CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS311910 Notulen van de raad van 9 februari 2022 voortgezet op 10 februari 2022

Gemeenteraad 29 maart 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Vaststelling van de Notulen van 20 januari 2022 en 9 februari 2022 voortgezet op 10 februari 202260.916 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 6

82

Joris Wijsmuller (HSP). Voorzitter. Horrorpollers en auto's die spontaan in de brand vliegen, ik vind het wel leuk. Maar goed, dit is wel het merkwaardigste dossier van de afgelopen tijd. Op 1 december werden bewoners en raad overvallen met de mededeling dat de VAB Apeldoornselaan een maand later al dicht moest omdat de gemeente onvoldoende onderhoud aan de garage heeft gepleegd en niet gespaard heeft om onderdelen na de technische levensduur van vijftien jaar te vervangen. Deze zogenaamde dienstmededeling deed wethouder Van Asten in een brief van één A4'tje zonder enige toelichting hoe dit zo heeft kunnen gebeuren. Weer een maand later blijkt de wethouder ineens een zak geld te hebben gevonden en krijgt de raad op de valreep wederom één A4'tje zonder enige onderbouwing voor het voorstel om opnieuw een smak geld, € 4,7 mln., in de VAB te pompen zonder enig vooruitzicht op onderhoud en vervanging na technische levensduur. Op deze manier gaat de geschiedenis zich dus over vijftien jaar herhalen. Dit is ongehoord, onverantwoord bestuur wat we niet zomaar kunnen laten passeren.

Daarom dien ik mede namens de heer Smit van de Partij voor de Dieren de motie 'Rekenkameronderzoek naar de volautomatische besluitvorming VAB Apeldoornselaan' in met het verzoek aan de Rekenkamer om onderzoek te doen naar de besluitvorming en evaluatie omtrent de VAB Apeldoornselaan om inzicht te krijgen in hoe dit zo heeft kunnen gebeuren, met aanbevelingen te komen op welke wijze besluitvorming over parkeervoorzieningen kan worden verbeterd zodat alle kosten voor aanleg, beheer en onderhoud inzichtelijk worden gemaakt en met aanbevelingen te komen hoe een eventuele herhaling van problemen aan het einde van de technische levensduur bij de VAB Apeldoornselaan maar ook de VAB Veenkade kan worden voorkomen. De voorzitter. Door de heer Wijsmuller wordt de volgende motie (Q.1 HSP) ingediend:

Motie Q.1 HSP Rekenkameronderzoek naar de 'volautomatische besluitvorming' VAB Apeldoornselaan De gemeenteraad van Den Haag, in vergadering bijeen op 9 februari 2022, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Investeringskrediet noodzakelijke upgrade VAB Apeldoornselaan (RIS311284). Constaterende, dat: • in 2003 is besloten om de VAB Apeldoornselaan voor 6,7 mln euro aan te leggen met een incidentele dekking uit subsidies van Haaglanden en het Rijk plus een bijdrage uit het MPSV; • met het investeringsbesluit van 2003 geen rekening is gehouden met jaarlijks onderhoud en vervanging na afloop van de technische levensduur; • de exploitatie van de VAB Apeldoornselaan bij lange na niet kostendekkend is en nooit is geweest; • de garage nu ineens dicht moest omdat er geen geld was om toenemende gebreken te verhelpen. Overwegende, dat: • het voorliggende raadsvoorstel slechts voorziet in de dekking voor het investeringskrediet van de uprade van de garage, maar wederom geen inzicht wordt geboden in het onderhoud, het beheer en de vervanging aan het einde van de technische levensduur.

Verzoekt de Rekenkamer: • onderzoek te doen naar de besluitvorming en evaluatie omtrent de VAB Apeldoornselaan om inzicht te krijgen hoe dit zo het heeft kunnen gebeuren; • met aanbevelingen te komen op welke wijze besluitvorming over parkeervoorzieningen kan worden verbeterd zodat alle kosten voor aanleg, beheer en onderhoud inzichtelijk worden gemaakt;

83

•

met aanbevelingen te komen hoe een eventuele herhaling van problemen aan het einde van de technische levensduur bij de VAB Apeldoornselaan en de VAB Veenkade kan worden voorkomen.

En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Wethouder Van Asten (D66). Voorzitter. Het antwoord op de technische vraag over de 3 cm lager, hoop ik zo meteen nog op mijn mobiel binnen te krijgen. U kunt zich voorstellen dat ik daar op dit moment geen idee over heb. Het zal in ieder geval een goede reden hebben, wellicht omdat auto's groter worden, zeg ik via de voorzitter tegen de heer Meinesz. Gevraagd is wie de offerte heeft uitgebracht. Dit is de inschatting van de kosten op basis waarvan offertes dadelijk zullen worden uitgevraagd. Dus er zijn nog geen offertes want we gaan dit natuurlijk aanbesteden. Vanuit die aanbesteding hopen we de beste offerte te kunnen kiezen. Dan kom ik op de motie van de heer Meinesz over de oplaadplekken. In de commissie hebben we al gewisseld dat het volgens het bouwbesluit noodzakelijk is om aldaar een oplaadvoorziening te realiseren. Wel zijn we aan het nagaan of het daar absoluut noodzakelijk is, wat dan te maken heeft met de kosten. Dus dat onderzoek zijn we al aan het doen. Daarom het verzoek om de motie aan te houden. Jelle Meinesz (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Zit dat bedrag voor het ombouwen er nu wel of niet in? Of waar staat dan dan bij? Wethouder Van Asten (D66).

Ik heb die stukken hier nu niet direct bij de hand, maar het zou daar wel in moeten zitten want we houden er op dit moment wel rekening mee. Dat is namelijk onderdeel van het bouwbesluit. Jelle Meinesz (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Dat begrijp ik, maar ik vraag om een specificatie omdat ik wil weten wat dit aan extra kosten met zich brengt voor die garage. Ik vind het namelijk verschrikkelijk veel geld, hoewel ik die garage overigens heel graag in stand gehouden zie worden. Er staat een bedrag van € 3,3 mln. voor verwijdering software; nou volgens mij is dat 'control-alt-delete', dus hoeft dat niet al te veel te kosten. Verder wordt gesproken over het vernieuwen van mechanische componenten, het vernieuwen van elektrische componenten, et cetera, maar zie ik niets staan over oplaadcapaciteit of iets dergelijks. Wethouder Van Asten (D66). Ik zou dan eerst stil willen staan bij de terechte constatering van de heer Meinesz dat een parkeergarage verschrikkelijk veel geld kost zonder dat daar snel een directe opbrengst tegenover staat. Dus dank voor die terechte constatering. Verder zou ik graag aannemersbedrijf Meinesz zich willen zien inschrijven op deze opdracht want volgens hem kan het allemaal voor weinig. Dus dat zien we graag als stadsbestuur dat een beetje op de centen let. Jelle Meinesz (Hart voor Den Haag/Groep de Mos).

Als ik zie dat de upgrade van toegangshuisjes € 190.000 kost, dan bouw ik daar een twee-onder-een-kapwoning voor mét zwembad. Wethouder Van Asten (D66). Dat zou ik dan graag willen zien. Ik kijk echt uit naar de inschrijving van bouwbedrijf Meinesz hierop. Echter, zoals wel vaker is de werkelijkheid wat ingewikkelder dan wordt ingezien door Groep de Mos. Wij doen het volgens de beste kennis die we hebben. Mocht een bouwbedrijf goedkoper inschrijven, dan zijn we daar natuurlijk altijd blij om, maar we kijken wel naar de kwaliteit. Dit is namelijk wel een ondergrondse parkeervoorziening, wat natuurlijk nogal wat vraagt op het gebied van veiligheid en techniek. De garage moet grondig worden gerenoveerd en echt flink worden aangepakt. Daar is dat geld voor nodig. Nogmaals, ik vraag de motie aan te houden omdat die overbodig is; we zijn er al mee bezig. De Haagse Stadspartij vraagt bij motie om een Rekenkameronderzoek. Dat is natuurlijk een uitspraak van de raad. Ik wil er nog wel enige kleuring aan geven, als u mij dat toestaat. De motie 84

