RIS312778 Notulen van de raad van 9 juni 2022
Tekst van het document
Besluit: • om naast een (in)formateur ook een stadsverkenner aan te stellen die snel in alle stadsdelen gesprekken organiseert om ideeën op te halen en problemen te signaleren zodat deze in de formatie kunnen worden meegenomen; • bij het coalitieakkoord een bijlage aan te leveren waarin het nieuwe stadsbestuur aangeeft hoe zij met deze inbreng is omgegaan in de onderhandelingen. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Lesley Arp (SP). Voorzitter. We hebben er lang op moeten wachten, maar de rituele dans van blokkeren en clusteren lijkt eindelijk voorbij. De SP heeft er nooit een geheim van gemaakt dat wij liever een ruk naar links hadden gemaakt, omdat we als stad lef en duidelijke keuzes nodig hebben. Praten over de partijen en poppetjes die aan tafel zitten is wat de SP betreft een gepasseerd station en de stad heeft daar nu ook niets aan. Als de onderhandelende partijen er de komende weken samen uitkomen, dan rust er wel een grote verantwoordelijkheid op hun schouders. Want hoe ga je naar de stad overbrengen dat je er als college bent voor de hele stad, dus ook de mensen die anders hebben gestemd of het vertrouwen in de politiek zijn verloren? De analyse dat het uitsluiten van partijen per definitie ondemocratisch is, heeft de SP altijd te kort door de bocht gevonden. Soms zijn er goede inhoudelijke redenen voor.
Maar het uitsluiten van bijvoorbeeld de grootste partij brengt wel een intens grote verantwoordelijkheid met zich mee. Het nieuwe college zou kiezers van Hart voor Den Haag maar ook van alle andere partijen die nu niet aan tafel zitten het gevoel moeten geven dat het er niet enkel voor zijn eigen achterban is. Daarom staat de SP onder de motie die de onderhandelaars oproept om nu al uit de achterkamers of de kas, zoals mevrouw Faïd zei, te komen en de stad een plek aan tafel te geven. Wat mij betreft stellen we hiervoor een stadsverkenner aan die niet uit de Haagse kaasstolp komt. Een gespreksleider die voeling heeft met wat onze stad en onze wijken zo uniek maakt: het zand, het veen, de diversiteit en de rauwe randjes. En ook al zit mijn fractie niet aan tafel, ik gun de nieuwe coalitie - of moet ik zeggen: de oude coalitie? - een goede start. Ik geloof dat het voorstel dat zojuist door mevrouw Faïd is ingediend daaraan bij kan dragen. Robert Barker (PvdD). Voorzitter. We figureerden natuurlijk al heel lang in een slechte B-film, een film waarvan je al heel lang wist wat het einde was. Want partijen die zeiden progressief te zijn, riepen dat ze een progressief college wilden. En de VVD zei eigenlijk: we willen niet met de PvdA. Maar toen wisten we eigenlijk allang dat dat niet waar was en dat dat het een onderhandelingsspel was.
Na maanden praten werd een adviseur ingevlogen en toen waren alle blokkades opeens als sneeuw voor de zon verdwenen. Er werd daarbij gedaan alsof die adviseur een neutraal persoon was die met een neutrale blik zou kijken, maar dat is natuurlijk ook niet waar. De adviseur van de raad richtte zich puur op het voortzetten van het huidige college en schreef zijn advies niet aan de raad, maar aan het zittende college. Wat ons betreft laat de afgelopen periode zien hoe het niet moet. Voor de inwoners van Den Haag is dit schouwspel moeilijk te volgen. De heer Donner is nooit aangeduid als informateur, maar schijnt het wel te zijn. Je zou hopen dat hij daar vandaag wat duidelijkheid over had kunnen geven, maar het blijft bij een vage brief. Ik kreeg laatst de vraag aan wie brieven rond de coalitievorming nou moeten worden gericht. De aanname van degene waar ik mee sprak, was dat het beter was om te wachten tot er een informateur zou worden aangesteld. Ik moest toen het antwoord schuldig blijven, maar ik zei een beetje: ik denk dat dit een informateur is, maar ik weet het niet. Hilbert Bredemeijer (CDA). Welk gedeelte van de brief vindt de heer Barker nou precies vaag? Robert Barker (PvdD).
De heer Donner zegt in zijn brief van vanochtend eigenlijk weer dat je een broedende kip niet moet storen en al dat soort termen, maar hij zegt niet: ik ben de informateur en ik ben bereid om met de stad in gesprek te gaan; je kan me mailen. Wat ik uit de stad hoor, is dat dat 19
soort dingen nog vaag blijft. Die beantwoordt de heer Donner niet in zijn brief. Hij zegt alleen: ik kan er niet bij zijn, want mijn agenda zit vol. Hilbert Bredemeijer (CDA). Wat hier volgens mij voorligt, is de brief van de heer Donner als adviseur, waar wij hem bijna unaniem voor hebben gevraagd, van een tijdje geleden. Vervolgens zit daar een advies in aan een aantal fracties om met elkaar gesprekken aan te gaan. Dat is klip-en-klaar. Daar is niets vaags aan. Wat ik vaag vind, is de analyse van de heer Barker op dit moment. En wat ik vooral stuitend vind aan de analyse van de heer Barker, is dat hij bijdraagt aan een wantrouwen richting het stadsbestuur, waar hij zelf deel van uitmaakt, nadat wij wekenlang met elkaar hebben gesproken, elkaar een uitgestoken hand hebben gegeven, die soms ook afgewend hebben … De voorzitter. Dit is een interruptie, hè. Daar moet een vraag in zitten. Hilbert Bredemeijer (CDA). … maar waar we wel samen bezig zijn geweest om daaraan te werken. Wat is vaag aan de brief, als u die in het licht van deze beschouwing bekijkt? Het advies is toch klipen-klaar? Robert Barker (PvdD). Toen ik sprak over vaagheid, heb ik gezegd dat ik het had over de brief of mail van vanochtend.
Maar als we het hebben over de kritiek die de heer Bredemeijer geeft: ik vind dat je over het hele proces kan zeggen dat het heel gek is dat zo'n adviseur alleen met de zittende coalitie serieus gaat praten. Als er echt sprake was van een impasse, zou je verwachten dat hij ook wat breder zou kijken. Het advies is gericht aan de zittende coalitie, terwijl hij, dacht ik, een opdracht van de raad heeft gekregen. Dat is dus mijn kritiek op de brief van Donner. De voorzitter. De laatste keer, meneer Bredemeijer. Hilbert Bredemeijer (CDA). De heer Donner heeft ook met u gesproken, zeg ik tegen de heer Barker. Waar was de heer Barker toen wij of anderen hem een uitgestoken hand toereikten? Robert Barker (PvdD). De heer Donner heeft inderdaad met ons gesproken, maar dat was natuurlijk niet heel serieus. Wij hebben gezegd dat er heel veel verschillende opties zijn. Dat kunt u ook in ons verslag nalezen. Geen enkele van deze opties heeft hij verder verkend. Verder kan je je überhaupt afvragen of de opdracht aan de heer Donner een volledig neutrale opdracht is geweest, maar uiteraard zijn we bereidwillig geweest om op die ene uitnodiging van de heer Donner in te gaan. Robert van Asten (D66). Ik ben even confuus over wat de heer Barker zegt over de brief die is gericht aan het huidige college. In de brief die ik hier voor me heb, staat: geachte leden van de gemeenteraad.
Mis ik iets, vraag ik aan de heer Barker via de voorzitter. Robert Barker (PvdD). Dat dat de oplegger is waarin eigenlijk weinig staat en verwezen wordt naar een advies in de bijlage waarin verwezen wordt naar de zittende coalitiepartijen. Robert van Asten (D66). Dan is het dus iets heel anders. Hij verwijst dus naar het advies aan partijen die nog met elkaar door moeten praten, maar dit is gewoon een brief van de adviseur die gericht is aan de gemeenteraad. We hebben nota bene met elkaar besproken dat het geen nieuwe verkenning wordt; er wordt een advies gegeven en het is aan partijen om te doen met het advies wat hen goeddunkt. Dat heeft ertoe geleid dat wij op dit moment in deze onderhandelingen zitten. Ik vind het een beetje vervelend dat de heer Barker het nu iets te makkelijk afschuift als een advies aan het huidige college. Het is gewoon een brief aan de gemeenteraad. De voorzitter. En de vraag is? Robert van Asten (D66). Het is wat wennen in deze positie, voorzitter. Excuus.
