CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS312262 Notulen van de raad van 21 april 2022

Gemeenteraad 19 mei 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Vaststelling van de Notulen van 14 april 2022 en 21 april 202262.313 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 7

Dit zijn voornamelijk scholen die in meer welvarende wijken gevestigd zijn. In de kwetsbare wijken zien we het tegenovergestelde, namelijk extra hoge personeelstekorten, hierdoor minder aandacht voor de leerlingen en dus ook lagere resultaten. Dan is het toch niet vreemd dat je met elkaar zegt: hoe kunnen we ervoor zorgen dat de leraren op scholen waar het prima gaat en waar geen sprake is van een personeelstekort naar scholen gaan waar wel sprake is van een personeelstekort en enorme uitdagingen om daar een bijdrage te leveren? Ik ben benieuwd naar de visie van de wethouder hierop. Volgens mij lossen we hiermee gedeeltelijk wat problemen op. Praktisch kan het anders zijn, maar we moeten in ieder geval proberen hier wat aan te doen. Voorzitter. Een ander hardnekkig probleem waar leerlingen met een migratieachtergrond tegenaan lopen, is stagediscriminatie. Ik vind het niet te verkroppen dat sommige leerlingen soms tientallen brieven moeten schrijven om maar een stage te kunnen vinden. We zien de pijnlijke verhalen van leerlingen die onder een andere naam moeten solliciteren om maar uitgenodigd te worden. Ongeveer een kwart van de mbo-studenten krijgt bij het zoeken van een stage te maken met discriminatie. Vaak weten deze studenten niet waar ze terechtkunnen en ze kunnen het vaak ook niet bewijzen. Dit laat zien dat er nog veel werk aan de winkel is.

De HEA heeft zeker goede ambities die wij onderschrijven, maar ik zou er graag voor de volgende keer ook wat meer sturing in willen hebben. Dat gaan we de komende jaren ook doen met het uitvoeringsprogramma. Voorzitter. Om dit enigszins te sturen willen we een vijftal moties indienen. De motie 'Ontwikkel expertise over onderadvisering' verzoekt het college om bij de regering erop aan te dringen om in de komende periode in te zetten op verdere verspreiding van expertise binnen het onderwijs om onderadvisering tegen te gaan, op verdere verbetering van het kennismateriaal en laagdrempelige vormen van bijscholing voor docenten om onderadvisering tegen te gaan. De motie 'In gesprek met pabo's over onderadvisering' verzoekt het college om in gesprek te treden met pabo's en hen te stimuleren om binnen de opleiding aandacht te geven aan onderadvisering

49

van leerlingen op basis van hun migratieachtergrond en/of het opleidingsniveau/inkomen van de ouders en het voorkomen daarvan. Kansenongelijkheid zien we in verschillende lagen van de samenleving, maar ook verschillende afdelingen van de gemeente die daarmee te maken hebben. De motie 'Samenhang bewaken in de aanpak kansenongelijkheid' verzoekt het college om tussen de gemeentelijke afdelingen of diensten de samenhang te bewaken in de aanpak om tot kansengelijkheid te komen en hierbij tevens indicatoren te gebruiken waarmee de kansengelijkheid kan worden gemonitord. De motie 'Onderzoek lerarentekort scholen met achterstanden' verzoekt het college om te onderzoeken of het lerarentekort juist het zwaarst gevoeld wordt op de scholen die te maken hebben met achterstanden en/of uitdagingen en of de kansenongelijkheid in Den Haag daardoor alleen maar toeneemt, hieruit praktische oplossingsrichtingen in kaart te brengen en indien noodzakelijk een aanvullend plan van aanpak op te stellen zodat die bij de uitvoeringsprogramma's van de HEA ingezet kunnen worden. Ik zie dat er een interruptie is. Robin Smit (PvdD). In de commissie hebben we het ook al even gehad over de aanpak lerarentekort. In het debat met de wethouder hebben we te horen gekregen dat de wethouder ook inzet op de wijken waar het lerarentekort het hoogst is en dat daar als eerste maatwerk op wordt toegepast.

Wat voegt uw motie daaraan toe? Adeel Mahmood (DENK). Dank aan meneer Smit voor de interruptie. Als we de HEA lezen, dan wordt natuurlijk ook onderkend dat die problemen er zijn en dat ze versterkt worden. Tegelijkertijd wordt er gezegd dat er voor de problemen, de uitdagingen die er zijn vooral naar het Rijk wordt gekeken. Ik wil met deze motie bereiken dat we praktische oplossingsrichtingen in kaart brengen - wat kunnen wij lokaal nog toevoegen, wat kunnen we lokaal nog betekenen om deze problemen aan te pakken? - zodat we die problemen en de punten die uit zo'n onderzoek naar voren komen, kunnen betrekken bij de uitvoeringsprogramma's. Ik wil dat we niet alleen maar kijken naar het Rijk, maar vooral lokaal inzichtelijk maken: wat kunnen wij hier nog doen in Den Haag? Robin Smit (PvdD). Dat begrijp ik op zich: een onderzoek. Maar er zijn in het verleden al best wel veel onderzoeken gedaan hoe we op lokaal niveau het lerarentekort kunnen aanpakken. Is het nu niet een kwestie van het lerarentekort aanpakken in plaats van het zoveelste onderzoek? Adeel Mahmood (DENK). Dit hoeft natuurlijk niet een heel lang onderzoek te zijn.

Het gaat in deze specifieke motie niet alleen over het lerarentekort, maar juist over de versterking van de achterstanden in die kwetsbare wijken, die harder worden geraakt door het lerarentekort, over het in kaart brengen van die relaties en over het in kaart brengen van de praktische oplossingen voor die kwetsbare wijken waar de uitdagingen het grootst zijn. Ik heb die praktische oplossingen eerlijk gezegd nog niet inzichtelijk gezien. Ik denk dat dat wel relevant is, als je die problemen wil aanpakken. Sebastian Kruis (PVV). Zo'n onderzoeksmotie heeft eigenlijk alleen maar als doel om die aangenomen te krijgen. Het is een beetje vragen naar de bekende weg. Je ziet toch dat de kwetsbare wijken ook de wijken zijn waar het zwaartepunt ligt van de huisvesting van de massa-immigratie? Adeel Mahmood (DENK). Wat is uw vraag? Sebastian Kruis (PVV). Die ik zojuist stelde, in goed Nederlands volgens mij. Adeel Mahmood (DENK). Blijkbaar kan de heer Kruis zich niet heel goed uitdrukken, waardoor ik de vraag niet begreep. Maar als u nog een kans waagt, dan kan ik 'm misschien wel begrijpen in mijn gebrekkig Nederlands volgens u. Ik zal in ieder geval wel mijn best doen om u te begrijpen. De voorzitter. Meneer Kruis, u gaat gewoon nog een keer de vraag stellen zonder alle zinnen erbij van beide kanten.

50

Sebastian Kruis (PVV). Dat bepaal ik zelf wel, voorzitter. Ik stelde de vraag of de heer Mahmood niet ziet dat de wijken met het grootste lerarentekort precies de wijken zijn waar ook het zwaartepunt ligt van de huisvesting van de massa-immigratie. Adeel Mahmood (DENK). Als we het hebben over kansenongelijkheid, kwetsbare wijken en de uitdagingen aldaar, dan wordt dat natuurlijk in verschillende lagen gevoeld. Een en ander kan elkaar versterken. Het opleidingsniveau van de ouders speelt een rol, de migratieachtergrond, maar ook de kwaliteit van de scholen, de druk op de leraren en op welke wijze zo'n school is georganiseerd. Heel veel verschillende factoren spelen een rol bij een lagere kansengelijkheid. Misschien is dat een antwoord op uw vraag. Sebastian Kruis (PVV). Nee, niet een begin daarvan. Ik had het over het lerarentekort. Ik had het niet over kansenongelijkheid. Ik had het over het tekort aan leraren in wijken waar de bevolkingsdichtheid het grootst is en waar ook de jaarlijkse toestroom het grootst is. Die relatie met elkaar, dat zou misschien die onderzoeksmotie kunnen besparen. Adeel Mahmood (DENK). Ik denk zeker dat het een uitdaging is om het werken aantrekkelijk te maken voor die docenten die een hoge werkdruk ervaren. We zien natuurlijk in die wijken dat de werkdruk daar echt hoog is. Dat zal natuurlijk aan verschillende factoren liggen.

