RIS311910 Notulen van de raad van 9 februari 2022 voortgezet op 10 februari 2022
Tekst van het document
klimaatneutraal Den Haag, waarbij we als gemeente ook een stapje extra zetten, juist omdat die deelnemingen vaak heel veel activiteiten in onze stad verrichten. Dus als we naar een klimaatneutraal Den Haag willen, zouden die deelnemingen daaraan bij kunnen dragen. Dat kunnen we ook goed doen door de aandeelhoudersrol op te pakken. Dus vandaar dit amendement met als titel 'Stuur op duurzame bedrijfsvoering'. De voorzitter. Door de heer Barker, daartoe gesteund door de heer Bos, wordt het volgende amendement (O.A PvdD) voorgesteld:
Amendement O.A Stuur op duurzame bedrijfsvoering De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 10 februari 2022, ter bespreking van beleidskader Verbonden partijen. Besluit om het volgende nieuwe punt toe te voegen aan het dictum: • In te stemmen dat duurzame bedrijfsvoering en de route naar klimaatneutrale bedrijfsprocessen een onmisbaar onderdeel is van het publieke belang, en dat de gemeente actief stuurt om dit te stimuleren en te borgen. Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Joris Wijsmuller (HSP). Voorzitter. Namens de heer Peter Bos sluit ik mij volledig bij de woorden van de heer De Vuyst aan en dank ik de wethouder voor zijn toezegging om de rol van de raad te versterken. Robert Barker (PvdD). Ik was nog vergeten te zeggen dat de HSP dit amendement mee heeft ondertekend. En dank aan wethouder de heer Wijsmuller ... De voorzitter. Wethouder de heer Wijsmuller? De heer Wijsmuller. Joris Wijsmuller (HSP). Nee, dat waren inderdaad andere tijden. Dan sluit ik mij ook volledig aan bij de heer Barker. De voorzitter. Kijk aan. Dit voorstel gaat over verbonden partijen maar die verbonden partijen zijn er ook in de raad, merk ik. Daniël Scheper (D66). Voorzitter. De heer De Vuyst heeft al vrij goed verwoord hoe het er in de Rekeningencommissie aan toeging.
Als raad zelf hebben we ook een rol te pakken waar het gaat om die verbonden partijen. Dat kan ook en daar is veel meer ruimte voor dan die welke we tot voor kort misschien hebben gebruikt. Tegelijkertijd - dat heb ik toen ook als voorzitter van de Rekeningencommissie ter plekke aangegeven - moeten we er als raad ook wel een beetje voor waken dat we niet te veel op de uitvoering gaan zitten, daar waar we in deze raad nog wel eens de neiging hebben om de rol van het college te verwarren met de rol van de raad, waarvoor ikzelf af en toe ook het boetekleed aantrek, zeg ik maar tegen deze wethouder. Ik hoop in ieder geval op een heldere uitwerking van de motie, waarbij ook een duidelijk beeld ontstaat over hoe de nieuwe raad zelf een rol kan vervullen met die verbonden partijen en ze zijn controlerende taak goed kan uitvoeren. Ik denk dat er gewoon veel te leren valt en wellicht is het mooi om dat straks in een evaluatie terug te zien. Want uiteindelijk zijn we allemaal gebaat bij goed gecontroleerde verbonden partijen, een goed gecontroleerd college en heldere afspraken over de rol van de raad, waarbij we niet zomaar al ons mandaat weggeven aan verbonden partijen op afstand want die zorg hebben we ook al eerder gedeeld, ook al in de commissie; we hebben het wat dat betreft ook al eens over de MRDH gehad.
Laten we met elkaar in de nieuwe collegeperiode echt extra alert zijn op die verbonden partijen.
67
Wethouder Mulder (VVD). Voorzitter. Dank voor de vragen die zijn gesteld en voor de motie en het amendement. We praten over verbonden partijen, zoals de HTM, de HMS, de MRDH en Stedin. De heer De Vuyst heeft Rekeningencommissiebreed een motie ingediend. Ik zag de heer Sluijs daarbij even schrikken, in de zin van: waar heb ik mu mee ingestemd, want ik ben toch altijd anders? Dit zijn overigens mijn woorden. Ik realiseer mij dat dit het uitlokken van een interruptie is, voorzitter. De voorzitter. Ja, daar komt de heer Sluijs al. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Inderdaad, de heer Sluijs is misschien best wel een beetje anders dan anderen en het is alleen maar mooi dat we soms allemaal een beetje anders zijn, maar in dezen zitten we helemaal op één lijn, hoor. Dus daarover geen twijfel. Wethouder Mulder (VVD). Dank. Dan ga ik naar de motie van de heer Sluijs en anderen. Ik begrijp wat de heer De Vuyst zegt, namelijk: laten we alvorens weer nieuwe partijen aan te gaan, eerst de evaluatie afwachten. Ik kan dat deel van de motie omarmen. We hebben op dit moment geen nieuwe verbonden partijen in de planning en dat blijft ook zo tot na de evaluatie. Dus daarmee kunnen we uit de voeten. Dat geldt ook voor het tweede deel van de motie. Dat betreft het onderzoek van de Rekeningencommissie met de GAD en de evaluatie die we zelf doen.
Ik zeg toe dat ik graag met een voorstel kom dat eer doet aan de wensen van de raad en dat we ook de aanbevelingen van de onderzoeken daarin meenemen. Dus de motie wordt omarmd. Dan het amendement van de Partij voor de Dieren over het sturen op duurzame bedrijfsvoering. In feite doen we dat al. Dat staat op pagina 20 van het stuk, namelijk dat we de strategie van de verbonden partijen op duurzaamheid beoordelen. Maar de Partij voor de Dieren wil nog een stuk verdergaan en zegt: laten we nou actief sturen op duurzaamheidsdoelstellingen in de bedrijfsvoering. En dat gaat verder dan onze huidige bevoegdheden. Dus we kunnen daar wel op aandringen bij verbonden partijen en dat doen we ook, maar we kunnen niet treden in die bedrijfsvoering omdat wij die bevoegdheid niet hebben. Als je dat wel zou willen doen, dan moet je ik weet niet of iedereen het daarmee eens is, het college in ieder geval niet - van deze verbonden partijen gemeentediensten maken. Dan kan het wel maar dan is het geen verbonden partij meer maar een onderdeel van de gemeente. Robert Barker (PvdD). De wethouder zegt in zijn strategie dat de doelstellingen moeten worden benoemd. En dat is wat anders dan het beoordelen van die doelstellingen. Wat wij eigenlijk zeggen is: gebruik ook je rol als aandeelhouder om te sturen op duurzaamheid.
Dus dat betekent niet dat we opeens vinden dat die verbonden partijen gemeentelijke diensten moeten worden. Wij zeggen alleen: gebruik die aandeelhoudersrol. Dat betekent dat je er in een aandeelhoudersvergadering een punt van maakt. Dus waarom zou de wethouder in de aandeelhoudersvergadering niet kunnen wijzen op het belang van duurzaamheid en kunnen aangeven wat er beter zou kunnen richting bijvoorbeeld de deelnemingen? Wethouder Mulder (VVD). We kunnen het niet afdwingen. Dat is het punt dat ik wilde maken. We kunnen natuurlijk wel altijd zeggen: let erop. We kunnen er wel aandacht voor vragen op aandeelhoudersvergaderingen maar we kunnen het niet afdwingen. Dat is waarom we met dit amendement niet uit de voeten kunnen. We kunnen het dus niet afdwingen maar het is wel zo - en dat zit ook in ons kader - dat we aandacht vragen voor duurzaamheid. Dit amendement is in ieder geval niet uitvoerbaar. Robert Barker (PvdD). Het is ook helemaal niet het idee om het af te dwingen. Het gaat erom dat je er als gemeente op stuurt, dus dat je er als gemeente in een aandeelhoudersvergadering een punt van maakt. De wethouder interpreteert het echter anders.
Als de wethouder het beoordeelt als 'we willen het wel en we willen in die zin ook die aandeelhoudersrol pakken' dan is mijn vraag hoe de wethouder zou willen dat we het dan formuleren, zodat je niet tot iets oproept wat wettelijk niet kan, wat volgens mij dit amendement overigens ook niet doet.