20
Robert Barker (PvdD). Ik hoorde inderdaad geen vraag. Maar in de brief van de heer Donner lees ik: 'Bijgaand advies heb ik uitgebracht aan de vijf genoemde fracties.' Mijn punt is dat hij als adviseur is aangesteld door de raad, en hij geeft vervolgens een advies aan het zittende college. Dat vind ik wat vreemd. De voorzitter. De laatste keer, Van Asten. Robert van Asten (D66). Even heel juist. Er wordt geen advies gegeven aan het college. Er wordt gezegd tegen vijf partijen: op basis van alle gesprekken die ik heb gevoerd, zou u het met elkaar moeten proberen. Dat is keurig in een brief verstuurd aan de leden van de gemeenteraad. Dus ik vraag via de voorzitter aan de heer Barker: bent u het er ook niet mee eens dat u nu een verkeerde voorstelling van zaken geeft? Robert Barker (PvdD). Nee, daar ben ik het niet mee eens. De zittende coalitie krijgt een advies van de heer Donner, terwijl de adviseur is aangesteld door de raad. Dat vind ik best wel een gekke gang van zaken. Ik heb al gezegd dat ik het sowieso gek vond dat, als zo'n adviseur wordt aangesteld door de hele gemeenteraad, hij om een impasse te doorbreken eigenlijk alleen maar praat met de zittende coalitie. De voorzitter. De heer Barker zet zijn betoog voort. Robert Barker (PvdD). Ik heb voorgaande formaties ook meegemaakt. Die waren een stuk transparanter.
Je had bijvoorbeeld een informateur die duidelijk was aangesteld. Ik snap dan niet waarom we in deze tijd, waarin het vertrouwen in de politiek al onder druk staat, niet kiezen voor een wat transparantere manier van politiek bedrijven. Terwijl andere gemeentes juist kiezen voor raadsakkoorden, compacte coalitieakkoorden en echt dualisme, lijkt dit college een valse start te maken. Voorzitter. Terwijl de tijden roepen om verandering, zitten we de komende jaren vast aan hetzelfde college met dezelfde bestuursstijl. Hoe gaat het college alle inwoners meenemen? Uiteindelijk heeft maar 22% van de mensen op deze partijen gestemd. Vroeger kregen de burgers en ook oppositiepartijen duidelijker de mogelijkheid om inhoudelijke input te geven. Hoe gaat het college zorgen dat ze de benodigde verandering gaan bereiken? Dat vraagt mijn fractie zich erg af, want de klimaatcrisis, de ecologische crisis en de wooncrisis wachten namelijk niet. Robert van Asten (D66). Het is een beetje een raar debat, maar gaat het lid Barker nu vragen aan het college stellen? Dat is toch heel gek, aangezien we aan het onderhandelen zijn voor een nieuwe coalitie? Robert Barker (PvdD). Ik stelde geen vragen aan het college. De meeste vragen waren gewoon retorisch. Ik zeg: hoe gaat het college alle inwoners meenemen en hoe gaat de nieuwe coalitie alle inwoners meenemen? Dat is inderdaad een retorische vraag.
Ik zou van de heer Van Asten, met zijn lange raadservaring, verwachten dat hij dat doorziet. Het punt dat ik mee wil geven - misschien kan de heer Van Asten in zijn eigen termijn daarop reageren - is: hoe gaat de heer Van Asten ervoor zorgen dat alle inwoners van de stad worden meegenomen, dat zoals vroeger andere partijen ook input kunnen geven en dat er een transparant proces plaatsvindt? Dat is de vraag die ik aan onder anderen de heer Van Asten stel. Robert van Asten (D66). Dan nog één vraag. Ik zeg er alvast bij dat deze niet retorisch is, dus ik hoop op een antwoord. Heeft de heer Barker in de gesprekken in de twee voorgaande verkenningsrondes en in het gesprek met de heer Donner de mogelijkheid gehad om aan te geven wat zij belangrijk vinden voor de komende vier jaar van deze stad? Robert Barker (PvdD). Eigenlijk niet. Niet echt, nee. In het verleden hebben we een gesprek met Tom de Bruijn gehad, bij de vorige formatieronde. Dat is echt wat inhoudelijker geweest. Het gesprek met de heer Donner ging vooral over: welke coalitieopties zou je willen? Het was niet echt een super 21
inhoudelijk gesprek. We hebben in de verkenning daarvoor wel een gesprek gehad over 'wat zijn nou de thema's die je belangrijk vindt', maar niet over 'wat zijn de maatregelen'. Robert van Asten (D66). Dat is natuurlijk precies waar ik op doelde. U heeft eerdere gesprekken in twee verkenningsrondes gehad, een vanuit de kant van Hart voor Den Haag en een vanuit de D66verkenners. Daarin heeft u, als ik de gespreksverslagen lees, wel degelijk gehad de mogelijkheid gehad en genomen om aan te geven wat ú belangrijk vindt in een toekomstig bestuur. Dat wil niet zeggen dat daarmee het gesprek stopt, want ik denk dat het heel goed is om verder te praten, niet alleen deze periode maar in de komende vier jaar. Maar u bent het toch wel met me eens dat u tot op dit moment wel degelijk al input heeft kunnen geven? Robert Barker (PvdD). Volgens mij probeert de heer Van Asten me een bepaalde kant op te duwen en bepaalde woorden in mijn mond te leggen. Ik zeg dat je eigenlijk vrij weinig een inhoudelijk gesprek hebt kunnen aangaan. Het verslag van de eerste verkenningsronde is er natuurlijk niet echt vanuit ons, want wij hebben gewoon een mail gestuurd waarin wij hebben geprobeerd zo veel mogelijk inhoud mee te geven. Maar ik kan zeggen dat het gesprek in de tweede ronde niet heel erg hoogstaand en inhoudelijk was en het gesprek met Donner ook niet. Hilbert Bredemeijer (CDA).
Het proces is net helder geschetst: twee verkenningsrondes en vervolgens hebben we hier met elkaar bijna unaniem een motie aangenomen waarin de oproep wordt gedaan aan het fractievoorzittersoverleg om te komen tot een onafhankelijke adviseur die ons uit de impasse haalt. Dat was de vraag. Ook de heer Barker heeft die motie gesteund met zijn Partij voor de Dieren. Hoe verhoudt zich dat tot het betoog dat ik nu hoor, als u achter die motie staat? U hebt die motie gesteund en we hebben dat vervolgens met elkaar gedaan. We hebben de heer Donner voorgedragen. Hij komt met dat advies. Dan is dat toch precies wat we hebben gevraagd aan hem? Robert Barker (PvdD). Ik heb het idee dat ik in herhaling val. Toen wij als raad een motie aannamen over een adviseur die onafhankelijk ernaar zou kijken, hadden we verwacht dat er echt verschillende opties zouden worden bekeken en niet alleen met de zittende coalitie door zou worden gesproken, dus dat er niet alleen met alle partijen het verplichte verkenningsgesprekje werd gevoerd en daarna weken met de zittende coalitie zou worden gepraat. Dat is wat we hadden verwacht, maar blijkbaar was de perceptie anders. Hilbert Bredemeijer (CDA). De oproep was: help ons uit die impasse.
Is de heer Barker het met mij eens dat hij de mogelijkheid heeft gehad om daar een bijdrage aan te leveren en dat we uit die impasse zijn gekomen met dit advies? Robert Barker (PvdD). Ik zei ook dat we het idee hadden dat we in een slechte B-film terecht waren gekomen, omdat we eigenlijk al van tevoren wisten dat er niet echt serieus naar de verschillende opties zou worden gekeken. Op het moment dat die adviseur eigenlijk voor de formaliteit met een groepje partijen praat, met alle partijen in de raad, en vervolgens alleen maar met de zittende coalitiepartijen praat, kan je je de vraag stellen of het nou echt een serieuze adviesronde is of dat er meer voor de vorm een wat zwaarwichtigere persoon is ingevlogen. De voorzitter. De laatste keer, Bredemeijer. Hilbert Bredemeijer (CDA). Het is een vaag antwoord, maar volgens mij zegt u op de eerste vraag: ja, ik heb die mogelijkheid gehad want ik heb kunnen praten. Op de tweede heb ik nog geen antwoord gehad: is de heer Barker het met mij eens dat we uit die impasse zijn gekomen en dat de heer Donner dus aan die opdracht heeft voldaan? Robert Barker (PvdD). Daar probeerde ik antwoord op te geven. Dat was eigenlijk dat de vraag is of er ooit een impasse was, omdat het eigenlijk gewoon een beetje leek als een spel. Daarom zei ik niet of we wel of niet uit de impasse zijn gekomen.
