CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS311788 Bijlage Staat van de Stad 2022

Commissie Bestuur 29 juni 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Programmarekening 2022, voorstel van het college inzake Resultaatbestemming 2022 gemeente Den Haag en raadsmededeling Voorjaarsnota 2023 en 4-maandrapportage27.691 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Aandeel woning 'transitieklaar', Den Haag

Figuur 2.6: aandeel woning 'transitieklaar', Den Haag, 2018-2021 Bron: Gemeente Den Haag

Energielabels woningvoorraad Jaar

Kwartaal

Jaar en kwartaal

Aantal energielabels

A

B

C

D

E

F

G

Onbekend

2018

Q1

2018 Q1

256694

29347

29680

42444

25684

29258

28504

69977

1800

2019

Q1

2019 Q1

259264

33006

30198

43646

27167

28534

30620

65704

389

2020

Q1

2020 Q1

262524

39225

35670

43134

25089

33140

23177

62362

727

2020

Q2

2020 Q2

262524

39972

35963

43081

25347

33090

23074

61398

599

2020

Q3

2020 Q3

262524

40701

36263

43254

25769

33279

22875

60018

365

2020

Q4

2020 Q4

262524

42312

35769

43391

26409

33020

22586

58651

386

2021

Q1

2021 Q1

265987

48441

36633

43546

28053

32785

22280

54153

96

2021

Q2

2021 Q2

265987

48841

36542

43998

28525

32684

22215

53092

90

2021

Q3

2021 Q3

265987

50166

36204

44032

28213

32559

22125

52602

86

2021

Q4

2021 Q4

265987

50907

36399

43915

27842

32437

21725

52682

80

Figuur 2.7: energielabels woningvoorraad, 2018-2021 Bron: RVO/Den Haag in Cijfers, bewerking door DSO SEPO

Wonen

35

Vooral de wijken in het Laakkwartier, Rustenburg – Oostbroek en Zuidwest hebben relatief veel woningen met labels E, F en G. In Zuidwest betreft het bijna 9.000 corporatiewoningen en 4.000 particuliere woningen. In de particuliere wijken Laakkwartier en Rustenburg Oostbroek staan 14.500 woningen met een slecht label, de meeste woningen daarvan hebben een G label, ca 7.000 woningen in het Laakkwartier en ca. 5.200 woningen in Rustenburg Oostbroek.

Energielabel per 1 oktober 2020 - Wijken

Figuur 2.8: Energielabel per 1 oktober 2020 - Wijken Bron: Den Haag in Cijfers

Bij het energieverbruik in woningen, wat iets zegt over de energetische staat van de woningen, is te zien dat er een verschil is tussen gasverbruik per woning of gasverbruik per m2 woonoppervlakte. Den Haag heeft relatief veel kleinere woningen dan andere gemeente, vandaar dat het totaal verbruik kleiner is. Het verbruik per m2 geeft een betere indicatie van de mate waarin de woningen voldoende geïsoleerd zijn. Per woning is te zien dat in 2019 het verbruik wat lager was, maar wel hoger is dan dat van de andere G4 gemeenten. Als kant­ tekening daarbij geldt dat in steden als Utrecht er meer woningen aangesloten zijn op stadsverwarming en dus geen of weinig (kook)gas gebruiken. 18% van de Haagse huishoudens behoort tot de landelijk 25% grootste gebruikers van gas. Het verbruik per m2 ligt hoger. 35% van de Haagse huishoudens heeft in 2018 een gasverbruik per m2 dat landelijk bij de 25% met het hoogste gasverbruik per m2 behoort. Als we kijken hoeveel procent van de huishoudens gezien kan worden in Den Haag als energiearm dan zien we dat in 2018 9% een hoge energiequote had (energierekening is hoger dan 8% van het inkomen inclusief vermogen), 5% een hoge energierekening (hoogste 50% van Nederland) in combinatie met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum, 12% had een ongunstig energielabel (D-G) in combinatie met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum.

36

STAAT VAN DE STAD DEN HAAG 2022

2.2.5 Nabijheid voorzieningen Gemiddeld aardgasverbruik (m3) woningen, G4 Den Haag

Rotterdam

Amsterdam

Utrecht

2015

1.060

840

870

780

2016

1.080

870

900

800

2017

1.030

840

850

760

2018

1.060

850

870

790

2019

1.000

800

800

730

Figuur 2.9: Gemiddeld aardgasverbruik (m3) woningen, G4, 2015-2019 Bron: Den Haag in Cijfers/ CBS, bewerking SEPO

Een indicator voor de leefbaarheid is hoe ver een inwoner afwoont van een basisschool, een grote supermarkt en een kinderdagverblijf. Op onderstaande kaarten is te zien dat de wijken aan de randen van de stad de laagste nabijheid kennen van dit soort voorzieningen. De afstand tot een grote supermarkt, een basisschool of een kinderdagverblijf is in sommige van deze wijken 1,4 tot 1,8 km. In de wijken die centraler zijn gelegen is dit veelal maar enkele honderden meters.

Gemiddelde afstand (in meters) tot een basisschool per wijk of buurt

Figuur 2.10: gemiddelde afstand (in meters) tot een basisschool, per wijk of buurt, 2019 Bron: DHIC/CBS

Wonen

37

Gemiddelde afstand (in meters) tot een kinderdagverblijf per wijk of buurt

Figuur 2.11: gemiddelde afstand (in meters) tot een kinderdagverblijf per wijk of buurt, 2019 Bron: DHIC/CBS

Gemiddelde afstand (in meters) tot een grote supermarkt per wijk of buurt

Figuur 2.12

Figuur 2.12: gemiddelde afstand (in meters) tot een grote supermarkt per wijk of buurt, 2019 Bron: DHIC/CBS

38

STAAT VAN DE STAD DEN HAAG 2022

2.3 Aandachtspunten De vraag naar woningen in Den Haag is groot. Dit zorgt met name voor tekorten in de sociale huursector en het brede middensegment. Woningbehoefteramingen laten zien dat er tot 2030 jaarlijks ca. 4.000 woningen toevoegingen nodig zijn in Den Haag. Het grootste deel van de nieuwbouwopgave wordt voorzien in de grootschalige gebiedsontwikkelingen het CID, Binckhorst en Zuidwest. Daarnaast vraagt het verduurzamen van de bestaande woning­ voorraad aandacht, in de kwetsbare stadwijken vaak in combinatie met het wegwerken van achterstallig onderhoud. Een ander aandachtspunt is het verbeteren van de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de woningvoorraad in Den Haag. Regulering hiervoor is in de afgelopen jaren in gang gezet. Zo is er een vergunning voor toeristische verhuur ingevoerd en met de invoering van een huisvestingsverordening voor middenhuur worden deze woningen nu specifiek bestemd voor de middenklasse. Daarnaast wordt de regeling opkoopbescherming per 1 maart 2022 in de hele stad ingevoerd om te voorkomen dat jaarlijks een deel (ca. 1.000 woningen per jaar) van de koopwoningen onder de 355.000 euro door beleggers worden onttrokken uit de koopmarkt.

Wonen

39

3 Economie en werkgelegenheid

40

STAAT VAN DE STAD DEN HAAG 2022

Inleiding Naast de Staat van de Stad wordt ook de Staat van de Haagse economie opgesteld. Hiervan is de Haagse Hogeschool de auteur. De staat van de Haagse economie is een onafhankelijke ­monitor op de Haagse economie en staat los van de Staat van de Stad, maar kan wel aanvullend en ter toelichting gelezen worden. Dit hoofdstuk heeft een nauwe relatie met het hoofdstuk over bestaanszekerheid (special I). Daarin wordt onder andere een overzicht gepresenteerd van de werkloosheidscijfers en de inkomenskenmerken van de inwoners van Den Haag.

3.1 D  e ontwikkeling van de Haagse economie Na een trage start volgend op de financiële crisis van 2008 waren de groeicijfers voor de Haagse economie in 2018 en 2019 goed. In 2020 kregen we te maken met de coronacrisis. Er werd door economen in eerste instantie rekening gehouden met een stevige impact op de economie door de beleidsmaatregelen die werden ingesteld. De economen voorspelden dat veel banen verloren zouden gaan en dat we in een van de diepste crises na de oorlog terecht zouden komen. Ondanks dat sommige sectoren het loodzwaar hebben in deze crisis, is het uiteindelijke totaalbeeld voor Den Haag minder ernstig, mede door de vele steunpakketten vanuit de overheid. Natuurlijk was er in 2020 sprake van krimp van het BBP, ook in Den Haag. Maar de krimp in Den Haag was minder sterk dan in de andere vier grote steden. We zien dat de Haagse economie zich nu veerkrachtiger toont dan na de vorige economische crisis. Waarschijn­lijk is onder andere door de aanwezigheid van een grote overheidssector, waar het aantal banen zelfs in 2020 is toegenomen, en de verschillende steunpakketten de grote economische klap in Den Haag uitgebleven. In het eerste half jaar van 2021 herstelde de economie zich behoorlijk en koerste de groei alweer af op het niveau van voor de coronacrisis. Ook de omzet van de meeste branches lag alweer op het niveau van voor de crisis.

