CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS312778 Notulen van de raad van 9 juni 2022

Gemeenteraad 7 juli 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Vaststelling van de Notulen van 9 juni 202262.578 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 7

We waren vooral heel blij met het feit dat we uit de impasse zijn gekomen dankzij de heer Donner. Dat is heel goed om te weten. Daarnaast denk ik dat het goed is om, even terugblikkend op de afgelopen drie weken, de collega's te bedanken voor de constructiviteit. Want vanaf Hart voor Den Haag tot aan GroenLinks - ik bedoel dat meer praktisch hoe het hier in de zaal is ingedeeld - is er sprake geweest van die uitgestoken hand om ons samen ertoe te brengen dat we uit die impasse willen komen. Die motie is unaniem aangenomen en leidt er uiteindelijk toe dat we richting een stadsbestuur komen. Over het stadsbestuur gesproken. Ik denk dat we met elkaar de opgave hebben om het uitsteken van die hand de komende tijd te blijven herhalen. Ik ben blij met de inbreng van de heer Icar, die namens DENK zegt: wij willen constructief zijn, we willen graag meedenken over de problemen in de stad en de oplossingen daarvoor. In antwoord op zijn vraag: ja, heel graag zou ik daarvan gebruik willen maken. Ik denk dat iedere partij die bezig is om te komen tot een akkoord maar ook de partijen die bezig zijn zich voor te bereiden op een rol in de oppositie, zouden de krachten moeten bundelen om die problemen samen aan te pakken. Ik zou die uitgestoken hand dus heel graag willen aannemen en samen willen strijden voor het oplossen van die problemen.

33

Dat is, denk ik, wat ons te doen staat op een positieve manier, op een constructieve manier, samen dat stadsbestuur zijnde. Nu op naar de periode die voor ons ligt voor het oplossen van de problemen die in Den Haag spelen. Martijn Balster (PvdA). Voorzitter. Even kort vanaf deze plek. De oproepen van de collega's om de lage opkomst en de betrokkenheid van de stad centraal te stellen in het formatieproces neemt de Partij van de Arbeid zeer ter harte. Dat moet ook onderdeel van het akkoord worden. Ik nodig ook heel graag partijen individueel uit, zoals de heer Icar dat namens DENK al heeft gedaan, om input te leveren op het formatieproces, want dat is alleen maar welkom. Het betrekken van de stad en goede gedachtes daarbij zijn ook welkom als het aan de Partij van de Arbeid ligt. Fatima Faïd (HSP). Ik wil het dan toch ook even aan meneer Balster vragen. Op welke vernieuwende manier gaat u input uit de stad halen? Ik hoor allemaal politieke partijen, maar ja, we drinken heel vaak koffie met elkaar. De stad is in dezen nu even belangrijk. Martijn Balster (PvdA). We weten allemaal: vertrouwen komt te voet en gaat te paard. De lage opkomst is buitengewoon zorgwekkend, overigens niet alleen in Den Haag maar ook in andere steden. Het is goed dat daar onderzoek naar gedaan wordt. Het is ook een weerbarstig en taai probleem. We zullen dat niet met een knip van de vingers oplossen.

Voor de Partij van de Arbeid is het van belang dat dit onderwerp centraal staat in de onderhandelingen, dat we daar nadenken over hoe we de betrokkenheid van de stad kunnen vergroten en het vertrouwen van mensen kunnen vergroten en dat we ook nadenken over wat daarin werkt. Dat is niet een kwestie van zomaar een instrument verzinnen en dan denken dat je binnen een paar weken het vertrouwen terug hebt. Je moet daar heel grondig en goed met elkaar over spreken, maar dat is niet alleen aan het nieuwe college. Het is ook een taak van ons allen als stadsbestuur om dat gesprek goed met elkaar te voeren. Ik vind het goed dat we nu met elkaar hebben afgesproken met een duale werkgroep na te denken over hoe we het vertrouwen kunnen herstellen. Ik vind het ook van belang dat we daarin samen optrekken, dat de raad en het toekomstig college daarin samen optrekken. Dat is voor de Partij van de Arbeid van belang. Fatima Faïd (HSP). Ik vind het toch een beetje merkwaardig. Vijf partijen gaan samen nadenken terwijl je het vertrouwen wil herstellen. In mijn redenering is het logisch dat je dan met de mensen in de stad gaat praten: wat is er aan de hand en hoe zouden we dat kunnen oplossen? Maar als ik u goed begrijp, gaat u met een clubje van vijf partijen zelf bedenken wat dan eventueel goed zou kunnen zijn. Martijn Balster (PvdA).

Nee, dan heeft mevrouw Faïd van de Haagse Stadspartij mij niet goed begrepen. Ik denk alleen dat wij de lage opkomst en alle factoren die daaraan bijdragen niet in het formatieproces alleen oplossen. Sterker nog, ik denk dat we in het formatieproces daarover moeten spreken, maar dat we ook daarna heel intensief met de volledige raad moeten nadenken over hoe we het vertrouwen van onze inwoners en de betrokkenheid vanuit de stad vergroten en de lage opkomst verhogen tot weer een opkomst die we allemaal wenselijk vinden. Alle manieren die daarbij passend zijn, moeten wat de PvdA betreft dan de revue passeren. Dat zullen we samen moeten doen. Dat is geen kwestie van even een paar dingen bedenken de komende drie weken. Robert Barker (PvdD). De kern van de vraag is natuurlijk: gaat de PvdA zich inzetten om proactief input van de stad op te halen, bijvoorbeeld via gesprekken, voordat het coalitieakkoord gesloten wordt? Martijn Balster (PvdA). Zolang ik raadslid en bestuurder ben, ben ik bezig om in de stad het gesprek aan te gaan met iedereen die mij daartoe uitnodigt, met iedereen die ik tegenkom. Dat wil ik heel graag intensief voortzetten, maar ik denk dat het dat niet alleen zal zijn. Ik denk dat we nieuwe manieren moeten vinden - ik vind dat mevrouw Faïd daar terecht op aanslaat - om het vertrouwen van inwoners in het stadsbestuur te vergroten.

Ik heb daar de afgelopen periode ook zelf aan mogen bijdragen. Ik denk dat er een paar mooie ontwikkelingen zijn die daarin werkzaam zijn, waardoor het stadsbestuur ook dichter bij de inwoners staat. Dat is geen eenvoudig gesprek. Dat los je niet op met één individuele maatregel. Daar zullen we de komende tijd met elkaar over moeten nadenken. 34

Robert Barker (PvdD). Het is me niet duidelijk. Gaat de PvdA zich inzetten om via de onderhandelende partijen of bijvoorbeeld op een andere manier - we hebben een stadsverkenner voorgesteld - proactief input uit de stad op te halen voor het coalitieakkoord? Martijn Balster (PvdA). Zoals aangegeven doe ik niet anders. Om ons verkiezingsprogramma te onderbouwen hebben wij als partij heel veel gesprekken in de stad gevoerd. In mijn andere rol, als wethouder, doe ik niet anders dan zo veel mogelijk in de stad proberen te zijn om de gesprekken over de beleidsterreinen met inwoners te voeren. Maar daarnaast is er meer nodig, denk ik. Dat heeft met een democratiseringsagenda te maken. Dat heeft met participatie te maken. Dat heeft met de nabijheid van het stadsbestuur bij onze Haagse inwoners te maken. Ik vind het van cruciaal belang dat wij met elkaar daar het goede gesprek over voeren. Dat doen we echt niet in het debat van vandaag. Daar zullen we heel goed en langdurig met elkaar en met de stad over moeten spreken. De voorzitter. De laatste keer, meneer Barker. Robert Barker (PvdD). Ik snap dat de heer Balster vanuit zijn wethoudersrol praat met de stad, maar mijn vraag was meer: gaat hij in de rol van onderhandelende partijen en toekomstig college echt proactief in gesprek vóór het coalitieakkoord? Dat zegt de heer Balster niet. Martijn Balster (PvdA). Jazeker.