bevat namelijk wel enige verkeerde aannames. De eerste aanname is dat bij de VAB Veenkade nog iets moet worden voorkomen. In de commissie heb ik juist duidelijk uitgelegd dat het bij de VAB Veenkade geen probleem is en het geld al beschikbaar is gesteld. De tweede verkeerde aanname is dat de heer Wijsmuller ervan uitgaat dat het een eenmalig bedrag is dat we nu uittrekken voor deze garage. Punt is dat we nu structureel geld ervoor uittrekken. Die € 4,6 mln. is een krediet dat we nodig hebben, dat vervolgens wordt verdeeld, namelijk € 367.000 per jaar, dus meerjarig. Dus dat blijft gewoon staan. Daarmee hebben we dus ook weer geld als er gerenoveerd moet worden. Die € 367.000 per jaar hebben we dan beschikbaar omdat we die alvast reserveren vanuit de post zoals die is vermeld in het raadsvoorstel. Joris Wijsmuller (HSP). Dus de wethouder suggereert hier dat, omdat er structureel geld is geregeld, dit tot in lengte van jaren zo kan blijven doorlopen en dat de kosten voor deze 124 parkeerplekken nog veel hoger gaan uitvallen? Wethouder Van Asten (D66). Als je na vijftien jaar flink moet reviseren, valt dat inderdaad duurder uit, maar dat is natuurlijk bij elke initiële investering het geval; je zal op een bepaald moment aan onderhoud moeten gaan doen.

Het feit dat men daar vijftien jaar geleden geen post voor heeft opgenomen - het bestuur van deze stad heeft dat toen niet gedaan en ook de gemeenteraad heeft er toen niet om gevraagd - zorgt er nu voor dat we met dit probleem zitten. Heel vervelend. Nou, we hebben nu een oplossing gevonden om deze garage in de lucht te kunnen houden. U kunt er dan van zeggen dat het veel of weinig geld is. Ik heb er ook mijn mening over. Zelfs meneer Meinesz vindt het verschrikkelijk duur. Nou, dan kunnen we dat ongeveer wel op de schaal van duurheid zetten. Los daarvan, er is dus structureel geld en daarmee kloppen de aannames van de motie van de HSP niet. Het staat u natuurlijk vrij om een Rekenkameronderzoek te vragen, maar volgens mij is dat juist niet nodig. Het zou heel interessant zijn de raadsvergadering van vijftien jaar geleden terug te kijken om na te gaan waarom er toen is besloten om geen budget daarvoor uit te trekken, maar dat zou nu overigens weinig toevoegen aan het feit dat het probleem inmiddels is opgelost en dat dit bij andere ondergrondse garages niet het geval is. Joris Wijsmuller (HSP). Het is geen aanname maar een feit dat hier een flinterdun raadsvoorstel ligt zonder enige toelichting op de exploitatie, op het onderhoud en op het beheer van de garage. Behalve dan: er is structureel geld geregeld, dat loopt door en daarmee komt alles goed.

Dat is toch niet de manier waarop wij in deze gemeente verantwoord besluiten nemen? Wethouder Van Asten (D66). Tegenwoordig wordt bij elke investering gevraagd naar een onderhoudsbudget. Dan wordt er voor onderhoud en vervanging op den duur een bepaald bedrag genoemd dat men denkt nodig te hebben. Dat is dan gewoon de enige regel die daarin staat. Wat ik u in dit raadsvoorstel presenteer is die regel, namelijk dat er geld is. Ik heb u ook uitgelegd waar dat geld vandaan komt. Dus dat is hetzelfde bij elk raadsvoorstel dat u krijgt. U kunt het ermee eens zijn of niet, maar zeg niet dat het niet onderbouwd is, want dat is het wel. Het geld is gevonden vanuit een pot die u zelf kunt terugvinden in de begroting. Joris Wijsmuller (HSP). Gelukkig is er op mijn verzoek inmiddels een globale kostenonderbouwing, waarvoor dank. Maar de wethouder kan toch niet ontkennen dat er verder toch geen enkele onderbouwing is van de investeringen in het beheer en het onderhoud van deze garage? Dat zit hier toch totaal niet in? We moeten toch zorgen dat we op basis van goed onderbouwde raadsvoorstellen besluiten nemen, zeker als er dit soort bedragen mee gemoeid zijn? Wethouder Van Asten (D66). Ik ben even aan het kijken waar de heer Wijsmuller nou echt naar op zoek is. Er lag een probleem. Er moest geld komen voor exploitatie en beheer. Ik bied dat en ik zeg waaruit ik dat haal.

Ik onderbouw het en doe dat op verzoek van de raad nog wat verder. En dan ligt het hier nu voor. Dan kunt u niet zeggen dat u nu een besluit moet nemen dat op niets is gebaseerd, want alles wat u moet weten, zit hierin. Dus als u mij kunt aangeven wat u nog meer nodig heeft aan informatie ben ik u graag van dienst, maar ik heb dat tot nu toe nog niet gehoord van de heer Wijsmuller. 85

Jelle Meinesz (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). De wethouder heeft het over structureel geld, zo'n € 365.000 per jaar, dus zo'n € 1.000 per dag voor het smeren van een paar wieltjes. De vorige keer waren er drie verschillende leveranciers van al die onderdelen. Ik ga er nu van uit dat dit van één leverancier gaat komen en dat dat onderhoud op z'n minst gehalveerd wordt. Wethouder Van Asten (D66). Allereerst wil ik de heer Meinesz ervoor bedanken dat hij aangeeft dat het verschrikkelijk duur is, € 1.000 per dag, om deze garage in de lucht te houden. Laten we dat blijven herhalen. Het feit dat er drie leveranciers waren bij de oude garage en nu één leverancier, zal hopelijk schelen in de prijs - dat zullen we straks zien bij de aanbesteding - maar vooral waar het gaat om het oplossen van storingen is het handig om één leverancier te hebben van het hele binnenwerk van de garage. Dat zien we ook bij de VAB Veenkade. De enige storingen die daar optreden, zijn het gevolg van een menselijke fout bij het inrijden van de garage zelf. Jelle Meinesz (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Wij zijn gek op ondergrondse parkeergarages, maar het mag niet zo zijn dat er zomaar geld van de stad weggesmeten wordt. U vindt het misschien ook veel geld maar ik vind € 5.000 voor een fiets op het KJ-plein ook veel geld. Ik vind het dus heel belangrijk dat het geld goed en verantwoord besteed wordt.

Wethouder Van Asten (D66). Inderdaad is € 1.000 per dag dat besteed wordt aan ondergronds parkeren, een heleboel geld. Daarom doen we ook een heel scherpe aanbesteding. Nogmaals, ik kijk uit naar de inschrijving van de heer Meinesz, want behalve de aanleg kan hij ook nog het beheer en de exploitatie veel goedkoper voor ons regelen. Robin Smit (PvdD). De wethouder heeft nu al meerdere malen gezegd dat het een vrij dure garage is. Dat ben ik met hem eens. Wat ik wel zorgwekkend vind, is het volgende. Er wordt nu voor langere tijd een onderhoudsbudget gereserveerd maar tot wanneer is dat? Wanneer is het genoeg? Wethouder Van Asten (D66). Bij deze garage die ook is vastgesteld als een dienst van algemeen economisch belang, wordt gevraagd om een kleine bijdrage, dus geen economisch rendabele bijdrage, zodat we op die € 1.000 per dag uitkomen. Dus op het moment dat u zegt 'het is genoeg' dan komt er een bord voor de garage met 'het is genoeg' en komt er geen auto meer in. Dan is er geen sprake meer van een investering in die garage. Op het moment dat je die garage wel in de lucht wil houden, zal je geld in de exploitatie moeten steken. Of je moet een andere keuze maken, namelijk dat mensen gaan betalen voor het volledige bedrag dat die garage per dag kost. Dat is inderdaad een andere keuze die op dit moment echter niet wordt gemaakt.