Dit geldt niet voor de reis- en reclame­ branche en de vrije tijdssector. De onvoorspelbaarheid omtrent het verloop van de corona­ maatregelen, maakt de toekomst voor deze sector nog steeds uitermate onzeker. BRP volumemutaties (in % t.o.v. voorgaand jaar)

Figuur 3.1: BRP volumemutaties (in % t.o.v. voorgaand jaar), 2010-2020 Bron: CBS/Statline

Economie en werkgelegenheid

41

Dat neemt niet weg dat ten opzichte van de andere vier grote steden de economie van Den Haag nog altijd achterblijft in de G4. Het bruto regionaal product (BRP) per inwoner ligt in de Haagse regio nog altijd lager dan in de andere vier grote steden.

BRP per inwoner (in euro's)

Figuur 3.2: BRP per inwoner (in euro's), 2010-2020 Bron: CBS/Statline

Ondanks de coronacrisis is er op dit moment in heel veel sectoren sprake van een tekort op de arbeidsmarkt. Het aantal banen in Den Haag groeide in 2020 met bijna 5.000, terwijl er ook veel banen verloren gingen, met name in de toerisme- en vrijetijdssector. De krapte op de arbeidsmarkt was al langer zichtbaar voor beroepen in de technische- en hightech sector. Deze krapte breidt zich nu breed uit over de gehele economie. Van bouw tot zorg, van onderwijs tot IT. Er liggen volop k­ ansen voor mensen op zowel praktisch als theoretisch opgeleid niveau. Tegelijkertijd is de arbeidsmarktparticipatie in Den Haag nog altijd laag.

42

STAAT VAN DE STAD DEN HAAG 2022

Opleidingsniveau van beroepsbevolking, G4

Figuur 3.3: opleidingsniveau van beroepsbevolking, G4, 2010-2020 Bron: CBS/Statline

Een verhoging van de arbeidsmarktparticipatie kan een oplossing bieden voor de krapte op de arbeidsmarkt. Het lijkt erop dat er sprake is van een arbeidsmarktparadox. Er zijn onvoldoende banen beschikbaar die passen bij de kwalificaties van de mensen die in onze stad wonen en er wonen onvoldoende mensen in Den Haag met de juiste kwalificaties voor de beschikbare banen. Het aantal banen groeit op dit moment onvoldoende mee met de bevolking. De ruimte voor het vestigen van nieuwe bedrijven staat onder druk. In de vastgoedmonitor die Cushman en Wakefield voor de gemeente Den Haag opgesteld heeft, wordt de marktsituatie als krap omschreven en de situatie voor hoogwaardige bedrijfsruimte als zeer schaars. Ook in de eind 2021 verschenen behoefteramingen naar bedrijventerreinen in Zuid-Holland wordt het volgende aangegeven voor de Haagse regio: ‘het gebrek aan aanbod in Den Haag valt op. Dit leidt tot een onwenselijke situatie’1. De afgelopen jaren zijn er bij de accountmanagers en beleidsmedewerkers van de gemeente vaak vestigingsverzoeken binnengekomen. Deze ver­ zoeken liepen uitéén van kleine bedrijfshallen tot kavels van 1,5 ha voor industriële doeleinden en van starters tot kantoren voor multinationals. Het ging in de afgelopen twee jaar om ca. 100 vragen. Bij slechts een enkele vraag was het mogelijk de ruimtevraag in Den Haag te accommoderen.

Gebrek aan ruimte heeft ook gevolgen voor nieuwe ontwikkelingen. Wanneer er niet voldoende (schuif)ruimte beschikbaar is zet dit een rem op ontwikkelingen en nieuwe initiatieven. Ook kunnen (groei)bedrijven niet doorgroeien, waardoor ze uitwijken naar plekken buiten Den Haag. Voor kantoren geldt dat oudere kantoorruimtes in de afgelopen jaren succesvol zijn getrans­ formeerd naar andere functies. Tegelijkertijd heeft dit invloed gehad op de hoogte van het aanbod in het aantal kantoor m², waardoor ook dit onder druk staat. In paragraaf 3.4 wordt dit nader toegelicht.

Economie en werkgelegenheid

43

3.2 Aantrekkelijke stad Horeca en vrijetijdssector Den Haag is een aantrekkelijke stad om te wonen, maar ook om te ondernemen. Tot 2019 was hier een groei zichtbaar. De coronacrisis heeft het belang en de kwetsbaarheid van de Haagse bezoekerseconomie laten zien.

Ontwikkeling banen in (groot)handel en horeca naar branche

Figuur 3.4: ontwikkeling banen in (groot)handel en horeca naar branche, indexcijfers (2011=100) Bron: Werkgelegenheidsmonitor 2021

Vanaf 2011 is de horeca- en vrijetijdssector sterk gegroeid. Tussen 2011 en 2019 nam het aantal horecavestingen toe met 460 en het aantal banen met 1.120. Deze groei is door de coronacrisis een halt toegeroepen. Na een rampzalig jaar in 2020, krabbelde deze sector in de eerste helft van 2021 weer uit een diep dal. Helaas is het door onvoorspelbare maatregelen erg onzeker hoe dit zich verder ontwikkelt op zowel de korte als de lange termijn. In 2020 nam het aantal banen in de horeca- en vrijetijdssector per saldo af met 1.120. Het Haagse hotelwezen had 40% minder overnachtingen dan in 2019.

44

STAAT VAN DE STAD DEN HAAG 2022

Aantal overnachtingen in Den Haag per maand en jaar

Internationale stad van vrede en recht

Figuur 3.5: aantal overnachtingen in Den Haag per maand en jaar, 2019-2021 Bron: CBS/Statline

Internationale stad van vrede en recht Den Haag ontwikkelt zich steeds meer als internationale stad van Vrede en Recht. Inmiddels spelen 480 internationale organisaties een rol binnen de economie van Den Haag. Dit levert ongeveer 22.000 banen op binnen de gemeente Den Haag.

Den Haag Studentenstad Een goed opgeleide beroepsbevolking en een hoogwaardig onderwijsaanbod zijn belangrijke drijvers van welvaartsontwikkeling. Het binden van onderwijs en kennisinstellingen op alle niveaus aan Den Haag is daarom ook belangrijk voor de economie. Het aantal studenten in Den Haag is toegenomen in de afgelopen jaren. Zie hiervoor ook het hoofdstuk Onderwijs.

Ontwikkeling aantal studenten woonachtig in Den Haag

Figuur 3.6: ontwikkeling aantal studenten woonachtig in Den Haag, 2010-2021 Bron: CBS/Statline

Economie en werkgelegenheid

45

3.3 Veerkrachtige structuur en ondernemingsklimaat Ontwikkeling aantal bedrijven Op 1 januari 2021 had Den Haag 66.490 bedrijfsvestigingen. Dat is 3.370 meer dan op 1 januari 2020. Snelgroeiende bedrijven zijn vaak innovatief en van belang voor economische groei en werkgelegenheid. Daarnaast zorgen ze ook voor een dynamischer ondernemings­ klimaat in de regio. Het aantal snelgroeiende bedrijven in Den Haag daalt. Van de vier grote steden heeft Den Haag het laagste aantal snelgroeiende bedrijven. Zeker in 2020 nam dit aantal af. Anderzijds neemt het aantal bedrijven dat krimpt niet toe en neemt het aantal gelijkblijvende en ‘normaal’ groeiende bedrijven toe.