Hoe meer uitdagingen, hoe moeilijker het voor docenten wordt om die werkdruk aan te kunnen. Als meneer Kruis wil dat we die werkdruk gaan verlagen en dat we daardoor misschien meer geld kunnen besteden in het onderwijs, dan zullen we daar altijd een voorstander van zijn. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Ik had nog een vraag over uw motie over de samenhang bewaken in de aanpak kansenongelijkheid. Ik had even tijd nodig om die te lezen. Wat wilt u precies met die motie? Dat is mij totaal onduidelijk. Adeel Mahmood (DENK). Kansengelijkheid speelt natuurlijk een rol in het onderwijs, maar we merken dat bijvoorbeeld het opleidingsniveau van ouders ook een rol speelt. Als we kijken naar de armoederegelingen, dan moeten we ook heel goed kijken wat die armoede doet met mensen in onze stad en welk effect dat vervolgens heeft op de kansengelijkheid. Ik denk dat heel veel gemeentelijke diensten inzicht hebben in hoe onze inwoners leven, wat een laag inkomensniveau doet met zo'n familie. Misschien kan van daaruit het een en ander worden versterkt. Dat is ook de intentie van het op deze wijze indienen van deze motie. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Ik denk dat het helder is welke factoren er zijn, als het gaat om kansen creëren. Maar wat zou de heer Mahmood dan nog meer willen zien? We hebben een heel armoedepakket.

Moet dat dan nog uitgebreid worden? Op welke terreinen is er nog meer samenhang nodig en wie gaat dat dan precies doen? Adeel Mahmood (DENK). Het lijkt mij heel interessant dat we met indicatoren komen om dit te monitoren en dat we daaruit conclusies kunnen trekken en misschien een betere aanpak krijgen. De voorzitter. Mevrouw Klokkenburg, tot slot. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Sorry, maar het gaat nog echt heel hoog over: indicatoren, monitoren. Kan de heer Mahmood met een heel praktisch voorbeeld komen wat deze motie gaat toevoegen aan de aanpak kansenongelijkheid in de stad? Adeel Mahmood (DENK). Als gemeentelijke diensten hierin beter samenwerken en beter zicht hebben op de problemen in onze stad en als de kansenongelijkheid daarmee ook wordt geraakt, dan kunnen we die problemen beter aanpakken. Dat is een antwoord op uw vraag. De voorzitter. U vervolgt uw betoog.

51

Adeel Mahmood (DENK). Ik kom bij mijn laatste motie, 'Mensenrechten en antidiscriminatie als belangrijk onderdeel van kerndoelen in het onderwijs'. Den Haag, de stad van vrede en recht, heeft mensenrechten en antidiscriminatie hoog in het vaandel staan en mensenrechten en antidiscriminatie moeten in deze tijden nog nadrukkelijker worden gekoesterd, met name bij de jongere generaties. Met deze motie verzoeken wij het college om er blijvend op toe te zien dat mensenrechten en antidiscriminatie, alsmede de bestrijding van moslimhaat en antisemitisme, een herkenbaar en belangrijk onderdeel vormen van de kerndoelen voor burgerschap en dat dit breed en stevig verankerd wordt in de Haagse Educatieve Agenda. Tot zover, maar ik heb nog een interruptie. Robin Smit (PvdD). De Partij voor de Dieren vindt dit ook een belangrijk onderwerp. Maar als we in de HEA kijken onder de maatschappelijke thema's waar aandacht aan wordt besteed bij scholen, dan staat daar onder andere de aanpak van discriminatie, radicalisering en antisemitisme. Wat voegt deze motie daaraan toe? Adeel Mahmood (DENK). Met deze motie willen we erop toezien dat dit uiteindelijk gaat plaatsvinden op scholen. We weten dat dit nog niet verplicht is. Bijvoorbeeld burgerschapsonderwijs is inmiddels wel verplicht.

We weten dat het College voor de Rechten van de Mens heeft opgeroepen om dit expliciet te laten voorkomen, ook in het onderwijs. Met deze motie willen wij dat het college er blijvend op toeziet dat deze aspecten ook voorkomen in het mensenrechtenonderwijs. U noemt antisemitisme, maar moslimhaat is ook een groot probleem in onze stad. Heel veel mensen zien dat misschien niet zo, maar het wordt heel goed gevoeld in onze samenleving. Wij vinden het heel belangrijk dat dit ook erin voorkomt. Robin Smit (PvdD). Dank voor het antwoord van de heer Mahmood. Wat zou dan concreet uit uw motie moeten komen wat niet in deze HEA staat? Adeel Mahmood (DENK). U moet mij misschien helpen, maar zo concreet heb ik het niet gezien in de HEA. Mocht het wel zo zijn, dan kan ik eventueel in de tweede termijn hierop terugkomen. Maar wat mijn fractie betreft is het niet concreet genoeg. We vinden het heel belangrijk dat het college erop toeziet dat het een belangrijk onderdeel wordt in onze onderwijsprogramma's. Sebastian Kruis (PVV). Ik stel vast, op basis van de reactie op de heer Smit, dat de heer Mahmood echt geen idee heeft wat hij hier precies mee wil. Kinderen worden lastiggevallen met al dit soort flauwekul, maar dit gaat wel ten koste van bijvoorbeeld de tijd die kan worden besteed aan het leren van bijvoorbeeld … De voorzitter. Wat is uw vraag? Sebastian Kruis (PVV). Nou ja.

Ik mag hier toch wel … Al zou ik hier drie minuten aan besteden, zou ik het gewoon mogen. De voorzitter. Ja, in uw eigen termijn maar niet als interruptie. Sebastian Kruis (PVV). U probeert elke keer erdoorheen te komen als ik een verhaal aan het houden ben. De voorzitter. Het is de bedoeling dat er een vraag wordt gesteld. Sebastian Kruis (PVV). Dan stel ik de vraag niet. Als ik steeds wordt geïnterrumpeerd door de voorzitter, dan doe ik maar niet meer mee. De voorzitter. Nogmaals, bij een interruptie is het de bedoeling dat er een vraag wordt gesteld. Allerlei constateringen kunt u doen in de eigen termijn.

52

De voorzitter. Door de heer Mahmood, daartoe gesteund door mevrouw Butt, wordt de volgende motie (M.5 DENK) ingediend: Motie M.5 DENK In gesprek met PABO’s over onderadvisering De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op donderdag 21 april 2022, ter bespreking van voorstel van het college inzake Haagse Educatieve Agenda 2022 - 2026 (RJS311077) Constaterende, dat: • onderadvisering van kinderen met ouders met een lagere sociaaleconomische status en/of een migratieachtergrond een bijdrage levert aan de kansenongelijkheid in het onderwijs; • vooroordelen van sommige leraren hier een grote rol in spelen. Overwegende, dat: • vooroordelen van leraren al moeten worden weggenomen voordat ze voor de klas staan; • grotere aandacht voor dit probleem binnen pabo’s een bijdrage kan leveren om dit probleem te verminderen. Verzoekt het college: • om in gesprek te treden met pabo’s en hen te stimuleren om binnen de opleiding aandacht te geven aan onderadvisering van leerlingen - op basis van hun migratieachtergrond en/of het opleidingsniveau/inkomen van de ouders - en het voorkomen daarvan; • de raad hierover te informeren. En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door de heer Mahmood worden de volgende moties (M.6 DENK, M.7 DENK, M.8 DENK en M.9 DENK) ingediend:

Motie M.6 DENK Samenhang bewaken in de aanpak kansenongelijkheid De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op donderdag 21 april 2022, ter bespreking van voorstel van het college inzake Haagse Educatieve Agenda 2022 - 2026 (RIS311077) Constaterende, dat: • Den Haag met grote problemen in het onderwijs kampt, zoals kansenongelijkheid, lerarentekort en een gebrek aan een optimale leer- en ontwikkelomgeving; • kansenongelijkheid een fenomeen is dat in stand gehouden en gecreëerd wordt langs verschillende, elkaar versterkende factoren, zoals de arbeidsmarkt, het onderwijssysteem, de woningmarkt en uitsluiting; • het college ambitieuze doelstellingen heeft geformuleerd in de HEA 2022-2026; • het vorige college echter ook soortgelijke doelen had gesteld, maar die grotendeels niet zijn gerealiseerd; • dit bij menigeen de begrijpelijke vragen en twijfels teweegbrengt aangaande de kans op realisering van de doelen die zijn gesteld in HEA 2022-2026. Overwegende, dat: • de kwaliteit van Haags onderwijs rudimentair wordt indien de komende 4 jaar weer geen doelen worden behaald; • de geformuleerde doelstellingen in HEA 2022-2026 derhalve regelmatig geëvalueerd dienen te worden; • dit in samenhang moet gebeuren met alle gemeentelijke afdelingen/diensten. 53

Verzoekt het college: • om tussen gemeentelijke afdelingen/diensten de samenhang te bewaken in de aanpak om tot kansengelijkheid te komen, en hierbij tevens indicatoren te gebruiken waarmee de kansengelijkheid kan worden gemonitord; • de raad hierover te informeren. En gaat over tot de orde van de dag.