68
Wethouder Mulder (VVD). Dan zou je in dat amendement iets kunnen opnemen als 'bespreekbaar maken' of 'uitvragen'. Dan zou het kunnen. Dat stimuleert ons dan ook om, voor zover we dat al niet doen, dat nog eens extra te doen en dan accentueren we dat. Mijn punt is dat we het niet kunnen afdwingen, maar natuurlijk kunnen we het wel bespreekbaar maken, uitvragen en er aandacht voor vragen, ook op de aandeelhoudersvergadering. Dus dan zouden we ermee uit de voeten kunnen. De voorzitter. Dan gaan we naar de tweede termijn. Robert Barker (PvdD). Voorzitter. Ik zal mijn amendement aanpassen. Als ik de wethouder goed hoor, gaat het om het punt rond de aandeelhoudersrol en dat het niet buiten dat kader zou moeten vallen. Ik pas het amendement dan ook zo aan dat er staat: dat de gemeente actief stuurt binnen haar bevoegdheden als aandeelhouder om dit te stimuleren en te borgen. Daarmee hoop ik de wethouder tegemoetgekomen te zijn. Wethouder Mulder (VVD). Er staat dan heel duidelijk: binnen de bevoegdheden. Ik ga er welwillend naar kijken of we daarmee uit de voeten kunnen en dan kan de heer Barker zijn punt maken waar we het over eens zijn, namelijk dat het duurzamer moet. Daniël Scheper (D66). Even een verhelderende vraag over het amendement. Als het college er helderder op gaat sturen, hoe weten we als raad dan dat er helderder op wordt gestuurd? Wethouder Mulder (VVD).
Wij vragen daar aandacht voor, zo van: ga nou zo duurzaam mogelijk je bedrijfsvoering inrichten. Zoals ik al zei, kunnen we het niet afdwingen omdat we die bevoegdheid niet hebben, maar binnen onze bevoegdheid kunnen we er wel aandacht voor vragen. Bijvoorbeeld bij de jaarrapportage, waarbij we zeggen: ga daar nou eens op in. Ook op de aandeelhoudersvergadering kunnen we vragen hoe het staat met de duurzaamheidsdoelstellingen en hoe men eraan gaat voldoen. Dat is de manier waarop je er zo veel mogelijk op kan sturen binnen de bevoegdheden of binnen de beperkingen van die bevoegdheden die je hebt. Daniël Scheper (D66). Dus zoiets zou kunnen worden teruggerapporteerd in een evaluatie of jaarverslag over verbonden partijen, in de zin dat we als raad ook een terugkoppeling krijgen over duurzaamheid? Wethouder Mulder (VVD). Ja. Het antwoord daarop is ja. Dan kunnen we erop toezien en vragen we er aandacht voor. Dan kunnen we ook kijken wat een verbonden partij daar daadwerkelijk aan heeft gedaan. Als we dat dan niet genoeg vinden, kunnen we zeggen dat er een stapje bovenop moet en als we het goed vinden kunnen we onze complimenten uitspreken. De voorzitter. Amendement O.A PvdD wordt in die zin gewijzigd, dat het thans luidt:
Amendement O.A Stuur op duurzame bedrijfsvoering (gewijzigd) De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 10 februari 2022, ter bespreking van beleidskader Verbonden partijen. Besluit om het volgende nieuwe punt toe te voegen aan het dictum: • In te stemmen dat duurzame bedrijfsvoering en de route naar klimaatneutrale bedrijfsprocessen een onmisbaar onderdeel is van het publieke belang en dat de gemeente, binnen haar bevoegdheid als aandeelhouder, actief stuurt om dit te stimuleren en te borgen. Het gewijzigd amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De beraadslaging wordt gesloten.
69
Aan de orde is: P.
Gewijzigd voorstel van het college inzake Haags Hotelbeleid 2021 (RIS310666).
De beraadslaging wordt geopend. Robert Barker (PvdD). Voorzitter. We dienen een amendement dat voorstelt om het dictum aan te passen en om hotelinitiatieven niet meer toe te staan, tenzij de raad met deze plannen instemt. Het amendement heeft als titel 'Hotelstop'. Het idee erachter is dat we al een overaanbod aan hotelkamers hebben en er woningnood is, terwijl er toch ingezet blijft worden op hotels. Ondanks dat het beleid iets is veranderd, wordt er wat ons betreft nog steeds te veel ingezet op hotels en te weinig op woningen. Dus wij zouden graag het voorliggende voorstel geamendeerd zien. De voorzitter. Door de heer Barker, daartoe gesteund door mevrouw Arp, wordt het volgende amendement (P.A PvdD) voorgesteld:
Amendement P.A PvdD Hotelstop De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 10 februari 2022, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Haags Hotelbeleid 2021. Besluit om dictumpunt II b als volgt aan te passen (en daarbij de bijlage met het hotelbeleid overeenkomstig aan te passen): • het in beginsel geen medewerking verlenen aan noodzakelijke bestemmingsplanwijzigingen en/of afwijkingsprocedures voor hotelinitiatieven, tenzij de raad instemt met deze plannen. Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Lesley Arp (SP). Voorzitter. De afgelopen jaren zagen we een wildgroei aan hotelplannen maar tijdens de coronacrisis kwam de toerismebranche tot stilstand. De SP bouwt liever broodnodige woningen dan leegstaande hotels. Het voorstel van het college is een stap in de goede richting maar wat ons betreft is er nog veel meer nodig. Daarom staan wij ook onder het amendement van de Partij voor de Dieren dat zojuist is ingediend over het 'nee, tenzij'-beleid. Daarnaast heeft mijn fractie nog een motie over het ontwikkelkader voor nieuwe hotels. Hierin wordt gesteld dat initiatiefnemers zelf het draagvlak voor hun concept mogen meten. En als de slager zijn eigen vlees mag keuren, dan lopen we het risico dat er een te rooskleurig beeld ontstaat van draagvlak in de buurt.
Daarom een motie waarvan het dictum luidt: roept het college op de regie te nemen over de draagvlakmeting van nieuwe hotelconcepten en deze door de gemeente zelf te laten uitvoeren. Deze motie wordt mede ingediend door de heer Hoijnck van Papendrecht. De voorzitter. Door mevrouw Arp, daartoe gesteund door de heer Hoijnck van Papendrecht, wordt de volgende motie (P.1 SP) ingediend:
Motie P.1 SP Objectieve draagvlakmeting nieuwe hotels De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 9 februari 2022, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Haags Hotelbeleid 2021 (RIS310666).
70
Constaterende, dat: • in het ontwikkelkader van het college staat dat initiatiefnemers van nieuwe hotelconcepten moeten aantonen dat er draagvlak is in de buurt; • de verantwoordelijkheid voor het in kaart brengen van eventuele negatieve effecten en het af stemmen met omwonenden en andere belanghebbenden bij de initiatiefnemers wordt gelegd. Overwegende, dat: • er hierdoor de situatie ontstaat dat ontwikkelaars het draagvlak voor hun eigen project mogen meten; • dit niet zonder meer objectief te noemen is. Roept het college op: • de regie te nemen over de draagvlakmeting van nieuwe hotelconcepten en deze door de gemeente zelf te laten uitvoeren. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Joris Wijsmuller (HSP). Voorzitter. Het nieuwe hotelbeleid is een stapje vooruit; voor short stay is nu apart beleid opgenomen en de groei van nieuwe hotels wordt afgeremd door de planvoorraad af te bouwen en voorlopig geen nieuwe initiatieven toe te staan. Met het amendement van de VVD dat zo dadelijk wordt ingediend en dat wij steunen, zal het nog wat worden aangescherpt. Toch blijft het met name in Scheveningen-Dorp nog zorgwekkend met een bestemmingsplan dat in straten als de Keizerstraat onbeperkt hotels mogelijk maakt. De wethouder heeft weliswaar beloofd om hiernaar te kijken, maar dat gaat ons niet ver genoeg.