Wellicht dat dit vanaf 16 maart anders is en dan kan je een andere discussie voeren. Maar onder de huidige voorwaarden is dit bedrag vrijgemaakt, waarmee ik een structurele oplossing kan bieden. Robin Smit (PvdD). Waarom wordt dan niet tegelijkertijd een zijsporig traject gestart om een toekomstperspectief te schetsen? Want nu krijgen we eigenlijk precies hetzelfde probleem als voorheen. Wat is dan het toekomstperspectief voor de omwonenden dat we hiermee schetsen? Voorzitter: de heer Sluijs. Wethouder Van Asten (D66). Dan is er misschien sprake van enige verwarring want dit ís het toekomstperspectief: structureel geld voor het in de lucht houden en op den duur renoveren van deze garage. Met dit bedrag, dat je natuurlijk wel moet opplussen op basis van de inflatie - maar daar houdt de gemeentelijke begroting rekening mee - kan je deze garage tot in lengte van dagen in de lucht houden. Dus dit is het langdurig perspectief. Daarom heb ik ook gezegd dat de motie van de heer Wijsmuller uitgaat van de verkeerde veronderstelling dat dit nu een lapmiddel is. Nee, dit is een structurele oplossing.

86

Robin Smit (PvdD). De wethouder zegt dat het wel een toekomstperspectief is, maar ik kan er eigenlijk maar één conclusie aan verbinden en dat is dat het een toekomstperspectief is met een bodemloze put. Wethouder Van Asten (D66). Dat is een goedkoop retorisch grapje, zeg. Het is inderdaad een ondergrondse garage; dus dat is de put die u noemt. Op het moment dat je de garage in de lucht wil houden en wil zorgen dat deze voorziening er blijft, waar de mensen in Rustenburg-Oostbroek ook echt wel behoefte aan hebben, dan hebben we nu het bedrag ervoor keurig geregeld. Dat was door ons aller voorlopers niet keurig geregeld en dat herstellen we nu en daarmee loopt het in de pas met de rest van het gemeentelijk beleid. Ten slotte nog de vraag over de 3 cm. Het enige wat ik daarop kan zeggen is dat die 3 cm te maken heeft met groter wordende auto's waar je dus ook rekening mee moet houden. Anders gaat het dak van sommige auto's van raadsleden er misschien ook nog wel aan. Jelle Meinesz (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Even voor uw beleving: mijn auto past daar niet in. Je zou bijvoorbeeld ook een H-balk 3 cm kleiner kunnen maken zodat je niet de hele vloer eruit hoeft te hakken. Het is maar een idee. Wethouder Van Asten (D66). Wederom ben ik blij met de goede ideeën van de heer Meinesz. Langzamerhand kijk ik echt oprecht uit naar de indiening van zijn offerte. De voorzitter.

Wij allemaal, denk ik. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. De stemmingen over het voorstel en de moties zijn morgenavond.

Aan de orde is: R. Voorstel Grondexploitatie en MVA-exploitatie bij projectdocument Twickelstraat Zijpendalstraat (RIS311250). De beraadslaging wordt gesloten. Joris Wijsmuller (HSP). Voorzitter. De Haagse Stadspartij kan zich op zichzelf goed vinden in de socialewoningbouwontwikkeling op deze locatie en ook in het andere onderdeel van het voorstel. Wel heeft de Haagse Stadspartij grote problemen waar het gaat om de ontwikkeling en de renovatie van het oude schoolgebouw tot bedrijfshuisvesting, want dat is voor ons echt abracadabra. Van de begrotingssystematiek en de dekking kunnen wij geen chocola maken. Daarom het amendement 'Maak tender Twickelstraat begrijpelijk', om dit deel van het voorstel eruit te lichten en met een apart en begrijpelijk voorstel te komen. De voorzitter. Door de heer Wijsmuller wordt het volgende amendement (R.A HSP) voorgesteld:

Amendement R.A HSP Maak tender Twickelstraat begrijpelijk De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 9 februari 2022, ter bespreking van het Voorstel Grondexploitatie en MVA exploitatie bij projectdocument Twickelstraat Zijpendalstraat (RIS311250). Besluit: I: Besluit VI, VII en VIII te schrappen; II: In Besluit IX de woorden “en MVA-exploitatie” te schrappen; 87

III:

Een nieuw beslispunt toe te voegen, luidende:

Een apart raadsvoorstel op te stellen voor de herontwikkeling van het schoolgebouw tot bedrijfshuisvesting met een begrijpelijk investerings- en dekkingsvoorstel. Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Ik constateer dat er zich geen sprekers meer aandienen die nog iets willen zeggen over het voorstel. Dan gaan we er hartstikke snel doorheen. Ik kijk naar de wethouder die meteen kan antwoorden. Het woord is aan u. Wethouder Balster (PvdA). Voorzitter, dank u wel. Dit getuigt ook van veel steun voor het mooie voorstel gezondheidscentrum 100% sociaal. Het kan dus niet op. Uiteraard ga ik nog wel serieus in op het amendement van de heer Wijsmuller. Het geeft aan dat het gaat om een complexe financiële dekkingssystematiek maar wel een MVA-exploitatie die conform onze BBV-regels is en onze aangescherpte regels in 2019 door de Gemeentelijke Accountantsdienst. Dat is dan ook de reden dat we dit verbouwplan voor het deel van de school dat straks als een bedrijfsverzamelgebouw wordt ingericht, op deze manier organiseren. In de commissie hebben we er ook al even bij stilgestaan hoe dit technisch in elkaar zit. Het college ontraadt het amendement. Het zou namelijk leiden tot vertraging in de noodzakelijke ontwikkeling van het opkalefateren van deze oude school naar een mooi bedrijfsverzamelgebouw dat mee kan doen. Joris Wijsmuller (HSP).

Dit amendement vertraagt niet de nieuwbouw, de sociale woningbouw en de school maar vertraagt hooguit de renovatie. De wethouder suggereert dat dit in het BBV zit. Ik kan deze systematiek echter nergens terugvinden in de gemeentelijke financieringsverordening. Kan de wethouder dat dus nog even toelichten? Wethouder Balster (PvdA). Het raadsvoorstel is conform de BBV-regelgeving van de VNG uit 2016 en conform de recent aangescherpte regels van de Gemeentelijke Accountantsdienst in 2019. Het verbouwplan voor het te handhaven deel van de school is een investeringsproject en kan daarom ook niet in de grondexploitatie worden opgenomen en is om die reden ook als separate MVA-exploitatie opgenomen. Joris Wijsmuller (HSP). Maar de wethouder is het dus wel met mij eens dat het eruithalen van dit onderdeel geen vertragende werking heeft op de nieuwbouw, de sociale woningen en de school? Wethouder Balster (PvdA). Dat heeft het wel, want dan moet er een nieuw voorstel worden gemaakt, terwijl we nu gewoon handelen conform de geldende spelregels. We willen vaart maken met de ontwikkeling van dit project en die vertraging niet oplopen. Het is ook conform onze spelregels, zoals zojuist toegelicht. Joris Wijsmuller (HSP). Als je dit onderdeel uit het voorstel haalt, dan kan de rest toch gewoon door? Wethouder Balster (PvdA).

Ja, maar het college is voor de integrale ontwikkeling, inclusief de impuls die we aan het oude schoolgebouw willen geven voor het bedrijfsverzamelgebouw dat we daar willen vestigen en waar we ook in volle vaart mee verder willen gaan. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. Over het voorstel en het amendement wordt morgenavond gestemd.

88

-

Afronding debat commissie.

Aan de orde is: S.

Stikstof.

De beraadslaging wordt geopend. Robert Barker (PvdD). Voorzitter. De natuur en de woningbouw staan onder druk door een overmaat aan stikstof en we missen steeds concrete maatregelen. Een van de maatregelen die we kunnen nemen, is het uitbreiden van de milieuzone. Vandaar dat ik hierover met een motie kom met het verzoek aan het college om plannen te maken om de milieuzone per 2023 uit te breiden. Lesley Arp (SP). Laatst heeft GroenLinks hierover ook een motie ingediend, althans ik meen dat het een motie was, en toen hebben we tegengestemd als SP. Ik heb toen aangegeven dat ik in die motie niets las over eventuele compensatiemaatregelen, bijvoorbeeld voor ondernemers die hun wagenpark niet kunnen vergroenen. Zouden dat soort maatregelen wat de heer Barker betreft ook sowieso onderdeel moeten zijn van het plan dat hij vraagt aan het college? Robert Barker (PvdD). Waar het gaat om compensatiemaatregelen is dat iets wat in de uitwerking zou moeten worden bekeken. Ik weet dat er in het verleden een vergoeding is gegeven voor het inleveren van oldtimers en dat soort zaken. Ik kan mij voorstellen dat dit hierbij ook zou worden overwogen, maar eigenlijk verzoekt de motie gewoon om plannen te maken om de milieuzone uit te breiden en dan zou er ook naar dit soort aspecten moeten kunnen worden gekeken. Lesley Arp (SP).

