CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS312442 Bijlage 4 Milieueffectrapport The Grace

Gemeenteraad 30 juni 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Verklaring van geen bedenkingen (Wabo) t.a.v. de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van 2 woontorens met ruimten voor commerciële voorzieningen (The Grace) t.p.v. het te slopen kantoorgebouw Rijswijkseweg 60 t/m 86A (RIS312442)30.338 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Aangezien bij de ontwikkeling van The Grace sprake is van de realisatie van hoogbouw, zijn in het kader van de milieuaspecten bezonning en windhinder optimalisaties in beeld gebracht en/of doorgevoerd. Afweging afwijking bezonningsnorm Voor optimalisatie van de bezonning is een model opgesteld welke gedurende elk uur ten tijde van daglicht in alle seizoenen de schaduwslag modelleert. Op basis van het bezonningsonderzoek is bepaald hoe het bouwvolume van The Grace aangepast zou moeten worden, zodat alle woningen aan de bezonningseis kunnen voldoen. De bebouwing die in het plangebied mogelijk wordt gemaakt, moet in beginsel voldoen aan de gemeentelijke bezonningsnormen (RIS 170509). Op basis van de effecten (zie paragraaf 7.4.2.2) op bezonning is geconcludeerd dat er in de plansituatie niet overal meer voldaan wordt aan de bezonningsnorm. Om wel te kunnen voldoen aan de bezonningseis, zou het ontwerp van The Grace zo aangepast moeten worden dat de maximale bouwhoogte wordt beperkt tot circa 100 meter. Een deel van de bebouwing in het plangebied zou zelfs nog een stuk lager moeten worden gebouwd. Uit het ontwerpproces is naar voren gekomen dat het programma van The Grace niet gerealiseerd kan worden als de torens een lagere bouwhoogte krijgen. Bovendien is het onmogelijk om op deze sterk stedelijke locatie hoogbouw te realiseren zonder dat de bezonningsnormen overschreden worden.

Er zijn daarom geen mitigerende maatregelen uitgewerkt die het effect van schaduwwerking beperken. Voor het aspect bezonning moet in het kader van de voorgenomen ontwikkeling een bredere afweging worden gemaakt, waarbij ook andere aspecten op het gebied van het leefklimaat een rol spelen. In het Haagse hoogbouwbeleid Haagse hoogbouw, Eyeline en Skyline wordt dan ook opgenomen dat indien wordt afgeweken van de normen hier zwaarwegende redenen voor moeten zijn. Afwijking van die normen is in concrete gevallen mogelijk als de totale belangenafweging daartoe aanleiding geeft. De sterke vraag naar woningen kan bijvoorbeeld zwaarder wegen dan het voldoen aan de vigerende bezonningsnormen. Afweging windklimaat Het aspect windhinder heeft gedurende het gehele ontwerp- en overlegproces in de planvorming voor The Grace aandacht gehad. De verschillende configuraties gedurende het ontwerpproces zijn steeds op hun impact op het windklimaat rondom het gebouw onderzocht. Er zijn heel wat wind(tunnel)onderzoeken uitgevoerd om te bepalen waar de knelpunten zitten, het ontwerp naar aanleiding daarvan te optimaliseren en vervolgens weer te meten om te komen tot een zo optimaal mogelijk windklimaat in de omgeving van de bebouwing.

Vanaf het eerste planinitiatief hebben vele onderzoeken met betrekking tot windhinder plaatsgevonden door adviesbureau Peutz, in eerste instantie door middel van windtunnelonderzoek en in latere fases door computersimulaties. De constructieve aanbevelingen met betrekking tot de onderzochte modellen en varianten zijn mede tot stand gekomen in samenwerking met onafhankelijk onderzoeksbureau ARUP. Daarnaast is aan de TUE Eindhoven gevraagd advies uit te brengen in de vorm van een second opinion op de eindconclusie van het windhinderonderzoek. Op deze manier is het aspect windhinder op een zorgvuldige wijze betrokken in de planvorming voor The Grace. De conclusie van het windhinderonderzoek was dat zonder aanvullende maatregelen het te verwachten windklimaat met name rondom het bouwplan bij de hoeken slecht was. Door het

Blad 30 van 149

Milieueffectrapport The Grace projectnummer 0456171.100 16 december 2021 SW Laakveld (Included City Development)

toepassen van diverse maatregelen, zoals het plaatsen van begroeiing of windremmende elementen, was een verbetering van het windklimaat mogelijk. Er is echter voor gekozen om, mede naar aanleiding van een second opinion van de TU Eindhoven, het ontwerp aan te passen om zodoende het windklimaat rond de beoogde ontwikkeling te optimaliseren.

Figuur 2.12: Windtunnel ten behoeve van optimalisatie ontwerp The Grace (bron: Peutz, Windtunnelonderzoek The Grace, 2020)

Er zijn toen een aantal mogelijke en ingrijpende gebouwaanpassingen onderzocht door middel van CFD-berekeningen. Deze varianten betroffen achtereenvolgens:  Het toevoegen van luifels aan de langszijden van het complex, 5 meter diep, ter hoogte van de stedelijke plint. Lokaal worden ter plaatse van de luifels verbeteringen vastgesteld echter ter plaatse van de gebouwhoeken treedt een verslechtering van het windklimaat op. Dit geldt voor zowel luifels aan de Rijswijkseweg en Bontekoestraat;  Het verlagen van de torens (terug naar 70 en 130 meter);  Het veranderen van de positie van de torenvolumes (schijfvormige toren nu langs de Bontekoestraat en de vierkante toren langs de Rijswijkseweg);  Het wisselen en draaien van de torens (schijfvormige toren aan de Bontekoestraat en evenwijdig aan de Trekvliet en de vierkante toren aan de Rijswijkseweg);  Het draaien van de schijfvormige toren, zodat deze nu evenwijdig aan het spoor staat;  Het plaatsen van een obstakel (paviljoen) op de hoek Bontekoekade en Bontekoestraat (positie waar het meeste overlast ontstaat);

Blad 31 van 149

Milieueffectrapport The Grace projectnummer 0456171.100 16 december 2021 SW Laakveld (Included City Development)

Het aanbrengen van een opening van 4 bouwlagen in de schijfvormige toren (op circa 70 meter hoogte).

Alle voornoemde varianten, met uitzondering van de verlaging van de torens en het draaien van de schijfvormige toren, leiden niet tot een significante verbetering van het windklimaat. Door de verlaging van de torens is sprake van een verbetering van het windklimaat. Er is echter nog steeds sprake van windoverlast op het maaiveld, en te groot verlies van woonoppervlak om het project haalbaar te houden. Het draaien van de schijfvormige toren leidt tot een lichte verbetering van het windklimaat ter hoogte van de tramhalte aan de Rijswijkseweg (er is nog steeds sprake van een plaatselijk slecht windklimaat). Aan de zijde van de Trekvliet is echter sprake van een verslechtering van het windklimaat. Vervolgens is een onderzoek uitgevoerd waarbij de hoeken van beide torens afgerond worden, vergelijkbaar met de reeds aanwezige afrondingen van de stedelijke laag. Door de hoeken af te ronden wordt een beter windklimaat rond het bouwplan gecreëerd. In dit kader is windklimaat nogmaals met behulp van CFD-berekeningen inzichtelijk gemaakt. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen en beoordelen van het te verwachten windklimaat in de directe omgeving van de geplande bebouwing na wijzigingen aan het ontwerp. Uit de resultaten van dit onderzoek wordt het volgende geconcludeerd:  Op veel plekken voor de gevel van het gebouw mag een goed windklimaat voor slenteren verwacht worden.