Maar voor de buitenwereld lijkt het misschien alsof we nu inderdaad uit de impasse zijn gekomen. 22
Mariëlle Vavier (GroenLinks). Ik zit met verbazing te luisteren naar het debatje dat nu plaatsvindt en vooral naar het antwoord van de heer Barker. Als de heer Barker van tevoren eigenlijk al wist dat hij in een slechte B-film zat en dat het allemaal toch voor de bühne zou zijn en niks zou betekenen, waarom heeft hij dan voor de motie gestemd? En waarom is er dan geen alternatief voorstel gekomen van de Partij voor de Dieren? Robert Barker (PvdD). Er ís een alternatief voorstel van de Partij voor de Dieren gekomen en u heeft daartegen gestemd, namelijk over links kijken en praten. Dat was ons alternatief voorstel. Dus u zal het mij niet kwalijk nemen dat ik dit terugwerp naar GroenLinks. Mariëlle Vavier (GroenLinks). Nee, dat was een procesvoorstel. Dat was een voorstel dat de nieuw aan te stellen adviseur ook deze optie zou meewegen. Dat is ook gebeurd in de gespreksronde, zoals dat ook in het advies is geschreven. Nee, het gaat mij erom waarom de Partij voor de Dieren niet een ander voorstel heeft gedaan voor een ander soort proces om uit die impasse te komen. Robert Barker (PvdD). Volgens mij uit mevrouw Vavier een aantal aannames over dit proces. Je kan zeggen wat er plenair is gebeurd. Plenair hebben we een duidelijke motie ingediend, die GroenLinks heeft verworpen, wat een voorstel was om uit de impasse te komen.
Je kan het ook hebben over wat in andere overleggen is gebeurd, waar we ook de nodige voorstellen hebben gedaan. In beide gevallen hebben we steeds benadrukt hoe we uit de impasse zouden kunnen komen. We hebben bijvoorbeeld, zoals ook heel transparant is te zien in het verslag van Donner, heel veel verschillende opties gegeven. Daarvoor hebben we ook richting de verkenners die er daarvoor waren al aangegeven: wat zijn nou de verschillende opties om uit die zogenaamde impasse te komen? Mariëlle Vavier (GroenLinks). Ik constateer eigenlijk dat de Partij voor de Dieren de inhoud en het proces niet van elkaar kan onderscheiden. De ontevredenheid over de uitkomst van het proces beïnvloedt nu heel erg de manier waarop de Partij voor de Dieren hierover spreekt. Dat is de constatering die ik wilde doen. Ik heb er verder geen vraag bij. De voorzitter. Oké, maar dat is eigenlijk wel de kern van een interruptie. De heer Barker mag reageren. Robert Barker (PvdD). Dat is natuurlijk een verkeerde constatering, want we kunnen het proces en de inhoud heel goed onderscheiden. Wat het proces betreft heb ik de nodige kritiek op de adviseur. Ik had verwacht dat de adviseur er echt onafhankelijk in zou zitten. Dat is de kritiek die ik daarop lever. Ik heb al vaker gezegd, ook voordat we die adviseur aanstelden, dat de verwachting was dat het gewoon het zittende college zou worden.
Dat heb ik ook de dag na de verkiezingen al gezegd tegen diverse mensen. De voorzitter. Oké. Meneer Van Asten, het is uw derde ronde hè. Ik ga u niet weigeren. Gaat uw gang. Robert van Asten (D66). Ik sla namelijk even aan op wat de heer Barker even tussen neus en lippen door zegt, namelijk dat de heer Donner dus niet onafhankelijk is. Ik wil graag dat hij dat onderbouwt, want ik vind het nogal wat om zoiets te zeggen. Robert Barker (PvdD). Ik kan het heel goed onderbouwen, maar ik weet niet … We hebben het er net uitgebreid over gehad. Ik heb uitgebreid mijn motivering gegeven. Ik weet niet of het zinvol is om weer in hetzelfde rondje door te gaan. Robert van Asten (D66). Het lijkt mij zeer zinvol om dat gewoon nog even te zeggen, want deze constatering, deze conclusie heb ik niet uit uw betoog gehaald.
23
Robert Barker (PvdD). Oké, dan kom ik u tegemoet. De motie verzocht om er onafhankelijk naar te kijken. Vervolgens heeft de heer Donner zijn obligate ronde gedaan met het zittende college, dus de coalitiepartijen, en de rest van de raad. Vervolgens heeft hij alleen maar gesproken met de zittende coalitie. Ondanks dat wij maar ook partijen als DENK heel veel opties op tafel hebben geworpen, wat ook uit de verslagen blijkt, zijn die allemaal niet bekeken. Daarnaast was het ook wel … Ik denk dat ik daarmee uw vraag voldoende beantwoord heb. De voorzitter. Van Asten, de laatste keer. Robert van Asten (D66). Dan moet ik toch wel constateren dat het redelijk vergezocht is om vervolgens de onafhankelijkheid van de heer Donner in dit proces in twijfel te trekken. Het feit dat hij als adviseur een doorbraak heeft weten te realiseren waar de heer Barker en zijn partij dan niet bij zitten, wil nog niet zeggen dat de heer Donner dit heeft gedaan op basis van vooringenomenheid. Want dat is wat u zegt, als u zegt dat onafhankelijkheid ontbreekt. Robert Barker (PvdD). Dat ben ik niet met u eens. Ik heb al het nodige gezegd over de doorbraak. De vraag is of dit een echte doorbraak is of meer een doorbraak voor de bühne. De voorzitter. Meneer Bredemeijer, ook voor u is het de derde ronde hè. Dus u heeft echt iets nieuws, hoop ik. Gaat uw gang. Hilbert Bredemeijer (CDA).
Dat klopt, maar wat hier gebeurt is nogal wat. Ik wil de heer Barker echt verzoeken zijn woorden terug te nemen, als het gaat over het in twijfel trekken van de onafhankelijkheid van de heer Donner. Robert Barker (PvdD). Ik heb niet eerder meegemaakt dat er zo veel actief geïnterrumpeerd wordt. Heel mooi. Ik waardeer de vele interrupties natuurlijk en ook het feit dat het een keer de andere kant op komt, vanuit het college richting mij. Volgens mij heb ik uitgebreid gemotiveerd waarom we hadden verwacht dat die adviseur er veel onafhankelijker in zou zitten, dat hij serieus de verschillende partijen zou bespreken. Dat hebben we ook aan de heer Donner aangegeven. We hebben ook aangegeven graag bereid te zijn om verder te praten, ook over de inhoud. Dat heeft de heer Donner niet gedaan. Ik had die vraag ook aan de heer Donner willen stellen, maar die is er niet. De voorzitter. Even voor de goede orde. Het college neemt niet deel aan deze discussie. U spreekt met elkaar en met mij. Er is misschien een coalitie, er was een coalitie en er komt misschien weer een coalitie. Er zitten allerlei raadsleden die overigens ook nog wethouder zijn, maar dat doet er niet toe. Het college zit hier niet bij. Het zal een verspreking zijn. Om dat te voorkomen, heb het dan over coalitie of over partijen, maar goed. Hilbert Bredemeijer (CDA).