Wat de SP betreft zijn dat soort randvoorwaarden wel echt fundamenteel bij onze afweging om zo'n voorstel wel of niet te steunen. Dus via de heer Barker hoop ik die vraag ook een beetje aan de wethouder te kunnen stellen. Ziet zij dat soort compensatiemaatregelen als onderdeel van het plan als deze motie wordt aangenomen? Robert Barker (PvdD). De motie vraagt het college om plannen te maken voor die uitbreiding, ook gegeven het positieve effect op de natuur van invoering van de milieuzone. Bij het plannen maken hoort ook zo'n type afweging, lijkt mij. Sebastian Kruis (PVV). Ik hoor de heer Barker nu toch iets anders voorstellen dan wat hij met veel bombarie in de media heeft aangekondigd. Klopt dat? Robert Barker (PvdD). Ik snap niet helemaal de vraag. Wat is het verschil? Ik ben heel benieuwd wat de heer Kruis bedoelt. De voorzitter. Dat gaat de heer Kruis u uitleggen, denk ik. Sebastian Kruis (PVV). Ik ga het proberen, voorzitter. Ik las namelijk dat de Partij voor de Dieren in het kader van het halen van de stikstofdoelstellingen meer natuurgebieden wil aanleggen. Robert Barker (PvdD). Ja, dat klopt helemaal. We hebben al heel vaak gevraagd om uitbreiding van de natuurgebieden. We hebben er ook specifieke moties over ingediend, bijvoorbeeld een over Meijendel. We hopen dat het college dat snel op gaat pakken.

In de brief van het college staat dat vijf mogelijkheden worden onderzocht. In de media heb ik inderdaad gezegd dat we snel met die vijf mogelijkheden aan de slag moeten, maar dat is iets wat ik al heel vaak in het debat heb gezegd. Ik wil het best voor de heer Kruis nog een keer herhalen dat we heel graag willen dat die natuurgebieden snel worden aangepakt en uitgebreid.

89

Sebastian Kruis (PVV). Dan ben ik verbaasd waar dit in de media werd aangekondigd als iets wat de Partij voor de Dieren zou gaan inbrengen. Dan het tweede punt. Het is natuurlijk raar dat als we nu al moeite hebben met het halen van die stikstofdoelstellingen, extra natuur zou bijdragen om dat te vergemakkelijken, want dat heeft natuurlijk ook weer heel veel gevolgen, zoals juridische implicaties voor Natura 2000-gebied. Robert Barker (PvdD). Rond stikstof is het probleem tweeërlei. Enerzijds is er het grote probleem dat niet alle woningen gerealiseerd kunnen worden en anderzijds is er het feit dat de natuur, zoals de duinnatuur, heel erg onder druk staat, wat natuurlijk ook de primaire reden is voor deze wetgeving. Daarvoor moet je maatregelen nemen om de stikstofuitstoot terug te brengen. De grootste maatregel daarvan is het uitbreiden van de milieuzone want dan heb je een heel groot effect op de stikstofuitstoot en versterk je de natuur. Maar je wilt ook de natuur op andere manieren versterken en dan helpt het om natuurgebieden te verbinden of uit te breiden, zodat de druk op een heel klein stukje natuur wat meer wordt verdeeld over ook andere delen van de natuur. Dat is waarom wij voorstellen om te kijken naar plekken waar we de natuur kunnen uitbreiden. Op die manier versterk je dus ook de natuur.

Dus het zijn twee maatregelen die we graag willen nemen om de natuur te versterken. De voorzitter. Door de heer Barker wordt de volgende motie (S.1 PvdD) ingediend:

Motie S.1 PvdD Milieuzone uitbreiden De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 10 februari 2022, ter bespreking van Stikstof. Constaterende, dat: • op 19 november 2020 de commissie Ruimte is toegezegd om voor de zomer 2021 te worden geïnformeerd over de stikstofaanpak; • dit pas in februari 2022 is gebeurd en het college constateert dat niet alle woningplannen door kunnen gaan; • er in de brief nog niet wordt ingezet op uitbreiding van de milieuzone; • het instellen van een milieuzone voor de hele stad een depositieverschil oplevert van 8 mol/ha/jaar in nabijgelegen Natura 2000 -gebieden; • dit gelijkstaat aan een verlaging van 5 keer de stikstofuitstoot van de hele gebruiksfase van alle woningbouwprojecten; • de uitbreiding van de milieuzone met het Segbroeklaan-tracé alleen al een reductie oplevert van max. 2,5 mol/ha/jaar in het Westduinpark. Overwegende, dat: • een milieuzone bijdraagt aan een verlaging van stikstofoxiden en derhalve aan de problemen rond stikstofdepositie in de natuur; • een milieuzone ook bijdraagt aan schonere lucht. Verzoekt het college: • plannen te maken om de milieuzone per 2023 uit te breiden. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Wethouder Van Tongeren (GroenLinks). Voorzitter.

Wij opereren als een team; wethouder Mulder en ik hebben ons de afgelopen tijd beziggehouden met dit bijzonder ingewikkelde dossier. Wat betreft de motie van de Partij voor de Dieren het volgende. De kadernota Duurzaamheid is hier aangenomen, evenals de beleidsnota Schoon vervoer, waarvan de doestelling is om schone lucht, minder lawaai, 90

minder CO2 en minder stikstofuitstoot te realiseren. Daarom heeft dit college al vier milieuzones vastgesteld, voor dieselvrachtauto's, voor brom- en snorfietsen, voor dieselpersonen- en bestelbussen per 1 januari 2021 en uitbreiding voor dieselautobussen per 1 januari 2022. Dus dat gaat in de richting van wat de heer Barker vraagt, namelijk of milieuzones helpen om onder andere de stikstofuitstoot te verlagen. We zitten aan het eind van deze collegeperiode. Er ligt onder andere een aangenomen VVDmotie die vraagt om in kaart te brengen wat er in deze periode nog mogelijk zou zijn, opdat dat op tafel ligt voor de volgende groep onderhandelende partijen. Die motie van de VVD is het college al aan het uitvoeren. Dus als we de motie van de Partij voor de Dieren zo kunnen zien dat deze vraagt om te kijken welke plannen er op tafel liggen met het oog op de volgende coalitie, ook waar het gaat om het effect van milieuzones, ook voor ondernemers, en om wat de compensatie zou moeten zijn en in welk tempo het zou moeten, dan is dat zeker mogelijk. Wethouder Mulder en ik hebben elkaar zo-even aangekeken ten aanzien van deze motie en kwamen tot de conclusie: oordeel raad. De voorzitter. Bent u het daarmee eens, meneer Mulder? Dan gaan we eens even kijken hoe dat team functioneert. Wethouder Mulder (VVD). In de brief over stikstof staat dat we op dit moment aan het evalueren zijn.

Het is dan ook goed om die evaluatie even af te wachten en op basis daarvan te kijken wat we gaan doen. In het collegeakkoord staat ook waar we het gaan doen en dat betekent, aangezien er binnenkort verkiezingen zijn: de rest nog niet. In ieder geval kunnen we op basis van de evaluatie weer verder kijken. Zeg ik het zo goed? Wethouder Van Tongeren (GroenLinks). Keurig. Wethouder Mulder (VVD). Eens kijken of ze daar weer iets tussen weten te drijven. De voorzitter. We gaan het zien. Meneer Barker. Robert Barker (PvdD). Ik ben heel blij dat beide wethouders over deze motie zeggen: oordeel raad. De voorzitter. Helder. De beraadslaging wordt gesloten.