Motie M.7 DENK Ontwikkel expertise over onderadvisering De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op donderdag 21 april 2022, ter bespreking van voorstel van het college inzake Haagse Educatieve Agenda 2022 - 2026 (RIS311077) Constaterende, dat: • onderadvisering van kinderen met ouders met een lagere sociaaleconomische status en/of een migratieachtergrond een bijdrage levert aan de kansenongelijkheid in het onderwijs. Overwegende, dat: • er hulpmiddelen bestaan om docenten bij te staan in hun advisering, zoals de “leidraad onderwijs vanuit hoge verwachtingen” en de “handreiking schooladvisering”, en dat er tutorials voor leraren zijn opgesteld; • het Ministerie van OCW op dit moment nog beziet of deze activiteiten kunnen worden voortgezet. Verzoekt het college: • om er bij de regering op aan te dringen om in de komende periode in te zetten op verdere verspreiding van expertise binnen het onderwijs om onderadvisering tegen te gaan, op verdere verbetering van het kennismateriaal en laagdrempelige vormen van bijscholing voor docenten om onderadvisering tegen te gaan; • de raad hierover te informeren. En gaat over tot de orde van de dag.

Motie M.8 DENK Mensenrechten en antidiscriminatie als belangrijk onderdeel van kerndoelen in het onderwijs De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op donderdag 21 april 2022, ter bespreking van voorstel van het college inzake Haagse Educatieve Agenda 2022 - 2026 (RIS311077) Constaterende, dat: • extreme ideologieën nog altijd hoogtij vieren in Nederland, en in het bijzonder in Den Haag; • deze ideologieën mensenrechten en respect aan hun laars lappen; • in tijden van economisch recessie deze fenomenen duidelijker naar voren komen; • leerlingen en studenten hierdoor beïnvloed kunnen raken; Overwegende, dat: • Den Haag, de stad van Vrede en Recht, mensenrechten en antidiscriminatie hoog in het vaandel heeft;

54

•

mensenrechten en antidiscriminatie in deze tijden nog nadrukkelijker moeten worden gekoesterd, en met name bij de jongere generaties.

Verzoekt het college: • om er blijvend op toe te zien dat mensenrechten en antidiscriminatie, alsmede de bestrijding van moslimhaat en antisemitisme, een herkenbaar en belangrijk onderdeel vormen van de kerndoelen voor burgerschap en dat dit breed en stevig verankerd wordt in het Haags Educatieve Agenda 2022-2026; • de raad hierover te informeren. En gaat over tot de orde van de dag.

Motie M.9 DENK Onderzoek lerarentekort scholen met achterstanden De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op donderdag 21 april 2022, ter bespreking van voorstel van het college inzake Haagse Educatieve Agenda 2022 - 2026 (RIS311077) Constaterende, dat: • het nijpende lerarentekort met name wordt gevoeld in de kwetsbare wijken; • onderwijsachterstanden voornamelijk op scholen in kwetsbare wijken voorkomen. Overwegende, dat: • het college in de HEA erkent dat het lerarentekort de doelen om kansenongelijkheid tegen te gaan moeilijker maakt; • dit de kloof tussen scholen in kwetsbare wijken en meer welvarende wijken niet kleiner maakt en kansenongelijkheid versterkt. Verzoekt het college: • om te onderzoeken of het lerarentekort juist het zwaarst gevoeld wordt op de scholen die te maken hebben met achterstanden en/of uitdagingen, en of de kansenongelijkheid in Den Haag daardoor alleen maar toeneemt; • hieruit praktische oplossingsrichtingen in kaart te brengen en indien noodzakelijk een (aanvullende) plan van aanpak op te stellen zodat dit bij de uitvoeringsprogramma’s van de HEA ingezet kunnen worden; • de raad hierover te informeren. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Judith Klokkenburg (CU/SGP). Voorzitter.

Het is goed dat er een Haagse Educatieve Agenda is die de komende jaren de richting geeft voor ons Haags onderwijs. De ChristenUnie/SGP onderschrijft ook de ambities die genoemd zijn in de agenda, met misschien wel als grootste uitdaging het tekort aan voldoende geschoold en bekwaam personeel. Mijn fractie maakt zich zorgen of het de komende gaat lukken om voldoende personeel in het onderwijs te krijgen, maar de ambities en de acties zijn in ieder geval op orde. Laten we er vooral voor zorgen dat we onze meesters en juffen die we hebben ook behouden. Inzetten op betaalbare woonruimte, voldoende uitdagingen in hun vakgebied en goede randvoorwaarden om op een Haagse school te werken zijn dan ook van het grootste belang. Voorzitter. Mijn fractie heeft de afgelopen jaren meermaals gevraagd om acties, zodat meer doelgroeppeuters naar de vroege en voorschoolse educatie komen. Juist voor kinderen met een taalachterstand is het van belang om vroeg te beginnen met de taaleducatie, natuurlijk op een speelse manier en zonder te behalen doelen. Het is dan ook goed om te zien dat er steeds meer doelgroeppeuters bereikt worden, maar er zijn nog wel wat drempels, mede omdat het aanbod in 55

kwetsbare wijken nog niet voldoende is. Daarom dien ik met collega Arp van de SP een motie in waarvan het dictum luidt: verzoekt het college ve in kwetsbare wijken te prioriteren en daar extra aanbod van ve versneld te realiseren, en de raad dit jaar te informeren over hoe en wanneer een dekkend aanbod van ve in kwetsbare wijken gerealiseerd is. De voorzitter. De heer Kruis heeft daar een vraag over. Sebastian Kruis (PVV). Mijn vraag aan mevrouw Klokkenburg is waarom zij de motie indient en welke gunstige resultaten zij heeft gezien van de voorschoolse educatie. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). De gunstige resultaten die ik zie, is dat kinderen die binnenkomen met een taalachterstand in anderhalf jaar tijd meer leren dan zij thuis doen en veel geschikter zijn om in te stromen in groep 1 dan als zij niet naar een vve zijn geweest. Sebastian Kruis (PVV). Nou nee, het is onderzocht. We zien geen heel duidelijke meerwaarde in de voorschoolse educatie. Ik weet dus niet hoe mevrouw Klokkenburg erbij komt dat dit heel veel toevoegt. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Ik loop dagelijks rond op een vve en een school in een achterstandswijk in Den Haag. Mijn kinderen zitten daar op school en ik zie wat er binnenkomt op die vve. Ik zie wat er binnenkomt in groep 1 en hoe de leerkrachten daar ook het verschil zien tussen kinderen die wel en niet naar de vve zijn geweest.

Sebastian Kruis (PVV). Ik zal mevrouw Klokkenburg wat literatuur toesturen, zodat ze zich niet enkel laat leiden door wat ze zelf ziet, maar ook door de wetenschappelijke observaties. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Dan doe ik andersom een uitnodiging aan de heer Kruis om mee te gaan naar die scholen in Den Haag. Voorzitter. Drempels tot voorschoolse educatie zijn er ook bij ouders die weinig vertrouwen hebben in de overheid. Wat de ChristenUnie/SGP betreft regelen we de toegang tot de voorschoolse educatie dicht bij daar waar het vertrouwen is. Zeker met een tweede of derde kind lopen ouders al rond op een school en is de drempel heel laag om je kind aan te melden, maar dan moet je nu de hobbel van de indicatie bij het CJG nog nemen. Ik kan u vertellen dat proactief een afspraak maken bij het CJG dezer dagen niet zo makkelijk is, terwijl een indicatiestelling bij bijvoorbeeld de vve of op een school wel gemakkelijk zou kunnen.