Ik denk dat wij goed moeten spreken over op welke manier we dat doen. Ik ben het overigens ook erg eens met wat de heer Van Asten zojuist daarover zei, namelijk dat het in de periode dat je met elkaar onderhandelt ook niet mogelijk is om de hele stad te bereiken. We zullen daar dus een oproep toe moeten doen. We zullen het gesprek aan moeten gaan. Maar we zullen ook met elkaar vooral moeten afspreken dat we dat blijven doen en dat we ook op zoek gaan naar nieuwe manieren die effectiever zijn dan wat we hadden om met de stad in gesprek te blijven, de participatie te vergroten en de democratiseringskracht te vergroten. Daar hebben we een opgave met elkaar te doen in de komende vier jaar en misschien nog wel veel langer dan dat. De voorzitter. Voor degenen die dat willen: in de foyer staat de lunch. U kunt dat gewoon doen, maar we gaan wel door want het is inmiddels al bijna 12.30 uur. Anne Mulder (VVD). Voorzitter. Ik sluit me graag aan bij de woorden van de heer Bredemeijer over de heer Donner. Ook dank aan hem voor zijn bijdrage om de impasse te doorbreken. Ik denk dat het belangrijk is - dat vindt volgens mij iedereen in deze raad - dat we altijd de inwoners betrekken bij wat we doen. De VVD probeert dat te doen door gesprekken aan te gaan met mensen, te weten wat er speelt in de stad en dat ook weer een plek te geven in ons verkiezingsprogramma. Dat hebben we gedaan.

Ik begrijp de opmerkingen. Het percentage in Den Haag lag onder de 50%. Het is een opdracht aan ons allen om dat de volgende keer te verhogen. Maar er hebben toch ook een hoop mensen wél gestemd, weliswaar minder dan de helft. Het is echt een opdracht aan ons om ervoor te zorgen dat dat percentage omhooggaat, maar ook die mensen hebben wel van zich laten horen door te stemmen. Ik denk dat we in een nieuw coalitieakkoord - het VVD-verkiezingsprogramma zegt er ook wat over - iets extra moeten gaan doen met participatie. Als er een coalitie komt waarvan de VVD deel zal uitmaken, ben ik ook bereid om dat te doen. We proberen dat bijvoorbeeld met de klankbordgroep CID. We steken er heel veel tijd in om steeds te weten wat er speelt en dat steeds af te wegen. Je kan het niet altijd iedereen helemaal naar de zin maken, maar je kan wel je best doen om alles te horen, alles af te wegen en dan een goed besluit te nemen. Lesley Arp (SP). Ik had deze vraag ook aan de eerdere spreker kunnen stellen. Wat mij toch wel een beetje opvalt, is dat ik van veel onderhandelende partijen hoor: we gaan als partijen al de stad in, het is een weerbarstig probleem en we moeten er goed over nadenken; we willen iets met participatie.

Is de heer Mulder het met mij eens dat je die goede start en het schrijven van een coalitieakkoord waarin ook een verhaal doorklinkt dat heel herkenbaar is voor mensen, maar één keer echt goed kan doen en dat het misschien goed is om het voeren van die gesprekken juist nu nog even in te bakken? 35

Anne Mulder (VVD). Ik begrijp de vraag van mevrouw Arp. Het klinkt ook idealiter goed. Maar op een gegeven moment zijn er verkiezingen geweest. We zijn allemaal de stad in geweest. Volgens mij zijn er 40, 50 debatten geweest. Er is natuurlijk al heel veel opgehaald en heel veel gehoord door de verschillende politieke partijen. Nu zitten we in de fase dat we moeten onderhandelen om een akkoord te maken. Daarbij is natuurlijk alle input welkom. De heer Van Asten noemde al het e-mailadres. De heer Icar had daarop gereageerd. Dat is de fase waar we nu in zitten. Nu we snel een stadsbestuur nodig hebben, gegeven de problemen, kun je op dit moment niet nog eens met de hele stad gaan spreken. Zodra dit coalitieakkoord klaar is, moeten we natuurlijk mensen betrekken bij het beleid. Ik gaf daar net al voorbeelden van. Dat is een opdracht aan ons allen zodat de volgende keer, over vier jaar, dat percentage van 43 hopelijk in ieder geval de 50 en nog hoger gaat halen. Lesley Arp (SP). Ik snap dat we heel veel tijd hebben verspild met het clusterspel en dat soort dingen, maar andere steden doen wel zo'n parallel proces met een stadsverkenner. Andere steden durven het wel aan.

Moet je als onderhandelende partijen niet een gevoel van urgentie uitstralen dat je hiermee aan de slag gaat in plaats van: o, we gaan dit weer doen met een duaal werkgroepje, waar natuurlijk niemand in de stad van snapt wat het precies inhoudt, en we gaan er later maar eens een keer over praten. Ik denk dat het urgentie uitstraalt als je er nu mee aan de slag zou gaan. Anne Mulder (VVD). Ik heb er net iets over gezegd en collega Balster heeft er ook iets over gezegd. Ik zou een duale werkgroep niet … Ja, duale werkgroep. Als je dat hoort, denk je: wat hebben we nou weer te pakken? Dat begrijp ik ook wel. Maar uit deze groep blijkt wel dat we het lage opkomstpercentage serieus nemen, dat we daar wat aan willen doen en dat dat echt een opdracht is aan ons allen. Ik herhaal mezelf. We hebben voor de verkiezingen ideeën opgehaald. We gingen in de campagne intensief de stad in. Nu is de fase: hoe maken we een stabiele coalitie? Daar houdt het natuurlijk niet op. Het gaat gewoon weer door met participatie, het betrekken van inwoners bij hoe we de stad vormgeven. We hebben dat gedaan op Scheveningen, bijvoorbeeld heel intensief met het Actieplan Scheveningen. Dat zijn zaken die wellicht naar meer smaken. Mariëlle Vavier (GroenLinks). Voorzitter. Ik blijf ook maar even hier op mijn plek zitten nu deze trend gezet is.

Ook namens de GroenLinksfractie zou ik graag mijn dank willen uitspreken aan de heer Donner voor zijn inzet in de afgelopen weken om de impasse te doorbreken. Dat heeft hij heel succesvol gedaan. Wat de GroenLinksfractie betreft gaan we nu aan de slag met een goed akkoord voor de stad. We voelen de verantwoordelijkheid ook zeer om met elkaar goede afspraken te maken over hoe we de komende vier jaar deze stad gaan besturen. Mevrouw Faïd zei het al in haar inbreng: er zijn ongelofelijk veel ideeën in de stad van allerlei mensen, instellingen, bedrijven en organisaties over welke problemen er spelen en hoe we die kunnen oplossen. Onze mailbox stroomt er vol mee. Dat is niet alleen maar naar het e-mailadres coalitie2022@denhaag.nl, maar ook naar onze eigen persoonlijke inboxen. Iedereen heeft de brieven, die variëren van het ondernemersklimaat tot aan de voedselkwaliteit en van de jeugdzorg tot aan de laaggeletterdheid in de stad. Het zijn 75 brieven met ongelofelijk veel ideeën van de hele stad. Ik denk dat we die met elkaar moeten meenemen. Dan moeten we aan de slag gaan voor een goed akkoord voor de komende vier jaar. Fatima Faïd (HSP). Ik dank mevrouw Vavier van GroenLinks voor haar inbreng, maar ik ben toch een beetje verbaasd. GroenLinks heeft de afgelopen vier jaar zo'n beetje op elk dossier heel hard, en volkomen terecht, gehamerd op participatie.