Ontwikkeling bij vestigingen met 10 of meer werknemers in de laatste drie jaar

Figuur 3.7: ontwikkeling bij vestigingen met 10 of meer werknemers in de laatste drie jaar, 2017-2021 Bron: Werkgelegenheidsmonitor 2021

In 2020 werden in totaal 94 faillissementen uitgesproken. Dankzij de vele steunmaatregelen is dit aantal, ondanks de crisis, historisch laag. Daarnaast zijn er ook ondernemers die hun faillissement niet afwachten en hun bedrijf al eerder opheffen. In 2020 steeg het aantal opheffingen ten opzichte van 2019. Het aantal starters lag lager dan in 2019, maar in 2020 zijn er toch nog 12.560 nieuwe vestigingen in Den Haag inschreven bij de Kamer van ­Koophandel. De nieuwe bedrijven worden vooral gestart door zzp’ers. Het aandeel zzp’ers is in Den Haag groter dan in andere grote steden. Van de ruim 66.000 bedrijven in Den Haag is ruim 51.000 een zzp’er. Dit aantal is in de laatste jaren explosief gestegen, maar kanttekening is dat onder deze zzp’ers velen slechts een laag inkomen verwerven. Dit is opvallend en in de special over bestaanszekerheid wordt hier een nadere toelichting op gegeven, net als in de kennis­wijzer ZZP.2

46

STAAT VAN DE STAD DEN HAAG 2022

Ontwikkeling van het aantal banen Op 1 januari 2021 waren er in Den Haag bijna 5.000 banen meer dan in 2020. Dat is een groei van 1,6%. Toch raakten ook mensen hun baan kwijt tijdens de crisis. Dat waren vooral jongeren en praktisch opgeleiden, bijvoorbeeld uit de horeca, en bewoners van de aandachtswijken. De hoge uitstroom naar de bijstand is vooralsnog uit gebleven. De ontwikkelingen hierin worden toegelicht in special I bestaanszekerheid. Het is positief dat het aantal banen de afgelopen jaren is gegroeid, maar deze groei gaat onvoldoende gelijk op met de groei van de bevolking. Het aantal banen in Den Haag ligt nog altijd lager dan in de andere 3 grote gemeenten. Per 1.000 inwoners tussen de 15 en 74 jaar zijn in Den Haag circa 700 banen beschikbaar en dat ligt lager dan bijv. in Amsterdam en Utrecht waar dit aantal rond 1.000 banen ligt3. Binnen Den Haag zijn de 280 vestigingen met 100 werknemers of meer verantwoordelijk voor bijna de helft van het aantal banen. Veruit de meeste banen zijn te vinden bij de overheid en belangenorganisaties, gevolgd door detailhandel en horeca en de zorg. De grootste toename van het aantal banen in 2020 vonden plaats in de bouw, de overheidssector en de zorg. Daarnaast groeiden ook de sectoren ICT en onderwijs.

Ontwikkeling van het aantal banen per bedrijfssector

Figuur 3.8: ontwikkeling van het aantal banen per bedrijfssector, 2020-2021 Bron: Werkgelegenheidsmonitor 2021

Economie en werkgelegenheid

47

Het aantal banen waarop mensen met een arbeidsbeperking werkzaam zijn, is in de afgelopen jaren gestaag gegroeid. In de Arbeidsmarktregio Haaglanden (Den Haag, Delft, Westland, Rijswijk, Midden-Delfland) zijn in het derde kwartaal van 2021 4.810 personen werkzaam die in het zogeheten doelgroepenregister zijn opgenomen. Ten opzichte van de beginstand in 2012 was de groei van het aantal banen 151% (landelijk 94%)4.

Arbeidsvolume en arbeidsmarktproductiviteit Voor het meten van het arbeidsvolume zijn alleen cijfers beschikbaar voor de Haagse regio (agglomeratie Haaglanden). Arbeidsvolume is de hoeveelheid arbeid die is ingezet uitgedrukt in gewerkte uren of arbeidsjaren. De groei van het arbeidsvolume in de Haagse regio ligt lager dan in de overige 3 grootstedelijke regio’s. Ook de arbeidsproductiviteit in de regio Haaglanden stijgt minder snel dan in de andere drie grootstedelijke regio's. De bruto arbeidsparticipatie in Den Haag ligt lager dan die van de andere G4-steden en het landelijk gemiddelde. Dit ­percentage ligt in Den Haag op ongeveer 66%, terwijl het landelijk gemiddelde ligt op 71%.

Ontwikkeling productiviteit (in miljoenen € per 1.000 arbeidsjaar)

Figuur 3.9: ontwikkeling productiviteit (in miljoenen € per 1.000 arbeidsjaar), 2010-2020 Bron: CBS/Statline

Hoewel de afgelopen jaren de arbeidsdeelname van vrouwen, de 25-45 jarigen, personen met niet-westerse achtergrond en praktisch opgeleiden steeg, heeft de coronacrisis hierin een trendbreuk veroorzaakt. Het aanbod van arbeid voor praktisch opgeleiden was in de crisis beduidend lager dan daarvoor. Een van de oorzaken daarvan ligt in de toeristische – en vrijetijdssector, waar over het algemeen veel banen voor praktisch opgeleiden zijn.

48

STAAT VAN DE STAD DEN HAAG 2022

Bruto-arbeidsparticipatie in Den Haag

Figuur 3.10: bruto-arbeidsparticipatie in Den Haag, 2020 Bron: CBS/Statline

Investeren in innovatieve bedrijven kan bijdragen aan een verbetering van de arbeidsmarkt­ productiviteit. Het aantal start-ups en scale ups is in Den Haag gegroeid van circa 200 in 2013 naar bijna 450 op 1 januari 2022.5

Aantal start- & scale up bedrijven in Den Haag

Figuur 3.11: aantal start- & scale up bedrijven in Den Haag, 2013-2022 Bron: Dealroom

Economie en werkgelegenheid

49

Pendel Den Haag maakt onderdeel uit van een grootstedelijke regio. Mensen van buiten Den Haag komen werken in Den Haag en Hagenaars werken in andere gemeenten in de regio en daarbuiten. Van het totaal aantal beschikbare banen in Den Haag werd in 2019 56% vervuld door mensen van buiten Den Haag en van het totaal aantal Hagenaars met betaald werk (circa 263.000) werken circa 128.000 mensen buiten Den Haag. Den Haag is hiermee een echte ‘pendelstad’. Desondanks zou het aantal banen dat binnen het bereik van met name lager opgeleiden ligt vergroot kunnen worden door gerichte ingrepen in de interstedelijke verbindingen, omdat knelpunten in de vervoersinfrastructuur nu nog een probleem vormen bij het vinden van werk.6

Waardering ondernemersdienstverlening In de afgelopen twee jaar is mede vanwege corona een impuls gegeven aan de gemeentelijke dienstverlening aan ondernemers, onder andere door het verder professionaliseren van het ondernemersportaal. Toch werd de Haagse ondernemersdienstverlening in het onderzoek naar de MKB-vriendelijkste gemeente van Nederland gewaardeerd met een 6,3. In 2019 was dit nog een 6,5.7

3.4 Ruimte om te werken Zoals aangegeven staat de ruimte in de stad onder druk. Tegelijkertijd is er veel onzekerheid, zeker over de ontwikkelingen in het werklandschap met name bij de kantoren. De eerste onderzoeken daarover geven aan dat de ingezette trend van een daling van de vraag naar kantoorruimte zich voortzet. De vraag naar kantoorruimte zet zich vooral door in voorkeurs­ locaties als stationslocaties en binnensteden. Het CID in Den Haag is een voorbeeld van zo’n voorkeurslocatie. De vraag naar meer perifeer gelegen kantoorlocaties neemt af.8

Kantoren Het aanbod van beschikbare kantoorruimte (> 500 m²) in de gemeente Den Haag komt in 2020 uit op 193.500 m². Daarmee ligt het aantal beschikbare kantoormeters 12,5% lager ten opzichte van 2019. In absolute aantallen betekent dit dat er in 2020 27.600 m² minder kantoorruimte in aanbod stond dan in 2019. Hiermee wijkt de gemeente Den Haag af van de landelijke trend, waar het aanbod juist toe is genomen. Doordat veel (oudere) kantoren zijn getransformeerd is het aanbod aan m2 kantoorruimte gedaald. In de gemeente Den Haag nam het leegstandspercentage af van 5,6% in 2019 naar 4,2% in 2020. Daarmee ligt het leeg­ standspercentage onder de frictieleegstand van 5-7%. Den Haag heeft het laagste leegstands­ percentage van de grootste 10 steden in Nederland.

Bedrijventerreinen Het aanbod aan kwalitatief goede bedrijventerreinen daalt al jaren in Den Haag. Hoewel in 2020 het aanbod licht gestegen is, is de verwachting voor de lange termijn dat het ruimteaanbod van betaalbare en kwalitatief goede bedrijfsruimte verder onder druk komt te staan.

50

STAAT VAN DE STAD DEN HAAG 2022

Opname en aanbod van bedrijfsruimte (>500 m2) in Den Haag

Figuur 3.12: opname en aanbod van bedrijfsruimte (>500 m2) in Den Haag , 2011-2020 Bron: Vastgoedmonitor gemeente Den Haag 2021, Cushman & Wakefield

Detailhandel/leegstand De detailhandel laat een verdeeld beeld zien. Met name in de foodbranche werden tijdens de crisis goede zaken gedaan in de detailhandel, omdat deze sector gedurende de crisis altijd open mocht zijn en juist profiteerde van de sluiting van bijvoorbeeld restaurants. Bij andere branches zoals kledingwinkels was dit juist niet het geval. Het aantal banen in de detailhandel laat in 2020 nog een lichte groei zien van 1%. De interneteconomie is al jaren groeiend en dit leidt al jaren tot een verandering van het winkellandschap. De coronacrisis heeft deze ontwikkeling verder bevestigd. De hoeveelheid leegstaande winkelruimte (langer dan één jaar leeg) liet in 2020 een stijging zien van 24% tot 58.500 m². Dit is 9,2% van de totaal beschikbare hoeveelheid winkelruimte. In 2019 was dit nog 8,2%.