Daarom dien ik een motie in waarvan het dictum luidt: verzoekt het college in wijken met veel nog niet bereikte doelgroeppeuters in overleg met het CJG te starten met een pilot hoe de toeleiding naar ve beter kan, met als optie dat een school of ve zelf de doelgroepindicatie afgeeft of een standaardindicatie wordt afgegeven per wijk om zo drempels voor ouders weg te nemen en de toeleiding naar ve te verbeteren, en de uitkomsten hiervan te rapporteren aan de raad. Voorzitter, ik rond af. De HEA is een belangrijk plan voor onze Haagse kinderen. Laten we er ook de komende jaren voor zorgen dat we jaarlijks bijtijds de jaarplannen vaststellen met daarin een duidelijk financieel kader, zodat we de ambities en de prioriteiten goed op orde houden. De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg wordt de volgende motie (M.10 CU/SGP) ingediend:

Motie M.10 CU/SGP help kinderen sneller aan voorschoolse educatie De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 21 april, ter bespreking van voorstel van het college inzake Haagse Educatieve Agenda 2022-2026,

56

constaterende, dat: • Den Haag in vergelijking met andere grote steden een laag percentage doelgroeppeuters heeft dat deelneemt aan voorschoolse educatie (ve) (Haagse Educatieve Agenda, p.8 Haagse Educatieve Agenda 2022-2026 (raadsinformatie.nl)); • één van de doelen van de HEA is dat de samenhang tussen school/opvang, wijk en thuis verder wordt versterkt; overwegende, dat: • doelgroeppeuters een indicatie nodig hebben, zodat de ve voor hen gefinancierd wordt; • de indicatie voor doelgroeppeuters uitsluitend door het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) wordt gegeven; • wantrouwen naar de overheid een van de redenen is voor ouders om hun kind niet naar de ve te laten gaan; van mening, dat: • onderwijsprofessionals op school en ve in veel gevallen al in staat zijn om zelf een doelgroepindicatie af te geven; verzoekt het college: • in wijken met veel nog niet bereikte doelgroeppeuters in overleg met het CJG te starten met een pilot hoe de toeleiding naar ve beter kan, met als optie dat een school of ve zelf de doelgroepindicatie afgeeft of een standaardindicatie wordt afgegeven per wijk om zo drempels voor ouders weg te nemen en de toeleiding naar ve te verbeteren; • de uitkomsten hiervan te rapporteren aan de raad; en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg, daartoe gesteund door mevrouw Arp, wordt de volgende motie (M.11 CU/SGP) ingediend:

Motie M.11 CU/SGP prioriteer voorschoolse educatie in kwetsbare wijken De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 21 april, op 21 april, ter bespreking van voorstel van het college inzake Haagse Educatieve Agenda 2022-2026 constaterende, dat: • Den Haag in vergelijking met andere grote steden een laag percentage doelgroeppeuters heeft dat deelneemt aan voorschoolse educatie (ve); overwegende, dat: • om deel te nemen aan ve er voldoende aanbod moet zijn van ve; • er met name in kwestbare wijken, de zogeheten APC gebieden, nog geen dekkend aanbod is van ve; verzoekt het college: • ve in kwetsbare wijken te prioriteren en daar extra aanbod van ve versneld te realiseren; • de raad dit jaar te informeren over hoe en wanneer een dekkend aanbod van ve in kwetsbare wijken gerealiseerd is; en gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging.

57

Fatima Faïd (HSP). Voorzitter. De Haagse Stadspartij kan zich in grote lijnen vinden in de HEA die hier voorligt. Zoals meer mensen hier al hebben aangegeven, is onderadvisering voor ons een heel belangrijk aandachtspunt, niet alleen voor kinderen van kleur maar met name ook voor arme kinderen. We hebben daar in het verleden al een motie over ingediend en de wethouder is daar ook mee aan de slag. Er zijn een aantal moties en amendementen die ik steun van de verschillende collega's, dus dat gaat helemaal goed komen. We vinden het een beetje lastig en vreemd dat we de HEA steeds aan het einde van een periode vaststellen. Onder het ene college stellen we de HEA vast, die de andere wethouder dan moet uitvoeren. We hebben een amendement met het verzoek om een besluit te nemen om deze HEA te laten doorlopen tot juni 2027, zodat volgende colleges het kunnen oppakken en dan zelf over hun eigen HEA gaan. De voorzitter. Door mevrouw Faïd, daartoe gesteund door mevrouw Klokkenburg, wordt het volgende amendement (M.C HSP) voorgesteld:

Amendement M.C HSP Laat volgende colleges zelf HEA opstellen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 21 april 2022, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Haagse Educatieve Agenda 2022 - 2026 (RIS311077) Besluit om: De Haagse Educatieve Agenda te laten lopen van 2022 tot 2027 i.p.v. 2022 tot 2026. Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Kavish Partiman (CDA). Voorzitter. Ook van mijn zijde felicitaties aan alle collega's die hun maidenspeech vandaag hebben gehouden. Voorzitter. De HEA, onze Haagse Educatieve Agenda, is niet zomaar een beleidsstuk. Het is een moment om onze ambities over onderwijs te formuleren. Dit perspectief moeten we niet verliezen in het platslaan in maatregelen en cijfers. In aanvulling op wat we in de commissievergadering hebben aangestipt heb ik daarom twee moties over Samen naar Schoolklassen, beide medeondertekend door mevrouw Faïd van de Haagse Stadspartij.

De eerste motie, over Samen naar Schoolklassen zelf, roept het college op te onderzoeken welke scholen al inclusief onderwijs bieden, te onderzoeken welke rollen het samenwerkingsverband, de jeugdhulpverlening en andere betrokken organisaties hebben/nemen en hoe de beslissingsbevoegdheden verdeeld zijn als een school wel wil maar geen medewerking krijgt, te onderzoeken of het mogelijk is een kwartiermaker aan te stellen die in samenwerking met Samen naar Schoolklassen Samen naar Schoolklassen kan gaan opstarten, te onderzoeken hoeveel budget hiervoor beschikbaar gemaakt kan worden in cofinanciering met het samenwerkingsverband, en in het volgende HEA-jaarplan op te nemen dat scholen gefaciliteerd worden om Samen naar Schoolklassen in het kader van inclusief onderwijs op te nemen. Voorzitter. Uiteraard moet er ook goede huisvesting zijn voor de Samen naar Schoolklassen op het moment dat we die klassen gaan realiseren. Daarom heb ik ook een motie over goede huisvesting met als dictum: roept het college op te onderzoeken welke kansen er liggen om Samen naar Schoolklassen te realiseren, en met schoolbesturen te bespreken welke gevolgen de komst van een of meer Samen naar Schoolklassen heeft voor het integraal huisvestingsplan. Voorzitter. Ten slotte is het ontzettend goed dat de HEA tot stand is gekomen in samenwerking met scholen en het onderwijsveld in Den Haag.

Er zijn veel sessies met de stad georganiseerd, niet alleen met medewerkers van kinderopvang, leraren en schoolbestuurders, maar ook met ouders en studenten. Daardoor is het echt een gezamenlijke agenda geworden van onderop, vanuit de praktijk. Dat is heel belangrijk en goed. Tot zover. Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). Hoe kunt u straks zien dat de HEA succesvol is?