Nu kunnen we participeren. We kunnen iets creatiefs, iets anders gaan doen dan het geijkte. Maar nu krijg ik toch het idee dat u denkt: ik heb 75 brieven ontvangen van allerlei lobbyclubs uit de stad. Dat zijn natuurlijk helemaal niet de bewoners. Die 75 waar u het over heeft, dat zijn allemaal organisaties. Ik ben dus verbaasd. Misschien kunt u het toch nog uitleggen. Hebben jullie het daar samen over gehad met vijf partijen? En wat was nou precies de insteek van GroenLinks op deze motie? Mariëlle Vavier (GroenLinks). Dank aan de Haagse Stadspartij dat de inzet van GroenLinks voor de participatie in de stad gezien en erkend wordt. Wat ons betreft blijven we daar met elkaar op 36

samenwerken in de komende periode. Mijn fractie zal zich daar zeker voor blijven inzetten. Ik denk dat de verwachtingen van iets nieuws bedenken tijdens de onderhandelingen om zo tot een coalitieakkoord te komen echt veel te hooggespannen zijn. Ik zou me ook graag willen aansluiten bij wat al eerder is gezegd door de collega's. Het gaat natuurlijk vooral over de periode daarna, als we een akkoord hebben. Het allerbelangrijkste is dat we daarna doorgaan met nadenken. Het is niet alsof we vandaag opnieuw beginnen, alsof we weer bij Adam en Eva beginnen. Ik denk dat het vooral heel erg belangrijk is dat we in de komende periode doorgaan op de ingezette weg, als het gaat om het betrekken van alle bewoners in de stad. Fatima Faïd (HSP). Natuurlijk gaan we door, maar u kunt dus nu ook gewoon een volgende stap zetten. Van de vijf partijen bent u de partij het meest aan de linkerflank, de partij die toch altijd het meest creatief is, met alle respect voor alle andere partijen; ik zie meneer Bredemeijer kijken. Dan valt het me toch wel een beetje tegen dat u zegt: we gaan toch nog maar even een beetje gewoon door op de ingeslagen weg. Participatie is heel belangrijk, dus ik zou zeggen: omarm dit idee of kom met andere creatieve ideeën. Die hoor ik eigenlijk ook niet. Misschien kunt u daar iets over zeggen. Mariëlle Vavier (GroenLinks).

Op het gevaar af dat ik mezelf ga herhalen: we beginnen niet opnieuw. Er is al heel veel. Ik denk dat we daar met elkaar, de raad en het nieuw te vormen college, stappen in moeten zetten om dat verder te verbeteren. De analyse van de collega's klopt ook. De participatiegraad in de stad is heel laag en de behoefte om te stemmen is ook heel laag. Daar moeten we met elkaar wat aan doen. Ik vind het jammer dat alle inzet die in de afgelopen periode is gepleegd, ook door onze eigen collega's in de werkgroep democratisering en participatie, zo wordt weggezet als iets wat niks betekent, terwijl we dat juist moeten gebruiken om ermee verder te gaan in de komende periode. De voorzitter. De laatste keer, het raadslid Faïd. Fatima Faïd (HSP). Dit vind ik dan weer een beetje jammer, want niemand heeft gezegd dat wat collega's al gedaan of bedacht hebben op het gebied van participatie niet goed is. Deze motie roept op: zet een volgende stap. Met name twee partijen in deze onderhandelingen vinden participatie heel belangrijk. Dan vind ik het eigenlijk onbegrijpelijk dat op het moment dat u als onderhandelende partijen -- dat is nu even uw positie -- de motie zou kunnen uitvoeren, namelijk door gewoon de stad in te gaan en met mensen in gesprek te gaan, die mogelijkheid niet grijpt. Mariëlle Vavier (GroenLinks). Ik hoorde geen vraag.

Het gaat natuurlijk niet alleen maar om: gaan wij als onderhandelende partijen de stad in? Deze motie gaat over: stel een verkenner aan die er de komende periode mee aan de slag gaat. Daar wordt op gereageerd. We staan open voor alles wat er uit de stad komt, voor alle ideeën. Maar om daar nou speciaal een stadsverkenner voor aan te stellen, daar is op dit moment simpelweg de tijd niet voor. Lesley Arp (SP). Ik had nog een vraag. Ik stel deze vraag vooral aan mevrouw Vavier, omdat zij als laatste van de onderhandelende partijen aan het woord is. Ik was toch een beetje benieuwd naar hoe zij kijkt naar de lichte verwarring over de status van de adviseur, de heer Donner. Er zijn ook wel mensen die zeiden: wij snappen die verwarring niet, maar we constateren wel dat bij een aantal partijen die vragen leven: wat is nu de status? Hoe kijkt mevrouw Vavier naar hoe daarover is gecommuniceerd? Kan daar wat haar betreft nog wat beter over gecommuniceerd worden naar de raad? Hoe had de raad überhaupt betrokken moeten worden bij een echte aanstelling tot informateur, als die er al is geweest? Ik weet dat niet. Mariëlle Vavier (GroenLinks).

Zoals ik de brief van de heer Donner heb gelezen, is het een advies aan de gemeenteraad en heeft hij in dat advies beschreven op welke manier hij gekomen is tot het doorbreken van de impasse, met wie hij gesprekken heeft gevoerd en welke meerderheidscoalitie hij op dat moment de meest kansrijke vond om mee verder te gaan. Daarom heeft hij deze vijf partijen geadviseerd om door te gaan en de coalitieonderhandelingen te starten. Ik vind dat een heel helder advies. GroenLinks heeft dat met open armen en ook met heel veel plezier aanvaard. We gaan er graag mee aan de slag. 37

Lesley Arp (SP). Ik snap natuurlijk dat de heer Donner met een advies is gekomen. Dat is niemand ontgaan. Ik vind het ook goed dat hij snel met een advies is gekomen. Maar er zijn nu natuurlijk vragen over wat zijn status in het huidige proces is. Ik vroeg me af of mevrouw Vavier daarop kan reflecteren en hoe de raad daarin meegenomen is. Mariëlle Vavier (GroenLinks). De onderhandelende partijen hebben de heer Donner gevraagd om ons te blijven helpen als adviseur. De voorzitter. De laatste keer, Arp. Lesley Arp (SP). Dan toch een suggestie die ik aan mevrouw Vavier doe, omdat zij de laatste spreker is van de onderhandelende partijen die ik kan aanspreken. Ik denk dat het een goed idee zou zijn om hier in de communicatie met de rest van de raad toch nog even wat duidelijkheid over te geven. Hebben we nou geen informateur in Den Haag? Gaan we standaard met adviseurs werken? Ik vind het toch wel belangrijk om dat even duidelijk te hebben. Mariëlle Vavier (GroenLinks). Het enige wat ik daarop kan zeggen - ik ben de laatste van de vijf onderhandelende partijen - is: dat ga ik meenemen naar de collega's en dan komen we daarop terug. Robert Barker (PvdD). Ik vroeg me af of duidelijkheid kan worden gegeven of, stel dat deze heer geen informateur of formateur is, de informateur of formateur nog wordt aangesteld. De voorzitter. Alsnog, bedoelt u. Mariëlle Vavier (GroenLinks).

De heer Donner begeleidt onze gesprekken. Robert Barker (PvdD). Maar wordt er nog een informateur aangesteld, bijvoorbeeld over een week of over twee weken? Mariëlle Vavier (GroenLinks). In principe zijn wij nu met z'n vijven de formatie aan het doen. De heer Donner begeleidt die gesprekken, dus er hoeft dan geen formateur te zijn. Robert Barker (PvdD). De gebruikelijke procedure is dat er altijd een informateur of een formateur is, maar de coalitie kiest er nu bewust voor om geen informateur of formateur aan te wijzen? Mariëlle Vavier (GroenLinks). Het is misschien een gebruikelijke, een klassieke of een conservatieve manier, hoe je het ook noemen wil. Deze vijf partijen hebben voor iets anders gekozen, voor de vernieuwing zo u wil. Fatima Faïd (HSP). Ik vind het op zich wel grappig dat mevrouw Vavier het nu ineens over vernieuwing heeft, maar ik krijg de indruk dat het net lijkt alsof het jullie niet lukt om een informateur te regelen. Dat zou ik dan toch wel even hier graag verhelderd willen hebben. Klopt dat? Lukt het niet? Wil niemand? Wat is hier aan de hand? Mariëlle Vavier (GroenLinks). We zijn heel erg tevreden met het proces zoals het nu verloopt. We zijn met elkaar aan het formeren en de heer Donner begeleidt die gesprekken. Anne Mulder (VVD).

Het is toch zo dat we eigenlijk helemaal geen afspraken hebben over hoe zo'n proces gaat? Ik ben geen oud mannetje, maar ik kan me herinneren dat er tijden waren dat er helemaal niet over werd gesproken … De voorzitter. Wilt u niet over personen spreken, zelfs niet als het over uzelf gaat? Dat u oud bent zien we wel, hoor. Gaat uw gang, meneer Mulder.