Dicht bij de hoeken van het gebouw is het windklimaat matig, zeer lokaal bij de zuidoosthoek slecht voor doorlopen. Er wordt geadviseerd in deze gebieden geen windgevoelige functies te realiseren of het windklimaat hier te verbeteren door het nemen van windremmende maatregelen.  Tussen het plan en het bestaande Postgebouw is een groot gebied met een matig windklimaat voor doorlopen. Dit gebied bestaat voor een groot deel uit rijbanen van een doorgaande weg, waar het windklimaat minder van belang is.  Op het tramperron wordt buiten de directe invloedsgebieden van de abri's een slecht windklimaat voor slenteren verwacht. Bij de abri's zelf is het windklimaat naar verwachting matig. Er wordt geadviseerd het windklimaat op het perron verder te verbeteren door het ontwerpen van een tramstation waarin rekening gehouden wordt met de wind, dan wel door het station te verplaatsen.  Het windklimaat ineen aantal gebieden rond het plan is matig voor doorlopen. Zonder grote wijzigingen in de opzet van het plan het windklimaat hier niet te optimaliseren behalve door het nemen van lokale maatregelen. Gezien het windklimaat in het gebied is het plaatsen van begroeiing een reële optie. Uit het onderzoek bleek dat het windklimaat significant verbeterd was.

Er zullen echter wel lokale oplossingen gevonden moeten worden in het openbaar gebied om de mogelijke windhinderproblematiek geheel op te lossen. Op basis hiervan is door de TUE Eindhoven aanvullend onderzoek verricht om te onderzoeken wat voor andere aanpassingen mogelijk tot verdere verbeteringen kunnen leiden. Dit aanvullend onderzoek onderschrijft allereerst de conclusies van Peutz voor wat betreft de resultaten van het te verwachten windklimaat in het openbaar gebied. De TUE Eindhoven heeft vervolgens een poging gedaan te onderzoeken hoe de windhinderproblematiek geheel in de gebouwconfiguratie kan worden opgelost zonder het treffen van maatregelen in het openbaar gebied.

Blad 32 van 149

Milieueffectrapport The Grace projectnummer 0456171.100 16 december 2021 SW Laakveld (Included City Development)

Hiertoe is in beide torens in aansluiting op de stedelijke laag een opening aangebracht van vier verdiepingen in combinatie met een luifel rondom het gehele volume van de stedelijke laag met een uitkraging van 10 meter. De combinatie van deze maatregelen leidt ertoe dat het te verwachten windklimaat in het omliggende openbaar gebied minimaal voldoet aan de classificatie goed. Echter het windklimaat op het niveau van de luifel en de binnentuinen verslechterd met deze ingrepen aanzienlijk; er kan nu boven de luifel plaatselijk windgevaar ontstaan waardoor de binnentuinen onbruikbaar worden. De noodzakelijke toepassing van zeer zwaar gedimensioneerde stalen vakwerken in de torens om de grote uitsparingen in de bouwmassa mogelijk te maken zal leiden tot zeer grote complicaties, en maakt het de facto onmogelijk om in minimaal vier verdiepingen boven de uitsparing woningen te maken die aan de reguliere eisen voldoen. Dit komt dan bovenop het verlies van vele woningen in de uitsparing zelf. Daarnaast zal door de aanwezigheid van de enorme luifel rondom het gehele gebouw de onder de luifel liggende woningen niet aan de daglichttoetredingseisen kunnen worden voldaan. Uiteindelijk wordt geconcludeerd dat dergelijke aanpassingen aan het ontwerp niet alleen ongewenst zijn, maar ook bouwkundig en constructief onhaalbaar zijn.

Met uitputting van de mogelijkheden verdere verbetering van het windklimaat in het gebouw zelf te realiseren, is tenslotte onderzoek gedaan naar oplossingen rondom het gebouw in de openbare ruimte. Hieruit zijn twee ingrepen voortgekomen die met de ingrepen in het gebouw zelf tot een optimaal windklimaat leiden: 1. Ter hoogte van het tramperron aan de Rijswijkseweg wordt een afscheiding geplaatst van circa 2,5 meter hoog opgebouwd door middel van een half open afscherming met daarin geïntegreerd een overkapping om de tramgebruikers verder te beschermen tegen weersinvloeden, Deze oplossing is vergelijkbaar met abri’s zoals die op vele tramhaltes in de stad aanwezig zijn. 2. Het plaatsen van een scherm ter hoogte van de expeditie zone haaks op het spoor. Verder wordt op basis van het in opdracht van de Gemeente Den Haag ontwerp van bureau OKRA voor het openbaar gebied rondom het gebouw, met de daarin voorziene invulling met groen en verdere terreininrichting, geconcludeerd dat er geen maatregelen noodzakelijk zijn ter hoogte van de Bontekoekade/Trekvlietzone en de aanlanding van de te realiseren nieuwe fietsersbrug over de Trekvliet als onderdeel van de Velostrada. De relatief eenvoudige en vanzelfsprekende maatregelen bij de tramhalte zijn daarmee een haalbare oplossing om in het gehele openbare gebied een voldoende veilig windklimaat te realiseren.

Blad 33 van 149

Milieueffectrapport The Grace projectnummer 0456171.100 16 december 2021 SW Laakveld (Included City Development)

3

Beleidskaders In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste ruimtelijke kaders voor de ontwikkeling van The Grace opgenomen. In de conclusie is opgenomen in hoeverre The Grace past bij deze beleidskaders.

3.1

Nationaal beleid Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de definitieve Nationale Omgevingsvisie (NOVI) aan de Tweede Kamer aangeboden. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Nederland heeft een aantal grote opgaven: de bouw van 1 miljoen nieuwe woningen, duurzaam energie opwekken, klimaatverandering en de overgang naar eencirculaire economie. Deze opgaven vragen om veel ruimte. Daarom moeten keuzes gemaakt worden zodat Nederland ook voor toekomstige generaties een veilig, gezond en welvarend land kan blijven. De NOVI beschrijft welke uitdagingen er zijn, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes er gemaakt worden en welke richting wordt meegegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. In de NOVI wordt een viertal prioriteiten aangegeven:  Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie;  Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel;  Sterke en gezonde steden en regio's;  Een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Daarnaast worden in de NOVI in totaal 21 nationale belangen benoemd.

The Grace betreft een binnen de gemeente Den Haag gelegen woningbouwontwikkeling, welke niet onder de primaire verantwoordelijkheid van het Rijk valt. The Grace sluit wel aan op meerdere in de NOVI aangekaarte prioriteiten, opgaven en nationale belangen: nationale belangen gericht op het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit en het zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. Hiermee wordt bijgedragen aan de prioriteit om te voorzien in sterke en gezonde steden en regio's. Door middel van de beoogde ontwikkeling ontstaat op een goed bereikbare locatie een aantrekkelijke omgeving om in te wonen en verblijven. De beoogde ontwikkeling is hiermee niet in strijd met de toekomstvisie uit de NOVI.

3.2

Provinciaal beleid Omgevingsvisie Zuid-Holland (2019) De Zuid-Hollandse Omgevingsvisie en Omgevingsverordening zijn per 1 april 2019 in werking getreden. Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsverordening (zoals hierboven beschreven) en de Omgevingsvisie. De huidige Omgevingsvisie is een samenvoeging van verschillende beleidsplannen. Op deze manier sorteert de provincie voor op de Omgevingswet. De visie bestaat uit een beschrijving van de ruimtelijke hoofdstructuur, de ontwikkelrichting van het

Blad 34 van 149

Milieueffectrapport The Grace projectnummer 0456171.100 16 december 2021 SW Laakveld (Included City Development)

omgevingsbeleid, de beschrijving van de omgevingskwaliteit om de ruimtelijke kwaliteit te kunnen verbeteren en de samenhangende beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving. Bovenregionaal warmtenetwerk De provincie zet zich in voor de realisatie van een bovenregionaal warmte infrastructuur, als essentieel onderdeel van een goed functionerende warmtemarkt waarin de vraag naar warmte kan worden vervuld door een betaalbare, betrouwbare en duurzame warmtevoorziening. Circulair Zuid-Holland De provincie treft maatregelen om de transitie naar een circulair Zuid-Holland te versnellen. Dit doet ze vanuit een rolopvatting die ieders verantwoordelijkheden intact laat. Het strategische doel is: 100 procent circulair Zuid-Holland in 2050, met als tussendoel: 50 procent circulair in 2030. Compleet mobiliteitsnetwerk De provincie zet in op een compleet mobiliteitsnetwerk door kaders te stellen, vertegenwoordiging in diverse gremia, het verbeteren van de bereikbaarheid, verkeersveiligheid de keuzemogelijkheden tussen vervoersalternatieven. Verder wil de provincie deur-totdeurverplaatsingen optimaliseren. Energietransitie in de gebouwde omgeving De provincie wil de transitie naar een energie-efficiënte samenleving bevorderen, zodat op termijn duurzaam en CO2-neutraal wordt voorzien in de energiebehoefte. Bestaande bebouwing wordt gereed gemaakt voor de energietransitie.