Daarom dien ik mede namens mevrouw Arp van de SP de motie 'Beperk hotels Keizerstraat en Scheveningen-Dorp' in, met het verzoek aan het college de procedure voor herziening van het bestemmingsplan Scheveningen-Dorp in gang te zetten met als doel om de groei van het aantal hotels en dergelijke in de Keizerstraat en omgeving te beperken. De voorzitter. Door de heer Wijsmuller wordt de volgende motie (P.4 HSP) ingediend:
Motie P.4 HSP Beperk hotels Keizerstraat en Scheveningen Dorp De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 9 februari 2022, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Haags Hotelbeleid 2021 (RIS310666). Constaterende, dat: • in het bestemmingsplan Scheveningen Dorp hotels generiek zijn toegestaan binnen de brede bestemming, veelal de bestemming Gemengd; • op dit moment al 5 nieuwe hotel-, hostel- en short stay-initiatieven in de planvoorraad zitten voor de Keizerstraat e.o. met in totaal 60 kamers; • het college in de commissie Bestuur d.d. 2 februari 2022 heeft toegezegd om voor de Keizersstraat te kijken naar het omgevingsplan/bestemmingsplanwijzigingen. Overwegende, dat: • de invoering van het Omgevingsplan opnieuw is uitgesteld; • de gemeente bestemmingsplannen tussentijds kan aanpassen om zo functies te reguleren. Van mening, dat: • het toevoegen van nog meer hotels e.d. in de Keizerstraat e.o. tot ongewenste effecten en weerstand leidt.
71
Verzoekt het college: • de procedure voor herziening van het bestemmingsplan Scheveningen-Dorp in gang te zetten met als doel om de groei van het aantal hotels e.d. in de Keizerstraat e.o. te beperken. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Sebastian Kruis (PVV). Voorzitter. Ik ben volgens mij een van de weinigen die vinden dat hotels wel een welkome aanvulling zijn op het aanbod in Den Haag. Zoals al die linkse partijen continu aangeven, moeten we vooral meer woningen krijgen, maar dat vindt de PVV helemaal niet, want het mooie van toeristen is dat ze vaak met een volle portemonnee komen en na een paar dagen ook weer gaan. Dat is hartstikke mooi en daar is de PVV ook heel erg blij mee. Natuurlijk vragen veel partijen om nu even pas op de plaats te maken als gevolg van de coronasituatie, maar dat is nog een kwestie van weken en dan ligt het allemaal weer achter ons en kunnen we weer naar de toekomst kijken. Ook kijkend naar de internationale ontwikkelingen, zal er de komende jaren een enorm toenemende vraag zijn naar hotelkamers. Ik vind dat we daar als Den Haag op moeten inspelen. We moeten inzetten op die kwaliteitstoerist met een volle portemonnee en die verdient het gewoon om op een fatsoenlijke … Cees Pluimgraaff (CDA). Ik zou de geachte afgevaardigde … nou eigenlijk niet de 'geachte', want zo geacht is hij niet na de inbreng van eerder deze middag.
De afgevaardigde van de PVV zegt dat het een kwestie van weken is dat de hotels zich weer herstellen. Hoe komt hij tot deze uitspraak? Sebastian Kruis (PVV). Ik snap niet waar de sneer vandaan komt door het 'geachte' achterwege te laten waar het gaat om een collega-raadslid dat een heel fatsoenlijk verhaal neerlegde tegen de islamisering van Den Haag. Ik snap dat niet van een christelijk raadslid, maar dat even terzijde. Ik had het erover dat we de coronasituatie binnen enkele weken achter ons zullen laten. Cees Pluimgraaff (CDA). Ik had gemeend te horen dat dan ook de situatie voor de hotels meteen rooskleurig zou zijn en dat ze zich dan ook snel zouden herstellen. Heb ik dat dan verkeerd begrepen? Sebastian Kruis (PVV). Nee. Ik weet niet wat er met de heer Pluimgraaff aan de hand is, want eigenlijk alles wat ik zeg zou hem als muziek in de oren moeten klinken, maar blijkbaar komt het niet op die manier aan, wat ik mij misschien zelf ook wel kan aanrekenen. Mijn verwachting is dat een snel herstel ertoe zal leiden dat we straks weer op dezelfde hotelbezetting zullen zitten als voor de coronacrisis. Die aanname doe ik ook op basis van afgelopen zomer toen we zagen hoe snel alles zich herstelde. De vraag is namelijk niet minder groot, maar je moet dan wel de gelegenheid kunnen krijgen om weer de hort op te gaan en weer citytrips te maken.
Dus ik ben niet zo pessimistisch als heel veel andere partijen hier. Ik ga ervan uit dat het aantal hotelbezoekers zich weer snel herstelt naar het niveau van voor corona. Ik vind dus dat we erop moeten inzetten om meer hotelbezoekers naar Den Haag te trekken. Cees Pluimgraaff (CDA). Die laatste strofe kan ik wel ondersteunen. Maar steunt u dan ook niet het amendement dat de VVD straks gaat indienen? Sebastian Kruis (PVV). Ik moet daar nog even heel goed naar kijken, want het amendement is nog niet ingediend. Formeel kan ik er pas op reageren op het moment dat het is ingediend. We hebben vandaag al vaker gezien dat er iets werd aangekondigd maar het vervolgens niet werd ingediend. Dus ik kan er pas formeel op reageren als de mevrouw naast mij het amendement formeel heeft ingediend. Ik ben er inderdaad niet voor dat we nu allerlei hotelplannen even in de ijskast zetten en daarvoor in de plaats nu snel woningen gaan realiseren, zoals mevrouw Tseggai met haar partij graag wil. Want als je daar eenmaal woningen hebt, kun je er later heel moeilijk weer een hotel van maken. Ik ga dus niet mee in het verhaal van linkse partijen dat we overal maar woningen moeten realiseren. Ik wil dus hotels. Ik wil gewoon direct een hotel en niet eerst vier huisjes. De voorzitter. Dan is nu het woord aan mevrouw Oudshoorn voor haar bijdrage in de eerste termijn.
72
Judith Oudshoorn-van Ginderen (VVD). Voorzitter. Het voorstel dat het college heeft gedaan, kan rekenen op de steun van de Haagse VVD. Het hotelbeleid is enorm belangrijk voor de bezoekerseconomie en de werkgelegenheid, zeker voor mensen zonder kwartkwalificaties. Het college stelt dat het aantal overnachtingen van 2019 leidend moet zijn. Er zijn echter sindsdien kamers bijgekomen en er komen, als we de planvoorraad mogen geloven, nog meer kamers bij. Dat betekent dat, ook al komen we wat betreft het aantal overnachtingen op het streefaantal van 1,6 miljoen, de bezettingsgraad beduidend lager zal zijn dan in 2019. Dat is wat ons betreft geen goede zaak. Tevens is er onvoldoende rekening gehouden met de invloed van covid. Wanneer de markt minimaal twee jaar een bezettingsgraad laat zien van 70% is er wat ons betreft sprake van gezond herstel. Vandaar dat ik een amendement indien om het dictum van 2b te wijzigen in: het in beginsel geen medewerking verlenen aan noodzakelijke bestemmingsplanwijzigingen en/of afwijkingsprocedures ten behoeve van nieuwe hotelinitiatieven totdat de Haagse hotelmarkt zich heeft hersteld uit de coronacrisis en de gemiddelde bezettingsgraad van de hotels in Den Haag minimaal 70% bedraagt, over minimaal twee jaar op basis van het digitaal nachtregister. Dit amendement dien ik mede in namens Cees Pluimgraaff van het CDA en Bülent Aydin van de PvdA.
Sebastian Kruis (PVV). Nu het amendement is ingediend, wil ik er ook op reageren. Ik vind het toch niet een heel zalig amendement. Op het moment dat je bestemmingsplannen gaat wijzigen om woningen te realiseren, kun je later op die plekken geen hotels meer neerzetten. Deelt mevrouw Oudshoorn mijn idee dat ze nu eigenlijk een beetje op de zaak vooruitloopt en het voor de toekomst eigenlijk moeilijker maakt om weer hotels toe te voegen aan Den Haag? Judith Oudshoorn-van Ginderen (VVD). Nee, dat deel ik niet. Ik denk dat we het er met elkaar over eens zijn dat die bezoekerseconomie zich moet herstellen. Je kunt wel gaan bouwen, maar die bezoekers moeten terug gaan komen. En dat vraagt een investering. Het vraagt dat wij de huidige hotels in Den Haag de kans geven om zich te herstellen. We hebben het hierbij over 12% werkgelegenheid. Niemand is erbij gebaat als die hotels omvallen. Dat vraagt een aantal jaren herstel. Wat ons betreft gaat het college er alles aan doen om de bezoekerseconomie te herstellen. Sebastian Kruis (PVV). Maar je herstelt de bezoekerseconomie niet door eigenlijk een soort van bij de pakken neer te gaan zitten, We moeten die economie weer gaan aanjagen en ervoor zorgen dat die euro's weer gaan rollen in Den Haag en liefst natuurlijk guldens op korte termijn, maar zolang er nog euro's zijn, zijn die euro's ook prima.