De heer Barker lijkt te zeggen: omdat ik niet aan tafel zit, verwijt ik de heer Donner dat hij niet onafhankelijk is geweest. Ik wil het hem nog één keer vragen: neem dat terug. Anders is het echt een vrij stuitende constatering die we wel mee zullen wegen de komende tijd, als dat de constatering blijft. Robert Barker (PvdD). De vraag is: wie is 'we'? Het punt dat ik meermaals heb gemaakt, is of hij van tevoren redelijkerwijs - dat had ik hem graag willen vragen, maar nu moet ik het bij stellingen houden - alleen maar door zou praten met het huidige college. Daar hebben we het uitgebreid over gehad. Op de radio heeft u ook terug kunnen horen wat ik daarover heb gezegd. En ik heb het over het college, maar het is natuurlijk de zittende coalitie. Ik ga ervan uit dat u dat begrijpt. De voorzitter. De laatste keer, meneer Bredemeijer. Hilbert Bredemeijer (CDA). Precies dit. Het is ongelofelijk verwarrend wat er allemaal gezegd wordt: coalitie, college. Nee dus, het is niet duidelijk wat er gezegd wordt. Mij werd de vraag gesteld wie 'we' is. Ik ben fractievoorzitter van het CDA, dus 'we' is het CDA. 24
Robert Barker (PvdD). Volgens mij is wel duidelijk dat als twee wethouders mij hier aan het interrumperen zijn die tevens raadslid zijn, het niet gek is als ik dan een keer 'college' zeg in plaats van 'zittende coalitie'. Ik bedoel natuurlijk 'zittende coalitie'. Sebastian Kruis (PVV). Ik denk dat we dit maar gewoon moeten gaan concluderen. In feite is de heer Barker in zijn eigen berenval gelopen. Hij stond vorige maand hier te jammeren … De voorzitter. Heeft u een vraag? Sebastian Kruis (PVV). Ja, ja, zeker. Hij stond vorige maand hier te jammeren dat het allemaal niet opschoot en dat we in een impasse waren beland. Hoe duidt de heer Barker nu zelf hoe dit vandaag gaat? Robert Barker (PvdD). Toen ik in de vorige raadsvergadering zei dat ik het verbazend vind dat we na twee maanden nog steeds zo zitten, zat ook in het achterhoofd dat eigenlijk iedereen wist dat het huidige college, dus de huidige coalitie, door zou gaan. Het voelde een beetje als voor de bühne elke keer hier staan en zo voelt het vandaag weer. Sebastian Kruis (PVV). Ik vind het alleen een beetje zuur als de heer Barker begint over dingen voor de bühne doen. Hij had natuurlijk afgelopen week het voorstel over de stadsverkenner. Dat was natuurlijk ook allemaal voor de bühne.
Hij dacht hier vandaag te gaan scoren als oppositieraadslid, maar vervolgens krijgt hij al een halfuur lang de wind van voren van al die establishmentpartijen. Dat is dus precies het zieke aan dit politieke systeem. Ik hoop dat de heer Barker dat nu ook zo zoetjesaan een beetje begint in te zien. Robert Barker (PvdD). De motie over de stadsverkenner is door de HSP mede namens ons ingediend. We vinden dat een goed idee, omdat je de stad zo beter zou kunnen betrekken omdat tot nu toe heel veel in de ivoren toren gebeurt. Laten we de stad ingaan, laten we de bewoners meenemen. Dat is de reden waarom we dat voorstel hebben gedaan. Het was al eerder door de media opgepakt, maar de HSP heeft het net ingediend. De voorzitter. De laatste keer, Kruis. Sebastian Kruis (PVV). Het punt is natuurlijk dat de heer Barker vorige maand ook zelf heeft meegebouwd aan die ivoren toren met dat onnavolgbare debat hier waarin iedereen het had over een impasse en over moeilijkheden met samenwerkingscombinaties die werkelijk waar helemaal niemand zag, behalve de mensen hier in deze zaal. Dus uiteindelijk is het de heer Barker zelf die dit allemaal heeft opgetuigd, en nu plukt hij daar de vruchten van. Dat is misschien ook weleens goed voor een vegetariër. Robert Barker (PvdD). Ik hoorde geen vraag en ik ben het ook niet eens met de conclusie van de heer Kruis. Dat was het einde van mijn betoog.
Nur Icar (DENK). Voorzitter. Tijdens onze gesprekken met de heer Donner hebben wij duidelijk gemaakt dat wij bereid zijn omwille van de stad en de acute problemen die zich nu afspelen de verantwoordelijkheid te nemen om te besturen en compromissen te sluiten. Wij hebben echter na onze gesprekken nauwelijks wat gehoord over het vervolg. Ook dit onderwerp heeft de revue gepasseerd tijdens ons gesprek met de formateur. De Haagse bestuurscultuur dient te veranderen. Ik denk dat we wel allemaal zover zijn. Het is van groot belang dat de informatievoorziening richting de raad adequaat dient te gebeuren. Het is voor mij en voor vele anderen onduidelijk wat de stand van zaken nou is. Het lijkt op een vijfpartijenshow en wij mogen als toeschouwers toekijken hoe de situatie zich verder ontwikkelt. In het onmiddellijke verlengde van de discussie over de Haagse bestuurscultuur ligt de opgave met betrekking tot de relatie burger-overheid. We spraken over enkele concrete voorstellen die DENK 25
eerder heeft gedaan en die in onze ogen een rol spelen in het herstel van vertrouwen. Vanuit onze ervaring en gesprekken met Haagse burgers in met name volkswijken krijgen wij mee dat het vertrouwen met name geschaad is, omdat men het gevoel heeft dat de lokale politiek geen oog heeft voor de uitdagingen die zij dagelijks meemaken. Uitspraken als 'stemmen heeft toch geen zin' en 'de partijen daar zijn er toch niet voor ons' geven goed weer wat het gevoel is bij een grote groep mensen in onze stad. De vijf partijen zitten op 50,8% van de stemmen. Laten we de overige 49,2% van de stemmen wel serieus nemen. En even naar de heer Barker toe: van alle kiesgerechtigden hebben ze 21,88% van de stemmen, dus bijna 22%. Voorzitter. Nu de partijen aan het onderhandelen zijn, doen wij een beroep op de onderhandelende partijen om ervoor te zorgen dat er een akkoord ligt dat rechtdoet aan de hele stad en niet alleen de belangen dient van deze vijf partijen. Terecht heeft het huidige college eerder gezegd dat de lage opkomst ook zorgen baart over de legitimatie van het lokaal bestuur.
Als we willen werken aan het vergroten van het vertrouwen, dan moet dat in eerste instantie blijken uit de afspraken die de onderhandelende partijen nu zullen maken en waarin er ook financiële en beleidsmatige ruimte is voor partijen uit de oppositie en de kiezers die hun stem aan die partijen hebben toevertrouwd. Wij hebben vanuit DENK een brief gestuurd naar de heer Donner en de onderhandelende partijen. Ik ben het eens - het is eerder ook geopperd: we wisten niet zo goed wat de juiste gang van zaken was. Wanneer is het nou handig, wanneer niet om een beetje input te mogen leveren? Maar we hebben uiteindelijk toch besloten een brief te sturen, waarin we uiteengezet hebben wat wij als DENK belangrijk achten en wat wij willen dat de onderhandelende partijen serieus nemen en ook meenemen in het vervolg van de gesprekken. Laten we allen constructief handelen, zodat de wijken waar de uitdagingen het hardst voelbaar zijn het kind van de rekening van het nieuwe oude college worden. De situatie in de volkswijken is nijpend en daar dienen we wel snel werk van te maken. Het is tijd voor meer wilskracht en correcte prioritering ten behoeve van de volkswijken. Ik wil echt benadrukken dat de situatie onhoudbaar is geworden.
Mensen worden moedeloos van en de leefbaarheid gaat echt achteruit, dus laten we daar serieus werk van maken en minder een politiek schouwspel en onderlinge discussies. Geloof mij als ik zeg: de situatie is onhoudbaar en de verandering kan alleen vanuit hier teweeggebracht worden. Als wij prediken dat het vertrouwen in de politiek hersteld moet worden, dan roep ik u op om ook transparant te zijn naar de stad. Dan gaat het meer procesmatig. Dat er uiteindelijk een advies wordt uitgebracht dat vijf partijen het gesprek verder moeten voeren, prima. Maar als er in dat proces meer informatie ligt bij journalisten dan bij fractievoorzitters, dan mogen we toch wel even in de spiegel kijken en denken: wat gaat hier mis qua proces? Dat is iets wat ik heel graag mee wil geven. Ik wil afsluiten met een vraag … Hilbert Bredemeijer (CDA). Wat bedoelde de heer Icar zojuist? Nur Icar (DENK). Waar refereert u aan? Dat de journalisten meer weten? Ja, dat er gesprekken elders plaatsvinden dan in het stadhuis met de vijf partijen. Dat er op een gegeven moment op meerdere dagen gesprekken plaatsvinden met de vijf partijen. Dan wordt de indruk gewekt: oké, het gaat verder waar het gebleven was en de impasse was alleen tussen die vijf partijen.