Nieuwbouw (woningen én overige gebouwen) hoort energie neutraal of energie leverend te worden uitgevoerd. Gezonde leefomgeving De provincie streeft naar het voorkomen en verminderen van stress-gerelateerde ziektes door het aanbieden van verschillende soorten groen (bos, park, recreatieterreinen). Samen met partners zetten ze in op verhoging van de levensverwachting in verschillende wijken. Hiertoe ontwikkeld de provincie onder andere een platform voor alle groeninitiatieven. Stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stads- en dorpsgebied Het beter benutten van de bebouwde omgeving krijgt ruimtelijke invulling door in te zetten op verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie. Indien een gemeente ruimtelijk wil ontwikkelingen wordt de Ladder van duurzame verstedelijking doorlopen. Het doorlopen van de Ladder is beschreven onder de kop ‘omgevingsverordening Zuid-Holland’. Omgevingsverordening Zuid-Holland (2019) De provincie Zuid-Holland wil een overheid zijn die anticipeert op veranderingen in maatschappij, economie en bestuur, en vanuit haar toegevoegde waarde bijdraagt aan maatschappelijke opgaven. De ontwikkeling die de provincie Zuid-Holland hierin doormaakt, sluit aan bij de uitgangspunten van de Omgevingswet die niet langer de sectorale beleidsvelden, maar de maatschappelijke opgave centraal stelt.

De verordening is gericht op de onderlinge samenhang van de bewoonbaarheid van de provincie en de bescherming en verbetering van het milieu. Een bestemmingsplan kan voorzien in nieuwe ruimtelijke ontwikkeling als deze ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit voor inpassingen, aanpassingen en/of transformaties.

Blad 35 van 149

Milieueffectrapport The Grace projectnummer 0456171.100 16 december 2021 SW Laakveld (Included City Development)

Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen, is het van belang dat er aandacht wordt besteed aan duurzame verstedelijking. De Ladder voor duurzame verstedelijking (Ladder) is een instrument uit het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), het instrument is in oktober 2012 ingevoerd en in juli 2017 geactualiseerd. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. Nieuwe ontwikkelingen (met wonen, bedrijven, zelfstandige kantoren, detailhandel en andere stedelijke voorzieningen) worden dan ook getoetst aan de ladder: is er behoefte, is de ontwikkeling regionaal afgestemd en is het mogelijk om deze ontwikkeling plaats te laten vinden door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins. De afgelopen jaren is de Haagse bevolking flink gegroeid. Naar verwachting zal deze groei aanhouden. Conform de Bevolkingsprognose Den Haag 2017 zal Den Haag op korte termijn, tot 2022, 556.000 inwoners tellen. Dit betreft een groei van 6,8 procent. Tot 2040 zal de Haagse bevolking zelfs groeien tot circa 612.000 tot 638.000 inwoners. Deze groei zal derhalve gepaard gaan met een vraag naar nieuwe woningen. In Den Haag zijn hierbij op de lange termijn veel verdichtingsmogelijkheden.

Het doel van deze woningbouwopgave is om aantrekkelijke stedelijke milieus te creëren die de ruimtelijke structuur van de stad versterken. De behoefte naar nieuwe woningen in Den Haag is aan de hand van de Zuid-Hollandse Woningbehoefteraming 2016 nader inzichtelijk gemaakt. Hierin is voor elke regio berekend hoeveel extra woningen er nodig zijn voor het huisvesten van nieuwe huishoudens. Op provinciaal niveau neemt de gewenste woningvoorraad de komende jaren met meer dan 20.000 woningen per jaar toe. In het afgelopen decennium groeide de Zuid-Hollandse woningvoorraad gemiddeld met 12.000 woningen per jaar, wat aldus ruim minder is dan de komende jaren nodig zal zijn. In de onderstaande tabel wordt de groei van de woningbehoefte per regio voor een aantal tijdsperioden opgenomen. Hieruit volgt dat de woningbehoefte in het Stadsgewest Haaglanden de komende jaren sterk zal blijven groeien. Tabel 3.1: Groei van de woningbehoefte per regio per periode (bron: WBR en BP, 2016)

Regio Holland-Rijnland SG Haaglanden SR Rotterdam Midden-Holland Alblasserwaard/Vhl. Drechtsteden Hoeksche Waard Goeree-Overflakkee Totaal Zuid-Holland

2015-2019 15.400 32.900 28.200 5.600 3.000 6.400 2.000 900 94.400

2020-2029 13.900 45.800 29.400 5.900 2.400 4.900 1.000 900 104.200

2030-2039 2.300 37.200 18.100 2.000 0 1.300 -1.400 -200 59.300

De woningbehoefte blijft niet in alle delen van de provincie even sterk doorgroeien. In de grote steden blijft deze groei echter aanhouden, aldus ook in Den Haag. Hierbij zal op korte termijn het woningaanbod naar verwachting achterblijven bij de woningbehoefte. Er zullen dus meer woningen gerealiseerd moeten worden om in de woningbehoefte te kunnen voorzien. Zoals in de Woonvisie van Den Haag wordt gesteld is het vooral belangrijk om sociale huurwoningen en woningen in het middensegment te bouwen. Hierdoor wordt ook voor starters

Blad 36 van 149

Milieueffectrapport The Grace projectnummer 0456171.100 16 december 2021 SW Laakveld (Included City Development)

en gezinnen die net niet meer in aanmerking komen voor sociale huurwoningen een plek gegeven in de stad. Dit zal bijdragen aan een inclusieve stad, waar voor alle doelgroepen ruimte is. De beoogde ontwikkeling van woontorens midden in de stad sluit aan op deze behoefte, zoals starters. Middels verdichting wordt op deze wijze ruimte voor stedelijk wonen geboden op een goed bereikbare locatie. De woningbouwontwikkeling The Grace zal de gemeente Den Haag worden voorzien in haar woningbehoefte. De ontwikkeling vindt plaats binnen het bestaand stedelijk gebied van Den Haag. Op basis hiervan is gesteld dat de ontwikkeling binnen de systematiek van de Ladder past en er sprake is van een duurzame stedelijke ontwikkeling. Verstedelijking en wonen De provincie voorziet op regionaal niveau, samen met gemeenten, marktpartijen en woningbouwcorporaties, in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen, waaronder de doelgroepen van het huurbeleid. Hierbij gaat de voorkeur uit naar nieuwe woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied en georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer. Nieuwe woningen dragen bij aan een aantrekkelijke woon- en leefomgeving in ZuidHolland en zijn daarnaast energieneutraal of leveren energie en zijn toegerust op de gevolgen van klimaatverandering en bodemdaling.

De ontwikkeling van The Grace geeft invulling aan de ambities voor de Omgevingsvisie van ZuidHolland. De ambities van Den Haag complimenteren met de Omgevingsvisie van Zuid-Holland op gebied van bovenstaande thema’s. Expliciet op ‘Gezonde Leefomgeving’, ‘Stedelijke ontwikkeling binnen bestaande stads- en dorpsgebied’ en ‘Verstedelijking en wonen’. Bij de ontwikkeling van The Grace zal een stedelijke ontwikkeling plaatsvinden binnen het bestaande stads- en dorpsgebied. Deze stedelijke ontwikkeling vindt plaats in de nabijheid van het station Hollands Spoor. Programma Ruimte (2019) Het programma ruimte is parallel opgesteld aan de Visie Ruimte en Mobiliteit. De vier rode draden die beschreven zijn in de Visie Ruimte en Mobiliteit en die richting geven aan de gewenste ontwikkeling en het handelen van de provincie, komen ook terug in dit Programma ruimte. Het gaat hierbij om:  Beter benutten en opwaarderen van wat er is;  Vergroten van de agglomeratiekracht;  Verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit;  Bevorderen van de transitie naar een water- en energie-efficiënte samenleving. Adaptieve agenda Zuidelijke Randstad De Zuidelijke Randstad is een mondiaal concurrerende regio en in 2040 is die positie versterkt en behoort ze nog steeds tot één van de tien economisch krachtigste regio’s in Europa. Waarbij Den Haag de Internationale stad van Vrede en Recht is.