58

Kavish Partiman (CDA). Volgens mij komt er een uitvoeringsplan in juli en komen er jaarlijks rapportages naar ons toe over de uitvoering en de gang van zaken. Op basis daarvan kunnen we gaan controleren. Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). Dus de huidige HEA kun je niet controleren? Kavish Partiman (CDA). Volgens mij is de huidige HEA een document dat uitgevoerd moet worden en worden we elk jaar op de hoogte gesteld van hoe die uitvoering gaat plaatsvinden. Dat is volgens mij de controle die we daarop moeten uitoefenen. De voorzitter. De heer Guernaoui, tot slot. Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). Dat betekent dat u pas kunt controleren als die uitvoeringsagenda ook is vastgesteld, inclusief de HEA. Kavish Partiman (CDA). Het lijkt me logisch dat we eerst die uitvoeringsagenda's gaan vaststellen in juli op basis van dit plan, dat we aannemen. Dit zijn de contouren van wat we gaan doen. In juli krijgen we in elk geval dat uitvoeringsplan, op basis waarvan we jaarlijks de rapportages krijgen over wat er al dan niet gebeurd is. Dat lijkt mij een goede manier van werken. De voorzitter. Door de heer Partiman wordt de volgende motie (M.12 CDA) ingediend:

Motie M.12 CDA Goede huisvesting voor Samen naar School klassen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 21 april 2022, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Haagse Educatieve Agenda 2022 - 2026. Constaterende, dat: • in het Internationale Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap het ‘recht op inclusief onderwijs’ gewaarborgd is; • het recht op inclusief onderwijs is om zich te ontwikkelen op een school in de buurt, die ieder kind welkom heet en die is toegerust om de doelstellingen van het International Verdrag te vervullen; • het uitgangspunt is dat alle kinderen en studenten - met en zonder beperking- samen onderwijs moeten kunnen volgen. Overwegende, dat: • het de droom is van ouders van kinderen met een (ernstig meervoudige) beperking dat hun kind in de buurt, samen met broers en zussen naar school kan in een zogenaamde Samen naar School klas; • dit aangepaste klassen zijn voor kinderen met een meervoudige beperking binnen een gewone basisschool; • er landelijk al meer dan 40 van deze initiatieven lopen op dit gebied; • recent dankzij het innovatieve project Kanzklas leerlingen met een meervoudige beperking zijn ingeschreven bij een reguliere school.

Roept het college op: • te onderzoeken welke kansen er liggen een of meer Samen naar School klassen te realiseren; • met schoolbesturen te bespreken welke gevolgen de komst van een of meer Samen naar School klassen heeft voor het Integraal Huisvestingsplan. En gaat over tot de orde van de dag.

59

De voorzitter. Door de heer Partiman, daartoe gesteund door mevrouw Faïd, wordt de volgende motie (M.13 CDA) ingediend:

Motie M.13 CDA Samen naar School klassen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 21 april 2022, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Haagse Educatieve Agenda 2022 - 2026. Constaterende, dat: • er in Den Haag kinderen met beperking zijn die niet op een school in de eigen buurt kunnen worden ingeschreven; en/of geen onderwijs op school krijgen en enkel zorg; • er tegelijk kinderen met een beperking zijn die wel naar school gaan, via speciaal onderwijs of Mytyl, en er hierdoor segregatie kan ontstaan; • speciaal onderwijs kansenongelijkheid kan vergroten omdat de uitstroom veelal gericht is op dagbesteding en beschut werk.

Overwegende, dat: • elk kind recht heeft op inclusief onderwijs en ontwikkeling, samen met de kinderen uit de buurt op de reguliere school; • de Samen naar School klassen reeds in andere gemeenten onderwijs realiseert in een ‘Samen naar School klas’ aan kinderen met een beperking op de school in de eigen buurt en daarbij zowel op het primair als middelbaar onderwijs inclusief onderwijs mogelijk is; • de gemeente een cruciale voortrekkersrol heeft om bij te dragen aan een inclusieve samenleving; • samen naar School klassen bewezen succesvol zijn in andere steden; • structurele financiering van een Samen naar School klas reeds mogelijk is binnen bestaande zorg en onderwijsgelden; • er wellicht minder leerlingenvervoer nodig is als kinderen met een beperking naar een buurtschool kunnen.

Roept het college op: • te onderzoeken welke scholen al inclusief onderwijs bieden; • te onderzoeken welke rollen het samenwerkingsverband, de Jeugdhulpverlening en andere betrokken organisaties hebben/nemen en hoe de beslissingsbevoegdheden verdeeld zijn als een school wel wil maar geen medewerking krijgt; • te onderzoeken of het mogelijk is een een kwartiermaker aan te stellen die in samenwerking met Samen naar School klassen Samen naar School klassen kan gaan opstarten; • te onderzoeken hoeveel budget hiervoor beschikbaar gemaakt kan worden, in cofinanciering met het Samenwerkingsverband; • in het volgende HEA-jaarplan op te nemen dat scholen gefaciliteerd worden om Samen naar School klassen in het kader van inclusief onderwijs op te nemen. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Lesley Arp (SP). Voorzitter. Allereerst natuurlijk felicitaties aan mevrouw Verduin, mevrouw Butt, mevrouw Peeck en eerder ook mevrouw Gerritsen. Mijn fractie kan zich over het algemeen goed vinden in de ambities van de HEA, maar nu gaat het natuurlijk om de uitvoering. Zo wacht mijn fractie al jaren op een aanpak van stagediscriminatie. Die komt er nu eindelijk.

We waren wel verbaasd dat er nog niks concreets op de planning staat, dus het lijkt ons belangrijk om de uitvoering van de aanpak stagediscriminatie in de uitvoeringsplannen terug te zien komen, te beginnen bij die voor 2023. Kan de wethouder dit toezeggen? 60

Hiernaast viel ons nog een uitspraak van de wethouder op tijdens de commissie, namelijk dat hij denkt dat met de lerarenbeurs voor de grote steden wel de grenzen zijn bereikt met wat hij lokaal kan doen om het salaris van de onderwijzers te verhogen. Wij hopen dat dit niet zal betekenen dat het college het Rijk niet meer onder druk blijft zetten voor een betere beloning van leraren. Samen met de G4-steden moeten we blijven optrekken in een lobby voor hogere lerarensalarissen. Met een lerarentekort van 28% in Laak kunnen we niet achteroverleunen. Graag een reactie van de wethouder. Tot zover. De voorzitter. Daarmee komen we aan het einde van de eerste termijn van de zijde van de raad. Dan wil ik het woord geven aan wethouder Bredemeijer voor de beantwoording. Wethouder Bredemeijer (CDA). Voorzitter, hartelijk dank. Dank voor de inbreng van de raad. Felicitaties aan degenen die hun maidenspeech op dit mooie onderwerp hebben gehouden. Tegelijkertijd is het mooi dat de inhoud van die maidenspeeches aansluit bij het belangrijke thema. Het is ook mooi om te zien hoe groot de waarde voor het persoonlijk leven van de nieuwe leden van de raad is van het onderwijs dat zij genoten hebben. Het is mooi om te lezen dat dat echt aansluit bij de ambities die wij hebben.

Kansengelijkheid en het lerarentekort, dat zijn de twee thema's die hier met name voorliggen in deze agenda voor de komende vier jaar. De allergrootste ambitie is om het lerarentekort aan te pakken. En we streven met z'n allen naar kansengelijkheid, waar onderwijs uiteraard een heel belangrijk onderdeel van is. We hebben een mooie behandeling gehad in de commissie. Ik kijk daar met een goed gevoel op terug. Ik denk dat het aantal moties dat voorligt en ook de beperkte hoeveelheid vragen wel aangeven hoe de verschillende fracties erin zitten. Ook dank daarvoor. Anders dan in de commissie, toen we het op thema langsliepen, wil ik het nu toch maar per fractie doen, omdat dat wat overzichtelijker is voor degenen die de stemlijsten bijhouden en het ook recht doet aan de beperkte hoeveelheid vragen. Ik ga me met name richten op de moties, ook een beetje voor de efficiëntie. D66 begon en eindigde met de motie - het was één motie - over de taal- en rekenachterstanden in po en vo. Namens het college wil ik deze motie met veel graagte omarmen. Mevrouw Butt van GroenLinks gaf aan dat er een vakje ingekleurd moet worden. Dat klinkt wat lulliger dan het is, maar het is natuurlijk belangrijk om aan te geven dat ook mbo-studenten in deze stad onderdeel zijn van de ambitie om te komen tot een nog kleurrijkere en mooiere studentenstad Den Haag.