Aan de orde is: T. Beantwoording (vervolg) schriftelijke vragen inzake Aanleg padelbanen: welke (on)mogelijkheden bieden bestemmingsplannen? (RIS310354). De beraadslaging wordt geopend. Nino Davituliani (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Voorzitter. We hebben een motie met als titel 'Pas op de plaats met aanleg nieuwe padelbanen nabij woningen', met als dictum: verzoekt het college aanvragen voor de aanleg van outdoorpadelbanen voorafgaand aan de vergunningverstrekking verplicht te toetsen aan de richtlijnen van de NSG, pas op de plaats te maken met nieuwe aanvragen en lopende procedures totdat het bovenstaande op gemeentelijk niveau is vastgesteld. De voorzitter. Door mevrouw Davituliani wordt de volgende motie (T.1 HvDH/GdM) ingediend:

91

Motie T.1 HvDH/GdM Pas op de plaats met aanleg nieuwe padelbanen nabij woningen De gemeenteraad van Den Haag in vergadering bijeen op 9 februari 2022 ter bespreking van agendapunt AA Beantwoording (vervolg) schriftelijke vragen inzake Aanleg padelbanen: welke (on)mogelijkheden bieden bestemmingsplannen? Constaterende dat: • het wettelijke toetsingskader voor het verstrekken van een omgevingsvergunning voor de aanleg van outdoor padelbanen niet toereikend blijkt te zijn voor deze relatief nieuwe sport in Nederland; • daardoor de belangen van omwonenden onvoldoende worden meegewogen bij het verstrekken van vergunningen voor padelbanen in de buurt van woningen; • de Nederlandse Stichting Geluidshinder (NSG) het probleem van geluidshinder door padelbanen in woonwijken onderkent en daarom recent nieuwe landelijke richtlijnen heeft ontwikkeld en deze heeft gedeeld met de VNG en Omgevingsdiensten; • bewoners op meer dan 50 locaties in Nederland, waaronder vier in Den Haag, de petitie voor landelijk beleid voor padelbanen in de buurt van woningen steunen. Overwegende dat: • voor het treffen van maatregelen tegen ontstane geluidshindersituaties en het voorkomen van nieuwe overlastsituaties landelijk beleid noodzakelijk is.

Van mening dat: • bij een dergelijke ingrijpende ruimtelijke ontwikkeling de belangen van omwonenden serieus meegewogen dienen te worden; • er niet gewacht kan worden totdat er op landelijk niveau beleid voor outdoor padelbanen is vastgesteld. Verzoekt het college: • aanvragen voor de aanleg van outdoor padelbanen voorafgaand aan de vergunningsverstrekking verplicht te toetsen aan de richtlijnen van de NSG; • pas op de plaats te maken met nieuwe aanvragen en lopende procedures totdat het bovenstaande op gemeentelijk niveau is vastgesteld. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Cees Pluimgraaff (CDA). Voorzitter. We hebben de insprekers over dit agendapunt vanmorgen gehoord. De collega van Hart voor Den Haag refereert er al aan dat het met name de buitenbanen zijn die ongelofelijk veel overlast veroorzaken. Het CDA heeft de motie 'Geluidspredictieonderzoek bij de aanleg van padelbanen', met als dictum: roept het college op om een geluidspredictieonderzoek onderdeel te laten uitmaken van de procedure voor een vergunningaanvraag voor de aanleg van padelbanen. Sebastian Kruis (PVV). Is dat onderzoek sowieso al geen onderdeel van de vergunningaanvraag? Cees Pluimgraaff (CDA). Dat schijnt op het ogenblik niet het geval te zijn.

Wanneer je al een sportvoorziening hebt en er nog geen padel is, blijk je toch gewoon door te kunnen gaan met je exploitatie en wij verzoeken om dat nu toch op te nemen in een vergunningaanvraag.

92

Sebastian Kruis (PVV). Maar dan heb je toch al de vergunning voor de sportaccommodatie? Dus dan zou je een nieuwe vergunning moeten aanvragen? Dan moet je dus blijkbaar een separate vergunning aanvragen voor een plek waarvoor al een sportvergunning is afgegeven? Cees Pluimgraaff (CDA). Zo diep zit ik nou ook weer niet in de materie. Mij gaat het om het volgende. Padel steekt nu de kop op en voegt misschien ook iets toe aan de bestaande exploitatie. Daarom zegt het CDA: doe een geluidsonderzoek voordat je dat toestaat. Meer kan ik er niet van maken en minder ook niet. De voorzitter. Door de heer Pluimgraaff wordt de volgende motie (T.2 CDA) ingediend:

Motie T.2 CDA Geluidspredictieonderzoek bij de aanleg van padelbanen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 9 februari 2022, ter bespreking van de Beantwoording (vervolg) schriftelijke vragen inzake Aanleg padelbanen: welke (on)mogelijkheden bieden bestemmingsplannen? Constaterende, dat: • er diverse zorgen leven bij omwonenden van padelbanen over geluidsoverlast door padelbanen; • ook verkeer en de natuur hinder kunnen ondervinden van padelbanen. • er richtlijnen zijn van de Nederlandse Stichting Geluidshinder (NSG) over geluidsoverlast door padelbanen. Overwegende, dat: • padel een leuke, actieve en toegankelijke sport is die ook in Den Haag oprukt; • Den Haag terecht inzet op het stimuleren van sport en beweging, en sportverenigingen een cruciaal onderdeel uitmaken van de Haagse samenleving. Roept het college op: • een geluidspredictieonderzoek onderdeel te laten uitmaken van de procedure voor een vergunningsaanvraag voor de aanleg van padelbanen. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Anno Fekkes (D66). Voorzitter. Ik wil eigenlijk geen motie indienen maar wil de wethouder nog wel attenderen op het feit dat ik in de commissie vragen heb gesteld omtrent een vergunning voor de padelbanen in Klein Zwitserland. De voorzitter.

Meneer Fekkes, ik ga u onderbreken, waarvoor excuses, maar dit is afronding debat en daarin is het louter toegestaan om een motie in te dienen. Alles wat u nog zou willen toevoegen aan de wethouder, mag u eventueel in de wandelgangen doen of bij een kopje koffie. Anno Fekkes (D66). Oké, dat gaan we doen. Ik dacht: dat is een mooi moment om de wethouder te herinneren aan een toezegging die hij heeft gedaan. De voorzitter. Daar houden we een toezeggingenlijst voor bij. Dus als het goed is, staat die toezegging op die lijst. Ik zie de wethouder ook instemmend knikken en volgens mij weet hij precies waar u het over heeft. Mijn excuses dat ik zo streng moet zijn, maar anders is de beer los met zo veel agendapunten bij het onderdeel afronding debat. Het woord is aan wethouder Mulder. 93

Wethouder Mulder (VVD). Wat de heer Fekkes niet mocht zeggen maar wat hij volgens mij bedoelde, is dat ik een brief heb toegezegd over Klein Zwitserland. Dat is een toezegging en die brief komt er dus ook. Dan ga ik naar de moties. In de motie van Hart voor Den Haag/Groep de Mos wordt gevraagd om te toetsen aan de richtlijnen van de Nationale Stichting Geluidshinder. Ik moet zeggen dat het helaas niet mogelijk is om de richtlijnen van de NSG als toetsingsgrond te hanteren voor gewone aanvragen van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. Als we hiervoor toch een vergunning zouden weigeren, sneuvelt zo'n besluit onmiddellijk in bezwaar en beroep en zijn we ook aansprakelijk voor eventueel ontstane schade, bijvoorbeeld door vertraging. Derhalve moet ik deze motie ontraden. Nino Davituliani (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Dat is wel heel erg kort door de bocht, lijkt me. Ik begrijp uit de woorden van de wethouder dat hij zich niet wil committeren aan die afstand van 200 tot 250 meter in de woonwijken? Wethouder Mulder (VVD). Wij kunnen niet de richtlijnen van de NSG als toetsingsgrond hanteren voor aanvragen omdat dat geen stand zou houden als mensen in bezwaar en beroep gaan. Dus daarom moet ik deze motie ontraden. Nino Davituliani (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Dit is een heel zwak argument. De NSG zegt niet: handhaaf strikt die 200 tot 250 meter.