De kansen in de zuidelijke regio liggen zich voornamelijk in de economie, agglomeratiekracht en verstedelijking en de duurzame leefomgeving.

Blad 37 van 149

Milieueffectrapport The Grace projectnummer 0456171.100 16 december 2021 SW Laakveld (Included City Development)

Metropoolregio Rotterdam – Den Haag Dit samenwerkingsverband bestaat uit 23 gemeenten die op gebied van verkeer, openbaar vervoer en economisch vestigingsklimaat een regio vormen. Rijk en regio hebben tijdens het bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) besloten een verkenning te starten in het kader van het gebiedsgericht bereikbaarheidsprogramma Rotterdam – Den Haag. Deze verkenning richt zich met name op de nieuwe OV-verbinding naar Binckhorst in relatie tot de ontwikkeling van Binckhorst.

3.3

Gemeentelijk beleid Structuurvisie Den Haag 2020 Den Haag, de wereldstad aan zee. Met deze ambitie gaat de gemeente de toekomst tegemoet. De wereldstad aan zee heeft vier troeven: het is een multiculturele stad, een internationale stad, een stad aan zee en een monumentale residentie. Werken aan deze ambitie betekent ook dat welzijn en welvaart worden veiliggesteld, dat geïnvesteerd wordt in leefkwaliteit en bijzondere waarden als cultuurhistorie en groen. Uiteraard moeten er voldoende voorzieningen en woonruimte voor de bewoners aanwezig zijn. Deze ambitie krijgt vorm in vijf ontwikkelzones; waarbij de ontwikkeling van The Grace zich bevindt in de ontwikkelzone in het centrum. Het centrum heeft een verzorgende functie voor de gehele regio met een ruim cultuur- en winkelaanbod van hoog niveau, daarnaast is er ruimte voor wonen, voorzieningen en stedelijke bedrijvigheid. Agenda Ruimte voor de Stad (2016) Den Haag verwacht een sterke bevolkingsgroei tot aan 2040, maar ruimte voor uitbreiding is beperkt. De groei zal voornamelijk door transformatie van bestaande stedelijke structuren gaan plaatsvinden. In de periode 2016-2040 zullen circa 50.600 woningen worden gerealiseerd. Ten behoeve hiervan is de Agenda Ruimte voor de Stad tot stand gekomen.

De Agenda Ruimte voor de Stad is van toepassing op een aantal deelgebieden, waaronder het Central Innovation District (CID) (zie figuur 3.1).

Figuur 3.1: De deelgebieden van de Agenda Ruimte voor de Stad (bron: Agenda Ruimte voor de Stad)

Blad 38 van 149

Milieueffectrapport The Grace projectnummer 0456171.100 16 december 2021 SW Laakveld (Included City Development)

De Agenda Ruimte voor de Stad is een nieuwe onderlegger voor het ruimtelijk beleid van de gemeente, waarbij de agenda verschillende functies heeft; het brengt trends, kwesties en ontwikkelingen in beeld, het vormt de basis voor beleidsvernieuwing, de onderlegger voor de omgevingsvisie, het helpt met het ontwikkelen en beoordelen van nieuwe ruimtelijke plannen en het geeft uiting hoe de gemeente en de stad samen aan de ruimtelijke ontwikkelingen in Den Haag willen werken. De hoofdopgaven in deze agenda zijn:  Ruimte voor de buitenruimte: de kwaliteit van de buitenruimte is zowel belangrijk voor het sociaal functioneren van de stad als voor het economisch vestigingsklimaat.  Ruimte voor stedelijk wonen: wereldwijd trekt de bevolking naar grote aantrekkelijke steden. Mensen onderscheiden zich in hun leefstijl. Dit vraagt om slim ruimtegebruik voor aantrekkelijke woon-, werk- en recreatieomgevingen in de stad.  Ruimte voor (nieuwe) economie en toerisme: Den Haag is de afgelopen jaren achtergebleven qua werkgelegenheid bij de meeste grote steden. De ontwikkeling van werkgelegenheid voor alle lagen van de bevolking in de stad is cruciaal voor de sociaal-economische veerkracht van de stad. Daarnaast is Den Haag aantrekkelijk voor bezoekers en toerisme, maar dit is nog een onbenutte potentie.  Ruimte voor duurzame mobiliteit: vervoersmiddelen veranderen.

Dit leidt tot een ander gebruik van infrastructuur in de buitenruimte en aanpassing in het beleid.  Ruimte voor energietransitie en klimaatadaptatie: op gebied van de ruimte voor energie en klimaatadaptatie wordt een grote verandering verwacht. Gebiedsagenda Hollands Spoor/ Laakhavens De Gebiedsagenda Holland Spoor/ Laakhavens geeft een samenhangende visie op het gebied weer, waarbij het publieke domein het vertrekpunt vormt. De ontwikkeling van The Grace bevindt zich in dit gebied. De opgave voor het gebied heeft betrekking op het creëren van een hoogbouw cluster langs het spoor en rondom het station Holland Spoor. Hierbij komen de onderstaande thema’s aan bod. Raamwerk buitenruimte De toenemende verdichting resulteert in een toenemende druk op de openbare ruimte. Om de leefbaarheid kwalitatief hoog te houden is het van belang om een aantrekkelijke buitenruimte te creëren waar groenstructuren worden versterkt en waar een hoge verblijfskwaliteit is. Programma economie Hollands Spoor / Laakhavens is een gebied van werken, wonen, leren en winkelen. Er is een behoefte aan de ontwikkeling van 40.000 – 90.000 m2 bvo kantoorruimte. Het uitgangspunt is wel dat de bestaande economische functies in het gebied blijven. Programmering wonen Wonen speelt een belangrijke rol in de verdere ontwikkeling van dit gebied naar een multifunctioneel stadsdeel.

De ambities voor het bouwprogramma ambiëren woningbouw in hoge dichtheden, wonen met een kwalitatieve buitenruimte en minimaal 50% van het woningbouwprogramma wordt gerealiseerd in het betaalbare huursegment. Daarnaast wordt ingezet op betaalbare koopwoningen.

Blad 39 van 149

Milieueffectrapport The Grace projectnummer 0456171.100 16 december 2021 SW Laakveld (Included City Development)

Mobiliteit In en nabij het station komen vrijwel alle lokale en internationale netwerken samen. Er wordt ingezet op OV-georiënteerd bouwen, fietsparkeren, hinder van autoverkeer beperken en de bereikbaarheid van diverse functies (hulpdiensten, afvalverwerking etc.) vergroten. Duurzaamheid De volgende uitgangspunten rondom duurzaamheid zullen in het gebied een belangrijke rol spelen; duurzaam gebouw en gebied, klimaatbestendige inrichting en ontwikkeling, groen- en natuur inclusief bouwen, energietransitie en grondstofmanagement. Leefbaarheid Het toevoegen van voorzieningen en woningen in het gebied draagt bij aan een intensiever gebruik van de openbare ruimte en naar verwachting een toenemende aandacht voor de leefbaarheid in de wijk. Identiteit De ambitie is om een hoogstedelijk centrummilieu te creëren waarin gewoond, gewerkt en gestudeerd wordt. Nota Haagse Hoogbouw: Eyeline Skyline (2017) Om Den Haag toekomst bestendig te maken en voldoende woon- en werkruimte aan te bieden voor haar inwoners zal er op een andere manier naar de stedelijke omgeving moeten worden gekeken. Hoogbouw kan hiervoor een oplossing bieden. Het biedt namelijk kansen om de kwaliteit van de buitenruimte te verbeteren. Een andere kans is het vergroenen van de stad voor een prettig leefklimaat en om klimaatveranderingen het hoofd te kunnen bieden. Hoogbouw biedt ook kansen om duurzaamheid te versnellen.