3.5 Belangrijkste constateringen De Haagse economie is weerbaarder gebleken tijdens deze coronacrisis, dan in voorgaande crises. Dat is een goede ontwikkeling. Daarnaast zijn er ook nieuwe kansen zichtbaar. ­Positieve ontwikkeling is dat het aantal innovatieve start-ups en scale-ups in Den Haag groeit en het opleidingsniveau onder de jonge Hagenaars stijgt. Daarnaast is het aantal banen in Den Haag ondanks de crisis gegroeid. Opvallend aandachtspunt is de ‘arbeidsmarktparadox’. Er is in allerlei sectoren veel vraag naar arbeid en tegelijkertijd is er nog altijd een grote groep mensen binnen Den Haag die niet actief participeert op de arbeidsmarkt. Daarnaast is ook het ‘groei’-vraagstuk een belangrijk aandachtspunt. Om te zorgen voor een groei van het aantal banen dat gerelateerd is aan de bevolkingsgroei, moet er -letterlijk- meer ruimte komen voor bedrijven om zich te vestigen. Als er niet voldoende ruimte bij komt, wordt de economische groei van de stad geremd, groeit de werkgelegenheid niet mee en kunnen (nieuwe) groei sectoren zich niet optimaal (door)ontwikkelen.

Economie en werkgelegenheid

51

Special I Bestaanszekerheid

52

STAAT VAN DE STAD DEN HAAG 2022

Inleiding Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) waarschuwt voor de lange termijn gevolgen van de coronacrisis voor de kwetsbaarste groepen en stelt in zijn publicatie over kansrijk armoede­ beleid dat bij ongewijzigd beleid de armoede in Nederland de komende jaren alleen maar zal toenemen.1 Daarbij is juist de groep meest kwetsbare inwoners aangewezen op een complex stelsel van ondersteuning, waarin het risico op fouten en bijbehorende financiële consequenties groot is2 (zie ook de Special III Vertrouwen in de gemeente). Op de arbeidsmarkt is al langer sprake van toenemende onzekerheid door allerlei vormen van flexibele contracten. Onder an­ dere de Commissie regulering van Werk (commissie Borstlap)3 en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR)4 publiceerden over de oorzaken en gevolgen hiervan. Voor mensen die niet (meer) werken en van een uitkering afhankelijk zijn, is het bestaansminimum niet meer toereikend om mee te kunnen doen in de samenleving5. Hoe zit dit in Den Haag? Hoe manifesteert die kwetsbaarheid zich en bij welke groepen en op welke plekken in de stad is dat vooral zichtbaar?

I.a Wat is bestaanszekerheid? Om een zinvolle bijdrage te leveren aan de samenleving en te werken aan je ontwikkeling is bestaanszekerheid essentieel. Bestaanszekerheid is niet alleen de zekerheid van voldoende en voorspelbaar inkomen. Ook zekerheid om betaalbaar te wonen, toegang tot betaalbare zorg en de mogelijkheid om een financiële buffer op te bouwen voor onverwachte uitgaven, zijn noodzakelijke voorwaarden om de rust en ruimte te vinden die nodig is om je als mens te ontwikkelen en mee te doen in de samenleving. In de kern gaat bestaanszekerheid dus om het zoveel mogelijk beperken van onzekerheid bij burgers en het realiseren van een stabiele en veilige situatie. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat mensen met een lage Sociaal Economische Status (SES) ook op het gebied van gezondheid, welzijn etc. minder goed af zijn dan mensen met een hogere SES.6 Hierdoor ontstaan verschillen tussen mensen, niet op basis van een verschil in aanleg, maar op basis van hun hulpbronnen.7 Een lage SES speelt een rol van belang in levensverwachting, het aantal levensjaren dat als gezond ervaren wordt, de mate waarin mensen hun capaciteiten ten volle kunnen benutten, en de mate waarin zij gelijke toegang hebben tot wonen, werk en inkomen. Dat heet kansenongelijkheid. Kansenongelijkheid en bestaanszekerheid beïnvloeden elkaar wederzijds.

Bestaansonzekerheid leidt tot het minder kunnen benutten van kansen doordat mensen in een dergelijke situatie minder hulpbronnen hebben in de verschillende vormen van menselijk kapitaal. En bestaanszekerheid is nauw verbonden met de mogelijkheden een beroep te doen op hulp. Het rapport ‘Weten is nog geen doen’ van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) liet zien dat veel mensen niet over voldoende ‘doenvermogen’ beschikken om tegenslag op te kunnen vangen (zie ook special III Vertrouwen in de gemeente).

Bestaanszekerheid

53

I.b Groepen In deze paragraaf wordt de inkomensverdeling van Den Haag beschreven en aangegeven welke groepen het grootste risico op een laag inkomen of schulden lopen. Bestaansonzekerheid concentreert zich bij de groep uitkeringsgerechtigden, werkende armen, ZZP’ers, inwoners met een migratieachtergrond en gezinnen met meervoudige en complexe problematiek. ­Daarom worden de effecten van de flexibilisering op de arbeidsmarkt voor Den Haag in beeld gebracht. Hierbij krijgt de inkomenspositie van zelfstandigen in het bijzonder de aandacht.

Huishoudens met een laag inkomen Onder invloed van de economische groei tot 2019 is het aantal huishoudens op het sociaal minimum van 2017 tot 2019 gedaald. Terwijl het totaal aantal huishoudens in de stad steeg, nam het aantal huishoudens met een laag inkomen af. Toch is nog steeds bijna een op de vijf huishoudens kwetsbaar in de bestaanszekerheid omdat zij moeten rondkomen van een inkomen dat ligt op 130% van het sociaal minimum.8 Dat betekent dat een groot deel van de inwoners afhankelijk is van overheidsvoorzieningen, zoals het gemeentelijk minimabeleid, om rond te komen. Daarnaast is er nog een groep die moet rondkomen van een inkomen tussen 130% en 150% van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm). Dit is een groep die het risico loopt dat een verandering in persoonlijke omstandigheden grote financiële gevolgen kan hebben. Als een huishouden moet rondkomen van een inkomen ónder de grens van 110% van het sociaal minimum en weinig vermogen heeft, is sprake van armoede. In Den Haag geldt dit voor 33.700 huishoudens (2019) oftewel 14,2% van alle huishoudens. In deze huishoudens wonen 10.300 kinderen in de leeftijd van 4-18 jaar (de doelgroep van het armoedebeleid). Dit aantal is in de periode 2017-2019 iets gedaald, terwijl het totaal aantal kinderen in de stad toenam. De kans dat een Haags kind (4-18 jaar) in een arm gezin opgroeit is daardoor gedaald van 13,6% naar 12,8%.

De kans om op te groeien in een arm gezin is in Den Haag echter nog steeds ruim anderhalf keer hoger dan voor Nederland als geheel.9

Kinderen (4-18 jaar) in Haagse minimahuishouden

Figuur I.a: Aantal kinderen (4-18 jaar) in minimahuishoudens in Den Haag, 2017-2019. Bron: Armoedemonitor Den Haag 2021.

54

STAAT VAN DE STAD DEN HAAG 2022

De armoedesituatie is in de meeste huishoudens ook langdurig; in ruim twee derde van de arme huishoudens verbeterde tussen 2017 en 2019 niets aan de inkomenspositie. Dat percentage is in die jaren iets toegenomen. Dat betekent dat de armoede zich langzaam concentreert en het aantal huishoudens dat langdurig arm is in weerwil van de algemene trend juist iets toeneemt.

Ontwikkeling aantal langdurige minima huishouden in Den Haag

doel­­ populatie

totaal 110 Wsm

langdurig 110% Wsm

% langdurig arm binnen minima 110% Wsm

totaal 130% Wsm

langdurig 130% Wsm

langdurig arm binnen minima 130% Wsm

n

n

n

%

n

n

%

2017

231.400

35.000

21.800

62,3

45.900

30.800

67,1

2018

234.800

34.100

22.200

65,1

44.900

31.100

69,3

2019

237.100

33.700

22.500

66,8

44.100

31.200

70,7

Figuur I.b: Ontwikkeling aantal langdurige (4 jaar of langer) minima huishouden in Den Haag 2017-2019 Bron: Armoedemonitor Den Haag 2021. *d  oelpopulatie voor de Armoedemonitor bestaat uit particuliere huishoudens met een volledig jaarinkomen, exclusief studentenhuishoudens.