We moeten er dus voor zorgen dat de economie weer op gang komt. En doet de VVD met dit voorstel niet. Ik vind het bijzonder dat een partij die ooit bekendstond om haar ondernemerszin, nu zo bij de pakken neer gaat zitten, samen met andere partijen hier in de raad. Zo ken ik mevrouw Oudshoorn ook niet. Judith Oudshoorn-van Ginderen (VVD). Ik moet er zelfs een beetje om lachen. We geven juist de kans om de economie zich te laten herstellen. En de economie herstel je niet door meer hotels te gaan bouwen, maar dat doe je door aan verschillende knoppen te draaien, door de bezoekers weer terug te laten komen, door evenementen te organiseren, door de congressen weer een boost te geven. Daarmee herstel je de bezoekerseconomie. Dat doe je niet louter en alleen door hotels te bouwen en die leeg te laten staan. Sebastian Kruis (PVV). Het punt is dat er ooit iemand was die die economische motor wilde aanjagen. Op het moment dat je op die plekken woningen neerzet, voorkom je dat je voor altijd daar hotels neer kan zetten. Volgens mij is de rekensom die de PVV nu maakt niet zo moeilijk uit te leggen aan mevrouw Oudshoorn. Dus ik hoop dat ze daar nog eens op wil reflecteren. Want als je eenmaal van iets een woning hebt gemaakt, wordt het erg moeilijk om er alsnog een hotel van te maken. Judith Oudshoorn-van Ginderen (VVD). Volgens mij is het niet zo heel ingewikkeld.
De gemeente heeft het voor ons laten uitrekenen. Als het plan doorgezet wordt zoals de gemeente voorstelt, kom je op een bezettingsgraad van 60%. Dat is onvoldoende voor de huidige hotels om te blijven bestaan. Dus daar moet je op ingrijpen door toe te werken naar een gezonde bezettingsgraad waarbij je gezonde concurrentie behoudt maar je ook de kans biedt aan de huidige hotels om in business te blijven. 73
Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). We hebben in de commissie inderdaad gesproken over dit punt. Nu is er vanochtend een brief gekomen van het college waarin het aangeeft dat het hieraan tegemoet wil komen, in de zin van die 70% voor twee jaar. Is dit amendement daar een uitvloeisel van of wordt die toezegging verwerkt? Hoe moet ik dat zien? Is het amendement misschien overbodig door de toezegging of heeft het college dit amendement wellicht ter suggestie meegegeven? Judith Oudshoorn-van Ginderen (VVD). Ik heb dit amendement al begin van deze week naar alle partijen gestuurd en het is, denk ik, aan de wethouder om aan te geven of ze dat amendement overbodig vindt of niet. Ralf Sluijs (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Dat was inderdaad voor mij niet helemaal helder, maar dan gaan we dat zo meteen inderdaad horen. Ik denk wel dat de brief die we vanmorgen hebben gekregen voor een groot deel tegemoetkomt aan dit amendement. Ik moet mij ook wel een klein beetje bij de heer Kruis aansluiten wat betreft het herstellen van de bezoekerseconomie. Voor dat herstel is The Hague Marketing ook belangrijk. De bezuiniging op economie kwam als een mokerslag en hakt er natuurlijk ook fors in. Dus op welke manier wil de VVD de bezoekerseconomie aanzwengelen door weer wat in die economie te gaan pompen? Judith Oudshoorn-van Ginderen (VVD).
De laatste twee jaar stelt de heer Sluijs steeds dit punt aan de orde. Ik kan hem niet anders dan gelijk geven. Als je ergens op bezuinigt, dan neem je daar bepaalde risico's mee. Dat geldt ook als je met elkaar in een coalitie zit; je moet geven en nemen. Dit zijn de keuzes die zijn gemaakt door de huidige coalitie en ik hoop dat het nieuwe college andere besluiten zal nemen. Daniël Scheper (D66). Die laatste opmerking kan ik alleen maar onderschrijven. Ik hoop dat het nieuwe college daar inderdaad een andere keuze in maakt. Wat mij opvalt aan het amendement, is dat het een beetje protectionistisch lijkt te zijn gericht op de huidige markt. En dat is wat ik niet gewend ben van de VVD, omdat zij van de vrije markt is. Dus hoe moet ik dit duiden? Judith Oudshoorn-van Ginderen (VVD). Ik had het leuk gevonden als we deze discussie tijdens de commissievergadering hadden kunnen voeren, maar helaas was de heer Scheper daar niet aanwezig. We hebben het hierover ook al meerdere malen gehad en dit was ook een van de voorstellen aangaande de huidige markt. Het is zo'n belangrijke sector voor die 12% die zonder startkwalificaties in onze stad rondloopt. We hebben daar geen andere sectoren voor. Je moet extra zuinig omgaan met die horeca die juist voor deze doelgroep zo veel werk oplevert. Dan vind ik het niet zo heel gek om daarvoor dergelijke amendementen in te dienen.
Daniël Scheper (D66). Volgens mij was mijn collega Van Esch aanwezig bij dat debat, dus D66 was zeker vertegenwoordigd in die commissie, ik denk zelfs vaker de afgelopen vier jaar dan u. Los daarvan, blijft mijn vraag overeind: is dit dan een ingreep in de vrije markt? Judith Oudshoorn-van Ginderen (VVD). Het is een ingreep om de werkgelegenheid van deze doelgroep, die 12% te beschermen. Daniël Scheper (D66). Goed om te horen in dat licht. Maar gelet op de brief waaraan de heer Sluijs al refereerde, betekent dat dus eigenlijk dat uw ingreep minder noodzakelijk is. Heeft u die brief ook gelezen en herkent u dat? Judith Oudshoorn-van Ginderen (VVD). Ja, ik heb de brief gelezen en ik wacht even op de reactie van de wethouder. De voorzitter. Door mevrouw Oudshoorn-van Ginderen, daartoe gesteund door de heer Pluimgraaff en de heer Aydin, wordt het volgende amendement (P.B VVD) voorgesteld:
74
Amendement P.B VVD Stel een bezettingsgraad vast De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 20 januari 2022, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Haags Hotelbeleid 2021 (RIS 310666). Besluit om: • Besluit 2b te wijzigen in: het in beginsel geen medewerking verlenen aan noodzakelijke bestemmingsplanwijzigingen en/of afwijkingsprocedures ten behoeve van nieuwe hotelinitiatieven, totdat de Haagse hotelmarkt zich heeft hersteld uit de coronacrisis en de gemiddelde bezettingsgraad van de hotels in Den Haag minimaal 70% bedraagt over twee jaar op basis van het Digitaal Nachtregister. Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Voorzitter. Mijn betoog is meer in lijn met dat van collega Wijsmuller. Er is bij GroenLinks in grote mate tevredenheid dat de gemeente meer regie gaat nemen op de hotelmarkt, inclusief short stay, en vooral waar het gaat om de planning van nieuwe hotels. We kijken met belangstelling naar het amendement van de VVD, dat volgens mij ook in lijn is met de inspreekbijdrage van de heer Pahlplatz vanochtend. Dus ik heb ook wel de indruk dat het op steun kan rekenen in de sector. Wel kwam bij ons de vraag op tussen de commissiebehandeling en nu, of die 70% gemiddelde bezettingsgraad nu afdoende is als indicator.