Aandachtspunten uit de nota die meegenomen worden in toekomstig beleid zijn hieronder weergegeven:  Het maken van gebiedsspecifieke afwegingen, afhankelijk van de identiteit en dynamiek van het gebied;  Duurzaamheids- en groeneisen verwerken in Haagse hoogbouw;  In hoogbouw een mix van functies realiseren;  Meer inzicht krijgen in hoe het parkeerbeleid om hoogbouw kan worden aangepakt. Dit kan ook per gebied verschillen;  Onderzoek doen naar de mogelijkheden van de invulling van de ‘plint’, in andere steden zijn er succesvolle ervaring van goed functionerende plinten voor de beleving van de stad;  Om de hoge ontwikkelkosten bij hoogbouw te beperken, moet aan de hand van praktijkervaringen gekeken worden of snellere procedures bij de inzet van publiekrechtelijke instrumentaria mogelijk zijn. De Nota Haagse Hoogbouw biedt duidelijke handvatten om hoogbouw, zoals The Grace, passend te implementeren in de stedelijke omgeving van Den Haag. Den Haag Woonagenda 2019-2023 Den Haag gaat tot 2023 uit van een bevolkingsgroei van 4.000 à 5.000 inwoners per jaar. Dit betekent dat er een grote druk op de Haagse woningmarkt wordt verwacht. Kern van de opgave is dat het huidige bestand van woningen in het goedkope en middensegment kleiner is dan de groep huishoudens die daar gezien hun inkomen graag in zou wonen.

De komende jaren wil de gemeente vooral in deze segmenten het aanbod laten groeien. Dat wordt gedaan door in de eerste plaats

Blad 40 van 149

Milieueffectrapport The Grace projectnummer 0456171.100 16 december 2021 SW Laakveld (Included City Development)

een omvangrijk nieuwbouwprogramma. De maatregelen uit de Woonagenda zijn ingedeeld in vier thema’s: Middensegment, Goedkoop segment, Leefbaarheid in de wijken en de verschillende doelgroepen.  Maatregelen in het middensegment: het aanbod in het middensegment is te klein en de voorraad blijft krimpen. Het is daarom van belang dat een substantieel (productie van minimaal 20% middeldure huur en 30% sociale huur) aanbod gericht is op het middensegment.  Maatregelen goedkoop segment: een netto toevoeging van 750 woningen per jaar, waarbij de gemeente de woningbouwcorporaties zo goed mogelijk probeert te faciliteren.  Leefbaarheid in de wijken: vooruitlopend op de invoering van de Omgevingswet wordt er samen met bewoners en ondernemers geëxperimenteerd in de investeringsgebieden. Er wordt meer gedifferentieerd gebouwd op manieren dat wonen en werken elkaar versterken.  Doelgroepen: de gemeente zet extra maatregelen in op de volgende doelgroepen om ze makkelijker aan een woning te helpen; de onmisbare doelgroepen (cruciale beroepsgroepen), zorgdoelgroepen, spoedzoekers, woonwagenbewoners en studenten. Structuurvisie CID (2021) Om als stad aantrekkelijk te blijven voor zowel bestaande als nieuwe inwoners en bedrijven moet Den Haag ruimte bieden voor groei.

Den Haag kiest ervoor om deze groei vooral binnenstedelijk te laten plaatsvinden, waarvan een belangrijk deel vorm krijgt in het Central Innovation District, afgekort: het CID. Het CID is een internationaal knooppunt waar ongeveer 90.000 mensen werken en meer dan 30.000 mensen studeren en is daarmee de economische motor van Den Haag. Het CID-gebied wordt door een toename van minimaal 25.000 arbeidsplekken en ongeveer 20.500 woningen met alle benodigde economische en maatschappelijke voorzieningen verdicht en versterkt. De strategische visie, ambities, beleidskeuzes en investeringsprioriteiten staan in de CID Agenda 2040 (Kansen voor nieuw Den Haag. CID agenda 2040). De Structuurvisie CID vormt de ruimtelijke doorvertaling hiervan. De gemeente Den Haag biedt door middel van de structuurvisie een integrale langetermijnvisie op de ruimtelijke ontwikkeling van het gebied, ten aanzien van het ruimtelijk raamwerk, de mobiliteitsstrategie, programmering van economische functies en woningbouw en duurzaamheid. Daarnaast bepaalt de structuurvisie de contouren van de programmatische opgave van de prioritaire deelgebieden, zorgt voor de verbindingen en borgt de onderlinge samenhang. Om de ambities van het CID te bereiken, worden de gebieden rondom de drie treinstations getransformeerd tot één samenhangend gebied aan de hand van zeven ruimtelijke principes: 1.

Het CID wordt een centrummilieu: verdubbeling van het Haagse centrum. 2. Van drie losse stationsgebieden naar een hechte ‘triple hashtag’ verbonden door lange lijnen. 3. Nieuwe ontwikkelingen als motor om het CID en haar omgeving schoner en rijker te maken. 4. Functiemenging wordt het nieuwe normaal. 5. Karakter van buurt wordt versterkt en niet overal verandering. 6. Een raamwerk van reuring, rust en ruis als middel voor een goede balans. 7. Door slim te combineren ontstaat ruimte om alle opgaven op te lossen. De beoogde ontwikkeling sluit aan op de ruimtelijke principes uit de structuurvisie voor het CID. Het CID wordt een hoogstedelijk gebied dat wordt gekenmerkt door een hoge concentratie van woningen, werkplekken en voorzieningen in een gebied met een hoge verblijfskwaliteit en een

Blad 41 van 149

Milieueffectrapport The Grace projectnummer 0456171.100 16 december 2021 SW Laakveld (Included City Development)

uitstekende bereikbaarheid. Het ontwerp voor The Grace vertaalt de ambities en uitgangspunten voor het CID op een zo direct mogelijke wijze. De beoogde ontwikkeling draagt hier namelijk aan bij door de realisatie van kwalitatief hoogwaardige nieuwbouw op een goed bereikbare locatie, waarbij duurzaamheid en klimaatadaptie in het ontwerp zijn geïntegreerd. Hiermee wordt de ruimtelijke kwaliteit van het plangebied en diens omgeving verbetert, wat eveneens de levendigheid in het gebied ten goede komt. In de structuurvisie wordt bovendien aangegeven dat het rondom de stations mogelijk is hoogbouw te realiseren. In de omgeving rondom het station Hollands Spoor en Laakhavens wordt daarbij een hoogbouwcluster ontwikkeld. In de vorm van hoogbouw wordt hier een aantrekkelijk hoogstedelijk gemengd gebied gecreëerd. Hierbij wordt aangegeven dat de richtlijnen en principes van de Haagse Hoogbouwnota “Eyeline en Skyline” worden gevolgd. Kadernota Duurzaamheid (2019) Den Haag blijft groeien, deze groei vindt voornamelijk plaats binnen de grenzen van de huidige stad. Echter levert dit een toenemende druk op de leefomgeving op. Dit vraagt meer van de kwaliteit van de directe woonomgeving en een stedelijk ontwerp waarbij meer goede woningen, snelle mobiliteit en groen in de stad op een hoogwaardige manier worden gecombineerd.

Daarnaast is het van belang dat de hele stad de overgang gaat maken naar schone energie, vooruit wil lopen op de gevolgen van klimaatverandering en effectiever wil omgaan met grondstoffen. Dit wordt gedaan aan de hand van vier concrete thema’s:  Energie, waarbij de opgave is om minder te verbruiken en dat de energie die wordt gebruikt een schone vorm van energie is;  Leefomgeving, waarbij de opgave een duurzame leefomgeving is waarbij klimaatthema’s integraal worden aangevlogen;  Mobiliteit, met de transformatie naar meer actief en ruimte-efficiënt vervoer;  Grondstoffen, zowel de inwoners als de ondernemers van de stad zullen hun dagelijkse producten zo efficiënt mogelijk moeten gaan (her)gebruiken. De ambities voor de stedelijke ambities van Den Haag waar The Grace aan wil bijdragen hebben betrekking op de groei van de stad, de mobiliteit van de stad en de duurzaamheid van de stad. Deze zijn in lijn met de Kadernota Duurzaamheid.

3.4

Conclusie De ontwikkeling van The Grace draagt bij aan en past in de nationale, provinciale en regionale beleidskaders.