Dan kan de aanname gedaan worden: wordt er nu inhoudelijk gesproken of wordt er nog gewerkt aan het oplossen van de problemen tussen die partijen? Die vaagheid, daar doel ik op. Hilbert Bredemeijer (CDA). Dat is goed om te horen, want ik dacht even dat er gesuggereerd werd dat er allerlei informatie bij de media ligt die niet bij de raad ligt. Maar dat bedoelde u dus niet? Nur Icar (DENK). Nee, nee, nee. Het gaat er meer om dat de processen niet helder genoeg zijn. Als de raad duidelijk weet 'dit is gaande, dat is gaande', dan is het prima. Maar als het gissen, aannames doen et cetera is, dan gaat het niet goed in informatiestromen. Ik heb een afsluitende vraag, gericht aan de vijf onderhandelende partijen. Neem alsjeblieft de ruimte om daar antwoord op te geven tijdens je eigen inbreng. Wat is jullie visie op input van andere partijen? Hoe kijken jullie ertegen aan? In hoeverre is dit gewenst en in hoeverre willen jullie dit überhaupt meenemen in het proces waar jullie nu in zitten? Daar wil ik het bij laten.
26
Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. Daar zijn we dan weer, voor de derde keer sinds 16 maart in deze raadzaal om te spreken over de verkiezingsuitslag en de coalitievorming. Waar we de vorige keren spraken over een mislukte verkenning, is er nu wel een geslaagde verkenning geweest of eigenlijk een doorbraak van een impasse. Vanaf deze kant wil ik mijn dank uitspreken aan de heer Donner voor de gesprekken die hij gevoerd heeft. Mijn fractie heeft het gesprek als zeer plezierig ervaren. Voorzitter. Het is goed dat de impasse doorbroken is en er gewerkt kan worden aan oplossingen voor de diverse crises en uitdagingen in onze stad. Ze zijn in eerdere debatten al meermaals aan de orde geweest: de wooncrisis, de energiecrisis, de uitdagingen in wijken als Moerwijk en Laak, de grote mate van armoede in diverse delen van onze stad, de enorme kloof tussen burger en overheid en het wantrouwen dat er is. Voorzitter. Iedere fractie heeft dit bij de gesprekken met de verkenners en ook met de heer Donner uitgesproken, als ik de gespreksverslagen lees. Iedereen heeft zijn zorgen geuit over de lage opkomst in zijn algemeenheid en in specifieke delen van onze stad in het bijzonder. De afgelopen jaren hebben we het in deze zaal vele malen gehad over burgerparticipatie, het betrekken van bewoners en van bewonersorganisaties.
En ook in de diverse verkiezingsprogramma's, voor zover die er waren, was dit terug te vinden. Maar die burgerparticipatie heb ik de afgelopen weken niet gezien bij de partijen die door de heer Donner zijn uitgedaagd om samen verder te gaan. Ik vind het verbazingwekkend om juist op een cruciaal punt voor de toekomst van onze stad geen input te vragen van bewoners. Gelukkig zijn daar de media, Omroep West, met een uitgebreide poll. Maar wat mijn fractie betreft is de eerste stap om het vertrouwen tussen burger en overheid te herstellen hen serieus te nemen bij de totstandkoming van een akkoord. Daarom ook van harte steun voor de motie die door collega Faïd is ingediend om de stad, haar bewoners en organisaties meer te betrekken bij de totstandkoming van een coalitieakkoord. Robert van Asten (D66). Voorzitter. Dank voor het woord in dit debat over de voortgang van het proces om tot een nieuwe coalitie te komen. We zitten nu inmiddels op 9 maart, nee, 9 juni. 9 maart was nog een paar dagen voor de verkiezingen en toen wisten we nog niet hoe de wereld eruitzag. Dat weten we nu wel en we weten ook hoe de verhoudingen liggen. Dat heeft geleid tot twee verkenningspogingen die nog niet tot een uitkomst hebben geleid, waardoor we uiteindelijk via de unanieme motie de heer Donner hebben gevraagd om als onafhankelijk begeleider te kijken hoe de impasse kan worden doorbroken.
Daarvoor heeft hij met alle partijen gesproken die dat wilden, met sommige een enkele keer en met sommige andere meerdere keren, waarna uiteindelijk het advies is afgegeven dat voor u ligt en waar we vandaag over spreken. Het advies was om met vijf partijen inhoudelijke gesprekken te gaan starten. Die vijf partijen hebben besloten om dat ook te gaan doen en hebben daarbij de heer Donner gevraagd om dat proces te gaan begeleiden. Daar zijn we nu heel druk mee bezig, want wij voelen echt de druk om snel doch goed en kwalitatief tot een akkoord te komen, omdat deze stad, zoals de heer Icar ook zei, echt wel hele grote problemen heeft. Niet alleen in sommige wijken, maar in heel veel wijken moeten we echt een verhaal neer gaan zetten. Het maken van een coalitieakkoord is natuurlijk nog niet zo makkelijk. U weet allemaal ook hoe we er financieel voorstaan en wat de problematiek in de stad is. Daar moeten we een antwoord op gaan formuleren. Met de zienswijzen van vijf partijen is dat hard werken, maar ik heb nog steeds de hoop en het optimisme, ook in deze fase, dat we daar gaan komen.
Er is gevraagd: hoe betrek je nou de stad erbij? Er wordt voorgesteld om dat te doen met een stadsverkenner, maar volgens mij is de vraag meer: hoe wordt nou de input meegewogen die de stad geeft en wat doen de vijf onderhandelende partijen eraan om die input verder op te halen? Er is ook enkele keren gesuggereerd dat het voor mensen in de stad lastig is om een plek te vinden waar ze hun wensen kwijt kunnen. Nou, dat is op zich prima gelukt, want we zitten al op 75 brieven die het onderhandelingsteam hebben bereikt. Via coalitie2022@denhaag.nl kan iedereen die dat wil daar ook nog input op geven. Ik zeg daarbij tot de heer Icar dat brief 74 vanuit DENK is opgenomen bij onze stukken. Lesley Arp (SP). Dit is natuurlijk wel de hele traditionele manier van zo'n onderhandeling doen die nu wordt geschetst. Tegelijkertijd zitten we in een situatie dat de opkomst dramatisch was. Daar zijn we het allemaal over eens. Een ander punt is natuurlijk dat de logische coalitie voor heel veel mensen, wat 27
je daar inhoudelijk ook van moge vinden, het niet is geworden: de meest logische coalitie met de drie grootste partijen. Vergt dat dan niet ook dat je een andere benadering moet hebben van de onderhandelingen doen, waarbij je de luiken wat meer opengooit? Je hoort heel veel in de stad 'stemmen heeft toch geen zin meer', wat je daar persoonlijk ook van moge vinden. Ik vind dat een heel zorgwekkend signaal. Robert van Asten (D66). Ik ben het niet helemaal eens met mevrouw Arp dat de meest logische coalitie een coalitie is van de drie grootste partijen. Daar kunnen we verschillend over denken, maar wij vinden dat niet het meest logische en dat wordt ook niet massaal gedeeld in de stad. Tenminste, ik hoor ook andere geluiden daarover. U heeft natuurlijk wel gelijk dat we moeten zorgen dat dadelijk meer mensen zich gehoord voelen in het stadhuis. Uiteindelijk moeten al die stappen ertoe leiden dat ze bij een volgende verkiezing zeggen: ik ga wel naar de stembus, want mijn stem wordt gehoord en daarom wil ik 'm extra luid laten klinken. Er zijn een heleboel stapjes die we daarin moeten gaan zetten. U zegt nu dat het een vrij klassieke manier van onderhandelen is. Dat weet ik zo net nog niet. Ik denk dat sommige dingen ook klassiek zijn, omdat je door een bepaald proces heen moet.
We weten dat de onderhandelende partijen echt met elkaar spreken: oké, wat kunnen we nu doen om juist nog verdere input van de stad te halen? Daar zit natuurlijk wel een weging bij. Aan de ene kant moet je de vaart een beetje erin houden. We willen hier tenslotte niet tot volgend jaar zitten te onderhandelen. Ik hoor een adhesiebetuiging hier op rechts om een beetje tempo te maken. Het moet wel goed zijn. Er moet een akkoord komen waar we mee aan de slag kunnen. Volgens mij zit de uitdaging erin dat er uiteindelijk een akkoord komt dat ruimte biedt om hier in de raad een goed debat te kunnen voeren over welke weg we op moeten gaan, wat ook een handreiking aan de stad is om vooral mee te doen, te praten over plannen en samen visies op te stellen. Dat moet het volgens mij worden. Tot slot zit daar natuurlijk ook nog de saus overheen dat we allemaal politieke partijen zijn die onderhandelen, die elke dag weer contact hebben met de inwoners van deze stad en dat al jarenlang doen. Het is dus niet zo dat er alleen maar partijen zouden zitten die nog nooit van een burger gehoord hebben. We hebben natuurlijk onze voelsprieten. Daarom hebben we ook die verkiezingsprogramma's opgesteld en dat proberen we samen te doen. Het betekent echt niet dat we in achterkamertjes willen zitten … Lesley Arp (SP). Ik heb toch nog één bespiegeling hierover.