Als het druk is in de hotels in Scheveningen, zitten dan de hotels in de binnenstad ook vol? Als het druk is in de zomer, kan het misschien zijn dat in februari alles nog leegstaat. Het is op zich goed dat die indicator er komt en wat ons betreft ook echt wel steun voor het amendement van de VVD, maar het mag er wat ons betreft ook niet toe leiden dat we voor twee drukke maanden hotels gaan bouwen, waar ook woningen neergezet hadden kunnen worden, wat ook een beetje in lijn is met wat mevrouw Arp zei. Daarom komen we met een motie met als titel 'Worden hotels daadwerkelijk bezet?', waarvan het dictum luidt: roept het college op over twee jaar te onderzoeken of de Haagse hotels een gemiddelde bezettingsgraad hebben van 70 % en gedurende een minimum van 20 dagen een gemiddelde bezittingsgraad hebben van 90% op basis van het digitaal nachtregister, en de raad hierover te informeren. Daarnaast hebben we juist met deze coalitie de duurzaamheid van de stad als belangrijk doel gesteld. Daarom hadden wij er misschien wat meer over verwacht. Naar analogie van de duurzaamheidsbeweging die de strandtenten in Den Haag hebben ingezet, zouden wij dat als GroenLinks ook graag voor de hotelbranche en met de hotelbranche verder brengen.
Daarom een motie met als titel 'Maak van de Haagse hotelbranche de duurzaamste hotelbranche', met als dictum: roept het college op om zich in te zetten om samen met de Haagse hotelbranche deze tot de meest duurzame hotelbranche van Nederland te maken, daarbij lerend van de strandtenten en bestaande certificeringen als Green Key. De voorzitter. Door de heer De Vuyst worden de volgende moties (P.2 GL en P.3 GL) ingediend:
Motie P.2 GL Worden de hotels daadwerkelijk bezet? De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 09-02-2022 & 10-02-2022, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Haags Hotelbeleid 2021. Overwegende, dat: • de Haagse hotels veel plaats innemen, waar bijvoorbeeld ook woningen of andere faciliteiten zouden kunnen worden geplaatst. • er een grote woningcrises is in onze stad.
75
•
mochten hotels een lage bezitting hebben het een mogelijkheid geeft om meer woningen of faciliteiten te plaatsen op de plekken waar nu hotels staan.
Constaterende, dat: • er geen informatie is of hotels nu daadwerkelijk worden bezet. Verzoekt het college: • over twee jaar te onderzoeken of de Haagse hotels een gemiddelde bezettingsgraad hebben van 70 procent en gedurende een minimum van 20 dagen een gemiddelde bezittingsgraad hebben van 90 procent op basis van het digitaal nachtregister; • de raad hierover te informeren. En gaat over tot de orde van de dag.
Motie P.3 GL maak de Haagse hotelbranche de duurzaamste hotelbranche De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 09-02-2022 & 10-02-2022, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Haags Hotelbeleid 2021. Overwegende, dat: • Den Haag de ambitie heeft om klimaatneutraal te zijn in 2030 en de Haagse hotelbranche een groot afnemer is van energie. Constaterende, dat: • in 2020 Den Haag is aangewezen als gemeente met de meest duurzame strandtenten. • de Haagse hotelbranche duidelijk potentie laten zien om zich te verduurzamen tot de meest duurzame hotelbranche van Nederland. Roept het college op: • om zich in te zetten om samen met de Haagse hotelbranche deze tot de meest duurzame hotelbranche van Nederland te maken; • daarbij lerend van de strandtenten en bestaande certificeringen als Green Key. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Daniël Scheper (D66). Voorzitter. D66 is blij met de plannen zoals die er nu liggen vanuit het college. Er is duidelijk geluisterd naar de commissie en de gevoelens in de stad, ook in de zin dat we niet aan een stuk door moeten blijven stampen met het bouwen van hotels, waarbij we tegelijkertijd wel de visie hebben en houden dat hotels belangrijk zijn voor de deze stad. Want, zoals al eerder is gezegd vandaag, werkt 12% van de mensen in horeca en toerisme.
Het is een van de belangrijkste pijlers van werkgelegenheid. Het is fijn dat we het hier vandaag hebben over een belangrijk stuk van de economie waar mensen ook zonder startkwalificatie werk kunnen vinden, iets wat we in Den Haag veel te weinig hebben en wat we niet opzij moeten zetten. Ik denk dat het dus goed is om te blijven inzetten op de congresmarkt en op het post-coronatijdperk; we zien met het omikronvirus dat er steeds meer kan. Ik heb dan ook goede hoop dat binnen niet al te lange tijd het toerisme weer helemaal aanzwengelt. Daar moeten we als Den Haag dan ook in blijven investeren. De drie punten die in de stukken zijn benoemd, maken ook echt iets uit voor onze stad, onze werkgelegenheid en onze economie. Ik hoop ook dat er in de komende collegeperiode wat meer aandacht voor is, niet alleen vanuit de wethouder maar meer in algemene zin vanuit de raad zelf, opdat we ook oog blijven houden voor werkgelegenheid. Er is de eeuwige discussie over wonen of werken. Welnu, zonder werk kun je niet wonen. Dus laten we met elkaar niet vergeten dat we ook dit onderdeel van de voorzieningen moeten 76
realiseren. D66 is heel blij met het shortstaybeleid om ervoor te zorgen dat er echt werk van wordt gemaakt. Want je wil hier natuurlijk geen Amsterdamse toestanden. Ook het stappenplan hiervoor vinden wij een duidelijk en goed verhaal. Dan het amendement van de VVD. Ik maakte daar net een grapje over, maar goed liberaal beleid is ook dat waar de markt faalt, je ingrijpt. We kijken met interesse of het amendement van de VVD wat dat betreft zinvol is of niet, waarbij we uiteraard ook benieuwd zijn naar het oordeel van het college erover. Vooralsnog hebben we daar een positieve grondhouding bij. Robert Barker (PvdD). De markt faalt toch? Want er komen te veel hotels bij en er is een gigantische woningnood. Daniël Scheper (D66). Jeetje, ik hoor nu twee markten die door elkaar gehaald worden, wat het toch wel ingewikkeld maakt. Het gebrek aan woningen heeft deels te maken met het feit dat er te weinig betaalbare woningen zijn en wellicht ook te weinig ruimte is. Met name die betaalbaarheid en de wijze waarop er met woningen wordt gespeculeerd, is een punt van aandacht waar wij elkaar ook op zullen vinden als het gaat om die woningnood. Daarnaast is werkgelegenheid een punt van aandacht. Deze stad groeit, puilt uit. Er komen steeds meer mensen bij. Meneer Kruis komt er dan altijd op terug door te zeggen dat we daarmee moeten stoppen.
Maar feit blijft dat er meer mensen bij komen en daar moet dan wel werkgelegenheid voor zijn. Dus investeren in werkgelegenheid binnen horeca en toerisme lijkt mij een hele goede keus. Je moet niet met al je knikkers wedden op een paard. Je moet het dus een beetje verdelen, want uiteindelijk moeten mensen ook gewoon kunnen werken in deze stad. Robert Barker (PvdD). Ik zou sowieso niet op paarden wedden, maar zeker niet met knikkers. Bij marktfalen heb je het over schaarste van bijvoorbeeld grond en het feit dat je daar als overheid over gaat. Als overheid bepaal je namelijk of er hotels bij komen of juist niet. Dus waarom zou de heer Scheper niet vinden dat er sprake is van marktfalen? Daniël Scheper (D66). Ik heb het helemaal niet gehad over marktfalen. Ik heb gezegd dat er twee markten zijn die u aansnijdt. Over de woningmarkt heb ik het net gehad. Verder denk ik dat het goed is dat de overheid dingen faciliteert om werkgelegenheid mogelijk te maken. Dat is ook iets wat u van D66 al sinds jaar en dag hoort: werkgevers faciliteren om werkgelegenheid te genereren zodat we met elkaar ook woningen kunnen realiseren en iedereen een leuk leven kan hebben. Daarvoor is werkgelegenheid wel nodig, dat kan niet vanuit een uitkering. Robert Barker (PvdD). Uiteindelijk kiest D66 natuurlijk niet voor werkgelegenheid. D66 kiest voor leegstand en voor het verergeren van de woningnood.