Blad 42 van 149

Milieueffectrapport The Grace projectnummer 0456171.100 16 december 2021 SW Laakveld (Included City Development)

4

Onderzoeksmethodiek In dit hoofdstuk is beschreven hoe het onderzoek voor The Grace is opgesteld en welk beoordelingskader daarbij gehanteerd is.

4.1

Samenhang milieuonderzoeken CID en The Grace De ontwikkeling van het CID is door de gemeente Den Haag in grote lijnen vastgelegd in een Structuurvisie CID (zie paragraaf 2.3). De gemeente Den Haag gebruikt de Structuurvisie CID als leidraad bij toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen en stuurt actief om de visie te verwezenlijken. Het plangebied van The Grace behoort tot het plangebied van de Structuurvisie CID. Dit betekent dat keuzes uit de Structuurvisie CID randvoorwaarden kunnen geven voor de invulling van The Grace. Voorbeelden hiervan zijn de mobiliteitsstrategie of de strategie op het gebied van klimaatadaptatie. Om het milieubelang volwaardig mee te nemen in de besluitvorming over het CID, en de keuzes die in de Structuurvisie CID worden gemaakt, heeft de gemeente Den Haag een (meer globaal) plan-MER opgesteld. Hierin zijn de milieueffecten van de totale gebiedsontwikkeling CID in beeld gebracht. De Structuurvisie CID en het bijbehorende plan-MER zijn in juli 2021 vastgesteld. Voor The Grace wordt een separate ruimtelijke procedure doorlopen en een (meer concreet) projectMER opgesteld. Tabel 4.1 geeft een overzicht van de overeenkomsten en verschillen tussen de verschillende typen MER die zijn opgesteld.

Tabel 4.1: Overeenkomsten en verschillen tussen het plan-MER voor de Structuurvisie CID en het project-MER voor de omgevingsvergunning The Grace (Bron: Witteveen + Bos, 2019) Structuurvisie CID Omgevingsvergunning The Grace Doel Het bieden van een integrale Het juridisch en planologisch mogelijk langetermijnvisie voor de ontwikkeling maken van de ontwikkeling van The van het CID en het bieden van Grace binnen de ruimtelijke en ruimtelijke en milieukundige kaders. milieukundige kaders en randvoorwaarden van de Structuurvisie CID. Plangebied Het monitoringsgebied CID dat de De grenzen van het plangebied van The bouwblokken omvat tussen en rondom Grace (zoals weergegeven in figuur 2.1). de drie hoofdstations in het centrum van Den Haag (zoals weergegeven in figuur 2.9). Planhorizon 2040 2030 Type MER Plan-MER Project-MER Alternatieven Alternatieven op de strategische keuzes Eén inpassingsalternatief. voor het gebied die naar verwachting leiden tot de meest onderscheidende milieueffecten:  omvang van het bouwprogramma;  mobiliteitsstrategie. Detailinformatie Globaler, vaak kwalitatiever gericht op Gedetailleerder en vaker kwantitatiever, van milieuonderscheidende milieueffecten van de mede gericht op het toetsen aan wetinformatie hoofdkeuzes. en regelgeving.

Blad 43 van 149

Milieueffectrapport The Grace projectnummer 0456171.100 16 december 2021 SW Laakveld (Included City Development)

De ontwikkeling van The Grace bevindt zich in een vergevorderd stadium en loopt in de tijd voor op andere (meer concrete) ontwikkelingen binnen het CID gebied. Er is geen concrete blauwdrukplanning van hoe het CID eruit komt te zien. Wel zijn er ambities en streefbeelden vastgesteld in de Structuurvisie. Het is nog niet precies bekend hoe en wanneer het CID gebied helemaal tot ontwikkeling is gekomen en welke gevolgen dat heeft voor bijvoorbeeld het leefklimaat, bereikbaarheid, klimaatadaptatie, et cetera. In dit MER worden de milieueffecten van de ontwikkeling van The Grace ten opzichte van de referentiesituatie in 2030 beoordeeld. Bepaalde ontwikkelingen in het CID behoren al wel tot deze referentiesituatie, andere ontwikkelingen (nog) niet (zie paragraaf 4.2). De beoordelingen in dit MER zijn gedaan ten opzichte van de referentiesituatie 2030. Omdat The Grace deel uitmaakt van het plangebied voor de CID ontwikkeling, en de Structuurvisie in juli 2021 is vastgesteld, is in dit project-MER ook gekeken naar de eventuele gevolgen als het CID tot ontwikkeling komt en waar The Grace dan rekening mee moet houden. Dit is beschreven in hoofdstuk 9 van deze rapportage. Planhorizon De ontwikkeling van The Grace zal meerdere jaren in beslag nemen.

In het project-MER wordt onderscheid gemaakt tussen de referentiesituatie (als gevolg van autonome ontwikkelingen) en de plansituatie waarbij het referentiejaar (planhorizon) 2030 wordt gehanteerd. Eén inpassingsalternatief In het voortraject heeft de initiatiefnemer gewerkt aan de uitwerking van een voorlopig ontwerp. Het ontwerp is diverse keren geoptimaliseerd naar aanleiding van de technische en milieukundige onderzoeken en adviezen van de afdeling stedenbouw van de gemeente Den Haag. Aangezien voor de voorgenomen ontwikkeling sprake is van de realisatie van hoogbouw, zijn voor de milieuaspecten bezonning en windhinder reeds gemaakte optimalisaties in beeld gebracht en/of doorgevoerd (zie paragraaf 2.4). Omdat er vanwege het uitgebreide ontwerpproces reeds optimalisaties aan het programma en het ontwerp van The Grace zijn doorgevoerd zijn er geen andere redelijkerwijs te beschouwen alternatieven die in dit MER zijn onderzocht. Uit het MER kunnen mogelijk optimalisaties en mitigerende maatregelen voortkomen om de milieueffecten verder te beperken. Deze maatregelen zijn opgenomen in de omgevingsgunning. Studiegebied Het studiegebied geeft weer binnen welk gebied onderzoek naar milieueffecten wordt gedaan. Milieueffecten kunnen in het plangebied, maar ook daarbuiten optreden.

Naar verwachting is het thema verkeer bepalend voor de reikwijdte van milieueffecten en daarmee ook het studiegebied. In de effecthoofdstukken (hoofdstukken 5 – 8) is duidelijk gemaakt wat het studiegebied is voor de milieuthema’s. Dit kan per milieuthema verschillen.

4.2

Referentiesituatie (2030) De effecten van The Grace zijn beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen. De autonome ontwikkelingen betreffen ontwikkelingen die los van de voorgenomen ontwikkeling (The Grace) en los van de CID-ontwikkeling in en rondom het plangebied optreden. Dit zijn vastgestelde ontwikkelingen of ontwikkelingen die op korte termijn vastgesteld worden. De openstelling van de Rotterdamsebaan, de ontwikkeling van de Spoorzone Hollands Spoor en projecten in de openbare ruimte (Velostrada) zijn voorbeelden van dit soort ontwikkelingen. Met al deze ontwikkelingen

Blad 44 van 149

Milieueffectrapport The Grace projectnummer 0456171.100 16 december 2021 SW Laakveld (Included City Development)

wordt rekening gehouden bij het bepalen en beoordelen van de effecten van The Grace. In deze paragraaf zijn de autonome ontwikkelingen nader toegelicht. Er vinden in het gebied rondom Station Hollands Spoor ontwikkelingen en transformaties plaats waarbij volop ruimte is voor wonen, werken en ontspannen. Momenteel is rondom het station van Hollands Spoor een groot aantal ontwikkellocaties voorzien, welke zich op dit moment in diverse stadia van ontwikkeling bevinden. Deze ontwikkelingen worden voornamelijk langs het spoor gerealiseerd. In figuur 4.1 zijn de locaties voor de beoogde autonome ontwikkelingen in de nabijheid van het plangebied van The Grace weergegeven. Onder de figuur is per project een toelichting gegeven.

Figuur 4.1: Autonome ontwikkelingen in de omgeving van het plangebied (plangebied is oranje omlijnd)

1. 2. 3.

4.