38

Anne Mulder (VVD). Ik kan me … Nou moet ik mijn woorden goed kiezen. Er was een tijd dat de lijsttrekker van de grootste partij gewoon ging zitten en partijen uitnodigde. Daar werd helemaal niet over gesproken in de raad. Die zat dat voor en een paar weken later was er een coalitie. Er zijn dus geen regels voor. De termen 'informateur', 'formateur', 'verkenner' en 'helper' hebben we hier ook helemaal niet gecodificeerd. Er is dus geen proces voor. Via mevrouw Vavier zeg ik tegen mevrouw Faïd: dat kan ze wel suggereren, maar dat hebben we niet. De motie van de heer Barker van een paar weken geleden probeert dat wel te codificeren met het presidium. Misschien krijgen we dan een wat ordentelijker proces. Ik weet niet of dat dan een beter proces is, maar in ieder geval een proces dat wat duidelijker is, zoals we dat ook in andere volksvertegenwoordigingen tegenkomen. Kan mevrouw Vavier daarop reageren? Mariëlle Vavier (GroenLinks). De heer Mulder heeft helemaal gelijk. Dat heb ik ook al gezegd in antwoord op de interruptie van de heer Barker, namelijk dat dat helemaal geen regel is en dat wij met elkaar onze eigen manier hebben gekozen om de onderhandelingen te voeren om te komen tot een goed akkoord voor de stad. Dus dank voor deze interruptie. Gideon van Meijeren (FVD). Voorzitter. Forum voor Democratie is opgericht om wat wij noemen het partijkartel te doorbreken.

Daarmee richten wij ons op de politieke cultuur, waarin een aantal gevestigde machtspartijen die al sinds jaar en dag de dienst uitmaken onderling de baantjes verdelen en iedere tegenmacht zo veel mogelijk belemmeren en nieuwkomers buitensluiten, waardoor nieuwe ideeën en nieuwe talenten niet of nauwelijks kunnen doordringen. In de economie is kartelvorming verboden, omdat dit het concurrentieprincipe ondermijnt en de consument uiteindelijk daar de dupe van is. In de politiek is er geen verbod op kartelvorming, maar dat neemt niet weg dat het buitengewoon ongewenst is, omdat hier in dezelfde mate dat concurrentieprincipe wordt ondermijnd, waar uiteindelijk de kiezer de dupe van is. Dit is volgens mij de hoofdreden van het ondermijnen van het vertrouwen in de democratie, waar we allemaal over spreken. Hilbert Bredemeijer (CDA). Ik heb een aantal weken namens de CDA-fractie een motie ingediend, een van de democratische middelen die wij tot onze beschikking hebben om iets gedaan te krijgen. Ik heb die motie breed rondgestuurd om te vragen om deze te ondersteunen. De motie is breed aangenomen. Ik wil de heer Van Meijeren vragen of hij voor of tegen deze motie heeft gestemd. Gideon van Meijeren (FVD). Er zijn in de paar maanden dat ik hier gemeenteraadslid ben al vele honderden moties de revue gepasseerd.

Het is binnen twee minuten te vinden of wij voor of tegen die motie hebben gestemd, dus ik stel voor dat u dit even opzoekt. Als u het niet kunt vinden, dan help ik u daar dadelijk graag even bij. Hilbert Bredemeijer (CDA). Het gaat er meer om dat dat natuurlijk de essentie is van waarom wij hier nu zitten. Die motie heeft ertoe geleid dat we de heer Donner hebben gevraagd als onafhankelijk adviseur om ons uit de impasse te leiden; het gaat dus om die motie. Het verwijt wordt hier in de arena geworpen dat het geen democratisch proces is gebleken. Ik wil tegenwerpen dat we dat door middel van deze motie hebben gedaan en dat de heer Van Meijeren als raadslid de mogelijkheid heeft gehad om zich daarvoor of -tegen uit te spreken. Ik weet oprecht niet of u daarvoor of -tegen bent geweest, maar dat is wel de gelegenheid geweest om dat te doen. Vandaar dat ik u vraag: bent u het niet met mij eens dat zo'n debat op dat moment met zo'n motie waarin we ons uitspreken over hoe we dit proces verder gaan begeleiden, de manier is en dat je niet achteraf moet komen met verwijten dat dat niet democratisch is geweest? Gideon van Meijeren (FVD). Het is een vreemd verwijt dat wij alleen achteraf in een keer met kritiek komen.

Bij alle formatiedebatten die hier hebben plaatsgevonden, de eerste geloof ik medio april en ook al gedurende de verkiezingsdebatten die hebben plaatsgevonden, hebben wij op dit risico gewezen. Wij hebben ook concrete oplossingen aangedragen, waarvan ik de belangrijkste straks nog even zal herhalen. Wij hebben dus van meet af aan meegedacht over hoe wij nou deze politieke cultuur kunnen doorbreken. Ik zal zo dadelijk nog een keer een aantal concrete oplossingen noemen. 39

De voorzitter. Meneer Bredemeijer, de laatste keer. Hilbert Bredemeijer (CDA). Ik heb het even nagegaan. U hebt überhaupt niet gestemd. Dat is natuurlijk wel het minste wat je kunt doen: stemmen voor of tegen een motie. Gideon van Meijeren (FVD). Dan weet ik nu over welke raadsvergadering het gaat. Ik meen dat dat de vergadering van 13 mei is geweest, uit mijn hoofd gezegd. Dat was een herhaling van zetten. Er werd opnieuw een toneelstuk opgevoerd, opnieuw een debat gevoerd over de uitslag en over de wijze waarop de formatie plaatsvindt. Ons standpunt is daarbij ongewijzigd gebleven, dus ik heb besloten om mijn tijd op dat moment nuttiger te besteden. Voorzitter. De wijze waarop het vertrouwen in de politiek ondermijnd wordt, werd nog eens pijnlijk duidelijk naar aanleiding van de inbreng van, uit mijn hoofd gezegd, de tweede inspreker bij dit onderwerp. Hij noemde het voorbeeld van zijn dochter, die voor het eerst mocht stemmen bij de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen, daar ook heel enthousiast over was, op een verantwoorde manier met haar kiesrecht wilde omgaan, zich heeft verdiept in de verschillende standpunten, debatten heeft bijgewoond, uiteindelijk haar stem heeft uitgebracht, in de afgelopen maanden haar vertrouwen in de politiek al helemaal heeft zien afbrokkelen en zich nu al afvraagt waarom ze eigenlijk de volgende keer nog zou gaan stemmen.

Hoe schrijnend is het dat een jonge vrouw die voor het eerst mag gaan stemmen al zo snel teleurgesteld raakt in de politiek, maar het is tegelijkertijd wel heel begrijpelijk. Want wat heeft zij nu de afgelopen maanden eigenlijk gezien? Een spel van uitsluiting, toneelstukjes 'wij willen wel met die, maar niet met die', met als absoluut dieptepunt naar mijn mening het uitsluiten van de grootste winnaar van deze verkiezingen om oneigenlijke redenen. Want laten we eerlijk zijn. De reden dat men niet met Hart voor Den Haag wil samenwerken, is puur en alleen dat men niet wil dat de eigen agenda gefrustreerd wordt. Verkiezingen worden eigenlijk alleen maar gezien als een hinderlijke onderbreking van het uitvoeren van een agenda die al tot het jaar 2030 is overeengekomen. Robert van Asten (D66). Zou het ook kunnen zijn dat mensen wellicht niks meer met de politiek te maken willen hebben, omdat volksvertegenwoordigers die daarvoor gekozen zijn, zeggen dat ze in plaats van mee te doen aan het debat wel wat beters met hun tijd te doen hebben? Gideon van Meijeren (FVD). Nee, dat denk ik niet.