Dat is het eerlijke verhaal. Daniël Scheper (D66). Volgens mij is dat het eerlijke verhaal van een andere partij die daar altijd mee komt en daar maakt u volgens mij geen deel van uit, maar dat terzijde. Uw voorstelling van zaken klopt in ieder geval totaal niet. Wij kiezen voor werkgelegenheid en voor betaalbare woningen. Ik denk dat je op beide in moet zetten en je je dus niet moet blindstaren op: er is ruimte, dus ik moet woningbouw realiseren en dan is het opgelost. U weet namelijk net zo goed als ik dat alleen het realiseren van nieuwe woningen niet de oplossing voor woningnood is. Er spelen nog een heleboel andere factoren een rol. Vandaag hebben we het over hotels. De werkgelegenheid die zij genereren is gewoon heel belangrijk. Op drie punten van de economie wordt dit door de gemeente Den Haag gestimuleerd en dat moeten we ook blijven doen. 12% van de werkgelegenheid is gewoon een hele grote hap. Met die brief van vanochtend blijkt overigens ook wel dat uw scherpe opmerking eigenlijk al een beetje achterhaald is. Voorzitter, ik rond af. Wij zijn blij met deze weloverwogen plannen, waarmee we uiteindelijk kunnen komen tot een inzet om in deze stad werkgelegenheid te creëren voor een hele grote groep mensen, wat ook een groot goed is. Cees Pluimgraaff (CDA). Voorzitter. In het voortraject en in de commissie hebben we uitgebreid stilgestaan bij dit onderwerp.
We hebben de inspreker in de commissie gehoord. Vanmorgen heb ik de inspreker helaas moeten missen omdat ik iets later was, maar ik ga ervan uit dat hij niets anders heeft 77
gezegd dan wat hij in de commissie heeft gezegd, en daar is ook het CDA voorstander van. Met andere woorden: de ondernemers moeten weer op adem komen en daar hebben ze gewoon even tijd voor nodig. Dat doe je niet in een paar weken, daar is een langere periode voor nodig. Ik vond het wel aardig hoe de wethouder in de commissie een beetje zat te stoeien met de kamerbezetting en het aantal overnachtingen. Uiteindelijk is zij toch tot een goede conclusie gekomen, wat ook tot uitdrukking komt in de brief die we vanmorgen hebben ontvangen. Desalniettemin blijf ik toch nog eventjes achter het standpunt van de VVD staan, zoals verwoord in haar amendement, reden waarom het CDA dat amendement ook heeft meeondertekend. We hebben namelijk langere tijd nodig om dat percentage te halen. Op het moment dat hotels onder de 60% bezetting komen, dan hangt hun een faillissement boven het hoofd. En daar zitten we met z'n allen natuurlijk niet op te wachten. Kortom, we wachten de beantwoording van het college af en we hebben er alle vertrouwen in dat de hotelbranche de komende twee jaar de kans krijgt om weer op adem te komen en ook zelf weer aan de lat kan staan voor nieuwe investeringen, want zo werkt het uiteindelijk wel. De voorzitter. Dan geef ik het woord aan wethouder Bruines voor haar beantwoording in eerste termijn. Wethouder Bruines (D66). Voorzitter.
Dank aan de leden van de raad voor de gemaakte opmerkingen. Ook ik kijk terug op een vruchtbare discussie in de commissie vorige week. Die discussie heeft geleid tot een toezegging mijnerzijds om namens het college een aanvullend briefje te sturen over hoe het precies zit met de tellingen en bezettingsgraden. We hebben een en ander ook met de heer Pahlplatz van de hotelbranche besproken, ook naar aanleiding van zijn inspraak in de commissie. Daarbij was ook aan de orde de vraag of je in dit kader niet beter zou kunnen spreken over bezettingsgraden dan over aantallen overnachtingen. We hebben geconcludeerd dat dit eigenlijk wel een verstandige invalshoek zou zijn. Nou, dat staat ook in die brief en er ligt ook een amendement over van de VVD. Met die brief is het raadsvoorstel overigens niet gewijzigd, wat wel het geval zal zijn als het amendement wordt aangenomen. Ik kan zeggen dat het college zich kan vinden in dat amendement. Zo-even voerde u een discussie over de vraag of we hiermee nu bouwen voor leegstand of juist niet en over wonen versus werken. Dat is natuurlijk dé discussie die op dit moment heel erg relevant is. Ik denk dat het college er redelijk goed in geslaagd is om een evenwicht daartussen te vinden in het voorliggende voorstel. Enerzijds geven we ruimte aan de markt om zich te kunnen ontwikkelen.
We zetten die dus niet helemaal dicht voor altijd en we bouwen de planvoorraad ook niet af naar nul. Dus er moeten nieuwe initiatieven mogelijk zijn. Anderzijds vinden we het wel van belang om er even een stop op te zetten omdat de markt de gelegenheid moet hebben om zich te herstellen. Dat herstel gaat niet van vandaag op morgen; dat heeft een paar jaar nodig. Hoelang dat is, weten we niet. We weten ook nog niet precies wat het effect gaat zijn van het verscherpte beleid ten aanzien van Airbnb. Ook weten we niet hoe het verder gaat met corona. Dat zijn allemaal aspecten die een beetje onduidelijk zijn in de toekomst. Dus is het verstandig om te proberen daarin een balans te vinden en om zo goed mogelijk de vinger aan de pols te houden, in de zin dat zodra het weer mogelijk is, meer ruimte gegeven kan worden en de instrumenten te hebben om zolang dat nog niet mogelijk is, nog langer aan dat beleid vast te houden. Ik denk dat het voorstel dat nu voorligt daaraan voldoet. Ik meen te horen dat u dat ook vindt en dat u op een aantal punten wat aanscherpingen wil; dat laatste is bij de ene partij natuurlijk wat meer de ene kant op dan bij de andere partij. Uiteindelijk is het aan uw raad om daar dan een besluit over te nemen. Ik loop even de moties en de amendementen langs. Het amendement van de Partij voor de Dieren gaat eigenlijk een stuk verder dan het voorstel.
Het college ontraadt het dan ook. Er ligt een voorstel voor een tijdelijke hotelstop totdat de hotelmarkt zich heeft hersteld. Eigenlijk gaat de Partij voor de Dieren ervan uit dat we nu aan het bouwen zijn voor leegstand. Nou, dat is nadrukkelijk niet de bedoeling. We willen ruimte geven aan de markt om zich verder te ontwikkelen, maar we zetten er wel eventjes een rem op. Het college vindt het amendement dan ook te ver gaan. Robert Barker (PvdD). Op welk punt vindt het college het amendement te ver gaan? Wethouder Bruines (D66). De Partij voor de Dieren stelt voor om totaal geen medewerking te verlenen aan noodzakelijke bestemmingsplanwijzigingen en/of afwijkingsprocedures voor 78
hotelinitiatieven, tenzij de raad instemt met deze plannen. In de toelichting van het amendement staat dat er sprake is van een te ruim hotelbeleid dat ten koste gaat van andere bestemmingen. De procedure die wij voorstellen is als volgt. Als er iets voldoet aan een bestemmingsplan, moet je dat sowieso toestaan. Als er wel een bestemmingsplanwijziging of een afwijkingsprocedure aan de orde is, dan is ons uitgangspunt: daar werken we voorlopig helemaal niet aan mee, omdat we nu een stop zetten op nieuwe initiatieven totdat de planvoorraad geslonken is en dan kijken we hoe de situatie op dat moment is. Als de bezettingsgraad weer 70% is - volgens het oorspronkelijke voorstel was dat het aantal overnachtingen - dan laten dat weer een beetje toe. Het voorstel van de Partij voor de Dieren is om in alle gevallen in de toekomst elke bestemmingsplanwijziging die normaal gesproken getoetst wordt aan bestaand beleid, aan de raad voor te leggen. Ik wijs er daarbij ook nog op dat in het nu voorliggende voorstel zelfs nog een heleboel extra toetsingscriteria worden toegevoegd, waarbij ik heb toegezegd dat een en ander nog verder uitgewerkt gaat worden, wat vervolgens aan de raad wordt voorgelegd. Daarom vinden we het voorstel van de Partij voor de Dieren te ver gaan.