Stations entree HS Laakzijde. Voor deze ontwikkeling is de planning om hier in 2024 20.000 m2 aan kantoor en onderwijs te realiseren18. Waldorpstraat 11a-17t – The Globe. The Globe betreft de ontwikkeling van 2 woontorens van 140 en 160 meter hoog en de realisatie van 30.000 m2 kantoorruimte. De start van de bouw is voorzien in 2024. Voormalige kiss and ride – Locatie tussen stationsplein en Waldorpstraat 41g. Er worden twee woontorens van 140 en 160 meter hoog, 20.000 - 30.000 m2 aan kantoor en 15.000 m2 hotel tussen het stationsplein en de Waldorpstraat 41g gerealiseerd. Deze locatie ligt op circa 425 meter afstand van het plangebied. De start van de bouw is reeds gestart. De Drie Hoefijzers. Dit betreft de transformatie van een monumentaal complex naar wonen in combinatie met bedrijfsruimte en horecavoorzieningen. Het voormalige bierdepot wordt in drie fases aangepakt, met na de kantoorvilla ook het koelhuis en de stallen. Tijdens de eerste fase worden zes appartementen in de kantoorvilla gerealiseerd.

18

Deze ontwikkeling wordt naar verwachting op korte termijn vastgesteld. De impact op verkeer is nog niet bekend en is daarom niet betrokken in dit MER.

Blad 45 van 149

Milieueffectrapport The Grace projectnummer 0456171.100 16 december 2021 SW Laakveld (Included City Development)

5.

6. 7.

8.

9.

Nieuwbouw parkeerplaats Dintelstraat. Ter plaatse van de parkeerplaats aan de Dintelstraat wordt nieuwbouw gerealiseerd. De ontwikkelingen betreffen kleinschalige bedrijfsruimte, wonen en parkeren. De Dintelstraat bevindt zich op ongeveer 135 meter van het plangebied. De ontwikkeling betreft een publieke parkeergarage van maximaal 4 lagen en een woontoren van 40 meter hoog voor de realisatie van 65 woningen. De start van de bouw is voorzien in 2021. Rijswijkseweg 231, Struyck II/Vlietpoort. Hier is sprake van de realisatie van een woontoren in combinatie met een gemend programma in de plint. De woontoren wordt maximaal 75 meter hoog en huisvest 157 woningen. De start van de bouw is gepland in 2021. Velostrada. De Velostrada is een hoogwaardige fietsverbinding die van Den Haag naar Leiden gaat en gericht is om fietsgebruik te stimuleren. Deze route ligt onder andere langs station Hollands Spoor en station Laan van NOI. Hiertoe wordt ook een brug over de Trekvliet gesitueerd. Knip Waldorpstraat. Er is een knip voorzien in de Waldorpstraat. Dit betekent dat de Waldorpstraat tussen de Rijswijkseweg en het Leeghwaterplein niet meer toegankelijk is voor het autoverkeer. Deze maatregel moet nog bestuurlijk vastgesteld worden. Er is in dit MER geen rekening gehouden met deze maatregel.

Onderzoek naar de knip wijst uit dat het verkeer op de Rijswijkseweg langs The Grace niet toe- of afneemt. Wel neemt het verkeer toe op de Rijswijkseweg tussen de Neherkade en de Waldorpstraat. De maatregel leidt tot de volgende effecten die anders zijn dan in dit MER beschreven staan:  De kruising Rijswijkseweg – Waldorpstraat – Bontekoestraat wordt aangepast. De verzadigingsgraad van deze kruising neemt hierdoor af.  Er is een afname van de geluidbelasting van de Waldorpstraat op de gevel van The Grace. Het extra verkeer dat over de Rijswijkseweg richting de Neherkade rijdt heeft geen andere geluidbelasting op de gevel van The Grace tot gevolg. Er zijn op de andere thema’s geen andere effecten voorzien dan beschreven in dit MER. Post Tower. Er is in de Post Tower een woon/ kantoorbestemming van circa 10.000-12.000 m2 voorzien. De ontwikkeling van de Post Tower is nog niet bestuurlijk vastgesteld. De besluitvorming wordt wel al voorbereid. De uitvoering zal waarschijnlijk binnen 2-3 jaar starten19.

19

Deze ontwikkeling wordt naar verwachting op korte termijn vastgesteld. Het effect van de Post Tower is in dit MER niet expliciet meegenomen in de verkeersberekeningen. Wel is deze ontwikkeling beschouwd in het kader van windhinder (zie hiervoor paragraaf 7.4.2.2).

Blad 46 van 149

Milieueffectrapport The Grace projectnummer 0456171.100 16 december 2021 SW Laakveld (Included City Development)

The Grace

Figuur 4.2: Impressie ontwikkellocaties Hollands Spoor en Laakhavens (Bron: Gebiedsagenda Hollands Spoor / Laakhavens, 2018)

Rotterdamsebaan Met oog op de groei van Den Haag, speelt bereikbaarheid een belangrijke rol. Een goed bereikbare regio is aantrekkelijk om te wonen en te werken. De Rotterdamsebaan maakt Den Haag en de regio beter bereikbaar door de snelwegen (A4/A13) en de Centrumring van Den Haag met elkaar te verbinden middels een boortunnel (zie figuur 4.3). Door deze nieuwe verbinding kan het verkeer zich beter verdelen en is er tijdens bijvoorbeeld de spitsuren minder vertraging. De Rotterdamsebaan is in 2021 geopend voor het verkeer.

Blad 47 van 149

Milieueffectrapport The Grace projectnummer 0456171.100 16 december 2021 SW Laakveld (Included City Development)

The Grace

Figuur 4.3: Route Rotterdamsebaan (groene lijn) (bron: Gemeente Den Haag, Projectwebsite Rotterdamsebaan)

4.3

Beoordelingsmethodiek

4.3.1

Beoordelingskader Dit MER maakt een vergelijking van de effecten van het voornemen (The Grace) met de referentiesituatie. In tabel 4.2 zijn de beoordelingsaspecten opgenomen. Het beoordelingskader geeft aan hoe de effecten in het MER in beeld worden gebracht; op basis van welke thema’s en criteria, en aan de hand van welke onderzoeksmethoden, informatie of data. Per thema worden in dit MER (indien nodig) compenserende en mitigerende maatregelen voorgeschreven om de milieueffecten verder te beperken.

Blad 48 van 149

Milieueffectrapport The Grace projectnummer 0456171.100 16 december 2021 SW Laakveld (Included City Development)

Tabel 4.2: Onderzoeks- en beoordelingskader relevante milieuaspecten MER The Grace Aspect Criteria Kwantitatief / Methode en informatie kwalitatief onderzoek Verkeer en Verkeersintensiteiten Kwantitatief Verandering van vervoer verkeersintensiteiten op Verkeersafwikkeling Kwantitatief omliggende wegen. Effect op capaciteit omliggende wegen. Verkeersveiligheid Kwalitatief Verandering verkeersveiligheid. Op basis van expert judgement. OV, fiets- en Kwalitatief Aansluiting plangebied op voetgangersverbindin verbindingen. Op basis gen van expert judgement. Geluid Wegverkeerslawaai Kwantitatief Modelberekening en toets aan wettelijke Spoorweglawaai Kwantitatief grenswaarden. Cumulatieve Kwantitatief Verandering van geluidbelasting geluidbelasting. LuchtConcentraties (PM10, Kwantitatief Modelberekening en kwaliteit PM2,5 en NO2) toets aan wettelijke grenswaarden. Verandering van de concentraties luchtverontreinigende stoffen. Trillingen Trillingsniveaus Kwantitatief Verandering blootstelling aan trillingen ten gevolge van railverkeer. Toets aan SBR-richtlijn B. Externe Plaatsgebonden risico Kwalitatief Risicokaart externe veiligheid veiligheid. Op basis van Groepsrisico Kwalitatief expert judgement. Gezondheid GezondheidsKwantitatief Gezondheidseffectbescherming screening (GES). Verandering van aantal blootgestelden.

GezondheidsKwalitatief Bijdrage aan gezond bevordering leven, bewegen en recreatie. Op basis van expert judgement. Ruimtelijke Archeologische, Kwalitatief Beleidsadvieskaart kwaliteit cultuurhistorische en gemeente Den Haag, landschappelijke monumentenregister, waarden provinciale cultuurhistorische waardenkaart. Verandering van waarden. Op basis van expert judgement.