De NSG zegt wel: dit is de richtlijn en als je ervan afwijkt moet je ervoor zorgen dat er een degelijk onderzoek wordt uitgevoerd en dat goed wordt onderbouwd waarom ervan afgeweken wordt. Dit lijkt mij voldoende om hier een kader en een helder beleid voor te maken, zodat u niet voor conflicten met uw eigen inwoners komt te staan. Wethouder Mulder (VVD). Ik begrijp heel goed wat u bedoelt, maar we kunnen dat niet doen omdat het niet standhoudt bij de rechter. We doen natuurlijk wel een aantal andere dingen, wat mij meteen brengt bij de motie van de heer Pluimgraaff. De voorzitter. Nog een keer, mevrouw Davituliani, derde keer en laatste maal. Nino Davituliani (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Ik hoop dat de wethouder begrijpt dat ik genoeg aanleiding heb om dit niet zomaar even aan te nemen. Dan wil ik aan de wethouder vragen om een werkbespreking met een gemeentejurist hierover te organiseren. Wethouder Mulder (VVD). Dat is een andere vraag. Natuurlijk is het zo dat als de raad vraagt om ambtelijke ondersteuning, in dit geval van een jurist van de gemeente, ik daar welwillend op zal ingaan, teneinde nog eens precies door de regelgeving te lopen om na te gaan wat er wel en niet kan. Oké, dan gaan we na of dat kan en dat ga ik natuurlijk welwillend bekijken om de raad te bedienen.

In zijn motie vraagt de heer Pluimgraaff om een geluidsonderzoek onderdeel te laten uitmaken van de procedure. Dat is wat we al doen. Waar dat volgens de wet- en regelgeving mogelijk is, verlangen we al een akoestisch onderzoek, een geluidsonderzoek. Als de aanvraag voldoet aan het bestemmingsplan en de andere verplicht toegepaste regelingen, kunnen we die vergunning niet weigeren. Wel moet vervolgens een milieumelding worden gedaan bij de Omgevingsdienst Haaglanden voordat de padelactiviteiten kunnen beginnen. Bij een milieumelding voor oprichting of wijziging van een complex met padelbanen in de nabijheid van woningen zal de Omgevingsdienst Haaglanden een akoestisch rapport verlangen waaruit blijkt op welke wijze aan de geluidsnormen wordt voldaan. Als de aanvraag niet voldoet aan het bestemmingsplan of als het gemeentelijke grond betreft die moet worden verhuurd, kan de gemeente voorwaarden stellen en zo nodig weigeren. In de gevallen waarin niet wordt voldaan aan het bestemmingsplan of wanneer het gemeentelijke grond betreft, vragen wij om een akoestisch onderzoek waaruit moet blijken of we kunnen meewerken aan het plan of niet. We kunnen daarmee de motie van de heer Pluimgraaff omarmen.

94

Nino Davituliani (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Goed dat de wethouder in ieder geval de motie van het CDA omarmt. Maar waarom is dat akoestisch onderzoek dan niet voor de casus in Benoordenhout gevraagd? Wethouder Mulder (VVD). Als er sprake van padel is, moet er een milieumelding worden gedaan en gaat de Omgevingsdienst Haaglanden kijken of dat in de nabijheid is van woningen en als dat zo is, gaan ze een akoestisch rapport vragen. Dus als het in de nabijheid is van woningen, dan wordt dat gevraagd door de Omgevingsdienst Haaglanden. Nino Davituliani (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Ik heb informatie vanuit de bewoners dat zij er zelf om hebben moeten vragen. Kan de wethouder verklaren waarom dat zo was? Wethouder Mulder (VVD). Dan moet ik specifiek ingaan op die casus. Ik heb nu niet paraat hoe die casus precies in elkaar zit. Ik heb de heer Fekkes al een brief toegezegd over Klein Zwitserland. Het lijkt mij wijs dat ik dan ook even inga op deze casus. U heeft het over de Van Hogenhoucklaan? Nino Davituliani (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Er zijn in Den Haag twee locaties waar outdoorpadelbanen veel problemen opleveren, namelijk Benoordenhout en de Vogelwijk. Dan lijkt het mij meer dan logisch dat u van de hoed en de rand weet als wethouder. Wethouder Mulder (VVD). Dank daarvoor. De locatie Van Hogenhoucklaan is inderdaad Benoordenhout.

Het is niet zo dat de wethouder hier precies weet in welk gebied wat speelt, maar hij zorgt er wel voor dat hij tijdig op de hoogte is als dat speelt. Ik stel voor dat ik de vraag meeneem in de brief die ik heb toegezegd aan de heer Fekkes over Klein Zwitserland en dat ik daarin dus ook even inga op de situatie bij de Van Hogenhoucklaan, hoe dat akoestisch rapport tot stand is gekomen en wie daarom heeft gevraagd. Ik merk dat een aantal raadsleden hier veel aandacht voor vragen. Dan lijkt het mij ook goed om een werkbespreking te houden over hoe het juridisch precies in elkaar zit en over wat er wel en niet kan. Dan kunt u daar weer verder over spreken, want ik proef wel dat die behoefte hier is. De voorzitter. Die toezegging wordt dan ook meegenomen. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. De stemming over de moties vindt morgenavond plaats.

Aan de orde is: U. Brief van de wethouder Zorg, Jeugd en Volksgezondheid inzake Halfjaarrapportage 2021 Jeugd en Wmo (RIS310623). De beraadslaging wordt geopend. Nino Davituliani (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Voorzitter. Wij hebben de motie 'Thuiszitters beter in beeld', met als dictum: verzoekt het college de thuiszittersproblematiek in de gemeente Den Haag in kaart te brengen en te categoriseren naar redenen van thuiszitten en ondersteuningsvraag, hierbij uitdrukkelijk een beroep te doen op ouderverenigingen en belangenorganisaties en de raad over de uitkomsten te rapporteren. De voorzitter. Door mevrouw Davituliani wordt de volgende motie (U.1 HvDH/GdM) ingediend:

95

Motie U.1 HvDH/GdM thuiszitters beter in beeld De gemeenteraad van Den Haag in vergadering bijeen op 9 februari 2022 ter bespreking van agendapunt AB Brief van de wethouder Zorg, Jeugd en Volksgezondheid inzake Halfjaarrapportage 2021 Jeugd en Wmo. Constaterende dat: • Nederland minstens 15.000 tot 20.000 thuiszitters kent, kinderen tot achttien jaar die ‘thuis zitten’; • de officiële cijfers van OCW op nog minder dan een derde ervan steken; • gemeente Den Haag de nauwe definitie van het ministerie van OCW hanteert; • verzuimprotocol van de gemeente Den Haag zeer gedateerd is. Overwegende dat: • de werkelijke cijfers door ouderverenigingen/-belangengroepen in kaart is gebracht; • leerlingen die thuiszitten met een (mogelijk onterechte) vrijstelling van leerplicht ook kinderen en jongeren zijn die buiten het systeem vallen en geen onderwijs krijgen; • er daarnaast nog ‘verborgen thuiszitters’ zijn die niet gemeld zijn bij de leerplicht en buiten de radar blijven. Van mening dat: • ieder thuiszittend kind mee moet tellen in thuiszitters-aantallen; • deze kinderen een passend aanbod van onderwijs en zorg dienen te krijgen.