Bovendien geeft ze in de toelichting aan dat ze op deze manier denkt te kunnen voorkomen dat er voor de leegstand wordt gebouwd en dat de ruimte beter voor woonbestemmingen kan worden gebruikt. Dus het college is het zowel qua procedure als qua uitgangspunt niet eens met dit amendement. We denken dat het onderhavige voorstel met mogelijk ook een positief preadvies over een aantal andere voorstellen, tot een goed evenwicht leidt en voldoende sturingsinstrumenten biedt om geen ongewenste ontwikkelingen in deze stad te laten plaatsvinden. Dus vandaar dat we dit amendement ontraden. Het college kan zich wel vinden in het amendement van de VVD over de bezettingsgraad van minimaal 70% in plaats van het aantal overnachtingen. Bovendien legt het de nadruk op de termijn van twee jaar. Dat is ook iets waar het college zich in kan vinden, ook gehoord de discussie en de gesprekken die we eerder gevoerd hebben. Belangrijk is dat we goed blijven monitoren in de tussentijd en dat we over twee jaar nagaan of we het goede instrument in handen hebben en of het werkt. Volgens mij is onze gezamenlijke doelstelling om de markt zo goed mogelijk te volgen en ook waar dat kan ruimte te geven. Sebastian Kruis (PVV). Maar wat gaan we dan in de tussentijd doen met de beoogde hotellocaties? Wethouder Bruines (D66).
Als er een initiatief is voor een bepaalde plek dat past binnen het bestemmingsplan, dan moeten we daar gewoon medewerking aan verlenen. Dat is gewoon behoorlijk bestuur op basis van de wet- en regelgeving. Maar het komt vaak voor dat hotelinitiatieven vragen om een wijzing van het bestemmingsplan of een kleine aanpassing daarvan, omdat het misschien net iets hoger, breder of wat dies meer zij is, dan wel dat er sprake is van een kruimelregeling. Daarvan zeggen we: die nemen we voorlopig niet in behandeling totdat de toerismemarkt weer wat is toegenomen en de bezettingsgraad weer op een bepaald peil is. Tegelijkertijd staat in het voorstel dat we strenger gaan toetsen of het voldoet aan een aantal zaken die we belangrijk vinden. Dat heeft te maken met draagvlak in de omgeving en nog een aantal aspecten die in de nota genoemd zijn. Dat geeft voldoende instrumenten om die ontwikkelingen mogelijk te maken die voor de stad belangrijk zijn en een meerwaarde voor de stad hebben en tegelijkertijd om ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan. Deze nota geeft daarvoor de kaders aan waar het college verder uitvoering aan zal geven. Sebastian Kruis (PVV). Dus het is niet zo dat bestaande hotelontwikkelingen waar dus eigenlijk al een soort van naam op is geplakt, nu worden stopgezet? Wethouder Bruines (D66). Nee.
Van alles wat nu in de voorraad zit, in de zogenaamde planvoorraad soms is er al een vergunning voor verleend maar is de bouw nog niet begonnen - kunnen we nu niet gaan zeggen: jammer, u heeft een vergunning gehad maar die trekken we nu weer in want we hebben opeens niet meer zo veel zin in u. Dat kan natuurlijk niet. Dus wat er nu in de pijplijn zit, blijft in de pijplijn zitten. Sommige zullen tot uitvoering komen en andere zullen misschien nog wat langer in de pijplijn blijven zitten. Het komt ook voor dat initiatieven die wel al vergund zijn, uiteindelijk niet doorgaan om redenen die initiatiefnemers kunnen hebben. De ervaring leert dat alles wat in de planvoorraad zit, niet voor 100% tot uitvoering komt. Vandaar dat het belangrijk is om die planvoorraad op peil te houden en die niet helemaal leeg te laten lopen, want als die markt weer wat
79
verruimt, wil je ook wat in voorraad hebben om te kunnen toestaan. Dus dat is het evenwicht dat we zoeken. Balans is hier dus een beetje het toverwoord. De SP heeft gevraagd naar de draagkrachtmeting. Ik begrijp die vraag heel goed maar eigenlijk geldt die al voor elk bouwinitiatief in de stad. We hebben natuurlijk al vaker de vraag aan de orde gehad hoe het gaat met draagvlak, participatie en inspraak. Daarom komt het college met de reeds door collega Balster aangekondigde nota of leidraad over participatie en communicatie. Ik denk dat het belangrijk is om dit daarbij ook te betrekken. Zoals het nu gaat en zoals we dat voor ogen hebben, moet men bij een initiatief ook aangeven of er draagvlak voor is in de omgeving. Dat doen zij zelf. Als wij dat als gemeente zelf zouden doen voor elk initiatief, dan moeten we daar bij wijze van spreken een nieuwe afdeling voor oprichten en dat past nu niet binnen onze capaciteit en binnen onze financiën, maar ook eigenlijk niet binnen de taakverdeling in een normale situatie. Wel doen we een toets of die draagvlakmeting op een goede manier, overtuigend, geloofwaardig en zorgvuldig is gebeurd. Dus zoals nu gesteld in deze motie moet het college die ontraden, waarbij wel gezegd is dat het belangrijk is dat die draagvlakmeting op een goede manier gebeurt en dat het college er ook op toeziet dat de initiatiefnemer dat goed doet. Lesley Arp (SP).
De wethouder zegt dat de gemeente achteraf toetst hoe het gebeurt. Wordt er ook vooraf meegegeven door het college wat voor vraagstelling er bijvoorbeeld in zo'n draagvlakmeting zit? Ik kan mij zomaar voorstellen dat met name door de manier waarop er vragen gesteld worden, er heel erg sturend kan worden opgetreden. Wethouder Bruines (D66). Ik ben daar wel wat terughoudend in. Ik snap wel wat u vraagt. Ik zou mij kunnen voorstellen dat we dat vraagstuk ook even meenemen in die leidraad over participatie en communicatie. Het geldt namelijk niet alleen hiervoor maar voor elk draagvlak- of participatietraject, ook bij grote projecten. Het moet voor initiatiefnemers van tevoren duidelijk zijn wat er van ze verwacht wordt. Dat geldt voor dit toetsingscriterium maar ook voor al die zes andere die we nog hebben, in de zin dat ook helder voor ze is wat ermee bedoeld wordt. Of dat zo ver moet gaan dat we als college een soort lijstje meegeven van wat ze wel en niet moeten vragen, gaat misschien wel een beetje ver. Ik kan nu niet meer doen dan toezeggen dat we deze vraag meenemen in genoemde leidraad om te kijken hoe we daarmee om zouden kunnen gaan. Lesley Arp (SP). Het grip houden op de vragen zodat het wat dat betreft objectief is, lijkt mij het minste wat de gemeente zou kunnen doen.
Het is volgens mij ook niet per se een hele arbeidsintensieve manier om als gemeente de regie te houden, want volgens mij zijn de vragen heel simpel. Zo van: er komt een hotel in de buurt en wat vindt u daarvan? Met name waar het gaat om nieuwe gebieden die nu nog niet in het kerngebied vallen, vindt de SP het toch wel heel belangrijk om er regie op te houden omdat het wijziging van beleid betreft. Wethouder Bruines (D66). Die gedachte erachter begrijp ik heel goed en het is ook heel belangrijk. Of dat zo ver moet gaan dat we zelf die vragen gaan formuleren en of dat het goede instrument is, weet ik niet, maar dat we erop toe moeten zien dat het op een goede manier gebeurt, daar kan het college in meegaan. Waar het gaat om de manier waarop dat precies zou moeten, vraag ik u om ons even de ruimte te geven om te kijken hoe we daar serieus mee om kunnen gaan. Dan motie P.4 HSP over het beperken van hotels in de Keizerstraat en Scheveningen-Dorp. We hebben het al vaker over dat onderwerp gehad. Het is een lastige situatie. In ons stuk hebben we gewezen op de Omgevingswet die er aan zit te komen. Ambtelijke navraag leert dat zo'n procedure nogal wat betekent qua inzet van de organisatie, qua juridische aspecten, qua inspraak en de tijdspanne die dat alles met zich meebrengt.