Om nog terug te komen op het punt 'traditioneel' dat ik maakte. Een e-mailadres coalitie2022 openen en verwachten dat mensen daar even naar mailen, vind ik heel traditioneel. Ik denk ook dat andere partijen moeten erkennen dat voor sommige mensen die georganiseerd zijn, die in allerlei gremia zitten, de afstand tussen de onderhandelaars of het college voor mijn part en hen gewoon veel kleiner is. Kijk bijvoorbeeld naar Nijmegen. Daar hebben ze een hele andere aanpak, met stadsgesprekken waarvoor mensen met een random loting worden uitgenodigd. Ik denk dat dat echt hele vernieuwende ideeën zijn. Dit is een handreiking van een deel van de raad. Ik ben toch benieuwd hoe de heer Van Asten deze handreiking weegt. Robert van Asten (D66). Ik weeg 'm als zeer constructief. Ik ben het helemaal met u eens. Met een emailadres op een website zetten ga je heel veel mensen gewoon niet bereiken, ook een heleboel mensen wel, gezien de stapel die al op het bureau ligt. U stelt vervolgens voor dat dat een stadsverkenner moet worden. Dan gaan we heel erg zitten op 'hoe moet dat gebeuren?' in plaats van 'wat willen we nu eigenlijk?'. Wat we willen, is dat er een akkoord komt waarin vier jaar lang goed naar de stad geluisterd kan worden, waar dan veel input van kan gaan komen. Dat is volgens mij het doel. Ik denk dat … Nee, ik weet zeker dat de vijf onderhandelende partijen dat ook voelen.
Dat zult u dus ook terugzien in een akkoord en aan de manier waarop we dat akkoord samen met u willen gaan uitvoeren. Robert Barker (PvdD). De heer Van Asten zei: met dat mailadres op de website bereik je veel mensen niet; daar zijn we het mee eens. Wat doet de heer Van Asten dan om die mensen wel te bereiken voordat het coalitieakkoord gesloten wordt?
28
Robert van Asten (D66). Daar kan je wellicht nog verschillende acties voor bedenken, lopende dit proces. Maar wat ik echt veel belangrijker vind, is dat we een akkoord maken dat dusdanig ruimte biedt dat het niet draait om of je toevallig deze maand even hebt opgelet en hoe het tot je is gekomen, welk e-mailadres of formulier dat dan ook is geweest of dat je je stem hebt laten horen via het Omroep West-formulier. Het gaat erom dat we de komende vier jaar openstaan, want het zou best weleens kunnen dat op dit moment iemand in Den Haag woont die het nu allemaal prima vindt, maar over een jaar tegen iets aan loopt vanwege een opbreking van de weg of vanwege een bouwproject en dan zich gehoord wil voelen door een nieuw college. Robert Barker (PvdD). Wij kwamen met die stadsverkenner. De heer Van Asten zegt: je kan verschillende acties bedenken om die mensen te betrekken. Aan welke actie denkt de heer Van Asten dan die hij wil voorstellen om te gaan nemen? Robert van Asten (D66). Er zijn natuurlijk heel veel manieren om te zorgen dat je je als onderhandelende partijen in de stad laat zien. Er werd ook voorgesteld om bijvoorbeeld op locatie te gaan vergaderen. Dat kan. Maar op het moment dat ik dan een deurtje dichttrek in een stadsdeel of in een buurthuis, zit ik nog steeds in een hokje in een buurthuis.
Daar heeft natuurlijk helemaal niemand wat aan, want dat gaat ook mensen niet meekrijgen. Het zijn ideeën. Als u nog andere heeft, staan we daar graag voor open. We bespreken die dan als onderhandelende partijen en kijken wat het meest praktische is, in de wetenschap dat we nog wel dit jaar - ik zeg dat even met lichte spot - tot een akkoord moeten gaan komen. De voorzitter. Meneer Barker, de laatste keer. Robert Barker (PvdD). Wat de heer Van Asten zegt over als partij de stad ingaan, is natuurlijk heel iets anders dan als toekomstig stadsbestuur de stad ingaan. Mensen hebben natuurlijk bewust niet gestemd op die partijen en zijn thuisgebleven. Je moet juist niet vanuit de partijen gaan; je moet juist vanuit de stad gaan, vanuit het stadsbestuur. Dan valt het me wel tegen dat de heer Van Asten eigenlijk niet echt een hele duidelijke optie voordraagt, maar wel zegt: die stadsverkenner vinden we niks, we snappen het probleem maar eigenlijk hebben we geen oplossing. Kan de heer Van Asten toezeggen om nog wat duidelijker een oplossing te bieden voor het probleem dat je meer dan de helft van de stad niet hebt bereikt bij de verkiezingen en om die mensen mee te nemen bij het vormen van een coalitieakkoord? Robert van Asten (D66). Wellicht wreekt zich dat weer alles door elkaar gaat lopen met partijen, coalities en stadsbestuur.
De heer Barker stelt voor om als nieuw stadsbestuur - het college is een gedeelte van het stadsbestuur, want u bent ook stadsbestuur - de stad in te gaan om te kijken hoe we kunnen zorgen dat dadelijk de andere helft van de stad ook gaat stemmen. Ja, daar moeten we absoluut voor zorgen. Wat mij betreft gaat een coalitieakkoord daar ook alle ruimte toe bieden. Hoe ga je dat nu uitvoeren? Blijven we dat hier doen vanaf het Spui of gaan we daar ook als bestuurders veel meer mee de stad in? Dat is één. Twee. We willen niet als partij de stad ingaan, maar als onderhandelende partijen. Dat heb ik gezegd, dus dat wil ik even rechtgezet hebben. Het gaat er natuurlijk om, nu te proberen nog input te halen in de wetenschap: als we nu een jaarlang door de stad heen gaan, dan zijn we nog niet klaar met iedereen gehoord te hebben. Daarom is het wat mij betreft veel belangrijker om een akkoord te maken dat ruimte biedt voor alle mensen in de komende vier jaar om zich gehoord te voelen. Fatima Faïd (HSP). Ik heb een vraag, want ik vind het een beetje een kromme redenering. U gaat eerst met elkaar beslissen op welke manier de stad straks eventueel mag meepraten over het stuk dat er dan ligt. U kan eigenlijk ook niet precies aangeven welk alternatief u dan zelf heeft voor die stadsverkenner, behalve dat u zegt: wij gaan het even bedenken en later gaan we het aan de stad uitleggen.
Misschien heeft u toch nog een suggestie. Wat gaan jullie nou precies doen om al die mensen die niet gestemd hebben en die wel goede ideeën hebben toch te betrekken en dan niet via een e-mailtje? 29
Robert van Asten (D66). Dat zijn een heleboel dingen. Er zitten een paar aannames in waar ik het totaal niet mee eens ben. Ten tweede wordt de vraag gesteld: hoe gaat u in deze onderhandelingstijd iedereen die niet gestemd heeft even betrekken bij de coalitievorming? Dat mensen zijn afgehaakt, is niet iets van de laatste maand. Dat is een proces van decennia geweest. Laten we hier dus met elkaar afspreken of eigenlijk concluderen dat dat ook niet binnen twee maanden op te lossen valt en dat het waarschijnlijk ook niet lukt om dat binnen vier jaar op te lossen. Maar laten we wel een inspanningsverplichting hebben om over vier jaar in deze zaal te zitten en te denken 'er zijn wel weer mensen komen stemmen' in de hoop dat dat dan de resultante is van dat mensen zich meer gehoord en meer betrokken voelen. Nogmaals, een akkoord moet dus juist daarop zien en daar de ruimte voor bieden. Uiteindelijk komt dat dan voort uit het handelen van de bestuurders en het hele stadsbestuur, dus ook van de raad, om ervoor te zorgen dat die mensen zich wel gehoord voelen en dat ze wel de ruimte hebben gehad om mee te beslissen over wat er in de stad gebeurt. Fatima Faïd (HSP). Dank u wel voor de beantwoording.