Verzoekt het college: • thuiszittersproblematiek in de gemeente Den Haag in kaart te brengen en te categoriseren naar redenen van thuiszitten en ondersteuningsvraag; • hierbij uitdrukkelijk een beroep te doen op ouderverenigingen en belangenorganisaties en de raad over de uitkomsten te rapporteren. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Lesley Arp (SP). Voorzitter. De SP heeft een motie met als titel 'Koffietijd tegen eenzaamheid', en die verzoekt het college te onderzoeken hoe bij elke indicatie voor huishoudelijke zorg ook een kwartier koffietijd ingeroosterd kan worden, te onderzoeken wat hier de kosten van zouden zijn, hoe het ingepast kan worden binnen de Wmo en of hier budget vanuit de eenzaamheidsmiddelen voor beschikbaar gesteld zou kunnen worden. Deze motie wordt mede ingediend door de heer Hoijnck van Papendrecht van de Groep Hoijnck van Papendrecht, de heer Smit van de Partij voor de Dieren en mevrouw Klokkenburg van de ChristenUnie/SGP. De voorzitter. Door mevrouw Arp, daartoe gesteund door de heer Hoijnck van Papendrecht en de heer Smit, wordt de volgende motie (U.3 SP) ingediend:

Motie U.3 SP Koffietijd tegen eenzaamheid De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 9 februari 2022, ter bespreking van Brief van de wethouder Zorg, Jeugd en Volksgezondheid inzake Halfjaarrapportage 2021 Jeugd en Wmo.

96

Constaterende, dat: • ruim 200.000 volwassen Hagenaars zich voor corona eenzaam voelden; • de eenzaamheid onder Haagse ouderen door corona nog verder is gestegen; • huishoudelijke zorg medewerkers - die voor sommige ouderen de enige zijn die meermaals per week over de vloer komen - ondertussen alleen nog maar om het hoogst noodzakelijke in huis kunnen doen; • er hierdoor geen tijd meer is voor een praatje, voor het menselijk contact. Overwegende, dat: • het college met haar actieplan en campagne 'Met z'n allen niet alleen’ de eenzaamheid probeert te bestrijden; • de huishoudelijke zorg te kampen heeft met grote tekorten, onder andere door corona maar ook door de hoge werkdruk; • huishoudelijke zorg medewerkers voor hun beroep hebben gekozen voor het menselijk contact, om te zorgen. Verzoekt het college: • te onderzoeken hoe bij elke indicatie voor huishoudelijke zorg ook een kwartier ‘koffietijd’ ingeroosterd kan worden; • te onderzoeken wat hier de kosten van zouden zijn, hoe het ingepast kan worden binnen de Wet Maatschappelijke Ondersteuning en of hier budget vanuit de eenzaamheidsmiddelen voor beschikbaar gesteld zou kunnen worden. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Erlijn Wenink (GroenLinks). Voorzitter.

Ik doen een motie in met als titel 'Minder keukentafelgesprekken', met als dictum: verzoekt het college te onderzoeken of het mogelijk is om vaker dan nu het geval is een Wmo-indicatie voor 5 jaar af te geven aan mensen bij wie de hulpvraag door hun gezondheidssituatie helaas nu eenmaal niet zal dalen of verdwijnen, zodat zij niet jaarlijks opnieuw in een keukentafelgesprek moeten 'bewijzen' dat zij nog steeds een indicatie nodig hebben. De motie is meeondertekend door de SP en de PvdA. De voorzitter. Door mevrouw Wenink, daartoe gesteund door mevrouw Arp en mevrouw Holman, wordt de volgende motie (U.4 GL) ingediend:

Motie U.4 GL Minder keukentafelgesprekken De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 10 februari 2022, ter bespreking van de Brief van de wethouder Zorg, Jeugd en Volksgezondheid inzake Halfjaarrapportage 2021 Jeugd en WMO. Overwegende, dat: • in de gemeente Den Haag een WMO indicatie meestal voor 1 jaar en een enkele keer voor 5 jaar wordt afgegeven. Constaterende, dat: • de gezondheidssituatie van veel mensen (bijv door ouderdom en/of een chronische aandoening) niet zal verbeteren en de zorgvraag derhalve niet zal dalen of verdwijnen; • deze groep desondanks toch vaak een WMO indicatie van 1 jaar krijgt en een jaarlijkse uitnodiging voor een verplicht keukentafelgesprek voor herindicatie;

97

•

deze jaarlijkse keukentafelgesprekken voor onzekerheid en stress zorgen en veel mensen deze gesprekken als belastend of zelfs denigrerend ervaren omdat ze het gevoel hebben te moeten ‘bewijzen’ wat zij nog steeds niet zelf kunnen.

Van oordeel, dat: • zorg een recht is en de cliënt centraal moet staan. Verzoekt het college: • te onderzoeken of het mogelijk is om vaker dan nu het geval is een WMO indicatie voor 5 jaar af te geven aan mensen bij wie de hulpvraag door hun gezondheidssituatie helaas nu eenmaal niet zal dalen of verdwijnen, zodat zij niet jaarlijks opnieuw in een keukentafelgesprek moeten ‘bewijzen’ dat zij een nog steeds een indicatie nodig hebben. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Janneke Holman (PvdA). Voorzitter. Ieder kind moet natuurlijk gelijke toegang hebben tot dyslexiezorg en dat zou niet af mogen hangen van mondigheid, het opleidingsniveau of de achtergrond van de ouders, wat helaas wel het geval is zoals blijkt uit signalen die ik krijg uit de stad en wat ook ondersteund wordt door onderzoek van de onderwijsinspectie. Daarom een motie met als dictum: verzoekt het college preciezer in kaart te brengen welke kinderen in Den Haag nu een dyslexieverklaring krijgen en wat hierbij het opleidingsniveau en de achtergrond van de ouders is en aan de hand hiervan acties op touw te zetten vanuit onderwijs en jeugdhulp, om de gelijke toegang tot dyslexiezorg te waarborgen. Deze motie wordt mede ingediend door Erlijn Wenink van GroenLinks en Anno Fekkes van D66. De voorzitter.

Door mevrouw Holman wordt de volgende motie (U.2 PvdA) ingediend:

Motie U.2 PvdA Eerlijke toegang voor kinderen tot hulp bij dyslexie De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 10 februari 2022, ter bespreking de afronding commissiedebat Brief van de wethouder Zorg, Jeugd en Volksgezondheid inzake Halfjaarrapportage 2021 Jeugd en Wmo; Constaterende, dat: • dyslexiezorg onder de jeugdhulp valt; Overwegende, dat: • er verschillende signalen uit de stad zijn van leraren en ouders dat dyslexie (en daarmee de toegang tot dyslexiezorg) vaak niet of te laat herkend wordt bij kinderen met een taalachterstand, en dat kinderen van ouders met een lager opleidingsniveau en/of een nietwesterse migratieachtergrond minder vaak een dyslexieverklaring krijgen. • dit ondersteund wordt door onderzoek van o.a. de Onderwijsinspectie uit 2019. Daaruit blijkt dat meer dan 90% van de kinderen met een dyslexieverklaring middelbaar of hoogopgeleide ouders heeft, en dat kinderen van ouders met een niet-westerse migratieachtergrond zwaar ondervertegenwoordigd zijn binnen de groep met dyslexieverklaringen. Voorts overwegende, dat; • ieder kind gelijke toegang moet hebben tot dyslexiezorg om gelijke kansen in het onderwijs te vergroten, en dit niet zou mogen afhangen van de mondigheid, het opleidingsniveau of achtergrond van de ouders.

98

Verzoekt het college: • preciezer in kaart te brengen welke kinderen in Den Haag nu een dyslexieverklaring krijgen, en wat hierbij het opleidingsniveau en de achtergrond is van de ouders is; • aan de hand hiervan acties op touw te zetten vanuit onderwijs en jeugdhulp, om de gelijke toegang tot dyslexiezorg te waarborgen. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Wethouder Parbhudayal (VVD). Voorzitter. Dank voor de moties. Ik begin met de motie van mevrouw Davituliani. In feite valt deze motie voor een deel binnen de portefeuille van wethouder Bredemeijer van Onderwijs. Vorige week in de commissie Samenleving hebben we over dit onderwerp al een debat gehad. Daarin heb ik gezegd dat we hier inderdaad naar moeten kijken. Naar ik heb begrepen, heeft wethouder Bredemeijer nog een aantal dingen toegezegd waar het gaat om een commissiebrief over thuiszitters. Uiteraard moeten we de cijfers goed in kaart brengen. Dit onderwerp heeft de volle aandacht. Ik adviseer om de motie aan te houden en zodra de brief van de wethouder Onderwijs er ligt, kunnen we het dan met elkaar hebben over de problematiek van de thuiszitters en wat daarvoor extra nodig is. De punten die worden genoemd in de motie worden al opgepakt.