Van alle huishoudens zijn het met name eenoudergezinnen en alleenstaanden die meer risico lopen.10 Voor personen met een eigen woning is de kans op een laag inkomen meer dan de helft lager. Voor hoofdkostwinners met een niet-westerse migratieachtergrond is de kans op een langdurig laag inkomen zes keer hoger dan voor de gemiddelde werkende. Ook jonge ­kostwinners hebben een verhoogd risico op een laag inkomen. 11

Armoede naar inkomstenbron Het grootste risico op armoede bestaat bij mensen met een inkomen uit bijstand. Het minste risico lopen huishoudens met een inkomen uit arbeid. Veel Haagse zelfstandigen zonder personeel (ZZP’ers) en in het bijzonder ZZP’ers met een migratieachtergrond zijn financieel kwetsbaar.12 Het aantal werkende personen dat tenminste een jaar een inkomen tot 110% van het sociaal minimum heeft dáálde in de afgelopen tien jaar; wel is de kans op een langdurig laag inkomen als werkende in Den Haag, net als in Rotterdam en Amsterdam, groter dan voor Nederland als geheel (3,3% versus 1,8%).13

Bestaanszekerheid

55

Armoede naar inkomensbron doelpopulatie

tot 110% Wsm

tot 130% WSM

n

%

n

%

n

%

Inkomen uit arbeid

126.800

54

3.000

9

6.300

14

Inkomen uit eigen onderneming

24.700

10

2.600

8

3.200

7

Bijstandsuitkering

17.000

7

14.400

43

15.800

36

Pensioen

50.600

21

8.100

24

11.000

25

Overig en onbekend

1.700

1

100

0

100

0

Andere uitkering

16.200

7

5.500

16

7.700

17

Totaal

237.000

100

33.700

100

44.100

100

Figuur I.c: Armoede naar inkomensbron, 2019. Bron: Armoedemonitor 2021.

Bijstandsontvangers De Participatiewet biedt de grondslag voor het wettelijk bestaansminimum. Het aantal personen dat bijstand ontvangt in Den Haag is sinds 2018 voortdurend gedaald met een kleine onderbreking aan het begin van de coronapandemie.14 In het tweede coronajaar (2021) is het aantal personen in de bijstand zelfs verder gedaald tot onder het niveau van voor het uitbreken van de coronapandemie. Het verloop in Den Haag is daarmee iets gunstiger dan de landelijke ontwikkeling. Onder jongvolwassenen (tot 27 jaar) is het aantal het laagst sinds het begin van de reeks in 2014. Wel neemt de uitstroom geleidelijk af. Van 2016 tot 2018 nam het aantal huishoudens dat langdurig (langer dan 18 maanden) van een bijstandsuitkering moest rondkomen toe. Daarna is dit aantal iets gedaald, maar is hun aandeel in het totale bestand toegenomen. Het vermogen verandering aan te brengen in die situatie is beperkt. Op basis van een persoons­profielscan (PPS) wordt na de aanvraag van bijstand de kans op werk ingeschat. Voor minder dan de helft van deze aanvragers geeft dit als uitkomst dat men snel naar werk kan worden bemiddeld. In 2016 werd van 2.357 nieuwe bijstandsontvangers ingeschat dat zij direct naar werk zouden kunnen worden bemiddeld (met evt.

een kort traject); in 2020 gold dat nog maar voor 1.256 nieuwe instromers.15 Overigens nam in die periode ook de totale instroom in de bijstand af. Voor mensen die al langer in de bijstand zitten zijn de kansen op werk nog lager. In de periode 2019 -2020 zijn alle kandidaten die langer dan 18 maanden bijstand ontvangen gesproken en zijn hun kansen en mogelijkheden in beeld gebracht. Van zo’n negentienduizend mensen zijn de scores op de zogeheten zelfredzaamheidsmatrix (ZRM) bekend. Op financieel gebied heeft slechts 7,5% van hen de hoogste score die betekent dat er aan het eind van de maand geld over is. Ook op andere aspecten van de ZRM komt tot uiting wat het gebrek aan bestaanszekerheid betekent: meer dan de helft wordt (ernstig) beperkt door geestelijke gezondheidsproblemen (score 1-3), en voor twee derde is de fysieke gezondheid in het geding (67,3% heeft score 1-3). Een groot deel van deze langdurig bijstandsontvangers participeert nauwelijks in de maatschappij (53%), 9% is maatschappelijk geïsoleerd of zelf overlast-­ veroorzaker en bij 1% is sprake van een crisissituatie. Daar staat tegenover dat bijna een kwart wél actief participeert in de maatschappij, bijvoorbeeld als vrijwilliger.16 Voor 20% van deze langdurige bijstandontvangers leek na een eerste gesprek een re-integratietraject gericht op

56

STAAT VAN DE STAD DEN HAAG 2022

werk mogelijk. Voor de helft van deze groep bleek dat al snel niet mogelijk, omdat sprake is van meer belemmeringen en een langdurige aanpak nodig is. Bijstandsontvangers die werk vínden maken vrijwel altijd een onzekere (her-)start op de arbeidsmarkt: slechts 1 op de 6 heeft na een half jaar vast werk.17 In januari 2021 is 85% van de bijstandsontvangers die aan het werk zijn gegaan in een flexibele baan terechtgekomen. De meeste mensen (56%) verdienen ook als ze 18 maanden aan het werk zijn geweest nog steeds minder dan het minimumloon (vooral doordat niet full-time gewerkt wordt i.v.m. oproepwerk etc.), al neemt het inkomen wel toe naarmate men langer uit de bijstand is. Alhoewel het vooruitzicht voor de korte termijn niet gunstig is, is er toch enig perspectief. Bijstandsontvangers die in 2016 werk hebben gevonden én behouden zijn door de tijd heen gemiddeld steeds meer uren gaan maken en (dus) meer gaan verdienen.18 Het totale loon blijft laag, ongeveer op bijstandsniveau. Na verloop van tijd is een toenemend aantal in vaste dienst. Mensen die gaan werken vergroten hun bestaanszekerheid al heeft ongeveer drie­ kwart een inkomen binnen het bereik van de gemeentelijke armoedevoorzieningen.

Flexwerkers Hoewel het hebben van werk geen garantie is op een stabiel en voldoende inkomen, is het wel een belangrijke bron. Relatief weinig inwoners van Den Haag doen mee op de arbeidsmarkt; de arbeidsparticipatie is laag (zie hoofdstuk 3). Bovendien zijn velen afhankelijk van kwetsbare banen. Landelijk is bijna 1 op de 3 werkenden een flexwerker; in Den Haag is dat meer dan de helft van alle werkenden. Het grootste deel hiervan is werknemer. Het gaat dan bijv. om mensen met een tijdelijke arbeidsovereenkomst of een oproepovereenkomst (flexibel aantal uren per week) (33%). Daarnaast is er een grote groep zelfstandigen zonder personeel (19%). Het aandeel van beide groepen is in de afgelopen jaren gegroeid. Voor een deel heeft deze situatie te maken met de duur van de arbeidsmarktcarrière van mensen en het moment waarop men tot de arbeidsmarkt is toegetreden. In de jongere leeftijdsgeneraties is het aantal werknemers met een flexibel dienstverband veel hoger dan bij oudere werkenden. Uitzondering is de categorie 65 tot 75 jaar.

Bestaanszekerheid

57

Arbeidsdeelname naar arbeidspositie in Den Haag

Leeftijd

Positie in de werkkring |Werknemer|Werknemer

Positie in de werkkring |Werknemer|Werknemer met vaste arbeidsrelatie

Positie in de werkkring |Werknemer|Werknemer met flexibele arbeidsrelatie

Positie in de werkkring |Zelfstandige

% van de werkzame bevolking

% van de werkzame bevolking

% van de werkzame bevolking

% van de werkzame bevolking

15 tot 25 jaar

93

15

78

7

25 tot 35 jaar

84

41

43

16

35 tot 45 jaar

78

54

24

22

45 tot 55 jaar

77

59

18

23

55 tot 65 jaar

80

66

14

20

65 tot 75 jaar

51

33

18

49

Figuur I.d: Arbeidsdeelname naar positie in werkkring in Den Haag 2019. Bron:https: CBS/Statline

Landelijk is bekend19 dat werknemers met een flexibel arbeidsverband vaker laag opgeleid zijn, terwijl ZZP’ers juist relatief hoog opgeleid zijn. Meer dan een kwart van de flexibele werk­ nemers werkt langer dan 2 jaar als zodanig en zo’n tien procent langer dan 5 jaar. Dat betekent dat het voor deze groep moeilijk is om langdurige verplichtingen aan te gaan, zoals bijvoor­ beeld op de woningmarkt de stap naar een koopwoning te maken.