Blad 49 van 149

Hoofdstuk Bereikbaarheid

Gezondheid en leefbaarheid Gezondheid en leefbaarheid

Gezondheid en leefbaarheid Gezondheid en leefbaarheid Gezondheid en leefbaarheid

Gezondheid en leefbaarheid

Milieueffectrapport The Grace projectnummer 0456171.100 16 december 2021 SW Laakveld (Included City Development)

Gebruikswaarde

Kwalitatief

Hinder tijdens de bouw

Knelpunten voor de leefbaarheid tijdens de aanlegfase

Kwalitatief

Bodem

Bodemgesteldheid (opbouw, dichtheid en verzakking) Bodemkwaliteit Waterkwaliteit (oppervlakte- en grondwater) Waterkwantiteit (oppervlakte- en grondwater) Afvalwater Beschermde soorten Beschermde gebieden (NNN en Natura 2000) Bezonning

Kwalitatief

Windhinder

Kwantitatief

Hittestress

Kwalitatief

Wateroverlast

Kwalitatief

Energiebesparing en -opwekking Circulariteit

Kwalitatief

Afval

Kwalitatief

Water

Natuur

Stadsklimaat

Energie en circulariteit

Kwantitatief Kwalitatief

Expert judgement. Verandering van gebruikswaarde. Hinder tijdens de bouw ten gevolge van verkeer, geluid, luchtverontreiniging, trillingen en stof. Bodemonderzoek en bodembeleidskaarten.

Gezondheid en leefbaarheid Klimaatbestendigheid

Informatie waterschap. Op basis van expert judgement.

Klimaatbestendigheid

Veld- en bronnenonderzoek, Stikstofberekening

Klimaatbestendigheid

Bezonningsonderzoek. Verandering van bezonning. Windtunnelonderzoek. Verandering van het windklimaat. Hittestresskaart gemeente Den haag. Verandering van hittestress. Op basis van expert judgement. Klimaatatlas provincie Zuid-Holland. Op basis van expert judgement. Voorzieningen t.b.v. energie. Mate van circulair bouwen. Mate waarin hergebruik en recycling wordt toegepast in afvalverwerking.

Klimaatbestendigheid

Kwantitatief en kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief en kwantitatief Kwantitatief

Kwalitatief

Blad 50 van 149

Energietransitie en circulariteit

Milieueffectrapport The Grace projectnummer 0456171.100 16 december 2021 SW Laakveld (Included City Development)

4.3.2

Beoordelingswijze De huidige staat en autonome ontwikkeling van de leefomgeving, maar ook de effecten van de beoogde ontwikkeling van The Grace worden in dit MER systematisch beschreven en beoordeeld aan de hand van het beoordelingskader. In de beoordelingssystematiek wordt rekening gehouden met het feit dat er ten opzichte van de referentiesituatie ook sprake kan zijn van geringe toe- en afnamen van effecten. Deze effecten zijn maar beperkt onderscheidend, maar om te voorkomen dat deze effecten te snel genuanceerd worden tot geen effect of worden overschat, zijn deze in de gehanteerde systematiek aangeduid met de scores 0/+ (licht positief) of 0/- (licht negatief). Voor de effectbeoordeling wordt daarom gebruik gemaakt van een zevenpuntsschaal (zie tabel 4.3). Tabel 4.3: Beoordelingsschaal effecten Score Toelichting ++ Sterk positief effect ten opzichte van de referentie + Positief effect ten opzichte van de referentie 0/+ Licht positief effect ten opzichte van de referentie 0 Neutraal (geen) effect ten opzichte van de referentie 0/Licht negatief effect ten opzichte van de referentie Negatief effect ten opzichte van de referentie -Sterk negatief effect ten opzichte van de referentie

Veel van de milieueffecten zijn beoordeeld op basis van deelonderzoeken, waarvan de resultaten in de onderzoeken zijn verwoord en onderbouwd. De verwijzing naar deze onderzoeken is opgenomen in bijlage 1. De deelonderzoeken gaan altijd uit van een worst-case situatie. Dit betekent dat de effecten nooit positiever beschreven en beoordeeld zijn dan de werkelijkheid. De werkelijkheid kan daarentegen wel positiever uitvallen. De motivatie van de gegeven beoordelingen is opgenomen in de effecthoofdstukken van dit MER (hoofdstukken 5 tot en met 8). Een samenvatting van alle beoordelingen is opgenomen in hoofdstuk 10. In hoofdstuk 9 is The Grace getoetst aan de milieueffecten en doelen van het CID. Dit hoofdstuk vergelijkt de effecten van The Grace met de effecten van het CID. Er worden geen nieuwe effecten beschreven. Er is voor deze thema’s dan ook geen beoordeling gegeven in de vorm van een score (+ of -).

4.4

Opbouw effecthoofdstukken In de hoofdstukken 5 tot en met 8 wordt een gelijke opbouw gehanteerd:  Eerst wordt beschreven welke beoordelingscriteria zijn gehanteerd bij het bepalen van de effecten;  Bij de effectbeschrijving wordt de referentiesituatie afgezet tegen de plansituatie. Hier is ook het studiegebied en eventuele cumulatie met andere ontwikkelingen voor dit aspect beschreven;  Op basis van de effectbeschrijving wordt een beoordeling gegeven van de effecten op de criteria uit het beoordelingskader.

Blad 51 van 149

Milieueffectrapport The Grace projectnummer 0456171.100 16 december 2021 SW Laakveld (Included City Development)

5

Bereikbaarheid

5.1

Beoordelingskader Het voor bereikbaarheid te hanteren beoordelingskader is in de volgende tabel weergeven. Voor elk aspect zijn de criteria en de wijze van beoordeling benoemd. Tabel 5.1: Onderzoeks- en beoordelingskader verkeer en vervoer Aspect Criterium Kwantitatief / Methode en informatie kwalitatief onderzoek Verkeer Verkeersintensiteiten Kwantitatief Verandering van verkeersintensiteiten op en omliggende wegen. Effect op capaciteit Verkeersafwikkeling Kwantitatief vervoer omliggende wegen. Verkeersveiligheid Kwalitatief Op basis van expert judgement. Verandering verkeersveiligheid. OV, fiets- en Kwalitatief Op basis van expert judgement. Aansluiting voetgangersverbindingen plangebied op verbindingen.

In het kader van The Grace zijn twee verkeersonderzoeken uitgevoerd. De effectbeschrijving en beoordeling van het thema verkeer zijn gebaseerd op deze onderzoeken. In het eerste onderzoek20 is gekeken naar de verkeersgeneratie en de parkeervraag op basis van het ontwikkelconcept van The Grace. De resultaten hiervan zijn opgenomen in paragraaf 2.2 van dit MER. Vervolgens is in een tweede onderzoek21 bepaald hoe het verkeer van en naar de Grace zich verdeeld over de nabij gelegen wegvakken. Deze analyse is gedaan om meer inzicht te verkrijgen in de effecten op het verkeersnetwerk van Den Haag. Op basis hiervan kunnen effecten bepaald worden die verkeersgerelateerd zijn, zoals de effecten op de geluidbelasting en de luchtkwaliteit vanwege verkeer op de omliggende wegen. De toetsing van de aspecten uit het beoordelingskader heeft kwantitatief en kwalitatief plaatsgevonden. In het verkeersonderzoek is met behulp van het verkeersmodel van de gemeente Den Haag onderzocht wat de effecten zijn op de verkeerintensiteiten op de omliggende wegen. In het onderzoek zijn de verkeersintensiteiten van de volgende situaties met betrekking tot de verkeersintensiteiten berekend en weergegeven:  Verkeersintensiteiten model 2030 zonder The Grace (referentiesituatie);  Verkeersintensiteiten model 2030 met The Grace (plansituatie). De overige aspecten zijn kwalitatief beoordeeld.

20

Goudappel Coffeng, Verkeerskundig onderzoek The Grace Den Haag, 2021

21

Antea Group, Verkeersonderzoek The Grace, 2020 (opgenomen in bijlage 4 bij dit MER)

Blad 52 van 149

Milieueffectrapport The Grace projectnummer 0456171.100 16 december 2021 SW Laakveld (Included City Development)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11594877/1