Dus de motie is deels overbodig maar ik zou nu willen zeggen: houd de motie aan en wacht even op de commissiebrief van de wethouder Onderwijs en dan kunnen we het er vervolgens met elkaar over hebben. Nino Davituliani (Hart voor Den Haag/Groep de Mos). Ik wacht al heel lang op die brief van de wethouder Onderwijs, maar als gesteld wordt dat die nu onderweg is, wacht ik nog even en houd ik de motie aan. De voorzitter. Aangezien motie U.1 HvDH/GdM is aangehouden, maakt ze geen onderdeel meer uit van de beraadslaging. Wethouder Parbhudayal (VVD). Dank aan mevrouw Davituliani voor het geduld en voor het aanhouden van de motie. Dan kom ik op de motie van de SP over koffietijd tegen eenzaamheid. Vorige week hebben we onder andere met de heer Hoefsloot het debat gehad over meer aandacht voor mensen die langer zelfstandig thuis wil wonen maar die om welke reden dan ook vereenzamen. Toen kwam ook de vraag ter sprake hoe dat we voor de komende tijd op de agenda kunnen zetten. Huishoudelijke hulp verloopt via contracten en is bedoeld om het huis schoon en leefbaar te houden. In het kader van de Wmo zijn daarvoor allerlei afspraken. Wij doen al dingen waar het gaat om het punt van eenzaamheid. Niet thuis maar op allerlei plekken, zoals ontmoetingsplekken en dagbesteding. Dat koffiedrinken is een middel om mensen aandacht te geven.

Wij zien dat dit in het contract niet verplicht is gesteld maar ook niet verboden is. Ik heb de vorige week ook gezegd dat ik heel graag met de zorgaanbieders in gesprek wil gaan over meer aandacht voor mensen. Belangrijk is het vertrouwde gezicht van de huiszorgmedewerker waar het gaat om huishoudelijke hulp. Sommigen komen om de week, sommige anderen twee keer in de week en weer sommige anderen komen zelfs elke dag langs. Dus mensen hebben vaak behoefte om met dat vertrouwde gezicht iets leuks te doen, of dat nou een ommetje maken is of koffiedrinken. Daarover wil ik dan ook verder met het veld in gesprek. In ieder geval moet ik de motie in de huidige vorm ontraden want daarin wordt mij gevraagd om alle kosten in beeld te brengen en Wmo-budgetten daarvoor aan te spreken, terwijl die overal al helemaal volledig belegd zijn. Wel zeg ik mevrouw Arp toe dat ik in gesprek ga met het veld, met de zorgaanbieders om te inventariseren wat zij horen en wat wij samen hieraan kunnen doen en er tegelijkertijd voor te zorgen dat het beheersbaar en betaalbaar blijft. Want om huishoudelijkehulpmedewerkers nu op te zadelen met kwartiertjes koffiedrinken en ommetjes te maken, moeten we ook niet willen. Lesley Arp (SP). Ik sloeg een beetje aan op wat de wethouder eerder zei, namelijk: het is niet verboden maar het mag wel. Maar volgens mij is de kern van het probleem dat de indicaties 99

momenteel heel erg krap zijn. Ik wil er toch echt op wijzen dat iemand die in de huishoudelijke zorg werkt, geen poetshulp is. Die mensen doen dat juist vanwege het persoonlijke contact; ze willen heel graag zorgen, maar komen daar nu niet aan toe, want ze moeten van hot naar her rennen. Dus ik denk dat de interpretatie van de wethouder misschien wel juist niet is wat we willen als SP, omdat we dan de situatie krijgen dat de huishoudelijkehulpmedewerkers binnen de huidige uren ook nog even die activiteiten er in moeten proppen, terwijl wij vinden dat dit een onderdeel van de zorg is waarvoor de indicaties ook moeten worden uitgebreid. Dus ik ben benieuwd hoe de wethouder daar tegenaan kijkt. Wethouder Parbhudayal (VVD). Ik vermoed dat mevrouw Arp en ik daarover van mening verschillen. Zoals we in Den Haag ook in de contracten hebben gedefinieerd, is huishoudelijke hulp bedoeld voor het schoon en leefbaar houden en organiseren van het huishouden van mensen. U weet dat daarvan drie smaken zijn. Als mensen veel hulp nodig hebben, krijgen ze die ook, maar het betreft wel huishoudelijke hulp. We hebben het nu over koffiedrinken, dus extra aandacht. Mensen vragen daar ook om. Die signalen vang ik ook op als ik in gesprek ben met ze. Ik hoor het ook van de aanbieders van huishoudelijke hulp.

Daarom heb ik aangegeven dat ik hierover best wel in gesprek wil met het veld, maar tegelijkertijd wil ik hier in deze raad geen valse verwachtingen wekken aan bijna het einde van deze collegeperiode. Dus ik moet de motie ontraden, want dit is iets wat je heel zorgvuldig moet doen. Nogmaals, in het contract is koffiedrinken niet verplicht gesteld en ook niet verboden. En die ruimte moeten we opzoeken met elkaar. Die hand steek ik uit naar u om die taak op te pakken. Lesley Arp (SP). Het is mij duidelijk dat de wethouder de motie ontraadt, voor mijn gevoel vooral omdat ze bang is voor extra kosten. Ik ben dan toch wel benieuwd wat de wethouder Zorg er dan van vindt dat er mensen in de huishoudelijke zorg gaan werken, niet omdat ze interesse hebben om een poetshulp of schoonmaker te worden, maar om iets met mensen te doen en dat ze er eigenlijk niet aan toekomen om gewoon met de cliënt een gesprekje te voeren, omdat ze alleen maar aan het poetsen zijn. Wat vindt de wethouder Zorg daarvan? Wethouder Parbhudayal (VVD). Zonder weer in herhaling te vervallen, er zijn genoeg mensen in de thuiszorg, in de huishoudelijke hulp die wel koffiedrinken met hun cliënten, als ze binnenkomen of als ze weggaan. Die geluiden hebben we ook. Daarom ga ik het gesprek aan met de zorgaanbieders om te kijken hoe we die grenzen kunnen opzoeken binnen de afspraken die we met elkaar gemaakt hebben.

Lesley Arp (SP). Dus daar maak ik uit op dat de wethouder het gesprek erover aangaat dat de medewerkers binnen de huidige indicaties die naar de mening van de SP echt al veel te krap zijn, deze taken er ook bij gaan doen. Ik zou dan echt de partijen willen oproepen om voor deze motie te stemmen met daarin ook het onderzoek om iets aan die indicaties te doen en daar geld bij te leggen, en om dus niet uit te gaan van alleen de interpretatie van de wethouder omdat we daarmee juist alleen maar verder van huis zijn. Wethouder Parbhudayal (VVD). Ik ga verder met de motie van GroenLinks die vraagt om minder keukentafelgesprekken. Dit is een hele relevante. Ook wij willen niet mensen onnodig belasten met allerlei gesprekken terwijl de Wmo vaak ook ziet op mensen die levenslange beperkingen hebben en die langdurig onthand zijn. Dus hier hebben we zeker goede afspraken over. Deze motie die vraagt om een overzicht kan ik omarmen. Ik wil dit zeker de komende periode in beeld brengen en categoriseren. Erlijn Wenink (GroenLinks). De motie vraagt niet zozeer om een overzicht maar vraagt om het ruimhartiger te doen dan nu het geval is, dus om een verandering. Wethouder Parbhudayal (VVD). Dat klopt. De motie vraagt daar inderdaad om. Dan nog moeten we wel kritisch blijven. Mensen krijgen om welke reden dan ook een Wmo-indicatie.

Zo'n keukentafelgesprek is soms ook handig of verstandig om te kijken of de zorg niet opgeschaald moet worden als mensen achteruitgaan. Als je als gemeente of als Wmo-team niet langsgaat om goed te kijken wat het probleem is, kun je mensen ook niet helpen. De juiste zorg op het juiste moment is ook van belang. Wat ik wel wil doen, is u meenemen in hoe we indiceren en hoe de termijnen lopen, zodat 100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11321675/5