Ik hoor heel veel van kiezers dat zij op precies dezelfde manier naar debatten kijken als hoe ik ernaar kijk: dat voor het grootste deel er helemaal geen daadwerkelijk inhoudelijk debat plaatsvindt, niet of nauwelijks geluisterd wordt naar ideeën, maar voornamelijk een spel gespeeld wordt waarbij men probeert om elkaar zo veel mogelijk vliegen af te vangen. Mijn achterban is in ieder geval heel blij dat ik mijn tijd op een andere manier besteed dan hier alleen maar als een vergadertijger zo veel mogelijk te verdrinken in een papieren werkelijkheid, maar ook het land inga, debatten organiseer, documentaires maak en in andere gremia actief ben. Ik stel voor dat we allemaal op onze eigen manier invulling geven aan het raadslidmaatschap en onze kiezers vertegenwoordigen op de manier waarop wij zelf denken dat dat het beste is. Voorzitter. Het was volgens mij de heer Barker die sprak over een slechte B-film. Dat vind ik eigenlijk wel een treffende aanduiding, niet alleen omdat er uitermate slecht geacteerd wordt, maar ook omdat al aan het begin duidelijk is wat de afloop gaat zijn. Dat blijkt ook nu weer. Want bij het eerste formatiedebat dat wij hier hebben gevoerd medio april - u kunt de notulen erop naslaan - heb ik eigenlijk al de verwachting uitgesproken over wat er ging gebeuren.

Ik heb gezegd: we gaan nu een paar maanden kijken naar zogenaamde grote verschillen, onderhandelingen en uitsluitingspraktijken. Volgens mij is al op de avond van de verkiezingen met elkaar overeengekomen: we gaan gewoon lekker met elkaar door; alleen, om even te doen alsof we allemaal heel democratisch bezig zijn, gaan we voor de bühne wat onderhandelingen voeren. Het is niet eenvoudig om een politieke cultuur die er in vele decennia is ingeslopen van de ene op de andere dag te veranderen, maar toch heeft Forum voor Democratie hier een aantal concrete oplossingen voor, die in ieder geval een goede stap in de juiste richting zouden zijn. Een aantal van die voorstellen zijn niet van de ene op de andere dag te realiseren. Denk aan de invoering van een bindend

40

referendum en een gekozen burgemeester, waarvoor we natuurlijk ook afhankelijk zijn van landelijke wetgeving. Een heel concreet voorstel waarvoor geen letter aan de wet gewijzigd hoeft te worden, is het hele formatieproces dat nu plaatsvindt. De heer Mulder wees er al terecht op dat dit allemaal ongeschreven regels zijn en dat nergens staat dat er na verkiezingen een meerderheidscoalitie gevormd moet worden. Sterker nog, als je puur naar de letter van de wet kijkt, dan volgt daaruit dat de raad het beleid moet bepalen en dat dat vervolgens uitgevoerd moet worden door een college. Dat zou heel goed tot uitdrukking komen, als wij zouden kiezen voor de vorming van een zakencollege. Dan zou namelijk niet nu op dit moment in achterkamertjes onderhandeld worden waarna er een coalitieakkoord verschijnt waar geen enkele inwoner van Den Haag voor heeft gekozen, waarin alle partijstandpunten zijn verwaterd en waar waarschijnlijk weer allemaal punten in opgenomen worden die überhaupt in geen enkel verkiezingsprogramma hebben gestaan. Dan zouden wij hier nu in de raad het debat voeren over de belangrijkste inhoudelijke onderwerpen en daar moties over indienen, waardoor duidelijk is wat de raad wil, wat deze volksvertegenwoordiging wil.

Vervolgens zouden we in openbare sollicitatieprocedures, waarvoor alle Nederlanders op gelijke voet benoembaar zijn, de meest geschikte personen vinden die dat beleid kunnen uitvoeren, waarna de raad controleert of dat goed gaat en, als daar geen vertrouwen meer in is, die wethouders wegstuurt en nieuwe benoemt. Tegen beter weten in wil ik hier nogmaals de oproep doen om deze optie serieus te nemen, want dan verandert er pas echt iets. Dan krijgen we echt dat vertrouwen in de politiek terug. Ik heb heel veel kiezers gesproken of helaas eigenlijk niet-kiezers omdat ze zeiden: wij zijn ons vertrouwen in de politiek verloren. De praktijken die ik noem, die kartelpraktijken, zijn de reden dat zij geen vertrouwen meer hebben in de politiek. Ik heb niemand gesproken die zegt 'ik ga niet meer stemmen want de vorige keer kon ik niet het e-mailadres vinden van de coalitie, waardoor ik niet goed mijn inbreng kon leveren' of 'er zijn te weinig zaaltjes afgehuurd waarin ik wel mee mocht praten, maar niet mee mocht beslissen'. Ik doe dus nogmaals de oproep: neem de zorgen van de inwoners van Den Haag serieus en ga echt werken aan een manier om dat vertrouwen te herstellen in plaats van hier alleen maar te roepen dat men dat vertrouwen wil herstellen en vervolgens precies dat te doen waardoor dat vertrouwen zo is geschaad. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Voorzitter.

Op 12 mei jongstleden was er een motie ingebracht door het CDA over aanstelling van een onafhankelijke adviseur die boven de partijen staat en met gezag opereert. Laten we daarmee starten. Wij hebben die motie gesteund. De persoon in kwestie, de onafhankelijke adviseur, bleek de heer Donner. Voorzitter. Graag maak ik u deelgenoot van onze ervaringen in een gesprek met de informateur. De heer De Mos en ikzelf waren op dat gesprek. Ik stelde de vraag: 'Wat staat er in ons staatsrecht over iemand in de positie van de heer De Mos, verdachte in een strafzaak?' De heer Donner zei: 'Iemand is onschuldig tot het tegendeel bewezen is.' Ik vroeg toen: 'En hoe gaat de heer Donner als staatsrechtgeleerde binnen het informatieproces met zijn adviseurschap om met dit grondbeginsel van ons staatsrecht?' En de heer Donner zei: 'Tja, D66 maakt hier een politiek punt van, dus daar heb ik rekening mee te houden.' Mijn mond viel open van verbazing. Was dit de man, mijn oud-collega, die ik al zolang ken als een respectabele jurist, eentje die recht in de wind zeilt als het om de verdediging gaat van onze staatsrechtelijke beginselen? Wat een teleurstelling. We waren geschokt. Onafhankelijk? Ik omschrijf de heer Donner tegenwoordig liever met een oud-Nederlands woord, zoals hij zelf ook graag gebruikt, als slippendrager.

Ingehuurd door het huidige college om hun belangen te behartigen, om het pluche te behouden. Geen nieuwe politiek, geen andere bestuurscultuur. Gewoon de oude achterkamertjes. Ik citeer: 'En we zijn op weg naar een gezichtsloos college waarin iedereen elkaar uit de wind houdt.' U herkent het al, een citaat van Adri Duivesteijn, die dat zo treffend verwoordde afgelopen weekend. Het is trouwens ook een les uit ons parlementaire geschiedenis. Als een coalitie bestaat uit partijen die inhoudelijk ver uit elkaar liggen, worden er weinig tot geen resultaten bereikt tijdens de zittingsperiode. Burgers van Den Haag, maak uw borst maar nat. Ja, voorzitter, helaas. Dat is dan maar zo. Hilbert Bredemeijer (CDA). Ik was heel positief verrast dat mevrouw Verdonk de motie van het CDA ook medeondertekende. Ik vond het ook een teken van vertrouwen in elkaar en samen de schouders eronder zetten op weg naar een zuiver proces. Ik ben überhaupt heel blij, en ik wil een 41

compliment geven aan mevrouw Verdonk, dat zij gekozen heeft voor het raadslidmaatschap en dat zij daarmee de lokale democratie dient. Ik denk dat de lokale democratie zeer gebaat is bij mensen zoals u: oud-ministers die ervoor kiezen om hier de lokale democratie te dienen. Maar ik heb ook een vraag in deze interruptie. Bent u zich ook bewust van uw functie als raadslid om het vertrouwen dat mensen hebben in de lokale democratie te behouden en hopelijk ook uit te bouwen? Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Ik zou niet willen zeggen: laten we dat behouden. Ik zou alleen maar zeggen: opdracht één is uitbouwen. En opdracht één betekent ook dat er een einde moet zijn aan de achterkamertjes, dus aan wat er op dit moment weer gebeurt: met elkaar bekonkelen dat iedereen die op het pluche zat er gewoon weer blijft. Hilbert Bredemeijer (CDA). Juist dit type van woorden en opmerkingen vind ik een oud-minister onwaardig. Mevrouw Verdonk, wilt u niet samen met ons er juist aan werken dat vertrouwen te vergroten door dit soort zaken achterwege te laten? We hebben met elkaar geprobeerd het proces zo zuiver mogelijk in te richten, maar dan krijgen we toch weer dit gesprek. Dat is volgens mij precies wat we niet moeten doen en waar de stad ook helemaal niet op zit te wachten. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag).