ZZP’ers In vergelijking met de andere grote steden hebben veel Haagse ZZP’ers langdurig een laag inkomen.20 Onder Haagse ZZP’ers zijn relatief meer hoog opgeleiden en minder middelbaar opgeleiden dan bij werknemers. De meeste ZZP’ers vallen in de leeftijdscategorie 35 tot 45 jaar, terwijl dit bij werknemers in de stad de groep 25-35 jaar is. Onder werknemers zijn evenveel mannen als vrouwen, maar onder ZZP’ers zijn die verhoudingen heel anders: twee derde is man, een derde is vrouw. Personen met een westerse migratie-achtergrond zijn oververtegenwoordigd. Bijna een kwart van de ZZP’ers is werkzaam in de bouwnijverheid (22%), terwijl dat bij werknemers slechts 2% is. Daarnaast is de sector cultuur sterk oververte­ genwoordigd onder ZZP’ers. Vanaf maart 2020 werd de Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers (TOZO) van kracht voor zelfstandigen die hun inkomsten kwijt raakten als gevolg van de beperkende coronamaatregelen. Bij de eerste lockdown maakten ruim zestienduizend zelfstandigen in Den Haag gebruik van de TOZO. In de vijfde en laatste tranche is het aantal toekenningen gedaald tot 2.037. Dit kwam ook door de strengere eisen (toets op inkomen evt. partner). Voor de gebruikers van de vierde tranche van de TOZO is bekend dat 31% van de gebruikers een laag opleidingsniveau had, tegenover 21% van alle ZZP-ers in Den Haag21.

Ook betrof het iets vaker dan verwacht mannen (71% van de TOZO-groep, versus 62% van alle ZZP’ers) en ondernemers die al langer actief waren. Een kwart van de doelgroep woont in stadsdeel Escamp. Deelnemers uit de sector cultuur en recreatie waren oververtegenwoordigd evenals handel, vervoer en horeca.

58

STAAT VAN DE STAD DEN HAAG 2022

Arbeidsmigranten Een specifieke groep op de arbeidsmarkt wordt gevormd door (tijdelijke) arbeidsmigranten. Veel arbeidsmigranten zijn niet als ingezetene ingeschreven in het bevolkingsregister (BRP).22 Daardoor is niet veel bekend over deze groep, wat verder in de hand wordt gewerkt door de beweeglijkheid van de groep. Ze kunnen veelal geen aanspraak maken op het wettelijke sociale vangnet, terwijl door de omstandigheden waarin ze verkeren situaties als overbewo­ ning en uitbuiting in de hand worden gewerkt. Bureau PBLQ schrijft dat er in 2018 in totaal zo’n 78-duizend niet-ingezeten arbeidsmigranten werkzaam waren in de hele provincie. Aan de hand van een strikte definitie van arbeidsmigrant raamt het rapport dat er elfduizend al dan niet als ingezetene ingeschreven arbeidsmigranten in Den Haag verblijven, maar ook dat dit vanwege het ontbreken van goede registratie een flinke onderschatting is.23 Een over­ zicht van de problematiek en mogelijke oplossingen wordt beschreven in het rapport van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten.24 Jaarlijks zijn er circa vierduizend mensen met een Oost-Europese nationaliteit die wél als ingezetene in het Haagse bevolkingsregister worden opgenomen.25 In totaal waren er volgens deze bron op 1 januari 2019 bijna 28-duizend Oost-Europeanen in de stad woonachtig.

Dit zijn niet allemaal arbeidsmigranten; ook 5.800 kinderen (0-18 jaar) zijn in dit getal opgenomen.26 Een deel ervan keert na enkele jaren terug naar het land van herkomst; anderen blijven in Den Haag en worden onderdeel van de Haagse samenleving26 (zie beschrijving van de magneet- en roltrapfunctie in hoofdstuk 1).

I.c Uitgaven en schulden De Tweede Kamer heeft de regering gevraagd een commissie in te stellen om de kosten van levensonderhoud in beeld te brengen, zodat bezien kan worden of het wettelijk minimumloon toereikend is. Alhoewel er aandacht is voor thema’s als vervoersarmoede en energie-armoede is er weinig specifieke informatie over de kosten van bestaan op het niveau van de stad of voor wijken of groepen binnen Den Haag. In hoofdstuk 2 is ingegaan op de beschikbaarheid van betaalbare woningen. Met name lage inkomens zijn kwetsbaar bij onvoorziene uitgaven waardoor problematische schulden kunnen ontstaan. Het aantal huishoudens met schulden in Den Haag schommelt door de jaren heen. Bijna een op de zeven huishoudens in de stad heeft problematische schulden. Het CBS bepaalt dit aan de hand van oninbare achterstanden op het betalen van belastingaanslagen, het niet betalen van de premie voor de ziektekostenverzekering, het volgen van een schuldhulpverleningstraject of een combinatie.27 Bij het volgen van een schuldhulpverleningstraject is weliswaar een oplossing in gang gezet, maar het betekent dat het huishouden gedurende drie jaar (de termijn van een traject) moet rondkomen van een bedrag dat onder het sociaal minimum ligt. Het percentage huishoudens met problematische schulden ligt hoger dan in de andere grote steden; alleen in Rotterdam is dit hoger.

Een veel groter deel van de bevolking dan landelijk gemiddeld wordt volgens deze maatstaf bedreigd in de bestaanszekerheid; landelijk heeft ongeveer 8% van de huishoudens dit soort schulden; in Den Haag 14% (2019). Uit de voorlopige cijfers van 2020 blijkt, dat het percentage huishou­ dens met problematische schulden niet verder is toegenomen.

Bestaanszekerheid

59

Schulden komen zeker niet alleen voor onder mensen met een uitkering. In de helft van de huishoudens met problematische schulden (51,1%) is een werknemer aanwezig (versus 55,9% bij huishoudens zonder problematische schulden). Opvallend is dat deze werknemers veel vaker in de primaire of secundaire sectoren werkzaam zijn (landbouw en nijverheid). Ook zelf­ standig ondernemers komen vaker voor in de groep met schulden. Haagse huishoudens met schulden hebben veel vaker 1 of meer kinderen dan huishoudens zonder schulden. Hoger opgeleiden hebben veel minder vaak met problematische schulden te maken dan lager of middelbaar opgeleiden. Qua leeftijd hebben de leeftijdscategorieën 25 tot 45 jaar en 45 tot 55 jaar in Den Haag een duidelijk hogere kans op schulde28

Percentage huishoudens met schulden in de G4

Figuur I.e: Percentage huishoudens met schulden in de G4, 2015-2020 Bron: CBS/ Schuldenproblematiek in beeld

I.d Plekken in de stad De gevolgen van een lage bestaanszekerheid zijn niet alleen af te meten aan de situatie van individuen en huishoudens, maar komen ook tot uitdrukking in waarneembare verschillen tussen wijken in de stad (zie ook hoofdstuk 2). De gemiddeld lage deelname aan arbeid blijkt niet over de hele stad gelijk verdeeld. Met name in de Schildersbuurt, delen van Transvaal, delen van Moerwijk en Laakhaven-Oost is deze laag. Daarnaast zijn er enkele kleinere wijken met een hogere sociaal-economische status waar de arbeidsdeelname eveneens laag is (Westbroekpark, Archipelbuurt). De Vruchtenbuurt, Bezuidenhout-Oost, de Binckhorst, grote delen van Wateringse Veld en vooral Leidschenveen worden juist gekenmerkt door een hoge oriëntatie op arbeid.

60

STAAT VAN DE STAD DEN HAAG 2022

Arbeidsdeelname naar wijk, Den Haag

Figuur I.f: arbeidsdeelname naar wijk, Den Haag, 2019 Bron: CBS/Statline

Flexwerkers zijn redelijk gespreid over de stad. De hoogste percentages werknemers met een flexibele arbeidsrelatie komen voor in Leidschenveen, Duindorp en de Vruchtenbuurt. Er zijn zowel relatief veel ZZP’ers onder werkenden in wijken met een hogere SES-score (Westbroekpark, Van Stolkpark, Zorgvliet) als in wijk als bijvoorbeeld Groente- en Fruitmarkt en het Transvaalkwartier. De grootste aantallen ZZP’ers die een beroep moesten doen op de TOZO zijn woonachtig in de stadsdelen Centrum en Escamp. Meer dan helft (53%) van de deelnemers aan de vierde tranche van de TOZO was in deze stadsdelen woonachtig.

Aandeel flexwerkenden en zelfstandigen (2019) 40 - 45% 45 - 50% 50 - 55% >= 55% Geen of onvoldoende gegevens

SEPOid: sepo22013

Figuur I.g: aantal flexwerkenden en zelfstandigen (%) in de Haagse wijken, 2019 Bron: CBS/Statline, bewerking door DSO/SEPO

Bestaanszekerheid

61

Afgemeten naar de aanwezigheid van schulden wonen in Moerwijk de meeste kwetsbare burgers. Hier heeft één op de vier (23,8%) huishoudens schulden; het gaat om 2.580 ­huishoudens. Het grootste aantal huishouden met schulden (4.420) is te vinden in Laakkwartier/Spoorwijk. Andere wijken met veel huishoudens met schulden of een hoog percentage huishoudens met schulden zijn de Schildersbuurt, Bouwlust/Vredelust, ­Morgenstond en het Transvaalkwartier.