Ik wil het amendement van GroenLinks graag omarmen. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Ik heb nog een vraag over de preadvisering over de motie van D66. De wethouder gaf aan dat hij die omarmt. Normaliter ben ik van deze wethouder gewend dat als er extra werk van schoolbesturen wordt gevraagd, hij zegt: dat gaan we niet doen. Ik vroeg me toch af wat we hier extra vragen van schoolbesturen wat zij moeten gaan doen, waardoor ze de focus toch minder op hun eigen school kunnen houden. Wethouder Bredemeijer (CDA). Dat is een terechte vraag. We benutten natuurlijk de data die er al zijn. In die zin hoeven we wellicht niet heel veel extra data op te halen; de data zijn voorhanden. We gaan in overleg met schoolbesturen over wat ze hierover kunnen delen. Het betreft de verantwoordelijkheid van schoolbesturen en de taak van de inspectie om hierop toe te zien. Mevrouw Klokkenburg heeft dat terecht gesteld. De inspectie ziet erop toe, het is de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen en er zijn data. Ik vind het ook voor de visievorming van de raad van belang om dat inzichtelijk te hebben en te bundelen, maar inderdaad met deze toevoegingen, die ook in de afdoening van de motie terug zullen komen. De voorzitter. U vervolgt de beantwoording. Wethouder Bredemeijer (CDA). Hart voor Den Haag heeft de hele systematiek van de HEA ter discussie gesteld, ook in de commissie al even.

Ik begrijp dat enerzijds. Anderzijds zou het ook zonde zijn als wij nu deze motie zouden aannemen. Daarmee zouden we de hele HEA om zeep helpen. Ik 61

zou die dus met klem willen ontraden. Maar ik wil het natuurlijk ook uitleggen. De HEA is een onderwijsagenda die tot stand komt niet in dit stadhuis, maar in de stad. Dat is uiteraard logisch, omdat het de bevoegdheid van de onderwijsbesturen is om te komen tot goed onderwijs et cetera. Als gemeentelijke overheid hechten wij daar veel belang aan, maar wij hechten ook belang aan een goede verdeling van de middelen die wij tot onze beschikking hebben voor het inlopen van achterstanden, de OAB-middelen, onderwijsachterstandsmiddelen. Die bevoegdheid hebben wij als gemeente. Maar de agenda is expliciet een agenda van het scholenveld, samen met de gemeentelijke overheid. Daarom is het op deze manier tot stand gekomen het afgelopen jaar, samen met die schoolbestuurders, met ouders, met studenten, met scholieren en met leerkrachten. Dit is onze gezamenlijke ambitie en dit is wat wij gezamenlijk willen gaan uitvoeren de komende jaren. Daarom dus inderdaad ook, zoals net ook in het interruptiedebatje met de heer Partiman werd uitgelegd, die uitwerkingen ieder jaar. Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). Mijn motie ziet niet op het participatieproces. Daar is mijn fractie heel tevreden over. Mijn motie gaat over de vraag hoe je beleid kunt vaststellen terwijl je nog niet weet hoe je het geld dat je daarvoor vrijmaakt, gaat besteden.

Want uiteindelijk krijgt het beleid pas invulling op het moment dat wij zeggen 'naar dit plan gaat zoveel miljoen, naar dat plan zoveel miljoen' et cetera. Dat kan nu niet. Wethouder Bredemeijer (CDA). De crux is, denk ik, dat wij deze beleidsagenda niet in ons eentje gaan uitvoeren. De scholen, de leerkrachten, de schoolbesturen gaan uiteindelijk de belangrijkste uitwerking en investeringen doen. Wij stellen hier vast met elkaar het gedeelte dat wij als gemeentelijke overheid kunnen bijdragen, ook financieel. Daar kunnen de scholen, de schoolbesturen en de kinderopvangorganisaties vervolgens hun werk mee gaan doen. Dit is onze beleidsagenda, onze ambitie, gezamenlijk met het scholenveld. De uitwerking daarvan en de middelen zullen ieder jaar worden voorgelegd aan de raad. Het is echt van belang dat we dit vandaag vaststellen, zodat ik morgen in het overleg dat ik heb met de schoolbesturen, de subsidies kan voorleggen die voor het komende schooljaar hieruit voortkomen. We zitten namelijk bijna in mei en dat moet nu aan de orde zijn. Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). Dat betekent dus dat de raad nu zegt: maak die subsidieverordening maar en ga dat geld maar uitgeven, terwijl er over dat geld niks staat in deze agenda. Dát is het probleem dat mijn fractie heeft met deze agenda, dus niet met de inhoud, niet met het proces.

Wij kunnen nu alleen niet zien waar het gemeentegeld aan wordt uitgegeven. Wethouder Bredemeijer (CDA). Dat is dus ieder jaar terug te zien in zowel de begroting als in de uitvoeringsagenda's. Sebastian Kruis (PVV). Ik wil graag mijn buurman bijvallen, als ik het zo volks mag zeggen. Het is natuurlijk wel iets waar we nu over stemmen. Als we nu niet weten hoe het geld precies wordt besteed, dan is het toch een heel logische vraag van de meneer naast mij dat we nu inzichtelijk willen krijgen waaraan precies hoeveel geld wordt besteed en hoe we dat kunnen controleren? Wethouder Bredemeijer (CDA). Volgens mij dienen daar de programmabegrotingen voor. Daarin staat uitgelegd waar wij het voorstel voor doen en waar het aan besteed wordt. De raad heeft met zijn budgetrecht mogelijkheden om dat aan te passen. Dat is volgens mij hoe wij werken. Sebastian Kruis (PVV). Dan zouden we gewoon elk jaar één keer de programmabegroting bespreken en voor de rest is het allemaal voor de bühne. We stemmen nu toch in met een voorstel waar een budget aan is gekoppeld? Dan mag je toch ook verwachten dat we nu inzichtelijk krijgen hoe precies het geld wordt besteed binnen deze Haagse Educatieve Agenda? Wethouder Bredemeijer (CDA).

Wij hebben samen met de scholen, de studenten, de leraren enzovoorts gepoogd te komen tot een onderwijsagenda voor de komende jaren waarin wij ons met zijn allen kunnen vinden. Het is mijn taak als wethouder om aan de gemeenteraad voor te leggen hoe die plannen eruit komen te zien, om vervolgens, op basis van die ambities, daar een uitwerking van te kunnen maken in de begroting. Omdat het om onderwijs gaat, moet ik namens de scholen, de 62

schoolbesturen hier in de gemeenteraad voorleggen of wij met elkaar vinden dat dit de ambities zijn. Als wij vaststellen dat dit de ambities zijn, werken we dat vervolgens als college uit in de verschillende begrotingen. Dat is het verschil tussen bijvoorbeeld armoedebeleid en onderwijs: onderwijs voeren wij niet zelf uit. Dat leg ik dus hier voor, om dat vervolgens in de programmabegrotingen verder uit te werken. We hebben de pijlers die we vandaag vaststellen nodig om dat op te stellen in de begroting. De Partij van de Arbeid kwam met een vraag en twee moties. Even over het lerarentekort en de grotestedenbonus die daarbij komt kijken. We hebben er als G4 op gehamerd dat het lerarensalaris te laag is en dat het verschil tussen het salaris in het po en het vo onterecht is. Mede op basis van die lobby van de G4 heeft het nieuwe kabinet voorgesteld om het lerarensalaris van het vo en po gelijk te trekken. Daar zijn we hartstikke blij mee. Zijn we er dan? Ik heb kennelijk de indruk bij mevrouw Arp gewekt dat ik daarmee tevreden achterover ga leunen. Dat is absoluut niet het geval, zeker niet. Excuus als ik die indruk heb gewekt. Dat is zeker niet zo. Wij trekken bij voortduring bij de minister van basisonderwijs en voortgezet onderwijs aan de bel, juist ook op dit thema. Een van de dingen die eerder zijn gedaan, bijvoorbeeld in Amsterdam, is het komen tot een grotestedenbonus.