Ik ben blij dat in ieder geval de heer Bredemeijer mijn capaciteiten op waarde schat, namelijk die van oud-minister en alles wat daarbij hoort. Helaas is deze oud-minister met al haar capaciteiten door D66 uitgesloten van de coalitieonderhandelingen, dus laten we het hier maar bij laten. De voorzitter. De laatste keer, meneer Bredemeijer. Hilbert Bredemeijer (CDA). Dan werpt u echt te snel de handdoek in de ring als lid van het stadsbestuur, wat u bent. Nogmaals de oproep: wilt u als lid van dat stadsbestuur niet, wellicht als oppositiepartij, wellicht als coalitiepartij ooit, juist dat doen wat nodig is voor de stad, in gezamenlijkheid, coalitie en oppositie? De toon die u nu aanslaat, laat blijken dat dat niet zo is. Wilt u die toon niet alstublieft veranderen in een constructieve toon om samen met de rest van de raad, met z'n vijfenveertigen, de problemen van de stad aan te pakken? Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Mijn fractie is heel constructief begonnen door de motie te steunen die hier door de heer Bredemeijer van het CDA is ingediend. Zoals iemand al zei: vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Dus het is, denk ik, aan de heer Bredemeijer en al degenen die nu met elkaar onderhandelen om te zorgen dat dat vertrouwen bij ons weer terugkomt. Dat ligt niet op mijn bordje. Dat ligt op uw bordje. Voorzitter. Ik ga door.

Wij zijn dus benieuwd naar de volgende verkiezingen, als de kiezer de achterkamertjespolitiek gaat beoordelen. Voorzitter. Wij zijn ondanks de donkere OM-donderwolk die nog steeds boven de grootste partij van Den Haag hangt positief over de toekomst. We zijn klaar met alle spelletjes. Als we nog nodig zijn, horen we het wel. En zo niet, dan gaan we de oppositie in. We gaan de oppositie in tegen een linkse coalitie. Wat heerlijk. We zien ernaar uit. De VVD leegeten, want hun standpunt over migranten is niet houdbaar in dit college. Den Haag wordt volgestopt met statushouders. Alle Hagenaars die wanhopig al jaren op de wachtlijst staan, staan daar over vier jaar nog, met dank aan de fractie van de VVD. D66 zullen we de hele periode een spiegel voorhouden. We zijn alle integriteitsschendingen van D66 Den Haag en alles wat daaromheen hangt al aan het opsparen. Nou, het wordt al een aardig boek, kan ik u verzekeren. En de drie kleine partijen wil ik heel veel sterkte wensen de komende periode. Er is maar één boodschap: het is eten of gegeten worden. Wij zijn klaar voor de oppositie. Kom maar op met dat collegeakkoord. Dan kunnen we eindelijk in deze raad inhoudelijk de degens kruisen. Ik heb daarvoor twee moties.

De ene is de motie Duidelijkheid voor de stad met als dictum: verzoekt de onderhandelende partijen om zo snel mogelijk, in ieder geval voor het zomerreces het akkoord te presenteren en het gesprek aan te gaan met de stad en de raad. Het akkoord is een akkoord op hoofdlijnen, zoals in de overwegingen staat. 42

De tweede motie, die is medeondertekend door de heer Icar van DENK, is de motie Duidelijkheid en draagvlak voor Den Haag met als dictum: verzoekt de onderhandelende partijen om zo snel mogelijk, in ieder geval voor het zomerreces het akkoord te presenteren en het gesprek aan te gaan met de stad en de raad, en een plan te ontwikkelen en voor te leggen aan de raad om inspraak bij de collegeonderhandelingen structureel te regelen voor de komende periode. Ik heb begrepen uit de woorden van de heer Van Asten en de heer Mulder dat ik al twee voorstemmers heb. Lesley Arp (SP). Ik ben het met veel dingen eens die mevrouw Verdonk zegt over het proces. 'Hoofdlijnen' klinkt goed, 'snelheid' klinkt op zich ook goed. Maar als het gaat om het gesprek met de stad, waar de motie van de Haagse Stadspartij over gaat, heb ik wel de indruk op basis van deze moties dat wat Hart voor Den Haag betreft eerst het akkoord moet worden gesloten en dan het gesprek wordt aangegaan. Ik vraag me af hoe je dan niet de situatie krijgt: we hebben al een plan gemaakt en dat gaan we nog eventjes aan jullie uitleggen. Dat is natuurlijk best funest. Ik was benieuwd hoe mevrouw Verdonk daartegen aankijkt. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Dat onderken ik ook, maar ik denk dat het nu te laat is om nog zo'n heel proces op te starten om die inspraak te regelen.

Ik denk ook, en ik sluit me dan aan bij de heer Van Asten, dat je aan verwachtingenmanagement moet doen in dit geval. Ik stel dus voor om nu te wachten op het collegeakkoord op hoofdlijnen zodat er ook nog ruimte overblijft voor ons om oppositie te voeren en ten tweede om een mooi, goed, gedegen en structureel plan te maken, samen met de stad, hoe we die inspraak voor de volgende coalitieakkoorden gaan vormgeven. Lesley Arp (SP). Dan wil ik alleen even constateren en gezegd hebben dat, hoewel ik het idee van een akkoord op hoofdlijnen absoluut steun, deze moties op gespannen voet staan met de motie van mevrouw Faïd. Ik vraag me dus af of ik deze zou kunnen steunen. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Dan zou ik graag aan mevrouw Arp van de SP vragen om die motie toch nog even goed te lezen, want ik denk dat het een mooie middeling is tussen de motie van mevrouw Faïd en anderen, of ik moet zeggen van de Haagse Stadspartij en anderen. Dat is in ieder geval de bedoeling. De voorzitter. Door mevrouw Verdonk worden de volgende moties (K.2 HvDH en K.3 HvDH) ingediend:

Motie K.2 HvDH Duidelijkheid voor de stad. De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 9 juni 2022, in een debat over de formatie. Constaterende dat, Inwoners en ondernemers te lijden hebben onder de grote problemen die er zijn in de stad. Voorbeelden: toenemende armoede, woningnood en een verkeerschaos. Overwegende dat, • een coalitieakkoord de eerste oplossingsrichtingen zal bevatten voor deze problemen. • het draagvlak hiervoor ontstaat door gesprekken met de stad en de raad. Van mening is, • dat de stad daarom behoefte heeft aan een collegeakkoord op hoofdlijnen. Verzoekt de onderhandelende partijen, • om zo snel mogelijk, in ieder geval voor het zomerreces het akkoord te presenteren en het gesprek aan te gaan met de stad en de raad. 43

En gaat over tot de orde van de dag.

Motie K.3 HvDH Duidelijkheid en draagvlak voor Den Haag. De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 9 juni 2022, in een debat over de formatie. Constaterende dat, Inwoners en ondernemers te lijden hebben onder de grote problemen die er zijn in de stad zoals toenemende armoede, woningnood en een verkeerschaos. Deze problemen schreeuwen om adequate oplossingen. Overwegende dat, • een coalitieakkoord de eerste oplossingsrichtingen zal bevatten voor deze problemen. • draagvlak hiervoor ontstaat door gesprekken met de stad en de Raad over de invulling van het akkoord. • het, gezien de zeer lage opkomst bij de verkiezingen, noodzakelijk is om inspraak bij toekomstige collegeonderhandelingen (te beginnen in 2026) structureel te organiseren. Van mening is, dat de stad nu behoefte heeft aan een collegeakkoord op hoofdlijnen, zodat de urgente problemen aangepakt kunnen gaan worden. Dat er daarnaast veel beter geluisterd moet worden naar de mensen in de stad. Verzoekt de onderhandelende partijen, • om zo snel mogelijk, in ieder geval voor het zomerreces het akkoord te presenteren en het gesprek aan te gaan met de stad en de Raad. • een plan te ontwikkelen en voor te leggen aan de Raad om inspraak bij collegeonderhandelingen structureel te regelen. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging.