Aandeel huishoudens met schulden (2020) < 5% 5 - 10% 10 - 15% >= 15% Geen of onvoldoende gegevens

SEPOid: sepo22013

Figuur I.h: aandeel huishoudens met schulden, 2020 Bron: CBS/ Schuldenproblematiek in beeld, bewerking door DSO/SEPO

De meeste moeite met rondkomen hebben huishoudens in Transvaalkwartier-Noord (38,8% in 2020) . Andere wijken waar de bestaanszekerheid op dit punt in het geding is zijn ­Moerwijk-West, de Schildersbuurt (i.h.b. -Noord). Wijken met het kleinste aandeel ­huishoudens die moeite hebben om rond te komen zijn Marlot, Bosweide (in Ypenburg) en Forepark.29

62

STAAT VAN DE STAD DEN HAAG 2022

Aandeel huishoudens dat moeite heeft met rondkomen (2020) < 10% 10 - 15% 15 - 20% 20 - 25% 25 - 30% >= 30% Geen of onvoldoende gegevens

SEPOid: sepo22013

Figuur I.i: aandeel huishoudens dat moeite heeft met rondkomen, 2020 Bron: CBS/Statline, bewerking door DSO/SEP

Het door het ministerie van SZW gehanteerde model om de middelen voor bijstandsverlening (Participatiewet) te verdelen kan worden beschouwd als een model dat de aanwezigheid van de (kans op) bijstand voorspelt. Uit een analyse30 op buurtniveau blijkt dat de káns op bijstand volgens het model in de buurten Moerwijk-Oost, Moerwijk-West, Schildersbuurt-Noord, Moerwijk-Zuid en Morgenstond-Oost het grootst is. Vier van de vijf buurten liggen in stads­ deel Escamp. Het feitelijke beroep op bijstand blijkt in Den Haag veel groter: in totaal deden 1.800 Hagenaars meer dan werd voorspeld een beroep op de bijstand. Van hen woont meer dan de helft in Escamp: Moerwijk-West, Venen, Oorden en Raden, Dreven en Gaarden en Zijden, Steden en Zichten. Ook in het Valkenboskwartier zijn er meer bijstandsgerechtigden dan het SZW-model voorspelt. Het onderzoek laat zien vooral een slechtere gezondheid al dan niet in combinatie met een laag opleidingsniveau bijdraagt aan het grotere beroep op de bijstand in deze buurten. Het SCP constateerde eerder dat kwetsbare sociale groepen in een aantal wijken zijn gecon­ centreerd.31 Het is opvallend dat in sommige delen van de stad wijken die qua inkomens- en schuldenpositie ogenschijnlijk op elkaar lijken er toch grote verschillen zijn in de deelname aan arbeid.

Maar een aantal wijken springt er in elke analyse negatief uit voor wat betreft bestaanszekerheid, waaronder de Schildersbuurt, Transvaalkwartier, Moerwijk, Bouwlust en Vrederust, Groente- en Fruitmarkt en de Stationsbuurt. Voor een belangrijk deel kan dit worden verklaard uit kenmerken als opleiding van de bevolking, maar eerder onderzoek droeg ook groepscultuur (opgeven van de hoop op werk) als mogelijke verklaring voor de lage arbeidsparticipatie aan32 en mogelijk speelt ook vervoersarmoede een rol. In een technische notitie van bureau Goudappel wordt vervoersarmoede als mogelijke factor ter verklaring van de lage sociaaleconomische wendbaarheid benoemd voor de Schildersbuurt, Moerwijk en Loosduinen. Dit soort ruimtelijke knelpunten belemmeren de aansluiting van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt in de regio.33

Bestaanszekerheid

63

I.e Stapeling achter de voordeur De concentratie van problemen in bepaalde wijken in de stad is ook terug te zien in de stapeling van problemen achter de voordeur. De stapelingsmonitor34 van het CBS geeft een beeld van het beroep op voorzieningen die geacht worden een oplossing te zijn voor die problemen. In Den Haag doet 29,7% van de huishoudens een beroep op 1 of meer van deze voorzieningen op het terrein van Welzijn en zorg, Jeugdzorg, schuldsanering, en bijstand of een andere uitkering . Van de ruim 82.000 Haagse huishoudens die van een of meer voor­ zieningen gebruikmaken, doet bijna 1 op de 3 een beroep op meerdere voorzieningen. Zo zijn er ruim 15.000 huishoudens (5,6%) die zowel een uitkering hebben als welzijn en zorg nodig hebben en doen ruim 1.600 huishoudens een beroep op jeugdzorg en welzijn en zorg. Bepaalde groepen stapelen (veel) vaker voorzieningen (uit meerdere domeinen) dan andere: bijvoorbeeld bijstandsgerechtigden, huishoudens met een inkomen tot 20.000 euro en alleenstaande ouders. In de wijken waar de bestaanszekerheid onder druk staat doen meer huishoudens een beroep op voorzieningen en ook vaker een beroep op voorzieningen uit verschillende domeinen.

In de Schilderbuurt, Moerwijk, Bouwlust en Vrederust, en Morgenstond, zijn de meeste huishoudens te vinden die een beroep doen op tenminste 1 voorziening en waar huishoudens voorzieningen stapelen uit verschillende domeinen.

Stapeling van voorzieningen in de tien wijken waar de bestaanszekerheid onder druk staat Geen voorziening

Eén voorziening

Uitkering en Jeugdzorg

Welzijn en jeugdzorg

Uitkering& welzijn

Uitkeringen, welzijn en jeugdzorg

Schildersbuurt

46,6

33,9

2,6

1,4

16,2

1,1

Transvaalkwartier

55,7

29,4

1,9

0,7

11,9

0,5

Moerwijk

54,8

33,6

2,9

1,1

8,4

0,8

Bouwlust en Vrederust

55

33,4

2,2

1

8,9

0,7

Groente-en Fruitmarkt

63,1

26,6

2

0,8

7,1

0,6

Stationsbuurt

75,6

18,4

1

0,4

4,7

0,3

Morgenstond

57,7

31,1

2,4

1

9,1

0,8

Laakkwartier en Spoorwijk

69,1

22,9

1,4

0,6

6,2

0,4

Rustenburg en Oostbroek

74,5

20,3

1,3

0,4

3,5

0,3

Centrum (wijk)

73,3

20,2

1,1

0,4

5,3

0,3

Den Haag

70,3

22,6

1,3

0,6

5,6

0,4

Figuur I.j: Stapeling van voorzieningen in de tien wijken waar de bestaanszekerheid onder druk staat, 2020. Bron: CBS/ Stapeling regelingen en voorzieningen in Den Haag

De voorzieningen die mensen ontvangen vormen niet altijd een oplossing; in het geval de van de kinderopvangtoeslagaffaire ontstond er voor een grote groep ouders die er gebruik van maakte waarbij juist een probleem die de bestaanszekerheid bedreigt. In Den Haag zijn voor 1.374 personen hierdoor zulke problemen ontstaan dat zij als gedupeerde zijn aangemerkt en hun gemeentelijke schulden zijn kwijtgescholden. De problemen zijn niet alleen financieel van aard; ook op andere levensgebieden ervaren de gedupeerden problemen en is er gebrek aan perspectief om de situatie ten goede te keren.36

64

STAAT VAN DE STAD DEN HAAG 2022

I.f A  ndere gevolgen: gezondheid en sociale contacten Bestaansonzekerheid en kansenongelijkheid kunnen leiden tot sociale uitsluiting. Bij sociale uitsluiting raken mensen geïsoleerd en vervreemd van de samenleving omdat ze niet of slechts in beperkte mate kunnen meedoen. Sociale uitsluiting wordt gekenmerkt door beperkte maatschappelijke participatie, financiële beperkingen en achterstelling in toegang tot hulpverlening, zorginstanties en huisvesting. Ook een ongezonde leefstijl en een minder goede gezondheid gaan vaak samen met een achtergestelde financiële positie. Achter de relatie tussen opleiding, inkomen en gezondheid gaat een dieperliggende, complexe ongelijk­ heid schuil, zoals bestaansonzekerheid, armoede en kansenongelijkheid.37 Schulden zijn niet het gevolg, maar óórzaak van verslechtering van de (psychische) gezondheid.38 Gebrek aan financiële stabiliteit leidt tot stress en vervolgens tot een verminderd niveau van competenties. Wat weer opnieuw leidt tot het vergroten van de financiële instabiliteit. Ook andere factoren zoals sociale inclusie en de sociaaleconomische status kennen vergelijkbare feed-back-loops.39 Daarom wordt hier ingegaan op een aantal van deze aspecten; in het bijzonder gezondheid en sociale contacten. Het RIVM heeft in samenwerking met de GGD gegevens verzameld op wijkniveau.