Dat is ook een van de dingen die in het nieuwe regeerakkoord structureel worden gemaakt. In de nieuwe cao wordt dat dus opgelost. Dat is een van de dingen waar we voor gepleit hebben. Daar zijn we dus ook hartstikke blij mee. Die is er nu, op tijdelijke basis, en die wordt straks structureel in de cao. Natuurlijk zullen we - dat was de vraag - altijd blijven kijken naar andere steden, andere mogelijkheden om te komen tot een nog effectievere aanpak van het lerarentekort. We werken ontzettend goed samen met de G4. Ik durf wel te zeggen dat we met die G4, nu we krachten zo hebben gebundeld, echt wel heel veel voor elkaar hebben gekregen. Dat is ook terug te lezen in het nieuwe regeerakkoord. En we kijken dus ook naar Rotterdam, naar Utrecht en naar Amsterdam, naar wat daar werkt en wat wij hier niet doen, en vice versa. Het is helaas zo dat het lerarentekort in alle vier de G4-steden op dramatisch niveau ligt. Janneke Holman (PvdA). Welk moment kunnen we dan als een herijkmoment beschouwen voor hoe we die middelen uitgeven? Is dat bij de begroting of bij de HEA-jaarplannen? Wanneer geeft de wethouder zijn jaarlijkse reflectie op of het zin heeft wat we doen? Wethouder Bredemeijer (CDA). Wij hebben jaarlijks de rapportage over het lerarentekort. Dat is in december.

Daarin blikken we ook terug op de middelen die zijn ingezet en de maatregelen die zijn genomen om dat tekort in te lopen. Dat is dus in de jaarlijkse rapportage in december. Daarin wil ik deze vraag ook echt meenemen, dus ook kijken hoe we dat nog breder kunnen rapporteren, wat we kunnen leren van dingen die misschien wel hadden kunnen werken enzovoorts. Dat zal ik dus zeker doen. Die toezegging wil ik graag doen. De twee moties van de Partij van de Arbeid kan ik beide omarmen. De eerste gaat over schoolleiders in kleine schoolbesturen en kwetsbare wijken. Er zijn over het percentage schoolleiderstekort altijd wat meer vragen dan over het percentage lerarentekort. Het percentage is gerapporteerd op rond de 16, maar in de gesprekken met schoolbesturen komen we heel vaak tot de conclusie dat dat percentage niet herkend wordt. Het is dus een wat ingewikkelder percentage dan dat van het lerarentekort. Op zich doet dat er niet heel veel toe, want de oproep die hier gedaan wordt is om naast die schoolleiders te gaan staan. Dat kunnen we met deze motie prima bereiken. Ik wil die daarom dus ook omarmen. Dat geldt ook voor het amendement - sorry, het was geen motie - van mevrouw Holman. Dat amendement gaat over de afspraak over inzicht in lage onderwijsadvisering. Ook dat wil ik omarmen. Ik dank de VVD voor de inbreng.

De VVD ging met name in op het lerarentekort en de huisvesting van personeel. Leraren, maar ook agenten en zorgpersoneel horen daar natuurlijk bij. Dat zijn de beroepsgroepen waar we extra voor willen bouwen. In de bouwplannen van collega Balster zit dat natuurlijk ingebouwd. We zullen ook in de uitvoeringsrapportage steeds expliciet opnemen hoe het gaat, hoe het loopt met de aantallen gebouwde wooneenheden voor bijvoorbeeld leraren en in welke mate daarvan gebruik wordt gemaakt. Dat is een belangrijk gegeven, want je hoort inderdaad vaak dat wonen in een grote stad veel duurder is dan in andere gebieden in Nederland en dat dit ook een belemmering is voor mensen om hier te gaan werken in het onderwijs bijvoorbeeld. We willen er als gemeentelijke overheid alles aan doen om die barrière weg te nemen. Dus dit zullen we doen. 63

Concreet is de vraag hoe ik dat terug ga rapporteren. Dat doe ik in de uitvoeringsrapportage van collega Balster. DENK had een aantal moties. De eerste is Ontwikkel expertise in onderadvisering. Terecht is de afgelopen tijd veel aandacht gevraagd voor onderadvisering. We hebben het Actieplan Schooladvisering Den Haag onlangs naar de raad gestuurd. Wellicht is dat nog niet bij de heer Mahmood bekend, maar dat is RIS-nummer 311894. Daarin is opgenomen waartoe in de motie wordt opgeroepen, zoals een subsidie om kennis bij leraren op te bouwen, trainingen et cetera. Ik zou deze motie dus willen ontraden. Dan de motie over het gesprek dat we moeten voeren met de pabo's over onderadvisering. Dat is een goede toevoeging aan het actieplan. Deze motie zou ik dus graag willen omarmen. We kunnen daarover in gesprek gaan. Het komt ook overeen met de inzet op de structurele verbetering in het actieplan. Ik denk dat het daar een mooie toevoeging aan is. Met de motie Samenhang bewaken in de aanpak kansenongelijk worstelde ik op dezelfde manier als mevrouw Klokkenburg, denk ik. De oproep die gedaan wordt om samenhang te creëren in de verschillende gemeentelijke diensten als het gaat om kansengelijkheid, is terecht. Kansenongelijkheid is breder dan alleen het onderwijs; dat mag helder zijn. Maar ik denk dat dat ook echt gebeurt.

Er wordt natuurlijk samengewerkt tussen de verschillende diensten als het gaat om het vraagstuk hoe je in deze stad zorgt voor het creëren van dezelfde kansen. Ik durf haast de stelling wel aan dat het grootste gedeelte van onze taak als gemeentelijke overheid is het creëren van gelijke kansen in de stad en eventueel nivellerend werken als die er niet zijn. Ik denk dat dit dus echt geborgd is in de gemeentelijke structuur. Om die reden wil ik de motie ontraden. Hera Butt (GroenLinks). Ik hoor de wethouder zeggen: denk, denk, denk. Ik zou willen weten: weet de wethouder zéker dat dit geborgd is? Wethouder Bredemeijer (CDA). Het is een antwoord op de vraag van DENK. Daarom zei ik misschien wat vaak 'denk'. Dat is natuurlijk flauw. Ja, ik ben ervan overtuigd dat dat zo is. Juist omdat onze belangrijkste taak in deze stad als gemeentelijke overheid het creëren van gelijke kansen is, niet alleen in het onderwijs, maar ook als het gaat om armoedebeleid, sociale voorzieningen, et cetera; dus ja. Natuurlijk kan er altijd beter samengewerkt worden en natuurlijk zullen er ook voorbeelden zijn waar er nog steeds te veel muren staan tussen de diensten, maar die proberen we echt te slechten. Die proberen we weg te nemen. Adeel Mahmood (DENK). Ik heb twee punten. Mevrouw Butt was mij net voor. Ik hoor heel veel 'denk'.

Dat is natuurlijk heel goed, maar we willen natuurlijk wel dat er ook gemonitord kan worden. Ik ben er namelijk wel van overtuigd dat we bij heel veel gemeentelijke diensten, vooral als we kijken naar armoedebeleid, heel veel meer succes kunnen behalen als we kansenongelijkheid willen aanpakken. Mijn tweede punt betreft motie M.7, Ontwikkel expertise over onderadvisering. Die wil ik aanhouden, want ik wil even goed kijken naar de brief. Ik heb de brief wel gelezen, maar ik wil nog even goed kijken of het zo is als de wethouder zegt. Dus voor nu wil ik motie M.7, Ontwikkel expertise over onderadvisering, aanhouden. De voorzitter. Aangezien motie M.7 DENK is aangehouden, maakt zij geen onderdeel meer uit van de beraadslaging. Wethouder Bredemeijer (CDA). Dank aan de heer Mahmood voor zijn vraag. Ik heb geprobeerd in antwoord op mevrouw Butt daar antwoord op te geven. Ik hoop dat dat voldoende is. Dit is misschien ook een onderwerp dat zich niet zo goed leent voor een motie bij de HEA, maar meer past bij een wat groter visiestuk in andere gremia. Dat vul ik even vrij in, maar dat kan ik me zo voorstellen. Maar ik blijf de motie ontraden. Ik kom bij de vraag over het lerarentekort van DENK. Die is verwoord in een motie Onderzoek lerarentekort scholen met achterstanden.