Ik constateer dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. De beraadslaging wordt gesloten. De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Aan de orde is: L. Voorstel van het college inzake Vaststelling Nota van Uitgangspunten Steenwijklaan 40 (RIS310111). De beraadslaging wordt geopend. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Voorzitter. De wijken Schilderswijk, Moerwijk, Bouwlust, Vrederust en Morgenstond hebben te maken met een overconcentratie aan kwetsbare bewoners. Dat blijkt uit onderzoek en dat weet het college. Dit staat bijvoorbeeld in het Doorbraakplan huisvesting zorgdoelgroepen en statushouders 2021 met RIS-nummer 310115. Een foto zegt vaak meer dan duizend woorden. Kent u dat spreekwoord? Ik wil u deze foto laten zien. Dit was tijdens de vorige 44

raad. Toen gingen onze VVD-burgemeester en PvdA-wethouder vrolijk op de foto met tientallen bewoners hier op het balkon toen zij het manifest Zuidwest op zijn best kwamen aanbieden. Vandaag ligt een raadsvoorstel voor om weer tientallen woningen te realiseren, specifiek voor kwetsbare bewoners, midden in Morgenstond. Ik vraag me af of er dan werkelijk niemand in het college is die dan denkt: misschien is dit niet handig. Is er dan niemand in het college die zijn collega daar dan op aanspreekt? Hoe werkt dat in die bovenkamers? Robert Barker (PvdD). Voorzitter. Ik dien allereerst een amendement in met de titel Laat parkeerplaatsen de stad niet domineren. We maken ons zorgen dat we veel te veel parkeerplekken aanleggen terwijl we die juist groen kunnen inrichten en omdat we te maken hebben met een wooncrisis en een ecologische crisis. Dat is ook de reden waarom ik samen met de SP een motie indien met als dictum: verzoekt het college in de vervolgfase de mogelijkheden te onderzoeken om de volgens de huidige parkeernorm overbodige parkeerplaatsen te gebruiken om het aantal reguliere huurwoningen te laten stijgen, en de parkeerplekken die niet nodig zijn om te voldoen aan de parkeernorm in plaats daarvan als groen te bestemmen. Zo zetten we een stap richting een groen en leefbaar Den Haag. De voorzitter. Door de heer Barker wordt het volgende amendement (L.A PvdD) voorgesteld:

Amendement L.A PvdDLaat parkeerplaatsen de stad niet domineren De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 9 juni 2022, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Nota van Uitgangspunten Steenwijklaan 40. Besluit om het volgende nieuwe punt toe te voegen: • om in afwijking van het voorgaande slechts het aantal parkeerplaatsen aan te leggen die vereist is volgens de parkeernorm. Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Door de heer Barker, daartoe gesteund door mevrouw Arp, wordt de volgende motie (L.1 PvdD) ingediend:

Motie L.1 PvdD Creëer meer woningen en groen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 9 juni 2022, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Nota van Uitgangspunten Steenwijklaan 40. Constaterende, dat: • met dit plan 32 parkeerplaatsen zijn ingetekend; • volgens de parkeernorm maar 23 nodig zijn; • van dit aantal nog de huidige parkeervraag kan worden afgetrokken en het college het aantal gemotiveerd naar beneden kan bijstellen (bijvoorbeeld met het oog op de zorgdoelgroep). Overwegende, dat: • parkeerplaatsen veel ruimte in beslag nemen terwijl deze ruimte ook groen ingericht kan worden; • er groene verbindingen kunnen ontstaan, bijvoorbeeld door de eerste rij aan parkeerplaatsen direct naast het gebouw op te heffen en daardoor het groen achter en voor het gebouw te verbinden; • daarnaast meer woningen kunnen worden gerealiseerd wat bijdraagt aan het tegengaan van de wooncrisis; 45

• •

het toevoegen van één bouwlaag resulteert in circa 10 extra woningen wat volgens de parkeernorm 5 parkeerplaatsen extra vereist; een extra bouwlaag ook zou passen bij de hoogte van de omliggende bebouwing aangezien het gebouw dan even hoog wordt als het Vestiagebouw en lager is dan de bebouwing direct rondom de sportvelden.

Van mening, dat: • het wenselijk is om in te zetten op een extra bouwlaag met reguliere huurwoningen indien mogelijk; • het wenselijk is om de niet volgens de parkeernorm noodzakelijke parkeerplaatsen om te vormen naar groene ruimte. Verzoekt het college: • in de vervolgfase (richting projectdocument) de mogelijkheden te onderzoeken om de volgens de huidige parkeernorm overbodige parkeerplaatsen te gebruiken om het aantal reguliere huurwoningen te laten stijgen; • de parkeerplekken die niet nodig zijn om te voldoen aan de parkeernorm in plaats daarvan als groen te bestemmen. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Hinke de Groot (CDA). Voorzitter. Den Haag is onbetaalbaar geworden voor middeninkomens, starters en onmisbare beroepsgroepen zoals politieagenten, leraren en verpleegkundigen. Daarnaast zien we in bepaalde wijken een overconcentratie in bepaalde segmenten zoals zorgdoelgroepen en sociale huur, zo ook in Moerwijk. Dat moet anders, vindt het CDA. Kan de wethouder toelichten waarom niet gekozen is voor een mix van 50% sociaal en 50% middeldure huur in dit project? Het CDA ziet graag een betere mix van woningtyperingen, zowel over de stad alsook op locaties zelf, voor meer verbinding tussen doelgroepen.

Daarom dient het CDA een motie in met als dictum: verzoekt het college te verkennen onder welke voorwaarden bij toekomstige projecten in Den Haag mogelijkheden zijn voor combinaties van sociale huur, middeldure huur en vrije sector op dezelfde locatie en in hetzelfde gebouw en hierbij ook in kaart te brengen wat de voor- en nadelen zijn per type en omvang van een woningproject, met ontwikkelaars en woningcorporaties in gesprek te gaan over het realiseren van een goede mix van woningtyperingen op dezelfde locatie in plaats van op gebiedsniveau en uit te zoeken onder welke voorwaarden dit haalbaar is, bij de verkenning de Haagse tafel wonen te betrekken, en de raad over de uitkomsten van deze verkenning in het derde kwartaal 2022 te informeren en met een voorstel te komen of en hoe combinaties van verschillende segmenten op dezelfde locatie en in hetzelfde gebouw in de toekomst gerealiseerd kunnen worden. De motie is medeondertekend door de heer Noorlander van D66. Fatima Faïd (HSP). Waarom dient u steeds moties in als het gaat over 100% sociaal en waarom hoor ik het CDA eigenlijk nooit bij, ik noem maar wat, de Zeesluis en PUK Staal? Daar is het vooral duur en nog duurder, maar dan dient u eigenlijk nooit een motie in voor gemixt. Misschien kunt u dat uitleggen. Hinke de Groot (CDA). Voor ons is vooral belangrijk dat er meer middeldure huur komt, juist voor de middeninkomens.

Daarnaast ging het er tijdens de commissie over dat er nog een betere mix mogelijk is. Daarom willen we de wethouder graag eerst vragen om op een rij te zetten wat die combinaties zouden kunnen zijn en wat er mogelijk is. Fatima Faïd (HSP). Dat begrijp ik, maar het valt mij op dat jullie dat heel vaak doen als het om 100% sociaal gaat maar eigenlijk nooit als het om projecten gaat met hele dure huizen. Kunt u dat uitleggen?

46

U vindt middenhuur heel belangrijk. Maar ja, er zijn heel veel projecten die heel duur zijn en waar middenhuur helemaal niet in zit. Hinke de Groot (CDA). Wij zullen altijd kijken naar hoe we kunnen zorgen voor meer woningen voor de middeninkomens. Daar zal ik op toetsen, ook bij komende projecten. Daarom lijkt onderzoek heel nuttig om te kijken hoe we dat bij toekomstige projecten kunnen doen die we ook in de raad bespreken. Robert Barker (PvdD). De uitspraken van het CDA zijn wel wat zorgelijk. Eigenlijk zegt het CDA: we willen in plaats van sociale woningen meer middeldure woningen hebben, maar in rijke wijken of zo willen we niet meer sociaal hebben. Het CDA lijkt zich alleen te richten op middeninkomens. Of begrijp ik dat niet goed? Hinke de Groot (CDA). De heer Barker heeft mij niet horen zeggen dat wij willen dat er minder sociale huur in andere wijken komt. Wij willen gewoon graag dat er een goede mix komt. We zien dat in bepaalde wijken bepaalde segmenten heel erg aanwezig zijn. Zou het niet veel beter zijn als doelgroepen elkaar meer ontmoeten en dat we komen tot een betere mix? Die uitspraak wil ik dus graag ontkrachten. Robert Barker (PvdD). In het verleden hadden we projecten die helemaal geen sociale huurwoningen hadden.