Het valt mij toch een beetje tegen dat juist een partij als D66, die het heel belangrijk vindt dat mensen participeren, er nu toch voor kiest om in een klein clubje dingen te gaan zitten bedenken. Ik ben het met u eens dat het niet van twee maanden geleden is dat mensen niet zijn gaan stemmen. Maar volgens mij hebben we hier met zijn allen geconcludeerd dat we nu echt een dieptepunt hebben bereikt. Ik hoor u de hele tijd zeggen dat het heel belangrijk is om de stad erbij te betrekken. Dan denk ik: we hebben hier een stadsverkenner, ga daarmee aan de slag. Je kan er eigenlijk morgen al mee beginnen. Daarvoor hoeven wij helemaal niet te wachten totdat u met de andere partijen een coalitie heeft gevormd. U kunt nu ook gewoon alvast de stad in als onderhandelende partijen om zichtbaar te maken aan de stad: wij vinden dat belangrijk als nieuw stadsbestuur. Eventueel nieuw stadsbestuur. Robert van Asten (D66). Een mooie laatste toevoeging inderdaad. Hier lopen toch wat dingen door elkaar. Ja, het is heel belangrijk om de stemmen uit de stad te horen. Ik zeg daarbij dat het juist belangrijk is dat we een structuur maken en dat we dat voor de komende vier jaar echt geborgd hebben. Daarom moeten de onderhandelende partijen daar nu een akkoord op zien te maken. Ik draai het even om. Als we nu een stadsverkenner zouden aanstellen, dan gaat die door de hele stad.
Ik ben benieuwd wanneer we die persoon terugzien, maar die gaat dan iets ophalen, zo'n stapel klachten, wensen en bedenkingen, bijvoorbeeld als hij in Laak is geweest: we willen dit, dit, dit, dit, dit, dit, dit, dit, dit, terecht of onterecht. Kunnen wij dat allemaal waarmaken? Dat is dan ook weer de vraag. Dan gaan we misschien een teleurstelling creëren, omdat we gewekte verwachtingen niet waar kunnen maken. Als één ding funest is voor vertrouwen, dan is het als verwachtingen niet waargemaakt worden. De voorzitter. Het raadslid Faïd, de laatste keer. Fatima Faïd (HSP). Bedankt voor de beantwoording. Ja, maar dat doen we toch regelmatig in dit huis: dingen beloven die we helemaal niet kunnen waarmaken? Dat is voor mij geen reden om niet te proberen het beter te doen. Dat vind ik dus een beetje raar. Het gaat er natuurlijk niet om dat u klachten gaat ophalen. Het gaat erom dat we naar de stad gaan - daar kunt u als formerende partijen een eerste aanzet toe geven - de mensen serieus nemen en met ze in gesprek gaan. Dat hoeft helemaal niet per se over klachten te gaan. Dat kan ook, zoals ik in mijn inbreng zei, over hele goede ideeën gaan die je mee kan nemen. Dat is meer de insteek. Het gaat helemaal niet over klachten. Robert van Asten (D66). Ik ben er zeker voor om goede ideeën op te halen, maar ik wil even teruggaan naar het begin van uw betoog.
U zegt: dat doen we heel vaak, vertrouwen beschamen en dingen beloven die we niet waar kunnen maken. Volgens mij is het juist belangrijk dat we daar eens mee gaan breken. Dat is volgens mij wat wij als onderhandelende partijen mee moeten nemen. Zorg nou dat we geen verwachtingen wekken die we niet waar kunnen maken. Zorg nou dat we een structuur voorleggen aan de stad waarin mensen mee kunnen beslissen, zodat de goede ideeën waar deze hele stad vol mee zit ook daadwerkelijk tot wasdom kunnen komen. U zegt: dat moet u ophalen voordat u dadelijk een akkoord maakt. Ik zeg: nee, daar is helemaal geen belang bij. Er is belang bij 30
dat er een akkoord wordt gemaakt waarin die ideeën ruimte krijgen voor de komende vier jaar en misschien wel voor de komende acht of twaalf jaar. Lesley Arp (SP). Ik moet zeggen dat ik nog nooit zo'n vlammend betoog tegen participatie van D66 heb gehoord, maar dat terzijde. Ik zie toch ook wel een soort van tegenstelling tussen de partijen die aan tafel zitten en de partijen die niet aan tafel zitten. Dat vind ik oprecht heel erg zonde. We hebben twee van dit soort debatrondes gehad. Er zijn altijd lastminutemoties ingediend van partijen die nu in de coalitie zitten die wij stante pede moesten beoordelen. De HSP heeft een paar dagen geleden een voorstel ingediend. Kijk daar op zijn minst naar en kom over de brug. Of kijk wat voor aanpassingen de heer Van Asten zou willen in dat voorstel om het toch werkbaar te maken. Maar ik denk dat we toch - het klinkt wel heel verbindend - nader tot elkaar zouden moeten komen. Ik vind dit echt zorgwekkend. Robert van Asten (D66). Het is leuk dat het raadslid Arp begint over haar verbindende kwaliteiten, terwijl ze eerst even flink onder uit de zak geeft over dat wij niet aan participatie zouden doen. Volgens mij probeer ik hier juist vlammend uit te leggen hoe we dat de komende vier jaar wél willen doen. Maar dat ga ik niet overdoen. We hebben meer te doen vandaag. Maar kijkt u dat vooral eens terug, want het is echt zo bedoeld.
U vraagt nu: hadden wij uw motie niet kunnen aanpassen? Ik wil heel erg graag in de geest van die motie - kijk nou hoe we de stad kunnen betrekken - breder kijken naar hoe je dat kan doen in de komende vier jaar. Maar eigenlijk wordt er dan weer een manier opgelegd waarop dat dan moet gebeuren, terwijl ik denk dat dat helemaal niet in het belang is van het tempo van een coalitie. Het zegt ook niks over de kwaliteit daarvan. Dus nee, D66 zal deze motie niet steunen, maar is wel echt van plan om te zorgen dat er de komende vier jaar een heel ander akkoord ligt, waarin er veel meer ruimte is voor de stad, voor de raad en voor iedereen om ervoor te zorgen dat het vertrouwen terugkomt. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Ik ben in ieder geval blij om te horen dat er een akkoord gaat komen waarin er heel veel ruimte is voor de stad, voor de burgers. Toch vind ik het verhaal van de heer Van Asten niet helemaal mooi. Het wordt heel erg een of-ofverhaal, maar volgens mij kan het ook een en-enverhaal worden. We kunnen nu vragen aan de stad wat zij mee zouden willen geven, niet door naar elke straat te gaan om te kijken 'welke opbreking vindt u nou vervelend?', maar door dat breder te doen. Ik sluit me aan bij collega Arp, die dat zonet ook vroeg.
Wat zou de heer Van Asten wel kunnen steunen om in deze fase van onderhandelen de stad meer te betrekken, die input op te halen en niet te zeggen 'we gaan dit allemaal voor u regelen; daar hebben we andere partijen voor', maar te zeggen 'we willen die input meenemen'? Robert van Asten (D66). Als ik hier stante pede een motie zou moeten aanpassen, dan zou ik die breder trekken om te zorgen dat er nog input tijdens de onderhandelingen wordt opgehaald en ook aan te geven bij de presentatie van het akkoord hoe dat de komende vier jaar verder zal worden vormgegeven. Robert Barker (PvdD). Ik zit nog met het punt dat de heer Van Asten eigenlijk zegt dat als je participeert of als je in gesprek gaat met burgers, je dan meteen verwachtingen wekt. Ziet de heer Van Asten niet ook een mogelijkheid om alleen maar input op te halen zonder toezeggingen te doen? Is dat geen vorm waarin je toch als stadsbestuur of als formerende partijen de toren uit kan? Robert van Asten (D66). Dan hangt het natuurlijk af van de definitie: wat is input uit de stad ophalen? Ik kan me best voorstellen dat als ik nu naar Laak zou gaan - sterker nog, we hebben de brief natuurlijk gekregen over wat Laak wil en waar Laak om schreeuwt - ik die wensen wederom gepresenteerd krijg, en terecht. Die hebben we gelukkig al als onderhandelende partijen, dus daar kunnen we in dit geval wat mee.