Wij doen natuurlijk ontzettend veel, niet alleen met de rijksmiddelen, waar op werd gewezen door de heer Mahmood, maar juist ook met de gemeentelijke middelen die ons zijn toevertrouwd om dit aan te pakken. We hebben natuurlijk hard gepleit voor de NPO-middelen. Dat is gelukt. Vanuit het NPO zijn er heel veel middelen gekomen die 64

naar de scholen zijn gegaan, maar ook middelen die naar de gemeentelijke overheid zijn gegaan en waar wij mee aan de slag zijn gegaan. Een voorbeeld is Studenten voor Educatie. Met gemeentelijk geld wordt dat gefinancierd. De ontwikkeling en professionalisering van onderwijsassistenten gebeurt met gemeentelijk geld, evenals de professionalisering van de leraren, opleidingsscholen po/vo. Ik noem het stimuleren van zijinstroom, wat al jarenlang een heel grote ambitie is en wat ook harstikke goed werkt. Er zijn steeds meer zijinstromers en er is een steeds betere begeleiding van die zijinstromers. Campagnes voor werving worden vanuit de gemeentelijke middelen betaald. Inzet op het noodplan, coaching, onderwijsassistenten, vakkrachten - die vakkrachten ook straks vanuit de nu geldende NPO-middelen. Dus daar wordt gemeentelijk juist heel veel in geïnvesteerd. Dat ziet dus inderdaad ook op de wijken waar het probleem het grootst is. Laak werd al even genoemd; 28%, dat is dramatisch. Daar moet dus evident extra op ingezet worden. Ik wil deze motie ontraden, niet omdat het onderwerp niet belangrijk is uiteraard, maar juist omdat dit precies is wat we nu doen. Deze aanpak hebben we. Sinds twee jaar hebben we op stadsdeelniveau in kaart wat het lerarentekort is. Dat wisten we hiervoor niet. Dat was een generiek getal.

Dus dit is hoe wij werken, juist om in de wijken waar het lerarentekort het grootst is, de nood te ledigen. Adeel Mahmood (DENK). Dank aan de wethouder voor zijn uitgebreide beantwoording. Het lerarentekort aanpakken is een ding, maar het gaat om het effect van het lerarentekort, juist in wijken als Laak. Dat versterkt de kansenongelijkheid. In de HEA wordt ook gesproken hierover. Daarin wordt verwezen naar een landelijke aanpak. Wat ik wil, is dat we juist voor die kwetsbare wijken, juist waar het zo sterk misgaat en de kansenongelijkheid wordt versterkt, met concrete oplossingsrichtingen komen. De wethouder verwijst nu wel naar een aantal stukken, maar ik heb daarin geen concrete voorstellen kunnen vinden. Met deze motie wil ik nogmaals de oproep doen aan de wethouder - ik weet ook dat hij dit belangrijk vindt - om dit toch wel inzichtelijk te maken, want pas als het inzichtelijk is, kunnen we dat vervolgens ook gaan gebruiken bij die uitvoeringsplannen later. Wethouder Bredemeijer (CDA). In die rapportage over het lerarentekort gaan we echt wel in op wat we extra doen en wat we in die verschillende wijken ook extra doen. Een wijk met 28% tekort wordt natuurlijk extra bekeken ten opzichte van een wijk met 7,7% - uit mijn hoofd het laagste. Dat zijn natuurlijk andere getallen.

Maar wat hier wordt gevraagd, is te onderzoeken of er een causaal verband is tussen het lerarentekort en de kansenongelijkheid in de wijk, als ik het goed lees. Maar kansenongelijkheid is meer dan wat je met onderwijs kunt oplossen of wat onderwijs is. Kansenongelijkheid gaat over veel meer dan dat. Dat causale verband gaat dus nooit aangetoond worden. Maar is het belangrijk? Dat is even de vraag. Ik denk van niet. Ik denk dat het juist ontzettend belangrijk is om gewoon dat lerarentekort aan te pakken, daar volle bak op te investeren en in te zetten op daar waar het het hardst nodig is. Adeel Mahmood (DENK). De kloof tussen de verschillende wijken is gigantisch. Dat wordt ook in de HEA onderkend. Dat willen we aanpakken met zijn allen. Het gaat hier niet per se om wat we willen gaan doen aan het lerarentekort. Natuurlijk zal dat één onderdeel zijn van het geheel. Wat ik wil bereiken met deze motie is dat we straks een trits aan maatregelen hebben bij de uitvoeringsprogramma's, want daar gaat het uiteindelijk gebeuren. Daar blijkt ook hoe we de budgetten gaan inzetten et cetera. Ik wil dat een beetje voor zijn door daarvoor al te kijken wat überhaupt oplossingen zijn om de kansenongelijkheid in wijken die het hardst worden geraakt, met concrete en praktisch gerichte oplossingsrichtingen aan te pakken.

Ik denk dat dit heel nuttig kan zijn, ook voor de aanpak van de kansenongelijkheid van de wethouder, zodat we de uitvoeringsprogramma's straks goed kunnen invullen. Anders blijft het bij vage ambities: we willen en we wensen en we willen. Dat heb ik de afgelopen jaren al te vaak gehoord. Wethouder Bredemeijer (CDA). Het is verre van vaag natuurlijk, wat we de afgelopen jaren hebben gedaan met het geld dat we gekregen hebben. Ik heb het lijstje net opgenoemd. Dat is natuurlijk niet vaag. Dat werkt als een dolle. Volgens mij halen we nu kansenongelijkheid en het lerarentekort door elkaar, toch? In die wijken die de heer Mahmood bedoelt, wil hij niet de kansen … Ja, uiteraard wil hij de kansenongelijkheid aanpakken, maar dat is, zoals we net hebben vastgesteld, een veel groter vraagstuk dan alleen van het onderwijs. Wat we willen aanpakken, is volgens mij het lerarentekort 65

hier. Alles wat wij doen, richt zich uiteraard op heel de stad, maar wordt natuurlijk extra versterkt in de wijken waar het tekort bijvoorbeeld 28% is. Neem de inzet die we plegen om te komen tot een Haagse lerarenopleiding; ontzettend belangrijk. Daarin richten we ons juist op delen van de stad die we er graag bij willen hebben. Daarin richten we ons juist ook op de vraag hoe we onze leerkrachten opleiden om te kunnen omgaan met de grootstedelijke uitdagingen die op ze afkomen, hoe we meer jongens bijvoorbeeld ook kunnen interesseren in het vak van leerkracht. Dat zijn de vragen die daar voorliggen, om rolmodellen te creëren, bijvoorbeeld. Allemaal gericht op het inlopen van het lerarentekort in die wijken waar het percentage het hoogst is. De voorzitter. De heer Mahmood, tot slot, kort. Adeel Mahmood (DENK). Hoe gaan we ervoor zorgen dat de problemen op scholen die zo hard worden geraakt nu, zo goed mogelijk worden opgepakt? We kunnen niet leraren specifiek toewijzen aan bepaalde scholen, want ze zijn daar vrij in en andere scholen zoeken natuurlijk ook naar leraren. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat we voor die scholen die het zwaarst worden geraakt en waar de kansenongelijkheid wordt versterkt, een rij aan maatregelen hebben die we straks bij de uitvoeringsplannen kunnen inzetten? Wethouder Bredemeijer (CDA). Dat is echt dit wat ik zei. Ik zal het kort iets expliciteren.

Studenten voor Educatie zijn dus studenten die als bijbaan in de klas helpen. Dat maakt het voor de leerkracht makkelijker om zich even te richten op andere dingen. Die helpen gewoon in de klas. Dat gebeurt natuurlijk met name op de scholen waar het lerarentekort het hoogst is. Het professionaliseren en helpen ontwikkelen van onderwijsassistenten gebeurt juist daar, zodat ze daar een bijdrage kunnen leveren. Maar ook de campagne die we hebben, richt zich expliciet op de doelgroepen die we binnen willen halen, juist daar waar het tekort het hoogst is, vakkrachten op scholen waar het personeelstekort het hoogst is. Dat is wat we doen, met die heel concrete aanpak. Ik moet de motie ontraden. Dat spijt me wel, want het is natuurlijk een belangrijk onderwerp. Maar ik denk echt, als we alles op een rij zetten wat we nu doen, dat we juist dit probleem tackelen. De laatste motie, Mensenrechten en antidiscriminatie als belangrijk onderdeel van kerndoelen in het onderwijs, vraagt om erop toe te zien dat mensenrechten, antidiscriminatie et cetera in het onderwijs ingebakken zijn. Dat is dus niet in de HEA, maar in het onderwijs. Dat is een groot verschil, want de HEA is van alles, maar niet dat waar de onderwijsinspectie op toeziet. De onderwijsinspectie ziet er wel op toe of er bijvoorbeeld goed burgerschapsonderwijs gegeven wordt, en daar zijn deze elementen natuurlijk al in opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11500549/3