Betekent een goede mix ook dat we daar meer sociaal zouden moeten bouwen, dus ook in toekomstige projecten? Als we de discussie weer hebben dat de 30%-norm niet is gehaald, strijdt het CDA dan met ons om die 30% ook in rijke wijken te hanteren? Hinke de Groot (CDA). Ik kan niet naar projecten in het verleden kijken. Ik kijk liever naar de toekomst en hoe we tot een goede mix komen. Daar roept deze motie ook toe op. De voorzitter. Door mevrouw De Groot, daartoe gesteund door de heer Noorlander, wordt de volgende motie (L.2 CDA) ingediend:

Motie L.2 CDA Realiseer een mix aan woningen in het betaalbare segment De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 9 juni 2022, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Vaststelling Nota van Uitgangspunten Steenwijklaan 40 (RIS310111), constaterende, dat: • er in Den Haag een tekort is aan woningen in het betaalbare en middeldure segment; • bij de voorgestelde invulling voor ontwikkellocatie Steenwijklaan 40 is gekozen voor een volledig sociaal programma; • Den Haag met 45,9% (https://www.trouw.nl/binnenland/meer-dan-de-helft-van-degemeenten-heeft-te-weinig-socialehuurwoningen~b895d061/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.nl%2F) aandeel sociale huurwoningen behoort tot de Nederlandse gemeenten met de hoogste percentages sociale huur, terwijl in de buurgemeenten het aandeel sociale huur achterblijft; • 1n andere Nederlandse gemeenten zoals in Amsterdam (https://www.amsterdam.nl/projecten/klaprozenbuurt/deelproject/appartementencomplex/) projecten voor betaalbare woningen van start gaan, waarbij een combinatie van woningen in de segmenten sociale huur, middeldure huur en vrije sector in hetzelfde gebouw worden gerealiseerd; overwegende, dat: • er afgelopen jaren in gemeente Den Haag veel projecten zijn gerealiseerd waarbij is gekozen voor het realiseren van hetzelfde segment aan woningen binnen een project; 47

• • •

•

Den Haag onbetaalbaar is geworden voor middeninkomens en onmisbare beroepsgroepen zoals politieagenten, leraren en verpleegkundigen. Er behoefte is aan meer woningen voor starters en eenverdieners, middeninkomens en gezinnen in Den Haag; in sommige Haagse wijken zoals Moerwijk een overconcentratie is aan bepaalde segmenten zoals zorgdoelgroepen en sociale huur. Het belangrijk is om in elke wijk en gebied een gedifferentieerd aanbod te realiseren; het combineren van verschillende segmenten op dezelfde locatie kan bijdragen aan een gedifferentieerd aanbod maar ook mix van verschillende doelgroepen en verbinding tussen doelgroepen, in plaats van op gebiedsniveau het aanbod van de verschillende segmenten gefragmenteerd te organiseren. in Nederland al voorbeelden zijn om in hetzelfde complex verschillende type woningen te realiseren;

verzoekt het college: • te verkennen onder welke voorwaarden bij toekomstige projecten in Den Haag mogelijkheden zijn voor combinaties van sociale huur, middeldure huur en vrije sector op dezelfde locatie en in hetzelfde gebouw. Hierbij ook in kaart te brengen wat de voor- en nadelen zijn per type en omvang van een woningproject; • met ontwikkelaars en woningcorporaties in gesprek te gaan over het realiseren van een goede mix van woningtyperingen (sociale huur, middeldure huur, koop) op dezelfde locatie in plaats van op gebiedsniveau, en uit te zoeken onder welke voorwaarden dit haalbaar is; • bij de verkenning de Haagse tafel wonen te betrekken; • de raad over de uitkomsten van deze verkenning in Q3 2022 te informeren en met een voorstel te komen of en hoe combinaties van verschillende segmenten op dezelfde locatie en in hetzelfde gebouw in de toekomst gerealiseerd kunnen worden, en gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Lesley Arp (SP). Voorzitter, even vanaf hier. Dat er plannen lagen om aan de Steenwijklaan enkele woningen te realiseren voor mensen die uit een zorginstelling stromen, hebben we al kunnen lezen in het eerste doorbraakplan.

Hoewel het in principe gaat om de huisvesting van mensen die weer klaar zijn om op eigen benen te staan, vinden wij het belangrijk dat de gemeente ook de komende jaren een vinger aan de pols houdt, zeker in de meer kwetsbare wijken. Positief aan het plan vinden wij dat het om de bouw van echte woningen gaat, dus geen containerwoningen of tiny houses, en dat er ook reguliere sociale huurwoningen bij komen. Wel vraagt mijn fractie zich af of het college niet meer uit dit plan had kunnen halen. Als je naar de omliggende bebouwing kijkt, lijkt het ons geenszins een gek idee om een bouwlaag toe te voegen. Zo zou je ook nog tot een betere balans kunnen komen tussen reguliere huurders en mensen die uit die instelling stromen en nog maar net op eigen benen kunnen staan. Daarom sta ik onder de motie van de Partij voor de Dieren. Ik hoop dat we vandaag voor de verandering kunnen laten zien dat deze raad ook in staat is om een gebouw een kopje groter in plaats van kleiner te maken. Isabel Bos (GroenLinks). Voorzitter. Voor GroenLinks is het van groot belang dat we cliënten uit de intramurale maatschappelijke opvang op een juiste manier begeleiden naar een zelfstandig leven. Mijn fractie is daarom voorstander van dit plan, dat voor deze groep mensen een belangrijke stap zal zijn naar meer autonomie.

Eerder vroeg ik de wethouder om te kijken of een lagere parkeernorm een groenere buitenruimte tot resultaat zou kunnen hebben. Deze week ontvingen we informatie die daar inderdaad op aan lijkt te sturen. Daar zijn we blij mee. We zien graag hoe hier in het projectdocument invulling aan gegeven kan worden. Er is een motie ingediend om het nog wat steviger te verankeren. Ik zag het als een toezegging. Volgens mij gaat dit gewoon gebeuren. Ik hoor graag of dat zo is.

48

Ik hoor nog graag hoe de bewoners en de omwonenden betrokken worden bij de invulling als er extra groen komt, zodat ook de wensen van de wijk daar goed in meegenomen kunnen worden. Joren Noorlander (D66). Voorzitter. Er is behoefte aan woningen. De woningmarkt schreeuwt om nieuw aanbod. Dat er hier ontwikkeld wordt, is belangrijk want hier is ruimte om woningen toe te voegen. Wat ons betreft had er zelfs meer ontwikkeld mogen worden op deze plek. Een zorg voor mij is wel de bouw van de verschillende woningtypen. Dit wordt op dit moment zeer gesegregeerd gedaan. Veel complexen bevatten alleen maar sociale huur, middeldure huur of koop in plaats van een goede mix binnen een enkel project. In bijvoorbeeld Lisse lukte het wel om een ontwikkelaar te vinden voor 31 woningen waar sociale huur, middeldure huur, vrijesectorkoop, vrijesectorhuur en een bedrijfspand gerealiseerd worden. Om hier in het vervolg meer aandacht te geven, dien ik samen met het CDA de motie Realiseer een mix aan woningen in het betaalbare segment in. Hoe kijkt het college hiernaar? Wethouder Balster (PvdA). Voorzitter. Dank voor de inbreng vanuit de raad … De voorzitter. Een punt van orde van meneer Dubbelaar. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Mijn collega Verdonk had er van de week ook al een opmerking over gemaakt in de commissie, begreep ik.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11669133/3