In de wijken die uit onze eerdere analyse naar voren komen als wijken waar de bestaanszekerheid onder druk staat, blijkt ook de ervaren gezondheid het meest onder druk te staan. Dat geldt ook voor andere factoren, zoals het ervaren van een of meerdere lichamelijke beperkingen of eenzaamheid­. 40

Lichamelijke en geestelijke gezondheid in de 10 Haagse wijken waar de bestaanszekerheid het meest onder druk staat (zeer)goede ervaren gezondheid

1 of meer langdurige aandoeningen

Eén of meer lichamelijke beperkingen

Hoog risico op angst of depressie

(zeer) ernstig eenzaam

Schildersbuurt

63,5

37,4

35,7

18,1

21,9

Transvaalkwartier

67,0

33,9

33,1

17,6

22,8

Moerwijk

67,0

36,2

32,2

15,1

23,8

Bouwlust en Vrederust

66,9

37,3

31,3

13,4

21,0

Groente-en Fruitmarkt

70,2

31,4

29,2

15,0

21,2

Stationsbuurt

75,9

29,3

19,6

13,6

19,6

Morgenstond

67,6

36,2

30,2

13,9

22,1

Laakkwartier en Spoorwijk

73,8

31,1

23,1

13,1

19,4

Rustenburg en Oostbroek

75,1

29,8

20,7

11,6

18,3

Centrum (wijk)

75,8

31,8

17,5

11,2

17,7

Den Haag

75,3

32,6

20,0

10,1

16,1

Figuur I.k: lichamelijke en geestelijke gezondheid in de 10 Haagse wijken waar de bestaanszekerheid het meest onder druk staat (%), 2020 Bron: RIVM/Statline

Bestaanszekerheid

65

Uit andere cijfers41 blijkt dat inwoners van Den Haag in grotere mate een matig tot hoog risico op angststoornis of depressie lopen dan landelijk gemiddeld (51,8 versus 45,5%). In de periode 2012-2020 is dit percentage gestaag toegenomen. Vooral onder jongvolwassenen (18-34 jaar) is dat het geval (60,9%). Maar nog opvallender is dat onder mensen die moeite hebben met rondkomen dit percentage 75,7% is. Verder heeft een op de 8 inwoners van de stad in matige of ernstige mate te maken met sociale uitsluiting. De mate waarin men ervaart regie te hebben over het eigen leven is iets lager; landelijk rapporteert 9,4% dit als onvoldoende, in Den Haag 10,8%. Onder mensen die moeite hebben met rondkomen is dat 22,9%. Naar leef­ tijd zijn het inwoners van 65 jaar of ouder die de minste zelfregie ervaren. Ondanks dat gezondheidsklachten kunnen bijdragen aan verslechtering van de bestaans­ zekerheid en de kans op werk, zijn er in de arbeidsmarktregio Haaglanden relatief veel mensen met psychische klachten die werken (9,3% versus 8,9% landelijk). Daar tegenover staat dat de regio relatief veel uitkeringsgerechtigden heeft die psychische zorg ontvangen (34% van alle ontvangers van een WW-, AO-, ZW- of bijstandsuitkering).42

I.g Aandachtspunten Het Sociaal- en Cultureel Planbureau (SCP) benoemde in een eerdere analyse dat onze stad zich kenmerkt door een oververtegenwoordiging van wat zij noemen ‘onzekere werkenden’ en het ‘precariaat’.43 Daarbij werden economisch kapitaal (o.a. inkomen en arbeidspositie), sociaal kapitaal, cultureel kapitaal en persoonskapitaal (o.a. gezondheid) in kaart gebracht. Het precariaat is de groep die op alle vier dimensies het laagst scoort. In Den Haag is die groep oververtegenwoordigd evenals de onzekere werkenden. In deze opzichten lijkt Den Haag het meest op Rotterdam, terwijl Amsterdam en Utrecht (regio) zich veel meer kenmerken door aanwezigheid van een gevestigde bovenlaag en jongere kansrijken. Hoe de ontwikkeling in de komende jaren zal zijn is uiteraard ongewis. Het Centraal ­Planbureau voorspelt dat het aantal huishoudens onder de lage-inkomensgrens in 2021 en 2022 landelijk stabiel blijft, terwijl het aantal personen onder de lage-inkomensgrens afneemt in 2021 en stabiel blijft in 2022.44 In deze analyse betrekt het CPB vooral de ­economische ontwikkelingen en in het bijzonder de groei van de werkgelegenheid. De veronderstelling dat werk de beste weg uit armoede is, blijkt niet altijd juist. Er zijn veel werkende armen, ook in Den Haag.

En uit de landelijke evaluatie van de Participatiewet blijkt dat die er minder in slaagt om mensen met een arbeidsbeperking deel te laten nemen aan arbeid dan verwacht. Ook de genoemde uitkomsten van het Werkoffensief +500 laten zien, dat veel minder mensen dan gedacht in staat zijn zelf door werk in hun bestaan te voorzien. Tegelijkertijd zijn er ook positieve punten. Want werk heeft meer waarde dan alleen een inkomen verschaffen. Meedoen maakt dat je je onderdeel voelt van de samenleving, het heeft een gunstig effect op het welbevinden van mensen.46 Om die reden besteedt dit hoofdstuk er veel aandacht aan.

66

STAAT VAN DE STAD DEN HAAG 2022

Andere zaken die samenhangen met bestaanszekerheid zijn uiteenlopende factoren als opleidingsniveau, gezondheid en ook de bereikbaarheid van werk (vervoer). Een aantal van deze maatregelen liggen buiten het bereik van de gemeente. Maar ook in Den Haag worden al alternatieven voor de huidige arbeidsmarkt onderzocht, zoals de instapeconomie. En, jongeren die hebben deelgenomen aan een traject uit het Jongerenperspectieffonds gaan er op alle fronten op vooruit. Dat laat zien dat de aanpak van schulden en bestaanszekerheid loont. Ook al staat de bestaanszekerheid onder druk en zijn de gevolgen ervan merkbaar op het terrein van gezondheid en in multi-problematiek, mensen zijn veerkrachtig en er zijn inter­ venties beschikbaar die leiden tot verbetering.

Bestaanszekerheid

67

4 Jeugd, zorg en welzijn

68

STAAT VAN DE STAD DEN HAAG 2022

Inleiding In dit hoofdstuk worden de beleidsterreinen Jeugd, Zorg en Welzijn behandeld. Per onderdeel wordt eerst ingezoomd op de sociale basis: wat inwoners met en voor elkaar doen en de meer professionele, georganiseerde sociale basisvoorzieningen. Daarna worden achtereenvolgens het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG), de jeugdteams en de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) en de specialistische jeugdhulp behandeld. Voor het onderdeel Zorg en Welzijn wordt dezelfde opbouw gevolgd waarbij ingegaan wordt op de Servicepunten XL en de Wmo-wijkteams, de Wmo-maatwerkarrangementen, dak- en thuislozen en huiselijk geweld en kindermishandeling.

4.1 Jeugd In de Jeugdwet staat wat de gemeenten moeten doen. Gemeenten moeten onder meer jeugdhulp van goede kwaliteit aanbieden, voorzieningen op het gebied van jeugdhulp t­ reffen; jeugdbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering organiseren en maatregelen voor de aanpak van kindermishandeling nemen. Daarbij is moet gebruik worden gemaakt van de eigen kracht van jongeren, ouders en hun sociale netwerk.

4.1.1 Sociale basis Kinder-, jeugd- en jongerenwerk De Haagse kinder-, jeugd-, meiden- en jongerenwerkers werken in het vrijetijdsdomein van jeugdigen. Ze zijn zichtbaar en present op straat, speelpleinen, sportvelden en andere plekken waar jeugdigen zich ophouden. Jongerenwerkers zijn de ogen en oren in de wijk en hebben daarmee een belangrijke preventieve en signalerende functie. Vanuit een vertrouwensrelatie bieden ze ondersteuning bij kleine ondersteuningsvragen en schalen op wanneer nodig.

Kinder- Jeugd- en jongerenwerk in Den Haag 2020 Bereik kinder-, jeugd en jongerenwerkers

Ca. 17.500

Activiteiten georganiseerd met, voor en door jeugdigen (4 t/m 27 jaar)

Ca. 2.000

Aantal deelnames jeugdigen aan activiteit gefaciliteerd of georganiseerd door professioneel welzijnswerk

Ca. 10.000

Ouders betrokken door het kinder-, jeugd- en jongerenwerk

Ca. 2.500

Figuur 4.1: kinder-, jeugd- en jongerenwerk in Den Haag (2020) Bron: Beleidsplan Professioneel welzijnswerk 2021-2024 “versterken en verbinden”

Informele hulp aan jeugdigen en ouders Diverse organisaties in Den Haag bieden jeugdigen en ouders/opvoeders steun en informele hulp door de inzet van vrijwilligers. Hiermee worden ouders versterkt en/of ontzien en kinderen gesteund in hun ontwikkeling. Deze vrijwillige inzet kan bijdragen aan het voorkomen van zwaardere problemen en escalatie van zorg. Vanwege corona zijn, net als in 2020, ook in 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11408152/1