Gaan we dat over de hele stad doen, dan krijgen we die hele waslijst. Input betekent: dit is het probleem waar wij tegenaan lopen, dit is wellicht ook een suggestie om het op te lossen. Dat zit dan bij de onderhandelaars. Als we dat dan niet letterlijk hebben overgeschreven, dan zegt iemand die daar zijn input op heeft gegeven en daar tijd in heeft geïnvesteerd: zie je, er wordt weer niks mee gedaan. Dat is dus het managen van verwachtingen. Ik heb liever dat we een systeem 31
maken waarin we de komende vier jaar daarvoor openstaan dan dat we nu even een soort vinkje zetten: o ja, we hebben nu de stad gehoord, en dan? Zie dit dus niet zo dat wij als onderhandelende partijen niets met de stad te maken willen hebben, absoluut niet. Maar ik denk dat het zoveel belangrijker is dat we de komende jaren juist gaan werken aan een nieuw systeem. Robert Barker (PvdD). Ik deel de analyse van de heer Van Asten niet. De heer Van Asten doet eigenlijk alsof het teleurstellen van mensen een reden zou zijn om dan niet vooraf bijvoorbeeld zo'n gesprek aan te gaan. Ik zou juist denken: kijk naar alle projecten die het stadsbestuur heeft gedaan, bijvoorbeeld wegenbouw of de pollers van de heer Van Asten toen hij wethouder was. Niet iedereen is altijd tevreden met het resultaat, maar dat betekent toch niet dat je het gesprek daarover niet kan aangaan? Waarom zou je niet gewoon het gesprek aangaan over onderwerpen die in de stad leven en daarbij zeggen: weet wel, het betekent niet dat we alles overnemen? Robert van Asten (D66). Voorzitter, ik moet ook een beetje op de tijd letten van mijn eigen fractie voor de andere onderwerpen. Ik verwijs nu even naar wat ik hier eerder over gezegd heb, want dit is eenzelfde vraag in een andere vorm. Nur Icar (DENK). Kiezers hebben niet voor niks op die 49,2% gestemd.
Even concreet: op welke termijn wordt input vanuit de overige fractievoorzitters meegenomen? Ik snap dat het niet verstandig is om duizenden mensen te spreken of dat die optie niet echt haalbaar is. Maar in hoeverre kan input vanuit de oppositie zelf concreet meegenomen worden en kunnen er gesprekken plaatsvinden, waardoor iedereen toch op de een of andere manier bereikt wordt? Robert van Asten (D66). Ik kan hier niet direct antwoord op geven hoe we dat gaan doen. Ik heb u nu gehoord. Ik zal met de onderhandelende partijen gaan bespreken in hoeverre we daar ruimte voor kunnen geven. Ik heb uw brief namens uw partij gelezen. Daar staan een paar dingen in waar we zeker mee aan de slag kunnen. Er staan ook een paar dingen waar in ieder geval mijn partij als onderhandelende partij niet warm voor zal gaan lopen. U snapt ongetwijfeld welke. Sebastian Kruis (PVV). Voorzitter. We spreken vandaag over de status van de formatie, want het partijkartel maakt de mensen via de media wijs dat het in het belang is van Den Haag dat er snel een stadsbestuur komt. De afgevallen partijen in de formatierace die net niet kruiperig of principeloos genoeg waren, huilen nu krokodillentranen, onder andere in de media, over de geheimzinnigheid rondom de formatie. Ik refereerde er al bij de heer Barker.
Een nepoppositie zit ook in het frame van de gevallen regentenkliek dat er snel een stadsbestuur moet komen, maar dat ideeën uit de stad naar de formatietafel moeten worden gebracht, bijvoorbeeld de partij van mevrouw Faïd. Mevrouw Faïd, die bij elke gelegenheid waar ze een megafoon in de hand krijgt de revolutie predikt, komt met een voorstel voor een stadsverkenner. Blijkbaar is de weg van de revolutie geplaveid met stadsverkenners, maar dat is niet de bedoeling, mevrouw Faïd. Het is de bedoeling dat we oppositie gaan voeren en niet de helpende hand toereiken aan de establishmentpartijen - nou kan mevrouw Faïd gapen, maar dit is nog maar het begin - die uiteindelijk niet in staat bleken om de problemen in de stad op te lossen. Dus, en dat is ook wat ik elke keer hier heb betoogd, waarom zouden de partijen die nu aan het onderhandelen zijn nu wél in staat zijn om de problemen op te lossen? Voorzitter. Dat er mensen zijn in de raad als onderdeel van de oppositie die denken dat een stadsverkenner de afstand verkleint tot de mensen thuis, laat eigenlijk precies het probleem zien van de Haagse politiek. Ze proberen het huis van de democratie te stutten, maar de fundering is rot. Dus moet je die fundering verder verslappen in plaats van lijmen, zou ik zeggen tegen de oppositie.
Een relevante vraag die ik wel heb in dit nietszeggende debat, is: waar onderhandelen deze partijen nou eigenlijk al die tijd over? Drie moeizame jaren resulteerden in een politieke doorstart van dit gelegenheidscollege. Mijn gevoel zegt me dat die doorstart enkel gaat leiden tot een duikvlucht. Ik zou tegen die partijen zeggen: voer het vorige collegeakkoord uit. Want daarvan hebben ze helemaal niets klaargespeeld, niet eens een begin daarvan. Dus bespaar de stad dit politieke circus voor de bühne en ga doen wat u de afgelopen drie jaar ook al niet lukte, namelijk de grote problemen van Den Haag aanpakken. Dat kan prima met het vorige collegeakkoord, want waarover wordt 32
onderhandeld in vredesnaam? Ik zie de heer … Ik dacht dat er een interruptie kwam, voorzitter. U kent mij natuurlijk als een constructief raadslid. Dat zou dus mijn oproep zijn in het kader van dit debat en de voortgang van de formatie: stop die onderhandelingen, benoem een aantal wethouders en reik de hand uit naar de oppositie om met elkaar die problemen te gaan aanpakken. Dan ben ik ook echt bereid mee te doen. Maar dit circus? Dat slaat natuurlijk helemaal nergens op. Fatima Faïd (HSP). Voorzitter, ik heb een ordevoorstel. Volgens mij hebben we hier de afspraak dat partijen worden aangesproken in de raad en niet personen. Meneer Kruis doet dit regelmatig. Ik merk dat ik daar wel een beetje klaar mee ben. Ik vraag aan de voorzitter om daar wat beter op te letten. De voorzitter. Als er personen worden aangesproken, dan heb ik dat inderdaad gemist. Maar goed, ik zal goed opletten. Sebastian Kruis (PVV). Ik weet niet of mevrouw Faïd aan citroenen zit, maar ik zeg eigenlijk iets heel sympathieks. Ik doe een soort reflectie op haar activistische leven en daar zet ik vervolgens die stadsverkenner tegenover. Maar als ze dit al een persoonlijk ding vindt, dan worden het hele lastige jaren, mevrouw Faïd. Denkt u niet, voorzitter? De voorzitter. Ik laat mevrouw Faïd dat zelf maar zeggen. Fatima Faïd (HSP).
Dat wil ik eigenlijk helemaal niet, want volgens mij is de afspraak dat partijen worden aangesproken en niet personen die hier in de raad zitten. Nou gebeurt het weer. Willen we een beetje fatsoenlijk met elkaar kunnen omgaan … Ik word er ook regelmatig door de voorzitter op aangesproken. Helemaal prima, maar dan wil ik ook niet dat anderen de vrijheid nemen om wel de regels te overtreden. Zit ik op Twitter, is het wat anders. Maar in deze raad wil ik gewoon aangesproken worden als iemand van de Stadspartij en niet op persoonlijke titel. De voorzitter. Helder. Ik zal er goed op letten, want u sprak mij nu aan. Meneer Kruis, nog iets? Sebastian Kruis (PVV). Mevrouw Faïd wordt met terugwerkende kracht op haar wenken bediend. Ik zei namelijk: de partij van mevrouw Faïd. Dus ik had het niet over mevrouw Faïd persoonlijk, anders dan dat ze dus inderdaad overal de revolutie predikt. Maar ik had het over de partij van mevrouw Faïd, dus ik weet niet wat voor een nummertje ze nu probeert te maken. De voorzitter. De oproep was aan mij gericht. Ik zal goed opletten. Hilbert Bredemeijer (CDA). Voorzitter. Namens het CDA zou ik met name de heer Donner heel hartelijk willen danken voor het werk van de afgelopen weken. We zijn blij met de constructiviteit die we hebben geproefd bij de partijen die samen met ons bezig zijn om te komen tot een nieuw akkoord.