleid, het Stedenbouwkundig Kader en het planologisch kader”.

- Het stedenbouwkundig kader stelt duidelijk grenzen qua hoogte op de desbetreffende locatie. - Bij het verlenen van de vergunning is nochtans geen acht geslagen op de uitgangspunten en ontwerprichtlijnen van het Stedenbouwkundig Kader Maanplein (SKM). Zo zou er een open verbinding moeten worden behouden naar het Entreeplein III van het ensemble opdat de voetgangersroute van de Binckhaven naar het kruispunt met de Maanweg en de route via de Huygenstraverse naar Station Voorburg niet wordt belemmerd. Ook het zicht op het ensemble vanaf de kruising is geheel verdwenen, zoals uit bovenstaande impressie blijkt. - Ik volsta verder met een verwijzing naar de hoogtebepalingen. in het SKM is in drie varianten de mogelijke hoogte van de bebouwing aangegeven. De zone langs de Maanweg is in alle varianten beperkt tot een hoogte van 24 meter om de nieuwe bebouwing te laten passen in het ensemble (zie onderstaande afbeelding) .

10

-

-

De initiatiefnemer heeft evenwel een bouwplan ingediend van 50 meter en overschrijdt daarmee twee keer (!) de maximale hoogte. Het besluit is in dit opzicht ook strijdig met de nota Eyeline Skyline, uitgangspunten voor de Binckhorst. In deze nota staat op blz. 53: “… de zones grenzend aan woongebieden kennen geen hoogbouw: het gaat om het Waterfrontpark langs de Trekvliet en de bebouwing langs de Broekslootzone/Maanweg. Deze gebieden hebben het primaat wonen, hier is wonen in de plint mogelijk….” Middels de anterieure overeenkomst maakt het door de gemeenteraad vastgestelde Stedenbouwkundig kader integraal onderdeel uit van de tussen gemeente en Borghese gemaakte afspraken. Deze afspraken hebben ook derdenwerking en het nadien van kracht geworden Omgevingsplan derogeert niet aan de toentertijd gemaakte afspraken.

Beleidsregel verbindingen met omgeving versterken - In Bijlage 1 van de Beleidsregels behorende bij het Omgevingsplan Binckhorst staat onder de titel Binckhorsthaven en Maanplein als richtlijn vermeld: - “verbindingen met de omgeving (bijvoorbeeld station Voorburg) versterken. Dit betekent dat bebouwing nabij het Maanplein geen belemmeringen voor deze verbindingen mag veroorzaken.” - Ook deze beleidsregel/richtlijn wordt niet gevolgd. De vergunning had op dit aspect dan ook niet gegeven mogen worden. Hoogteaccent is geen accent - Volgens het Omgevingsplan Binckhorst is bebouwing toegestaan tot 30 meter met hoogteaccenten van maximaal 70 meter.

11

- Over hoogteaccenten en wat toegestaan is, wordt in het Omgevingsplan weinig concreets geschreven. Maar op basis van aanverwante stukken en regels en de formele besluitvorming rondom het Omgevingsplan kan worden afgeleid dat een hoogteaccent ook ècht bedoeld is als een accent. Ter illustratie: o De Beleidsregels van het Omgevingsplan stellen: “Een mate waarin bouwvolume gezien wordt als hoogteaccent en de maximale maat van het hoogteaccent is afhankelijk van de context, zoals de afstand tot andere hoogbouw en samenhang met andere hoogbouw;” o In de botsproeven staat: “Er is aangenomen dat gestreefd wordt naar smallere torens als hoogteaccent, daarom wordt er van uit gegaan dat maximaal 20% van de footprint van een gebouw een hoogteaccent mag hebben.” o In het Vaststellingsbesluit (obv een vraag mbt een ander gedeelte van het plan): Twee torens met een hoogte van 37 meter hoogte voldoen niet aan de regels van het omgevingsplan en de bijbehorende beleidsregels, omdat er daarmee geen sprake is van een stedelijke laag met hoogteaccent, maar twee hoogteaccenten direct naast elkaar. Dat acht het college niet wenselijk. - Het project ‘hoekgebouw’ in de voorliggende aanvraag is één groot hoogteaccent, eigenlijk een rechte toren waarbij de volledige footprint wordt benut om de hoogte in te gaan.

Dit is in tegenspraak met de uitgangspunten van de botsproeven dat slechts 20% van de footprint van een gebouw de hoogte in mag gaan. - Tevens is er in het geval van de onderhavige omgevingsvergunning sprake van ‘twee torens’ naast elkaar. Het hoekgebouw wordt immers pal naast het oude ICC-gebouw (de Haagse Arc) geplaatst. Dat is iets dat het college in het bovengenoemde Vaststellingsbesluit in andere context ‘niet wenselijk’ acht. - Tot slot stelt de vergunningaanvrager simpelweg “[w]at betreft de hoogte is rekening gehouden met de bestaande bebouwing in Voorburg.” Dit wordt echter nergens onderbouwd wat ook af te leiden is uit onderstaande afbeelding;

12

- Feit is dat de hoogte van dit gebouw op geen enkele wijze aansluit bij de omringende laagbouw in Voorburg-West. De gebouwen op het Maanplein aan de rooilijn van de Maanweg (alwaar het hoekblok ook is gepland, hebben een hoogte van 24 meter Dit is m.i. dan ook een volstrekt onjuiste voorstelling van zaken. Alles overziende voldoet de aanvraag niet aan de letter en de geest van de definitie van een hoogteaccent en is de voorgestelde hoogte ook in strijd met het eigen beleid van het college. Verkeersimpact onvoldoende in kaart gebracht - Vaststaat dat de voorliggende vergunningaanvraag een toename van de verkeersbelasting in de Binckhorst tot gevolg zal hebben. In de huidige situatie is immers sprake van een groene ruimte, en is dus geen sprake van een verkeersgeneratie. - Het Omgevingsplan (artikel 7.2.1. lid j) vraagt rekening te houden met goede bereikbaarheid en doorstroming en hierbij expliciet te kijken naar de kruising Regulusweg en Maanweg plus de op- en afritten van de A12. o Artikel 7.2.1 lid j: er wordt rekening gehouden met het waarborgen van een goede bereikbaarheid van de Binckhorst als geheel voor zowel motorvoertuigen, openbaar vervoer als langzaam verkeer, met dien verstande dat, specifiek voor het gemotoriseerde verkeer, de doorstroming moet worden gewaarborgd op de kruisingen die de voornaamste entree vormen voor de Binckhorst, te weten de kruisingen: ▪ 1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11880372/1