Nou is die Omgevingswet een halfjaar uitgesteld en misschien gaat dat nog wel een keertje gebeuren en daarom stelt u nu voor in de motie om er toch al mee aan de slag te gaan. Er zitten een aantal aspecten aan zo'n procedure, zoals mogelijke planschade en de tijd die het kost voor de organisatie om dit te doen. Ten aanzien van bijvoorbeeld het Anna Paulownaplein hebben we dit eigenlijk ook al in gang gezet. Daar hebben we als college gisteren een besluit over genomen. Als we dat voor nog een gebied zouden doen, dan hebben we daar op dit moment nog niet genoeg mankracht voor. Dus dat geef ik wel even mee. Dat neemt niet weg dat u ondertussen wel kunt vinden dat het moet. Zoals gezegd, zitten er dus een aantal aspecten aan die het wel gecompliceerd maken, 80
wat niet wil zeggen dat het niet kan. Ik wil dus meegeven dat dit niet een eenvoudige procedure is en dat het een procedure is die lang duurt. Daarom hebben we ook gezegd: laat het nou meelopen met de Omgevingswet waar het gaat om de aanpassingen. Ik laat het oordeel over de motie aan de raad, maar realiseert u zich wel dat het een grote ingreep is om dit zo te doen. Als u als raad hiervoor zou stemmen, zullen we in reactie op die motie ingaan op hoe we dat kunnen doen, op wat de risico's zijn, op welke type procedure dan gehanteerd zou moeten worden en op de tijdspanne. Die ruimte moet u het college dan dus wel even geven. Joris Wijsmuller (HSP). Ik ben blij dat de wethouder ook verwees naar het Anna Paulownaplein waar dit inderdaad ook met succes in gang is gezet. Ik begrijp dat er praktische en capaciteitsproblemen kunnen zijn, maar dat kan dan inderdaad een plek krijgen in de afdoening van de motie. Maar deze richting kan in ieder geval wel, waar ik blij mee ben. Ik snap dat ambtenaren 'moeilijk, moeilijk, moeilijk' doen maar dat het wel gewoon kan, maar dat het nog wel even goed geplooid moet worden zodra de motie is aangenomen. Zo heb ik het toch goed begrepen? Wethouder Bruines (D66). De heer Wijsmuller gaat nu iets verder dan wat mijn inzet was.
Ik heb niet alleen op de druk, de hoeveelheid werk en de tijdspanne gewezen maar ook op risico's van planschade en andere aspecten. We hebben gezegd dat juist in die kerngebieden, die centrumgebieden hotels en logies mogelijk moeten zijn. Tegelijkertijd ervaren we ook de druk die door de HSP omschreven wordt. Ik wil de raad ook niet opzadelen met een enorme kostenpost op het gebied van planschade. Dus daar moeten we echt even heel zorgvuldig naar kijken. Ik vraag u om dat ook te betrekken bij uw afwegingen. Hoe dan ook, de Omgevingswet komt eraan. Dus dan ligt ook de vraag voor of we niet een halfjaar of aan jaartje langer kunnen wachten. Daar zou mijn voorkeur eigenlijk naar uitgaan. Joris Wijsmuller (HSP). Misschien komt die Omgevingswet er wel nooit. Over planschade gesproken: de schade voor Scheveningen en voor de leefbaarheid van de Keizerstraat waar vanwege de verdergaande hotellisering al veel langer dit soort problemen bestaan, is natuurlijk zeker het afwegen waard, niet alleen voor het college maar zeker ook voor de raad. Wethouder Bruines (D66). Dat is een afweging die ieder voor zich moet maken. Motie P.2 GL gaat over het in beeld brengen van die bezettingsgraad van 90%. Ik denk dat een goed plan is. Althans, we kunnen dat doen, want we gaan sowieso monitoren via dat nachtregister. Dan hebben we daar gewoon een beeld van.
Wat dat dan precies zegt en wat we daarmee kunnen, moeten we dan bezien. We gaan in ieder geval heel veel gegevens ophalen en op basis van data en cijfers zullen we beoordelen of het beleid werkt. Met deze motie heeft het college dan ook geen probleem. Motie P.3 GL gaat over de duurzaamheid. We hebben gezegd dat we in 2030 klimaatneutraal moeten zijn. Duurzaamheid is daarbij een belangrijk onderwerp, wat voor alle branches geldt, dus ook voor de hotelbranche. We ondersteunen het mkb daarin breed. Ik denk dat het ook uit een oogpunt van toeristische aantrekkelijkheid interessant is om een duurzame hotelbranche te hebben. In die zin nemen we die handschoen graag op, maar ik wil er wel bij zeggen dat het natuurlijk aan de ondernemingen zelf is om in hun bedrijfsvoering besluiten daarover te nemen. Daarbij kunnen we niet meer afdwingen dan wat de wet ons daarvoor aan ruimte biedt. Maar het stimuleren en ondersteunen doen we met groot genoegen. Vanzelfsprekend. Dus als we de motie in die zin kunnen lezen, heeft het college geen bezwaar tegen aanname. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. Morgen wordt er gestemd over het voorstel, de amendementen en de moties.
Aan de orde is: Q. Voorstel van het college inzake Investeringskrediet noodzakelijke upgrade VAB Apeldoornselaan (RIS311284). 81
De beraadslaging wordt geopend. Jelle Meinesz (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Voorzitter. Gelukkig heft dit college aan het eind van deze collegeperiode nog eindelijk een dingetje kunnen regelen ten faveure van de autobezitter in Rustenburg-Oostbroek, na het aanbieden van een petitie van onze partij met 430 handtekeningen, om de VAB Apeldoornselaan open te houden. Want we schrokken toch wel van het bericht dat ons op 4 december bereikte dat deze garage dicht moest omdat in de vijftien jaar dat deze garage operationeel is, nog geen euro opzij is gelegd voor het onderhoud c.q. het upgraden. Gelukkig kwam op 26 januari het bericht dat er geld was gevonden om deze garage te redden. Bravo! Er komt ongeveer € 70 mln. per jaar binnen met betaald parkeren. Hoe moeilijk kan het zijn? Op 8 februari kregen we, omdat we daarom hadden gevraagd, een specificatie van de kosten. Best snel in vier dagen tijd. Dus daar heb ik een paar vragen over. Wie heeft deze offerte uitgebracht en zijn er meerdere partijen benaderd voor deze klus? Heeft u voor mij een complete offerte met de datum en de bevestiging van ontvangst van deze offerte? Ik vroeg naar een specificatie van de kosten van het ombouwen van de garage om auto's daar op te kunnen laden. Een antwoord daarop kan ik niet terugvinden. Dus misschien kan de wethouder mij uitleggen waar dat staat in de specificatie die ons toegezonden is.
Waarom moet de garage overigens 3 cm verdiept worden? Stoot iemand zijn hoofd daar? Waarom wordt er een HIFOG-installatie van 5,5 ton in gestopt terwijl je de brand van een elektrisch voertuig er toch niet mee kan blussen? Opladen in een VAB vindt Hart voor Den Haag/Groep de Mos niet wenselijk en een paar brandweerlieden die ik gesproken heb vonden dat ook. Dergelijke branden zijn bijna niet te blussen. Af en toe ontbranden dergelijke voertuigen spontaan, wat vandaag nog is gebeurd met een autootje van Picnic. Daar komt bij dat je die voertuigen er niet uit kan slepen als ze nog branden. Daarom een motie met als dictum: verzoekt het college om te onderzoeken of in de VAB Apeldoornselaan oplaadplekken nodig zijn. De voorzitter. Door de heer Meinesz wordt de volgende motie (Q.2 HvDH/GdM) ingediend:
Motie Q.2 HvDH/GdM Geen oplaadplekken in Volledig Automatische Berging Apeldoornselaan De gemeenteraad van Den Haag in vergadering bijeen op 9 februari 2022 ter bespreking van agendapunt X Voorstel van het college inzake Investeringskrediet noodzakelijke upgrade VAB Apeldoornselaan. Constaterende dat: • er momenteel geen enkele EV geparkeerd staat in de VAB Apeldoornselaan; • EV’s bijna niet te blussen zijn; • er geen personen verblijven in een VAB; • als voertuigen in brand vliegen, deze niet weg te slepen zijn door de brandweer. Overwegende dat: • deze aanpassing voor het klaarmaken om auto’s op te laden in deze VAB Apeldoornselaan ontzettend veel geld kost; • men de garage zonder deze aanpassing sneller op kan leveren; • de schade die een brandende auto ook veel meer schade aan kan richten in een VAB. Verzoekt het college: • om te onderzoeken of in de VAB Apeldoornselaan oplaadplekken nodig zijn. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging.